3a. Bijlagen bij toelichting_strandeiland_klein.pdf
Tekst van het document
Voorwaarde kan zijn dat hier een inpandige oplossing voor moet worden gevonden. Ligplaatsen boten en haven Op de Makerskade komt een boothelling, zodat boten vanaf de kant gemakkelijk het water in kunnen. Het zuidelijk brugpaviljoen dat grenst aan brug 2080 naast de Makerskade, zou bijvoorbeeld geschikt kunnen zijn voor kleinschalige waterrecreatie (inclusief opslag) en horeca. De definitieve invulling zal later worden bepaald. Het Oog is geschikt voor recreatie zoals roeien, spelen of vissen. Hier zijn alleen emissieprijs boten toegestaan. Voor boten is het Oog onderverdeeld in drie wateren. De Havenkom is vanaf de IJburgbaai toegankelijk via de sluis. Deze haven is geschikt voor grotere zeilboten, sloepen en eventueel een commerciële, recreatieve pont. Bij de haven zullen 150 tot 200 ligplaatsen worden gerealiseerd. Het tweede water in het Oog is toegankelijk via een beweegbare brug en geschikt voor middelgrote zeilboten en sloepen. Het derde water in het Oog is alleen toegankelijk voor kleinere sloepen en boten die onder de niet-beweegbare brug door kunnen varen. In het totale binnenwater is plek voor 500 tot 800 ligplaatsen. De zuidzijde van het Oog krijgt een natuurlijke inrichting en is toegankelijk voor zwemmers als de kwaliteit van het water dit toelaat. Hier wisselen ondieptes, zachte oevers en rieteilandjes elkaar af.
Behoefte pleziervaart IJburg Bij de ontwikkeling van IJburg 1e fase bleek dat de nieuwe bewoners graag willen beschikken over een pleziervaartuig. Met als gevolg dat de verenigingshaven op het Haveneiland direct een lange wachtlijst had van gegadigden voor een ligplaats. Ook bij de aanleg van aanlegsteigers bij woningen bleek de vraag naar ligplaatsen vele malen groter dan aanvankelijk was voorzien. Ter illustratie wordt opgemerkt dat er bij de haven op IJburg 1 thans een wachtlijst is van 100 ligplaatsen, met een beschikbaarheid van 120 ligplaatsen. Bij de planvorming voor Strandeiland is rekening gehouden met circa 500 - 800 ligplaatsen. De verwachting is dat het feitelijke aantal ligplaatsen wordt bepaald door de beschikbaarheid van fysieke ruimte voor ligplaatsen en niet door het aantal gegadigden. Gezien de ervaring met IJburg 1ste fase wordt verwacht dat de vraag het aantal beschikbare ligplaatsen ver zal overstijgen. In tegenstelling tot de eilanden van de 1e fase biedt het Strandeiland niet of nauwelijks gelegenheid voor het aanleg van steigers of het afmeren van vaartuigen in buitendijks water. De vraag naar ligplaatsen wordt mede bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 35
onderbouwd doordat de projectteams Centrumeiland en Strandeiland momenteel al meerdere malen per maand de vraag krijgen van huidige en/of toekomstige bewoners wanneer en waar er ligplaatsen beschikbaar kom en of ze alvast op een wachtlijst kunnen. Beleidsmatig is al langer rekening gehouden met de ontwikkeling van een jachthaven op Strandeiland. In de Structuurvisie Amsterdam 2040 is in beleidsmatige zin de ambitie uitgesproken dat de waterrecreatie wordt versterkt: "Het groen en water in en rondom de stad wordt aantrekkelijker gemaakt door het investeren in de beleving en gebruiksmogelijkheden van het groen en van het water in en om de stad. Dit betek ent onder andere het herinrichten van de koppen van de scheggen, het aanleggen van jachthavens en zwemplekken en het investeren in bestaande parken in de stad en het verbeteren van recreatieve routes tussen groengebieden en blauwe gebieden." In de Watervisie Amsterdam 2020, vastgesteld in 2016 wordt deze opgave verder uitgewerkt vanuit de gedachte dat Amsterdam een kruispunt is in het netwerk van waterrecreatie: "Het is dus geen wonder dat Amsterdam tientallen goed bezette jachthavens heeft. Er zijn wachtlijsten voor vaste plekken en het aantal passantenplekken is onvoldoende.
De afgelopen jaren zijn er diverse nieuwe jachthavens in de stad bijgekomen en bij een groeiend aantal inwoners is de verwachting dat er ook de komende decennia vraag is naar nieuwe jachthavens in de stad en regio. We willen de recreatievaart meer ruimte geven door de ontwikkeling van nieuwe jachthavens met een goede verbinding per openbaar vervoer met het centrum. Bijvoorbeeld bij het Zeeburgereiland en IJburg 2. "
Uitsnede kaart Watervisie Amsterdam IJmeer, IJburg en Zeeburgereiland: doorontwikkeling stedelijk watersport en -recreatiecluster In het programma Waterrecreatie en ecologie wordt opgemerkt dat de ambitie om op Zeeburgereiland te voorzien in een nieuw waterrecreatieprogramma niet mogelijk bleek. Daarmee staat ten behoeve van de realisatie van de eerder genoemde ambities alleen nog de ontwikkeling van een nieuwe haven op IJburg 2 overeind. Typering pleziervaart IJburg In vergelijking met de klassieke jachthavens rond het IJmeer/Markermeer kent IJburg een ander segment pleziervaart en ander vaargedrag. Kenmerkend voor IJburg vormt het gebruik van kleine open sloepen. Motorkajuit- of zeilkajuitboten zijn op IJburg sterk ondervertegenwoordigd. Daarbij is ook het aantal zeilboten met een staande mast, door de aanwezigheid van de vele vaste bruggen, beperkt tot
Gemeente Amsterdam
blz. 36
verenigingshaven achter de schutsluis op het Haveneiland. Ook bij de ontwikkeling van het Strandeiland blijven ligplaatsen voor zeilboten met een staande mast beperkt tot het water direct achter de schutsluis. In tegenstelling tot andere havens in het Marker-/IJmeer zijn nagenoeg alle ligplaatsen voor pleziervaartuigen voor de bewoners van IJburg. Op IJburg wordt geen ruimte geboden aan ligplaatsen voor bewoners uit de rest van de gemeente, de regio of overige geïnteresseerden. Vaargedrag en sturen op gewenst vaargedrag De ruime vertegenwoordiging van open sloepen verklaart ook het vaargedrag. Pleziervaartuigen op IJburg worden primair gebruikt voor korte dagtochten in de directe nabijheid van IJburg. Met goed weer wordt soms een bezoek gebracht aan Pampus of wordt een bezoek gemaakt aan het centrum voor een rondje over de grachten. Voor IJburg voor de IJburgbaai (tussen Haveneiland en Strandeiland) en de Diemerlagune (tussen Haveneiland en de Diemerzeedijk). De pleziervaart van IJburg ondervindt veel overlast van waterplanten. Hierdoor wordt vaarrecreatie in de directe omgeving van IJburg sterk belemmerd en beperkt. In de monitoringsgegevens van RWS zijn de gebieden zichtbaar waar veel overlast is van waterplanten. De overlast van waterplanten wordt benut voor het sturen op gewenst vaargedrag.
