CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Rapport Meetellen - Kwalitatieve monitor Beleidsprogramma Aanpak Dak- en Thuisloosheid 2021–2025, derde tranche 2024.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 3 december 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de Voortgangsrapportage Versterking Aanpak Dakloosheid (VN2025-016559)6.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

rapportage kwalitatieve monitor Beleidsprogramma Aanpak Dak- en Thuisloosheid 2021–2025 derde tranche

2024

inleiding In 2021 is het beleidsprogramma voor de aanpak van dakloosheid in Amsterdam gestart. Dit beleidsprogramma loopt tot 2025 en wordt jaarlijks onderzocht door middel van een kwantitatieve- en kwalitatieve monitor. Onderzoeksbureau Meetellen in Amsterdam voert het kwalitatieve onderzoek uit, waarbij jaarlijks meer dan 30 mensen worden geïnterviewd die dak- of thuisloos zijn, dak- of thuisloos dreigen te raken, of recentelijk weer huisvesting hebben gevonden. Respondenten zijn geïnterviewd over hun ervaringen met de ondersteuning die zij in Amsterdam gehad hebben. De thema’s die in de interviews aan bod komen zijn samen met het groot MO/GGZ overleg geformuleerd. Dit is een overleg met Amsterdammers met ervaring met dak- en thuisloosheid, ervaringsdeskundige professionals of belangenbehartigers, en andere professionals die te maken hebben met ondersteuning bij dak- en thuisloosheid of psychische problematiek. Deze rapportage beschrijft de bevindingen van het belevingsonderzoek van 2024. leeswijzer In deze rapportage is een beschrijving gegeven van de uitkomsten uit de interviews die afgenomen zijn in 2024 (24 nieuwe respondenten, 11 vervolginterviews met mensen die eerder meededen aan dit onderzoek).

De uitkomsten zijn geordend naar de vier speerpunten van het beleidsprogramma aanpak dakloosheid: (1) vroegsignalering en vroeginterventie; (2) vergroten aanbod woonoplossingen; (3) goede ondersteuning op maat; (4) duurzaam maatschappelijk herstel. Daarnaast worden dit jaar de ervaringen respondenten met minderjarige kinderen en de ervaringen van jongeren die in de opvang verblijven specifiek uitgelicht. In verband met de privacy van respondenten is in de rapportage gebruik gemaakt van fictieve namen.

definities definities hulpverlener, ondersteuner, begeleider: Een hulpverlener is een persoon die professionele hulp, ondersteuning, of begeleiding biedt aan mensen die psychologische-, sociale-, financiële- of huisvestingsproblemen ervaren.

economisch dakloze: een persoon die dakof thuisloos is, maar op dat moment geen verslavingsproblemen, zeer ernstige schulden of psychiatrische kwetsbaarheid heeft. Begeleid Thuis (BT): dit is bedoeld voor mensen met complexe problematiek die zelfstandig kunnen wonen met begeleiding (in hun eigen huis of op een andere, stabiele woonplek waar zij enige tijd verblijven). Beschermd Verblijf (BV): 24-uurs opvang voor mensen die door complexe problematiek niet in staat zijn om zelfstandig te wonen.

werving Respondenten zijn geworven via contactpersonen op de volgende locaties: • het instroomhuis (Leger des Heils) • noodopvang voor gezinnen (HVO-Querido) • nachtopvang voor jongeren (Per Mens) • Buurtteams Daarnaast zijn flyers verspreid op verschillende locaties door de stad: • Passantenhotels • Locaties voor dag- nachtopvang • Buurtteams • Straatalliantie • Postadressen op de Jan van Galenstraat Respondenten die een jaar eerder deelnamen aan het onderzoek zijn benaderd met de vraag of zij opnieuw wilden deelnemen aan het onderzoek, om te kunnen volgen hoe hun situatie door de tijd heen verandert.

3

respondenten In totaal zijn 35 personen gesproken, waarvan 31 individuele interviews afgenomen en één groepsinterview (4 personen). 11 van de 35 respondenten deden eerder mee aan dit onderzoek. Zij zijn geïnterviewd over hoe hun situatie in het afgelopen jaar is veranderd. 60% van de respondenten is man, 40% vrouw. Er zijn mensen gesproken in verschillende leeftijdscategorieën (zie figuur p. 5), de jongste respondent was 18 jaar, de oudste 65 jaar. 40% van de respondenten heeft minderjarige kinderen die al dan niet bij hen verblijven. Ongeveer de helft van de respondenten zit een traject naar beschermd verblijf of begeleid thuis, of staat daarvoor op de wachtlijst. De overige respondenten komen hier niet voor in aanmerking (37%) of weten niet of ze hiervoor in aanmerking komen (14%). verblijfplaats Iets meer dan de helft van de respondenten verbleef op het moment van interviewen in een opvanglocatie (54%). 17% had recent een eigen woning gevonden, de overige respondenten verbleven op verschillende plekken: bij vrienden en familie, op straat, in een boot of berging. oorzaken dakloosheid Respondenten noemen verschillende oorzaken voor hun dakloosheid: het verbreken van een relatie, terugkomst na verblijf in het buitenland, om uiteenlopende redenen de huur niet betaald hebben, een tijdelijk huurcontract dat afloopt, ouders die overlijden of een onveilige thuissituatie. 4

heeft indicatie voor BV/BT

leeftijd respondenten ?

