CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3a Centrumeiland Blok 3 en 16 bijlagen bij toelichting

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 11 januari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Centrumeiland blok 3 en 16 Nr. VN2022-04534528.453 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 En 16

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 en 16

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M2104BPGST-VG01

Datum print

22 December 2022

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Toelichting in PDF

7

Bijlage 2

Ladder voor duurzame verstedelijking

81

Bijlage 3

Watertoets

173

Bijlage 4

Natuurwaardenonderzoek Centrumeiland

203

Bijlage 5

Ecologische schouw Centrumeiland (2018)

221

Bijlage 6

Ecologische werkprotocol Centrumeiland (2021)

227

Bijlage 7

Verkeersonderzoek (2017)

241

Bijlage 8

Verkeersonderzoek (2021)

283

Bijlage 9

Luchtkwaliteit (2021)

317

Bijlage 10

Akoestisch onderzoek (2021)

473

Bijlage 11

Stikstofonderzoek (2022)

541

Bijlage 12

Besluit hogere waarden

581

Bijlage 13

Advies stadsdeel Oost

587

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 5

bijlagen bij toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

Toelichting in PDF

Gemeente Amsterdam

Bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 En 16

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 en 16

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.M2104BPGST-VG01

Datum print

22 December 2022

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

7

Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldende bestemmingsplannen Bevoegdheden Leeswijzer

7 7 7 8 9 10

Het plangebied

11

Beschrijving huidige situatie Beschrijving van het plan Blok 3 en 16 Ladder voor duurzame verstedelijking

11 13 14 16

Beleidskader

23

Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid Conclusie

23 27 32 35

Milieuaspecten

37

M.E.R. Milieuzonering bedrijven Verkeer en parkeren Luchtkwaliteit Geluidhinder Bodemkwaliteit Externe veiligheid Kabels en leidingen Luchthavenindelingsbesluit (LIB) Niet gesprongen explosieven Duurzaamheid

37 37 38 41 47 50 51 52 52 52 52

Omgevingsaspecten

55

5.1 5.2 5.3

Water Archeologie en cultuurhistorie Flora en fauna en ecologie

55 61 62

Hoofdstuk 6

Juridische planbeschrijving

65

Algemeen De bestemmingen

65 65

Hoofdstuk 7

Economische uitvoerbaarheid

69

Hoofdstuk 8

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

71

Bestuurlijk voortraject

71

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6 4.7 4.8 4.9 4.10 4.11 Hoofdstuk 5

6.1 6.2

8.1

Gemeente Amsterdam

blz. 4

8.2 8.3 8.4 8.5

DB stadsdeel Oost Vooroverleg Zienswijzen Ambtshalve wijzigingen

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

71 71 72 72

blz. 5

Toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 7

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Ten behoeve van de ontwikkeling van Centrumeiland zijn er de afgelopen jaren diverse plannen opgesteld. Het bestemmingsplan IJburg 2e fase is op 20 mei 2009 vastgesteld. Hierin waren (voor wat betreft Centrumeiland) nog geen directe bouwtitels opgenomen, maar uit te werken bestemmingen. Met de vaststelling van het investeringsbesluit en het bijbehorende stedenbouwkundig plan in juli 2016 is definitief duidelijkheid gekomen over de daadwerkelijke invulling van Centrumeiland. Daarna zijn diverse uitwerkingsplannen voor dit eiland opgesteld. Alle uitwerkingsplannen zijn inmiddels onherroepelijk. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in de planologische voltooiing van Centrumeiland, in vorm van de planologische invulling van blok 3 en 16.

1.2

Doel bestemmingsplan

Het doel van dit plan is het realiseren van directe bouwtitels voor blok 3 en 16 van Centrumeiland. Dit plan zorgt voor een actueel juridisch-planologisch kader. In Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving wordt specifiek aangegeven op welke wijze dit bestemmingsplan is vormgegeven.

1.3

Ligging plangebied en plangrens

Afbeelding 1.1 Ligging Centrumeiland in de stad (bron: maps.google.nl)

Gemeente Amsterdam

blz. 8

Afbeelding 1.2 Ligging plangebied blok 3 en 16 (bron: Stedenbouwkundig plan Centrumeiland, gemeente Amsterdam) Voor de exacte begrenzing van het plan wordt verwezen naar de digitale verbeelding van dit bestemmingsplan.

1.4

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van het projectgebied geldt bestemmingsplan 'IJburg fase 2' (vastgesteld d.d. 20-05-2009). Dit bestemmingsplan is onherroepelijk. Met de vaststelling van het bestemmingsplan 'IJburg 2e fase, 1e partiele herziening Centrumeiland' op 28 april 2020 is het bestemmingsplan IJburg fase 2 gedeeltelijk herzien. Met de herziening zijn de plannen op Centrumeiland als volgt aangepast: Het schrappen van regels inzake geluidreducerend asfalt; Het schrappen van regels ten aanzien van binnenplanse afwijkingsmogelijkheid voor dakopbouwen tot 5 meter; Aanvullende regeling m.b.t. parkeernormen; Inrichting natuurlijke zuidoostoever Centrumeiland; bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 9

Verduidelijking van het ondergronds bouwen en kruipruimteloos bouwen in relatie tot de grondwaterstand; Het toevoegen van regels voor constructie voor het overbruggen van een terreinhoogteverschil.

Afbeelding 1.3 Uitsnede bestemmingsplan IJburg fase 2 Ter plaatse van blok 3 en 16 geldt de bestemming 'Gemengd 1 - uit te werken' en de algemene uitwerkingsregels uit het bestemmingsplan IJburg 2e fase. Voor de ontwikkeling van blok 3 en 16 kan niet meer gewerkt worden met een uitwerkingsplan zoals voor de overige delen van het eiland is gedaan. Dit heeft te maken met het aantal woningen dat in deze blokken gerealiseerd kan gaan worden. In de uitwerkingsregels van het moederplan is opgenomen dat het totaal aantal woningen op Centrumeiland niet meer mag bedragen dan 1.500. In de uitwerkingsplannen zijn in totaal ruim 1.400 woningen planologisch mogelijk gemaakt. In blok 3 en 16 worden maximaal 245 woningen mogelijk gemaakt. Daarmee kan niet meer aan deze regel voldaan worden. Om dit woningaantal alsnog planologisch mogelijk te maken wordt deze ontwikkeling dan ook met een bestemmingsplan onderbouwd.

1.5

Bevoegdheden

Het gehele project IJburg 2 is aangewezen als grootstedelijk project. Het opstellen van het bestemmingsplan IJburg fase 2 is dan ook centraal stedelijk opgepakt. In het kader van de Verordening op de bestuurscommissie is dit bestemmingsplan besproken met Stadsdeel Oost, alvorens dit plan is vrijgegeven voor ter visie legging.

Gemeente Amsterdam

blz. 10

1.6

Leeswijzer

In hoofdstuk 2 wordt een beschrijving van het plan gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op de relevante beleidsdocumenten en in hoofdstuk 4 komen de omgevingsaspecten aan de orde. Hoofdstuk 5 gaat in op de juridische planbeschrijving. Tenslotte wordt in hoofdstuk 6 de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid beschreven.

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 11

Hoofdstuk 2

Het plangebied

In dit hoofdstuk is de ruimtelijke structuur van het plangebied beschreven aan de hand van de historische ontwikkeling, de huidige situatie en nieuwe ontwikkelingen. Aandacht is besteed aan functies zoals wonen, bedrijven, (commerciële) voorzieningen en structuren zoals de bebouwingsstructuur en de weg-, water en groenstructuur van het plangebied.

2.1

Beschrijving huidige situatie

Een aantal jaren geleden is Centrumeiland opgespoten en is het terrein ingeklonken. Anno 2021 zijn al diverse woningen op het eiland opgeleverd.

