- 31 Zorg (35) Bijlage 2 Aanbiedingsbrief college voortgangsrapportage 2020
Tekst van het document
Bezoekadres Amstel 1 1011 PN Amsterdam Postbus 202 1000 AE Amsterdam Telefoon 14 020 amsterdam.nl
Retouradres: Postbus 202, 1000 AE Amsterdam
Aan de leden van de raad
Datum Behandeld door
24 november 2020 J.Bolle@amsterdam.nl
Kopie aan Bijlage(n)
Voortgangsrapportage toegankelijkheid 2020: Iedereen doet mee!
Onderwerp
Aanbiedingsbrief voortgangsrapportage toegankelijheid 2020 en de Amsterdamse inclusie agenda
Geachte leden,
Het college van B en W wil het mogelijk maken dat iedereen in de stad, met en zonder beperking, elkaar kan ontmoeten en blijven tegen komen in de buurt, op school en bij de sportclub. In het coalitieakkoord ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ staat als ambitie benoemd dat de stad sociaal en fysiek toegankelijker moet worden. In andere woorden, Amsterdam moet inclusief zijn: een stad zonder grenzen en zonder belemmeringen voor alle Amsterdammers om mee te kunnen doen. Het college stelt sinds 2016 regelmatig voortgangsrapportages over het dossier toegankelijkheid op. Deze voortgangsrapportages toegankelijkheid geven de raadsleden, de belangenbehartigers en overige betrokkenen een overzicht van de belangrijkste resultaten, activiteiten en ambities van de gemeente op het gebied van toegankelijkheid. Op 27 november 2018 is de vorige versie van de voortgangsrapportage 2018 vastgesteld door het college van B&W. Deze rapportage is in de raadscommissie ZJS van januari 2019 ter bespreking geagendeerd. De fracties van GroenLinks, CDA en D66 hebben de rapportage opnieuw ter bespreking geagendeerd in de raadscommissie ZJS van 11 april 2019 en in de raadsvergadering van 19 juni 2019 om het belang te onderstrepen van dit onderwerp. Het college erkent de reikwijde van het onderwerp en vindt het belangrijk dat de verschillende disciplines en portefeuilles binnen gemeente goed samenwerken.
Op 16 januari 2020 is de raad naar aanleiding van schriftelijke vragen van raadsleden La Rose en El Ksaih van d.d. 4 december 2019 ´inzake de verslechterde positie van mensen met een beperking´ op de hoogte gebracht van de stand van zaken van de Amsterdamse inclusie agenda. Elke gemeente is verplicht een lokale inclusie agenda op testellen samen met mensen met een beperking en hun vertegenwoordigers. In de beantwoording is aangegeven dat in het najaar 2019 bijeenkomsten in het kader van het opstellen van de inclusie agenda zijn gehouden. Ook is toegelicht dat u over de uitkomsten van deze bijeenkomsten apart zou worden geïnformeerd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 17 november 2020 Pagina 2 van 7
Na het vaststellen van de inclusie agenda eind januari 2020 is begonnen met het opstellen van de nieuwe voortgangsrapportage toegankelijkheid. Op deze manier konden de uitkomsten van de bijeenkomsten over de inclusie agenda uit 2019 goed verwerkt worden in de volgende voortgangsrapportage. Het college biedt u bij deze de voortgangsrapportage toegankelijkheid 202o: Iedereen doet mee! aan. Daarin zijn zoals u is toegezegd de 10 speerpunten uit de inclusie agenda opgenomen. In deze brief zullen wij eerst op het proces rond het opstellen van de inclusie agenda met betrekking tot toegankelijkheid ingaan en vervolgens kort op elk speerpunt afzonderlijk reageren. Het proces om te komen tot een Amsterdamse inclusie agenda. Elke gemeente heeft de verplichting om een inclusie agenda op te stellen. Deze verplichting komt voort uit het VN-verdrag handicap. De doelgroep van het VN-verdrag handicap is “personen met langdurige fysieke, mentale, intellectuele of zintuiglijke beperkingen die hen in wisselwerking met diverse drempels kunnen beletten volledig, effectief en op voet van gelijkheid met anderen te participeren in de samenleving.” De focus ligt bij het VN-verdrag dus op het sociale model, waarbij het de samenleving is die iemand beperkt maakt, door drempels op te werpen.