onbekend 14%

t/m 25 20%

56 t/m 65 23% ja 49%

26 t/m 35 14% nee 37% 36 t/m 45 11%

46 t/m 56 26%

heeft kinderen

verblijfplaats onconventionele plekken 6%

buiten 3%

tijdelijk onderdak DRG 6%

onbekend 26% minderjarige kinderen 40%

opvanglocatie 54%

familie/vrienden /kennissen 14%

eigen woning 17%

geen kinderen 11% volwassen kinderen 23%

5

resultaten

speerpunt 1 vroegsignalering en vroeginterventie

Net als in de rapportages van 2022 en 2023 blijkt ook nu weer dat respondenten meestal pas op zoek gaan naar ondersteuning wanneer zij hun woning al kwijt zijn. Soms hadden zij van tevoren al aan zien komen dat ze hun woning zouden kwijtraken, maar vaak ook niet. In de beleidsplannen van de gemeente is vooral aandacht voor preventie van huisuitzettingen bij schulden en huurachterstand. Respondenten die dit jaar geïnterviewd zijn raakten zelden hun woning kwijt enkel door een huurachterstand. Respondenten raakten bijvoorbeeld dakloos door het verbreken van een relatie, bij terugkomst na verblijf in het buitenland, door ouders die overleden, of na verblijf in een kliniek. Bij jongeren die dak- of thuisloos raakten was vaak sprake van een onveilige thuissituatie of waren er problemen in de relatie met ouders. Een deel van de respondenten was voordat zij dakloos raakten al in contact met hulpverlenende instanties voor andere problemen. Dit waren bijvoorbeeld respondenten die op straat kwamen na ontslag uit een kliniek en jongeren die uit een onveilige thuissituatie kwamen en vaak al langere tijd in beeld waren bij de organisatie Veilig Thuis.

woning kwijtgeraakt door… onveilige thuissituatie bij ouders (jongeren) 11%

overig/onbekend 9% verbreken relatie 29%

ouders overlijden 9%

zelf de huur opgezegd 8% huurcontract loopt af huur niet betaald 11% 6%

terug uit buitenland 17%

8

op straat na ontslag uit een kliniek Twee respondenten geven aan dat zij na ontslag uit een psychiatrische kliniek op straat kwamen. Vanuit de kliniek is niet met hen meegedacht waar zij wel naartoe zouden kunnen. op straat na het overlijden van ouders Dit jaar vertellen voor het eerst meerdere respondenten dat zij dakloos zijn geraakt na het overlijden van hun ouders. Zij woonden bij hun ouders, maar mochten niet in de woning blijven nadat deze overleden. geen mogelijkheid tot hulp bij preventieve hulpvraag Een aantal respondenten vertellen over een moment waarop zij bij de gemeente, een buurtteam of andere instantie aanklopten nog voordat zij echt op straat stonden. Deze respondenten hadden behoefte aan onderdak, omdat ze een anti-kraakwoning moesten verlaten of bij familieleden verbleven, terwijl dit eigenlijk niet langer houdbaar was. Zij kregen bij de gemeente, GGD of het buurtteam echter te horen dat er niks voor hen gedaan kon worden zolang ze nog een dak boven hun hoofd hadden of nog een baan hadden.

“ “

Respondent: Maar daar hebben ze gezegd, ja, je zoon is in een pleeggezin, dus er is geen reden om jou hier te laten blijven, want hier moeten alleen moeders met kinderen. Maar ik zou er echt nooit terug willen. […] Interviewer: Hebben ze toen met jou meegekeken waar je wel naartoe kon? Respondent: Dat hebben ze niet gedaan, nee. Als ze dat hadden gedaan was ik wel blij, maar waar was ik toen naartoe gegaan dan?

Buchra (24), over haar verblijf in een psychiatrische kliniek voor moeders met kinderen

En ik heb ook een tijdvak van vijf jaar mijn beide ouders verloren, waardoor ook de follow-up om in te wonen, gewoon afgelopen was. Ik heb daar ook juridische gevechten in gehad. Maar de wet is nou eenmaal zo, dat je, ook als erfgename, toch op bepaalde woningen geen recht kan doen vanuit de gezinssamenstelling die je hebt.

William (63)

9

speerpunt 2 vergroten aanbod woonoplossingen

tekort aan tijdelijke opvangplekken Respondenten die als zelfredzaam beschouwd worden ervaren een gebrek aan mogelijkheden en perspectief. Zij kunnen vaak nergens terecht en hebben het gevoel overal weggestuurd te worden. Tijdelijke woonvoorzieningen zoals passantenhotels en het project ‘Tijdelijk Onderdak’ van de Regenboog Groep bieden respondenten tijdelijk onderdak, maar hebben lange wachtlijsten. Degenen die hier een plek weten te bemachtigen lukt het lang niet altijd om binnen de maximale verblijfsduur (van een half jaar tot een jaar) om andere woonruimte te vinden. Hierdoor moeten respondenten steeds van de ene naar de andere tijdelijke woonvoorziening verplaatsen. Verschillende respondenten komen na een verblijf in tijdelijke woonruimte opnieuw op straat terecht. Sommigen hebben alle tijdelijke opties al gehad en kunnen hier niet opnieuw gebruik van maken, terwijl zij nog steeds geen perspectief hebben op duurzame woonruimte. Dit leidt ertoe dat mensen soms alle hoop verliezen, wat negatieve gevolgen heeft voor hun mentale en fysieke gezondheid. Daarnaast stopte voor de meeste respondenten die een tijdelijke woonvoorziening verlieten de ondersteuning die zij hadden via hun tijdelijke onderdak, ook voor degenen die nog geen nieuwe woning vonden en weer op straat stonden.

Ook respondenten die op de wachtlijst staan voor beschermd verblijf of begeleid thuis hebben te maken met een tekort aan opvang plekken. Zij konden niet altijd terecht in een opvangvoorziening om de wachttijd te overbruggen.

“

De pijn kan ik niet uitleggen.

Hasan (54), opnieuw dakloos na een jaar Tijdelijk Onderdak via De Regenboog Groep

11

te weinig doorstroommogelijkheden in bvbt-keten Geïnterviewden die wel op de wachtlijst staan voor begeleid wonen, verblijven vaak jarenlang in opvangvoorzieningen die bedoeld zijn voor kort verblijf van maximaal een paar maanden, waardoor zij allerlei problemen ervaren. Het levert bij bewoners veel frustratie op die zich soms uit in agressie en geweld. Een deel van de respondenten vertelt zich onveilig te voelen in opvanglocaties. Medewerkers hebben volgens hen niet altijd voldoende aandacht voor de veiligheid op locatie of zijn niet genoeg toegerust om met de problematiek van mensen in de opvang om te gaan. Sommige respondenten vertellen hoe zij in de opvang in een neerwaartse spiraal terecht zijn gekomen en drugs zijn gaan gebruiken of depressief zijn geraakt. verblijf bij vrienden en familie is vaak niet mogelijk door angst voor gevolgen Respondenten vertellen dat verblijf bij vrienden en familie vaak lastig is, omdat zij hun logeeradressen moeten opgegeven bij de GGD. Vrienden en familie zijn vaak bang voor de gevolgen die dat mogelijk heeft voor hun inkomen of toeslagen. Of ze zijn bang hun woning kwijt te raken, bijvoorbeeld omdat zij een huurcontract of hypotheekovereenkomst hebben waarbij het niet toegestaan is om iemand in huis te nemen.

Respondenten die wel noodgedwongen bij familieleden, vrienden of kennissen verblijven ervaren regelmatig problemen zoals een gebrek aan ruimte en privacy, problemen in de relatie, of soms zelfs onveilige situaties die maken dat het niet mogelijk is om langer te blijven.

“

Ik was heel kwetsbaar. Ik begon te blowen terwijl het helemaal niks voor mij is. Ik begon te snuiven. Want ik had niks meer. En niemand vertelde mij wat er ging gebeuren. Niemand zei tegen mij ‘meisje, doe rustig, het komt allemaal wel goed.' Ik dacht: 'Mijn kind is weg, mijn huis is weg, alles is weg.' […] Ik heb niks meer te verliezen.’

Saïda (39), over haar verblijf in een opvangvoorziening

“

Maar je kan vaker bij mensen logeren als je hun adres niet hoeft door te geven aan de gemeente. Dat vinden ze lastig, als instanties weten dat je bij hen bent. En toen had ik een woning, dus had niemand daar last van. Maar op een gegeven moment als je geen woning hebt, dan moet je mensen hun adressen doorgeven. […] ik ben heel veel mensen tegengekomen die hun woning zijn kwijtgeraakt, doordat ze iemand in huis hebben opgevangen. Want het wordt gezien als onderhuur.

Annika (58)

12

wonen buiten Amsterdam Sommige respondenten vertellen dat ondersteuners hen aanmoedigen om buiten Amsterdam een woning te vinden. Voor respondenten heeft dit vaak niet de voorkeur, omdat zij zich verbonden voelen met de stad en hier hun kinderen, sociaal netwerk of ondersteuning hebben. Dat ondersteuners aandringen om buiten de stad te zoeken geeft sommigen het gevoel dat zij niet welkom zijn in de stad of dat zij als Amsterdammer onder aan de hiërarchie staan. Eén respondent benoemt vooral een praktische belemmering: voor elke regio waar je wilt zoeken moet apart inschrijfgeld betaald worden, waardoor de kosten oplopen. Dit jaar is voor het eerst iemand geïnterviewd die een woning vond buiten Amsterdam. Door bureaucratie rondom het aanvragen van een uitkering in de nieuwe woonplaats kwam deze persoon een aantal maanden zonder inkomen te zitten, wat financiële problemen opleverde omdat de huur wel al betaald moest worden. Dit leverde hem erg veel stress, en aan stress gerelateerde gezondheidsproblemen op. Volgens hem had dit makkelijk voorkomen kunnen worden. Nu kreeg hij een voorschot van één maand huur mee, maar dit voorschot zou volgens hem aangepast moeten worden aan de wachttijd voor een uitkering in de gemeente waar iemand heen verhuist.

“

Ik denk dat de bureaucratie daar gemeentelijk moet verbeteren.

Miguel (56)

13

speerpunt 3 goede ondersteuning op maat

wisselende ervaringen met ondersteuning De meeste respondenten hebben zowel positieve als negatieve ervaringen met de ondersteuning die zij gehad hebben. Over het algemeen zijn respondenten vaak wel positief over een persoonlijk begeleider, maar minder positief over het geheel aan ondersteuning dat zij door de tijd heen van verschillende instanties hebben gehad. Wanneer er sprake is van warm contact met een ondersteuner, duidelijke communicatie, en er praktische oplossingen en een bepaalde mate van maatwerk geboden wordt zijn respondenten positief over de ondersteuning die zij ontvangen. Negatieve ervaringen met ondersteuning hebben voor respondenten vaak te maken met slechte communicatie, wantrouwen, van het kastje naar de muur gestuurd worden en een meer algemene mismatch tussen de geboden ondersteuning en de behoefte. Of iemand passende ondersteuning krijgt heeft volgens respondenten vaak ook te maken met welke persoon zij toevallig treffen. complex systeem en gebrek aan doorstroommogelijkheden belemmeren maatwerk Net als in eerdere jaren blijkt weer dat maatwerk leveren moeilijk is door het complexe systeem met veel regels en procedures. Respondenten die niet voldoen aan strenge voorwaarden om in aanmerking te komen voor een opvangplek of traject naar een woning vallen buiten de boot.

Ook het feit dat er te weinig woningen en te weinig opvangplekken zijn maakt dat het moeilijk is om passende hulp te bieden. Ondersteuning zonder perspectief op een woning lost voor respondenten uiteindelijk ook weinig op.

“

Nou, de dag daarna teruggegaan en toen kwam er dus iemand, die ging me niet helpen. Want die wist, ik had geen postadres, dus: ‘als je geen postadres hebt, kunnen we je niet helpen’. Iemand die achter me zat die hoorde het gesprek en die was een van die controleurs en die probeerde me gerust te stellen. […] Die heeft er toen voor gezorgd dat die man me alsnog geaccepteerd had. Daar ben ik heel erg dankbaar voor.

Martin (47), over het inloopspreekuur bij het gemeenteloket van de afdeling bijzondere doelgroepen

“

Het is gewoon pappen en nathouden. Er zijn gewoon geen woningen en er is geen budget voor de rest. Of ze hebben daar geen budget voor vrijgemaakt.

Ron (50)

15

afhankelijkheid van ondersteuners Een van de conclusies uit de onderzoeken van 2022 en 2023 was dat respondenten weinig overzicht hadden over de regelingen en mogelijkheden die er zijn voor mensen die dak- en thuisloos zijn, waardoor het moeilijk is om een weg te vinden naar de juiste opvang en ondersteuning. Ook dit jaar blijkt dit weer uit de interviews. Daarnaast vertellen verschillende respondenten dat zij wel zelfstandig de weg vonden naar de gemeente of GGD, maar dat hun verzoek om een postadres, een screeningsgesprek of opvang steeds afgewezen werd, omdat hun situatie niet urgent genoeg zou zijn. Wanneer zij later via een ondersteuner van bijvoorbeeld een buurtteam of van de straatalliantie nogmaals terugkwamen met hetzelfde verzoek bleek dit voor een deel van de respondenten ineens wel mogelijk te zijn. Verschillende respondenten werden door de GGD in eerste instantie als zelfredzaam beoordeeld, maar kregen met behulp van iemand van een buurtteam of straatalliantie later toch een indicatie voor een beschermd verblijf of begeleid thuis. behoefte aan duidelijkheid Respondenten geven aan dat zij veel behoefte hebben aan duidelijkheid, maar die is er in veel gevallen niet. Het is voor mensen vaak onduidelijk hoelang ze moeten wachten voor ze in een opvanglocatie of omslagwoning terecht kunnen.

Ook is het vaak onduidelijk hoe lang ze in een opvanglocatie mogen verblijven en wanneer zij eventueel in aanmerking komen voor een woning. Sommige respondenten hebben ook de ervaring dat zij plotseling van de een op de andere dag naar een andere opvanglocatie moeten, zonder dat dit vooraf met hen is besproken. Meerdere respondenten benoemen dat het voor hen onduidelijk is hoe woningen worden toegewezen. Zij zien bijvoorbeeld dat anderen, die soms minder lang in de opvang verblijven, al doorstromen. Ze vragen zich af waarom dit zo is. De onduidelijkheid zorgt voor onzekerheid en stress bij respondenten.

“ “

Niemand wilde mij helpen. Ik ben meer dan zes keer naar Jan van Galenstraat geweest, maar niemand wilde mij ontmoeten of interviewen. […] Maar wanneer er werd gebeld [door het buurtteam] naar de Jan van Galenstraat, daarna wel.

Badr (32)

Het gaat er niet om wie je bent, maar wie je kent. Ron (50)

16

een veilige plek is belangrijk Een veilige plek om te verblijven is belangrijk voor respondenten, maar niet vanzelfsprekend. Op opvanglocaties voelen respondenten zich regelmatig onveilig, doordat ze er in aanraking komen met geweld, agressie, alcohol- en drugsgebruik of omdat ze een kamer moeten delen met iemand die bijvoorbeeld zware psychiatrische problemen heeft. De opvang op de Transformatorweg, het Stoelenproject en verschillende 24-uurs opvanglocaties worden regelmatig genoemd als plekken waar mensen zich onveilig voelen. De opvanglocaties speciaal voor gezinnen en voor jongeren werden door de geïnterviewden die daar verbleven over het algemeen wel als veilige plekken ervaren. De jongeren in de jongerenopvang vertellen dat zij zich welkom voelden toen ze er voor het eerst binnenkwamen en dat zij steun aan elkaar hebben. gevoel van machteloosheid Uit verhalen van respondenten blijkt dat zij vaak een gevoel van machteloosheid ervaren. Bij sommigen uit dat zich in boosheid en frustratie, anderen lijken zich erbij neer te leggen. Het systeem is nu eenmaal zoals het is, ze weten ook niet goed te benoemen wat er voor hen beter zou kunnen. ervaringen met de Buurtteams Ongeveer een derde van de respondenten vertelt in de in interviews over hun ervaringen met de Buurtteams.

Het merendeel van de respondenten heeft positieve ervaringen met het Buurtteam, ze zijn tevreden over het contact met de buurteam medewerker en over het feit dat er door de buurtteam medewerker actie ondernomen werd om zaken te regelen. Respondenten vertellen bijvoorbeeld dat een buurtteam medewerker dingen voor hen kon regelen zoals een afspraak bij de GGD voor een screening, een postadres, een opvangplek, een verzekering of een

“

Eerlijk, je raakt het wel gewend ofzo. Ik zit hier nu al […] sinds midden augustus [4 maanden]. Ik weet niet, er is niet iets waarvan ik denk, het zit me nu echt tot hier. Het zit me eigenlijk wel tot hier, maar ik kan niets anders.

Yassir (18)

17

uitkering. Ook konden zij helpen met het vinden van een school voor de kinderen of met de post en het schrijven van brieven. Respondenten beschrijven de buurtteam medewerker als ‘aardig’ en waarderen het dat zij de tijd namen om te luisteren. Een respondent benoemt dat het prettig is dat de buurtteam medewerker ook nog contact houdt nadat de begeleiding formeel afgesloten is, om te checken hoe het gaat. Een aantal respondenten heeft juist geen goede ervaringen met het Buurtteam, zij vertellen dat ze van het kastje naar de muur gestuurd werden, te horen kregen dat het buurtteam niks voor hen kon doen of dat zij weken moesten wachten op een eerste afspraak. Soms horen respondenten bij het ene buurtteam dat zij niet geholpen kunnen worden, maar treffen ze bij een ander buurtteam wel iemand die hen verder kan hepen. ervaringen met wachtlijstbegeleiding Respondenten die wachtlijstbegeleiding krijgen, hebben vaak weinig contact met hun wachtlijstbegeleider en hebben hier ook niet altijd behoefte aan, omdat er ook al andere begeleiding is. Eén respondent vertelt dat in zijn geval de wachtlijst voor wachtlijstbegeleiding langer was dan de wachtlijst voor een woning.

18

dak- of thuisloos met kinderen

Iets minder dan de helft van de respondenten die dit jaar geïnterviewd zijn heeft minderjarige kinderen. Wanneer er ook kinderen bij betrokken waren bracht dit voor respondenten extra zorgen met zich mee. De ervaringen die respondenten deelden over het contact met hun kinderen en het welzijn van hun kinderen zijn daarom in deze rapportage apart uitgelicht. De ervaringen van mannen en vrouwen waren hierin verschillend. De meeste vrouwen bevonden zich samen met hun kind in een situatie van dak- of thuisloosheid en verbleven samen met hun kind(eren) in een noodopvang voor gezinnen of bij een familielid. De mannelijke respondenten hadden hun kinderen niet bij zich, deze woonden meestal bij de moeder. ervaringen van vrouwen met minderjarige kinderen Het merendeel van de geïnterviewde vrouwen met minderjarige kinderen verbleven op het moment van interviewen in een noodopvang voor gezinnen. Eén vrouw verbleef bij een familielid en één vrouw verbleef in een opvanglocatie zonder haar kind. Een aantal vrouwen vertelt hoe moeilijk (of onmogelijk) het voor hen was om een plek te vinden toen zij met hun kind op straat stonden. Bij de GGD en buurtteam kregen zij meerdere malen te horen dat ze niet geholpen konden worden, of dat ze alleen opvang voor het kind konden regelen maar niet voor de moeder. Dit leidde bij deze vrouwen tot wanhoop, onbegrip, en angst om hun kind kwijt te raken.

Een paar respondenten vertellen ook dat hier door politie of hulpverleners daadwerkelijk mee gedreigd is. Vrouwen vertellen ook dat het vele verplaatsen en de onzekerheid over hoe lang je ergens kunt verblijven schadelijk is voor hun kind, ze merken dat hun kinderen er last

“

Het enige wat je steeds blijft horen is dat ze je niet kunnen helpen, ze je niet kunnen helpen. Maar hoe kan je mij niet helpen als ik met een kindje op straat [sta]? Wat moet ik anders doen? Zwerven? Als ik ga zwerven met mijn kind op straat, gaat mijn kind van mij afgenomen worden. Ik probeer niet te zwerven, ik probeer hulp te zoeken.

Chiara (31), verblijft noodgedwongen met haar kind van 5 jaar bij familielid in een éénkamerwoning

“

…en elke dag van hotel. En als je niet kan betalen, moet je de volgende dag weer eruit. De hele tijd erin eruit, met koffers op straat. Toen werd ik wel heel vaak aangesproken door de politie. Waar ga je nu heen? Je kind wordt afgenomen. En toen heb ik gewoon gezegd, ‘nee, mijn kind wordt niet afgenomen.’ Toen ben ik bij de GGD gegaan, van, ‘hé ik kan nergens gaan, ik ga gewoon op kantoor zitten. Tot jullie me gaan helpen.’ […] Ja, dan hadden ze toch nog wel een plek gevonden.

Sophie (38), stond met kind van 1,5 jaar op straat en kreeg in eerste instantie bij de GGD te horen dat ze haar niet konden helpen.

19

van hebben. Eén vrouw vertelt het erg te vinden dat haar kind te laat met school begonnen is, doordat zij geen verblijfplaats had. In de noodopvang hebben kinderen volgens respondenten te weinig ruimte om te spelen en het levert stress op om met elkaar in één kleine ruimte te verblijven. Desondanks zijn de vrouwen die in de gezinsopvang verblijven blij en dankbaar dat ze daar in ieder geval een plek hebben en goede ondersteuning krijgen. Een aantal vrouwen geeft aan dat zij het belangrijk vinden dat er ook voor kinderen goede psychologische ondersteuning is, en dat zij dit gemist hebben in de periode voordat zij in de gezinsopvang terecht kwamen. In de gezinsopvang zijn de meeste vrouwen tevreden met de ondersteuning die ze krijgen. Sommigen geven aan dat ze de ondersteuning juist wat veel vinden, omdat er veel verschillende organisaties en personen betrokken zijn die niet altijd even goed samen werken. ervaringen van mannen met minderjarige kinderen Mannen waarvan de kinderen niet bij hun verbleven geven aan dat zij er moeite hebben dat zij door hun situatie hun vaderrol niet goed kunnen vervullen. Ze hebben geen plek om hun kinderen te kunnen ontvangen en zijn gedwongen om in de openbare ruimte af te spreken. Sommigen vertellen dat ze zien dat de situatie ook effect heeft op de kinderen, de kinderen maken zich zorgen, begrijpen de situatie niet, zijn veranderd.

Respondenten maken zich zorgen om de kinderen. Eén respondent vertelt dat hij de goede band met zijn kinderen is kwijtgeraakt in de periode dat hij dakloos was. Respondenten die recent een woning vonden vertellen hoe veel het voor hen betekent dat ze hun kinderen weer thuis kunnen ontvangen en dat zij ook kunnen blijven slapen.

“ “

En dan zit mijn zoon echt waar in de shit. Wat loopt in zijn hoofd, dat begrijpt niemand. Want hij begrijpt de situatie niet, hij weet niet wat er gebeurt. […] hij is helemaal stil geworden. Hij is heel erg veranderd. […] Ik heb hem nooit zo gezien.

Hasan (54)

En toen gaf ik toevallig de sleutel aan mijn dochter. […] en dan krijg je een beetje tranen in je ogen... Dit betekent heel veel voor mij, dat ik mijn kinderen weer een sleutel kan geven.

Johan (58)

20

ervaringen van jongeren in de opvang

Dit jaar is in de werving extra aandacht besteed aan het bereiken van jongeren. In totaal zijn zes personen gesproken die jonger dan 25 jaar waren (door middel van een groepsinterview met vier jongeren in de jongerenopvang en twee individuele interviews met jongeren in een reguliere opvangvoorziening). De meeste jongeren zijn dakloos geraakt vanuit een moeilijke of onveilige thuissituatie. Vaak zijn zij via ‘Veilig Thuis’ of een buurtteam in de opvang terecht gekomen. Jongeren die in de nachtopvang voor jongeren verblijven vertellen dat zij, voordat ze er voor het eerst kwamen, een heel ander beeld hadden bij daklozenopvang. Toen ze er voor het eerst binnen kwamen bleek het mee te vallen. Er heerste volgens de jongeren een ontspannen sfeer en ze voelden zich welkom. Ook vertellen de jongeren dat ze allemaal in hetzelfde schuitje zitten en ervaringen met elkaar delen. Dit werkt volgens hen verbindend, het geeft hen het gevoel dat ze niet de enige zijn. In de jongerenopvang vertellen jongeren dat het een basis is voor hen, maar dat het geen plek is waar je kunt groeien. Het is vooral wachten tot je een eigen plek hebt en verder kunt met de toekomst. Jongeren vinden het soms lastig dat er geen privacy is. De regels in de opvang, zoals vaste bed- en wektijden zijn voor sommigen lastig, anderen vinden juist dat dit nodig is.

De jongeren die in de reguliere opvang verblijven zijn blij dat ze een dak boven hun hoofd hebben, maar hebben beiden ook negatieve ervaringen met andere opvanglocaties waar ze eerder verbleven. Dit waren opvanglocaties waar de slaapruimtes met anderen gedeeld werden en waar drugs gebruikt werd. Deze plekken voelden voor hen niet altijd veilig.

“

Ik heb meer echt mijn eigen space nodig voordat ik echt meer kan gaan groeien. Want hier groei ik niet. Ik probeer wel te groeien, ik probeer wel gewoon dagelijks mijn dingen te doen. […] Het is wel een basis natuurlijk, maar ik denk bij mezelf als ik meer in mijn eigen woning zit, dat ik dan meer kijk naar de toekomst dan hier. Je zit gewoon een beetje je dagen af te tellen.

Gregory (20), verblijft in de jongerenopvang

21

Uit de verhalen van de jongeren blijkt dat ze over het algemeen tevreden zijn met de ondersteuning die ze krijgen, maar dat ze soms wel behoefte hebben aan iets meer contact of meer persoonlijke aandacht. Met de wachttijden voor een kamer of begeleid wonen zijn de jongeren minder blij: ‘die wachttijden zijn vreselijk’. Wat voor de jongeren lastig is, is dat het vaak niet duidelijk is hoe bepaald wordt wie er doorstroomt en wie niet.

22

speerpunt 4 duurzaam maatschappelijk herstel

vervolginterviews: hoe gaat het een jaar later?

Voor deze monitor wordt een deel van de respondenten door de tijd gevolgd. In totaal zijn dit jaar elf respondenten gesproken die in 2022 of 2023 ook geïnterviewd zijn. Met hen is gesproken over hoe hun situatie het afgelopen jaar veranderd is als het gaat om verblijfplaats, gezondheid, ondersteuning en financiële situatie. Tussen het eerste en tweede interview zat steeds minimaal één jaar. Ten tijde van het eerste interview verbleven respondenten in een tijdelijke opvangvoorziening (o.a. passantenhotel, project ‘Tijdelijk Onderdak’ via de Regenboog Groep, nachtopvang), bij familie of vrienden of in hostels. Van de elf respondenten vonden zes personen in het afgelopen jaar woonruimte, de overige vijf zitten nog steeds in een situatie van dak- of thuisloosheid. blij met eigen woning, maar nog steeds onzekerheid en stress Eén van de zes respondenten vond een woning omdat hij in aanmerking kwam voor begeleid thuis. De overige vijf respondenten waren ‘economisch dakloos’ en zijn op uiteenlopende manieren aan een woning gekomen: via het eigen netwerk, via een urgentie, of via een loting op Woningnet. Respondenten zijn erg blij met hun woning en geven aan dat zij hierdoor meer rust ervaren. Voor respondenten met kinderen betekent het veel dat ze nu hun kinderen weer kunnen ontvangen.

Met de meeste respondenten gaat het beter dan een jaar geleden, maar dat neemt niet weg dat zij ook nog steeds veel zorgen hebben. Uit de interviews met degenen die in het afgelopen jaar een woning vonden blijkt dat de meeste respondenten nog steeds veel onzekerheid en stress ervaren. Die stress heeft vaak te maken met zorgen om geld. Sommigen maken zich zorgen of ze wel genoeg blijven verdienen om de huur te kunnen betalen. Eén respondent heeft bijvoorbeeld een torenhoge huur in de vrije sector gecombineerd, met een onzeker inkomen als ZZP-er. Een ander zit in de ziektewet en weet niet of hij in dienst kan blijven bij zijn werkgever. Weer een ander

“

Het voelt een beetje als zo'n veer die opgewonden is. En nu gaat die los, de spanning eraf. Maar dan komt het juist...

Johan (58), vond recent een woning

“

Mijn naam staat op de deur. Maar die angst van ‘ik moet straks weer weg’ dat was niet meteen weg. […] Dat blijft nog steeds. En dit proces helpt dat een beetje in de hand, dat ik niet weet wat er nu financieel gaat gebeuren. Het is niet alsof ik een reserve heb.[…] Het gaat goed, het gaat nog steeds goed. Maar er zijn zoveel dingen gebeurd waarvan ik van tevoren dacht van ‘nee, dat kan nooit gebeuren.’ Dus je houdt overal rekening mee.

James (46)

24

verhuisde naar een andere gemeente en zat daardoor een aantal maanden zonder inkomen, terwijl de huur al wel betaald moest worden. Sommige respondenten vertellen ook dat zij bang zijn om opnieuw dakloos te raken. ondersteuning gestopt Een jaar geleden tijdens het eerste interview hadden de meeste respondenten die economisch dakloos waren ondersteuning via een tijdelijke woonvoorziening van de Regenboog Groep of HVO-Querido. Een jaar later was deze ondersteuning voor de meesten gestopt. De ondersteuning stopte wanneer respondenten de tijdelijke woonvoorziening verlieten, omdat ze een woning hadden gevonden, of omdat de maximale verblijfstermijn voorbij was. Enkele respondenten kwamen opnieuw op straat terecht, nu zonder ondersteuning. Uit de interviews blijkt dat respondenten vaak nog wel behoefte hadden aan wat ondersteuning, ook degenen die naar een eigen woning verhuisd waren. Een paar respondenten hadden voordat zij verhuisden ondersteuning van maatschappelijk werk via de tijdelijke woonvoorziening waar ze verbleven. Na de verhuizing gingen zij zelf opnieuw op zoek naar een andere maatschappelijk werker, maar het was nog niet gelukt om iemand te vinden.

Anderen gaven aan dat zij bijvoorbeeld wel wat kortdurende ondersteuning hadden kunnen gebruiken bij zaken als het aanvragen van een uitkering, vergoedingen, toeslagen of het regelen van andere zaken die bij een verhuizing komen kijken.

“

Ik heb geen hulp vanuit familie, dus ik moet het allemaal zelf doen. En dat gaat me niet altijd even goed af. Dus ik ben nu wel weer op zoek naar een andere maatschappelijk werker.

James (46)

nog steeds in situatie van dak- of thuisloosheid Vijf van de elf respondenten zit een jaar (of twee jaar) na het eerste interview nog steeds in een situatie van dak- of thuisloosheid. Uit de verhalen van deze respondenten blijkt dat het met de respondenten die niet in aanmerking komen voor begeleid wonen of beschermd verblijf, omdat zij als zelfredzaam beschouwd werden,

25

een stuk minder goed gaat dan een jaar eerder. Met de twee personen die wel op de wachtlijst staan voor begeleid wonen en in een opvangvoorziening verblijven gaat het (iets) beter dan een jaar eerder. geen perspectief: een neerwaartse spiraal De respondenten die niet in een traject naar begeleid wonen zaten, omdat zij als zelfredzaam gezien werden, hadden een jaar later nog steeds geen perspectief op een woning. Ook op tijdelijke woonvoorzieningen konden zij inmiddels geen aanspraak meer maken, omdat ze hier al gebruik van gemaakt hadden. Twee personen stonden na hun verblijf via ‘Tijdelijk Onderdak’ van De Regenboog Groep opnieuw op straat, één persoon kreeg in verband met gezondheidsproblemen nog voor maximaal een jaar verlenging. Uit de verhalen blijkt dat zij, mede door dit gebrek aan perspectief, in een negatieve spiraal belanden en dat het met hen een stuk minder goed ging dan een jaar eerder. Respondenten vertellen hoe hun gezondheid achteruitgaat, ze ervaren zowel mentaal als fysiek veel gezondheidsproblemen of gebruiken alcohol of drugs om de situatie aan te kunnen. Sommigen vertellen dat zij alle hoop dat zij ooit uit deze situatie zullen komen verloren hebben. De uitzichtloosheid uit zich op verschillende manieren: in boosheid, passiviteit of middelengebruik.

Het ontbreken van perspectief kan zo op den duur steeds meer de zelfredzaamheid van respondenten ondermijnen. Ook leidt het soms tot negatieve gevoelens ten opzichte van andere groepen, die wel een woning zouden krijgen of beter geholpen zouden worden.

“

Ik ben eigenlijk net zo wanhopig als iemand die op het centraal zit te slapen.

Stephen (54), verblijft in anti-kraakwoning via Tijdelijk Onderdak van De Regenboog Groep

“

Als je ergens hoop hebt bijvoorbeeld, dan kan ik even een stap nemen voor mijn nieuw leven. Maar dat heb ik ook niet. […] [Het] leven wat ik een aantal jaar terug had, die krijg ik nooit, [dat] weet ik zeker. Maar een nieuwe start, daar heb ik ook geen hoop op. Dat heb ik niet. Gezondheid gaat steeds, steeds minder. Dat heb ik ook niet.

Hasan (54), opnieuw dakloos na een jaar Tijdelijk Onderdak via De Regenboog Groep

26

op de wachtlijst: perspectief op een woning, maar wanneer? De respondenten die in een opvangvoorziening verblijven en op de wachtlijst staan voor begeleid thuis hebben zicht op woonruimte. Met hen bleek het beter, of in ieder geval niet slechter te gaan dan een jaar geleden. Wel hebben zij moeite met de lange wachttijd in de opvang, waar zij al één tot twee jaar verblijven. Vooral de onduidelijkheid over hoelang het duurt voordat zij door kunnen stromen naar een woning is moeilijk om mee om te gaan. De mate waarin respondenten ervaren dat er passende ondersteuning geboden wordt in de opvang verschilt per persoon en locatie. Wat het voor één van de respondenten vooral moeilijk maakt is dat de opvanglocaties niet bedoeld zijn voor zo’n lang verblijf. De voorzieningen en het personeel zijn hier volgens haar niet op toegerust.

“

En ze zijn niet geschikt om mensen op te vangen, maar dat moeten ze wel, want die mensen blijven daar verplicht twee jaar. Omdat alles verstopt is. Ze kunnen die problemen waar mensen mee komen helemaal niet aan.

Annika (58) verblijft op een locatie voor dagen nachtopvang

27

conclusies

conclusies Voor deze monitor zijn nu drie jaar op rij ervaringen opgehaald van mensen die dak- of thuisloos zijn of dit recent zijn geweest. Elk jaar zijn nieuwe respondenten geworven en bevraagd over hun ervaringen. Een deel van de respondenten is door de tijd heen gevolgd. Over het geheel genomen zijn de ervaringen van respondenten in 2024 vergelijkbaar met de ervaringen van respondenten die in 2022 en 2023 geïnterviewd zijn. complex systeem belemmert maatwerk en eigen regie Het complexe systeem en een gebrek aan opties belemmert het leveren van maatwerk en maakt het moeilijk om eigen regie te houden. Respondenten zijn voor toegang tot opvang en voorzieningen vaak afhankelijk van een ondersteuner die hen helpt om dit te regelen. Veel mensen lopen vast in het systeem en voelen zich regelmatig van het kastje naar de muur gestuurd. een neerwaartse spiraal door gebrek aan perspectief Voor een deel van de respondenten lijkt er geen enkel perspectief te zijn op een woning. Het steeds moeten verplaatsen van de ene naar de andere tijdelijke voorziening, wordt als stressvol ervaren. Sommige respondenten komen ook niet in aanmerking voor een plek op een tijdelijke opvanglocatie, of komen opnieuw op straat nadat zij alle opties voor tijdelijk verblijf al ‘opgebruikt’ hebben. Respondenten verliezen soms alle hoop en dit heeft negatieve

gevolgen voor hun mentale of fysieke gezondheid, wat uiteindelijk ook hun zelfredzaamheid kan ondermijnen. Ook in de opvangvoorzieningen raken mensen soms in een negatieve spiraal wanneer zij langdurig in opvangvoorzieningen verblijven die voor kort verblijf bedoeld zijn of in aanraking komen met alcohol- of drugsgebruik. preventief hulp zoeken lukt niet altijd Respondenten die met dreigende dakloosheid te maken hadden (om andere redenen dan door schulden), en daarvoor preventief hulp zochten, kregen soms te horen dat zij (nog) niet geholpen konden worden. Het gevolg hiervan is dat hun problemen eerst verergerden, totdat hun situatie uiteindelijk urgent genoeg was om in aanmerking te komen voor opvang of de wachtlijst voor begeleid thuis. zorgen om de kinderen Respondenten met minderjarige kinderen maken zich zorgen over de negatieve gevolgen die hun dakloosheid heeft op de ontwikkeling van hun kinderen en op de relatie die zij met hun kinderen hebben. Vrouwen die met hun kinderen op straat stonden waren soms bang dat hun kinderen afgenomen zouden worden.

29

behoeftes blijven hetzelfde: veiligheid, duidelijkheid en (praktische) ondersteuning Behoeftes van respondenten blijken hetzelfde te zijn als in voorgaande jaren. Een verblijfplek waar zij zich veilig voelen en duidelijkheid over wat hen te wachten staat is voor respondenten van groot belang, maar dit kan niet altijd geboden worden. In opvanglocaties voelen respondenten zich regelmatig onveilig. De jongerenopvang en locaties voor gezinsopvang worden door respondenten over het algemeen wel als een veilige plek ervaren. Respondenten hebben behoefte aan praktische ondersteuning en persoonlijk contact. Ook respondenten die een woning vonden hadden vaak nog wel behoefte aan enige ondersteuning. Soms gaat het om eenmalige of kortdurende praktische ondersteuning en soms is er behoefte aan meer structurele ondersteuning (van bijvoorbeeld een maatschappelijk werker of psycholoog).

in de problemen door wet- en regelgeving Verschillende wetten en regels spelen volgens respondenten een rol bij het ontstaan van hun dakloosheid of maken het moeilijker om zelfstandig om een oplossing te vinden. • Regelgeving maakt het voor mensen moeilijk om (tijdelijk) bij familie of vrienden te verblijven. • Respondenten die na langere tijd in het buitenland terugkomen naar Nederland, komen in de problemen vanwege regels met betrekking tot de binding met de stad. • Mensen die bij een ouder inwonen verliezen hun woning wanneer de ouder overlijdt.

trend: vaker positieve ervaringen met de buurtteams Respondenten lijken dit jaar vaker dan in vorige jaren positieve ervaringen te hebben met de buurtteams. Buurtteammedewerkers helpen dan bijvoorbeeld bij het regelen van een postadres, uitkering of opvangplek.

30

colofon Meetellen in Amsterdam Keizersgracht 334 1000 VA Amsterdam https://amsterdam.meetellen.nl/home e-mail: amsterdam@meetellen.nl Onderzoeksteam Marleen van Stokkum, Eileen Berkvens, Tristan van Alphen, Jeroen Groen, Sander Kelderman, Ireen van der Lande, Claartje Schellekens, Dora Weijers, Emiel Leito, Mirjam Krouwel, Esmeralda van der Naaten

Met dank aan Alle geïnterviewden, leden van het Groot MO overleg, de werkgroep Monitor Dakloosheid, iedereen die geholpen heeft in de werving van respondenten (o.a. medewerkers van Bureau Straatjurist, De Regenboog Groep, het Leger des Heils en HVOQuerido). Afbeeldingen pexels.com (Antonio Sokic, Mathias Reding, Harvey, Joao Jesus) pixabay.com (Ansgar Scheffold)

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16267004/1