3a. Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN KOSTVERLORENSTRAAT WEESP Bijlagen bij toelichting
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer IMRO_idn Planstatus
Ymere Emphasis Ruimtelijke Ordening en Juridisch Advies NL.IMRO.0457.GW2201BPKVS-VG01 Vastgesteld
2
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Inhoudsopgave Bijlage 1
Verkennend bodemonderzoek
4
Bijlage 2
Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai
120
Bijlage 3
Akoestisch onderzoek winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’
166
Bijlage 4
Quickscan Wet Natuurbescherming
218
Bijlage 5
Stikstofonderzoek
247
Bijlage 6
Vormvrije m.e.r-beoordeling
260
Bijlage 7
Advies Noord-Hollandse molenfederatie
270
Bijlage 8
Nota van beantwoording vooroverleg
279
Bijlage 9
Bezonningstudie
285
Bijlage 10
Nota van beantwoording zienswijzen inclusief zienswijzen
391
3
Nabij Kostverlorenstraat te Weesp Milieuhygiënisch vooronderzoek Verkennend bodemonderzoek Verkennend asbestonderzoek
Kenmerk Datum
: 1905M657/PMU/rap1 : 19 juli 2019
Opdrachtgever : MvM Management Consultancy De heer M. van Meelen Bachlaan 12 2101 EH Heemstede
Goedkeuring
Datum
Mevr. P. Mulder (Adviseur)
Opsteller, auteur
19-07-2019
Dhr. E. Baptist (Projectleider)
2e lezerschap
19-07-2019
Dhr. C. Brouwer (Teamleider)
vrijgave rapportage
19-07-2019
Handtekening
BRL SIKB 2000 Protocol 2001, 2002, 2018
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ........................................................................................................................................... 3
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK ......................................................................................... 5 2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK ................................................................................................ 5
2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED ......................................................................................... 5
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING ....................................................... 6
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST ................................................................................................... 7
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE .................................................................................... 8
2.6
BEINVLOEDING ............................................................................................................................. 9
2.7
BODEMVERONTREINIGING ......................................................................................................... 9
2.8
TERREINVERKENNING .............................................................................................................. 11
2.9
BEOORDELING............................................................................................................................ 12
2.10 CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING ................................................................................... 12 3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK ............................................................................................. 14 3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE ........................................................................................................ 14
3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK............................................................................................... 14
3.3
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK ........................................................................... 16
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN ............................................................................. 17
3.5
INTERPRETATIE.......................................................................................................................... 20
3.6
TOETSING HYPOTHESE ............................................................................................................ 21
3.7
CONCLUSIES .............................................................................................................................. 21
3.8
AANBEVELINGEN........................................................................................................................ 23
4.
BETROUWBAARHEID ...................................................................................................................... 24
Bijlagen 1 1.1 1.2
kaarten en tekeningen topografische kaart situatietekening met boorpunten
2 2.1 2.2 2.3
informatie vooronderzoek historisch kaartmateriaal rapportage Bodemloket.nl fotoreportage
3. 3.1 3.2
veldonderzoek formulieren veldonderzoek boorstaten en legenda
4. 4.1 4.2 4.3
laboratoriumonderzoek certificaat grondanalyses certificaat grondwateranalyse certificaat asbestbepalingen
5 5.1 5.2
toetsingstabellen toetsingstabellen grond toetsingstabellen grondwater 1905M657/PMU/rap1 Pagina 2 van 24
1.
INLEIDING
In opdracht van MvM Management Consultancy is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, een verkennend milieukundig bodemonderzoek en een verkennend asbest uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een terrein direct ten noorden van het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’, gelegen aan de Amstellandlaan en ten westen van de Kostverlorenstraat te Weesp.
Afbeelding 1: onderzoekslocatie ten noorden gelegen van het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’ te Weesp
Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is het voornemen om het terrein direct ten noorden van het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’ her in te richten. In de toekomst worden woningen/appartementen gerealiseerd. De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem, inclusief asbest, ter plaatse van de onderzoekslocatie. Verklaring onafhankelijkheid Uit oogpunt van onafhankelijkheid verklaart IDDS geen eigenaar te zijn, of in de nabije toekomst te worden, van het terrein waarop het bodemonderzoek en de advisering betrekking heeft. Milieuhygiënisch vooronderzoek Voorafgaand aan een verkennend bodemonderzoek dient een milieuhygiënisch vooronderzoek te worden uitgevoerd conform de NEN 5725;2017. Op basis van de informatie uit het vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Het doel van het vooronderzoek is inzicht te verkrijgen in de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hierbij wordt een inschatting gemaakt van de aard, mate, oorzaak en ligging van mogelijke verontreinigingen. Ook kunnen de resultaten van het vooronderzoek worden gebruikt bij de interpretatie van de resultaten van het bodemonderzoek.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 3 van 24
Om dit doel te bereiken wordt relevante informatie over de onderzoekslocatie en eventueel de beïnvloeding vanuit de directe omgeving verzameld, geanalyseerd en geïnterpreteerd. De te verzamelen informatie is afhankelijk van de aanleiding en het doel van het vooronderzoek en heeft betrekking op locatiegegevens, bodemopbouw, geohydrologie, te verwachten bodemkwaliteit en potentieel bodem-bedreigende activiteiten op de locatie waar het vooronderzoek betrekking op heeft. Verkennend bodem- en asbestonderzoek Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie, is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij een verkennend bodemonderzoek naar de (mogelijke) aanwezigheid van bodemverontreiniging en de werkwijze voor het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem en eventueel vrijkomende grond. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest, is de norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. Deze norm beschrijft de werkwijze voor het opstellen van de onderzoeksstrategie bij verkennend en nader onderzoek en de inspectie en monsterneming voor de bepaling van asbest in bodem en partijen grond.
Op basis van de informatie uit het milieuhygiënisch vooronderzoek wordt een onderzoekshypothese geformuleerd. Elke uit het milieuhygiënisch vooronderzoek resulterende onderzoekshypothese over de aan- of afwezigheid van bepaalde verontreinigende stoffen en de wijze van verspreiding wordt getoetst met een locatiespecifieke onderzoeksstrategie. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het milieuhygiënisch vooronderzoek stapsgewijs besproken. Het milieuhygiënisch vooronderzoek bestaat achtereenvolgens uit het vaststellen van de aanleiding en de afbakening van het onderzoeksgebied. Vervolgens wordt informatie verzameld van de voorgeschreven onderzoeksaspecten en worden de onderzoeksvragen beantwoord. Op basis hiervan worden conclusies getrokken en wordt de hypothese voor de onderzoekslocatie vastgesteld. In hoofdstuk 3 wordt het verkennend bodemonderzoek stapsgewijs besproken. Als eerste stap wordt, op basis van de bij het milieuhygiënisch vooronderzoek voor de locatie vastgestelde hypothese, de onderzoeksstrategie vastgesteld. Vervolgens worden de uitvoering en resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek apart besproken. Op basis van de onderzoeksresultaten wordt de vastgestelde hypothese getoetst en worden indien van toepassing, aanbevelingen gedaan met betrekking tot eventueel te nemen vervolgstappen. In hoofdstuk 4 wordt de betrouwbaarheid van het uitgevoerde onderzoek toegelicht.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 4 van 24
2.
MILIEUHYGIENISCH VOORONDERZOEK
2.1
AANLEIDING VOORONDERZOEK
Afhankelijk van de aanleiding voor het verrichten van het vooronderzoek moet antwoord worden verkregen op een aantal onderzoeksvragen. Als eerste stap in het vooronderzoek dient derhalve de aanleiding te worden vastgesteld. In de NEN 5725 zijn zeven aanleidingen tot vooronderzoek naar landbodems geformuleerd. Opgemerkt wordt dat er sprake kan zijn van een combinatie van meerdere aanleidingen. In dat geval dienen de onderzoeksvragen voor elke afzonderlijke aanleiding te worden beantwoord. Voor onderhavig onderzoek is de volgende aanleiding vastgesteld: A. opstellen hypothese over de bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek. De onderzoeksvragen, behorende bij de vastgestelde aanleiding, zijn in de navolgende paragrafen in tabelvorm aangegeven. Per onderzoeksvraag is, direct onder de betreffende vraag, het antwoord opgenomen. 2.2
AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED
TABEL 2.2.1a: afbakening onderzoeksgebied Onderzoeksvraag Wat is de afbakening van de onderzoekslocatie en is deze voldoende? Uitwerking
Bronnen
Situering
De globale ligging van de onderzoekslocatie is weergegeven op overzichtskaart 1.1 welke is opgenomen in bijlage 1. De begrenzing van de onderzoekslocatie is weergegeven op situatietekening 1.2 welke is opgenomen in bijlage 1.
