3. Toelichting bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
150KV verbinding Zeeburgereiland
Bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland
Projectnummer 0479241.100 Revisie 00 Datum 4-12-2023
Auteur(s) A.Kuijt
Opdrachtgever
datum vrijgave beschrijving revisie 4-12-2023 vastgesteld
goedkeuring S.B.W. Hammink
vrijgave L.de Jong - van Twisk
Copyright © Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding Aanleiding voor het bestemmingsplan Ligging plangebied Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
5 5 6 7 7
Hoofdstuk 2
Huidige en toekomstige situatie
9
Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3
Beleidskader Rijksbeleid Provinciaal beleid Gemeentelijk beleid
11 11 12 13
Hoofdstuk 4 4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Omgevingsonderzoeken Milieu Water Natuur Cultuurhistorie en archeologie Conventionele explosieven (CE) Economische uitvoerbaarheid
17 17 22 24 27 28 28
Hoofdstuk 5 5.1 5.2
Juridische planbeschrijving Algemeen Wijze van bestemmen
31 31 31
Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3
Procedure Algemeen Verslag vooroverleg ex artikel 3.1.1. Bro Zienswijzen
33 33 33 34
Toelichting
blad 3 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
blad 4 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding voor het bestemmingsplan TenneT TSO B.V. (hierna: TenneT) is de netbeheerder voor het Nederlandse hoogspanningsnet voor elektriciteit (150kV en hoger, zie Elektriciteitswet 1998)). Het bedrijf heeft kortgezegd drie taken: 1. 2. 3.
Het verzorgen van transportdiensten door het aanleggen en onderhouden van een robuust hoogspanningsnet; Het verzorgen van systeemdiensten door het evenwicht tussen vraag naar en aanbod van elektriciteit 24 uur per dag en 7 dagen per week te handhaven; Het faciliteren van een efficiënt functionerende, liquide en stabiele elektriciteitsmarkt.
Het huidige stroomnet van het Zeeburgereiland en IJburg wordt gevoed vanuit het onderstation aan de Hoogte Kadijk. Het onderstation aan de Hoogte Kadijk kan de stroombehoefte als gevolg van de stedelijke ontwikkelingen op het Zeeburgereiland niet opvangen. Op basis hiervan heeft Liander in samenwerking met Tennet besloten een nieuw onderstation te bouwen aan de Marie Baronlaan. Om dit nieuwe station aan te sluiten op het bestaande stroomnet is een nieuwe ondergrondse kabelverbinding in oostelijke richting vanaf het 150kV-station nodig om daar aan te sluiten op de bestaande verbinding tussen stations Diemen en Wijdewormer. De verbinding kan niet beschermd en/of gerealiseerd worden op grond van de regels van het geldende bestemmingsplan. Om de kabelverbinding planologisch te borgen met een dubbelbestemming, waar regels gelden ter bescherming, is dit bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan bestemd de ondergrondse verbinding en laat de onderliggende bestemmingen, die integraal 1 op 1 zijn overgenomen uit de geldende bestemmingsplannen, in stand.
blad 5 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Figuur 1.1: globale ligging plangebied.
1.2
Ligging plangebied Het plangebied ligt tussen het te realiseren station aan de Marie Baronlaan aan de westkant en het oostpunt van Zeeburgereiland ten oosten van de A10. In onderstaande afbeelding is dit weergegeven. De zwarte lijnen zijn de gestuurde boringen onder de A10 en de rode lijnen zijn kabels (deels in mantelbuizen) die worden aangelegd in open ontgraving.
Figuur 1.2: Overzichtskaart ondergrondse 150kV verbinding. blad 6 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
1.3
Geldende bestemmingsplannen De ondergrondse verbinding ligt in een aantal geldende bestemmingsplannen. Het gaat om: Bestemmingsplan Zeeburgereiland Bedrijvenstrook (vastgesteld 22-04-2022). Bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders (vastgesteld 7-10-2021). Bestemmingsplan BP_Facet Herziening zonebesluit Oostelijk Havengebied-Zeeburg (vastgesteld 3-09-2010). Bestemmingsplan Zeeburg - Schellingwoude (onherroepelijk 24-05-1984). Voorbereidingsbesluit hyperscale datacenters (vastgesteld 16-02-2022). Voorbereidingsbesluit Darkstores/flitsbezorgers (vastgesteld 26-01-2022).
Figuur 1.3: geldend bestemmingsplan Zeeburgereiland Bedrijvenstrook (L) en Zeeburg-Schellingwoude (R). In deze bovenstaande bestemmingsplannen is geen sprake van een dubbelbestemming 'Leiding- Hoogspanning' ter bescherming van een ondergrondse kabelverbinding. De aanleg kan ook niet plaatsvinden op grond van de regels van de geldende bestemmingsplannen. Dit bestemmingsplan is bedoeld om deze dubbelbestemming planologisch te genereren zodat de verbbinding planologisch beschermd wordt. De onderliggende bestemmingen uit bovenstaande bestemmingsplannen zijn overgenomen in dit bestemmingsplan.
1.4
Leeswijzer Hoofdstuk 2 bevat een beschrijving van de bestaande situatie en van het plan. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op het relevante Europees, Rijks-, provinciale-, en gemeentelijke beleid. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de uitgangspunten van TenneT en wordt de haalbaarheid van de aanleg van de ondergrondse 150kV verbinding getoetst op grond van het geldende (milieu)wetgeving en regelgeving. Ook wordt ingegaan op de economische haalbaarheid van het plan. Hoofdstuk 5 geeft een toelichting op de juridische opzet van het plan. Tot slot gaat hoofdstuk 6 in op de wijze hoe burgers en andere belanghebbenden betrokken zijn bij het plan (maatschappelijke uitvoerbaarheid). Hierin zijn de uitkomsten van inspraak, vooroverleg en zienswijzen opgenomen.
blad 7 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
blad 8 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Hoofdstuk 2
Huidige en toekomstige situatie Er wordt een nieuw schakelstation gebouwd aan de Marie Baronlaan ten westen van de A10. Het nieuwe 150/10 kV hoogspanningsstation aan de Marie Baronlaan zal worden ingelust (aangesloten) op de bestaande 150kV verbindingen Wijdewormer-Diemen, gelegen op het Oostpunt van Zeeburgereiland, dat het station op circa 150 meter afstand passeert. Voor het inlussen van het hoogspanningsstation zijn zes nieuwe kabelcircuits nodig vanaf de inluslocatie naar het station. Zie Figuur 2.1 voor het beoogde tracé. Er wordt daarnaast door TenneT rekening gehouden met een ruimtereservering voor een toekomstige (zevende) 150 kV kabelcircuit ten noorden van de andere zes circuits tot en met de inluslocatie. De inlussing op de bestaande verbinding wordt gerealiseerd door middel van gestuurde boringen onder de Rijksweg A10 door. Aan de oostkant van de A10 is rekening gehouden met de mogelijke toekomstige 2e Zeeburgertunnel. Daar gaat deze verbinding diep genoeg onderdoor, zodat die in de toekomst aangelegd kan worden. Op het braakliggend terrein aan de oostkant van de A10 worden de kabels ondergronds aangesloten op het bestaande kabeltrace tussen Diemen en Wijdewormer.
