CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. toelichting & regels bestemmingsplan Johan Greivestraat.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 6 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Johan Greivestraat (VN2023-015720)30.476 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Johan Greivestraat vast te stellen bestemmingsplan 16 juni 2023

Johan Greivestraat

Inhoudsopgave

Toelichting

3

Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Crisis- en herstelwet 1.3 Ligging plangebied 1.4 Geldende bestemmingsplannen 1.5 Leeswijzer

3 3 3 3 4 6

Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Bestaande situatie 2.2 Nieuwe situatie

7 7 9

Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal beleid 3.3 Regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid

14 14 15 19 21

Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Milieuzonering 4.2 Geluid 4.3 Luchtkwaliteit 4.4 Bodem 4.5 Natuur 4.6 Verkeer en parkeren 4.7 Duurzaamheid 4.8 Externe veiligheid 4.9 Water 4.10 Archeologie en cultuurhistorie 4.11 Ladder voor duurzame verstedelijking 4.12 Hoogbouweffectrapportage (HER) 4.13 Trilling 4.14 Luchthavenindelingsbesluit 4.15 Bezonning 4.16 Windcomfort 4.17 Vormvrije m.e.r. beoordeling

29 29 31 34 35 37 40 42 43 44 47 50 51 53 54 58 59 60

Hoofdstuk 5 Juridische toelichting 5.1 Algemeen 5.2 Planvorm 5.3 Artikelsgewijze toelichting

62 62 62 62

Hoofdstuk 6 Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

65 65 65

2

Johan Greivestraat

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

In het kader van stedelijke vernieuwing heeft de afgelopen jaren in veel buurten in de Westelijke Tuinsteden sloop-nieuwbouw, verdichting en renovatie plaatsgevonden. Ook in de wijk Overtoomse Veld in stadsdeel Amsterdam Nieuw-West. Woonstichting Lieven de Key heeft aangegeven om te willen starten met de sloop van 4 blokken middelhoogbouw (flats) aan de Johan Greivestraat en het realiseren van 3 nieuwbouw appartementencomplexen op deze locatie.

1.2

Crisis- en herstelwet

De Crisis- en herstelwet beoogt een versnelling in de ontwikkeling en verwezenlijking van ruimtelijke projecten te bewerkstelligen, teneinde bij te dragen aan de bestrijding van de economische crisis. Hiertoe zijn tijdelijke wijzigingen in de ruimtelijke procedures (bijvoorbeeld het bestemmingsplan) van toepassing verklaard op verschillende soorten projecten. Zo zijn bijvoorbeeld de behandelingstermijnen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verkort. De projecten waarvoor dit geldt zijn opgenomen in bijlage I en II van de Crisis- en herstelwet. In bijlage I van de Crisis- en herstelwet is als categorie van gevallen onder andere genoemd de 'ontwikkeling en verwezenlijking van werken en gebieden krachtens afdeling 3.1 of afdeling 3.3 van de Wet ruimtelijke ordening ten behoeve van de bouw van meer dan 11 woningen in een aaneengesloten gebied of de herstructurering van woon- en werkgebieden'. De ontwikkeling van de Johan Greivestraat betreft een woningbouwontwikkeling, waarbij meer dan 11 woningen worden gerealiseerd en is als zodanig een Crisis- en herstelwetproject.

1.3

Ligging plangebied

Het plangebied is gelegen in het stadsdeel Nieuw-West in de wijk Overtoomse Veld. Het plangebied wordt in het zuiden begrensd door de Johan Greivestraat, in het oosten door de Jan Tooropstraat, in het noorden de Pieter Mondriaanstraat en in het westen door een park langs het spoor en de metro.

3

Johan Greivestraat

Globale begrenzing plangebied (rood omlijnd)

1.4

Geldende bestemmingsplannen

Ter plaatse van de projectlocatie gelden de volgende bestemmingsplannen: 1. Overtoomse Veld 2. Grondwaterneutrale kelders 1.4.1

Bestemmingsplan Overtoomse Veld

Het bestemmingsplan Overtoomse Veld (NL.IMRO.0363.F1008BPSTD-OH01) is vastgesteld op 6 juli 2011 en geheel onherroepelijk sinds 30-05-2012. De verbeelding ter plaatse van de projectlocatie ziet er als volgt uit.

Afbeelding: uitsnede bestemmingsplan Overtoomseveld ter hoogte van het plangebied. 4

Johan Greivestraat

Voor de projectlocatie gelden de bestemmingen 'Wonen -1', 'Gemengd - 2', Tuin -2', 'Groen' en 'Verkeer-1 'Gemengd – 1' Deze gronden zijn bestemd voor gemengde functies in de eerste bouwlaag en woningen vanaf de tweede bouwlaag en hoger. Gebouwen zijn alleen toegestaan binnen het bouwvlak. De maximale goot en bouwhoogte bedraagt respectievelijk 15 meter en 18 meter. Voor bouwwerken geen gebouwen geldt een maximum bouwhoogte van 2 meter. 'Wonen -1' Ter plaatse van deze bestemming zijn woningen toegestaan, met inbegrip van aan huis verbonden beroepen en overige voorzieningen ten behoeve van de bestemming, zoals bergingen. Gebouwen zijn toegestaan binnen het bouwvlak. De maximale goot- en bouwhoogte bedraag respectievelijk 15 meter en 18 meter. Voor bouwwerken geen gebouwen geldt een maximum bouwhoogte van 2 meter. 'Tuin – 2' De gronden met de bestemming Tuin - 2 zijn bedoeld voor tuinen, speelvoorzieningen, voetpaden, rijwielstallingen en parkeren. Gebouwde parkeervoorzieningen zijn alleen toegestaan daar waar op de verbeelding aangegeven. Voor bouwwerken geen gebouwen geldt een maximum bouwhoogte van 2 meter. 'Groen' De gronden met deze bestemming mogen worden gebruikt voor onder meer groen, schoolwerktuinen, speelvoorzieningen, voet- en fietspaden, water, nutsvoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen.

Gebouwen zijn alleen toegestaan ter plaatse van specifieke aanduidingen ten behoeve van nutsvoorzieningen en rijwielstallingen. Voor bouwwerken geen gebouwen geldt een maximum bouwhoogte van 2 meter. 'Verkeer -1' De gronden met de bestemming Verkeer - 1 mogen worden gebruikt voor onder meer groen, speelvoorzieningen, verkeersareaal en water. Alleen daar waar dat door middel van specifieke aanuidingen op de verbeelding is aangegeven zijn gebouwen toegestaan ten behoeve van parkeren. Voor bouwwerken geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 6 meter. De gewenste ontwikkeling sluit qua functies aan bij wat nu reeds is toegestaan. Echter, in het vigerende plan is de bestaande bebouwing heel gedetailleerd vastgelegd. De gewenste nieuwbouw kent een andere opzet en bouwhoogte en wijkt daarmee af van het geldende bestemmingsplan. 1.4.2

Paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders

Het (paraplu-) bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders is op 7 oktober 2021 vastgesteld door de gemeenteraad van Amsterdam. Het bestemmingsplan is een vertaling van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam in een juridisch planologisch kader. Het doel van dit afwegingskader is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. Waar de aanleg van een enkele kelder in de regel geen of nauwelijks effect heeft op het grondwater zal een cumulatie van kelders dat wel hebben. Door de gespannen situatie op de Amsterdamse woningmarkt is een (verdere) toename van de aanleg van kelders te verwachten. Het paraplubestemmingsplan kelders bevat regels ten aanzien van kelderbouw in Amsterdam. Er worden 2 zones onderscheiden: gebiedsaanduiding 'overige zone 1' gebiedsaanduiding 'overige zone 2'. Het projectgebied valt binnen de gebiedsaanduiding 'zone – 2'. Binnen deze zone is het verboden kelders te bouwen of bestaande kelders te vergroten. Afwijken is mogelijk met een omgevingsvergunning mits de kelder grondwaterneutraal kan worden gebouwd of op basis van een nieuw bestemmingsplan, waarbij aangetoond wordt dat sprake is van grondwaterneutrale kelderbouw. Voor kleine kelders kunnen mogelijke standaardmaatregelen worden toegepast, waarmee grondwaterneutraliteit aangetoond kan worden.

