CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Transitieplan TWO 2026

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de voortgangsrapportage 2025 Q4 en de bijbehorende raadsinformatiebrief over de tweede helft van 2025 van het programma Transitie Werven en Overslagpunten (VN2026-007135)7.451 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Transitieplan werven en overslagpunten Overgang naar eigentijdse uitvoeringslocaties voor het cluster Stadsbeheer Gemeente Amsterdam, 2026

Transitieplan werven en overslagpunten

1

Inhoud 1. Voorwoord*

3

2. Management samenvatting 2.1. Aanleiding en opgave 2.2. Doelstelling 2.3. Het transitieplan 2.4. Financiën, uitvoering en risico’s 2.5. Conclusie

4 4 4 4 4 5

3. Inleiding  3.1. Aanleiding en opgave 3.2. De missie 3.3. De opdracht 3.4. Het doel 3.5. Proces dat vooraf ging 3.6. Leeswijzer

6 6 6 7 7 7 8

4. Het transitieplan 4.1. Huidige context  4.2. Nieuwbouw en grootschalige verbouwing 4.3. Aanpassingen en verbeteringen 4.4. Af te stoten uitvoeringslocaties 4.5. Overslagpunten 4.6. Verhuizingen 4.7. Welke dienst waar?

10 10 10 10 11 11 12 18

5. Strategischere locaties 5.1. Inzameling afval 5.2. Schoonhouden en onderhoud van de openbare ruimte

19 19 19

Transitieplan werven en overslagpunten

5.3. Toezicht en handhaving 5.4. Alle eisen samen

20 21

6. Slimmer ruimtegebruik 6.1. Typologieën van uitvoeringslocaties 6.2. Volgtijdelijkheid: eerst ruimte vrij maken, dan herschikking 6.3. Locaties overslagpunten

23 23 25 25

7. Kwalitatief goede uitvoeringslocaties 

26

8. Duurzamere huisvesting 8.1. Verduurzaming van de gebouwen 8.2. Verduurzaming wagenpark 8.3. Duurzame logistiek 8.4. Duurzaam vervoer van en naar het werk

29 29 29 29 30

9. Uitvoering 9.1. Financiën  9.2. Uitvoeringsorganisatie 9.3. Bewaking voortgang en risico’s

31 31 31 32

2

1. Voorwoord* Amsterdam heeft een enorme uitvoeringsorganisatie. Meer dan 3500 mensen die elke dag zorgen voor de reiniging, de handhaving, de afvalinzameling en het dagelijks onderhoud van de openbare ruimte inclusief de kades en de bruggen en het groen in onze stad. Deze organisatie heeft in de periode tot 2020 enorme veranderingen doorgemaakt. Eerst van veertien naar zeven organisaties met het samenvoegen van de stadsdelen. Sinds 2020 samengevoegd in de centrale organisatie van Stadsbeheer. Na deze reorganisatie is er in 2020 gekeken naar de werklocaties in de stad. De 41 verschillende locaties van de werven en overslagpunten sluiten nog niet goed aan op de nieuwe organisatie en verkeren soms in slechte staat. Passende en kwalitatief goede huisvesting is noodzakelijk zodat de collega’s van Stadsbeheer hun werk goed kunnen uitvoeren. We gaan daarom aan de slag met het samenvoegen, van 41 naar 26 locaties, om te zorgen voor een goed netwerk van uitvoeringslocaties in de stad.

Er is daarbij gekeken naar het verminderen van vervoerbewegingen. De locaties worden grondig verbouwd en waar nodig nieuw gebouwd, waarbij de locaties meteen verduurzaamd worden. Ik begrijp dat dit voor een groot deel van onze medewerkers een aanzienlijke verandering betekent. Het uitgangspunt is daarom het bieden van een prettige werkomgeving aan onze mensen, met de juiste faciliteiten voor het zware werk dat ze voor de stad doen. Daarmee hoop ik dat het werkplezier na deze veranderingen vooral zal toenemen. Want onze uitvoeringsorganisatie is er een om trots op te zijn! Rutger Groot Wassink (2025) Wethouder Sociale zaken, Opvang, Ongedocumenteerden en Vluchtelingen, Democratisering en Vastgoed.

*Het transitieplan is oorspronkelijk vastgesteld in 2020. De huidige versie betreft een actualisatie, gebaseerd op ontwikkelingen en reeds genomen besluiten. Daarbij zijn geen wijzigingen aangebracht in de inhoudelijke uitgangspunten van het oorspronkelijke plan.

Transitieplan werven en overslagpunten

3

2. Management samenvatting 2.1. Aanleiding en opgave Meer dan 3500 mensen zorgen elke dag voor de reiniging, handhaving, afvalinzameling en het dagelijks onderhoud van de stad. In 2020 zijn deze werkzaamheden samengevoegd in de centrale organisatie van Stadsbeheer. De locaties van de werven en overslagpunten sloten niet goed aan op de behoefte van de stad en verschillende panden verkeerden in slechte staat. Daarom is het transitieplan opgesteld waarbij er in plaats van de eerdere 41 locaties in de toekomst vanaf 26 locaties gewerkt wordt. 2.2. Doelstelling De doelstelling van het programma TWO is om functionele en kwalitatief passende huisvesting te realiseren voor het cluster Stadsbeheer. Daarnaast zijn er de volgende subdoelen. Strategischere locaties De uiteindelijke set aan uitvoeringslocaties geeft het cluster Stadsbeheer een stevige basis voor optimale dienstverlening en bedrijfsvoering. Slimmer ruimtegebruik Door het vrijkomen van locaties binnen het programma TWO, komen er mogelijkheden voor herontwikkeling van deze locaties. Kwalitatief goede huisvesting Het programma TWO draagt zorg voor kwalitatief goede uitvoe-

Transitieplan werven en overslagpunten

ringslocaties die het cluster Stadsbeheer ondersteunt in het zijn van een goede werkgever voor haar medewerkers. Duurzamere huisvesting Er wordt binnen het programma ingezet op energievermindering en -opwekking, en reductie van de CO2 uitstoot. 2.3. Het transitieplan In 2020 waren er 41 uitvoeringlocaties. Deze worden samengevoegd naar 26 locaties. Er komen 15 locaties vrij en 6 locaties worden grootschalig verbouwd of nieuw gebouwd. Er worden twee nieuwe locaties gezocht voor overslagpunten. Het transitieplan is een complexe opgave door het grote aantal uitvoeringslocaties, de afhankelijkheden van betrokken partijen, de raakvlakken met andere gemeentelijke ambities en de verwevenheid met de dagelijkse uitvoering in de stad. Er is een schuifplan opgesteld om alle verhuisbewegingen te coördineren en om de continuïteit van de bedrijfsvoering van de uitvoerende directies te garanderen. 2.4. Financiën, uitvoering en risico’s De totale investering bedraagt €103,6 miljoen. De investeringen worden gedeeltelijk gedekt door de verwachte opbrengst uit voor locaties die worden opgeleverd voor herontwikkeling (€43,3 miljoen) en vrijgevallen exploitatielasten door het afstoten van verschillende uitvoeringslocaties. In 2020, en na planaanpassingen in 2023, is een sluitende businesscase opgesteld. De businesscase is in 2025 niet langer sluitend.

Er is een tijdelijke uitvoeringsorganisatie ingericht. Het programma valt

4

onder de gemeentelijke Regeling Grote Projecten. De wethouder Vastgoed is de bestuurlijk opdrachtgever. 2.5. Conclusie Aan het einde van de uitvoering van het transitieplan heeft het cluster Stadsbeheer 26 functioneel passende en kwalitatief goede uitvoeringslocaties van waaruit haar 3500 medewerkers hun dagelijkse werkzaamheden kunnen uitvoeren.

Fotograaf: Edwin van Eis

Transitieplan werven en overslagpunten

5

3. Inleiding 3.1. Aanleiding en opgave De stad Amsterdam is en blijft een geliefde plaats om te wonen, werken en verblijven. De stad verwelkomt jaarlijks gemiddeld 11.000 nieuwe inwoners. De verwachting is dat het aantal inwoners in de komende jaren blijft groeien. Meer inwoners betekent ook: een drukkere stad; intensiever gebruik van de openbare ruimte en meer inspanning om de stad schoon, heel, veilig en leefbaar te houden. In het coalitieakkoord ‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’ (2018) van GroenDe verwachting is dat Links, D66, PvdA en SP is de nadruk gelegd het aantal inwoners in op een leefbare stad. Er is aandacht voor de komende jaren zal voorzieningen, groen, mobiliteit en bereikblijven groeien baarheid, duurzaamheid en wonen. Om de druk op de woningmarkt te verlichten wil het college de groei van de stad, binnen bestaand stedelijk gebied, mogelijk maken. Ook in het coalitieakkoord ‘Amsterdams akkoord’ (2022) van PvdA, GroenLinks en D66 is deze koers voortgezet. Als dat kan komen er woningen bij in de wijken en bedrijfsgebouwen worden tot woningen verbouwd, bijvoorbeeld op bestaande bedrijventerreinen en kantorenlocaties. Tegelijkertijd is het een uitdaging de wijken leefbaar te houden. Leefbaarheid heeft vele facetten.

Dat gaat van het voorkomen van overlast van bewoners of bezoekers, jongeren, uitgaanspubliek, scooters en snorfietsers, tot onderwerpen als verkeersveiligheid, drugsproblematiek en evenementen. Toezicht en Transitieplan werven en overslagpunten

handhaving speelt hierbij een belangrijke rol. Ook is het noodzakelijk tijdig en duurzaam het afval af te voeren. Een goede dienstverlening aan burgers en bedrijven, waarbij vragen, suggesties en klachten snel worden verwerkt, staat voorop. De medewerkers van het cluster Stadsbeheer1 spannen zich hier dagelijks voor in. 3.2. De missie Sinds november 2019 is het cluster Stadsbeheer met daarin de directies Afval en Grondstoffen (A&G), Stadswerken en Toezicht en Handhaving in de Openbare Ruimte (THOR) van start gegaan. Het cluster Stadsbeheer bundelt een belangrijk deel van de uitvoerende werkzaamheden in de openbare ruimte. Hiermee wordt invulling gegeven aan de ambitie uit het Bestuurlijk Kompas om de ‘uitvoering op 1’ te zetten en kan op een nog effectievere wijze worden (samen)gewerkt. Het cluster Stadsbeheer heeft een belangrijEen goede dienstverke rol in het leefbaar houden van de stad. Als lening aan burgers en uitvoerende organisatie draagt het cluster bij bedrijven heeft prioaan een schone, hele, veilige en duurzame riteit stad. Om slagvaardig te kunnen werken zijn optimale uitvoeringslocaties noodzakelijk2 . Bij de vorming van het cluster Stadsbeheer bleek dat de huisvesting en de inrichting van de uitvoeringslocaties inefficiënt en kwalitatief ondermaats is.

1 Er is besloten het cluster Stadsbeheer door te ontwikkelen tot het cluster Stadsbeheer en Gebiedsontwikkeling en aan dit cluster de gehele stadsdeelorganisaties toe te voegen. 2 Werven en overslagpunten worden in de rest van dit stuk aangeduid als uitvoeringslocaties. Nadere toelichting is opgenomen in hoofdstuk 5 van deze brochure.

6

Ook voldoet de huidige inrichting niet aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de gemeente Amsterdam. 3.3. De opdracht Er is daarom de volgende opdracht gegeven: maak een business case voor het transitieplan ‘Werven en overslagpunten’ met daarin voorstellen voor optimale passende en kwalitatief hoogwaardige huisvesting van de drie uitvoerende directies binnen het cluster Stadsbeheer. Voorwaarde daarbij is dat de lasten voor de gemeentebegroting per saldo niet omhoog gaan. 3.4. Het doel Het programma Transitie Werven en Overslagpunten (TWO) heeft als doelstelling om functionele en kwalitatief passende huisvesting te realiseren voor het cluster Stadsbeheer. De doelstelling van het programma TWO om functionele en kwalitatief passende huisvesting te realiseren heeft daarnaast de volgende subdoelen: Strategischere locaties De uiteindelijke set van uitvoeringslocaties draagt bij aan een effectiever en efficiënter cluster Stadsbeheer. De uitvoeringslocaties worden gehuisvest op de juiste plekken in een groeiende stad, waarbij het gemeentelijk vastgoed optimaal wordt benut. Door middel van de uiteindelijke set aan uitvoeringslocaties heeft het cluster Stadsbeheer een stevige basis om optimale dienstverlening en bedrijfsvoering, zowel voor de interne organisatie als voor de burgers, ondernemers en bezoekers te kunnen realiseren.

Transitieplan werven en overslagpunten

Slimmer ruimtegebruik Door het vrijkomen van locaties binnen het programma TWO, komen er mogelijkheden voor herontwikkeling van deze locaties. Op deze manier kan de, in Amsterdam schaarse, ruimte opnieuw worden gebruikt. Zo ontstaat ruimte voor bijvoorbeeld wonen of maatschappelijke voorzieningen. Kwalitatief goede uitvoeringslocaties Bij de vorming van het cluster Stadsbeheer bleek dat de huisvesting en de inrichting van de uitvoeringslocaties kwalitatief ondermaats is. Het is noodzakelijk voor het cluster Stadsbeheer om haar medewerkers passende, kwalitatief goede en veilige huisvesting te kunnen bieden, als basis voor goed werkgeverschap. De doelstelling van het programma TWO draagt bij aan kwalitatief goede uitvoeringslocaties die het cluster Stadsbeheer ondersteunt in het zijn van een goede werkgever voor haar medewerkers. Duurzamere huisvesting Er wordt binnen het programma ingezet op energievermindering en -opwekking, en reductie van de CO2 uitstoot. Waar mogelijk wordt met circulaire materialen gebouwd en wordt rekening gehouden met klimaat adaptatie. 3.5. Proces dat vooraf ging 2020 - 2024 Het transitieplan en de bijbehorende business case, beiden vastgesteld in 2020, zijn het resultaat van een proces van bijna 3 jaar waarin zowel medewerkers als management nauw betrokken zijn geweest.

Er is gebruik gemaakt van bedrijfsvoering gegevens, locatiestudies, haalbaarheidsstudies naar overslaglocaties en workshops met alle betrokken partijen. Hierdoor lag er in 2020 een breed gedragen transitieplan en een sluitende

7

business case. Ook was een uitvoeringsorganisatie voor het vervolg bedacht en was een strakke rolverdeling tussen de diensten uitgewerkt. Voor de kostenramingen is gebruik gemaakt van de deskundigheid van een externe kostendeskundige. In 2023 heeft een evaluatie vanuit het programma LetOp plaatsgevonden en is een sluitende, aangepaste business case vastgesteld waarin het aantal locaties voor de directie Afval en Grondstoffen is bijgesteld van 2 naar 5. 2025 De businesscase is jaarlijks herijkt, maar het transitieplan is sinds 2020 niet bijgesteld. Gezien de vertraging die in het programma was opgetreden is in 2025 besloten om de governance van het programma en het volledige transitieplan opnieuw tegen het licht te houden. Vanuit de Regeling Grote Projecten heeft het programma LetOp een peerreview georganiseerd waarbij interne deskundigen meekeken en adviseerden om tunnelvisie te voorkomen. Actuele wijzigingen, zoals de aanpassing van de scope in 2023, en de toevoeging van een aanvullende locatie voor de directie Afval en Grondstoffen, werden daarnaast in het herijkte transitieplan opgenomen. Vanaf heden zal het transitieplan jaarlijks worden geactualiseerd. De businesscase is in 2025 niet langer sluitend. Er wordt gewerkt aan verschillende scenario’s die bestuurlijk worden voorgelegd om het tekort op te lossen.