Figuur 2.1: Nieuwe trace 150 Kv verbindingen (gele lijnen en de lichtgroene lijnen aan de oostkant van de A10.
blad 9 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
blad 10 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Hoofdstuk 3
Beleidskader
3.1
Rijksbeleid
3.1.1
Nationale Omgevingsvisie (NOVI) In de de Nationale Omgevingsvisie, de NOVI, geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. In Nederland staan we voor een aantal urgente maatschappelijke opgaven, die zowel lokaal als regionaal, nationaal en internationaal spelen. Grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland flink veranderen. De NOVI stelt een nieuwe aanpak voor: integraal, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties, en met meer regie vanuit het Rijk. Met steeds een zorgvuldige afweging van belangen werkt het Rijk aan onze prioriteiten: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio’s en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Planspecifiek Deze kabelverbinding draagt bij aan de duurzame energie en energietransitie. Er ligt al een goede verbinding die niet verder opgewaardeerd of uitgebreid wordt. Bestaande hoogspanningsverbindingen van 150kV en hoger zijn onderdeel van het landelijke hoogspanningsnet en daarmee van nationaal belang. Het bestemmen van deze verbinding is passend binnen het NOVI en dit Rijksbeleid staat de uitvoerbaarheid en realisatie van het plan dan ook niet in de weg.
3.1.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) Het Barro is op 22 augustus 2011 vastgesteld en op 30 december 2011 in werking getreden. In het Barro zijn bepalingen opgenomen ter bescherming van nationale belangen, zoals de mainportontwikkeling van Rotterdam, bescherming van de waterveiligheid in het kustfundament en in en rond de grote rivieren, de uitoefening van defensietaken en bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, zoals de Beemster, de nieuwe Hollandse Waterlinie en de Stelling van Amsterdam. Op 1 oktober 2012 is het Barro gewijzigd en treden delen van het Barro in werking die al waren vastgesteld, maar die voor hun inwerkingtreding wachtten op deze wetswijziging. Met deze aanpassingen in de regelgeving is de wettelijke borging van het beleid in de SVIR nagenoeg voltooid. Het gaat om de eerder aangekondigde onderwerpen Natuurnetwerk Nederland (NNN), elektriciteitsvoorziening, toekomstige uitbreiding hoofd(spoor)wegennet, veiligheid rond rijksvaarwegen, verstedelijking in het IJsselmeer, bescherming van primaire waterkeringen buiten het kustfundament en toekomstige rivierverruiming van de Maastakken. Planspecifiek Nationaal belang 13 gaat in op ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en energietransitie.
Alhoewel dit bestemmingsplan de energievoorziening betreft, worden er in het Barro geen specifieke regels gesteld ten opzichte van dit bestaande tracé. In het Barro is een reservering opgenomen voor een eventuele verbreding van de A10. Daar is met de diepte van de nieuwe verbinding rekening mee
blad 11 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
gehouden.
3.1.3
Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 De Structuurvisie Buisleidingen 2012-2035 is een visie van het Rijk waarmee het Rijk voor de komende 20 tot 30 jaar ruimte wil reserveren in Nederland voor toekomstige buisleidingen voor gevaarlijke stoffen. Het gaat daarbij om ondergrondse buisleidingen voor het transport van aardgas, olieproducten en chemicaliën, die provinciegrens- en vaak ook landgrensoverschrijdend zijn. In de Structuurvisie wordt een hoofdstructuur van verbindingen aangegeven waarlangs ruimte moet worden vrijgehouden, om ook in de toekomst een ongehinderde doorgang van buisleidingtransport van nationaal belang mogelijk te maken. De Structuurvisie Buisleidingen is het vervolg op het Structuurschema Buisleidingen uit 1985. Planspecifiek Het plangebied voor de ondergrondse 150kV kabelverbinding valt niet binnen de vrij te houden ruimte zoals opgenomen in de Structuurvisie.
3.1.4
Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (SEV III) De ruimtebehoefte voor de elektriciteitsvoorziening is op 22 juni 2009 vastgesteld en vastgelegd in een aparte nota: het Derde Structuurschema Elektriciteitsvoorziening (hierna: SEV III). SEV III heeft de status van nationale structuurvisie. Een nationale structuurvisie is niet bindend voor lagere overheden, maar wel voor de rijksoverheid zelf. Voor lagere overheden is de structuurvisie richtinggevend. In het SEV III worden de locaties aangewezen voor elektriciteitsproductie vanaf 500 megawatt en hoger en voor nieuwe hoogspanningsvoorzieningen vanaf 220kV en hoger. Planspecifiek Het plan valt niet in de categorie hoogspanningsvoorzieningen zoals hierboven beschreven. De SEVIII vormt geen belemmering ten aanzien van het plan omdat het een ondergrondse 150kV kabelverbinding betreft.
3.1.5
Conclusie rijksbeleid Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het rijksbeleid.
3.2
Provinciaal beleid
3.2.1
Omgevingsvisie NH 2050 De Omgevingsvisie NH 2050 - Balans tussen economische groei en leefbaarheid is op 19 november 2018 door Provinciale Staten van Noord-Holland vastgesteld. De Omgevingsvisie richt zich op langetermijnambities en de langetermijn doelen. De provincie geeft aan welke kwaliteiten ze langjarig wil koesteren en speelt daarbij in op veranderingen en transities die tijd nodig hebben. De hoofdambitie is het zoeken naar balans tussen economische groei en leefbaarheid. In het visiedeel zijn de ambities uitgewerkt in vijf zogenaamde samenhangende bewegingen met ontwikkelprincipes naar de toekomst: 1. 2. 3.
blad 12 van 34
Dynamisch schiereiland. Hierin is het benutten van de unieke ligging van Noord-Holland, te midden van water, leidend. Metropool in ontwikkeling. Hierin wordt beschreven hoe de Metropoolregio Amsterdam steeds meer als één stad functioneert. Sterke kernen, sterke regio's, gaat over de ontwikkeling van centrumgemeenten die de gehele regio waarin ze liggen vitaal houden. Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
4. 5.
Nieuwe energie, benut de economische kansen van de energietransitie. Natuurlijk en vitaal landelijke omgeving, staan het ontwikkelen van natuurwaarden en een economisch duurzame agrarische sector centraal. De energietransitie, van energie uit uitputbare bronnen naar energie uit duurzame, hernieuwbare bronnen, is een belangrijke opgave voor de provincie Noord-Holland. Het streven is een maximale opwekking van duurzame energie voor de volledige energievraag in Noord-Holland in 2050. Om dit te realiseren, is de distributie van energie een belangrijke voorwaarde. Met de transitie naar duurzame energie vindt de opwekking op andere plekken plaats, en moet het distributienet hier goed op worden voorbereid. In de omgevingsvisie wordt dan ook aangegeven dat het niet alleen gaat om de opwekking van duurzame energie, maar ook om uitbreiding en aanpassing van de infrastructuur die nodig is om deze energie op effectieve manier te verdelen. Planspecifiek Het bestemmen van een bestaande kabelverbinding is in overeenstemming met de Omgevingsvisie NH 2050.
3.2.2
Omgevingsverordening NH2020 In de Omgevingsverordening NH2020 zijn regels voor de fysieke leefomgeving samengevoegd op het gebied van natuur, milieu, mobiliteit, erfgoed, ruimte en water. De provincie Noord-Holland wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Nieuwe ontwikkelingen van woningbouw en voorzieningen worden geconcentreerd in kernen, passend bij de rol van de kernen in het regionale netwerk (artikel 6.3). Daarnaast moet een ruimtelijk plan rekening houden met de risico's ten aanzien van klimaatverandering (artikel 6.62). De omgevingsverordening schrijft voor waaraan de inhoud van onder andere bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen voor afwijken van het bestemmingsplan en beheersverordeningen moeten voldoen. In de verordening zijn regels opgenomen die het provinciaal belang beschermen. Planspecifiek In de verordening worden geen specifieke regels gesteld voor dit bestemmingsplan, dat tot doel heeft een bestaande kabelverbinding te bestemmen.
3.2.3
Conclusie provinciaal beleid Het bestemmingsplan is in overeenstemming met het provinciaal beleid zoals vastgesteld in de verordening.
3.3
Gemeentelijk beleid
3.3.1
Omgevingsvisie Amsterdam 2050 Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. In deze omgevingsvisie wordt de langjarige ontwikkeling van Amsterdam en omgeving beschreven. Hierbij zijn vijf strategische keuzes gemaakt: 1. 2. 3. 4. 5.
blad 13 van 34
Meerkernige ontwikkeling. Groeien binnen grenzen. Duurzaam en gezond bewegen. Rigoureus vergroenen. Samen stadmaken. Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Er wordt niet specifiek ingegaan op het elektriciteitsnetwerk. Het in stand houden en verbeteren daarvan is voor alle strategische keuzes van groot belang. Met de groei van de stad groeit ook de vraag naar elektriciteit en warmte. Amsterdam wil zoveel mogelijk schone energie opwekken en opslaan op eigen grondgebied en slim gebruik maken van nieuwe en bestaande warmtebronnen. Een toekomstbestendig elektriciteitsnetwerk is een randvoorwaarde voor de groei en verduurzaming van Amsterdam. Tot 2050 zal de vermogensvraag toenemen naar 3 tot 4 keer de vermogensvraag van nu. Dat is een vraag van 3.000 à 4.000 MW in 2050, in plaats van circa 1.000 MW in 2020. Om tijdig in de snelgroeiende vraag naar elektriciteit te kunnen blijven voorzien wordt er gewerkt aan de uitbreiding van de elektriciteitsinfrastructuur. Hiervoor worden onder andere locaties aangewezen waar onderstations worden uitgebreid. Planspecifiek Het bestemmen van deze bestaande kabelverbinding is in overenstemming met de doelstellingen uit de omgevingsvisie.
3.3.2
Structuurvisie Amsterdam 2040 Met de Structuurvisie Amsterdam 2040 "Economisch Sterk en Duurzaam" (17 februari 2011) legt de gemeente Amsterdam zichzelf regels op waar ruimtelijke plannen aan moeten voldoen. Amsterdam heeft zichzelf onder meer voor de opgave gesteld te verdichten en tegelijk het omliggende landschap open te houden. Dat leidt tot belangrijke uitgangspunten: het groen in en rond de stad vraagt om stevige bescherming, terwijl andere delen van de stad optimaal worden benut. Verdichting leidt ook tot (geleidelijke) transformatie en toenemende menging. Dat vergt veel van de bestaande infrastructuur en openbare ruimte. Respect voor de rijkdom aan cultuurhistorische schatten van Amsterdam is hierbij een belangrijke voorwaarde. De centrale ambitie van de Structuurvisie is dat Amsterdam zich verder ontwikkelt als kernstad van een internationaal concurrerende, duurzame, Europese metropool. Intensivering van het grondgebruik in de stad biedt aan tal van mensen woon- en werkruimte. Het betekent extra draagvlak voor voorzieningen, extra investeringen in de openbare ruimte en in recreatief gebruik van water en groen, efficiënter omgaan met energie en vervoer zodat buiten de stad minder landschap hoeft te worden aangetast.
De ambities zijn om 70.000 woningen en bijbehorende voorzieningen toe te voegen tot 2040, de haven en huidige bedrijventerreinen intensiever te gebruiken en ruimte te creëren voor waterberging. Planspecifiek Het bestemmen van deze bestaande kabelverbinding is in overenstemming met de doelstellingen uit de Structuurvisie Amsterdam 2040.
3.3.3 De Regionale Energiestrategie (RES) - Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal De verandering van het klimaat als gevolg van toename van de hoeveelheid broeikasgassen in de atmosfeer is één van de grootste problemen die op mondiale schaal spelen. Koolstofdioxide (CO2) is het belangrijkste broeikasgas, maar daarnaast zijn er andere stoffen die bijdragen aan het broeikaseffect (zoals methaan (CH4) en lachgas (N2O)). Om het probleem aan te pakken zijn mondiaal en op Europees niveau afspraken gemaakt. Deze hebben betrekking op het terugdringen van de emissie van CO2 en andere broeikasgassen. In Nederland zijn de doelstellingen vastgelegd in de Klimaatwet. Op nationaal niveau is ook de Urgenda-uitspraak van belang. De gemeente Amsterdam heeft deze doelstellingen opgenomen in Nieuw Amsterdams Klimaat; Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. Voor Amsterdam is tevens Regionale Energiestrategie (RES) van de regio Noord-Holland Zuid van belang. De aanpak van het beperken van broeikasgasuitstoot door energieopwekking is verankerd in blad 14 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal. De strategie om duurzame elektriciteit op te wekken is uitgewerkt in de Regionale Energiestrategie (RES). De doelstelling voor elektriciteit op te wekken op Amsterdams grondgebied is in 2030 circa 0,7 TWh elektriciteit op te wekken door 50 megawatt (MW) wind extra te realiseren in 7 zoekgebieden en 400 MW zon te realiseren op grote daken en dubbelgebruik van stedelijke ruimtes. Bij elkaar staat dit gelijk aan het elektriciteitsverbruik van 430.000 Amsterdamse huishoudens. In 2030 zou hiermee 80% van de elektriciteitsvraag van Amsterdamse huishoudens gedekt worden door zon- en windstroom van ‘Amsterdamse bodem’. Planspecifiek Het faciliteren van voldoende kabelverbindingen is hierbij essentieel, zodat geconcludeerd wordt dat dit bestemmingsplan in overeenstemming is met de RES.