Adres
Nabij Kostverlorenstraat
Plaats
Weesp
Gemeente
Weesp
Provincie
Noord-Holland
RD-coördinaten
Omschrijving
globaal middelpunt onderzoekslocatie
X
130.826,12
Y
480.427,29
Hoogte maaiveld
Z
Ca. -0,9 m NAP
Kadastraal
Gemeente
Weesp
Gemeentecode
WEE02
Sectie
B
Nummers
2147 (ged.), 6035 (ged.) en 4041 (ged.)
Totaal
Ca. 6.000 m2
Oppervlaktes
#1
#2
1905M657/PMU/rap1 Pagina 5 van 24
TABEL 2.2.1b: afbakening onderzoeksgebied Belendingen Alle richtingen Rondom de locatie is sprake van bebouwing. Grenzend aan het perceel is het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’ gevestigd. Ten oosten van de locatie was bebouwing aanwezig, waarvan de puin/betonfundering nog op locatie aanwezig is.
Afbeelding 2: onderzoekslocatie en belendingen (bron: IDDS Projectenkaart)
Afbakening VO
25 meter buiten kadastrale grenzen
-
Beantwoording Afbakening voldoende #1: Google Maps #2: KadViewer / Pdok-viewer / IDDS Projectenkaart
2.3
POTENTIELE BRONNEN VAN BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.3.1a: potentiële bronnen van bodemverontreiniging Onderzoeksvraag Is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging, zowel vanuit het verleden als het heden? Zo ja, wat zijn de potentiële bronnen van bodemverontreiniging, waar liggen ze en wat zijn de verdachte parameters? Uitwerking Voormalig gebruik
Bronnen Uit historische bronnen is bekend dat de locatie voor 1970 onbebouwd was en in gebruik was als weiland/natuur. Vanaf 1970 is ten oosten van onderhavige onderzoekslocatie bebouwing aanwezig. Deze bebouwing is recent gesloopt.
#1 / #2
Tevens is bekend dat in het verleden op locatie een tweetal voormalige watergangen hebben gelegen. Potentiele bronnen
In het verleden zijn een tweetal watergangen gedempt. Betreffende dempingen zijn verdacht op de kritische parameters zware metalen, PAK en asbest.
Huidig gebruik
Het terrein staat bekend als park met ter plaatse enkele voorzieningen als speeltuin, voetbalveld en parkeerplaatsen. Ten oosten heeft een vml. flat gestaan waar de puin/betonfundering nog aanwezig is.
Potentiele bronnen
In de huidige situatie zijn geen potentiele bronnen van bodemverontreiniging bekend.
Toekomstig gebruik
Bebouwing
#2 / #3
1905M657/PMU/rap1 Pagina 6 van 24
TABEL 2.3.1b: potentiële bronnen van bodemverontreiniging Beantwoording De potentiele bron van bodemverontreiniging betreft de vml. watergangen. Dergelijke gedempte watergangen zijn als verdacht aan te merken op de kritische parameters zware metalen, PAK en asbest. In de huidige situatie is geen sprake van potentiele bronnen van bodemverontreiniging. #1: Topotijdreis / Historisch kaartmateriaal (opgenomen in bijlage 2) #2: Bodemloket.nl #3: Google Maps
2.4
BODEMKWALITEIT EN ASBEST
TABEL 2.4.1: bodemkwaliteit en asbest Onderzoeksvraag Is de bodem asbestverdacht? Welke kwaliteitsklasse is toegekend aan de bodem in de bodemkwaliteitskaart en welke lagen zijn daarbij onderscheiden? Uitwerking Asbest
Bronnen Er is geen informatie beschikbaar omtrent de verdachtheid van de bodem op de aanwezigheid van asbest.
#1
Opgemerkt wordt dat, indien in de bodem sprake is van een puinbijmenging, de locatie, ongeacht de gradatie van het puin, dient te worden aangemerkt als asbestverdacht. Bodemkwaliteit
Bodemfunctieklasse
Wonen
#2
Beantwoording Op basis van de locatie-inspectie en boringen zijn bijmengingen met bodemvreemde materialen aangetroffen. #1: Rapportages opgevraagd bij Omgevingsdienst Flevoland & Gooi- en Vechtstreek (separaat opvraagbaar) #2: Bodemfunctieklassenkaart gemeente Weesp
1905M657/PMU/rap1 Pagina 7 van 24
2.5
BODEMOPBOUW EN GEOHYDROLOGIE
TABEL 2.5.1: bodemopbouw en geohydrologie Onderzoeksvraag Wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is er binnen het onderzoeksgebied sprake van verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen? Zo ja, welke fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde lagen zijn er en waar bevinden deze zich? Uitwerking
Bronnen
Bodemopbouw (lokaal)
Circa 0,0 – 2,5 m-mv
Een toplaag van wisselende dikte bestaande uit zand met daaronder klei en/of veenlagen.
Grondwater (lokaal)
Grondwaterstand freatisch
Circa 1,0 m-mv
#1 / 2
Een eenduidige stromingsrichting van het grondwater is niet bekend (gerioleerd gebied, oppervlaktewater, etc.). Voor zover bekend wordt het grondwater op en in de nabijheid van de onderzoekslocatie niet beïnvloed door menselijk handelen (drainage, bemalingen, etc.). Geohydrologie
Deklaag: In het algemeen wordt de slecht doorlatende deklaag gevormd door klei- en veenlagen van Westlandformatie. De dikte van de deklaag op de onderzoekslocatie is circa 5 meter. De stromingsrichting van het freatisch grondwater is westelijk gericht. 1e watervoerende pakket: Het eerste, tweede en derde watervoerende pakket worden globaal gevormd door goed doorlatende zandafzettingen uit de formaties van Twente, Drenthe, Eem, Urk en Sterksel. De stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket is westelijk gericht. Waar industriële grondwateronttrekkingen plaatsvinden in de omgeving van de onderzoekslocatie kan de stromingsrichting van het grondwater in het eerste watervoerende pakket lokaal afwijken.
Bodemvreemde lagen
Op basis van kaartmateriaal is bekend dat op locatie in het verleden enkele watergangen hebben gelegen en zijn gedempt. Deze exacte periode en het materiaal waarmee de watergangen mogelijk zijn gedempt is onbekend.
Beantwoording Op basis van de bodemopbouw en geohydrologie worden binnen het onderzoeksgebied noemenswaardige verschillende fysische kwaliteiten en/of bodemvreemde materialen verwacht. Door middel van het raadplegen van historische kaarten worden gedempte sloten verwacht. Betreffende dempingen zijn verdacht op de kritische parameters zware metalen, PAK en asbest. #1: DINOloket / Archief IDDS #2: Topotijdreis / Historisch kaartmateriaal (opgenomen in bijlage 2)
1905M657/PMU/rap1 Pagina 8 van 24
2.6
BEINVLOEDING
TABEL 2.6.1: beïnvloeding Onderzoeksvraag Is sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit of de kwaliteit van het grondwater? Zo ja, welke beïnvloeding en waar? Uitwerking Beïnvloeding
Bronnen Er wordt op basis van de beschikbare informatie geen beïnvloeding vanuit de omgeving verwacht.
#1
Conclusie Er is voor zover bekend geen sprake van beïnvloeding vanuit de omgeving van de bodemkwaliteit en/of de kwaliteit van het grondwater. #1: Bodemloket.nl #2: Rapportages opgevraagd bij Omgevingsdienst Flevoland & Gooi- en Vechtstreek (separaat opvraagbaar)
2.7
BODEMVERONTREINIGING
TABEL 2.7.1a: bodemverontreiniging* Onderzoeksvraag Wordt op de locatie of een deel daarvan (een geval van ernstige) bodemverontreiniging vermoed? Zo ja, waar bevindt deze zich? Uitwerking
Bronnen
Onderzoek ter plaatse van de locatie Een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd door Cauberg-Huygen Raadgevende Ingenieurs BV met kenmerk 20082212-10, d.d. 25-08-2009, heeft een deel van het plangebied onderzocht dat onderdeel was van een groter plangebied. De aanleiding van het onderzoek is de herstructurering van het plangebied en het winkelcentrum.
#1 / #2
De boringen gezet in onderhavige onderzoek tonen hooguit een lichte verhoging met minerale olie aan. Opgemerkt dient te worden dat het grondmengmonster bestaat uit meerdere boringen waarvan één enkele boring in onderhavige plangebied is geplaatst. Onderzoek nabij de locatie Verwachting o.b.v. eerder bodemonderzoek
Nabij de onderzoekslocatie zijn diverse bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis van de onderzoeksrapportages welke een overlap met het plangebied hebben en welke relevant zijn voor het uit te voeren bodemonderzoek is hieronder de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie beschreven.
#1 / #2
Verkennend bodemonderzoek / Cauberg-Huygen Raadgevend Ingenieurs BV / 20082212-10 / d.d. 25-08-2009 Dit onderzoek heeft o.a. betrekking op het winkelcentrum. Ter plaatse van het winkelcentrum is een sterke verontreiniging met zware metalen in de grond en het grondwater geconstateerd. Aanvullend bodemonderzoek / B&L Grondmanagement / B-16014 Rv1.docx / 30-05-2016 Dit bodemonderzoek is een aanvulling op het verkennend bodemonderzoek met referentie 20082212-10, d.d. 25-08-2009. Het aanvullende onderzoek is uitgevoerd ter plaatse van de Amstellandlaan (winkelcentrum). Het onderzoek bevestigd de onderzoeksresultaten uit het verkennend bodemonderzoek. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met een oppervlakte van circa 1.000 m2 en een diepte van 2 meter.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 9 van 24
TABEL 2.7.1b: bodemverontreiniging Verkennend bodemonderzoek / Amos Milieutechniek B.V. / 164.116.BR.11.JRO / d.d. 07-10-2016 Dit bodemonderzoek is uitgevoerd ter plaatste van het winkelcentrum gelegen aan de Amstellandlaan. In dit onderzoek is de sterke verontreiniging van voornoemde onderzoeken niet verder onderzocht. Overige locaties zijn hooguit licht verhoogd met enkele zware metalen. Het grondwater is sterk verhoogd met nikkel. Op 3 november 2016 is een brief (164.116.BR41.JRO_erratum) verstuurd door Amos Milieutechniek B.V. naar de gemeente Weesp met een aanvulling op het verkennend bodemonderzoek. In verband met de sterk verhoogde nikkelconcentraties in het grondwater zijn twee nieuwe peilbuizen geplaatst, direct naast de oorspronkelijke peilbuizen. Het grondwater is matig tot sterk verhoogd met nikkel. Naar aanleiding van de resultaten uit voornoemde onderzoeken is een BUSmelding aangevraagd voor het verwijderen van de zware metalen. Conclusie Ter plaatse van de onderzoekslocatie is een deel van de locatie in het verleden onderzocht. Een lichte verontreiniging met minerale olie is aangetoond. Grenzend aan het onderzoeksgebied is in het verleden een sterke verontreiniging met zware metalen in de grond en het grondwater aangetoond.
Niet verwacht wordt dat omliggend gebied invloed heeft op de milieuhygiënische kwaliteit van de grond en het grondwater van onderhavige locatie. #1: Bodemloket.nl #2: Rapportages opgevraagd bij Omgevingsdienst Flevoland & Gooi- en Vechtstreek (separaat opvraagbaar) *: Informatie bekend na de veldwerkzaamheden
1905M657/PMU/rap1 Pagina 10 van 24
2.8
TERREINVERKENNING
De terreinverkenning heeft tot doel om te controleren of de gedocumenteerde informatie overeenkomt met de daadwerkelijke situatie ter plaatse en deze aan te vullen met relevante waarnemingen. De terreinverkenning is op 2 juli 2019 uitgevoerd. Er zijn geen bijzonderheden waargenomen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem of die van invloed kunnen zijn op een uit te voeren bodemonderzoek. Tijdens de terreinverkenning zijn diverse werkzaamheden geconstateerd. Op een deel van het terrein is een depot aanwezig. Ter plaatse van de werkzaamheden en het depot zijn geen boringen geplaatst. De navolgende afbeeldingen geven een beeld van de onderzoekslocatie en de directe omgeving. Een fotoreportage is opgenomen in bijlage 2.
Fotonummer 1: Gericht west.
Fotonummer 2: Gericht oost.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 11 van 24
2.9
BEOORDELING
Onderzoeksvraag: Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? Het vooronderzoek is beoordeeld op afwijkingen ten opzichte van de NEN 5725;2017. Indien er sprake is van afwijkingen zijn deze omschreven en is de reden van afwijking aangegeven. Beoordeeld is in hoeverre de afwijking gevolgen heeft op de betrouwbaarheid en in hoeverre er sprake is van beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen. Vervolgens is beoordeeld in hoeverre de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, op basis van de resultaten van het vooronderzoek, afdoende bekend is, of in hoeverre bodemonderzoek noodzakelijk is. In tabel 2.9.1 is de uitwerking met betrekking tot voornoemde onderzoeksvraag opgenomen. TABEL 2.9.1: beoordeling Onderzoeksvraag Zijn er afwijkingen opgetreden ten opzichte van de NEN 5725;2017 Beantwoording Omschrijving
Reden afwijking
Afwijking
Geen
-
Gevolgen betrouwbaarheid
-
-
Beperkingen in relatie tot de onderzoeksvragen
-
-
Is de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem afdoende bekend of is bodemonderzoek noodzakelijk? De milieuhygiënische bodemkwaliteit van de bodem is niet volledig onderzocht en tevens is bestaande onderzoek verouderd.
2.10
CONCLUSIE EN HYPOTHESESTELLING
Op basis van de resultaten van het vooronderzoek zijn conclusies getrokken over de verwachting van de milieuhygiënische bodemkwaliteit en de aanwezige verontreinigende stoffen. Op basis van de getrokken conclusie is een hypothese geformuleerd. De hypothese betreft voor elke (deel)locatie, in zowel het horizontale als het verticale vlak, de verwachting met betrekking tot de aanwezigheid van bodemverontreiniging. Bij eventueel bodemonderzoek dient de hypothesestelling als basis voor de onderzoeksstrategieën uit de desbetreffende normdocumenten. De hypothese en strategie zijn complementair aan elkaar. TABEL 2.10.1a conclusie en hypothese Hypothese Locatie
Gehele onderzoekslocatie
Conclusie
Er is geen informatie beschikbaar omtrent de actuele milieuhygiënische bodemkwaliteit van de locatie. Op basis van de resultaten van het milieuhygiënisch vooronderzoek dient er rekening mee te worden gehouden dat er ter plaatse van de onderzoekslocatie mogelijk sprake is van verontreinigde bodem aangezien op locatie mogelijk in het verleden enkele Op enkele watergangen zijn gedempt. Ingeval sprake blijkt te zijn van een bijmengingen, hetgeen aannemelijk is, dient de locatie ongeacht de gradatie formeel als verdacht op asbest te worden aangemerkt. Gezien de historische belasting van het park worden de veen en kleilagen niet als verdachte laag beschouwd.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 12 van 24
TABEL 2.10.1b conclusie en hypothese Hypothese NEN 5740 Verdacht (VED-HE-NL) NEN 5707 Als kritische parameters worden aangemerkt: Grond: zware metalen, PAK en asbest De ophooglaag zand wordt als verdachte laag aangemerkt. De puin/betonfundering ter plaatste van de voormalige flat een aaneengesloten verharding. Hierdoor is een beperkte monstername uitgevoerd van onder het puin/beton.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 13 van 24
3.