•

•

ties van het cluster Stadsbeheer van 41 naar 26 locaties gaan, inclusief vier overslagpunten. Het gaat om een programma van afstoten, verbouwen én nieuwbouwen van verschillende locaties. Het transitieplan werkt voor de komende jaren als masterplan voor deze projecten. De business case is taakstellend. In 2023 is een aangepaste business case vastgesteld. In hoofdstuk 4 t/m 7 wordt aangegeven hoe de hoofddoelstelling van het transitieplan, bijdraagt aan: − Strategische locaties − Slimmer ruimtegebruik − Kwalitatief goede uitvoeringslocaties − Duurzamere huisvesting In hoofdstuk 8 worden de financiën, de uitvoering, de voortgangsbewaking en de risicobeheersing van het plan toegelicht.

3.6. Leeswijzer In deze brochure wordt het transitieplan werven en overslagpunten toegelicht. De opbouw is als volgt: • Hoofdstuk 3 is een toelichting op het transitieplan. In de periode van 2020 tot Q3 2029 zullen de direc-

Transitieplan werven en overslagpunten

8

Transitieplan werven en overslagpunten

Fotograaf: Anne Reinke 9

4. Het transitieplan 4.1. Huidige context Er zijn op het moment 41 uitvoeringslocaties. Met de uitvoering van het transitieplan worden deze samengevoegd naar 26 locaties en komen 15 locaties vrij. Het gaat hierbij om: • drie huuropzeggingen • zes uitvoeringslocaties worden onderdeel van gebiedsontwikkelingen in de stad • zes locaties worden toegevoegd aan de portefeuille van Gemeentelijke Huisvesting bij Gemeentelijk Vastgoed • Acht uitvoeringslocaties blijven in de huidige vorm bestaan. • Zes locaties worden (grootschalig) verbouwd • twee nieuwe overslaglocaties worden gezocht: in zoekgebieden Amsterdam Zuid-West en in Oost (ter vervanging van het tijdelijke overslagpunt op het Zeeburgereiland) naast de twee die nu al in ontwikkeling zijn: Toetsenbordweg en Meerkerkdreef. Aan het einde van de uitvoering van het transitieplan heeft het cluster Stadsbeheer 26 functioneel passende en kwalitatief goede uitvoeringslocaties locaties van waaruit haar 3500 medewerkers hun dagelijkse werkzaamheden kunnen uitvoeren. Het transitieplan is één samenhangend geheel. De volgorde van nieuwbouw, verbouw en het afstoten van vastgoed is onderling afhankelijk Momenteel zijn er .

Door het samenbrengen van alle activiteiten 41 uitvoeringslocavan Afval en Grondstoffen op zes locaties ontties staat ruimte voor de andere organisatieonderdelen van het cluster Stadsbeheer om te optimaliseren en integreren. Het realiseren van vier overslaglocaties Transitieplan werven en overslagpunten

voor afvoer van afval is een noodzakelijke voorwaarde, welke in de business case en in het transitieplan is geborgd. Afvalpunten vallen buiten het transitieplan. Ook met de ontwikkeling van afvalpunt naar recyclepunt is geen rekening gehouden. 4.2. Nieuwbouw en grootschalige verbouwing De uitvoeringslocaties die in slechte technische staat zijn, zullen worden aangepakt. De 5 grootste projecten in het transitieplan zijn: • Den Brielstraat: vervangende nieuwbouw op Den Briel straat 15-17, 23 en 28 inclusief Nieuwpoortstraat 5-7; • Volendammerweg: vervangende nieuwbouw; • Makerskade (IJburg): nieuwe locatie op Strandeiland; • Meerkerkdreef: vervangende nieuwbouw; • Toetsenbordweg: vervangende nieuwbouw; 4.3. Aanpassingen en verbeteringen Een meerderheid van de locaties krijgt (kleinschalig) onderhoud en verbeteringen. Bijvoorbeeld verbeteringen van het interieur of het toevoegen van een droogruimte voor werkkleding. Het gaat om de volgende uitvoeringslocaties: • Bornhout • Daniël Goedkoopstraat • Van Heenvlietlaan • J. Bontiusplaats • Luchtvaartstraat • Meteorenweg • Nieuw-Zeelandweg • Rozenburglaan

10

• • • •

Schepenbergweg Stadhuis Nieuwe Hemweg Amstellandlaan

Ook wordt de reeds eerder gerealiseerde nieuwbouw op de Fogostraat in gebruik genomen door medewerkers die van af te stoten locaties komen. 4.4. Af te stoten uitvoeringslocaties Tijdens het realiseren van het transitieplan komen vijftien uitvoeringslocaties vrij. De nieuwe bestemming van een aantal van deze uitvoeringslocaties is onderdeel van de financiële haalbaarheid van het plan. Voor zes locaties zijn gebiedsontwikkelingsplannen gemaakt. Een deel van de opbrengsten daarvan wordt ingezet voor het TWO. • Er zijn gebiedsontwikkelingsplannen voor de Cruquiusweg, Papaverweg, Seineweg, Pieter Braaijweg, General Vetterstraat en de Henk Sneevlietweg. • Verkoop van de Pieter Braaijweg maakt deel uit van een vastgestelde gemeentelijke huisvesting business case (Raadsbesluit: 9 november 2016); • Admiraal Hellfrichstraat, Lippijnstraat, Loosdrecht - dreef, Pieter Aertzstraat, Sijsjesbergweg worden leeg opgeleverd en toegevoegd aan de portefeuille van Gemeentelijke Huisvesting bij Gemeentelijk Vastgoed. De plannen zijn in verschillende stadia. Voor een aantal locaties is er een goedgekeurde grondexploitatie, voor een aantal andere is de gebiedsontwikkeling in de planfase. In drie gevallen (verschillende locaties aan de Veemarkt) is de bestaande huur opgezegd. In de periode 2020 tot 2026 zijn daarnaast al een viertal locaties opgeleverd.

Transitieplan werven en overslagpunten

Er worden geen andere locaties verkocht. In alle gevallen waar de gemeente eigenaar is, is het de bedoeling de locaties te benutten voor de verdere ontwikkeling van de stad of in te zetten voor andere beleidsdoeleinden. 4.5. Overslagpunten Door de groei van de stad, de toename van verkeer en de duurzaamheidopgave is de noodzaak groot om het aantal ritten van het cluster Stadsbeheer te verminderen. Dit kan door het aanbrengen van een verdeling in de logistiek van primaire en secundaire processen (natransport). Hiervoor is de verwezenlijking van vier overslagpunten nodig. Een overslagpunt is een verharde locatie (vloeistofdichte vloer) met manoeuvreerruimte voor (grote) voertuigen. Er is een kleine ruimte aanwezig waar medewerkers koffie kunnen drinken zodat ook voor het houden van pauze, ritten naar hoofdvestigingen worden vermeden. Overslagpunten worden op twee manieren ingezet. Voor het overslaan van afval en voor het overslaan van goederen: • Afval en Grondstoffen kan op deze manier met minder ritten meer transporteren. Afval wordt verzameld op deze locaties om met volle vrachten zoveel mogelijk buiten de spits de route naar de verwerker af te leggen. Ligging aan vaarwater maakt toekomstig natransport over water mogelijk. • Goederen voor een schone, hele en veilige openbare ruimte (zoals gebakken klinkers of strooizout) worden vaak over de weg aangeleverd.

