CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Raadsvoodracht_Instemmen met het uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning Amsterdam 2021-2027 - AD2023-032265.pdf

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 31 mei 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het nieuwe beleid met betrekking tot het persoonsgebonden budget (Pgb) voor Begeleid Thuis. (VN2023-013171)20.154 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad Gemeenteblad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Jaar

2020

Afdeling

1

Nummer

270

Publicatiedatum

4 maart 2020

Agendapunt

16

Datum besluit B&W

28 januari 2020

Onderwerp

Instemmen met het uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning Wmo 2021-2027. Met deze voordracht stellen wij u voor het volgende besluit te nemen: Tekst van openbare

De gemeenteraad van Amsterdam

besluiten wordt

Gezien de voordracht van burgemeester en wethouders,

gepubliceerd

besluit:

1. In te stemmen met dit uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning Wmo 2021-2027. Hierin zijn de inkoopdoelen en toegang per dienst, sturing en bekostiging, de inkoopprocedure en het vervolgproces uitgewerkt voor de inkoop van de stedelijke maatwerkvoorzieningen Wmo: Ambulante Ondersteuning, Dagbesteding, Hulp bij het Huishouden, Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en Logeeropvang. 2. In te stemmen met de inkoopdoelen voor de verschillende diensten A. Aanvullende Individuele ondersteuning (IO) (voorheen Ambulante ondersteuning) Voor aanvullende Individuele ondersteuning zijn de volgende inkoopdoelen geformuleerd: 1. Individuele ondersteuning splitst zich in de nieuwe situatie op: uitgangspunt is dat na de transitieperiode 80% van de cliënten ondersteuning ontvangt door het Buurtteam, 20% blijft als aanvullende individuele ondersteuning geleverd worden door gecontracteerde zorgaanbieders. Waar de grens precies ligt stelt de gemeente niet van tevoren vast en is een ontwikkelopdracht. 2. De 20% aanvullende individuele ondersteuning is beschikbaar voor specifieke doelgroepen. Daarvan wordt de Individuele begeleiding voor GGZ-cliënten die zelfstandig wonen ondergebracht bij Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen (MO/BW) omdat het qua inhoud en type zorgaanbieder zeer vergelijkbaar is.

Deze individuele ondersteuning wordt toegevoegd aan de dienst MO/BW onder de naam ‘Begeleid thuis’. 3. Naast leveren van ondersteuning krijgen aanbieders de opdracht flexibele samenwerkingsvormen en consultatie te bieden aan collega’s van Buurtteams Amsterdam en de sociale basis.

1

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

4. De gemeente faseert de overdracht van cliënten Individuele ondersteuning. Voor het overgangsjaar 2021 worden afspraken gemaakt met de zorgaanbieders die geen nieuw contract gegund krijgen voor het bieden van aanvullende Individuele ondersteuning, voor zover dat nodig is voor een goede en geleidelijke overdracht (van 80%) naar Buurtteams Amsterdam of (van 20%) naar gecontracteerde zorgaanbieders aanvullende Individuele ondersteuning of Begeleid Thuis. B. Dagbesteding (DB) Voor Dagbesteding zijn de volgende inkoopdoelen geformuleerd: 1. De uitgangspunten blijven gelijk aan vorige inkoop waarbij dagbesteding als aanvullende Wmo-voorziening Amsterdammers ondersteuning biedt op het vlak van een zinvolle dag invulling, maatschappelijke participatie en het hebben van sociale contacten. 2. De 4 resultaatgebieden van dagbesteding (inloop, meedoen, meewerken en arbeidsmatige dagbesteding) worden doorontwikkeld tot 4 diensten met specifieke eigen doelen: a. Inloop dagbesteding blijft ondersteuning voor het hebben van sociale contacten. Inloopdagbesteding wordt gefaseerd overgedragen aan de sociale basis. Met betrokken organisaties (stadsdelen en aanbieders) wordt een plan opgesteld met aandacht voor onder andere het aantal inlooplocaties, spreiding over de stad en waarborgen dat de kennis en inzet van de huidige maatwerkaanbieders behouden blijft. b.

Meedoen blijft gericht op ontplooiing en behoud van vaardigheden; c. Meewerken is gericht op actief zijn; d. Meedoenwerkt (voorheen arbeidsmatige dagbesteding) wordt ingericht als route gericht op doorstroom van dagbesteding naar betaald werk. Met aanbieders worden afspraken gemaakt over doorstroom van deelnemers naar betaald werk (beschut werk of werk met loonwaarde) en samenwerking tussen aanbieders van de Meedoenwerkt trajecten en WPI. 3. Bij de inkoop van dagbesteding is het doel om voldoende kwalitatief goede aanbieders te contracteren en voldoende diversiteit in het aanbod te behouden. Een divers en stadsbreed aanbod van dagbesteding kan gerealiseerd worden met maximaal 30 gecontracteerde kwalitatief goede aanbieders. Daarnaast blijft de ruimte voor onderaannemerschap zoals die geldt in huidige contractperiode behouden. Beide zijn aanpassing ten opzichte van Hoofdlijnenbesluit op basis van de Motie over de toegang tot Dagbesteding. Dit biedt kleine aanbieders en sociale ondernemingen voldoende mogelijkheden hun aanbod te behouden. In aanvulling daarop worden aanbieders die dagbesteding uitvoeren gericht op Meewerken en als route naar betaald werk (Meedoenwerkt) gestimuleerd samen te werken met sociale firma’s. 4. Inloopdagbesteding en Meedoenwerkt komen alleen als Zorg In Natura beschikbaar.

Voor inloopdagbesteding is geen indicatie nodig en voor individuele trajecten en begeleidingsvormen richting betaald werk biedt WPI mogelijkheden. 5. Het vervoer naar dagbesteding blijft onderdeel van de uitvoering van dagbesteding. Voor het vervoer naar dagbesteding loopt onderzoek naar de mogelijkheid om het vervoer naar dagbesteding op te nemen in het programma ‘sociaal vervoer’ en eventueel combinaties te maken met andere vormen van vervoer binnen het sociaal domein.

2

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

C. Hulp bij huishouden (Hbh) Voor Hulp bij huishouden zijn de volgende inkoopdoelen geformuleerd: 1. Een gebiedsgerichte organisatie van hulp bij het huishouden en het waarborgen van de beschikbaarheid, capaciteit kwaliteit en betaalbaarheid van hulp bij het huishouden, waarbij het resultaatgericht werken wordt voortgezet. Het betreft de volgende dienstverlening: - Beschikken over een schoon en leefbaar huis - Beschikken over schone was - Beschikken over boodschappen - Beschikken over maaltijden - Thuis zorgen voor kinderen 2. Het bieden van tijdelijke extra dienstverlening door de huishoudelijke hulp (niet zijnde huishoudelijke werkzaamheden). Het gaat om activiteiten ten behoeve van tijdelijke ondersteuningsvragen of -doelen die binnen 6 maanden kunnen worden gerealiseerd. De ondersteuning wordt geleverd door de eigen huishoudelijke hulp van de cliënt en wordt alleen ingezet als voorliggende voorzieningen (eigen netwerk, informele zorg, sociale basis) niet toereikend zijn. D. Logeeropvang (LO) Voor LO zijn de volgende inkoopdoelen geformuleerd: 1. Voortzetting van de huidige dienstverlening voor logeeropvang met als doel overbelasting van mantelzorgers te verminderen/te voorkomen, op een manier die aansluit bij de behoefte van mantelzorgers en cliënten en bij de mogelijkheden van aanbieders.

Het verblijf vindt plaats in een veilige huiselijke accommodatie bij een (zorg)organisatie waar onder professionele verantwoordelijkheid 24 uurs ondersteuning kan worden geleverd en dagactiviteiten/begeleiding op maat beschikbaar zijn. 2. Het bieden van de mogelijkheid van cliënten om planbaar een paar etmalen per week of langer aaneengesloten periode te logeren, zodat mantelzorgers respijt hebben van de ondersteuningstaken. 3. Het bieden van logeeropvang in onverwachte situaties. 4. Zorgen voor voldoende variatie in en capaciteit van het aanbod voor verschillende zorgvragen. E. Maatschappelijke opvang/Beschermd wonen (MO/BW) Voor MO/BW zijn de volgende inkoop doelen geformuleerd: 1. Het bieden van een passend thuis aan kwetsbare mensen waar ze gegeven hun perspectief het beste tot participatie komen. Deze ambitie wordt gerealiseerd door: 1. Voorkomen van instroom: door meer in te zetten op het versterken van vroeg signalering en vroeg interventie en daarmee de mogelijkheden tot zelfredzaamheid te vergroten in samenwerking met en door de Buurtteams Amsterdam. 2. Bevorderen van participatie: door mensen zoveel mogelijk te huisvesten in de wijk, wanneer dit passend is bij het perspectief van de Amsterdammer, en vervolgens begeleiding en ondersteuning te bieden rondom en in de woning en de verbinding met de wijk te verstevigen zodat participatie wordt

3

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

2.

3.

4.

5.

bevorderd. 3. Bieden van een passend thuis: zoveel mogelijk zelfstandigheid te realiseren en stimuleren van eigen kracht van de cliënt. Dit betekent voor iedere persoon wat anders. Maatwerk kan nodig zijn in de context van een intramurale voorziening, maar wordt bij voorkeur, wanneer passend, geleverd rondom en in een zelfstandige woning. 4. Borgen en stimuleren uitstroom: door aansluiting te verbeteren van de opvang met de wijk, van de cliënt met de (voorzieningen in de) wijk en door zoveel mogelijk netwerk voor de cliënt te creëren. 5. Bevorderen zelfredzaamheid: stimuleren dat de eigen regie van de cliënt in zijn of haar traject wordt verstevigd en bekrachtigd. De ketens van Maatschappelijk opvang Volwassenen, Beschermd wonen, Maatschappelijke opvang Jong volwassenen en Jonge gezinnen en Maatschappelijke opvang Gezinnen worden samengevoegd tot één keten van MO/BW voor mensen vanaf 18 jaar en ouder, met drie diensten: a. Begeleid thuis: begeleidingstraject voor cliënten die zelfstandig kunnen wonen en (zeer) intensieve begeleiding nodig hebben. Flexibel inzetbare begeleiding is noodzakelijk die dag en nacht op afroep beschikbaar is. b. Beschermd verblijf: voorzieningen die beschikbaar zijn voor cliënten die (nog) niet zelfstandig kunnen wonen en naast gespecialiseerde begeleiding in een 24-uursvoorziening een ondersteuningsvraag, benadering en/of setting nodig hebben. c.

Respijtvoorzieningen: kleine voorzieningen in de wijk waar cliënten tijdelijk kunnen verblijven wanneer het in de eigen woningen even niet lukt. Druk verlichten en rust creëren zodat terugkeer naar de eigen woning mogelijk is. Dagbesteding wordt deels ontvlochten uit het huidige Beschermd wonen. Het aandeel dagbesteding wat nu onderdeel uitmaakt van Beschermd Wonen is vergelijkbaar met de dienst dagbesteding en wordt zodoende daar ook ondergebracht. Hiermee wordt voor deelnemers en aanbieders duidelijker wie er dagbesteding krijgt en wat het doel van de activiteiten is. Alleen binnen de nieuwe dienst Beschermd Verblijf intensief, en daarmee voor de meest kwetsbare mensen, zal dagbesteding nog integraal onderdeel van de dienst blijven. Het veldwerk dat nu ingekocht is binnen de keten van MOJ (Maatschappelijke Opvang voor Jong volwassenen en Jonge gezinnen), wordt ontvlochten uit de inkoop. In de komende maanden wordt onderzocht of deze dienst wordt toegevoegd aan de subsidieverordening Maatschappelijke opvang 2017 of aan het Flexibel Preventief Aanbod Jeugd (FPAJ). Binnen de keten MOJ zijn op dit moment cliëntondersteuning, maatjestrajecten en dagbesteding ingekocht. Dit wordt ontvlochten uit de keten MOJ en toegevoegd aan de subsidieverordening Maatschappelijke opvang 2017.

F. Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld De volgende inkoopdoelen voor Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld geformuleerd: 1. Voortzetting van de huidige dienstverlening, bestaande uit ondersteuning en zo nodig opvang aan vrouwen (en eventuele kinderen) en mannen die slachtoffer zijn van huiselijk geweld. Het doel is het voorkomen, stoppen en duurzaam oplossen van geweld, zodat iedereen in Amsterdam-Amstelland de kans krijgt om zich te ontwikkelen, te kunnen meedoen en eigen keuzes kunnen maken, nu en in

4

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

de toekomst. De Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld bestaat uit twee diensten: a. Ondersteuning: begeleidingstrajecten op en rondom de eigen woning. Een traject op de woning wordt pas ingezet nadat uit de risicoscreening is gebleken dat de veiligheid voldoende gegarandeerd is. Hieronder valt ook de ondersteuning van professionals in de sociale basis, OKT, zelforganisaties en de buurtteams. Dit kan op verschillende manieren vorm krijgen, denk hierbij aan training, aansluiten bij casuïstiek overleg en professionele consultatie. b. Opvang: aan slachtoffers van huiselijk geweld wordt ingezet op het moment dat er sprake is van acute onveiligheid. 2. De uitvoerende aanbieder organiseert zich op stadsdeelniveau en draagt daarnaast bij aan de deskundigheidsbevordering op het gebied van Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM) in het Buurtteam en de verbinding tussen formele en informele zorg. Ook is de organisatie samen met samenwerkingspartners verantwoordelijk voor het functioneren van de keten Huiselijk Geweld en Kindermishandeling (HGKM). 3. In te stemmen met de uitvoeringsbesluiten voor de toegang A. Voor individuele ondersteuning bepaalt het Buurteams de toegang. Individuele ondersteuning is een aanvulling op de ondersteuning die het Buurtteams biedt. B.

Voor dagbesteding verloopt de toegang via de buurtteams, waarbij aanbieders, verwijzers en WPI een rol hebben in het toegangsproces. Gecontracteerde aanbieders kunnen cliënten op efficiënte aanmelden bij buurtteams. Cliënten kunnen dan al aan de slag bij een aanbieder, waarna de formele beoordeling over de toegang door het buurtteam volgt. C. Hulp bij Huishouden kent in de toegang twee mogelijkheden: of via het buurteam of via de aanbieder Hbh. Aanbieders Hbh informeren het Buurteam altijd over aanvragen die via de aanbieder gedaan worden. D. Logeeropvang kent in de toegang twee mogelijkheden: of via het buurteam of via de aanbieder. Aanbieders informeren het buurteam altijd over aanvragen die via de aanbieder gedaan. E. Voor MO/BW verzorgt het Buurteam de toeleiding (de start van het onderzoekstraject en eerste begeleiding). De daadwerkelijke toegang tot MO/BW wordt bepaald door de centrale toegang. F. Voor Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld verzorgt het Buurteam of OKT de toeleiding (de start van het onderzoekstraject en eerste begeleiding). Voor Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld blijft toegang via Veilig Thuis en zelfmelders bestaan. 4.