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
3.1
ONDERZOEKSSTRATEGIE
De onderzoeksstrategie is gebaseerd op de hypothese zoals deze is vastgesteld op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek, zie hoofdstuk 2. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie is de norm NEN 5740+A1;2016 gehanteerd. Op basis van de historische informatie en de mogelijk gedempte watergangen is de onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie, diffuse bodembelasting, heterogeen verdeelde verontreiniging op schaal van monsterneming (VED-HE) van toepassing. Gezien de historische belasting van het park worden de veen en kleilagen niet als verdachte laag beschouwd. Ter bepaling van de milieuhygiënische bodemkwaliteit binnen de begrenzing van de onderzoekslocatie ten aanzien van asbest, is de norm NEN 5707+C2;2017 gehanteerd. Op basis van de strategie voor het verkennend bodemonderzoek is de onderzoeksstrategie voor een verkennend onderzoek asbest op diffuus belaste locaties met een heterogeen verdeelde asbestverontreiniging op schaal van de monsterneming gehanteerd. 3.2
UITVOERING VELDONDERZOEK
Een samenvatting van de tijdens het veldonderzoek uitgevoerde werkzaamheden is opgenomen in de navolgende tabel. Ter plaatse van de locatie zijn mogelijke voormalige watergangen gedempt. Met de positionering van de boringen is hiermee rekening gehouden. De posities van de genoemde meetpunten zijn weergegeven op situatietekening 1.2 welke is opgenomen in bijlage 1. TABEL 3.2.1: samenvatting veldonderzoek Uitvoeringsperiode
02-07-2019 / 03-07-2019 / 05-07-2019
Uitvoerende partij
VeldXpert
BRL SIKB / VKB protocol
BRL SIKB 2000 VKB protocol 2001, 2002, 2018
Onderzoeksaspect
Meetpunten Type
Diepte [mmv]
Boring Boring met peilbuis
1,0 2,0 2,5
Asbest-inspectiegat
-
Codering
Bijzonderheden
12 2 1
05 t/m 16, 19 02, 04 01
-
19
ASB01 t/m ASB19
-
Aantal
NEN 5740+A1;2016* Gehele onderzoekslocatie NEN 5707+C2;2017* Overige terreindeel
NEN 5897+C2;2017* (indicatief) – in verband met nog aanwezige fundering Voormalige flat
Boring Boring
1,5 2,0
3 1
07, 17, 18 03
-
*deels gecombineerd uitgevoerd met onderzoek NEN 5740
In verband met nog aanwezige vloer/funderingen ter plaatse van de voormalige bebouwing, zijn boringen geplaatst in plaats van asbestgaten om monstermateriaal te verkrijgen en daarom voor dit terreindeel geldt dat de inspanningen indicatief zijn. Opgemerkt dient te worden dat de werkzaamheden niet uitgevoerd zijn onder het certificaat BRL SIKB 2000, VKB-protocol 2018, omdat in de bodem plaatselijk puin is aangetroffen (>50% bodemvreemd materiaal) en 1905M657/PMU/rap1 Pagina 14 van 24
betreffend protocol hierbij niet van toepassing is. Op basis van de NEN 5897 is het puin indicatief op asbest geanalyseerd. Voor het overige terreindeel zijn de werkzaamheden uitgevoerd conform de NEN 5707+C2; 2017, BRL SIKB 2000, en VKB-protocol 2018. Uitvoeringswijze Tijdens het veldonderzoek is niet afgeweken van de beoordelingsrichtlijn. Het veldverslag met daarin de gegevens van het veldwerkbureau en de namen van de veldwerkers is opgenomen in bijlage 3. Het procescertificaat en het hierbij behorende keurmerk zijn van toepassing op de activiteiten met betrekking tot het veldonderzoek en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie aan een erkend laboratorium of aan de opdrachtgever. Tijdens het verrichten van het veldonderzoek is de bodem zintuiglijk beoordeeld op de mogelijke aanwezigheid van verontreinigingen en is de bodemopbouw beschreven. Bodemopbouw Per meetpunt is de texturele, minerale en organische samenstelling van de bodem nauwkeurig beschreven. Op basis van deze beschrijving is per meetpunt een boorstaat vervaardigd. De boorstaten zijn opgenomen in bijlage 3. De globale opbouw van de bodem ter plaatse van de gehele onderzoekslocatie, gebaseerd op de boorstaten, wordt als volgt omschreven: -
De bovengrond, tot 0,5 m-mv, is opgebouwd tot matig fijn zand. De ondergrond, tot de graafdiepte van 2,5 m-mv, is afwisselend opgebouwd uit sterk zandig klei en matig fijn zand. In de diepere lagen komt plaatselijk veen voor.
Zintuiglijk waargenomen bijzonderheden Het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal is visueel geïnspecteerd op afwijkingen en op het voorkomen van bodemvreemde bijmengingen die kunnen duiden op een mogelijke verontreiniging van de bodem. Het materiaal is met name beoordeeld op de aard, grootte en gradatie van voorkomen. Sommige verontreinigingen die in de bodem aanwezig zijn, kunnen aan de geur herkend worden. Benadrukt dient te worden dat, indien tijdens de veldwerkzaamheden passieve geurwaarnemingen worden gedaan, deze gekarakteriseerd worden en per boorpunt worden beschreven. Indien er sprake is van afwijkingen en/of bijmengingen zijn deze, per meetpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de boorstaten blijkt in hoofdlijnen het navolgende: -
In de bovengrond zijn zintuiglijk bijmengingen met baksteen met plaatselijk plastic. Ter plaatse van boring 04 zijn resten zandcement en sporen koolas aangetroffen. In de ondergrond is ter plaatse van boring 01 een bijmenging met baksteen in de veenlaag waargenomen. Ter plaatse van de overige boringen zijn geen bijmengingen waargenomen.
Bij de boringen geplaatst ter plaatse van de voormalige bebouwing is tot circa 0,8 m-mv een puin/betonlaag aangetroffen. Indien een bodemlaag meer dan 50% bodemvreemd materiaal bevat wordt dit niet als bodem gezien. Asbest Het veldonderzoek is uitgevoerd door veldwerkers welke zijn opgeleid voor het herkennen van asbestverdachte materialen. Tijdens de uitvoering van het bodemonderzoek is het opgeboorde en vrijgegraven bodemmateriaal visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen (grove fractie). De grond afkomstig uit de inspectiegaten is gezeefd. Er is geen maaiveldinspectie op asbest uitgevoerd, aangezien het maaiveld geheel voorzien is van een aaneengesloten verhardingslaag. 1905M657/PMU/rap1 Pagina 15 van 24
Indien asbestverdacht materiaal is aangetroffen is dit, per boorpunt en per bodemlaag, aangegeven in de boorstaten die zijn opgenomen in bijlage 3. Op basis van de visuele inspectie op asbest blijkt het navolgende: -
In de op asbest geïnspecteerde grond is geen asbestverdacht materiaal (grove fractie) aangetroffen.
De verdachte laag betreft de zandlaag tot 0,5 m-mv. Door enkele proefboringen zijn in de bovengrond bijmengingen aangetroffen en dieper in de zandlaag zijn geen bijmengingen waargenomen. Grondwater Voorafgaand aan de bemonstering van het grondwater is de actuele grondwaterstand opgenomen ten opzichte van het maaiveld. Van het bemonsterde grondwater is in het veld de zuurgraad (pH), het elektrisch geleidingsvermogen (EC) en de mate van troebelheid (NTU) gemeten. Het bemonsterde grondwater is zintuiglijk beoordeeld op eventuele afwijkingen die kunnen duiden op een bodemverontreiniging. In de navolgende tabel zijn de resultaten opgenomen van de uitgevoerde metingen en verrichtte waarnemingen. TABEL 3.2.2: metingen uitgevoerd aan het grondwater Peilbuis
01
Filterstelling
Monstername
Grondwaterstand
[m-mv]
d.d.