Deze goederen kunnen gezien de benodigde hoeveelheid ook per boot geleverd worden. De goederen kunnen dan vanaf deze locaties verder de stad in worden gereden door elektrische voertuigen. Er zijn op dit moment geen concrete plannen om goederen over water te transporteren maar de wens

11

voor een locatie aan het water wordt meegenomen in de zoektocht naar de twee nieuwe overslaglocaties. Locatie aan vaarwater heeft de voorkeur en kan van grote betekenis zijn voor het terugdringen van rijbewegingen via de weg. Twee overslagpunten liggen aan vaarwater: • Noord (Toetsenbordweg) • Oost (tijdelijke locatie Zeeburgereiland) De twee tijdelijke overslagpunten niet: • Zuidoost (Meerkerkdreef) • Zuidwest (zoeklocatie Oude Haagseweg)

huisvest. Alle andere locaties worden pas afgestoten nadat de nieuwbouw aan de Volendammerweg, Toetsenbordweg, IJburg en Den Brielstraat klaar is. Een groot deel van de verhuizingen gaat om materieel. In de verschuivingen die voor de duur van het plan zijn bedacht is daarmee rekening gehouden. De aanpassingen aan de gebouwen worden gedaan terwijl medewerkers in deze gebouwen werken. Dit zal soms leiden tot tijdelijke verschuivingen en overlast. Uiteraard wordt er alles aan gedaan om dit tot een minimum te beperken. Op de kaart op de volgende pagina is de fasering van het plan in beeld gebracht.

Het zoeken naar definitieve locaties aan vaarwater gaat door. Maar door de moeilijke inpasbaarheid van overslagpunten (kans op geluid en geuroverlast) en de schaarse kadelocaties moet dit extra aandacht krijgen. 4.6. Verhuizingen Het Transitieplan is een complexe opgave door het grote aantal uitvoeringslocaties, de afhankelijkheden van betrokken partijen, de raakvlakken met andere strategische opgaven en de verwevenheid met de dagelijkse uitvoering in de stad. De uitvoering staat op één. Het is noodzakelijk dat de 3500 medewerkers ook tijdens de transitie hun dagelijkse werkzaamheden voor de stad kunnen uitvoeren en dat de medewerkers niet meer verhuisbewegingen maken dan strikt noodzakelijk. In 2020 zijn zes huisvestingslocaties afgestoten. Op slechts één locatie (Admiraal Helfrichstraat) werkten medewerkers die een andere werkplek nodig hadden. Deze zijn gerealiseerd aan de Seineweg, de Luchtvaartstraat en de Van Hogendorpstraat. Tijdelijk worden ook medewerkers op de Nieuwe Hemweg geFotograaf: onbekend

Transitieplan werven en overslagpunten

12

Afbeelding 1 Situatie start 2026

Transitieplan werven en overslagpunten

13

Q3 2026: kleine aantallen A&G vanaf meerdere locaties Nieuw Zeelandweg Q3 2026 Bornhout

Q2 2026

Meteorenweg Q2 2026 Q1 2026 Q3 2026 Volendammerweg

Papaverweg Q3 2026

Q1 2026 Den Brielstraat

Afbeelding 2 Fasering uitvoeringslocatie

Jacob Bontiusplaats

Q1 2026 – Q1 2027

Henk Sneevlietweg Q2 2026 D. Goedkoopstraat

Rozenburglaan

Legenda Locatie reeds opgeleverd

Q1 2027 Weesp

Locatie reeds afgestoten Overslaglocatie Verhuisbeweging A&G Verhuisbeweging THOR Verhuisbeweging Stadwerken Transitieplan werven en overslagpunten

Q1 2027

Q1 2027

Meerkerkdreef Schepenbergweg

14

Toetsenbordweg

Q1 2028

Q1 2028

Papaverweg

Q1 2028

Afbeelding 3 Fasering uitvoeringslocatie

Cruquiusweg

Q3 2027 – Q1 2028

Henk Sneevlietweg

Q1 2028 Luchtvaartstraat

Q1 2028

Q1 2028

Legenda Locatie reeds opgeleverd Weesp

Locatie reeds afgestoten Overslaglocatie

Q1 2028

Verhuisbeweging A&G

Q1 2028 Meerkerdreef

Verhuisbeweging THOR Verhuisbeweging Stadwerken

Transitieplan werven en overslagpunten

Q3 2027 Schepenbergweg

Q3 2027 15

Den Brielstraat Q3 2028

Hogendorpstraat

Bos en Lommerplein

Afbeelding 4 Fasering uitvoeringslocatie

Q3 2028

Cruquiusweg

Q3 2028– Q3 2029

Q3 2029 Makerskade

Luchtvaartstraat

Q3 2028

Pieter Braaijweg Legenda Locatie reeds opgeleverd Locatie reeds afgestoten

Weesp

Overslaglocatie Verhuisbeweging A&G Verhuisbeweging THOR Verhuisbeweging Stadwerken

Transitieplan werven en overslagpunten

Q3 2028 Q3 2028 Meerkerdreef 16

Afbeelding 5 Eindsituatie uitvoeringslocaties en overslagpunten Q3 2029

Transitieplan werven en overslagpunten

17

4.7. Welke dienst waar? Onderstaande tabel geeft een overzicht van de eindsituatie wanneer het transitieplan is uitgevoerd. Aansluitend is dit op de kaart, in afbeelding 6, weergegeven. Nummer

Adres

Afval en Grondstoffen

Stadswerken

Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte X

1

Amstel 1 (stadhuis)

2

Amstelpark 9A

3

Anton de Komplein

4

Bornhout

X

5

Daniel Goedkoopstraat

X

6

Den Brielstraat 15 -17, 23 en 28 (incl. Nieuwpoortstraat 5-7)

X

7

Fogostraat 1

X

8

Jacob Bontiusstraat 11

X

X

9

Luchtvaartstraat 9

X

X

10

Makerskade (Strandeiland, IJburg)

X

X

11

Meteorenweg 266

X

12

Meerkerkdreef 25 (inclusief overslagpunt)

X

13

Nieuw-Zeelandweg 45-46

X

14

Provincialeweg 26, Langerlust

X

15

Rozenburglaan 2

X

X

16

Schepenbergweg 39

X

X

17

Theemsweg

18

Toetsenbordweg (inclusief overslagpunt)

19

Tweede van der Helststraat 72

X

20

v. Heenvlietlaan 50

X

21

Volendammerweg 310

X

22

Vondelpark 6C

X

23

Zeeburgereiland (IJdijk) (tijdelijk overslagpunt)

X

24

Nieuwe Hemweg (tijdelijk)

X

25

Amstellandlaan, Weesp

26

Zoeklocatie Amsterdam Zuid West (overslagpunt)