In te stemmen met het stedelijk inkopen van de aanvullende ondersteuning Wmo met de opdracht aan zorgaanbieders om zich gebiedsgericht te organiseren, in aanvulling op en ondersteunend aan het Buurtteam Amsterdam en de Ouder- en Kindteams. 5. In te stemmen met de uitvoeringsbesluiten voor de sturing op de uitvoering A. Sturen op het stelsel als geheel Met de invoering van de buurtteams en de herschikking van taken in het Amsterdamse zorgstelsel, verschuift de focus van sturen op afzonderlijke

5

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

onderdelen naar sturen op de beweging in het stelsel: van aanvullende zorg naar buurtteams naar sociale basis. B. Bij de sturing op het stelsel hanteren we de volgende uitgangspunten, gebaseerd op voorgestelde wijzigingen in het stelsel en ervaringen uit het verleden: 1. We ontwikkelen stapsgewijs en lerend in partnerschap 2. We evalueren en verantwoorden zowel ‘horizontaal’ (met soortgelijke aanbieders) als ‘verticaal’ (met aanbieders van verschillende voorzieningen). 3. Professionals hebben ruimte en beslissingsbevoegdheid, inclusief ruimte om te experimenteren. 4. Gemeente en uitvoerende organisaties zijn gezamenlijk verantwoordelijk dat het beschikbare budget niet wordt overschreden. 5. De gemeente monitort met een beperkte set van kengetallen (waaronder in ieder geval cliëntstromen, financiën en kwaliteit) en stuurt op de inhoud van de overeenkomsten, waarbij het beperken van de administratieve lasten een belangrijke toetssteen is. C. De gemeenteraad ontvangt tweemaal per jaar (bij de najaarsnota en de jaarrekening) een voortgangsrapportage waarin naast de kengetallen ook aandacht is voor de kwalitatieve elementen en de ontwikkelopdrachten in het stelsel 6. In te stemmen met de uitvoeringsbesluiten voor de bekostiging A.

Wijze van bekostigen 1 Voor de inkoop 2021 - 2027 gaat de gemeente uit van door de gemeente gestelde tarieven per product (behalve voor Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld), gebaseerd op kostprijsonderzoek, benchmark en tarieven van huidige contracten. Dit in tegenstelling tot de contractperiode 20172020, waarin de tarieven voor verschillende voorzieningen, waaronder MO/BW, Individuele begeleiding (voorheen Ambulante ondersteuning) en Dagbesteding per aanbieder werden vastgesteld. 2

De gemeente kiest voor de diensten MO/BW, Individuele ondersteuning (voorheen Ambulante ondersteuning), Dagbesteding en Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld voor functiebekostiging. Bij functiebekostiging ontvangen aanbieders een vast bedrag om een specifieke functie uit voeren, gecombineerd met een acceptatieplicht van cliënten en de mogelijkheid tot substitutie van producten. Functiebekostiging beperkt de administratieve lasten, geeft meer zekerheid over de uitgaven van de gemeente (en het inkomensniveau van aanbieder) en biedt ruimte om binnen het budget afspraken te maken over het transformeren van de voorziening.

3

Kleinere aanbieders van MO/BW, Individuele Ondersteuning en Dagbesteding worden via periodebekostiging bekostigd, en niet via functiebekostiging. De reden hiervoor is dat er enige schaal nodig is om binnen een vast budget fluctuaties op te kunnen vangen. Een kleine aanbieder wordt gedefinieerd als aanbieder met minder dan 30 cliënten binnen één voorziening en/of minder dan €0,5 miljoen budget voor een aanvullende Wmo-dienst of combinatie van aanvullende Wmo-

6

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

diensten. 4

Voor de bekostiging en overeenkomsten van aanbieders Hulp bij huishouden (Hbh) geldt: a. Conform de huidige contractperiode geldt voor Hbh per 2021 periodebekostiging waarbij een vast bedrag per cliënt per maand wordt uitgekeerd. Middelen Hbh kunnen alleen besteed worden voor Hbh. b. Bekostiging van de aanvullende/extra dienstverlening door Hbh-aanbieders (voorheen de pilot Obh) door een opslag op het Hbh-tarief voor de betreffende cliënten, gebaseerd op een gemiddelde van 4 uur per cliënt per periode voor de cliënten die deze ondersteuning ontvangen. Het aantal cliënten en dus ook het budget wordt per aanbieder gemaximeerd als percentage van het totaal aantal Hbh-cliënten. Hiermee wordt per aanbieder een budgetplafond vastgesteld. Dit maximum kan gedurende de looptijd van de contracten worden bijgesteld mede op basis van de ervaringen met de dienstverlening vanuit buurtteams.

5

Voor de bekostiging en overeenkomsten van aanbieders van Logeeropvang (LO) geldt dat er een budgetplafond komt. Mocht er binnen dit budgetplafond ruimte zijn, dan kan dit ingezet worden voor initiatieven van gecontracteerde aanbieders voor innovatie of uitbreiding van het aantal logeerplekken voor verschillende doelgroepen. De bekostiging vindt plaats op basis een vast bedrag per etmaal per cliënt met een maximum aantal etmalen per cliënt per jaar.

7. In te stemmen met de uitvoeringsbesluiten voor de inkoopstrategie A. De uitvraag voor dienstverlening voor de uitvoering van de aanvullende ondersteuning Wmo wordt via een inkoopprocedure verstrekt. B. De periode waarvoor de gemeente de opdracht verstrekt loopt van 2021 tot 2027. De overeenkomst heeft een looptijd van drie (3) jaar en kan 3x met één (1) jaar worden verlengd. Daarmee wordt aangesloten bij de Bijzondere Subsidieverordening Buurtteams Amsterdam, die dezelfde periode van 6 jaar beslaat. Alleen de looptijd van de overeenkomst voor Inloop Dagbesteding wijkt hiervan af. De overeenkomst voor Inloop dagbesteding gaat in op 01 januari 2021 en kent een looptijd van twee (2) jaar waarna (na evaluatie) wordt besloten tot overdracht (inclusief budget) naar de sociale basis. C. De opdracht aanvullende ondersteuning Wmo wordt in 5 percelen op de markt gezet, waarbij Dagbesteding en Ondersteuning en Opvang voor slachtoffers bij huiselijk geweld ieder een eigen (sub)perceelindeling hebben: Perceel 1: Aanvullende Individuele Ondersteuning Perceel 2: Dagbesteding Perceel 3: Hulp bij huishouden Perceel 4: Logeeropvang Perceel 5: Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld D. MO/BW wordt als een aparte opdracht op de markt gezet. De gemeente treedt op als centrum gemeente en is gemandateerd om de opdracht namens regio Amsterdam- Amstelland in te kopen.

7

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

E. De gunning gebeurt op basis van Beste Prijs kwaliteit Verhouding (BPKV). De gemeente hanteert een vaste prijs en formuleert sub-gunningscriteria voor kwaliteit en gunt enkel en alleen op kwaliteit. F. De gemeente zal in elk geval de volgende kwaliteitsaspecten laten meewegen bij gunning. 1. Integraliteit en afgestemde zorgverlening op cliëntniveau 2. Samen werken en leren op organisatie- en netwerkniveau 3. Deskundigheid van het zorgpersoneel 4. De beweging van zwaardere naar lichtere zorg dichtbij de Amsterdammer 5. Diversiteit 8. Kennis te nemen van de kansen, risico’s en beheersmaatregelen voor de uitvoering van deze aanbesteding die volledig en per voorziening zijn uitgewerkt in de onderbouwing van dit beslispunt, waarvan de belangrijkste aandachtspunten zijn: 1. Kans: met de Buurteams Amsterdam wordt de Wmo-ondersteuning in de buurt in samenhang georganiseerd en gefinancierd. Hiermee komt er een herkenbare plek waar Amsterdammers terecht kunnen met een breed scala aan ondersteuningsvragen. De Buurtteams krijgen ook een rol in de toeleiding en toegang tot aanvullende Wmo-ondersteuning. Hiermee wordt de gewenste beweging richting lichtere vormen van ondersteuning gestimuleerd: van specialistische ondersteuning naar basisondersteuning in de wijk. 2. Risico: Groter gebruik van aanvullende ondersteuning Wmo en financiële tekorten.

Als gevolg van beter vindbaarheid van de buurtteams en daarmee de toegang tot ondersteuning voor Amsterdammers, bestaat de mogelijkheid dat het aantal Amsterdammers dat een beroep doet op ondersteuning groeit. Dat toenemende beroep kan een effect hebben op de totale kosten en de toereikendheid van het budget. 3. Risico: in de overgangsfase naar de buurtteams en het opnieuw contracteren van partijen die aanvullende ondersteuning Wmo bieden kunnen Amsterdammers hun zorgverlener kwijt raken en te maken krijgen met overdracht naar een nieuwe of andere organisatie. Dit is een onvermijdelijke consequentie, maar om dit risico zo goed mogelijk te beheersen, zal implementatie van Buurtteams Amsterdam vanaf 2020 gefaseerd plaatsvinden. De gemeente zal sturen op een zorgvuldige en warme overdracht. Op langere termijn is de verwachting dat een steeds grotere groep (nieuwe) cliënten terecht kan bij het buurtteam. 4. Risico: de stelselverandering die hiermee wordt ingericht is van grote omvang en kent meerdere risico’s. De besluitvorming en inrichting van de buurtteams Amsterdam heeft een nauwe samenhang met voorliggend uitvoeringsbesluit. Veranderende context kan noodzaak creëren tot bijsturing en/of leiden tot vertraging van de invoering van het sociale stelsel als geheel. 5.

Risico: Door de beperking van het aantal zorgaanbieders in de nieuwe contractperiode en de introductie van het Buurtteam dat het merendeel van de

8

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

ambulante ondersteuning gaat leveren bestaat het risico op een onwenselijk grote stijging van het aantal Pgb aanvragen. De effecten hiervan betreffen een beperkte stuurbaarheid van de Wmo-kosten, en een risico op cliëntniveau dat er oneigenlijk gebruik van de Pgb regeling gebruik wordt gemaakt door cliënten die hier niet zelf voor kiezen of niet budgetvaardig zijn. 9. Kennis te nemen van het vervolgproces, waarvan de belangrijkste elementen zijn: -

-

-

-

-

Dit uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie wordt nader uitgewerkt in de aanbestedingsleidraad, na akkoord van het Tenderboard Sociaal wordt deze gepubliceerd rond 1 april. Ook de subsidieregeling voor Buurtteams Amsterdam wordt rond 1 april gepubliceerd. 22 april start de eerste ronde van de Nota van Inlichtingen met betrekking tot de Inkoop Aanvullende ondersteuning Wmo plaats, met een tweede ronde startend op 7 mei. Begin september wordt het gunningsbesluit genomen waarin de zorgaanbieders die een contract krijgen voor aanvullende ondersteuning Wmo voor de periode 2021-2027 bekend gemaakt. Hierna zal het college, de commissie en gemeenteraad informeren over de uitkomsten van de gunning. Het college, commissie en de gemeenteraad worden na het zomerreces in 2020 gevraagd in te stemmen met de gewijzigde Wmo verordening waarin de Buurtteams Amsterdam en aanvullende ondersteuning Wmo zijn verwerkt en alle andere noodzakelijke aanpassingen naar aanleiding van de stelselwijziging zijn doorgevoerd. De nieuwe contracten zullen per 1-1-2021 ingaan.

10. In te stemmen met de uitvoeringsbesluiten voor de financiering A. Inkoopbudget Per jaar worden financiële afspraken met aanbieders gemaakt op basis van actuele tarieven en volumes, binnen het door de gemeenteraad beschikbaar gestelde budget voor ‘Individuele Voorzieningen Wmo’ in de programmabegroting. In dit besluit van het college van burgemeester en wethouders worden de budgetten bepaald onder voorbehoud van het vaststellen van de begroting van de gemeente Amsterdam. Wettelijke grondslag

 

Wet maatschappelijke ondersteuning 2015: gemeenten zijn sinds 1 januari 2015 via de Wmo verantwoordelijk voor ondersteuning en begeleiding van hun inwoners. Artikel 160, eerste lid, onder a van de Gemeentewet: het college is bevoegd om het dagelijks bestuur van de gemeente te voeren. Artikel 160 eerste lid onder b van de Gemeentewet: het college is bevoegd beslissingen van de raad voor te bereiden en uit te voeren, tenzij bij of krachtens de wet de burgemeester hiermee is belast. Artikel 169 lid 2 Gemeentewet: het college en elk van zijn leden afzonderlijk geven de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft.

9

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Bestuurlijke achtergrond

Besluit hoofdlijnen van zowel de Buurtteams Amsterdam als van de Uitvraag dienstverlening aanvullende ondersteuning Wmo is op 24 september 2019 door het college en op 7 november 2019 door de gemeenteraad vastgesteld. Voorliggende voordracht ‘uitvoeringsbesluit’ bevat een nadere uitwerking van deze hoofdlijnen. Deze voordracht hangt samen met het uitvoeringsbesluit Buurtteams Amsterdam en wordt volgens planning in dezelfde vergaderingen van college en raad geagendeerd.

Besluiten vorige inkoopperiode:  Besluit inkoop Wmo voorzieningen Ambulante ondersteuning, Dagbesteding, Hulp bij het huishouden, Logeeropvang 1 juni 2017 tot en met 31 december 2020.  Besluit inkoop Wmo Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen 1 januari 2017 tot en met 31 december 2020. Onderbouwing besluit

1. In te stemmen met dit uitvoeringsbesluit en inkoopstrategie aanvullende ondersteuning Wmo 2021-2027. Hierin zijn de inkoopdoelen en toegang per dienst, sturing en bekostiging, de inkoopprocedure en het vervolgproces uitgewerkt voor de inkoop van de stedelijke maatwerkvoorzieningen Wmo: Ambulante Ondersteuning, Dagbesteding, Hulp bij het Huishouden, Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en Logeeropvang. In het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) is de gemeente verantwoordelijk om alle Amsterdammers die dat nodig te hebben, te ondersteunen deel te kunnen nemen aan de samenleving en de eigen regie van mensen te bevorderen. De gemeente heeft op 1 juni 2017 contracten gesloten met zorgaanbieders voor de levering van deze stedelijke maatwerkvoorzieningen Wmo: Ambulante Ondersteuning, Dagbesteding, Hulp bij het Huishouden, Maatschappelijke opvang en Beschermd wonen en Logeeropvang. Deze contractperiode loopt af op 31 december 2020. Vanaf 2021 start een nieuwe Wmo contractperiode voor deze diensten. Vanaf 2021 start de volgende contractperiode voor aanvullende ondersteuning Wmo. Buurtteams Amsterdam zullen een groot deel van de huidige ambulante ondersteuning overnemen en nauw samenwerken met aanbieders van aanvullende ondersteuning Wmo. De buurtteams gaan een belangrijke rol spelen in de toegang.

Er wordt een overzichtelijk aantal aanbieders gecontracteerd op basis van kwaliteit voor het bieden van de aanvullende ondersteuning Wmo. De aansluiting op voorliggende mogelijkheden binnen de Amsterdamse sociale basis is een belangrijk speerpunt in de volgende contractperiode. Daarmee wordt een volgende stap gezet in het gebiedsgericht werken. INKOOPDOELEN & ONTWIKKELOPGAVEN 2. Inkoopdoelen en ontwikkelopgaven aanvullende Wmo-voorzieningen De overkoepelende doelen van de inkoop van zowel de buurtteams als de aanvullende Wmo-voorzieningen zijn beschreven in de betreffende hoofdlijnenbesluiten. Hierna wordt nader ingegaan op de doelen per voorziening.

10

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Overkoepelend doel voor alle voorzieningen is dat de gecontracteerde aanbieders naast het leveren van ondersteuning ook een consultatiefunctie hebben (en dus dienen in te richten), zodat zij door buurtteammedewerkers en medewerkers in de sociale basis kunnen worden geraadpleegd over de ondersteuning waarin zij gespecialiseerd zijn. Het huidige aantal cliënten dat momenteel gebruik maakt van deze Wmo diensten is in onderstaande tabel weergegeven:

Ambulante ondersteuning * Dagbesteding ** Hulp bij het huishouden Logeeropvang *** Maatschappelijke opvang en beschermd wonen **** Ondersteuning en Opvang van slachtoffers bij huiselijk geweld

Indicatie aantal uniek cliënten op jaar basis Peiljaar 2019, zorg-in-natura 9.000 5.000 16.000 65 5.000 1.300

* Het aantal cliënten dat gebruik gaat maken van aanvullende dienstverlening is circa 20% ** Het aantal cliënten dat gebruik maken van inloop dagbesteding is hierin niet opgenomen. *** Het aantal unieke cliënten dat gebruik maakt van logeeropvang is beperkt, het is een ontwikkeldienst. **** Het aantallen cliënten dat overgaat naar de Wlz is hierin nog opgenomen.