[m-mv]
1,5 – 2,5
10-07-2019
1,20
pH
7,5
EC
Troebelheid
[S/cm]
[NTU]
1.190
321
Zintuiglijke afwijkingen / overige bijzonderheden Geen bijzonderheden
Op basis van de veldwaarnemingen en metingen blijkt het navolgende: -
3.3
De grondwaterstand bevindt zich op 1,2 m-mv. De gemeten zuurgraad (pH) en het elektrisch geleidingsvermogen van het grondwater vertonen geen afwijkende waarden ten opzichte van een natuurlijke situatie. De gemeten troebelheid (NTU) van het grondwater is (enigszins) verhoogd ten opzichte van een natuurlijk situatie. Echter, een verklaring hiervoor is basis van de voor de locatie bekende gegevens vooralsnog niet te geven.
UITVOERING LABORATORIUMONDERZOEK
Voor de verrichting van het chemisch onderzoek zijn de monsters overgebracht naar een (RvA) geaccrediteerd en AS3000 erkend laboratorium. De naam en contactgegevens van het betreffende laboratorium, alsmede de data waarop de monstervoorbehandeling en het analytisch onderzoek is uitgevoerd, zijn aangegeven op de analysecertificaten die in bijlage 4 zijn opgenomen. Analysestrategie Bij de selectie van de grond(meng)monsters is, voor het verkrijgen van een representatief beeld van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, rekening gehouden met de bodemopbouw en eventuele zintuiglijk waargenomen afwijkingen. Voor het verkrijgen van een ruimtedekkend beeld is eveneens rekening gehouden met de situering van de boringen. In tabel 3.4.1 is een overzicht gegeven van de monsters, waar van toepassing de monstersamenstelling, de monstertrajecten en de uitgevoerde analyses. Samenstelling standaard analysepakketten In het standaard pakket voor grond zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). 1905M657/PMU/rap1 Pagina 16 van 24
-
PAK (polycyclische aromatische koolwaterstoffen). Minerale olie (GC). PCB (PolyChloorBifenylen).
Ten behoeve van de toetsing van de analyseresultaten zijn van alle grondmonsters de percentages lutum en/of organische stof bepaald. In het standaard pakket voor grondwater zijn de volgende analyses opgenomen: -
Zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink). BTEXNS (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen, naftaleen en styreen). VOCl (vluchtige organochloorverbindingen). Minerale olie.
Uitsplitsing In het onderzoek is in één mengmonster MM04, ter plaatse van de voormalige bebouwing, een matige verhoging voor het gehalte zink aangetoond. Het betreffende grondmonster is uitgesplitst, waarbij de betreffende deelmonsters uit MM04 separaat zijn geanalyseerd op de parameter zink. Dit teneinde inzicht te krijgen in de aard, plaats van voorkomen en de verspreiding van de aangetoonde verhoging met zink.
3.4
BESPREKING ONDERZOEKSRESULTATEN
De resultaten van de chemische analyses zijn weergegeven op de analysecertificaten, die in bijlage 4 zijn opgenomen. De analyseresultaten zijn, waar van toepassing, getoetst middels de Bodem Toets en Validatieservice (BoToVa). De toetsingstabellen zijn opgenomen in bijlage 5. Wet bodembescherming (Wbb) Voor de interpretatie van de resultaten van de chemische analyses van de grondmonsters zijn de meetwaarden, conform bijlage G van de Regeling bodemkwaliteit, gecorrigeerd voor de gemeten percentages lutum en/of organische stof. De gecorrigeerde meetwaarden zijn vergeleken met het toetsingskader van de Wet bodembescherming. Dit toetsingskader bestaat uit de achtergrondwaarden, zoals opgenomen in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit, en de interventiewaarden, zoals opgenomen in de Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013 (Staatscourant nr. 16675, 27 juni 2013). Naast het wettelijk kader zijn de gecorrigeerde meetwaarden getoetst aan de tussenwaarden, zijnde het rekenkundig gemiddelde van de achtergrond- en interventiewaarden voor de betreffende stof. Indien de gecorrigeerde meetwaarde voor één of meerdere stoffen de tussenwaarde overschrijdt kan in potentie sprake zijn van een geval van ernstige bodemverontreiniging (Handhavingsuitvoeringsmethode Wbb, versie 7.5 van het SIKB) en is het uitvoeren van nader bodemonderzoek in veel gevallen noodzakelijk. In tabel 3.4.1.
zijn de resultaten van het veld- en laboratoriumonderzoek opgenomen alsmede de resultaten van de uitgevoerde toetsingen. <AW / <S niet verontreinigd: het gehalte / de concentratie is lager dan of gelijk aan de achtergrond-waarde (grond) of streefwaarde (grondwater), dan wel de rapportagegrens; >AW / >S licht verontreinigd: het gehalte overschrijdt de achtergrondwaarde (grond) of streefwaarde (grondwater) en is lager dan of gelijk aan de tussenwaarde, zijnde licht verontreinigd; >T matig verontreinigd: het gehalte overschrijdt de tussenwaarde en is lager dan of gelijk aan de interventiewaarde; >I sterk verontreinigd: het gehalte overschrijdt de interventiewaarde. 1905M657/PMU/rap1 Pagina 17 van 24
Asbest Het resultaat van het verkennend onderzoek is een uitspraak over de mogelijke verontreiniging van de bodem op basis van verzamelde stukken asbesthoudend materiaal en (meng)monsters grond. Aan de hand van het verkregen indicatieve gehalte aan asbest wordt nagegaan of nader onderzoek al dan niet noodzakelijk is. Door de beperkte onderzoeksintensiteit van het verkennend onderzoek kan niet direct worden getoetst aan de interventiewaarde (gewogen gehalte 100 mg/kg.ds). In het verkennend onderzoek wordt het gehalte getoetst aan de interventiewaarde gecorrigeerd met een factor 2. Deze correctiefactor is een maat voor de betrouwbaarheid van het verkennend onderzoek in relatie tot het nader onderzoek. Indien het asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde (50 mg/kg.ds) is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. Bij een asbestgehalte groter dan de helft van de interventiewaarde is een nader onderzoek asbest verplicht. De hoogste bepaalde waarde binnen een locatie is hiervoor bepalend. Voor de inspectie van de diepere bodemlagen, zijn gelijkmatig verdeeld, over de locatie 19 gaten (ASB01 t/m ASB19) gegraven. De gaten hebben een minimale afmeting van 0,3 x 0,3 meter en een diepte van 0,5 m.