X X

X

X

X

X X

X X

X

5. Strategischere locaties 5.1. Inzameling afval Het zo effectief, efficiënt en duurzaam mogelijk inzamelen van het huishoudelijk afval in de stad en het transport naar de afvalverwerker(s) is de verantwoordelijkheid van de directie Afval en Grondstoffen. Deze directie gebruikt nu de zeven voormalige Bij de afvalinzamestadsdeelwerven, stadsdeelkantoor Anton de ling is de optimalisaKomplein en de Rozenburglaan voor de kantie van de afvalketen toorfuncties. en de bijbehorende logistieke onderSinds 2020 zijn de eerste stappen gezet om steuning een bekostenefficiënter te werken in de afvalkelangrijk criterium ten en een eenduidige werkwijze op alle uitvoeringslocaties te introduceren. Nieuwe uitdagingen zijn de toenemende omvang van ‘waardestromen’ als gevolg van gescheiden inzameling en de veranderende logistieke processen om inzamelpunten in de openbare ruimte, routes en ritten te optimaliseren. Deze uitdagingen stellen nieuwe eisen aan personeel, materieel, huisvesting en andere voorzieningen. Vooral in de gebieden waar (nog) geen ondergrondse inzamelcontainers staan is de logistiek van de afvalinzameling nog traditioneel georganiseerd: Wanneer een vuilniswagen vol is, rijdt deze naar de verwerker (veelal AEB) om daar te lossen en terug te keren naar het inzamelgebied.

Medio 2011 is aan de oostkant van de stad, op het tijdelijke overslagpunt Zeeburgereiland, gestart met het ontkoppelen van het inzamelproces (primair) en het proces van natransport (secundair). Volle ladingen Transitieplan werven en overslagpunten

worden in het inzamelgebied zelf gelost en later in bulk naar de verwerker getransporteerd. Het afval inzamelen wordt daardoor efficiënter uitgevoerd. Dit leidt tot minder ritten, met name op de ring A10, doordat retourritten met lege inzamelvoertuigen vermeden worden. Een lager aantal ritten is duurzamer doordat dit leidt tot minder uitstoot van koolstofdioxide (CO2) en stikstof (N). In de toekomst worden inzamelen en natransport verder gescheiden. Hiervoor zal geleidelijk nieuw materiaal worden aangeschaft. Bij de afvalinzameling is de optimalisatie van de afvalketen en de bijbehorende logistieke ondersteuning een belangrijk criterium bij de keuze van de locatie en de vorm van huisvesting. De wens is om van zeven naar zes huisvestingslocaties te gaan en vier overslagpunten aan vaarwater in de vier windrichtingen van de stad te realiseren. 5.2. Schoonhouden en onderhoud van de openbare ruimte Stadswerken voert het dagelijks beheer en onderhoud van alle assets uit. Het is verantwoordelijk voor de veiligheid, het gebruik en kwaliteit van de openbare ruimte. De organisatie vervult een regierol voor de schone straat van gevel tot gevel. Stadswerken verzorgt het groen in parken en wijken, voert het dagelijks beheer aan wegen uit en is verantwoordelijk voor de inzet van verkeersmaatregelen bij wegwerkzaamheden.

Ook voert Stadswerken het dagelijks beheer uit aan kademuren, bruggen, tunnels en sluizen.

19

De directie werkt gebiedsgericht, ondersteunt zelf, heeft medebeheer in de openbare ruimte en is verantwoordelijk voor kleinschalige projecten in de openbare ruimte. De directie heeft een rol in de evenementencoördinatie en zorgt dat materiaal en materieel op het juiste moment en op de juiste plek beschikbaar zijn voor uitvoerende directies. Tot slot is Stadswerken verantwoordelijk voor het marktwezen en de gladheidbestrijding. Voor het dagelijks beheer en onderhoud van alle assets is het belangrijk dat de taken zo efficiënt en effectief mogelijk worden uitgevoerd, maar er tegelijkertijd maatwerk kan worden geleverd in de dienstverlening. Stadswerken is nu verdeeld over een aantal locaties waar niet alle uitvoerende afdelingen bij elkaar zitten. Dit komt de afstemming niet ten goede. Verschillende gebieden in de stad hebben hun eigen beheer- en onderhoudsopgaven in de openbare ruimte. Verscheidene voertuigen, zoals veegwagens, zijn niet geschikt om grote afstanden af te leggen. Het is voor Stadswerken noodzakelijk om verschillende locaties verspreid over de stad te hebben, die worden ondersteund door een aantal kleine specialistische locaties. 5.3. Toezicht en handhaving Het toezicht op en de handhaving in de openbare ruimte is de verantwoordelijkheid van de directie Toezicht en Handhaving Openbare Ruimte (THOR).

Voor het uitvoeren van deze taken zijn handhavers 24 uur per dag flexibel inzetbaar. Toezicht en handhaving gebeurt vanuit drie uitgangspunten: Gebiedsgebonden werken De gebiedsgebonden inzet voorziet in de basisbehoefte in

Transitieplan werven en overslagpunten

het gebied. Belangrijke kenmerken van het gebiedsgebonden werken zijn: kennis van het gebied, nabijheid en zichtbaarheid, continuïteit en het opbouwen en onderhouden van netwerken. Flexibiliteit Een belangrijk uitgangspunt voor de directie THOR, binnen het cluster Stadsbeheer, dat zij maximaal flexibel is. Dat wil zeggen in staat om een opgave efficiënt en effectief op te pakken waar en wanneer de opgave daarom vraagt. Informatiemanagement maakt het mogelijk om de taken en inzet in kwaliteit en capaciteit per gebied en tijdstip te voorspellen voor de langere termijn. Generalisten en specialisten Voor een aantal taken is specifieke kennis of bevoegdheden vereist zoals wetskennis of kennis van werkwijzen. Voor deze taken zijn er gespecialiseerde handhavers en toezichthouders die in de hele stad worden ingezet, zoals wegsleep, meldkamer of fietsparkeren. De samenwerking met de ketenpartners (zowel binnen het cluster Stadsbeheer als daarbuiten) is onontbeerlijk. Om deze taken goed uit te kunnen voeren is het voor de directie THOR van belang om zo dicht mogelijk bij de bedieningsgebieden gehuisvest te zijn. Dichtbij lokale netwerken en het opdoen en gebruiken van specifieke lokale kennis. Het snel ter plaatse kunnen zijn als de situatie daar om vraagt. Dit zijn voor de directie THOR redenen om te kiezen voor een indeling per stadsdeel.

Daarbij wordt aangesloten op de huidige stadsdeelgrenzen. Verder kunnen

20

de medewerkers van THOR voor de rust en pauzes gebruik maken van alle gemeentelijke locaties (zowel de hier genoemde uitvoeringslocaties als de overige gemeentelijke gebouwen). Speciaal punt van aandacht is de leefbaarheid in het centrum van Amsterdam. Hier wordt veel inzet van handhavers gevraagd. De bediening van het Wallengebied en de bekende uitgaansgebieden is vanuit het Stadhuis het meest efficiënt. 5.4. Alle eisen samen De huisvestingseisen per directie zijn samengevat in onderstaande tabel. Met de voorgestelde transitie wordt aan deze eisen voldaan. Directie Afval en Grondstoffen (A&G)

Huisvestingsopgave − −

Stadswerken

− −

Toezicht en Handhaving Openbare ruimte (THOR)

− −

Optimalisatie van de afvalketen Van 7 naar 6 locaties Balans tussen efficiëntie en maatwerk 10 locaties verspreid over de stad ondersteund door kleinere specialistische locatie In of nabij de bedieningsgebieden 10 locaties verspreid over de stad

Tabel 2 – Overzicht huisvestingseisen per directie.