3.3.4
Ontwikkelkader Elektriciteitsvoorziening Amsterdam 2035 Het elektriciteitsnet van Amsterdam moet de komende decennia aanzienlijk worden verzwaard. Het college van B&W van de gemeente Amsterdam heeft dit ontwikkelkader voor verzwaring van het bestaande net vastgesteld op 8 maart 2022. De verzwaring vraagt ingrijpende aanpassingen: op 23 locaties worden 29 nieuwe onderstations aangelegd, met bijbehorende kabelverbindingen. En ook 12 bestaande onderstations worden ingrijpend verzwaard. Verduurzaming speelt daarbij een rol: met onder andere elektrisch vervoer, warmtepompen en de productie van elektriciteit met zon en wind. Toch hebben andere factoren grotere impact op de capaciteit van het elektriciteitsnet in 2050: datacenters, economische ontwikkelingen, elektrisch vervoer en nieuwbouw. Een overvol elektriciteitsnet ontstaat overigens niet pas rond 2050. Nu al heeft Liander in een aantal gebieden binnen de gemeente Amsterdam congestie aangekondigd. Congestie is een tekort aan transportcapaciteit in het elektriciteitsnet. De gevolgen van congestie zijn ingrijpend. Om overbelasting in het net te voorkomen kan Liander bijvoorbeeld voorlopig geen nieuwe woningen of bedrijven aansluiten in congestiezones. Deze situatie toont het belang van tijdige en structurele uitbreiding van het elektriciteitsnet. Bestaande congestie lost niet vanzelf op.
Dat vereist uitbreiding en vernieuwing van vele onderdelen van het elektriciteitsnet. Een robuust elektriciteitsnet met voldoende capaciteit is absoluut noodzakelijk voor verdere groei en verduurzaming van de stad. Planspecifiek In het ontwikkelkader is deze nieuwe ondergrondse verbinding ook al benoemd als belangrijk voor de toekomstige elektriciteitsvoorziening van de stad Amsterdam. Het bestemmingsplan is dan ook in overeenstemming met dit ontwikkelkader van de gemeente Amsterdam.
blad 15 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Figuur 3.1: ontwikkelingen elektriciteitsvoorzieningen Amsterdam.
blad 16 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Hoofdstuk 4
Omgevingsonderzoeken De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet als gevolg van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.) als ook de economische uitvoerbaarheid van het plan.
4.1
Milieu
4.1.1
Bodem Op grond van de Wet Bodembescherming (Wbb) moet aangetoond worden, dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. De bodemkwaliteit kan namelijk van invloed zijn op de beoogde functie van het plangebied. Bij een functiewijziging zal in veel gevallen een specifiek bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd. Planspecifiek In de planlocatie is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport 'Verkennend bodem-, waterbodem-en asbestonderzoek, 150 kV kabelverbindingen naar station ZBE Zeeburgereiland Amsterdam, d.d. 6 oktober 2022' waarin de resultaten beschreven zijn is opgenomen als bijlage 2 bij deze toelichting. Uit de resultaten van dit onderzoek blijkt het navolgende: Op de oostzijde van het tracé bevindt zich een parkeerterrein, waarvan de bovengrond bestaan uit sterk puinhoudend zand. In de ondergrond op het westelijke tracédeel zijn maximaal licht verhoogde gehalten aan enkele zware metalen aangetoond. De oorzaak hiervoor is onbekend. In de grond en in het slib zijn geen verhoogde gehalten aan PFOS en PFOA aangetoond. Het grondwater bevat maximaal licht verhoogde concentraties aan arseen en barium. Gezien het ontbreken van een antropogene bron worden deze gewijd aan een natuurlijke herkomst. Het sterk puinhoudende zand bevat zowel zintuiglijk als analytisch geen asbest.
Op basis van de toetsing aan het Besluit bodemkwaliteit voldoet zowel de boven- als ondergrond aan de klasse Wonen. Het slib is beoordeeld als Niet toepasbaar op landbodem. Als klasse A voor het toepassen in waterbodem en als verspreidbaar op het aangrenzende perceel of in zout oppervlaktewater. De resultaten vormen geen milieuhygiënische belemmering voor de voorgenomen graafwerkzaamheden. Op basis van de onderzoeksresultaten is vervolgonderzoek niet noodzakelijk. Op basis van een toetsing van de analyseresultaten aan de normen van de CROW400 blijkt dat de werkzaamheden conform de basishygiëne uit kunnen worden gevoerd. Voornoemde conclusies zijn gebaseerd op het vooronderzoek, de zintuiglijke waarnemingen en analyseresultaten van dit onderzoek. Er geldt in de onderhavige situatie geen acceptatieplicht voor de aan de watergang grenzende eigenaren en/of gebruikers van de percelen. Wanneer het verspreiden van baggerspecie over het aangrenzende perceel niet wenselijk of mogelijk is, dan dient de baggerspecie te worden afgevoerd en er een passende bestemming voor gezocht te worden. Gevolgen voor het bestemmingsplan
blad 17 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
De onderzoeksresultaten geven geen aanleiding tot het uitvoeren van nader bodemonderzoek. Het aspect bodem vormt geen beperking voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
4.1.2
Lucht Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: Er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde;. Een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging. Een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM10 ).
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Planspecifiek De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase. Vervolgens vindt een enkele verkeersbeweging plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase dermate laag dat wordt voldaan aan de voorwaarden gesteld in het Besluit niet in betekenende mate en de Regeling niet in betekenende mate. Vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. Onderzoek naar de luchtkwaliteit kan daarom achterwege blijven.
4.1.3
Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluidsoverlast. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van ruimtelijke plannen aandacht te worden besteed aan het aspect geluid. De ondergrondse 150kV kabelverbinding is geen geluidgevoelige bestemming in de zin van de Wet geluidhinder (Wgh). Een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Planspecifiek Voor de aanleg van de ondergrondse 150kV kabelverbinding vinden de nodige werkzaamheden plaats. Deze werkzaamheden en het hierbij in te zetten materieel veroorzaken een bepaalde geluidsbelasting op de omgeving. De effecten vanwege de geluidshinder op omwonenden treden alleen op tijdens de aanleg van de ondergrondse 150kV kabelverbinding. Omdat er rond het plangebied geen woningen of andere geluidgevoelige gebouwen aanwezig zijn, wordt geconcludeerd dat het aspect geluid geen beperkingen geeft voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan.
blad 18 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
4.1.4
Milieuzonering Milieuzonering is het aanbrengen van een ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en milieugevoelige functies. Doel is om bij het opstellen van een ruimtelijk plan een goed en veilig leefklimaat te waarborgen, maar tegelijkertijd ook aan bedrijven voldoende milieuruimte te bieden voor het uitoefenen van hun activiteiten. De mate waarin bedrijven invloed hebben op hun omgeving is afhankelijk van de aard van de bedrijvigheid en de afstand tot een gevoelige bestemming. Milieugevoelige bestemmingen zijn gebouwen en terreinen die naar hun aard bestemd zijn voor het verblijf van personen gedurende de dag of nacht of een gedeelte daarvan (bijvoorbeeld woningen). Daarnaast kunnen ook landelijke gebieden en/of andere landschappen belangrijk zijn bij een zonering tot andere, minder gevoelige, functies zoals bedrijven. Milieuzonering heeft betrekking op aspecten met een ruimtelijke dimensie, te weten geluid, geur, gevaar en stof. De mate van belasting, en daarmee de gewenste aan te houden afstand, kan per aspect en per bedrijfstype en verschillen. In de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG, 2009) is een lijst opgenomen met daarin de minimale richtafstanden tussen een gevoelige bestemming en bedrijven.
