3. Tuindorp Oostzaan II_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II toelichting
Gemeente Amsterdam
Colofon Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.N1608BPSTD-VG01
Datum
april 2024
Planstatus
bestemmingsplan (vaststelling)
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
Aanleiding Bevoegdheden Leeswijzer
7 7 7
Plankader
9
Ligging en begrenzing Doelstelling Geldend planologisch kader Beschrijving van het plangebied
9 10 10 19
Beleidskader
35
Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
35 36 37 39
Het ruimtelijk kader
49
Ruimtelijk-functionele aspecten Rijksbeschermd stadsgezicht Bebouwingsregeling achtertuinen AUP-gebieden
49 52 74
Hoofdstuk 5
M.e.r.-(beoordelings)plicht
83
Hoofdstuk 6
Verkeer en parkeren
85
Algemeen Autoverkeer Langzaam verkeer Parkeren Toetsing en uitgangspunten bestemmingsplan
85 85 85 85 86
Geluid
87
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
87 87 88 90
Luchtkwaliteit
91
Algemeen Beleid en regelgeving Conclusie
91 91 92
Bodem
93
Algemeen Beleid en regelgeving Bodemkwaliteitskaart
93 93 94
1.1 1.2 1.3 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 2.4 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3
6.1 6.2 6.3 6.4 6.5 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 7.3 7.4 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3 Hoofdstuk 9 9.1 9.2 9.3
Gemeente Amsterdam
blz. 4
9.4
Conclusie
95
Hoofdstuk 10
Archeologie en Cultuurhistorie
97
10.1 10.2 10.3 10.4
Algemeen Wetgeving, beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
97 97 99 103
Duurzaamheid
105
11.1 11.2 11.3
Algemeen Beleid en regelgeving Specifiek plan/project
105 105 106
Hoofdstuk 12
Externe veiligheid
107
Algemeen Beleid en regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
107 107 110 114
Hoofdstuk 13
Luchthavenindelingsbesluit
115
Hoofdstuk 14
Milieuhinder bedrijvigheid
117
Hoofdstuk 15
Natuur en Landschap
119
15.1 15.2 15.3 15.4
Algemeen Regelgeving Resultaten onderzoeken Conclusie
119 119 120 122
Water
123
Algemeen Beleid en regelgeving Watertoets Conclusie
123 123 126 130
Juridische planbeschrijving
131
Algemeen Artikelgewijze toelichting
131 131
Uitvoerbaarheid
139
Economische uitvoerbaarheid Maatschappelijke uitvoerbaarheid
139 139
Hoofdstuk 11
12.1 12.2 12.3 12.4
Hoofdstuk 16 16.1 16.2 16.3 16.4 Hoofdstuk 17 17.1 17.2 Hoofdstuk 18 18.1 18.2
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voor u ligt het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II. Dit bestemmingsplan geeft concrete invulling aan het ruimtelijke beleid voor dit gedeelte van het stadsdeel Noord in de gemeente Amsterdam. Het geeft aan op welke gronden welke functies toegestaan zijn en hoe deze gronden bebouwd mogen worden. Het bestemmingsplan is het juridisch-planologisch bindend plan voor gebruik van gronden en bouwmogelijkheden en vormt het toetsingskader voor omgevingsvergunningen. Om een aantal redenen is het gewenst een nieuw bestemmingsplan voor het plangebied op te stellen, namelijk: het verder verwerken van de aanwijzing in 2014 van een groot deel van het plangebied als rijksbeschermd stadsgezicht; het bieden van een actueel toetsingskader voor omgevingsvergunningaanvragen. Voor een goede toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning is er behoefte aan een actueel bestemmingsplan; digitalisering met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
1.2
Bevoegdheden
Op 11 november 2021 heeft de raad besloten tot intrekking van de Verordening op het lokaal bestuur in Amsterdam en tot vaststelling van de Verordening op de stadsdelen en het stadsgebied Amsterdam 2022. Deze verordening is op 16 maart 2022 in werking getreden. Er gelden uniforme procedures voor het vaststellen van bestemmingsplannen. De dagelijkse besturen hebben een belangrijke rol bij de voorbereiding van lokale bestemmingsplannen. Het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II is voorbereid door het dagelijks bestuur van stadsdeel Noord.
1.3
Leeswijzer
Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 18 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit eerste inleidende hoofdstuk volgt in hoofdstuk 2 een beschrijving van het plankader. Er wordt onder andere ingegaan op de ontstaansgeschiedenis, beschrijving van het plangebied als ook de beschrijving van de bestaande functies. In hoofdstuk 3 volgt een beschrijving van het relevante ruimtelijk beleid afkomstig van het Rijk, de provincie, de regio en de gemeente. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het ruimtelijk kader, de uitgangspunten voor het bestemmingsplan en de stedenbouwkundige en cultuurhistorische kaders. In hoofdstuk 5 tot en met 16 worden diverse omgevingsaspecten beschreven waaronder archeologie, bodemkwaliteit, natuur en landschap, externe veiligheid, geluidshinder, luchtkwaliteit, water en verkeersaspecten.
In hoofdstuk 17 wordt uitgelegd op welke wijze dit is vertaald in juridische zin. In hoofdstuk 18 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan. Tot slot zijn de relevante onderzoeken als bijlagen bij de toelichting en de regels gevoegd.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 9
Hoofdstuk 2 2.1
Plankader
Ligging en begrenzing
Het plangebied van het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II omvat grotendeels het plangebied van het geldende bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan. Het plangebied wordt globaal als volgt begrensd: noordzijde:
Coentunnelcircuit, Dierenriem, Kometensingel, Appelweg
oostzijde:
Moestuinlaan, Scheepsbouwweg, Vlakkerweg
zuid- en westzijde:
Strekkerweg en Cornelis Douwesweg
De begrenzing van het plangebied is aangegeven op de onderstaande afbeelding. De begrenzing is zodanig bepaald dat de buurten Tuindorp Oostzaan, Vegabuurt, Tuindorp Oostzaan-West (Sterrenbuurt), Terrasdorp en Het Hogeland in het bestemmingsplan zijn begrepen. Voor de exacte begrenzing van het plangebied wordt verwezen naar de digitale verbeelding.
Afbeelding: ligging en begrenzing van het plangebied bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II
Gemeente Amsterdam
blz. 10
2.2
Doelstelling
Gelet op de huidige wet- en regelgeving is het noodzakelijk een bestemmingsplan in procedure te brengen dat voorziet in een actuele planologische en juridische regeling voor het gebied. Het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II is een in hoofdzaak conserverend bestemmingsplan. Uitgangspunt is het overnemen van de geldende, planologische mogelijkheden, maar ook het doorvertalen van actueel beleid en nieuwe inzichten. Tevens wordt de aanwijzing van een groot deel van het plangebied als rijksbeschermd stadsgezicht verder in het bestemmingsplan verwerkt. Het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II wordt na inwerkingtreding het toetsingskader voor het verlenen van omgevingsvergunningen.
2.3
Geldend planologisch kader
Bestemmingsplan “Tuindorp Oostzaan" Voor het grootste deel van het plangebied vigeert het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan. Het bestemmingsplan is vastgesteld door de gemeenteraad op 23 april 2008. Tegen het bestemmingsplan is geen beroep ingesteld. Na het verstrijken van de beroepstermijn is het bestemmingsplan in werking getreden en onherroepelijk geworden. Het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan is een gedetailleerd bestemmingsplan. Het geeft aan waar de woningen, groenstroken, water en openbare ruimte aanwezig zijn. Het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan II vervangt dit bestemmingsplan grotendeels.