Een aantal bijzondere aspecten verdienen speciale aandacht en zijn in het transitieplan verwerkt. Deze worden onderstaand verder toegelicht.

Transitieplan werven en overslagpunten

Opslag, voorraden en magazijn Alle uitvoeringslocaties moeten beschikken over opslagcapaciteit voor bijvoorbeeld buitengereedschap, bestratingsmateriaal, rolcontainers en de door Toezicht en Handhaving in beslag genomen goederen. Ook komt er op iedere locatie een afsluitbaar magazijn. Bij de inrichting van de uitvoeringslocaties wordt hier rekening mee gehouden. Voertuigonderhoud en werkplaatsen Op vier integrale uitvoeringslocaties komt er een ruimte voor een werkplaats voor eerstelijns voertuigonderhoud van Stadswerken. Gezien de inrichting en de aard van de onderhoudswerkzaamheden, worden aan deze werkplaatsen, zowel eerste als tweede lijn werkzaamheden, (wettelijke) eisen gesteld, zoals een volwaardig garage. Wasplaatsen Op de locaties waar Afval en Grondstoffen wordt gehuisvest, is een gespecialiseerde wasinstallatie voor het zwaar materieel nodig. Op minstens twee integrale uitvoeringslocaties is een grote wasplaats voor voertuigen noodzakelijk en op de overige locaties met voertuigen van Stadswerken komt een kleine wasplaats. De personenauto’s, fietsen en scooters, gebruikt door Toezicht en Handhaving worden op de uitvoeringslocaties gewassen mits daar passende voorzieningen voor aanwezig zijn. In voorkomende gevallen zal voor het reinigen gebruik worden gemaakt van lopende contracten met particuliere bedrijven.

Voor het reinigen van groot materieel maakt Toezicht en Handhaving gebruik van de faciliteiten van Stadswerken.

21

Stortplekken Besloten is dat storten niet meer plaats vindt op een afval- of recyclepunt. Overslag van grofvuil uit de buurt zal niet meer plaats vinden op de recyclepunten maar op de overslagpunten. De lijn is dat elke integrale uitvoeringslocatie een eigen stortlocatie of een locatie in de directe omgeving heeft. Nieuwe uitvoeringslocaties krijgen daarom – waar mogelijk – ook een eigen stortfaciliteit.

Fotograaf: Anne Reinke

Transitieplan werven en overslagpunten

22

6. Slimmer ruimtegebruik In de situatie in 2020 waren de werkzaamheden van Stadsbeheer (afval ophalen, de openbare ruimte onderhouden, handhaven etc.) verdeeld over 41 locaties. Deze manier van werken was organisch gegroeid. Om te komen tot slim ruimtegebruik zijn verschillende studies gedaan en is een wervenspel gehouden waarbij medewerkers van de verschillende directies samen onderzochten hoe de locaties slimmer ingedeeld konden worden. Op basis van alle verzamelde informatie, analyses van bedrijfsvoeringgegevens, locatiestudies en haalbaarheidsstudies naar overslagloIn de uitgangssitucaties, is een kaart opgesteld. Deze kaart laat atie zijn de werkzien hoe de primaire processen van de drie zaamheden verdirecties ingepast worden in de gebiedsontdeeld over de 41 wikkelingen. Hierbij is gebruik gemaakt van locaties een globale typologie van uitvoeringslocaties, wat onderstaand verder wordt toegelicht. 6.1. Typologieën van uitvoeringslocaties De uitvoeringslocaties zijn geclassificeerd en getypeerd. De typologie laat zien welke bedrijfsmatige activiteiten op een uitvoeringslocatie plaatsvinden en welke inrichting en voorzieningen daarvoor nodig zijn. Er is onderscheid gemaakt in overslagpunten en in specialistische, multifunctionele of kleine uitvoeringslocaties.

Specialistische uitvoeringslocatie De specialistische uitvoeringslocatie heeft een geheel eigen inrichting exclusief gericht op het uitvoeren van een activiteit

Transitieplan werven en overslagpunten

door slechts één van de drie uitvoerende directies. Elke uitvoerende dienst heeft een specialistische uitvoeringslocatie: • De afval en grondstoffenlocaties voor vuilniswagens die gebruikt worden voor het eerste en tweedelijns onderhoud door de directie A&G; • De locatie Theemsweg waar met name de opslag van materialen voor Stadswerken en grote projecten in de • binnenstad voor bijvoorbeeld het Ingenieursbureau plaatsvindt; • De locatie Daniël Goedkoopstraat met de meldkamer en opslag voor de sleepdienst van THOR en Parkeerbeheer. Multifunctionele uitvoeringslocatie Op een multifunctionele uitvoeringslocatie worden zo veel mogelijk uitvoerende afdelingen van de drie directies gezamenlijk ondergebracht. Dat past in het streven naar optimale samenwerking in de uitvoering. Dit zijn de gezamenlijke werklocaties in de Amsterdamse buurten. De integrale uitvoeringslocatie is een belangrijke steun in de rug bij het gebiedsgericht werken. Kleine uitvoeringslocatie De kleine uitvoeringslocaties zijn veelal gericht op het ondersteunen bij de uitvoering van een specifieke taak. Een voorbeeld hiervan zijn de kleine locaties in het Vondelpark of Amstelpark waar vanuit het beheer en onderhoud van de parken wordt ondersteund.

23

Overslagpunten Op overslagpunten wordt huishoudelijk afval tijdelijk opgeslagen in afgesloten wisselcontainers (ketels). Het terrein is omheind, heeft een slagboom en een kleine voorziening voor een beheerder (20m²). Op een later moment wordt het afval naar een afvalverwerker afgevoerd. Het overslagpunt hanteert de door de Omgevingsdienst gestelde normen in het kader van geluid en stank. In schema ziet de transitie er als volgt uit:

Afval & Grondstoffen

Stadswerken

THOR

4

2

1

Specialistische uitvoeringslocatie

Specialistische uitvoeringslocatie

Specialistische uitvoeringslocatie

2

10

9

Multifunctionele uitvoeringslocatie

Multifunctionele uitvoeringslocatie

Multifunctionele uitvoeringslocatie

4

2

Overslagpunten

Kleine uitvoeringslocatie

7 Recyclepunten*

*Vallen buiten het transitieplan

Afbeelding 7 – Schematisch overzicht transitie uitvoeringslocaties en overslagpunten.

Transitieplan werven en overslagpunten

24

6.2. Volgtijdelijkheid: eerst ruimte vrij maken, dan herschikking Door het realiseren van functionele en kwalitatief passende huisvesting voor het cluster Stadsbeheer, is het mogelijk om het aantal uitvoeringslocaties te verminderen en zo ruimte te maken om een aantal locaties af te stoten. Deze vrijgekomen locaties kunnen vervolgens gebruikt worden voor de stedelijke ontwikkeling zoals woningbouw, maatschappelijke voorzieningen of bedrijfslocaties. Wanneer de directie Afval & Grondstoffen gebruik kan gaan maken van overslagpunten, zijn voor de huisvesting zes locaties nodig in plaats van de huidige zeven. Daardoor is er ruimte op de uitvoeringslocaties voor een herschikking van de directies Stadswerken en THOR. Door het slimmere ruimtegebruik kunnen een aantal uitvoeringslocaties en steunpunten leeg worden opgeleverd. De vrijgekomen ruimte komt weer ten goede aan de groeiende stad.

Tussen 2025 en 2027 moet er worden gezocht naar twee definitieve locaties in Oost en Zuidwest. Dit vergt samenwerking tussen Grond en Ontwikkeling, Ruimte en Duurzaamheid en Afval & Grondstoffen. Bij Afval en Grondstoffen ligt de opgave de business case van vervoer over water te onderbouwen.

