CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Onderzoeksrapport Alleen ga je sneller maar samen kom je verder d.d. 11 juni 2025

Raadscommissie Stadsontwikkeling 3 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief heroriëntatie Masterplan Zuidoost met bijbehorende evaluatierapport 'Drie jaar Masterplan Zuidoost' en onderzoeksrapport 'Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder (2025)' (VN2025-011101)37.620 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

met name bij actieve bewoners de wens versterkt om hier ook als volwaardige partner onderdeel van uit te maken. Bewoners hebben nog geen duidelijke formele rol in de alliantie, maar het streven is wel vanaf het begin geweest om hen op basis van gelijkwaardigheid te betrekken. Er zijn verschillende perspectieven die verschillende verhoudingen tussen de alliantiepartners impliceren en daarmee ook verschillende consequenties hebben voor de gelijkwaardigheid tussen partners. In het perspectief van sommigen moet de gemeente in de lead blijven, omdat de gemeente de schakel vormt tussen middelen die beschikbaar worden gesteld vanuit het Rijk, en de besteding daarvan op lokaal niveau. In dit perspectief klinkt vertrouwen door in de bestaande structuren van de representatieve democratie. Gekozen volksvertegenwoordigers zetten de lijnen uit voor beleid, en ambtenaren voeren de regie over de uitvoering, waar mogelijk in afstemming met bewoners. De verantwoordelijkheid voor de besteding van publieke middelen ligt bij de overheid, en de procedures waarbinnen bewoners en andere partners input kunnen geven op beleid worden ook door de overheid uitgezet. In het perspectief van anderen zou de alliantie moeten zorgen voor een horizontale samenwerking tussen meerdere gelijkwaardige partijen.

Deze partijen zijn verschillend en hebben verschillende expertises en verantwoordelijkheden, maar kunnen alleen samen zorgen voor de gewenste structurele doorbraken in het stadsdeel. In dit perspectief klinkt een behoefte door aan meer ‘collaborative governance’. In een praktijk van collaborative governance gaan stakeholders ervan uit dat partijen die sterk van elkaar verschillen elkaar nodig hebben om tot een passende oplossing te komen voor complexe grootstedelijke vraagstukken, omdat één type stakeholder niet alleen voor benodigde systemische doorbraken kan zorgen (Emerson et al., 2012). Om hardnekkige patronen van achterstelling te doorbreken in Zuidoost moeten verschillende stakeholders met elkaar samenwerken aan beleid over de grenzen van overheden, publieke instituties, maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewonersinitiatieven heen. Om goed te kunnen samenwerken zouden deze stakeholders beslissingsbevoegdheid moeten delen en op een gelijkwaardige manier invloed moeten hebben op het proces van beleidsvorming en op het vaststellen van de opgaven waar dit beleid op gericht moet zijn. Deze twee perspectieven kwamen bijvoorbeeld tot uitdrukking in de uitleg die twee van onze gesprekspartners hadden bij het beeld dat volgens hen de samenwerking rondom het Masterplan het beste verbeeldde. We spraken deze personen in twee verschillende groepsgesprekken.

Ze kozen afzonderlijk van elkaar hetzelfde beeld uit en gaven daar een verschillende interpretatie van.

30

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

“De taart is gewoon ons dagelijks werk. We zijn de hele dag aan het aansturen, aan het tweaken zullen we maar zeggen, om het allemaal goed te krijgen. En het mooie van het Masterplan was, vond ik, dat we gewoon extra geld kregen om dingen te doen. Dan kunnen we namelijk meer dingen doen. Dat Masterplan zou de kers moeten zijn die maakt dat de taart nog beter wordt.” - betrokkene Stopera “Ik zie het zo dat we nu nog allemaal afzonderlijk, verschillende ingrediënten zijn. Maar we moeten bij elkaar gaan komen en die taart gaan vormen. We hebben verschillende smaakjes nodig. Je kunt niet van één ingrediënt een lekkere taart maken.” - actieve bewoner Deze verschillende perspectieven op de vorm van besturen die het beste zou passen bij het Masterplan hebben consequenties voor de verwachtingen die partijen van elkaar hebben in de samenwerking. Sommige betrokkenen vinden het vanzelfsprekend dat ambtelijk opdrachtgevers van de gemeente veel zeggenschap hebben in de doorbraakteams. Anderen ervaren dat er sprake is van een impliciete hiërarchie die het lastig maakt om in gelijke mate bij te dragen aan het proces van ontwikkeling van het Masterplan. Zo vertelden verschillende betrokkenen van bedrijven en maatschappelijke organisaties ons dat het lastig is om tot een gelijkwaardige samenwerking te komen als bewoners met een andere status aan tafel zitten dan zij zelf.

Dit heeft niet alleen te maken met formele beslissingsbevoegdheid, maar ook met de mate waarin hun inbreng serieus wordt genomen en in hoeverre zij ondersteund worden bij en gecompenseerd worden voor hun rol in het geheel. ‘Hoe doe je dat dan met mensen uit die wijk zelf? Het eerste wat opvalt, is dat je dan gaat nadenken met een aantal mensen aan tafel, en dan krijgt iedereen voor zijn uren betaald. Behalve de bewoners die aan tafel zitten om mee te denken. Want die doen namelijk vrijwillig mee, dus er zit eigenlijk al ongelijkwaardigheid in bij de start.’ - betrokkene alliantiepartner

31

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

Rondom het thema gelijkwaardigheid in de samenwerkingsrelatie komt ook de doorwerking van het koloniale en slavernijverleden in het heden terug. Een aantal van onze gesprekspartners benoemde de wens om hiërarchische relaties en institutionele structuren te doorbreken waar voor hen echo’s in doorklinken van staat-burger verhoudingen uit de koloniale tijd. “Gelijkwaardigheid. Maar dit gaat voor de bewoners helemaal terug tot aan de koloniale tijd. Zij willen niet meer vragen van: mag ik erbij. Er moet gewoon ruimte voor ze zijn. Op basis van gelijkwaardigheid. Dat is eigenlijk de kernwaarde waarmee je moet starten. Er is onvoldoende sprake geweest van gelijkwaardigheid. Als je de medewerkers van het programmabureau al niet op een gelijkwaardige manier behandelt, wat zeg je dan? Ik denk ook dat als het gelijkwaardig was geweest, dan had je met elkaar in gesprek geweest. Dat was er vanaf het begin dus al niet.” - betrokkene alliantiepartner “Maar het is heel confronterend als je als rijk gepigmenteerde bewoner ziet wat het systeem doet en hoe het systeem omgaat met de bewoner. Dat is pijnlijk, Het is hard. Het is ontzettend confronterend. De signalen die de bewoner ook afgeeft. Van, wij worden niet serieus genomen. Wij worden niet gezien. Wij zijn een gesprekspartner en als je partners bent, dat kan alleen maar op basis van gelijkwaardigheid.

Je kan het wel op papier zetten dat mijn stem belangrijk is. Maar jij geeft me geen plek aan tafel.” - actieve bewoner Erkenning van de pijn en het wantrouwen die deze doorwerking van het koloniale en slavernijverleden in het heden met zich meebrengt kan een eerste stap vormen richting een samenwerkingscultuur van meer onderling begrip. Daarnaast zijn duidelijke en concrete afspraken nodig over de inbreng en beslissingsbevoegdheid van actieve bewoners en andere alliantiepartners naast de gemeente.

VERWACHTINGEN RONDOM PROFESSIONALITEIT EN IMPACT

Al onze gesprekspartners constateren dat tot de start van het heroriëntatieproces van het Masterplan bestaande organisatorische verhoudingen, werkprocessen en verantwoordingsstructuren van de gemeente een belangrijk stempel drukten op de alliantie. Dit bracht bepaalde normatieve opvattingen met zich mee over de juiste vorm van besturen, en daarmee ook normatieve opvattingen over professionaliteit, representativiteit en effectiviteit in de samenwerking. We spraken verschillende betrokkenen bij de gemeente die impliciete ideeën hebben over wat een constructieve, professionele opstelling is in de samenwerking. Dit kan gaan over hoe de besteding van publieke middelen verantwoord moet worden, over hoe kritiek op partners in de alliantie het beste gecommuniceerd kan worden, over de criteria waaraan het succes van activiteiten afgemeten kan worden, of over hoe bewonersinitiatieven zichzelf en hun achterban zouden moeten presenteren. Deze ideeën en verwachtingen werden als vanzelfsprekend verondersteld maar niet altijd expliciet uitgesproken. Dit creëerde soms onduidelijkheid voor actieve bewoners, en kleinere sociaal ondernemers of partners uit het maatschappelijk middenveld.

Waarom worden bepaalde initiatieven wel gewaardeerd en ondersteund en anderen niet? Wat zijn de criteria waar bewonersinitiatieven aan moeten voldoen en door wie zijn die criteria opgesteld? Betrokken bewoners stelden meestal nog niet samen met institutionele partners de criteria en doelen op voor de afbakening van doelgroepen, inzet van middelen en te verwachten maatschappelijke impact rondom de doorbraken van het Masterplan. Ook vond er nog weinig uitwisseling plaats tussen actieve bewoners, beleidsmakers en representanten van andere, meer gevestigde alliantiepartners over wat ‘professioneel handelen’ is, en welke opvattingen hierover algemeen gedeeld zouden moeten zijn binnen de alliantie. Zo ontstonden er verschillende opvattingen over de vraag in hoeverre de projecten die door het Masterplan ondersteund worden wel ‘de juiste’ bewoners bereiken. Ambtenaren benoemen vaak dat niet alleen de dienstverlening van de overheid, maar ook de projecten van actieve bewoners vooral de meest ‘kwetsbare’ bewoners, die het hardst ondersteuning nodig hebben, moeten bereiken. Zij uiten soms twijfels over de effectiviteit van bepaalde projecten, omdat ze zich afvragen of die bewoners wel bereikt worden. Actieve bewoners

32

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

daarentegen benaderen hun buurtgenoten liever vanuit kracht en potentie. Zij hebben regelmatig andere ideeën over welke maatschappelijke impact belangrijk is, voor wie, en hoe daaraan gewerkt zou moeten worden. “Ja de initiatiefneemster van dat project voldoet niet aan het beeld, het narratief. Zij onderbouwt dat ook niet want zij laat juist zien dat die jongeren waar ze mee werkt, zij zitten al in hun kracht. Als iets ze niet bevalt dan weigeren ze ook überhaupt met je samen te werken, dus dat beeld van we moeten hulp bieden want die mensen zijn hulpbehoevend daar voldoen zij al niet aan.” - actieve bewoner Verschillende actieve bewoners en enkele alliantiepartners uit het maatschappelijk middenveld vertelden ons dat het frame van kwetsbaarheid dat regelmatig door institutionele partners wordt gebruikt als zij praten over bewoners van Zuidoost in hun ogen de emancipatie van diezelfde bewoners tegenwerkt. Doordat de aandacht van niet alleen de gemeente, maar ook andere grote alliantiepartners, vooral uitgaat naar minder kapitaalkrachtige bewoners, bewoners met een praktisch opleidingsniveau, bewoners die vatbaar zijn voor criminaliteit of bewoners met extra zorgbehoeftes, wordt de potentie en ambities van andere bewoners soms uit het oog verloren.

Actieve bewoners erkennen wel de problematiek die er in Zuidoost bestaat op het gebied van armoede, werkloosheid en bestaansonzekerheid, maar ze willen niet dat zijzelf en hun buurtgenoten als enkel hulpbehoevend gezien worden, of gereduceerd worden tot ‘mensen met achterstanden’. Bewoners willen wel degelijk dat institutionele partijen zich richten op het oplossen van achterstanden, maar zij willen betrokken worden bij het formuleren van de oplossing en ze willen dat ook hun gemeenschapskracht erkend wordt. Actieve bewoners hebben niet altijd het gevoel dat de zaken die zij belangrijk vinden ook als prioriteit op de agenda komt in relatie tot doorbraken op het gebied van veiligheid, wonen en onderwijs. Thema’s als huiselijk geweld, de aanpak van schimmelwoningen en een veilig schoolklimaat voor kinderen van kleur worden genoemd als zaken waar bewoners graag prioriteit aan zouden willen geven, terwijl het nog niet voldoende lukt om ze effectief te adresseren in de alliantie. Tegelijkertijd creëert het Masterplan ook mogelijkheden om de verschillende perspectieven van bewoners, maatschappelijke alliantiepartners, bedrijven en ambtenaren bij elkaar te brengen en bewoners tegemoet te komen in wensen waar in hun beleving eerder geen prioriteit aan werd gegeven.

Zo benoemden verschillende actieve bewoners, maar ook medewerkers van het programmabureau, bijvoorbeeld de behoefte om vanuit het Masterplan iets te doen voor studerende jongeren die graag op zichzelf willen wonen maar geen betaalbare woning kunnen vinden, ambitieuze jongeren die hun ondernemersskills verder willen ontwikkelen, of mensen met een theoretisch opleidingsniveau die carrière willen maken bij grote bedrijven die gevestigd zijn in Zuidoost. Aan deze behoefte is in de afgelopen periode tegemoetgekomen. Er zijn gaandeweg meer middelen en capaciteit beschikbaar gesteld om jonge ondernemers in Zuidoost te ondersteunen, bijvoorbeeld door hen aan grote bedrijven te koppelen voor kennisdeling. Hieruit blijkt dat een langdurige samenwerking in een alliantie met verschillende partners kan leiden tot nieuwe inzichten, mits partners de ruimte ervaren om elkaars referentiekader te leren kennen en elkaars perspectief te bevragen. Door ambities op verschillende leefgebieden en in verschillende wijken te bespreken met institutionele partners, partijen uit het maatschappelijk middenveld, bedrijven én bewoners, kan een meervoudig perspectief ontstaan op een bepaald thema. Een voorbeeld was dat bewoners en institutionele partners uit de veiligheidsketen niet vanzelfsprekend dezelfde prioriteiten voor ogen hadden op het gebied van veiligheid.