A. Inkoopdoelen en ontwikkelopgaven aanvullende Individuele ondersteuning (voorheen Ambulante ondersteuning) A.1 Individuele ondersteuning als aanvullende Wmo-dienst (scope) wordt gesplitst Op dit moment kunnen Amsterdammers in veel gevallen rechtstreeks bij gecontracteerde aanbieders terecht om in aanmerking te komen voor een maatwerkvoorziening. Met Buurtteams Amsterdam komen er op stadsdeelniveau teams die op integrale wijze ondersteuningsvragen van Amsterdammers verkennen, oppakken en waar mogelijk verbinden aan voorzieningen in de wijk. Zoals vastgesteld in het hoofdlijnenbesluit gaat een groot deel van de huidige ambulante ondersteuning (zo’n 80% na transitie) op in de Buurtteams Amsterdam. Buurtteams zijn er in principe voor alle vragen met betrekking tot sociale problematiek. Het uitgangspunt is dat de Amsterdammer zoveel mogelijk zelf de regie heeft. Daarnaast heeft ook het buurtteam een regierol met betrekking tot de ondersteuning op verschillende leefgebieden. De verdeling dat circa 80% van de cliënten ambulante ondersteuning naar het Buurtteam Amsterdam gaat en circa 20% door aanvullende individuele ondersteuning wordt begeleidt is gebaseerd op een analyse van de samenstelling van het 11

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

cliëntenbestand van de huidige aanbieders, kenmerken van de huidige doelgroepen en de verhouding in andere gemeenten die al langer ervaring hebben met buurtteams. Met deze verdeling bereiken we het beoogde doel: ondersteuning wordt ondergebracht in een laagdrempelig, dichtbij en stevig buurtteam. Dit buurtteam is van voldoende omvang om diverse ondersteuningsvragen aan te kunnen en herkenbaar aanwezig te zijn in de buurten. Tegelijkertijd blijft specifieke expertise over gespecialiseerde ondersteuning ook geborgd en behouden bij zorgaanbieders. Bij een omvang van 20% van het aantal cliënten in aanvullende individuele ondersteuning is ook die opdracht groot genoeg om contracten met meerdere aanbieders af te kunnen sluiten ten behoeve van een divers aanbod. De geregistreerde inzet voor de groep cliënten die wordt overdragen aan Buurtteams Amsterdam (80% van de cliënten) vertaalt zich naar 60% van het budget ambulante ondersteuning. De fasering van deze overheveling van middelen worden gekoppeld aan de fasering van de overdracht van cliënten ambulante ondersteuning van de huidige zorgaanbieders naar de buurtteams Amsterdam. Belangrijk aandachtspunt in de opdracht voor zowel buurtteams als zorgaanbieders, is de samenwerking met Ouder- en Kindteams en aanbieders gespecialiseerde jeugdhulp vanwege de continuïteit van zorg voor jongvolwassenen.

Bij het bereiken van de leeftijdsgrens van 18 jaar stromen jongvolwassenen met een ondersteuningsvraag vanuit de Jeugdwet door naar ondersteuning vanuit de Wmo. Dit vraagt om goede overgang op een passend moment. Ambulante ondersteuning wordt Individuele ondersteuning omdat de term ‘ambulant’ voor Amsterdammers geen duidelijke betekenis heeft, dit sluit aan bij het advies van de Wmo Adviesraad. De dienst individuele ondersteuning is voor de Amsterdammer gericht op: - Grip op het dagelijks leven en persoonlijk functioneren - Opbouwen en onderhouden van een sociaal netwerk - Deelnemen aan het maatschappelijk leven Het uitgangspunt in het nieuwe stelsel per 2021 is dat het buurtteam in principe alle ondersteuning levert. Er zijn echter situaties waarbij de ondersteuningsbehoefte van de cliënt de mogelijkheden (kennis en capaciteit) van het buurtteam te boven gaat. Op basis van, onder andere, inbreng van de expertisenetwerken in de stad en het oefenen in de praktijk door de Verbondsteams is een beeld gevormd van de grenzen van de inzet van het Buurtteam. We denken hierbij bijvoorbeeld aan: Als er sprake is van acute problemen op het gebied van veiligheid en (medische) zorg kan het buurtteam hier niet altijd direct en adequaat genoeg op handelen.

Als er sprake is van ondersteuning die langdurig van aard is én (tijds)intensief is én waarvoor een professional met specifieke (specialistische) expertise nodig is kan het buurtteam vanwege die combinatie een te zware caseload krijgen en vol raken. Ook kan het zo zijn dat ondersteuning die nodig is bij complexe of specifieke problematiek van een specifieke doelgroep, het de vaardigheden en kennis van het buurteam te boven gaat en/of waardoor de planbaarheid van ondersteuning moeilijk is te realiseren vanuit het buurtteam. Als laatste is het denkbaar dat in situaties waarbij bemoeizorg nodig is, bijvoorbeeld omdat iemand zorg mijdt of beperkt ziekte inzicht heeft, en er sprake is van(dreigende) overlast of onveilige situaties de rol van het buurtteam niet meer passend is.

12

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

In de praktijk zal er steeds door het buurtteam een maatwerkafweging gemaakt worden over wie de meest passende ondersteuning kan bieden; het buurtteam zelf of (in samenwerking met) een zorgaanbieder. A.2 Specifieke doelgroepen Aanvullende Individuele ondersteuning betreft ondersteuning die langdurend en intensief is, specialistisch van aard is en/of vanwege de aard van de beperking van de Amsterdammer een beperkte schaal in de stad heeft. De Amsterdammers die aanvullende individuele ondersteuning nodig zullen hebben zijn vaak mensen met de volgende problematieken of een combinatie daarvan: autisme, niet-aangeboren hersenletsel (NAH), een (lichte) verstandelijke beperking, zintuigelijke beperkingen, dementie en mensen met een (O)GGZ achtergrond. Voor de (O)GGZ doelgroep geldt dat de aanvullende ondersteuning ingekocht wordt als onderdeel van Begeleid thuis binnen de dienst MO/BW. Om keuzevrijheid te hebben is het doel van de inkoop om per groep een aantal zorgaanbieders te contracteren. Dat deze aanvullende individuele ondersteuning ingekocht wordt bij zorgaanbieders betekent niet dat deze doelgroepen niet in het buurtteam terecht kunnen. Een belangrijk deel van deze (doel)groepen kan juist door het buurtteam ondersteund worden.

A.3 Flexibele samenwerkingsvormen tussen Buurtteams en zorgaanbieders De gecontracteerde aanbieders van aanvullende Individuele ondersteuning kunnen – op verzoek van het buurtteam – de ondersteuning en/of regierol door het buurtteam aan de Amsterdammer (deels) overnemen. Ook zijn zij voor de buurtteams beschikbaar voor consultatie, huisbezoek, casuïstiekoverleg en deskundigheidsbevordering en eventueel het overnemen van de regiefunctie. Dit is expliciet onderdeel van de opdracht. De buurtteamprofessionals en professionals van zorgaanbieders aanvullende ondersteuning trekken hierbij samen op. In plaats van overdragen aan het buurtteam spreken we liever van deskundigheid erbij halen. De grens van de ondersteuning door het buurtteam is vooraf niet in harde(re) of eenduidige criteria te vatten. In de praktijk zal er steeds door het buurtteam een maatwerkafweging moeten worden gemaakt (zoals hierboven beschreven). De omvang en beschrijving van de doelgroep voor wie individuele ondersteuning (als aanvullende ondersteuning Wmo) nodig en wenselijk is, is afhankelijk van de expertise, capaciteit en deskundigheid van de nieuw te vormen buurtteams. De basisgedachte is dat een sterk functionerend stelsel van basisvoorzieningen en buurtteams ervoor zal zorgen dat de groep waar aanvullende ondersteuning en expertise nodig is klein en specifiek zal zijn.