De beoogde verschuivingen kunnen binnen de bestaande ruimtelijke randvoorwaarden en vergunningen plaatsvinden. 6.3. Locaties overslagpunten Zoals eerder toegelicht vormen de locaties van de overslagpunten de sleutel van het plan. Afgesproken is dat in de business case van het transitieplan kosten voor de grond en de basale inrichting zijn opgenomen. Daarmee is mogelijkheid tot realisatie van overslagpunten geborgd maar kan de vorm nog nader ontwikkeld worden. Zo blijven de eventuele noodzakelijke nautische voorzieningen aan kades buiten de business case. Daar staat tegenover dat de baten van de logistieke efficiëntie ook niet worden toegeschreven aan de business case.

Transitieplan werven en overslagpunten

25

7. Kwalitatief goede uitvoeringslocaties Na de uitvoering van het transitieplan bieden de gebouwen op de uitvoeringslocaties een werkomgeving die veilig, comfortabel en schoon is. Er zijn voorzieningen zoals lockers, douches, werkplekken voor het personeel in de buitendienst, en ruimten voor briefing en overleg. Bij de planning van deze voorzieningen is nadrukkelijk rekening gehouden met dynamiek in het personeelsbestand en het wagenpark, en de toekomstige groei van de stad. Lunch- en koffievoorzieningen op ondersteunende loDe gebouwen bieden caties zorgen ervoor dat er binnen een werkomgeving een afgesproken tijd kan worden die veilig, comfortagepauzeerd en onnodige druk op bel en schoon is de efficiency voorkomen wordt. De huisvesting voorziet het voltallige personeel van het cluster Stadsbeheer van moderne werkomstandigheden volgens het flexprincipe van de gemeente Amsterdam (2020). De inrichting van gebouwen in hun vernieuwde vorm nodigt uit tot samenwerking tussen de verschillende onderdelen van het cluster Stadsbeheer en externe partners. Hierdoor ontstaat meer synergie en kan de dienstverlening efficiënter en effectiever worden uitgevoerd. Concreet zijn de volgende aspecten meegenomen: Werkplekken Volgens de norm, vastgelegd in de Producten Diensten Catalogus wordt voor een medewerker die meer dan 30% van de werkdag op kantoor is een flexplek gecreëerd. In andere

Transitieplan werven en overslagpunten

situaties wordt volstaan met een zogenaamde aanlandwerkplek. Afgesproken is dat voor het uitvoerend personeel op elke uitvoeringslocatie aanlandplekken worden gecreëerd. Daarbij geldt voor het bepalen van het aantal plekken als de norm van 10% van het uitvoerende personeel van de uitvoeringslocatie. Vergaderplekken Er zijn algemene afspraken gemaakt over vergaderruimten, briefingsruimten voor medewerkers van Handhaving en Toezicht en algemene spreekkamers. Per locatie wordt gekeken naar de mogelijkheden en meest praktische oplossingen voor de gewenste vergader- en spreekkamervoorzieningen. Kleedruimte, lockers en droogruimte In het ontwerp voor de vernieuwing van bestaande en nieuw te bouwen kleedruimten is rekening gehouden met hedendaagse normen en wettelijke vereisten. Zo is afgesproken dat bij nieuwbouw elke nieuwe kleedruimtevoorziening plaats moet bieden aan al het uitvoerend personeel op de locatie. Op elke integrale uitvoeringslocatie moet er een kleedruimtefaciliteit komen voor minimaal tien dames, en moet bij nieuwbouw zodanig flexibel gebouwd worden waardoor in voorkomende gevallen het aantal dameskleedkamers uitgebreid kan worden ten koste van herenkleedkamers. Alle vaste medewerkers en vaste medewerkers uit de flexpool krijgen een eigen locker. Voor het kantoorpersoneel worden lockers geplaatst in het kantoor.

Verouderde lockers worden vervangen door lockers die voldoen aan ARBO-vereisten.

26

Kantine De directie van het cluster Stadsbeheer heeft besloten op welke uitvoeringslocaties cateringfaciliteiten komen en heeft met het Facilitair Bureau afspraken gemaakt over de serviceverlening op de locaties die in de avonduren en weekenden open zijn. Een bedrijfsrestaurant wordt gefaciliteerd op tien grote locaties verspreid over de stad. In elk cluster blijft op minimaal één grote uitvoeringslocatie een bedrijfsrestaurant gevestigd. Dit Tussenfase

betekent ook dat op vijf uitvoeringslocaties het bedrijfsrestaurant sluit. Op locaties waar het bedrijfsrestaurant sluit, worden er koelkasten, opwarmvoorzieningen en voedsel- en drankautomaat geplaatst voor de medewerkers. In de voedsel- en drankautomaat komen broodjes en andere versnaperingen. Op de locaties waar wel een cateraar zit komen deze voorzieningen ook.

Eindfase

Amstel 1

behouden

Amstel 1

behouden

Daniël Goedkoopstraat 7-9

behouden

Bornhout 8

nieuwbouw

Fogostraat 1

behouden

Daniël Goedkoopstraat 7-9

behouden

Henk Sneevlietweg 20

behouden

Den Brielstraat

nieuwbouw

Jacob Bontiusplaats 11

behouden

Fogostraat 1

behouden

Luchtvaartstraat 9

behouden

Jacob Bontiusplaats 11

behouden

Nieuw Zeelandweg

behouden

Luchtvaartstraat 9

behouden

Papaverweg 33

behouden

Rozenburglaan 2

behouden

Rozenburglaan 2

behouden

Schepenbergweg 39

behouden

Schepenbergweg 39

behouden

Van Heenvlietlaan 50

behouden

Van Heenvlietlaan 50

behouden

Henk Sneevlietweg 20

sluiten

Cruquiusweg 90-92

sluiten

Nieuw Zeelandweg

sluiten

Meteorenweg 266

sluiten

Papaverweg 33

sluiten

Seineweg 1

sluiten

Van Hogendorpstraat 202

sluiten

Volendammerweg 310

sluiten

Transitieplan werven en overslagpunten

Tabel 3 – Overzicht bedrijfsrestaurants per locatie.

27

Transitieplan werven en overslagpunten

Fotograaf: Anne Reinke 28

8. Duurzamere huisvesting Met het transitieplan wordt verduurzaming van de huisvesting voor het cluster Stadsbeheer gerealiseerd en wordt de basis gelegd om verdere verduurzaming door te voeren. Achtereenvolgens komen aan de orde: verduurzaming van gebouwen, verduurzaming van het wagenpark, duurzame logistiek en vervoersmanagement. 8.1. Verduurzaming van de gebouwen Verduurzaming van de gebouwen is in het transitieplan als volgt uitgewerkt: • Nieuwe panden (Volendammerweg, Makerskade, Den Brielstraat, Meerkerkdreef, Toetsenbordweg) worden conform bestaand beleid energieneutraal en zijn nagenoeg CO2 neutraal. • In 2020 was berekend dat de transitie een CO2 besparing op zou leveren (circa 20% van totaal) bij gelijk gebruik. De reductie van de CO2 uitstoot moet her berekend worden vanwege de planaanpassingen. • Bestaande panden worden allemaal naar energielabel A gebracht. Daarvoor worden twee panden (Rozenburglaan en Meteorenweg) aangepast binnen het duurzaamheidsprogramma Vastgoed. Dit levert een aanvullende CO2 besparing op. De hoeveelheid CO2 moet her berekend worden vanwege de planaanpassingen. • De nieuwe panden worden voorbereid voor een emissie-vrij gemeentelijk wagenpark door de centrale installatie met voldoende capaciteit te dimensioneren. Dit gebeurt in nauwe afstemming met de partners die verantwoordelijk zijn voor de transitie naar een emissievrij wagenpark.

