CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3_Ontwerp Programmabegroting 2025-2028 versie 2.1.pdf

RAAD 26 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Afzien van een zienswijze ten aanzien van de Jaarstukken 2023 en Ontwerpprogrammabegroting 2025-2028 van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en instemmen met de gemeentelijke bijdragen (VN2024-006184)15.483 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Gewijzigd 2024 1.508.916 6.367.951 92.153.895 1.591.686 763.458 1.628.932 104.014.838

2025

2026

2027

2028

1.520.989 6.415.916 91.932.725 1.603.636 769.883 1.641.689 103.884.838

1.538.644 6.486.056 92.925.402 1.621.112 779.279 1.660.345 105.010.838

1.531.980 6.459.582 92.550.725 1.614.516 775.732 1.653.303 104.585.838

1.531.980 6.459.582 92.550.725 1.614.516 775.732 1.653.303 104.585.838

28

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

10.3 Gemeentelijke bijdrage 2024-2028 gespecificeerd Hieronder volgt een onderverdeling naar de Regionale bijdrage (inclusief de bijdrage voor de GHOR) enerzijds en de maatwerkbijdrage anderzijds: Regionale bijdrage Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Ouder-Amstel Uithoorn Totaal Maatwerkbijdrage Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Ouder-Amstel Uithoorn Totaal

Gewijzigd 2024 1.402.887 5.573.567 78.880.962 1.388.641 746.601 1.482.407 89.475.065 Gewijzigd 2024 95.075 763.384 12.922.900 192.638 12.132 136.102 14.122.231

GHOR Aalsmeer Amstelveen Amsterdam Diemen Ouder-Amstel Uithoorn Totaal

Gewijzigd 2024 10.954 31.000 350.033 10.407 4.725 10.423 417.542

2025

2026

2027

2028

1.414.960 5.621.532 79.559.792 1.400.591 753.026 1.495.164 90.245.065

1.432.615 5.691.672 80.552.469 1.418.067 762.422 1.513.820 91.371.065

1.425.951 5.665.198 80.177.792 1.411.471 758.875 1.506.778 90.946.065

1.425.951 5.665.198 80.177.792 1.411.471 758.875 1.506.778 90.946.065

2025

2026

2027

2028

95.075 763.384 12.022.900 192.638 12.132 136.102 13.222.231

95.075 763.384 12.022.900 192.638 12.132 136.102 13.222.231

95.075 763.384 12.022.900 192.638 12.132 136.102 13.222.231

95.075 763.384 12.022.900 192.638 12.132 136.102 13.222.231

2025

2026

2027

2028

10.954 31.000 350.033 10.407 4.725 10.423 417.542

10.954 31.000 350.033 10.407 4.725 10.423 417.542

10.954 31.000 350.033 10.407 4.725 10.423 417.542

10.954 31.000 350.033 10.407 4.725 10.423 417.542

Alle bovenstaande bedragen zijn op prijspeil 2024. De ontwikkeling in de regionale bijdrage betreft de mutaties vanuit de toegezegde no-regret gelden. De enige mutatie in de maatwerk gelden betreft de incidentele post van de tegemoetkoming energiekosten van Amsterdam die vanaf 2025 geen onderdeel van de maatwerkbijdrage meer uitmaakt. Met een specificatie voor de gewijzigde begroting 2024 voor de maatwerkbijdrage: Maatwerk VrAA 2024 gewijzigd per gemeente FLO Eigenaarslasten kazernes Blusboot Preventie Jeugdbrandweer GMK Bevolkingszorg Tegemoetkoming energiekosten (incid.) Saldo Algemene Dekkingsmiddelen

Aalsmeer

72.390

Amstelveen

653.800

Amsterdam

Diemen

7.927.500 2.953.475 91.933

170.375

OuderAmstel

Uithoorn

112.178

19.993 22.685

89.591

336.126 713.866 900.000

22.263

12.132

23.924

95.075

763.384

12.922.900

192.638

12.132

136.102

Totaal

7.927.500 3.962.219 91.933 19.993 336.126 884.461 900.000 14.122.231

29

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

10.4 Rijksbijdragen (BDuR) De volgende ontwikkeling van de Rijksbijdrage wordt verwacht. Rijksbijdragen (BdUR) Prijspeil Basisbedrag Extra middelen Crisisbeheersing Extra middelen Informatievoorziening Bijzondere bijdrage (CBRN) Totaal

2023 2023 10.524.541 1.368.178 543.185 175.000 12.610.904

Toename 2023 223.943 95.215 319.158

2024 2023 10.524.541 1.592.121 638.400 175.000 12.930.062

Index 2024 (schatting 4%) 420.982 63.685 25.536 7.000 517.203

2024 2024 10.945.523 1.655.806 663.936 182.000 13.447.265

De BDuR bijdrage voor 2024 (op prijspeil 2023) van € 12,93 miljoen is met de junibrief 2023 van het ministerie ontvangen. Voor 2024 wordt de indexering BDuR pas met de junibrief 2024 door het ministerie bekendgemaakt. Wij zijn in deze begroting uitgegaan van een (voorzichtige) indexering van 4%. Het Rijk stelt extra middelen ter beschikking voor versterking Crisisbeheersing en Informatievoorziening.

De stijgingen van doelstelling 1 en 2a zijn in deze programmabegroting verwerkt. De stijging van 2b en 3 is budgetneutraal verwerkt. De BDuR voor de VrAA is 5,4% van de landelijke BDuR. De stijgingen van €5,5 mln., €13,5 mln. en €18,5 mln. en de stijgingen van €3,08 mln., €7,56 mln. en €10,36 mln. zijn (naast indexering) tegen 5,4% in deze programmabegroting verwerkt.

30

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

11. Paragrafen BBV 11.1 Weerstandsvermogen 11.1.1 Ratio weerstandsvermogen (beschikbare / benodigde weerstandscapaciteit) De VrAA maakt vanaf 2024 geen onderscheid meer in de resultatenrekening van de Brandweerorganisatie enerzijds en de GHOR anderzijds. De VrAA heeft vanaf 2024 één resultatenrekening en één balans. De algemene reserve wordt dan ook samengenomen als beschikbare capaciteit en afgezet tegen het totale risico en de daartoe benodigde capaciteit inclusief de GHOR. Het weerstandsvermogen wordt gedefinieerd als de weerstandscapaciteit in relatie tot de ongedekte risico’s (niet begrote kosten en kosten waarvoor geen voorziening is gevormd). De weerstandscapaciteit geeft de mogelijkheden van de Veiligheidsregio aan om deze ongedekte risico’s op te vangen. Er is geen wettelijke norm voor het weerstandsvermogen, de relevantie van de resterende risico’s en wat mag worden meegeteld als weerstandscapaciteit. Het beleid en de ratio van het weerstandsvermogen is daarom iets dat door het bestuur van de gemeenschappelijke regeling zelf bepaald moet worden. In de notitie weerstandsvermogen van de VrAA die op 25 september 2017 door het Veiligheidsbestuur is vastgesteld, is dit beleid uitgewerkt. De ratio van het weerstandsvermogen wordt bepaald door de bestaande weerstandscapaciteit te delen op de benodigde weerstandscapaciteit.

In de notitie weerstandsvermogen wordt voorgesteld een ratio na te streven met een bandbreedte tussen de 1 en de 1,4. Ultimo 2023 is de ratio weerstandsvermogen gestegen naar 1,5. Dit komt vooral door de extra bijdrage voor versterking van de algemene reserve van de gemeente Amsterdam. De algemene reserve staat einde 2023 op € 10,25 mln. De benodigde capaciteit op basis van een risico analyse is € 6,78 mln. De risico analyse is opgenomen in de volgende paragraaf. bedragen x €1.000 Ratio Weerstandsvermogen

Realisatie 2023

Gewijzigd 2024

Benodigde capaciteit Beschikbare capaciteit

6.781 10.248

6.781 10.248

1,51

1,51

Omdat het resultaat in de gewijzigde begroting 2024 gelijk is aan nihil en de risico-analyse zowel voor 2023 als 2024 geldt, zijn de cijfers 2024 gelijk aan 2023.

31

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

11.1.2 Benodigde weerstandscapaciteit (reserves) Bedragen x € 1.000

Kwantificeerbare risico's Kans 100%

Effect 878

Benodigde weerstandscapaciteit 878

100%

439

439

10%

2.340

234

7%

9.000

630

10%

2.100

210

Gewogen TCF

204

204

Financiële consequenties, in de vorm van bijkomende kosten door geen maatregelen op te nemen ter afdekking van het risico aan de voorkant.

10%

2.000

200

Indien door derden schade wordt geleden bij of door het optreden van de brandweer en er is sprake van (vermeend) inadequaat optreden door de BAA, dan kunnen daar schadeclaims uit volgen. De BAA kan te maken krijgen met cybercrime of gevolgen De gevolgschade op (ict-)infrastructuur moet van terrorisme. Molest en rampen zijn uitgesloten van hersteld worden. een aansprakelijks- of schadeverzekering.

1%

117.126

1.171

10%

1.400

140

Medewerkers nemen verlof niet Medewerkers krijgen niet genoeg mogelijkheden om Doteren aan een voorziening waar geen budget voor op en doteren het in verlofsparen. verlof op te nemen. Daarnaast is het aantrekkelijk om het is opgenomen. AOW gat in te lopen door verlof op te nemen in het verlofsparen. Dit risico is niet begroot. Risico op prijsstijgingen specifiek Externe factoren als vertragingen, inflatie, (energie)crisis, Overschrijdingen op begrootte kapitaallasten. voor de sector, met als gevolg tekort aan bouwmaterialen, oorlog, etc. hogere investeringen en daarmee kapitaalslasten dan begroot. Renterisico op financiering van Rente van de financiering stijgt harder of ligt hoger dan Hogere rentelasten dan begroot investeringen. de interne rekenrente. Voorwaarden contracten leveranciers Taak/Functie worden nietbelegd gemonitord. bij FB, maar blijkt moeilijk te Kosten VrAA lopen langer door (opzegtermijn), vervullen en staat nog open. worden hoger (indexatie) of overig. ATW - ATB overschrijding Het rond krijgen van het rooster staat, door hogere Om geen kazerne buiten dienst te laten gaan en de uitstroom dan instroom en het ziekteverzuim, onder paraatheid te garanderen wordt de mogelijkheid druk waardoor een capaciteitsprobleem ontstaat binnen geboden in overwerk te gaan e /of mensen uit de de uitrukdienst om de paraatheid te garanderen. ROP ingeschakeld.

Dit kan leiden tot overschrijding van de Arbeidstijdenwet en Arbeidstijdenbesluit. Dit kan leiden tot een boete van de Arbeidsinspectie.

16%

2.300

371

20%

4.500

900

In- en uitlenen van arbeidskrachten

Risico Niet binnen begroting kunnen opvangen van personele kosten buiten nominale ontwikkeling Niet binnen begroting kunnen opvangen van materiële kosten buiten nominale ontwikkeling Wegvallen, danwel afname van opbrengsten uit dienstverlening

Beroepsziekten

Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)

Oorzaak Door de nieuwe systematiek van het toekennen van nominale ontwikkeling bestaat de mogelijkheid dat de nominale ontwikkeling niet voldoende is om de werkelijke loon- en prijsontwikkeling te compenseren. Door de nieuwe systematiek van het toekennen van nominale ontwikkeling bestaat de mogelijkheid dat de nominale ontwikkeling niet voldoende is om de werkelijke loon- en prijsontwikkeling te compenseren. Concurrentie/marktomstandigheden. Bij de BAA gaat het onder andere om inkomsten uit dienstverlening van het opleidingscentrum BOCAS en uit advisering over omgevingswet door Risicobeheersing

Subtotaal kwantificeerbare risico's

Fluctuaties moeten binnen de begroting van het boekjaar worden opgevangen. Het effect betreft 1,5% van de totale lasten van de begroting.

Wegvallen of verlaging van algemene dekkingsmiddelen in het lopende boekjaar. Het effect is gesteld op €1.513k uit overige dienstverlening BOCAS en €827k uit advisering Risicobeheersing i.h.k.v. de Omgevingswet. Als gevolg van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen of Het is denkbaar dat dit leidt tot extra kosten voor traumatische gebeurtenissen bestaat het risico op de brandweer, hetzij door het moeten vergoeden beroepsziekten en bv. PTSS. van geleden schade door de medewerker, hetzij door de werkgever (in het geval van vrijwilligers). Een belangrijk gevolg van de Wnra is de veranderde De positie van vrijwilligers is mogelijk in strijd met positie van vrijwilligers. Europese en interne regelgeving, dit leidt tot hogere (loon-)kosten. Het restrisico na beheersmaatregelen door menselijk Bij het vinden van een aantal fouten boven een handelen in processen en de mogelijkheid tot het maken bepaalde grens kan dit leiden tot een naheffing, van fouten. boete en (8% heffingsrente)

Kans op afwijkingen op de totale stroom van loonbelasting, werkkostenregeling, omzetbelasting en vennootschapsbelasting. (Totaal €28 miljoen) Onrechtmatige aanbesteding en Inkopen gebeurt veelal buiten afdeling inkoop om en/of inkoop. We lopen het risicio dat er niet confrom VrAA inkoopbeleid. sprake is van onvoldoende zekerheden rondom leveringsvoorwaarden, het failissement van een leverancier of het onvoldoende zorgvuldig doorlopen van een Europees aanbestedingstraject. Leveranciers met grote mate van afhankelijkheid zullen eerder procederen om omzet niet te verliezen. Aansprakelijkheid voor De BAA is gehouden aan beroepsmatige handelwijze bij onrechtmatig overheidsoptreden het optreden bij incidenten. Het kan in de praktijk voorkomen dat deze niet worden gevolgd. Gevolgen van terrorisme en cybercrime

Gevolg Fluctuaties moeten binnen de begroting van het boekjaar worden opgevangen. Het effect betreft 1% van de totale lasten van de begroting.

Op grond van de Wet Allocatie Arbeidskrachten Door Niet naleven van deze verplichting kan leiden tot Intermediairs (WAADI) (per 1 juli 2012)is het een ieder het opleggen van een bestuurlijke boete aan degene verboden in Nederland arbeidskrachten door middel van waaraan verplichtingen voortvloeiende uit de wet een onderneming of rechtspersoon ter beschikking te zijn opgelegd. stellen (uitlener) als deze activiteit niet is geregistreerd in Beheersmaatregel is goede check bij Inkoop, CIF én het Handelsregister. P&O en geen inhuur derden zonder toestemming Tevens is de inlener ook verplicht zich te registeren bij vooraf. het Handelsregister. BAA is als inlenende organisatie geregistreerd bij het Handelsregister. Het risico bestaat dat, indien bij de uitlenende organisatie een WAADI registratie voor de betreffende medewerker ontbreekt en om die reden een boete riskeert, BAA eveneens een boete kan verwachten.

10%

100

10

2%

6.000

120

10%

642

64

50%

76

38

5.610

32

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

Bedragen x € 1.000 Niet-kwantificeerbare risico's Risico Overige (onvoorziene) exploitatierisico's VRAA

Dekking operationele dienst

Imagoschade voor VrAA.

Oorzaak Onvoorziene omstandigheden ten aanzien van de reguliere exploitatie. Naast het wegvallen van baten kan de veiligheidsregio worden geconfronteerd met onvoorziene kosten, zoals bijvoorbeeld claims, onbekende gebreken aan gebouwen en andere risico’s. Realiseren dekkingsplan van operationele dienst staat onder druk door hoog ziekteverzuim, Corona, uitstroom, daling van aantal vrijwilligers, achterstand in opleidingen en trainingen en andere roosters. VrAA of 1 van de Veiligheidsregio's komt op een slechte manier in het nieuws. Snel veranderende wet- en regelgeving.

Niet volledig voldoen aan de weten regelgeving. Subtotaal niet kwantificeerbare risico's

Gevolg Mogelijk negatief exploitatiesaldo boekjaar. Overschrijding van de norm van max 1% is niet toegestaan.

Percentag Bedrag e begroting 1% 117.126

Benodigde weerstandscapaciteit 1.171

Opkomsttijden worden niet gerealiseerd en andere afgesproken taken worden ook niet volledig gerealiseerd. Veiligheidsregio's worden minder aantrekkelijk als werkgever. VrAA voldoet niet (volledig) aan bepaalde aspecten van wet- en regelgeving.

Totaal kwantificeerbare en niet kwantificeerbare risico's

1.171 6.781

11.2 Financiering 11.2.1 Treasury Leidend voor de treasuryfunctie is het Treasurystatuut van de Veiligheidsregio, met daarin de volgende uitgangspunten: -

het risico wordt laag gehouden door gebruik te maken van een liquiditeitsplanning en niet toestaan van het gebruik van allerlei risicovolle financiële producten; externe financiering wordt zoveel mogelijk beperkt door interne financieringsbronnen aan te spreken; tijdelijke overschotten worden via Schatkistbankieren ondergebracht bij de het Ministerie van Financiën.

Afhankelijk van de ontwikkelingen in daadwerkelijke investeringen en de ontwikkelingen van reserves en voorzieningen worden mogelijk extra financiële middelen aangetrokken. De kasgeldlimiet en renterisiconorm zijn daarbij kaderstellend. In de gewijzigde begroting 2023 is hier maar beperkt rekening mee gehouden i.v.m. de onzekerheid omtrent de rente en prijspeil ontwikkelingen. 11.2.2 Schatkistbankieren Het wetsvoorstel Schatkistbankieren, waarin alle gemeenschappelijke regelingen en gemeenten verplicht zijn om hun overtollige middelen in de schatkist (SKB-rekening) te storten, is op 15 december 2013 van kracht gegaan. Sinds 2017 boekt huisbankier BNG het banksaldo boven een bedrag van € 0,250 mln. automatisch over naar onze SKB-rekening. Hierdoor is het onmogelijk om boven het bestaande drempelbedrag van € 0,700 mln. uit te komen. 11.2.3 Financiering vaste activa In totaal zijn zeven vaste geldleningen afgesloten (in 2016 ging het om een aantal van drie en in 2019 om een aantal van één). Daarnaast is er begin 2021 een lening met een looptijd van 3 maanden afgesloten, die inmiddels is afgelost. In 2023 is een kortlopende lening afgesloten die tevens in 2023 weer afgelost is. De specificaties staan in het onderstaande overzicht weergegeven. De bedragen zijn weergeven in duizenden euro’s.

33

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

Langlopende schulden (nog voor meer dan 1 jaar) - Detailoverzicht leningen leningnr

Leninggever

40.110960 40.110961 40.110962 40.113266

BNG BNG BNG BNG Totaal

Datum

Hoofdsom

Totale looptijd

Werkelijke rente

Restschuld 31 december 2022

Aflossing in 2023

Restschuld 31 december 2023

x € 1.000

22-dec-16 22-dec-16 22-dec-16 2-dec-19

5.000 8.000 10.000 10.000 33.000

10 jr 15 jr 10 jr 5 jr

x € 1.000

x € 1.000

x € 1.000

0,56% 0,98% 0,99% -0,15%

2.000 4.800 10.000 4.000 20.800

500 533 0 2.000 3.033

1.500 4.267 10.000 2.000 17.767

Werkelijke rente

Restschuld 31 december 2022

Aflossing in 2023

Restschuld 31 december 2023

0,95% 3,25%

10.000 0 10.000

10.000 10.000 20.000

0 0 0

Kortlopende schulden (nog minder dan 1 jaar) - Detailoverzicht leningen leningnr

Leninggever

574889 BNG 592482 BNG Totaal

Datum

Hoofdsom

Totale looptijd

16-aug-22 14-feb-23

10.000 10.000 20.000

184 dagen 6 maanden

11.2.4 Renterisiconorm De Wet Fido begrenst via de renterisiconorm het deel van de totale langlopende schuld dat in een gegeven jaar een renterisico mag hebben. De renterisiconorm bepaalt dat het bedrag van de langlopende schuld dat binnen een gegeven jaar verplicht moet worden afgelost, of waarvan de rente moet worden herzien, maximaal 20% van het begrotingstotaal mag bedragen. Het doel van deze norm is dat de portefeuille van langlopende leningen zodanig over de jaren verdeeld is, dat het renterisico dat voortkomt uit herfinanciering en renteherzieningen gelijkmatig wordt gespreid. In onderstaande tabel zijn de gegevens met betrekking tot de renterisiconorm opgenomen. Bedragen x € 1.000

Renterisiconorm

2023

2024

2025

2026

2027

A. Renteherzieningen B. Aflossingen

-

-

-

-

-

-

30.800

3.033

1.033

11.033

533

533

C. Renterisico (A + B)

30.800

3.033

1.033

11.033

533

533

D. Begrotingstotaal

114.191

113.732

123.786

122.947

123.758

122.654

E. Renterisiconorm (D * 20%)

22.838

22.746

24.757

24.589

24.752

24.531

Ruimte (+) / overschrijding (-) (E - C)

7.962- +

19.713 +

23.724 +

13.556 +

24.219 +

23.998

2028

Het renterisico van de veiligheidsregio ligt in de jaren 2024 t/m 2028 grofweg tussen € 1 mln. en € 11 mln. Dit risico ligt alle jaren binnen de renterisiconorm, die zich in die periode bevindt op afgerond € 25 mln. 11.2.5 Kasgeldlimiet De Wet Fido begrenst middels de kasgeldlimiet de maximale kortlopende schuld. Deze limiet bepaalt dat de kortlopende schuld maximaal 8,2% van het begrotingstotaal mag zijn. De eindstand van het betreffende boekjaar wordt getoetst aan het bedrag van de kasgeldlimiet. In onderstaande tabel zijn de betreffende gegevens opgenomen. Bedragen x € 1.000

Kasgeldlimiet

2023

2024

2025

2026

2027

2028

A. Begrotingstotaal B. Kasgeldlimiet (A * 8,2%)

114.191

113.732

123.786

122.947

123.758

122.654

9.364

9.326

10.150

10.082

10.148

10.058

C. Netto kortlopende schuld Ruimte (+) / overschrijding (-) (B - C)

15.621 6.258- +

7.819 1.507 +

7.819 2.331 +

7.819 2.262 +

7.819 2.329 +

7.819 2.238

34

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

11.3 Investeringen Onderstaande tabel bevat een overzicht van de geplande investeringen in de komende vijf jaar. Investeringen (bedragen x € 1.000)

2024 primitief

2024 gewijzigd

2025

2026

2027

2028

1 Kleine Voertuigen en aanhangers 10 Uniformen 11 Vaartuigen 2 Grote voertuigen 3 Inventaris voertuigen 4 Persoonlijke Beschermingsmiddelen 7 Tele- Communicatieapparatuur 8 Inventaris gebouwen en apparatuur 9 Grond en gebouwen Overig Totaal

78 8.805 1.000 393 150 288 10.714

1.051 951 280 9.598 457 1.069 773 8.829 378 23.386

121 15.510 421 393 433 4.839 322 22.039

45 300 40 393 255 6.022 394 7.449

1.130 3.900 281 1.148 393 150 282 7.284

120 2.250 48 418 493 150 282 3.761

De gewijzigde investeringsbegroting 2024 is met € 23 miljoen ruim hoger dan de primitieve begroting van € 11 miljoen. Dit komt vooral door bekend geworden investeringen in kazerne Hendrik, doorschoven investeringen vanuit 2023 en indexering. Toelichting: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

10.

Kleine voertuigen en aanhangers: de geplande investeringen zijn naar 2024 doorgeschoven; Uniformen: de investering is naar 2024 verplaatst. De VrAA doet mee met het NIPV. Vermoedelijk uitlevering uniformen in 2024; Vaartuigen: de geplande investering was in 2022 en is doorgeschoven naar 2024. Grote voertuigen: de aankoopprijzen zijn geactualiseerd; Inventaris voertuigen: de geplande investeringen zijn doorgeschoven naar 2024; Persoonlijke beschermingsmiddelen: de geplande investeringen zijn doorgeschoven naar 2024; Telecommunicatieapparatuur: hierin zit een structureel budget voor de vervanging van kantoorapparatuur; In 2025 worden investeringen in inventaris voor kazerne Hendrik voorzien. Grond en gebouwen: in 2023 was de renovatie kazerne Dirk begroot en is inmiddels geactiveerd. De overige gebouw gerelateerde investeringen zijn naar 2024 doorgeschoven. Het grootste deel van de investering 2024 is de renovatie van kazerne Hendrik in 2024 en 2025 (opgeteld € 12,2 mln). Overig: hierin zitten stelposten voor brandweerspecifieke kosten en overige materiële investeringen.

11.4 Kapitaalgoederen In het Strategisch vastgoedplan 2020-2030 VrAA (vastgesteld door het bestuur op 21 september 2020) is een overzicht gegeven van de vastgoedlocaties in de regio, met ambities voor de toekomst en een overzicht van de diverse financiële aspecten. Zodra al het vastgoed in eigendom van de Veiligheidsregio is (dit namelijk nog niet het geval voor de kazernes Aalsmeer en Duivendrecht) zal het systeem rondom en de hoogte van de maatwerkbijdrage opnieuw tegen het licht worden gehouden i.v.m. de verandering van het eigendom. Begin 2022 is het eigendom van de kazerne Weesp overgedragen aan VrAA. 35

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

Het onderhoud van gebouwen wordt uitgevoerd op basis van een meerjarenplanning. De kosten worden geëgaliseerd via de daarvoor gevormde voorziening(en). Jaarlijks vindt bijstelling van de meerjarenplanning plaats door een nieuwe opname en inventarisatie van de stand van zaken. Omdat de individuele voorzieningen per gemeente separaat worden geadministreerd, kan per gemeente een bijstelling worden doorgevoerd. Van bestedingen aan andere doeleinden dan het vastgoed binnen de betreffende gemeente kan simpelweg vanuit het oogpunt van rechtmatigheid geen sprake zijn. Ook de accountant ziet hier op toe. Het onderhoud van de voertuigen en overig materieel (waaronder de blusboot) vindt plaats op basis van een planning die is eveneens vastgelegd in een geautomatiseerd systeem. De kosten hiervan lopen echter niet via een voorziening 11.5 Verbonden partijen Een verbonden partij is volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de veiligheidsregio zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder een financieel belang wordt verstaan een aan de verbonden partij ter beschikking gesteld bedrag dat niet verhaalbaar is indien de verbonden partij failliet gaat (het bedrag waarvoor aansprakelijkheid bestaat indien de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt).

Onder een bestuurlijk belang wordt verstaan zeggenschap, via vertegenwoordiging in het bestuur of via stemrecht. Dit houdt concreet in dat er sprake is van een bestuurlijk belang als een burgemeester of ambtenaar van de veiligheidsregio namens de veiligheidsregio in het bestuur van de verbonden partij plaatsneemt of namens de veiligheidsregio stemt. Dit houdt in dat organisaties waar bijvoorbeeld enkel sprake is van een financieel belang niet worden gezien als een verbonden partij. Bij verbonden partijen gaat het om privaatrechtelijke, publiekrechtelijke organisaties en publiek-private samenwerkingen (PPS). VrAA kent vier verbonden partijen, namelijk de Gezamenlijke Brandweer Amsterdam (GBA) en de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s en de werkgeversvereniging WVSV.

36

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

12. Financiële begroting VrAA 12.1 Overzicht van baten en lasten en meerjarenbegroting VrAA bedragen x € 1.000

Primitieve Gewijzigde Begroting Begroting begroting begroting 2025 2026 2024 2024

VrAA

Rekening 2023

prijspeil

2023

2023

2024

2024

2024

2024

2024

Baten Uitgeleend personeel Huren Overige goederen en diensten Rijksbijdragen Gemeentelijke bijdragen Bijdragen gemeenschappelijke regelingen Rentebaten Totale baten

410 82 4.285 12.611 95.236 1.250 179 114.052

389 112 4.080 12.611 94.748 1.250 113.189

559 112 3.054 13.447 104.015 1.250 122.437

559 112 3.004 14.121 103.885 1.250 122.931

374 112 3.004 14.542 105.011 1.250 124.292

374 112 3.004 14.542 104.586 1.250 123.867

374 112 3.004 14.542 104.586 1.250 123.867

Lasten Salarissen en sociale lasten Belastingen Duurzame goederen Ingeleend personeel Overige goederen en diensten Rente Mutatie egalisatievoorz. kapitaallasten Afschrijvingen Totale lasten

74.912 28 160 5.817 24.878 464 1.377 6.555 114.191

77.637 30 92 2.390 25.813 1.081 5307.221 113.732

81.744 30 124 4.514 28.684 1.019 1.557 6.114 123.786

81.842 30 68 3.563 28.754 1.257 2027.635 122.947

81.932 30 68 3.296 29.742 1.370 1.5648.884 123.758

81.086 30 68 3.221 29.559 1.278 1.3418.753 122.654

81.086 30 68 3.221 29.559 1.278 1.3418.753 122.654

139-

544-

1.349-

17-

534

1.213

1.213

RESERVES Onttrekkingen Dotaties Mutaties in reserves

1.843 434 1.409

1.230 686 544

2.131 782 1.349

881 864 17

308 842 534-

125 1.338 1.213-

125 1.338 1.213-

Resultaat

1.270

-

-

-

-

-

-

Saldo van baten en lasten

Begroting Begroting 2027 2028

In de programma’s en paragrafen zijn op de functie van de VrAA gerichte redenen voor mutaties toegelicht. Bovenstaande begroting betreft een categorale (op basis van kostensoorten) weergegeven meerjarenbegroting. Hieronder volgt een toelichting op de belangrijkste mutaties per categorie: -

-

Baten in overige goederen en diensten dalen doordat minder baten vanuit het opleidingscentrum Bocas verwacht worden; De mutaties van de gemeentelijke bijdragen zijn voor wat betreft de begrotingswijziging 2024 in een separaat document “Begrotingswijzigingen 2024” toegelicht. De mutaties na 2024 zijn toegelicht in het hoofdstuk algemene dekkingsmiddelen; Salarissen en sociale lasten stijgen in de gewijzigde begroting voornamelijk door indexering. De primitieve begroting 2024 van de VrAA is opgesteld op prijspeil 2024, waar de indexering naar 2024 in een begrotingswijziging meegenomen wordt. Vervolgens wordt extra personeel (blikkies) ingezet in verband met de extra gelden uit het no-regretpakket, de stijging in de BdUR en toevoeging taken Bevolkingszorg.

37

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

-

Een daling op ingeleend personeel wordt begroot waardoor om nog een extra reden naast de hiervoor genoemde redenen de kosten van personeel in loondienst stijgt. Rente, afschrijvingen en de mutatie egalisatievoorziening kapitaallasten wisselen per jaar maar zijn opgeteld gelijk over 2024-2028. Dotaties en onttrekkingen aan reserves worden separaat in dit document toegelicht.

12.2 Specificatie van grotere posten Overige goederen (baten). bedragen x € 1.000

Gewijzigde begroting 2024 BHV extern BOCAS 450 Buitengewone baten 415 Extern gefinancierde activ. 93 Externe overige opbr. BOCAS 990 Oefenen externen 75 Opbrengst advisering 666 Opbrengst overige dienstverlening 155 Opleidingen externen BOCAS 200 Uitkering verzekering materieel / gebouwen 10 Totaal 3.054

Overige goederen en diensten (baten)

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

450 415 93 990 75 666 105 200 10 3.004

450 415 93 990 75 666 105 200 10 3.004

450 415 93 990 75 666 105 200 10 3.004

450 415 93 990 75 666 105 200 10 3.004

Het overgrote deel van de opbrengsten betreffen activiteiten door BOCAS voor externen. Overige dienstverlening bestaat vooral uit detacheringen, waarvoor opbrengsten worden ontvangen. De uitkering van verzekeringen betreft materieel en gebouwen. Overige goederen en diensten (lasten) bedragen x € 1.000

Overige goederen en diensten (lasten) Apparatuur en materialen BOCAS Huisvesting Kantoor Opleidingen Overig Personeelgerelateerd Telefonie Voertuigen Totaal

Gewijzigde begroting 2024 1.255 829 6.125 237 3.348 7.071 5.226 2.686 1.907 28.684

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

864 829 6.093 237 3.683 7.409 5.117 2.615 1.907 28.754

864 829 6.093 237 3.868 8.182 5.147 2.615 1.907 29.742

864 829 6.093 237 3.868 7.999 5.147 2.615 1.907 29.559

864 829 6.093 237 3.868 7.999 5.147 2.615 1.907 29.559

Kosten van huisvesting betreft bijvoorbeeld huur en energie, maar ook de dotatie aan de voorziening groot onderhoud. De post overig betreft de bijdrage aan de GHOR, de GBA en het NIPB, juridische kosten, accountantskosten en de bijdrage aan het expertisebureau en het waarborgfonds.

12.3 Structureel begrotingssaldo meerjarenbegroting VrAA In de notitie structurele en incidentele baten en lasten (d.d. 30 augustus 2018) adviseert de commissie BBV het structurele begrotingssaldo te presenteren. Hiermee wordt inzicht gegeven of de begroting en meerjarenraming structureel in evenwicht zijn. De incidentele baten en lasten

38

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

beïnvloeden het structureel begrotingssaldo. Incidentele lasten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo positief en incidentele baten beïnvloeden het structureel begrotingssaldo negatief. bedragen x € 1.000

Structureel begrotingssaldo Saldo van baten en lasten (+ is batig) Toevoegingen en onttrekkingen aan reserves (saldo) Begrotingssaldo na bestemming (+ is batig) Waarvan incidentele baten en lasten (saldo) Structureel begrotingssaldo

Rekening 2023 -139 1.409 1.270 2.300 -1.030

Primitieve Gewijzigde begroting begroting 2024 2024 -544 -1.349 544 1.349 0 0 0 0 0 0

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

-17 17 0 0 0

534 -534 0 0 0

1.213 -1.213 0 0 0

1.213 -1.213 0 0 0

12.4 Geconsolideerde geprognosticeerde balans VrAA en financiële kengetallen 12.4.1 Algemeen De begroting is opgesteld met inachtneming van het “Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten” en de financiële verordening VrAA met de bijbehorende nota’s. 12.4.2 Waardering De vaste activa zijn gewaardeerd op basis van historische aanschafwaarde onder aftrek van de afschrijvingen. De afschrijvingen vinden bij de meeste activa lineair plaats en zijn afhankelijk van de verwachte economische levensduur, waarbij geen rekening wordt gehouden met restwaarden. Op grond wordt niet afgeschreven. Op verzoek van de gemeenten Amstelveen en Diemen vindt er annuïtaire afschrijving plaats op het maatwerk om de kapitaallasten gelijkmatig over de tijd te spreiden. Met ingang van 2022 maakt VrAA gebruik van een nieuw financieel en logistiek softwarepakket en is daarmee overgestapt op het waarderen van de voorraden op basis van de fifo-regel (first-in firstout). Daarvoor werd de vaste verrekenprijs (v.v.p.) gebruikt. De investeringen die nog niet opgeleverd zijn in het lopende jaar, worden per ultimo boekjaar als onderhanden werk (activa in uitvoering) in de jaarrekening verantwoord. -

-

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde, onder aftrek van een voorziening voor het risico van oninbaarheid. Liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Onder het eigen vermogen zijn opgenomen de algemene reserves, de bestemmingsreserves en het saldo van de rekening van baten en lasten. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de voorzienbare verplichting, het verlies en/of risico’s, voor zover de omvang hiervan redelijkerwijs is in te schatten. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De kortlopende schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde.

In bovenstaande overzichten is de geprognosticeerde meerjarenbalans opgenomen. Hiervoor zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: -

De materiele vaste activa zijn berekend op basis van de afschrijvingen en meerjaren investeringsbegroting; De voorraden zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; De vorderingen zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren;

39

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

-

Het restant van de benodigde middelen wordt gefinancierd middels een leningenportefeuille bij de BNG; De ontwikkeling van de algemene reserve, de bestemmingsreserve en de voorzieningen is gebaseerd op de meerjarenramingen; De overlopende activa en passiva zijn berekend op basis van het gemiddelde van de afgelopen jaren; Het banksaldo is de resultante van alle overige mutaties.

12.4.3 Verloopstaten vaste activa en reserves Voor het opstellen van de geprognosticeerde balans worden de volgende verloopstaten gehanteerd: Gewijzigde begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

Boekwaarde vaste activa start jaar

82.032

99.304

113.708

112.273

110.804

Investeringen

23.386

22.039

7.449

7.284

3.761

Desinvesteringen Afschrijvingen

6.114

7.635

8.884

8.753

8.753

Boekwaarde vaste activa einde jaar

99.304

113.708

112.273

110.804

105.812

Gewijzigde begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

Algemene reserve start jaar

10.248

10.248

10.248

10.248

10.248

Resultaat lopend boekjaar

-

-

-

-

-

10.248

10.248

10.248

10.248

10.248

Gewijzigde begroting 2024

begroting 2025

begroting 2026

begroting 2027

begroting 2028

Bestemmingsreserves start jaar

12.556

11.207

11.190

11.724

12.937

Onttrekkingen Dotaties

2.131 782

881 864

308 842

125 1.338

125 1.338

Bestemmingsreserves einde jaar

11.207

11.190

11.724

12.937

14.150

Verloopstaat Vaste Activa

Verloopstaat algemene reserve

Algemene reserve einde jaar

Verloopstaat bestemmingsreserves

40

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

12.4.4 Geprognosticeerde balans Vervolgens ontstaat op basis van bovenstaande verloopstaten de volgende meerjarige balans: Geprognosticeerde balans

Ultimo 2023

Ultimo 2024

Ultimo 2025

Ultimo 2026

Ultimo 2027

Ultimo 2028

ACTIVA Vaste activa Voorraden

82.032 3.325

99.304 838

113.708 838

112.273 838

110.804 838

105.812 838

Vorderingen

1.575

1.575

1.575

1.575

1.575

1.575

Liquide middelen Overlopende activa

35 1.326

35 1.326

35 1.326

35 1.326

35 1.326

35 1.326

Totaal activa

88.293

103.079

117.483

116.048

114.579

109.587

PASSIVA Algemene reserve (excl. result. Boekjr.)

8.978

10.248

10.248

10.248

10.248

10.248

Resultaat boekjaar

1.270

-

-

-

-

-

Bestemmingsreserves Voorzieningen

12.556 24.966

11.207 22.538

11.190 23.206

11.724 23.235

12.937 22.639

14.150 21.174

Langlopende schulden

17.767

44.131

57.884

55.886

53.800

49.060

Kortlopende schulden Overlopende passiva

15.656 7.100

7.854 7.100

7.854 7.100

7.854 7.100

7.854 7.100

7.854 7.100

Totaal passiva

88.293

103.079

117.483

116.048

114.579

109.587

12.4.5 Financiële kengetallen In het BBV Wijzigingsbesluit van 15 mei 2015 is in artikel 11 een nieuw onderdeel over (financiële) kengetallen toegevoegd. Het opnemen van kengetallen in de begroting en rekening past in het streven naar meer transparantie en omdat daarmee wordt beoogd provinciale staten, de raad en besturen van openbare lichamen in staat te stellen gemakkelijker inzicht te krijgen in de financiële positie en over de baten en de lasten. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende de aspecten die het bestuur en de gemeenteraden in hun beoordeling van de financiële positie moeten betrekken om daar een verantwoord oordeel over te kunnen geven. Voor veiligheidsregio’s zijn de volgende kengetallen relevant: - netto schuldquote; - netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; - solvabiliteitsratio; - structurele exploitatieruimte; - EMU-saldo. In de onderstaande tabellen zijn de kengetallen van de VrAA weergegeven. Netto schuldquote en netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen De twee kengetallen 'netto schuldquote' en de 'netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen' zijn voor VrAA identiek aangezien zij geen leningen aan derden verstrekt.

De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de veiligheidsregio ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 206). De netto schuldquote (en ook de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen) van de veiligheidsregio voor de rekening 2023, gewijzigde begroting 2024 zijn respectievelijk 36,0% en 55,1%. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ (2013) is aangegeven dat wanneer een schuld lager is dan het begrotingstotaal (de quote is <100%), dit als voldoende kan worden bestempeld en boven de 130% als onvoldoende. De percentages van de veiligheidsregio liggen ruim binnen de normen van de VNG. 41

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

Bedragen x € 1.000 Rekening 2023

Gewijzigd 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Ratio netto schuldquote (A+B+C-D1-E-F-G)/H*100% Ratio netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D2-E-F-G)/H*100%

36,0%

55,1%

64,6%

62,8%

60,9%

56,5%

36,0%

55,1%

64,6%

62,8%

60,9%

56,5%

A. Een raming van het totaal van de vaste schulden.

17.767

44.130

57.883

55.885

53.799

49.059

B. Een raming van het totaal van de netto vlottende schulden.

15.656

7.854

7.854

7.854

7.854

7.854

C. Een raming van het totaal van de overlopende passiva.

7.100

7.100

7.100

7.100

7.100

7.100

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Omschrijving kengetal

D1. Het totaal saldo van de financiële vaste activa, genoemd in artikel 36, onderdelen d,e en f, van het BBV provincies en gemeenten. D2. Het totaal saldo van de financiële vaste activa, genoemd 36, onderdelen b,c,d,e en f, van het BBV provincies en gemeenten. E. Een raming van het totaal van de uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar. F. Een raming van het totaal van alle liquide middelen. G. Een raming van het totaal van de overlopende activa. H. Het geraamde totaal saldo van de baten, exclusief de mutaties reserves.

1.575

1.575

1.575

1.575

1.575

35

35

35

35

35

35

1.326

1.326

1.326

1.326

1.326

1.326

104.404

101.891

108.144

108.143

108.143

108.143

1.575

Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio drukt het eigen vermogen uit als een percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 2016). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van veiligheidsregio. De solvabiliteitsratio’s van de veiligheidsregio voor de rekening 2023 en gewijzigde begroting 2024 zijn respectievelijk 25,8% en 20,8%. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ (2013) is aangegeven dat wanneer een solvabiliteitsratio hoger is dan 30% dit als voldoende kan worden bestempeld en lager dan 20% als onvoldoende. De percentages van de veiligheidsregio komen op langere termijn dus zwaar onder druk te staan. Bedragen x € 1.000 Rekening 2023

Gewijzigd 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

Solvabiliteitsratio A/B*100%

25,8%

20,8%

18,2%

18,9%

20,2%

22,3%

A. Een raming van het totale eigen vermogen.

22.804

21.456

21.439

21.973

23.186

24.399

B. Een raming van het totaal van de passiva.

88.293

103.078

117.482

116.047

114.579

109.587

Omschrijving kengetal

De structurele exploitatieruimte De structurele exploitatieruimte wordt bepaald door de optelsom van het saldo van de structurele baten en lasten en het saldo van de structurele onttrekkingen en toevoegingen aan reserves te delen door de totale baten, uitgedrukt in een percentage. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken (Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden, jaargang 2015, 206). De ratio’s structurele exploitatieruimte van de Veiligheidsregio voor de rekening 2023 en gewijzigde begroting 2024 zijn -1,8% en -0,1 % . Dit betekent dat de structurele baten in 2024 en verder niet altijd toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Duidelijk is dat extra (incidentele) baten noodzakelijk zijn om de ambities te kunnen realiseren en tegelijkertijd de bezetting op peil te houden gezien het hoge ziekteverzuim en diverse openstaande vacatures. Het is nodig om extra uitrukpersoneel te werven en op te leiden. Daarnaast is een incidentele impuls nodig voor onder meer de verdere inrichting van het HRM-pakket en de

42

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

doorontwikkeling van het in 2022 in gebruik genomen financieel en logistiek pakket. In de periode 2024 t/m 2027 is het percentage niet toereikend. Bedragen x € 1.000 Omschrijving kengetal Ratio structurele exploitatieruimte ((B-A)+(D-C))/E*100%

A. Structurele lasten = het totaal van de geraamde lasten minus het geraamde totaal van de incidentele lasten per programma. B. Structurele baten = het geraamde totaal van de baten minus het geraamde totaal van de incidentele baten per programma C. Het beoogde totaal van de structurele toevoegingen aan de reserves voor het overzicht. D. Het totaal van de structurele onttrekkingen aan de reserves voor het overzicht. E. Het geraamde totaal van de baten, exclusief de mutaties reserves.

Rekening 2023

Gewijzigd 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

-1,8%

-0,1%

-1,6%

-0,7%

-0,6%

0,0%

114.191

113.732

123.786

122.947

123.758

122.654

111.752

113.189

122.437

122.931

124.292

123.867

434

782

864

842

1.338

1.338

985

1.257

525

125

125

125

104.404

101.891

108.144

108.143

108.143

108.143

EMU-saldo Het EMU-saldo geeft inzicht in hoe de uitgaven zich verhouden tot de inkomsten in een jaar (en hoe investeringen in een jaar zich verhouden tot de afschrijvingen). Bij een negatief EMU-saldo besteedt de Veiligheidsregio meer geld dan dat zij ontvangt (en overstijgen de investeringen de afschrijvingen), bij een positief EMU-saldo is dit andersom. Het EMU-saldo gaat niet uit van baten en lasten, maar gaat uit van ontvangsten en uitgaven, berekend op transactiebasis en overeenkomstig de voorschriften van het Europese systeem van nationale en regionale rekeningen in de Europese Unie. Investeringen tellen bijvoorbeeld niet mee in het stelsel van baten en lasten, waarbij wordt uitgegaan van de kapitaallasten van de investeringen. Investeringen in een jaar tellen echter wel volledig mee in het EMU-saldo. Bij een sluitende begroting kan een gemeente daardoor toch een negatief EMU-saldo hebben. Bedragen x € 1.000 EMU-Saldo EMU-Saldo (A+B+C-D+E+F-G+H-I-J-K)

Rekening 2023

Gewijzigd 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

-4.622

-19.137

-16.606

199

1.538

4.740

A. Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves.