Van deze richtafstanden kan worden afgeweken, mits wordt onderbouwd waarom de feitelijke milieuhinder als acceptabel wordt gezien. Het belang van milieuzonering wordt steeds groter aangezien functiemenging steeds vaker voorkomt. Hierbij is het motto: 'scheiden waar het moet, mengen waar het kan'. Planspecifiek Een ondergrondse 150kV kabelverbinding is geen activiteit die voorkomt in de VNG-lijst. Dit aspect vormt dus geen belemmering voor het plan. De verbindingen zelf zijn na aanleg ook niet risicovol voor de directe omgeving. Er worden in de bestemming 'Bedrijf' ook geen andere mogelijkheden gegeven dan die nu al zijn toegestaan. Er is geen sprake van aantasting van het woon- en leefklimaat. Het initiatief is uitvoerbaar met betrekking tot het aspect milieuzonering (geur, geluid, stof en gevaar).
4.1.5
Externe veiligheid Het beleid voor externe veiligheid is gericht op het beperken en beheersen van risico's voor de omgeving die ontstaan door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen. Hierbij gaat het om risicovolle inrichtingen, transportroutes voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en buisleidingen. De verplichting om in een ruimtelijk plan in te gaan op deze risico's komt voort uit het 'Besluit externe veiligheid inrichtingen' (Bevi), het 'Besluit externe veiligheid transportroutes' (Bevt) en het 'Besluit externe veiligheid buisleidingen' (Bevb). Daarnaast zijn in het Activiteitenbesluit milieubeheer en het Vuurwerkbesluit veiligheidsafstanden genoemd die moeten worden aangehouden rond stationaire risicobronnen, niet zijnde een Bevi-inrichting. De wetgeving richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven, en grote kantoorgebouwen (>1500 m²). Beperkt kwetsbaar zijn kleinere kantoren en winkels, horeca, parkeerterreinen en bedrijfsgebouwen waarin geen grote aantallen personen aanwezig zijn. Binnen het beoordelingskader voor externe veiligheid staan twee kernbegrippen centraal: het plaatsgebonden risico (PR) van 10-6 per jaar en het groepsrisico (GR).
Het plaatsgebonden risicobeleid bestaat uit harde afstandscontouren tussen risicobron en (beperkt) kwetsbaar object. Het wordt uitgedrukt in een contour van 10-6 per jaar (de kans dat per jaar 1 persoon overlijdt door een ongeluk met een gevaarlijke stof mag niet groter zijn dan 1 op een miljoen). Het groepsrisico legt een relatie tussen de kans op een ramp en
blad 19 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
het aantal mogelijke slachtoffers. Bij de berekening van het groepsrisico spelen mee de aard en hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen en het aantal potentiële slachtoffers. Voor de beoordeling van een ruimtelijk plan moet worden vastgesteld of het plangebied is gelegen binnen de PR en/of de invloedsgebieden van het GR. Binnen de 10-6 -contour is het realiseren van kwetsbare objecten niet toegestaan. Planspecifiek Op basis van de website www.risicokaart.nl zijn de bestaande risicobronnen geraadpleegd. In figuur 4.1. zijn deze bronnen zichtbaar. De ondergrondse 150kV kabelverbinding zal een leiding van de Gasunie kruisen ten westen van de A10. Deze leiding wordt middels een gestuurde boring gekruist volgens de geldende regels qua veiligheid. Dit is afgestemd met de Gasunie. Deze gasleiding krijgt ook in dit bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Leiding-Gas' en is op grond van de regels primair ten opzichte van alle andere bestemmingen, zoals dat ook nu in het geldende bestemmingsplan het geval is.
Figuur 4.1: Uitsnede risicokaart, waarbij aardgasleiding met een rode onderbroken lijn is weergegeven. Assets van TenneT vallen zelf niet onder de werkingssfeer van wet- en regelgeving ten aanzien van externe veiligheid. De realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding heeft geen gevolgen voor het risiconiveau (plaatsgebonden risico en groepsrisico) van de hiervoor vermelde risicobron. Er is geen sprake van vaststelling van een ruimtelijk besluit, dat betrekking heeft op de gronden in de omgeving van een (niet) basisnetroute en die de bouw, vestiging of aanleg van nieuwe kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten toelaat. Er worden met dit plan geen nieuwe kwetsbare bestemmingen mogelijk gemaakt. Een nadere verantwoording hoeft dan ook niet te worden opgesteld. De realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is vanuit het aspect externe veiligheid planologisch aanvaardbaar.
4.1.6
Gezondheid - elektrische en magnetische velden Magneetvelden Overal waar stroom doorheen loopt ontstaat een magnetisch veld. Zo ook rond
blad 20 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
hoogspanningsverbindingen. Er is geen sprake van wettelijke limieten voor blootstelling aan deze magnetische velden, maar er is wel sprake van Europees en nationaal beleid. Ook is er uitgebreid wetenschappelijk onderzoek gedaan of er gezondheidseffecten bij mensen te verwachten zijn door blootstelling aan laagfrequente magneetvelden zoals die bij hoogspanningsverbindingen voor komen. Op basis van dit wetenschappelijk onderzoek zijn in internationaal verband blootstellingslimieten aanbevolen voor magneetvelden. Deze houden in dat blootstelling aan een magneetveldsterkte van meer dan 100 microtesla wordt afgeraden. Beleidsadvies De verzamelde wetenschappelijke gegevens wijzen op het bestaan van een zwakke, maar statistisch significante associatie tussen het voorkomen van leukemie bij kinderen tot 15 jaar en het wonen in de nabijheid van bovengrondse hoogspanningsverbindingen. Ondanks dat er geen aanwijzingen zijn gevonden voor een oorzakelijk verband heeft de Rijksoverheid, op advies van de Gezondheidsraad, in 2005 een beleidsadvies uitgebracht voor bovengrondse hoogspanningsverbindingen waarin wordt geadviseerd zoveel als redelijkerwijs mogelijk te voorkomen dat er nieuwe situaties ontstaan waarbij kinderen langdurig worden blootgesteld aan magnetische velden met een jaargemiddelde veldsterkte van meer dan 0,4 microtesla.
