3a. 7e Herziening Landelijk Noord_vastgesteld-02-Bijlagen toelichting-20240111.pdf
Tekst van het document
4.11
M.e.r.
Plannen en activiteiten kunnen nadelige gevolgen hebben voor het milieu. In hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer en in het Besluit milieueffectrapportage is geregeld dat in zulke gevallen een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Het Besluit m.e.r. bestaat uit een hoofddeel en vier bijlagen. De vier bijlagen staan aangeduid als de onderdelen A, B, C en D: Onderdeel A bevat de omschrijving van diverse begrippen die in het Besluit m.e.r. genoemd worden. Onderdeel B is reeds vervallen. Onderdeel C bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het doorlopen van een m.e.r. verplicht is. Onderdeel D bevat activiteiten, plannen en besluiten waarvoor het maken van een m.e.r.-beoordeling verplicht is. Het planvoornemen betreft geen activiteit genoemd in de D-lijst in de bijlage van het Besluit m.e.r.. Er is geen sprake van de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt wel een vormvrije m.e.r. beoordeling opgesteld. Vormvrije m.e.r. beoordeling Voor de vormvrije m.e.r.-beoordeling bestaan geen vereisten voor de vorm, maar wel voor de inhoud. Met
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 41
betrekking tot de inhoud moet aandacht worden besteed aan alle criteria die zijn opgenomen in Bijlage III bij de Europese richtlijn 'betreffende de milieubeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten', te weten: De kenmerken van het project; De plaats van het project; De kenmerken van het potentiële effect. Kenmerken van het project In het bestemmingsplan wordt de realisatie van maximaal 3 woningen planologisch mogelijk gemaakt. Het totale plangebied heeft een oppervlak van 1880 m2. Het totale verhard oppervlak in de toekomstige situatie bedraagt 804 m2, een afname van 726 m2. De omvang van het project in relatie tot de drempelwaarden in lijst D is relatief klein. Plaats van het project Het plangebied ligt op de hoek van 't Voorwerf en Broekergouw in het buitengebied van Amsterdam ten noorden van de stad. Het plangebied wordt globaal als volgt begrensd: noorden: oosten: zuiden: westen:
de in 2017 gerealiseerde woonwijk Broekergouw Zunderdorp; bestaande woning aan 't Voorwerf 13; 't Voorwerf; de Broekergouw.
Kenmerken van het potentiële effect De voor het milieu relevante wijzigingen die in het bestemmingsplan zijn doorgevoerd, hebben betrekking op: de wijziging van de geldende agrarische bestemming naar een woonbestemming. In de hiervoor beschreven paragrafen in dit hoofdstuk is nagaan of er milieueffecten optreden ten gevolge van het plan. Uit de beoordelingen volgt dat er geen negatieve effecten zijn te verwachten op de nieuwe woningen of de omgeving van het plangebied. De graafwerkzaamheden in het plangebied moeten als saneringswerkzaamheden worden uitgevoerd. Ook is een inventariserend archeologisch onderzoek nodig. Dit wordt uitgevoerd in het kader van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit bouwen. Dit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
Gemeente Amsterdam
blz. 42
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 43
Hoofdstuk 5 5.1
Juridische planopzet
Planvorm
Het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels (zogenaamde planregels). De regels zijn gerelateerd aan de verbeelding, zodat kaart en regels ten alle tijden in onderlinge samenhang dienen te worden bezien en toegepast. Verbeelding De verbeelding heeft een ondersteunende rol voor toepassing van de regels alsmede de functie van visualisering van de bestemmingen. Op de verbeelding hebben alle gronden binnen het plangebied een bestemming gekregen. Binnen een bestemming kunnen nadere aanduidingen zijn aangegeven. Deze aanduidingen hebben slechts juridische betekenis indien, en voor zover, deze in de regels daaraan wordt gegeven. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers en overheid bindende deel van het bestemmingsplan. Regels De regels zijn het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing en regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in meerdere hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. De regels van dit bestemmingsplan zijn gebaseerd op de regels van het vigerende bestemmingsplan. Toelichting De toelichting heeft géén bindende werking.
De toelichting maakt juridisch ook geen onderdeel uit van het bestemmingsplan, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van bepaalde bestemmingen en regels. Door flexibiliteit, of beter vrijheid in de regels, kan de rechtszekerheid van belanghebbenden in het gedrang komen. In de toelichting dienen derhalve duidelijk de beleidsintenties te worden aangegeven met betrekking tot het toekomstig grondgebruik. De toelichting heeft echter géén rechtstreeks bindende werking ten aanzien van burgers. Van de verschillende bestemmingen wordt in de volgende paragraaf toegelicht wat de gebruiks- en bouwmogelijkheden zijn.
5.2
Bestemmingsregeling
In de bestemmingsomschrijving van de planregels wordt beschreven welke functies binnen de betreffende bestemming zijn toegestaan. In de bouwregels wordt weergegeven of en hoe gebouwd mag worden. Daarin wordt in algemene zin geregeld in alle bestemmingen dat er slechts gebouwd mag worden ten behoeve van de bestemming. In de navolgende (sub)leden worden maten zoals oppervlakten en bouwhoogten opgenomen, die betrekking hebben op de toegestane gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. In de specifieke gebruiksregels worden nadere bepalingen gegeven omtrent de functies die zijn vermeld in de bestemmingsomschrijving. Zo kan bijvoorbeeld de omvang van bepaalde functies beperkt worden, of de situering van functies worden aangewezen. In dit hoofdstuk wordt elk artikel van de planregels kort toegelicht.
Gemeente Amsterdam
blz. 44
5.2.1
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen Dit artikel bevat de definities van begrippen die in dit bestemmingsplan worden gebruikt. Daardoor wordt vermeden dat verschillende interpretaties van begrippen tot verschillen van mening over de regelgeving zouden kunnen leiden. De begripsbepalingen staan, behalve voor de begrippen 'plan' en 'bestemmingsplan' op alfabetische volgorde. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel is geregeld op welke manier moet worden gemeten. 5.2.2
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 Wonen De woningen in het plangebied hebben de bestemming 'Wonen' gekregen. Gronden met die bestemming zijn bestemd voor het wonen, met inbegrip van beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten en short stay. In de specifieke gebruiksregels is bepaald dat beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten aan huis zijn toegestaan tot maximaal 40% van de vloeroppervlakte van de woning. De ontsluiting op de Broekergrouw is toegestaan binnen de planregels. Gebouwen, woningen, mogen alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd. Het bouwvlak mag geheel worden bebouwd. Door middel van aanduidingen op de verbeelding is de maximale bouw- en goothoogte gereguleerd. De mogelijkheden voor bijbehorende bouwwerken en erfafscheidingen zijn primair voorzien buiten het bouwvlak. In afwijking en aanvulling van de regeling voor bijbehorende bouwwerken is ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding - 2' uitsluitend een bijbehorend bouwwerk toegestaan voor het parkeren. Om te borgen dat ter plaatse van het plangebied de boerderij qua omvang, positionering en verschijningsvorm wordt teruggebouwd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen. In de voorwaardelijke verplichting is bepaald dat de omgevingsvergunning uitsluitend verleend mag worden wanneer het ingediende bouwplan voldoet aan het in de bijlage opgenomen bouwplan.