Afbeelding 2.1 Luchtfoto huidige situatie plangebied (bron: Google Maps, 2021)

Gemeente Amsterdam

blz. 12

Afbeelding 2.2 Huidige situatie plangebied (bron: Gemeente Amsterdam) Op het moment van schrijven van dit plan wordt er in blok 3 en 6 een tijdelijk parkeerterrein aangelegd. Het parkeerterrein wordt rond de oplevering van brug 2080 in 2025 verwijderd. In blok 16 staat momenteel de directiekeet van gemeente Amsterdam (incl. opslag en parkeerterrein). De verhuizing van de keet naar Strandeiland staat in 2023 gepland. Het plangebied van blok 3 wordt in dit plan globaal als volgt begrensd: noorden: oosten: zuiden: westen:

Pampuslaan; langzaamverkeersroute; langzaamverkeersroute en park (uit tranche 3); langzaamverkeersroute en blok 2 (uit tranche 4);

Het plangebied van blok 16 wordt in dit plan globaal als volgt begrensd: noorden: oosten: zuiden: westen:

langzaamverkeersroute; langzaamverkeersroute; Strandeilandlaan; langzaamverkeersroute en blok 15 (uit tranche 1);

De omliggende wegen zoals de Strandeilandlaan en de Pampuslaan vallen buiten het plangebied. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding.

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 13

2.2

Beschrijving van het plan

2.2.1

Stedenbouwkundig Plan (26 mei 2016)

In de Startvisie Centrumeiland uit 2015 zijn de ambities voor het Centrumeiland genoemd: een stedelijk woonmilieu, zelfbouw, bewegende stad, duurzaamheid (energieneutraal en rainproof) en tijdelijkheid. Samen met de inpassing van het eiland in het landschap van het IJmeer vormen deze ambities de opgave voor het Stedenbouwkundig Plan. Onderstaand worden de belangrijkste uitgangspunten voor de ontwikkeling van Centrumeiland beschreven. Deze beschrijving is overgenomen uit het SP en wordt in dit bestemmingsplan voor de volledigheid herhaald. Het SP gaat over de ontwikkeling van heel Centrumeiland. Het Centrumeiland is klein en compact, met een sterk contrast tussen de brede oevers en een beschut binnengebied. Het krijgt een stedelijke uitstraling door een bouwhoogte van overwegend vier tot zes lagen en compacte, met Amsterdamse materialen ingerichte openbare ruimte die is afgestemd op voetgangers. In de plinten zijn werkruimtes, winkels en horeca mogelijk. Stedelijkheid ontstaat ook door variatie in kavels en woontypologieën; door een mix van functies dankzij het werken aan huis en het vestigen van kleine bedrijven; en door aandacht voor ruimtelijke kwaliteit. Reserveringen voor diverse grotere voorzieningen geven ruimte om in de toekomst, als de tweede fase van IJburg er ook ligt en het Centrumeiland zijn centrale positie gaat innemen, de stedelijkheid verder uit te bouwen.

Afbeelding 2.3 Centrumeiland (bron: Stedebouwkundig plan) Zelfbouw Centrumeiland wordt de grootste nieuwe zelfbouwlocatie van de stad, een zelfbouwbuurt met een stedelijke dichtheid en sfeer. De opgave voor een zelfbouwbuurt gaat verder dan de gebruikelijke schaal van de kavel. Het is ook een zoektocht naar nieuwe vormen van collectiviteit en naar het meenemen van voorkeuren van bewoners in de definitieve inrichting van hun wijk. Net als de oude stad wordt het eiland kavelgewijs ontwikkeld, met menging van verschillende kaveltypen en een sterke rol voor de openbare ruimte. Zo groeit stukje bij beetje een samenhangende stadswijk. Blok 3 en 16 vormen het sluitende stuk voor de voltooiing van deze nieuwe stadswijk. Duurzame ontwikkeling Op het gebied van duurzame ontwikkeling heeft de gemeente bij Centrumeiland gekozen voor twee prioriteiten: een energieneutraal en rainproof eiland.

Gemeente Amsterdam

blz. 14

De kwantitatieve energieambitie voor het Centrumeiland is dat lokaal opgewekte energie samen met duurzame energie uit de omgeving op jaarbasis voldoende is voor het gebouwgebonden energieverbruik. Daarbij is het energieverbruik op het eiland zo laag mogelijk en het aandeel lokaal duurzaam geproduceerde energie zo groot mogelijk. In het kader van het SP zijn verschillende duurzame energie-methoden onderzocht. Daaruit is naar voren gekomen dat een grootschalige warmte-koude-opslag (WKO) het meeste rendement oplevert. Dit systeem wordt thans ontwikkeld. De rainproof-opgave voor Centrumeiland is hoofdzakelijk: Het vasthouden en benutten van hemelwater voor bijvoorbeeld de groenvoorziening; Het afvoeren van hemelwater in geval van extreme buien. In de regels van dit bestemmingsplan is dan ook rekening gehouden met groenstroken waar verharding is uitgesloten en tuinen met een waterbergend vermogen.

2.3

Blok 3 en 16

Ten aanzien van de uitwerking is Centrumeiland opgedeeld in diverse tranches (zie onderstaande afbeelding). Dit bestemmingsplan voorziet in een juridich-planologische regeling voor de 'witte vlekken' van blok 3 en 16.

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 15

Afbeelding 2.4 begrenzing tranches Centrumeiland (bron: R&D Amsterdam) Woonprogramma In 2016 was de realisatie van minimaal 1.100 woningen het uitgangspunt voor Centrumeiland, met de mogelijkheid om maximaal 1.500 woningen te realiseren. De indicatieve verkavelingsstudie in het SP en de grondexploitatie gaan uit van 1.300 woningen. De grote marge in het aantal woningen gaf ruimte om in de volgende fasen van de ontwikkeling in te spelen op veranderingen op de woningmarkt. In het moederplan IJburg 2e fase is uitgegaan van een verdeling tussen sociale woningbouw en marktconforme woningbouw van 30 % vs 70 %. Door veranderde inzichten in de loop der tijd is bij het Investeringsbesluit voor Centrumeiland (en dus in het SP) uitgegaan van een verdeling van 20 % sociale woningbouw vs 80 % marktconforme woningbouw. In de planregels van zowel het moederplan als dit bestemmingsplan wordt wonen niet onderverdeeld in typologieën. Inmiddels zijn met de Uitwerkingsplannen tranche 1 tot en met 4 ruim 1.400 woningen mogelijk gemaakt. De vraag naar woningen is in de tussentijd niet minder geworden, in tegendeel. In paragraaf 3.2.3 wordt hier nader op ingegaan. Naar aanleiding van de wens van het College van B&W is eind 2018 onderzocht of het mogelijk is om meer betaalbare woningen in de vorm van sociale en middeldure (huur)woningen te realiseren, dan was Gemeente Amsterdam

blz. 16

beoogd in het SP uit 2016. Hieruit kwam naar voren dat het mogelijk is om een kleine verschuiving te realiseren. Met omzetting van CPO bouwgroepen (marktwoningen) naar extra wooncoöperaties (sociaal/middelduur) kan in de beoogde programmatische eindsituatie voor Centrumeiland een verdere verschuiving naar meer betaalbare woningen worden gerealiseerd die bestaat uit 23% betaalbare en 67% marktwoningen. Deze verschuiving past nog binnen de grenzen die de grondexploitatie met zich meebrengt. Daarnaast wordt 10% uitgegeven met tenders aan ontwikkelaars. Het gaat hier om beeldbepalende blokken met hogere bebouwing (meer dan 6 lagen) aan de Muiderlaan en Pampuslaan. Door de relatief hoge dichtheid en de vraag om compacte parkeeroplossingen zal het merendeel van deze kavels (ca. 70%) voor bouwgroepen zijn. Dit bestemmingsplan voorziet in de realisatie van maximaal 245 woningen in blok 3 en 16. De bouwblokken worden een combinatie van individuele zelfbouw, collectieve zelfbouw en sociale woningbouw. Ook de exacte invulling van blok 16 is nog onduidelijk. Blok 16 wordt middels een prijsvraag ontwikkeld die zich richt op onderzoek naar behoefte en mogelijkheden voor nieuwe woonvormen. Het is daarom niet wenselijk om bouw- en gebruiksmogelijkheden uit te sluiten.

