CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

- 32 Ruimtelijke Ordening (30) 1. CRK Amsterdam, Jaarverslag 2020

RAAD 22 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief en het Jaarverslag 2020 van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit VN2021-0331396.660 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam

Jaarverslag

2020

2

De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert het gemeentebestuur van Amsterdam gevraagd en ongevraagd over de kwaliteit van de fysieke leefomgeving vanuit de expertises stedebouw, architectuur, landschap, openbare ruimte, erfgoed en monumenten.

Haar werkzaamheden en werkwijze zijn omschreven in de Verordening op de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (2017) en een Huishoudelijk Reglement (2021). Via de website crk.amsterdam.nl publiceert de commissie agenda’s, verslagen en welstandscriteria.

De CRK is aangesloten bij de landelijke Federatie Ruimtelijke Kwaliteit en wisselt in federatieverband kennis, ervaring en expertise uit op het gebied van advisering op ruimtelijke kwaliteit.

Coverfoto: Overzicht van de Oude Houthaven. Bestaand woongebouw van MVRDV met op de achtergrond de nieuwe torens van de NDSM-werf in aanbouw.

3

Inhoud 1.

Voorwoord4

2.

Werkzaamheden van de subcommissies

6

3.

Welstand op het Water

31

4.

Getallen, grafieken en samenstelling van de commissies

33

Bijlage

36

Colofon 

37

4

Voormalige Stadstimmertuin, Badhuis. Om het effect van rode en zwarte pv-panelen op dakvlakken grenzend aan de openbare ruimte te kunnen beoordelen, liet de CRK zelf proefpanelen plaatsen op gemeentelijk vastgoed.

1.

Voorwoord

Met plezier bied ik u het Jaarverslag 2020 van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan. We hebben besloten deze editie digitaal te verspreiden en af te zien van een gedrukte uitgave. Dat bespaart niet alleen grondstoffen maar is ook in lijn met de ervaringen van afgelopen jaar, dat de geschiedenis in zal gaan als het ‘Corona-jaar’. De Commissie heeft zich volledig vertrouwd gemaakt met online meetings waarin plannen in verschillende stadia werden gepresenteerd en behandeld. De ontdekking die we hebben gedaan is hoe goed het mogelijk is om ook online de kwaliteit van de advisering hoog te houden en tegelijkertijd de openbaarheid van vergaderen te garanderen. Sterker nog: het zal voor veel belanghebbenden en belangstellenden gemakkelijker zijn om in hybride vergaderingen aan te haken en indien gewenst gebruik

te maken van de mogelijkheid tot inspraak. Daar gaan we dus een nieuwe balans in vinden: live ontmoeten en bespreken en tegelijkertijd online interactie mogelijk maken. Het lopende jaar van 2021 zullen we voorbereidingen treffen om de CRK om te zetten naar de COK, de Commissie Omgevingskwaliteit. Amsterdam is sinds 2017 al een proeftuin voor welstandadvisering onder de Omgevingswet. De wet was nog in wording maar de ambities op het gebied van ruimtelijke kwaliteit waren van meet af aan duidelijk: ‘integraal’ adviseren in plaats van ‘sectoraal’ en vroeg in het proces in plaats van de traditionele, afrondende toets aan ‘redelijke eisen van welstand’. Om ervaring op te doen met deze manier van werken kreeg Amsterdam een nieuwe verordening waarin een plek was ingeruimd voor een subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit.

5

Deze breed samengestelde commissie formuleerde over de afgelopen vier jaar bijna honderd adviezen. Dat ging met vallen en opstaan, maar wanneer we de balans van 2019 en 2020 opmaken ben ik zeer positief. Het is een vorm van gemeentelijke zelfdiscipline om grote voornemens in de publieke ruimte van een onafhankelijk deskundigenadvies te voorzien. Nu is het moment daar dat nieuwe stappen kunnen worden gezet en dat fine-tuning van het stelsel van advisering kan plaatsvinden. Ik zie een structuur voor me waarin het deskundigenadvies van de commissie complementair is aan de uitkomst van participatie en behulpzaam of zelfs onmisbaar is om te komen tot een goede

Bedrijvenpark Amstel III. De komende jaren gaat het gebied transformeren tot een gemengde stadswijk voor wonen en werken.

bestuurlijke afweging, bijvoorbeeld in het kader van een investeringsbesluit. Tot nu toe werkte de commissie vooral achter de schermen en gingen de adviezen terug naar ‘het project’. De Raad heeft inmiddels verzocht om meer transparantie en openbaarheid van vergaderen. De subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit komt daarmee meer in de pas te lopen met de subcommissies die adviseren in het kader van een aanvraag omgevingsvergunning. Die drie subcommissies, waar in totaal gemiddeld 9.000 adviezen per jaar passeren, vergaderen sinds jaar en dag in openbaarheid en de adviezen worden binnen enkele dagen gepubliceerd op de website van de CRK. Eric Luiten, algemeen voorzitter

6

Werkzaamheden van de subcommissies 2.

Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit 2.1

Deze commissie (de ‘Integrale Commissie’) adviseert vroeg in het proces vanuit de disciplines stedebouw, architectuur, landschap, cultuurhistorie en monumenten. Adviezen zijn gericht aan het College van B&W en worden door de initiatiefnemers gebruikt om hun plan te verbeteren, c.q. in een vroeg stadium van uitgangspunten te laten voorzien. De Integrale Commissie kent ambtelijke leden en leden ‘van buiten’. De leden ‘van buiten’ zijn de voorzitters van de gebiedsgerichte subcommissies van de CRK en de voorzitter van de subcommissie Aanwijzing Monumenten. Hiermee wordt continuïteit in de advisering tussen de verschillende subcommissies

Universiteitskwartier Binnenstad. Overzichtsplattegrond uit het Strategisch Masterplan door West8.

van de CRK gegarandeerd. De ambtelijke leden zijn, net als de leden ‘van buiten’, benoemd door de raad en adviseren vanuit hun persoonlijke expertise ‘zonder last of ruggenspraak’. Acterend voorzitter is de algemene voorzitter van de CRK, Eric Luiten. De SIRK boog zich in 2020 over 22 initiatieven. Het grootste aantal plannen (zes) kwam uit Stadsdeel Centrum. De verklaring daarvoor is dat in dit deel van de stad de programmatische druk over het algemeen hoog is, terwijl er bijna altijd sprake is van erfgoedwaarde van een gebouw of van een gebouw in zijn omgeving. In dat soort complexe afwegingen heeft integrale advisering bij uitstek een meerwaarde. Een voorbeeld daarvan is het advies over het Strategisch Masterplan voor het Universiteitskwartier Binnenstad. Er is grote consensus over het belang van behoud van