Hier stuurt de gemeente op door middel van budgetten en afspraken. Expertisenetwerken van aanbieders De gemeente bouwt met de inkoop van Individuele ondersteuning voort op de bestaande expertisenetwerken in de stad voor specifieke doelgroepen. Zorgaanbieders werken in de expertisenetwerken met elkaar samen en bewaken het gezamenlijk belang van kwaliteit en beschikbaarheid van divers ondersteuningsaanbod voor de specifieke doelgroepen. Ook werken de expertisenetwerken onderling goed samen als een stedelijk netwerk en zoeken specifiek de verbinding op stadsdeel- en buurtniveau met de buurtteamorganisaties. Dit is een belangrijke kracht: zorgaanbieders binnen de expertisenetwerken houden

13

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

daarmee het specifieke kennisniveau voor de stad op peil en voeden daarmee de andere partners in het sociale stelsel zoals de Buurtteams en de Sociale basis. Dit wordt onderdeel van de opdracht aan alle zorgaanbieders. A.4 Gefaseerde overdracht van cliënten Individuele ondersteuning Omdat het grootste deel van ambulante ondersteuning vanuit het buurtteam geboden wordt, krijgen cliënten, aanbieders en hun zorgprofessionals te maken met een transitie. De gehele individuele ondersteuning is met circa 9.000 cliënten te omvangrijk om 80% van de cliënten in een keer over te dragen aan de startende buurtteams. Dit zal dan ook gefaseerd plaatsvinden. Buurteams en zorgaanbieders individuele ondersteuning trekken daarbij samen op. Om de periode van onzekerheid en onhelderheid voor cliënten en professionals zo kort mogelijk te houden, en de buurtteams zo volwaardig mogelijk te laten starten, is het streven om de overgang binnen een jaar te realiseren, in 2021. Waarbij begin 2021 de helft van alle cliënten overgaat naar de buurtteams en eind 2021 alle cliënten over zijn. Met daarbij als laatste de groep cliënten met zware (O)GGZ problematiek. Omdat het van belang is dat de buurtteams voldoende toegerust zijn om ook deze groep goed te ondersteunen. Samen met zorgaanbieders zal dit worden gemonitord.

Tijdens de transitie hebben buurtteams en zorgaanbieders overleg om grenzen duidelijk te maken, maar eveneens om elkaar beter te leren kennen en kennisuitwisseling te stimuleren. Door de overdracht gefaseerd en zorgvuldig te doen wordt mede bewaakt dat de kwetsbaarste cliënten met een grote ondersteuningsbehoefte de goede ondersteuning behouden. Daarbij is een aandachtspunt dat zorgverleners die vanuit andere domeinen ook zorg aan de Amsterdammer leveren, deze zorg in samenhang uitgevoerd blijft worden, soms zelfs door dezelfde zorgverlener. Bijvoorbeeld voor mensen met dementie vanuit de Zorgverzekeringswet. Het is van belang om in deze situaties goed af te wegen of de ondersteuning ondergebracht kan worden bij het buurtteam of juist beter bij de ene zorgverlener kan blijven binnen individuele ondersteuning. Op langere termijn is de verwachting dat een steeds grotere groep cliënten terecht kan bij het buurtteam. Dit betekent dat de aanbieders aanvullende individuele ondersteuning in 2021 nog een relatief grote rol en aandeel in de ondersteuning aan Amsterdammers hebben.

Zij doen dit wel anders dan voorheen, namelijk: • in samenwerking met/ter ondersteuning van Buurtteams Amsterdam bij casuïstiek en deskundigheidsbevordering door inzet van specifieke expertise en kennis van hulpvragen met grote complexiteit; • vanuit oplossingen passend bij cliënt, gericht op het dagelijks leven en met nadruk op het versterken van het netwerk van de Amsterdammer; • georganiseerd in expertisenetwerken die aanspreekbaar en ook herkenbaar zijn op stadsdeelniveau. B. Inkoopdoelen en ontwikkelopgaven Dagbesteding B.1 Dagbesteding als aanvullende Wmo-dienst (Scope) Dagbesteding is een aanvullende Wmo-dienst die Amsterdammers ondersteuning biedt op het vlak van maatschappelijke participatie en individuele zelfredzaamheid.

14

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Het gaat om ondersteuning op het gebied van een zinvolle dag invulling, maatschappelijke participatie, het ontlasten van mantelzorgers en het hebben van sociale contacten. Dagbesteding wordt vanwege de maatschappelijke en sociale doelen aangeboden in een groep, of kan individueel aangeboden worden als de ondersteuning ook is gericht op het onderhouden van contacten met meerdere personen. B.2 Vier diensten dagbesteding De huidige onderdelen van dagbesteding (inloop, meedoen, meewerken en arbeidsmatige dagbesteding) worden doorontwikkeld tot 4 diensten met specifieke eigen doelen. a. Inloop dagbesteding blijft ondersteuning voor het hebben van sociale contacten. b. Meedoen blijft gericht op ontplooiing en behoud van vaardigheden; c. Meewerken is gericht op actief zijn; d. Meedoenwerkt (voorheen arbeidsmatige dagbesteding) wordt ingericht als route gericht op doorstroom van dagbesteding naar betaald werk. Het gaat om dagbestedingstrajecten voor een bepaalde periode voor deelnemers die de stap naar betaald werk (beschut werk of werken met loonwaarde) kunnen maken. Aanbieders schrijven zich in voor één of meerdere diensten van dagbesteding waarmee duidelijk is wat het doel van de dagbestedingsactiviteiten is. Dit is niet vrijblijvend en geeft meer richting dan de sturingswijze op resultaatsgebieden die we in de huidige inkoopperiode kennen.

Met het hoofdlijnenbesluit is besloten om de inloop dagbesteding buurtgericht en in samenhang met de sociale basis te organiseren. De functie van Inloop dagbesteding (950 personen /€2,5 mln) sluit aan bij de functie van de sociale basis van de Stadsdelen om laagdrempelige activiteiten te organiseren voor een zinvolle dag invulling en sociale contacten. Deze transitie wordt in twee (contract)jaren gefaseerd aangepakt. Hierdoor wordt de capaciteit van de inlooplocaties gehandhaafd, financiële risico’s voorkomen en wordt gewaarborgd dat de kennis van de huidige maatwerkaanbieders behouden blijft. Met betrokken organisaties wordt een ontwikkelplan opgesteld met aandacht voor onder andere het aantal locaties dat nodig is, de verdeling over de stadsdelen, de duurzaamheid en het aantal aanbieders per stadsdeel. Na het tweede contractjaar wordt beoordeeld of de opdrachtverlening en financiering van de inloopdagbesteding overgaat naar de sociale basis. Onder de noemer ‘Meedoenwerkt’ wordt de huidige arbeidsmatige dagbesteding een traject gericht op werk met extra zorgondersteuning voor deelnemers die in een bepaalde periode de stap naar betaald werk (beschut werk of werken met loonwaarde) kunnen en willen maken. Met aanbieders die deze vorm van dagbesteding uitvoeren worden afspraken gemaakt over de doorstroom van deelnemers naar betaald werk en samenwerking met WPI.

Verder is het van belang dat deelnemers heen en weer kunnen bewegen tussen activiteiten gericht op actief en productief zijn (Meewerken) en activiteiten en begeleiding gericht op doorstroom naar betaald werk (Meedoenwerkt). Meedoenwerkt kan dan ook alleen uitgevoerd worden door aanbieders die ook dagbesteding ‘meewerken’ bieden. B.3 sociale ondernemingen, aantal gecontracteerde partijen en onderaannemers

15

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Bij de inkoop van dagbesteding is het doel om voldoende kwalitatief goede aanbieders te contracteren en voldoende diversiteit in het aanbod te behouden. In het hoofdlijnen besluit stond daar bij het voornemen het aantal aanbieders (gecontracteerde partijen en onderaannemers) terug te brengen. Uit het overleg met de raad en de motie (onderaan deze paragraaf beschreven) volgt hierop een aanpassing om voldoende ruimte te bieden voor kleinere specifieke aanbieders. Ten eerste zal de ruimte voor onderaannemerschap zoals die geldt in huidige contractperiode behouden blijven. Dit biedt ruimte voor kleinere aanbieders om samen te werken met gecontracteerde partijen, en gecontracteerde partijen om benodigde diversiteit in hun aanbod uit te breiden. Zeker voor sociale ondernemingen biedt dit de juiste mogelijkheden. Vaak werken zij al in onderaannemerschap van gecontracteerde zorgaanbieders. Om deze samenwerking ook te stimuleren zal voor aanbieders die zich richten op Meewerken en Meedoenwerkt (de route naar betaald werk) bovendien de voorwaarde gelden dat zij dat in samenwerking doen met sociale ondernemingen. Verder zal de gemeente in de selectie van aanbieders vooral op kwaliteit selecteren. De gemeente gaat er vanuit dat een divers en stadsbreed aanbod van dagbesteding gerealiseerd kan worden met maximaal 30 gecontracteerde kwalitatief goede aanbieders.

Kleinere aanbieders die tezamen een divers aanbod hebben voor bijvoorbeeld een specifieke doelgroep kunnen zich daarbij ook gezamenlijk inschrijven, dat kan in de vorm van een combinatie inschrijving. Tezamen met de mogelijkheid tot onderaannemerschap biedt dit ook kleine kwalitatief goede aanbieders voldoende mogelijkheden hun aanbod te behouden. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan de motie van de leden Grooten, van Dantzig, La Rose, Bakker, De Grave-Verkerk, Kiliç, Boomsma en Simons inzake de inrichting van de Buurtteams Amsterdam en het aantal aanbieders dagbesteding die het college van burgemeester en wethouders verzoekt: 1. “Aanbieders te stimuleren dat ze samenwerken met een breed scala aan sociale firma's waarbij zij waar nodig cliënten in dagbesteding kunnen plaatsen en waarbij de sociale firma's als onderaannemer van de hoofdaanbieder dagbesteding kunnen blijven bieden; 2. De plannen voor de buurtteams Amsterdam zo uit te werken dat stadsbreed aanbod voor dagbesteding geborgd is. Daarbij zorg te dragen dat ook kleine specifieke aanbieders een plek kunnen houden in Amsterdam. In de selectie daartoe de kwaliteit van het aanbod zwaar te laten meewegen; 3.

Ook voor het percentage onderaannemers geen nieuwe limiet op te nemen.” B.4 Inloopdagbesteding en Meedoenwerkt alleen als Zorg In Natura Inloopdagbesteding en de Meedoenwerkt komt alleen als zorg in natura beschikbaar en dus niet in de vorm van een Pgb. Inloop dagbesteding is een laagdrempelige vorm van dagbesteding waar mensen aan kunnen deelnemen zonder dat zij een indicatie voor dagbesteding hebben. Inloopdagbesteding in de vorm van een Pgb is daarom niet nodig en niet passend. Meedoenwerkt komt niet als Pgb beschikbaar omdat (zoals aangegeven) alleen aanbieders die ook dagbesteding ‘meewerken’ bieden Meedoenwerkt mag bieden zodat deelnemers heen en weer kunnen bewegen als dat in hun ontwikkeling passend is. Op deze manier is ook geregeld dat een Meedoenwerkt traject een ontwikkelroute naar betaald werk is vanuit de

16

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

dagbesteding. Het is niet wenselijk dat re-integratiebureaus deelnemers uit de dagbesteding via het Pgb trajecten gaan bieden gericht op betaald werk. Voor individuele trajecten en begeleidingsvormen gericht op betaald werk heeft WPI voldoende mogelijkheden. B.5 Vervoer naar Dagbesteding Het vervoer naar dagbesteding blijft onderdeel van de uitvoering van dagbesteding. Voor de cliënten die toegang tot dagbesteding hebben zal de afdeling Zorg in samenwerking met de aanbieders van dagbesteding zorg dragen voor het vervoer van en naar de locaties. De samenwerking wordt nader uitgewerkt in afstemming met het programma Sociaal Vervoer. Met het programma ‘sociaal vervoer’ worden effectieve combinaties van vervoer nagestreefd, binnen het sociaal domein, die zowel in kosten als in gebruikerskwaliteit voordelen opleveren voor cliënten en gecontracteerde partners. C. Inkoopdoelen en ontwikkelopgaven Hulp bij huishouden C.1 Inkoopdoelen Hulp bij huishouden als aanvullende Wmo-dienst (scope) Hulp bij het huishouden (HbH) is het geheel of gedeeltelijk overnemen van huishoudelijke activiteiten. In verband met de continuïteit van zorg wordt voorgesteld om deze dienstverlening voort te zetten. Wel wordt Hbh anders georganiseerd.

Met het hoofdlijnenbesluit heeft de raad ingestemd met het contracteren van maximaal 18 Hbh-aanbieders en met het gebiedsgericht organiseren van Hbh door maximaal 5 tot 8 aanbieders per stadsdeel actief te laten zijn. De Hbh contracten zijn stedelijk, en met aanbieders worden afspraken gemaakt over de stadsdelen waarin zij actief zijn. Zo heeft het buurtteam een overzichtelijk aantal partijen om goed mee samen te werken, maar blijft er ook voldoende capaciteit beschikbaar (belangrijk i.v.m. personeelstekorten en de toenemende vraag). Ook kunnen Hbh-aanbieders beter verbinding maken met lokale voorzieningen in de buurt of wijk. Van aanbieders zal worden gevraagd om ook hun interne organisatie en werkwijze gebiedsgericht in te richten. Het waarborgen van de beschikbaarheid en betaalbaarheid van hulp bij het huishouden voor bestaande én nieuwe cliënten vormt één van de uitdagingen voor de komende periode. In dat verband kiest het college voor voortzetting van resultaatgericht werken. Zoals eerder aangegeven (bij brief van 4 juni 2019) wordt hiermee het werkelijke doel van de ondersteuning centraal gesteld: dat de cliënt kan beschikken over een schoon en leefbaar huis. De aanbieder moet doen wat nodig is, dat kan soms meer en soms minder zijn. De ene hulp maakt sneller schoon dan de andere, en de ene week kan er meer of iets anders nodig zijn dan de andere week.

Een resultaatgerichte indicatie biedt flexibiliteit en zorgt er ook voor dat de ondersteuning direct kan worden aangepast als er sprake is van een verandering in de situatie van de cliënt, zonder extra administratieve belasting van de cliënt. Het draagt er ook aan bij dat hulpen niet minder, maar ook niet méér ondersteuning leveren dan nodig is voor een schoon en leefbaar huis. Dat is extra van belang in een tijd waarin zowel zorgpersoneel als de financiële middelen schaars zijn, terwijl de vraag naar hulp bij het huishouden via de gemeente naar verwachting juist zal toenemen als gevolg van de vergrijzing en het abonnementstarief voor de eigen bijdrage Wmo. Volgens planning zal resultaatgericht werken in 2020 zijn verankerd in de wet.

17

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

Van groot belang voor de rechtszekerheid van cliënten, is het waarborgen dat het resultaat wordt bereikt en dat de kwaliteit goed is. Daarin zijn forse stappen in gezet d.m.v. verzwaring van het jaarlijkse GGD-kwaliteitstoezicht, steekproefsgewijze controles door kwaliteitsmedewerkers, en uitgebreid klantwaarderingsonderzoek. Dit wordt onverminderd voortgezet. Het resultaat wordt bereikt: 88% van de cliënten heeft momenteel een schoon en leefbaar huis, de overige 12 procent kent vaak maar 1 gebrek. C.2 Extra taken hulp bij het huishouden De gemeente heeft de afgelopen jaren geëxperimenteerd met het aanbieden van lichte activiteiten op het gebied van ambulante ondersteuning door de eigen huishoudelijke hulp van de cliënt (“regelhulp”). Directe aanleiding vormde een (landelijke) regeling om het werk voor de hulp aantrekkelijker te maken en meer carrièreperspectief voor de hulp te bieden. Gelet op de krappe arbeidsmarkt is dit doel nog steeds relevant. Voor de cliënt is het voordeel dat de ondersteuning door het vaste gezicht (de vertrouwde hulp) geboden wordt. Dat draagt bij aan de integraliteit van zorg. Ook draagt het bij aan kostenbesparing, omdat het tarief hiervoor veel lager ligt dan het tarief voor ambulante ondersteuning, waar de cliënt anders op aangewezen zou zijn. De netto uitgaven aan de pilot (dat wil zeggen het ‘plusje’ op de reguliere Hbh) bedragen in 2019 ca.