Voor kelders groter dan 300 m2 moet de grondwaterneutraliteit worden aangetoond door middel van een geohydrologisch rapport; het gaat hierbij om maatwerk.

5

Johan Greivestraat

Dit bestemmingsplan voorziet in een parkeerkelder groter dan 300 m2 . Deze kelder kan grondwaterneutraal worden aangelegd door het aanbrengen van een grondverbetering. In paragraaf 4.9 wordt hier verder op ingegaan.

1.5

Leeswijzer

Het bestemmingsplan bestaat uit regels, een verbeelding en gaat vergezeld van een toelichting. Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. De verbeelding en de regels vormen samen de bestemmingsplanregeling zoals deze door de gemeenteraad wordt vastgesteld. De toelichting geeft de achtergronden (relevant beleid, resultaten van uitgevoerde onderzoeken) bij de bestemmingsplanregeling. De toelichting van dit bestemmingsplan bestaat uit 7 hoofdstukken. Hier wordt in het kort de inhoud van deze hoofdstukken beschreven. Na dit inleidende hoofdstuk worden de beoogde ontwikkelingen in hoofdstuk 2 beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 wordt het project inhoudelijk op haalbaarheid getoetst aan de hand van het geldende beleid en (milieu)wetgeving. Hoofdstuk 5 bevat vervolgens de juridische planbeschrijving. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 en 7 ingegaan op de economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan.

6

Johan Greivestraat

Hoofdstuk 2 2.1

Planbeschrijving

Bestaande situatie

De Johan Greivestraat ligt in een naoorlogse buurt, gebouwd eind jaren 50 – begin jaren 60 volgens de algemene kenmerken van het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP). Het Algemeen Uitbreidingsplan (AUP) is een stedenbouwkundig plan voor de uitbreiding van Amsterdam, dat in 1934 tot stand kwam, in 1935 werd aangenomen door de gemeenteraad en in 1939 bij Koninklijk Besluit van kracht werd. Na de Tweede Wereldoorlog werd het grotendeels uitgevoerd; het was de basis voor de uitbreiding naar het westen en zuiden. Het was bedoeld als basis voor de uitbouw van de stad tot het jaar 2000 (bron: Wikipedia).

Afbeelding: Ontstaan Westelijke tuinsteden (bron: schetsontwerp Johan Greivestraat 250602020 Arons

7

Johan Greivestraat & Gelauff) De bestaande woonblokken vormen gezamenlijk een stedenbouwkundig ensemble. De verdeling van woningen en voorzieningen werd in de tuinstad zorgvuldig verdeeld en de bestaande afwijkende locaties zijn binnen de woningbouwstempels ingepast. De bebouwing bestaat uit middelhoogbouw (5 bouwlagen met kap) in een open verkaveling. In de openbare ruimte tussen de bouwblokken is veel groen.

Afbeelding: impressie bestaande situatie (bron: Google earth) Niet-woonfuncties zijn geconcentreerd in de plinten van de woonbebouwing aan de Jan Tooropstraat. Het betreft hoofdzakelijk detailhandel, horeca en kantoor.

Afbeelding: bestaande situatie - niet woonfuncties (bron: functiekaart maps.amsterdam.nl) Het project betreft de vernieuwing van vier woonblokken met in totaal 112 sociale huurwoningen met garageboxen en bedrijfsruimten aan de Johan Greivestraat, Jan Tooropstraat en de Piet Mondriaanstraat. Woonstichting Lieven de Key heeft dit complex sinds 2012 in haar bezit. De huidige woonblokken hebben een zogenaamde Orde 2 erfgoedwaardering gericht op behoud. De woningen zijn echter in zeer slechte bouwkundige en woontechnische staat. Bewoners ervaren in de buurt slechte leefbaarheid en een gevoel van onveiligheid. In het vernieuwingsplan voor Overtoomse Veld uit 2004 zijn deze woonblokken al aangewezen voor renovatie. Het plangebied wordt in de huidige situatie ontsloten door de Johan Greivestraat en de Piet Mondiaanstraat, beide zijstraten van de Jan Tooropstraat. Naast 39 garageboxen, wordt, hoofdzakelijk

8

Johan Greivestraat geparkeerd in de openbare ruimte. Momenteel zijn er 121 parkeerplekken, waarvan 89 voor vergunninghouders van de 112 sociale huurwoningen. Rond de Johan Greivestraat is de netto en bruto parkeerdruk 100%, waarvan het grootste deel door vergunninghouders.

2.2

Nieuwe situatie

2.2.1

Investeringsnota Johan Greivestraat

De stadsvernieuwing van het Overtoomse Veld, waarvan de Johan Greivestraat onderdeel is, is flink onderweg. Door middel van verdichting, door zowel nieuwbouw als transformatie, worden woningen en voorzieningen toegevoegd en worden de ruimtelijke en programmatische kwaliteiten van de buurt verbeterd. Belangrijk onderdeel hiervan is het vernieuwen van de naoorlogse woningen en het verbeteren van de verblijfskwaliteit van de omgeving door middel van vergroening, betere verbindingen met de omliggende buurten en buitenruimte, zodat de buurt meer samenhang krijgt, veiliger voelt en uitnodigt tot verblijf en ontmoeting. Door de gerealiseerde vernieuwing van de woonbuurt ten noorden van de Postjesweg naast het metrostation Postjesweg, met het Spoorpark en de nieuwe woonblokken, ontstaat hier steeds meer een gemengd stedelijk milieu, een menging van wonen en voorzieningen in een stedelijke dichtheid. De ruimtelijke kaders en het programma voor de nieuwbouw zijn opgenomen in de Investeringsnota Johan Greivestraat, dat naar verwachting eind 2022 door de gemeenteraad zal worden vastgesteld. Het plan van Lieven de De Key voor vernieuwing is tot stand gekomen in nauw overleg met bewoners en gemeente I.

Programma a. Woningbouw Het woonprogramma bestaat uit 135 sociale huurwoningen in een lang woonblok aan de Jan Tooropstraat, waarvan 58 appartementen voor terugkerende bewoners hoofdzakelijk in het noordelijke deel, en 77 appartementen voor jongeren in het zuidelijk deel (zie figuur 11). In de plint van het sociale woonblok is aan de Tooropstraat 850 m2 bedrijfsruimte mogelijk. Aan het Spoorpark zijn 2 losse woontorens ingepast met maximaal 50 middeldure huurwoningen en 80 vrijesectorwoningen en een kinderdagverblijf in de plint. De woontorens staan op een ondergrondse parkeergarage met 78 parkeerplaatsen. b. Commerciële voorzieningen Uitgangspunt bij de planvorming is het behouden van bedrijven/economie in de plint van het blok aan de Jan Tooropstraat ten behoeve van het creëren van een (gemengd) woonwerkmilieu. Dit sluit aan bij de de ruimtelijke principes voor Ringzone West, waarvoor het beleid is om de Jan Tooropstraat als voorzieningenstraat te behouden. c. Maatschappelijke voorzieningen Het plangebied van de Johan Greivestraat is een heel klein deelgebied in de Ringzone. Het bevindt zich buiten de fijnstofzone, waardoor het geschikt is voor gevoelige bestemmingen en leent zich daarmee ook voor de vestiging van een kinderopvang met buitenruimte. De buitenruimte sluit aan bij het Spoorpark en kan veilig in de luwte kan worden opgenomen.

Een positionering in de plint van een van de bouwblokken brengt levendigheid aan het park. Hiermee kan worden voorzien in één van de drie benodigde kinderopvangen in Ringzone West.

II. Stedenbouwkundige inpassing De strook langs het Spoorpark, in Overtoomse Veld Noord, kent een grote diversiteit in bebouwingstypologieën. De strook langs het Spoorpark, in Overtoomse Veld Noord, laat zich kenmerken door twee karakteristieken: Een samenhangend beeld aan de zijde van de Jan Tooropstraat, gebaseerd op de meer oorspronkelijke gedachte uit het AUP. Een meer divers beeld aan de zijde naar het Spoorpark, gebaseerd op de meer hedendaagse interpretatie van de groen/blauwe principes. Het sociale woonblok zoekt aan de Jan Tooropstraat aansluiting met de Jan Tooropstraat met voorzieningen in de plint.

9

Johan Greivestraat

De twee 'woontorens' staan wat vrijer in het groen en zijn uitgelijnd met de bestaande omringde bebouwingen volgens het AUP-principe. De torens bestaan uit twee delen: De eerste bouwlagen, de zogenoemde schouders van de torens, sluiten aan op de hoogtes van de naast gelegen woonblokken.Daarboven steken de koppen van de torens boven de schouders uit in een slanker volume op. Onder de twee woontorens is een verdiepte parkeergarage gesitueerd om de parkeervraag van deze torens te beantwoorden.

Afbeelding: bouwenvelop Johan Greivestraat III. Openbare ruimte Bij de herontwikkeling van de Johan Greivestraat is voor de openbare ruimte als ambitie meegenomen dat het Spoorpark doorloopt tot aan de nieuwe bebouwing langs de Jan Tooropstraat.De twee woontorens komen hiermee in het park te staan. Om dit beeld zo veel mogelijk te ondersteunen is met de plaatsing van de woontorens rekening gehouden met zichtlijnen het park in.

10

Johan Greivestraat

Afbeelding: stedenbouwkundig plan en schetsontwerp openbare ruimte IV. Verkeer en parkeren Om plaats te maken voor het nieuwe sociale woonblok wordt de Johan Greivestraat meer naar het westen verlegd, tussen het sociale wooncomplex en de woontorens. Het deel van de Johan Greivestraat wat tussen de gebouwen en door de uitbreiding van het park loopt, zal parkachtig worden ontworpen. Parkeren wordt deels opgelost in de openbare ruimte en deels in een verdiepte parkeergarage onder de twee woontorens. Zie verder paragraaf 4.6 Verkeer en parkeren. 2.2.2

Bouwplan

In opdracht van De Key heeft Arons en Gelauff architecten een DO gemaakt (13 juni 2022) voor de sociale nieuwbouw, dit DO bevat ook een stedenbouwkundig plan voor de gehele locatie. Het bouwplan is gebaseerd op de uitgangspunten zoals vastgelegd in de Investeringsnota. Het gaat daarbij onder meer om bouwen in rooilijnen, bouwhoogtes, enz

11

Johan Greivestraat

Aan de zijde van het spoorpark komen twee torens die identiek in opbouw zijn, maar die in hoogte oplopen van 31 meter naar 40 meter. Hierin zullen de middenhuur en vrije sector woningen komen. De torens hebben een laag en een hoger deel om ze te geleden in volume en meer geveloppervlak voor de woningen te creëren. Het lage volume van de noordelijke toren sluit aan op de hoogte van de aangrenzende bebouwing langs de Piet Mondriaan- en Jan Tooropstraat, waaronder de sociale nieuwbouw.

12

Johan Greivestraat

Evenwijdig aan de Jan Tooropstraat komt een gebouw van 19 meter hoog dat twee type woningen herbergt: De sociale jongeren woningen (85 stuks) en reguliere sociale huurwoningen voor de terugkeerders (50 stuks). De reguliere sociale huurwoningen worden ondergebracht in twee naast elkaar gelegen strookgebouwen verbonden door galerijen. Deze woningen zijn tweezijdig georiënteerd, waarbij één zijde gelegen is aan een rustige binnentuin. De jongerenwoningen worden ondergebracht in een aangrenzend strookgebouw met een inpandige corridor voor de ontsluiting. Deze woningen hebben een beperkte bouwdiepte en zijn eenzijdig georiënteerd. In de plint komen aan de Jan Tooropstraat weer bedrijfsruimtes terug. Aan de parkzijde komen in de plint maisonnettes voor zowel jongeren als gezinnen. In het plan komt onder de torens een volledig ondergrondse garage met 78 parkeerplaatsen. Voor de terugkeerders in de sociale huurwoningen en bezoekers wordt rekening gehouden met 93 plekken op maaiveld. De Johan Greivestraat en de Piet Mondriaanstraat worden gebruikt om deze parkeerdruk op te vangen. Hierbij wordt het straatdeel tussen het sociale gebouw en de torens zoveel mogelijk ontzien om het groene karakter van het doorlopende park in stand te houden.

13

Johan Greivestraat

Hoofdstuk 3

Beleidskader

3.1

Rijksbeleid

3.1.1

Nationale Omgevingsvisie (NOVI)

Op 15 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. Met de NOVI wil het Rijk een langetermijnvisie geven op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het betreft hier een nieuwe aanpak van vraagstukken in de fysieke leefomgeving, groot en veelzijdig en vaak met elkaar verweven. Het is een nationale visie die zelfbindend is voor het Rijk. De aanpak van de NOVI gaat uit van de nationale belangen die in de leefomgeving aan de orde zijn, inclusief de opgaven die daaruit zijn afgeleid. Waar op deze opgaven een geïntegreerde aanpak noodzakelijk is, geeft de NOVI richting. Op andere onderwerpen wordt naar sectoraal beleid verwezen. De NOVI is continu aanpasbaar. Waar de opgaven vragen om een geïntegreerde benadering, komen deze samen in vier prioriteiten. Op deze prioriteiten worden beleidskeuzes gemaakt. De vier prioriteiten zijn: I. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; II. Duurzaam economisch groeipotentieel; III. Sterke en gezonde steden en regio's; IV. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.

Om de beleidskeuzes op een heldere en voorspelbare manier te maken, hanteert de NOVI drie afwegingsprincipes, die helpen bij het afwegen en prioriteren van de verschillende belangen en opgaven: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal; Afwentelen wordt voorkomen. Tot het moment dat de Omgevingswet in werking treedt (naar verwachting op 1 januari 2023) geldt de omgevingsvisie als structuurvisie en zijn ruimtelijke belangen geborgd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is het Rijksbelang opgenomen dat verstedelijking op duurzame wijze plaatsvindt. Wanneer een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt moet er getoetst worden aan de 'ladder voor duurzame verstedelijking'. Planspecifiek Door de sloop - nieuwbouw die in voorliggend bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt worden geen nationale belangen geraakt. Er is geen strijd met de Nationale Omgevingsvisie. 3.1.2

Besluit algemene regels ruimtelijke ordening

Op 30 december 2011 is het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) in werking getreden. In het Barro worden een aantal projecten van Rijksbelang met name genoemd en exact ingekaderd. Per project worden vervolgens regels gegeven, waaraan bestemmingsplannen moeten voldoen. Het nationale belang dat het stellen van regels voor deze onderwerpen rechtvaardigt, is vastgelegd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. In het Barro worden vijftien onderwerpen geregeld, waaronder grote rivieren en erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde. Op 1 oktober 2012 is een 1e aanvulling op het Barro in werking getreden. Planspecifiek De onderwerpen uit het Barro en de eerste aanvulling daarop zijn niet aan de orde in het voorliggende bestemmingsplan.

14

Johan Greivestraat

3.1.3

Deltaplan Ruimtelijke adaptatie 2020

Het klimaat verandert. De stijging van de gemiddelde temperatuur brengt extremer weer met zich mee, dat natter, droger en heter is. De resultaten daarvan zijn wateroverlast, hittestress en druk op watervoorraden door droogte. Dit vereist een verandering in denken en doen: klimaatbestendig en waterrobuust inrichten moet in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen worden. Om het proces van ruimtelijke adaptatie te versnellen en intensiveren is het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie opgesteld. Daarin staat hoe gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk de nadelige effecten van klimaatverandering tegen willen gaan. De kern is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en klimaat robuust is ingericht. Op nationaal niveau zijn stresstesten per gemeente uitgevoerd om de knelpunten van bestaande infrastructuur in kaart te brengen. In een drieledig nationaal programma worden deze kwetsbaarheden in beeld gebracht, afgewogen en geprioriteerd, om vervolgens tot concrete maatregelen te worden omgezet. Bij ruimtelijke ontwikkelingen zal vooraf moeten worden gekeken of deze klimaatadaptief zijn en hoe de inrichting dusdanig robuust kan worden aangepast. Zie ook paragraaf 4.7.

3.2

Provinciaal beleid

3.2.1

Omgevingsvisie NH2050 Balans tussen economische groei en leefbaarheid

Op 19 november 2018 heeft Provinciale Staten de Omgevingsvisie NH2050 'Balans tussen economische groei en leefbaarheid' vastgesteld. De Omgevingsvisie NH2050 wil zorgen voor balans tussen economische groei en leefbaarheid. In de visie zijn 5 bewegingen met ontwikkelprincipes beschreven voor de ontwikkeling van de leefomgeving: 1. Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. 2. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. 3. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. 4. Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. 5. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. Ten aanzien van de metropool Amsterdam wordt geconstateerd dat deze zich snel ontwikkelt. De vraag naar woningen en ruimte voor bedrijven houdt aan, evenals de ruimtevraag voor recreatie en andere functies. Tegelijkertijd wil de provincie de landschappen in de metropool sparen. De bebouwingsopgave moet dan ook zoveel mogelijk binnen de bestaande kernen plaatsvinden, met een voorkeur voor knooppunten van openbaar vervoer.

Verdichting vraagt steeds meer inventiviteit en bestuurskracht. De bebouwde omgeving wordt steeds intensiever gebruikt, de plancapaciteit binnenstedelijk blijkt door een andere kijk op stad en stedelijkheid een stuk groter te zijn dan lang is gedacht. En zowel bij bestaande bouw als nieuwbouw moeten worden ingezet op besparing van energie, een klimaatadaptieve ruimtelijke inrichting en bij nieuwbouw ook op circulair bouwen. Dit alles moet samen gaan met de verdere verbetering van de kwaliteit van de leefomgeving. Daarbij onderkent de provincie dat verdichting in de kernen leidt tot toenemende druk op het landschap. Wonen en werken worden binnenstedelijk geconcentreerd (transformeren, bundelen, verdichten). Hierbij dient oog te worden gehouden voor behoud en versterking van de leefbaarheid in bestaande en nieuwe gebieden. Ook moet er een vinger aan de pols worden gehouden voor wat betreft de kwalitatieve en kwantitatieve ontwikkeling van de vraag door er voor te zorgen dat regionale afspraken over stedelijke ontwikkelingen bij de vraag blijven aansluiten. De bestaande voorraad woningen wordt daarbij betrokken. De Omgevingsvisie is uitsluitend zelfbindend voor de provincie en heeft geen gevolgen voor dit bestemmingsplan. Er is alleen sprake van doorwerking naar gemeente wanneer de provinciale belangen zijn opgenomen in de Omgevingsverordening NH2020.

15

Johan Greivestraat

3.2.2

Omgevingsverordening NH2020

De provincie heeft op 22 oktober 2020 de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. In de Omgevingsverordening NH2020 worden de eerste stappen gezet om de sturingsfilosofie uit de Omgevingsvisie NH2050 te vertalen in juridische regels. Deze sturingsfilosofie luidt als volgt: We gaan uit van het principe 'Lokaal wat kan, regionaal wat moet', gelet op de diversiteit aan regio's, om ruimte te bieden aan maatwerk en om vorm te kunnen geven aan een wendbare samenleving. Hierbij staat de opgave centraal. Dat bepaalt de wijze van sturing en samenwerking. In de Omgevingsverordening is bepaald dat een ruimtelijk besluit of plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Onder een nieuwe stedelijke ontwikkeling wordt een ontwikkeling verstaan als bedoeld in artikel 1.1.1 eerste lid onder i van het Besluit ruimtelijke ordening: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De provincie werkt aan de opvolger van de Omgevingsverordening NH2020. Het ontwerp van de verordening heeft van maandag 26 april tot en met vrijdag 18 juni 2021 ter inzage gelegen. De Omgevingsverordening NH2022 zal tegelijk in werking treden met de Omgevingswet.

Voor dit bestemmingsplan blijft dan ook de huidige verordening het toetsingskader. In de geconsoliderde versie van de Omgevingsverordening NH2020 d.d. 1 januari 2023 zijn al onderdelen van de nieuwe Omgevingsverordening verwerkt en van kracht geworden. Planspecifiek De omgevingsverordening bevat de volgende artikelen die mogelijk relevant zijn voor het plangebied: Artikel 6.3 Nieuwe stedelijke ontwikkeling Artikel 6.24 Wonen binnen de LIB 5 zone Schiphol Artikel 6.62 Klimaatadaptatie De woningbouwopgave in Nederland en dus ook in de provincie Noord-Holland is enorm. De Johan Greivestraat is een geschikte locatie voor extra woningen omdat deze ligt in bestaand stedelijk gebied en goed bereikbaar is. Zie ook paragraaf 4.11. Het plangebied ligt binnen de LIB 5 zone Schiphol. Voor zover een ruimtelijk plan nieuwe woningen toestaat op gronden die liggen ter plaatse van het werkingsgebied LIB 5 zone moet in de toelichting op dat plan rekenschap gegeven worden van het feit dat op de betreffende locatie sprake is van geluid vanwege het luchtverkeer en worden de redenen vermeld die er toe hebben geleid om op de betreffende locatie nieuwe woningen te bestemmen. Zie hiervoor paragraaf 4.14.

Afbeelding: uitsnede LIB 5 zone Schiphol ter plaatse van plangebied (rood omlijnd) Onderhavig bestemmingsplan voldoet hiermee aan de voorwaarden uit de Omgevingsverordening om rekenschap te geven van het feit dat sprake is van geluid vanwege luchtverkeer en te motiveren waarom op deze locatie nieuwe woningen mogelijk gemaakt worden.

16

Johan Greivestraat

De toelichting van een ruimtelijk plan dat een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maakt bevat een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de risico’s van klimaatverandering. In de beschrijving wordt in ieder geval betrokken het risico op: wateroverlast; overstroming; hitte en; droogte. De beschrijving omschrijft tevens de maatregelen en voorzieningen die worden getroffen om de omschreven risico’s te voorkomen of te beperken en de afweging die daarbij is gemaakt. De beschrijving wordt opgesteld na overleg met in ieder geval het waterschap in wiens beheergebied de ontwikkeling plaatsvindt. Zie hiervoor paragraaf 4.7. Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Omgevingsverordening NH2020. 3.2.3

Woonagenda PNH 2020-2025

De provincie Noord-Holland wil zorgen voor voldoende betaalbare, duurzame en toekomstbestendige woningen voor alle doelgroepen. Daarom is op 31 maart 2020 de woonagenda 2020-2025 vastgesteld. De Woonagenda is de uitvoeringsagenda van het woonbeleid van de provincie Noord-Holland tot 2025. De Woonagenda volgt uit en past binnen de randvoorwaarden van het provinciaal ruimtelijk beleid, zoals beschreven in de provinciale Omgevingsvisie NH2050 en het coalitieakkoord ‘Duurzaam doorpakken’. Speerpunten zijn: 1. Een woning voor iedereen: a. Adaptief en vraaggestuurd programmeren. b. Productie op peil: aanjagen woningbouwproductie. c. Kwalitatief, betaalbaar en divers woningaanbod. 2. Gezond, duurzaam en toekomstbestendig wonen in een aantrekkelijke provincie. Hierbij worden een aantal richtinggevende principes gehanteerd. 1. De vraag is leidend. De regionale programmeringen worden bepaald op basis van gegronde onderbouwing van vraag, aanbod en het kwalitatieve en kwantitatieve verschil daartussen voor nu en in de toekomst. 2. Er zijn snel meer woningen nodig. De provincie zet in op het versnellen van de woningbouwproductie en helpt gemeenten hierbij door voortzetting van het Uitvoeringsprogramma Binnenstedelijk Bouwen en Versnellen Woningbouw. 3. De woningbouwprogrammering is regionaal en adaptief.

De programmering houdt rekening met fasering en haalbaarheid, zodat de in het woonakkoord af te spreken regionale productiedoelstellingen kunnen worden gehaald. 4. De provincie geeft gemeenten ruimte om bij binnenstedelijke plannen nabij een OV-knooppunt en/of in een groeiregio hogere aantallen woningen te realiseren dan de prognose, om het woningtekort versneld in te lopen. 5. De woningmarkt heeft structureel meer flexibiliteit en betaalbare opties voor alle verschillende doelgroepen van woningzoekenden nodig. 6. Betaalbaar en divers woningaanbod voor alle doelgroepen vraagt regionale afstemming en samenwerking. 7. Vanuit het oogpunt van leefbaarheid en gezondheid bewaakt de provincie de goede balans tussen economie, wonen, mobiliteit, natuur en landschap. 8. Woningbouw heeft een grote impact op het landschap, de natuur en de biodiversiteit, zowel binnen als buiten het bestaand stedelijk gebied. In de woonakkoorden worden afspraken gemaakt om woningbouw zoveel mogelijk klimaatneutraal, klimaatadaptief, actieve mobiliteit (gericht op fietsen en lopen) stimulerend, circulair en natuur- en landschapsinclusief te ontwikkelen en dit vroegtijdig bij de locatiekeuze en planontwikkeling mee te nemen. Planspecifiek Onderhavig bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van woningbouw aan de Johan Greivestraat en voorziet daarmee in een behoefte.

Zie ook paragraaf 4.11 Het bestemmingsplan is in overeenstemming met de Woonagenda.

17

Johan Greivestraat

3.2.4

Monitor woningbouw 2021

Uit de 'Monitor woningbouw 2021', vastgesteld door Gedeputeerde Staten op 18 oktober 2021, blijkt dat er in 2020 in Noord-Holland 10.600 nieuwbouwwoningen zijn gebouwd. Dat zijn ongeveer 3.200 nieuwbouwwoningen minder dan het jaar ervoor. De daling in de totale nieuwbouwcijfers wordt met name veroorzaakt door een afname van de woningproductie in de gemeente Amsterdam. Een kanttekening hierbij is dat de gemeente Amsterdam is overgegaan naar een nieuw registratiesysteem waardoor een aantal nieuwbouwwoningen in Amsterdam niet geheel is meegenomen in de cijfers van 2020. In het noorden van de provincie werden in 2020 juist meer woningen gebouwd dan in 2019. Voor het vierde jaar op rij is de nieuwbouwproductie gelijk dan wel groter dan de huishoudensgroei. Als gevolg van de coronacrisis is de bevolkingsgroei in 2020 gedaald. Deze lagere bevolkingsgroei vertaalt zich in een lagere huishoudenstoename. Doordat het aantal gebouwde woningen groter was dan de huishoudensgroei is het woningtekort gedaald. Begin 2021 was het woningtekort 4,8% ten opzichte van 5,9% in 2020. Om het tekort terug te brengen tot acceptabele proporties - het Rijk streeft naar een tekort van maximaal 2% - is het wel belangrijk door te blijven bouwen en de productie te verhogen en de druk op de woningmarkt terug te dringen. Ook valt te verwachten dat als de coronacrisis voorbij is, de bevolkingsgroei weer aantrekt.

Afbeelding: nieuwbouw en huishoudensgroen in Noord-Holland 2014-2020 (Bron: CBS)

18

Johan Greivestraat

Tabel: woningtekort % Noord-Holland 2017 - 2021 In alle regio’s is op papier voldoende capaciteit aanwezig voor de woningbehoefte tot 2030. Ook wanneer het inlopen van het woningtekort wordt opgeteld bij de (indicatieve groei van de) woningbehoefte is dit het geval. De totale plancapaciteit in 2021 is toegenomen ten opzichte van 2020. De totale netto plancapaciteit bedraagt 437.300 woningen. Dat zijn 10.700 woningen meer dan in 2020. Deze toename zit zowel in de harde plannen als (grotendeels) in de zachte plannen. Zorgen voor (ruim) voldoende harde plancapaciteit is een randvoorwaarde om op korte termijn van plan tot voldoende productie te komen en te kunnen voldoen aan de woningbouwopgaven. Harde plancapaciteit omvat woningbouwplannen die zijn vastgesteld in een bestemmingsplan en waar bouwen planologisch gezien mogelijk is. In vergelijking met vorig jaar is de harde capaciteit in Noord-Holland met 6.200 woningen toegenomen. Planspecifiek Onderhavig bestemmingsplan levert een bijdrage aan de inhaalvraag van woningen door het mogelijk maken van de herontwikkeling van de Johan Greivestraat.

3.3

Regionaal beleid

3.3.1

Metropoolregio Amsterdam

De MRA is een samenwerkingsverband van 31 gemeenten, twee provincies (Noord-Holland en Flevoland) en de Vervoerregio Amsterdam. Met de MRA Agenda als basis wordt samengewerkt op het gebied van Ruimte, Economie en Mobiliteit, en ook op het gebied van Wonen. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Staten en Raden van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de

19

Johan Greivestraat regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Metropoolregio Amsterdam. Internationale topregio met hoge leefkwaliteit (MRA agenda 2020-2024)De MRA Agenda is opgesteld in opdracht van de Agendacommissie van de MRA. De samenwerking richt zich op het versterken van de internationale positie van de MRA als economische topregio met hoge leefkwaliteit. Hierbij zijn twee leidende principes: toekomstbestendige metropool, die gericht is om binnen 30 jaar klimaatneutraal, volledig circulair en klimaatbestendig te zijn; evenwichtige metropool zonder grote sociaaleconomische verschillen tussen gebieden, waar sprake is van kansengelijkheid en hoge leefkwaliteit. Deze overkoepelende ambities komen tot uiting in vier bestuurlijke opdrachten: 1. 2. 3. 4.

samenwerking verder versterken; werk maken van een veerkrachtige, inclusieve en schone economie; bouwen voor de woningbehoefte en met groei de leefkwaliteit versterken; vaart maken met het metropolitaan mobiliteitssysteem.

Met name de derde opdracht is relevant voor het plangebied Johan Greivestraat. De regionale bouwopgave is groot. Volgens de laatste prognoses groeit de woningbehoefte tot 2040 met minimaal 250.000 woningen. Met het Rijk heeft de regio afgesproken tot 2025 gemiddeld 15.000 woningen per jaar te bouwen. Een forse opgave die grotendeels via complexe binnenstedelijke gebiedsontwikkelingen moet worden ingevuld. Bovendien moet de bouw van nieuwe woningen ook bijdragen aan een toekomstbestendige en betaalbare woningvoorraad. Wonen in de Metropoolregio 2021. Woningvoorraad en bewoning. Het onderzoek ‘Wonen in de Metropoolregio Amsterdam’ (WiMRA) 2021 geeft de ontwikkelingen op de woningmarkt weer in de Metropoolregio Amsterdam (MRA) en gaat in op de positie van de verschillende regio’s daarbinnen. Het WiMRA is een belangrijke bron voor regionaal inzicht in de werking van en samenhang op de woningmarkt en voor het gesprek over de woningbouwopgave en de betaalbaarheid van het wonen. Het WiMRA wordt uitgevoerd in opdracht van de Metropoolregio Amsterdam en de corporaties vertegenwoordigd in de MRA.

Uit de WiMRA blijkt dat in Amsterdam: met name in de sociale huur vraag en aanbod sterk uiteenlopen doordat zowel starters als doorstromers in dit segment zoekend zijn er een tekort is aan koopwoningen in alle prijsklassen Planspecifiek Met dit bestemmingsplan worden door stedelijke vernieuwing maximaal 265 woningen mogelijk gemaakt. Ruim de helft van de woningen worden sociale huurwoningen. Aanvullend wordt ongeveer 20% van de woningen uitgevoerd als middelduur en 30% vrije sector. Daarmee bevat het programma een groot aantal betaalbare woningen en voorziet daarmee in een behoefte. Het plan is daarmee in overeenstemming met het regionaal beleid. 3.3.2

Waterbeheerplan 2016 - 2021

Het Waterschap AGV verricht zijn taken in de stroomgebieden van de Amstel, de Vecht en in het Gooi. De beleidsvoorbereidende, uitvoerende en administratieve taken heeft AGV opgedragen aan de stichting Waternet. Medeopdrachtgever van Waternet is de gemeente Amsterdam, waarvoor Waternet de drinkwaterproductie en -distributie, het rioleringsbeheer, de (drijf) vuilverwijdering, het vaarwegbeheer en de grondwaterzorgtaak uitvoert. Het waterbeheerplan 2016 - 2021 gaat over de waterschapstaken van AGV, waarbij AGV wel steeds het oog houdt op de samenhang van deze taken met het geheel van waterketen- en watersysteemtaken, ofwel de watercyclus. De komende periode zet de AGV in op onder meer de volgende zaken. Waterveiligheid Insteek van het waterschap is een waterrobuuste inrichting van de omgeving. In 2024 zullen naast de grondlichamen ook de niet-waterkerende objecten (zoals huizen, kabels, leidingen) en de waterkerende kunstwerken (zoals sluizen) zijn getoetst. In 2030 zullen de regionale waterkeringen volledig op orde zijn.

20

Johan Greivestraat

Voldoende water Doel voor 2021 is dat er sprake is van een robuust watersysteem die de functies van gebieden faciliteren, en wateroverlast en watertekort voorkomen. In tijden van (extreme) neerslag en droogte zorgt het waterschap ervoor dat het watersysteem dit goed op kan vangen en dat het water aan- en afgevoerd wordt. Er is voldoende water beschikbaar voor vitale functies, nu en in de toekomst. Schoon water Het waterschap wil ervoor zorgen dat al het water in het beheergebied geschikt is voor de vastgestelde gebruiksfunctie: voor veeteelt en akkerbouw, als grondstof voor drinkwater, voor recreatie en visserij, als proceswater en voor de natuur. Doel is dat inwoners en bezoekers het water in het gebied ervaren als een verrijking van de omgeving. Van geen van de wateren mag de kwaliteit achteruitgaan. Planspecifiek Het aspect Water komt aan de orde in paragraaf 4.9

3.4

Gemeentelijk beleid

3.4.1

Omgevingsvisie Amsterdam 2050: Ruimte voor overmorgen

Op 8 juli 2021 is de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld in de gemeenteraad. Deze vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040. Hierop zijn twee uitzonderingen: de Hoofdgroenstructuur en het hoogbouwbeleid, die integraal opgenomen waren in de structuurvisie. Deze blijven van kracht tot vervangend beleid is vastgesteld. De visie is gebaseerd op 5 strategische keuzes. Meerkernige ontwikkeling: Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is. Een van de hoofddoelen van de visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. Deze ingreep in de structuur van de stad is mogelijk door bedrijventerreinen te ontwikkelen tot bruisende stadsbuurten. Groeien binnen grenzen: Amsterdam streeft naar minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei mag alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen. Op die manier wordt de kwaliteit van bestaande buurten versterkt, kunnen overal woningen en bedrijfsgebouwen worden verduurzaamd en blijven de kwetsbare landschappen open. Dit kan door bedrijventerreinen om te bouwen tot gebieden waar zowel gewoond als gewerkt wordt. Daarnaast is er ruimte voor groei in de naoorlogse wijken van Nieuw-West, Zuidoost en Noord, waar op een slimme manier verdicht kan worden.

Een goede woonkwaliteit, met leefbare straten en pleinen en veel plek voor ontmoeting, staat hierbij voorop. Hoogbouw (gebouwen hoger dan 70 meter) concentreert zich rond grotere stations als Bijlmer ArenA, Amstel, Zuid en Sloterdijk en langs het IJ. De stad wordt ingericht op hergebruik van materialen en grondstoffen en op een andere, meer zelfvoorzienende energieopwekking zoals stadsverwarming en zonne- en windenergie. Duurzaam en gezond bewegen: om ruimte te houden voor groen, spelen en verblijven en voor de fietser en voetganger, moet de auto een stap terug doen. Door verdichting wordt draagvlak gecreëerd voor openbaar vervoer in de hele stad en komen voorzieningen op loop- en fietsafstand. Buurten worden verbonden door een netwerk van veilige fietsroutes en openbaar vervoer. Rigoureus vergroening: Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. Een ander belangrijk doel is tegengaan van hittestress en vergroten van het waterbergend vermogen van de stad. In de naoorlogse stad ligt de nadruk op het vergroten van de natuurwaarden en de gebruiksmogelijkheden van het aanwezige groen in combinatie met verdichting. Gebouwen worden groener door natuurinclusief te bouwen, waarbij beplanting integraal onderdeel wordt van gebouwen.

Groene daken, gevels en tuinen geven ook intensief bebouwde buurten een groen aanzicht, met meer leefruimte voor dieren. Samen stadmaken: De omgevingsvisie combineert ruimtelijke inrichting met doelen op groen, wonen, werken, duurzaamheid, leefomgeving. Het stadsbestuur gaat sturen op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden opgesteld dat naast de klassieke partijen als

21

Johan Greivestraat ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. Planspecifiek Het plangebied Johan Greivestraat is op de Visiekaart 2050 aangeduid als gemengde stadsbuurt. In het kader van stedelijke vernieuwing staat de gemengde stadsbuurt voor ontwikkeling van woonbuurten met een stedelijke dichtheid en een flink aandeel niet-wonen (vooral in plinten en af en toe in een groter gebouw). Groen krijgt een plek in de straten, buurtparkjes en langs watergangen. De Jan Tooropstraat is in de Omgevingsvisie aangewezen als stadsstraat. In stadsstraten concentreren zich publieksvoorzieningen en is naast verkeer veel ruimte voor ontmoeting en groen. Er zal hierop actief worden gestuurd met voldoende ruimte voor publieke functies in gebouwplinten, de inrichting van de openbare ruimte en het beschermen van ruimte voor winkels, horeca en maatschappelijke functies. Maatschappelijke voorzieningen, ruimte voor nutsvoorzieningen, groen en sport zijn naast ruimte voor wonen en werken onderdeel van de opgave voor de ontwikkeling. In gemengde stadsbuurten staan lokaal ondernemerschap en stadsverzorgende bedrijvigheid centraal. dit bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van de Johan Greivestraat mogelijk, waarbij 3 woonblokken kunnen worden gerealiseerd in het groen. Aan de Jan Tooropstraat zijn gemengde functies toegestaan.

Het past daarmee in de kaders van de Omgevingsvisie 2050.

Afbeelding: uitsnede visiekaart 2050, plangebied rood omkaderd. 3.4.2 stad

Detailhandelsbeleid Amsterdam 2018-2022: sterke winkelgebieden in een groeiende

In december 2017 heeft de gemeenteraad nieuw winkelbeleid vastgesteld. Amsterdam heeft hierin twee doelen: (1) boodschappen dichtbij en (2) meerdere aantrekkelijke winkelgebieden verspreid over de stad. De rol van horeca in winkelgebieden wordt steeds belangrijker vanwege de beleving en groeiende markt. Een positieve horecaontwikkeling versterkt het verblijfsklimaat in het gebied en kan een verlenging van de verblijfsduur van consumenten bevorderen. Voor aanloopstraten van wijkcentra, winkelgebieden met langdurige winkelleegstand of minder kansrijke winkelgebieden (meestal de kleinere centra of winkelstrips) geldt dat daar ruimte is voor functietransformatie. Dat biedt mogelijkheden voor het omzetten van winkels naar andere publieksgerichte commerciële functies zoals horeca, dienstverlening of maatschappelijk functies. Planspecifiek Het plangebied ligt in de stadszone.

22

Johan Greivestraat

Afbeelding: 3 zones van het detailhandelsbeleid In de stadszones zijn de problemen met leegstand en verloedering het grootst. Tegelijkertijd staat het dynamische gebied aan de vooravond van grootse ontwikkelingen met nieuwe woongebieden en verbeterde verbindingen. Het is zaak om oog te hebben voor zowel de problemen als kansen. Voor het aanbod van dagelijkse boodschappen wordt gekozen voor de structuur van kansrijke wijkcentra, de wat grotere winkelgebieden, te versterken. Of er ruimte is voor winkels in gemengde ‘stadsstraten’, hangt af van de ligging ten opzichte van al bestaande winkelgebieden. Er zijn mogelijkheden voor nieuwe winkels in een potentiële stadsstraat bij voldoende verdichting, dus extra woningbouw. Voor detailhandel, niet zijnde een supermarkt, is ruimte in de potentiële stadstraat als deze detailhandel onderdeel is van een brede, gemengde bestemming. Deze verruiming is nodig om het hoogstedelijk milieu verantwoord door te geleiden in de stadszone. De plannen voorzien in sloop - nieuwbouw van woningen en verdichting van het gebied. De Jan Tooropstraat is ter hoogte van het plangebied een potentiële stadstraat.

23

Johan Greivestraat

Afbeelding:uitsnede onderzoeksrapport stadsstraten Amsterdam (22 augustus 2017) Toevoeging van detailhandel in de potentiële stadstraat is conform het detailhandelsbeleid, nu naast detailhandel ook andere vormen van gebruik, zoals maatschappelijke voorzieningen, lichte vormen van horeca (zoals een ijssalon of een broodjeszaak) en dienstverlening worden toegestaan.

24

Johan Greivestraat

3.4.3

Koers 2025

Koers 2025 operationaliseert de gemeentelijke structuurvisie en de ambitie voor de bouw van 50.000 woningen in een ontwikkelstrategie voor de stad tot 2025. De strategie maakt het mogelijk om in de komende jaren van grof naar fijn beredeneerde keuzes te maken in de ontwikkeling van de stad. Dat is hard nodig, want de stad groeit. Het aantal inwoners en de bedrijvigheid neemt toe en ook het aantal bezoekers en toeristen groeit snel. Naast het accommoderen van groei wil Koers 2025 kwaliteit aan de stad toevoegen. De toenemende bedrijvigheid verandert snel van karakter. De kennisintensieve en creatieve economie vestigt zich bij voorkeur in het hart van de stad, tussen de bewoners en de uitgaansgelegenheden. De klassieke scheiding tussen wonen en bedrijvigheid is steeds minder makkelijk te maken. Steden staan voor een enorme duurzaamheidsopgave. Ook hier geldt dat gemengde stedelijke milieus, functioneel en qua bevolkingssamenstelling, het best in staat zijn aan deze ontwikkelingen ruimte te bieden. Planspecifiek In Koers 2025 worden verschillende gebieden (bouwstenen) aangewezen waarbinnen de woningbouwopgave van 50.000 woningen moet plaatsvinden. Het gebied waarbinnen de Johan Greivestraat is gelegen is Ring West (bouwsteen 2). De woningbouw in de Johan Greivestraat betreft een deel van de bestaande planvoorraad van 5.200 nieuwe woningen in dit gebied in 2025.

Met het vaststellen van dit bestemmingsplan is verzekerd dat ongeveer 100 nieuwe woningen van de 5200 nieuwe woningen in dit gebied gerealiseerd kunnen worden. Realisatie van de woningbouw op deze plek is daarmee in lijn met Koers 2025. 3.4.4

Woonagenda 2025

Op 19 juli 2017 is de Woonagenda 2025 vastgesteld door de gemeenteraad. De Woonagenda 2025 is een kaderstellend en richtinggevend document voor het woonbeleid tot 2025. Oorspronkelijke waren et heeft als doel het realiseren van voldoende, betaalbare en goede woningen. Het belangrijkste uitgangspunt van de Woonagenda 2025 is de focus op een woningbouwprogrammering van 40% gereguleerde huur, 40% middeldure huur en koop en 20% dure huur en koop. Planspecifiek De herontwikkeling John Greivestraat bevat maximaal 265 woningen waarvan ruim 50% sociaal, 20% middenhuur en 30% vrije sector. Deze verdeling wijkt af van de kaders zoals opgenomen in de woonagenda 2025. Het is akkoord bevonden door de gemeente en het resultaat van een langlopend proces. Het nieuwbouwplan bevat meer sociale huurwoningen dan er nu staan, met grote woningen voor de terugkerende gezinnen en kleinere woningen voor jongeren. Het marktcomplex biedt (zeer) ruime woningen voor de vrij sector en drie kamer woningen voor de middenhuur. Het biedt daarmee een gedifferentieerd aanbod voor de woningzoekenden en zorgt voor gemende vernieuwing van de buurt. 3.4.5

Nota parkeernormen auto

Op 8 juni 2017 is de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld door de gemeenteraad. In de Nota Parkeernormen Auto zijn parkeernormen voor auto's vastgesteld voor nieuwbouw en transformatieprojecten in de stad. De gemeente wil de stad bereikbaar en leefbaar houden met voldoende en aantrekkelijke openbare ruimte en meer ruimte voor de fietser en voetganger. Met de verwachte groei van de stad (woningen, kantoren etc.) is het noodzakelijk dat Amsterdam grenzen stelt aan het aantal geparkeerde auto's in de openbare ruimte. De nieuwe parkeernormering levert een bijdrage aan de regulering van het aantal geparkeerde auto's op straat. Bewoners van nieuwbouw krijgen geen parkeervergunning meer voor parkeren op straat, ongeacht de beschikbaarheid van parkeerplaatsen op eigen terrein. De nieuwe bewoners moeten dus het wel of niet beschikbaar zijn van een parkeerplaats op eigen terrein, meenemen in hun keuze voor een woning. Planspecifiek In de regels van het bestemmingsplan is een verplichting opgenomen om in voldoende parkeerplaatsen

25

Johan Greivestraat te voorzien conform het geldende parkeerbeleid. Daarmee is geborgd dat de ontwikkeling voorziet in voldoende parkeergelegenheid. Voor een verder beschouwing van de nieuwe parkeersituatie en hoe die binnen plangebied wordt opgelost, wordt verwezen naar paragraaf 4.6.2. 3.4.6

Nota parkeernormen fiets en scooter

De sterke groei van het fietsverkeer en het toenemende scootergebruik hebben geleid tot grote aantallen geparkeerde fietsen en scooters in de openbare ruimte. Met als gevolg een steeds groter ruimtebeslag op de openbare ruimte. Met de ‘Nota Parkeernormen Fiets en Scooter’ wordt bij nieuwe ontwikkelingen of herontwikkelingen voorkomen dat de parkeerbehoefte op de openbare ruimte wordt afgewenteld. In de nota zijn normen en richtlijnen uitgewerkt voor parkeervoorzieningen Voor niet-woonfuncties wordt het verplicht om voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen te realiseren op eigen terrein. Bij nieuw te bouwen woningen is die verplichting voor fietsenparkeren vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Voor niet-woonfuncties wordt de verplichting vastgelegd in een bestemmingsplan. Voor scooters zijn de normen niet verplicht. Planspecifiek In de regels van het bestemmingsplan is verplichting opgenomen om in voldoende stallingsruimte voor fietsen te voorzien conform het geldende parkeerbeleid. Daarmee is geborgd dat de ontwikkelingen binnen plangebied niet leiden tot strijdigheid met het beleid. Zie ook paragraaf 4.6.2. 3.4.7

Nota cultuurhistorie Amsterdam Nieuw-West

De Nota Cultuurhistorie Amsterdam Nieuw-West is vastgesteld in de deelraad op 26 juni 2013 en is later onderdeel geworden van de Erfgoedverordening van de gemeente Amsterdam. De beleidsregels geven beknopt weer op welke wijze de gemeente gebiedsgericht wil omgaan met haar erfgoed. Ze geven ook inzicht in de spelregels voor nieuwe ontwikkelingen binnen buurten met cultuurhistorische waarden. De spelregels uit de Nota Cultuurhistorie zijn nadrukkelijk niet bedoeld om ruimtelijke ontwikkelingen tegen te gaan, maar ze zijn een eenvoudig toepasbaar middel waarmee het belang van cultuurhistorie op eenduidige wijze kan worden meegenomen. In de Nota Cultuurhistorie is een Cultuurhistorische Waarderingskaart opgenomen, welke als basis fungeert voor het cultuurhistorische beleid in Nieuw-West. In paragraaf 4.10 wordt ingegaan op het aspect cultuurhistorie in relatie tot de herontwikkeling. 3.4.8

Groenvisie Amsterdam 2020 - 2050

Op 21 december 2020 is de Groenvisie Amsterdam 2020-2050 vastgesteld. Dit is de visie van Amsterdam op de rol van groen en natuur in de stad voor nu en in de toekomst. De ambitie is om het bestaande groen te verbeteren en toegankelijker te maken, nieuw groen toe te voegen en de groene ruimte in en om de stad beter met elkaar te verbinden. Om te zorgen voor genoeg gevarieerd groen voor iedereen worden bij ieder project of initiatief de mogelijkheden afgewogen om tegels en asfalt te vervangen door groene ruimte volgens het principe: 'Groen tenzij'. Daarnaast wordt de stedelijke groennorm gehanteerd, ook voor bestaande buurten, en wordt de stad natuurinclusief aangelegd en beheerd. Planspecifiek Bij de ontwikkeling van de Johan Greivestraat wordt veel aandacht besteed aan een groene inrichting van het gebied en het versterken van de verbinding met het Spoorpark, waardoor het park een meer zichtbare en belangrijke plek krijgt in de buurt. Ook is er een boomeffectanalyse uitgevoerd, waarbij gekeken is naar de (on)mogelijkheden voor behoud of verbetering van de huidige conditie en levensduur van de aanwezige bomen (zie bijlage 1). In totaal zullen er 16 bomen moeten worden gekapt, maar bij de herinrichting is het voorstel om ook minimaal 30 bomen aan te planten. Dit is echter niet iets wat geregeld wordt in een bestemmingsplan.

26

Johan Greivestraat

3.4.9

Duurzaamheidsagenda

De op 11 maart 2015 door de gemeenteraad vastgestelde agenda duurzaamheid beschrijft doelstellingen die bij moeten dragen aan de versnelling van de verduurzaming van de stad. Zo wordt gestreefd naar een vermindering van de CO2-uitstoot in Amsterdam met 55% in 2030, en 95% in 2050. Vóór 2040 is de stad aardgasvrij en over 10 jaar is er alleen nog uitstootvrij vervoer over de weg en over het water. In 2050 is Amsterdam een circulaire stad, alles wat geproduceerd en geconsumeerd wordt is herbruikbaar. Amsterdam wil een stad zijn die goed omgaat met de effecten van klimaatverandering, zoals wateroverlast, toenemende periodes van droogte en hitte, en verandering van biodiversiteit. Doelstellingen gemeente Amsterdam 2030 Streven naar volledig uitstootvrije stad Duurzame eigen organisatie 80% van de elektriciteit die huishoudens gebruiken wordt opgewekt uit zonne- en windenergie Er wordt 50% minder nieuwe grondstoffen gebruikt Er wordt 55% minder CO2 uitgestoot in vergelijking met 1990 2040 Aardgasvrij 2050 Klimaatadaptief Alle geschikte daken zijn ingezet voor de opwek van zonne-energie Kimaatneutraal Circulair Via de website https://www.amsterdam.nl/bestuur-organisatie/volg-beleid/duurzaamheid/ is het duurzaamheidsbeleid te volgen. Klimaatneutraal Om de gemiddelde temperatuurstijging op aarde te beperken moet de CO2-uitstoot omlaag.

Amsterdam wil de CO2-uitstoot met 5% terugdringen in 2025, 55% terugdringen in 2030 en tot 95% in 2050 ten opzichte van het peiljaar 1990. Amsterdam gaat over op 100% duurzaam opgewekte energie. Amsterdam is aardgasvrij in 2040 en we streven ernaar dat het verkeer al uitstootvrij is in 2030. Ook is de gemeentelijke organisatie klimaatneutraal in 2030. De aanpak om dit allemaal te bereiken is beschreven in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Duurzame energie Amsterdam gaat voor 100% duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, en neemt afscheid van fossiele energie. Elektriciteit wordt nu nog vooral opgewekt met fossiele brandstoffen. Er moet daarom meer duurzame elektriciteit worden opgewekt uit zonne-energie en windenergie. Het elektriciteitsnetwerk moet worden aangepast om vraag en aanbod van (duurzame) elektriciteit op elkaar aan te sluiten. Amsterdam werkt nu aan: a. het maximaal opwekken van zonne-energie op daken. b. Het optimaal benutten van de potentie voor windenergie. c. Een elektriciteitsinfrastructuur voor de toekomst. Van het aardgas af Op 30 september 2020 heeft de gemeenteraad de Transitievisie Warmte vastgesteld. Energieleveranciers mogen woningen niet meer aansluiten op aardgas sinds 1 juli 2018. Amsterdam sluit nieuwbouwgebieden al veel langer niet meer op aardgas aan.

In 2020 maken 102.000 Amsterdamse woningen gebruik van stadswarmte, is de verwachting. Dit gebeurt via warmtenetten die warm water vervoeren naar woningen, kantoren en andere gebouwen. Het water gaat via een stelsel van pijpen en leidingen naar de gebruikers.

27

Johan Greivestraat

Circulaire economie In de Strategie Amsterda m Circulair 2020-2025 is de aanpak beschreven om te komen tot een Circulaire economie. De strategie moet zorgen voor een aanzienlijke vermindering van het gebruik van nieuwe grondstoffen en materialen en zo bijdragen aan een duurzame stad. De komende jaren gaat de gemeente diverse materiaalstromen in kaart brengen, van binnenkomst tot verwerking, om zo kostbare grondstoffen te behouden. Het doel is om in 2030 een halvering van het gebruik van nieuwe grondstoffen te bereiken, en in 2050 een volledig circulaire stad. Schone lucht In het Actieplan Schone Lucht zijn maatregelen opgenomen om op korte termijn te voldoen aan de Europese grensnorm voor luchtkwaliteit. Maar de ambitie van het stadsbestuur is groter. In 2030 moet de stad voldoen aan de 2 keer zo strenge advieswaarden van de World Health Organization (WHO). Dit leidt tot een stillere, beter leefbare stad en een mogelijke CO2-vermindering van 9%. De kern van de aanpak om dit te bereiken laat zich samenvatten in 4 punten: 1. bij de bron beginnen: uitstoot van vieze stoffen voorkomen is beter en uiteindelijk goedkoper dan bestrijden 2. aanpakken wat haalbaar is: tegengaan van de uitstoot van verkeer, houtstook en mobiele werktuigen als aggregaten en bouwwerktuigen 3.

meest vieze punten eerst: het centrum heeft de meeste knelpunten in luchtkwaliteit en is het drukste deel van de stad 4. van zakelijk naar privaat: zakelijk verkeer maakt de meeste kilometers en heeft meer mogelijkheden om sneller te verschonen dan bewoners. Planspecifiek Bij de planvorming wordt rekening gehouden met de wettelijke voorschriften op gebied van duurzaamheid. Daarnaast omvat het stedenbouwkundig plan de uitbreiding van het naburig park, waarmee groen dat verloren gaat door de nieuwbouw, wordt gecompenseerd. 3.4.10 Hemelwaterverordening Op 26 april 2021 is de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld. Deze verordening regelt een verplichting voor nieuwe gebouwen en voor bestaande gebouwen die ingrijpend worden gerenoveerd, waaraan één of meer bouwlagen worden toegevoegd, of waarvan het bebouwde oppervlak wordt uitgebreid, om per m² minimaal 60 liter hemelwater te bergen en dit hemelwater over de opvolgende 60 uur af te voeren. Doel van deze verordening is om bij grote regenbuien, die steeds vaker voorkomen, waterschade in de stad zoveel mogelijk te voorkomen en daarmee een bijdrage te leveren aan een klimaatbestendige stad. Planspecifiek Bij de uitwerking van de plannen zal rekening gehouden worden met de voorwaarden uit de hemelwaterverordening.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13065154/1