3. Raadsinformatiebrief_ NH2022.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan: Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s): Behandeld door
Onderwerp
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 29 juni 2021 Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid Marieke van Doorninck Ruimte en Duurzaamheid, Marjanne Hettinga, 06 83593432, m.hettinga@amsterdam.nl Camiel van Drimmelen, 06 51537635, c.van.drimmelen@amsterdam Amsterdamse zienswijze op de ontwerp Pronvinciale Verordening NH2022
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeert het college u over het volgende. Tot 18 juni 2021 lag de ontwerp-Omgevingsverordening NH 2022 (OV) ter visie. In de bijlage vindt u de door Amsterdam ingediende zienswijze bestaande uit een brief met hoofdpunten en een bijlage met technische opmerkingen. De belangrijkste aandachtspunten in de zienswijze zijn op het vlak van: a. Windenergie b. Biomassa als energiebron c. Industrieterrein van provinciaal belang (haven) d. Landelijk Gebied, Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) e. Regionale afstemming Middels de bijgevoegde brief wordt bijzondere aandacht voor deze onderwerpen gevraagd. Anders dan bij de zienswijze op de provinciale Omgevingsverordening 2020 is bij het onderdeel d. Landelijk Gebied en Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) niet de nadruk gelegd op de begrenzingen maar op ruimte binnen de regels. Ad. a Windenergie De bovenwettelijke provinciale regels ten aanzien van de realisatie van windparken zijn vervallen. Met deze provinciale verordening is te verwachten dat de gemeente uitvoering kan geven aan de opgave ten aanzien van het opwekken van duurzame energie volgens het programma van de Regionale Energiestrategie (RES). De inwerkingtreding van de Omgevingsverordening NH2022 is afhankelijk gemaakt van de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Naar verwachting treedt de Omgevingswet op 1 juli 2022 inwerking. Het zal voor de verdere uitvoering van de RES nodig zijn om te kunnen anticiperen op voorliggende Omgevingsverordening NH2022. In de zienswijze van de gemeente wordt de provincie daarom gevraagd in voorkomende gevallen medewerking te verlenen.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 juni 2021 Pagina 2 van 4
Daarnaast loopt het proces van de RES’sen door. Indien blijkt dat de opgave voor energie niet geheel kan worden gerealiseerd onder het omgevingsbeleid dan zal daar waar mogelijk het omgevingsbeleid moeten worden aangepast en volgt een RES 2.0. Het voorstel is dat de gemeente de provincie in overweging geeft naar dit cyclische proces te verwijzen in de toelichting van de Omgevingsverordening zodat bij vaststelling van de RES 2.0 deze en daarna een volgende RES het uitgangspunt zal vormen.
Ad. b Biomassa als energiebron Amsterdam en de provincie zijn de afgelopen periode samen in gesprek over biomassa en hebben geconstateerd dat hierop meer regie vanuit de overheid is gewenst. De omgevingsverordening lijkt bij uitstek geschikt om zowel voor omgevingsvergunningen milieu als omgevingsplannen regels te stellen die de inzet van biomassa als energiebron in goede banen leidt. In de zienswijze wordt daarom voorgesteld om gezamenlijk met de provincie te kijken naar de mogelijkheden en wijze waarop de omgevingsverordening hierin kan bijdragen. Ad c. Industrieterrein van provinciaal belang In deze verordening worden, net als in de Omgevingsverordening NH2020, het havengebied én de stedelijke bedrijventerreinen in Sloterdijken-West aangewezen als Industrieterrein van Provinciaal belang. Dat leidt tot onnodige en ongewenste beperking van de verdichting van deze stedelijke bedrijventerreinen. Bij de vaststelling van de Omgevingsverordening NH2020 is afgesproken dat provincie en gemeente zoeken naar oplossingen voor de ontwikkeling en verdichting van Sloterdijken-West. Deze gesprekken verlopen constructief, maar hebben nog niet geleid tot een oplossing. Ondernemers en ontwikkelaars in dit gebied, alsook de gemeente, kunnen daardoor nog niet verder met de intensivering en verdichting van de gebieden ten zuiden van de A5.
Daarom wordt in deze zienswijze nogmaals aandacht voor dit onderwerp. In essentie zijn Amsterdam en de provincie het eens over het basisprincipe dat wij een gebied moeten reserveren voor haven- en industrieactiviteiten. Zoals ook in de vorige reactie is aangegeven dat de gemeente een aantal gebieden langs de randen van het havengebied als overgangsgebied naar meer stedelijk gebied. De begrenzingen van het gebied dat exclusief als werkgebied geldt verandert daarmee niet, maar wel de aard van de toegelaten bedrijven. Inmiddels is dit ook middels de ontwerp Omgevingsvisie Amsterdam uitgewerkt en nader afgebakend. In de zienswijze wordt voorgesteld dit ook in de Omgevingsverordening van de provincie over te nemen, en aangegeven dat de gemeente Amsterdam er vanuit gaat dat het voortzetten van de dialoog tussen provincie en gemeente leidt tot maatwerkoplossingen. Ad d Landelijk Gebied, Bijzonder Provinciaal Landschap (BPL) Het behoud en ontwikkeling van de landschappelijke waarden zijn van groot belang voor Amsterdam, zeker nu de stad verder verdicht, ook in de flanken. Daarbij worden de stadsranden steeds belangrijker voor recreatie en groen. De druk op de voorzieningen in deze stadsranden neemt hiermee ook toe en vraagt soms om een herordening of kwaliteitsslag. In een aantal
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 juni 2021 Pagina 3 van 4
gebieden die in de Verordening zijn aangeduid als Landelijk Gebied of BPL passen de geldende regels niet goed bij de dynamiek en situatie. Hiermee staan ze een kwaliteitsimpuls in de weg. Dit geldt met name in de stadsranden bij sport- en recreatieve voorzieningen, volkstuinen en de kleine kernen in Amsterdam Noord terug. In de zienswijze wordt de provincie gevraagd om voor de gebieden op de overgang van stad naar land en in de kleine kernen meer flexibiliteit in de omgevingsverordening 2022 op te nemen. Het gaat daarbij uitdrukkelijk niet om het uitbreiden van het stedelijk areaal, maar om de mogelijkheid van kleine veranderingen die een kwaliteitsimpuls betekenen passend bij bestaande functies in Landelijk Gebied en BPL. Voorbeelden zijn: - Kleine uitbreidingen bij woningen als een aanbouw of bijgebouw (NB: vergelijkbaar bij de mogelijkheden die de Omgevingsverordening 2020 bood!); - De ruimte om, in het geval van een herstructurering, kleine uitbreidingen toe te voegen op bijvoorbeeld sportparken en volkstuinparken. Met betrekking tot de begrenzingen van Landelijk Gebied, BPL en bijbehorende regels zijn een aantal begrenzingen achterhaald, doordat op en net over deze grenzen infrastructuur is of wordt aangelegd. In de zienswijze wordt gevraagd deze begrenzingen aan te passen.
Ad e Regionale afstemming De huidige regeling van regionale afspraken zoals opgenomen in artikel 6.13 van de Omgevingsverordening en nader uitgewerkt in de GS-regels functioneren niet optimaal. Hoewel Amsterdam het belang van regionale afstemming onderschrijft, blijft het in de praktijk een lastige zoektocht wanneer en op welke tafel die afstemming het beste plaats kan vinden. De uitkomst van de zoektocht verschilt sterk per plan en is afhankelijk van meerdere factoren (aard en omvang, situering, fasering etc.). In de zienswijze wordt aangegeven dat de huidige regeling met vastgelegde afspraken op collegeniveau niet de gewenste flexibiliteit biedt om de passende vorm van afstemming (maatwerk) te kiezen en wordt verzocht om, samen met andere gemeenten, te onderzoeken hoe deze regeling in de praktijk functioneert en waar de verbeterkansen liggen. Daarnaast doet de zienswijze enkele voorstellen voor aanpassing van de omgevingsverordening om nu al enkele verbeteringen toe te passen in de regeling met betrekking tot de regionale afstemming, zoals een verzoek tot verduidelijken dat de verplichting tot regionale afstemming geldt ten aanzien van nieuwe stedelijke ontwikkelingen met bovenlokale effecten. De verplichting zoals nu opgenomen in artikel 6.13 geldt ten aanzien van alle nieuwe stedelijke ontwikkelingen, ook al worden de effecten beperkt tot de gemeentegrens.
Proces Als coördinerend wethouder van de Omgevingswet met inbegrip van bijbehorende instrumenten zoals de omgevingsverordening, vallen de onderwerpen (ruimtelijke ordening, landschap en duurzaamheid) onder mijn portefeuille. Vanwege het portefeuille-overstijgende karakter van de zienswijze, is deze tevens ter kennis van de wethouders Ivens en Everhardt gebracht.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 29 juni 2021 Pagina 4 van 4
De directeur Ruimte en Duurzaamheid heeft de zienswijze namens het college ondertekend conform het door het college verstrekte mandaat hiertoe.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Marieke van Doorninck Wethouder Ruimtelijke Ontwikkeling en Duurzaamheid
Bijlagen 1. Brief-Amsterdamse zienswijze op Omgevingsverordening NH2022 2. Technische bijlage zienswijze per artikel
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl