3. Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Simon Stevinstraat - Zelfbouw Kavel 01
Vastgesteld
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01
Colofon
Opdrachtgever Opdrachtnemer
Ruimte en Duurzaamheid
IMRO_idn
NL.IMRO.0363.M2204BPSTD-VG01
Datum print
16 Januari 2024
Planstatus
vastgesteld
blz. 3
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
7
Aanleiding Doel bestemmingsplan Ligging plangebied en plangrens Geldende bestemmingsplannen Leeswijzer
7 7 7 9 10
Het plan
11
Inleiding Uitgangsituatie - bestaande situatie Het Plan - De ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling
11 11 13
Beleidskader
17
Inleiding Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
17 17 18 19 20
Milieuaspecten
31
4.1 4.2 4.3 4.4 4.5 4.6
Milieueffect Milieuzonering bedrijven Luchtkwaliteit Geluidhinder Externe veiligheid Bodemkwaliteit
31 32 33 34 35 37
Hoofdstuk 5
Omgevingsaspecten
39
Verkeer Water Archeologie en cultuurhistorie Natuurbescherming
39 39 40 41
Juridische toelichting
43
Algemeen Planvorm De bestemmingen
43 43 44
Economische uitvoerbaarheid
49
Kostenverhaal Financiele uitvoerbaarheid
49 49
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
51
Voortraject / Inspraak Vooroverleg Zienwijzen
51 51 51
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 Hoofdstuk 2 2.1 2.2 2.3 Hoofdstuk 3 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 Hoofdstuk 4
5.1 5.2 5.3 5.4 Hoofdstuk 6 6.1 6.2 6.3 Hoofdstuk 7 7.1 7.2 Hoofdstuk 8 8.1 8.2 8.3
Gemeente Amsterdam
blz. 4
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 5
Toelichting
Gemeente Amsterdam
blz. 6
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 7
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Voorliggend bestemmingsplan maakt de nieuwbouw mogelijk van een woongebouw in de Simon Stevinstraat in de buurt Don Bosco. Deze buurt ligt aan de rand van de Watergraafsmeer in stadsdeel Oost. Aanleiding voor het plan is het volgende: In het middengebied van de buurt Don Bosco vindt sinds 2016 een aantal ruimtelijke ontwikkelingen plaats, startend met de verplaatsing van de St. Lidwinaschool. Op de daardoor vrijgekomen voormalige schoollocatie (locatie Ringdijk 44) is daarna woningbouw gerealiseerd. In het stedenbouwkundige plan Ringdijk 44 dat daarvoor in 2016 door de gemeente Amsterdam in samenwerking met de bewoners uit de omliggende straten is gemaakt, is onder meer een relatie gelegd met andere ontwikkelingen in het middengebied van deze buurt. Dit laatste betreft onder meer een nieuwe rij woningen aan de Simon Stevinstraat op gronden die voorheen onder meer in gebruik zijn geweest als speellocatie. Voor de realisatie van het eerste deel van deze rij woningen, Simon Stevinstraat 51 t/m 63, is in 2021 een omgevingsvergunning verleend. Deze woningen zijn inmiddels gerealiseerd. Voorliggend bestemmingsplan ziet toe op het resterende deel van deze rij woningen. Dit om de nieuw gecreëerde gevel van het stedenbouwkundig bouwblok hier af te bouwen en om te voorzien in een behoefte aan zogeheten "zelfbouwkavels".
Bij "zelfbouw" wordt een nieuwe woning niet gebouwd in opdracht van een projectontwikkelaar, maar door de toekomstige bewoner(s) zelf.
1.2
Doel bestemmingsplan
Het bestemmingsplan is ontwikkelgericht en ziet toe op woningbouw. Binnen de geldende bestemming is woningbouw op de betreffende locatie niet toegestaan. Om de woningbouw op de locatie mogelijk te maken, dient het geldende bestemmingsplan Don Bosco en park Frankedael gedeeltelijk te worden herzien en dienen de regels van de geldende parapluplannen bestemmingsplannen Grondwaterneutrale kelders en Darksotores op passende wijze te worden bestendigd. Voorliggend bestemmingsplan voor de locatie "Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01" heeft tot doelstelling om daar in te voorzien.
1.3
Ligging plangebied en plangrens
Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan "Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01" ligt in de buurt Don Bosco in de Watergraafsmeer in stadsdeel Oost.
Gemeente Amsterdam
blz. 8
Afbeelding: Ligging plangebied in Amsterdam (globaal) Het plangebied grenst aan de noordwestzijde aan de Simon Stevinstraat, aan de noordoostzijde en zuidoostzijde aan de nieuwbouw van het hoteldeel van de transformatielocatie "voormalige Christus Koningkerk" (op navolgende afbeelding aangeduid met "uitbreiding") en aan de zuidwestzijde aan de woningbouw Simon Stevinstraat 51 t/m 63 van de de transformatielocatie "voormalige Christus Koningkerk".
Afbeelding: Ligging en begrenzing plangebied (globaal) bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 9
1.4
Geldende bestemmingsplannen
Voor het plangebied van het voorliggende bestemmingsplan zijn op het moment van het opstellen -en tot aan het onherroepelijk zijn- van voorliggend plan de volgende bestemmingsplannen van kracht: Bestemmingsplan "Don Bosco en Park Frankendael". (Paraplu)bestemmingsplan "Grondwaterneutrale kelders". (Paraplu)bestemmingsplan "Darkstores". Bestemmingsplan Don Bosco en Park Frankendael Het bestemmingsplan Don Bosco en Park Frankendael is vastgesteld door de raad van stadsdeel Oost op 3 april 2012. Dat bestemmingsplan is conserverend van aard en de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling is op grond van de regels van dat bestemmingsplan niet mogelijk. De locatie heeft destijds de bestemming “Maatschappelijk” gekregen zonder bouwvlakaanduiding. Gebouwen zijn daardoor niet toegestaan. De gronden mogen volgens het bestemmingsplan Don Bosco en Park Frankendael worden gebruikt voor maatschappelijke dienstverlening, ondergeschikte horeca en bij de bestemming horende speelvoorzieningen, tuinen en erven, paden en wegen, nutsvoorzieningen, groen en water. Wonen is niet toegestaan. Bestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders Het parapluplan Grondwaterneutrale kelders is vastgesteld op 7 oktober 2021 en heeft betrekking op de op dat moment vigerende bestemmingsplannen binnen het gehele grondgebied van de gemeente Amsterdam. De grens van het parapluplan valt samen met de gemeentegrens.
Het parapluplan is een vertaling van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam in een juridisch planologisch kader. Het doel van het Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam is het voorkomen van negatieve effecten van (cumulatieve) aanleg van kelders op de stand en de stroom van het grondwater. In aansluiting hierop is het paraplubestemmingsplan vastgesteld met als doel om via dat instrument te zorgen dat alle kelderbouwaanvragen in Amsterdam moeten voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit. Bestemmingsplan Darkstores Het parapluplan Darkstores is vastgesteld op 10 mei 2023 en heeft tot doel om voor het hele grondgebied van de gemeente Amsterdam te voorzien in een actueel planologisch kader voor flitsbezorging vanuit een darkstore. Een darkstore is daarin gedefinieerd als vorm van bedrijfsvoering die in hoofdzaak is gericht op de verkoop en bezorging binnen zeer korte termijn (flitsbezorging) van online aangeboden producten, overwegend dagelijkse goederen, vanuit een opslagruimte, al dan niet met uitstalling ten verkoop, al dan niet met een afhaalloket of afhaalbalie en die al dan niet toegankelijk is voor winkelend publiek. In het bestemmingsplan Darkstores is voor alle in het plan betrokken gronden bepaald dat deze niet mogen worden gebruikt als darkstore.
Doelstelling - afweging Om voorliggend initiatief mogelijk te maken dient het bestemmingsplan Don Bosco en Park Frankendael ter plaatse van voorliggend plangebied te worden herzien. De regels van het paraplubestemmingsplan Grondwaterneutrale kelders worden overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan zodat die op beheer gerichte regels niet worden wegbestemd. De regels van het bestemmingsplan Darkstores (verbod op darkstores) treffen in voorliggend bestemmingsplan in beginsel geen doel omdat voorliggend bestemmingsplan alleen een nieuwe woonbestemming mogelijk maakt. Een darkstore, in welke vorm dan ook, is op gronden met een woonbestemming niet toegestaan. Volledigheidshalve is de overweging
Gemeente Amsterdam
blz. 10
om darkstores in de algemene regels toe te voegen aan de algemene verbodsbepalingen.
1.5
Leeswijzer
Het voorliggende bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding met bijbehorende regels, vergezeld van een toelichting. De regels en de verbeelding vormen de juridisch bindende elementen van het bestemmingsplan. In de toelichting is een beschrijving van het plangebied opgenomen en zijn de aan het plan ten grondslag gelegen keuzes en beleidsuitgangspunten beschreven. De toelichting bestaat uit 8 hoofdstukken. Hoofdstuk 2 beschrijft het plan. Daarvoor wordt eerst een beschrijving gegeven van de uitgangssituatie en vervolgens een beschrijving van de stedenbouwkundige kaders die met het bestemmingsplan worden vertaald naar juridische regels. De voor het plan relevante beleidskader van rijk, provincie en regio en het eigen gemeentelijke beleid zijn in hoofdstuk 3 beschreven. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de verschillende milieuaspecten en hoofdstuk 5 behandelt de relevante omgevingsaspecten. Hierbij vindt er een toets aan de diverse milieu- en omgevingsaspect plaats. Een toelichting op het juridische systematiek, een omschrijving van de afzonderlijke bestemmingen is beschreven in hoofdstuk 6. In hoofdstuk 7 wordt de economische uitvoerbaarheid beschreven en in hoofdstuk 8 de maatschappelijke uitvoerbaarheid en de te doorlopen procedures.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 11
Hoofdstuk 2 2.1
Het plan
Inleiding
Het plan betreft nieuwbouw van een woongebouw in de buurt Don Bosco in Amsterdam Oost. In dit hoofdstuk is deze ontwikkeling beschreven. Daartoe is eerst de uitgangsituatie beschreven. Dit betreft een beschrijving van de omgeving waarin de nieuwbouw wordt ingepast en een beschrijving van de bestaande situatie van het plangebied. Dit omdat die mede bepalend zijn voor de stedenbouwkundige kaders. Vervolgens worden de stedenbouwkundige kaders beschreven (= het plan). De stedenbouwkundige kaders zijn de onderlegger voor de juridische regels van het bestemmingsplan.
2.2
Uitgangsituatie - bestaande situatie
2.2.1
Gebiedsbeschrijving
De buurt Don Bosco ligt aan de rand van de Watergraafsmeer, een van de diepere polders van Nederland. Don Bosco is gebouwd in grofweg twee verschillende bouwperiodes. Het noordoostelijke deel van de buurt bestaat uit een vooroorlogse bouwstijl van gesloten bouwblokken en is onderdeel van de 19e eeuwse ring en gordel '20-40 , terwijl de zuidwestelijke zijde van de buurt is opgebouwd uit kleinschalige, naoorlogse strokenbouw uit de jaren ‘50. Het plangebied ligt op een scheidsvlak van verschillende bouwperioden.
Afbeelding: Ruimtelijke structuur en bouwperiodes Don Bosco In ruimtelijke structuur zijn het noordoostelijke deel en het zuidwestelijke deel van Don Bosco zeer verschillend. Het noordoostelijk deel (19e eeuwse ring, gordel 20-40) is sterk herkenbaar als een gestructureerd orthogonaal grid met als uitzondering langs de dijk enkele transformaties van het principe van het gesloten bouwblok. Het westelijke deel is een optelsom van verschillende ruimtelijke systemen Gemeente Amsterdam
blz. 12
en oogt daardoor in structuur rommelig. Daar wordt sinds 2016 verandering in aan gebracht. Aanleiding daarvoor is de verhuizing van de St. Lidwinaschool van de locatie aan Ringdijk 44, naar een nieuw schoolgebouw aan de Simon Stevinstraat 48. Hierdoor kwam de locatie vrij voor nieuwbouw van woningen. In het stedenbouwkundige plan dat in 2016 samen met bewoners van omliggende straten door de gemeente Amsterdam is gemaakt (hierna "Ringdijk 44") is onder meer ook een relatie gelegd met de ontwikkelingen net buiten de plangrenzen van de voormalige schoollocatie Ringdijk 44. Onder andere met de transformatie van de voormalige Christus Koningkerk tot theaterfunctie met zaalverhuur en café en uitbreiding voor een hotelfunctie. Hierdoor is in 2016 een integraal plan ontstaan voor het gehele middengebied van Don Bosco. Het voorliggend plangebied "Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01" is in 2016 in de doorkijk buiten de plangrenzen van "Ringdijk 44" onderdeel van een strook waarvoor destijds werd aangegeven dat woningbouw werd overwogen. Nadien is voor deze strook in 2021 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van de rij woningen Simon Stevinstraat 51 t/m 63. Daarmee is nog niet de gehele strook benut.
De rijwoningen Simon Stevinstraat 51 t/m 63 hebben een goothoogte van circa 7 meter, een bouwhoogte van circa 11 meter en een kap met dakhelling van circa 75 graden aan de voorzijde.
Afbeelding: Stedenbouwkundige plankaart "Ringdijk 44" uit 2016 2.2.2
Plangebied - Huidige situatie
Op het moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan ligt het plangebied braak en is de locatie tijdelijk afgezet met bouwhekken. De locatie ligt ingeklemd tussen een geveldeel van de nieuwbouw van het hoteldeel van de transformatie van de voormalige Christus Koningkerk en de nieuwbouw van de rij woningen Simon Stevinstraat 51 t/m 63. In een deel van de gevels van het hoteldeel van de voormalige Christus Koningkerk zitten ramen. Het voorste deel van deze gevel van de het hotel is blind. Dit betreft het deel ter hoogte van de beoogde nieuwbouw van voorliggend plan.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 13
Afbeelding: huidige situatie plangebied (situatie juli 2022)
2.3
Het Plan - De ruimtelijke kaders voor de ontwikkeling
Tussen de nieuwe hotelvleugel behorend bij de Christus Koningskerk en de nieuwe woningen aan de Simon Stevinstraat 51 t/m 63 bevindt zich een reststuk grond. Stedenbouwkundig is het wenselijk om de straatgevel af te bouwen en zo een gevelwand aan het Alan Turingplein te vormen.
Afbeelding: Kavelkaart ter verduidelijking van de doelstelling "kavel 01"
Gemeente Amsterdam
blz. 14
Bouwregels Voor het plangebied zijn specifieke stedenbouwkundige kaders bepaald in de vorm van zogeheten "kavelregels". Dit om nieuwbouw op passende wijze ruimtelijk in te passen in de omgeving. Daartoe worden de bouwcontouren van de zuidwestelijk gelegen woningen Simon Stevinstraat 53 t/m 63 doorgezet tot aan de nieuwbouwvleugel van het hotel. Dit betekent onder meer dat de bouwhoogte maximaal 11 meter mag bedragen en de bovenste bouwlaag aan de voorzijde een kapvorm heeft met een maximale dakhelling van 75 graden van de horizontale lijn ter plaatse van de goothoogte. De goothoogte mag maximaal 7 meter zijn. Voorts bevat het stedenbouwkundig kader regels over aspecten als geleding, rooilijn, duurzaamheid, etc..
Afbeelding: isometrie met maatvoering Functioneel / programma De toegestane functie is wonen met tuin. Het aantal woningen bedraagt minimaal 2 en maximaal 4. Het betreft vrije sector woningen. De doelgroep is "zelfbouw - samen in het klein" (zie toelichting in paragraaf 3.5.3). Overige aspecten De stedenbouwkundige kaders (kavelregels) zien naast regels over het bouwen en het functioneel programma onder meer ook toe op de volgende aspecten: Ondergronds bouwen: Een kelder is niet toegestaan. Park eren - Auto parkeren: De Simon Stevinstraat is een autovrije straat. Op de kavel is parkeren dan ook niet mogelijk. Om de structurele parkeerdruk in de omgeving niet te vergroten krijgen bewoners geen parkeervergunning voor op straat. De locatie wordt daarvoor uitgesloten van het parkeervergunningstelsel. Bezoekers kunnen parkeren op de openbare parkeerplaatsen in de omgeving (betaald parkeren). Park eren - Fiets- & scooterparkeren: Gelet op de druk op de openbare ruimte is het belangrijk dat de fietsen van de bewoners en bezoekers inpandig of op eigen terrein en gebruiksvriendelijk worden bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 15
opgelost. Voor het parkeren van fietsen en scooters gelden de gemeentelijke normen (Nota Parkeernormen Fiets en Scooter 2018). Duurzaamheid: Verwezen wordt naar paragraaf 3.5.3. Daarin is onder meer het volgende aangegeven: Op 31 januari 2023 heeft het college het woningbouwplan 2022-2028 vastgesteld. Het college heeft daarin onder meer de keuze gemaakt om voor wat de duurzaamheidsambities alleen de hemelwaterverordening als bovenwettelijke eis te hanteren (zie paragraaf 3.5.6). Dit betekent dat op bebouwd oppervlak een laag van zes centimeter regenwater (60 liter per m2) moet worden opgevangen en dat deze vertraagd mag worden afgevoerd. De hemelwaterverordening ziet daar op toe. Voor overige duurzaamheidsaspecten worden ontwikkelende partijen op basis van vrijwilligheid uitgedaagd bovenwettelijke duurzaamheidsprestaties te leveren.
Gemeente Amsterdam
blz. 16
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 17
Hoofdstuk 3 3.1
Beleidskader
Inleiding
Het ruimtelijk gerelateerd beleidskader waarbinnen voorliggend bestemmingsplan wordt/is opgesteld, is in de navolgende paragrafen uiteengezet. Hierbij is tevens aangegeven in hoeverre en hoe dit beleid doorwerkt in voorliggende plan
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld en komt voort uit de voorbereiding op de Omgevingswet, die op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan, naar verwachting in 2023 in werking treedt. In deze nieuwe aanpak wordt als uitgangspunt gesteld dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Het Rijk wijst in zijn Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vier prioriteiten aan: ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie, een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel, sterke en gezonde steden en regio's, en een toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De kracht van Nederland ligt in een polycentrische netwerkstructuur. Stedelijke en landelijke regio's werken door het transport- en mobiliteitsnetwerk complementair als één systeem. De vier metropoolregio's (Amsterdam, Rotterdam Den Haag, Utrecht en Eindhoven) hebben daarbinnen de grootste aantrekkingskracht op internationale kennis, arbeid en kapitaal. De Amsterdamse metropoolregio is volgens de visie herkenbaar als internationaal zakencentrum en toeristische trekpleister, met Schiphol als schakel naar alle continenten. Deze regio kent een complexe verstedelijkingsopgave die samenvalt met meerdere nationale belangen. Een van de nationale belangen in de visie is de zorg voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften.
Het Rijk geeft daarmee het belang aan van de realisatie van voldoende betaalbare woningen met een goede kwaliteit. Bij kwaliteit gaat het niet alleen om de woning, maar ook om de woon- en leefomgeving. Met voorliggend plan wordt woningbouw in de vrije sector mogelijk gemaakt op een braakliggend perceel midden in een bestaande woonwijk in Amsterdam. Dit voor het stedenbouwkundig sluiten van een gevelwand in recent gerealiseerde nieuwbouw om te kunnen voorzien in een behoefte aan zelfbouwkavels. Dit is niet in strijd met ruimtelijk rijksbeleid. 3.2.2
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)
De rijksregels waarmee in de planvorming en in het bestemmingsplan rekening moet worden gehouden zijn op moment van opstellen van voorliggend bestemmingsplan vastgelegd in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). Voorliggend plan betreft een woningbouwlocatie in het stedelijk gebied van Amsterdam. Het plan raakt niet aan nationale belangen waarvoor in het Barro (beschermende) regels zijn opgenomen.
Gemeente Amsterdam
blz. 18
3.2.3
Ladder Duurzame verstedelijking
De Ladder voor Duurzame Verstedelijking (LvDV) is in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) geïntroduceerd en is als procesvereiste opgenomen in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel dat hiermee wordt beoogd, is het stimuleren van zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik en een goede ruimtelijke ordening bewerkstelligen, onder meer door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden, het bevorderen van vraaggerichte programmering en het voorkomen van overprogrammering. De behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling moet daarom worden afgewogen en gemotiveerd. Voorliggend bestemmingsplan geeft concrete invulling aan het ruimtelijk gemeentelijk beleid. Zoals onder meer uit paragraaf 3.5.1, 3.5.2 en 3.5.3 van voorliggende toelichting is op te maken voorziet het plan in de behoefte aan woningbouw in Amsterdam met de daarmee gepaard gaande nieuwe vraag aan bijbehorende voorzieningen.
3.3
Provinciaal beleid
3.3.1
Omgevingsvisie NH 2050
Op 19 november 2018 hebben de Provinciale Staten van Noord-Holland de Omgevingsvisie NH 2050 vastgesteld. Hierin staat de visie op de fysieke leefomgeving beschreven. De leidende hoofdambitie in de Omgevingsvisie NH 2050 is de balans tussen economische groei en leefbaarheid. Een gezonde en veilige leefomgeving, die goed is voor mens, plant én dier, is een voorwaarde voor een goed economisch vestigingsklimaat. Tegelijkertijd is duurzame economische ontwikkeling een voorwaarde voor het kunnen investeren in een prettige leefomgeving. Omdat het leefbaar houden van de provincie ook vraagt om grote investeringen in bijvoorbeeld het landschap, natuurontwikkeling en de transitie naar een duurzame energiehuishouding. De provinciale visie ten aanzien van Amsterdam en de metropool rond Amsterdam is opgenomen in de Omgevingsvisie. De metropool rond Amsterdam is een stedelijk systeem van grotere en kleinere kernen, met Amsterdam als hoog stedelijke kernstad, een landschap met hoge gebruiks- en belevingswaarde, een multimodale bereikbaarheid, een havengebied met energietransitie en circulaire economie als dragers en Schiphol als internationale hub. De ontwikkeling komt tot uiting door een snel groeiend aantal inwoners, arbeidsplaatsen en bezoekers, leidend tot een tendens van concentraties van economische functies.
Grote aantallen arbeidsplaatsen concentreren zich op een aantal locaties in een zone van de Amsterdamse binnenstad tot net ten zuiden van Schiphol. Daarbij is het wenselijk om, vanuit het beperken van woon-werkafstanden en daarbij horen de mobiliteitsinvesteringen, nieuwe woningen zo dicht mogelijk bij de grote werkconcentraties te realiseren, waar mogelijk in gemengde woonwerkmilieus. De provincie ziet zichzelf wat de metropool Amsterdam betreft meer als aanjager en als expert. Voor het overige geldt, net als in de huidige situatie, dat de gemeente Amsterdam op basis van de eigen structuurvisie vrijheid heeft ten aanzien van het te volgen ruimtelijk beleid.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 19
3.3.2
Omgevingsverordening NH 2020
De provincie wil met de omgevingsverordening ontwikkelingen, zoals woningbouw en de energietransitie, mogelijk maken en zet in op het beschermen van mooie en bijzondere gebieden in Noord-Holland. Gezocht wordt naar een evenwichtige balans tussen economische groei en leefbaarheid. De ambities voor Noord-Holland, zoals omschreven in de Omgevingsvisie, zijn vertaald naar regels die verankerd zijn in de nieuwe Omgevingsverordening Noord-Holland. Op 22 oktober 2020 hebben de Provinciale Staten de Omgevingsverordening NH2020 vastgesteld. De Omgevingsverordening NH2020 geldt vanaf 17 november 2020 en vervangt alle bestaande verordeningen die betrekking hebben op de leefomgeving, zoals de Provinciale Ruimtelijke Verordening, de Provinciale Milieuverordening, de Waterverordeningen en de Wegenverordening. De Omgevingsverordening NH2020 is gebaseerd op de huidige wet- en regelgeving. Met deze omgevingsverordening loopt de provincie bewust vooruit op de Omgevingswet. De Omgevingsverordening NH2020 bevat in Hoofdstuk 6 instructieregels die van belang zijn om het provinciale beleid of het provinciale belang te laten doorwerken in de uitoefening van taken of bevoegdheden voor o.a. gemeenten. Zo zijn er instructieregels opgenomen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen, woningbouw, detailhandel, duurzame energie, beschermd landelijk gebied en cultureel erfgoed.
Gelet op de locatie, de aard en de omvang van de ruimtelijke ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met dit bestemmingsplan zijn deze instructieregels niet relevant voor onderhavige planvorming. Met de bouw van maximaal 4 woningen is ook geen sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de provinciale verordening.
3.4
Regionaal beleid
Metropoolregio Amsterdam De Metropoolregio Amsterdam is het informele samenwerkingsverband van lokale en provinciale overheden in de noordvleugel van de Randstad. Belangrijk kenmerk van de metropoolsamenwerking vormt het feit dat dit gebeurt op vrijwillige basis. De democratische legitimatie van besluiten vindt plaats in de Raden en Staten van de aangesloten gemeenten en provincies. Het versterken van de concurrentiepositie, nationaal en internationaal, vormt de rode draad binnen de metropoolsamenwerking. Om in de Europese top mee te kunnen blijven spelen, is de gezamenlijke ambitie gericht op het creëren van een hoogwaardig, veilig en duurzaam leef- en woonmilieu voor bedrijven, bewoners en bezoekers, nu en straks. Door in te zetten op compacte, hoogwaardige en bereikbare steden die omringd worden door recreatief groen moet het vestigingsklimaat aantrekkelijk blijven. Rond de beleidsvelden verkeer en vervoer, economie, verstedelijking, landschap en duurzaamheid zijn drie regionale bestuurlijke overlegorganen geformeerd. De samenwerking in metropoolverband levert de regio bovendien structureel meer kracht en zeggenschap op richting het Rijk. Op basis van de MRA Agenda stemmen gemeenten fasering en programmering van de woningbouwplannen met elkaar af.
Die afstemming bestaat uit het uitwisselen van informatie en inzicht in de feitelijke ontwikkelingen op de regionale woningmarkt. Dit gebeurt onder meer door het monitoren van zowel de beschikbare harde en zachte plancapaciteit en van de daadwerkelijke jaarlijkse woningproductie. Ook wordt voor het eerst het regionale woonwensenonderzoek Wonen in de Metropoolregio Amsterdam (WiMRA) in de gehele MRA gehouden. Op basis van het gezamenlijk inzicht worden opgaven geformuleerd waaraan gezamenlijk gewerkt wordt.
Gemeente Amsterdam
blz. 20
3.5
Gemeentelijk beleid
3.5.1
Omgevingsvisie Amsterdam 2050 (vastgesteld 2021)
Op 8 juli 2021 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vastgesteld. De Omgevingsvisie Amsterdam 2050 vervangt de Structuurvisie Amsterdam 2040 uit 2011. De groeiambities van de structuurvisie uit 2011 zijn meer dan waargemaakt, de voorziene toename van het aantal inwoners en banen voor 2040 is in een tijdsbeslag van een decennium al bijna bereikt. Vooral dankzij de komst van internationale bedrijven en bijbehorende kennismigranten. De dienstensector groeide snel en door verdubbeling van het aantal toeristen gold dat ook voor horeca. Omdat investeringen in openbaar vervoer, publieke ruimte en groen achterbleven, is de druk op de stad stevig toegenomen. Meest in het oog springend zijn de geëxplodeerde huizen- en huurprijzen, die het voor bewoners met een lager en middeninkomen en kleine ondernemers lastig maken om een plek te vinden in de stad. Steeds duidelijker wordt dat de status van Amsterdam als internationale metropool negatieve kanten heeft. Bijvoorbeeld vanwege de ontwrichting van de woningmarkt door vastgoedbeleggingen en een het gevoel van ontheemding bij sommige Amsterdammers door de snelle veranderingen. Hoe internationaal ook, het succes van de stad hangt nog altijd grotendeels samen met in hoeverre inwoners zich thuis voelen. De afgelopen jaren ook duidelijk geworden dat ontwikkeling van de stad niet zonder goed beheer kan.
Van de openbare ruimte, maar ook van kades en bruggen. Het is een mega-operatie op zichzelf, die de komende jaren veel van de stad zal vragen. Dit alles vormt het startpunt voor de Omgevingsvisie 2050. De verwachting is dat de groei van de stad zal doorzetten. Die groei moet opgevangen worden en vooral gelijker verdeeld. Ook over de regio. Het besef dat Amsterdam onderdeel is van een grootstedelijke regio, is meer dan ooit doorgedrongen. De grootste uitdaging is de overstap naar meer duurzaamheid, met andere energiebronnen en een minder verspillende manier van leven. De inrichting van stad en regio gaat wezenlijk veranderen. Deze plannen staan deels al op de rol, een ander deel is nieuw. Gezien de diverse beleidsmatige ambities en de schaarste van ruimte en financiën maakt het bestuur in de omgevingsvisie vijf strategische keuzes die worden aangehaald als: 'Meerkernige ontwikkeling': Amsterdam is uit balans met één centrum waar alles op gericht is; een van de hoofddoelen van deze visie is een stad en regio te worden met meer stedelijke kernen. 'Groeien binnen grenzen': De stad mikt op minimaal 150.000 woningen erbij voor 250.000 nieuwe inwoners in 2050, dat is een voortzetting van het groeitempo van de afgelopen 10 jaar. Plus 200.000 nieuwe arbeidsplaatsen. Deze groei wordt aan voorwaarden gebonden. Want groei en verdichten van de bestaande stad is geen doel op zich.
Amsterdam wil dat de groei enerzijds het sociale fundament van de stad versterkt en anderzijds het draagvermogen van de planeet niet overschrijdt. Daarom mag de groei alleen plaatsvinden binnen de huidige stadsgrenzen, wordt onder meer ingezet op ruimte voor schone energie en duurzame initiatieven. De grootste verdichtingskansen liggen in gebiedstransformaties, waar eenzijdig werken in lage dichtheid plaats maakt voor gemengd wonen en werken in hoge dichtheden. Stadsverzorgende en productieve bedrijvigheid blijft hier waar mogelijk behouden. 'Duurzaam en gezond bewegen': In een verdichtende stad moet zuinig worden omgegaan met de schaarse ruimte. Gezocht wordt naar plekken om te bouwen, voor groen, voor verblijven, spelen en voor de fietser en de voetganger. Om die reden moet de auto als ruimtegebruiker een stap terug doen. Nabijheid van voorzieningen is daarvoor essentieel. Mede dankzij de verdichting krijgen Amsterdammers hun voorzieningen, inclusief park, in de eigen buurt op loop- of fietsafstand. 'Rigoureus vergroenener': Verdichting wordt gecombineerd met vergroening van de stad. Daarbij is meer en vooral beter groen het doel, door minder verharding en meer groen aan en op gebouwen. De stad zal rigoureus vergroenen met meer en betere natuur door de hele stad. Straten en pleinen worden groen ingericht, straatstenen zullen wijken voor bomen en beplanting.
Het autoluw maken van de stad biedt daarvoor mede ruimte. Bouwen wordt natuurlijker door gevels en daken te bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 21
vergroenen. Dit lukt alleen als Amsterdammers meedenken en meedoen. Vergroening is ecologisch noodzakelijk, maar moet ook aansluiten bij de wensen van de Amsterdammers. 'Samen stadmaken': Het stadsbestuur stuurt met de Omgevingsvisie op hoofdlijnen. De principiële keuze daarbij is dat de regels zo worden dat naast de klassieke partijen als ontwikkelaars en woningcorporaties, Amsterdammers ook zelf aan de slag kunnen. Het stadsbestuur wil daarvoor meer ruimte bieden voor bewoners om individueel of in collectieven zoals coöperaties betaalbare huurwoningen te bouwen, voorzieningen te beheren, energie op te wekken, mee te doen met inrichting van de buurt of lokaal ondernemerschap. Het plangebied ligt in de bestaande buurt Don Bosco. Op de 'Visiekaart Amsterdam 2050' van de omgevingsvisie is de buurt Don Bosco aangemerkt als 'gemengd gebied'. Over ontwikkeling en opgaven in bestaande buurten is voor gemengde gebieden aangegeven dat deze stadsbuurten worden gekenmerkt door een aantrekkelijke afwisseling tussen rustig wonen en levendige concentraties van voorzieningen in stadstraten en aan pleinen. Het behoud van deze afwisseling staat hier voorop. Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan Op de schaal van de buurt Don Bosco is het voorliggend plan een relatief kleinschalige ontwikkeling die de gebiedskarakteristieken niet onevenredig nadelig verstoort.
De functie wonen is geen gebiedsvreemde functie in een gemengd gebied en de bouwmassa sluit aan bij de aangrenzende bebouwing. 3.5.2
Programma Zelfbouw (2012) en Woonagenda 2025
Programma Zelfbouw (2012) Op 5 juni 2012 heeft het college van destijds het Programma Zelfbouw Amsterdam 2012-2016 vastgesteld. Daarin werd onder meer de gemeentelijke ambitie en aanpak aangegeven ten aanzien van zelfbouw en de definiëring van de verschillende vormen van zelfbouw. Wat dat betreft wordt in Amsterdam onderscheid gemaakt in een drietal vormen van "zelfbouw" (bron: www.amsterdam.nl/wonen-leefomgeving/zelfbouw/), namelijk: Samen bouwen van huurwoningen door een wooncoöperatie: Een wooncoörporatie is een gemeenschap waarin bewoners meer of minder met elkaar delen. Samen bouwen van koopwoningen: Bij samen bouwen van koopwoningen zijn meerdere huishoudens samen de opdrachtgever. Er zijn verschillende vormen van samen bouwen: 1. Samen in het Klein: Wanneer 2 tot 4 huishoudens samen bouwen wordt dit in Amsterdam 'Samen in het Klein' genoemd. 2. Samen in het Groot. Samen in het Groot is bouwen met een bouwgroep. Er zijn 2 vormen van bouwen met een bouwgroep: Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) en Medeopdrachtgeverschap (MO). Hiervoor gelden verschillende selectieprocedures. Individuele zelfbouw. Bij individuele zelfbouw is 1 huishouden de opdrachtgever.
Woonagenda 2025 De gemeenteraad heeft op 19 juli 2017 de Woonagenda 2025 en op 20 december 2017 het stedelijk kader voor sociale en middensegment huurwoningen in particuliere plannen vastgesteld (‘Stedelijk kader voor sociale en middensegment huurwoningen in particuliere plannen’ Gemeenteblad afd. 1, nr. 1603, vastgesteld op 20 december 2017 en het ‘Actieplan meer middeldure huur’, Gemeenteblad afd. 1, nr. 152/433, vastgesteld op 8 juni 2017). In de Woonagenda 2025 (vastgesteld 19 juli 2017) zijn doelstellingen voor woningbouwprogrammering voor Amsterdam opgenomen. Uitgangspunt voor woningbouw is onder meer een verdeling van 40% sociale huur, 40% middelduur en 20% dure huur en koop (hierna: '40-40-20') en dat borging ervan primair Gemeente Amsterdam
blz. 22
privaatrechtelijk plaatsvindt. In het 'Actieplan meer middeldure huur’ is de ambitie opgenomen om in de periode 2017 tot 2025 ten minste 1.500 middeldure huurwoningen per jaar te realiseren door middel van nieuwbouw en transformatie. In het Stedelijk kader voor sociale en middensegment huurwoningen in particuliere plannen (Gemeenteraad 20 december 2017) is onder meer bepaald dat in woningbouwplannen sprake is / moet zijn van een gedifferentieerd programma waarmee verschillende inkomensgroepen worden bediend. Dit ten behoeve van het doel van de gemeente om een gemengde stad te willen zijn. De gemeente geeft hier zelf vorm aan door bij de uitgifte van gemeentelijke grond te sturen op die differentiatie. Ook in de plannen van particulieren, waarbij geen sprake is van nieuwe gronduitgifte maar van eigen grond van particulieren of een reeds bestaand erfpachtcontract, wil de stad een gedifferentieerd aanbod bewerkstelligen. De stad werkt door middel van bestemmingsplanwijzigingen en erfpachtherzieningen alleen mee aan particuliere woningbouwplannen als er sprake is van een gedifferentieerd woningaanbod. Een gedifferentieerd aanbod houdt in dat ook voor particuliere transformaties in beginsel geldt dat 40% van de woningen als sociale woning wordt gerealiseerd, 40% van de woningen als middeldure woning en 20% als dure huur- of koopwoning (40-40-20).
Van het stedelijke uitgangspunt '40-40-20' bij particuliere transformaties kan gemotiveerd worden afgeweken indien: 1. met de beoogde afwijking een ander stedelijk doel of programma wordt nagestreefd in het betreffende project. Bijvoorbeeld de huisvesting van kwetsbare groepen, ouderenhuisvesting, zorgwoningen, studenten of jongerenwoningen of collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO). 2. of indien de bestaande woningdifferentiatie in het omliggende gebied van het gebouw dusdanig specifiek is, dat een andere menging in het te transformeren gebouw beter past om de gewenste gemengde wijk te bereiken. 3. of het gebouw een dusdanige geringe omvang heeft dat de beoogde menging vanuit beheersoogpunt niet wenselijk is. Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan Voorliggend plan wijkt wat woningbouwcategorie af van het stedelijke uitgangspunt '40-40-20', maar voldoet aan het beleid voor de afwijkmogelijkheden daarvoor. Voor dit laatste is van belang dat het plan een zogeheten zelfbouwkavel behelst waarvoor de mogelijkheid wordt geboden voor nieuwbouw van een woongebouw met 2 tot 4 appartementen. Het bouwen ervan vindt plaats in een vorm van collectief opdrachtgeverschap, namelijk in de Amsterdamse variant 'Samen in het Klein'.
Het plan om dit te faciliteren is gebaseerd op het Woningbouwplan 2022-2028 en het daaraan voorafgaande Woningbouwplan 2018-2025 (zie paragraaf 3.5.3).
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 23
3.5.3
Woningbouwplan 2022-2028
Voorliggend idee voor het faciliteren van zelfbouw is in beginsel onder meer gegrondvest op het Woningbouwplan 2018-2025 dat het college in 2018 had vastgesteld. Daarin is onder meer het volgende aangegeven: "Op 14 februari 2018 heeft de gemeenteraad gesproken over de toekomstvisie “Zelfbouw in Amsterdam”. Daarbij is een motie aangenomen die vraagt om het benoemen van een concrete realistische taakstelling voor zelfbouw. Zelfbouw heeft zich in de praktijk bewezen als volwaardig woningbouwsegment met positieve effecten op woningdifferentiatie en leefklimaat. Zelfbouw is bovendien een katalysator voor de ontwikkeling van nieuwe locaties. Daarnaast is er substantiële vraag naar dit type woning. Gegeven de hoge bouwambitie en de toegenomen vraag naar bouwgrond is ook bij zelfbouw verdichting uitgangspunt. Zelfbouw zal meer (gebieds)specifiek worden ingezet. Daarbij kan worden gedacht aan het aanjagen van nieuwe gebiedsontwikkeling, het zorgen voor een gevarieerd aanbod van bouwvormen en het bevorderen van doorstroming uit de buurt." Op 31 januari 2023 heeft het college een nieuw woningbouwplan vastgesteld, namelijk het woningbouwplan 2022-2028. Dit woningbouwplan is voor het thema wonen een vervolg op de Omgevingsvisie Amsterdam 2050 en richt zich met name op de korte termijn 2022 tot 2028. Aangegeven is dat het college blijft streven naar 7.500 nieuwe woningen per jaar.
Dit in lijn met hetgeen in het coalitieakkoord 2022-2026 is afgesproken. Het bestrijden van de wooncrisis heeft daarin topprioriteit. De verdeling 40% sociaal, 40% middensegment en 20% vrije sector (40-40-20) blijft volgens het woningbouwplan 2022-2028 het uitgangspunt voor de woningbouwopgave. Bestuurlijk kan evenwel onderbouwd de keuze worden gemaakt om in bepaalde gebieden af te wijken van deze verdeling. En als een corporatie in een transformatiegebied of transformatieproject de sociale huur afneemt, is ene verhouding "30-40-30" mogelijk. Dergelijke spelregels waren eerder in 2017 door het college vastgesteld (collegebesluit 20 juni 2017). In het woningbouwplan 2022-2028 is aangegeven dat die spelregels uit 2017 van kracht blijven. Over zelfbouw is in het woningbouwplan 2022-2028 onder meer aangegeven dat een deel van de bewoners van Amsterdam ook zelf graag woningen wil ontwikkelen, door middel van wooncoörporaties of collectieve zelfbouw. En dat dit een kracht is die juist ook in (tijdelijke) crises belangrijk is gebleken. Er zijn verschillende vormen van zelfbouw: met een bouwgroep of individueel, in bestaande bouw of nieuwbouw, helemaal in eigen beheer of onder leiding van een procesbegeleider. Uitgangspunt bij zelfbouw is maximale invloed van de bewoners op hun eigen woning. De wensen van de bewoners/zelfbouwer staan centraal.
Zelfbouw betreft zowel individuele kavels voor koopwoningen (PO) als Samen in het klein, CPO (Collectief Particulier Opdrachtgeverschap) en MO (Medeopdrachtgeverschap) als huurwoningen in de vorm van wooncorpoöraties. Volgens het woningbouwplan 2022-2028 is een nieuwe visie over de toekomst van zelfbouw in voorbereiding. Een voorstel hierbij zal zijn om de focus op wooncorpoöraties en collectieven te leggen en niet meer extra in te zetten op individuele zelfbouwkoopwoningen. Het woningbouwplan 2022-2028 geeft inzicht in het aspect "duurzaamheid" in plannen voor nieuwbouw. Het college wil vooral voortgang in de realisatie van woningbouwplannen. Daarvoor maakt het college onder meer de keuze om voor wat de duurzaamheidsambities alleen de hemelwaterverordening als bovenwettelijke eis te hanteren. Ontwikkelende partijen worden op basis van vrijwilligheid uitgedaagd bovenwettelijke duurzaamheidsprestaties te leveren. Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan Voorliggend plan ziet toe op zelfbouw in de vorm van "Samen bouwen van koopwoningen - Samen in het Klein". Het faciliteren ervan sluit aan bij het beleid van het woningbouwplan 2022-2028.
Gemeente Amsterdam
blz. 24
3.5.4
Huisvestingsverordening 2020
Met ingang van 1 januari 2020 geldt de Huisvestingsverordening 2020. Hierin zijn regels opgenomen over de samenstelling van de bestaande woonruimte voorraad. Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan is ontwikkelgericht en maakt nieuwe woningen mogelijk en bestemd derhalve geen bestaande woningen (op moment van vaststellen van het bestemmingsplan bestaat de woning nog niet). Op enig moment zal dat tijdens de werking van voorliggend bestemmingsplan veranderen. Op het moment dat de woningen zijn gebouwd maken ze onderdeel uit van de dan bestaande woningvoorraad. Op dat moment geldt de huisvestingsverordenning ook voor de woningen in het plangebied. Dit wordt in paragraaf 6.3 onder "Artikel 3 Tuin en Artikel 4 Wonen" nader toegelicht. 3.5.5
Routekaart Klimaatneutraal 2050
Het duurzaamheidsbeleid zoals dat in meerdere beleidsdocumenten en programma's in de loop der tijd is uiteengezet wordt en is verder uitgewerkt, onder andere in de Routekaart Amsterdam Klimaatneutraal 2050. In deze routekaart staat de lange termijnvisie op de Amsterdamse energietransitie, de strategie en acties voor de korte termijn. Het Amsterdamse klimaatbeleid bestaat in hoofdlijnen uit de volgende elementen: Bij de gebouwde omgeving een verschuiving van aardgas naar duurzame warmte en elektrictiteit. In 2040 moet Amsterdam aardgasvrij zijn. Bij mobiliteit een verschuiving van fossiele brandstoffen naar elektriciteit en invoering van milieuzones. Bij industrie wordt de nationale trend gevolgd. Opwekken van duurzame energie (wind en zon). Voor nieuwbouw betekent dit dat Amsterdam (bijvoorbeeld bij aanbestedingen van nieuwe bouwlocaties) inzet op zeer goed geïsoleerde, energieleverende gebouwen, die ook optimaal profiteren van de zon, zodat dit vanzelf al zorgt voor een prettig woonklimaat. Om te realiseren dat de benodigde elektriciteit in woningen ook duurzaam opgewekt wordt, streeft Amsterdam er naar dat de hoeveelheid zonnepanelen en windturbines in de stad toeneemt. Zonnepanelen kunnen goed worden toegepast in combinatie met een vegetatiedak. Inzet is het niet onbenut laten van daken voor duurzame doelstellingen.
Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan De bouw van een woongebouw met goothoogte van maximaal 7 meter, bouwhoogte van maximaal 11 meter en een oppervlakte van circa 100 m2 is een relatief kleinschalige ontwikkeling. Wat duurzaamheid betreft geldt dat de woningen aardgasvrij worden. De landelijke wet- en regelgegeving ziet daar op toe. Ook voor andere duurzaamheidsaspecten geldt dat daarvoor de landelijke wet- en regelgeving wordt nagevolgd (zie ook paragraaf 3.5.3). Volledigheidshalve wordt hierbij opgemerkt dat in 2021 de hemelwaterverordening is vastgesteld (zie paragraaf 3.5.6). De verordening is opgesteld in verband met de verwezenlijking van de ambities van het gemeentelijk rioleringsplan.
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 25
3.5.6
Hemelwaterverordening (2021)
Amsterdam heeft in het Gemeentelijke Rioleringsplan 2016-2021 de ambitie opgenomen om in 2020 een bui van 60 mm in een uur aan te kunnen zonder dat schade aan huizen en vitale infrastructuur ontstaat. Om dit te bereiken zal zowel in de bestaande stad als in nieuw te ontwikkelen gebieden rekening moeten worden gehouden met extreme neerslag. Daarbij is onder meer van belang dat zowel op particulier terrein als op openbaar terrein voldoende waterberging wordt gerealiseerd. Een van de juridische instrumenten die een bijdrage kan leveren aan een klimaatbestendig en waterrobuust Amsterdam is een zogenaamde hemelwaterverordening. Op 26 april 2021 heeft de gemeenteraad de Hemelwaterverordening Amsterdam vastgesteld. In de Hemelwaterverordening staan de regels voor wateropvang op privaat terrein voor nieuwe gebouwen, gebouwen die ingrijpend gerenoveerd worden en gebouwen waar een verdieping aan wordt toegevoegd (op of onder het gebouw). Het is nodig om water op te kunnen vangen omdat het riool extreme hoosbuien, die steeds vaker voorkomen, niet in één keer kan afvoeren. Door op bebouwd oppervlak een laag van zes centimeter regenwater (60 liter per m2) op te vangen en die vertraagd af te voeren, wordt de stad ontlast. Regenwater kan zo beter worden benut, straten zullen minder onderlopen en er zullen minder woningen waterschade oplopen.
Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan Voorliggend bestemmingsplan maakt nieuwbouw mogelijk. De gemeentelijke hemelwaterverordening bevat algemene regels die bij bouwen en ingrijpend renoveren in acht moeten worden genomen. Concreet betekent dit dat in de ontwerp- en uitvoeringsfase van de bouwplannen rekening moet worden gehouden met de regels van de hemelwaterverordening. Dit is een aandachtspunt voor die fasen. Volledigheidshalve wordt hierbij ook verwezen naar paragraaf 3.5.8" Omgevingsprogramma Riolering 2022 - 2027 (2022)" waarin is aangegeven dat de norm van voor waterberging van de hemelwaterverordening zoals hier in deze paragraaf beschreven nog afgestemd gaat worden op de norm van het Omgevingsprogramma 2022-2027 (70 liter per m2). 3.5.7
Afwegingskader Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam (2021)
De aanleg van kelders levert extra ruimte op voor bijvoorbeeld wonen, opslag of parkeren. Naast het voordeel van extra ruimte, kan kelderbouw ook nadelen met zich meebrengen. Met name bij een cumulatie aan kelders in een gebied kan schade optreden aan de openbare ruimte. Belangrijkste oorzaak daarvoor is de invloed van een kelder op de stroommogelijkheden van het grondwater. Hierdoor kan de grondwaterstand beïnvloed worden (barrièrewerking). Dit leidt tot een (te) hoog peil van het grondwater, de zogenaamde grondwateroverlast, of een (te) laag peil van het grondwater, de zogenaamde grondwateronderlast. Grondwateroverlast heeft met name negatieve gevolgen voor woningen en groen, maar ook voor de verharding. Grondwateronderlast heeft vooral negatieve gevolgen voor funderingen, zetting van grond/verharding/leidingen en wederom groen. Door de klimaatverandering, en de wens de stad daar bestendig tegen te maken, zijn de gevolgen van onderkeldering op grondwaterstand en –stroom actueler geworden. Het vermogen grotere hoeveelheden hemelwater op te nemen en af te voeren wordt beïnvloed door de grondwaterstand en -stroom. Op 20 januari 2021 is het 'Afwegingskader grondwaterneutrale kelders Amsterdam' vastgesteld door de raad. En op 7 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders de Beleidsregel Grondwaterneutrale Kelders Amsterdam vastgesteld.
Dit als vervolg op het eerder op 20 januari 2021 door de gemeenteraad vastgestelde Afwegingskader. De gemeente beoogt hiermee de aanleg van kelders in de stad mogelijk te blijven maken waar dat kan, maar deze wel aan zodanige eisen te onderwerpen dat de kans op deze schade als gevolg van grondwaterstanden, zowel voor naastgelegen percelen als voor de openbare ruimte, minimaal is. Als gevolg van inwerkingtreding van deze Beleidsregel moeten alle aanvragen voor kelders waarvoor een binnenplanse afwijking van het
Gemeente Amsterdam
blz. 26
bestemmingsplan of kruimelafwijking vereist is getoetst worden aan de Beleidsregel, die vervolgens weer verwijst naar het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders Amsterdam. Dit betekent dat dergelijke aanvragen moeten voldoen aan de eis van grondwaterneutraliteit zoals geformuleerd in het Afwegingskader. Daarin wordt onder grondwaterneutraal bouwen van kelders het volgende verstaan: De stand en stroming van het grondwater veranderen niet of nauwelijks door de aanleg van een kelder, waar mogelijk zal deze verbeteren, en er treden geen negatieve grondwatereffecten op. Afweging / consequenties voor voorliggend bestemmingsplan De regels van het (paraplu)bestemmingsplan Grondwaterneutrale Kelders (zie paragraaf 1.4) worden overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan zodat die op beheer gerichte regels niet worden wegbestemd. In de regelgeving van dat bestemmingsplan wordt onderscheid gemaakt in zogeheten gebieden 'overige zone 1' en 'overige zone 2'. In beide gebiedstypen is het volgens dat paraplubestemmingsplan bij recht niet toegestaan om kelders te bouwen. Voor gebieden van 'overige zone 2' is een binnenplanse afwijkbevoegdheid opgenomen om kelderbouw onder voorwaarden toe te staan. Dat geldt niet voor 'overige zone 1' gebieden. Het plangebied van voorliggend bestemmingsplan valt in 'overige zone 1' van het parapluplan.
Dit betekent dat het verbod op kelderbouw wordt overgenomen zonder de binnenplanse afwijkbevoegdheid. 3.5.8
Omgevingsprogramma Riolering 2022 - 2027 (2022)
De gemeente Amsterdam heeft de wettelijke verantwoordelijkheid (zorgplicht) voor een aantal watertaken. De ambitie voor de taken op het gebied van stedelijk afvalwater, hemelwater en grondwater is vastgelegd in de Omgevingsvisie Amsterdam 2050, vastgesteld op 8 juli 2021. Deze ambitie is in het Omgevingsprogramma Riolering 2022 – 2027 (OPR) verder uitgewerkt, dat op 15 februari 2022 door het college van burgemeester en wethouders (onder voorbehoud van wensen en bedenkingen van de gemeenteraad) is vastgesteld. Dit programma vervangt het Gemeentelijk Rioleringsplan 2016-2021 (GRP). Strengere norm hemelwaterberging Conform het OPR moet de capaciteit voor hemelwaterberging op publiek terrein minimaal 70 mm/uur zijn door bijv. hergebruik van hemelwater of verwerking op de eigen kavel. De norm is daarbij in het OPR van 60 mm naar 70 mm verhoogd, op basis van het KNMI Klimaatsignaal '21. Omdat in het OPR de norm voor hemelwaterberging is verhoogd (ten opzichte van het GRP 2016-2021 en de Hemelwaterverordening Amsterdam) is nog een aanpassing van de Hemelwaterverordening Amsterdam noodzakelijk. Hiermee zal de norm voor de regenwaterbestendigheid van de particuliere ruimte bij nieuwbouw gelijk worden getrokken met de aangescherpte norm voor de regenbestendigheid van de publieke ruimte in het OPR.
Ontwateringsdiepte In het OPR wordt ook ingezet op zorg dragen voor een ontwateringsdiepte die is afgestemd op de benodigde functies in het gebied, zoals wonen, transport en groen ten behoeve van een klimaatbestendige stad. Hierbij is een ontwateringdiepte van minimaal 90 cm de norm. De ontwateringsdiepte is het verschil tussen het maaiveldniveau en de gemiddeld hoogste grondwaterstand. Zowel het maaiveldniveau als de grondwaterstand kunnen binnen een relatief korte afstand toch variëren. Vandaar dat de ontwateringsdiepte in praktijk ook van locatie tot locatie kan verschillen. Voldoende ontwateringsdiepte is essentieel voor stedelijke functies zoals bebouwing, wegen, bomen en hemelwaterinfiltratie. Een belangrijk aspect daarbij is het voorkomen van (grond)wateroverlast, nu en in de toekomst anticiperend op klimaatverandering. Een ontwateringsdiepte van 90 cm wordt daarbij
bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 27
gezien als duurzame norm voor een robuuste maaiveldhoogte. 3.5.9
Parkeerbeleid (2017 en 2018)
Auto De gemeente Amsterdam voert al jaren parkeerbeleid. Parkeerbeleid heeft invloed op de bereikbaarheid en leefbaarheid in de stad. Dit onder meer vanuit het idee dat minder auto's op straat leidt tot meer ruimte voor voetgangers en fietsen en een aantrekkelijkere openbare ruimte voor bewoners, bezoekers en ondernemers. Daarnaast willen ondernemers en bewoners ook een bereikbare stad, een stad waar ze hun auto kwijt kunnen en klanten een parkeerplek kunnen vinden. Minder auto's op straat en tegelijkertijd een goede (auto)bereikbaarheid van de stad, het lijken tegenstrijdige doelstellingen. Een oplossing om deze doelstellingen te verenigen, is het verplaatsen van een groot deel van de parkeerplaatsen op straat naar parkeergarages. In het Parkeerplan uit 2012 staat de aanpak om de auto minder op straat te parkeren, de openbare ruimte te verbeteren en het verkeer te laten doorstromen door het verminderen van zoekverkeer. In de Uitvoeringsagenda Mobiliteit is die lijn doorgetrokken met de aankondiging meer ruimte op straat te maken voor voetgangers en fietsers door de bouw van parkeergarages en het opheffen van parkeerplaatsen op straat. Parkeernormering helpt om de toekomstige parkeervraag in (ondergrondse) garages op te lossen, door ontwikkelaars te verplichten om bij nieuwbouw parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren.
Hiervoor heeft de gemeenteraad op 8 juni 2017 de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld. Deze Nota is op 29 november 2017 gewijzigd vastgesteld. In de Nota staan beleidsregels en parkeernormen voor nieuwbouw- en transformatieplannen. Ook is aangegeven wanneer de regels en beleid worden toegepast. Het nieuwe beleid treedt in werking voor alle ontwikkelingen waarvoor de eerste grondprijsovereenkomst wordt gesloten, na moment van vaststelling van de nieuwe Nota Parkeernormen Auto. Over bestemmingsplannen die ten tijde van de inwerkingtreding van de nota reeds zijn vastgesteld en waarin een eigen parkeernormering is opgenomen is aangegeven dat de parkeernorm van het bestemmingsplan het toetsingskader blijft. Dit geldt ook voor bestemmingsplannen waarin een uitwerkingsverplichting is opgenomen en waarvan de uitwerking plaats vindt nadat de nota in werking is getreden. Het belangrijkste uitgangspunt van deze nota is dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers geen parkeervergunning krijgen. Wanneer er in een specifiek project op één van de in de Nota genoemde gronden wordt afgeweken van de parkeernorm (zie hieronder) zal ook bepaald worden of er parkeervergunningen worden verstrekt en zo ja hoeveel. Afwijken van de parkeernorm leidt dus niet automatisch tot parkeervergunningverlening.
Voorts geldt onder meer het volgende voor de in de nota aangemerkte 'B-locaties' (voorliggend plangebied ligt in dergelijk gebied): De parkeernorm voor sociale woningbouw en middeldure huurwoningen voor bewonersparkeren: minimaa 0 en maximaal 1 pp per woning. De parkeernorm voor vrije sectorwoningen is afhankelijk van de woninggrootte: 1. < 30 m2: parkeernorm minimaal 0,1 en maximaal 1 pp per woning. 2. 30-60 m2: parkeernorm minimaal 0,3 en maximaal 1 pp per woning. 3. woningen >60 m2: parkeernorm minimaal 0,6 en maximaal 1 pp per woning. Voor al het bezoekersparkeren van wonen is de minimum parkeernorm 0,1 pp per woning. Standaard vrijstelling en afwijkmogelijkheden van de parkeernorm Volgens de zogeheten "beleidsregel 5" van de Nota geldt een standaard uitzondering voor kleine projecten voor vrije sectorwoningen op B-locaties waarbij de minimumnorm op 4 parkeerplaatsen of lager
Gemeente Amsterdam
blz. 28
uitkomt. In dat geval geldt een standaard vrijstelling van de parkeernorm. Voorts staat in hoofdstuk 7 van de Nota beschreven in welke gevallen het ook mogelijk is om af te wijken van de parkeernormen: Fysieke gronden: In sommige situaties is het fysiek onmogelijk/onwenselijk om bij een nieuwbouwproject vast te houden aan parkeernormen. Het gaat hierbij om de volgende omstandigheden: 1. Verkeersveiligheid. Wanneer de enige toegang van een parkeergarage of parkeerterrein op het hoofdnet auto uitkomt.Wanneer daarmee de minimumnorm niet kan worden gerealiseerd, wordt deze niet opgelegd. 2. Ondergrond. Als het parkeren op eigen terrein niet anders opgelost kan worden dan met een ondergrondse parkeergarage, kunnen de volgende overwegingen aanleiding geven tot het niet verplicht stellen van het parkeren op eigen terrein: a. wanneer er archeologische resten in de grond zitten; b. wanneer er sprake is van een waterkering; c. wanneer de grondwaterstromen in het gebied ernstig verstoord worden; d. autoluwe gebieden. 3. Wanneer nieuwbouw zich volledig in een voetgangersgebied bevindt, is het onmogelijk om het parkeren op eigen terrein te realiseren. Niet-fysieke gronden: Naast fysieke gronden kunnen er ook situaties zijn waarbij de gemeente op niet-fysieke gronden kan besluiten om af te wijken van de parkeernormen.
Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer er sprake is van een functiewijziging bij een (rijks)monument waarbij het onwenselijk is om het monument aan te tasten om parkeren op eigen terrein mogelijk te maken. Afwijken bij kleine projecten: Wanneer er bij een solitaire ontwikkeling volgens de parkeernorm vier parkeerplekken of minder gerealiseerd moeten worden, dan kan de gemeente van de normen afwijken. Dit zullen in de praktijk vooral kleine invulprojecten zijn, waarbij: 1. de realisatie van een klein aantal parkeerplekken erg lastig en duur is. 2. de toegang tot deze kleine (stallings)parkeerruimte vaak ten koste gaat van één of twee openbare parkeerplekken in de straat, waardoor de parkeerdruk niet verbetert. 3. de toegang tot de kleine te realiseren parkeerruimte vaak leidt tot ruimtelijk ongewenste oplossingen, bijvoorbeeld garagedeuren en/of hellingbanen. Afwijken van maximumnorm: Veelal is in de bovenstaande afwijkingsmogelijkheden gesproken over het afwijken van de minimumparkeernormen. Het is echter ook mogelijk dat de wens bestaat om meer parkeerplaatsen te maken, dan volgens het beleid maximaal toegestaan zou zijn. Het kan hierbij gaan om kleine nieuwbouwprojecten waarbij de parkeergarage onder het gebouw iets meer parkeerplaatsen heeft dan volgens de norm is toegestaan.
Wanneer de afwijking geen substantieel hogere automobiliteit oplevert, kan de gemeente een afwijking naar boven toestaan. Consequenties voor dit plan: Verwezen wordt naar paragraaf 5.1. Parkeren fiets en scooter Op 14 maart 2018 heeft de gemeenteraad de Nota Parkeernormen fiets en scooter 2018 vastgesteld. De nota 'Parkeernormen Fiets en Scooter' is het beleidskader op basis waarvan we bij ruimtelijke (her-)ontwikkelingen eisen stellen aan de parkeervoorzieningen bij niet-woonfuncties. Deze eisen zijn vertaald in bindende beleidsregels voor fietsen. Voor scooters (lees: snor- en bromfietsen) zijn de normen voor parkeervoorzieningen voor niet-woonfuncties niet bindende richtlijnen. Voor scooterparkeren bij woningen zijn ook richtlijnen opgenomen in de Nota. Voor projecten met minder dan twintig woningen geldt geen scooterparkeereis. Uitgangspunt voor zowel fiets- als scooterparkeren is dat dit op eigen terrein wordt geregeld, al dan niet inpandig. Op basis van de kencijfers van het landelijke kennisinstituut CROW zijn fietsparkeernormen ontwikkeld voor niet-woonfuncties. Het vaststellen van het minimaal vereiste aantal parkeerplekken voor niet-woonfuncties is volgens de nota een fietsparkeereis, waarbij maatwerk wordt toegepast. Voor bestemmingsplan_Simon Stevinstraat - zelfbouw kavel 01 (vastgesteld)
blz. 29
woonfuncties geldt dat het aantal fietsparkeerplekken bij gezamenlijke fietsenberging is weergegeven in een tabel in de Nota. Bewoners hebben niet alleen zelf parkeervoorzieningen nodig, ook hun bezoek wil een fiets parkeren. Het CROW-kencijfer voor bezoekers is 0,5 tot 1 fietsparkeerplaats per woning. Uitgangspunt in de gemeentelijke planvorming is minimaal 0,5 fietsparkeerplaats per woning. Die realiseert de gemeente in de openbare ruimte of de ontwikkelaar in een voor bezoekers toegankelijke stalling. In de Nota Parkeernormen fiets en scooter is voor fietsparkeren bij woonfuncties onder meer aangegeven dat het Bouwbesluit 2012 ontwikkelaars verplicht om bij nieuwe woningen een individuele (fietsen)berging te realiseren, maar dat ook ruimte voor gelijkwaardige alternatieven wordt geboden. Aangegeven is dat de (fietsen)berging volgens het Bouwbesluit moet voldoen aan de volgende eisen: De (fietsen)berging moet bescherming bieden tegen weer en wind; De (fietsen)berging mag niet gemeenschappelijk zijn en moet afsluitbaar zijn; De (fietsen)berging heeft een oppervlakte van minimaal 5 m². De (fietsen)berging moet rechtstreeks vanaf de openbare weg bereikbaar zijn via het aansluitende terrein of via een gemeenschappelijke verkeersruimte. Deze individuele (fietsen)berging is niet verplicht als de gebruiksoppervlakte van de woning niet groter is dan 50 m².