Afbeelding: plankaart deel A bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan
Afbeelding: plankaart deel B bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 11
Afbeelding: plankaart deel C bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan Op 29 mei 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders ingestemd met de aanwijzing van de projectgebieden "Klaprozenweg NDSM-Noord" als stedelijk gebied, project en belang. Voor het stedelijk projectgebied Klaprozenweg NDSM-Noord zijn nieuwe ontwikkelingen beoogd. Dat gebied is daarom buiten het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan gelaten. Voor deze locatie wordt een afzonderlijke, ruimtelijke procedure doorlopen, waarvan de voorbereiding bij het college ligt.
Gemeente Amsterdam
blz. 12
Afbeelding: uitsnede kaart grenzen stedelijke gebieden, projecten en belangen (rood weergegeven) Bestemmingsplan “Banne Buiksloot II" Ter plaatse van het vergunde project Scheepsbouwweg vigeert tevens het bestemmingsplan Banne Buiksloot II. Dit bestemmingsplan is vastgesteld door de deelraad van stadsdeel Noord op 19 juni 2013. Tegen het bestemmingsplan is beroep ingesteld. Het bestemmingsplan is in werking getreden na het verstrijken van de beroepstermijn. Na uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in beroep is het bestemmingsplan onherroepelijk geworden. In maart 2018 werd er gestart met de bouw van 47 klimaatneutrale woningen aan de Scheepsbouwweg, aan de oostzijde van het plangebied. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend. Het plangebied van dit project viel zowel in het bestemmingsplan Tuindorp Oostzaan als in het bestemmingsplan Banne Buiksloot II en wordt in het kader van de actualisatieopgave voor Tuindorp Oostzaan volledig opgenomen in het voorliggende bestemmingsplan. Dit houdt in dat een deel van het plangebied van het vigerende bestemmingsplan Banne Buiksloot II wordt meegenomen in deze bestemmingsplanherziening.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 13
Afbeelding: ligging en begrenzing van het plangebied Banne Buiksloot II, rood weergegeven Bestemmingsplan Herziening geluidzone Cornelis Douwesterrein Voor een deel van het plangebied vigeert het (paraplu)bestemmingsplan Herziening geluidzone Cornelis Douwesterrein. Het bestemmingsplan is vastgesteld door de deelraad van stadsdeel Noord op 21 juni 2012. Tegen het bestemmingsplan is geen beroep ingesteld. Na het verstrijken van de beroepstermijn is het bestemmingsplan in werking getreden en onherroepelijk geworden.
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Afbeelding: ligging en begrenzing van het plangebied Herziening geluidzone Cornelis Douwesterrein Inpassingsplan Aanpassing geluidzones Westpoort en Hoogtij Voor een groot deel van het plangebied vigeert het Provinciaal Inpassingsplan Aanpassing Geluidzones Wespoort en Hoogtij. Dit provinciale (paraplu)bestemmingsplan, dat gemeenteoverschrijdend is, ziet op de wijziging van de geluidzones van de twee industrieterreinen in het Noordzeekanaalgebied: Westpoort (gemeente Amsterdam) en HoogTij (gemeente Zaanstad). Het inpassingsplan is vastgesteld door de Provinciale Staten op 2 maart 2015. Tegen het inpassingsplan is geen beroep ingesteld. Na het verstrijken van de beroepstermijn is het inpassingsplan in werking getreden en onherroepelijk geworden.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 15
Afbeelding: ligging en begrenzing van het plangebied Inpassingsplan Aanpassing geluidzones Westpoort en Hoogtij Paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders Voor het gehele plangebied van tuindorp Oostzaan vigeert het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 7 oktober 2021. Tegen het bestemmingsplan is beroep ingesteld. Na het verstrijken van de beroepstermijn is het bestemmingsplan in werking getreden. In het paraplubestemmingsplan geldt een verbodsbepaling om kelders te bouwen of te vergroten, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen twee zones. Het plangebied van tuindorp Oostzaan ligt in beide zones, 'overige zone - 1' en 'overige zone - 2'. Het paraplubestemmingsplan is een vertaling van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam, in een juridisch planologisch kader. Het doel van het bestemmingsplan is ervoor te zorgen dat alle kelderbouwaanvragen in Amsterdam voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit. Vervolgens is de 'Beleidsregel Grondwaterneutrale kelders Amsterdam' vastgesteld, door het college voor het eerst op 7 september 2021, als een samenenvatting van het afwegingskader in juridisch concrete normen. Het paraplubestemmingsplan bevat een verwijzing daar deze beleidsregel.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
Afbeelding: ligging en begrenzing van het plangebied paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 17
Afbeelding: begrenzing gebiedsaanduiding 'overige zone - 1' in tuindorp Oostzaan Het doel van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam (zie Bijlage 1 Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam) is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. Het paraplubestemmingsplan regelt dat alleen een kelder die grondwaterneutraal kan worden aangelegd, voor vergunningverlening in aanmerking komt. In de zone met gebiedsaanduiding 'overige zone - 1' geldt een absoluut verbod. Afwijking van het absolute verbod binnen voornoemde gebiedsaanduiding is uitsluitend mogelijk op basis van een buitenplanse afwijking van het bestemmingsplan. In de zone met gebiedsaanduiding 'overige zone - 2' wordt een onderscheid gemaakt tussen kelders tot en met 300 m2 en maximaal 4 meter bouwdiepte en kelders die groter zijn dan 300 m2 of dieper dan 4 meter. Voor de eerste categorie geldt dat het bevoegd gezag op basis van een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid kan afwijken van het bouwverbod, mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Het bouwplan moet dan voldoen aan de 'Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam'. Voor de tweede categorie geldt ook een binnenplanse afwijkingsmogelijkheid, maar wordt niet voorzien in inhoudelijke beleidsregels.
Ook voor deze kelders geldt het vereiste dat uit geohydrologisch onderzoek moeten blijken dat er grondwaterneutraal kan worden gebouwd. Paraplubestemmingsplan Darkstores Voor het gehele plangebied van tuindorp Oostzaan vigeert het paraplubestemmingsplan Darkstores. Dit bestemmingsplan is door de gemeenteraad vastgesteld op 10 mei 2023 en is op 29 juni 2023 in werking getreden. Tegen het bestemmingsplan is beroep ingesteld. In het Gemeente Amsterdam
blz. 18
paraplubestemmingsplan geldt een gebruiksverbod om de gronden voor darkstores te gebruiken. Op basis van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1° Wabo zijn burgemeester en wethouders wel bevoegd om (binnenplans) van dit gebruiksverbod af te wijken. In artikel 2.4 van het paraplubestemmingsplan Darkstores zijn de regels geformuleerd waaraan voldaan moet worden om te kunnen afwijken: Het bevoegd gezag kan bij omgevingsvergunning afwijken van het verbod in artikel 2.2 voor de vestiging of uitbreiding van een darkstore indien dit niet leidt tot een onevenredige aantasting van: a. het woon- en leefklimaat; b. de gebruiksmogelijkheden van de openbare ruimte, en c. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; waarbij de Beleidsregel darkstores 2023 in acht wordt genomen. Indien gedurende de planperiode de Beleidsregel darkstores 2023 wordt gewijzigd, wordt deze gewijzigde versie in acht genomen. In de Beleidsregel darkstores 2023 wordt op een zo veel mogelijk eenduidige manier uitleg gegeven aan de vraag of in afwijking van het algemene gebruiksverbod in een bepaald geval en op een bepaalde locatie een darkstore wel of niet passend is. De Beleidsregel Darkstores 2023 is vastgesteld door het college op 21 maart 2023 en is tegelijk met het paraplubestemmingsplan Darkstores in werking getreden.