Zo wordt de IJburgbaai vrij gehouden van waterplanten om recreanten te verleiden daar te varen in plaats van het nabij gelegen Natura 2000-gebied. Naast de eerder genoemde vaardoelen vormen Muiden en Weesp nu en bij de ontwikkeling van Strandeiland een geschikt vaardoel. Hoewel het water tussen IJburg en Muiden geen Habitatrichtlijn gebied is heeft de gemeente wel de ambitie om een smalle vaarverbinding tussen IJburg en Muiden te markeren waarbij waterplanten in de vaarweg worden verwijderd. Op deze wijze wordt pleziervaart eveneens verleid om niet uit te waaieren maar in de vaarweg te blijven. Er is al contact gelegd met de provincie en RWS om deze verbinding op te nemen in het reguliere maaibeheer. Emissievrij varen Met de vaststelling van de gemeentelijke Nota Varen - deel 1 (2019) en deel 2 (2020) is een ambitie bepaald voor emissievrij varen. In 2025 dient al het vaarverkeer in het Centrum emissievrij te varen. In 2030 geldt deze verplichting ook voor de rest van de gemeente (met uitzondering van haven en doorgaande vaarwegen). Op basis van deze ambitie geldt voor al het binnen- en buitendijkse water bij IJburg dat in 2030 al het vaarverkeer tot aan de gemeentegrens emissievrij moet varen. Gezien de transformatie naar emissievrij varen wordt verwacht dat het type vaartuig en het vaargedrag bij IJburg verder zal veranderen.
Meer open sloepen, kortere tochten en minder snelle motorboten. Overzicht huidige en toekomstige jachthavens IJburg HSBC Van oudsher is er een haven van Holland Sport op het Zeeburgereiland. In verband met werkzaamheden aan de waterkering wordt de haven 100 meter verplaatst naar een nieuwe locatie met minder ligplaatsen. Naar verwachting blijft het nautisch gebruik gelijk. IJburg 1 Naast de verenigingshaven op het Haveneiland zijn er honderden ligplaatsen voor kleine pleziervaartuigen grenzend aan woningen of kleine steigers. Strandeiland (binnendijks) Voor het binnenwater van het Strandeiland is de ambitie voor 500-800 ligplaatsen. Het gebruik zal
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 37
hoofdzakelijk bestaan uit kleine open sloepen. In het eerste deel achter de schutsluis is ruimte voor enige zeilschepen en grotere vaartuigen. Strandeiland (buitendijks) Voor de insteekhaven aan de Noord-oostzijde van het Strandeiland is het misschien een mogelijkheid om op termijn ruimte te bieden voor een gering aantal ligplaatsen voor grotere zeiljachten. Vooralsnog is dit idee niet opgenomen in planvorming of bestemmingsplan. Centrumeiland (buitenhaven) Voor het Centrumeiland is voor de besloten zijde aan de IJburgbaai wel vaker nagedacht over een mogelijkheid voor een haven. Indien deze haven op termijn wordt ontwikkeld wordt verwacht dat het programma afwijkt van de bestaande havens van IJburg. Deze haven kan bijvoorbeeld een geschikte ligplaats vormen voor bestaande IJsselmeercharters die nu vanuit het overvolle havengebied in het Centrum worden verdreven. Ook kan het ruimte bieden aan ligplaatsen t.b.v. de recreatieve veerverbindingen. Zo liggen de vaartuigen van de Pampusveer nu achter de schutsluis van het Haveneiland. Dergelijke functies kunnen echter beter direct in het buitendijkse water liggen. 2.2.5
Openbare ruimte
Het landschap is de drager van het eiland. Het bestaat uit een robuust raamwerk met een afwisselend reliëf. Het heeft bijzonder vormgegeven randen, lanen, en een groot binnenwater. Binnen dat raamwerk worden straten, erven, parken en pleinen ingericht. Hierdoor ontstaat een diverse en afwisselende openbare ruimte. Gemeente Amsterdam heeft met Structuurvisie 2040 (2011) gekozen voor de ontwikkelkoers verdichting. In Koers 2025 (2016) is dit verder uitgewerkt. Amsterdam kiest daarmee ook nadrukkelijk voor kwaliteit: straten, pleinen, parken krijgen een hoogwaardige inrichting passend bij de te ontwikkelen buurt – centrumstedelijk, gemengd of groenblauw – en in samenhang met de openbare ruimte in de omliggende buurten en de voorzieningen die daar al zijn of gaan komen. Voor de groenblauwe woonbuurt Strandeiland betekent dit een ‘optimale benutting van de openbare ruimte’, wat inhoudt dat de inrichting gevarieerd en interessant zal zijn, ingesteld op veiligheid en intensief gebruik, gemaakt om bewoners te activeren en elkaar te ontmoeten, met voldoende ruimte voor sport en spel en bovendien geschikt om regenwater te bergen en hittestress te verminderen. Een belangrijk onderdeel van de openbare ruimte op Strandeiland is vanzelfsprekend het groen en het water in en om het eiland.
De groenstructuur van Strandeiland valt binnen het Amsterdamse groenbeleid zoals staat beschreven in de Agenda Groen – een uitwerking is van Structuurvisie 2040 – en in de Hoofdgroenstructuur, waarin de gemeente Amsterdam groengebieden heeft aangewezen die belangrijk zijn voor de stad. De Amsterdamse groennorm van 28 m² openbaar groen per woning - wordt op Strandeiland met ruim 40 m² per woning ruimschoots overschreden. Verder geeft de openbare inrichting van Strandeiland uitvoering aan het stedelijke programma 'De Bewegende stad'. De openbare ruimte en het straatmeubilair op Strandeiland wordt uitgewerkt conform de Amsterdamse standaard voor de openbare ruimte: de Puccini-methode en valt binnen deze methode onder het zogenoemde gebiedsdeel ‘IJ-landen’. Als onderdeel van de IJ-landen wordt voor de inrichting van de openbare ruimte gekozen voor aansluiting op Haveneiland en Centrumeiland. Strandeiland wordt zoveel mogelijk ingericht met hergebruikte materialen. Hergebruik past binnen de Puccini-methode. Het ontwerp van de groene openbare ruimte moet onder meer passen binnen, en aansluiten op, groenstructuurplannen en de ecologische structuur. Het ontwerp van de openbare ruimte moet flexibel
Gemeente Amsterdam
blz. 38
zijn en meebewegen met de samenstelling van (toekomstige) bewoners en gebruikers. 2.2.6
Mobiliteit
Door het groeiende aantal woningen de komende 20 jaar, staat de bereikbaarheid van Zeeburgereiland en IJburg onder druk. Om de huidige bereikbaarheid te verbeteren en toekomstige groei mogelijk te maken, zijn verschillende maatregelen nodig. Deze staan in het Mobiliteitsplan Zeeburgereiland en IJburg – Integrale aanpak van de bereikbaarheid 2018-2038 (2018). Hierin staan maatregelen voor het openbaar vervoer, fietsers, automobilisten en manieren om deze laatsten te verleiden een alternatief te kiezen voor de auto. Met de voorgestelde maatregelen is er voldoende capaciteit in het openbaar vervoer om de groei mogelijk te maken en is de doorstroming van het autoverkeer op het Amsterdamse wegennet voorlopig voldoende gegarandeerd. Naar verwachting zijn na 2028 maatregelen nodig aan de Ring A10 om de groei van het autoverkeer te kunnen verwerken. Hierover is Gemeente Amsterdam in gesprek met Rijkswaterstaat. In het kader van het Stedenbouwkundig plan Strandeiland heeft een actualisatie van de verkeerscijfers plaatsgevonden. Hierin is onderzocht welke aanvullende maatregelen er op lange termijn na 2030 nodig zijn. Mobiliteitsvisie Gezien de ligging aan de rand van de stad zijn alle vervoersmiddelen van belang om Strandeiland goed te kunnen bereiken. Dat wil zeggen de (elektrische) fiets, het openbaar vervoer (OV) en de auto.
