3. Toelichting BP Kostverlorenstraat Weesp.pdf
Tekst van het document
Voor grote wateren of watersystemen, de zogenaamde KRW-waterlichamen, zijn hiertoe doelen opgesteld. De (bindende) maatregelen om de doelen te bereiken zijn vastgelegd in de stroomgebiedsplannen. Voor de overige wateren geldt minimaal het stand-stille principe. Waterbeheerders mogen hiervoor zelf aanvullende doelen opstellen. Waterwet Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden, welke het beheer van oppervlaktewater en grondwater regelt en de samenhang tussen het waterbeleid en ruimtelijke ordening. De Waterwet is een samenvoeging van een achttal wetten. Met deze wet zijn het Rijk, waterschappen, gemeenten en provincies beter in staat om wateroverlast, waterschaarste en waterverontreiniging tegen te gaan. In deze wet worden verschillende functies toegekend aan het gebruik van het water (zoals scheepvaart, drinkwatervoorziening, landbouw, industrie en recreatie). Afhankelijk van de functie van het gebruik van het water worden verschillende eisen gesteld aan de kwaliteit en de inrichting van het watersysteem. Bestuursakkoord Water Het bestuursakkoord Water volgt op het Nationaal Bestuursakkoord Water en bevat hernieuwde afspraken over bestuur, financiën en richtinggevende kaders voor onder andere water.
De maatregelen uit het Bestuursakkoord Water zijn gericht op: heldere verantwoordelijkheden, minder bestuurlijke drukte; beheersbaar programma voor de waterkeringen; doelmatig beheer van de waterketen, 32
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
werkzaamheden slim combineren; het waterschapsbestuur. De doelstellingen van het ‘oude’ Nationaal Bestuursakkoord blijven van kracht. Deltaplan Ruimtelijke adaptatie Mede gebaseerd op de adviezen uit het Manifest Klimaatbestendige Stad (2013) is in 2014 de intentieverklaring Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie verschenen. In deze beslissing staat het gezamenlijk doel centraal: in 2050 is het bebouwde gebied in Nederland, inclusief vitale en kwetsbare objecten, zo goed mogelijk “waterrobuust” en “klimaatbestendig” ingericht. Hierbij wordt gewerkt aan maatregelen om de kwetsbaarheid van de stad te verlagen voor drie opgaven: te nat (overstroming en wateroverlast), te droog (wateronderlast) en te warm (hittestress). In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie (DPRA) staan zeven ambities centraal. Door te werken aan deze zeven ambities wordt de totstandkoming van een waterrobuuste en klimaatbestendige inrichting versneld en geïntensiveerd. Het Nationaal Waterplan (2016-2021) Het Nationaal Waterplan is op 10 december 2015 vastgesteld op basis van de Waterwet. In dit plan staan de volgende ambities centraal: ● Nederland blijft de veiligste delta in de wereld ● Nederlandse wateren zijn schoon en gezond en er is genoeg zoetwater ● Nederland is klimaatbestendig en waterrobuust ingericht ● Nederland is en blijft een gidsland voor watermanagement ● Nederlanders leven waterbewust
Tegelijk met dit plan is het beheer- en ontwikkelplan voor de rijkswateren (2016-2021) vastgesteld, waarin wordt beschreven hoe grote rivieren en kanalen, het IJsselmeergebied, de Zuidwestelijke Delta, de Noordzee en de Waddenzee beheerd moeten worden. Watervisie Provincie Noord-Holland In oktober 2015 heeft de provincie Noord-Holland de Watervisie vastgesteld. Het is een zelfbindend document waarin op basis van de thema’s Veilig en Schoon & Voldoende kaders worden gesteld voor de wateropgaven in Noord-Holland. De Watervisie zoekt de koppeling van wateropgaven met ruimte, economie en natuur en wordt via een uitvoeringsprogramma operationeel gemaakt. Keur 2019 – Waterschap Amstel, Gooi en Vecht Het projectgebied valt binnen het hoogheemraadschap Amstel, Gooi, Vecht. Binnen dit hoogheemraadschap is de Keur 2019 van kracht, dit is de opvolger van de Keur 2017. De Keur is één van de instrumenten van beheer die de waterbeheerder ter beschikking staat om de doelstellingen van waterbeheer te behalen. De drie hoofddoelstellingen die vanuit de Waterwet zijn aangegeven zijn: voorkomen van overstroming, wateroverlast en waterschaarste; beschermen en verbeteren van de waterkwaliteit en ecologische kwaliteit van watersystemen; vervullen van maatschappelijke functies door watersystemen. 33
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Watergebiedsplan Noordelijke Vechtstreek Waterschap Amstel, Gooi en Vecht heeft naast haar Waterbeheerplan voor verschillende gebieden aparte Watergebiedsplannen opgesteld met als doel gebiedsgerichte maatregelen te formuleren om het watersysteem te verbeteren. Daarvoor is zowel het grond- als oppervlaktewater kwalitatief en kwantitatief in beeld gebracht. Tevens is de ecologische toestand onderzocht met het oog op het behalen van de Kaderrichtlijn Water doelen. Het hoofddoel van het watergebiedsplan is het nemen van een peilbesluit voor de polders in het Noordelijke Vechtstreekgebied. Het watergebiedsplan focust op de volgende aandachtsgebieden: een peilbesluit voor de polders in het Noordelijke Vechtstreekgebied; de kans op wateroverlastsituaties en eventuele maatregelen; de waterkwaliteit in het hele gebied en maatregelen voor de korte en lange termijn om de KRW doelen te halen; actualiseren van de legger; gebiedsgerichte maatregelen van reguliere waterschapstaken. Waterbeheerplan 2016-2021 Op 8 oktober 2015 is het Waterbeheerplan 2016 - 2021 vastgesteld door het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Het Waterschap geeft zijn taken ten aanzien van waterbeheer vorm in de drie programma's waterveiligheid, waterketen en watersysteem. Watersysteem is opgesplitst in landelijk gebied, stedelijk gebied en de Kaderrichtlijn water.
Op deze manier kan er worden omgegaan met klimaatverandering, de groeiende aandacht voor een circulaire economie, het toenemend gebruik van complexe stoffen, de krimp en groei van de bevolking, de schaarser wordende technische kennis en de veranderende houding van de samenleving. De hoofdambities zijn het gebied beschermen tegen overstromingen, zorgen voor de juiste hoeveelheid water, zorgen voor goede oppervlaktewaterkwaliteit, schoon en vuil water zoveel mogelijk scheiden, de hoogst mogelijke waarde uit water halen en het beheren van de afvalwaterketen en watersysteem als één geheel. Het programma waterveiligheid heeft betrekking op de bescherming tegen overstroming door waterkeringen te laten voldoen aan de veiligheidsnormen die er gelden. Dit wordt gedaan aan de hand van het meerlaagse veiligheidsprogramma van het Rijk. De eerste laag is gericht op het voorkomen van overstromingen. De tweede laag richt zich op het beperken van de gevolgen van een overstroming en de derde laag richt zich op gevolgbeperking door adequate hulpverlening en zelfredzaamheid. Hierdoor kan er per locatie en situatie worden besloten welke maatregelen er dienen te worden genomen. Het programma watersysteem kan worden verdeeld in drie onderdelen, landelijk gebied, stedelijk gebied en Kaderrichtlijn water. Het programma van landelijk gebied richt zich op voldoende en schoon oppervlaktewater.
De inzet is gericht op de juiste hoeveelheid oppervlaktewater van de juiste chemische en ecologische kwaliteit, op de juiste plek en op het juiste moment. Op deze manier kunnen inwoners optimaal wonen, werken en recreëren. Dit wordt gedaan door de focus te leggen op de potentie van de haarvaten en de samenhang tussen stedelijk en landelijk gebied. Daarbij gaat naast de inrichting steeds meer aandacht uit naar beheer en onderhoud. Een goede harmonie met de ruimtelijke inrichting en grondgebruik is essentieel. In het stedelijk gebied ligt er ook nog een opgave voor klimaatadaptatie en piekbeheer. In beide gebieden dient er rekening te worden gehouden met de Europese 34
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Kaderrichtlijnen. Het derde programma is gericht op waterketen met water op landelijk, stedelijk en Europees niveau. Nieuwe ontwikkelingen, zoals een circulaire economie, bevolkingskrimp- en groei en klimaatverandering hebben invloed op de waterketen. Hierdoor is er extra aandacht voor communicatie en maatwerk noodzakelijk. Klimaatadaptatie Voor de openbare ruimte in het plangebied zal na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan de gemeente een ontwerp maken en realiseren. Voor het ontwerp wordt uitgegaan van landelijk en gemeentelijk beleid. In het Deltaplan Ruimtelijke Adaptatie is afgesproken dat heel Nederland in 2050 waterrobuust en klimaatbestendig is ingericht. Het Deltaplan gebruikt hiervoor 7 ambities waarvan ‘kwetsbaarheden in beeld brengen’ er één is. Om die kwetsbaarheden in beeld te krijgen moesten alle overheden uiterlijk in 2019 een stresstest uitvoeren voor de vier klimaatthema’s: wateroverlast, hitte, droogte en overstroming. In een stresstest worden de potentiële kwetsbaarheden voor de klimaatthema’s binnen een gebied geïdentificeerd. De test bestaat in de kern uit het verzamelen en creëren van informatie die beschrijft welke effecten klimaatverandering in de toekomst kan hebben. Er wordt onderzocht waar, wanneer, welke knelpunten hierdoor kunnen ontstaan, onder een scala aan mogelijke klimaatontwikkelingen.
De stresstest onderzoekt de kwetsbaarheid van allerlei objecten en functies in een gebied, maar specifieke aandacht wordt gevraagd voor de vitale en kwetsbare functies. Dit zijn functies die cruciaal zijn voor de rampenbeheersing, zoals de drinkwatervoorziening, en functies die bij uitval of een calamiteit ernstige schade veroorzaken voor mens, milieu of economie. In de voorbereiding van het project wordt deels al rekening gehouden met bijvoorbeeld het hittestress effect waarbij zoveel mogelijk volwassen en gezonde bomen worden behouden. Voor de Kostverlorenstraat wordt voor het ontwerp van de openbare ruimte uitgegaan van de resultaten van zogenaamde stresstesten. Stresstesten worden uitgevoerd om de kwetsbaarheden van wateroverlast, hitte, droogte en overstroming in beeld te brengen. De stresstesten voor deze locatie zijn reeds uitgevoerd op wateroverlast en hitte (www.agv.klimaatatlas.net of www.mra.klimaatatlas.net). In het kader van de instructieregels klimaatadaptatie uit afdeling 6.6 van de provinciale omgevingsverordening heeft overleg plaatsgevonden met de initiatiefnemer, gemeente en waterschap over de klimaatrisico's van het plan.
Daar is ervoor gekozen om de klimaatrisico's wateroverlast en hitte die blijken uit de klimaateffect atlas bij het ontwerp van de openbare ruimte zoveel als mogelijk te voorkomen door het aanleggen van voldoende waterberging en schaduwrijk groen. Er zijn geen gebouw- of perceel gebonden maatregelen voorzien. De gemeente Amsterdam kent daarnaast ambities en eisen omtrent klimaatadaptatie, zoals opgenomen in de Strategie Klimaatadaptatie (2019) en de Groenvisie (2020). Daarnaast kunnen de Basisveiligheidseisen voor Klimaatadaptieve Nieuwbouw (MRA, 2022) hier toegepast worden.
35
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Watertoets In het kader van dit bestemmingsplan is een vergelijking gemaakt tussen bestaand verhard oppervlak en nieuw verhard oppervlak.
Hieruit blijkt dat de verhardingstoename 70 m2 bedraagt en dus ruim onder de 1000 m2 blijft. De herinrichting van de Boternesserstraat maakt onderdeel uit van de afspraken die zijn vastgelegd in de anterieure overeenkomst. De groenafname in het plangebied zal in de Boternesserstraat gecompenseerd worden. Het uitgangspunt is dat de kwaliteit van de groenbeleving verbeterd zal worden. De initiatiefnemer zal er zorg voor dragen dat het afkomend regenwater niet verontreinigd is of verontreinigd kan raken zodat bodemverontreiniging bij de infiltratiepunten wordt voorkomen. Hiervoor is het belangrijk dat er geen onbehandeld koper, zink, lood, teerhoudende dakbedekking (PAK's) en andere uitlogende (bouw)materialen toegepast worden die in aanraking kunnen komen met regen- en/of grondwater. Tevens wordt het schone hemelwater afgekoppeld via een gescheiden rioolstelsel op het perceel. Conclusie Vanuit het thema water zijn er geen belemmeringen om tot uitvoering van de herontwikkeling over te gaan. 4.3 Bodem De bodem van een perceel dient geschikt te zijn voor de beoogde functie van het gebruik volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig dient te worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie.
Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door IDDS een verkennend bodem- en asbestonderzoek opgesteld. Dit rapport van 19 juli 2019 met als titel “Nabij Kostverlorenstraat te Weesp’ is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. De doelstelling van het verkennend onderzoek is het bepalen van de 36
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
milieuhygiënische kwaliteit van de bodem, inclusief asbest, ter plaatse van de onderzoekslocatie. Hieronder wordt ingegaan op de conclusie van het rapport. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat er lichte verontreinigingen in de grond en in het grondwater aanwezig zijn. Deze lichte verontreinigingen geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Voor wat betreft asbest is op de locatie visueel geen asbesthoudend materiaal waargenomen. Daarnaast is geen analytisch aantoonbaar gehalte aan asbest aangetoond. Hierdoor is het aannemelijk dat de interventiewaarde voor asbest in een nader onderzoekstraject niet wordt overschreden. Het is daarom niet noodzakelijk om aanvullend onderzoek uit te voeren. Conclusie Het thema bodem vormt geen beletsel voor vaststelling van het bestemmingsplan. 4.4 Natuur Wet natuurbescherming Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier‐ en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro).
Natura 2000‐gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro. Natura 2000‐gebieden De Minister van Economische Zaken (EZ) wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). Een bestemmingsplan dat afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000‐gebied, kan uitsluitend vastgesteld worden indien uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het plan, onderscheidenlijk het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Indien deze zekerheid niet is verkregen, kan het plan worden vastgesteld, indien wordt voldaan aan de volgende drie voorwaarden: •
alternatieve oplossingen zijn niet voor handen;
•
het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale ofeconomische aard en de nodige compenserende maatregelen worden getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000‐netwerk bewaard blijft.
•
37
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
De bescherming van deze gebieden heeft externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij'-principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn en • overige soorten.
De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn. Gedeputeerde Staten (hierna: GS) kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten (hierna: PS) vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen of te verstoren. GS kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen PS vrijstelling verlenen van dit verbod. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Ten slotte is een verbodsbepaling opgenomen voor overige soorten. Deze soorten zijn opgenomen in de bijlage onder de onderdelen A en B bij de Wnb. De provincie kan ontheffing verlenen van deze verboden. Verder kan bij provinciale verordening vrijstelling worden verleend van de verboden.
De noodzaak tot ontheffing of vrijstelling kan hierbij ook verband houden met handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden. Bij de voorbereiding van het bestemmingsplan moet worden onderzocht of de Wet natuurbescherming de uitvoering van het plan niet in de weg staat. Dit is het geval wanneer de uitvoering tot ingrepen noodzaakt waarvan moet worden aangenomen dat daarvoor geen vergunning of ontheffing ingevolge de wet zal kunnen worden verkregen.
38
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Beoordeling Gebiedsbescherming In de directe omgeving van de projectlocatie zijn geen beschermde natuurgebieden aanwezig. Op circa 2,5 kilometer ligt het Natura 2000‐gebied Markermeer en IJmeer. Iets verder in zuidoostelijke richting liggen de gebieden ‘Naardermeer’ en ‘Oostelijke Vechtplassen’. Naar aanleiding van de Porthos-uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 2 november 2022 is een nieuw stikstofonderzoek uitgevoerd waarin zowel de gebruiksfase als de aanlegfase zijn beoordeeld. Uit dit onderzoek komt naar voren dat de stikstofdepositie tijdens de aanleg- en gebruiksfase geen negatief effect heeft op de beschermde Natura 2000-gebieden. Het stikstofonderzoek is als bijlage 5 opgenomen. Soortenbescherming De bescherming van in het wild voorkomende planten- en diersoorten is vastgelegd in de Wet natuurbescherming. De Europese Habitatrichtlijn en de Vogelrichtlijn zijn voor Nederland geïmplementeerd in deze wet. Op grond van de Wet natuurbescherming gelden diverse verbodsbepalingen, zoals het doden van specifiek aangewezen vogel- en vleermuissoorten. Om de aanwezigheid van beschermde soorten in het plangebied in kaart te brengen is door IDDS een quickscan Wet Natuurbescherming gemaakt. Dit rapport d.d. 4 juli 2019 is als bijlage bij deze toelichting gevoegd.
De bureaustudie omvat een bronnen- en literatuuronderzoek, waarbij kaarten zijn geraadpleegd en de reeds bekende verspreidingsgegevens van voorkomende beschermde soorten in de regio zijn geraadpleegd. Aanvullend hierop is een veldbezoek geweest met als doel een inschatting te maken van de ecologische kwaliteiten van het plangebied. In de quickscan Wet Natuurbescherming wordt de conclusie getrokken dat als gevolg van de ontwikkeling geen negatieve effecten op beschermde soorten of op beschermde natuurgebieden te verwachten zijn. Het thema natuur is daardoor geen belemmering om tot vaststelling van het bestemmingsplan over te gaan. De quick scan is als bijlage bij deze toelichting gevoegd. Zorgplicht Voor alle planten- en diersoorten geldt de algemene zorgplicht die is opgenomen in de Wet natuurbescherming. Deze bepaalt dat een ieder die weet dat zijn of haar handelen nadelige gevolgen voor flora en/of fauna kan hebben, verplicht is om maatregelen te nemen (voor zover redelijkerwijs kan worden gevraagd) die deze negatieve gevolgen zoveel mogelijk voorkomen, beperken of ongedaan maken
Conclusie Vanuit het thema ecologie zijn er geen belemmeringen om tot uitvoering van de herontwikkeling over te gaan. 39
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
4.5 Cultuurhistorie Ter uitvoering van de eerste pijler modernisering van de Monumentenwet (MoMo) is onder andere het Besluit ruimtelijke ordening aangepast. Per 1 januari 2012 schrijft artikel 3.1.6, tweede lid, onder a, Bro voor dat gemeenten in de toelichting van het bestemmingsplan een beschrijving geven van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. De Rijksoverheid wil er met deze wetgeving voor zorgen dat er in de monumentenzorg niet alleen oog is voor het monument zelf, maar ook voor de omgeving ervan en het gebied op zichzelf: het zogenaamde gebiedsgerichte erfgoedbeleid. Het bestemmingsplangebied valt binnen de molenbiotoop van het rijksmonument Molen ’t Haantje aan de Korte Stammerdijk in Weesp. Er is advies van de Noord-Hollansche Molenfederatie gevraagd over een mogelijke belemmering door de ontwikkeling. Uit het advies blijkt dat de nieuwe ontwikkeling de molenbiotoop niet verder belemmerd. Voor een uitgebreide toelichting over de molenbiotoop wordt verwezen naar paragraaf 2.7. Uit het archeologisch beleid van de gemeente blijkt dat de archeologische verwachtingswaarde laag is. Bovendien is de grond overwegend reeds verstoord door de voormalige flat.
Conclusie Vanuit het thema cultuurhistorie en archeologie zijn er geen belemmeringen om tot uitvoering van de herontwikkeling over te gaan. 4.6 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder zijn normen gesteld met betrekking tot de maximale geluidsbelasting op de gevel van geluidgevoelige bestemmingen, zoals bij zorgwoningen. Op grond van de Wet geluidhinder moet aan deze normen worden voldaan indien een geluidgevoelige bestemming binnen een wettelijke geluidszone is gelegen. Het plangebied is gelegen binnen de wettelijke geluidszone van de gemeentelijke wegen Amstellandlaan/Plataanlaan en de Casparuslaan. Om die reden is door Nieman een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Dit rapport is als bijlage 2 bij de toelichting gevoegd. In het rapport wordt gemotiveerd dat voldaan wordt aan de voorkeurgrenswaarde voor wat betreft de Casparuslaan maar dat voor de Amstellandlaan/Plataanlaan en de lokale 30 km/u wegen een overschrijding van de voorkeurgrenswaarde plaatsvindt. Dit geldt ook voor de cumulatieve geluidsbelasting. Nergens wordt echter de maximale ontheffingswaarde overschreden. Omdat gemotiveerd wordt dat zowel bron- als overdrachtsmaatregelen op bezwaren stuiten is het nemen van een besluit hogere waarde noodzakelijk. Daarbij is tevens getoetst aan de ‘Beleidsnota geluid: Hogere waarden Wet geluidhinder’ van de gemeente.
Het collegebesluit tot het nemen van de hogere waarde is als bijlage bij dit bestemmingsplan gevoegd. Uit dit besluit blijkt waar exact welke hogere waarde verleend is ten behoeve van dit bestemmingsplan. In de planregels is verzekerd dat de woningen dienen te zijn voorzien van een stille zijde. Het zuidelijkste gelegen blok van appartementen wordt gebouwd op het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’. Om die reden is door Nieman een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar de geluiduitstralingen van de inrichtingen in het winkelcentrum. Het doel is om te beoordelen of de nieuwe woongebouwen mogelijk zijn in het kader van geluid dat afkomstig is van het winkelcentrum.
40
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
In het rapport is getoetst aan het criterium van een goede ruimtelijke ordening en aan de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit milieubeheer. In het onderzoek wordt geconstateerd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening omdat enerzijds sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor de woningen en anderzijds bedrijven niet in hun bedrijfsvoering gehinderd worden. Voor dit laatste aspect is wel, in verband met de laad- en los activiteiten van supermarkt Dekamarkt, een maatwerkvoorschrift vereist. Door de opname van dit maatwerkvoorschrift wordt Dekamarkt niet gehinderd in haar bedrijfsvoering door de realisatie van de woningbouw. Het doel van dit maatwerkvoorschrift is dan ook om hogere piekgeluiden dan toegestaan volgens het Activiteitenbesluit bij laad- en losactiviteiten tussen 06.00 – 07.00 uur mogelijk te maken voor de Dekamarkt. Supermarkt Dekamarkt heeft aangegeven akkoord te zijn met het opleggen van dit maatwerkvoorschrift. Het akoestisch onderzoek ‘Hart van Hogewey’ is als bijlage 3 bij de toelichting gevoegd. Conclusie Vanuit het thema geluid zijn er geen belemmeringen om tot uitvoering van de herontwikkeling over te gaan. 4.7 Lucht De Wet luchtkwaliteit is een onderdeel van de Wet milieubeheer en bevat de belangrijkste wet- en regelgeving voor de luchtkwaliteit. In bijlage II van de Wet milieubeheer zijn voor verschillende stoffen grenswaarden opgenomen.
Uit metingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit blijkt dat alleen de concentraties stikstofdioxide en fijn stof problemen op kan leveren met de wettelijke grenswaarden in Nederland. Bij de ontwikkeling van ruimtelijke plannen dient er rekening gehouden te worden met het feit dat de initiatieven uitgevoerd kunnen worden als: de grenswaarden van bijlage II van de Wet milieubeheer niet worden overschreden; -
de luchtkwaliteit verbetert of ten minste gelijk blijft per saldo;
-
het initiatief niet in betekenende mate invloed op de luchtkwaliteit heeft (concentratie stikstofdioxide of fijn stof); het initiatief opgenomen is in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.
-
Een initiatief draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan luchtverontreiniging, als de hoeveelheid stikstofdioxide en fijn stof met maximaal 3% verhogen. Voor een aantal projecten is getalsmatig een grens aan deze NIBM grens gegeven. Een voorbeeld hiervan is dat bij de bouw van 1500 woningen en 1 ontsluitingsweg het jaarlijks percentage stofdeeltjes omhoog kan gaan. Om de aanwezige luchtkwaliteit nader te beschouwen is gebruik gemaakt van de NSL monitoringstool voor fijnstof (PM 2,5 en PM10) en stikstofoxide. Uit de monitoringstool blijkt dat het hele plangebied in de laagste categorie scoort zodat gesteld kan worden dat de luchtkwaliteit ter plekke goed is. Dit geldt voor zowel de jaren 2016, 2020 en 2030. Conclusie Het voorliggende plan, waarin 96 woningen gebouwd worden, komt niet overeen met de bouw van 1500 woningen en 1 ontsluitingsweg, zodat aangenomen kan worden dat het plan een aanzienlijk lager 41
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
percentage stofdeeltjes zal genereren. Daarnaast blijkt uit de NSL monitoringstool dat er ter plekke geen probleem ten aanzien van de luchtkwaliteit is. 4.8 Externe veiligheid Bij het aspect externe veiligheid gaat het om het mogelijk maken van risicobronnen (zoals inrichtingen, vliegvelden en transport van gevaarlijke stoffen) en aan de andere kant bestemmingen die bescherming nodig hebben. Er wordt gekeken naar de risico’s van de activiteiten voor onder andere omwonenden. Het risico wordt getoetst aan de normen van plaatsgebonden risico en groepsrisico. Plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon op een bepaalde locatie overlijdt als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen (als hij onafgebroken en onbeschermd op die locatie zou verblijven). De omvang van het risico is hierbij afhankelijk van de afstand (hoe groter de afstand, hoe kleiner het risico). De norm die hierbij gesteld is, is één op één miljoen per jaar. Deze norm geldt als grenswaarde voor kwetsbare objecten (woningen, gebouwen met opvang voor minderjarigen. ouderen, zieken en gebouwen waar een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig zijn) en als richtlijn voor beperkt kwetsbare objecten (o.a. verspreid liggende woningen, kleinere winkel- en kantoor panden en sportaccommodaties).
Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen tegelijk overlijden als direct gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Hierbij is geen norm gesteld, maar een oriëntatiewaarde. Als het groepsrisico toeneemt kan de oriëntatiewaarde overschreden worden. Dit is alleen mogelijk als dit wordt gemotiveerd door de gemeente middels een verantwoordingsplicht. Er zijn niet alleen veiligheidsnormen voor inrichtingen zoals tankstations of opslagplaatsen voor gevaarlijke stoffen, maar ook voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. De externe veiligheid focust zich op de beheersing van de risico’s van: gebruik, opslag en productie van gevaarlijke stoffen BEVI, Besluit externe veiligheid inrichtingen transport van gevaarlijke stoffen (buisleidingen, over water, wegen en spoorwegen) RNVGS, Nota Risico Normering Vervoer Gevaarlijke Stoffen Bevb, Besluit externe veiligheid buisleidingen gebruik van luchthavens
42
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Afbeelding 19: Uitsnede risicokaart
Om de risico’s ten aanzien van veiligheid in kaart te brengen is gebruik gemaakt van de risicokaart. Hieruit blijkt dat er in de directe omgeving geen risicobronnen liggen die relevant zijn voor het project. Het spoor aan de noordoostzijde, waar onder meer een installatiecontour en een LPG inrichting gelegen zijn, ligt op ongeveer 450 meter van het plangebied. Gelet op deze afstand is er geen plaatsgebonden risico en zijn er ook geen gevolgen voor het groepsrisico aanwezig. Het bestemmingsplan maakt een kleiner aantal woningen mogelijk dan het vigerende bestemmingsplan (96 versus 126 woningen). Dat betekent dus dat de dichtheid van personen afneemt. Het groepsrisico zal dan ook niet stijgen maar eerder dalen. Het bestemmingsplan is nader voorgelegd aan de Veiligheidsregio in het kader van het wettelijk vooroverleg. De Veiligheidsregio heeft aangegeven geen opmerkingen te hebben op het voorontwerp bestemmingsplan. Conclusie Vanuit het thema externe veiligheid zijn er geen belemmeringen om tot uitvoering van de ontwikkeling over te gaan. 4.9 Straling Het Ministerie van Infrastructuur en Milieu adviseert sinds oktober 2005 om zoveel als redelijkerwijs mogelijk is te voorkomen dat er nieuwe gevoelige bestemmingen zoals woningen binnen de magneetveldzone van een hoogspanningsleiding terecht komen. Dit om negatieve gezondheidseffecten te voorkomen.
De magneetveldzone is gedefinieerd als de zone aan weerszijde van een bovengrondse hoogspanningslijn waar het jaargemiddelde magneetveld sterker kan zijn dan 43
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
0,4 microtesla. Het RIVM heeft op de netkaart per hoogspanningslijn "indicatieve zones" bepaald, gebaseerd op schattingen van de breedte van de magneetveldzone.
Afbeelding 20: Uitsnede netkaart
Uit de netkaart blijkt dat ten westen van Weesp een 150kV lijn (Breukelen-Diemen) aanwezig is. De indicatieve zone van deze hoogspanningslijn is 2x 60 meter en valt daarmee ruim buiten het plangebied. Hetzelfde geldt voor het tracé Krimpen-Diemen, eveneens aan de westzijde en het tracé Diemen-Graveland aan de noordzijde van het plangebied. Conclusie Het thema straling is geen belemmering om tot vaststelling van het bestemmingsplan over te gaan. 4.10 Verkeer en parkeren Verkeer Door de sloop van de Kostverlorenflat is al een verbetering van de bereikbaarheid van de parkeergelegenheid ten noorden van het winkelcentrum bereikt. Het grote parkeerterrein is nu niet meer alleen via de Boternesserstraat noordelijk van de voormalige flat en via de Kostverlorenstraat aan de oostzijde bereikbaar, maar ook via de (verlengde) route vanaf de Lageweijselaan direct ten noorden van de winkels. In de nieuwe situatie blijft deze route beschikbaar omdat er geen sprake meer is van een langgerekt gebouw, maar van 3 losse woongebouwen. Door de vervanging van 126 sociale huurappartementen door 96 appartementen waarvan 66 wederom in de sociale huur en 30 middelduur, zal de verkeersproductie niet relevant wijzigen. Er zijn daarom ook geen knelpunten in de verkeersafwikkeling te verwachten. Parkeren In het geldende bestemmingsplan zijn geen parkeernormen opgenomen. De gemeente heeft wel parkeerbeleid.
Dit ligt vast in de Nota parkeermaatregelen Weesp d.d. 26 juni 2019. De parkeernormen zijn opgenomen in de parkeernormennota uit 2019. Sinds 1 juli 2018 moeten parkeernormen worden opgenomen in het bestemmingsplan. De planregels moeten waarborgen dat er in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien voor elke binnen het bestemmingsplan te voorziene ontwikkeling. 44
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Toepassing salderingsregeling Uitgaande van de zogenaamde salderingsregeling mag bij vervangende woningbouw worden uitgegaan van al beschikbare parkeergelegenheid en is uitsluitend aanvulling daarvan vereist als de nieuwbouw een hogere parkeerbehoefte genereert. Aangezien de nu mogelijk gemaakte ontwikkeling vervangende woningbouw betreft en in de periode tussen sloop en het voorliggende voorstel voor nieuwbouw altijd sprake is geweest van het voornemen tot nieuwbouw op de locatie is de salderingsregeling toepasbaar. Dit leidt tot de navolgende berekening van de parkeerbehoefte: Op grond van de parkeernormennota van de gemeente uit 2019 was de totale parkeerbehoefte voor de 126 gesloopte woningen, uitgaande van de toepasselijke norm van 1,3 parkeerplaats per sociale huurwoning, afgerond 164 parkeerplaatsen.Voor de beoogde nieuwbouw zijn uitgaande van de norm voor sociale huur van 1,3 parkeerplaats per woning en voor middeldure huur of koop 1,7 parkeerplaats per woning 86+51=137 parkeerplaatsen vereist. Aangezien bij de sloop 20 garageboxen ook zijn gesloopt, zijn normatief bezien 7 parkeerplaatsen minder nodig voor de vervangende nieuwbouw (164 -20 -137 = 7). Daarbij moet nog worden opgemerkt dat garageboxen niet openbaar beschikbaar zijn en ook vaak niet worden gebruikt als parkeerplaats.
Uitgaande hiervan is er geen sprake van een toename van de parkeerbehoefte (maar een afname) dus ook geen vereiste om extra parkeergelegenheid te realiseren. Berekening aanwezige parkeercapaciteit (voor de sloop): Functie Wonen Huur, appartement Midden/goedkoop (bewoner) Huur, appartement Midden/goedkoop (bezoeker) Totaal aanwezig tbv wonen/bezoekers Parkeren garagebox Totaal aanwezig parkeercapaciteit
Omvang
Parkeernorm
Aanwezig
126
1
126
126
0,3
38 164
20
1
45
-20 144
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Parkeernorm ten behoeve van het nieuwe woonprogramma: Functie Wonen Huur, appartement Midden/goedkoop (bewoner) Huur, appartement Midden/goedkoop (bezoeker) Koop, appartement, midden duur (bewoner) Koop, appartement, midden duur (bezoeker) totaal
Omvang
Parkeernorm
Benodigd
66
1
66
66
0,3
20
30
1,4
42
30
0,3
9 137
In het kader van de planontwikkeling is niet alleen een visie op de woningbouw ontworpen, maar zijn ook voorstellen voor aanpassing van de openbare ruimte gemaakt. Het uitgangspunt daarbij is dat het aantal openbare parkeerplaatsen minimaal gelijk moeten blijven, maar ook vergroening van delen van het gebied gewenst is. Rekening houdend met de parkeervraag van winkelend publiek is er daarbij gekozen voor een verschuiving van het accent in parkeren in zuidelijk richting, waardoor er meer parkeerplaatsen op kortere afstand van de winkels komen te liggen. Dit heeft geleid tot een inrichtingsplan waarin uiteindelijk ook nog 2 extra parkeerplaatsen zijn gemaakt ten opzichte van de oorspronkelijk beschikbare parkeerplaatsen. Het voorgaande betekent echter niet dat er geen sprake zou kunnen zijn van een hoge parkeerdruk in de nieuwe situatie. Er is jarenlang een situatie geweest waarbij veel parkeergelegenheid beschikbaar was, die logischerwijs is benut door o.a. bezoekers van het winkelcentrum. Daarom is de parkeersituatie nader bezien. Daarbij is enerzijds gekeken naar het parkeeraanbod uitgaande van gedeeltelijk dubbelgebruik van parkeerplaatsen voor winkels en bewoners en anderzijds naar de huidige parkeerdruk in het gebied en omgeving en de effecten van de nieuwbouw daarop.
Dubbelgebruik Om de mogelijkheden van dubbelgebruik van het parkeergebied ten noorden van het winkelcentrum in beeld te brengen is uitgerekend wat de parkeervraag van de nieuwe woningen is op diverse momenten van de dag/week. Dit is gedaan op basis van de publicatie “toekomstgericht parkeren” van de CROW. Dit resulteert in een parkeervraag tussen 57 en 120 parkeerplaatsen (zie tabel hieronder). Het maatgevende moment, het moment dat de vraag het hoogst is, is de werkdagavond. Van deze totale parkeervraag zijn 97 parkeerplaatsen toebehorend aan bewoners en 23 parkeerplaatsen aan bezoekers van de woningen.
46
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
onderdeel Bewoners van
Werkdag-
Werkdag
Werkdag-
Koop-
Werkdag-
Zaterdag-
Zaterdag-
Zondag-
ochtend
-middag
avond
avond
nacht
middag
avond
middag
50%
50%
90%
80%
100%
60%
80%
70%
10%
20%
80%
70%
0%
60%
100%
70%
woning Bezoekers van woning Maatgevend moment
programma 66 sociale
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Werkdag-
Zaterdag-
Zaterdag-
Zondag-
ochtend
middag
avond
avond
nacht
middag
avond
middag
33
33
59
53
66
40
53
46
2
4
16
14
0
12
20
14
21
21
38
34
42
25
34
29
1
2
7
6
0
5
9
6
57
60
120
107
108
82
116
95
Huurwoningen (bewoners) 66 sociale Huurwoningen (bezoekers) 30 koop appartementen (bewoners) 30 koop appartementen (bezoekers) totaal
Op de drukste winkelmomenten (vrijdagavond en zaterdagmiddag) ligt het aanwezigheidspercentage van bewoners volgens CROW op respectievelijk 80% en 60%. Voor bezoekers van woningen op 70% en 60%. Uitgaande hiervan zal dus tussen de 60% en 78% van de normatief benodigde 137 parkeerplaatsen op de drukste winkelperiode door bewoners van de vervangende appartementen en hun bezoekers in gebruik zijn, dus 82 tot 107 parkeerplaatsen.
47
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Drukste winkelmomenten
programma 66 sociale
Werkdag-
Werkdag-
Werkdag-
Koop-
Werkdag-
Zaterdag-
Zaterdag-
Zondag-
ochtend
middag
avond
avond
nacht
middag
avond
middag
33
33
59
53
66
40
53
46
2
4
16
14
0
12
20
14
21
21
38
34
42
25
34
29
1
2
7
6
0
5
9
6
57
60
120
107
108
82
116
95
Huurwoningen (bewoners) 66 sociale Huurwoningen (bezoekers) 30 koop appartementen (bewoners) 30 koop appartementen (bezoekers) totaal
In het gebied ten noorden van het winkelcentrum zijn thans 165 parkeerplaatsen aanwezig. De plannen gaan uit van een toename van 2 tot 167 plaatsen. Uitgaande van de hiervoor beschreven aanwezigheidspercentages en daaruit volgende parkeervraag is er dus zeker ruimte beschikbaar voor (dubbel)gebruik door winkelend publiek. Toekomstige parkeerbehoefte koppelen aan parkeerdrukmetingen In het tweede kwartaal van 2021 heeft de gemeente regulerende parkeermaatregelen ingevoerd in het centrum en enkele wijken, zoals in onderstaande afbeelding is weergegeven.
Afbeelding 1
De ingevoerde maatregelen zijn gemonitord door parkeerdrukmetingen uit te voeren op verschillende momenten en dagen, tevens zijn klachten van belanghebbenden meegenomen in de monitoring. De resultaten van de parkeerdrukmetingen zijn weergegeven in tabel 1. Om te kunnen staven of het woonprogramma past binnen het gebied is een berekening gemaakt door parkeerbehoefte per 48
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
meetmoment toe te voegen aan de gemeten parkeerkrukmeting. De resultaten hiervan zijn weergegeven in tabel 2. Afbeelding 2
Voor de parkeerdrukmetingen is uitgegaan van de secties zoals aangegeven in afbeelding 2. Bij het bepalen van het gebied is zoveel mogelijk rekening gehouden met de acceptabele loopafstanden conform de CROW.
49
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Cap, act
Bruto bez.
%
Parkeerbehoefte
bez. Tot
%
1400 tot 1600
582
297
51%
60
357
61%
1600 tot 1800
581
271
47%
60
331
57%
580
302
52%
60
362
62%
579
303
52%
60
363
63%
1400 tot 1700
576
313
54%
60
373
65%
2000 tot 2300
576
311
54%
120
431
75%
1400 tot 1700
574
304
53%
60
364
63%
2000 tot 2300
574
306
53%
120
426
74%
1400 tot 1700
585
296
51%
82
378
65%
1000 tot 1400
585
292
50%
82
374
64%
580
224
39%
82
306
53%
586
297
51%
82
379
65%
575
319
55%
82
401
70%
574
299
52%
82
381
66%
1400 tot 1700 zondag 7 maart 2021
586
285
49%
96
381
65%
1400 tot 1700
577
296
51%
96
392
68%
572
272
48%
96
368
64%
580
339
58%
60
399
69%
581
287
49%
60
347
60%
11003
5613
51%
1498
7111
65%
Meetmoment donderdag donderdag 9 september 2021
donderdag 16 september 2021 1400 tot 1600 1600 tot 1800 donderdag 4 maart 2021
donderdag 3 juni 2021
zaterdag zaterdag 11 september 2021
zaterdag 18 september 2021 1400 tot 1700 1000 tot 1400 zaterdag 6 maart 2021 1400 tot 1700 zaterdag 5 juni 2021 1400 tot 1700 zondag zondag 12 september 2021
zondag 6 juni 2021 1400 tot 1700 vrijdag vrijdag 10 september 2021 1200 tot 1800 vrijdag 17 september 2021 1200 tot 1800 Eindtotaal
Tabel 1
Tabel 2
50
Parkeerdrukmeting voor de invoering van maatregelen
Parkeerdrukmeting door toevoeging van woonprogramma
Parkeerdrukmeting Op diverse momenten/dagen
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Conclusie 1. Uit de monitoring van de regulerende parkeermaatregelen blijkt dat er geen klachten zijn vanuit het onderzoekgebied (afbeelding 2). 2. Uit de monitoring blijkt dat de bezettingsgraad licht is afgenomen na de invoering van de regulerende parkeermaatregelen. De bezettingsgraad in maart 2021 (vóór de invoering van regulerende parkeermaatregen) zijn vergeleken met dezelfde meetmomenten in juni en september 2021 (na de invoering regulerende parkeermaatregelen). 3. Het maatgevende moment (drukste moment) is de werkdag avond, dit blijkt uit de verschillende metingen. 4. De resultaten uit monitoring, tabel 1, tonen aan een bezettingsgraad in het onderzoekgebied van ver onder de grenswaarde van 85%. Dit wordt gezien als een acceptabele parkeersituatie overdag. Voor de nachtelijke parkeersituatie wordt in het algemeen een grenswaarde van 90 tot 95% als acceptabel gezien. 5. Door het toevoegen van parkeerbehoefte aan de verschillende gemeten momenten blijft de bezettingsgraad in de toekomst onder de grenswaarde van 85%. Gemiddeld zal de bezettingsgraad 65% zijn, zie tabel 2. Borging aanleg parkeercapaciteit Om te borgen dat in het kader van de nieuwbouw ook de beoogde parkeerplaatsen worden aangelegd is een voorwaardelijke verplichting opgenomen in de regels van dit bestemmingsplan.
Omdat het noordelijk deel van de Boternesserstraat niet wordt aangepast en daarom ook geen onderdeel is van het plangebied van dit bestemmingsplan zijn de daaraan gelegen 9 parkeerplaatsen niet meegenomen bij het verplicht aan te leggen aantal, zodat dit uitkomt op 167-9 = 158 parkeerplaatsen binnen het plangebied van het bestemmingsplan. In de berekeningen is uitgegaan van 30 vrije sector appartementen in de middenhuur of middeldure koop. Indien bij bouwplanuitwerking alsnog (deels) in het dure segment wordt gebouwd dan zal de eventuele extra parkeervraag van maximaal 6 parkeerplaatsen gerealiseerd moeten worden. Conclusie Uitgaande van de toepassing van de salderingsregeling, nader onderzoek naar mogelijkheden voor dubbelgebruik, metingen van parkeerdruk en verwerking van de nieuwbouw daarin, wordt geconcludeerd dat uitgaande van het beoogde ontwerp van de openbare ruimte sprake is van een verantwoorde ontwikkeling. Door opname van een voorwaardelijke verplichting in de regels waarmee het benodigde aantal parkeerplaatsen wordt vastgelegd is dit ook zorgvuldig geborgd.
51
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Hoofdstuk 5
Juridische planbeschrijving
In dit bestemmingsplan wordt de planologisch-juridische basis gelegd voor de bestemmingswijziging van de nieuwe woningen aan de Kostverlorenstraat nabij winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’ in Weesp. Het bestemmingsplan heeft een belangrijke functie als toetsingskader voor omgevingsvergunningen. Het plan is opgesteld op basis van de SVBP2012 en het IMRO 2012. Het bestemmingsplan bestaat uit deze toelichting, de juridisch bindende regels en een verbeelding waarop te zien is waar en welke bestemmingen van toepassing zijn. Eveneens is op de verbeelding de exacte omvang en ligging van het plangebied vastgelegd. 5.1 Opbouw regels De regels zijn als volgt gestructureerd: Hoofdstuk 1 van de regels geeft de algemene bepalingen weer. Het betreft de begripsbepalingen (artikel 1) waarin de in het plan voorkomende begrippen worden gedefinieerd. In artikel 2 (wijze van meten) wordt aangegeven hoe de voorgeschreven maatvoering (zoals goothoogte, bouwhoogte, inhoud en oppervlakte) in het plan gemeten moet worden. In hoofdstuk 2 zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. Per bestemming is bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bebouwingsregels gelden. In hoofdstuk 3 staan aanvullende bepalingen die, in aanvulling op de bestemmingen, voor het hele plangebied gelden.
Hierbij kan worden gedacht aan de algemene afwijkingsregeling, die het college van burgemeester en wethouders de bevoegdheid geeft om op ondergeschikte punten van de regels in hoofdstuk 2 af te wijken; Hoofdstuk 4 van de regels heeft betrekking op het overgangsrecht en de slotbepaling. 5.2 Artikelsgewijze toelichting Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de begrippen nader omschreven die gebruikt worden in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt beschreven op welke wijze de in de regels voorgeschreven maatvoeringen gemeten moeten worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels De regels in verband met de bestemmingen kennen een min of meer gelijke opbouw en bestaan in ieder geval uit een bestemmingsomschrijving en bouwregels. Voor een aantal bestemmingen zijn daarbij bijzondere gebruiksregels opgenomen en/of een afwijkingsbevoegdheid dan wel 52
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
wijzigingsbevoegdheid.De bestemmingsomschrijving betreft de centrale bepaling van elke bestemming. Hierin is een omschrijving opgenomen van de functies, die binnen de bestemming zijn toegestaan (het gebruik). In een aantal gevallen is een specificering opgenomen van de toegestane functie, die correspondeert met een functieaanduiding op de verbeelding. De bouwregels zijn direct gerelateerd aan de bestemmingsomschrijving. Bouwregels zijn dan ook alleen van toepassing bij de toetsing van aanvragen om een omgevingsvergunning. In dit bestemmingsplan worden de volgende bestemmingen gebruikt: Artikel 3 Groen De bestemming Groen is onder meer gebruikt voor plantsoenen, groenstroken en de schansen, die kunnen worden aangemerkt als structureel groen. Binnen de bestemming zijn ook andere functies mogelijk, zoals bermen en parkeervoorzieningen met het oog op de nodige flexibiliteit bij herinrichtingsplannen. Ten aanzien van het bouwen geldt dat er uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Artikel 4 Verkeer - verblijf Deze bestemming geldt voor wegen, straten en voet - en fietspaden ten behoeve van de afwikkeling van bestemmingsverkeer alsmede voor verblijf en verplaatsing gericht op de aangrenzende bestemmingen met de daarbij behorende voorzieningen.
Ten aanzien van het bouwen geldt dat slechts gebouwen zijn toegestaan voor nutsvoorzieningen en gebouwen ten behoeve van het openbaar vervoer. Daarnaast is voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde, de bouwhoogte op 10 meter vastgelegd. Artikel 5 Wonen Deze bestemming geldt voor alle woningen in het plangebied. Ten aanzien van het bouwen geldt dat de woningen binnen het bouwvlak dienen te worden opgericht. Verder wordt met de specifieke functieaanduiding ‘detailhandel’ aangegeven waar detailhandel mogelijk is. De bouwhoogten zijn in het plangebied op de verbeelding in meters aangegeven. Ook wordt het aantal woningen gemaximeerd op 96 woningen. Het voorzien in 158 parkeerplaatsen is als een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Hieraan wordt getoetst op het moment dat een omgevingsvergunning voor het bouwen wordt aangevraagd. Wanneer de vrije sector woningen gerealiseerd worden in het dure segment moeten maximaal 6 parkeerparkeerplaatsen extra gerealiseerd worden. Hoofdstuk 3 Algemene regels In dit hoofdstuk zijn de aanvullende algemene regels opgenomen. Artikel 6 Anti-dubbeltelregel Dit artikel bevat de bepaling om te voorkomen dat met het bestemmingsplan strijdige situaties ontstaan of worden vergroot. Het artikel is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening en is daaruit overgenomen.
53
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Artikel 7 Algemene bouwregels In dit artikel is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Het betreft regelingen ten aanzien van kelders, bestaande maten en gebouwen voor beheer en onderhoud. Kelders zijn toegestaan onder de bestaande (bedrijfs-)woningen en de daarbijbehorende aan- en uitbouwen met een maximale diepte van 4 meter. Voor het realiseren van gebouwen ten dienste van het beheer en onderhoud is een afzonderlijke regel opgenomen. Gebouwen kunnen buiten het bouwvlak worden gerealiseerd met een goothoogte van 3 meter en een bouwhoogte van niet meer dan 5 meter. De oppervlakte mag niet meer dan 20 m2 bedragen en de afstand tot de bestemmingsgrens ten minste 5 meter. Artikel 8 Algemene gebruiksregels Aanvullend zijn in het plan regels gesteld ten aanzien van het gebruik. In dit artikel is een aantal gebruiksmogelijkheden voor het gehele plan uitgesloten (strijdig gebruik). Daarnaast zijn regels gegeven voor beroepen en bedrijven aan huis. Artikel 9 Algemene aanduidingsregels Voor het aspect Molenbiotoop zijn aanvullende regels gesteld. Binnen deze zone zijn aanvullende regelingen van kracht voor het bebouwen dan wel het gebruik van de gronden. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels In dit artikel is in aanvulling op de afwijkingsregels uit de bestemmingen nog een aantal algemene afwijkingsmogelijkheden opgenomen.
Het betreft hier mogelijkheden voor gerinnge afwijkiongen, het bouwen van antenne-installaties, het bouwen van extra woningen waardoor het voorgeschreven aantal wordt overschreden en het realiseren van een dakterras. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht De tekst uit dit artikel is wettelijk vastgelegd en overeenkomstig opgenomen. Het betreft een regeling voor legale bestaande bouwwerken en gebruik dat al bestond bij het inwerking treden van het bestemmingsplan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. Artikel 12 Slotregel In de slotregel wordt aangegeven op welke wijze de regels van het bestemmingsplan kunnen worden aangehaald.
54
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Hoofdstuk 6
Economische uitvoerbaarheid
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro), artikel 6.2.1. van het Besluit ruimtelijke ordening is het voor een aantal bouwplannen, wanneer de bouw planologisch wordt mogelijk gemaakt middels een bestemmingsplan, verplicht een exploitatieplan op te stellen. Dit gaat onder andere om de volgende bouwplannen: a) de bouw van meerdere woningen; b) de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; c) de uitbreiding van het hoofdgebouw met minimaal 1000² of met een of meer woningen; d) de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; e) de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1500 m² bruto- vloeroppervlakte bedraagt; f) de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1000 m² bruto-vloeroppervlakte. Een exploitatieplan heeft onder meer tot doel om te komen tot een adequaat publiekrechtelijk kostenverhaal, het realiseren van een goede inrichting van de openbare ruimte door middel van het stellen van locatie-eisen en het bieden van een goede grondslag om de verdeling van woningbouwcategorieën te ondersteunen.
Indien een exploitatieplan vereist is moet de gemeenteraad het exploitatieplan tegelijk vaststellen met de planologische maatregel die het bouwen mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan maakt meerdere woningen mogelijk zoals bedoeld in artikel 6.2.1 lid a van het Bro. Gelet hierop bestaat er in beginsel de verplichting tot het vaststellen van een exploitatieplan. In artikel 6:12 lid 2a van de Wro is echter opgenomen dat geen exploitatieplan hoeft te worden opgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie over de in het plan begrepen gronden anderszins verzekerd is. Tussen de gemeente en Ymere is een anterieure overeenkomst afgesloten waarin afspraken worden gemaakt over de kosten. Hierdoor kan worden vastgesteld dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is en dat er geen verplichting bestaat om een exploitatieplan vast te stellen. Daarnaast is Ymere bereidt de kosten van de herziening van het bestemmingsplan, inclusief eventuele planschade, voor haar rekening te nemen. De economisch-financiële haalbaarheid van het plan kan hierdoor als aangetoond worden beschouwd. Conclusie Het bestemmingsplan is economisch uitvoerbaar.
55
Gemeente Amsterdam Bestemmingsplan Kostverlorenstraat Weesp
Hoofdstuk 7
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Participatie De afgelopen jaren is over het planvoornemen veel participatie geweest met omwonenden en de eigenaar van het winkelcentrum ‘Hart van Hogewey’. Ymere en de gemeente zijn daartoe in overleg gegaan. Bestuurlijk vooroverleg In het kader van het wettelijke verplichte overleg op grond van artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening is het concept bestemmingsplan toegezonden aan diverse instanties, waaronder de provincie Noord-Holland en het waterschap. De binnengekomen reacties zijn in een Nota samengevat en van een reactie voorzien. Deze nota vormt de basis voor de aanpassing van het conceptbestemmingsplan naar het ontwerpbestemmingsplan. Deze is als bijlage 8 bijgevoegd. Behandeling van zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan heeft, gezamenlijk met het ontwerpbesluit hogere waarden Wet geluidhinder, met ingang van 17 maart 2022 voor een periode van zes weken ter inzage gelegen met de mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen. Gedurende de periode van terinzagelegging zijn vijf zienswijzen ontvangen. De beoordeling van alle zienswijzen en de ambtelijke reactie van de gemeente hierop zijn verwerkt in de nota van beantwoording zienswijzen. Deze nota is als bijlage 10 bijgevoegd.
Bijlagen bij toelichting 56