Afbeelding: ligging en begrenzing van het plangebied paraplubestemmingsplan Darkstores
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 19
2.4
Beschrijving van het plangebied
2.4.1
Algemeen
Het plangebied omvat naast Tuindorp Oostzaan, de Vegabuurt, Tuindorp Oostzaan-West (Sterrenbuurt), Terrasdorp en Het Hogeland. Het gebied ligt in het westelijke gedeelte van Amsterdam Noord, aan de noordzijde grenzend aan de lintbebouwing van de Oostzanerdijk met daarachter de hoogbouw van de Molenwijk, de laagbouw en middelhoogbouw van de Circus- en Kermisbuurt, het Virgohof en de hoogbouwflat Dierenriem met daarachter de Melkweg. Aan de zuidzijde grenst het gebied aan het Cornelis Douwesterrein met industriële bedrijvigheid, aan de westzijde aan het Coentunnelcircuit en aan de oostzijde aan de wijk De Bongerd. 2.4.2
Ontstaanswijze van het plangebied
Gedurende de 17de en 18de eeuw begon het IJ in toenemende mate te verzanden. Om het water bevaarbaar te houden moest de vaargeul regelmatig met moddermolens worden uitgebaggerd. Een definitieve oplossing kwam in de jaren 1865-1876 met de aanleg van het Noordzeekanaal, die zorgde voor een directe verbinding van Amsterdam met de Noordzee. Het kanaal werd gefinancierd door grote delen van het IJ in te polderen en uit te geven als landbouwgrond. De laatste van deze inpolderingen was de Noorder IJpolder, die pas in 1878, twee jaar na de opening van het Noordzeekanaal, werd drooggemalen. Een deel van het IJ werd hierbij ontzien, zodat Oostzaner Overtoom bereikbaar bleef via het Zijkanaal I. Het agrarisch gebruik van de polder was van relatief korte duur; al in 1909 werd besloten het zuidoostelijk deel van de polder, binnen het plangebied, in te richten als baggerbergplaats.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
Afbeelding: de baggerbergplaats ten (zuid)oosten van het plangebied (rood omlijnd) op de kaart van Publieke Werken, 1929 Vanaf de vroege 20ste eeuw verschoven de Amsterdamse havenactiviteiten van het oostelijk havengebied naar de westelijke IJpolders. Om de havenarbeiders ter plaatse te kunnen huisvesten werd vanaf de jaren 1920 aan de noordzijde van het IJ een aantal nieuwe woonwijken gerealiseerd, waaronder het kleinschalige Tuindorp Oostzaan in de Noorder IJpolder. In de loop van de 20ste eeuw werd de buurt uitgebreid tot aan de huidige grenzen van het plangebied. Daarbij werden de laatste onopgehoogde delen van de Noorder IJ-polder afgedekt door een dik pakket zand en slib. Tuindorp Oostzaan Tuindorp Oostzaan is begin jaren twintig van de vorige eeuw zorgvuldig ontworpen als arbeiderswoonwijk. Een laagbouwwijk van eengezinswoningen met tuinen en voorzieningen tegen een zo laag mogelijke huur. De tuindorpen in Amsterdam Noord maken onderdeel uit van een bijzondere fase in de ontwikkeling van de volkshuisvesting, een fenomeen dat Nederland internationaal op de kaart heeft gezet. Door de doordachte stedenbouwkundige opzet en daarmee samenhangende uitwerking van de architectuur en openbare ruimte met mee-ontworpen groenaanleg zijn bijzondere woonwijken met herkenbare buurtjes gerealiseerd.
De besloten zichtlijnen, bijzondere doorzichten, kleinschalige bakstenen bebouwing, oranje dakpannen daken en de toonaangevende aanwezigheid van groene ruimtes is de relatie van het tuindorp met de pre-stedelijke bebouwing sterk. Het plangebied grenst aan het historische gegroeide, pre-stedelijke bewoningslint aan de Oostzanerdijk. De bijzondere stedenbouwkundige, architectonische en cultuurhistorische waarden zijn op nationaal niveau erkend bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 21
met de aanwijzing tot rijksbeschermd stadsgezicht.
Afbeelding: links Oostzanerdijk, hoek Appelweg (foto: Martin Albers); rechts in vogelvlucht vanaf de Stellingweg van voor naar achter: Oostzanerdijk, Kometensingel, Tuindorp Oostzaan, 1969
Afbeelding: 't Zonnehuis op het Zonneplein
Afbeelding: Plejadenplein, met de speelvijver en Bethelkerk in 1966 en in 2017 Vegabuurt Tuindorp Oostzaan is in de loop der decennia een aantal maal uitgebreid. De eerste uitbreiding van Tuindorp Oostzaan is de zuidwestelijke strook uit de jaren dertig, met bebouwing aan weerszijden van
Gemeente Amsterdam
blz. 22
de Vegastraat. Deze buurt maakt onderdeel uit van Tuindorp Oostzaan en is gelegen tussen de Meteorenweg en de langgerekte groenstrook langs de Cornelis Douwesweg en wordt gekenmerkt door lange blokken grondgebonden woningen met een kleine tuin aan de voorzijde en een grotere tuin aan de achterzijde. De buurt is tussen 1936-1938 gebouwd. Het toont ondanks de grovere verkavelingsstructuur, verwantschap met de oudste twee delen van Tuindorp Oostzaan.
Afbeelding: links een lange rij woningen in de Vegastraat; rechts bejaardenwoningen in een halfopen hof aan de Kometensingel, 1948 Terrasdorp Na de Tweede Wereldoorlog was er een enorm tekort aan huisvesting. Daarom zijn in de jaren vijftig in Amsterdam veel kleine en eenvoudige duplexhuizen gebouwd in Terrasdorp en Tuindorp Oostzaan-West (Sterrenbuurt) ten westen van de Kometensingel. Terrasdorp werd ten oosten van Tuindorp Oostzaan gebouwd en ligt ten opzichte daarvan vier meter hoger, waardoor de bebouwing, zoals de naam al aangeeft, op verschillende terrasniveaus werd aangelegd. De naam Tuttifruttidorp, waarmee het ook wel wordt aangeduid, dankt het aan de op allerlei fruitsoorten gebaseerde straatnamen. Fysiek worden Tuindorp Oostzaan en Terrasdorp van elkaar gescheiden door een terrein ten westen van de Kersenstraat met daarin een sportveld en een (voormalig) openluchttheater. Verder wordt Terrasdorp begrensd door de Werktuig – Frambozen - Meloenstraat, de Appelweg en het water dat zich ten oosten van de bebouwing langs de Sinaasappelstraat bevindt. De bouw vond plaats tussen 1950 en 1960. Verantwoordelijke voor het stedenbouwkundig plan was de afdeling Stadsontwikkeling van de Dienst der Publieke Werken, die na de oorlog in Amsterdam experimenteerde met verschillende verkavelingswijzen en woningplattegronden.