Hiervan zijn in diverse gaten en boring verricht tot de onverdachte ondergrond met een maximale diepte van 2,0 m-mv. Asbest indicatief Ter plaatse van de voormalige flat is een puin/betonverharding aangetroffen. Een puinmengmonster is samengesteld, waarop indicatieve wijze een kwantificatie is verricht op asbest. Opgemerkt wordt dat geen asbestonderzoek conform NEN 5707 is uitgevoerd. De resultaten geven louter een indicatie inzake de verwachting omtrent de aan- of afwezigheid van asbest. Om aanwezigheid van asbest daadwerkelijk vast te stellen dient formeel gezien een asbestonderzoek conform de NEN 5707 te worden uitgevoerd. Het overige terreindeel is wel uitgevoerd conform de NEN 5707.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 18 van 24
TABEL 3.4.1: overzicht monsters, monstersamenstelling, analyses en toetsingsresultaten Monstercodes, deelmonsters en bodemlagen (bodemlagen in cm-mv)
Matrix en eventuele bijzonderheden
Analyse
Toetsingsresultaten (GSSD) Wbb
Asbest
> AW / > S (licht verhoogd)
>T (matig verhoogd)
>I (sterk verhoogd)
NEN 5740+A1;2016 Gehele locatie MM01: 02 (100-150) + 04 (100-150)
Zand: geen bijzonderheden
Standaardpakket grond
-
-
-
-
-
-
-
MM02: 01 (0-50) + 04 (0-50) + 05 (0-50) 10 (0-50)
Zand: sporen baksteen, resten plastic, resten zandcement, sporen koolas
Standaardpakket grond
-
-
-
-
-
-
-
MM03: 08 (0-50) + 13 (0-50) + 14 (0-50) + 19 (0-50)
Zand, sporen baksteen
Standaardpakket grond
Lood PCB
51 0,025
-
-
-
-
-
01-1-1: 01 (150-250)
Grondwater
Standaardpakket grondwater
Barium
100
-
Zand: geen bijzonderheden
Standaadpakket grond
PCB Minerale olie
0,051 390
Zink
593
-
-
-
03-3: 03 (80-130)
Zand: geen bijzonderheden
Zink
-
-
-
-
-
-
-
07-3: 07 (80-130)
Zand: geen bijzonderheden
Zink
-
-
-
-
-
-
-
17-3: 17 (80-130)
Zand: geen bijzonderheden
Zink
-
-
-
-
-
-
-
18-3: 18 (80-130)
Zand: geen bijzonderheden
Zink
-
-
-
-
-
-
-
ASBM01: MM1 (ASB03 + ASB04 + ASB05 + ASB06 + ASB17 + ASB19)
Zand, bovengrond 0,0-0,5 m-mv
Asbestbepaling grond
-
-
-
-
-
-
<1,0 mg/kg ds
ASBM02: MM2 (ASB02 + ASB07 + ASB09 + ASB10 + ASB11 + ASB18)
Zand, bovengrond 0,0-0,5 m-mv
Asbestbepaling grond
-
-
-
-
-
-
<1,3 mg/kg ds
ASBM03: MM3 (ASB01 + ASB12 + ASB13 + ASB14 + ASB16)
Zand, bovengrond 0,0-0,5 m-mv
Asbestbepaling grond
-
-
-
-
-
-
<1,1 mg/kg ds
Zand: onder puin/betonfundering 0,8-1,3 m-mv
Asbestbepaling puin (indicatief)
-
-
-
-
-
-
<1,5 mg/kg ds
-
-
Voormalige flat MM04: 03 (80-130) + 07 (80-130) + 17 (80-130) + 18 (80-130) Uitsplitsing
NEN 5707+C2;2017
NEN 5897+ C2; 2017 (indicatief) ASB04: MM10 (03 + 07 + 17 + 18)
1905M657/PMU/rap1 Pagina 19 van 24
3.5
INTERPRETATIE
Naar aanleiding van de verkregen onderzoeksresultaten blijkt met betrekking tot de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie het volgende: Algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit In het milieukundig vooronderzoek zijn op basis van diverse historische kaarten voormalige watergangen gevonden. In onderhavig onderzoek zijn deze voormalige gedempte watergangen niet teruggevonden. Vermoedelijk zijn deze gedempt met gebiedseigen grond. Grond De bovengrond ter plaatse van de onderzoekslocatie is overwegend opgebouwd uit zand. Zintuiglijk zijn in de bovengrond bijmengingen met bodemvreemde materialen (baksteen, plastic, zandcement en koolas) aangetroffen. Ter plaatse van de voormalige bebouwing is tot circa 0,8 m-mv een puin/betonlaag aangetroffen. Indien een bodemlaag meer dan 50% bodemvreemd materiaal bevat wordt dit niet als bodem gezien. In de bovengrond overschrijden plaatselijk de gehalten lood en PCB de desbetreffende achtergrondwaarden. De gehalten van de overige onderzochte parameters zijn lager dan de desbetreffende achtergrondwaarden. De ondergrond is overwegend opgebouwd uit zand. Zeer plaatselijk komt klei voor en in de diepere lagen komt veen voor. Ter plaatse van de veenlaag is in een enkele boring baksteen waargenomen. Vermoedelijk betreft dit het voormalige maaiveld.
In de overige boringen zijn geen bijmengingen met bodemvreemde materialen waargenomen. De gehalten van onderzochte parameters zijn alle lager dan de desbetreffende achtergrondwaarden. Ter plaatse van de voormalige bebouwing is een grondmengmonster samengesteld van de lagen onder de aanwezige puin/betonfundering. De grond is opgebouwd uit zand en in de diepere lagen komt een veen voor. In de grond overschrijden de gehalten PCB en minerale olie de desbetreffende achtergrondwaarden. Het gehalte zink overschrijdt de tussenwaarde. Het betreffende grondmengmonster is uitgesplitst. Naar aanleiding van de uitsplitsing is de tussenwaarde overschrijding van zink niet teruggevonden. Vermoedelijk is deze matige verhoging te realteren aan de puin/betonresten afkomstig van de puin/betonfundering erboven. Resultaten na uitsplitsing worden als meest representatief beschouwd. Grondwater De grondwaterspiegel bevindt zich op 1,2 m-mv. Aan het bemonsterde grondwater zijn geen afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele verontreiniging. In het grondwater is sprake van een licht verhoogde concentratie barium. Er kan geen antropogene bron worden aangewezen voor de verhoogde barium concentraties. Waarschijnlijk is de verhoogde barium concentraties van een natuurlijke bron. Asbest In de bodem is sprake van bijmengingen met bodemvreemde materialen.
In de op asbest geïnspecteerde grond is geen asbestverdacht materiaal (grove fractie) aangetroffen. Op basis van de asbestbepalingen (fijne fractie) van de mengmonsters (ASB01 t/m ASB03) blijkt in de bodem geen asbest te zijn aangetoond, dat de gehaltes asbest lager zijn dan de betreffende detectiegrenzen. Aangezien het gewogen gehalte aan asbest lager is dan de helft van de interventiewaarde, zijnde 50 mg/kg.ds, is het statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde, zijnde 100 mg/kg.ds, ook in een nader onderzoekstraject niet zal worden overschreden en is verder onderzoek niet noodzakelijk. 1905M657/PMU/rap1 Pagina 20 van 24
Volgens de NEN 5707+C2;2017 kan de conclusie dat op een locatie geen asbest is aangetoond pas worden getrokken wanneer visueel geen asbesthoudend materiaal wordt waargenomen en bij de analyse van grondmonsters geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest wordt gevonden. Gelet op bovengenoemde in relatie met de onderzoeksresultaten kan voor de locatie worden geconcludeerd dat geen asbest is aangetoond. Ter plaatse van de voormalige bebouwing is een mengmonster samengesteld welke indicatief is bemonsterd is geanalyseerd op asbest. In het monster (ASBM04) is analytisch geen asbest aangetoond. Gelet op bovengenoemde geeft dit ons inziens geen aanleiding tot vervolgonderzoek.
3.6
TOETSING HYPOTHESE
De op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek vastgestelde onderzoekshypothese is getoetst aan de resultaten van het verkennend bodemonderzoek. De toetsing van de hypothese is in onderstaande tabel opgenomen. Indien van toepassing is, bij een (gedeeltelijk) onjuiste hypothese de invloed op representativiteit van het onderzoek in relatie met de gevolgde onderzoeksstrategie aangegeven. TABEL 3.6.1: hypothese en onderzoeksstrategie (Deel)locatie Gehele locatie Onderzoek
NEN 5740+A1;2016
Hypothese
Verdacht
Toetsing
Hypothese: - op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese aangenomen. Reden: - in de grond zijn enkele licht verhoogde parameters aangetoond. - in het grondwater is een verhoogde concentratie met barium aangetoond.