Het Rijk heeft naar aanleiding van het VN-verdrag de wetgeving rond gelijke behandeling van mensen met een beperking aangepast. Het Rijk verplicht tevens alle gemeenten dat zij samen met de mensen met een beperking een lokale inclusie agenda opstellen om het VN-verdrag lokaal te implementeren. Het motto dat hierbij vaak genoemd wordt: ‘Niets over ons, zonder ons.’ Het verbeteren van de sociale en fysieke toegankelijkheid is al jaren een belangrijke thema in de gemeente Amsterdam. Het college informeert de gemeenteraad via de voortgangsrapportages over de stand van zaken. In deze rapportages staan over zeer uiteenlopende beleidsterreinen de resultaten van de afgelopen periode benoemd en worden de ambities voor de komende periode vermeld. Omdat de gemeenteraad al regelmatig wordt geïnformeerd over de stand van zaken via de voortgangsrapportages is samen met de belangenbehartigers gekozen om voor het opstellen van de inclusie agenda een apart traject in te gaan, waarbij de inwoners van Amsterdam direct betrokken worden. Er is begin 2019 een werkgroep ingericht bestaande uit ervaringsdeskundigen, Cliëntenbelang Amsterdam en ambtenaren. Deze werkgroep heeft gezamenlijk een vragenlijst gemaakt en bijeenkomsten georganiseerd om input voor de lokale inclusie agenda op te halen. In een zestal bijeenkomsten zijn Amsterdammers met en zonder beperking met elkaar in gesprek gegaan.
De centrale vragen waren “Wat gaat er goed in Amsterdam?” en “Wat moet er nog gebeuren, zodat mensen met een beperking, net als iedereen, mee kunnen doen?” Vervolgens zijn in een slotbijeenkomst op basis van alle opgehaalde input gezamenlijk 10 speerpunten vastgesteld. Op 27 januari 2020 heeft wethouder Kukenheim deze speerpunten in ontvangst genomen namens het college. Bij het in ontvangst nemen van de speerpunten is door de wethouder toegezegd dat er een gezamenlijke reactie van het college zou volgen en dat de 10 speerpunten opgenomen worden in de volgende voortgangsrapportage. Impact Corona-crisis Sinds half maart 2020 heeft de corona-crisis invloed gehad op het leven in de stad. De afgelopen maanden is duidelijk geworden dat sommige Amsterdammers het bijzonder zwaar hebben vanwege de Corona-maatregelen. Door de maatregelen werd het extra moeilijk om mee te kunnen doen. Sommige mensen konden of wilden vanwege risico’s geen bezoek meer ontvangen. De aandacht is vanaf maart daarom primair uitgegaan naar een zo goed mogelijke ondersteuning van Amsterdammers met een zorgvraag, het samen met de aanbieders regelen van aangepast aanbod waar dit nodig en mogelijk was. Tevens was er extra aandacht voor goede communicatie over de maatregelen. De afgelopen maanden heeft de coronacrisis ook invloed gehad op de werkzaamheden van de gemeente zelf.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 17 november 2020 Pagina 3 van 7
Hierdoor is zowel het opstellen van de voortgangsrapportage als de reactie op de speerpunten van de inclusie agenda helaas vertraagd. De 10 speerpunten De inclusie agenda van de gemeente Amsterdam bevat 10 speerpunten. Ze geven aan wat Amsterdammers met een beperking belangrijk vinden en wat volgens hen prioriteit heeft. Het college heeft de reactie op de 10 speerpunten integraal verwerkt in de voortgangsrapportage toegankelijkheid 2020. Hieronder leest u de speerpunten en een samenvatting van de reactie van het college. Bij elk speerpunt staat een verwijzing naar de paragrafen in de voortgangsrapportage waar meer informatie te vinden is over het onderwerp. Speerpunt 1. Handhaving van de regelgeving rondom toegankelijkheid en inclusie: “Handhaving van de regelgeving is belangrijk om Amsterdam toegankelijk te maken. Dit betekent dat de handhaving van afspraken van de openbare ruimte aangescherpt mag worden, zodat gebouwen, trottoirs, fietsenstallingen vrij toegankelijk zijn voor mensen met een beperking en met eventuele hulpmiddelen (zoals een rolstoel, blindenstok of een scootmobiel). Dit houdt bijvoorbeeld in dat gebouwen ook toegankelijk zijn voor mensen met zintuigelijke beperkingen, er geen drempels zijn, het toegankelijk is voor (elektrische) rolstoelen en er ringleiding en ondertiteling aanwezig is.
