3a. Centrumeiland Blok 3 en 16_bijlagen bij regels.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 17
Artikel 6 6.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen al dan niet in combinatie met praktijkruimte of vrije beroepsuitoefening aan huis; b. ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' tevens voor horeca, detailhandel, kleinschalige bedrijven en maatschappelijke voorzieningen; c. in aanvulling op het bepaalde onder b geldt dat maatschappelijke voorzieningen enkel op de begane grond en eerste verdieping gerealiseerd mogen worden; d. in aanvulling op het bepaalde onder b geldt dat horeca, detailhandel en kleinschalige bedrijven, enkel op de begane grond gerealiseerd mogen worden. e. ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk' tevens voor een kinderdagverblijf. met de daarbij behorende f. g. h. i. j.
waterlopen; waterberging; waterstaatsdoeleinden; parkeervoorzieningen; nutsvoorzieningen.
6.2
Bouwregels
Op en onder de in de in lid 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende regels: 6.2.1
Gebouwen
a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak te worden gebouwd; b. maximale bouwhoogte: zoals op de verbeelding is aangegeven; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' gelden de volgende regels: 1. een gebouw moet minimaal 2,8 meter achter de grens van het bouwvlak te worden gebouwd; 2. de onder 1 genoemde terugspringende rooilijn wordt gerealiseerd tot een bouwhoogte van 7 meter; 3. tussen een bouwhoogte van 7 meter tot 15 meter wordt op de grens van het bouwvlak gebouwd. d. het oprichten van geluidsgevoelige objecten in de eerste lijn langs de Pampuslaan is slechts toegestaan indien de geluidsgevoelige objecten voorzien zijn van een dove gevel; e. woningen die moeten worden voorzien van een dove gevel dan wel of waarvoor een hogere grenswaarde voor geluid is vastgesteld, dienen te worden voorzien van minimaal één geluidsluwe gevel; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 1' geldt dat de gevel over de gehele hoogte van het gebouw uitgevoerd moet worden met een dove gevel'. 6.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. de maximale bouwhoogte mag niet meer bedragen dan: 1. 2 meter voor erf- en terreinafscheidingen; 2. 3 meter voor overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
6.3
Specifieke gebruiksregels
6.3.1
Maximaal aantal woningen
a. Het totaal aantal woningen dat binnen de grenzen van dit bestemmingsplan gerealiseerd mag worden bedraagt 245; b. In aanvulling op het bepaalde onder a mogen maximaal 80 onzelfstandige woningen worden gerealiseerd, waarbij de volgende regels gelden: 1. één onzelfstandige woning telt als 0,5 woning; 2. de brutovloeroppervlakte van een onzelfstandige woning bedraagt maximaal 40 m2. 6.3.2
Wonen
a. het gebruik van een woonruimte ten behoeve an bed & breakfast is niet toegestaan. 6.3.3
Afwijken wonen
a. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.3.2, onder a. De omgevingsvergunning wordt slechts verleend indien de daarvoor benodigde vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening is verleend. De geldigheidsduur wordt gelijkgesteld aan die van de vergunning op grond van de Huisvestingswet en/of -verordening. 6.3.4
Voorzieningen
a. Ter plaatse van de aanduiding 'gemengd' mogen maximaal 750 m² voorzieningen gerealiseerd worden, waarvan per functie maximaal de volgende m² zijn toegestaan: 1. detailhandel: 500 m², met een maximum van 250 m² per vestiging; 2. maatschappelijke voorzieningen: 500 m²; 3. bedrijven: 350 m², met een maximum van 150 m² per vestiging; 4. horeca I, III en IV: 150 m²; 6.3.5
Waterberging
Het gebruik als bedoeld in artikel 6.1 is slechts toegestaan voorzover op het erf wordt voorzien in een minimale waterverwerkingscapaciteit van hemelwater van 60 liter per m2 erfoppervlak in één uur door middel van waterberging, hergebruik en/of infiltratie; hieronder wordt mede verstaan het verwerken van hemelwater dat valt op het dak van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken van het betreffende erf, waarbij: 1. mag worden voorzien in het afvoeren van het meerdere naar openbaar gebied, en;. 2. hemelwater dat valt op het dak van het hoofdgebouw mag worden afgevoerd naar openbaar gebied tot een maximaal debiet van 1 liter/m2/uur. 6.3.6
Praktijkruimte en vrije beroepsuitoefening
Ten aanzien van praktijkruimte of vrije beroepsuitoefening aan huis geldt dat maximaal 50 % van het bruto vloeroppervlak van de woning gebruikt mag worden voor praktijkruimte of vrije beroepsuitoefening. 6.4
Afwijken van de bouwregels
Met een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.2.1 onder d t/m f ten behoeve van het bouwen van : a. geluidsgevoelige objecten zonder dove gevel indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat: 1. de gevelbelasting van de geluidsgevoelige objecten voldoen aan de door het bevoegd gezag voor dit bestemmingsplan vastgestelde hogere grenswaarden zoals vastgesteld bij besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam op DATUM met
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 19
kenmerk XXX, of; 2. de gevelbelasgin van de geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijke voorgeschreven voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai. b. geluidgevoelige objecten zonder geluidluwe gevel indien uit akoestisch onderzoek blijkt dat de gevelbelasting van de geluidsgevoelige objecten voldoen aan de wettelijk voorgeschreven voorkeursgrenswaarden voor wegverkeerslawaai.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
Hoofdstuk 3 Artikel 7
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 21
Artikel 8 8.1
Algemene bouwregels
Toegestane overschrijdingen
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bebouwings- en bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van: a. stoepen, stoeptreden, funderingen, plinten, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen, wanden van ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,2 meter; b. gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1/10 van de breedte van de aangrenzende straat met een maximum van 1 meter en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg dan wel 2,4 meter boven een rijwielpad of voetpad, dat geen deel uitmaakt van de bedoelde strook van 1,5 meter; c. hijsinrichtingen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 1 meter en deze werken niet lager gelegen zijn dan 4,2 meter boven het aangrenzende straatpeil; d. trappenhuizen, dakterrassen, hekwerken en dergelijke mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 2 meter, waarbij geldt dat de afstand tussen de overschrijding en de dakrand minimaal 2 meter bedraagt. e. de hoogte voor het bouwen van een constructie voor het overbruggen van een terreinhoogteverschil bedraagt maximaal 2 meter. 8.2
Overige algemene bouwregels
De in dit plan begrepen gronden mogen uitsluitend worden bebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen: a. er mag alleen gebruik gemaakt worden van niet-uitloogbare materialen in de buitenzijde van bouwwerken; b. kelderconstructies binnen het plangebied worden niet dieper gebouwd dan 1 meter onder N.A.P.; c. bij kruipruimteloos bouwen wordt een minimale ontwateringsdiepte aangehouden van 0,5 meter. d. De maximale hoogte van een kruipruimte is 1 meter; e. het gestelde onder sub d geldt niet indien een infiltratievoorziening is gerealiseerd binnen 1 meter van de gevel van het bouwwerk. f. In het plangebied worden kadeconstructies waterdoorlatend uitgevoerd. 8.3
Parkeren
a. Ten aanzien van parkeren gelden de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in vastgestelde beleidsregel Nota parkeernormen Auto d.d 17 juni 2018 met betrekking tot het parkeren, zoals die gelden op het tijdstip van indiening van de aanvraag om een omgevingsvergunning. b. in aanvulling op het bepaalde onder a geldt dat indien gedurende de planperiode de beleidsregel wordt gewijzigd, ook rekening gehouden dient te worden met deze wijziging.
Gemeente Amsterdam
blz. 22
Artikel 9 9.1
Algemene gebruiksregels
Verboden gebruik
Onder het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan (als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht), wordt in ieder geval begrepen het gebruiken, of laten gebruiken, van gronden of bouwwerken ten dienste van: a. bedrijven die worden begrepen onder bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht; b. automatenhallen, seksinrichtingen, belwinkels, smartshops, coffeeshops, internetcafés en geldwisselkantoren, één en ander behoudens de op grond van hoofdstuk 2 toegestane locaties; c. opslagplaats voor onklare voer-, vlieg- en vaartuigen; d. het opslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen en materialen en van emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; e. het opslaan, opgeslagen houden, storten of lozen van vaste of vloeibare afvalstoffen behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond; f. opslagplaats van bagger en grondspecie, tenzij zulks plaatsvindt langs een waterloop en in verband met het onderhoud van de waterloop. 9.2
Overige gebruiksregels
De in dit plan begrepen gronden en bebouwing mogen uitsluitend worden gebruikt met inachtneming van de volgende bepalingen: a. 93% van de neerslag op het Strandeiland, Buiteneiland en Centrumeiland dient op deze eilanden geborgen of geïnfiltreerd te worden; b. functies uit milieuhindercategorie 3.1 zijn uitsluitend toegestaan voor zover: 1. de betreffende functie op grond van milieuhinderaspecten gevaar, geur en stof niet hoger scoort dan milieuhindercategorie 2; 2. de activiteiten niet tijdens de nachtperiode plaatsvinden; 3. de activiteiten hoofdzakelijk inpandig plaatsvinden; 4. de betreffende functie geen gemeenschappelijke muur of vloer/plafond heeft met een geluidgevoelige functie. 9.3
Afwijking van de gebruiksregels
Met een omgevingsvergunning mag worden afgeweken van het bepaalde onder 9.2 onder c ten behoeve van het toestaan van een functie die: a. niet in de 'Staat van Inrichtingen' voorkomt, mits deze niet meer milieuhinder veroorzaakt dan de functies die vallen onder de toegestane categorieën; b. al dan niet na uitbreiding of wijziging valt onder één of meer categorieën hoger in de 'Staat van Inrichtingen' dan toegestaan, mits de desbetreffende functie niet meer milieuhinder veroorzaakt dan functies die vallen onder de toegestane categorieën.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 23
Artikel 10
Algemene afwijkingsregels
Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels kan worden afgeweken, mag met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in dit bestemmingsplan ten behoeve van: a. gebouwen ten behoeve van openbaar nut en elektriciteitsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 6 meter, en een maximum vloeroppervlak van 15 m²; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, speelvoorzieningen, vrijstaande muren, keermuren, trapconstructies, geluidwerende voorzieningen, steigers, duikers en andere waterstaatkundige werken; c. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijke of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer bedraagt dan 2 meter; d. overschrijding van de maximale bouwhoogten met ten hoogste 1 meter; e. overschrijding van de in de regels toegestane maximum bouwhoogte: 1. met ten hoogste 5 meter ten behoeve van liften trappenhuizen, centrale verwarmingsinstallaties, en; 2. met ten hoogste acht meter ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, antennes, en zendmasten ten behoeve van mobiele telefonie; f.