7

Universiteitskwartier Binnenstad. Overzichtsplattegrond en 3d impressie uit het Strategisch Masterplan door West8.

een UvA-vestiging in het centrum van Amsterdam, maar alle gebouwen in het gebied zijn ook rijksmonument. De modernisering biedt enorme kansen om door middel van renovatie en bouwkundige aanpassingen te komen tot een spectaculaire cluster van gebouwen, maar de monumentwaarde van de individuele gebouwen en de beeldwaarde van het stedebouwkundige ensemble leggen onvermijdelijk ook beperkingen op aan het programma. Daarnaast wordt in het gebied gewoond en zijn de mate van openbaarheid en van leefkwaliteit door middel van vergroening aandachtspunten. De commissie ondersteunde de hoofduitgangspunten van het masterplan en adresseerde een flink aantal punten die nader kunnen worden onderbouwd of uitgewerkt.

Een getalsmatig goede tweede was Nieuw West met vier plannen. De Westelijke Tuinsteden zijn al sinds de jaren ‘90 een proeftuin voor stadsvernieuwing en intensivering in het kader van het project Parkstad. Daarbij wordt soms gekozen om qua stedebouwkundig concept en in architectuur aan te sluiten bij het karakter van het Wederopbouwensemble. Soms wordt daar flink van afgeweken. Doordat er geen algemeen masterplan is voor de vernieuwing van Nieuw West vormt de bouwopdracht een lappendeken van individuele projecten. Op 25 november vergaderde de commissie in aanwezigheid van Stadgenoot, Eigen Haard en Rochdale en stedebouwkundigen en erfgoedspecialisten van de gemeentelijke diensten over de zogenaamde ‘hittekaart’ die een overzicht geeft van bestaande en toekomstige plannen en eventuele knelpunten inventariseert. De commissie adviseerde om op basis van geïnventariseerde erfgoedwaarden eerder in het proces een duidelijke

8

Overzicht voormalig Binnengasthuis. Over behoud of sloop van de rotonde van Theo Bosch is nog geen besluit genomen. Rechts in beeld de bouwschutting van de nieuwe Universiteitsbibliotheek in de voormalige Tweede Chirurgische Kliniek.

keuze te maken tussen behoud van het bestaande of nieuwbouw en de bestaande kaders en richtlijnen voor behoud en vernieuwing te herijken. Zo komen de gemeentelijke beschermde stadsgezichten en ‘gebieden van bijzondere waarde’ bijvoorbeeld niet overeen met het door de minister aangewezen Rijksaandachtsgebied voor de Wederopbouw. Van de 22 adviezen hadden er 13 betrekking op een bouwproject, vijf op een gebiedsontwikkeling, twee op infrastructuur (verdubbeling Mariniersbrug en vervanging kademuren) en twee op algemene duurzaamheidsthema’s (Amsterdamse Bengnorm en de ‘tendertool’ circulaire gevels). Slechts drie van de bouwprojecten waren algehele nieuwbouw, zoals voor theater de Meervaart in Osdorp. In de meeste gevallen was sprake van herontwikkeling van een bestaand complex waarbij het behoud van erfgoedwaarde vaak een rol speelde. Te noemen zijn in deze laatste categorie het World Fashion Centre in Nieuw West en de Klokkenhof op het Surinameplein. Een apart geval was de herbestemming tot kantoor van de pas vijf jaar oude warenhuizen aan het Rokin van Hudson’s Bay.

De commissie adviseerde om in dit specifieke geval een luchtbrug tussen beide gebouwen eenmalig toe te staan en vroeg meer aandacht voor een publieke programmering van de begane grond.

9

Een overzichtWilhelminaplein, van alle in 2020 uitgebrachte adviezen is Koningin World Fashion opgenomen in de bijlage. De adviezen zelf zijn Centre. Het oorspronkelijke gebouw van na gepubliceerd via de website van de CRK. 1962, ontworpen door Hugh Maaskant, heeft door de vele aanpassingen en toevoegingen veel van zijn zeggingskracht verloren. Het schetsplan dat aan de Integrale Commissie is voorgelegd, voorziet in herstel van de oorspronkelijke toestand in combinatie met de toevoeging van een nieuwe toren. Het grote dak van de laagbouw wordt ingericht als toegankelijke daktuin.

10 Gebiedsgerichte subcommissies 1-3 2.2

Deze drie commissies toetsen in een openbare vergadering aanvragen voor een Omgevingsvergunning aan ‘redelijke eisen van welstand’, aan erfgoedbeleid en aan reclamerichtlijnen. De criteria voor de ‘redelijke eisen’ zijn vastgelegd in de welstandsnota ‘De Schoonheid van Amsterdam’ en zijn op adres raadpleegbaar via de website van de CRK. Vanwege de omvang van het werk maar ook vanwege de inhoudelijke verschillen in de aard van de aanvragen, is het werk verdeeld onder drie gebiedsgerichte subcommissies. Subcommissie 1 behandelt de aanvragen voor Centrum. Vanwege het grote aantal monumenten en de status van zowel rijksbeschermd stadsgezicht als Unesco Werelderfgoed bestaat deze commissie uit twee architectleden, een architectuurhistoricus en een restauratiearchitect. Subcommissie 2 behandelt de aanvragen voor de oude wijken binnen de ring: de vooroorlogse delen van West, Zuid en Oost. Het werkterrein van subcommissie 3 beslaat de woonen industriegebieden buiten de ring, stadsdeel Noord en Weesp. In dit gebied vallen bijna alle grote transformatie- en verdichtingsopgaven zoals Havenstad, Amstel III en Hamerkwartier. Zowel subcommissie 2 als 3 bestaan uit drie architectleden en een architectuur- of cultuurhistoricus. Aan subcommissie 3 is speciaal voor Weesp een adviseur toegevoegd met specifieke ervaring op het terrein van kwaliteitsadvisering in deze plaats. 2.2.1