De reactie van het college in het kort: Handhaving en beheer wordt continu ingezet om obstakels zoals foutgeparkeerde fiesten of scooters in de openbare ruimte te verwijderen. De capaciteit van handhaving is echter beperkt. Daarom werkt handhaving informatiegestuurd, ofwel op basis signalen. Voor gebouwen gelden de eisen uit het Bouwbesluit 2012. De gemeente zet zich samen met de VNG de komende jaren in voor een landelijke NEN-nomering toegankelijkheid. Gebouwen van de gemeente zullen gefaseerd toegankelijker worden gemaakt waarbij ITS het streven is. Het college maakt daarnaast afspraken met corporaties over het aantal aanpasbare woningen en rolstoelwoningen in de nieuwbouw. Met subsidies stimuleert het college dat organisaties, ondernemers en instellingen de toegankelijkheid vergroten. Resultaten zullen wij vermelden in de voortgangsrapportage toegankelijkheid. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.2 Openbare Ruimte ; 2.2.9 Handhaving in de openbare ruimte+ 2.3.2 Fietsparkeren; 2.1.1 Nieuwbouw en aanpasbaar bouwen; 2.1.2 Rolstoelwoningen en 2.10.2 Verbeteren fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed) Speerpunt 2 Inclusieve mobiliteit: het OV Toegankelijkheid van het OV is een thema dat extra aandacht nodig heeft. Fijnmazigheid van netwerk is nodig zodat het voor mensen met een beperking mogelijk wordt om van deur tot deur te reizen.
Dit houdt in dat de loopafstanden verminderd moeten worden door bijvoorbeeld tram- en bushaltes op 400m loopafstand te plaatsen. Een nieuwe inrichting van het lijnennet is tevens belangrijk zodat er zo min mogelijk overgestapt hoeft te worden. Daarnaast is het van belang dat iedereen goed in kan stappen (ook met een hulpmiddel) en dat er duidelijke, zichtbare en hoorbare OV informatie beschikbaar is. Ten slotte is ook de kennis bij GVB personeel over reizen met het OV voor mensen met een beperking van belang voor de bejegening van mensen met een beperking. De reactie van het college in het kort: Het college vindt de mobiliteit van alle Amsterdammers en de toegankelijkheid van het OV belangrijk. Er wordt continu verder gewerkt aan het verbeteren van de toegankelijkheid van de diverse haltes. Projecten als OV-Coach dragen bij aan de bereikbaarheid van de van de stad. Daarnaast biedt de gemeente voor mensen die niet zelfstandig met het OV kunnen reizen aanvullend vervoer (zoals het AOV). De Vervoerregio Amsterdam (VRA) werkt als opdrachtgever van het OV in de regio aan een uitvoeringsprogramma inclusieve mobiliteit 2020-2025. Samen met de VRA werkt de gemeente aan een toekomstvisie Sociaal Vervoer. (Zie voor meer informatie de paragrafen 2.3 Verkeer en Vervoer;
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 17 november 2020 Pagina 4 van 7
2.3.4. OV-coach en 2.3.5 Beleid Vervoersregio Amsterdam en 2.3.6. Toekomstvisie Sociaal Vervoer.) Speerpunt 3: Sociale bewustwording en inclusie Het bevorderen van de sociale bewustwording en bejegening door burgers en professionals, in het bijzonder ambtenaren, OV personeel en professionals in de zorg, is essentieel. Met name in relatie tot zichtbare maar vooral ook onzichtbare beperkingen. Hierin is training en scholing van professionals gewenst, evenals publiekscampagnes. Gebarentaal mag ook op grotere schaal aangeleerd worden. De reactie van het college in het kort: Het college herkent het belang van dit speerpunt, en wil dat we in Amsterdam op de juiste manier van omgaan met álle Amsterdammers, inclusief mensen met een zichtbare of niet zichtbare beperking. Hiervoor worden trainingen aangeboden aan ambtenaren en aan professionals van andere organisaties. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.8.1 Dienstverlening en 2.9.6 Gebarentaal.) Speerpunt 4. De inclusie van ervaringsdeskundigheid Het is belangrijk dat ervaringsdeskundigen tijdig betrokken worden tijdens de planning, bouw en aanpassing van gebouwen, woningen en de openbare ruimte zodat deze toegankelijk worden. Hierin is de betrokkenheid van de coördinerende wethouder toegankelijkheid onmisbaar om inclusie te waarborgen.