Hiervoor is noodzakelijk om het fiets- en het OV-gebruik te stimuleren en alternatieven voor het autogebruik- en bezit aan te bieden. In het ontwerp van het stedenbouwkundig plan is hier rekening mee gehouden. Voor Strandeiland is gekozen voor aantrekkelijke fietsroutes, korte en snelle looproutes naar OV-haltes en naar voorzieningen, het mogelijk maken van werken-aan-huis, ruimte voor deel(bak)fietsen en het zodanig inrichten van het merendeel van de straten dat de auto ‘te gast’ is. Daarnaast is het streven om verspreid over het eiland meerdere collectieve mobiliteitsvoorzieningen – de zogenoemde ‘buurthubs’ – te realiseren waarin het parkeren geclusterd en inpandig plaatsvindt en toegang kan worden verkregen tot gedeelde voertuigen, zoals elektrische auto’s, elektrische fietsen, elektrische bakfietsen en elektrische scooters, gecombineerd met voorzieningen als fietsenmakers, pakketwanden en collectieve ruimtes die bruikbaar zijn als ontmoetingsplek voor de buurt. In de Havenkom en de HOV-bushalte komt een centrale buurthub om het fiets- en autoparkeren voor de centrale voorzieningen en het strand te faciliteren. Verder wil de gemeente emissievrije mobiliteit zo veel mogelijk stimuleren en waar kan ontwikkelen.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 39
Uitsnede verkeerscirculatiekaart Stedenbouwkundig plan Strandeiland (bron: Gemeente Amsterdam) Fietsers en voetgangers Als bewegend verkeer krijgt de fiets in de stedelijke structuur voorrang boven de auto. Om dit te bewerkstelligen worden straten als fietsstraten ingericht, worden er brede vrijliggende fietspaden aangelegd, worden doorgaande routes gerealiseerd en wordt fietsers bij stoplichten frequenter groen gegeven dan de auto. Langs de 50-kilometerstraten, de Pampuslaan en Strandeilandlaan, liggen vrijliggende fietspaden. De woonstraten worden ingericht met een smal profiel van 5,5 meter voor de rijbanen. Hierdoor worden auto’s gedwongen hun snelheid te matigen; de auto is te gast. Via de bruggen bij de Pampuslaan en de Strandeilandlaan bereikt het fietsverkeer Strandeiland. Bij de verschillende OV-haltes komen voldoende voorzieningen voor fietsers. Daarnaast komt nabij de eerste halte op Strandeiland – waar zowel de bussen als de trams stoppen – een inpandige fietsenstalling voor bezoekers van de voorzieningen in de Havenkom en aan het strand. Voor voetgangers worden de stoepen in de woonstraten minimaal 3 meter breed. Verder worden er aantrekkelijke voetpaden gerealiseerd. Een rondje om het eiland kunnen lopen zonder hindernissen is het uitgangspunt.
Openbaar vervoer Tramlijn 26 wordt doorgetrokken naar Strandeiland en krijgt ter plaatse drie haltes: bij het entreegebied, in de Muidenbuurt ter hoogte van de langzaamverkeersbrug over het binnenwater en in de Pampusbuurt. Het eindpunt komt ter hoogte van de sportvelden en de school voor voortgezet onderwijs. De lijn krijgt een eindhalte met een keerlus en gaat langs dezelfde route weer terug. Op Strandeiland komt een reservering voor een inpandige stalling voor een deel van de trams. Deze tramremise wordt geïntegreerd in een bouwblok. De verlengde tramlijn wordt in december 2024 in gebruik genomen. Strandeiland met twee elektrische Hoogwaardige OV-buslijnen (HOV) ontsloten. Er komen snelle en Gemeente Amsterdam
blz. 40
frequente HOV-verbindingen met station Bijlmer Arena en met station Weesp. Op deze manier wordt IJburg beter ontsloten aan de zuid- en oostkant, en is er een betere OV-verbinding richting Utrecht, Almere, ’t Gooi en station Amsterdam Zuid. De bussen rijden mee met de tram over de noordelijke brug en hebben een eindpunt aan het einde van de Buiteneilandlaan. De HOV bus naar Weesp gaat vervroegd begin 2022 rijden en definitief rijden in december 2025. De HOV bus naar de Bijlmer Arena begint in december 2024 te rijden. Er komt eindpunt met wachtplekken en laadvoorzieningen aan het einde van de Buiteneilandlaan op Strandeiland of op Buiteneiland. Op Strandeiland ligt een ruimtelijke reservering voor een metrolijn naar Almere; de zogenoemde IJmeerverbinding. In 2013 hebben de gemeente Amsterdam en de gemeente Almere, samen met andere partners, in de bestuursovereenkomst RRAAM afgesproken om deze IJmeerverbinding ruimtelijk open te houden tot het moment dat hierover besluitvorming plaatsvindt. In het Stedenbouwkundig plan is hiermee rekening gehouden en is de lijn doorvertaald naar het bestemmingsplan in vorm van een aanduiding op de verbeelding. Met het ontwerp voor het stedenbouwkundig plan van Strandeiland is een reservering opgenomen om in de toekomst de IJmeerlijn aan te leggen.
Het ontwerp maakt de inpassing van zowel een bovengrondse als een ondergrondse variant van de lijn mogelijk. Aan de westzijde van het eiland sluit deze reservering aan op het bestaande IJburg. Hier is op het tracé van de Pampuslaan ruimtelijk rekening gehouden met de realisatie van een toekomstige railverbinding.
Mogelijke inpassing IJmeerlijn (bron: Gemeente Amsterdam) Aan de westzijde sluit de reservering aan op verschillende mogelijke tracés: Structuurvisie Almere 2.0 (blauw), Structuurvisie Amsterdam 2040 (groen) en "IJvenster", de stedenbouwkundige verkenning in opdracht van de Werkmaatschappij Amsterdam Almere (rood). Hoewel vanuit bestaand IJburg en het plan voor Strandeiland een ondergrondse variant de voorkeur heeft, is een bovengrondse variant ook mogelijk. Ook combinatie van deel bovengronds en deels ondergronds is niet ondenkbaar. Doortrekking IJtram naar Buiteneiland In het stedenbouwkundig plan voor Strandeiland is opgemerkt dat op termijn mogelijk kan worden bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 41
voorzien in het doortrekken van de IJtram naar Buiteneiland. In dit bestemmingsplan wordt deze thans niet rechtstreeks mogelijk gemaakt. De maatvoering van de Buiteneilandlaan is dusdanig dat het mogelijk is om hier op latere termijn eventueel te voorzien in een tramverbinding. Mocht dit aan de orde komen dan zal de doortrekking van de IJtram naar Buiteneiland een eigen procedure doorlopen. Autoverkeer Op Strandeiland krijgt het openbaar vervoer, de fietser en de voetganger prioriteit. Niettemin is een goede autobereikbaarheid van belang. Automobilisten kunnen Strandeiland via de twee bruggen bereiken. De noordelijke brug en de 50-kilometerstraat Pampuslaan zijn de hoofdontsluiting voor de Pampusbuurt. De zuidelijke brug en de 50-kilometerstraat Strandeilandlaan zijn de hoofdontsluiting voor de Muidenbuurt. Alle andere straten op Strandeiland zijn ingericht als erftoegangsweg (30-kilometerstraat) of erf (15-kilometerstraat). Om de autobereikbaarheid te verbeteren wordt de capaciteit van de IJburglaan tussen de Ring A10 en Haveneiland geoptimaliseerd. Ook wordt de Overdiemerweg opengesteld, waardoor meer verkeer zal kiezen voor de oostelijke ontsluiting van IJburg. Op Strandeiland wordt het principe ‘parkeren op afstand’ toegepast. Autobezitters hebben hun auto niet voor de deur staan, maar moeten enige moeite doen om hun auto te bereiken.
