CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Stadsdeeladviezen AAV.pdf

Raadscommissie Woningbouw en Volkshuisvesting 5 juli 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (VN2023-015450)53.900 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

Het Dagelijks Bestuur geeft voor de VVE-aanpak mee dat gemengde VvE’s in Noord (met daarin zowel huurders van corporaties als eigenaar-bewoners) bijzondere aandacht verdienen. Denk bijvoorbeeld aan hulp bij het opstellen van een duurzaam, groen MJOP (meerjaren onderhoudsplan).  Alhoewel het isolatieoffensief een concrete stap in de juiste richting is en het Dagelijks Bestuur zich realiseert dat dit offensief tijd kost, maakt het zich zorgen over energiearmoede voor de komende winters in die huishoudens die pas later aan de beurt zijn. Zorg voor deze huishoudens voor een koppeling met de aanpak Energiearmoede.  Bij de projectgewijze aanpak op woonkwaliteit vraagt het Dagelijks Bestuur ook aandacht voor de toekomstbestendigheid van woningen aangaande effecten van klimatologische veranderingen als zware regenval, bodemdaling en hittestress. Doel 6: Betere positie van Amsterdammers.  Het Dagelijks Bestuur vindt het vanzelfsprekend dat de onafhankelijke informatievoorziening aan bewoners via stichting !WOON gecontinueerd wordt. Het is vanwege de omvangrijke verbeter- en vernieuwingsopgave in Noord belangrijk dat bewoners hun rechten kennen en indien nodig daarbij ondersteund worden. Beter inzicht in al het beschikbare woningaanbod via een nieuw aanbodplatform maakt de woningmarkt voor woningzoekenden overzichtelijker.

Het schrappen van het individueel huurcontract bij kamergewijze verhuur verlaagt de rechtsbescherming van huurders. Het puntenstelsel voor kamers is dan niet meer van toepassing en huurders worden daarmee afhankelijker van verhuurders. Doel 7: Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen  De AAV meldt dat een nieuwe gebiedsgerichte werkwijze en uitwerking gemaakt wordt, waarbij de programmering gericht is op de doorstroming van doelgroepen. Zoals hiervoor is gesuggereerd zou het ook omgedraaid kunnen worden, de uitkomst van de gebiedsgerichte analyse wordt maatgevend voor zowel de beleidsingrepen die de samenstelling van de woningvoorraad beïnvloeden als de nieuwbouwopgave. Het Dagelijks Bestuur adviseert daarom om de contouren te schetsen van de gebiedsgerichte aanpak, duidelijker Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 10 van 11

aan te geven welke volkshuisvestelijke maatregelen daarin uitgewerkt worden, wie wat uitvoert en hoe bewoners en andere belanghebbenden kunnen participeren. In het kader van de leefbaarheid op buurt- en straatniveau is het belangrijk dat er zicht is op het effect van stapeling van bijvoorbeeld kamerverhuur, woningvorming en vakantieverhuur. En dat er naast de handhaving op illegale bewoning ook voldoende capaciteit overblijft voor de handhaving als de voorwaarden (vaak leefbaarheid) na afgifte van de vergunning worden overtreden. Overigens is het huidige wijkquotum zo ruim gesteld dat het geen beperkend effect zal hebben op Noordse wijken. Hier geldt ook dat toegang tot zorg en voorzieningen geen automatisme is voor sommige wijken in Noord: dit vergt structurele investeringen (zie kansenongelijkheid Aanpak Noord) Graag aandacht hiervoor. Een risico van doel 3 – meer woningen voor hen die ze het hardst nodig hebben – is dat dit concentratie van kwetsbare huishoudens in de hand kan werken, waardoor de toegang tot zorg kan verslechteren. Om de leefbaarheid in bestaande en nieuwe wijken op peil te houden, is het belangrijk om ook aandacht te houden voor de woonomgeving tijdens de bouw of het grootschalig verbeteren van woningen. Wacht niet met tussentijds beheer of de aanleg van de openbare ruimte tot het hele project wordt opgeleverd, dit kan jaren duren.

Aanpak Noord integreren in de AAV  Het Dagelijks bestuur wil graag dat de AAV hand in hand gaat met de Aanpak Noord. Beide gaan over de lange termijn effecten op wijken en haar bewoners. Daarom is een gebiedsgerichte integrale aanpak cruciaal waarbij breder wordt gekeken dan alleen vanuit de directie Wonen. Samenwerken met andere directies en domeinen is noodzakelijk om de sociale uitdagingen en problemen zo goed mogelijk aan te pakken.  Graag kijken we samen naar de kansen om de bestaande woningvoorraad sneller op te knappen en te verduurzamen, juist bij die mensen die al te lang in een te slecht onderhouden woning leven.  Het dagelijks bestuur onderschrijft nogmaals de belangrijke doelstelling uit het coalitieakkoord om de individuele corporaties beter te kunnen aanspreken op de gemaakte afspraken.  Bij de totstandkoming van deze AAV zijn per stadsdeel bewonersavonden georganiseerd om de inbreng vanuit de buurten goed in kaart te brengen. Graag ziet het dagelijks bestuur in Noord dat duidelijker wordt beschreven hoe deze inbreng wordt meegenomen in de AAV.  In de verdere uitwerking willen we graag de samenwerking tussen bewoners, gemeente, corporaties en andere verhuurders versterken.

Hoe ziet de AAV erop toe dat er betere ondersteuning komt van deze dialoog en samenwerking? En hoe verbeteren we de informatiepositie van bewoners juist wanneer het ingewikkelde technische of juridische knelpunten betreft?  Bij de huisvesting kwetsbare groepen onderschrijft het dagelijks bestuur het belang om deze mensen een goed huis te bieden maar willen we tegelijkertijd zorgen dat juist deze mensen ook de passende en integrale begeleiding en zorg kunnen krijgen. Daarom nodigt het dagelijks bestuur het college uit om bij de gebiedsgerichte uitwerking van de AAV samen te werken aan een integraal plan om wijken te versterken en sociale ongelijkheid te bestrijden. Het Dagelijks Bestuur geeft tot slot de volgende algemene aanbevelingen mee:  Zorg dat de AAV ook te volgen is voor de lezer met een basiskennis van het woonbeleid.  Maak duidelijk welke invloed het meedenktraject heeft gehad 0p de inhoud van de AAV.  Besteed in de probleemanalyse en bij de uitwerking van de doelen ook aandacht aan de verschillen binnen de stad (stadsdelen/wijken/buurten)  In de AAV wordt verwezen naar het Woningbouwplan. Kan er nog advies gegeven worden op dit door de grote nieuwbouwopgave voor Noord belangrijke plan?  De AAV stelt dat de beschikbare middelen en capaciteit een risico vormen voor de uitvoering.

Graag specifieker uitwerken wat er voor de uitvoering van de stadsdeelorganisatie gevraagd wordt.

Registratienummer Z17-81484 / 2605 Pagina 11 van 11

Adviesaanvraag college aan dagelijks bestuur Invullen door directie: Onderwerp adviesaanvraag: Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting Portefeuille: Volkshuisvesting Directie: Wonen Datum behandeling staf WH 16 januari 2023 Datum adviesaanvraag: 13 februari 2023 Deadline ontvangst advies: 31 maart 2023 Advies mailen naar: aanpakvolkshuisvesting@amsterdam.nl Meegestuurde stukken: Inspraakvoorstel Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting incl. bijlagen Heeft er consultatie vooraf 1. In september- oktober zijn alle stadsdeelcommissies bezocht; plaatsgevonden? 2. In het BOSS van 5 december 2022 is een concept versie besproken met

stadsdeelbestuurders; 3. In het speciale BOSS van 18 januari 2023 is de concept versie besproken met de stadsdeelbestuurders 4. In alle stadsdelen en stadsgebied Weesp is een meedenkavond gehouden voor bewoners. Invullen door stadsdeel: Stadsdeel: Oost Procesbegeleider: Julika van Drongelen Datum weekstart/staf: 20 februari 2023 Datum stadsdeelcommissie: 14 maart voorbereidend, 28 maart 2023 besluitvormend Datum dagelijks bestuur: 7 maart conceptadvies, 4 april 2023 finaal advies Registratienr. (optioneel): Z-23-52718

Over gevraagde adviezen: Conform de Verordening stadsdelen en stadsgebied Amsterdam 2022:  (art. 12, lid 1) betrekt college en BM het DB bij voorbereiding van stedelijke kaders als deze kaders betrekking hebben op taken en bevoegdheden van DB of DB een rol krijgt in uitvoering van die kaders, of 

(art. 12, lid 2) als college of BM voornemens is over stedelijke kaders besluit te nemen of voornemens is ander besluit te nemen waarbij belangen van een of meer stadsdelen zijn betrokken, in ieder geval bij vaststellen van bestemmingsplannen, wint college of BM bij DB advies in.

DB legt deze adviezen voor aan SDC (art. 19). Bij besluitvorming maakt DB inzichtelijk wat advies van SDC is en hoe eventuele voorstellen of moties als bedoeld in art. 30, lid 3, zijn verwerkt. DB neemt advies van SDC over indien is vastgesteld met meerderheid van stemmen en past binnen stedelijke en budgettaire kaders. DB kan uitsluitend schriftelijk met zeer zwaarwegende redenen afwijken van advies of voorstel van SDC. (art. 19, lid 5) Als standpunten van stadsdeelcommissieleden bij uitbrengen van advies uiteenlopen, worden in advies standaard alle verschillende standpunten binnen commissie kenbaar gemaakt. (art. 30, lid 5)

Adviesvraag college Formuleer hier de vraag aan het dagelijks bestuur

Het college heeft op 13 februari 2023 het voorstel Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting vrijgegeven voor inspraak. Het voorstel bevat een actieplan gericht op het realiseren van de missie ‘Voldoende betaalbare en goede woningen in een ongedeelde stad’ in 2040. Aan het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost wordt gevraagd uiterlijk 31 maart 2023 advies uit te brengen over de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting. De Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting beschrijft de huidige volkshuisvestelijke opgaven en de ambities en plannen van het college voor volkshuisvesting in Amsterdam.

Pagina 1 van 16

De aanpak bevat zeven doelen die zijn gericht op het realiseren van de lange termijnmissie: Voldoende betaalbare en goede woningen in een ongedeelde stad. Hieronder geven we een samenvatting van de doelen en daaraan gekoppelde belangrijkste inspanningen. Doel 1: Meer woningen We streven ernaar dat er in 2040 geen tekort aan woningen en woonplekken meer is. Om de crisis op de woningmarkt het hoofd te bieden, moeten we ervoor zorgen dat er meer woningen beschikbaar komen. Dit doen we op drie manieren: • Reguleren: We zetten alle bestaande en toekomstige instrumenten uit de Huisvestingswet in om de onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan woonruimte te bestrijden. We willen de aanpak leegstand met een nieuwe Leegstandverordening intensiveren. We handhaven op illegaal gebruik en op toeristische verhuur. • Meer woonplekken: We laten het individuele huurcontract als voorwaarde voor kamerverhuur los. We zetten in op alternatieven voor zelfstandig wonen in de wijk. We ontwikkelen nieuwe woonvormen voor Amsterdammers in een kwetsbare situatie. • Nieuwbouw: We houden vast aan onze langjarige nieuwbouwambitie van 7.500 woningen per jaar. We sturen op het realiseren van 2.500-3.000 tijdelijke (maximaal 15 jaar) woningen. Doel 2: Betaalbaarder wonen We streven ernaar dat in 2040 het aandeel betaalbare woningen goed aansluit bij de woningbehoefte in de stad.

Alle Amsterdammers hebben woonlasten die passen bij de financiële situatie van het huishouden. Hier zetten we op in: • Snelle uitbreiding van de sociale huurvoorraad, met zoveel mogelijke groei en bescherming van de sociale huurvoorraad in bezit van corporaties: Om de sociale voorraad te laten groeien, moeten er meer woningen worden gebouwd maar er moeten ook minder woningen geliberaliseerd én minder sociale huurwoningen van corporaties verkocht worden. We maken daar scherpe afspraken over met de corporaties. • De middeldure huurvoorraad wordt beschermd en neemt toe ten opzichte van 2021: De komende jaren zal de middeldure huurvoorraad groeien door de aangekondigde regulering van het middensegment. We blijven ons inzetten richting het Rijk om nog meer woningen onder deze regulering te laten vallen. • Huur- en koopwoningen worden toegankelijker voor middeninkomens: We maken gereguleerde huurwoningen in het middensegment vergunningsplichtig. Verhuurders moeten dan bij de gemeente een huisvestingsvergunning waarmee zij registreren aan wie zij de woning verhuren. Daarnaast zetten we in op passende toewijzing van huurwoningen in het middensegment.

• Niemand mag in armoede belanden door te hoge woonlasten: We streven naar woonlasten passend bij de samenstelling van het huishouden - met extra aandacht voor het besteedbaar inkomen van alleenstaande ouders, grote gezinnen en middeninkomens. Dit doen we door onder andere met corporaties afspraken te maken over het aanbod van sociale huurwoningen onder en boven de aftoppingsgrenzen. We maken afspraken met corporaties en particuliere verhuurders over betaalbaarheid van jongeren,- en studentenhuisvesting. We voeren een lobby op het tegengaan van verplicht af te nemen diensten die zogenaamd onder servicekosten vallen. Doel 3: Meer woningen voor hen die ze het hardst nodig hebben We streven ernaar dat in 2040 er geen mensen meer zijn in een dak-of thuisloze situatie. Iedereen die zich in een kwetsbare situatie, al dan niet met zorgvraag, bevindt, kan binnen drie maanden een woonplek in de MRA krijgen. Hier zetten we op in: • Transparante en eerlijke woonruimteverdeling: We stoppen met het invoeren van nieuwe voorrangsregelingen. De bestaande regelingen willen we opnieuw herzien zodra de eerste effecten van de nieuwe woonruimteverdeling duidelijk zijn. • Gerichte toewijzing van woningen aan de meest kwetsbaren: We willen de urgentiecriteria herzien om ze meer passend te maken bij de doelgroep. De bestaande groep mensen in een kwetsbare situatie breiden we niet verder uit.

Pagina 2 van 16

• •

•

Voorkomen dakloosheid: Amsterdam zet de ‘aanpak dakloosheid’, ‘vroeg eropaf’ en ‘geregelde betaling’ voort. We blijven inspelen op actuele ontwikkelingen, zoals op dit moment de energiearmoede. Harde regionale afspraken en landelijke afspraken op basis van Fair Share: Amsterdam zet in op regionale en landelijke verdeelafspraken over de uitstroom van mensen in een kwetsbare situatie: waar mogelijk huisvesten we deze mensen elders in het land. Alternatieve woonoplossingen: De komende jaren zet Amsterdam sterk in op het ontwikkelen van alternatieve woonvormen voor huishoudens in een kwetsbare situatie, samen met woningcorporaties en zorgaanbieders.

Doel 4: Passender wonen Alle Amsterdammers hebben in 2040 een woning die past bij hun zorgvraag en levensfase. Om de Amsterdamse woningmarkt weer in beweging te krijgen zetten we volop in op doorstroming. Hier zetten we op in: • Meer passende woningen voor alle doelgroepen: Met een nieuwe gebiedsgerichte werkwijze prioriteren en programmeren we nieuwbouw om meer doorstroming en meer verhuisbewegingen op gang te brengen. Daarbij ligt onze focus op bouwen voor gezinnen en ouderen. We werken hierbij gebiedsgericht. We kijken naar de behoefte per doelgroep én naar de totale opgave van het gebied, de stad en de regio. Daarnaast behouden we ultra schaarse sociale huurwoningen voor rolstoelwoningen en grote woningen voor gezinnen voor de doelgroep. Dit doen we door voor deze woningen tijdelijke contracten toe te passen naar passendheid en door een stop op verkoop van deze corporatiewoningen in te voeren. • Samen werken aan doorstroming: Met een pakket aan ondersteunende maatregelen, inclusief ontwikkeling van een verhuisservice, ondersteunen we ouderen om tijdig te verhuizen. • Wonen met zorg nabij: Amsterdam zet in op de realisatie van geclusterde woonvormen, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande voorraad. Daarnaast zetten we in op woonzorgcirkels en thuisbuurten, waarbij we woningen rondom voorzieningen reserveren voor ouderen en andere groepen die zorg behoeven.

Iedere 24-uurs zorgvoorziening in Amsterdam kan zich ontwikkelen tot woonzorgcirkel. Doel 5: Duurzame woningen van goede kwaliteit We streven ernaar dat in 2040 Amsterdamse woningen duurzaam en van goede kwaliteit zijn en een gezond leefmilieu bieden. Hier zetten we op in:  Goede kwaliteit en duurzamer: De gemeente houdt toezicht op woningkwaliteit en handhaaft hierop. Onderdeel hiervan is een projectgewijze aanpak op woningkwaliteit zoals de aanpak op vocht & schimmel en loden leidingen. De gemeente gaat eigenaren faciliteren om werk te maken van verduurzaming. We werken daarbij ook aan het wegnemen van knelpunten.  Energiebesparende maatregelen voor laagste inkomens: Op de korte termijn zetten we in op energiebesparende maatregelen die bewoners kunnen treffen zonder tussenkomst van de woningeigenaar. Mensen kunnen hulp vragen bij het aanbrengen van energiebesparende middelen, bijvoorbeeld via de energiebespaarservice.  Meer isolatie en verbeteren slechte energielabels (E-F-G): Met het grootschalig isolatieoffensief wil het college bewoners en woningeigenaren stimuleren en begeleiden om structureel energie te besparen. We versnellen de isolatieopgave met corporaties, conform de nationale prestatieafspraken. Particuliere en commerciële verhuurders stimuleren we om hun energielabels verbeteren.

We breiden de vve-aanpak uit en we zorgen ervoor dat ook eigenaar-bewoners met lagere inkomens mee kunnen doen aan de isolatieopgave. Doel 6: Betere positie van Amsterdammers Onze inspanningen hebben er in 2040 toe geleid dat Amsterdammers zich vrij en veilig voelen om goed geïnformeerd keuzes te maken. Ze melden misstanden over hun woonsituatie zonder dat dit risico’s met zich meebrengt. Het volledige woningaanbod is transparant. Hier zetten we op in:  Bescherming van rechten: We benutten de mogelijkheden die de Wet goed verhuurderschap gaat bieden, zoals (basis)normen voor verhuur, de bevoegdheid om verhuurdervergunningen te introduceren en de mogelijkheid voor gemeenten om het beheer van een woning over te nemen.  Betere informatievoorziening en ondersteuning: We zetten ons in om onze eigen informatievoorziening te verbeteren over alles wat met woonbeleid te maken heeft. We blijven stichting !WOON als steunpunt voor alle Amsterdammers met een woonvraag financieel ondersteunen en we willen de eerste stappen zetten om voor

Pagina 3 van 16

meer huurwoningen dan sociale huurwoningen op een transparant aanbodplatform te hebben, te beginnen met middeldure huurwoningen van corporaties. Tijdelijke huurcontracten zijn niet meer de norm: Amsterdam blijft lobbyen bij het Rijk om tijdelijke contracten van particuliere verhuurders af te schaffen en om de puntengrens voor de bestaande voorraad te verhogen.

Doel 7: Leefbare en veerkrachtige wijken met toegang tot zorg en voorzieningen Amsterdamse wijken en buurten zijn leefbaar, veerkrachtig en ongedeeld. Een thuishaven voor alle bewoners, in alle levensfasen, of zij nu hier geboren zijn of ergens anders vandaan komen. Hier zetten we op in:  Veerkrachtige wijken: Door middel van gebiedsgerichte programmering en prioritering voor doelgroepen richten we ons op doorstroming en verhuisbewegingen. Het college komt met een nieuwe werkwijze. De (advies)rol van de stadsdelen en het stadsgebied Weesp nemen we mee in de nadere uitwerking van deze nieuwe werkwijze.  Leefbare wijken: We ondersteunen eigen initiatief van bewoners en activiteiten van professionals in de buurt. Dit komt een prettige manier van samenleven ten goede. Buurten en wijken zijn veilig. Overlast door gebruik van woningen voor vakantieverhuur, kamerverhuur en crimineel gebruik dringen we terug.  Investeringen in de sociale infrastructuur van de wijk: We zetten in Amsterdam in op de ontwikkeling van woonzorgcirkels en thuisbuurten. Woningen rondom voorzieningen, zoals inlooppunten en 24-uurszorg voorzieningen, reserveren we voor Amsterdammers met een zorgvraag. Na verwerking van uw advies en de reacties uit de inspraakronde, worden definitieve voorstellen gedaan aan de gemeenteraad voor vaststelling. Inspraak vindt plaats van 13 februari tot en met 27 maart 2023.

Na de inspraakperiode wordt het definitieve collegevoorstel Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting aan de gemeenteraad voorgelegd ter besluitvorming.

Conceptadvies DB: Het dagelijks bestuur formuleert hier -indien van toepassing- t.b.v. de stadsdeelcommissievergadering een conceptadvies

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost deelt de zorgen van het college over de schrijnende schaarste aan betaalbare woningen op de Amsterdamse woningmarkt. Amsterdammers komen steeds moeilijker aan een woning, het verdienen aan woningen dreigt belangrijker te worden dan woningen om gewoon in te wonen. Wij onderschrijven het belang van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). De integrale aanpak en een gedegen uitvoering is nodig om Amsterdammers een betere kans op goed en betaalbaar wonen te geven. Het dagelijks bestuur heeft waardering voor het uitgebreide participatietraject dat is gevoerd om te horen wat er leeft onder bewoners, organisaties en stadsdelen. Meer woningen (pg 21 e.v. AAV) De AAV geeft hoge prioriteit aan de bouw van nieuwe woningen, jaarlijks tenminste 7.500. Het dagelijks bestuur van Oost ziet absoluut de noodzaak van nieuwbouw om de wooncrisis te lijf te gaan. Wij vinden het tegelijk cruciaal dat we als stad de kwantiteit – bouwen, bouwen, bouwen - niet ten koste laten gaan van de kwaliteit. De tendens – met name in het middensegment - lijkt dat er steeds meer kleine woningen gebouwd worden (25-40 m2), tegen relatief hoge huren (en servicekosten). Dit speelt in gebieden binnen de ring zoals in Oost. Dit aanbod van studio-achtige woningtypen is passend voor een deel van de woningzoekers, vaak jongere alleenwonenden.

Maar het sluit niet aan bij de Amsterdammers die (willen) samenwonen of een gezin (willen) vormen, waardoor deze huishoudens de stad verlaten of er niet binnenkomen. Dit leidt tot een eenzijdige samenstelling van de Amsterdamse bevolking en ook voor mensen die in de stad willen werken lange reistijd. De nieuwbouw vraagt dus ook woningen met meer vierkante meters en kamers. Zeker in het middensegment is er behoefte aan grotere woningen. Dat moet wel via nieuwbouw gebeuren, omdat dit segment ontbreekt in de voorraad en ruimere middeldure woningen dus maar mondjesmaat vrijkomen. Op pagina 28 wordt verwezen naar het coalitieakkoord waarin staat: “dat er in het kader van ‘Stedelijke vernieuwing 2.0’ geen taboe meer rust op sloop/nieuwbouw. Gebiedsgerichte afwegingen en het aanpakken of sloop/nieuwbouw van slechte of niet toekomstig bestendige woningen behoort daarbij tot de mogelijkheden.” Het dagelijks bestuur ziet sloop-nieuwbouw en/of verdichting als belangrijk om meer (duurzame) Pagina 5 van 8 woningen te creëren. De ervaring leert wel dat sloop-nieuwbouw en verdichting vaak op grote weerstand stuiten bij huidige bewoners en

Pagina 4 van 16

bewonerscommissies. Wij vinden het overleg met bewoners erg belangrijk, maar signaleren tegelijk dat bewonerscommissies, die soms maar uit enkele bewoners bestaan, wel spreken namens het hele vernieuwingsgebied, maar niet altijd alle bewoners in het gebied vertegenwoordigen in het verplicht te doorlopen overlegtraject. Wij vragen het college dan ook om te onderzoeken hoe, blijvend binnen de wettelijke regels, een bredere groep bewoners, niet alleen bestaande uit de bewonerscommissie, maximaal betrokken kan worden. Zo staat het proces niet alleen voor een vinkje halen bij de bewonerscommissie, maar zorgen we dat iedere stem wordt gehoord. Verdichting is belangrijk om te komen tot uitbreiding van de woningvoorraad en meer passende woningen, onder andere voor ouderen omdat hierin ook de sleutel kan liggen om de doorstroming op gang te brengen. Het belang van de woningzoekenden moet naast de belangen van de huidige bewoners evenwichtig worden meegenomen in de totale afweging. Het dagelijks bestuur van Oost wil nader inzoomen op een genoemd onderdeel in de AAV (pg. 26), te weten: Uitbreiding van de woningvoorraad door omzetting van hotels of bedrijfsruimte naar woningen wordt als een positieve ontwikkeling beschouwd. De omzetting van bedrijfsruimte naar woningen staat vaak op gespannen voet met het Afwegingskader voor omzetting van kleinschalige bedrijfsruimte.