Niet-woonprograma Het voorliggende bestemmingsplan voorziet in maximaal 750 m² niet woon-voorzieningen en maximaal 750 m² ten behoeve van een kinderdagverblijf in blok 3. Ter plaatse van de niet-woonvoorzieningen zijn maatschappelijke voorzieningen, consumentverzorgende en zakelijke dienstverlening, kleinschalige bedrijven, horeca en detailhandel (exclusief supermarkt) toegestaan. Vestiging van niet-woonvoorzieningen is enkel langs de Pampuslaan toegestaan, met uitzondering van een kinderdagverblijf. Daar waar de aanduiding maatschappelijk op de verbeelding is aangebracht is een kinderdagverblijf toegestaan. Het kinderdagverblijf mag op iedere etage van het betreffende gebouw gerealiseerd worden. Toekomstige bewoners zullen hierover vroegtijdig geïnformeerd worden. Daarnaast wordt ten noordwesten van blok 16 wordt groen park aangelegd. Ten westen van blok 16 wordt een smalle groenstrook aangelegd. Hiervoor is een groenbestemming in artikel 4 opgenomen. Ten slotte is in het voorliggende bestemmingsplan een verkeersbestemming opgenomen. Het gaat om diverse langzaamverkeerroutes binnen Centrumeiland die blok 3 en 16 met de rest van Centrumeiland verbindt. Landschappelijke inpassing Ten aanzien van landschappelijke inpassing is in het kader van het moederplan en het MER uitgebreid onderzoek uitgevoerd. Daarbij is geconcludeerd dat IJburg tweede fase landschappelijk inpasbaar is.

Daarmee is de landschappelijke inpasbaarheid van Centrumeiland gegeven. Blok 3 en 16 worden geheel in lijn met dit MER en met het vastgestelde SP ontworpen.

2.4

Ladder voor duurzame verstedelijking

In artikel 3.1.6 Bro is de ladder voor duurzame verstedelijking opgenomen. Hierin is vastgelegd dat de toelichting bij een bestemmingsplan/projectafwijking dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de systematiek van de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’. Deze ladder omvat de volgende stap: De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 17

mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Bovenstaande wettekst is op 1 juli 2017 in werking getreden. Het hierna beschreven onderzoek is op enkele onderdelen nog gebaseerd op de ladder zoals deze tot 1 juli 2017 gold. De wijziging in de wet heeft echter geen gevolgen voor dit onderzoek, waardoor de resultaten nog steeds actueel zijn. Daarbij is er door BRO op 7 juni 2019 een actualisatie onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor het prograama Centrumeiland opgesteld. De resultaten van deze onderzoeken worden hieronder verder toegelicht. Onderzoek De ontwikkeling van het functionele programma op Centrumeiland moet worden aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, omdat het een ruimtelijke ontwikkeling betreft van ‘kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’ (art. 1.1.1 Bro, definiëring begrippen). Onder de andere stedelijke voorzieningen vallen onder meer accommodaties voor onderwijs, zorg, cultuur en indoor sport en leisure. Om die reden is het doorlopen van de Ladder voor Duurzame Verstedelijking noodzakelijk. Door BRO is op 28 oktober 2016 het onderzoek ladderonderbouwing functioneel programma Centrumeiland uitgevoerd, met kenmerk 203X01350.088493_4. Dit onderzoek wordt hieronder samengevat weergegeven.

Let wel: dit onderzoek is uitgevoerd voor het gehele functionele programma voor Centrumeiland. De m2 die onderbouwd worden zijn afkomstig uit het SP. Deze samenvatting gaat dan ook over de voorgenomen functies voor heel Centrumeiland. Voor het uitwerkingsplannen tranche 4 is er door BRO op 7 juni 2019 een actualisatie onderbouwing van de ladder voor duurzame verstedelijking voor het programma voor Centrumeiland opgesteld (ook deze is opgenomen in Bijlage 2). De resultaten uit deze actualisatie zijn hieronder in de samenvatting en conclusie van het onderzoek meegnomen. Na de samenvatting wordt een motivering gegeven waarom de voorzieningen die middels dit bestemmingsplan worden mogelijk gemaakt, passen binnen de conclusies van dit onderzoek. Trede 1 Woningbouw Uit de bestaande actuele openbare beleidsstukken en onderzoeken die voor de gemeente Amsterdam en de MRA beschikbaar zijn volgt dat voor de MRA in de periode 2017-2040 een vraag is voorzien naar nog ca 230.000 woningen. In de MRA Agenda is de afstemming van de woningbouwopgave opgenomen. De MRA-gemeenten maken afspraken over de afstemming en programmering van hun woningbouw. En de MRA-gemeenten geven aan welke binnenstedelijke locaties in de komende 4 tot 10 jaar ter beschikking komen. Voor Centrumeiland is in MRA verband een aantal van 1.417 woningen benoemd.

waarvan 1.105 in de periode 2020-2024 en 312 in de periode 2025-2029. Gemeente Amsterdam gaat in de verdere planvorming van Centrumeiland uit van 1.500 woningen. Vanuit de behoefte en voorziene regionale vraag van ca 230.000 woningen tussen 2017 en 2040 is dit aantal goed te onderbouwen. Het woonprogramma voldoet aan de eerste trede van de Ladder. Er is een (actuele regionale) behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin: De maximaal 1.500 woningen die zijn voorzien op Centrumeiland passen ruim binnen de actuele, kwantitatieve regionale behoefte van 82.400 woningen in de woningmarktregio (Metropoolregio Amsterdam, MRA). De beoogde 245 woningen in blok 3 en 16 zijn passend binnen de regionale

Gemeente Amsterdam

blz. 18

behoefte. Het stedelijk woonmilieu met bouwhoogtes van overwegend vier tot zes lagen op Centrumeiland past binnen de behoefte aan meergezinswoningen in een stedelijk woonmilieu in de Stadsregio Amsterdam (SRA). De SRA betreft weliswaar een kleinere woningmarktregio dan de MRA, maar het is aannemelijk dat het tekort aan kwalitatieve woningbouwplannen op MRA niveau alleen nog maar groter is. Het programma past binnen de beleidskaders voor woningbouw in Amsterdam. Centrumeiland is aangewezen als versnellingslocatie om de planvoorraad te vergroten en geldt als kansrijke locatie die geselecteerd is op basis van de doelstellingen en criteria van de gemeentelijke Structuurvisie en het Strategisch Plan. Detailhandel Het detailhandelsprogramma van maximaal 3.050 m2 bvo (2.470 m2 wvo) op Centrumeiland voldoet aan de eerste trede van de Ladder. Er is een (actuele regionale) behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin: De realisatie van maximaal 2.470 m2 wvo wijkverzorgend detailhandelsprogramma op Centrumeiland (waaronder een supermarkt van circa 1.500 - 1.750 m2 wvo, enkele dagelijkse speciaalzaken en een zeer beperkt aantal frequent niet-dagelijkse winkels) past ruimschoots binnen de tot aan 2035 berekende marktruimte. Het programma blijft ook passend indien de leegstand in bestaande winkelgebieden op IJburg I (290 m2 wvo) in mindering wordt gebracht.