Onderzoek Hypothese Toetsing
3.7
Invloed op representativiteit in relatie met de gevolgde (achteraf onjuiste) onderzoeksstrategie: - niet van toepassing NEN 5707+C2;2017 Verdacht Hypothese: - op basis van de onderzoeksresultaten wordt de hypothese verworpen. Reden: - er is geen asbestverdacht materiaal aangetoond en er is geen asbest aangetoond in een gehalte boven de tussenwaarde. Invloed op representativiteit in relatie met de gevolgde (achteraf onjuiste) onderzoeksstrategie: - niet van toepassing
CONCLUSIES
In opdracht van MvM Management Consultancy is door IDDS een milieuhygiënisch vooronderzoek, een verkennend milieukundig bodemonderzoek en een verkennend asbest uitgevoerd. De onderzoekslocatie betreft een terrein direct ten noorden van het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’, gelegen aan de Amstellandlaan en ten westen van de Kostverlorenstraat te Weesp. Aanleiding en doelstelling De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is het voornemen om het terrein direct ten noorden van het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’ her in te richten. In de toekomst worden woningen/appartementen gerealiseerd. 1905M657/PMU/rap1 Pagina 21 van 24
De doelstelling van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de milieuhygiënische kwaliteit van de landbodem, inclusief asbest, ter plaatse van de onderzoekslocatie. Algemene milieuhygiënische bodemkwaliteit • In de bovengrond zijn bijmengingen met baksteen, plastic, zandcement en koolas waargenomen. In de ondergrond is zeer plaatselijk in de veenlaag baksteen waargenomen. • De bovengrond is licht verhoogd met lood en PCB. In de ondergrond zijn geen verhogingen aangetoond. • Ter plaatse van de voormalige bebouwing is een matige verhoging met zink in de grond onder de puin/betonfundering aangetoond. Na uitsplitsing is deze matige verhoging met zink niet teruggevonden. Vermoedelijk is deze matige verhoging te realteren aan de puin/betonresten afkomstig van de puin/betonfundering erboven. • De grondwaterspiegel bevindt zich op 1,2 m-mv. Aan het bemonsterde grondwater zijn afwijkingen waargenomen die kunnen duiden op een eventuele bodemverontreiniging. • Het grondwater bevat een licht verhoogde concentratie barium. Gelet op de onderzoeksresultaten, te weten de aangetoonde overschrijdingen van de betreffende achtergrond- en tussenwaarden dient de hypothese ‘verdacht’ voor de onderzoekslocatie formeel te worden aangenomen. De lichte verontreinigingen in de grond en in het grondwater geven geen aanleiding tot aanvullend onderzoek.
Asbest • In de grond is geen asbestverdacht materiaal (grove fractie) aangetroffen. • Op basis van de asbestbepalingen (fijne fractie) blijkt in de bodem geen asbest te zijn aangetoond, door dat de gehaltes asbest lager zijn dan de betreffende detectiegrenzen. Het is statistisch niet aannemelijk dat de interventiewaarde voor asbest in een nader onderzoekstraject wordt overschreden. Verder asbestonderzoek is niet noodzakelijk. Aangezien op de locatie visueel geen asbesthoudend materiaal is waargenomen en geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest is aangetoond wordt de hypothese verdacht ten aanzien van asbest verworpen. Analytisch is ter plaatse van de voormalige bebouwing in de puin/betonfundering geen asbest aangetoond. Dit wordt als representatief beschouwd. Ons inziens is het niet noodzakelijk om aanvullend onderzoek uit te voeren.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 22 van 24
3.8
AANBEVELINGEN
Op basis van de onderzoeksresultaten en conclusies wordt het navolgende aanbevolen: Wij adviseren om de onderzoeksresultaten voor te leggen aan het bevoegd gezag, zijnde gemeente Weesp, om na te gaan of zij kunnen instemmen met de onderzoeksresultaten en bovengenoemde conclusies ten behoeve van verkrijgen omgevingsvergunning. Indien op de onderzoekslocatie ten gevolge van graafwerkzaamheden grond vrijkomt en buiten de locatie wordt hergebruikt, vindt hergebruik veelal plaats binnen het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In dat geval dient de chemische kwaliteit van de grond te worden getoetst aan de kwaliteitsnormen die door het Besluit bodemkwaliteit aan de betreffende toepassing worden verbonden. IDDS Milieu Noordwijk (ZH)
1905M657/PMU/rap1 Pagina 23 van 24
4.
BETROUWBAARHEID
Het onderhavige onderzoek is op zorgvuldige wijze verricht volgens de algemeen geaccepteerde inzichten en methoden. Echter, een bodemonderzoek is gebaseerd op het nemen van een beperkt aantal monsters en chemische analyses. IDDS streeft naar een zo groot mogelijke representativiteit van het onderzoek. Toch blijft het mogelijk dat lokaal afwijkingen in de milieuhygiënische kwaliteit of opbouw van het bodemmateriaal voorkomen, ten opzichte van de in onderhavig rapport beschreven situatie. IDDS acht zich niet aansprakelijk voor eventuele schade die als gevolg van deze afwijkingen zou kunnen ontstaan. Hierbij dient tevens te worden gewezen op het feit dat het uitgevoerde onderzoek een momentopname is. Beïnvloeding van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) zou plaats kunnen vinden na uitvoering van dit onderzoek door, bijvoorbeeld het bouwrijp maken van de locatie, het aanvoeren van grond van elders, toevoeging van bodemvreemde materialen of het naar de onderzoekslocatie verspreiden van verontreinigingen van verder gelegen terreinen via het grondwater. Naarmate de periode tussen de uitvoering van het onderzoek en het gebruik van de resultaten langer wordt, zal meer voorzichtigheid betracht moeten worden.
In veel gevallen hanteren de beoordelende instanties termijnen (doorgaans maximaal 3 jaar voor een bedrijfslocatie en maximaal 5 jaar voor een woonlocatie) waarbinnen de onderzoeksresultaten representatief worden geacht te zijn. Bij het gebruik van de resultaten van dit onderzoek dient het doel van het onderzoek goed in ogenschouw te worden genomen. Zo zullen de resultaten van een onderzoek naar het voorkomen en/of verspreiding van één specifieke verontreinigende stof geen uitsluitsel bieden omtrent de aanwezigheid aan verhoogde concentraties van overige, niet onderzochte verontreinigende stoffen.
1905M657/PMU/rap1 Pagina 24 van 24
BIJLAGE 1 1.1 OVERZICHTSKAART 1.2 SITUATETEKENING MET BOORPUNTEN
Schaal 1:25.000
Legenda Locatie-aanduiding
130800
130850
130900
Legenda
480450
480450
480400
480400
Plangebied Boorpunten Boring Boring met peilbuis
Opdrachtgever MvM Management Consultancy Projectnummer 1905M657 Akkoord Getekend: Vrijgegeven: Formaat: Schaal: Schaal situatie:
130800
130850
130900
Datum:
PMU COB A3
10-7-2019
Locatie Kostverlorenstraat, Weesp Omschrijving Verkennend bodemonderzoek Tekening nr.
Versie nr.
Bijlage nr.
M657-BO-01
1.1
3
130800
130850
130900
Legenda
480450
480450
480400
480400
Plangebied Boorpunten Asbestgat Asbestgat met boring
Opdrachtgever MvM Management Consultancy Projectnummer 1905M657 Akkoord Getekend: Vrijgegeven: Formaat: Schaal: Schaal situatie:
130800
130850
130900
Datum:
PMU COB A3
1-7-2019
Locatie Kostverlorenstraat, Weesp Omschrijving Verkennend asbestonderzoek Tekening nr.
Versie nr.
Bijlage nr.
M657-ASB-01
1.1
3
BIJLAGE 2.1 HISTORISCH KAARTMATERIAAL
Bron: Topotijdreis.nl Onderzoekslocatie: zwarte omlijning Kaartmateriaal: 1950
Kaartmateriaal: 1965
Kaartmateriaal: 1970
Kaartmateriaal: 1990
Kaartmateriaal: 2010
Kaartmateriaal: 2018
BIJLAGE 2.2 RAPPORTAGE BODEMLOKET.NL
Rapport Bodemloket Geen locatiecode Amstellandlaan Datum: 05-06-2019
Legenda
Locatie Voortgang onderzoek
Mijnsteengebieden
1/3
Geen locatiecode Amstellandlaan
Inhoud 1
Algemeen
1.1 Administratieve gegevens 1.2 Statusinformatie 1.3 Verontreinigende (onderzochte) activiteiten 1.4 Onderzoeksrapporten 1.5 Besluiten 1.6 Saneringsinformatie 1.7 Contactgegevens 2
Disclaimer
1
Algemeen Dit rapport is opgesteld met de gegevens uit http://www.bodemloket.nl/
1.1
Administratieve gegevens Locatienaam:
Amstellandlaan
Identificatiecode volgens bevoegd gezag:
1.2
1.3
Locatiecode gemeentelijk BIS:
AA045700319
Adres:
Amstellandlaan 2 1382CE Weesp
Gegevensbeheerder:
Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
Statusinformatie Vervolg:
starten sanering.