450.000 euro. Van belang is dat het duidelijk is hoe deze dienstverlening zich verhoudt tot de buurtteams. Deze extra dienstverlening door de huishoudelijke hulp vervangt niet de ondersteuning vanuit het buurtteam. Uitgangspunt is dat Individuele ondersteuning door het buurtteam wordt geleverd, en als het de grenzen van het buurtteam overtreft door gecontracteerde zorgaanbieders individuele ondersteuning. De extra ondersteuning door de huishoudelijke hulp wordt alleen ingezet: - Bij kortdurende ondersteuningsvragen die binnen een half jaar kunnen worden opgelost. In de praktijk gaat het bijvoorbeeld om het leren koken als de partner is weggevallen of het aanleren van administratie, postafhandeling en betalingen, of tijdelijke regelhulp bij ziekte of ziekenhuisopname, of ter overbrugging als de cliënt op de wachtlijst staat voor Wlz-opname. Als de ondersteuningsbehoefte structureel is (of wordt), schakelt de Hbh-aanbieder direct (of alsnog) het buurtteam in. En, - Als de eigen huishoudelijke hulp de betreffende ondersteuning kan leveren (gelet op de doelstelling van werkplezier en carrièreperspectief voor de hulp). Niet alle huishoudelijke hulpen kunnen (of willen) dit. In veel gevallen zal de vaste hulp van de betreffende cliënt de benodigde ondersteuning niet kunnen leveren en wordt alsnog het buurtteam ingeschakeld. De Hbh-aanbieder overlegt hierover met de hulp.

Dit brengt mee dat het besluit over de inzet van deze voorziening bij de Hbh-aanbieder ligt. Pilot Wijkhulp De gemeente is in gesprek met enkele aanbieders over een eventuele pilot op het snijvlak van hulp bij het huishouden (Wmo) en persoonlijke verzorging (op grond van de Zorgverzekeringswet (Zvw)). Achterliggende gedachte is dat integraliteit van ondersteuning en carrièreperspectief van de hulp ook kunnen worden bevorderd als de vaste hulp lichte verzorgende taken uitvoert (bv. steunkousen aantrekken, hulp bij wassen en aankleden). Deze pilot is ten opzichte van Obh relatief complex omdat het

18

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

domein overstijgend is. Streven is om enkele aanbieders bereid te vinden tot een pilot met een substantieel aantal cliënten (in samenwerking met de zorgverzekeraar) en op basis van de ervaren kansen en belemmeringen, te bezien of een structurele voorziening nodig, mogelijk en wenselijk is. Het is al met al nog te vroeg om dit via de inkoop te regelen. Het is ook niet nodig; een pilot (en zelfs een eventuele toekomstige structurele voorziening) kan ook op basis van de bestaande inkoop (met de gecontracteerde Hbh-aanbieders) worden opgezet. D. Inkoopdoelen en ontwikkelopgaven Logeeropvang D.1 Logeer opvang als aanvullende Wmo-dienst (scope) Logeeropvang is tijdelijke opvang van een Amsterdammer ter ontlasting van de mantelzorger. Het gaat over het algemeen om planbaar verblijf van een paar etmalen per week of een langere periode aaneengesloten, bijvoorbeeld bij vakantie van de mantelzorger of wanneer de mantelzorger uitvalt. Logeer opvang kan ook ingezet worden in urgente gevallen, bijvoorbeeld wanneer de mantelzorger dreigt uit te vallen. Daarnaast kan LO bijdragen aan het wennen aan een zorgomgeving. Logeeropvang vindt plaats in een veilige huiselijke accommodatie in een (zorg)organisatie, waar onder professionele verantwoordelijkheid 24-uurs ondersteuning kan worden geleverd en dagactiviteiten/begeleiding op maat beschikbaar zijn.

Tijdens het verblijf krijgt de cliënt ondersteuning bij het uitvoeren en structureren van dagelijks, praktische vaardigheden op alle voor cliënt en mantelzorger(s) relevante levensgebieden. Verpleging en verzorging maken geen onderdeel uit van Logeeropvang. De aanbieder en waar nodig buurteam helpen wel bij de organisatie van deze zorg op de logeerlocatie. D.2 Mogelijkheid tot planbare logeeropvang Logeeropvang is een dienst in ontwikkeling. Doelstelling is om de behoefte aan en aanbod van logeeropvang beter op elkaar aan te laten sluiten, door te zorgen voor voldoende variatie en capaciteit van het aanbod voor verschillende doelgroepen. Vanuit de ontwikkelopdracht wordt gekeken wat mogelijk is. Een ander doel is dat aanbieders bedden vrij houden voor deze vorm van logeren. Dit wordt gerealiseerd door een beter aansluitend tarief te bieden en afspraken te maken met aanbieders over dat cliënten die passen binnen de doelgroep en de capaciteit van de organisatie ook daadwerkelijk worden geholpen. Daarnaast wordt van aanbieders verwacht dat zij bij een capaciteitstekort samenwerken met en doorverwijzen naar een andere aanbieders met een passende plekken. Dit betekent de ontwikkeling van een werkwijze/systeem om de capaciteit aan bedden zichtbaar te maken in aansluiting op initiatieven die al lopen voor verblijf vanuit andere wet- en regelgeving.

Van belang is wel dat logeren vanuit de Wmo alleen wordt ingezet waarvoor het bedoeld is, zodat geen overlap ontstaat met andere vormen van kortdurend verblijf. D.3 Het bieden van logeeropvang in onverwachte situaties De gemeente is in bepaalde onverwachte situaties verantwoordelijk voor tijdelijk verblijf. Te denken valt aan ouderen waarbij de mantelzorger plotseling wegvalt en de oudere hierdoor tijdelijk niet in staat is om thuis kunnen wonen. Als er geen medische aanleiding is voor opname van de persoon én de persoon heeft geen Wlzindicatie die hij/zij thuis verzilvert, kan vanuit de Wmo logeeropvang worden ingezet. E. Inkoopdoelen en ontwikkelopgaven MO/BW

19

Jaar Afdeling Nummer Datum

2020 1 270 4 maart 2020

Gemeente Amsterdam Gemeenteraad

R

Voordracht voor de raadsvergadering van woensdag 11 en donderdag 12 maart 2020

E.1 MO/BW als aanvullende Wmo-dienst (scope) Maatschappelijke Opvang en Beschermd Wonen is een combinatie van verblijf en ondersteuning voor mensen met een stapeling van psychosociale en/of psychiatrische en/of LVB en andere (complexe) ondersteuningsvragen, al dan niet met achtergrond van dak- en thuisloosheid, die (nog) niet in staat zijn zelfstandig en zonder begeleiding kunnen wonen. De doelgroep bestaat uit:  (bijna) 18+ (volwassenen, (jonge) gezinnen en jong volwassenen) die door stapeling aan problemen (nog) niet zelfstandig kunnen wonen. Denk hierbij aan psychiatrisch en/of psychosociale (waaronder ook LVB-) problematiek,  met NL nationaliteit en perspectief in regio Amsterdam. De afgelopen vier jaar is onder inhoudelijke ambitie van het Koersbesluit Thuis in de Wijk en de uitgangspunten van de commissie Dannenberg ingezet op het meer zelfstandig huisvesten van cliënten in de wijk. Het uitgangspunt was en blijft dat we als gemeente Amsterdam de mensen een passend thuis bieden waar ze gegeven hun perspectief het beste tot participatie komen. Er hebben ontzettend veel cliënten een eigen woning in de wijk gekregen met daarbij intensieve begeleiding vanuit MO/BW. Het terugval percentage naar een 24uursvoorziening is laag en cliënten zijn blij met de eigen woning en ondersteuning die zij krijgen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12770729/1