Subcommissie 1

Naast de vele aanvragen die betrekking hebben op wijziging van monumenten, zoals bijvoorbeeld de winkels in de Kalverstraat en de grotere warenhuizen aan het Damrak en Rokin, valt binnen deze commissie ook het transformatiegebied Oostenburg. In nauw overleg met de supervisor Kristiaan Borret is geadviseerd op de plankwaliteit op basis van de richtlijnen uit het beeldkwaliteitsplan. Die sturen op differentiatie in hoogte en materiaalgebruik en - in aansluiting op de geschiedenis van het gebied en de daar nog aanwezige oude bedrijfshallen - op een robuust en industrieel karakter van de nieuw toegevoegde gebouwen. Diverse projecten zijn inmiddels opgeleverd zoals het Inntel Hotel en het woningbouwproject Stadswerf Oostenburg. Ook is een begin gemaakt met de cascorestauratie van de Van Gendthallen. Deze hallen krijgen als bestemming een mix van bedrijven (gericht op innovatie en

duurzaamheid), een museum, horeca en wonen. De commissie ziet hier een wijk ontstaan die een mooie mix biedt van bewaard industrieel erfgoed en woningen in een hoge dichtheid, met een sterke binding aan het karakter van de plek en veel aandacht voor de inrichting van de openbare ruimte. Een groot project met een intensieve begeleiding vanuit de CRK is de verbouwing van De Nederlandsche Bank, Westeinde 1. Dit hoofdwerk uit 1961 van architect Duintjer is weliswaar geen monument, maar door Stadsdeel Centrum werd aan de commissie gevraagd bij de beoordeling van de plannen rekening te houden met de evidente erfgoedwaarde van het gebouw. In overleg met de opdrachtgever en de architect is aan dat streven op een bijzondere manier uitdrukking gegeven. Door de sloop van de later toegevoegde ronde toren in de as van de Utrechtsestraat kreeg het gebouw zijn strakke hoofdvorm terug. Inwendig worden delen teruggebracht naar de toestand uit de jaren ‘60 en andere delen modern ingevuld. Het verdwijnen van de goudvoorraad uit de kelders leidt tot het afschalen van het veiligheidsniveau en maakt het mogelijk om het gebouw meer naar zijn omgeving te openen. Zeer bepalend voor het uiterlijk van de Amsterdamse binnenstad zijn de gemetselde kademuren, in totaal ongeveer tweehonderd strekkende kilometer.

Tot ongeveer dertig jaar geleden was ambachtelijk herstel in metselwerk met zelfs nog gebruik van een houten paalfundering het uitgangspunt. Toegenomen druk van zware voertuigen en een veel intensiever gebruik van het water hebben ervoor gezorgd dat deze wijze van herstel niet meer voldoet. De nieuwe kademuren van de afgelopen jaren bestaan uit een betonconstructie met een halfsteens metselwerk ‘schort’. De nadruk is daarbij erg komen te liggen op technische eisen, veiligheid en kosten en minder op beeldkwaliteit. De komende twintig jaar gaat de stad in het kader van Programma Bruggen en Kademuren een enorme investering plegen in herstel. Hiervoor heeft het Ingenieursbureau Amsterdam gevraagd aan Ruimte en Duurzaamheid en Monumenten en Archeologie een beeldkwaliteitsplan (BKP) op te stellen. Daarin is een aantal uitvoeringsprincipes vastgelegd met veel aandacht voor de kleur en structuur van de toe te passen baksteen, het hergebruik van natuursteen, drenkelingenvoorzieningen zoals een grijplijn en laders en aan- en afmeervoorzieningen ten behoeve van rondvaart en woonboten. De totstandkoming van dit BKP is intensief begeleid door de CRK. Als pilot binnen dit project is inmiddels de kademuurvervanging van de Rechtboomssloot gestart.

11

Inntel Hotel, Oostenburg, VURB architects (voorheen Ulrich Architectuur). Overzicht westzijde gezien vanaf Wittenburg met rechts het geraamte van de monumentale Werkspoorhal.

De Nederlandsche Bank, Westeinde 1, Mecanoo Architecten. Impressie exterieur.

12

De Nederlandsche Bank. Impressie interieur. Nieuw toegevoegd atrium aan de zijde van de binnenplaats.

13

Afbeelding uit het beeldkwaliteitsplan voor kademuren met principedetails voor dilataties en drenkelingenvoorzieningen.

Detail betonconstructie met bekleding van metselwerk.

De zuidzijde van de Rechtboomssloot wordt momenteel uitgevoerd als pilot voor de nieuwe manier van kademuurvervanging. Metselwerk met vertande dilatatie en zonder kunststof grijprand.

14

Leidsestraat 100, vervanging van een winkel­ pand met woonlagen, Architekten Cie. Het gebouw kwam in de plaats van een vrij lage hoekbebouwing uit de jaren ’80 van de twintigste eeuw en geeft met zijn hoge, om de hoek doorlopende onderpui, gemetselde bovengevel en beëindiging door een kap een herinterpretatie van een 17de-eeuws winkelhuis.

Groenmarkt, Marnixstraat, Bastiaan Jongerius en Ronald Janssen Architecten. Hoogwaardig gedetailleerde en vormgegeven nieuwbouw leidde in combinatie met een eerder herstel van bestaande huizen door Rappange Architecten tot een substantiële kwaliteits­ verbetering van dit stuk van de Marnixstraat. Het nieuwbouwblok heeft onder meer warmtekoude opslag, triple glazing, een flexibel indeelbaar casco en een gemeen­schappelijke daktuin met groentekas en regenwateropvang.

15 2.2.2

Subcommissie 2

Een grote opgave vormt het beheer van de bestaande oude wijken aan de zuid-, west- en oostzijde van de stad waarin de verschillende woonbuurten over een sterk eigen karakter beschikken. In het verleden was er vooral voor de 19de-eeuwse buurten zoals de Pijp, de Dapperbuurt en de Da Costabuurt uit architectonisch oogpunt weinig waardering zodat er onnodig veel is gesloopt of laagwaardig gerenoveerd. Die waardering voor het ‘eigen karakter’ of de identiteit van de buurt is intussen onder de bewoners zelf enorm toegenomen, een ontwikkeling die tot op zekere hoogte vergelijkbaar is met die in de Jordaan en de Westelijke Eilanden van vijftig jaar geleden. Tegelijk is door de waarde van het vastgoed de druk op sommige buurten onevenredig hard toegenomen. De commissie zag en ziet zich daarbij geconfronteerd met onvoldoende middelen om de ‘bouwdynamiek’ in sommige delen van de stad in goede banen te leiden: bestemmingsplannen bieden vaak nog de mogelijkheid om bestaande gebouwen te verhogen zodat automatisch een bouwrecht ontstaat. Verder zijn de architectonische waarderingskaarten die in de jaren ’90 zijn opgesteld voor een deel door de tijd ingehaald. De waardering voor straten met een 19de-eeuws karakter is sindsdien namelijk enorm toegenomen wat in de toegekende waardering nog niet tot uitdrukking komt.