Dit komt erop neer dat het advies is om bij nieuwe situaties gevoelige bestemmingen (woningen, scholen, crèches en kinderopvangplaatsen) zo veel als redelijkerwijs mogelijk buiten de magneetveldzone van 0,4 microtesla te plaatsen. Bovengenoemd beleidsadvies van de rijksoverheid ziet op langdurige blootstelling en is van toepassing op nieuwe situaties voor hoogspanningsverbindingen. Voor alle hoogspanningsverbindingen geldt daarnaast te allen tijde de blootstellingslimiet van 100 microtesla conform de aanbeveling van de Europese Unie. Deze waarde wordt ook in Nederland gehanteerd. In 2018 heeft de Gezondheidsraad een nieuw advies uitgebracht over mogelijke gezondheidseffecten van magneetvelden. In het plangebied zijn geen gevoelige functies nabij de ondergrondse verbinding aanwezig of planologisch mogelijk die mogelijk invloed hebben van eventuele magnetische velden. De realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is vanuit het aspect gezondheid - elektrische en magnetische velden aanvaardbaar.
4.1.7
Vormvrije m.e.r.-beoordeling Voor plannen en besluiten die ontwikkelingen bevatten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben, geldt de verplichting om de procedure voor milieueffectrapportage te doorlopen of te beoordelen of het doorlopen van een dergelijke procedure noodzakelijk is (een m.e.r.-beoordeling). Op die manier krijgt milieu een volwaardige rol in de afweging van belangen. De milieueffectrapportage is geregeld in de Wet milieubeheer en nader uitgewerkt in de AMvB Besluit m.e.r. De categorieën van activiteiten waarbij deze verplichting aan de orde is, zijn vastgelegd in het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het gaat om de C-lijst en de D-lijst waarin alle activiteiten staan genoemd waarvoor m.e.r.-verplichtingen kunnen gelden. De aard en omvang van de activiteit bepaalt in belangrijke mate welke verplichtingen gelden ten aanzien van de rapportages. Er is sprake van een vormvrije m.e.r.-beoordeling, een m.e.r.-beoordeling of een m.e.r.-plicht. De gevallen waarvoor een milieueffectrapportage verplicht is, staan in onderdeel C. De gevallen waarvoor een m.e.r.-beoordeling verplicht is, staan in onderdeel D. De gevallen in onderdeel D zijn overigens indicatief.
De verplichting voor een m.e.r.-beoordeling geldt ook wanneer op grond van de selectiecriteria in bijlage III bij de EEG-richtlijn milieu-effectbeoordeling niet kan worden uitgesloten dat de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Deze omstandigheden zijn: 1.
blad 21 van 34
de kenmerken van de projecten (omvang project, gebruik van natuurlijke hulpbronnen, Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder, risico en ongevallen en de cumulatie met andere projecten); 2. de plaats van de projecten (bijzondere gebieden, bestaand grondgebruik, rijkdom/kwaliteit/regeneratievermogen van natuurlijke hulpbronnen van het gebied, het opnamevermogen van het natuurlijk milieu); 3. de kenmerken van de potentiële effecten (in samenhang met de eerste twee criteria: bereik, grensoverschrijdende karakter van het effect, orde/grootte/complexiteit effect, waarschijnlijkheid effect, duur/frequentie/onomkeerbaarheid van het effect). Gelet op de wetswijziging per 16 mei 2017 moet er voor de aanleg van een ondergrondse 150kV kabelverbinding op grond van het Besluit m.e.r. bijlage D een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling door de initiatiefnemer worden opgesteld, op basis waarvan de gemeente een besluit neemt over de m.e.r.-beoordelingsplicht tegelijk met de vaststelling van dit plan.
Planspecifiek De vormvrije m.e.r.-beoordeling is uitgevoerd in de vorm van een aanmeldingnotitie, die als bijlage 5 is bijgevoegd. Hieruit blijkt dat er geen nadelige milieugevolgen te verwachten zijn waarvoor verder onderzoek nodig is vanuit de MER wet- en regelgeving.
4.2
Water Water is een belangrijk thema in de ruimtelijke ordening. Door verstandig om te gaan met het water kan verdroging en wateroverlast (waaronder ook risico van overstromingen e.d.) voorkomen worden en de kwaliteit van het water hoog gehouden worden. Op Rijksniveau en Europees niveau zijn de laatste jaren veel plannen en wetten gemaakt met betrekking tot water. De belangrijkste hiervan zijn het Waterbeleid voor de 21e eeuw, de Waterwet en het Nationaal Waterplan. Deze beleidsdocumenten zijn beschreven in hoofdstuk 3 van deze toelichting. Watertoets De 'watertoets' is een instrument dat waterhuishoudkundige belangen expliciet en op evenwichtige wijze laat meewegen bij het opstellen van ruimtelijke plannen en besluiten. Het is geen technische toets, maar een proces waarbij de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan en de waterbeheerder in een zo vroeg mogelijk stadium met elkaar in gesprek gaan. De watertoets bestaat uit twee onderdelen: de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om de waterbeheerder vroegtijdig in de planvorming te betrekken, en de verplichting aan initiatiefnemers van ruimtelijke plannen om in hun plan
blad 22 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
verantwoording af te leggen over de manier waarop omgegaan is met de inbreng van de waterbeheerder. Dit laatste gebeurt doorgaans in de waterparagraaf bij het betreffende plan. Ieder waterschap heeft eigen regels voor het water en de dijken. Deze regels heten de Keur. In de Keur staan regels van Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Hiermee wil het Waterschap de volgende doelen bereiken: schoon en genoeg water in onze sloten, grachten en meren sterke dijken tegen overstromingen gezonde waterplanten en waterdieren De Keur gaat dus over het gebruik en onderhoud van water, oevers en dijken. En welke middelen het Waterschap heeft om zijn werk goed te doen. Op dit moment gelden de regels uit de Keur 2019. Hier wordt bij de vergunningverlening aan getoetst en is bij de ontwikkeling van deze plannen rekening mee gehouden. Omgevingsprogramma Riolering 2022-2027 Het Omgevingsprogramma Riolering (OPR) 2022-2027 is geldig vanaf 25 maart 2022. In het OPR is het beleid voor de gemeentelijke taken voor stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater opgenomen. Het programma is een uitwerking van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en is tot stand gekomen door de samenwerking tussen gemeente, Waternet en Amsterdam Rainproof. Het Omgevingsprogramma Riolering geldt voor alle projecten, dus ook de projecten die voor 25 maart 2022 zijn gestart en nu nog lopen.