Dit kader is de ambitie van het college en de raad om de buurteconomie in Amsterdam te versterken. Hiervoor is het Amsterdams Ondernemers Programma 2019-2022 opgesteld met maatregelen die deze versterking ondersteunen. Het afwegingskader is bedoeld als instrument ter bescherming van kleinschalige bedrijfsruimtes en als ondersteuning van het behoud van de functiemenging in de stad. Het dagelijks bestuur van Oost vindt het behoud van kleinschalige bedrijfsruimte in het stedelijk weefsel van essentieel belang voor een levendige stad, waar ook werkgelegenheid dichtbij is. In stadsstraten en winkelstraten is omzetting naar wonen nu niet toegestaan. Het dagelijks bestuur pleit ervoor dit zo te laten. Tegelijkertijd ervaren wij dat er in woonbuurten soms bedrijfsruimte is die niet wordt gebruikt, op een ongeschikte plek ligt, waar parkeren en laden en lossen niet goed mogelijk is, en vrijwel niet te verhuren is. In woonbuurten kan omzetting naar een andere bestemming dan een grote toevoeging betekenen aan de buurt. De bepaling in de AAV vindt het dagelijks bestuur dan ook te algemeen geformuleerd. Wij vragen het college de keuze om kleinschalige bedrijfsruimte in een woonstraat om te zetten naar een (speciale) woonfuncties als maatwerk mogelijk te maken en de dagelijks besturen hierover op basis van hun kennis van het gebied te laten besluiten.

Een dergelijke concrete bepaling zou moeten worden opgenomen in de AAV en in het nieuw op te stellen Amsterdams Ondernemers Programma. Meer woonplekken in de bestaande voorraad (pg. 22/23 AAV) Ondanks de forse nieuwbouwambities, ziet de AAV de bestaande bouw als de sleutel om de crisis op de woningmarkt het hoofd te bieden. Het dagelijks bestuur van Oost deelt de noodzaak om maatregelen aan te grijpen om de woningmarkt te reguleren. Woonruimten zijn er om in te wonen, niet om zoveel mogelijk geld mee te verdienen. Leegstand van woningen, illegale onderhuur, woonfraude, toeristische verhuur frustreren de beschikbaarheid van woonruimte voor de Amsterdamse woningzoekenden. Het DB onderschrijft dan ook het voornemen om (op basis van objectieve cijfers) te overwegen of nieuwe beperkende maatregelen nodig zijn, zoals het invoeren van verbodswijken voor vakantieverhuur en het verlagen van de quota voor Bed & Breakfast. Een van de manieren die worden genoemd om het gebruik van de bestaande woonvoorraad te intensiveren is het loslaten van de voorwaarde van een individueel huurcontract voor huurders in kamergewijs verhuurde woningen. Wij staan in principe achter deze versoepeling, mits dit aantoonbaar bijdraagt aan het ontstaan van meer woonplekken. De controle op individuele huurcontracten blijkt ingewikkeld en geeft daarmee aan huurders een schijnzekerheid.

Wij hopen dat dat de nieuwe Wet Maatregelen Middenhuur/Goed Verhuurderschap hun werk gaan doen om huurders beter te beschermen. Het dagelijks bestuur adviseert om nauwlettend te volgen of het loslaten van deze voorwaarde het gewenste effect heeft. Wij zullen voor Oost signalen en klachten op de voet volgen, in samenspraak met het team !WOON Oost. Het aloude hospita-concept stimuleren, ook als optie voor Pagina 6 van 8 mantelzorgplekken, zullen wij actief onder de aandacht brengen in de voorlichtingsactiviteiten aan ouderen in gebieden in Oost. De huidige ruime quota voor woningdelen baren ons wel zorgen. Er is in opdracht van de gemeente Amsterdam een evaluatie opgesteld: Evaluatie Kamerverhuurbeleid Amsterdam (Ecorys/13-09-2022). In de evaluatie van het kamerverhuurbeleid wordt nu juist opgemerkt dat de leefbaarheid op buurt- en straatniveau met quota niet kan worden geborgd. In het gebied Middenmeer (Watergraafsmeer) is sprake van overlast en belasting van het Pagina 5 van 16

leefklimaat, maar het quotum laat nog meer verkamering toe. In de evaluatie wordt aanbevolen om bijvoorbeeld een quotum op het niveau van de buurt en/of bouwblok op te nemen in het toekomstige beleid zodat de leefbaarheid beter kan worden geborgd en per buurt meer maatwerk kan plaatsvinden. Wij pleiten dan ook voor een nieuwe beoordeling van de quota en voorstellen voor aanpassing, ook om niet te laat te zijn, want een eenmaal verstrekte vergunning voor verkamering van een grote woning is nauwelijks terug te draaien. Wij zien ook kansen om meer woonplekken te creëren wanneer meer mensen gaan samenwonen met gedeelde voorzieningen. Een belangrijke doelgroep hiervoor zijn ouderen. Als ouderen langer alleen wonen, neemt ook de kans op eenzaamheid toe. Dat kan tot extra zorgvragen leiden. Wij juichen het dan ook toe dat Amsterdam in samenwerking met corporaties en zorgpartners nieuwe woonconcepten gaat ontwikkelen om meer woningen voor ouderen met gedeelde voorzieningen te realiseren, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande stad. Betaalbaarder wonen. (pg. 26 AAV) Het college geeft aan “niemand mag in armoede belanden door te hoge woonlasten”. In de AAV ligt de nadruk op te hoge woonlasten van de huishoudens die een sociale huurwoning of middensegment huurwoning hebben. Wij pleiten ervoor dat de problematiek van te hoge woonlasten in de volle breedte wordt bezien.

Het hebben van aandacht voor te hoge woonlasten in de volle breedte kan kansen opleveren voor de doorstroming bijvoorbeeld van een huur- naar een koophuis. Het dagelijks bestuur van Oost is verheugd over de aangekondigde regulering van het middensegment door regelgeving van het rijk, waardoor particuliere sociale huurwoningen in ieder geval in het middensegment blijven. Wat betreft verkoop van sociale huurwoningen door corporaties: wij zien dat de grens van verkoop op IJburg-West en Oostelijk Havengebied (corporatiebezit 30% resp 31 %) bereikt is. Hier zou in ieder geval geen verkoop meer mogen plaatsvinden. Daarentegen zijn er ook buurten in Oost waar beperkte verkoop nog wel mogelijk is en zorgt voor differentiatie qua aanbod van woningen in de wijk. Ook kan verkoop helpen om grote investeringen op verbetering en verduurzaming van woningen van corporaties te dekken. Wij pleiten dan ook voor een meer gebiedsgerichte benadering van afspraken over verkoop van sociale woningen waarbij het dagelijks bestuur meer ruimte krijgt om een goede afweging te maken. Wij stellen daarbij aanvullend voor dat de opbrengsten van verkoop zoveel mogelijk terugvloeien naar het gebied, door bijvoorbeeld verduurzaming, verbetering van woningen of nieuwbouw. Daarnaast zou onderwerp van het gesprek met de corporaties ook moeten zijn hoe om te gaan met buurten met monumentenstatus.

Onderbelicht blijft welke gevolgen de keuze ‘geen verkoop tenzij’ heeft voor de financieringsruimte van de corporaties, gegeven andere grote investeringsopgaven in de stad. Het dagelijks bestuur van Oost vraagt het college te verduidelijken of en welke keuzes worden gemaakt: wat moeten we ervoor laten? Meer woningen voor wie ze het hardst nodig hebben (pg.31.e.v.AAV) Het dagelijks bestuur van Oost erkent de dilemma’s bij het maken van de keuzes voor doelgroepen en toegang tot het vrijkomende aanbod van sociale huurwoningen. Wij begrijpen de keuze om 30% van de mutaties in de sociale huur van woningcorporaties te reserveren voor huisvesting van mensen in een kwetsbare situatie. Met de 15% voor stadsdeelurgenties en 5% maatwerk resteert er 50% voor reguliere woningzoekenden. De AAV wil - mocht er in een gegeven jaar ruimte over zijn binnen de 15% voor stadsvernieuwingsurgenten en binnen de 5% maatwerk voor corporaties - deze resterende ruimte benutten voor het huisvesten van meer mensen in een kwetsbare situatie. Wij vragen het college deze keuze te verduidelijken. Wij merken dat door de huidige wijze van toewijzing van woningen de leefbaarheid in bepaalde buurten onder druk komt te staan. Daarom pleit het dagelijks bestuur ervoor om bij de toewijzing van woningen binnen deze ruimte het criterium van de draagkracht en draaglast van een buurt te hanteren.

Tot de reguliere woningzoekenden behoren veel mensen die geboren en getogen zijn in Amsterdam, en hier willen blijven wonen en werken, maar geen positie hebben als “kwetsbaar huishouden”. Het is voor hen vrijwel onmogelijk een woning te vinden. Juist voor deze groep moeten meer woningen beschikbaar komen. Wij onderschrijven het standpunt van het college dat voor de groeiende huisvestingsopgave van mensen uit de kwetsbare groepen nadrukkelijk ingezet moet worden op de fair share waarbij de regiogemeenten hun aandeel leveren. Ook omdat we in buurten met veel corporatiebezit zien dat de druk op de leefbaarheid soms erg groot wordt. De stadsdeelvoorrang om nieuwbouwcomplexen met voorrang toe te wijzen aan mensen uit hetzelfde Pagina 6 van 16

stadsdeel/gebied is een goede optie. Wat Oost betreft zou die regeling niet uitsluitend tot complexen in de masterplangebieden en Aanpak Noord moeten worden beperkt, waarbij primair wordt gekeken naar de kansen voor thuiswonende jongeren. Wij zien deze voorrangsregeling ook als kans om doorstroming in de bestaande wijken met weinig nieuwbouwmogelijkheden te bevorderen. Het sluit aan bij de inzet om ouderen in eigen buurt meer kans te geven. Wij vragen het college om deze regeling uit te breiden en ervoor te zorgen dat een stadsdeel de stadsdeelvoorrang ook voor transformatieprojecten of voor specifieke woningen (bijvoorbeeld met een seniorenlabel) zou mogen inzetten. Passender Wonen en Doorstroming (pg. 36 e.v.AAV) In de AAV komen beide componenten bij de verschillende doelen terug. Doorstroming is geen tovermiddel en geen doel op zich, maar de AAV schetst wel een perspectief om de woningmarkt meer in beweging te krijgen. Het dagelijks bestuur van Oost onderschrijft de inzet van de AAV om een halt toe te roepen aan tijdelijke huurcontracten van twee jaar in de particuliere sector. Dat soort doorstroming is ongewenst want het leidt tot onzekerheid voor huurders en ongewenste verhuisbewegingen in buurten. Wij ondersteunen het college in de lobby bij het Rijk om deze tijdelijke contracten af te schaffen en om de puntengrens voor de bestaande voorraad te verhogen.

Wij vinden dat het idee om tijdelijkheid in te brengen in huurcontracten in de sociale sector om Amsterdammers tijdig door te laten stromen naar een woning die bij hun levensfase past, bespreekbaar moet zijn. Zeker voor woningen die zeer schaars zijn zoals grote woningen en rolstoelwoningen. Deze woningen zijn met maatschappelijk kapitaal gebouwd; dan valt het te rechtvaardigen dat de woning vrijkomt voor een huishouden dat hier urgent voor in aanmerking komt. Een concreet idee voor de uitvoering is dat het passendheidscriterium van woningen voor gezinnen met drie of meer minderjarige kinderen uit de Huisvestingsverordening als uitgangspunt geldt. Uitsluitend deze grote gezinnen komen in aanmerking voor woonruimte met vier of meer kamers en ten minste een woonoppervlak van 70 vierkante meter. Deze woningen zouden dan met een levensfasegebonden huurcontract toegewezen moeten worden. Uiteraard kan dit alleen worden ingevoerd als er een goed passend aanbod is voor degene die de woning achterlaat. Met name ouderen voelen een sterke binding met de buurt vanwege hun netwerk, hun vertrouwde winkels en voorzieningen. Uit voorlichtingsbijeenkomsten voor ouderen in de gebieden komt die sterke buurtgebondenheid naar voren. Daarom vragen wij het college om mogelijk te maken dat er voor met name ouderen voorrang voor een passende woning in de eigen buurt is.

Dit zal zeker de doorstroom en het vrijkomen van grotere woningen ten goede komen, waardoor er voor gezinnen aanbod komt. Duurzame woningen van goede kwaliteit Voor de laagste inkomens wordt ingezet om op korte termijn energiebesparende maatregelen te kunnen nemen die bewoners zonder tussenkomst van de woningeigenaar kunnen treffen. Zo kunnen mensen hulp vragen bij het aanbrengen van energiebesparende middelen, bijvoorbeeld via de energiebespaarservice. Het DB onderschrijft dit uitgangspunt. Wel is het belangrijk om in de kaderafspraken te bepalen hoe deze maatregelen worden gedekt. Gebiedsgerichte uitwerking van de voorstellen (pg 54 AAV) De AAV zet in op samenwerking met de stadsdelen en gebiedsteams. Dat onderschrijven wij van harte en wij willen daarmee aan de slag. Er wordt een koppeling gelegd met het Woningbouwplan. Hierin staat dat in 2023 een nieuwe werkwijze wordt uitgewerkt waarbij nieuwbouw voor doelgroepen gebiedsgericht geprogrammeerd wordt, gericht op Pagina 8 van 8 doorstroming en verhuisbewegingen. Ten aanzien van de uitwerking zou het DB graag zien welke keuzes het college ten aanzien van betaalbaarheid maakt en hoe de gebiedsgerichte uitwerking eruit komt te zien. Het dagelijks bestuur van Oost pleit niet voor uitgebreide afspraken per stadsdeel op ieder onderdeel. We zijn tenslotte één stad.

Wij pleiten ervoor goed te bekijken waar gebiedsgerichte afspraken wél nodig zijn (bijv. eerdergenoemde onderdeel verkoop) en voor het faciliteren van stadsdeelbestuurders in het maken van afspraken voor hun stadsdeel met de corporaties binnen de stedelijke kaders. Er staan veel beleidsvoornemens in de AAV. Wij vinden het van belang om te komen tot (gebiedsgerichte) uitvoering. Om deze bijdrage voor de stad te kunnen leveren moet duidelijk zijn welke taken in de stadsdelen worden belegd. Deze taken kunnen wij alleen op ons nemen als hier ook capaciteit en middelen voor geregeld worden. Hierbij gaan wij er vanuit dat het college het stadsdeel ook het vertrouwen en rugsteun geeft om de beste keuzes voor de gebieden te Pagina 7 van 16

maken. Uitvoering van de voorstellen door VTH In de AAV wordt een veelomvattend pakket aan maatregelen voorgesteld. Het DB maakt zich zorgen over in hoeverre dit realistisch is. Het pakket vraagt om een robuuste capaciteit voor het beoordelen/toetsen van vergunningen, het toezicht houden op naleving van de vergunningen en het handhavend optreden bij overtreding. Uit de recente evaluatie van het kamerverhuurbeleid komt bijvoorbeeld naar voren dat onvoldoende wordt toegezien op pandquota, illegale kamerverhuur of op naleving van de voorwaarden na vergunningverlening. Wij vragen het college om nader in te gaan op de in hoofdstuk 8 gepresenteerde financiën en risico’s en de benodigde capaciteit en middelen te regelen. Specifiek vragen wij het college aandacht te hebben voor het uitwerken van de financiering voor de benodigde inzet van VTH. Dit is van belang, omdat met de invoering van de Omgevingswet/Wet Kwaliteitsborging niet alleen de regelgeving verandert: de invoering heeft ook impact op de financiering/dekking van de taken van VTH. Met betrekking tot naleving van de voorwaarden na vergunningverlening vraagt het DB het college om handhaving op vergunningsvoorwaarden onderdeel te laten zijn van de verdere uitwerking van het kamerverhuurbeleid en de uitvoeringspraktijk.

Wordt niet toegezien op naleving van de voorwaarden dan kunnen verhuurders na vergunningverlening alsnog de vrijheid voelen om de voorwaarden te schenden. Bijvoorbeeld het aanbrengen van geluidsisolatie. Hier moet pas aan worden voldaan bij ingebruikname. Bij de vergunningverlening wordt hier niet op getoetst. Dit zorgt ervoor dat verhuurders geen extra prikkel krijgen. Handhaving is essentieel. Ook hier dient de nodige capaciteit voor te worden vrijgemaakt. Tot slot is voor een adequate monitoring een aanpassing van de informatiehuishouding nodig. Met betrekking tot het kamerverhuurbeleid ontbreekt het nu aan objectieve cijfers om de doelstelling leefbaarheid te monitoren. Dit stelt het bestuur van Amsterdam en ook de stadsdelen slecht in staat om gevolgen van beleid adequaat op gevolgen voor de leefbaarheid in buurten te monitoren en effecten van beleidsaanpassingen te beoordelen. Het DB adviseert in de AAV of in de nadere uitwerking een aanpassing van de informatiehuishouding met betrekking tot kamerverhuur op te nemen om gevolgen voor de leefbaarheid in buurten beter te kunnen monitoren

Advies stadsdeelcommissie: Advies van de stadsdeelcommissie aan het DB

Tijdens de behandeling van de stadsdeelcommissie zijn er elf moties in stemming gebracht met daarin aanvullende adviezen van de stadsdeelcommissie. Onderstaand zijn de adviezen van de commissie opgenomen met daarbij per advies de stemverhouding.

Aangenomen adviezen: 1. Inloophuizen. Advies: Gebruik te maken van de huidige leegstand in de stad en die panden gaan inzetten om mensen een (tijdelijk) thuis te geven. Stemming: 7 stemmen voor (GL, PvdA, Denk, SP, De groene basis piraten) – 6 stemmen tegen (D66, VVD, St3m Méérbelang) 2. Onderzoek voor een Amsterdams Woonbedrijf. Advies: Er bij het college van B&W op aan te dringen te laten onderzoeken hoe Amsterdam weer een eigen Woonbedrijf kan oprichten om meer grip te krijgen op de woningmarkt. Stemming: 7 stemmen voor (GL, PvdA, Denk, SP, De groene basis piraten) – 6 stemmen tegen (D66, VVD, St3m Méérbelang)

Pagina 8 van 16

3. Schimmelwoningen. Advies:  te zorgen voor meer bekendheid rondom het meldpunt waar bewoners achterstallig onderhoud kunnen melden;  met urgentie in gesprek te gaan met woningcorporaties over dit onderwerp en afspraken te maken die dwingend zijn van karakter;  de stadsdeelcommissie actief te informeren over de voortgang die wordt gemaakt op het gebied van schimmelwoningen. Stemming: Unaniem aangenomen 4. Prestatieafspraken. Advies:  meer inzicht te geven aan de stadsdeelcommissieleden over de rol van het dagelijks bestuur in de gesprekken met de woningcorporaties;  te zorgen voor een sterker instrumentarium voor goede naleving van de prestatieafspraken. Stemming: Unaniem aangenomen 5. Strengere eisen aan liberalisering sociale huur. Advies:  strenge eisen te stellen aan woningcorporaties die een woning willen liberaliseren zodat dit niet ten koste gaat van het netto aantal sociale huurwoningen. Zorg dat voor elke woning die wordt geliberaliseerd, ten minste 1 sociale huurwoning wordt teruggebouwd binnen het gebied zodat er netto geen sociale huur verloren gaat;  in het geval van het liberaliseren van een sociale huurwoning te kiezen voor sociale koop. Stemming: 8 stemmen voor (GL, PvdA, Denk, SP, De groene basis piraten, St3m Méérbelang) – 5 stemmen tegen (D66, VVD) 6. Zelfstandige en betaalbare woningen voor studenten en jongeren.

Advies: In het advies over de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting erop aan te dringen dat het aantal zelfstandige en betaalbare woningen voor studenten en jongeren in Amsterdam-Oost minimaal gelijk blijft en het liefst ook groeit. Stemming: Unaniem aangenomen 7. Doorstroming ouderen. Advies:  het is wenselijk een regeling in het leven te roepen die er voor zorgt dat ouderen die een grote sociale huurwoning achterlaten om een kleinere sociale huurwoning te huren, niet méér huur gaan betalen dan voor de oude woning;  deze regeling uit te breiden naar midden-huur indien de huurprijzen daarvan landelijk gereguleerd worden. Stemming: Unaniem aangenomen

Pagina 9 van 16

8. Prioritering/vastleggen/Gebiedsgerichte plan van aanpak monitoring van de AAV. Advies:  om duidelijkheid te scheppen over de uitvoering van de plannen en vanuit ons stadsdeel daarom het initiatief te nemen;  het dagelijks bestuur van Oost vragen wij om een initiërende rol te vervullen t.b.v. de uitvoering van de ambities, m.a.w. de plannen om te buigen tot tastbare acties. Wij vragen om een jaarlijkse terugkoppeling over de haalbaarheid van de plannen, de prioritering van de plannen, de financiële bagage van het rijk en/of de gemeente. Voor de SDC raadsleden en Gemeenteraadsleden de monitoring van de AAV goed en tijdig te organiseren in de vorm van technische sessies en schriftelijke rapportages. Stemming: Unaniem aangenomen

Verworpen adviezen 1. Woningbouwcorporaties en investeerders moeten geld kunnen verdienen aan huurhuizen zodat ze geld hebben om nieuwe huizen kunnen bouwen en de klimaatambities te behalen. Advies: Om in het advies de tekst expliciet op te nemen dat: ‘investeerders en woningbouwcorporaties geld moeten hebben om nieuwbouw te realiseren, woningen te isoleren en dat deze partijen daarom zeer zeker geld mogen verdienen op huizen’. Stemming: 6 stemmen voor (D66, VVD, De groene basis piraten) – 7 stemmen tegen (GL, PvdA, Denk, SP, St3m Méérbelang) 2. Betere verdeling woningen.   

geen verkoop, sloop en liberalisering van sociale huurwoningen; van de in Oost toe te wijzen sociale huurwoningen wordt minimaal 25% toegewezen aan woningzoekenden zonder voorrangsregeling; het voeren van een krachtige lobby in Den Haag voor een betere positie van starters en andere woningzoekenden op de sociale woningmarkt, en snelle implementatie van de spreiding.

Stemming: 4 stemmen voor (D66, St3m Méérbelang) – 9 stemmen tegen (VVD, GL, PvdA, Denk, SP, De groene basis piraten) 9. Rem op sloop sociale huurwoningen.     

loop van bestaande sociale huurwoningen vindt slechts plaats onder de volgende voorwaarden: meer dan 60% van de bestaande bewoners van alle te slopen woningen daar voorstander van is; met sloop wordt niet eerder begonnen dan dat de omgevingsvergunningen voor de bouw onherroepelijk zijn en financiering voor de bouw rond is; indien voor de gesloopte sociale huurwoningen minstens 10% meer sociale huurwoningen terugkomen op de plaats van de gesloopte woningen; na sloop/nieuwbouw is in de buurt minstens even veel groen (waaronder niet begrepen kunstgras) in de buurt aanwezig als voor sloop.

Stemming: 4 stemmen voor (SP, De groene basis piraten, Denk, St3em Méérbelang) – 9 stemmen tegen (VVD, D66, PvdA, GL) Het concept advies van het DB is unaniem aangenomen.

Pagina 10 van 16

Finaal advies DB: Advies van het dagelijks bestuur aan het college van burgemeester en wethouders

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost deelt de zorgen van het college over de schrijnende schaarste aan betaalbare woningen op de Amsterdamse woningmarkt. Amsterdammers komen steeds moeilijker aan een woning, het verdienen aan woningen dreigt belangrijker te worden dan woningen om gewoon in te wonen. Wij onderschrijven het belang van de Amsterdamse Aanpak Volkshuisvesting (AAV). De integrale aanpak en een gedegen uitvoering is nodig om Amsterdammers een betere kans op goed en betaalbaar wonen te geven. Het dagelijks bestuur heeft waardering voor het uitgebreide participatietraject dat is gevoerd om te horen wat er leeft onder bewoners, organisaties en stadsdelen. Meer woningen (pg 21 e.v. AAV) De AAV geeft hoge prioriteit aan de bouw van nieuwe woningen, jaarlijks tenminste 7.500. Het dagelijks bestuur van Oost ziet absoluut de noodzaak van nieuwbouw om de wooncrisis te lijf te gaan. Wij vinden het tegelijk cruciaal dat we als stad de kwantiteit – bouwen, bouwen, bouwen - niet ten koste laten gaan van de kwaliteit. De tendens – met name in het middensegment - lijkt dat er steeds meer kleine woningen gebouwd worden (25-40 m2), tegen relatief hoge huren (en servicekosten). Dit speelt in gebieden binnen de ring zoals in Oost. Dit aanbod van studio-achtige woningtypen is passend voor een deel van de woningzoekers, vaak jongere alleenwonenden.