Verder is het buiten Centrum nog steeds toegestaan om orde 2 en 3 panden te slopen zonder dat een aanvullende waardestelling is gemaakt van de bijdrage die het pand levert aan de beeldkwaliteit van de straat. Zowel voor de bestemmingsplannen als voor de bescherming van orde 2 en 3 panden is inmiddels aanvullend beleid in ontwikkeling zodat naar verwachting meer instrumenten beschikbaar komen voor kwaliteitsbehoud.

Veel werk besteedde de commissie aan de begeleiding van bouwplannen in de grote transformatiegebieden binnen de ring. Te noemen zijn in dit verband de zogenaamde ING-strook Westerpark die inmiddels in uitvoering is, het Marktkwartier aan de Jan van Galenstraat en het Amstelkwartier. Speciale vermelding verdient het Bajeskwartier. Na een voorbereiding van jaren landen de eerste concrete bouwplannen, die een uitwerking zijn van het stedebouwkundig masterplan van OMA Architecten. De commissie constateert dat het door de toegenomen bouwkosten en complexiteit van het plan moeilijk blijkt om het oorspronkelijke ambitieniveau in stand te houden. Dat geldt zowel voor de architectonische uitwerking als voor de uitgesproken ambities op het gebied van circulariteit en duurzaamheid. Het eerste deel van het gebied dat opnieuw bebouwd gaat worden is het voormalige voorterrein van de oude gevangenis. Op de plek van het parkeergebouw verrijst Spinoza20First, een middelbare school voor Daltononderwijs met sporthal en jongerencentrum. Daar tegenover komt een vestiging van Hotel Jansen, een woongebouw voor internationale studenten en jonge professionals, met veel centrale voorzieningen. De individuele studio’s zijn net als in de oude gevangenistorens gegroepeerd rond centrale huiskamers. In het landschap tussen de school en het hotel worden de funderingen van de oude cipierswoningen behouden.

Haarlemmerweg, De Voortuinen, Elephant Architecten (voorheen Tank) onder supervisie van MVRDV. De kantoortoren van Arthur Staal uit 1971 is getransformeerd tot woningen. Van het oude gebouw is alleen het betonskelet behouden.

16

Bajeskwartier, Hotel Jansen, Moke Architecten i.s.m. Lola Landscape.

Bajeskwartier, Spinoza20First, BDG Architecten.

17

Krommeniestraat, Spaarndammerschoollocatie, Korth Tielens en Marcel Lok Architecten i.s.m. DS Landschapsarchitecten. Complex van 74 woningen rond een collectieve en openbaar toegankelijke binnenhof. Het ontwerp zoekt in vorm en materiaalkeuze bewust aansluiting bij het idioom van de omgeving. Buurtbewoners hadden een grote stem bij de keuze van het ontwerp.

Zeeburgerdijk 59-109, Indië 2, plan voor renovatie door Hooyschuur Architecten i.o.v. Eigen Haard. Het plan voorziet in de modernisering en verduurzaming van de woningen in combinatie met een hoogwaardig herstel van daken en gevels. Het oorspronkelijke beeld van het in 1916 door architect J.H.W. Lelyman ontworpen complex wordt aan de buitenzijde zo veel mogelijk hersteld. De commissie vond het verantwoord om in dit specifieke geval zonnepanelen op dakvlakken grenzend aan de openbare ruimte toe te staan. Het legplan is zoveel mogelijk afgestemd op de indeling van het dak en de gevel.

18

P.C. Hooftstraat 138, Gietermans en Van Dijk Architecten i.s.m. UN Studio. Doordat het bestemmingsplan ‘winkelen over twee lagen’ toestaat, zijn er steeds meer plannen waarbij de winkelplint wordt voortgezet over de eerste verdieping. Het karakter van 19de-eeuwse woonstraat komt daarmee onderdruk te staan.

19

P.C. Hooftstraat 5-11, ZZDP Architecten. Modern woon- winkelgebouw op de plaats van een ouder pand uit 1967.

20 2.2.3

Subcommissie 3

Het werkterrein van deze commissie is buitengewoon contrastrijk: in de gebieden buiten de ringweg A10 ligt het zwaartepunt van de enorme woningbouwopgave waarvoor de stad zich gesteld ziet. Tegelijk vragen de historische tuindorpen en dijklinten van Noord om de grootst mogelijke zorgvuldigheid en maatwerk bij renovatie of bij het toevoegen van nieuwe bebouwing. In de praktijk investeert de commissie soms even veel tijd en aandacht aan de ontwikkeling van een appartementengebouw met 400 woningen als aan de uitbreiding van een enkel dijkhuis. Door de stagnatie ten tijde van de kredietcrisis is het ontwerpen aan de stad vanaf 2016/2017 weer met dubbele inzet ter hand genomen. De gebiedsontwikkeling verloopt langs twee sporen: die van de traditionele stadsuitbreiding waarbij een nieuwe schil aan de stad wordt toegevoegd en die van de transformatie waarbij kantoren en bedrijventerreinen worden omgevormd tot gemengde wijken voor wonen en werken. Voorbeelden voor de

eerste manier van werken liggen aan de oostkant van de stad: Sluisbuurt op Zeeburgereiland en Centrumeiland en Strandeiland op IJburg. Ruimte en Duurzaamheid maakte voor deze gebieden het stedebouwkundig plan en het inrichtingsplan voor de openbare ruimte. Tegelijk is speciaal voor deze gebieden een welstandskader en een beeldkwaliteitsplan gemaakt waarin vrij precies is vastgelegd welk type bebouwing de bedoeling is, wat het karakter moet zijn van nieuwe straten en pleinen en hoe hoog de lat wordt gelegd voor de uitwerking en detaillering op gevelniveau. Na een voorbereiding van jaren zijn in 2020 de eerste aanvragen voor deze gebieden bij de commissie geland en van een advies voorzien.