Omschrijving:
Om de verontreiniging te verwijderen of te beheren moet worden gestart met de sanering.
Verontreinigende (onderzochte) activiteiten Omschrijving
1.4
Start
Eind
Onderzoeksrapporten Type
Auteur
Nummer
Datum
Meldingsformulier BUS saneringsplan
AMOS
174.039
2017-03-21
ASB - asbest onderzoek NEN 5707
AMOS
164.116.BR.21.JRO
2016-10-11
Verkennend onderzoek AMOS NEN 5740
164.116.BR.11.JRO
2016-10-07
Meldingsformulier BUS saneringsplan
1.5
Nader onderzoek
B-16014/RL v1
2016-05-01
Verkennend onderzoek Cauberg-Huygen NEN 5740 Raadsgevend Ing
20082212-10
2009-08-25
Besluiten Type
2/3
2016-07-18
Kenmerk
Datum
1.6
BUS-melding correct aangeleverd
000218158
2017-03-22
BUS-melding correct aangeleverd
145028/BHZ_BUS-49128
2016-08-02
Saneringsinformatie Bovengronds
1.7
Ondergronds
Start
Eind
Contact Geen contact informatie beschikbaar voor NH-Omgevingsdienst Flevoland & Gooi en Vechtstreek
2
Disclaimer De bodeminformatie omvat alleen informatie die bij de provincie en gemeenten bekend is. Wanneer er geen gegevens op de kaart staan kunnen we niet met zekerheid zeggen dat de ondergrond schoon is. Andersom wijzen historische bedrijfsactiviteiten op de kaart niet zonder meer op bodemverontreiniging. Om daar duidelijkheid in te krijgen moet de bodem verder onderzocht worden. De inhoud van deze bodeminformatiekaart is met de grootste zorg samengesteld. Toch kan het voorkomen dat de informatie verouderd is of onjuistheden bevat. Wij vragen daarvoor uw begrip. Neem voor de meest actuele situatie van een locatie contact op met de gegevensbeheerder van de locatie. De contactgegevens van de gegevensbeheerder staat hierboven. Uw reactie stellen we op prijs. Het geeft ons gelegenheid de fouten en gebreken te herstellen. Rijkswaterstaat beheert de website Bodemloket. Vragen over de werking van de website kunt u stellen via onze helpdesk: http://www.bodemplus.nl/helpdesk.
3/3
BIJLAGE 2.3 FOTOREPORTAGE
Fotonummer 1: Gericht zuid.
Fotonummer 2: Gericht zuidwest.
Fotonummer 3: Gericht west.
Fotonummer 4: Gericht noord.
Fotonummer 5: Gericht zuid (vml. flat).
Fotonummer 6: Gericht zuid.
Fotonummer 7: Gericht zuid.
Fotonummer 9: Gericht zuid (vml. flat).
Fotonummer 8: Gericht noord (vml. flat).
BIJLAGE 3.1 FORMULIEREN VELDONDERZOEK
IDDS Milieu s’-Gravendijkseweg 37 2200 AC Noordwijk T.a.v.: P. Mulder Noordwijk 09-07-2019 Projectnummer: 1905M657 Uw Kenmerk : 1905M657 Betreft project : Kostverlorenstraat Weesp Geachte mevrouw Mulder, Hierbij doen wij u de rapportage toekomen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden naar aanleiding van uw opdracht op de bovengenoemde locatie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het certificaat van VeldXpert van de BRL SIKB 2000. Voor de het plaatsen van de boringen en peilbuizen, nemen van grondmonsters en eventueel inmeten van de boringen tijdens het veldwerk is uitgegaan van VKB-protocol 2001. Voor het nemen van de grondwatermonsters is uitgegaan van VKB-protocol 2002. Het procescertificaat van VeldXpert en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. VeldXpert verklaart hierbij geen eigenaar te zijn van de locatie waar de veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd of in de nabije toekomst te worden. Deze rapportage de onderhavige brief samen met - de veldwerktekening, - FV04 Veldwerk verslag - Uitdraai Boorstaten - Foto reportage - Uitdraai watermonstername Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Dirk Lange Planner VeldXpert
BRL SIKB 2000 VKB-protocollen 2001 & 2002
IDDS Milieu s’-Gravendijkseweg 37 2200 AC Noordwijk T.a.v.: P. Mulder Noordwijk 03-07-2019 Projectnummer: 1905M657 Uw Kenmerk : 1905M657 Betreft project : Kostverlorenstraat Weesp Geachte mevrouw Mulder, Hierbij doen wij u de rapportage toekomen betreffende de uitgevoerde werkzaamheden naar aanleiding van uw opdracht op de bovengenoemde locatie. De werkzaamheden zijn uitgevoerd onder het certificaat van VeldXpert van de BRL SIKB 2000. Voor het nemen van grondmonsters in asbestverdachte bodemlagen is uitgegaan van VKB-protocol 2018. Het procescertificaat van VeldXpert en het hierbij behorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij behorende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium of de opdrachtgever. VeldXpert verklaart hierbij geen eigenaar te zijn van de locatie waar de veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd of in de nabije toekomst te worden. Deze rapportage de onderhavige brief samen met - de veldwerktekening - boorstaten, - FV08 veldwerkformulier asbestonderzoek - fotoreportage Wij vertrouwen erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
Dirk Lange Planner VeldXpert
BRL SIKB 2000 VKB-protocollen 2018
BIJLAGE 3.2 BOORSTATEN EN LEGENDA
Boring:
01
Boring:
02
Datum:
02-07-2019
Datum:
02-07-2019
0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, resten plastic, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
-50
50 2
-70
3 -100
100
Klei, sterk zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
1
-150
Veen, mineraalarm, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor
5 200
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, brokken klei, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Schep
-50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, matig roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraal oranjebruin, Edelmanboor
2 -100
100
Veen, zwak zandig, sporen baksteen, geen olie-water reactie, donker zwartbruin, Edelmanboor
4 150
0
0
Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs, Edelmanboor
3 150 4 -200
200 6 -250
250
Boring:
03
Boring:
04
Datum:
05-07-2019
Datum:
03-07-2019
0
0
1
braak Sterk betonhoudend, zwak zandhoudend, zwak metaalhoudend, zwak houthoudend, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs, Ramguts
50
0
0 1
-50
50 2
2
-70 -80
100
Zand, matig grof, matig siltig, brokken klei, geen olie-water reactie, neutraal grijsbruin, Guts
3
3 -100
100
-150
Veen, sterk kleiïg, geen olie-water reactie, donker grijsbruin, Guts
150
5 200
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, sterk roesthoudend, geen olie-water reactie, neutraal oranjebruin, Edelmanboor Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Edelmanboor Zand, matig grof, zwak siltig, zwak humeus, matig grindhoudend, geen olie-water reactie, neutraal bruingrijs, Zuigerboor
4 4 150
groenstrook Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, sporen baksteen, resten zandcement, sporen koolas, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Schep
5 -200
Projectcode: 1905M657
200
Projectnaam: Kostverlorenstraat, Weesp
-200
Pagina 1 / 5
Boring:
05
Boring:
06
Datum:
02-07-2019
Datum:
02-07-2019
0
0 1
gras Zand, matig fijn, matig siltig, matig humeus, sporen baksteen, brokken klei, geen olie-water reactie, neutraalbruin, Schep
-50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor
2 -100
100
0
0 1
-50
50
Zand, matig fijn, zwak siltig, zwak humeus, geen olie-water reactie, lichtbruin, Edelmanboor