322.21.Motie Van Lammeren RES 1.0 natuurbeschermingsorganisaties doorslaggevend maken bij besluit (al of niet) windturbines
Tekst van het document
Gemeenteraad
RAAD
Motie
Datum raadsvergadering Ingekomen onder nummer
27 mei 2021 322
Status
Onderwerp
Motie van het lid Van Lammeren (Partij voor de Dieren) inzake vaststellen van de Regionale Energie Strategie 1.0 Noord-Holland Zuid (RES 1.0 NHZ) (Adviezen van professionele natuurbeschermingsorganisaties doorslaggevend maken bij besluit (al of niet) windturbines te plaatsen) Aan de gemeenteraad
Ondergetekende heeft de eer voor te stellen: De Raad, Gehoord de discussie over vaststellen van de Regionale Energie Strategie 1.0 NoordHolland Zuid (RES 1.0 NHZ) Nr. VN2021-009726. Constaterende dat: - de biodiversiteitscrisis minstens zo groot is als de klimaatcrisis voor het overleven van de planeet, en Nederland het niet goed doet qua biodiversiteitsbehoud (cf. CBS afgelopen week); - Amsterdam plaats biedt c.q. grenst aan in Europees verband afgesproken Natura-2000 gebied, NNN gebied, belangrijke vogelgebieden en andere biodiversiteit; - Amsterdam haar lokale, nationale en internationale verantwoordelijkheid heeft om biodiversiteit te beschermen, ook in geval van klimaatmaatregelen; - met name vogels en vleermuizen te lijden hebben van windturbines door aanvaringen en verlies van habitat; - de impact van windturbines op vogelsterfte volgens onderzoek van de Wageningen Universiteit vaak wordt onderschat; - verstoring van cruciale rust-, broed-, en foerageergebieden door obstakels als windturbines (daarom) vermeden moet worden.
Overwegende dat: - we de energietransitie onderschrijven, maar wel op duurzame wijze, ook rekening houdend met belangrijke natuurwaarden; - we de klimaatcrisis niet duurzaam kunnen oplossen door de biodiversiteitscrisis te verergeren; - er ook alternatieven zijn voor opwekking van windenergie zonder ernstige aantasting biodiversiteits- en landschapswaarden.
Verzoekt het college van burgemeester en wethouders:
1. een afwegingskader voor windturbines op te stellen in de komende reflectiefase; 2. daarin gedegen natuurbeschermingscriteria op te nemen; 3. deze criteria mede te baseren op de kennis en adviezen van professionele natuurbeschermingsorganisaties zoals Natuurmonumenten en Vogelbescherming; 4. deze criteria, samen met gezondheidscriteria, doorslaggevend te laten zijn bij het besluit (al of niet) windturbines te plaatsen. Indiener
J.F.W. van Lammeren