De onbenutte plancapaciteit wordt niet in mindering gebracht op de marktmogelijkheden, omdat deze een geheel ander verzorgingsbereik of verzorgingsfunctie heeft dan het voorziene aanbod op Centrumeiland, of omdat via uitwerkingsplannen nog een nadere afweging en onderbouwing van het programma aan de orde is voordat tot realisatie kan worden overgegaan. Het programma draagt in kwalitatieve zin bij aan een versterking van de (gewenste) fijnmazige detailhandelsstructuur in Amsterdam en een verbetering van de consumentenverzorging. Van duurzame ontwrichting is geen sprake. Het programma sluit zowel in kwalitatieve als kwantitatieve zin aan op hetgeen de Adviescommissie Detailhandel Noord-Holland Zuid (ADZ) adviseerde. De te verwachten effecten van het detailhandelsprogramma zijn voornamelijk positief. Het is echter nooit volledig uit te sluiten dat er als gevolg van de uitbreiding enige omzetverschuiving zal plaatsvinden, bijvoorbeeld bij het winkelaanbod op IJburg 1. Met name vanwege de grote groei van het inwonertal zijn er per saldo echter vrijwel geen negatieve effecten (en zeker geen onaanvaardbare effecten) te verwachten op de bestaande detailhandelsstructuur, de consumentenverzorging en in het verlengde daarvan het woon-, werk- en leefklimaat.

Op basis van de actualisatie blijkt verder dat er sprake is van een aanzienlijke marktruimte voor het toekomstig boodschappenprogramma. De beoogde locatie op Centrumeiland ligt aan de Pampuslaan in de noordwesthoek van Centrumeiland. Indien de supermarkt diagonaal tegenover de op Haveneiland gevestigde Deen-supermarkt ingepast wordt ontstaat een cluster van twee supermarkten in winkelcentrum Pampuslaan. Dit vraagt wel om een zorgvuldige stedenbouwkundige uitwerking om de verbinding tussen beide supermarkten te optimaliseren. Met het oog op een evenwichtige boodschappenstructuur wordt aanbevolen om aan de Pampuslaan (overgangsgebied Haveneiland/Centrumeiland) en op Strandeiland een volwaardige boodschappenvoorziening met modern supermarktaanbod te realiseren. Op deze wijze ontstaat een driepolige boodschappenstructuur met telkens 2 supermarkten. Vanuit de consumentenverzorging bezien is dit een gunstige situatie. Indien de supermarkten in de drie clusters een onderscheidend profiel hebben valt er voor de consument ook

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 19

daadwerkelijk wat te kiezen. De cluster aan de Pampuslaan (overgangsgebied Haveneiland/Centrumeiland) is van ondergeschikte betekenis ten opzichte van de clusters IJburg en Strandeiland. Het voorliggende bestemmingsplan maakt maximaal 500 m² detailhandel (m.u.v. grootschalige detailhandel) mogelijk en past daarmee binnen de conclusies van dit onderzoek. Maatschappelijke voorzieningen Het maatschappelijke programma op Centrumeiland voldoet aan de eerste trede van de Ladder. Er is een (actuele regionale) behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin: De verwachting is dat de bevolkingssamenstelling van Centrumeiland en de rest van IJburg II vergelijkbaar zal zijn met de huidige bevolkingssamenstelling van IJburg 1, die voor een groot deel bestaat uit gezinnen met kinderen. Door de bevolkingstoename op IJburg en de verwachte bevolkingssamenstelling is op maatschappelijk vlak een behoefte aan onderwijsvoorzieningen en overige maatschappelijke voorzieningen. Uitgaande van de huisvesting van het 0-18 concept, dat een gecombineerde school is voor primair en voortgezet onderwijs (in alle richtingen), met twee vergelijkbare vestigingen op IJburg waarvan een op Centrumeiland, is er op Centrumeiland een behoefte aan circa 4.900 - 6.000 m2 bvo onderwijscapaciteit. Dit komt overeen met de maximaal 6.000 m2 bvo aan onderwijsvoorzieningen dat als programma is opgenomen.

Er is een behoefte van circa 3.300 - 4.500 m² bvo aan overige maatschappelijke voorzieningen. Deze vierkante meters zijn met de uitwerkingsplannen tranche 1 tot en met 4 nog niet volledig gebruikt. Er resteert nog 1.350 m² aan mogelijke maatschappelijke functies. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt 750 m² maatschappelijke voorzieningen mogelijk gemaakt. Kinderdagverblijf Op Centrumeiland is middels het uitwerkingsplan 'Centrumeiland tranche 2' 4.000 m² aan school, kinderdagverblijf en buitenschoolse opvang mogelijk gemaakt. Op heel Centrumeiland (Groen Blauw woonmilieu) is conform het Amsterdamse referentiemodel behoefte aan ca. 1.100 m² ten behoeve van een kinderdagverblijf. Daadwerkelijk wordt er 450 m² aan kinderdagverblijf binnen het bouwblok van de school gerealiseerd. Hierdoor resteert op Centrumeiland een behoefte van ca. 650 m² ten behoeve van een kinderdagverblijf. Deze behoefte ontstaat naar verwachting in 2024 na oplevering van de eerste 650 woningen. Het referentiemodel gaat uit van een wijk die 10 tot 15 jaar oud is. Vergelijkbare, jonge wijken laten zien dat er juist meer behoefte is aan vierkante meters voor kinderdagverblijven dan waar de referentienorm vanuit gaat. Ook zijn er signalen dat kinderdagverblijven in toekomst mogelijk anders gefinancierd gaan worden wat positief is voor ouders is en dus een aantrekkende werking kan hebben.

Concluderend kan worden gesteld dat een kinderdagverblijf van 450 m² op Centrumeiland niet toereikend zal zijn. Derhalve is in het voorliggende bestemmingsplan 750 m² opgenomen ten behoeve van een mogelijk kinderdagverblijf. Het kinderdagverblijf is ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' aan de zuidoost kant van blok 3 toegestaan. Kantoren, bedrijven en dienstverlening

Gemeente Amsterdam

blz. 20

Het programma aan kantoren, bedrijven en dienstverlening op Centrumeiland voldoet aan de eerste trede van de Ladder. Er is een (actuele regionale) behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin: De realisatie van circa 2.500 - 5.000 m2 bvo aan werkruimtes op Centrumeiland is reëel, gezien het verwachte economisch profiel van Centrumeiland, de huidige marktbehoefte voor kantoren- en bedrijfsruimte aldaar, leegstand in de omgeving en de afspraken in het Plabeka. Het betreft een mengvorm tussen kantoorwerkplekken en (al dan niet voor consumenten toegankelijke) dienstverlening, deels met een baliefunctie, atelierruimte of praktijkruimte voor productie, ambacht en opslag. Daarbij is er deels een overlap met de functies detailhandel, horeca en maatschappelijk. Het in de uitwerkingsplannen opgenomen programma van 3.250 m2 bvo werkruimtes (1.250 m2 kantoorruimte en 2.000 m2 bedrijfsruimte) is daarmee passend binnen de marktruimte. Een deel van de marktbehoefte tot 2025 kan worden opgevangen in de bestaande leegstand op IJburg I. Echter, zeker niet alle leegstand van kantoor- en bedrijfspanden op IJburg I komt in aanmerking voor herinvulling, deels doordat pan-den qua locatie commercieel niet interessant zijn.