De buurthubs stimuleren het kiezen voor andere vormen van vervoer dan de auto of voor deelconcepten. Parkeren, laden en lossen Op Strandeiland geldt het gemeentelijke parkeerbeleid. Hierin is het aantal parkeerplaatsen per maatschappelijke en commerciële functie geregeld, net als het uitgangspunt dat parkeren voor werknemers (gebruikers) op eigen terrein plaatsvindt en niet in de openbare ruimte. Met de mobiliteitsvisie voor Strandeiland is gekeken naar de mogelijkheden om parkeerplekken voor bewoners in buurthubs onder te brengen op loopafstand van de woning en in combinatie met het aanbod van deelauto’s. Voor het parkeren, laden en lossen op Strandeiland worden de volgende uitgangspunten gehanteerd: Parkeren voor bewoners vindt alleen plaats in de buurthubs, er wordt niet voorzien in parkeerplaatsen op eigen terrein. Deze buurthubs worden particulier geëxploiteerd; Bezoekersparkeren vindt plaats in de openbare ruimte; belanghebbendenparkeerplaats (huisarts, verloskundige) ook mogelijk in openbare ruimte cf. gemeentelijk beleid; Parkeren voor overige functies op eigen terrein, behoudens bij 'De Havenkom' waar parkeren gaat plaatsvinden in de centrale buurthub; Parkeren voor fiets en scooter dient op eigen terrein plaats te vinden.
Verder is in de openbare ruimte conform stedelijk beleid rekening gehouden met 0,1 parkeerplaats per woning voor bezoekers en gebruikers van voorzieningen die verspreid over het eiland te vinden zijn. Daarnaast komen er op straat parkeerplaatsen voor mindervaliden. Fiets- en scooterparkeren dient te gebeuren op eigen terrein. Voor bezoekers zullen plekken komen in de openbare ruimte of in stallingen nabij de voorzieningen, conform de Nota Parkeernormen fiets en scooter (2018). In de Havenkom komt voor zowel bewoners als bezoekers van de voorzieningen daar en het strand een openbare inpandige parkeergarage voor zowel fietsen, scooters als auto’s. Als er – met redenen - geen parkeren voor werknemers op eigen terrein kan worden gerealiseerd (zoals bijvoorbeeld in de kleine gebouwen op de Makerskade), dan moet er mogelijkheid zijn voor een parkeerplaats in een nabijgelegen buurthub. In het ontwerp van de voorzieningencluster en het aanwijzen van de locaties voor de supermarkten is rekening gehouden met het laden en lossen van vrachtwagens. Bij de supermarkten zal laden en lossen
Gemeente Amsterdam
blz. 42
aan de zijkanten van de gebouwen plaatsvinden, bij voorkeur via een inpandige laad- en losruimte. Voor de overige voorzieningen geldt bevoorrading via kleinere voertuigen die aan de deur mogen leveren. Vervoer over water Door de Oranjesluizen wordt een veerverbinding naar Amsterdam Centraal bemoeilijkt. Daarnaast is een veerverbinding vergeleken met openbaar vervoer of de fiets vaak niet concurrerend qua tijd. Wel biedt de ligging kansen voor recreatief verkeer en bouwlogistiek over water. Hier wordt in hoofdstuk Water en bodem nader op ingegaan. 2.2.7
Duurzaamheid
De belangrijkste duurzaamheidsambitie van de gemeente voor Strandeiland is om het eiland energieleverend te ontwikkelen. Strandeiland krijgt een duurzame warmte- en koudevoorziening. Ook wordt hier voor het eerst in Amsterdam op grote schaal nieuwe sanitatie uitgerold: een circulair systeem waarbij afvalwater te gebruiken is voor het terugwinnen van grondstoffen, energie en warmte. Het Amsterdamse duurzaamheidsbeleid voor gebiedsontwikkeling bestaat uit de volgende pijlers: duurzame energie, klimaatbestendige stad, circulaire economie en schone lucht. Deze pijlers zijn meegenomen in de ontwikkeling van een duurzaam Strandeiland. De uitgangspunten voor Strandeiland zijn: Energieneutraal Strandeiland, de ambitie is hoger: energieleverend Strandeiland; Lokale duurzame warmte- en koudevoorziening (WKO); Circulaire grondstoffenverwerking; Circulair gebouwde omgeving; Klimaatbestendige groenblauwe woonbuurt Emissievrije mobiliteit. Strandeiland wordt ontwikkeld op het moment dat er binnen de duurzaamheidsopgave nog dagelijks nieuwe inzichten worden verkregen en mogelijkheden ontstaan om hier uitvoering aan te geven. Voortschrijdende techniek en innovaties kunnen leiden tot andere, meer geavanceerde en dus nóg duurzamere en slimmere systemen. In het ontwerp van Strandeiland zijn bovenstaande uitgangspunten als ondergrens opgenomen.
De normen kunnen worden bijgesteld zodra nieuwe ontwikkelingen tot aanscherping leiden van de duurzaamheidseisen.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 43
Infographic duurzaamheidsambities voor Strandeiland (Stedenbouwkundig plan Strandeiland, 7 november 2019) Duurzame energie Uitgangspunt is een duurzaam warmte- en koudesysteem waarbij ook het energieverbruik van het systeem lokaal en duurzaam wordt opgewekt, om bij te dragen aan een energieneutraal Strandeiland. Op Strandeiland wordt lokaal duurzame stroom opgewekt, geleverd, uitgewisseld en opgeslagen voor later gebruik. Het uitgangspunt is minimaal een energieneutraal Strandeiland. Onder ‘energieneutraal Strandeiland’ wordt verstaan: het lokaal en duurzaam opwekken van alle energie die wordt gebruikt voor de gebouwen (inclusief de WKO en nieuwe sanitatie) en zijn gebruikers zodat ‘nul op de meter’-woningen worden gerealiseerd plus het duurzaam en lokaal opwekken van energie benodigd voor de openbare ruimte, zoals openbare verlichting en verkeersregelinstallaties. In paragraaf 5.2.3 wordt de WKO nader beschreven. In de uitwerking van het elektriciteitssysteem worden energieopslag en smart grid-systemen (slim energie uitwisselen, opwekken en opslaan) meer met elkaar geïntegreerd. Nieuwe sanitatie vervangt traditionele riolering en gaat uit van lokale behandeling van afvalwater op Strandeiland. De nieuwe sanitatie wordt gecombineerd met een collectief systeem voor de verwarming en koeling van woningen.
Alleen de warmteterugwinning uit grijswater is niet voldoende om heel Strandeiland van warmte en koude te kunnen voorzien; nieuwe sanitatie voorziet voor 30 % in de warmtevraag. Aanvulling met een systeem voor collectieve WKO, met gebruikmaking van het oppervlaktewater uit het IJmeer, is ook nodig. Op deze manier wordt het tekort afgedekt. In paragraaf 5.2.2 wordt de nieuwe sanitatie en de technische uitwerking daarvan nader beschreven. Circulaire economie Op Strandeiland komen circulaire, toekomstbestendige woningen en een zelfde openbare ruimte. Circulair bouwen betekent dat materialen zo lang mogelijk in de keten blijven, er zo min mogelijk nieuwe Gemeente Amsterdam
blz. 44
grondstoffen gebruikt worden en het energieverbruik en de CO2-uitstoot voor het ontwikkelen van (nieuwe) materialen tot een minimum beperkt wordt. Gedurende de ontwikkeling van Strandeiland zal steeds worden aangesloten bij de op dat moment geldende hoogste ambities die door het rijk dan wel de gemeente Amsterdam worden gesteld. Strandeiland sluit zich aan bij de Transitieagenda Bouw van het Rijk om vanaf 2023 zoveel mogelijk circulair en in 2030 volledig circulair aan te besteden. Er wordt tevens aangesloten bij de Strategienota Circulaire Economie 2020-2025 van de gemeente Amsterdam. De ontwikkeling van Strandeiland sluit aan bij de ambities die hieruit volgen, onder meer voor het opstellen van circulaire criteria voor elke tender die op Strandeiland wordt uitgeschreven. Verder wordt voor Strandeiland gestuurd op het gebruik van lokale, hernieuwbare en biobased (zoals FSC-hout) materialen of hoogwaardig hergebruikte materialen (circulaire bakstenen). Er worden geen uitlogende materialen gebruikt, zoals koper, zink en lood. Ook worden toxische materialen niet toegepast vergelijkbaar met de Cradle to Cradle Certified™ Banned List of Chemicals. Voor Strandeiland wordt uitgegaan van een MGP (milieuprestatie van een gebouw) van 0.5 euro per vierkantemeter (€ /m²).