De reactie van het college in het kort: Het college vindt de inzet van ervaringsdeskundigen net als de opstellers van het speerpunt belangrijk. Bij steeds meer dossiers in de stad worden ervaringsdeskundigen betrokken. De gemeente zet daarnaast in op het versterken van de ervaringsdeskundigheid in de stad. Dit doet zij onder andere door het vormen van een netwerk van ervaringskennis, het geven van trainingen en bieden van themasessies en colleges. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.9.3 Amsterdams Netwerk Ervaringskennis. 2.2.1. Checklist Toegankelijkheid 2.2.2. Continue Advisering toegankelijkheid bij planvorming en 2.2.4. Schouwen en 2.4 Over de toegankelijkheid van gebouwen en 2.10.2 Verbeteren fysieke toegankelijkheid van het gemeentelijk vastgoed.) Speerpunt 5: Inclusieve mobiliteit: looproutes door de stad Het voetgangersnetwerk in Amsterdam vraagt om verbetering. Amsterdam is druk, er zijn veel auto’s, fietsers en brommers, daardoor is het lastig voor mensen met zichtbare en onzichtbare beperkingen om zich veilig van punt a naar b te bewegen (lopend of met een hulpmiddel). Looproutes langs belangrijke locaties in de stad moeten daarom vrij toegankelijk zijn en obstakels moeten kenbaar gemaakt worden.
Het toegankelijk maken van het voetgangersnetwerk vraagt bijvoorbeeld om rolstoelvriendelijke opritten, trottoirs zonder losliggende tegels of andere obstakels, en oversteekplaatsen met voldoende tijd om over te steken. De reactie van het college in het kort: Het college herkent het belang dat door bewoners wordt gehecht aan ruimte voor voetgangers en veilige en toegankelijke looproutes. Dit is terug te zien aan het beleid “ruimte voor voetgangers,” de agenda autoluw en de inrichting van de openbare ruimte. Toegankelijkheid is hierbij het uitgangspunt. De komende jaren is er in de planvorming en de uitvoering aandacht voor ruimte voor voetgangers en veilige routes. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.3.1 Meer ruimte voor voetgangers en 2.2 Openbare Ruimte.) Speerpunt 6: Inclusief onderwijs Kinderen met een beperking moeten meer in contact komen met andere kinderen en gelijke kansen krijgen. Het is belangrijk dat er speciaal onderwijs is voor kinderen die dat nodig hebben. Daarnaast is het ook van belang dat reguliere scholen mogelijkheden hebben zodat kinderen met een beperking zo veel mogelijk
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 17 november 2020 Pagina 5 van 7
aansluiting vinden in regulier onderwijs waardoor ze samen naar school kunnen (d.m.v. ‘samen naar school’ klassen bijvoorbeeld) en goed in de samenleving integreren. De reactie van het college in het kort: Het college vindt net als de opstellers van de speerpunten belangrijk dat kinderen en jongeren waar mogelijk samen naar school gaan. De verantwoordelijkheid van het onderwijs ligt bij de scholen. Daarom wordt door de gemeente samen met de partners in het onderwijs een analyse gemaakt en gesproken over de mogelijkheden voor meer inclusief onderwijs. (Zie voor meer informatie de paragrafen 2.7.2. Passend onderwijs en 2.7.3 Inclusief onderwijs.) Speerpunt 7: Meer toegankelijke toiletten Er zijn momenteel te weinig toegankelijke openbare toiletten in de stad. Dat betekent vaak ook dat er lange afstanden zijn om een openbaar en toegankelijk toilet te kunnen bereiken. Toiletten zijn ook niet altijd toegankelijk (bijvoorbeeld voor elektrische rolstoelen of met een ruime doorgang). Het wordt daarom aanbevolen om ongeveer elke 200 meter een toegankelijk openbaar toilet beschikbaar te maken met een verbeterde informatievoorziening (zoals een app ‘Hoge Nood’), zodat zichtbaarheid en toegankelijkheid verbetert. De reactie van het college in het kort: Het college hecht net als de opstellers van dit speerpunt belang aan voldoende openbare toegankelijke toiletten.