In gesprekken met bewoners kwam naar voren dat bepaalde basisvoorzieningen in de wijk voor hen sterk bijdragen aan hun gevoel van veiligheid. Zij wilden hier meer aandacht voor zien vanuit de gemeente, naast de inzet op het bestrijden van ondermijnende criminaliteit. In een samenwerking tussen het stadsdeel, het programmabureau en een partner uit het maatschappelijk middenveld waar veel actieve bewoners bij zijn aangesloten, zijn vervolgens middelen vrijgemaakt voor het verbeteren van de straatverlichting op plekken waar bewoners veel overlast ervaarden. “Bijvoorbeeld die lantaarnpalen. Ik weet niet beter dan dat in Zuidoost de verlichting een probleem is en in alle nieuwe wijken die er komen ziet het er pracht en praal uit, maar ondertussen, als je praat over veiligheid, de plekken waar verlichting moet zijn, is die er niet. Dus daar zeiden we van, ja, dat zouden we gewoon moeten kunnen regelen. De gemeente Amsterdam is gewoon één organisatie maar toch, afhankelijk van het onderdeel of de afdeling of het programma, of zelfs soms het project, kunnen de belangen tegenstrijdig zijn. Er is tig miljoen euro voor het vergroten van de veiligheid in het stadsdeel, 33

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

maar die lantaarnpalen kwamen maar niet. Er wordt een keuze gemaakt om het niet te doen om allerlei andere redenen, zeg maar. En er wordt niet aan bewoners verantwoord waarom die lantaarnpalen niet kwamen, terwijl ze al zolang vragen naar verlichting. En uiteindelijk werden er toch bepaalde nieuwe lantaarnpalen geplaatst. Het maakt de bewoner echt geen reet uit wie dat heeft gerealiseerd, ja toch.” - actieve bewoner Zo beweegt de alliantie toe naar een praktijk die meer kenmerken heeft van collaborative governance: juist omdat stakeholders verschillende kennisbronnen, ervaringen en expertises inbrengen komen thema’s en doelgroepen aan het licht die over het hoofd gezien zouden worden in een meer homogeen samenwerkingsverband. Volgens verschillende van onze gesprekspartners blijft het wel een uitdaging om deze ‘nieuwe’ manier van samenwerken te ontwikkelen in een context waarin ‘oude’ institutionele structuren en organisatieprocessen nog dominant zijn. Omdat partners bepaalde doorbraken bekijken vanuit een meervoudig perspectief komen ze tot innovatieve, domein overstijgende ideeën, die niet eenvoudig te realiseren zijn binnen de gegeven kaders. Dit kan tot vertragingen leiden die voor actieve bewoners frustrerend, en lastig te begrijpen zijn. “We hebben heel wat ondernemers die al impact maken in de wijk, geprobeerd de afgelopen twee jaar te verstevigen.

Ik ben ook streng bij hun, want als zij tegen mij zeggen, ik maak mijn post niet open, dan zeg ik, wat voor ondernemer ben je dan, hoe gaan we dit oplossen. En vervolgens heb ik ze helemaal mee, hebben ze allerlei trajecten gevolgd om op het punt te komen van, we zijn er. We zijn er mentaal, we zijn er fysiek, we kunnen door. En dan zeg ik tegen mijn collega's, ik heb een partij die het hartstikke goed doet, ze maken impact, ze dragen bij aan deze doorbraak, aan deze ambitie. En dan komt het stadsdeel, ja maar we kunnen niet meer financieren, alleen achteraf, dus het stopt gewoon. En dan kan ik niet verder. Ik kom er niet meer uit, terwijl ik echt hart heb voor deze community. Omdat ik ook in de kwetsbare kant zie, er zit zoveel kracht, omdat we moesten overleven hier in Zuidoost. Dus ik probeer uit alle macht die kracht te bundelen, bij elkaar te houden, hoe koppel ik mensen aan elkaar. Ja, ook vanuit dit Masterplan beweegt het systeem gewoon veel te langzaam.” - betrokkene programmabureau

ZELFREFLECTIE EN TRANSPARANTIE IN EEN VERTROUWENSRELATIE

Ondanks de complexiteit van het samenwerken in een alliantie met ongelijksoortige partners, hebben we verschillende voorbeelden gehoord van nieuwe samenwerkingspraktijken, waarin betrokken partners wél gelijkwaardigheid ervaren en tot overeenstemming komen over de maatschappelijke impact die ze samen willen maken. Ook in deze praktijken hebben bewoners niet altijd op dezelfde manier zeggenschap als andere alliantiepartners. Het zijn echter wel praktijken waarin het bewonersperspectief nadrukkelijk wordt meegenomen en waarin de gemeente en andere alliantiepartners elkaar succesvol hebben gevonden rondom bepaalde opgaven in het stadsdeel. Zo hebben we enthousiaste verhalen gehoord over de wijkactieteams, de transitiehub, het empowerment centrum, over initiatieven van het Social Pact en over de buurtrechter. In de beschrijvingen die onze gesprekspartners van deze praktijken geven komt de meerwaarde naar voren van het bij elkaar brengen van professionals en informele tussenpersonen die verschillende inzichten, vaardigheden en netwerken met elkaar delen. Wat deze praktijken ook met elkaar gemeen hebben is dat de behoeftes en ervaringen van bewoners steeds het vertrekpunt vormen voor het vinden van oplossingen die niet per sé hoeven te passen binnen de ‘kokers’ van afzonderlijke beleidsdomeinen.

“Het wijkactieteam is een gezelschap van heel veel verschillende mensen die in een gebied actief zijn en die heel direct probleemgericht werken en heel erg oplossend zijn en daarmee directe problematiek van burgers weten te adresseren. Buiten de gebaande processen, dus zij bekijken ook inderdaad per casus wat voor maatwerk er nodig is en of er misschien op een andere manier gehandeld moet worden dan dat we normaal gesproken doen. Dat is het unieke ook aan het wijkactieteam. Het zijn de mensen van de corporaties, mensen van het stadsdeel, dat is de politie en we betrekken daar eigenlijk iedereen bij die nodig is. Eigenlijk per casus is ook degene die een probleem aandraagt, de bewoner, die is ook onderdeel van de oplossing, zal ik maar zeggen, of van het gesprek over de oplossing. Dus het kan ook een school 34

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

zijn die je nodig hebt om een doorbraak te creëren in dat specifieke geval. De eerste resultaten zijn heel goed. Mensen voelen zich heel erg gehoord. Het is ook een outreachende manier van werken. Dus het team zit sowieso niet in dit gebouw en ook niet in het stadsdeelkantoor. Het zit in de wijk op een locatie waar ook allerlei andere grassroots organisaties zitten. Dus het heeft een buurtfunctie en mensen lopen daar sowieso al binnen. En de kracht is dus ook dat professionals daar bij elkaar zitten, en bewoners bij elkaar, en als je gewoon bij elkaar zit komt de informatie naar boven. En krijg je eigenlijk een één plus één is drie-effect. En dan blijven ze ook niet in dat gebouw zitten maar ze zijn eigenlijk dagelijks juist op straat en bellen ook actief aan onder andere. Dus dat outreachende werken is eigenlijk gewoon een andere manier, en ja, het woord integraal vind ik vrij vervelend, maar gewoon met verschillende mensen bij elkaar zitten zorgt ervoor dat er meer informatie wordt uitgewisseld en de slagkracht vergroot.” - betrokkene stadsdeel Uit deze positieve verhalen maken we op dat het Masterplan verschillende nieuwe verbindingen en samenwerkingen mogelijk heeft gemaakt tussen partijen die elkaar voorheen nog niet kenden of niet makkelijk wisten te vinden.