Per tender wordt daarom bekeken wat op dat moment de exacte eisen op circulair gebied zijn en welke ambities daaraan kunnen worden toegevoegd om op circulair gebied koploper te zijn. Voor het realiseren van de circulaire ambities is een tijdelijke bouwhub wenselijk. Materialen kunnen hier, wanneer ze zijn vrij gekomen, worden opgeslagen en uitgewisseld, voordat ze gebruikt worden in de bouw. Amsterdam kiest ervoor om zoveel mogelijk afval te scheiden aan de bron, zodat hoogwaardig hergebruik van grondstoffen mogelijk is. In het ontwerp van Strandeiland is voor de verwerking van afval gekozen voor ondergrondse containers. Voor de locatie van deze containers is het 'Stedelijk kader Locatiekeuze afvalinzamelvoorzieningen' (2017) gevolgd. Voor groente- en fruitafval is het uitgangspunt dat dit wordt ingezameld via een aparte inpandige afvoer in de keuken (voedselrestenvermaler) en bijmenging met zwartwater (nieuwe sanitatie). Klimaatbestendige stad Strandeiland wordt regenbestendig ontwikkeld om de leefomgeving bestand te maken tegen de toekomstige extremere weersomstandigheden, zoals periodes van droogte, hevige regenval en storm.
In het ontwerp voor Strandeiland is een scala aan maatregelen opgenomen die dit nieuwe woongebied zowel toekomstbestendig en duurzaam maken, als toegesneden op de ruimtelijke karakteristieken van de verschillende deelgebieden; de Pampus- en de Muidenbuurt. Het leidende rainproof-principe (regenbestendigheid) voor Strandeiland is het lokaal infiltreren van regenwater in de bodem. Dit draagt bij aan het op peil houden van de grondwaterstand en voorkomt dat het afstromende water de waterkwaliteit van het omringende IJmeer beïnvloedt. Infiltreren is hier zeer goed mogelijk vanwege de open structuur van het opgespoten zand. Om Strandeiland toekomstbestendig te ontwikkelen is ervoor gekozen om de openbare ruimte zo te ontwerpen dat er geen schade ontstaat bij piekbuien van 80 mm/u. In hoofdstuk 16 Water en bodem wordt hier nader op ingegaan. De straten in de stedelijke Pampusbuurt zijn waterbergend en deels watervoerend. In de ondergrond ligt een zogenoemd IT-riool (infiltratietransportriool). Door het ontwerp van deze specifieke rioolbuis met een doorlaatbare wand wordt zowel water geborgen, aan de ondergrond afgegeven als getransporteerd. Op de Makerskade en in Oosterend Noord en Zuid zijn de meer stenige straten eveneens voorzien van IT-riolen. In de groenere Muidenbuurt is de waterberging in de straten geregeld via wadi's.
De wadi’s zijn 7 meter brede groenstroken die met elkaar verbonden zijn, waarin het hemelwater wordt gebufferd en
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 45
vervolgens kan infiltreren. Schone lucht De ambitie voor luchtkwaliteit voor Strandeiland is sturen op emissievrije mobiliteit om zo schone lucht op het eiland te kunnen waarborgen, waarmee wordt aangehaakt op het gemeentelijke actieplan Schone lucht (2019). Op Strandeiland krijgen voetgangers en (elektrische) fietsers de ruimte. Elektrische deelmobiliteit voor bewoners en bezoekers wordt gerealiseerd op straat in de buurthubs. Voor een emissievrij Strandeiland is het nodig dat alle parkeerplaatsen worden voorbereid op elektrisch laden Ook de bouw van Strandeiland zal zoveel mogelijk emissievrij moeten plaatsvinden. Voor de ontwikkeling van Strandeiland wordt duurzame en slimme bouwlogistiek gestimuleerd, naast de inzet van schone bouwwerktuigen. Er worden zoveel mogelijk elektrische bouwwerktuigen of bouwwerktuigen met een schone emissienorm gebruikt (Uitvoeringsagenda Stedelijke Logistiek Amsterdam, 2016) om zo een gezonde luchtkwaliteit en vermindering van CO2-uitstoot te realiseren. Emissievrij wonen Strandeiland wil al zijn toekomstige bewoners schone lucht bieden. Uitgangspunt is om op Strandeiland geen open haarden en lokale biomassa-stookinstallaties (zoals pellets- of houtkachels) toe te staan vanwege de negatieve effecten op de luchtkwaliteit en daarmee de gezondheid. 2.2.8
Natuurontwikkeling en ecologie
Strandeiland wordt gerealiseerd aan de rand van het Markermeer-IJmeer. Vanwege het ondiepe, luwe, voedselrijke karakter en de rijkdom aan schelpdieren en waterplanten is dit gebied aantrekkelijk voor vele soorten watervogels. Het Markermeer-IJmeer is aangewezen als een Natura 2000-gebied wat betekent dat het onder Europese richtlijnen en de Nederlandse Wet Natuurbescherming valt. De aanleg van IJburg moet daarom een nettowinst voor de natuur opleveren. Eén van de doelen bij de ontwikkeling van Strandeiland is om een bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. Voor het realiseren van de eilanden van IJburg zijn meerdere inrichtingsmaatregelen genomen die bijdragen aan de ecologische waarde van het Markermeer-IJmeer. Het realiseren van de natuurgebieden de Hoeckelingsdam, de Diemervijfhoek, de luwtedam van de Zuidelijke IJmeerkust, het natuureiland op de kop van de strekdam boven het toekomstige Buiteneiland en de aankoop van de IJdoornpolder ten behoeve van natuurontwikkeling, zijn voorbeelden van de vele projecten die ten dele voortkomen uit het Natuurontwikkelingsfonds IJmeer, een samenwerkingsverband tussen Natuurmonumenten, Provincie Noord-Holland, Gemeente Amsterdam. Deze natuurgebieden fungeren onder andere als rust- en broedplekken voor vogels.
Daarnaast zijn in het kader van de Natuurbeschermingswet (oud) in 2007 en 2008 twee mosselbanken aangelegd als compensatie voor de mosselbanken die verloren zijn gegaan als gevolg van het land maken voor IJburg (circa 3 hectare in 2007 en circa 25 hectare 2008). Deze mosselen dienen als voedsel voor duikeenden (kuifeend, topper, tafeleend, brilduiker) en de meerkoet. Verder dragen de mosselbanken bij aan de verbetering van de waterkwaliteit van het Markermeer-IJmeer. De monitoringsresultaten tonen aan dat het volume aan mosselen ruimschoots voldoet aan de vereiste compensatie. Zoals ook later uit deze toelichting (hoofdstuk 15) zal blijken, wordt er jaarlijks gemonitord tot 5 jaar na volledige realisatie van IJburg 2. Natuur krijgt op IJburg 2 een volwaardige invulling bij het ontwerp van de nieuwbouw en de openbare ruimte: deze wordt natuurinclusief ontwikkeld. In de straten worden boomsoorten aangeplant die droogtebestendig zijn en een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. Ook worden in de Muidenbuurt meerdere ecologische wadi's aangelegd. Dit trekt veel diersoorten aan zoals amfibieën, kleine zoogdieren en vogels. Het groene en ecologische karakter van de straten vormt een verbinding tussen
Gemeente Amsterdam
blz. 46
de parken en de natuurlijke randen en oevers van het Strandeiland. Ook wordt in alle parken ingezet op een insect vriendelijke inrichting en beheer. Het is de bedoeling om vele overgangszone van grasland naar ruigte en zoomvegetatie te creëren. Dit levert een afwisselend groen beeld op en is daarnaast zeer aantrekkelijk als leefgebied voor verschillende soorten fauna (insecten, zoogdieren, vogels). In combinatie met water wordt in 4 parken ingezet op een natuurspeelplaats. Al met al ontstaat door de natuurontwikkeling een rijk assortiment aan verschillende boomsoorten die klimaatbestendig zijn en een positieve bijdragen leveren aan de biodiversiteit. Voor de zuidrand van de Muidenbuurt is gekozen voor een natuurlijk zandlandschap. De zuidzijde van het Oog wordt voorzien van een natuurlijke inrichting waar ondieptes, zachte oevers en rieteilandjes elkaar afwisselen. Bij de inrichting van de zuidelijke oever wordt rekening gehouden met lichtschering en dat dit zoveel mogelijk wordt voorkomen. De verharde kade aan de noordzijde wordt zodanig ingericht dat muurplanten hierop kunnen groeien. Tijdelijke natuur Naast definitieve natuur wil de gemeente Amsterdam ook zorgvuldig omgaan met het mogelijk maken van tijdelijke natuur tijdens de bouw van Strandeiland. Op zandplaten waar voorlopig nog niet gewerkt wordt, kan tijdelijke natuur worden gefaciliteerd.