Artikel 4 Waarde - Archeologie - 1 De dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1' is opgenomen ter bescherming van archeologische waarde. In deze dubbelbestemming wordt een aantal bouwmogelijkheden afhankelijk gesteld van een omgevingsvergunning. Dit omdat in het kader van rechtstreeks bouwrecht geen onderzoek verplicht mag worden gesteld en geen afwegingen mogen worden gemaakt. Een omgevingsvergunning kan worden verleend indien door onderzoek is aangetoond dat op de betrokken locatie geen archeologische resten aanwezig zijn. 5.2.3
Hoofdstuk 3 en 4 Algemene regels en slotregels
Artikel 5 Anti-dubbeltelregel Door middel van dit artikel wordt voorkomen dat grond welke betrokken is geweest bij het toestaan van een bouwplan bij de beoordeling van een later bouwplan wederom betrokken is. bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 45
Artikel 6 Algemene bouwregels In deze regel wordt geregeld dat bepaalde overschrijdingen van de bouwregels zijn toegestaan. Artikel 7 Algemene gebruik sregels In deze regel worden de algemene regels omtrent gebruik vastgelegd. Naast het algemene gebruiksverbod om de gronden en opstallen in strijd met de bestemming te gebruiken, is een aantal activiteiten uitgezonderd. Artikel 8 Algemene aanduidingsregels In dit artikel zijn de regels voor grondwaterneutrale kelders opgenomen. In dit artikel is de verbodsbepaling opgenomen om onder bestaande en nieuwe gebouwen kelders (in de ruime zin van dit bestemmingsplan) te bouwen of te vergroten. Het verbod geldt in het hele plangebied. In de zone met gebiedsaanduiding 'overige zone 1' geldt een absoluut verbod. Afwijking van het verbod is binnen deze gebiedsaanduiding uitsluitend mogelijk op basis van een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan. Artikel 9 Algemene afwijkingsregels In dit artikel worden algemene afwijkingsregels opgesomd. Er kan voor gebouwen van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken en dergelijke worden afgeweken van de regels. Ook kan van de regels worden afgeweken voor geringe afwijkingen en tevens mag de in de regels toegestane maximale bouwhoogte worden overschreden in bepaalde gevallen.
Hetzelfde geldt voor de op de verbeelding (oftewel de plankaart) aangegeven bestemmings- of bouwgrenzen. Artikel 10 Overige regels In dit artikel is de voorwaardelijke verplichting voor het parkeren opgenomen om te borgen dat er voldoende parkeerplaatsen worden aangelegd. Artikel 11 Overgangsrecht In dit artikel wordt geregeld dat bouwwerken mogen worden behouden of gebruik mag worden voortgezet vanaf het moment dat het plan rechtskracht heeft verkregen ondanks dat de bebouwing of het gebruik niet (langer) overeenkomt met de regels die in dit bestemmingsplan worden gegeven. Artikel 12 Slotregel Dit wordt ook wel de citeerbepaling genoemd. Hierin wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan genoemd is.
Gemeente Amsterdam
blz. 46
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 47
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
In artikel 6.12 lid 1 Wro is geregeld, dat bij elk voorgenomen bouwplan, zoals bedoeld in artikel 6.2.1 Bro, een exploitatieplan verplicht is. Het bestemmingsplan zal een dergelijk bouwplan inhouden. Echter gelden wel uitzonderingen op de noodzaak een exploitatieplan op te stellen, zoals geregeld in artikel 6.12 lid 2 Wro. De belangrijkste uitzondering is, dat een exploitatieplan niet noodzakelijk is als het kostenverhaal van de grondexploitatie 'reeds anderszins is verzekerd'. In dit geval wordt afgezien van het opstellen van een exploitatieplan, omdat een anterieure overeenkomst tussen gemeente en initiatiefnemer is gesloten. Het verhaal van de kosten van de grondexploitatie, zoals bedoeld in de Wro, is daarom anderszins verzekerd.
Gemeente Amsterdam
blz. 48
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 49
Hoofdstuk 7 7.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Overleg met betrokken overheden (art. 3.1.1. Bro)
In het kader van het overleg als bedoeld in artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept ontwerpbestemmingsplan verzonden aan: 1. Provincie Noord-Holland; 2. Brandweer Amsterdam-Amstelland; 3. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Van de drie vooroverlegpartners zijn reacties ontvangen. 1. Provincie Noord-Holland Het plangebied is aangeduid als MRA landelijk gebied waar in beginsel geen kleinschalige woningbouwontwikkeling is toegestaan. Met toepassing van artikel 6.9, lid 4 OVNH2020 kan hiervan worden afgeweken als sprake is van de functiewijziging van een karakteristieke boerderij. In het verleden stond hier een monumentale boerderij die door brand is verwoest. Het plan ziet op de herbouw van de voormalige boerderij, die wordt gesplitst on drie grondgebonden woningen. Het plan is voorgelegd aan het adviesteam ruimtelijke kwaliteit (ARK). De beoordeling van het ARK luidt: Met het terugbouwen van de hooihuisboerderij is opnieuw sprake van een karakteristieke boerderij. Ondanks het feit dat de oorspronk elijke bebouwing niet wordt hergebruikt (want verbrand) maar in nieuwbouw terugkeert. Karakteristiek zit hier in het type van de voor Waterland kenmerkende hooihuisboerderij. Het volume keert door inbouw van drie woningen in enigszins vergrote hoofdvorm terug, maar blijft evengoed bijdragen aan de identiteit van Waterland.
Omdat de hoofdvorm reeds is vergroot verdient het uit oogpunt van ruimtelijke kwaliteit aanbeveling geen verdere volumina toe te voegen De provincie heeft vragen gesteld over de terreininrichting en aanzicht van de planlocatie in de toekomstige situatie. Concreet gaat het om de volgende punten: uitwerking erfinrichting en wijze waarop parkeren is opgelost. type erfbeplanting, het wenselijk als gebiedseigen erfbeplating wordt toegepast en het parkeren groen wordt ingepast. Reactie gemeente Bovengenoemde onderdelen zijn aangeleverd en nogmaals getoetst door het ARK (zie o.a. Bijlage 11 en paragraaf 2.4. De reactie luidt: ARK adviseert positief over het plan na overlegging van de aanvullende informatie, eerdere opmerk ingen zijn verwerkt. Wel ziet ARK graag dat er bij de beplanting wordt gekozen voor soorten die passen bij het historische cultuurlandschap. Verder wil het ARK graag uitgezocht hebben of het oude slotenpatroon (aan de noordkant van het perceel) hersteld kan worden. Geconcludeerd wordt dan ook het plan in overeenstemming is met de instructieregels voor de geldende werkingsgebieden. Wel de opmerk ing dat bij de beplanting te kiezen voor soorten die bij het historische cultuurlandschap passen. Indien mogelijk is het voorstel het oude slotenpatroon te herstellen.
De aanvullingen / opmerkingen ten aanzien van beplanting en het slotenpatroon worden meegenomen in de verdere uitwerk ing van het plan.
Gemeente Amsterdam
blz. 50
2. Brandweer Amsterdam - Amstelland De reactie van de brandweer is dat geen relevantie is met Externe Veiligheid. Derhalve zijn er geen opmerkingen. Wel wordt aandacht gevraagd voor een goede bereikbaarheid en adequate waterwinning ten behoeve van de brandweer. Voor informatie over een toereikende bereikbaarheid en voldoende bluswatervoorziening wordt verwezen naar de Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid van Brandweer Nederland 2019 en het Bouwbesluit 2012. Dit wordt bij de nadere uitwerking van het plan meegenomen en wordt met de brandweer afgestemd. 3. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Onderstaand is puntsgewijs de reactie van het hoogheemraadschap weergegeven. Bestaand watersysteem Het bestemmingsplan gebied bevindt zich grotendeels in het peilgebied 5620-2 met een streef waterpeil van NAP-2,00 meter. Dit peilgebied wordt vanuit het zuiden gevoed uit het waterlandsboezempeil (NAP-1,56 meter) en watert af via de stuw in de hoofdwaterloop ten westen van plangebied in de blokbemaling Zunderdorp (5620-1) met een streef waterpeil van NAP-2,29 meter. Zie ook onderstaande kaar van het bestaand watersysteem.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 51
De secundaire waterloop direct grenzend aan het bestemmingsplangebied heeft een waterpeil van NAP-2,00 meter en loopt dood langs de weg aan de oostzijde van het bestemmingsplangebied. Doordat deze waterloop doodloopt kan deze niet doorgespoeld worden en zijn er wel eens waterkwaliteitsproblemen. Reactie gemeente Bovengenoemde informatie is verwerkt in de waterparagraaf. Verbetering watersysteem Het hoogheemraadschap ziet meerwaarde om binnen deze ontwikkeling de doodlopende waterloop langs de weg Broekergouw weer doorstroombaar te maken door deze te verbinden naar de wegsloot ten noorden van het plangebied. Dit kan via een waterloop (of duiker) die middels een stuw overstort in het lagere peilgebied. Reactie gemeente Er zijn geen concrete plannen om de watergang aan te passen. Bij eventuele toekomstige ontwikkelingen wordt dit voorstel waar mogelijk betrokken.