Het plan voor de nieuwe wijk was onderdeel van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) voor Amsterdam. Dit stedenbouwkundige structuurplan kwam in 1934 tot stand en vormt de basis van een groot deel van de westelijke tuinsteden, Buitenveldert en delen van de Watergraafsmeer (o.a. Frankendaal). In de jaren vijftig werd vervolgens besloten om bij nader inzien ook uitbreidingswijken in Noord toe te voegen.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 23
Afbeelding: Pruimenstraat, met niveauverschillen tussen straat en stoep (foto: google maps) Tuindorp Oostzaan-West (Sterrenbuurt) Het vooroorlogse deel van Tuindorp Oostzaan is in de jaren vijftig ook uitgebreid aan de westzijde: Tuindorp Oostzaan-West (onder meer de Schutterweg en Watermanstraat). Voor de uitbreiding werd wederom een stedenbouwkundig plan ontwikkeld, dat de 4e herziening van het AUP vormde en op 29 februari 1956 is vastgesteld. Bij de totstandkoming van het plan werd voortgeborduurd op de verkavelingsexperimenten in Terrasdorp. Tuindorp Oostzaan-West wordt begrensd door de Kometensingel en de IJ-dijk (Cornelis Douwesweg). Deze na-oorlogse woonbuurt (1958), die ook wordt aangeduid met de naam Tuindorp Oostzaan-West, bestaat hoofdzakelijk uit grondgebonden woningen, ouderenwoningen en enkele voorzieningen (verzorgingstehuis, winkels en een kerk). Kenmerkend is de AUP-verkaveling van half gesloten bouwblokken met platte daken.
Afbeelding: links bejaardenwoningen in de Nadirstraat en rechts het woonwerkcomplex aan de Nadirstraat/Miraplein Het Hogeland In de jaren tachtig is het plangebied wederom uitgebreid. Tussen 1982 en 1990 zijn er woningen bijgebouwd op zogenaamde open plekken en werd de nieuwe wijk Het Hogeland bij Terrasdorp gebouwd. Dit terrein ten noorden van de NDSM en ten westen van de wijk De Bongerd was lange tijd gereserveerd voor de uitbreiding van de scheepsbouw. Eind jaren zeventig, toen de uitbreiding niet meer nodig bleek wegens teruglopende scheepsbouwactiviteiten, ontwikkelde de gemeente er, in samenwerking met woningcorporaties, woningbouw welke wordt gekenmerkt door grondgebonden en gestapelde woningen. De laatste komen in verschillende bouwvormen voor, waarvan de 'urban villa's' het meest opvallend zijn. Aan de zuidrand langs de Klaprozenweg zijn enkele bedrijven gesitueerd. De buurt is ook bekend onder de naam de Werfbuurt, door de straatnamen die zijn ontleend aan de ambachten Gemeente Amsterdam
blz. 24
die men bedreef op de scheepswerf.
Afbeelding: links rijtjeshuizen met voortuinen en boombeplanting in de Werktuigstraat en rechts laagen hoogbouw aan de Strekkerweg In maart 2018 werd er gestart met de bouw van 47 klimaatneutrale woningen aan de Scheepsbouwweg, aan de oostzijde van het plangebied. Hiervoor is een omgevingsvergunning verleend.
Afbeelding:kruising Scheepsbouwweg en Klinkerstraat (foto: data.amsterdam.nl) 2.4.3
Ruimtelijke structuur
Tuindorp Oostzaan Het stedenbouwkundig ontwerp van het tuindorp kent een ordening naar pleinen en hoofdassen alsmede afschermende wanden met poorten naar achterliggende straten. Het zogeheten dakenlandschap, bestaande uit samenhangende kapvormen, neemt binnen de ruimtelijke kwaliteit een bijzondere plaats in. In paragraaf 4.2 en verder wordt uitgebreider ingegaan op de ruimtelijke kwaliteiten van het tuindorp dat de status heeft van beschermd stadsgezicht. Tuindorp Oostzaan is in de jaren '20 van de vorige eeuw gebouwd als twee stedenbouwkundige elementen. De twee gedeelten worden gekenmerkt door een overwegende woonfunctie en zijn gelegen aan weerszijden van het Plejadenplein. Het in 1922 voltooide zuidoostelijke deel heeft als centrum het Zonneplein (winkels en enkele maatschappelijke voorzieningen) met regelmatig hier omheen gegroepeerd een aantal kleinere pleinen. Het kleine noordwestelijke gedeelte, dat in 1923 is voltooid, heeft een 'verborgen' symmetrieas langs de lijn die het Mercuriusplein en het Neptunusplein doorsnijdt. Beide gedeelten liggen aan de Kometensingel en Oostzanerdijk, die ter hoogte van het Plejadenplein een karakteristieke knik heeft.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 25
Ondanks diverse veranderingen in de loop der jaren (het gebruik, de bestrating, de bouw van het Zonnehuis dat de wijk sinds 1932 van een hoofdgebouw heeft voorzien, maar ook de introductie van een achterkant, de toevoeging op enkele plaatsen van naoorlogse kerken) is de structuur en het beeld van het tuindorp nog intact. Het is de eerste verwerkelijking van het begrip 'tuindorp' in Amsterdam, die haar voorloper had in de nooddorpen Vogel- en Disteldorp en vanwege de gunstige resultaten aanleiding gaf tot de realisatie van andere tuindorpen als Nieuwendam en Buiksloot.
Afbeelding: het eerst gerealiseerde deeel van het Tuindorp Oostzaan tussen de Meteorenweg (links), de Oostzanerdijk (boven) en de Kometensingel (rechts), 1923
Gemeente Amsterdam
blz. 26
Afbeelding: luchtfoto Tuindorp Oostzaan, anno 2018 Vegabuurt De Vegabuurt heeft een strakke, en in vergelijking met het oudere deel van het tuindorp, sobere stedenbouwkundige structuur met strokenbouw. De lange rijenhuizen worden afgewisseld met korte blokjes woningen, winkelwoningen en groene plantsoenen. Langs de Kometensingel wordt de strakke structuur onderbroken door een halfopen hof met bejaardenwoningen. Het complex neemt een bijzondere plaats in binnen het tuindorp als afwijkend stedenbouwkundig ensemble, met de verhoogde aanleg, het plantsoen, beeldhouwwerken en bijzondere voorzieningen als bankjes.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 27
Afbeelding: luchtfoto Tuindorp Oostzaan anno 1936, Vegabuurt rood omlijnd Terrasdorp Na de oorlog experimenteerde de gemeentelijke dienst Stadsontwikkeling (SO) in Amsterdam met verschillende verkavelingswijzen en woningplattegronden. De hakenverkaveling rond groene hoven werd op grote schaal in de andere woongebieden uitgewerkt en toegepast. Deze verkavelingsvormen leidde tot een gevarieerder wijkbeeld dan strokenbouw. Door de plaatsing van de haken blijft via diagonale zichtlijnen de relatie met de omliggende groenstructuur mogelijk. Ook werden de woningen zo optimaal mogelijk op de zon georiënteerd. In feite staan de woonblokken in een grote, gemeenschappelijke tuin. Voor de oostelijke strook werd weliswaar dezelfde verkavelingswijze gehanteerd, maar ditmaal op een ruimere en beter geslaagde maat. Terrasdorp kent naast de haakvormige hovenverkaveling opvallend veel andere verkavelingstypen.