De winst voor tijdelijke natuur is uiteindelijk permanent omdat populaties van diersoorten zich in tijdelijke natuurgebieden kunnen versterken en van daaruit nieuwe gebieden kunnen bezetten. Een uitstralingseffect dus, dat merkbaar is tot ver buiten de grenzen van het tijdelijke natuurgebied zelf. Het faciliteren van tijdelijke natuur is hiermee ook een directe investering in een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving van IJburg 2. In Natuur en Landschap wordt dit aspect in relatie tot de Wet Natuurbescherming nader beschouwd. 2.2.9
Techniek en ondergrond
Land mak en Het land maken voor Strandeiland wordt gefaseerd uitgevoerd. In de 1e fase zal een landoppervlak van circa 82 hectare worden opgeleverd en in de 2e fase het restant van circa 55 hectare. Het binnenwater dient evenredig te worden gerealiseerd. De vorm van de eerste landmaakeenheid is dusdanig gekozen dat deze ook voor langere tijd als zelfstandig eiland kan functioneren. De 1e fase landmaken Strandeiland is inmiddels voor het overgrote deel afgerond en wordt eind 2020 opgeleverd. Hierbij is niet alleen een gebied voor woningbouw gerealiseerd, maar ook het strand aan de westzijde van de Pampusbuurt en een ruim 3 hectare groot natuurgebied (mosselbank en rietmoeras). In hoofdstuk 15 Natuur en Landschap wordt hier nader op ingegaan. Bouwlogistiek Bouwlogistiek vormt een integraal onderdeel van het bouwproces en omvat alle transport van materialen en personen naar en op de bouwkavel. Op IJburg vinden veel ontwikkelingen tegelijk plaats. Dit maakt het in- gewikkeld voor de verschillende partijen die hier aan werken. Daarnaast verhoogt het de druk op de omgeving. Bereikbaarheid, Veiligheid en Leefbaarheid, gecombineerd met een goede Communicatie en handhaving (BLVC) zijn belangrijke aspecten. Daarom is een BLVC-kader opgesteld. Het kader beschrijft onder meer gebiedsspecifieke uitgangspunten en kenmerken waar partijen rekening mee moeten houden.
De gemeente vraagt partijen die werken aan IJburg om, met behulp van dit kader, hun eigen BLVC-plan vorm te geven.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 47
2.2.10 Kwaliteitskader Architectuur Strandeiland De ontwikkeling van Strandeiland beslaat een periode van zo'n 20 jaar. Dat is een lange tijd waarin veel kan gebeuren. Om te ruimtelijke kwaliteit van Strandeiland te borgen is in december 2020 door burgemeester en wethouders van Amsterdam het Kwaliteitskader voor de Architectuur op Strandeiland vastgesteld. Het kwaliteitskader beschrijft de kernwaarden, karakteristieken en uitgangspunten voor de architectuur op basis van het Stedenbouwkundig plan Strandeiland (neem hier verwijzing op). Het kwaliteitskader is een verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan. Het is volledig toegespitst op de architectuur voor Strandeiland en geeft duidelijke beleidsregels waar de ruimtelijke plannen aan moeten voldoen, gekoppeld aan het bestemmingsplan. Daarnaast biedt dit kader inspiratie; er is naast de regels ruimte voor interpretatie, verrassingen, bijzondere uitzonderingen en innovaties - zoals in duurzaamheid. Tenslotte moet dit kwaliteitskader 20 jaar houdbaar zijn. Beleidsregels en borging kwaliteitsregels Het kwaliteitskader is vertaald naar een overzicht van beleidsregels voor de ruimtelijke kwaliteit die gekoppeld zijn aan het bestemmingsplan. De beleidsregels hebben een koppeling met het bestemmingsplan: ze gaan over maatvoering en ruimtelijke eisen.
Een aantal regels uit het kwaliteitskader voor de architectuur van op Strandeiland heeft een koppeling met het bestemmingsplan. Deze zijn hier geformuleerd als beleidsregels. Ze hebben bijvoorbeeld betrekking op maatvoering, bouwhoogten en andere ruimtelijke eisen. Hieronder volgt een opsomming van de belangrijkste beleidsregels per buurt: Pampusbuurt Bebouwing voornamelijk in de rooilijn, waarvan een terugliggende rooilijn is toegestaan als dit past in het totale ensemble van de bebouwingswand; Minimaal 75 % van de bebouwing in een bouwveld ligt in de rooilijn; Op de hoeken van de bouwvelden staat de bebouwing altijd in de rooilijn over de lengte van minimaal 1 wooneenheid; Alle gebouwen hebben ten minste of een hoge begane grond of een hoge eerste verdieping van minimaal 3,5 meter; Voor commerciële plinten geldt dat de ruimte achter de plint over een diepte van minimaal 6 meter dezelfde hoogte houdt; Muidenbuurt Op diverse plekken verplicht plinten van minimaal 3,5 meter hoog; Geen blinde plinten aan de straatzijde (bijvoorbeeld door rijen van aaneengesloten bergingen); Voor commerciële plinten geldt dat de ruimte achter de plint over een diepte van 6 meter dezelfde hoogte houdt; Langs de Strandeilandlaan geldt de minimale eis voor transparantie niet; Voor de specials geldt dat alle gebouwen op de Makerskade een bijzondere functie hebben met een niet-woonfunctie in de plint.
Daarnaast geldt dat de hoogte van de begane grond is minimaal 5 meter (kelder en souterrain niet meegerekend). Havenkom Aan de Strandboulevard, Pampuslaan en Buiteneilandlaan heeft de plint een hoogte van minimaal 5 meter. De bovenkant van de plint blijft horizontaal één lijn; De twee hogere accenten (van maximaal 50 en 60 meter) zijn onderdeel van het totale
Gemeente Amsterdam
blz. 48
architectonische ensemble van de Havenkom; De bouwhoogte voor de havenzijde is maximaal 5 lagen (met uitzondering van het accent van 60 meter). Bovenstaande lijst met beleidsregels per buurt is niet uitputtend. Verder gelden een aantal algemene beleidsregels die voor heel Strandeiland gelden. Denk bijvoorbeeld aan maatregelen ten behoeve van natuurinclusiviteit en duurzaamheid en hoofdentrees van bebouwing in de bebouwing in de bouwvelden moeten op de woonstraten georiënteerd zijn. 2.2.11 Tijdelijke functies Gezien de lange looptijd van de ontwikkeling van Strandeiland is er ook nagedacht over de tijdelijkheid op Strandeiland. Op de tijdelijkheidskaart zijn de tijdelijke functies en plekken weergegeven, waar op voorhand rekening mee gehouden wordt. Daarnaast blijkt uit de bouw volgorde van de ontwikkelstrategie (woningen, infra, niet-woon programma en openbare ruimte) dat er ruimte is voor tijdelijke initiatieven op Strandeiland. Daar waar nog niet gebouwd wordt, ontstaat ruimte voor tijdelijke initiatieven. Hierbij geldt als uitgangspunt dat ruimte niet onbenut blijft in de tijdelijkheid. De tijdelijkheidskaart vormt geen blauwdruk, maar wordt als kaderstellend product gebruikt bij nadere invulling voor placemaking. Tot nadere invulling worden tijdelijke initiatieven bijgehouden op een lijst die dynamisch is en met de tijd kan veranderen en aangevuld kan worden.
De tijdelijke natuur en het tijdelijke strand behoren in ieder geval tot de eerste beleving van de tijdelijkheid. Tijdelijke initiatieven zullen altijd worden bezien in het licht van de beoogde identiteit van Strandeiland en moeten passen bij de kernwaarden van het gebied. De kernwaarden van Strandeiland zijn door middel van een positioneringstraject bepaald (zie Bijlage 12 voor kernwaarden). Deze kernwaarden kunnen gebruikt worden als meetlat voor de tijdelijke initiatieven. Hierdoor worden plekken in de tijdelijkheid tot stand gebracht, waarin er verbinding kan ontstaan tussen de bewoners/bezoekers en de unieke eigenschappen van het gebied. Daarmee wordt de identiteit van Strandeiland zichtbaar geactiveerd in zowel tijdelijke als definitieve fase. Tijdelijke tramlus Bij oplevering van de eerste woningen is het streven dat de IJtram vanaf Centrumeiland doorrijdt over brug 2080 naar de nieuwe tijdelijke eindhalte in de Muidenbuurt. De tijdelijke keerlus bevindt zich op de plek, waar later bouwblok M 14 zal verrijzen. De tijdelijke keerlus wordt aangelegd in 2024. Naar verwachting zal deze minimaal tot en met 2032 in gebruik zijn. De keerlus wordt weggehaald zodra de aanleg van de definitieve keerlus gereed en in gebruik is in de Pampusbuurt.
In de Muidenbuurt worden in het toekomstige urban sportpark meerdere tijdelijke sportvelden aangelegd, zodat er voor de eerste bewoners al een plek is om te recreëren en te sporten. Een tijdelijk verzamelgebouw nabij de sportvelden kan dienst doen als clubhuis voor georganiseerde sporten en tevens als ontmoetingsplek voor bewoners. In de definitieve situatie zijn er twee sportvelden in de Pampusbuurt en een tennispark in Muidenbuurt. De tijdelijke sportvelden zijn aangeduid op de verbeelding.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 49
Uitsnede kaart tijdelijke tramlus De bussen tijden mee met de tram over de noordelijke brug en hebben een voorlopig eindpunt aan het einde van de Buiteneilandlaan. Aan het einde van de lijn komt een tijdelijke voorziening met wachtplekken voor de HOV-bussen, inclusief elektrische laadvoorzieningen. Tijdelijke zonneweide Gezien de hoge ambities met betrekking tot duurzame energieopwekking is gezocht naar mogelijkheden voor tijdelijke energieopwekking op braakliggend terrein. De gemeente Amsterdam heeft onderzocht of en hoe deze tijdelijke zonneweides ruimtelijk kunnen worden ingepast (Bijlage 13). Daarbij zijn ook de mogelijke effecten door de zonneweides op de natuur onderzocht. In onderstaande afbeelding worden de mogelijke locaties (zwarte kavels) voor zonneweides aangegeven:
Gemeente Amsterdam
blz. 50
Locaties tijdelijke zonneweides aangeduid met zwarte kavels De tijdelijkheid van de zonneweides ligt tussen de 10 tot 13 jaar en verschilt per kavel. Voor de realisatie van de tijdelijke zonneweides geldt het uitgangspunt dat de toekomstige (kavel)structuur van Strandeiland moet worden gerespecteerd: de lijnen in het plangebied worden behouden en het zonnepark wordt binnen de bestaande verkaveling geplaatst. Hoe zichtbaar de panelen mogen worden, moet nog bepaald worden. Begroeiing wordt toegepast als rand daar waar het gewenst is dat de panelen niet zichtbaar zijn. Verder geldt: Voor locaties die aan een of meer zijden aansluitend zijn op woonbebouwing bedraagt de afstand tussen de opstelling voor zonne-energie en de woonbebouwing minimaal 50 meter; De maximale bouwhoogte van de panelen is 3,0 meter; De benodigde bijgebouwen voor omvormers en transformatoren worden ten hoogste 3 meter. Het zonnepark wordt ingericht als productielandschap, waarbij energieproductie wordt gecombineerd met eventueel een andere functie, zoals moestuinen, schooltuinen of biodiversiteit; De bodem onder de opstelling wordt niet verhard of verdicht; De terreinafscherming is passend in de omgeving en faunavriendelijk. Juridisch-planologische inpassing Tijdelijke initiatieven op Strandeiland vragen om maatwerk per initiatief.
Omdat op dit moment nog niet duidelijk is welke tijdelijke initiatieven op welke termijn en op welke locatie worden gerealiseerd. Ook moet er aandacht zijn voor eventuele interferentie van de tijdelijke initiatieven op elkaar en de samenloop van tijdelijke en permanente activiteiten. Tijdelijke initiatieven worden gefaciliteerd door middel van een tijdelijke vergunning waarbij per geval wordt bekeken of en hoe deze past in de omgeving en het bestemmingsplan. Zo nodig wordt tijdelijk afgeweken van het bestemmingsplan om het initiatief mogelijk te maken. Daarom zijn deze initiatieven in het kader van het MER niet beschouwd. De tramlus en de
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 51
sportvelden betreffen functies die in ieder geval een tijdelijke plek op Strandeiland krijgen.
Uitsnede kaart tijdelijke functies Strandeiland
Gemeente Amsterdam
blz. 52
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 53
Hoofdstuk 3
Beleidskader
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van het relevante beleidskader. Het sectorale beleid met betrekking tot lucht, geluid, bodem, externe veiligheid, water (en waterkeringen), archeologie en cultuurhistorie, ecologie en duurzaamheid wordt in de hoofdstukken 4 en 5 uiteengezet.
3.1
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Op 14 juni 2011 heeft het kabinet het ontwerp van de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) aan de Tweede Kamer gestuurd met daarbij een ontwerp Algemene maatregel van bestuur (Amvb) Ruimte (het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening: Barro). De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 22 november 2011 onder aanvaarding van een aantal moties door de Tweede Kamer aangenomen. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In de structuurvisie is aangegeven dat het Rijk drie hoofddoelen heeft: a. Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur van Nederland; b. Het verbeteren, in standhouden en ruimtelijk zeker stellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; c. Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Uit deze drie hoofddoelen komen 13 onderwerpen voort die van nationaal belang zijn. Structuurvisies hebben geen bindende werking voor andere overheden dan de overheid die de visie heeft vastgesteld.