overschrijding van de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen met ten hoogste 2 meter ten behoeve van uitkragingen, bordessen, buitentrappen, galerijen, luifels, erkers, balkons, lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
Hoofdstuk 4 Artikel 11 11.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 11.2
Afwijking
Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van 11.1 een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in 11.1 met maximaal 10% 11.3
Uitzondering op het overgangsrecht bouwwerken
Bepaling 11.1 is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.4
Overgangsrecht gebruik
Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 11.5
Strijdig gebruik
Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, zoals bedoeld in 11.4, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 11.6
Verboden gebruik
Indien het gebruik, bedoeld in 11.4 , na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 11.7
Uitzondering op het overgangsrecht gebruik
Bepaling 11.4 is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 25
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Centrumeiland Blok 3 en 16'.
Gemeente Amsterdam
blz. 55
Bijlage 3
Verbeelding in PDF
Gemeente Amsterdam
Eiland Zeeburg
1 50
Gemeente Amsterdam
499
7 49
Plangebied
Plangebiedgrens [sba-1]
25
7
Bestemmingen
W (gd)
Groen - 1
G-1
Tuin
T
(p)
17 M
n aa l s pu m Pa
ht ac gr ka de er
T
V
4
t aa r t as ur m i t t Pa
Verkeer
V
Wonen
W
(m)
Functieaanduidingen am t es Ro
4 9 5
t aa r t os r go e n po Di
at ra st di en f Ef
at ra st ah f l
at ra st l de oe
aU ri Ma
sD ui Lo
t aa r t hs si ae k e So
(gd)
gemengd
(m)
maatschappelijk
(p)
parkeerterrein
Centrumeiland
of oh r go ne po i D
t aa r t s y ar et T ey an J
t aa r t as ak al M n Ta
Bouwvlak
bouwvlak
1
t aa r t us Fl an a i st i r Ch ul Pa
M
at ra st i rt mu i Tr
ht ac gr ka de er
n ei pl i ns de i ef Sr
t aa r t ss er nd e Ko pa Pa
Bouwaanduidingen
of uh l nF aa i st ri Ch ul Pa
[sba-1]
specifieke bouwaanduiding - 1
Maatvoeringaanduidingen t aa r st ar l Pa
maatvoeringsvlak
maximum bouwhoogte (m)
B M
t aa r st di r wa e So
n aa rl de ui
kM an Fr s nu i t ar
t aa r t ds ou w s i Hu
at ra st on i Ar
82 at ra st i sk oi 86 W 84
t aa r st ot br e D a l Co M ht ac gr ka de er
of dh ou sw i Hu
t aa r st er f uf a L e r er Pi t aa r st er f uf a L e r er Pi
8 2-
V
38 2-
nG Va
10 16
at ra st ba hi as Qu
at ra st en er am
14
5 1-
A
t aa r t as ni gi r i V
A
t aa r t ns we eu e L an iv el Bo
2; ;A
Ondergrond ontleend aan GBKA 2021
20
4
n aa rl de ui
m i N
at ra t ys al eB l l mi Ca
M
W
3 50 81 90 44
18
-E 7A
t aa r t gs ug ar M p Ti
Verklaringen
G-1
25
of ah ni gi r Vi
0 46
G-1
77
8
48
de ka ek ho rd oo
25
75m
W
10
79
t aa r t ys ur Ec a di Ny
-E 1A 40
Planinformatie 83
Datum
Planstatus
Informatie bij
Stadsdeel of RVE
..-..-2021
Voorontwerp
Gemaakt door
R en D
Ontwerp
Locatie
Stadsdeel Oost
Vastgesteld
Formaat
A2
Plan id
NL.IMRO.0363.M2104BPGST-OW01
Plotdatum
24-1-2022
A A A
3 16
n aa dl an l ei nd a r St
1:1
10
8 11 610
F ri tz
D
1 1 4 -2 6 4
i e tr i ch
K a h l e n b e rg st ra a t
87
18
Schaal
Bestemmingsplan Centrumeiland Blok 3 en 16 2 1 5
0 12 2 12
2 1 7 -2 2 7
4 12
1 3 0
of yh ur Ec a i d Ny
1 3 2
6 12
1 3 4
Verbeelding