De wijk valt hierdoor in een aantal delen te onderscheiden: de zogenaamde 'kam' aan de westelijke buitenzijde langs de Kersenstraat; het driehoekige en hoger gelegen middendeel met strokenbouwverkaveling; het terrein in de zuidwesthoek onder het groen rondom het Bessenpad met gedeeltelijk strokenbouw en haakverkaveling; de rechthoekige strook met hakenverkaveling rond hoven tussen de Mandarijnen- en Werktuigstraat; en de oostelijke strook langs het water met haakvormige hovenverkaveling die een voortzetting op de hiervoor genoemde strook is. Terrasdorp vormde niet alleen een stedenbouwkundige proeftuin, ook werd geëxperimenteerd met systeembouw: nieuwe, industriële bouwwijzen, zoals betonnen prefab-elementen. Op deze wijze kon relatief snel gebouwd worden als antwoord op de naoorlogse woningnood. In alle gevallen zijn de woningen in systeembouw gebouwd, rechts van de Pomomastraat in het Aireysteem en links van deze straat in het systeem Dotremont – Ten Bosch. Vanwege de krappe financiële middelen werd de architectonische uitwerking van de toegepaste bouwsystemen tamelijk sober. Om de wederopbouwwijken toch een aangenaam karakter en enige allure te verschaffen, zocht men dat in de stedenbouwkundige (hoofd)structuur, de verkavelingswijzes en in de groenaanleg.
Het middendeel tussen Pomona-, Druiven-, Abrikozen-, en Pruimenstraat kenmerkt zich door de tamelijk unieke Gemeente Amsterdam
blz. 28
configuratie met niveauverschillen tussen straat en stoep.
Afbeelding: Terrasdorp in 1968, gezien naar noorden, met links het sportpark, bovenlangs Zijkanaal I en het poldergebied, rechts Volktuinenpark De Bongerd en onderlangs de Werktuigstraat. Tuindorp Oostzaan-West Tuindorp Oostzaan-West heeft een rechthoekige vorm waarin grondgebonden woningen in acht haakvormige hoven zijn gebouwd. De opzet met ruim opgezette hoven is vergelijkbaar met de oostelijke strook van Terrasdorp die tegelijkertijd tot stand kwam (1957). In het hart van de buurt zijn aan elkaar geschakelde bejaardenwoningen gelegen, waar het openbare groen als het ware doorheen spoelt. De laagbouwwoningen vormen een ensemble met het verzorgingstehuis Het Twiskehuis. Aan de noordoostzijde, langs de Schutterweg staan zes rijtjes eengezinswoningen. Een woontoren markeert de noordoosthoek; de groene strook hier oostelijk van is eind jaren negentig bebouwd met woningen. De Westertocht omsingelt het gebied.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 29
Afbeelding: luchtfoto van de uitbreiding van Tuindorp Oostzaan-West, met rechts het vooroorlogse tuindorp en boven Molenwijk , 1972 Het Hogeland In verschillende fasen is Het Hogeland bebouwd. De eerste woningen zijn opgeleverd in 1983-1984, de laatste in 1988-1989. Het Hogeland kent verschillende woningtypologieën, passend bij de bouwtijd waarin behoefte was aan meer variatie. De wijk is onder meer opgebouwd uit eengezinswoningen in laagbouw rondom groene hoven zoals aan de Tegenhouderstraat; gesloten bouwblokken met geschakelde laagbouwwoningen in de omgeving van de Kraandrijverstraat; en vrijstaande appartementencomplexen in vier lagen aan de Kabelgaststraat. Een zorginstelling in laagbouw is geïntegreerd binnen de reguliere woonbebouwing. Langs de Klaprozenweg staan enkele bedrijfspanden. Verder kent Het Hogeland voorzieningen als een kinderboerderij, speel- en sportplekken waaronder een Cruijff-court. Groenstroken, waterlopen, voortuinen en boombeplanting geven de wijk een relatief groen karakter.
Gemeente Amsterdam
blz. 30
Afbeelding: woonblokken aan de Werktuigstraat, Tegenhouderstraat en Klinkerweg,1985 2.4.4
Functionele situatie
Wonen en bevolking Het plangebied bestaat uit de volgende woongebieden, die in verschillende cultuurhistorische periodes tot stand zijn gekomen: Zonneplein-, Mercuriusplein- en Vegastraatbuurt (vooroorlogse tuindorpbebouwing) Terrasdorp (naoorlogse AUP-bebouwing, met latere, kleine inbreidingen) Tuindorp Oostzaan-West (naoorlogse AUP-bebouwing) Het Hogeland (inbreidingsplannen jaren '80- '90, met latere, kleine aanvullingen) De bewoning in het plangebied bestaat voornamelijk uit corporatiebezit. De woningen zijn over het algemeen klein te noemen. Het aantal woningen in Tuindorp Oostzaan bedroeg in 2017: 4.563. Deze woningen zijn voornamelijk tussen de 60 en 80 vierkante meter (m2). Het aantal bewoners bedroeg 11.531. Detailhandel Naast woningen is in het gebied een aantal winkels gevestigd, hoofdzakelijk gegroepeerd aan het Zonneplein en het Mercuriusplein en daarnaast aan de Nieuwe Maanstraat (Vegabuurt), aan de Nageljongenstraat en langs de Meteorenweg. De detailhandel is voornamelijk gericht op de dagelijkse boodschappen. Aan de Pomonastraat is een wasserette gevestigd. Grote detailhandelsconcentraties zijn in tuindorp Oostzaan niet aanwezig.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 31
Horeca Horeca is in het plangebied hoofdzakelijk aanwezig nabij de pleinen. Het gaat om snackbars en restaurants. Voor het plangebied wordt verwacht dat er behoefte aan meer en andere horeca ontstaat. Met name op monumentale pleinen (Zonneplein/ Mercuriusplein) zou hier meer ruimte aan kunnen worden gegeven. Dit wordt echter niet meegenomen in deze actualisatie, maar kan worden afgewogen als er een concreet initiatief is, via een omgevingsvergunningprocedure. Maatschappelijke voorzieningen In het plangebied is aan de Kometensingel buurtcentrum De Evenaar gevestigd. Het Zonnehuis aan het Zonneplein doet dienst als monumentaal theater. In het plangebied zijn drie kerken aanwezig: Koninkrijkszaal Jehova's Getuigen (Meteorenweg), Bethelkerk Amsterdam (Plejadenplein), Pinksterkerk Agape Amsterdam (Kometensingel). Aan de Mandarijnenstraat heeft stichting Cordaan appartementen en een steunpunt voor begeleid wonen beschikbaar en aan de Druivenstraat bevindt zich een dagcentrum van Cordaan (Dagcentrum De Rank). De woonbuurt "De Werf" langs de Klinkerweg betreft een dagbestedings- en woonlocatie voor ca. 120 mensen met een verstandelijke beperking. Aan de Tegenhouderstraat is een kinderboerderij aanwezig.
Verder is er een aantal vestigingen voor basisonderwijs en speciaal onderwijs: basisschool de Satelliet (Kometensingel) openbare basisschool (OBS) De Poolster (Plejadenplein) basisschool De Zeppelin (Bessenpad) en zijn er een aantal kinderdagverblijven/ peuterspeelzalen in het plangebied: Kinderopvang Smallsteps (Kometensingel) Peutercombi voorschool (Plejadenplein) Kinderdagverblijf Cookies (Aldebaranplein). Welzijns- en medische voorzieningen in tuindorp Oostzaan zijn onder meer de ouderenwoningen aan de Watermanstraat (woonzorgcomplex Evean Twiskehuis), een podotherapiepraktijk, fysiotherapiepraktijk, huisartsenpraktijk en een organisatie voor jeugdzorg. In het Medisch Centrum Tuindorp Oostzaan aan de Meteorensingel zijn voorts diverse medische praktijken en een apotheek gevestigd.