Beschermd dorpsgezicht Durgerdam. De bestaande bebouwing langs de dijk is over het algemeen kleinschalig zodat weinig woonruimte beschikbaar is. Bij uitbreiding wordt geprobeerd het doorzicht tussen de huizen naar het achterliggende veenweidegebied zoveel mogelijk in stand te houden en de uitbreiding in typologie en materiaaltoepassing aan te laten sluiten bij het karakter van het dorp.

21 Nolensstraat, DOOR Architecten in opdracht van Stadgenoot. De laatste drie portiek-etageflats van architect Van Tijen worden gesloopt en vervangen door galerijflats op bijna dezelfde footprint maar met één bouwlaag meer. Er is opzettelijk aansluiting gezocht bij het idioom van de Westelijke Tuinsteden zodat het karakter van de wijk behouden blijft.

Geuzenveld, Nolensstraat kort na de bouw

22 Sluisbuurt, Hogeschool Inholland, ontwerp Cepezed Architecten. De school wordt gecombineerd met 750 tot 8oo woningen voor jongeren en studenten, verdeeld over drie kavels grenzend aan het centrale waterplein van de nieuwe wijk. In de nieuwe school is een veelheid aan opleidingen ondergebracht met gecombineerde collegezalen en een centraal Atrium met een landschappelijke inrichting.

23 Sluisbuurt, gebouw Patchwork, Barcode Architects i.s.m. krft en Buro Sant en Co landschapsarchitecten. Complex van appartementen, werkruimten en een supermarkt, ondergebracht in acht blokken van wisselende hoogte gegroepeerd rond een gemeenschappelijke binnentuin.

24

IJburg, Centrumeiland, vrije kavels met individuele woonhuizen. Door het particulier opdrachtgeverschap ontstaat een gevarieerd beeld waarin ruimte is voor verschillende stijlen en toepassing van materialen.

Holendrecht, gebouw OurDomain, OZ i.s.m. Karres en Brands landschapsarchitecten. Een van de eerste opgeleverde woongebouwen in voormalig bedrijvenpark Amstel III.

25 De transformatiegebieden liggen aan alle zijden van de stad en zijn over het algemeen zowel voor de ambtelijke afdelingen van de gemeente als voor de commissie veel arbeidsintensiever. Hier is meestal geen sprake van de letterlijke uitvoering van een stedebouwkundig plan maar meer van de implementatie van een ontwikkelstrategie waarin eigenaren van bedrijfsvastgoed worden ‘verleid’ tot functiewijziging en het vervangen van bestaande bebouwing. Dat is vaak een proces van de lange adem waarin de transformatie van bedrijventerrein tot gemengde stadswijk decennia in beslag kan nemen. Voor de commissie is het van belang dat ze vroeg in het proces kan adviseren op aspecten van kwaliteit. Daarbij gaat het al lang niet meer alleen over de ‘schoonheid’ van een gevel maar ook over woonkwaliteit, kwaliteit van de openbare ruimte en aspecten van duurzaamheid. Idealiter worden de algemene uitgangspunten voor transformatiegebieden voorgelegd aan de Integrale Commissie van de CRK en vindt in lijn daarmee advisering op individuele bouwplannen plaats door subcommissie 3. In Arenapoort en in de Ringzone West wordt geëxperimenteerd met een model waarin geen nieuwe supervisor is benoemd maar de commissie in samenwerking met de hoofdstedebouwkundige van de gemeente in alle fasen regie voert over de ruimtelijke

Hamerkwartier, Brouwerij Oedipus in karakteristieke betonhallen uit de Wederopbouwperiode.

kwaliteit van de plannen. Zo wordt uitvoering gegeven aan een van de uitgangspunten van de Omgevingswet waarbij begeleiding van plannen meer verhuist naar het publieke domein. In transformatiegebieden wordt steeds vaker al in de planfase ingezet op het behouden en herbestemmen van bestaande bedrijfsbebouwing, ook als deze niet is aangewezen als monument. Met name in het Hamerkwartier, waar door de demping van kanalen al veel van de oorspronkelijke structuur verloren is gegaan, en in het zogenaamde Kauwgomballen­ kwartier (Overamstel) wordt geprobeerd loodsjes en delen van fabrieken en productiehallen te combineren met nieuwbouw. Dat zorgt vanzelf al voor een meer levendig en gedifferentieerd beeld waarbij ook een uitgelezen mogelijkheid ontstaat om ateliers en creatieve ondernemers voor het gebied te behouden. Deze tendens krijgt de wind in de rug door het gemeentelijke streven naar circulariteit. Renovatie van bestaande gebouwen is altijd minder kostenefficiënt dan sloop - nieuwbouw maar dat beeld kan veranderen wanneer de milieubelasting van nieuwe betonconstructies in combinatie met de logistieke footprint van aan- en afvoer van materialen in de afweging wordt betrokken.

26

Weesp Per 1 december 2019 is door burgemeester en wethouders van Weesp subcommissie 3 van de CRK van Amsterdam aangewezen als gecombineerde welstands- en monumentencommissie van Weesp. Deze aanwijzing komt voort uit de ambtelijke samenvoeging van Weesp en Amsterdam waarbij de afdeling vergunningen van Stadsdeel Zuidoost het bevoegd gezag van Weesp vertegenwoordigt en de vergunningverlening in praktische zin in goede banen moet leiden. De benoemingstermijn van de zittende commissie in Weesp was van de meeste leden verstreken zodat de ambtelijke fusie samenviel met het moment dat een nieuwe commissie benoemd moest worden. Subcommissie 3 van de CRK gebruikt de bestuurlijk vastgestelde welstandsnota en erfgoedverordening van Weesp als toetsingskader. Om te zorgen voor continuïteit in de advisering, is voor de behandeling van plannen in Weesp de voormalige voorzitter van de Weesper commissie, Sjef Kwakman, als lid-adviseur toegevoegd aan de CRK Amsterdam. Subcommissie 3 behandelde in 2020 31 aanvragen voor een omgevingsvergunning uit Weesp.

De binnenstad van Weesp is grotendeels een rijksbeschermd stadsgezicht en is ruimtelijk, zij het op een kleinere schaal, vergelijkbaar met de binnenstad van Amsterdam. De wijken buiten de vesting kennen, op een enkele uitzondering na, geen preventieve welstandstoets. Het landelijk gebied waarin zich veel monumentale boerderijen bevinden, valt wel onder welstand. Voor de grote nieuwbouwwijk Weespersluis (voorheen Bloemendalerpolder) is er een apart kwaliteitsteam dat zowel bestaat uit vertegenwoordigers van de gemeente als van de ontwikkelende partijen. Dat gedeelte is niet ondergebracht bij de CRK Amsterdam. Op dit moment wordt met het oog op de bestuurlijke samenvoeging en de komst van de Omgevingswet gewerkt aan het digitaal ontsluiten van welstandskaarten, welstandscriteria en erfgoedbeleid. Daarbij blijven de bestaande criteria gehandhaafd maar wordt vooral ingezet op een betere vindbaarheid van informatie voor burgers en initiatiefnemers van bouwplannen.