Het programmabureau heeft verschillende partijen die nog niet eerder met elkaar hadden gewerkt aan elkaar gekoppeld in de doorbraakteams. We horen hier waardering voor, omdat partijen die elkaar in de doorbraakteams leerden kennen meer met elkaar zijn gaan samenwerken over de grenzen van domeinen als wonen en veiligheid, of onderwijs en zorg heen. We horen ook dat grotere alliantiepartners meer lokaal, in de wijk en hands-on aan de slag zijn gegaan om bewoners te ondersteunen. En dat zowel de gemeente als andere institutionele alliantiepartners meer tijd nemen om samen met bewoners te analyseren hoe zij bepaalde kwesties ervaren op wijkniveau, en dat er minder snel ambtelijke oplossingen worden aangedragen die verder afstaan van de belevingswereld van bewoners. Dit biedt partners in een aantal doorbraakteams ook de ruimte om gezamenlijk te onderzoeken welke onderliggende oorzaken ten grondslag liggen aan bepaalde problemen, voordat er oplossingen aangedragen worden die door bewoners meer als symptoombestrijding ervaren worden. Betrokkenen bij een aantal doorbraakteams vertellen dat ze het vernieuwend en nuttig vinden om aan de hand van hele concrete casussen uit de wijk te bespreken hoe bepaalde maatschappelijke problematiek opstapelt in het leven van bewoners.

Zo kunnen structurele dynamieken en patronen niet alleen voor de bewoner, om wiens alledaagse leven het gaat, maar ook voor institutionele partijen, heel concreet gemaakt worden. “Wat ik nu anders doe is dat ik veel meer naast de bewoners sta om zaken op te pakken. En het niet zie als oh, daar speelt een probleem, en daar moet ik binnen mijn organisatie een oplossing voor vinden, maar dat ik dat eigenlijk met de bewoners aan het analyseren ben en kijk om het met hen op te lossen. Ik ben daar helemaal door gegrepen dus ik ga daar ook best ver in. Ik zou eigenlijk wel stappen willen zetten in dat bewoners ook gewoon echt functies van ons kunnen overnemen.” - betrokkene alliantiepartner Er zouden nog meer nieuwe verbindingen tot stand gebracht kunnen worden tussen ‘grotere’ alliantiepartners en ‘kleinere’ alliantiepartners of lokale bewonersinitiatieven. Een voorbeeld zijn de verschillende connecties die zijn gelegd tussen kleinere, lokale ondernemers en grote bedrijven die hebben geïnvesteerd of organisatieadvies hebben gegeven. De verschillende actieve bewoners die wij hebben gesproken zijn ook enthousiast over de nieuwe uitwisseling die op gang is gekomen tussen bewoners onderling sinds het proces van heroriëntatie van het Masterplan is gestart.

Verschillende bewonersinitiatieven hebben elkaar hierdoor leren kennen en betrokken bewoners spreken hun waardering uit over de open, constructieve en verbindende manier waarop de sessies zijn georganiseerd om samen tot een nieuw community development plan te komen. Bewoners vertellen dat deze sessies hen helpen om helder te krijgen waar gedeelde wensen en behoeftes liggen op het gebied van organisatieontwikkeling, belangenbehartiging en samenwerking met elkaar en institutionele partners. Ze geven ook aan dat het prettig is om te zien dat representanten van verschillende bewonersinitiatieven en gemeenschappen ondanks hun verschillende identiteiten en belangen dezelfde kernwaarden delen die als uitgangspunt zouden moeten dienen in de samenwerking rond het Masterplan.

35

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

In de voorbeelden van succesvolle samenwerking komt naar voren dat partners open naar elkaar zijn, zelfreflectie tonen en ruimte voelen om dingen uit te proberen, ook als daarbij het risico bestaat dat dingen fout gaan. Transparantie en zelfreflectie lijken twee belangrijke factoren om de cultuur van wantrouwen te doorbreken waar we ook veel over gehoord hebben. Daarnaast geven betrokkenen van institutionele alliantiepartners aan dat zij binnen hun eigen organisatie aan de slag moeten om meer ‘regelruimte’ te creëren, zodat professionals niet alleen gefocust zijn op verantwoording van hun activiteiten binnen de organisatie, maar op het maken van maatschappelijke impact die zichtbaar is voor bewoners. Dit vraagt ook om meer aandacht en waardering binnen grotere organisaties voor de kennis en expertise van professionals in de uitvoering, die in hun dagelijks werk zien hoe beleid uitpakt voor bewoners. Verschillende gesprekspartners geven aan dat dit een bepaalde cultuuromslag vraagt van een focus op grote beleidscontouren en verantwoording van cijfermatige kpi’s, naar ruimte voor kleine projecten op buurt- of straatniveau, waarin bewoners meer zeggenschap hebben. “Vanuit mijn team probeer ik het zo te benaderen: je hebt de buurtspecialisten en de vakspecialisten.

De vakspecialisten zijn de ambtenaren en de stedenbouwers en die staan niet boven de buurtspecialisten, dat zijn de bewoners. Je kent gelijk de waarde aan elkaar en je hebt beiden iets in te brengen in een ontwikkeling. En als je dat bij elkaar brengt, dan kom je vaak tot hele mooie resultaten. Merk ik nu al in de praktijk.” - betrokkene alliantiepartner Onderdeel van deze cultuuromslag is ook dat bewoners minder vanuit wantrouwen benaderd worden door institutionele partijen. In verschillende gesprekken komt naar voren dat institutionele partners moeite hebben om bewoners meer zeggenschap te geven over budgetten, omdat hier soms misbruik van wordt gemaakt. In bepaalde gevallen zijn publieke middelen ingezet voor private doeleinden. Uit angst voor zulke situaties is er lang veel nadruk gelegd op controle en verantwoording van vooraf bepaalde doelstellingen. “Wij zijn natuurlijk heel erg van controle op controle op nog meer controle waardoor je ruimte om te innoveren en om samen, zeg maar, te veranderen, dat maakt dat wel een beetje moeilijk. Dat is ook een cultuuromslag.

En ik verwacht dat het in de toekomst ook nog weleens fout zal gaan maar onze reactie is dan meteen nog weer alles straktrekken terwijl je misschien juist, dat ook moet inbouwen dat het weleens fout kan gaan, maar dat je niet meteen daardoor alles op slot zet.” - betrokkene Stopera Dit risico zou geen reden moeten zijn om in het algemeen niet meer beslissingsbevoegdheid te delen met bewoners, vinden veel van onze gesprekspartners. Actieve bewoners merken op dat het risico op oneigenlijk gebruik van publieke middelen niet alleen bestaat bij bewonersinitiatieven, maar ook in het bedrijfsleven en bij publieke instellingen voorkomt. Zij hebben er bovendien moeite mee dat de gemeente niet altijd helder naar bewoners toe verantwoordt waarom bepaalde voorgenomen plannen niet doorgaan of bepaalde financiering wordt stopgezet. Meerdere partijen stellen dan ook dat innovatieve doorbraken vragen om een andere houding, waarin samengewerkt wordt vanuit wederzijds vertrouwen, partners samen heldere afspraken maken en elkaar ter verantwoording kunnen en durven roepen als deze afspraken geschonden worden. Een sfeer waarin samenwerkingspartners open hun dilemma’s en uitdagingen met elkaar durven te bespreken en durven te benoemen waar ruimte zit voor ontwikkeling en vernieuwing in de eigen organisatie is hierbij ondersteunend. “Transparantie is een hele belangrijke kernwaarde.

Ik vind dat op dit moment nog niet op alle lagen genoeg transparantie is. Ik snap dat in sommige fases niet alles gedeeld kan worden, maar het is juist ook belangrijk dat in bepaalde fases verschillende partijen juist wel op de hoogte zijn van wat speelt er, welke gedachten zijn er, zijn dat wel de juiste gedachten, missen we misschien iets. Maar die kleine of informele partijen worden pas later betrokken waardoor ze zich niet kunnen mengen, en het denkwerk is dan al zover gevorderd dat het niet helemaal aansluit bij de urgentie of problematiek. En dan zeggen partijen van ja we worden er te laat bij betrokken. Er is geen transparantie, we waren niet op de hoogte, en bepaalde informatie wordt bewust achterwege gehouden. Dus dat moet anders. Waarom dat ook anders moet is omdat het ook gekoppeld is aan vertrouwen. Op het moment dat je niet transparant kan zijn dan kan er ook geen vertrouwen ontstaan, en het vertrouwen is al heel veel jaren geschaad in dit stadsdeel.” 36

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

- betrokkene alliantiepartner “Wat we doen als overheid als het niet goed gaat ofzo… dan sluiten we onze gelederen – nee we gaan onderzoeken, daar verschuilen we ons dan achter. Nee – zeg gewoon: iets is niet goed gegaan, en dat wat niet goed is gegaan benoem dat gewoon en trek daaruit je conclusies. Wees daar open over. Zeker als je wilt samenwerken is dat van heel groot belang. En vanuit die kwetsbaarheid ontstaat er ook vertrouwen. Dan krijg je kwetsbaar vertrouwen. En als je dan gaat samenwerken en je doet wat je zegt, dan ontstaat er iets als voorspelbaar vertrouwen. Dan heb je een basis voor gelijkwaardigheid. Dan heb je een start wat mij betreft. Dan komen vanzelf de dingen die nodig zijn: conflicten aangaan bijvoorbeeld. Schuur met elkaar, debatteer met elkaar. Heb schurende brainstormsessies, ga aan de slag. En dan uiteindelijk gaat het resultaat echt wel komen.” - betrokkene alliantiepartner We hebben ook verschillende betrokkenen gesproken die denken dat er in de doorbraakteams nog veel opener gedeeld kan worden welke complexe problematiek speelt binnen organisaties. Het blootleggen van dilemma’s en kwetsbaarheden kan ertoe leiden dat je ook samen zoekt naar nieuwe verbindingen en mogelijkheden. “We hebben bepaalde taaie issues aan deze tafel in het doorbraakteam nog helemaal niet eens zo aan de orde gehad.

Dus daar liggen eigenlijk nog wel heel veel kansen van, hoe praten we hier eigenlijk over met elkaar? De tafel van het doorbraakteam wordt niet gebruikt om te bespreken met elkaar van, ik heb hier een heel groot probleem, dit is de analyse, ik zie dit gebeuren in de omgeving. Welke stappen kunnen wij nou zetten met elkaar om daaruit te komen? Als je dat opengooit en echt gaat kijken van wat gebeurt hier en waarom gebeurt het op deze manier? Wat is het patroon? Als je dat goed analyseert en gaat kijken ook welke krachten in de wijk er zijn en wie je zou kunnen benutten… Dan denk ik dat daar veel kansen liggen.” - betrokkene alliantiepartner Als transparantie, zelfreflectie en het durven tonen van kwetsbaarheid in het proces de norm worden in de alliantie rond het Masterplan, ontstaat er een rijke voedingsbodem voor onderling vertrouwen, en daarmee voor een succesvolle samenwerking. We zien dat dit op verschillende plekken al gebeurt.

37

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

3. RUIMTE VOOR COMMUNITY DEVELOPMENT

SAMENVATTING In dit hoofdstuk gaan we in op de centrale vraagstelling van dit onderzoek: in hoeverre is er in de samenwerkingspraktijk rond het Masterplan ruimte voor een gelijkwaardig proces van community development? Verschillende betrokkenen van de gemeente benadrukken de verantwoordelijkheid die de overheid heeft om goed voor bewoners te zorgen. Verschillende actieve bewoners en representanten van alliantiepartners herkennen de goede bedoelingen in dit beeld van de zorgende overheid, maar zien hier een ongelijkwaardigheid in die juist in de samenwerking rond het Masterplan doorbroken zou moeten worden. Bewoners willen serieus genomen worden, vragen om meer formele beslissingsbevoegdheid en een betere informatiepositie, en kaarten de ongelijke verhoudingen aan tussen betaalde professionals en ‘vrijwillige’ bewoners in verschillende samenwerkingsverbanden. Veel van onze gesprekspartners vinden dat een dienstbare overheid die actief samenwerkt mét bewoners beter past bij het Masterplan dan een overheid die wil zorgen vóór bewoners die als kwetsbaar of passief worden gezien. Goed kunnen luisteren is een vaardigheid die past bij die dienstbare overheid.

Dit betekent niet dat institutionele partners bewoners altijd gelijk of hun zin geven, maar wel dat ze moeite doen om zich in het perspectief van bewoners te verplaatsen en de tijd nemen om hen en hun leefomgeving te leren kennen. Institutionele partners moeten bereid zijn om macht en beslissingsbevoegdheid te delen met bewonersinitiatieven. Dit vraagt om een duidelijke structuur voor het betrekken van gemeenschappen, waarin helder is afgestemd waar bewoners wel en niet zeggenschap over hebben. Verschillende betrokkenen bij de gemeente en andere institutionele partijen vragen zich af hoe representatie gegarandeerd kan worden wanneer bewoners meer directe beslissingsbevoegdheid krijgen in de alliantie rond het Masterplan. Sommigen willen actieve bewoners liever geen formele beslissingsbevoegdheid geven in de doorbraakteams, omdat ze in hun ogen onvoldoende kunnen bepalen in hoeverre deze bewoners ook de stem van andere buurtgenoten vertegenwoordigen. Hier speelt de vraag in hoeverre specifieke bewoners of bewonersgroepen verantwoordelijkheid kunnen dragen voor het algemeen, publiek belang. Juist achtergestelde gemeenschappen hebben stevige steun van de overheid nodig om hun bestaanszekerheid te waarborgen en gelijke toegang te krijgen tot publieke voorzieningen.

Het is in een proces van community development nodig om steeds af te wegen wanneer gemeenschappen zelf in de lead kunnen zijn, en wanneer overheden de verantwoordelijkheid moeten nemen om de leefomstandigheden van gemeenschappen te verbeteren en daartoe de benodigde middelen aan te dragen (Matarrita-Cascante & Brennan, 2012). Om breed zicht te krijgen op wat er leeft in het stadsdeel kunnen verschillende instrumenten voor invloed en zeggenschap van bewoners naast elkaar ingezet worden. Veel betrokkenen zouden willen verkennen of een afvaardiging van bewoners verbonden zou kunnen worden aan de doorbraakteams van het Masterplan, zoals afgevaardigden van de verschillende buurtplatformen, grassroots professionals en/of lokale sociaal ondernemers uit Zuidoost. Deze netwerken en bewonersinitiatieven spelen al een mediërende rol tussen bewoners, organisaties in het maatschappelijk middenveld en institutionele partijen. Wanneer buurtplatformen een breed draagvlak hebben in de wijk kunnen zij ook voor een brede vertegenwoordiging zorgen in de doorbraakteams.

38

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

Vertegenwoordigers van de buurtplatformen, lokale sociaal ondernemers en informele bewonersinitiatieven kunnen daar het perspectief van bewoners op een directe manier inbrengen naast de meer algemeen controlerende functie van de stadsdeelcommissie. Alle partijen vinden dat bij het geven van meer beslissingsbevoegdheid aan bewoners ook adequate ondersteuning hoort. Bewoners kunnen alleen een gelijkwaardig partner in de alliantie zijn als zij inzicht hebben in formele kaders en procedures en goed geïnformeerd zijn over beleidsprocessen, financieringsstromen en verantwoordings-verplichtingen. Dit vereist een professionaliseringsslag bij bewonersinitiatieven die vaak nog heel informeel georganiseerd zijn. Actieve bewoners geven aan dat zij die professionaliseringsslag graag willen maken, maar er ook voor willen waken dat zij hun eigenheid bewaren. Zij zien hun kracht vooral in het hands-on activeren en ondersteunen, leggen van verbindingen en bouwen aan vertrouwen met bewoners. Ze willen dat het opnemen van meer formele taken in de alliantie geen afbreuk doet aan hun activiteiten in de wijk. De initiatiefgroep van bewoners betrokken bij de heroriëntatie pleit daarom in haar community development plan voor een community bureau dat bewonersinitiatieven kan ondersteunen bij het invullen van een meer formele rol in de alliantie.

Een gelijkwaardig proces van community development is gebaat bij het bouwen van een ‘keten van vertrouwen’ tussen bewoners, overheden, partijen uit het maatschappelijk middenveld en lokale ondernemers. De bijdrage die tussenpersonen kunnen leveren aan het overbruggen van afstand tussen verschillende stakeholders kan meer erkend en gefaciliteerd worden. Dit zijn actieve bewoners en verschillende frontlinieprofessionals, zoals gebiedsmakelaars, wijkagenten, opbouwwerkers en lokale sociaal ondernemers. Tussenpersonen ‘lenen’ het vertrouwen dat bewoners in hen stellen uit aan andere partijen waar zij mee samenwerken. We hebben verschillende voorbeelden gehoord van situaties waarin het ‘geleend vertrouwen’ van informele bewonersinitiatieven en frontlinie professionals werd geschaad door onduidelijkheid over besluitvorming vanuit institutionele hoek, een gebrek aan opvolging, of overname van plannen/initiatieven zonder duidelijke afspraken over eigenaarschap. Zeker in een context zoals stadsdeel Zuidoost, waar bewoners al lang te kampen hebben met gebreken in publieke voorzieningen en infrastructuur, kan het mechanisme van ‘overpromise and underdeliver’ het broze vertrouwen van bewoners in instituties schaden. Tussenpersonen vragen om meer experimenteerruimte om vaste procedures, beleidskaders en verkokering te kunnen doorbreken.

Dan kunnen ze een rol spelen in het vergroten van het ‘linking’ sociaal kapitaal van bewoners. Linking sociaal kapitaal verbindt mensen via ‘verticale’ netwerken die machtsverschillen overbruggen aan overheidsinstellingen of politieke structuren. In de wetenschappelijke literatuur komt naar voren dat respectvol contact en wederzijds vertrouwen van groot belang zijn om dit verticale, linking sociaal kapitaal tot stand te brengen (Szreter & Woolcock, 2004). Daarnaast is de ontwikkeling van gedeelde sociale normen nodig, zodat er begrip kan ontstaan in de onderlinge omgang tussen groepen burgers en de overheid. Vanuit wederzijds begrip en gedeelde normen kan er gewerkt worden aan gezamenlijke doelen. Een belangrijke voorwaarde om tot gezamenlijke doelen te komen is een gedeeld gevoel van rechtvaardigheid. In de alliantie rond het Masterplan zien we dat bewoners nog maar beperkt invloed ervaren, omdat nog niet aan alle randvoorwaarden is voldaan om tot linking sociaal kapitaal te komen. We zien echter ook dat het met name in de doorbraakteams steeds vaker lukt vanuit wederzijds begrip samen te werken en met elkaar gedeelde normen en gezamenlijke doelen op te stellen. Daarbij worden oude vormen van ‘normdenken’ die leiden tot stigmatisering en uitsluiting doorbroken.

Dit is een ontwikkeling die zowel kan bijdragen aan de invloed van bewoners op het Masterplan, als aan de samenwerking tussen de verschillende stakeholders in de alliantie.

39

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

EEN HERORIENTATIE OP INITIATIEF VAN BEWONERS

Vanaf de start in 2019 tot aan de periode van dit onderzoek in 2024 heeft het Masterplan Zuidoost een flinke ontwikkeling doorgemaakt. Na een periode waarin organisatorische onduidelijkheid, ervaren concurrentie en de confrontatie met historisch gegroeide patronen van machtsongelijkheid hun weerslag hadden op de samenwerking, ontstaan er nu meer initiatieven waarin gelijkwaardigheid en transparantie het uitgangspunt zijn. Eind 2023 schreef een initiatiefgroep van bewoners een blueprint voor een herziening van de governance van het Masterplan. Deze blueprint was ingegeven door de wens om de stem en behoeften van bewoners een centralere en structurele plek te geven in de alliantie en het besluitvormingsproces van het Masterplan, en daarmee recht te doen aan de oorspronkelijke bedoeling van het Masterplan. De initiatiefgroep organiseerde community gesprekstafels voor bewoners en lokale organisaties om ideeën en inzichten te delen over het waarborgen van de betrokkenheid van bewoners in het Masterplan. Op basis van deze gesprekken worden in de blueprint drie kernwaarden benoemd die volgens bewoners uitgangspunt zouden moeten zijn voor het Masterplan: Duurzaam: Een doordacht beleid en integraal plan voor de korte, middellange en lange termijn, geen projecten carrousel, maar aanbod en aanpak afgestemd op een langere termijnvisie.

Inclusief: Bewoners zijn op verschillende niveaus betrokken, zowel in de governance als op de inhoud, hun behoeften zijn leidend en er is erkenning en waardering voor hun inzet. Transparant: Het is duidelijk wat het beleid inhoudt, welke middelen beschikbaar zijn, de beoogde impact en resultaten zijn helder, er is inzicht in wie betrokken is en wat de belangen zijn, er vindt een duidelijke periodieke verantwoording plaats. De blueprint werd begin 2024 door het kernteam van de alliantie aangenomen als uitgangspunt voor een proces van heroriëntatie van het Masterplan. Dit proces heeft in 2024 plaatsgevonden, in dezelfde periode waarin wij dit onderzoek hebben uitgevoerd. We hebben in onze gesprekken gemerkt dat alle partijen de wens voor integraal beleid, afgestemd op een heldere langetermijnvisie, delen. Ook de kernwaarden inclusie en transparantie hebben we in veel gesprekken terug horen komen. Alle partijen hebben behoefte aan duidelijke afstemming over en verheldering van beleid, beschikbare middelen, en beoogde impact, over de grenzen van organisaties en domeinen heen. Omdat men nog niet altijd voldoende inzicht had in elkaars positie en belangen, bleek het eerder lastig om een gedeelde, integrale visie voor het Masterplan in zijn geheel te ontwikkelen, en bleef de nadruk nog vaak liggen op losse projecten.

Over de mate waarin bewoners op verschillende niveaus betrokken kunnen zijn, in hoeverre hun behoeften echt leidend kunnen zijn, en in hoeverre er volledige transparantie naar bewoners toe gegeven kan worden over de besteding van middelen, bestaan verschillende visies. De community van bewoners in Amsterdam Zuidoost is immers niet homogeen. Verschillende betrokkenen vragen zich af in hoeverre recht gedaan kan worden aan representatie als bewoners meer beslissingsbevoegdheid krijgen, en hoe een directere betrokkenheid van bewoners zich verhoudt tot de al bestaande structuren van representatieve, democratische vertegenwoordiging. Op deze thema’s gaan we verderop in. In dit hoofdstuk gaan we in op de centrale vraagstelling van dit onderzoek: in hoeverre is er in de samenwerkingspraktijk rond het Masterplan ruimte voor een gelijkwaardig proces van community development? Community development is een proces van betrokkenheid waarin de wensen en behoeften van een gemeenschap het uitgangspunt vormen, en waarin deze gemeenschap samenwerkt met de overheid om hun economische, sociale en culturele leefomstandigheden te verbeteren (Bezboruah, 2020).

In community development zijn onderlinge samenwerkingsrelaties, tussen bewoners, institutionele partners, partijen uit het maatschappelijk middenveld en lokale ondernemers, belangrijk om maatschappelijke problemen op te lossen en de sociale infrastructuur in een gemeenschap te verbeteren. Community development vraagt van betrokken gemeenschappen dat ze zichzelf organiseren (bottom up community building en community organizing) en het vraagt van andere partners in de samenwerking dat zij het community based werken van professionals verder 40

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

ontwikkelen binnen hun eigen organisaties. Hoe creëer je ruimte voor community building, community organizing en capaciteitsopbouw van bewoners, met voldoende institutionele erkenning én behoud van de eigen kracht van informele bewonersinitiatieven? In hoeverre wordt er al community based gewerkt binnen de alliantie en wat is er voor nodig om community based werken verder te stimuleren bij de organisaties van alliantiepartners? Op de vraag hoe community development verankerd kan worden in de langetermijn beleidsontwikkeling van het Masterplan zullen we ingaan in de conclusie. Grotere institutionele partners willen meer community based werken, maar er zijn ook zorgen over het waarborgen van representatie wanneer bewoners directe beslissingsbevoegdheid krijgen in de alliantie. Directe zeggenschap van bewoners en al bestaande structuren voor democratische representatie kunnen elkaar versterken, maar het hoe moet goed worden vastgelegd in de governance structuur van de alliantie. Partijen die bottom up samenwerken met bewoners zien dat dit leidt tot een betere aansluiting bij behoeften en een sterker draagvlak. We hebben daarnaast besproken wat bewoners nodig hebben om in een proces van community development daadwerkelijk een rol te kunnen pakken als gelijkwaardige partner van institutionele partijen, bedrijven en organisaties in het maatschappelijk middenveld.

Bewoners benoemden de behoefte aan ondersteuning bij de organisatieontwikkeling van kleine, informele bewonersinitiatieven, meer aandacht voor het in kaart brengen van al bestaande initiatieven van actieve bewoners in het stadsdeel, en meer ruimte voor uitwisseling tussen deze initiatieven. Hoe zorg je er daarbij voor dat ook de belangen van mensen die weinig vertrouwen hebben in instituties goed vertegenwoordigd zijn in de samenwerking? Actieve bewoners én professionals die al heel direct met bewoners samenwerken zijn zich bewust van hun meerwaarde als ‘tussenpersoon’ die de ervaringen en behoeften van bewoners kunnen vertalen naar beleidskaders en vice versa. Zij geven echter ook aan dat ze zich nog niet altijd voldoende erkend voelen in deze rol. Zij hebben behoefte aan meer experimenteerruimte en vertrouwen om vaste procedures, beleidskaders en verkokering te kunnen doorbreken.

COMMUNITY BASED WERKEN, WAT IS DAT EIGENLIJK?

Community based werken, het is de afgelopen jaren een buzzword geworden. Ook in Zuidoost lijkt iedereen het er over te hebben, zeker in relatie tot het Masterplan. De noodzaak om meer community based te gaan werken wordt door verschillende van onze gesprekspartners uitgelegd aan de hand van voorbeelden over ‘oude’ werkwijzen van representanten van de overheid en andere instituties die onvoldoende aansluiten bij wat er leeft onder bewoners. In deze voorbeelden gaat het niet alleen over inzicht in de behoeften en ervaringen van bewoners, maar ook over communicatie. Past de manier waarop professionals met een institutionele functie bewoners aanspreken en betrekken bij de lokale cultuur van de wijk? Zijn bestaande informele netwerken geraadpleegd in de voorbereiding? De wens om meer gelijkwaardig met bewoners samen te werken, in plaats van alleen ‘op te halen’ spreekt uit deze voorbeelden. Evenals de constatering dat oprechte, persoonlijke betrokkenheid van professionals bij de gemeenschappen die zij beogen te betrekken bij hun plannen en activiteiten effectiever is dan een meer instrumentele benadering. “We hadden een bijeenkomst in een buurt hier in Zuidoost, dat was echt een flop, het was echt een gigantische vertoning. We hadden een sleutelfiguur gevraagd om te flyeren en dat soort dingen. Wij dachten dat we het allemaal goed hadden.

Maar onder aan de streep, en dat zag ik van mijlen ver aankomen, hadden we niet genoeg community betrokken. Niet iedereen wilde in de voorbereiding de community zoveel betrekken. Omdat collega’s van de gemeente er heel erg in zaten van wij gaan daar naartoe om daar iets op te halen. En dat is eigenlijk al een hele gekke mindset. En uiteindelijk zat heel die zaal vol met ambtenaren. Maar wat wel mooi was; er waren een aantal bewoners, een stuk of vier, die er wel waren. En ik ben individueel het gesprek aangegaan. En toen zeiden ze hele kleine dingen die het verschil kunnen maken. Er stond gratis eten en drinken. Waarop een bewoner zei: “Ja zet dan op de flyer neem je eten en drinken mee, dan eten we met z’n allen, dat is al een andere vibe dan: wij brengen jou iets gratis en daar moet jij ook iets gratis tegenoverstellen, namelijk informatie. En dat zijn van die kleine dingen. Als je als mens niet hier in dit stadsdeel zit, dan weet je dat soort dingen niet.” ( - betrokkene stadsdeel

41

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

De aandacht voor community based werken kan begrepen worden in de context van een bredere beweging richting ‘governing through community’ die al in de jaren 1990 in Nederland is ingezet (Rose, 1996; Vollebergh et al., 2021). De kosten van de traditionele verzorgingsstaat werden te hoog geacht, en de overheid zette in op meer eigen inbreng van burgers in het creëren van een sociaal vangnet. Zeker sinds de decentralisaties van het jeugddomein en het sociaal domein in 2015 is er meer nadruk komen te liggen op de intieme nabijheid van overheidsinstellingen in gemeenschappen op wijkniveau. De overheid beoogt sociale vraagstukken samen met lokale partners aan te pakken, in de hoop dat beleid en interventies beter aan zullen sluiten bij de leefwereld van bewoners, én dat bewoners hierdoor meer vertrouwen krijgen in instituties. De wens om samen met bewoners beleid te ontwikkelen, en daarin ‘de menselijke maat’ centraal te stellen, past in deze ontwikkeling. In het geval van het Masterplan Zuidoost is er de wens om langetermijnbeleid te ontwikkelen dat ten goede komt aan bewoners die te maken hebben met historisch gegroeide ongelijkheid.