Bovendien heeft naar verwachting een groot deel van de bedrijvigheid die zich zal willen vestigen op Centrumeiland een lokale focus (gericht op buurt en wijk), waardoor fysieke vestiging op Centrumeiland gewenst is. Een groot deel van de toekomstige bedrijfsvestigingen zal daarnaast zzp'ers betreffen, die mogelijk voor een deel in de plint een kantoorruimte zullen betrekken onder de noemer beroep aan huis. De meters die hiermee gemoeid zijn staan los van de geraamde behoefte aan werkruimtes. De beoogde ontwikkeling binnen dit bestemmingsplan past binnen de behoefte en afspraken. Het betreft met name een lokaal verzorgende behoefte. Flexibiliteit en betaalbaarheid zijn belangrijke randvoorwaarden. Voor blok 3 en 16 wordt 750 m² aan niet-woonfuncties mogelijk gemaakt. Binnen het onderzoek is sprake van een resterende behoefte aan 350 m² voor bedrijven. Het voorliggende bestemmingsplan maakt daarom maximaal 350 m² voor bedrijven mogelijk. Horeca Het horecaprogramma van maximaal 1.000 m² bvo op Centrumeiland voldoet aan de eerste trede van de Ladder. Er is een (actuele regionale) behoefte in kwantitatieve en kwalitatieve zin: In kwalitatieve zin is het gewenst en haalbaar enige complementaire horeca te realiseren op Centrumeiland aanvullend op programma aan detailhandel, sport en maatschappelijke functies.

Ook wordt de lokale aanbodstructuur van horeca op IJburg door aanvullend aanbod op Centrumeiland versterkt en het geeft een impuls aan recreatie en toerisme. In kwantitatieve zin is een aanbod van circa 5 tot 10 restauratieve horecazaken (horecacategorieen 1 t/m 4: fastfood, cafe / bar, restaurant / lunchroom, etc.) met een totaaloppervlak van circa 1.000 m2 bvo op Centrumeiland haalbaar en wenselijk. Dit komt overeen met het programma in de uitwerkingsplannen. Naast de traditionele horeca zal er ook sprake zijn van ondergeschikte horeca (eventueel wel openbaar toegankelijk) bij sport-, ontmoetings- en cultuurruimten of e concepten waar horeca, retail en ambacht elkaar ontmoeten. Voorbeelden zijn een kapper of fietsenmaker, met ondersteunende horeca. Een hotel (categorie 5) behoort door de aanscherping van het Amsterdamse hotelbeleid en de programmatische begrenzing niet tot de reele mogelijkheden op Centrumeiland. Wel zijn er bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 21

mogelijkheden voor kleinschalige bed & breakfasts vanuit woningen. Gezien de zelfbouwmogelijkheden is het zeer goed denkbaar dat particulieren individueel of in collectieven enkele extra gastenkamers bij hun woningen realiseren, die men commercieel voor overnachtingen aanbiedt. Het bouwprogramma voor Centrumeiland vindt volledig plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Voor het gebied geldt het in mei 2009 vastgestelde globale bestemmingsplan ‘IJburg 2e Fase’, waarin de ontwikkeling van stedelijke functies mogelijk is gemaakt. Centrumeiland heeft daarin een gemengde uit te werken bestemming (‘Gemengd 1 – uit te werken’), waarbinnen het woningbouwprogramma van maximaal 1.500 woningen en een niet-wonen programma van maximaal 150.000 m2 aan kantoren, bedrijven, winkels, horeca en maatschappelijke voorzieningen is opgenomen. Bovendien wordt IJburg ook onder de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) tot het bestaand bebouwd gebied gerekend. Hierbij dient opgemerkt te worden dat in de in mei 2016 vastgestelde ontwerpwijziging van de PRV is opgenomen dat de definitie van ‘bestaand bebouwd gebied’ gewijzigd wordt naar ‘bestaand stedelijk gebied’, waarmee wordt aangesloten bij de definitie in het Bro.

Voor de voorgenomen ontwikkeling kan dan ook gesteld worden dat sprake is van een ontwikkeling binnen bestaand stedelijk gebied, die daarmee in overeenstemming is met de tweede trede van de Ladder. Met de uitwerkingsplannen tranche 1 tot en met 4 in acht nemende resteert een oppervlakte van 150 m² voor horeca. Het voorliggende bestemmingsplan maakt maximaal 150 m² horeca (categorie III en/of IV) mogelijk en past daarmee binnen de maximale marge van het onderzoek. Conclusie Primair van belang is dat het programma binnen bestaand stedelijk gebied wordt gerealiseerd. De laddertoets richt zich zodoende op het aantonen van de behoefte. Voor detailhandel dient te worden aangetoond dat de eventuele (leegstands)effecten aanvaardbaar zijn voor het woon-, leef- en ondernemersklimaat. Uit het onderzoek en de actualisatie van BRO blijkt dat de ladder succesvol wordt doorlopen voor het aangepaste programma zoals hiervoor in deze paragraaf is verwoord. Er is voor alle programmaonderdelen behoefte aangetoond. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt invulling gegeven aan de maximale marge/behoefte aan niet-woonfuncties. Alles overziend is de conclusie dat het nu voorgestane programma van dit bestemmingsplan past binnen de aangegeven kaders van het ladderonderzoek.

Gemeente Amsterdam

blz. 22

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 23

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld; deze is op 15 september 2020 bekend gemaakt. In de NOVI zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) wordt door deze nieuwe omgevingsvisie vervangen. De NOVI is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Het is de eerste integrale nationale beleidsvisie conform de Omgevingswet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de NOVI vastgesteld onder de Wet ruimtelijke ordening als structuurvisie. De inrichting van de NOVI sluit aan op de voorwaarden die op basis van de Omgevingswet aan de visie worden gesteld. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de Omgevingswet bedoeld. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De Visie De NOVI bevat de langetermijnvisie van het Rijk op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Nederland staat voor een groot aantal opgaven, op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw.

De NOVI biedt daarbij een perspectief om deze grote opgaven aan te pakken. Omgevingskwaliteit is daarbij het kernbegrip. De NOVI staat voor een nieuwe aanpak waarbij overheden en maatschappelijke organisaties met regie vanuit het Rijk integrale afwegingen maken. Beschreven wordt een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Toelichting In de toelichting worden 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving beschreven en de daarbij horende opgaven waarvoor het Rijk zich gesteld ziet. Steeds wordt per belang het huidige beleid gekoppeld en wordt de opgave gesteld die met het belang samenhangt. Uitvoeringsagenda In de uitvoeringsagenda staat aangegeven hoe het Rijk invulling geeft aan zijn rol bij de uitvoering van de NOVI. In de Uitvoeringsagenda is onder andere een overzicht van instrumenten en (gebiedsgerichte) programma's op de verschillende beleidsterreinen opgenomen. De Uitvoeringsagenda zal, indien nodig, jaarlijks worden geactualiseerd. In de uitvoeringsagenda worden de opgaven centraal gesteld aan de hand van vier prioriteiten. De Uitvoeringsagenda beschrijft de volgende vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.

Ruimte voor klimaatadaptie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Het doel van de Omgevingswet is het bereiken van een balans tussen: '(a) het bereiken en in stand

Gemeente Amsterdam

blz. 24

houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften'. Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, beschermen en ontwikkelen gaan niet altijd en overal zonder meer samen en ze zijn soms onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1. Combineren boven enkelvoudig; 2. Kenmerken & identiteit; 3. Afwentelen voorkomen. Relevantie voor het plangebied Het voorliggende bestemmingsplan geeft invulling aan twee van de vier prioriteiten uit de Uitvoeringsagenda, namelijk de 'sterke en gezonde steden en regio's' en ruimte voor klimaatadaptatie. Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met één van de belangen zoals verwoord in de NOVI en draagt bij aan de verwezenlijking van twee van de vier prioriteiten, namelijk Sterke en gezonde steden en regio's en biedt het ruimte voor klimaatadaptatie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro, 2011)

Voor de doorwerking van de rijksbelangen in plannen van lagere overheden, is het Barro opgesteld. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is op 30 december 2011 (grotendeels) in werking getreden en omvat alle ruimtelijke rijksbelangen die juridisch doorwerken op het niveau van bestemmingsplannen. Het gaat om kaders voor onder meer het bundelen van verstedelijking, bufferzones, de ecologische hoofdstructuur, de kust, grote rivieren, militaire terreinen, mainportontwikkeling van Rotterdam en de Waddenzee. Met het Barro maakt het Rijk proactief duidelijk waar provinciale verordeningen en gemeentelijke bestemmingsplannen aan moeten voldoen. Ook de bescherming van erfgoed van uitzonderlijke universele waarden, zoals de Limes, is in het Barro vastgelegd. Dit is inmiddels doorvertaald in de provinciale structuurvisie en verordening. In het Barro is het plangebied deels onderdeel van het IJsselmeergebied. Voor dit gebied is in principe bepaald dat er geen landaanwinning dan wel nieuwe bebouwing mag worden gerealiseerd. Een aantal ontwikkelingen die reeds bekend waren op het moment dat het Barro in werking trad zijn hiervoor uitgezonderd. Dat betekent concreet dat de ontwikkeling van IJburg tweede fase is uitgezonderd van de regels die in het IJsselmeergebied gelden (zie Titel 2.12 van het Barro).