Weesp, Slijkstraat, Kok Harleman Architectuur. Nieuwe winkelpui in historiserende trant in plaats van een modern ondergedeelte van de gevel waarbij de etalages waren teruggelegd ten opzichte van de rooilijn.

Weesp, Singelstraat, Architectenburo Van Ruth. Nieuwbouw van elf woningen op een binnenterrein tussen de Achtergracht en de Singel. De commissie ging niet akkoord met de gedeeltelijke sloop van het achterhuisje van Achtergracht 48, dat deel uitmaakt van het rijksmonument.

27 Subcommissie Aanwijzing Monumenten 2.3

Deze commissie adviseert het bevoegd gezag over de aanwijzing van gemeentelijke monumenten en gemeentelijk beschermde stadsgezichten. Zij hanteert daarbij de selectiecriteria voor architectonische, cultuurhistorische en stedebouwkundige waarde, zeldzaamheid en gaafheid zoals vastgelegd in de gemeentelijke Erfgoedverordening. De bevoegdheid om gemeentelijke monumenten aan te wijzen ligt bij het Dagelijks Bestuur van de stadsdelen. Het aanwijzen van beschermde gezichten is een taak van de gemeenteraad. De Subcommissie Aanwijzing Monumenten komt tot een advies op basis van een uitgebreide beschrijving en waardenstelling van het te beschermen object door Monumenten en Archeologie en is samengesteld uit de architectuurhistorici van de subcommissies 1-3 aangevuld met een bouwhistoricus. In 2020 kwam de Commissie Aanwijzing Monumenten zesmaal bijeen en bracht 21 adviezen uit over de aanwijzing van gebouwen, waarvan 20 positief. Het IJplein werd door Vereniging van Eigenaren ’t IJ voorgedragen als beschermd stadsgezicht en werd na een positief advies van de commissie aangewezen. De commissie vond het stedebouwkundig plan van Rem Koolhaas uit 1980 ‘van een grote conceptuele kracht’ en voegde daaraan toe: ‘Een studie naar omgevingsaspecten en bewonerswensen leidde in de tijd van ontstaan tot een nauwkeurig op dit gebied afgestemd, bijzonder stedenbouwkundig plan.

Zowel de vernieuwende mix van verkavelingstypen als het eigenzinnige ontwerp geven deze wijk als stedenbouwkundig verschijnsel uit die periode een internationale plaats en bekendheid. Opvallend is de keuze voor strokenbouw in een periode waarin het gesloten bouwblok als ongeschreven norm gold. Dit maakte de configuratie van relatieve laagbouw flats letterlijk tot een ‘doorwaaibare’ woonwijk. Door een aantal parallelle zichtlijnen krijgt de wijk een nadrukkelijke verbinding met het IJ.

Hoewel er incidentele aanpassingen zijn doorgevoerd en de gemeenschappelijke open ruimte in de afgelopen decennia hier en daar werd aangepast en sleetse plekken vertoont, zijn de oorspronkelijke opzet en het sterke concept van de wijk duidelijk herkenbaar. Fysiek herstel daarvan is vrij gemakkelijk te realiseren.’ Gabriel Metsustraat 2-6, Etty Hillesumhuis Een plan voor sloop - nieuwbouw op deze locatie veroorzaakte grote beroering vanwege het feit dat het beroemde oorlogsdagboek van Etty Hillesum met dit huis is verbonden. Etty Hillesum woonde van 1937 tot 1943 in een van de bovenwoningen en schreef hier onder het oog van de bezetter aan haar dagboeken. De commissie liet dit historische gegeven meewegen in haar advies maar vond het gebouw vooral van waarde als onderdeel van het oeuvre van architect A.H. Weismann (Stedelijk Museum) en als gebouwtype: de drie geschakelde panden werden gebouwd als stalhouderij met bovenwoningen en zijn nog steeds als zodanig herkenbaar. In de deftige nieuwbouwbuurt rond het Museumplein was behoefte aan stalling van paarden en koetsen maar de particuliere huizen die daar gebouwd werden, hadden geen voorziening meer op de kavel zelf.

28

Gabriel Metsustraat 2-6, Etty Hillesumhuis.

Gemeentelijk beschermd stadsgezicht IJplein. Woonwijk uit 1980 door Rem Koolhaas op de plaats van de voormalige Amsterdamse Droogdok Maatschappij.

29

Johan Jongkindstraat Aireyblokken tijdens de bouw in 1960.

30

Johan Jongkindstraat combinatie van vier lagen met portieketagewoningen en een winkelruimte op de kop die de gemeenschappelijke binnentuin voor een deel afsluit.

Johan Jongkindstraat, aireyblokken Deze zes blokken met zogenaamde airey-woningen liggen tussen het Rembrandtpark en de ringspoorlijn en vormen in stedebouwkundig opzicht de pendant van de meer naar het westen gelegen en als rijksmonument beschermde Sloterhof. De commissie beschouwt het in 1961 naar ontwerp van architect Hein Klarenbeek en in opdracht van de protestantse woningbouwvereniging Patrimonium gebouwde complex als een krachtig en beeldbepalend ensemble in het gebied rond de Lelylaan en adviseerde het complex aan te wijzen als gemeentelijk monument. Een belangrijk en behoudenswaardig element is de groenaanleg van gemeenschappelijke binnentuinen die op de koppen overgaan in openbaar groen.

Klarenbeek slaagde erin zich niet te laten beperken door het bouwsysteem. Hij maakte gebruik van elementen als reliëf en kleur om het complex een eigen expressie te geven. Een speciale waarde is toe te kennen aan het bijzondere metselwerkmozaïek van de kunstenaar Harry op de Laak.

31

3.