De nationale belangen uit de structuurvisie die juridische borging vragen, worden daarom geborgd in de Amvb Ruimte (Barro). Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen en zorgt voor sturing en helderheid van deze belangen vooraf. Bij de inwerkingtreding van de SVIR en het Barro zullen de Nota Ruimte en de bijbehorende Realisatieparagraaf nationaal ruimtelijk beleid komen te vervallen. De 13 nationale belangen luiden als volgt: nationaal belang 1: een excellent en internationaal bereikbaar vestigingsklimaat in de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; nationaal belang 2: ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; nationaal belang 3: ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; nationaal belang 4: efficiënt gebruik van de ondergrond; nationaal belang 5: een robuust hoofdnetwerk van weg, spoor en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; nationaal belang 6: betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem van weg, spoor en vaarwegen; nationaal belang 7: het instandhouden van de hoofdnetwerken van weg, spoor en vaarwegen om het functioneren van de netwerken te waarborgen; nationaal belang 8: verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water)
en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; nationaal belang 9: ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her) ontwikkeling; Gemeente Amsterdam
blz. 54
nationaal belang 10: ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; nationaal belang 11: ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; nationaal belang 12: ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; nationaal belang 13: zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. Relevantie voor het plangebied Voor dit plangebied zijn de volgende belangen specifiek van toepassing. nationaal belang 8: verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; nationaal belang 9: ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en klimaatbestendige stedelijke (her) ontwikkeling; nationaal belang 11: ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; nationaal belang 13: zorgvuldige afwegingen en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke plannen. In de navolgende paragrafen en hoofdstukken wordt nader ingegaan op verschillende nationale belangen en de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Conclusie Het bestemmingsplan past binnen de kaders van de structuurvisie en de genoemde nationale belangen. 3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
Op 30 december 2011 is het Barro in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Ook treden de eerder vastgestelde regels op 1 oktober 2012 verlaat in werking met betrekking tot de ruimtelijke bescherming van het erfgoed van de Stelling van Amsterdam, de Beemster, de Nieuwe Hollandse Waterlinie en de Romeinse Limes en met betrekking tot voorwaarden aan windturbines en hoge bebouwing rond militaire radarposten.
Aan het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is op 1 oktober 2012 de ladder voor duurzame verstedelijking toegevoegd. De wijziging van het Barro gaat vergezeld van een wijziging van de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro). Ook deze wijziging is op 1 oktober 2012 in werking getreden. De Rarro bevat tevens een uitwerking van het al eerder in het Barro gepubliceerde ruimtelijke regime rond radars voor militaire bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 55
luchtvaart. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ten aanzien van: a. Rijksvaarwegen; b. Project Mainportontwikkeling Rotterdam; c. Kustfundament; d. Grote rivieren; e. Waddenzee en waddengebied; f. Defensie; g. Hoofdwegen en hoofdspoorwegen; h. Elektriciteitsvoorziening; i. Buisleidingen van nationaal belang voor vervoer van gevaarlijke stoffen; j. Ecologische hoofdstructuur; k. Primaire waterkeringen buiten het kustfundament; l. IJsselmeergebied (uitbreidingsruimte); m. Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Vertrouwen in mede overheden is de basis voor het meer neerleggen van beslissingen dichter bij de burger. Om die reden bevat deze structuurvisie een veel beperkter aantal nationale belangen dan voorheen en ook bevat het Barro minder regels dan eerder was voorgenomen. Het Rijk gaat ervan uit dat de nationale ruimtelijke belangen die via wet- en regelgeving aan andere overheden opgedragen worden door hen goed worden behartigd. Waar het Barro bepalingen bevat gericht op gemeentelijke bestemmingsplannen gaat het Rijk er vanuit dat deze doorwerking krijgen. Het Rijk zal de bestemmingsplannen dan ook niet toetsen op een correcte doorwerking van nationale ruimtelijke belangen. Wel zal het Rijk door middel van systeem- of themagerichte onderzoeken achteraf nagaan of bestemmingsplannen aan nationale wet- en regelgeving voldoen.
Relevantie voor het plangebied Strandeiland wordt volgens kaart 13 van het Barro toebedeeld aan het 'IJsselmeergebied'. In artikel 2.12.2 van de Barro wordt gesteld dat een bestemmingsplan geen bestemmingen mag bevatten die ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van deze titel geldende bestemmingsplan nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk maken. Indien op het tijdstip van inwerkingtreding van deze titel geen bestemmingsplan geldt, maakt een bestemmingsplan geen nieuwe bebouwing of landaanwinning mogelijk. Op dit artikel zijn uitzonderingen van toepassing: Bovenstaande geldt echter niet voor nieuwe bebouwing of landaanwinning die na 22 december 2009 in selectief aantal bestemmingsplannen wordt mogelijk gemaakt. De aanleg en daarmee uitvoering van IJburg tweede fase is hierin met 350 hectare opgenomen. Verder wordt een klein deel van het plangebied van Strandeiland op grond van artikel 2.13.2, eerste lid onder d, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening aangewezen als erfgoed van uitzonderlijke universele waarde: Het Werelderfgoed 'De Stelling van Amsterdam'. De begrenzing van de erfgoederen is nader uitgewerkt in het werkingsgebied Erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde.
Gemeente Amsterdam
blz. 56
Uitsnede kaart bijlage 7 'erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde' (artikel 2.13.2 van het Barro) In bijlage 8 kernkwaliteiten van de erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde (artikel 2.13.3) worden de kernkwaliteiten van De Stelling van Amsterdam als volgt omschreven: 1. Het unieke, samenhangende en goed bewaard gebleven, laat negentiende-eeuwse en vroeg twintigste-eeuwse hydrologische en militair-landschappelijke geheel, bestaande uit: a. een doorgaand stelsel van liniedijken in een grote ring om Amsterdam; b. sluizen en voor- en achterkanalen; c. de forten, liggend op regelmatige afstand, voornamelijk langs dijken; d. inundatiegebieden; e. voormalige schootsvelden (visueel open) en verboden kringen (merendeels onbebouwd gebied);
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (ontwerp)
blz. 57
f. de landschappelijke inpassing en camouflage van de voormalige militaire objecten; 2. Relatief grote openheid; 3. Groene en relatief stille ring rond Amsterdam. De kernkwaliteiten zijn verder uitgewerkt en geobjectiveerd in de provinciale verordening Omgevingsverordening NH2020. In de omgevingsverordening worden bij aanwijzing van het Barro regels gesteld omtrent de inhoud van of de toelichting bij bestemmingsplannen en de inhoud van omgevingsvergunningen. Bij de verordening worden in ieder geval regels gesteld die bewerkstelligen dat een bestemmingsplan of omgevingsvergunning waarbij met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, onderdeel a, onder 3°, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht van het bestemmingsplan wordt afgeweken geen activiteiten mogelijk maakt ten opzichte van het ten tijde van inwerkingtreding van de verordening geldende bestemmingsplan die de kernkwaliteiten, bedoeld in het eerste lid, aantasten. Voor een nadere beschouwing van deze kernkwaliteiten in relatie tot het voorliggende plan, wordt verwezen naar de desbetreffende paragrafen 3.2.2 en 10.4.4. Conclusie Voor de beschouwing van de beoogde ontwikkeling ten aanzien van de Stelling van Amsterdam wordt verwezen naar paragraaf Omgevingsverordening NH2020.
De aanleg en uitvoering van IJburg 2e fase en daarmee Strandeiland is bij regeling als bedoeld in artikel 2.12.2 lid 2 van het Barro, aangewezen als uitbreidingsgebied. Het voorliggende bestemmingsplan voor Strandeiland geeft uitvoering aan de aanwijzing en is daarmee in lijn met Barro. 3.1.3
Regeling algemene regels ruimtelijke ordening
De Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) geeft uitwerking aan enkele bepalingen in het Barro. In artikel 2.1 en bijlage 8.4 van het Rarro zijn zeven radarposten met de daarbij behorende toetsingsgebieden van het ministerie van Defensie aangewezen. De toetsingsplicht maakt onderscheid in windturbines enerzijds en gebouwen en andere bouwwerken anderzijds. Dit is nodig, omdat windturbines een grotere kans hebben radars te verstoren.
Gemeente Amsterdam
blz. 58
Kaart radarstations en radarverstoringsgebieden Het plangebied ligt buiten de zones met hoogtebeperkingen voor gebouwen en windturbines. Van een belemmering voor de ontwikkeling is daarom geen sprake. Conclusie Het plangebied is buiten een radarverstoringsgebied gelegen en vormt daarom geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.