De ontwikkeling van Centrumeiland, blok 3 en 16 is in lijn met het Barro. Primaire waterkeringen Rijkswaterstaat Op het moment van schrijven van deze toelichting is IJburg 2 nog geheel buitendijks gelegen. Er lopen gesprekken met Rijkswaterstaat, de provincie en het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht gaande om van Centrumeiland binnendijksgebied te maken. Vooruitlopend hierop heeft het ministerie van Infrastructuur en milieu Centrumeiland vrijgegeven voor wat betreft de vergunningplicht op grond van de Waterwet (Wtw). Dit houdt in dat voor de ruimtelijke ontwikkelingen op Centrumeiland geen

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 25

watervergunning is vereist. De waterkering rondom Centrumeiland wordt aangelegd conform de actuele eisen die gelden voor een primaire waterkering. 3.1.3

Besluit ruimtelijke ordening (Ladder voor Duurzame Verstedelijking)

In de voormalige Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is de 'ladder voor duurzame verstedelijking' geïntroduceerd. Om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen is per 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking in artikel 3.1.6 Bro opgenomen, de ladder ziet op een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. De ladder is een motiveringsinstrument dat verplicht moet worden toegepast bij elk ruimtelijk besluit dat een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk maakt. Wat er onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt verstaan, is in artikel 1.1.1 Bro bepaald: "De ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen." Uit de jurisprudentie komt naar voren dat het wel een nieuwe stedelijke ontwikkeling van enige omvang moet zijn. Per 1 juli 2017 is een gewijzigde ladder in werking getreden.

Hierin is de tekst van de ladder teruggebracht naar de essentie, namelijk de noodzaak om aan te geven dat de voorgenomen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte plus een motivering indien de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stedelijk gebied kan worden gerealiseerd: "De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien."(artikel 3.1.6, tweede lid, Bro). Relevantie voor het plangebied De gemeente Amsterdam werkt al jaren aan de ontwikkeling van IJburg. Het eerste ontwerp van IJburg, waar blok 3 en 16 onderdeel van uitmaaken, dateert uit 1995. Het officiële startschot voor IJburg werd gegeven toen het Vinex uitvoeringsconvenant in 1995 werd ondertekend. Hiermee verplichtte Amsterdam zich tot stadsuitbreiding in het zuidwestelijk deel van het IJmeer. De planvorming van IJburg 2 startte aan het begin van deze eeuw. In 2009 is het moederplan, het bestemmingsplan voor IJburg 2, vastgesteld. Sindsdien werd verder aan een stedenbouwkundig plan gewerkt. Dit stedenbouwkundig plan werd uiteindelijk in 2016 vastgesteld door de gemeenteraad.

Reeds in 2009 werd geconstateerd dat de woningbehoefte in de regio Amsterdam groot is blijft groeien. Het woningtekort in Amsterdam en de omliggende regio is jaar op jaar nauwelijks gedaald. Om het tij te keren heeft het rijk destijds met elke regio afspraken gemaakt over de woningproductie en vastgelegd in de Nota Ruimte. Na de vaststelling van het bestemmingsplan in 2009 zijn nieuwe beleidskaders op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau vastgesteld. In de daaropvolgende beleidskaders waaronder het RRAAM, het regionaal actieprogramma Wonen 2016-2020, Omgevingsvisie Amsterdam 2050, de Woonagenda 2025 is met de ontwikkeling van IJburg 2e fase rekening gehouden als zijnde een lopende ontwikkeling. Als zodanig is de ontwikkeling van IJburg 2e fase bij de verdere ontwikkeling van omgevingsbeleid (stedelijk, regionaal en provinciaal) als een plangegeven beschouwd. Met het bestemmingsplan voor blok 3 en 16 wordt een beperkt aantal woningen met passend niet-wonprgrogramma mogelijk gemaakt. Blok 3 en 16 maken tezamen als onderdeel van Centrumeiland onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied als behorende bij het bestaand stedenbouwkundig samenstel binnen IJburg. Voor blok 3 en 16 wordt een woningbouwporgramma van 245 woningen, 750 m² niet-woonfuncties en 750 m² ten behoeve van een kinderdagverblijf mogelijk gemaakt. Het aantal

Gemeente Amsterdam

blz. 26

vierkante meters aan niet-woonfuncties komt voort uit het restant dat op Centrumeiland middels de uitwerkingsplannen Centrumeiland tranche 1 tot en met 4 is onderzocht, maar nog niet volledig is gebruikt. 3.1.4

Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro)

De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. In artikel 2.1 en bijlage 8.4 van het Rarro zijn zeven radarposten met de daarbij behorende toetsingsgebieden van het ministerie van Defensie aangewezen. De toetsingsplicht maakt onderscheid in windturbines enerzijds en gebouwen en andere bouwwerken anderzijds. Dit is nodig, omdat windturbines een grotere kans hebben radars te verstoren.

Afbeelding 3.1 Radarzones Rarro Het plangebied ligt binnen de zones met hoogtebeperkingen voor gebouwen en windturbines. Binnen dit

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 27

bestemmingsplan worden echter geen windturbines dan wel gebouwen toegestaan van dergelijke hoogte toegestaan. Van een belemmering voor de ontwikkeling is daarom geen sprake. 3.1.5

Luchthavenindelingsbesluit

Op 1 november 2002 heeft het kabinet zijn definitieve goedkeuring verleend aan nieuwe milieu- en veiligheidsregels voor Schiphol. De regels zijn vastgelegd in twee uitvoeringsbesluiten, behorend bij de in 2001 goedgekeurde Schipholwet: het luchthavenindelingsbesluit en luchthavenverkeersbesluit. Het luchthavenverkeersbesluit is gericht op de beheersing van de milieubelasting door het luchthavenluchtverkeer rondom Schiphol. Het luchthavenindelingsbesluit bevat (ruimtelijke) regels voor de omgeving ten behoeve van het functioneren van Schiphol. Voor ruimtelijke plannen is dus hoofdzakelijk het luchthavenindelingsbesluit van belang. In het Luchthavenindelingsbesluit (LIB) is in november 2002 in werking getreden en is een besluit op basis van de Luchtvaartwet. Het LIB regelt welk gebied bestemd is voor gebruik als luchthaven en voor welk gebied daarom heen beperkingen gelden ten behoeve van de veiligheid en geluidsbelasting. Voor bepaalde gebieden rondom Schiphol is een “beperkingengebied” aangewezen. Binnen dat gebied gelden beperkingen ten aanzien van: maximale bouwhoogten, vogelaantrekkende functies en toegestane functies. Het LIB geeft regels voor gebruik en bestemming van de grond in deze gebieden. Op basis van het LIB kan de rijksoverheid beperkingen opleggen aan bouwinitiatieven in zones rondom de luchthaven Schiphol.