In het centrum zijn extra openbare toegankelijke toiletten geplaatst en verder zijn de afgelopen periode veel toegankelijke toiletten voor het publiek opengesteld. Ook is de vindbaarheid van de toiletten verbeterd door vermelding in de app Hoge Nood en betere bewegwijzering op straat. Het college gaat hierbij uit van de norm van de Maag Lever Darm Stichting van een openbaar toilet op elke 500 meter. Op korte termijn zal deze norm nog niet behaald worden. Het college constateert dat de benodigde budgetten om op grote schaal openbare toiletten bij te bouwen op dit moment niet beschikbaar zijn. Daarom zoeken we naar andere oplossingen. De komende periode doen wij onderzoek naar de openstelling van meer gemeente toiletten. Wij houden u graag op de hoogte van de voortgang. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.2.6 Toegankelijke openbare toiletten.) Speerpunt 8: Toegankelijkheid van Wmo-voorzieningen De toegang en indicatiestelling voor Wmo voorzieningen moet verbeterd worden. Het is sterk aan te bevelen dat er één Wmo-loket komt waar men terecht kan voor vragen ten einde een betere communicatie te realiseren en het leveren van maatwerk voor de hulpvrager. De reactie van het college in het kort: Om de toegang tot de Wmo-voorziening te verbeteren wordt hard gewerkt aan de invoering van Buurtteams. Het jaar 2021 zal hierbij een belangrijk jaar zijn om dit in de praktijk te brengen.
Uiteraard houden wij u op de hoogte van de voortgang van de ontwikkeling en uitvoering van de buurtteams. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.5.1 Ontwikkeling Buurtteams) Speerpunt 9: Toegankelijke Informatievoorziening Mensen met diverse beperkingen hebben verschillende behoeftes voor contact als het gaat om informatie en meldvoorzieningen. Informatie- en meldvoorzieningen van de gemeente moeten daarom toegankelijk zijn op diverse manieren, bijvoorbeeld door middel van persoonlijk contact, een online app, het web en andere niet digitale opties. De reactie van het college in het kort: Het college vindt dat dienstverlening toegankelijk moet zijn voor álle Amsterdammers. Het uitgangspunt bij dienstverlening is dat alle Amsterdammers deze zoveel mogelijk zelfstandig kunnen gebruiken. Tegelijkertijd willen we extra ondersteuning bieden aan Amsterdammers die dit nodig
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 17 november 2020 Pagina 6 van 7
hebben. Wij zullen ons hiervoor ook de komende jaren blijven inzetten. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.8.1 Dienstverlening.) Speerpunt 10: Sociale inclusie (vrije tijd) Kunnen genieten van vrijetijdsbesteding is belangrijk voor elke Amsterdammer. Publieke evenementen en openbare plekken moeten daarom toegankelijk zijn. Hierbij kan gedacht worden aan theaters met bovenen ondertiteling, toegankelijke speeltuinen en buitenschoolse activiteiten voor kinderen met een beperking in iedere buurt. De reactie van het college in het kort: Het college is net als de opsteller van dit speerpunt van mening dat inclusie van alle Amsterdammers belangrijk is. Wij beseffen dat er hier een grote opgave ligt om samen met alle partners in de stad ervoor te zorgen dat iedereen, met en zonder beperking, gewoon mee kan doen. De komende jaren zullen wij als college hieraan blijven werken. (Zie voor meer informatie paragraaf 2.2.7 Toegankelijke speelvoorzieningen 2.7.1; Sport ; 2.7.2 Kunst en Cultuur, en 2.5.3 De sociale basis in de wijk (stadsdelen).) Conclusie Het college concludeert dat we in Amsterdam met een aantal van de speerpunten uit de inclusie agenda al goed op weg zijn. Er zijn grote overeenkomsten tussen wat de Amsterdammers als speerpunten hebben aangegeven en waar we vanuit de gemeentelijke organisatie aan werken.