Elk project dat werkt aan de openbare ruimte moet voldoen aan de 70mm norm, en de 90mm voor het rainproof inrichten van het openbare gebied. Bij een extreme regenbui van 70mm mag geen schade ontstaan, en bij vitale infrastructuur geldt dat zelfs bij een bui van 90mm. Hier is sprake van vitale infrastructuur en geldt de norm van 90mm. De gemeente toetst zelf of het plan voldoet aan een klimaatbestendige (maaiveld)inrichting. Het gebied moet volgens het OPR ook een ontwateringsdiepte hebben van 90cm. Dat is de afstand tussen het gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en het maaiveld. Waternet toetst normaliter op basis van een door de initiatiefnemer (=gemeente) gemaakt geohydrologisch analyse of de ontwateringsdiepte voldoet aan het OPR, omdat Waternet deze van origine gemeentelijke taak uitvoert namens de gemeente Amsterdam. Planspecifiek Er is voor het plangebied door de engineer van TenneT afstemming gezocht met het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht. Tijdens de aanleg van de leiding kunnen er belangen van het Waterschap van toepassing zijn. Uit de overleggen die gevoerd zijn is uitgekomen, dat er voorafgaand aan de werkzaamheden een melding op grond van de 'Waterschapsverordening AGV 2019' moet plaatsvinden. Dat is nodig vanwege een verholen waterkering.
Deze kering heeft in het geldende bestemmingsplan de dubbelbestemming 'Waterstaat-Waterkering' die ook in dit bestemmingsplan is overgenomen ter bescherming van deze kering. Daarmee worden de waterbelangen altijd afgewogen en moet er voor de boringen een vergunning afgegeven worden door het Waterschap. Maatregelen die daarbij nodig zijn ter bescherming van de omgeving zullen genomen worden. De bescherming van de belangen van het aspect water is daarmee voldoende geborgd en vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het plan.
blad 23 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
4.3
Natuur Bij ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. De Wet natuurbescherming beschermt natuurgebieden, inheemse soorten en het bosopstanden in Nederland. Gebiedsbescherming In de Wet natuurbescherming worden de zogenoemde Natura 2000-gebieden beschermd. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Volgens deze Europese richtlijnen moeten lidstaten specifieke diersoorten en hun natuurlijke leefomgeving (habitat) beschermen om de biodiversiteit te behouden. Natura 2000-gebieden kennen een zogenaamde 'externe werking'. Dit betekent dat ontwikkelingen die buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gelegen zijn, ook getoetst moeten worden of er significant negatieve effecten optreden op het betreffende gebied. Via het ruimtelijk spoor (provinciale omgevingsverordening) wordt het Natuurnetwerk Nederland (NNN) beschermd. Soortenbescherming Een hoofdstuk in de Wet natuurbescherming regelt de bescherming van de in het wild voorkomende inheemse planten en dieren: de soortenbescherming. De wet richt zich vooral op het in stand houden van populaties van soorten die bescherming behoeven. In de wet zijn algemene en specifieke verboden vastgelegd ten aanzien van beschermde dier- en plantensoorten.
Bekeken moet worden in hoeverre ruimtelijke plannen negatieve gevolgen hebben op beschermde dier- en plantensoorten en of er compenserende of mitigerende maatregelen genomen moeten worden. De wet geeft de mogelijkheid aan provincies om voor een bepaald aantal soorten via een verordening een algemene vrijstelling op bepaalde verbodsbepalingen te geven. Daarnaast geldt voor iedereen in Nederland altijd, dus ook los van het voorliggende beoogde ruimtelijke project, dat de zorgplicht nageleefd moet worden bij het verrichten van werkzaamheden. Voor menige soort geldt dat indien deze zorgplicht nagekomen wordt een bepaald beoogd project uitvoerbaar is.
4.3.1
Natuurtoets Planspecifiek Er is een Natuurtoets uitgevoerd. In het rapport 'Aanleg nieuw kabeltracé Zeeburgereiland te Amsterdam , d.d. 06-10-2022' zijn hiervan de resultaten beschreven. Dit onderzoek is bijgevoegd in bijlage 3. Onderstaand worden de conclusies beschreven. Gebiedsbescherming Ten aanzien van beschermde Natura 2000-gebieden en NNN gebieden zal de aanleg van de ondergrondse verbinding niet zorgen voor mogelijke aantasting daarvan. In onderstaande tabellen en de natuurtoets in bijlage 3 wordt dat gemotiveerd. Volgens de natuurtoets is er alleen mogelijk sprake van een nagatief effect vanwege stikstofdepositie. Daar wordt in paragraaf 4.3.2 nader op ingegaan. Tabel 1: Overzicht conclusies en vervolgstappen gebiedsbescherming.
blad 24 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Soortbescherming Binnen het plangebied is geschikt biotoop aangetroffen voor beschermde soorten (Wnb) waarvoor geen algemene vrijstelling geldt. Het gaat om soorten uit de volgende soortgroepen: algemene broedvogels; vleermuizen; kleine marterachtigen; ringslang. Voor de overige soort(groep)en is beoordeeld, dat vervolgstappen niet aan de orde zijn. Voor deze soorten en vrijgestelde soorten geldt wel de zorgplicht. Uit tabel 4.2 blijkt dat nader onderzoek nodig is naar kleine marterachtigen. Alleen de werkzaamheden voor het aanleggen van de kabels en mantelbuizen in open ontgraving worden uitgevoerd in het geschikte biotoop voor kleine marterachtigen. Deze werkzaamheden staat gepland om uit te voeren in 2025. Er is dus voldoende tijd om een eventuele ontheffing aan te vragen indien uit nader onderzoek blijkt dat er kleine marterachtigen voorkomen in het geschikte biotoop. Tabel 4.2: Overzicht conclusies en vervolgstappen soortbescherming.
blad 25 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Nader onderzoek marterachtigen Door Antea Group is er nader onderzoek naar kleine marterachtigen gedaan. In het rapport Nader ecologisch onderzoek Zeeburgereiland, Onderzoek naar de kleine marterachtigen, d.d. 11 augustus 2023' zijn de resultaten beschreven. Dit rapport is als bijlage 4 aan deze toelichting toegevoegd. Tijdens het onderzoek zijn geen marterachtigen waargenomen. Wel zijn er waarnemingen gemaakt van met name bruine ratten, bosmuizen en een egel. Tijdens het onderzoek zijn de kleine marterachtigen niet aangetoond binnen het plangebied. Gezien de onderzoeksperiode, de duur en de intensiteit van de inzet, wordt de aanwezigheid van de bunzing, hermelijn en wezel uitgesloten. Er zijn voor deze soorten geen verdere acties noodzakelijk op het gebied van de Wet natuurbescherming.
4.3.2
Stikstofdepositie Voor de aanleg van de nieuwe verbinding zijn stikstofdepositieberekeningen gemaakt. De berekening is opgenomen als bijlage 6 bij deze toelichting. Omdat er op twee momenten gewerkt wordt met mogelijke stikstofuitstoot zijn er twee berekeningen gemaakt. Voor het jaar 2024 is de gestuurde boring en het aanleggen van de boorbuizen onder de A10 door berekend (Aerius kenmerk: RjJtUMM8zhZC, d.d. 9 november 2023) . Voor het jaar 2025 is de aanleg van de kabels en mantelbuizen in open ontgraving berekend (aerius kenmerk: RmDLNLUfh3WA, d.d. 9 november 2023). Uit beide berekeningen blijkt dat er geen stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden ontstaat. Tijdens de gebruiksfase is geen sprake van uitstoot omdat de nieuwe verbinding volledig ondergronds ligt. Daarmee is het bestemmingsplan vanuit het aspect stikstofdepositie uitvoerbaar. Gevolgen voor het bestemmingsplan Uit de onderzoeken is gebleken dat het bestemmingsplan uitvoerbaar is. Omdat de realisatie bovendien in 2025 is voorzien zal ook kort voor realisatie nogmaals in het gebied onderzoek
blad 26 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
gedaan worden. Daarmee is de uitvoerbaarheid voor dit bestemmingsplan en deze bestemmingsplanprocedure voldoende aangetoond.