Primaire doelen zijn: voorkomen dat het gebruik van de grond en de bebouwing op en rond Schiphol een gevaar zou kunnen vormen voor de veiligheid van het luchtverkeer; beperken van het aantal nieuwe en bestaande door vliegtuiggeluid gehinderde bewoners en gebruikers. Dit plan is niet in strijd met de regels uit het LIB. De maximum bouwhoogtes voor dit gebied zoals deze in het LIB zijn vastgesteld, worden niet overschreden.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 (2018)

Op 19 november 2018 heeft de Provincie Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' vastgesteld. Zoals de titel al doet vermoeden wil de Provincie met de Omgevingsvisie voor een goede balans tussen economische groei en leefbaarheid zorgen zodat toekomstige generaties het welvaarts-en welzijnsniveau in Noord-Holland op een hoog niveau kunnen houden. De provinciale visiedocumenten op het gebied van water, verkeer en vervoer, wonen, milieu, natuur, landschap en cultuur zijn met vaststelling van de omgevingsvisie vervangen door één provinciale omgevingsvisie. Voor het plangebied geldt geen specifieke wateropgave. Met de waterbelangen wordt bij de planontwikkeling integraal rekening gehouden; zie ook Hoofdstuk Water en bodem. Om een goede kwaliteit van de fysieke leefomgeving te kunnen borgen, hanteert de Provincie twee basisrandvoorwaarden die volgen uit Europese/Nationale regelgeving en gaan over gezondheid, veiligheid en klimaatadaptatie. Daarnaast gelden vier generieke ontwikkelprincipes. De basisvoorwaarden luiden als volgt: 1. Overal wordt voldaan aan de wettelijke basiskwaliteit voor een gezonde en veilige leefomgeving voor

Gemeente Amsterdam

blz. 28

mens, plant en dier; 2. Alle nieuwe ruimtelijke (her)ontwikkelingen doorlopen een klimaatstresstest waarbij de volgende ontwikkelprincipes worden gehanteerd: 1. Ontwikkelingen en beheer zijn passend bij de waarden, de karakteristiek en het draagvermogen van het landschap; 2. Nieuwe ontwikkelingen zijn zo veel mogelijk natuurinclusief; 3. Nieuwe ruimtelijk-economische ontwikkelingen worden zo veel mogelijk ruimtelijk geclusterd op locaties nabij OV-, weg-, energie en data-knooppunten; 4. Bij nieuwe ontwikkelingen worden de effecten op de ondergrond meegewogen. De Omgevingsvisie NH2050 kent ambities en doelstellingen op verschillende thema's: Leefomgeving a. Klimaatverandering: ontwikkelen en inrichten van een klimaatbestendig en waterrobuuste stad, land en infrastructuur; b. Gezondheid en veiligheid: het behouden en waar mogelijk verbeteren van de kwaliteit van bodem-, water- en lucht, externe veiligheid, geluidbelasting en (ontwikkelingen in) de ondergrond; c. Biodiversiteit en natuur: ambitie is om de biodiversiteit in Noord-Holland te vergroten. Gebruik van de leefomgeving a. Economische transitie: ambitie is een duurzame economie, met innovatie als belangrijke motor. We bieden daarom ruimte aan de ontwikkeling van circulaire economie, duurzame landbouw, energietransitie en experimenten. b.

Wonen en Werken: ambitie is dat vraag en aanbod van woon- en werklocaties (kwantitatief en kwalitatief) beter met elkaar in overeenstemming zijn. De woningbouwbehoefte wordt vooral in en aansluitend op de bestaande verstedelijkte gebieden gepland, in overeenstemming met de kwalitatieve behoeftes en trends. Duurzaamheid van de totale voorraad is uitgangspunt. c. Mobiliteit: ambitie is dat de inwoners en bedrijven van Noord-Holland zichzelf of producten effectief, veilig en efficiënt kunnen verplaatsen, waarbij de negatieve gevolgen van de mobiliteit op klimaat, gezondheid, natuur en landschap steeds nadrukkelijk meegewogen worden. d. Landschap: ambitie is het benoemen, behouden en versterken van de unieke kwaliteiten van de diverse landschappen en de cultuurhistorie. Energietransitie De provincie heeft ten slotte de ambitie dat Noord-Holland als samenleving in 2050 volledig klimaatneutraal en is gebaseerd op (een maximale inzet op opwekking van) hernieuwbare energie. Daarvoor biedt de provincie ruimte aan de noodzakelijke energietransitie en daarvoor benodigde infrastructuur. Rekening houdend met de ambities voor verstedelijking en landschap. De provincie monitoort de ontwikkeling van de energievraag, het aandeel duurzame energie en de hoogte van de CO2-uitstoot.

Dynamisch schiereiland Om meer ontwikkelingen in en gebruik van alle kustgebieden, zoals het IJsselmeergebied, te kunnen opvangen, moet het systeem volgens de provincie ecologisch robuuster worden. Het is wenselijk om hierbij verder te kijken dan de grenzen van natuurregimes die nu gelden. Ook de (natte) kustlandschappen aan de randen, in het IJsselmeergebied en de binnenduinrand, kunnen bijdragen aan het realiseren van deze opgave. Ecologische verbindingen in de kustgebieden van de grote wateren (land- en waterzijde) worden behouden en aangevuld. Naast deze verbindingen tussen de wateren en het land werkt de provincie aan de verbetering van de ecologische kwaliteit van de verbindingen tussen de grote wateren, zoals Markermeer, IJsselmeer en Waddenzee. bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 29

Randvoorwaarden voor deze ambities zijn de Kaderrichtlijn Water (KRW) en het IJsselmeergebied als strategische zoetwatervoorraad voor drinkwater, landbouw en andere functies. Kritische succesfactoren hiervoor zijn de extra inzet op KRW, de waterkwaliteit in relatie tot voedingsstoffen (beschikbaarheid van waterplanten) en temperatuurstijging van het water, handhaving van de milieunormen, ook in de randgebieden en een slimme combinatie van functies, zoals natuurontwikkeling, waterveiligheid, waterberging, recreatie en landbouw. Metropool in ontwikkeling Wereldwijd vindt verstedelijking plaats. In een aantal gevallen leidt dit tot de ontwikkeling van metropolen. In Noord-Holland ontwikkelt zich een metropool rond Amsterdam. Het gaat hier om een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met Amsterdam als hoogstedelijke kernstad, een landschap met hoge gebruiks- en belevingswaarde, (stads)landbouw, een multimodale bereikbaarheid, een havengebied met energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol als internationale hub. De ontwikkeling komt tot uiting door een snel groeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers, leidend tot een tendens van clustering van economische functies. In het Noordzeekanaalgebied is er een concentratie van werkgelegenheid van direct en indirect aan de haven gerelateerde activiteiten.

Daarnaast concentreren zich grote aantallen arbeidsplaatsen op een aantal locaties in een zone van de Amsterdamse binnenstad tot net ten zuiden van Schiphol. Daarbij is het wenselijk om, vanuit het beperken van woon-werkafstanden en daarbij horende mobiliteitsinvesteringen, nieuwe woningen zo dicht mogelijk bij de grote werkconcentraties te realiseren, waar mogelijk in gemengde woon-werkmilieus. De metropolitane ontwikkeling is goed voor de economie, welvaart en internationale concurrentiepositie van Nederland. De metropool in ontwikkeling kenmerkt zich door een grote verscheidenheid aan steden, dorpen en deelregio’s, met specifieke identiteiten en kwaliteiten. Al deze kernen liggen in een grote diversiteit aan landschappen. Deze landschappen in en om de metropool zijn van groot belang als groene longen en vestigingsfactor. De kracht van de metropool zit hem in het feit dat kernen, regio’s en gebieden een sterke eigen identiteit behouden, terwijl het geheel in steeds sterkere mate als één dailyurban system functioneert. Binnen de metropool fnctioneert sinds 2007 het samenwerkingsverband Metropoolregio Amsterdam (MRA). De metropolitane ontwikkeling brengt grote opgaven met zich mee. Er ligt een zware druk op tal van kwaliteiten, zowel binnen de kernen als in de omringende landschappen. Het is zaak de basiskwaliteit voor gezondheid en veiligheid te behouden.