Voorbeelden zijn de inzet van het college om de fysieke toegankelijkheid van de openbare ruimte te verbeteren, de acties om de dienstverlening voor iedereen toegankelijker te maken en de verbetering in de toegang tot de Wmo-voorzieningen. Bij deze dossiers wordt veel samengewerkt met Amsterdammers, ervaringsdeskundigen en partners in de stad. Andere speerpunten gaan over ingewikkeldere dossiers die langer duren om te realiseren, omdat de opgave complex en groot is. Tevens zijn daar ook aanzienlijke uitgaven en inspanningen mee gemoeid. Hier werken we samen met landelijke, regionale en lokale partners. Denk bijvoorbeeld aan het OV wat we samen met andere gemeenten via de Vervoerregio Amsterdam willen verbeteren. Het college herkent de noodzaak van een integrale benadering om de positie van mensen met een beperking in de stad te verbeteren. In bijeenkomsten over de inclusie agenda is uitgebreid gesproken met Amsterdammers met een beperking over de obstakels die zij ervaren in het dagelijks leven. Het werken aan het wegnemen van deze obstakels vergt, bijna per definitie, een integrale benadering en kost tijd. Het college constateert bij het aanbieden van de voortgangsrapportage 2020 dat er een groot aantal acties tegelijk lopen en resultaten worden behaald. Bij de bijeenkomsten hebben deelnemers gevraagd om een duidelijke meerjarenplanning.
Voor veel dossiers is het echter lastig om concrete aantallen per jaar of een einddatum te benoemen. De onderwerpen verschillen namelijk onderling van grootte en van planning. Het kan gaan om eenmalige acties of korte, middellange en lange termijnplanningen. Bovendien wordt aan veel dossiers continu gewerkt. De gemeente moet daarnaast de activiteiten in het kader van toegankelijkheid faseren. Dit heeft te maken met de beschikbare capaciteit en middelen. De opgave is simpelweg te groot om in één keer op te pakken. Vanwege de extra uitdagingen door de Coronacrisis en de druk op de financiële middelen is het extra belangrijk goed te kijken naar waar de gemeente zich de komende jaren voor inzet als het gaat om toegankelijkheid. De 10 speerpunten van de inclusie agenda zijn hiervoor een mooi instrument. In de 10 speerpunten van de inclusie agenda wordt aandacht gevraagd voor de gevolgen van de knelpunten voor mensen met een beperking. Ondanks de inzet van het college om de toegankelijkheid van de stad geleidelijk te verbeteren wordt er door Amsterdammers met een beperking nog onvoldoende verbetering ervaren in het dagelijks leven. Daarom blijven we ons in Amsterdam ook de
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam
Datum 17 november 2020 Pagina 7 van 7
komende periode inzetten op het verbeteren van de toegankelijkheid. We kijken daarvoor naar onze eigen organisatie waarin we niet alleen diensten en voorzieningen voor alle burgers moeten leveren, maar ook als werkgever ervoor moeten zorgen dat we een afspiegeling zijn van de zeer diverse bevolking in de stad. Daarnaast willen we andere organisaties zoals sportverenigingen, schoolbesturen, culturele instellingen en ondernemers stimuleren ook de sociale en fysieke en digitale toegankelijkheid te verbeteren. Tot slot moeten we over de speerpunten van de inclusie agenda en de manier waarop we deze knelpunten op gaan pakken beter en begrijpelijker communiceren. Het is belangrijk dat de Amsterdammers die zich betrokken voelen bij het dossier toegankelijkheid ook op de hoogte zijn van de voortgang. Om de voortgang goed te kunnen volgen is in hoofdstuk 3 een overzicht gegeven van de stand van zaken en de ambities per dossier. Daarbij is aangegeven aan welke speerpunten deze acties een bijdrage leveren. Elke voortgangsrapportage zal deze lijst bijgewerkt worden. Op die manier houdt het college de gemeenteraad en overige betrokkenen op de hoogte van de voortgang in het dossier. Het college bedankt alle Amsterdammers die hebben meegewerkt aan het opstellen van de speerpunten en voor de grote betrokkenheid en inzet op dit dossier.
Alleen samen kunnen we ervoor ook zorgen dat iedereen in Amsterdam, met en zonder beperking, gewoon meedoet.
In de hoop u voldoende te hebben geïnformeerd. Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Simone Kukenheim Wethouder Zorg
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl