CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Oud West 2018 4e herziening_Toelichting.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 21 september 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Oud West 2018 4e herziening (VN2022-028089)16.947 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gemeente Amsterdam

blz. 26

Amsterdam Rainproof is een initiatief om samen met bewoners, bedrijven, kennisinstellingen en overheid de stad bestand te maken tegen hoosbuien. Door het vergroten van de sponswerking van de grond, wordt het regenwater vertraagd afgevoerd en neemt het risico op schade aan panden en infrastructuur af. Amsterdam Rainproof heeft met een integraal hydrodynamisch model bekeken waar de stad kwetsbaar is voor extreme neerslag. Op basis daarvan hebben ze een advies geschreven over de in deze herziening beoogde maatregelen, zie Bijlage 4 Advies Rainproof. In het integraal hydrodynamisch model is een fictieve bui van 60mm/uur gesimuleerd die twee uur aanhoudt. Om de verschillende hydrologische processen de simuleren is de stad gemodelleerd aan de hand van een hoogtekaart (AHN2), een weerstandskaart en een infiltratiekaart met daaraan gekoppeld het rioleringsmodel. Het simuleert hoe regenwater wordt afgevoerd en waar dit op het maaiveld achterblijft. Het geeft daarmee een beeld van water op straat. Uit de berekeningen wordt duidelijk dat een extreme bui zowel op particulier als op openbaar terrein voor overlast kan zorgen en mogelijk tot schade kan leiden. De Bellamybuurt en een deel van de Overtoom en Eerste Helmerstraat zijn gedefinieerd als een extreem urgent knelpunt en respectievelijk zeer urgente knelpunten (kans op schade aan vastgoed en ernstige verkeershinder).

Ook verzamelt zich veel water in de binnentuinen. Gezien de hoge mate van verharding, de hydrologische kenmerken (gemengd rioolstelsel en polderrioolstelsel) alsmede lagergelegen polders is de gevoeligheid van deze delen van Oud West voor extreme neerslag goed verklaarbaar. Door klimaatverandering zullen er vaker extreme buien plaatsvinden. Als het regenwater niet voldoende vertraagd kan worden afgevoerd, is er vaker kans op schade. Voor het verbeteren van de regenbestendigheid zijn verschillende maatregelen mogelijk die effectief kunnen zijn. Als neerslag op onverharde ondergrond valt, kan het direct infiltreren in de grond en hoeft deze niet via het riool afgevoerd te worden. Hoe minder verharding en hoe meer onverharde ondergrond betekent dus hoe meer neerslag direct kan infiltreren. Hiermee wordt de infiltratiecapaciteit van de tuin of het binnenterrein vergroot. Dit helpt wateroverlast te beperken bij de heftige piekbuien die in de toekomst steeds meer zullen voorkomen. Omgekeerd, hoe meer verharding hoe meer het riool wordt belast. In het algemeen zijn binnentuinen met een goede verhouding tussen groen en verharding niet aangesloten op het rioolstelsel. Naarmate de verharding toeneemt is er minder ruimte voor het regenwater en neemt de kans op overlast toe. Door uitbouwen neemt het groen oppervlak in de binnentuinen vaak af.

Dit omdat men het vaak wel fijn vindt om een terras van gelijk formaat in de tuin te behouden. De uitbouw duwt het groen de tuin uit. Het uitbouwen van woningen gaat dus rechtstreeks ten koste van het waterbergend vermogen van zowel de onder- als bovengrond van de binnentuinen. Het niet bebouwde oppervlak en het groen neemt af, terwijl de afvoer van regenwater vanaf het extra dakoppervlak juist toeneemt. Voor de afvoer van het regenwater van de uitbouw zijn twee mogelijkheden: Aansluiten op het rioolstelsel, waarmee de al voor extreme neerslag gevoelige openbare ruimte van Oud West en in het bijzonder de lagergelegen polderrioleringsgebieden in kwetsbaarheid en daarmee de kans op schade nog verder toeneemt; Afwateren op de binnentuinen, waar de opvangmogelijkheid door de uitbouw juist is verkleind. Conclusie Gezien de al slechte situatie in delen van Oud West ten aanzien van de gevoeligheid voor extreme neerslag, de verslechtering van deze situatie door de bijkomende verharding ten gevolge van uitbouwen en omdat de perceeleigenaar de zorgplicht heeft om hemelwater op eigen terrein te verwerken, wordt bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 27

geadviseerd niet uit te bouwen. Als er wel wordt uitgebouwd, dan wordt geadviseerd zorg te dragen voor compenserende maatregelen voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Dit kan bijvoorbeeld in de vorm van een groen dak. Tegenwoordig bestaat er ook doorlatende of waterpasserende verharding. Dat wil zeggen dat deze klinkers/tegels met open voeg zo zijn gemaakt dat er genoeg ruimte beschikbaar is waar het water direct de grond in kan zakken. Het hoeft dan niet via het riool afgevoerd te worden en het grondwater wordt vanzelf aangevuld. Als aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen van de tuin minstens 60 mm per uur bedraagt, kan meer verharding worden aangebracht.

2.10

Ecologie en biodiversiteit

Afname van biodiversiteit Zowel in Nederland, in Europa als wereldwijd is veel oorspronkelijke natuur verloren gegaan. De populatieomvang van inheemse soorten is gedaald. Sommige soorten zijn zelfs helemaal verdwenen. In Nederland is het verlies aan oppervlakte en kwaliteit van oorspronkelijke natuur aanzienlijk groter geweest dan gemiddeld in Europa of de wereld. De laatste decennia lijkt deze afname in Europa te vertragen en in Nederland tot stilstand gekomen te zijn. Dat neemt niet weg dat in Nederland de biodiversiteit van ruim 40% in 1900 tot ongeveer 15% in 2000 is gedaald. Biodiversiteit wordt gemeten in Mean Species Abundance (MSA). Een MSA van 15% betekent dat de populaties van inheemse planten- en diersoorten gemiddeld een omvang hebben van 15% van de natuurlijke situatie. De MSA geeft dus weer hoeveel oorspronkelijke biodiversiteit nog over is. In vergelijking tot Europa en de rest van de wereld heeft Nederland aanzienlijk minder biodiversiteit over.

Het CBS houdt objectieve cijfers bij, in samenwerking met de rijksoverheid in "Compendium voor de

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Leefomgeving". Bovenstaande cijfers komen uit het artikel Verlies natuurlijkheid in Nederland, Europa en de wereld. Nederland is een van de dichtstbevolkte landen ter wereld en het grootste deel van het landoppervlak is zeer productieve landbouwgrond. Allerlei maatregelen om de landbouwproductie te verhogen, zoals de ontwatering van natte gebieden en het gebruik van kunstmest, maar ook verstedelijking, vervuiling en overbevissing hebben afgelopen eeuw geleid tot een achteruitgang van biodiversiteit. Biodiversiteit is belangrijk omdat alle flora en fauna samen onderdeel uitmaken van een systeem. De voedselketen begint in de bodem waar bodemleven (schimmels/ongewervelden/ insecten) een voedselbron vormt voor planten, insecten en hogere levensvormen als vogels en zoogdieren. Biodiversiteit begint dus bij een vitaal bodemleven. Het bodemleven is een essentiële basis voor een groot aantal vitale bodemfuncties en speelt een fundamentele rol in het natuurlijke bodem-watersysteem. Als een onderdeel uit de keten wegvalt kan dat grote gevolgen hebben. Bijvoorbeeld, als de bij uitsterft, wordt het grootste gedeelte van onze gewassen niet meer bestuift. Dit zorgt ervoor dat niet alleen onze voedselvoorziening, maar ook die van andere dieren in gevaar komt.

Waar is een grote diversiteit aan soorten te vinden? In 'Natuurwaarden in kaart 2016' worden de volgende aspecten genoemd: Structuurrijkdom (landschappelijke heterogeniteit) Een gebied met hectaren van allemaal dezelfde monoculturen is funest voor de variatie aan dieren- en plantenleven. Slechts weinig dieren gedijen wel op een dieet wat bestaat uit één soort planten. In landbouwgebied zijn daarom weinig verschillende soorten te vinden. Gebruiksdruk: Een groengebied dat vaak gebruikt wordt, heeft een lagere biodiversiteit dan een gebied dat wat vaker met rust wordt gelaten. Een sportveld of een park waarin regelmatig evenementen worden gehouden, is voor veel organismen niet aantrekkelijk. Het gevoerde agrarische beheer: In groengebieden waar traditioneel beheer wordt toegepast, worden relatief lage soortenaantallen aangetroffen. Hier wordt regelmatig onkruid verwijderd en de toplaag, waarin het meeste bodemleven zich bevindt, wordt meerdere keren per jaar verstoord. Een gebied waarin de natuur zoveel mogelijk haar eigen gang kan gaan, heeft meer potentie. De structuur van het landschap: Ruige gebieden laten meer biodiversiteit zien dan gebieden die meer zijn gestructureerd opgezet.

Waar in een stadsbos uit de jaren zestig, zeventig en tachtig heel overzichtelijk bestaat uit bomen, paadjes en bankjes - zijn in een stuk struinnatuur open velden, waterpartijen en ruige bossen te vinden. Oppervlakte en isolatie van de gebieden: Een klein stuk groen dat ver van ander groen is afgelegen heeft minder potentie dan een groter gebied, of een gebied dat in verbinding staat met andere gebieden. De stad biedt kansen voor biodiversiteit Het behouden van een grote diversiteit aan flora en fauna is niet alleen een taak voor gebieden buiten de stad. Juist de stad kan hierin een belangrijke rol betekenen. De ecologie kent de term 'refugium'. Dit is een toevluchtsoord voor bepaalde soorten planten en dieren. Als bepaalde omgevingen voor soorten onleefbaar worden, verplaatsen zij naar een andere omgeving. Tijdens de ijstijd trokken noordelijke dieren naar de warmere zuidelijke zones. Tegenwoordig worden soorten verdreven door grootschalige ontbossing en de intensivering van de landbouw. Een refugium kan ook op kleinere tijd- en ruimteschaal plaatsvinden, zoals bij een vervenend moeras of een volgroeiende heide. Er bestaat een grote behoefte aan refugia, nu we in snel tempo onze grote ecosystemen zoals de regenwouden en de oceanen, inclusief de daarbij behorende biodiversiteit aan het reduceren zijn.

De stad kan worden gezien als refugium voor soorten die door de agrarische industrie verdreven zijn uit het buitengebied, zo schrijven Jacques Vink, Piet Vollaard en Niels de Zwarte in Stads Natuur Maken (2017). Terwijl de biodiversiteit in het buitengebied steeds verder afneemt, neemt die van de stad juist bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 29

toe. De biodiversiteit van de stad is hoger dan in de meeste groene gebieden die door landbouw worden gedomineerd. In Amsterdam leven zo'n 10.000 verschillende soorten dieren en planten (Groenvisie 2050). De Natuurwaardenkaart Amsterdam 2016 toont aan dat de natuurwaarde in Amsterdam toeneemt. Specifieke deelonderzoeken naar de verspreiding van huismus, dagvlinders, wilde bijen en muurplanten onderbouwen die conclusie. De stad wordt vooral gekenmerkt door de stenige omgeving van gebouwen en straten. Daartussen bevindt zich een scala aan groene en natte plekken, groot en klein. Het is de combinatie van steen en groen die de stad voor veel soorten een aantrekkelijke plek maakt en die de stad als biotoop onderscheidt van die van het buitengebied. Biodiversiteit heeft ook veel te bieden voor de mensen die in de stad wonen. Zo hebben bepaalde diersoorten die wij als onprettig ervaren in een omgeving met groen en water minder kans om in een plaag te veranderen dan in een omgeving die minder variatie heeft. In zo'n omgeving kunnen meerdere dier- en plantensoorten bestaan. De kans dat één soort gaat 'overwoekeren' is kleiner. Zo kunnen verschillende vogelsoorten en insecten helpen om de populatie van eikenprocessierupsen onder controle te houden. Dit is des te meer belangrijk doordat door o.a. klimaatverwarming het aantal eikenprocessierupsen in Nederland toeneemt.

Hetzelfde geldt voor muggen. Het lijkt erop dat het aantal muggen toeneemt, en daarmee ook de kans op infectieziekten. In andere woorden: biodiversiteit kan voorkomen dat diersoorten een plaag worden die andere onderdelen van de ketel verstoort. Plaats voor biodiversiteit in Oud West Voor de meeste soorten is groen en water een vereiste. In Oud West is weinig ruimte voor openbaar groen. Het openbaar groen dat er is, is niet altijd gevarieerd aan planten. De hoge gebruiks- en verkeersdruk van de openbare ruimte is sterk nadelig voor de ontwikkeling van natuurwaarden of de instandhouding van soorten. Dat betekent dat de natuur zich hier niet ongestoord kan ontwikkelen. Een groot deel van het stedelijk groen in Oud West bestaat uit private tuinen. De tuinen spelen daarom een grote rol in het behoud van biodiversiteit. Ook omdat tuinen veel rustiger zijn dan het openbaar groen, hebben andere dieren de kans om zich hier te vestigen. Met name wanneer het percentage van het groen in de openbare ruimte slechts enkele procenten bedraagt, zoals het geval is in Oud West, zijn (binnen)tuinen een belangrijke uitvalsbasis voor flora en fauna. In vergelijking met openbaar groen, zijn de omstandigheden voor organismen beter in de meeste (binnen)tuinen. Tuinen kunnen een belangrijke rol spelen, ook als ze klein zijn.

In hele kleine tuintjes kun je per vierkante meter gemiddeld minstens evenveel soorten vinden als in grotere tuinen. Het meeste leven bevindt zich tenslotte in de bodem. Bovendien sluiten tuinen meestal aan op een groter geheel van tuintjes, die uitwisseling van dierenleven mogelijk maken met name van vogels en andere vliegende dieren. Sommige van deze dieren kunnen niet zo ver vliegen. Voor hen kan een tuin een noodzakelijke tussenstop zijn tussen twee natuurgebieden. Doordat elke tuin anders is, is het samenspel van tuinen samen een interessante een verblijfplaats voor veel verschillende soorten. Conclusie Voor Oud West geldt dat in tuinen de randvoorwaarden voor biodiversiteit meer aanwezig zijn dan in het aanwezige openbare groen. Particuliere tuinen kunnen een belangrijke bijdrage aan de ecologische waarden en biodiversiteit in de stad leveren. Meer verharding betekent minder ruimte voor flora en fauna. Het is daarom van belang dat wordt voorkomen dat tuinen verder verstenen.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

2.11

Relevante factoren per bouwblok

Er zijn meerdere redenen om het vergunningsstelsel in te voeren. Niet elk van de argumenten geldt (in gelijke mate) voor elk bouwblok. We hebben zeven factoren geïdentificeerd en alle 151 bouwblokken in het plangebied op basis hiervan beoordeeld. De tabel in de bijlage geeft een overzicht van welke factoren er voor elk bouwblok gelden. Voor wat betreft de hitteproblematiek zijn drie relevante datasets gevonden: 3. Afstand van het bouwblok tot de meest dichtbij zijnde koele plek 4. Aanwezigheid van het stedelijk hitte eiland – effect 5. Gevoelstemperatuur op een warme zomerdag Een hoge gevoelstemperatuur is extra zorgelijk als de temperatuur 's avonds en 's nachts onvoldoende afkoelt, of er geen koele plek in de buurt is. Er zijn voor elk van deze karakteristieken grenswaarden vastgesteld. Als de gevoelstemperatuur de grenswaarde overschrijdt, en één van de andere twee factoren van toepassing is, is het vergunningsstelsel passend. Voor wat betreft de regenwater problematiek zijn twee relevante datasets gevonden: 1. Regenwateraccumulatie na een stortbui 2. Aanwezigheid van een polderriool Wateraccumulatie na een stortbui kan leiden tot schade aan bebouwing en infrastructuur. Wanneer er ook nog een polderriool in het bouwblok ligt, kan een overbelasting van het riool nog tot andere vervelende gevolgen leiden.

Zowel de accumulatie van het regenwater boven de gestelde grenswaarde, als de aanwezigheid van een polderriool zijn redenen om het vergunningsstelsel passend te achten. Voor wat betreft het cultuurhistorisch belang is een dataset gevonden waaruit de verschillende welstandssystemen die in Amsterdam aanwezig zijn, in kaart zijn gebracht. In de vorige paragraaf is uitgelegd waarom onbebouwde binnenterrein van belang zijn, in de in het plangebied aanwezige welstandssystemen. Voor het aantonen van het belang van binnentuinen voor biodiversiteit is een relatie gelegd met het percentage groen in de openbare ruimte. Een lager percentage groen in de openbare ruimte, betekent dat binnentuinen belangrijker zijn om veel soorten flora en fauna in de stad te huisvesten, ook omdat uitwisseling tussen verschillende gebieden noodzakelijk is. We vinden dat als er twee factoren aanwezig zijn, dit voldoende is om het vergunningsstelsel te rechtvaardigen. Op onderstaande kaart kan worden afgelezen welk nummer naar welk bouwblok verwijst. In de bijlage wordt de onderzoeksmethode uiteengezet.

bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 31

Op onderstaande kaart is af te lezen hoeveel van deze factoren voor ieder bouwblok gelden. Welke factoren er voor wel bouwblok gelden, is in de bijlage terug te vinden.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Voorbeeld 1: bouwblok AE67 Dit bouwblok scoort op drie van de zeven factoren in de tabel; het laagste getal dat in de tabel voorkomt. Het bouwblok is gelegen op het WG-terrein. Het is geen gesloten bouwblok. Daarmee wijkt het af van de meeste bouwblokken in het plangebied. Het bouwblok is aan drie kanten omringd door openbaar groen. Aan de zuidelijke kant zijn twee stukken tuin. Deze stukken grond zijn dubbelbestemd. De invoer van het vergunningsstelsel is hier gerechtvaardigd omdat er een grote kans op hittestress is door de gevoelstemperatuur. Voor 99,1% van het bouwblok geldt dat de temperatuur 35 graden Celcius of hoger bereikt op een extreem warme zomerdag. Bij deze temperatuur heeft een gemiddeld persoon “grote hittestress”. Voor 100% van het bouwblok geldt bovendien dat het stedelijk hitte eiland een effect van 1,5 graden Celcius of meer heeft. Dit zorgt er o.a. voor dat het bouwblok in de nacht onvoldoende afkoelt. Het hogere percentage groen in de openbare ruimte (35%) is blijkbaar niet voldoende om het bouwblok af te koelen. Voorbeeld 2: bouwblok AD31 Dit bouwblok scoort op zes van de zeven factoren in de tabel. Het bouwblok is gelegen in de Bellamybuurt. Deze buurt is geïdentificeerd als extreem urgent knelpunt door Waternet. In de oplossingenkaart staat dat deze buurt bijzonder lastig is in te richten.

Daarom raadt Rainproof Amsterdam aan: 'Benut elke kans, oplossingen zijn fijnmazig en kleinschalig, en liggen zowel op publiek als privaat terrein'. De Bellamybuurt is een lager gelegen gebied met polderriolering. De problemen met particuliere polderriolen zijn langdurig en hardnekkig en betreffen de volksgezondheid, het grondwaterpeil en ongewenste milieueffecten. Bij een stortbui is er vele regenwateraccumulatie in het bouwblok, maar ook in de openbare ruimte. Er komen op zo'n moment dan ook veel klachten binnen bij Waternet. Hoewel de binnentuin dieper is dan gemiddeld in Oud West moet om bovenstaande redenen voorzichtig worden omgegaan met extra bebouwing in dit bouwblok. De invoer van een vergunningsstelsel stelt de gemeente in staat om in overleg te treden met de aanvrager van een vergunning en voorwaarden te stellen die de negatieve effecten van de extra verharding verminderen.

bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 33

2.12

Belangenafweging

In het plangebied spelen meerdere belangen als het gaat om bebouwing van binnentuinen. Er is een uitbreidingswens van bewoners en ondernemers op de begane grond. Deze wens staat in bepaalde gevallen haaks op de andere belangen zoals de zorg voor een goed woon- en leefklimaat. Verstening maakt steden extra kwetsbaar voor de gevolgen van extreme regenbuien, droogte en hoge temperaturen. Want door verstening kan neerslag maar beperkt in de bodem infiltreren, wat tot droogte én wateroverlast kan leiden. Daarnaast kan op warme dagen de gevoelstemperatuur door het vele steen op sommige plekken erg hoog worden. Door een gebied te vergroenen, zorg je ervoor dat het water juist vrij in de bodem kan infiltreren, bomen en planten water kunnen opnemen en het vervolgens verdampen of het grondwater ermee aanvullen. Daarnaast draagt groen niet alleen bij aan klimaatadaptatie, het versterkt ook de leefbaarheid en biodiversiteit. Deze algemene belangen zijn gediend bij het tegengaan van verregaande verdichting van bebouwing en verharding van de binnentuinen. Niet alle genoemde argumenten gelden in gelijke mate voor elk bouwblok. Met een data-analyse is inzichtelijk gemaakt wat de karakteristieken per bouwblok zijn. De conclusie is dat voor ieder bouwblok voldoende belangen in het geding zijn, om de invoer van het vergunningsstelsel te rechtvaardigen.

Dit betekent niet dat verdere verharding in het achtererfgebied niet meer mogelijk is. Het betekent dat de gemeente maatwerk kan leveren. Zij kan voorwaarden stellen die de negatieve gevolgen van de verdere verharding opvangen. De openbare ruimte in het plangebied biedt onvoldoende mogelijkheden om het woon- en leefklimaat te beschermen. Er bestaan daarom voldoende redenen om een vergunningsstelsel in te voeren, in afwijking van de bepalingen uit Bijlage II Bor. De belangenafweging leidt tot twee maatregelen om het bestaande groen en de onverharde delen van het achtererfgebied te beschermen: 1. het vergunningvrij uitbouwen in het achtererfgebied wordt beperkt. Dit houdt in dat het aanbouwen in het achtererfgebied alleen nog kan onder voorwaarden of zelfs in het geheel niet. 2. Het wordt verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning nieuwe verharding aan te brengen. Er zijn twee voorwaarden waaronder een omgevingsvergunning wel verleend kan worden: a. als aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen van de tuin minstens 60 millimeter per uur bedraagt; b. als de gronden voor niet meer dan 50% wordt verhard, waarbij de oppervlakte van bebouwde gronden als verharding wordt meeberekend. Door de invoer van een vergunningsstelsel geldt feitelijk een dubbele belangenafweging.

De eerste is de afweging van belangen die resulteert in een vergunningstelsel in het hele gebied. De tweede is de belangenafweging bij de vergunningaanvraag.

2.13

Conclusie

In landelijke wetgeving, het Besluit Omgevingsrecht (Bor), is geregeld dat bepaalde bouwwerken in het achtererfgebied zonder vergunning gebouwd mogen worden. Omdat er geen vergunning nodig is, kan de gemeente nu geen voorwaarden verbinden aan dat soort bouwwerken. De tuinen en binnentuinen op het achtererfgebied zijn waardevol voor de volksgezondheid, waterberging, cultuurhistorie en biodiversiteit. Met het oog op een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en een goede ruimtelijke ordening worden deze waarden geborgd door een dubbelbestemming Waarde - Landschap te leggen op het achtererfgebied, zodat de tuinen in Oud-West zo goed mogelijk zijn voorbereid op klimaatveranderingen. Vergunningvrije bouwwerken zijn niet langer onvoorwaardelijk mogelijk. Daarnaast wordt het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning nieuwe verharding, bijvoorbeeld in de vorm van tegels, aan te brengen in het achtererfgebied.

Gemeente Amsterdam

blz. 34

Het doel van het bestemmingsplan is niet het nastreven van een absoluut verbod op aanbouwen of betegelen, maar het creëren van een vergunningstelsel. Zodat per bouwplan en per situatie een afweging kan worden gemaakt in welke gevallen wel en in welke gevallen geen vergunning verleend wordt. Deze afweging zal moeten plaats vinden in het kader van een buitenplanse afwijking (op grond van artikel 2.12 lid 1, sub a onder 2 en 3 van de Wabo). Bestaande bouwwerken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze herziening vergunningvrij zijn gerealiseerd, zijn op grond van Artikel 10 positief bestemd. Dat wil zeggen dat ze legaal zijn en niet, als gevolg van deze herziening, onder overgangsrecht worden gebracht. Bestaande bouwwerken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze herziening vergunningvrij zijn gerealiseerd, mogen worden vernieuwd of veranderd.

bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 35

Hoofdstuk 3 Wijzigingen bouwregels voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons Het dagelijks bestuur van het stadsdeel West heeft op 21 januari 2020, na de vaststelling van het bestemmingsplan Oud West 2018, nieuwe uitvoeringsrichtlijnen vastgelegd voor daktoegangsopbouwen, dakterrassen en balkons. Deze herziening van het bestemmingsplan wordt aangegrepen om bouwregels te wijzigen dan wel toe te voegen aan de regels van het bestemmingsplan Oud West 2018.

3.1

Dakterrassen

In het bestemmingsplan Oud West 2018 zijn, conform het paraplubestemmingsplan stadsdeel West (vastgesteld 5 juni 2012), dakterrassen toegestaan, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen en toegangsopbouwen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; c. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; f. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,2 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer; Dakterrassen op het hoofdgebouw blijven toegestaan, maar voor maximaal 50% van het platte dak. Hierdoor wordt meervoudig ruimtegebruik van daken mogelijk, bijvoorbeeld om nu en in de toekomst ruimte te bieden voor daktuinen, regenwater-opvang en zonnepanelen, maar ook warmtepompsystemen. Dakterrassen op de hoofdbebouwing verhogen het woon- of verblijfsgenot, terwijl de ruimtelijke invloed op de omgeving over het algemeen beperkt is.

Maar bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid van dakterrassen spelen ook zichtbaarheid vanuit de omgeving en het gewenste meervoudige ruimtegebruik van juist de daken in de stad een rol. Het beperken van het (totaal beschikbare) platte dakoppervlak is nieuw ten opzichte van het eerder gevoerde beleid. Het realiseren van dakterrassen heeft in het stadsdeel met name de laatste jaren een hoge vlucht genomen. Dit heeft als gevolg gehad dat het daklandschap in sommige straten en buurten aanmerkelijke veranderingen heeft ondergaan, die steeds breder gedeelde zorgen baren. Naast dit gegeven is bij het stellen van deze nieuwe voorwaarde ook van belang dat de daken in de stad kansen bieden voor (toekomstig) meervoudig ruimtegebruik. Deze kansen worden nog onvoldoende benut, terwijl het meervoudig ruimtegebruik van daken bijvoorbeeld nodig is om nu en in de toekomst ruimte te bieden voor daktuinen, regenwater-opvang en zonnepanelen, maar ook warmtepompsystemen. Juist in de bestaande stad is het vaak niet eenvoudig belangrijke duurzaamheidsopgaven te realiseren. De daken in de bestaande stad kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het verbeteren van regenwater-opvang door de aanleg van groene daken (is ook een bijdrage aan het toenemende probleem van 'hittestress') en aan duurzame energievoorziening door het aanbrengen van zonnepanelen/zonnecollectoren e.d.

De beperkende voorwaarde die nu wordt gesteld, maakt de kansen op het gewenste meervoudige ruimtegebruik van daken, met name ten behoeve van toekomstige duurzaamheidsmaatregelen, groter en draagt ook bij aan een breder bewustzijn. Voor platte daken geldt dat een nieuw dakterras niet groter mag zijn dan 50% van het platte dakoppervlak. Met dit maximum percentage blijft het enerzijds mogelijk dakterrassen te realiseren die het woongenot kunnen verhogen en anderzijds blijft er in voldoende mate ruimte gereserveerd voor Gemeente Amsterdam

blz. 36

bovengenoemde vormen van meervoudig ruimtegebruik. Hierbij is gerekend met een percentage van 50% om bijvoorbeeld in substantiële mate zonnepanelen te kunnen aanbrengen. Voor hierbij ondersteunende voorzieningen, (buitenunits van) waterpompen en/of groenvoorzieningen blijft dan ook nog ruimte, naast het ruimtebeslag voor het dakterras. De maatvoering van 50% geldt overigens niet voor de eventueel aan te brengen draagconstructie van het dakterras. Hiervoor kunnen (stalen) balken nodig zijn die het hele dakvlak overspannen, maar die het meervoudig ruimtegebruik niet beletten. De maatvoering van 50% geldt evenmin voor reeds vergunde dakterrasen die al aanwezig zijn of die op grond van een vergunning nog gebouwd kunnen worden. Rechtsgeldige vergunningen worden door vaststelling en inwerkingtreding van dit bestemmingsplan niet aangetast. Bovendien kunnen dakterrassen, na het uitvoeren van dakonderhoud of dakherstelwerkzaamheden, met de oorspronkelijke vergunde maatvoering worden terug geplaatst. Doorgaans is voor onderhoud- of herstelwerkzaamheden geen omgevingsvergunning vereist, noch voor het terugplaatsen van het dakterras. Indien een dakterras in zijn geheel vervangen moet worden, kan deze activiteit vergunningplichtig zijn. In die uitzonderlijke gevallen wordt terug gevallen op het overgangsrecht en kan dus alsnog terug gebouwd worden wat ooit vergund is.

3.2

Daktoegangsopbouwen

In het bestemmingsplan Oud West 2018 zijn, conform het paraplubestemmingsplan stadsdeel West (vastgesteld 5 juni 2012), daktoegangsopbouwen toegestaan, met dien verstande dat: a. deze alleen zijn toegestaan indien een dakterras is toegestaan; b. daktoegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten; c. de toegangsopbouw een oppervlak heeft van maximaal 6 m2 (inclusief overstekken en dergelijke); d. de hoogte van de toegangsopbouw niet meer is dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; e. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand minimaal de hoogte van de toegangsopbouw bedraagt. Deze voorwaarden zijn er op gericht het zicht op de daktoegangsopbouwen vanaf de straat zo veel mogelijk te beperken. Vanwege de maximum bouwhoogte en de minimale afstand tot de dakrand is er sprake van het 45-graden principe. De gemiddelde bouwhoogte en gemiddelde straatbreedte in Oud West is ongeveer 15 meter. Daktoegangsopbouwen zijn daardoor vanaf het straatpeil in veel gevallen niet goed zichtbaar. In de praktijk is gebleken dat de daktoegangsopbouwen desondanks een onaanvaardbare visuele verstoring vormen van en een te grote bijdrage leveren aan de verrommeling van het daklandschap.

Bij langere zichtlijnen (bijvoorbeeld bij straathoeken, pleinen, plantsoenen, parken, singels en kanalen) zijn de opbouwen goed zichtbaar. Ook vanuit binnentuinen en vanuit woningen op hoger gelegen bouwlagen worden de daktoegangsopbouwen ervaren als een storend element. Deze verstoring weegt niet op tegen de voordelen van de individuele dakterrasgebruiker. Daarom zijn de bouwmogelijkheden voor daktoegangsopbouwen geschrapt. Toegangen tot een dakterras blijven uiteraard nodig, maar hiervoor kan worden volstaan met een dakluik of scheepsluik. Bij een dakterras achter een 'schijnkap' kan een toegangsdeur in de kap worden gemaakt. Naast dit gegeven is bij het schrappen van de voorheen geldende mogelijkheid ook afgewogen dat de daken in de stad kansen bieden voor (toekomstig) meervoudige ruimtegebruik en dat deze kansen nog onvoldoende worden benut. Zie hiervoor 3.1 Dakterrassen

bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 37

3.3

Balkons

In het bestemmingsplan Oud West 2018 zijn met toepassing van de binnenplanse afwijkingsregels uit artikel 28 balkons mogelijk tot een diepte van 2,00 meter. Gelijk de redenering met het reguleren van de aanbouwen wordt ook bij balkons het belang onderschreven van een prettig woon- en leefklimaat en de gezondheid en het welzijn van de bewoners. Dat betekent enerzijds dat het realiseren van een buitenruimte voor bewoners van groot belang wordt geacht. De balkons die kunnen worden gerealiseerd liggen aan de achterzijde van de woningen en manifesteren zich in de binnentuinen. Die moeten juist rust en ruimte bieden. In Oud West, waar aan de voorzijde van de (woon)bebouwing de drukte van de stad duidelijk aanwezig is en de mogelijkheden tot recreëren in een rustige omgeving zich op enige afstand van de woning bevinden, dient de rust aan achterzijde van de woning als compensatie. Dat waardevolle belang mag niet ten kosten gaan van het belang van het realiseren van een buitenruimte op de tweede bouwlaag en verder. Een balkon van een te grote omvang brengt de mogelijkheid van een te intensief gebruik met zich mee met het risico op overlast en hinder voor de omgeving. Dit gaat dat ten koste van de ruimtelijke beleving van de binnentuin. De diepte van balkons wordt daarom teruggebracht van 2,00 meter naar 1,50 meter.

Bovendien wordt voor het realiseren van balkons een voorwaarde opgenomen over daglichttoetreding. De aanvrager dient de negatieve gevolgen voor daglichttoetreding van de onderliggende woning in beeld te brengen. Met deze voorwaarde is geborgd dat de daglichttoetreding ook daadwerkelijk wordt betrokken bij de belangenweging. Enerzijds is daarmee verzekerd dat de onderliggende woning geen onevenredige hinder ondervindt door het plaatsen van het balkon en tegelijk is duidelijk dat bij de aanvrager de 'bewijslast' hiervoor ligt. Als referentie gelden daarbij de relevante eisen uit het Bouwbesluit 2012. Daarbij kan het overigens niet anders dan dat de onderliggende woning enige mate van hinder zal ondervinden. Dat is inherent aan de keuze om balkons mogelijk te maken. Met de situatie van de woningen op de begane grond zal daarbij extra omzichtig omgegaan moeten worden. Voor balkons die grenzen aan de openbare ruimte en zichtbaar zijn vanuit openbare ruimte is maatwerk nodig is. Datzelfde geldt voor balkons die aan hoekpanden worden bevestigd. Omdat de planregels waarin de balkons zijn opgenomen (binnenplanse afwijking) het bestuur enige ruimte laten voor aanvullende overwegingen, is het maatwerk voor dit type balkon ook verzekerd.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 39

Hoofdstuk 4

Overige wijzigingen

Onderstaande wijzigingen zijn ingevoerd in opdracht van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in haar uitspraak van 10 augustus 2022.

4.1

Bellamystraat 37h

Op het adres Bellamystraat 37 is de bestemming 'Wonen' opgeomen als gevolg waarvan het bestaande recht wordt gerespecteerd. In het bestemmingsplan Oud West 2005 was sprake van een bestaand recht om in het pand te mogen wonen. Het is niet de bedoeling om een bestaand recht weg te nemen. Om deze reden is de bestemming van het pand gewijzigd naar 'Wonen', waarbij overigens de functieaanduiding parkeergarage behouden blijft.

4.2

Bellamystraat 33-37

Het perceel Bellamystraat 33-37 is bestemd overeenkomstig de bestaande bebouwing. In het bestemmingsplan was het perceel bestemd zoals de feitelijke situatie bij bekend was. De systematiek van het bestemmingsplan brengt met zich mee dat vergunningsvrije bouwwerken niet zijn ingetekend. Hiermee wordt voorkomen dat er nieuwe, ongewenste bouwmogelijkheden voor vergunningvrije bouwwerken in het achtererfgebied kunnen ontstaan. Later bleek er feitelijk bebouwing gerealiseerd te zijn op een gedeelte van het perceel. Daarmee is er sprake van een bestaand bouwrecht op grond van artikel 9, tweede lid, aanhef en 2 sub a van het bestemmingsplan Oud West 2005. Op grond van deze bepaling geldt bouwwerken die bestonden ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan mogen worden gehandhaafd en vernieuwd, met dien verstande dat ze niet mogen worden vergroot. Het is niet de bedoeling om bestaande bouwrechten weg te nemen. Ter plaatse van de bebouwing wordt de bestemming gewijzigd van 'tuin' naar 'wonen', overeenkomstig de bestemming van het hoofdgebouw.

Gemeente Amsterdam

blz. 40

bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 41

Hoofdstuk 5

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

Het dagelijks bestuur van stadsdeel West, gemeente Amsterdam heeft ten behoeve van participatie en het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening op 19 februari 2020 in de Staatscourant en in de gemeentelijke bekendmakingen bekend gemaakt dat het voorontwerpbestemmingsplan digitaal beschikbaar is gesteld op http://www.ruimtelijkeplannen.nl Vanwege de maatregelen rond het coronavirus kon een geplande bewonersavond begin april geen doorgang vinden. Om bewoners toch goed te kunnen betrekken bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, was alle informatie online beschikbaar op een projectenwebsite van de gemeente. Via Facebook is deze website extra onder de aandacht gebracht. Tot 1 mei 2020 was het mogelijk om op het voorontwerpbestemmingsplan te reageren via bestemmingsplanoudwest@amsterdam.nl De reacties uit de participatie en het 3.1.1. vooroverleg zijn hieronder samengevat en van een reactie voorzien.

5.1

Particpatiereacties

Naast enkele steunbetuigingen hebben in totaal 7 verschillende partijen inhoudelijk gereageerd op het voorontwerp. 5.1.1

Rochdale

Rochdale onderschrijft in het algemeen het belang van de herziening van het bestemmingsplan, maar stelt dat er wordt miskend dat er binnen het plangebied grote verschillen zijn tussen de diverse bouwblokken en de bijbehorende binnentuinen. Sommige bouwblokken met binnentuinen lenen zich volgens Rochdale uitstekend voor uitbreiding van bebouwing. Verwezen wordt naar het specifieke voorbeeld van de Bellamystraat 31-37, waar de binnentuin circa 38 meter diep is. Volgens Rochdale is het realiseren van bebouwing aldaar mogelijk zonder onaanvaardbare aantasting van het rustige karakter, de cultuurhistorie, de verkoelende werking en de het waterbergend vermogen van de binnentuinen. Rochdale verzoekt maatwerk te leveren en percelen waar bebouwing en verharding wenselijk en mogelijk is, deze bebouwing en verharding niet te verbieden. Daarnaast wil Rochdale benadrukken dat het belang om hier en elders binnen het plangebied nieuwe woonruimte te realiseren niet slechts een particulier maar een maatschappelijk belang dient, dat Rochdale als woningcorporatie behartigt. Beantwoording Met de herziening van het bestemmingsplan wordt beoogd het vergunningvrij bouwen in het achtererfgebied te beperken.

Dat wil niet zeggen dat er een absoluut verbod wordt opgelegd, maar dat er een vergunningstelsel wordt geïntroduceerd, zodat de gemeente, gelet op een goede ruimtelijke ordening, per geval een betere afweging kan maken welke bouwwerken een onaanvaardbaar effect hebben op de waterberging, de verkoelende werking en de cultuurhistorie van de binnentuinen. Het genoemde voorbeeld in de Bellamystraat is een uitzonderlijk diepe binnentuin en één van de laatste grote onbebouwde tuinen van de Bellamybuurt. De buurt is in het kader van Amsterdam Rainproof (zie bijlage Bijlage 4 Advies Rainproof) gedefinieerd als een extreem urgent knelpunt met kans op schade aan vastgoed en ernstige verkeershinder. De buurt is een zeer gevoelig gebied vanwege de hoge mate van verharding en het lagergelegen polderpeil van maaiveld en binnentuinen. Bovendien heeft de buurt een gemengd rioolstelsel hetgeen betekent dat het regenwater vermengd met het afvalwater wordt

Gemeente Amsterdam

blz. 42

afgevoerd naar de zuivering. Als het harder regent dan het rioolgemaal aankan, vult het rioolstelsel zich. Uiteindelijk stroomt het regenwater vermengd met afvalwater via overstorten en bergbezinkbassins naar het oppervlaktewater en veroorzaakt daarmee een tijdelijke verslechtering van de waterkwaliteit. Het is wenselijk om ieder bouwplan in elk achtererfgebied in Oud West maar zeker in de Bellamybuurt, vergunningplichtig te maken, ongeacht de grootte of diepte van het binnenterrein. Op die manier kan per geval een bestuurlijke afweging worden gemaakt en worden beoordeeld of een vergunning al dan niet kan worden verleend. Verder onderschrijft de gemeente het maatschappelijk belang van woningcorporaties. In de woningbouwopgave trekken zij samen op. Dat betekent echter niet dat in alle gevallen de juridisch-planologische ruimte wordt geboden om woningbouw of uitbreidingen van specifieke woningen toe te staan. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.1.2

Ten Kateschool

Ten Kateschool V.O.F. en Stedelijke Ontwikkel Maatschappij I B.V. zijn respectievelijk ontwikkelaar van de voormalige Ten Kateschool en mede-erfpachter van het perceel Ten Katestraat 8/Wenslauerstraat 1. Beide partijen stellen dat met de dubbelbestemming Waarde - Landschap de bestaande rechten voor het binnenterrein bij de Ten Kateschool niet of onvoldoende worden gerespecteerd. Ten eerste is het terrein al lange tijd verhard en is het te beschermen groen niet aanwezig zodat de te beschermen landschappelijke waarden hier geen rol spelen. Bovendien verdraagt de dubbelbestemming zich niet met het recent vastgestelde bestemmingsplan Oud West 2018, waarin het terrein een functieaanduiding 'parkeerterrein' heeft gekregen, waardoor ongebouwde parkeervoorzieningen zijn toegestaan. Ten slotte wordt het terrein al jaren feitelijk als parkeerterrein gebouwd. Dit zal ook in de toekomst zo zijn. De school is recent verbouwd tot appartementencomplex. Het parkeerterrein zal worden gebruikt ten behoeve van deze woningen. Beantwoording De bestaande rechten worden niet weggenomen met de dubbelbestemming Waarde - Landschap. Het gebruik als parkeerterrein blijft toegestaan. Uit de planregeling blijkt tevens dat het slechts verboden is nieuwe verharding aan te brengen en dat bestaande verharding mag blijven bestaan.

Daarnaast beletten de planregels het niet om parkeerplaatsen voor de nieuwe woningen te realiseren in een deel van het binnenterrein dat nu nog niet verhard is, aangezien er een binnenplanse afwijking is opgenomen om, in afwijking van de verbodsregel, een vergunning te verlenen ten behoeve van verharding van de gronden indien aangetoond wordt dat het waterbergend vermogen van de tuin minstens 60 millimeter per uur bedraagt én de gronden binnen deze bestemming niet voor meer dan 50% wordt verhard, waarbij de oppervlakte van bebouwde gronden als verharding wordt meeberekend. Daardoor is het mogelijk om met de bestaande verharding 'te schuiven' of om parkeerplaatsen aan te leggen die niet volledig maar deels verhard zijn. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. 5.1.3

Jan Pieter Heijestraat/Borgerstraat

De C.V. Jan Pieter Heijestraat heeft voor de locatie Jan Pieter Heijestraat 66 t/m 74 / hoek Borgerstraat 186 t/m 198 een bouwplan dat bestaat uit een (appartementen)hotel, detailhandel op de begane grond en in de kelder waarvan 500 m² voor een (biologische) supermarkt, en een café-restaurant op de begane grond en kelder.

bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 43

Ten behoeve van de realisatie van dit bouwplan is op 22 juli 2015 een omgevingsvergunning (1e fase) verleend waarover langjarig is geprocedeerd. De huidige stand van zaken is dat het College van B en W thans tot een nieuw besluit dient te komen op de aanvraag voor de omgevingsvergunning, welke aanvraag dateert van 2014. De C.V. stelt dat het bouwplan ten onrechte niet is meegenomen in het bestemmingsplan omdat ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan niet alleen sprake was van een vergund recht maar dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het bouwplan bovendien meermaals is bekrachtigd door het College en de gemeenteraad. De C.V. verzoekt dit in deze 1e herziening 'recht te zetten' door het bouwplan conform te bestemmen waardoor het alsnog mogelijk zal zijn het gebouw te realiseren én te gebruiken, temeer omdat, indien na afronding van de hiervoor bedoelde besluitvorming er alsnog/opnieuw over een omgevingsvergunning wordt beschikt, er sprake is van een concreet voornemen waaraan medewerking wordt verleend. Beantwoording De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 22 januari 2020 uitspraak gedaan inzake de verleende omgevingsvergunning van 22 juli 2015. Het hoger beroep van de Huurdersvereniging Oud-West en drie overige appellanten is gegrond verklaard. De uitspraak vernietigt onder andere het besluit van 22 juli 2015.

Op dit moment ligt er nog de aanvraag omgevingsvergunning van 25 juni 2014 voor onder andere een appartementenhotel. Op deze aanvraag zal het stadsdeel opnieuw moeten beslissen. Er is zodoende geen sprake van een verleende omgevingsvergunning. Daarnaast wordt opgemerkt dat de C.V. bovenstaande gronden reeds heeft aangevoerd in het beroep dat zij heeft ingesteld tegen de vaststelling van bestemmingsplan Oud West 2018. De zitting en de uitspraak wordt verwacht binnen een jaar na afloop van de beroepstermijn (16 januari 2020). Deze stand van zaken geeft geen aanleiding om het bouwplan in de 1e herziening van bestemmingsplan Oud West 2018 mee te nemen. 5.1.4

Overige reacties bewoners

Reactie 4: dakterras Het overgangsrecht in artikel 12 borgt onvoldoende dat vergunde dakterrassen weer volledig mogen worden opgebouwd na het uitvoeren van dakherstelwerkzaamheden of het vervangen van het dak. Beantwoording Rechtsgeldige vergunningen worden door vaststelling en inwerkingtreding van dit bestemmingsplan niet aangetast. Na het uitvoeren van dakonderhoud of dakherstelwerkzaamheden kunnen dakterrassen met de oorspronkelijke vergunde maatvoering worden terug geplaatst. Doorgaans is voor onderhoud- of herstelwerkzaamheden geen omgevingsvergunning vereist, noch voor het terugplaatsen van het dakterras. Indien een dakterras in zijn geheel vervangen moet worden, kan deze activiteit vergunningplichtig zijn. In die uitzonderlijke gevallen wordt terug gevallen op het overgangsrecht en kan dus alsnog terug gebouwd worden wat ooit vergund is. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Reactie 5: Tollenstraat 301 Kan de bestemming van Tollenstraat 301 gewijzigd worden naar Wonen? Gemeente Amsterdam

blz. 44

Beantwoording Bij de vaststelling van bestemmingsplan Oud West 2018 heeft het pand Tollenstraat 301 de bestemming 'Gemengd – 2' met de aanduiding 'parkeergarage' gekregen, overeenkomstig het voorheen geldende bestemmingsplan en de bestaande situatie. Het beleid van de gemeente is om kleinschalige bedrijfsruimtes zoveel mogelijk te behouden, met name op zichtlocaties zoals straathoeken. Zie onder andere de uitgangspunten uit de vastgestelde beleidsnotitie 'Ruimte voor kleinschalige bedrijvigheid in West' en het Amsterdams Ondernemers Programma (AOP) 'Ruimte voor ondernemers!' 2015-2018. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het beleidsuitgangspunt van de gemeente (Structuurvisie Amsterdam 2040) dat de voorraad (kleinschalige) bedrijfsruimten op peil blijft en dat een gedifferentieerde mix van functies van belang is voor de (wijk)economie en de leefbaarheid. Verdringing van bedrijfsruimtes door een dominante woningmarkt is ongewenst.Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Reactie 6: dakterrassen en daktoegangsopbouwen De maatregelen ten aanzien van dakterrassen en daktoegangsopbouwen beperken de mogelijkheden om op het dak groenten te telen en zaailingen te starten als het nog te koud is om buiten te planten. Beantwoording Ook zonder daktoegangsopbouw is het mogelijk om groenten te telen, bijvoorbeeld in kweekbakken.

In veel gevallen zal een omgevingsvergunning, gelet op de beperkte afmetingen van kweekbakken, niet nodig zijn. Vergunningplichtige kweekbakken of plantenkassen op het dak zijn uitzonderingen waarvoor per geval een maatwerkbeoordeling nodig is. Daarom zijn in dit bestemmingsplan geen criteria opgenomen voor kweekbakken of plantenkassen. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen. Reactie 7: dakterrassen en daktoegangsopbouwen Maximaal 50 procent van het dak bebouwen is te weinig omdat de daken al niet zo groot zijn. Langs de randen van het dak wordt ook al niet bebouwd. Het dak van de dakopbouw is ook met groen te beplanten. Groene dakbedekking zou juist gestimuleerd moeten worden door beter toegankelijke subsidies in plaats van de maximaal bebouwbare oppervlakte bepalen.Momenteel krijg je alleen subsidie bij (ik dacht) 30 vierkante meter groene dakbedekking. Dan wordt het best duur terwijl ik best iets minder vierkante meters wél groen zou willen bedekken maar dat nu dus niet doe. Beantwoording Uitgangspunt van de maatregelen ten aanzien van het dakterras is het stimuleren van meervoudig ruimtegebruik van daken, bijvoorbeeld om nu en in de toekomst ruimte te bieden voor daktuinen, regenwater-opvang en zonnepanelen, maar ook warmtepompsystemen.

Dat gebeurt enerzijds door een subsidieregeling en anderzijds door in dit bestemmingsplan te borgen dat maximaal de helft van het dak in beslag wordt genomen door een dakterras. Alleen groene daken met een oppervlak van 30 m2 of meer komen in aanmerking voor een subsidie maar het is mogelijk meerdere daken in 1 aanvraag samen te voegen om boven de 30 m2 uit te komen, bijvoorbeeld samen met buren. Daarnaast zijn de afmetingen van dakterrassen al beperkt omdat er 2 meter afstand vanaf de dakrand in acht moet worden genomen voor dakranden die grenzen aan de lager gelegen openbare ruimte en 1 meter voor dakranden die grenzen aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen. Het schrappen van de bouwmogelijkheden voor daktoegangsopbouwen is niet alleen vanwege het bestemmingsplan_Oud West 2018 4e herziening (vastgesteld)

blz. 45

stimuleren van meervoudig ruimtegebruik maar ook vanwege de onaanvaardbare visuele verstoring en verrommeling van het daklandschap, zie 3.2 Daktoegangsopbouwen. Deze reactie geeft geen aanleiding om het bestemmingsplan te wijzigen.

5.2

Vooroverleg artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening

Het voorontwerpbestemmingsplan is in het kader van het vooroverleg op grond van artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijke ordening voorgelegd aan het waterschap en aan die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn. Waternet, Brandweer Amsterdam Amstelland en Gasunie is om een reactie gevraagd. De Brandweer heeft niet gereageerd. Aangenomen wordt dat het voorontwerp voor de Brandweer geen aanleiding gaf voor een inhoudelijke reactie en dat zij daarmee instemt. Waternet is positief over het voornemen de principes van Rainproof op deze manier te vertalen in het voorontwerpbestemmingsplan en gaat er vanuit dat de voorgestelde maatregelen zullen bijdragen aan een klimaatbestendige stad. Waternet heeft geen aanvullende opmerkingen. Gasunie heeft het voorontwerpbestemmingsplan getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en komt op grond van deze toetsing tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van de dichtstbij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling.

Liander heeft verzocht om aan de grond waarop de gasdrukmeet- en regelstations aan het Bellamyplein 40 aan de Tesselschadestraat 12 zijn gevestigd, de functieaanduiding 'nutsvoorziening' te koppelen en te voorzien van de daarbij behorende veiligheidscontour (Activiteitenbesluit - zone). Omdat deze gasdrukmeet- en regelstations echter niet onder de externe veiligheid regelgeving vallen, op grond waarvan toetsing aan grenswaarden in het bestemmingsplan plaats zou moeten vinden, is er geen gevolg gegeven aan dit verzoek. Het bestemmingsplan is niet gewijzigd.

5.3

Ontwerpbestemmingsplan

Het ontwerpbestemmingsplan heeft van 10 september tot en met 21 oktober 2020 voor zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn drie zienswijzen naar voren gebracht. De zienswijzen zijn samengevat en van een reactie voorzien in Bijlage 8 Nota van beantwoording zienswijzen. Eén van de zienswijzen heeft geleid tot een aanpassing van het ontwerpbestemmingsplan. Naar aanleiding van de zienswijze van Kess Corporation zijn bestaande bouwwerken, die op het tijdstip van inwerkingtreding van deze herziening vergunningvrij zijn gerealiseerd, positief bestemd in Artikel 10 van de planregels. In Artikel 13 Overgangsrecht zijn de overgangsregels voor gebruik toegevoegd. Deze standaardregels zijn verplicht op grond van artikel 3.2.2. van het Besluit ruimtelijke ordening.

Gemeente Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11802170/1