4.4
Cultuurhistorie en archeologie In een bestemmingsplan moet een beschrijving worden opgenomen van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden wordt omgegaan. Denk aan aanwezige monumenten, historische gebieden, kenmerkende (straat)beelden en landschapselementen. Bij het maken van plannen kan ook (weer) rekening gehouden worden met al deze elementen die er vroeger wel waren maar nu niet meer. Een bijzonder onderdeel van cultuurhistorie is archeologie. Cultuurhistorie Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken. Archeologie De bescherming van archeologische waarden bij ruimtelijke ontwikkelingen is geregeld in de Erfgoedwet. De essentie van de wettelijke bescherming is dat archeologische resten zoveel mogelijk in de bodem bewaard blijven. Bij ruimtelijke plannen geldt de verplichting om rekening te houden met bekende en te verwachten archeologische waarden.
Indien ingrepen gepaard gaan met een verstoring van de bodem, kan het nodig zijn om nader onderzoek te doen, zodat - waar nodig - de archeologische waarden veiliggesteld kunnen worden en/of het plan aangepast kan worden. De verantwoordelijkheid voor archeologische waarden ligt bij de gemeente. Op basis van de Wamz zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken.
4.4.1
Cultuurhistorie Planspecifiek In het gebied geldt geen cultuurhistorische waarde waarvoor bescherming moet plaatsvinden. De nieuwe verbinding ligt volledig onder de grond en tast op geen enkele manier cultuurhistorische waarden aan.
4.4.2
Archeologie Planspecifiek Ook ten aanzien van archeologie geldt dat er geen sprake is van een beschermende regeling in de geldende bestemmingsplannen. Er zijn in dit gebied geen archeologische waarden aanwezig, omdat het gebied kunstmatig gecreëerd is door de storting van slib uit het IJ. Gevolgen voor het bestemmingsplan De realisatie van de ondergrondse 150kV kabelverbinding is vanuit de aspecten cultuurhistorie en archeologie aanvaardbaar.
blad 27 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
4.5
Conventionele explosieven (CE) Er kunnen als gevolg van gevechtshandelingen conventionele explosieven (hierna CE) in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van CE uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane CE vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. Bij het vooronderzoek worden literatuur en historische bronnen verzameld en gestructureerd geordend. Het eindresultaat is een rapportage met een bijbehorende CE-bodembelastingkaart. Het vooronderzoek dient conform de WSCS-OCE versie 2016 te worden uitgevoerd. Planspecifiek De gemeente Amsterdam heeft een kaart waarop verdachte locaties aangegeven staan als het gaat om niet gesprongen /conventionele explosieven. Hierop is de locatie als 'niet verdacht' aangemerkt. Verder onderzoek kan dan ook achterwege gelaten worden.
Figuur 4.2: fragment kaart niet gesprongen explosieven (bron: data.amsterdam.nl). Conclusie Dit aspect vormt geen belemmering voor de uitvoering van het bestemmingsplan.
4.6
Economische uitvoerbaarheid Grondexploitatiewet Op grond van artikel 6.12 Wro, lid 1 (afdeling 6.4 grondexploitatie) stelt de gemeenteraad bij de vaststelling van (onder meer) een bestemmingsplan een exploitatieplan vast voor gronden waarop een bouwplan is voorgenomen, indien het kostenverhaal niet op een andere wijze is verzekerd. Het moet gaan om een bouwplan, omdat de effectuering van het kostenverhaal op grond van het exploitatieplan altijd gekoppeld is aan de verlening van de omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen. In het Besluit ruimtelijke ordening is aangegeven wat onder een bouwplan moet worden verstaan (Art. 6.2.1 Bro):
blad 28 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
De bouw van een of meer woningen. De bouw van een of meer hoofdgebouwen. De uitbreiding van een hoofdgebouw met tenminste 1.000 m2 of met een of meer woningen. De verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits tenminste 10 woningen worden gerealiseerd. De verbouwing van een of meer aangesloten gebouwen voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor kantoor- of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies ten minste 1.500 m2 (was 1.000 m2) bedraagt. De bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m2. Een exploitatieplan is niet vereist, indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd, bijvoorbeeld via gronduitgifte, precarioverordening of (exploitatie)overeenkomsten. Uiteraard is een exploitatieplan ook niet noodzakelijk, als realisering van het bouwplan geen kosten vergt van de overheid. Kosten van aanleg en instandhouding De kosten van de aanleg en instandhouding van een hoogspanningsverbinding worden gedragen door TenneT. De leveringszekerheid is een wettelijke taak van TenneT op grond van de Elektriciteitswet 1998. Conclusie Dit bestemmingsplan maakt geen bouwplannen in de zin van de Grondexploitatiewet mogelijk. Het opstellen van een exploitatieplan of anterieure overeenkomst is dan ook niet aan de orde.
blad 29 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
blad 30 van 34
Ruimte - Antea Nederland B.V.
vastgesteld bestemmingsplan 150KV verbinding Zeeburgereiland Gemeente Amsterdam Projectnummer 0479241.100
Hoofdstuk 5
5.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen Het bestemmingsplan is opgezet volgens de in de Wet ruimtelijke ordening opgenomen standaardvorm van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding, planregels en een toelichting. De verbeelding en de planregels vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het bestemmingsplan. Beide planonderdelen dienen in onderlinge samenhang te worden bezien en toegepast. Op de verbeelding zijn de bestemmingen aangewezen. Aan deze bestemmingen zijn bouwregels en regels betreffende het gebruik gekoppeld. De toelichting heeft geen rechtskracht, maar is wel een belangrijk onderdeel van het plan. De toelichting geeft een weergave van de beweegredenen, de onderzoeksresultaten en de beleidsuitgangspunten die aan dit plan ten grondslag liggen. De toelichting is van wezenlijk belang voor een juiste interpretatie en toepassing. Daarnaast maken ook eventuele bijlagen onlosmakelijk onderdeel uit van het bestemmingsplan. Verbeelding De verbeelding is een digitale kaart, waarop bestemmingen en aanduidingen zijn weergegeven. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken specifieker te regelen, bijvoorbeeld in de vorm van gebiedsaanduidingen, bouwaanduidingen, bouwvlakken, functieaanduidingen etc. Voor de analoge verbeelding is gebruik gemaakt van een digitale ondergrond (Grootschalige Basiskaart en/of kadastrale kaart).