-139

-544

-1.349

-17

534

1.213

B. Afschrijvingen ten laste van de exploitatie. C. Bruto dotaties aan de post voorzieningen ten laste van de exploitatie minus de vrijval van de voorzieningen ten bate van de exploitatie. D. Investeringen in (im)materiële vaste activa die op de balans worden geactiveerd. E. Baten uit bijdragen van andere overheden, de Europese Unie en overigen, die niet op de exploitatie zijn verantwoord en niet al in mindering zijn gebracht bij post D. F. Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa: Baten uit desinvesteringen in (im)materiële vaste activa (tegen verkoopprijs), voor zover niet op exploitatie verantwoord.

6.555

7.221

6.114

7.635

8.884

8.753

810

-2.428

668

29

-596

-1.465

11.848

23.386

22.039

7.449

7.284

3.761

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

G. Aankoop van grond en de uitgaven aan bouw-, woonrijp maken e.d. (alleen transacties met derden die niet op de exploitatie staan) H. Baten bouwgrondexploitatie: Baten voorzover transacties niet op exploitatie verantwoord. I. Lasten op balanspost Voorzieningen voorzover deze transacties met derden betreffen.

-

-

-

-

-

-

J. Lasten ivm transacties met derden, die niet via de onder post A genoemde exploitatie lopen, maar rechtstreeks ten laste van de reserves (inclusief fondsen en dergelijke) worden gebracht en die nog niet vallen onder één van bovenstaande posten.

-

-

-

-

-

-

K. Verwachte boekwinst op exploitatie van verkoop van effecten.

-

-

-

-

-

-

43

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

12.5 Toelichting mutaties reserves 12.5.1 Onttrekkingen aan de reserves bedragen x € 1.000

Onttrekkingen VrAA

Algemene reserve Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Strategisch HRM Bestemmingsreserve Informatiebesturing Bestemmingsreserve Mobiliteit Bestemmingsreserve Innovatie Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen Totaal

Begroting 2024

Gewijzigde begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

125

125

125

125

125

125

318 371

97 75

1.132 184

400 184

183

2.130

881

308

125

125

860 244

1.229

De reserve WW staat meerjarig steeds hetzelfde begroot. Nadruk aan onttrekkingen ligt bij HRM, informatie en innovatie reserves. Onttrekkingen vinden plaats op basis van begrote kosten in dat jaar die specifiek binnen het doel van de bestemmingsreserve passen en daarmee gedekt worden uit die bestemmingsreserve. 12.5.2 Dotaties aan de reserves bedragen x € 1.000

Dotaties VrAA

Algemene reserve Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Strategisch HRM Bestemmingsreserve Informatiesturing Bestemmingsreserve Mobiliteit Bestemmingsreserve Innovatie Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen Reserve GHOR Totaal

Begroting 2024

434

Gewijzigde begroting 2024

Begroting 2025

Begroting 2026

Begroting 2027

Begroting 2028

348

630

842

1.338

1.338

434

234

-

-

-

782

864

842

1.338

1.338

251 685

De meerjarige dotaties aan de FLO reserve hangt vanaf de gewijzigde begroting 2024 samen met de afschaffing van de werkgeversbijdrage. De dotatie aan de bestemmingsreserve Innovatie is ter zodanige aanvulling dat een voldoende saldo ontstaat om het aanvangsverlies op calamiteitencoördinatoren (extra kosten minus dekking uit het no-regretpakket) te dekken. De dekking uit het no-regretpakket stijgt over de jaren 2024-2026.

44

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

12.5.3 Stand van de reserves bedragen x € 1.000

Stand rekening 2023

Stand gewijzigd 2024

Stand begroting 2025

Stand begroting 2026

Stand begroting 2027

Stand begroting 2028

Algemene reserve Resultaat lopend boekjaar Bestemmingsreserve WW Bestemmingsreserve Vastgoed Amsterdam Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Bestemmingsreserve Strategisch HRM Bestemmingsreserve Informatiesturing Bestemmingsreserve Mobiliteit Bestemmingsreserve Innovatie Bestemmingsreserve Opleiden en Oefenen

8.978 1.270 1.038 5.651 2.526 414 978 48 1.348 551

10.248

10.248

10.248

10.248

10.248

913 5.651 2.874 96 607 48 650 367

788 5.651 3.504 1532 48 450 183

663 5.651 4.346

538 5.651 5.684

413 5.651 7.022

532 48 450 0-

532 48 450

532 48 450

Totaal

22.804

21.456

21.405

21.939

23.152

24.365

Stand reserves VrAA

Bovenstaande tabel is de stand van de reserves en betreft het saldo van onttrekkingen en dotaties. De HRM reserve is eind 2025 leeg. De reserve opleiden en oefenen is een jaar later leeg. bedragen x € 1.000

Verloop Bestemmingsreserve FLO Amsterdam Start jaar Dotatie Onttrekking Saldo dotaties onttrekkingen Einde jaar

Stand rekening 2023

2.526

Stand gewijzigd 2024 2.526 7.928 7.580348 2.874

Stand begroting 2025 2.874 7.928 7.298630 3.504

Stand begroting 2026 3.504 7.928 7.086842 4.346

Stand begroting 2027 4.346 7.928 6.5901.338 5.684

Stand begroting 2028 5.684 7.928 6.5901.338 7.022

45

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

12.6 Tarieventabel BAA

46

Ontwerp Programmabegroting 2025 - 2028

12.7 Taakvelden

Taakvelden bedragen x € 1.000 0 Bestuur en ondersteuning 0.4 Overhead 0.9 Vennootschapsbelasting 0.10 Mutatie reserves 1 Veiligheid 1.1 Crisisbeheersing en brandweer 7 Volksgezondheid en Milieu 7.1 Volksgezondheid

Gewijzigd 2024 lasten baten -355

saldo

2025 saldo

2026 saldo

2027 saldo

2028 saldo

23.488 30 -17

24.546 30 534

24.363 30 1.213

24.363 30 1.213

23.794 30 782

-2.131

23.438 30 -1.349

96.862

-3.370

93.492

92.654

92.593

91.672

91.672

3.100

3.100

3.100

3.100

3.100

-118.712

-119.256

-120.803

-120.378

-120.378

0

0

0

0

0

3.100

Totaal lasten en mutatie reserves Dekkingsbronnen 0 Bestuur en ondersteuning 0.11 Resultaat

-118.712

47

Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland Bezoekadres: Ringdijk 98, 1097 AH Amsterdam Postadres: Postbus 92171, 1090 AD Amsterdam Telefoon: 020 555 6550 Website: veiligheidsregioaa.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14296788/1