En dat vergt inspanningen, in de wetenschap dat een metropool zonder hinder niet bestaat. Een zorgvuldig gebruik en verdeling van de schaarse ruimte is van belang. De provincie kiest voor het behouden van het metropolitane landschap, maar met toevoeging of verandering van functies. De provincie probeert daar milieuruimte voor bedrijvigheid te waarborgen, maar wel met duidelijke grenzen. In de drukker wordende metropool zijn het landschap en zijn gebruiksmogelijkheden van toenemend belang. Voor de leefbaarheid, maar ook om aantrekkelijk te blijven als vestigingsplaats. Om het landschap te sparen, kiest de provincie daarom primair voor verdichting van de bestaande kernen. Samen met enkele uitleglocaties, die al langere tijd op ons netvlies staan. Centrumeiland is als onderdeel van IJburg fase 2 één van deze aangewezen uitleglocaties. De provincie stuurt daarbij niet alleen op kwantiteit, maar ook op kwaliteit (diversiteit qua woonmilieu, woningtype, -grootte en prijs) om de metropool in sociaal opzicht inclusief te houden. De Metropool moet ook in de toekomst een Metropool voor iedereen zijn. We verdichten op goed bereikbare plekken, zoals nabij knooppunten van openbaar vervoer.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Met de ontwikkeling van de metropool wordt het versterken van het metropolitane landschap steeds belangrijker. Dit landschap kent gebieden als Laag Holland, Markermeer en IJmeer (het ‘waterpark’ van de metropool, in relatie tot ontwikkelingen als Markerwadden en Nationaal Park Nieuwland), Gooi en Vechtstreek, Amstelscheg en natuurlijk de kust. Recreatie, natuur en voedselproductie hebben hier een plek, waarbij het landschap soms in verschijningsvorm zal veranderen. Het tegengaan van de bodemdaling in veenweidegebieden vormt eveneens een belangrijke reden voor verandering van het gebruik van het landschap. De samenhang tussen verstedelijkings-, mobiliteits-, (lucht)haven- en landschappelijke ontwikkelingen leidt tot een versterking van de agglomeratiekracht, die cruciaal is om de metropool in ontwikkeling ook naar de toekomst toe succesvol te laten zijn. Conclusie De ontwikkeling van blok 3 en 16 leidt als onderdeel van het grotere geheel, Centrumeiland, tot een versterking van de agglomeratiekracht, waarbij naar samenhang en balans tussen verstedelijking, het mobiliteitssysteem en landschappelijke ontwikkeling is gezocht. Verder wil de Gemeente Amsterdam koploper zijn op het gebied van duurzaamheid. Het Amsterdamse duurzaamheidsbeleid voor gebiedsontwikkeling bestaat uit de volgende pijlers: duurzame energie, klimaatbestendige stad, circulaire economie en schone lucht.

Deze pijlers zijn meegenomen in de ontwikkeling van een duurzaam Centrumeiland. Al met al kan worden geconcludeerd dat aan de provinciale ambities en doelstellingen die uit de Omgevingsvisie voortvloeien, volop invulling wordt gegeven. In de navolgende paragrafen en hoofdstukken wordt nader ingegaan op verschillende milieu- en omgevingsaspecten en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. 3.2.2

Omgevingsverordening NH2020

Bovengenoemde omgevingsvisie uitsluitend bindend voor de provincie zelf en niet voor gemeenten en burgers. Om de provinciale belangen, die in de omgevingsvisie zijn gedefinieerd, door te laten werken, heeft de provincie op 17 november 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. Deze vervangt de Provinciale Ruimtelijke Verordening. In de Provinciale Ruimtelijke Verordening (PRV) stonden alle regels waaraan ruimtelijke plannen in Noord-Holland moesten voldoen. Naast de PRV bestonden nog andere verordeningen, waaronder de Provinciale Milieuverordening, Wegenverordening en Waterverordening. Vanaf 17 november 2020 zijn de 21 verordeningen die zijn samengevoegd in de omgevingsverordening ingetrokken en opgegaan in de Omgevingsverordening NH2020. Relevant zijn de instructieregels. Op grond van artikel 6.62 van de Omgevingsverordening Noord-Holland 2020 bevat de toelichting van een ruimtelijk plan een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. In de hierna volgende paragrafen wordt beschreven op welke manier rekening is gehouden met de risico's van klimaatverandering. In deze paragrafen zijn de risico's op wateroverlast, overstroming, hitte en droogte beschreven. Tevens zijn de maatregelen en voorzieningen die met dit plan worden getroffen beschreven.

Conclusie Het voorliggende bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening.

bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)

blz. 31

3.2.3

Woonagenda 2020-2025

De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland voor de komende vijf jaar. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Vanuit het provinciaal én regionaal belang dat de woningmarkt goed functioneert en het wonen optimaal bijdraagt aan het versterken van de kwaliteiten van Noord-Holland, maakt deze agenda de inzet en bijdrage van de provincie daaraan concreet. De provincie Noord-Holland wil dat er de komende jaren veel betaalbare en duurzame woningen beschikbaar komen. Zij gaat gemeenten met raad en daad helpen om de flinke ambitie op het gebied van wonen waar te maken. Dat staat in de definitieve Woonagenda die is vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten. Versnellen woningbouw Er bestaat momenteel een grote vraag naar woningen, en er zijn gelukkig ook veel plannen. Bij sommige woningen zijn alle planologische producties doorlopen en deze kunnen meteen gebouwd worden. In de praktijk moeten nog wel een of meer complicaties worden opgelost voordat er gebouwd kan worden. De provincie richt zich daarbij in eerste instantie op de plannen die zijn vastgelegd in een bestemmingsplan met een relatief grote bouwopgave.

In tweede instantie kijkt de provincie naar plannen die nog moeten worden vastgelegd in een bestemmingsplan en, wat betreft productie. ook van betekenis zijn en die passen binnen landelijke en provinciale wet – en regelgeving. Samen met afzonderlijke gemeenten, Metropoolregio Amsterdam en Bouwend Nederland zet de provincie zich in om knelpunten weg te nemen en tot productie te komen via het uitvoeringsprogramma binnenstedelijk bouwen en versnellen woningbouw. Regionale afspraken wonen De provincie richt zich op bouwprojecten waar behoefte aan is. Vooral op de steden omdat daar de meeste mensen nu eenmaal graag wonen. Echter, de stad moet wel leefbaar en aantrekkelijk blijven, zodanig dat de ‘lucht niet uit de stad gehaald wordt’. Gemeenten maken regionale afspraken over woningbouw, die passen binnen de woningbehoefte en mogelijkheden. Er moet een zorgvuldige afweging worden gemaakt wat de beste plek is om te gaan bouwen. Hierbij wordt onder andere ook rekening houden met bereikbaarheid, werkgelegenheid, gezondheid, waterberging, natuur, ruimte. Duurzaamheid De provincie wil dat woningen in 2050 energieneutraal zijn. Om dat te bereiken stimuleert de provincie gemeenten om bij nieuwbouwwoningen af te stappen van aardgasverwarming en over te stappen op duurzame alternatieven. Noord-Hollandse gemeenten hebben hiervoor een intentieverklaring ondertekend.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12289866/1