Afbeelding: ouderenwoningen Evean Twiskehuis (foto: google maps)
Gemeente Amsterdam
blz. 32
Afbeelding: basisschool de Satelliet aan de Kometensingel (foto: google maps) Overige bedrijven en kantoren In het plangebied zijn een aantal dienstverlenende bedrijven (en kantoren) gevestigd zoals kapperszaken, schoonheidsalons, een yogastudio en een audicien. Aan de Meteorenweg is een fotostudio aanwezig. Verder zijn er verdeeld over de wijk, als onderdeel van de bestemming wonen, beroepen- en bedrijven aan huis gevestigd. 2.4.5
Verkeer en vervoer
De hoofdwegenstructuur voor Tuindorp Oostzaan en Terrasdorp wordt gevormd door de Meteorenweg, westelijk gedeelte Oostzanerdijk, westelijk gedeelte Kometensingel, Stenendokweg, Scheepsbouwweg, Werktuigstraat, Pomonastraat en de Appelweg. De Klaprozenweg, de Cornelis Douwesweg, het Coentunnelcircuit en de Molenaarsweg aan de west- en zuidzijde vormen de hoofdroute naar de Ringweg A10 en tevens de verbinding naar andere delen van Amsterdam-Noord aan de oostzijde. Op de hoofdontsluitingswegen geldt een maximumsnelheid van 50 km/h. De woonstraten zijn of worden ingericht als 30 km/h zone. Het openbaar vervoer in Amsterdam-Noord bestaat uitsluitend uit metro- en busverbindingen. De Noord/Zuidlijn (metro) is in juli 2018 in gebruik genomen. In samenhang hiermee is in 2017 een vrijliggende busbaan op de Klaprozenweg en de Cornelis Douwesweg aangelegd. De routes van enkele stads- en streekbuslijnen voeren langs en door het plangebied. Ook wordt het plangebied door enkele nachtbussen ontsloten. 2.4.6
Overige functies
Aan de Kometensingel ligt Sportpark Tuindorp-Oostzaan, dat wordt gebruikt door een voetbalvereniging (S.V. De Meteoor), een honkbalvereniging (Amsterdam North Stars) en een jeu de boules vereniging. Aan het Plejadenplein bevindt zich Stichting Het Middelpunt, die voor jong en oud verschillende activiteiten aanbiedt en Stichting SPIN, die speeltuinactiviteiten organiseert.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 33
2.4.7
Groen en water
Aan de zuidrand van het plangebied zijn de Oostertocht en Westertocht als grootschalige groenvoorzieningen aanwezig. Daarnaast zijn langs buurtranden en andere randen van de wijk groenstructuren aanwezig in verschillende groottes en vormen. De buurten worden gekenmerkt door vrij lage woningen met tuinen, waarbij tussen de woningen op een aantal plaatsen ook nog ruime plantsoenen zijn aangelegd, waardoor het plangebied in zijn geheel een overwegend groen karakter heeft. In Tuindorp Oostzaan is een aantal (doorgaande) waterlopen aanwezig. Tussen de Vegabuurt en de Cornelis Douwesweg loopt de Oostertocht, die via het water langs de Kometensingel (langs het sportpark) in indirecte verbinding staat met (buiten het plangebied gelegen) Zijkanaal I. Richting het Coentunnelcircuit loopt de Westertocht richting en rond het sportpark Melkweg.
Gemeente Amsterdam
blz. 34
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 35
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Rijksbeleid
3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte is op 13 maart 2012 vastgesteld. Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en traden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Ecologische hoofdstructuur, electriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken.
Het plangebied van Tuindorp Oostzaan betreft een binnenstedelijke locatie waarbij de in het Barro aangegeven Rijksbelangen niet in het geding zijn. 3.1.2
Besluit ruimtelijke ordening: duurzame verstedelijking
In artikel 3.1.6 lid 2 Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is voorgeschreven dat indien bij een bestemmingsplan 'een nieuwe stedelijke ontwikkeling' mogelijk wordt gemaakt, in de toelichting van het bestemmingsplan een verantwoording daarvan moet plaatsvinden. De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, voldoet aan de volgende voorwaarden (artikel 3.1.6 lid 2 Bro): 'De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.' De voorgaande systematiek is niet nieuw en werd voorheen de SER-ladder genoemd. Het Rijk adviseerde dit afwegingskader al op enkele beleidsterreinen zoals bij bedrijventerreinen. De SER-ladder is ook in enkele beleidsregels overgenomen. Nu wordt deze systematiek algemeen voorgeschreven bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen en deze wordt ook wel de 'Ladder voor duurzame verstedelijking' genoemd. Dit bestemmingsplan betreft een actualisering. Het bestemmingsplan voorziet niet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling zodat een toets aan de Ladder voor duurzame verstedelijking achterwege kan blijven.
Gemeente Amsterdam
blz. 36
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH2050
Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De provincie wil balans tussen economische groei en leefbaarheid. Dit betekent dat in heel Noord-Holland een basiskwaliteit van de leefomgeving wordt gegarandeerd. Er zijn randvoorwaarden geformuleerd hoe om te gaan met klimaatverandering. De provincie ontwikkelt zoveel mogelijk natuurinclusief en met behoud van (karakteristieke) landschappen, clustert ruimtelijke economische ontwikkelingen rond infrastructuur en houdt rekening met de ondergrond. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend; 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio’s, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, stelt het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal.
Deze visie geeft enerzijds richting en daarmee houvast naar een onbekende toekomst en anderzijds voldoende ruimte en handelingsperspectief om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen. De visie presenteert geen eindbeeld voor 2050, maar laten in algemene zin zien wat de ontwikkelprincipes zijn voor de hele provincie om een hoge leefomgevingskwaliteit te bieden. 3.2.2
Omgevingsverordening NH2020
Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 zijn de regels vastgelegd waaraan de ruimtelijke plannen in Noord-Holland moeten voldoen, op het gebied van natuur, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De Omgevingsverordening geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland, met een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De belangrijkste belangrijke ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn verankerd in de Omgevingsverordening Noord-Holland. De Omgevingsverordening NH2020 is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving en loopt daarmee vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Door 21 verordeningen samen te voegen, wordt alvast gewerkt in de geest van de Omgevingswet.Hierdoor is alvast een start gemaakt met de vertaling van de sturingsfilosofie en ontwikkelprincipes uit de Omgevingsvisie.
De provincie werkt op dit moment ook al aan de Omgevingsverordening NH2022, hierin wordt de omgevingsverordening 'Omgevingswetproof' gemaakt. Zodat de provincie straks een vastgestelde omgevingsverordening heeft die in werking kan treden onder de Omgevingswet. Hierbij dienen de teksten van de Omgevingsverordening NH2020 als basis en het zal het werken in de geest van de Omgevingswet nog meer juridisch worden verankerd. De Omgevingsverordening NH2022 zal tegelijk met de Omgevingswet inwerking treden op 1 januari 2022.
bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 37
Het plangebied van Tuindorp Oostzaan is conform de Omgevingsverordening NH2020 onderdeel van de werkingsgebieden Beschermingszone regionale waterkering, Peilbesluit, Cultureel Erfgoed, Herstructureringsgebied windturbines binnen de MRA en Industrieterrein van provinciaal belang. Door het plangebied lopen regionale waterkeringen. Hiervoor is een dubbelbestemming opgenomen in de planregeling. Het plangebied van Tuindorp Oostzaan is conform de Omgevingsverordening ook onderdeel van het "bestaand stedelijk gebied". Het behouden van woningen en bijbehorende stedelijke voorzieningen zoals winkels en overige voorzieningen past binnen de kaders van de Omgevingsverordening.