Gemeente Amsterdam
blz. 52
Toelichting - waterparagraaf In paragraaf 4.4 Water en Bijlage 7 wordt ingegaan op de wateraspecten van de ontwikkeling. Het beleidskader van Water ontbreekt nog in het bestemmingsplan. Hierin dient in ieder geval de Keur 2016 worden opgenomen en het Waterplan (WBP6). Zoals in de waterparagraaf staat aangegeven vindt er geen verhardingstoename plaats bij deze ontwikkeling. In de waterparagraaf wordt onder het kopje Waterkwantiteit gesteld dat het onderhoud van de watergang bij de Wegeigenaar ligt. Het onderhoud van baggerwerkzaamheden ligt inderdaad bij de wegeigenaar maar de jaarlijkse maaiwerkzaamheden liggen bij de aangrenzend eigenaar. Dus de perceeleigenaar heeft hier eenzijdig ook een rol in. Dit betekent dus ook dat de waterloop middels een obstakelvrije zone bereikbaar moet blijven om onderhoud te kunnen plegen. Het oostelijke bijgebouw staat hierbij te dicht op de waterloop om goed (machinaal) onderhoud te kunnen plegen. In de waterparagraaf wordt onder het kopje Afvalwater en Riolering gesproken over enkelvoudig rioolsysteem. Duidelijker is om aan te geven dat alleen het huishoudelijk afvalwater (DWA) op de bestaande riolering wordt aangesloten. Het afstromende regenwater kan rechtstreeks naar de omringende waterloop worden geloosd.
Indien de hierboven voorgestelde nieuwe waterverbinding ruimtelijk niet in pasbaar blijkt te zijn adviseert het hoogheemraadschap om een lozingspunt van het hemelwater op de kop van de doodlopende waterloop te plaatsen om zo bij te dragen in een betere doorstroming. Reactie gemeente Bovengenoemde informatie is verwerkt in de waterparagraaf. Klimaatadaptatie Binnen de waterparagraaf zou ook standaard een kopje klimaatadaptatie moeten worden opgenomen. Aandachtspunten hierbij zijn dat de vloerpeilen van de woningen en nieuwe bijgebouwen voldoende drooglegging krijgen om wateroverlast in de woningen te voorkomen. De resultaten uit de watersysteemanalyse van het hoogheemraadschap geven geen gebieden aan binnen het plangebied die kwetsbaar zijn voor inundatie (zie ook bijgevoegd Inundatiekaartje bij T1000).
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 53
Verder zijn er vanuit de MRA nieuwe richtlijnen opgesteld om bij ontwikkelingen 70 mm water vast te houden en te kunnen bergen op eigen terrein. Voor deze ontwikkeling, met een afname aan verharding kan gesteld worden dat minimaal waterneutraal is en er kwantitatief een verbetering van het watersysteem optreedt. Gezien de geringe drooglegging in deze omgeving lijkt infiltratie niet echt kansrijk. Het opvangen en hergebruik van water in een regenton/silo zijn wellicht nog mogelijkheden die positief bij kunnen dragen in klimaatadaptieve maatregelen. In hoofdstuk 7 staat onder 7.1 het verkeerde Hoogheemraadschap genoemd waar het vooroverleg mee wordt gevoerd. Voor dit deel van Amsterdam is dat Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Reactie gemeente Bovengenoemde informatie is verwerkt in de waterparagraaf. Aanpassingen vanuit de vooroverlegreacties De vooroverlegreacties leiden tot het aanpassen van het bestemmingsplan Waterbeleid toevoegen aan paragraaf 4.4
Gemeente Amsterdam
blz. 54
Aanpassen paragraaf 'afvalwater en riolering' Paragraaf klimaatadapatie toevoegen Aanpassen naamgeving Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier in paragraaf 7.1 Bijlage 11 is toegevoegd n.a.v. de provinciale reactie. Ook is in paragraaf 2.4 een aanzicht van de nieuwe situatie toegevoegd (vanaf de weg). De verdere reacties leiden niet tot aanpassen van het bestemmingsplan.
7.2
Maatschappelijk overleg
Het ontwerpbestemmingsplan 7e Herziening Landelijk Noord met de daarbij behorende stukken lag met ingang van donderdag 9 februari 2023 gedurende een termijn van zes weken ter inzage tot en met donderdag 23 maart 2023. Gedurende bovengenoemde termijn van terinzagelegging kan een ieder zijn zienswijze over het ontwerpbestemmingsplan naar voren brengen. In deze periode zijn geen zienswijze ingediend. Ambtshalve wijziging Naar aanleiding van nadere gesprekken met omwonenden in het kader van participatie is besloten de ontsluiting van het plangebied aan te passen ten opzichte van het ontwerp bestemmingsplan. Het plangebied wordt direct ontsloten op de Broekergrouw (met een eigen ontsluiting). De eerder in het ontwerp bestemmingsplan genoemde ontsluiting via de prive ontsluitingsweg van de naastlegen woonwijk is komen te vervallen.
7.3
Participatie
De buurt is geïnformeerd over het ontwerp bestemmingsplan. Uit de participatie zijn geen bezwaren gekomen maar zijn er twee vragen gesteld: 1. Hoe de toegang tot het perceel over de Uilengouw geregeld is? a. De desbetreffende weg is een eigenbeheer en onderhoud wat geregeld wordt door een verengingsconstruct. De ontsluiting is gewijzigd naar een ontsluiting rechtstreeks op de Broekergouw. 2. De omwonende vraagt of de nieuwbouw exact uitgevoerd kan worden zoals het aangegeven is op de tekening a. De bewoning gaat uitgevoerd worden zoals aangegeven is op de tekeningen.
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 62
bestemmingsplan_7e Herziening Landelijk Noord (vastgesteld)
blz. 63
Bijlage 2
Beoordeling bedrijven- en milieuzonering
Gemeente Amsterdam
BK Bouw- & Milieuadvies B.V. Daltonstraat 30D Postbus 3064 3301 DB Dordrecht 088 321 25 10 info@bkbouwenmilieuadvies.nl www.bkbouwenmilieuadvies.nl
Bedrijven en milieuzonering Broekergouw & ‘t Voorwerf 15-17 te Amsterdam
Opdrachtgever:
Wissing D. Best Postbus 37 2990 AA Barendrecht
Projectnummer:
192894
Versienummer:
2.0
Plaats, datum:
Dordrecht, 29 maart 2021
Auteur:
ing. G. Kalkman
Paraaf:
Controleur:
ing. K.W. Romijn
Paraaf:
BANK NL45ABNA0586840729 KVK 24459961 BTW NL820721141B01
BK bouw- & milieuadvies pagina 2 van 5
Inhoudsopgave 1
pagina
Bedrijven en mileuzonering ...................................................................................................................................................................... 3 1.1 Toetsingskader .................................................................................................................................................................................... 3 1.2 Niet-agrarische bedrijvigheid in het plangebied .................................................................................................................. 3 1.3 Agrarische bedrijven Wet geurhinder en veehouderij ........................................................................................................ 4 1.4 Analyse en conclusie ......................................................................................................................................................................... 5
Broekergouw & ‘t Voorwerf 15-17 Bedrijven en milieuzonering | 192894 | 29 maart 2021
BK bouw- & milieuadvies pagina 3 van 5
1
Bedrijven en milieuzonering
1.1
Toetsingskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals woningen: • ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; • rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk'. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie; geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen.
Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn. Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Hierbij is het uitgangspunt dat deze afstanden gemotiveerd worden toegepast. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt als een rustige woonwijk. Het betreft landelijk gebied in de omgeving en licht stedelijk gebied aan de noordwestkant. Hier is sprake van een kleine woonwijk. Hieronder zal worden toegelicht of de omgeving geen belemmering vormt voor de voorgenomen ontwikkeling en andersom.
1.2
Niet-agrarische bedrijvigheid in het plangebied
In de nabijheid van het plangebied komt niet-agrarische bedrijvigheid voor, aangegeven als zagerij, thans Bed & Breakfast. Dit pand is op circa 50 meter afstand gelegen. Bed & Breakfast “In de oude Zagerij”, ‘t Voorwerf 7, 1027 AG Amsterdam kent de industriefunctie (figuur 1). Het planologische regime is Bedrijf, specifieke vorm van bedrijf 1 (tevens een aannemersbedrijf, voor zover voorkomend in categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten). Nader onderzoek leert dat het pand thans een Bed & Breakfast functie heeft en herbestemd is met de aanduiding: o ter plaatse van de aanduiding 'Bed & Breakfast': tevens een Bed & Breakfast met ten hoogste 4 logiesruimtes en bijbehorende voorzieningen; o ter plaatse van de aanduiding 'horeca van horecacategorie 4': horeca IV. Hierbij gaat het om horeca zonder alcoholvergunning. Voor een Bed & Breakfast wordt een grootst aan te houden afstand geadviseerd van 10 meter vanwege geur, geluid en gevaar. De functie ligt op voldoende afstand van de geprojecteerde woonbebouwing.
Broekergouw & ‘t Voorwerf 15-17 Bedrijven en milieuzonering | 192894 | 29 maart 2021
BK bouw- & milieuadvies pagina 4 van 5
figuur 1: bedrijf (voormalige zagerij, nu bed & breakfast) op circa 50 meter afstand gelegen
1.3
Agrarische bedrijven Wet geurhinder en veehouderij
Bij het vaststellen van een bestemmingsplan dient, bij de aanwezigheid van veehouderijen in het plangebied, rekening te worden gehouden met geurhinder. Een veehouderij mag enerzijds daarbij niet in zijn huidige milieuruimte worden aangetast. Daarnaast dienen uitbreidingsmogelijkheden van veehouderijen op dusdanige wijze te worden beperkt dat er geen hinder ontstaat voor (geplande) geurgevoelige objecten. Het toetsingskader voor geurbelasting van veehouderijen met een milieuvergunning wordt gevormd door de Wet geurhinder en veehouderij 2007 (Wgv). De Wgv geeft normen (odourunits per kubieke meter lucht) voor de geurbelasting die een veehouderij mag veroorzaken op een geurgevoelig object1, deze zijn weergegeven in tabel 1. Daarnaast gelden er minimale afstanden tussen veehouderijen en geurgevoelige objecten. tabel 1
Voor kleinere veehouderijen zonder milieuvergunning en akkerbouwbedrijven2 geldt het Activiteitenbesluit. Voor de ruimtelijke ordeningspraktijk zijn met name de minimale afstanden tussen landbouwbedrijven en gevoelige objecten van belang. Hiervoor geldt het volgende (tabel 2): tabel 2
Broekergouw & ‘t Voorwerf 15-17 Bedrijven en milieuzonering | 192894 | 29 maart 2021
BK bouw- & milieuadvies pagina 5 van 5
Voor inrichtingen waar landbouwhuisdieren worden gehouden, worden de in de tabel genoemde afstanden gemeten vanaf het dichtstbijzijnde emissiepunt van het dierenverblijf. Voor inrichtingen waar geen landbouwhuisdieren worden gehouden, worden de in de tabel genoemde afstanden gemeten vanaf het onderdeel van het bedrijf dat het dichtst bij het gevoelige object is gelegen. De indeling van gevoelige objecten is als volgt:
1
: De Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) geeft als definitie van een geurgevoelig object: een gebouw, bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent, of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt. 2 Het Activiteitenbesluit is van toepassing op melkrundveehouderijen, akkerbouw- en tuinbouwbedrijven met open grondteelt, gemechaniseerde loonbedrijven, paardenhouderijen, kinderboerderijen, kleinschalige veehouderijen, witloftrekkerijen, teeltbedrijven met eetbare paddenstoelen, spoelbassins en opslagen van vaste mest. Onder het Blm vallen tevens landbouwbedrijven waar glastuinbouwactiviteiten worden uitgevoerd onder een permanente opstand van glas of kunststof tot een oppervlakte van maximaal 2.500 m². Bij een groter oppervlak is het Besluit glastuinbouw van toepassing.
1.4
Analyse en conclusie
Het plangebied krijgt de bestemming wonen. In de omgeving van het plangebied is een gemengd gebied. Eén bedrijf kent een industriële functie van aannemerij/houtzagerij maar deze functie blijkt vervallen. Het dichtstbijzijnde agrarische bedrijf heeft een afstand van circa 70 meter ten opzichte van het dichtstbijzijnde emissiepunt van het dierenverblijf. De minimale afstand bedraagt 50 meter aangezien er geen landbouwhuisdieren meer voor de productie worden gehouden. Het aspect geur vormt derhalve geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Broekergouw & ‘t Voorwerf 15-17 Bedrijven en milieuzonering | 192894 | 29 maart 2021
blz. 69
Bijlage 3
Quickscan Wet natuurbescherming
Gemeente Amsterdam
Quickscan Wet natuurbescherming
Het Voorwerf 15-17 te Amsterdam Wissing B.V.
Projectadviseur Amber Heitman MSc
Kwaliteitscontrole Nick Kroese BSc
amber@habitus.nl 0172-204060
Overname, verveelvoudiging of openbaarmaking van dit rapport inclusief foto’s is enkel toegestaan met toestemming van de eigenaar (de
Rapportage Isabelle Bense MSc
opdrachtgever) en onder vermelding van de bron. Dit rapport is met de grootste zorg samengesteld. Desondanks aanvaardt Habitus geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend
Documentcode WSSG2020-5-QS1-V1
uit het gebruik van de resultaten van dit onderzoek of door toepassing van adviezen. Onze algemene voorwaarden zijn hier in te zien. Onze privacyverklaring is hier te vinden.
In opdracht van Wissing B.V. Contactpersoon opdrachtgever mw. Daniëlle Best
Een verklaring van onze documentcodes is te vinden op onze website.
Adres: Tolnasingel 3 / 2411 PV / Bodegraven Kvk-nummer: 61229628 / Btw-nummer: NL854262301B01 Rekeningnummer: NL14ABNA0494577894
Opleverdatum 2 juni 2020
https://habitus.nl
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: een groot deel van het plangebied is bedekt met een hoogopgaande ruigtevegetatie.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
2
INHOUDSOPGAVE
1.
INLEIDING EN ONDERZOEK 4
2.
PLANGEBIED EN WERKZAAMHEDEN 6
3.
RESULTATEN 7
4.
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN 14
5.
MAATREGELEN 16
BRONVERMELDING
BIJLAGEN
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: in een deel van het plangebied is de fundering van de woning nog aanwezig.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
3
1. INLEIDING & ONDERZOEK 1.1 Aanleiding
1.3 Criteria
Deze toetsing wordt aangevraagd voor een bestemmingsplanwijziging.
Er
dient
daarom
Op dit onderzoek zijn de volgende criteria van toepassing:
•
Het onderzoek is uitgevoerd door deskundige
onderzocht te worden of met de voorgenomen
ecologen met een hbo of wo opleiding op
(ruimtelijke)
ecologisch gebied, zoals, (toegepaste) biologie,
ontwikkeling
sprake
is
van
overtreding van de geldende natuurwet en -regelgeving.
•
dierecologie of bos -en natuurbeheer. Het
onderzoek
is
uitgevoerd
door
een
onafhankelijk adviesbureau. Habitus verklaart Indien na het onderzoek geen overtredingen
hierbij geen enkel belang te hebben bij de
worden verwacht, kan de ontwikkeling vanuit de
uitkomst van het onderzoek. Ook heeft iedere
ecologie zonder beperkingen doorgang vinden.
vaste medewerker de ethische gedragscode
Indien wij vervolgonderzoek adviseren, kan een voorgenomen ontwikkeling doorgaans nog steeds plaatsvinden na het verkrijgen van een ontheffing of vergunning.
• •
ondertekend en beloofd hiernaar te handelen. Het onderzoek voldoet aan onze eigen procesen kwaliteitseisen Bekijk deze hier. Dit onderzoek is maximaal drie jaar geldig na de opleverdatum (zie colofon) of zo lang
1.2 Doel en centrale vraag
dit realistisch is, gezien de ecologie van de
Dit rapport dient voor de initiatiefnemer als bewijsstuk dat een ecologisch onderzoek is verricht.
•
betreffende soort(en). Voor het opsporen, vangen (met toegestane vangmiddelen) of bemachtigen van beschermde dier- of plantensoorten is een geldige ontheffing
In
dit
rapport
wordt
een
voorgenomen
aanwezig.
ontwikkeling getoetst aan de Wet natuurbescherming. De centrale vraag luidt:
1.4 Werkwijze
Is de voorgenomen ontwikkeling in strijd met
De werkwijze is te vinden in Bijlage 4.
de soort- of gebiedsbescherming uit de Wet natuurbescherming
(Wnb)
of
het
provinciaal
beleid? En welke vervolgstappen dienen genomen te worden voor met de uitvoering gestart kan worden?
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: de sloot aan de zuidoostelijke grens van het plangebied is ondiep en begroeid met grote lisdodde.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
4
1.5 Reikwijdte
1.5.3 Provinciaal beleid
Onderstaand is beschreven aan welke wetten,
Daarnaast
artikelen en aan welk beleid de voorgenomen
beschermde gebieden, beschermd via de Wet
ontwikkeling wordt getoetst in dit rapport.
Ruimtelijke Ordening. Het betreft gebieden die
wordt
getoetst
aan
provinciaal
in de Verordening Ruimte zijn aangewezen, zoals: 1.5.1 Soortbescherming Er wordt getoetst aan de volgende artikelen uit de Wet natuurbescherming: •
• Natuurnetwerk Nederland (NNN) • Ecologische verbindingszones (EVZ) of natuurverbindingen.
3.1
Vogelrichtlijn(soorten)
De betreffende gebieden worden in paragraaf
Habitatrichtlijn(soorten)
3.1 benoemd.
•
3.5
•
3.10 Andere soorten
•
1.11 Zorgplicht
Indien uit de toetsing naar voren komt dat er
In Bijlage 1 zijn de verbodsartikelen opgenomen. In
mogelijk sprake is van een overtreding, dan
Bijlage 2 zijn de beschermde soorten te vinden. De
is veelal vervolgonderzoek benodigd. Hierbij
vrijgestelde soorten zijn opgenomen in Bijlage 3.
valt te denken aan een soortgericht onderzoek
Vrijgestelde soorten worden niet beoordeeld bij
(soortbescherming),
ruimtelijke ontwikkelingen, want door de vrijstelling
Voortoets Natura 2000 (gebiedsbescherming).
is er geen kans op het overtreden van de Wet
Deze nadere onderzoeken zijn een vervolg
natuurbescherming.
op dit onderzoek. Zie Bijlage 11 voor een
Bij
(éénmalige)
activiteiten
vindt wel een effect beoordleing plaats, omdat de
een
NNN-toetsing
of
processchema.
vrijstelling dan niet geldt.Indien van toepassing Kader Omgevingswet (Ow)
worden wel altijd maatregelen voorgesteld om
Naar verwachting treedt binnenkort de Omgevingswet (Ow) in werking en zal
rekening te houden met de vrijgestelde soorten.
de huidige Wet natuurbescherming hierin verweven worden (Rijksoverheid, 2020). De exacte datum van invoering is nog niet bekend.
1.5.2 Gebiedsbescherming Voor
gebiedsbescherming
Meer informatie over hoe dit voor flora- en fauna-activiteiten geregeld wordt,
aan
is hier te vinden.
natuurbescherming:
volgende
wordt
onderdelen
van
getoetst de
Wet
• Natura 2000-gebieden (Wnb artikel 2.7, dit
Het bevoegd gezag is in de regel de provincie. Provincies regelen in de omgevingsverordening of en welke vrijstellingen van de omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit gelden. Dit zal in het aanvullingsbesluit Natuur worden geregeld.
de
wordt vanaf 2021 de Omgevingswet met de artikelen 2.4 en 4.1).
• Bijzondere nationale gebieden. In de Omgevingswet die in gaat op 2021 betreft dit: artikel 7.8 lid 2 Bkl.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
5
2. PLANGEBIED & WERKZAAMHEDEN 2.1 Huidige situatie
van het plangebied. De omgeving van het plangebied bestaat uit weilanden, akkers, sloten, wegen en
Het plangebied ligt aan Het Voorwerf 15-17 te Amsterdam en is gelegen in de provincie Noord-
schaarse bebouwing in de vorm van woonhuizen, agrarische bedrijven, een camping en een manege.
Holland. De begrenzing van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. In de huidige situatie bestaat
De werkzaamheden beperken zich tot het hele perceel en een deel van de omliggende sloot.
het plangebied uit een gedeeltelijk overgroeid, braakliggend terrein met de resten van een afgebrand woonhuis. Alleen de fundatie van het woonhuis is nog aanwezig. Er staat een perenboom aan de
2.2 Werkzaamheden en planning
zuidoostelijke rand van het perceel. Ook zijn er meerdere bomen recent gekapt. Hiervan zijn de
In het plangebied worden de volgende werkzaamheden uitgevoerd:
stamvoeten nog aanwezig. Het perceel wordt aan de westelijke en zuidelijke zijde begrensd door
1. verwijderen restanten bebouwing;
een sloot. De sloot heeft aan de zijde van het plangebied oeverbeschoeiing. Het onderzoeksgebied
2. bouwrijp maken terrein inclusief verwijderen beplanting;
betreft de directe omgeving van het plangebied, weergeven in Figuur 1. Dit gebied loopt verder door aan de noordwestelijke zijde, omdat mogelijk aanwezige soorten in en rondom de bebouwing daar
3. realisatie van drie woningen met tuin en parkeerplaats. Een kaart van het plangebied is weergegeven in Bijlage 5.
het plangebied eenvoudig kunnen bereiken, omdat er geen sloten aanwezig zijn aan de noordzijde Op basis van de aangeleverde informatie (zie Bijlage 6) wordt verwacht dat er mogelijk lichte trillingen en
Legenda Plangebied Onderzoeksgebied
harde geluiden zullen ontstaan tijdens de werkzaamheden. Het is onbekend of er heiwerkzaamheden uitgevoerd zullen worden. Er wordt in de uitvoerings- en realisatiefase mogelijk extra verlichting geplaatst ten opzichte van de huidige situatie. Er wordt mogelijk gewerkt tussen zonsondergang en zonsopkomst. Er zal geen water onttrokken worden of water worden opgespoten. Er wordt mogelijk in het water of langs de oever gewerkt. Er zullen mogelijk zanddepots ontstaan. De precieze planning van de werkzaamheden is ten tijde van de uitvoering van deze quickscan nog niet bekend.
Algemene opmerking: In dit rapport maken we onderscheid tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Het plangebied is het gebied waar de te beoordelen ingrepen plaatsvinden. Het onderzoeksgebied is het gebied wat onderzocht is tijdens het veldbezoek en tevens het gebied tot waar de effecten van de ingreep kunnen reiken. Figuur 1: het plangebied is rood omrand (PDOK, 2020). Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
6
3. RESULTATEN
3.1 Beschermde gebieden In Tabel 1 zijn de afstanden van het plangebied tot de beschermde gebieden in provincie Noord-Holland benoemd. In de figuren 2 en 3, op de volgende pagina, is de ligging van het plangebied weergegeven ten opzichte van beschermde gebieden. Tabel 1: afstanden van het plangebied tot beschermde gebieden Beschermd gebied cc Natura 2000-gebied*: 'Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske' Natura 2000-gebied: 'Markermeer & IJmeer' Deze gebieden zijn gevoelig voor stikstofdepositie.
Afstand tot plangebied (in meters)
Natuurnetwerk Nederland
1.330
1.900 4.500
*In Bijlage 7 is de ingevulde effectenindicator te vinden (Ministerie van Economische Zaken, 2017). Daar is ook meer informatie opgenomen over habitatsoorten en -typen én (niet-)broedvogelsoorten.
Binnen het plangebied bevinden zich geen gebieden behorend tot Natura 2000. Binnen het plangebied bevinden zich ook geen gebieden behorend tot Natuurnetwerk Nederland (NNN). Alle Natura 2000-gebieden binnen vijf kilometer worden beoordeeld of tot zo ver de verwachtte effecten reiken.
Algemene opmerking: Een grote afstand tussen het plangebied en een beschermd gebied betekent niet dat negatieve effecten per definitie uitgesloten kunnen worden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een negatief effect op een soort die buiten een beschermd gebied verblijft óf van depositie. Ook de onttrekking van grondwater kan effecten veroorzaken op grote afstand.
Toelichting op de afbeelding De omgeving van het plangebied bestaat uit weilanden en kruidrijke bermen met fluitenkruid en raapzaad.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
7
3.1.2 Effecttoetsing NNN- en beleidsgebieden Het dichtstbijzijnde NNN-gebied ligt op 1.330 meter. Er vindt geen ruimtebeslag plaats op een NNN-gebied. De werkzaamheden zullen niet leiden tot aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden. De kwalificerende soorten van het beheertype A01.01 'Weidevogelgebieden' behoren tot de soortgroepen weidevogelsoorten. Er vindt geen externe werking plaats op het NNN-gebied of op kwalificerende soorten vanwege de afstand en de demping van het tussengelegen landschap. Negatieve effecten worden daarom uitgesloten. 3.1.3 Effecttoetsing (stikstof)depositie Door de aard van de activiteit en de afstand tot een stikstofgevoelig Natura 2000-gebied (1.900 meter) kan een depositie-effect van stikstof momenteel (vanwege het voormalige PAS) niet vooraf uitgesloten worden.
Legenda Plangebied
Beschermde gebieden Natura 2000-gebied Natuurnetwerk Nederland (NNN)
Figuur 2: ligging plangebied (rode stip in cirkel) ten opzichte van Natura 2000-gebieden en NNNgebieden (PDOK, 2020; provincie Noord-Holland, 2020). Inzoomen vergroot de leesbaarheid. 3.1.1 Effecttoetsing Natura 2000-gebieden In de effectenindicator Natura 2000-gebieden (Ministerie van Economische Zaken, 2017; Bijlage 7) is gekozen voor de activiteit 'woningbouw’, omdat deze activiteit het best vergelijkbaar is met de ontwikkeling. De effectenindicator geeft aan dat mogelijke effecten van ‘woningbouw’ op Natura 2000-gebieden ‘Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske’ en 'Markermeer & Ijmeer' worden veroorzaakt door oppervlakteverlies; versnippering; verontreiniging; verdroging; verstoring door geluid, licht en trilling; optische verstoring en verstoring door mechanische effecten. Van deze effecten is in het huidige project geen sprake, aangezien de effecten zeker niet tot de Natura 2000-gebieden zullen reiken. De Natura 2000-gebieden liggen daarvoor op een te grote afstand met daarnaast tussenliggende demping van landschap. Vanwege de afwezigheid van geschikt biotoop worden in het plangebied ook geen habitatsoorten of (niet-)broedvogelsoorten verwacht. Effecten op de instandhoudingsdoelstellingen voor het betreffende gebied zijn niet aan de orde. Rapportage Wet natuurbescherming.
Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
8
3.2 Beschermde soorten Het bureau-onderzoek is uitgevoerd op 23 april 2020 voorafgaand aan het veldbezoek. Het veld- en het bureau-onderzoek zijn verricht door een deskundig ecoloog, namelijk Isabelle Bense MSc. Op onze website zijn alle cv's opgenomen van onze collega's om deze deskundigheid aantoonbaar te maken. Tijdens het veldbezoek op 28 april 2020 regende het, was het circa 9 graden, volledig bewolkt en stond er een windkracht van circa 2 Bft vanuit de richting noordoost. De weersomstandigheden tijdens het veldbezoek zijn niet van invloed op de potentiebepaling. Wel kunnen de weersomstandigheden van invloed zijn op de aangetroffen soorten. De potentiebepaling blijft daarom leidend. Omdat de omgeving ook beïnvloed kan worden door de voorgenomen ontwikkeling, is deze ook meegenomen in de beoordeling tot zo ver de invloedssfeer van het project reikt. In Tabel 2 op de volgende pagina is te zien welke soorten (mogelijk) in het plangebied voorkomen en welke functies er verwacht worden. Ook is weergegeven welke ecologische risico’s dit project met zich meebrengt met betrekking tot de Wet natuurbescherming (Wnb). De soorten genoemd in de tabel worden zowel op basis van het bureau- als veldonderzoek verwacht. Een overzicht van de soorten die uit het bureau-onderzoek komen, zijn te zien in Bijlage 8.
Soorten die wel uit het bureauonderzoek komen maar op basis van het veldbezoek zijn uitgesloten, zijn te zien in Bijlage 9.
Toelichting op de afbeelding Impressie plangebied: in het plangebied zijn een week voorafgaand aan het veldbezoek diverse bomen en struiken gekapt. Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
9
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Toelichting op Tabel 2:
Zie Figuur 4 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
In deze tabel staan enkel de soorten waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten. De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar
is
een
nadere
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of
Resultaten
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Vogels zonder jaarrond beschermd nest
m, vm
n
• •
Er zijn geen vogels met nestindicerend gedrag aangetroffen binnen het plangebied tijdens het veldbezoek. Categorie 5-soorten met een 'matig ongunstige' staat van instandhouding zoals de spreeuw kan aanwezig zijn, omdat er een geschikte boom met holtes is aangetroffen in het plangebied. De oeverzwaluw kan zich vestigen indien er tijdens de werkzaamheden steilwanden ontstaan in de periode april t/m juni in de vorm van zanddepots en afgravingen. Witte kwikstaart en zwarte roodstaart kunnen aanwezig zijn op bouwterreinen en broeden in hopen afval of bouwmateriaal. De volgende biotopen zijn aanwezig: braakliggend terrein, verharding, ruigte, oever, struweel, afgesloten water en bomen. Zie Tabel 3 op pagina 11 voor voorbeelden van vogelsoorten die verwacht worden. Duiven, zoals de houtduif, kunnen vrijwel het gehele jaar broeden in bomen en bosschages en daar dient rekening mee gehouden te worden. Zie 5.1.1 voor de te nemen maatregelen.
1 t/m 3
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4
•
Inclusief cat. 5-soorten zonder zwaarwegende ecologische redenen voor bescherming.
• •
beschermde functie is uitgesloten.
• a
n, fl
In de bebouwing direct naast het plangebied (vier meter ten westen) zijn nesten van huismus mogelijk onder de dakpannen. Er zijn ook huismussen aangetroffen op dit dak. Bovendien maakt het plangebied mogelijk deel uit van de functionele leefomgeving van de huismus. Er zijn zandige stukjes (zandbad) aanwezig en de kuilen in het plangebied kunnen vollopen met water, waardoor er poeltjes ontstaan (drinkwater). Deze elementen worden tijdens de werkzaamheden verwijderd. Aantasting van een deel van het leefgebied kan een aantasting van de nesten en rustplaatsen of van de bijbehorende de essentiële functionele leefomgeving opleveren. Bovendien kan er verstoring plaatsvinden indien er in de actieve nestperiode direct naast functioneel leefgebied en/of nestplaatsen harde geluiden en/of sterke trillingen zijn. Negatieve effecten kunnen daarom niet uitgesloten worden.
1 t/m 3
Artikel 3.1 lid 1, 2 en 4 en Vogel met een jaarrond beschermd nest
Gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis
m
k, z, p, w
Er worden geen werkzaamheden aan gebouwen verricht. Wel wordt er een geschikte holteboom gekapt. De boom heeft diverse holtes, spleten en ruimtes onder de bast, waar vleermuizen verblijfplaatsen in kunnen hebben. De omgeving is geschikt als foerageergebied door de aanwezigheid van sloten, tuinen en bosschages. Kraamverblijfplaatsen: de eisen aan een kraamverblijf zijn, onder andere, een stabiele, warme temperatuur met gradiënt en buffermogelijkheden, instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit de woning. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Winterverblijfplaatsen: de eisen aan een winterverblijf zijn onder andere een stabiele temperatuur met gradiënt, vorstvrij (wel koud/koel), buffermogelijkheden. Instraling van zon en temperatuurlekkage vanuit een woning maken een verblijfplaats extra geschikt als winterverblijf. Aan deze eisen kan worden voldaan in een spouwmuur of boomholte. Zomerverblijfplaatsen: de eisen aan een zomerverblijf zijn aanzienlijk beperkter dan aan kraam- of winterverblijven, zo zijn rolluiken, ruimtes achter dakbetimmeringen en spleten en holtes in bomen geschikt. Paarverblijfplaatsen: aan een paarverblijf worden vaak weinig eisen gesteld, kleine ruimtes onder vensterbanken of kozijnen zijn geschikt, maar ook boomholtes en bijvoorbeeld ruimtes onder dakranden.
In het plangebied zijn paarverblijfplaatsen mogelijk in de boomholtes. Massawinterverblijfplaatsen: massawinterverblijven kunnen aanwezig zijn in gebouwen ter hoogte van circa minimaal vier woonlagen. Deze zijn niet aanwezig. Essentiële vliegroute: er worden geen lijnvormige houtige elementen gekapt, grote delen van watergangen gedempt of geblokkeerd. Effecten op een essentiële vliegroute worden daarom niet verwacht. Essentieel foerageergebied: Er wordt geen groot oppervlak aan houtige beplanting of moeras verwijderd óf een groot oppervlak aan water gedempt. Effecten op essentieel foerageergebied worden daarom niet verwacht.
1 en 2
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4
a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk
n = nest (vogels) k = kraamverblijfplaats z = zomerverblijfplaats p = paarverblijfplaats w = winterverblijfplaats r = rust- of verblijfplaats Overig en omgeving lg = leefgebied v = voortplantingsbiotoop fl = functionele leefomgeving (o.a. huismus)
Artikel 1.11
Huismus
Legenda Tabel 2:
Verblijfplaatsen
en/of
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
HR-soorten
10
Tabel 2: relevante resultaten bureau- en veldonderzoek. Zie Bijlage 9 voor een totaaloverzicht van de uitgesloten soorten. Zie Bijlage 10 voor relevante foto’s. Zie Figuur 4 voor een kaart met het plangebied, geschikte biotopen en relevante waarnemingen.
Toelichting op Tabel 2: In deze tabel staan enkel de soorten
Resultaten (vervolg)
waarvoor een overtreding verwacht wordt óf een effect niet uitgesloten kan worden. Hier hebben we voor gekozen om de leesbaarheid van het rapport te vergroten.
Toetsing aan de Wnb
Te verwachten soort op basis van bureauen veldonderzoek
a/m/ vm
Te verwachten functies
Onderbouwing en locatie(s) in het plangebied
Werkzaamheid1
Kans op overtreding Wnb2
Marters
m, vm
r, lg
Er is geschikt biotoop aanwezig. Hermelijn, wezel en steenmarter kunnen in verscheidene landschappen (macrohabitats) worden aangetroffen, waarin de voorkeur uitgaat naar structuurrijke en/of geen accidenteerde terreinen met een afwisseling van bijvoorbeeld graslanden en houtwallen. Het plangebied ligt in cultuurlandschap met afwisseling van weilanden, sloten, bosschages, bermen en tuinen. In het plangebied zelf zijn takkenhopen, ruigtes en oevers aanwezig. In de directe omgeving van het plangebied zijn weilanden en bosjes aanwezig. Dit maakt het plangebied en de omgeving geschikt als jachtgebied voor marters. Verblijfplaatsen: in het plangebied is een holteboom aanwezig met een holte groter dan 5 centimer doorsnede. Deze boom is echter niet dik genoeg om als geschikte verblijfplaats voor steenmarter te dienen. Er waren ook geen sporen aanwezig, die indiceren dat er een steenmarter in aanwezig is. Er is een holte aangetroffen onder de perenboom in het zuidoostelijke deel van het plangebied. Deze holte loopt door onder de grond en de opening is groot genoeg voor marters om te gebruiken. Het hol is beschut door de aanwezige vegetatie. Mogelijk hebben marters zich reeds gevestigd in dit hol. Ook zijn er diverse takkenhopen aanwezig in het plangebied, die marters als verblijfplaats kunnen gebruiken. De takkenhopen liggen nog niet lang in het plangebied.
De bomen waar de takken van afkomstig zijn, zijn de week voorafgaand aan het veldbezoek gekapt. Marters kunnen zich vestigen in deze takkenhopen. Waarnemingen: er zijn waarnemingen bekend van hermelijn, wezel en steenmarter op respectievelijk 810 meter, 940 meter en 7.700 meter van het plangebied. In de afgelopen vijf jaar zijn er 25 waarnemingen van hermelijn en vijf van wezel bekend binnen drie kilometer van het plangebied.
1 t/m 3
Artikel 3.10 lid 1, 2 en 4
Rugstreeppad
vm
z, w, v
De vestiging van rugstreeppad kan niet uitgesloten worden, omdat: • De dichtsbijzijnde bekende waarneming is op 600 meter van het plangebied bij een sloot tussen twee weilanden. Deze waarneming is uit 2017. Er zijn ook waarnemingen bekend van april 2020 op 1.000 meter van het plangebied. • Er is een geschikte combinatie van habitats aanwezig. Er liggen losse stenen en stammen in het plangebied, die als zomerverblijfplaats gebruikt kan worden. In de omliggende percelen zijn struwelen en bosschages aanwezig, die als winterverblijfplaats kunnen dienen. Struwelen en bosschages waren ook aanwezig in het plangebied een week voorafgaand aan het veldbezoek. De takkenhopen en delen vergraafbaar zand, die nu in het plangebied aanwezig zijn, kunnen ook dienst doen als winterverblijfplaats voor de rugstreeppad. Ook kunnen er winterverblijfplaatsen ontstaan tijdens de werkzaamheden in de vorm van hopen vergraafbaar zand. De sloot ten zuiden van het plangebied is ondiep en kan als voortplantingsbiotoop dienen. Ook zijn er diverse kuilen aanwezig in het plangebied, die tijdelijk kunnen vollopen met water en daardoor ook geschikt worden als voortplantingsbiotoop.
1 t/m 3
Artikel 3.5 lid 1, 2 en 4
De soorten waarvoor geen effect wordt verwacht, zijn opgenomen in Bijlage 9. Daar
is
een
nadere
onderbouwing
te vinden over waarom een soort of beschermde functie is uitgesloten.
Legenda Tabel 2: a = beschermde functie aangetroffen m = beschermde functie mogelijk aanwezig vm = vestiging van deze soort is mogelijk Verblijfplaatsen n = nest (vogels) k = kraamverblijfplaats z = zomerverblijfplaats p = paarverblijfplaats
HR-soort
Rugstreeppad is een zeer mobiele soort, die snel nieuwe gebieden kan koloniseren. Er zijn geen barrières aanwezig tussen de bekende waarnemingen en het plangebied. Daarom kan vestiging van rugstreeppad niet uitgesloten worden.
w = winterverblijfplaats r = rust- of verblijfplaats
Aanwezigheid van rugstreeppad kan wel uitgesloten worden, omdat er geen geschikte combinatie van habitats aanwezig was, voor het verwijderen van de bomen en struiken op het perceel, wat een week voorafgaand aan het veldbezoek heeft plaatsgevonden. De sloot ten zuiden van het plangebied was vegetatierijk voorafgaand aan deze kapwerkzaamheden en de kuilen waren bedekt met puin, volgens luchtfoto's.
Overig en omgeving lg = leefgebied
Voorbeelden voortplantingbiotoop: (tijdelijke) ondiepe wateren, die snel opwarmen, zoals vegetatie-arme poeltjes, karresporen, recent geschoonde sloten of ondiepe slootjes. Voorbeelden geschikt terrestrisch biotoop: (teelt)akkers, zandafgravingen. Zomerverblijfplaatsen: kassen, muizen- of konijnenholen, pallets en tegels. Voorbeelden winterverblijfplaatsen: (vorstvrije) hopen vergraafbaar zand, bosschages/struwelen boven het grondwater.
v = voortplantingsbiotoop fl = functionele leefomgeving (o.a. huismus) ¹ Zoals omschreven in paragraaf 2.2. 2
De beschermingsregimes zijn toegelicht in Bijlage 1.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
11
Tabel 3: Beschrijving van de biotopen en te verwachten vogels zonder jaarrond beschermd nest
Legenda Plangebied Onderzoeksgebied
Aanwezige biotopen
Beschrijving biotoop
Vogels zonder jaarrond beschermd nest die te verwachten zijn (indicatief, het betreft geen volledige lijst):
Afgesloten water
sloten
n.v.t.
Bomen of bos (niet lijnvormig)
perenboom en dode boom met holtes
spreeuw (holtes), pimpelmees, houtduif, putter, vink
Braakliggend terrein
pioniersituatie met (kleine) stenen of aarde
scholekster, kleine plevier, witte kwikstaart
Oever
oeverzones met riet en grote lisdodde
wilde eend, waterhoen, kleine karekiet
Ruigte
kruidenvegetatie (>50%)
graspieper, fazant, rietgors (rietruigten), tjiftjaf, winterkoning
Struweel
Takkenhopen
winterkoning, fitis, grasmus, heggenmus, kneu
Verharding algemeen
fundering woning, stammenhopen
witte kwikstaart, zwarte roodstaart
Waarnemingen Huismus
Biotopen Takkenhopen (M,V,R) Stammenhopen (A,R) Peer (H,M,V) Holteboom (V,VL) Verharding (V) Braakliggend terrein (H,V) Ruigte (H,M,V,Z) Stenen (A,R) Pannendaken (H) Oeverzone (M,R,V,Z) Sloot (A) Ondiepe sloot (A,R)
A= Amfibieën, H = Huismus, M = Marters, R = Rugstreeppad, VL = Vleermuizen, V = Vogels zonder jaarrond beschermd nest, Z = Zorgplichtsoorten (zie par. 3.3) Figuur 4: kaart met het plangebied, biotopen waar diersoorten in verwacht worden en relevante waarnemingen. Alleen biotopen waar beschermde soorten aanwezig kunnen zijn, zijn weergegeven in deze figuur. In Tabel 3 wordt per biotoop beschreven welke broedvogels er kunnen voorkomen. Dit is echter slechts een indicatie, er kunnen altijd nog andere vogels aanwezig zijn in dit biotoop. De holteboom kan gebruikt worden als verblijfplaats door vogels zonder jaarrond beschermd nest en vleermuizen. Huismussen kunnen tot broeden komen in de pannendaken in de omliggende bebouwing en het braakliggend terrein, de ruigte en de perenboom in het plangebied kunnen deel uitmaken van de functionele leefomgeving. De ruigte, oevers en omliggende weilanden kunnen door marters als jachtgebied gebruikt worden. Hier kunnen ook diverse zorgplichtsoorten voorkomen. In de sloten en oever, alsmede onder stenen en boomstammen, kunnen amfibieën, waaronder rugstreeppad, aangetroffen worden. De aanwezige takkenhopen kunnen door rugstreeppad, marters en zorgplichtsoorten als verblijfplaats gebruikt worden. In het hol onder de peer kunnen marters een verblijfplaats hebben. In de boom zelf kunnen vogels tot broeden komen.
De ondiepe sloot is geschikt voortplantingsbiotoop voor rugstreeppad. Diverse kuilen in het plangebied kunnen vollopen met water en daardoor ook geschikt voortplantingsbiotoop voor rugstreeppad vormen.
Rapportage Wet natuurbescherming. Wij maken ecologische risico’s inzichtelijk en adviseren over het voorkomen van wetsovertreding.
12
3.3 Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen (zie Bijlage 1). Uit de zorgplicht volgt dat nadelige gevolgen voor flora of fauna voorkomen worden of dat noodzakelijke maatregelen getroffen worden. Planten De volgende plantensoorten zijn in het plangebied aangetroffen: ridderzuring, grote brandnetel, hondsdraf, kleefkruid, zilverschoon, akkerdistel, wilgenroosje, heermoes, bezemkruiskruid, bijvoet, witte dovenetel, fluitenkruid, paarse dovenetel, kleine veldkers, peer, riet, grote lisdodde, smeerwortel, gewone melkdistel, Hollandse linde, narcis, gestreepte witbol, blaartrekkende boterbloem, straatgras, klein kruiskruid, gewone hoornbloem, look-zonder-look, gewoon speenkruid, bernagie, grote ereprijs, robertskruid, ruwe berk, zachte berk, lijsterbes, raapzaad, wikke spec., schijfkamille, tuinwolfsmelk, kroontjeskruid en greppelrus. Voor deze algemene planten zijn geen maatregelen benodigd. Er zijn geen planten van de Rode Lijst aangetroffen. Dieren In het plangebied kunnen verschillende diersoorten aanwezig zijn welke relevant zijn om rekening mee te houden tijdens de voorgenomen ontwikkeling. Deze worden hieronder per biotoop benoemd. Ruigte In de ruigte kunnen soorten aanwezig zijn, zoals: bosmuis, dwergspitsmuis, egel, huisspitsmuis, woelrat en gewone pad.