Maar het sluit niet aan bij de Amsterdammers die (willen) samenwonen of een gezin (willen) vormen, waardoor deze huishoudens de stad verlaten of er niet binnenkomen. Dit leidt tot een eenzijdige samenstelling van de Amsterdamse bevolking en ook voor mensen die in de stad willen werken lange reistijd. De nieuwbouw vraagt dus ook woningen met meer vierkante meters en kamers. Zeker in het middensegment is er behoefte aan grotere woningen. Dat moet wel via nieuwbouw gebeuren, omdat dit segment ontbreekt in de voorraad en ruimere middeldure woningen dus maar mondjesmaat vrijkomen. Op pagina 28 wordt verwezen naar het coalitieakkoord waarin staat: “dat er in het kader van ‘Stedelijke vernieuwing 2.0’ geen taboe meer rust op sloop/nieuwbouw. Gebiedsgerichte afwegingen en het aanpakken of sloop/nieuwbouw van slechte of niet toekomstig bestendige woningen behoort daarbij tot de mogelijkheden.” Het dagelijks bestuur ziet sloop-nieuwbouw en/of verdichting als belangrijk om meer (duurzame) Pagina 5 van 8 woningen te creëren. De ervaring leert wel dat sloop-nieuwbouw en verdichting vaak op grote weerstand stuiten bij huidige bewoners en bewonerscommissies.

Wij vinden het overleg met bewoners erg belangrijk, maar signaleren tegelijk dat bewonerscommissies, die soms maar uit enkele bewoners bestaan, wel spreken namens het hele vernieuwingsgebied, maar niet altijd alle bewoners in het gebied vertegenwoordigen in het verplicht te doorlopen overlegtraject. Wij vragen het college dan ook om te onderzoeken hoe, blijvend binnen de wettelijke regels, een bredere groep bewoners, niet alleen bestaande uit de bewonerscommissie, maximaal betrokken kan worden. Zo staat het proces niet alleen voor een vinkje halen bij de bewonerscommissie, maar zorgen we dat iedere stem wordt gehoord. Verdichting is belangrijk om te komen tot uitbreiding van de woningvoorraad en meer passende woningen, onder andere voor ouderen omdat hierin ook de sleutel kan liggen om de doorstroming op gang te brengen. Het belang van de woningzoekenden moet naast de belangen van de huidige bewoners evenwichtig worden meegenomen in de totale afweging. Het dagelijks bestuur van Oost wil nader inzoomen op een genoemd onderdeel in de AAV (pg. 26), te weten: Uitbreiding van de woningvoorraad door omzetting van hotels of bedrijfsruimte naar woningen wordt als een positieve ontwikkeling beschouwd. De omzetting van bedrijfsruimte naar woningen staat vaak op gespannen voet met het Afwegingskader voor omzetting van kleinschalige bedrijfsruimte.

Dit kader is de ambitie van het college en de raad om de buurteconomie in Amsterdam te versterken. Hiervoor is het Amsterdams Ondernemers Programma 2019-2022 opgesteld met maatregelen die deze versterking ondersteunen. Het afwegingskader is bedoeld als instrument ter bescherming van kleinschalige bedrijfsruimtes en als ondersteuning van het behoud van de functiemenging in de stad. Het dagelijks bestuur van Oost vindt het behoud van kleinschalige bedrijfsruimte in het stedelijk weefsel van essentieel belang voor een levendige stad, waar ook werkgelegenheid dichtbij is. In stadsstraten en winkelstraten is omzetting naar wonen nu niet toegestaan. Het dagelijks bestuur pleit ervoor dit zo te laten. Tegelijkertijd ervaren wij dat er in woonbuurten soms bedrijfsruimte is die niet wordt gebruikt, op een ongeschikte plek ligt, waar parkeren en laden en lossen niet goed mogelijk is, en vrijwel niet te verhuren is. In woonbuurten kan Pagina 11 van 16

omzetting naar een andere bestemming dan een grote toevoeging betekenen aan de buurt. De bepaling in de AAV vindt het dagelijks bestuur dan ook te algemeen geformuleerd. Wij vragen het college de keuze om kleinschalige bedrijfsruimte in een woonstraat om te zetten naar een (speciale) woonfuncties als maatwerk mogelijk te maken en de dagelijks besturen hierover op basis van hun kennis van het gebied te laten besluiten. Een dergelijke concrete bepaling zou moeten worden opgenomen in de AAV en in het nieuw op te stellen Amsterdams Ondernemers Programma. Meer woonplekken in de bestaande voorraad (pg. 22/23 AAV) Ondanks de forse nieuwbouwambities, ziet de AAV de bestaande bouw als de sleutel om de crisis op de woningmarkt het hoofd te bieden. Het dagelijks bestuur van Oost deelt de noodzaak om maatregelen aan te grijpen om de woningmarkt te reguleren. Woonruimten zijn er om in te wonen, niet om zoveel mogelijk geld mee te verdienen. Leegstand van woningen, illegale onderhuur, woonfraude, toeristische verhuur frustreren de beschikbaarheid van woonruimte voor de Amsterdamse woningzoekenden. Het DB onderschrijft dan ook het voornemen om (op basis van objectieve cijfers) te overwegen of nieuwe beperkende maatregelen nodig zijn, zoals het invoeren van verbodswijken voor vakantieverhuur en het verlagen van de quota voor Bed & Breakfast.

Een van de manieren die worden genoemd om het gebruik van de bestaande woonvoorraad te intensiveren is het loslaten van de voorwaarde van een individueel huurcontract voor huurders in kamergewijs verhuurde woningen. Wij staan in principe achter deze versoepeling, mits dit aantoonbaar bijdraagt aan het ontstaan van meer woonplekken. De controle op individuele huurcontracten blijkt ingewikkeld en geeft daarmee aan huurders een schijnzekerheid. Wij hopen dat dat de nieuwe Wet Maatregelen Middenhuur/Goed Verhuurderschap hun werk gaan doen om huurders beter te beschermen. Het dagelijks bestuur adviseert om nauwlettend te volgen of het loslaten van deze voorwaarde het gewenste effect heeft. Wij zullen voor Oost signalen en klachten op de voet volgen, in samenspraak met het team !WOON Oost. Het aloude hospita-concept stimuleren, ook als optie voor Pagina 6 van 8 mantelzorgplekken, zullen wij actief onder de aandacht brengen in de voorlichtingsactiviteiten aan ouderen in gebieden in Oost. De huidige ruime quota voor woningdelen baren ons wel zorgen. Er is in opdracht van de gemeente Amsterdam een evaluatie opgesteld: Evaluatie Kamerverhuurbeleid Amsterdam (Ecorys/13-09-2022). In de evaluatie van het kamerverhuurbeleid wordt nu juist opgemerkt dat de leefbaarheid op buurt- en straatniveau met quota niet kan worden geborgd.

In het gebied Middenmeer (Watergraafsmeer) is sprake van overlast en belasting van het leefklimaat, maar het quotum laat nog meer verkamering toe. In de evaluatie wordt aanbevolen om bijvoorbeeld een quotum op het niveau van de buurt en/of bouwblok op te nemen in het toekomstige beleid zodat de leefbaarheid beter kan worden geborgd en per buurt meer maatwerk kan plaatsvinden. Wij pleiten dan ook voor een nieuwe beoordeling van de quota en voorstellen voor aanpassing, ook om niet te laat te zijn, want een eenmaal verstrekte vergunning voor verkamering van een grote woning is nauwelijks terug te draaien. Wij zien ook kansen om meer woonplekken te creëren wanneer meer mensen gaan samenwonen met gedeelde voorzieningen. Een belangrijke doelgroep hiervoor zijn ouderen. Als ouderen langer alleen wonen, neemt ook de kans op eenzaamheid toe. Dat kan tot extra zorgvragen leiden. Wij juichen het dan ook toe dat Amsterdam in samenwerking met corporaties en zorgpartners nieuwe woonconcepten gaat ontwikkelen om meer woningen voor ouderen met gedeelde voorzieningen te realiseren, zowel in de nieuwbouw als in de bestaande stad. Betaalbaarder wonen. (pg. 26 AAV) Het college geeft aan “niemand mag in armoede belanden door te hoge woonlasten”. In de AAV ligt de nadruk op te hoge woonlasten van de huishoudens die een sociale huurwoning of middensegment huurwoning hebben.