3.3
Regionaal beleid
3.3.1
Metropoolregio Amsterdam
De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. 3.3.2
Vervoerregio Amsterdam
De Vervoerregio Amsterdam (voorheen: Stadsregio Amsterdam) is een samenwerkingsverband van zestien gemeenten. De stadsregio werkt onder meer aan verbetering van de bereikbaarheid, de leefbaarheid en de economische ontwikkeling en heeft in dat kader een aantal beleidsnota's opgesteld. Regionaal Verkeer & Vervoerplan (RVVP) De Vervoerregio Amsterdam heeft een beleidskader op het gebied van verkeer en vervoer: het Regionaal Verkeer & Vervoerplan (RVVP). Het is richtinggevend voor de beleidsontwikkeling, voor de uitvoering van de exploitatie van het OV en de subsidieverlening op het gebied van infrastructuur en verkeersveiligheid. Het RVVP is door de Vervoerregio Amsterdam gemaakt in samenspraak met gemeenten, andere overheden en een aantal betrokken belangenorganisaties. Het Regionaal Verkeer-en-Vervoerplan (RVVP) is een belangrijk onderdeel van de Regionale Agenda van de Vervoerregio Amsterdam. De Stadsregio Amsterdam heeft samen met de provincies Noord-Holland en Flevoland en de gemeenten Almere en Lelystad een nieuw, gezamenlijk beleidskader voor het Verkeer- en Vervoerbeleid opgesteld: de 'Strategische Visie Mobiliteit'. Deze visie gaat over huidige en toekomstige mobiliteitsopgaven en is geïnspireerd op wetenschappelijke publicaties en nieuwste inzichten. Deze visie bepaalt vanaf 2018 het programma van de Vervoerregio Amsterdam.
De ambities zijn: Economische en sociale ontwikkeling: de regio is concurrerend / innovatief en wil iedereen kansen bieden Leefkwaliteit: de regio biedt aantrekkelijke plekken voor activiteiten en draagt zorg voor het welzijn van haar bewoners en bezoekers
Gemeente Amsterdam
blz. 38
Het bestemmingsplan is niet in strijd met de hoofdlijnen van het beleid. Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016 - 2020 De regioraad van de Stadsregio Amsterdam heeft op 15 maart 2016 het Regionaal detailhandelsbeleid Stadsregio Amsterdam 2016 - 2020 vastgesteld. De vernieuwing is een actualisatie van het eerdere beleid uit 2011 en is op 1 april 2016 in werking getreden. Er wordt opgeroepen tot meer regionale afstemming van de winkelstructuur, zodat de fijnmazigheid van die structuur behouden blijft en iedereen op aanvaardbare afstand zijn boodschappen kan blijven doen. Centrale doelstelling in het regionale detailhandelsbeleid is het vasthouden aan het op aanvaardbare afstand hebben van winkels in dagelijkse artikelen (levensmiddelen en persoonlijke verzorging). Daarnaast staat behoud en versterking van kansrijke winkelgebieden centraal. Voorliggend bestemmingsplan past binnen de kaders van het beleid. Regionaal actieprogramma Wonen 2016-2020 De provincie Noord-Holland heeft de gemeenten in de Stadsregio Amsterdam gevraagd gezamenlijk een Regionaal Actieprogramma Wonen (RAP) op te stellen voor de periode 2016 t/m 2020. Dit komt voort uit de provinciale Woonvisie uit 2010 waarin als doelstelling is opgenomen dat in 2020 de inwoners van Noord-Holland beschikken over voldoende woningen met een passende kwaliteit en in een aantrekkelijk woonmilieu.
Voor de eerste RAP-periode 2011 t/m 2015 hebben alle regio’s een RAP opgesteld. Aandachtspunten die de provincie benoemd heeft voor het RAP 2016-2020 zijn: Vraaggestuurd bouwen (zowel kwalitatief als kwantitatief) Binnenstedelijk bouwen en transformeren Betaalbaarheid/Sociale woningbouw (huur en koop) Wonen, zorg, welzijn en voorzieningen Duurzaam Bouwen (collectieve) zelfbouw Demografische prognoses en cijfers over de woningbouwbehoeften Inzicht in potentiële locaties binnen bestaand stedelijk gebied (bsg) OV-knooppunten Het RAP dient ‘ladderproof’ te zijn (Ladder voor Duurzame Verstedelijking) De bestuurders zien een belangrijke opgave voor de samenwerking, toegespitst op drie thema’s. De achtergrond hierbij wordt verder toegelicht in de Samenwerkingsagenda Regionale Woningmarkt. Het eerste thema is de woningbouwproductie. Levert de optelsom van alle lokale plannen bij elkaar het gewenste beeld op voor de ontwikkeling van de woningmarkt in de Metropoolregio? Zowel kwantitatief als naar type woonmilieu. Vanuit het perspectief van een aantrekkelijke en diverse woningmarkt en om bij te dragen aan de economische concurrentiepositie van de Metropoolregio. Maar ook om tegemoet te komen aan de kwalitatieve woningvraag van huishoudens.
Aanvullend daarop hebben de bestuurders al eerder uitgesproken dat zij ondanks de hoge marktdruk in de regio ook aandacht willen houden voor de woningbehoefte van de lage en middeninkomens. Betaalbare Voorraad is daarom het tweede thema dat benoemd is als aandachtspunt voor de samenwerking. Tegelijkertijd constateren we dat de sociale huurwoningen, waarop de laagste inkomens aangewezen zijn, op dit moment een schaars goed zijn. In dat licht bespreken we met elkaar hoe we deze schaarse sociale huurwoningen willen verdelen. Woonruimteverdeling is het derde thema in de samenwerking. Voor de Stadsregio Amsterdam als totaal wordt de groei van de woningbehoefte in de periode 2015-2020 geraamd op ca. 45.000 woningen en voor de periode 2015-2025 op ca. 87.000 woningen. Dat komt neer op ruim 9.000 woningen per jaar. De gemeenten moeten alle zeilen bijzetten om die opgave te kunnen realiseren. Voorliggend bestemmingsplan gaat uit van het bestaande woningareaal. bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 39
3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1
Omgevingsvisie 2050: een menselijke metropool
De Omgevingsvisie Amsterdam 2050: een menselijke metropool is op 8 juli 2021 door de gemeenteraad vastgesteld. De omgevingsvisie vervangt daarmee de Structuurvisie Amsterdam 2040. Hierop zijn twee uitzonderingen: de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. In de omgevingsvisie staan de opgaven waar Amsterdam voor staat. De visie beschrijft de gewenste ontwikkeling op basis van vijf strategische keuzes. Dit zijn: meerkernige ontwikkeling, groeien binnen grenzen, duurzaam en gezond bewegen, rigoureus vergroenen en samen stadmaken. De visie bevat ook een ruimtelijk-programmatisch kader en een beleidsagenda waarin al het bestaande beleid voor de fysieke leefomgevings is samengevat. Verder wordt aangegeven welke nieuwe richtingen nodig zijn. Visie op de toekomst Wereldwijd groeien steden. Steden hebben aantrekkingskracht omdat ze bedrijvigheid, wetenschap en creativiteit dicht bijeenbrengen en zo innovatie stimuleren en kansen bieden aan individuen. De stad moet kansen bieden aan iedereen. Om die reden omarmt Amsterdam zowel nieuwe inwoners als nieuwe banen. Economische groei is gewenst, niet in de laatste plaats vanwege de inkomsten. Maar Amsterdam wil ook ruimte bieden aan vernieuwing en een meer circulaire economie.
Groei een plek geven in de stad is daarmee ook een verantwoordelijkheid. Om volledig profijt te trekken moet aan die groei richting gegeven worden. Gezien de ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur vijf strategische keuzes: Meerkernige ontwikkeling Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is. Een van de hoofddoelen van deze visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de stad is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten, zoals Haven-Stad, Schinkelkwartier en de noordelijke IJ-oevers, en door in de bestaande centra van Nieuw-West, Zuidoost en Noord flink te investeren in stedelijkheid. Verdichting en kwaliteit zijn de sleutelwoorden: met meer bewoners en ruimte voor bedrijvigheid is er meer draagvlak voor winkels, horeca en voorzieningen met uitstraling, zoals een theater aan de Sloterplas en een cultuurgebouw op het Buikslotermeerplein. De stadsdeelcentra Osdorpplein, Amsterdamse Poort en Buikslotermeerplein zijn straks grootstedelijke stadscentra met bijbehorende aantrekkingskracht, elk met een eigen gezicht: met meer kernen krijgt Amsterdam meer smoel. Voor buurtbewoners zijn deze veranderingen ingrijpend omdat ‘hun’ buurt van karakter verandert, daarom moeten ze transparant en in samenspraak uitgevoerd worden.
Meerkernigheid als streven geldt ook voor de regio. De huidige spreiding van werkgelegenheid en voorzieningen is scheef in het nadeel van de regio, met als gevolg grote vervoerstromen. De inzet is daar meer evenwicht in te brengen en de stedelijke kwaliteit van kernen als Almere, Zaandam, Purmerend en Hoofddorp te vergroten met voorzieningen zoals hoger onderwijs en culturele instellingen. Bovendien gaan Amsterdam en de regio zich naar elkaar richten door woningbouw en werkgelegenheid te concentreren rond de stations. Groeien binnen grenzen De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de
Gemeente Amsterdam
blz. 40
groei alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier wordt de kwaliteit van bestaande buurten versterkt, kunnen overal woningen en bedrijfsgebouwen worden verduurzaamd en worden de kwetsbare landschappen open gehouden. Groeien binnen de bestaande stad kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt, zoals in Hamerkwartier en als grootste Haven-Stad. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar op een slimme manier kan worden verdicht. Bij het verdichten van buurten staat een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, voorop. Hoogbouw kan daarbij een middel zijn, maar gebouwen hoger dan 70 meter concentreren zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het brede water van het IJ. Tegelijk wordt de stad ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. Dit maakt de strijd om de schaarse ruimte nog heviger, maar in de wetenschap dat dicht op elkaar wonen op zichzelf duurzamer is, want efficiënter in alle opzichten. Schaarste dwingt tot creatieve oplossingen, zoals het benutten van daken. In het landschap rond de stad wordt ruimte gemaakt voor windmolens.
Duurzaam en gezond bewegen In een verdichtende stad gaan we zuinig om met de schaarse ruimte. We zoeken plek om te bouwen, voor groen, voor verblijven, spelen en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen. Het doel is drieledig: ruimte, schonere lucht en gezonder bewegen. Nabijheid van voorzieningen is daarvoor essentieel. Mede dankzij de verdichting krijgen Amsterdammers hun voorzieningen, inclusief park, in de eigen buurt op loop- of fietsafstand. Buurten en kernen worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. Nu nog drukke autostraten als Lelylaan en Gooiseweg zijn straks aantrekkelijke stadslanen die naast auto-ontsluitingsroute ook belangrijk zijn voor fiets en openbaar vervoer, en die op zichzelf prettige verblijfsgebieden worden met winkels, horeca en culturele pleisterplaatsen. Dat alles gaat niet ten koste van bereikbaarheid. Verdichting creëert draagvlak voor ov in de hele stad. Tussen stadsdelen komen nieuwe aansluitingen, zoals de geplande twee bruggen over het IJ, een Schinkelbrug en een fietsbrug over de Amstel. Beoogd wordt de vervoerverbindingen binnen de regio te verbeteren, met een metro naar Schiphol en Hoofddorp, een doorgetrokken Ringlijn en metro’s, regiotreinen of snelbussen richting Almere, Zaanstad, Haarlem en Hilversum.
Aan de rand van de stad komen hubs waar de automobilist overstapt op snel openbaar vervoer of fiets. Hier worden ook goederen overgeslagen op klein en schoon vervoer. Voor noodzakelijk autoverkeer wordt de stad beter bereikbaar. Rigoureus vergroenen Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. De stad zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele stad. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting. Het autoluw maken van de stad biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te vergroenen. Dit lukt alleen als Amsterdammers meedenken en meedoen. Vergroening is ecologisch noodzakelijk, maar moet ook aansluiten bij de wensen van de Amsterdammers. Al het groen in straten, pleinen en parken – Haven-Stad en de noordelijke IJ-oever krijgen eigen parken – zal ingericht worden op ontmoeting, ontspanning en recreatie. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van de stad. Dat geldt ook voor de beroemde groene scheggen, de groene vingers die de stad in steken, inclusief Waterland.
De kwaliteit van deze landschappen gaat omhoog door omschakeling naar kringlooplandbouw, tegengaan van bodemdaling en herstel van biodiversiteit. De aansluiting van de scheggen op de nieuwe kernen in Nieuw-West, Zuidoost en Noord wordt verbeterd, waardoor langs de randen van de Amstelscheg, het Amsterdamse Bos en de Noorder IJ-plas aantrekkelijke verblijfs- en recreatieplekken ontstaan. De Tuinen van West zijn daarvan een bestaand voorbeeld. Tegenover meer gebruiksgroen staat ook het beschermen van rust- en ruigtegebieden in en rond de stad, zoals de bestemmingsplan_Tuindorp Oostzaan II (vastgesteld)
blz. 41
Bretten en volkstuinparken. Samen stadmaken Deze omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Zo wil de stad in de toekomst werken: in samenhang. In plaats van losse beleidsdoelen die van alle kanten komen – eerst verkeer, dan werk, vervolgens energie en wie houdt de leefbaarheid en kwaliteit van de buurt in de gaten? – worden ambities voortaan samengebracht. Dat vereist richting geven, maar dat kan niet op detail. Het stadsbestuur gaat sturen op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. Daarmee wordt meer ruimte geboden voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties betaalbare huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. De haalbaarheid van een gemeentelijk woningbouwfonds voor coöperaties waaruit Amsterdammers kunnen lenen om hun plannen te financieren wordt onderzocht. Eigen initiatief is niet nieuw. Amsterdam heeft hier een traditie in, van stadsstrand Blijburg tot de NDSM-werf, om twee heel verschillende succesvolle voorbeelden te noemen. De samenwerking betreft ook de regio en het Rijk. De afhankelijkheden zijn groot en worden alleen maar groter.