Welstand op het Water

In 2014 werden veel woonboten - behalve historische schepen waar ook nog mee wordt gevaren - bij wet aangemerkt als ‘drijvende bouwwerken’. Daardoor zijn voor het grootste deel de procedures die gelden voor gebouwen op de kant en ‘gebouwen in het water’ gelijkgetrokken. Mede om die reden, en om uitvoering te geven aan de door de raad vastgestelde Watervisie 2040, is in 2018 de nota Welstand op het Water gemaakt. Die voorziet in een helder toetsingskader met objectieve criteria voor het verbouwen en vervangen van woonboten. Net als in De Schoonheid van Amsterdam is de stad in de nota verdeeld in ruimtelijke systemen waaraan op dat deel van de stad toegesneden criteria en richtlijnen zijn gekoppeld. Ook naar voorbeeld van welstand op de kant is er sprake van niveaus van welstand: van ‘eenvoudig’ voor gebieden waar op gebied van materiaaltoepassing en vorm vrij veel mogelijk is tot ‘bijzonder’ waar van schepen en arken een positieve bijdrage wordt verwacht aan het stadsbeeld. Daaronder vallen niet alleen de binnenstad en de oevers van de Amstel, maar bijvoorbeeld ook ontwikkellocaties als de NDSM-werf waar de ambities voor het ontstaan van een nieuw woongebied hoger zijn dan gemiddeld. Het aantal aanvragen voor verbouwingen en vervanging van woonboten is aanzienlijk toegenomen en vergt veel specialistische kennis.

Om die reden is het secretariaat van de commissie uitgebreid met een gemandateerd secretaris voor woonboten en laat de commissie zich bijstaan door een adviseur woonboten en een adviseur historische schepen. Er worden steeds meer aanvragen ingediend voor nieuwgebouwde, al dan niet daadwerkelijk varende schepen. Die tendens is al enige jaren geleden ingezet. Dit is een gevolg van het feit dat het juridische verschil tussen een historisch varend schip en een nieuwgebouwd schip dat er historisch uitziet, lastig is te maken. In stedebouwkundige plannen met ligplaatsen voor schepen wordt over het algemeen ingezet op een ‘levendig en gevarieerd beeld’ dat reminiscenties oproept aan een historische binnenhaven. Maar wanneer vervolgens een ligplaats in erfpacht wordt uitgegeven van bijvoorbeeld 30 bij 5 meter dan bestaat het risico dat daar een hele reeks van vrijwel identieke schepen van 30 x 5 meter wordt afgemeerd die van binnen een moderne woning

bieden en aan de buitenzijde zijn vermomd als luxe motor of als historische passagiersboot. Het strikt vasthouden aan de maten van het bestemmingsplan kan ertoe leiden dat wanneer een aanvraag wordt gedaan voor een echt historisch schip van bij voorbeeld 28 meter lang en 5,05 meter breed, deze wordt afgewezen. De commissie pleit er dan ook voor om in bestemmingsplannen een afwijkingsmogelijkheid op te nemen voor de maatvoering van historische schepen. Het bepalen of een schip voldoet aan de criteria van ‘historisch’ kan worden neergelegd bij de specialisten van de CRK. Daarnaast constateert de commissie dat het nog steeds ontbreken van specifiek beleid voor het behoud van historische schepen voor een waterstad als Amsterdam eigenlijk niet goed is uit te leggen.

32

IJburg, Sluishuis, BIG en Barcode Architects. Impressie van het voltooide gebouw met aan twee zijden nieuwe ligplaatsen voor woonboten.

Gestandaardiseerd ontwerp voor historisch geïnspireerde scheepstypen die allemaal exact de maximale maat van het bestemmingsplan vullen. (Ontwerp SRF Shipbuilding i.s.m. Olivier van Meer Design).

33

Getallen, grafieken en samenstelling van de commissies 4.

Het totale aantal adviezen op aanvragen voor een omgevingsvergunning daalde tot net iets onder de 9.000. Daarmee werd een in 2019 ingezette trend voortgezet. De verklaring die wij vorig jaar gaven lijkt ook nu nog van toepassing: de maatregelen die zijn genomen in het kader van het dossier ‘bouwdynamiek’ om minder snel mee te werken aan ruimtelijke afwijkingen, leidden met name in de oude wijken binnen de ring tot minder aanvragen

voor het verhogen en vergroten van huizen. Daarnaast werpt de intensievere samenwerking met VTH van de stadsdelen haar vruchten af: meer aanvragen voor kleine verbouwingen worden ambtelijk getoetst aan de welstandsnota en hoeven daarom niet te worden voorgelegd aan de commissie. De lichte daling lijkt (nog) geen verband te houden met de gevolgen van de Coronacrisis.

Totaal aantal adviezen per jaar 10000 9500 9000

Adviezen totaal 2016-2020

8500 8000 7500

2016

2017

2018

2019

2020

Adviezen per commissie 4500 4000 3500 3000 2500 2000

Adviezen per subcommissie 2016-2020

1500 1000 500 0

2016

2017

2018 cie I

cie II

2019 cie III

2020

34

De CRK had voor 2020 drie vacatures voor nieuwe leden. Dat waren een restauratiearchitect in subcommissie 1, een architectuurhistoricus in subcommissie 2 en een architectlid in subcommissie 3. Na publicatie van de vacatures op de website van de CRK, in het Parool en op diverse digitale platforms voor architectuur en erfgoed ontving de commissie vijf reacties op de vacature voor een restauratiearchitect, vijf reacties op de vacature voor een architectuur­ historicus en 22 reacties op de vacature van architectlid. Na een voorselectie op basis van de brieven en CV’s sprak de commissie op 18 september, 20 september, 25 september en 9 oktober met in het totaal negen kandidaten en kwam unaniem tot de voordracht van:

Sander Nelissen als restauratiearchitect voor commissie 1 Lucia van der Horst als architectuurhistoricus voor subcommissie 2 Albert Herder als architectlid voor subcommissie 3 Deze leden zijn op voordracht van het college van B&W per 1-1-2020 door de Raad benoemd. De selectiecommissie bestond uit Dirk de Jager, stadsdeelbestuurder van Zuidoost, Eric Luiten, algemeen voorzitter CRK, Janneke Bierman, voorzitter van subcommissie 1 van de CRK, Clemens Temmink, monumentenadviseur bij Monumenten en Archeologie en Paul Rosenberg, algemeen secretaris van de CRK.

Overzicht tellingen gemandateerd / agendaoverleg / commissievergadering 2020 Aantallen per stadsdeel

Gemandateerd

Agendaoverleg

Commissie

Totaal 2020

8944

35

20

2020

Commissie Ruimtelijke Kwaliteit

Eric Luiten

Algemeen voorzitter

Commissie I

Janneke Bierman Marcel Lok Sander Nelissen Freek Schmidt Karianne VandenBroucke Bastiaan Jongerius Ronald Stenvert

architect architect restauratie-architect cultuurhistoricus restauratie-architect architect cultuurhistoricus

vz

z

Commissie II

Patrick Koschuch Monica Ketting Tako Postma Lucia van der Horst Alexander Pols Bastiaan Jongerius Ronald Janssen Natasja Hogen

architect architect architect cultuurhistoricus architect architect architect cultuurhistoricus

vz

z

Commissie III

Robert Winkel Do Janne Vermeulen Albert Herder Annuska Pronkhorst Marc Koehler Bastiaan Jongerius Ronald Janssen Marie-Thérèse van Thoor

architect architect architect cultuurhistoricus architect architect architect cultuurhistoricus

vz

z

Commissie Aanwijzing Monumenten (CAM)

Annuska Pronkhorst Freek Schmidt Lucia van der Horst Ronald Glaudemans Ronald Stenvert

cultuurhistoricus cultuurhistoricus cultuurhistoricus cultuurhistoricus bouwhistoricus

vz

Ambtelijke leden Integrale Commissie

Hans van der Made Irene Klarenbeek Marianne Griffioen Jeroen Schilt Ranjith Jayasena Gabri van Tussenbroek Michel Hoogewerf Ton Schaap Aafke Post Ruwan Aluvihare André Winder Hester Aardse Jouke van der Werf Maartje Veldkamp

stedebouwkundige R&D stedebouwkundige R&D landschap en openb. ruimte R&D gebiedsadviseur M&A archeoloog M&A bouwhistoricus M&A beleidsadviseur V&OR stedebouwkundige R&D stedebouwkundige R&D landschap en openb. ruimte R&D monumentadviseur M&A gebiedsadviseur M&A gebiedsadviseur M&A monumentadviseur M&A

Adviseurs

Stadscuratorium Martine van Lier Marja Goud Dirk Fokkema Leen Borst Gert Jan te Velde Paul de Ruiter Hans van der Made Sabine Lebesque Karin Westerink Anette van Dijk

beeldende kunst woonboten historische schepen historische schepen sanering verkeersgeluid Mooi Verduurzamen Duurzaamheid Ruimte en Duurzaamheid Grond en Ontwikkeling Monumenten en Archeologie Monumenten en Archeologie

Paul Rosenberg Mirte Kooij Marlies van der Meijden Belinda van Buiten Pepijn Diepeveen Marlous Ruiter Kees van Hoek Almira van der Lee Eric Snoeck Muriel Hoffs Elles van den Hoek Dik de Roon

algemeen secretaris CRK secretaris Commissie I secretaris Commissie I secretaris commissie II/III secretaris Commissie II secretaris Commissie II secretaris Commissie III secretaris Commissie III secretaris Commissie III administratieve ondersteuning beleid, secretaris CAM beleid, secretaris CAM

z

Legenda vz

zittende leden voorzitter plaatsvervangers adviseurs secretariaat

Ambtelijke adviseurs

Bureau van de CRK

Lege

36

Bijlage

Overzicht adviezen van de Integrale Commissie in 2020 2020-1 2020-2 2020-3 2020-4 2020-5 2020-6 2020-7 2020-8 2020-9 2020-10 2020-11 2020-12 2020-13 2020-14 2020-15 2020-16 2020-17 2020-18 2020-19 2020-20 2020-21 2020-22

Wenckebachweg 210-212, Oratotoren (Oost) Entreegebied Gulden Winckel (West) Trompenburgstraat 4-10 (Zuid) Parnassusweg 101 (Zuid) Ringparkgebouw, Rembrandtpark (West) Masterplan Universiteitskwartier Binnenstad (Centrum) Winkelcentrum Buikslotermeerplein en CAN-gebied (Noord) Amstelgebouw, Prins Bernhardplein, Kavel A (Oost) Tweede Mariniersbrug, Dijksgracht (Centrum) Klokkenhof, Surinameplein (Zuid) De Nieuwe Meervaart, Osdorp (Nieuw West) Amsterdam Museum (1), (Centrum) Rokin, herbestemming warenhuizen Hudson's Bay (Centrum) Amsterdamse Bengnorm Amsterdam Museum (2), (Centrum) Beeldkwaliteitplan Kademuren (Centrum) Montessori Lyceum Amsterdam (Zuid) World Fashion Centre (Nieuw West) Universiteitskwartier, BG5 (Centrum) Stedelijke vernieuwing Nieuw West Tennispark Sloterplas, Jan Evertsenstraat (Nieuw West) Tendertool circulaire gevels

Excursie 6 maart 2020: CRK met gasten op het dak van de voormalige Citroengarage aan het Stadionplein.

Colofon Tekst: Elles van den Hoek en Paul Rosenberg

Beeld: over het algemeen van de in het bijschrift vermelde ontwerpers en architectenbureaus, behalve: - p. 1, 4, 8, 24, 36, 37: foto CRK - p. 11: foto Stijn Bollaerd

- p. 13: Ingenieursbureau gemeente Amsterdam en CRK - p. 14: Architektencie, foto Ernst van Raaphorst - p. 21, 28-o, 29, 30: Stadsarchief Amsterdam - p. 28-b: foto Wim Ruigrok

Het Bureau van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bestond in 2020 uit:

Marlies van der Meijden en Mirte Kooij, subcommissie 1

Marlous Ruiter, Belinda van Buiten en Pepijn Diepeveen, subcommissie 2 Eric Snoeck, Almira van der Lee en Kees van Hoek, subcommissie 3

Elles van den Hoek en Dik de Roon, beleid en Commissie Aanwijzing Monumenten Mariken van Nimwegen, woonboten

Muriel Hoffs, administratieve ondersteuning Paul Rosenberg, algemeen secretaris

Copyright: 2021 Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam

Deze publicatie verschijnt alleen als PDF. Zij is met de grootst mogelijke

zorgvuldigheid samengesteld. Aan eventuele onvolkomenheden kunnen geen rechten worden ontleend. Voor verdere informatie over de werkwijze van de

commissie en individuele bouwplannen wordt doorverwezen naar de site van de CRK: crk.amsterdam.nl

LAS21071

Het Bureau van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit op excursie bij de Van Gendthallen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10928008/1