Wij pleiten ervoor dat de problematiek van te hoge woonlasten in de volle breedte wordt bezien. Het hebben van aandacht voor te hoge woonlasten in de volle breedte kan kansen opleveren voor de doorstroming bijvoorbeeld van een huur- naar een koophuis. Het dagelijks bestuur van Oost is verheugd over de aangekondigde regulering van het middensegment door regelgeving van het rijk, waardoor particuliere sociale huurwoningen in ieder geval in het middensegment blijven. Wat betreft verkoop van sociale huurwoningen door corporaties: wij zien dat de grens van verkoop op IJburg-West en Oostelijk Havengebied (corporatiebezit 30% resp 31 %) bereikt is. Hier zou in ieder geval geen verkoop meer mogen plaatsvinden. Daarentegen zijn er ook buurten in Oost waar beperkte verkoop nog wel mogelijk is en zorgt voor differentiatie qua aanbod van woningen in de wijk. Ook kan verkoop helpen om grote investeringen op verbetering en Pagina 12 van 16

verduurzaming van woningen van corporaties te dekken. Wij pleiten dan ook voor een meer gebiedsgerichte benadering van afspraken over verkoop van sociale woningen waarbij het dagelijks bestuur meer ruimte krijgt om een goede afweging te maken. Wij stellen daarbij aanvullend voor dat de opbrengsten van verkoop zoveel mogelijk terugvloeien naar het gebied, door bijvoorbeeld verduurzaming, verbetering van woningen of nieuwbouw. Daarnaast zou onderwerp van het gesprek met de corporaties ook moeten zijn hoe om te gaan met buurten met monumentenstatus. Onderbelicht blijft welke gevolgen de keuze ‘geen verkoop tenzij’ heeft voor de financieringsruimte van de corporaties, gegeven andere grote investeringsopgaven in de stad. Het dagelijks bestuur van Oost vraagt het college te verduidelijken of en welke keuzes worden gemaakt: wat moeten we ervoor laten? Meer woningen voor wie ze het hardst nodig hebben (pg.31.e.v.AAV) Het dagelijks bestuur van Oost erkent de dilemma’s bij het maken van de keuzes voor doelgroepen en toegang tot het vrijkomende aanbod van sociale huurwoningen. Wij begrijpen de keuze om 30% van de mutaties in de sociale huur van woningcorporaties te reserveren voor huisvesting van mensen in een kwetsbare situatie. Met de 15% voor stadsdeelurgenties en 5% maatwerk resteert er 50% voor reguliere woningzoekenden.

De AAV wil - mocht er in een gegeven jaar ruimte over zijn binnen de 15% voor stadsvernieuwingsurgenten en binnen de 5% maatwerk voor corporaties - deze resterende ruimte benutten voor het huisvesten van meer mensen in een kwetsbare situatie. Wij vragen het college deze keuze te verduidelijken. Wij merken dat door de huidige wijze van toewijzing van woningen de leefbaarheid in bepaalde buurten onder druk komt te staan. Daarom pleit het dagelijks bestuur ervoor om bij de toewijzing van woningen binnen deze ruimte het criterium van de draagkracht en draaglast van een buurt te hanteren. Tot de reguliere woningzoekenden behoren veel mensen die geboren en getogen zijn in Amsterdam, en hier willen blijven wonen en werken, maar geen positie hebben als “kwetsbaar huishouden”. Het is voor hen vrijwel onmogelijk een woning te vinden. Juist voor deze groep moeten meer woningen beschikbaar komen. Wij onderschrijven het standpunt van het college dat voor de groeiende huisvestingsopgave van mensen uit de kwetsbare groepen nadrukkelijk ingezet moet worden op de fair share waarbij de regiogemeenten hun aandeel leveren. Ook omdat we in buurten met veel corporatiebezit zien dat de druk op de leefbaarheid soms erg groot wordt. De stadsdeelvoorrang om nieuwbouwcomplexen met voorrang toe te wijzen aan mensen uit hetzelfde stadsdeel/gebied is een goede optie.

Wat Oost betreft zou die regeling niet uitsluitend tot complexen in de masterplangebieden en Aanpak Noord moeten worden beperkt, waarbij primair wordt gekeken naar de kansen voor thuiswonende jongeren. Wij zien deze voorrangsregeling ook als kans om doorstroming in de bestaande wijken met weinig nieuwbouwmogelijkheden te bevorderen. Het sluit aan bij de inzet om ouderen in eigen buurt meer kans te geven. Wij vragen het college om deze regeling uit te breiden en ervoor te zorgen dat een stadsdeel de stadsdeelvoorrang ook voor transformatieprojecten of voor specifieke woningen (bijvoorbeeld met een seniorenlabel) zou mogen inzetten. Passender Wonen en Doorstroming (pg. 36 e.v.AAV) In de AAV komen beide componenten bij de verschillende doelen terug. Doorstroming is geen tovermiddel en geen doel op zich, maar de AAV schetst wel een perspectief om de woningmarkt meer in beweging te krijgen. Het dagelijks bestuur van Oost onderschrijft de inzet van de AAV om een halt toe te roepen aan tijdelijke huurcontracten van twee jaar in de particuliere sector. Dat soort doorstroming is ongewenst want het leidt tot onzekerheid voor huurders en ongewenste verhuisbewegingen in buurten. Wij ondersteunen het college in de lobby bij het Rijk om deze tijdelijke contracten af te schaffen en om de puntengrens voor de bestaande voorraad te verhogen.

Wij vinden dat het idee om tijdelijkheid in te brengen in huurcontracten in de sociale sector om Amsterdammers tijdig door te laten stromen naar een woning die bij hun levensfase past, bespreekbaar moet zijn. Zeker voor woningen die zeer schaars zijn zoals grote woningen en rolstoelwoningen. Deze woningen zijn met maatschappelijk kapitaal gebouwd; dan valt het te rechtvaardigen dat de woning vrijkomt voor een huishouden dat hier urgent voor in aanmerking komt. Een concreet idee voor de uitvoering is dat het passendheidscriterium van woningen voor gezinnen met drie of meer minderjarige kinderen uit de Huisvestingsverordening als uitgangspunt geldt. Uitsluitend deze grote gezinnen komen in aanmerking voor woonruimte met vier of meer kamers en ten minste een woonoppervlak van 70 vierkante meter. Deze woningen zouden dan met een levensfasegebonden huurcontract toegewezen moeten worden. Pagina 13 van 16

Uiteraard kan dit alleen worden ingevoerd als er een goed passend aanbod is voor degene die de woning achterlaat. Met name ouderen voelen een sterke binding met de buurt vanwege hun netwerk, hun vertrouwde winkels en voorzieningen. Uit voorlichtingsbijeenkomsten voor ouderen in de gebieden komt die sterke buurtgebondenheid naar voren. Daarom vragen wij het college om mogelijk te maken dat er voor met name ouderen voorrang voor een passende woning in de eigen buurt is. Dit zal zeker de doorstroom en het vrijkomen van grotere woningen ten goede komen, waardoor er voor gezinnen aanbod komt. Duurzame woningen van goede kwaliteit Voor de laagste inkomens wordt ingezet om op korte termijn energiebesparende maatregelen te kunnen nemen die bewoners zonder tussenkomst van de woningeigenaar kunnen treffen. Zo kunnen mensen hulp vragen bij het aanbrengen van energiebesparende middelen, bijvoorbeeld via de energiebespaarservice. Het DB onderschrijft dit uitgangspunt. Wel is het belangrijk om in de kaderafspraken te bepalen hoe deze maatregelen worden gedekt. Gebiedsgerichte uitwerking van de voorstellen (pg 54 AAV) De AAV zet in op samenwerking met de stadsdelen en gebiedsteams. Dat onderschrijven wij van harte en wij willen daarmee aan de slag. Er wordt een koppeling gelegd met het Woningbouwplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12913852/1