Transitieplan werven en overslagpunten

•

De ambitie is om nieuwe panden circulair te bouwen. Dit sluit aan bij de ambities uit de strategie Amsterdam Circulair 2020-2025.

8.2. Verduurzaming wagenpark Bij de inrichting van de nieuwe uitvoeringslocaties wordt geanticipeerd op het uitstootvrij maken van het wagenpark. Dit betekent dat de centrale inrichting gereed moet zijn voor de levering van stroom voor de elektrisch aangedreven personenauto’s, scooters en fietsen van de drie directies. De technische aanpassing van de bestaande uitvoeringslocaties voor een volledig elektrisch wagenpark is onderdeel van het traject ‘transitie wagenpark’. De discussie over de overstap naar op waterstof aangedreven vrachtwagens en ander zwaar materieel en de tankopslagfaciliteiten die daarbij horen, is nog volop gaande. Gezien de onzekerheden en de tijdsduur wordt hiermee, bij de inrichting van de uitvoeringslocaties, vooralsnog geen rekening gehouden. 8.3. Duurzame logistiek Uit verschillende studies blijkt dat voor duurzaam afvoeren van afval vervoer over water gewenst is. Als deze locaties aan een doorgaande waterverbinding liggen, hoeft het natransport naar een afvalverwerker niet meer over de weg plaats te vinden. Ook

29

zijn de ritten van de vuilniswagens van en naar de overslagpunten korter dan naar de afvalverwerker, zodat de vuilniswagens kunnen worden ingezet waar ze voor bedoeld zijn: afvalinzameling. Het introduceren van overslagpunten vermindert het aantal vervoersbewegingen en levert daarbij een flinke bijdrage aan de doelstelling van het bestuur. Ook hiervoor heeft het de voorkeur dat de overslagpunten aan het water liggen, zodat de aanvoer van bulkgoederen niet meer over de weg hoeft. 8.4. Duurzaam vervoer van en naar het werk

Bij de inrichting van de uitvoeringslocaties wordt niet voorzien in parkeerplaatsen voor personeel. Er wordt de gemeentelijke beleidslijn gevolgd: parkeren bij het werk kan alleen in speciale gevallen. Waar nodig, op basis van vastgesteld beleid, ondersteunen de directies aanvullend in het bereikbaar maken en houden van de uitvoeringslocaties voor medewerkers. De kosten daarvan vallen buiten de business case.

Fotograaf: Edwin van Eis

Transitieplan werven en overslagpunten

30

9. Uitvoering 9.1. Financiën De totale investering is € 103,6 miljoen. Hiervan is € 3,7 miljoen voor de tijdelijke organisatie die nodig is om het programma tot uitvoering te brengen. In 2024 is er een nieuwe businesscase opgesteld. Bedragen zijn geïndexeerd en er is een krediet voor een recyclepunt op de Toetsenbordweg (deels) aan het TWO toegevoegd. Per saldo leverde de nieuwe businesscase €16 miljoen meer aan investeringsruimte op. De investeringen worden deels gedekt door: • De verwachte opbrengst uit vrijgevallen uitvoeringslocaties (€ 43,3 miljoen) • Vrijgevallen exploitatielasten door het afstoten van verschillende uitvoeringslocaties. Daarnaast zijn in de business case de middelen die eerder zijn toegewezen voor de nieuwe werf aan de Den Brielstraat en de Admiraal Helfrichstraat betrokken. De investeringen worden, afhankelijk van de aard van de investering, annuïtair afgeschreDe totale investering ven over 15, 20 of 40 jaar. De business case omvat een bedrag is sluitend . Uitgangspunt bij het raadsbesluit van € 103,6 miljoen in 2020 is een sluitende business case in de exploitatie. Dit houdt in dat de investeringen die nodig zijn voor nieuwe gebouwen en terreinen uiteindelijk geen negatief effect hebben op de beschikbare begrotingsruimte (exploitatie).

Dit wordt gerealiseerd door het terugbrengen van het aantal werflocaties waardoor het aantal m2 efficiënter gebruikt wordt en kosten voor vastgoed en facilitair beheer worden beperkt. Daarnaast wordt de Transitieplan werven en overslagpunten

verplaatsingsvergoeding die voortkomt uit de vrij te spelen en te herontwikkelen terreinen ingezet als dekking voor de investering in nieuwe gebouwen. In de exploitatie zijn de kosten voor gebouwen en facilitair beheer betrokken. De exploitatie bevat geen kosten voor bedrijfsvoering van de uitvoerende directies. De onderliggende cijfers en verhuisplanning die als basis hebben gediend voor deze business case zijn door de belanghebbende directies expliciet goedgekeurd. Elke directie is de komende jaren er voor verantwoordelijk om deze sluitend te houden. Onvoorziene opgaven moeten binnen de programmabegroting van de betrefVoor de transitie fende directie, die met een nieuwe eis komt, wordt een tijdelijke worden opgelost. uitvoeringsorganisa9.2. Uitvoeringsorganisatie tie ingericht Voor de transitie wordt een tijdelijke uitvoeringsorganisatie ingericht. De kosten voor deze organisatie zijn verwerkt in de business case. Het programma valt onder de gemeentelijke Regeling Grote (voorheen Risicovolle) Projecten. De wethouder Vastgoed is de bestuurlijk opdrachtgever. De ambtelijke governance is beschreven in een separaat Programmaplan. Om te borgen dat ook de medewerkers goed worden meegenomen in de uitvoering is dit transitieplan ter informatie gedeeld met de Ondernemingscommissie van cluster Stadsbeheer.

Bij de uitwerking van projecten worden nadere afspraken gemaakt hoe de medewerkers worden betrokken. Daarnaast wordt een communicatieplan gemaakt zodat alle betrokkenen

31

weten wat er gebeurt, wat dit oplevert en hoe met eventuele overlast wordt omgegaan. 9.3. Bewaking voortgang en risico’s Het transitieplan beslaat de periode van 2020-Q3 2029 en is opgesteld op basis van de huidige ambities, eisen en richtlijnen op het gebied van duurzaamheid. Het is aannemelijk dat deze gedurende de looptijd van het transitieplan worden aangescherpt. Bij de jaarlijkse herijking van het transitieplan zullen daarom ook de uitgangspunten voor duurzaamheid worden geactualiseerd. Het transitieplan is aangemerkt als risicovol project. Conform de regeling grote projecten dienen minimaal 2 maal per jaar de belangrijkste risico’s met de portefeuillehouder besproken te worden. Er mag worden verwacht dat in de tijd de eisen die nu als basis hebben gediend van de business case zullen veranderen. Uit de verschillende ambities van de gemeente Amsterdam, zoals het elektrificeren van het wagenpark, grondontwikkeling en het programma TWO, komen risico’s naar voren. Dit alles overziend is daarom afgesproken tweemaal per jaar, op tijd voor de voorjaarsnota en najaarsnota te rapporteren over voortgang realisatie, fasering en planning, risico’s en eventuele verschuivingen. De totale business case wordt jaarlijks geactualiseerd. In de business case is rekening gehouden met de fasering zoals deze op pagina 11 in beeld is gebracht.

Met het actualiseren van de business case wordt deze planning ook jaarlijks tegen het licht gehouden.

Transitieplan werven en overslagpunten

32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17041439/1