Uit de wetenschappelijke literatuur weten we dat inclusieve, gelijkwaardige en rechtvaardige stedelijke ontwikkeling vraagt om nauwe afstemming met gemeenschappen die achtergesteld zijn, om bijzondere aandacht voor de geschiedenis en het verhaal wat ze meebrengen en voor zowel de diversiteit binnen gemeenschappen als tussen gemeenschappen op basis van verschillende identiteitskenmerken en belangen (Heath et al., 2017). Voor verschillende actieve bewoners, betrokkenen van het programmabureau en betrokkenen van alliantiepartners gaat community based werken in de kern over het samen vormgeven van opgavegericht werken. Bewoners zijn partner in het formuleren van de opgave, én in het bepalen van de manier waarop er aan die opgave gewerkt wordt, op basis van wederzijds respect en gelijkwaardigheid. Dit zien zij als een andere manier van werken dan meer klassieke bewonersparticipatie, waarbij instituties de kaders bepalen en de vragen stellen, en bewoners daar in tweede instantie op reageren. Deze gesprekspartners ervaren dat community based werken helpt om een gezamenlijke langtermijn visie te ontwikkelen die versnippering van aanbod en activiteiten kan voorkomen. Het gaat hen er niet om dat bewoners alles bepalen, maar dat zij in de formulering van een agenda en het plannen van interventies even serieus genomen worden als andere partijen.

Het serieus nemen van de kennis en ervaring van bewoners helpt om een meer holistische kijk op de ontwikkeling van buurten en gemeenschappen te ontwikkelen. In het leven van bewoners hangen verschillende domeinen en vraagstukken immers met elkaar samen, terwijl ze in de beleidswereld nog vaak gescheiden worden opgepakt. Deze kijk op community based werken past dan ook goed bij context-specifieke processen van community development, met aandacht voor de lokale geschiedenis, kennisbronnen en sociale netwerken. Uit de literatuur over community development blijkt dat het begrijpen van de specifieke behoeften en sociaaleconomische levensomstandigheden van betrokken gemeenschappen bijdraagt aan de kans van slagen. “De vraag is niet, dat vind ik een beetje de essentie, wil je mensen meekrijgen op jouw agenda of ligt daar al een agenda waar jij op moet faciliteren? Ik vind niet dat je mensen mee moet krijgen, we hebben één gezamenlijke opgave waar iedereen voor moet tekenen, waar je vervolgens van kan zeggen, dit is jouw rol in de opgave, dit is jouw rol in de opgave en iedereen in deze gemeenschap heeft een aandeel in die opgave. Maar we hoeven ze niet mee te krijgen in iets wat wij willen. Want wij willen in principe niks, behalve ze dan zo goed mogelijk helpen. Zo zou het moeten zijn. Nu is het nog vaak dat wij allemaal wat willen.

De bewoners willen wat, het stadsdeel wil wat en de alliantiepartners willen wat. Maar wat we samen willen ligt aan de horizon ergens bij elkaar, en hoe we daar komen en wat we in de tussentijd doen, dat moet bij elkaar komen. Het zit in doelgerichtheid: waar werken we naartoe met z’n allen? Want ik zou het heel mooi vinden als we met z'n allen zeggen, dit is de opgave die we met z'n allen hebben en de community heeft daar een fundamentele rol in, maar het stadsdeel en de centrale stad en andere partijen ook. En we gaan met z'n allen voor hetzelfde doel. Zo staat die wat mij betreft in het Masterplan.” - betrokkene programmabureau Verschillende actieve bewoners zijn blij met de aandacht die de voormalig directeur en de medewerkers van het programmabureau hadden en hebben voor de geschiedenis, cultuur, verhalen en het sociaal kapitaal van bewoners die institutionele achterstelling ervaren. Die aandacht helpt om begrip van de lokale context mee te nemen in het formuleren van opgaven en het realiseren van aanbod waar bewoners zelf echt behoefte aan hebben. Het in kaart brengen van en aansluiten bij al bestaande informele sociale netwerken en lokale bewonersinitiatieven staat daarbij centraal.

42

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

“Hier is een verbinding, dus je gaat gewoon langs, of zij vinden jou. En je gaat kijken: wat is het dat jullie doen? Je komt niet met je eigen idee, van: ik denk dat jullie dit zus of zo kunnen doen. Het is gewoon: wat zijn jullie aan het doen? Wat hebben jullie nodig, en kan ik jullie daarbij helpen? Als ik jullie er niet bij kan helpen, dan is het antwoord nee. En als ik misschien wel een verbinding weet, dan probeer ik die te maken. Waar mensen zitten, daar ga je heen. Soms in de bibliotheek, ergens in de wijk, of online. Soms is het gewoon via via. - betrokkene programmabureau Actieve bewoners geven aan dat zij deze werkwijze prettig vinden omdat ze zich als gelijkwaardige gesprekspartner behandeld voelen. Ze ervaren de vraag ‘wat heb jij nodig?’ soms als een verademing. Deze vraaggestuurde, faciliterende en outreachende manier van werken past niet altijd bij de manier van werken van organisaties in het maatschappelijk middenveld en institutionele partners. Deze partijen hebben vaak een opdracht vanuit de overheid om bepaald aanbod te realiseren, een vaste jaarplanning en voorgeschreven werkwijze. Of ze werken vanuit een eigen locatie waar bewoners geacht worden naartoe te komen.

Verschillende betrokkenen van de gemeente zien ook een risico in een meer organische, ‘via via’ benadering, omdat zij de opdracht hebben om gelijke toegang tot voorzieningen en ondersteuning te realiseren voor álle bewoners, en niet alleen voor specifieke groepen of netwerken, waar ze ‘toevallig’ mee in verbinding staan. Verschillende betrokkenen van alliantiepartners en de gemeente benoemen ook dat het lastig kan zijn om een nieuwe manier van werken in te passen in al bestaande organisatorische processen. Wanneer bewoners al vanaf het begin betrokken worden bij bepaalde opgaven kost dit meer tijd en zijn het verloop van het proces en de uitkomsten minder voorspelbaar dan wanneer bewoners pas in een later stadium betrokken worden. Het verantwoorden van de resultaten van community based werken voelt dan ook voor verschillende professionals als onontgonnen terrein. In het paarse boekje van het Masterplan staat dat alliantiepartners samen optrekken met bewoners, en in de stadsdeelorganisatie wordt ook steeds meer gesproken over het belang van community based werken, maar er is veel onduidelijkheid over hóe dat in de praktijk er uit zou moeten zien. Een aantal van onze gesprekspartners geeft aan bereid te zijn om meer community based te gaan werken, maar daarbij ondersteuning te missen van partners die hier al meer ervaring mee hebben, zoals het programmabureau.

“Dat community based werken, dat staat bovenaan de agenda. Dat is wat ons betreft ok. Dus wat mij betreft is dat ook waar we verder met elkaar in het doorbraakteam mee aan de gang gaan. Maar eerder leek het alsof vooral zij bij het programmabureau bezig waren met de community. En ik met mijn werkgroep van professionals, daar kwam het eigenlijk een beetje op neer. En daar heb ik ze ook wel op aangesproken. En ook een beetje om verbinding te maken. Omdat we aan het worstelen waren als werkgroep van, hoe gaan we dat doen en waar kunnen we dan hulp van verwachten? Wij waren als organisaties, als professionele organisaties, aan het worstelen van, hoe doen we dat nu? En het programmabureau wás het al aan het doen. We hadden dat samen moeten doen natuurlijk. We zijn allemaal heel hard gaan rennen op onze eigen manier. En ik hoop dat we nu tot het besef komen om dat wat beter in verbinding te doen.” - betrokkene alliantiepartner

ZORGEN VÓÓR BEWONERS OF SAMENWERKEN MÉT BEWONERS?

In de gesprekken die we hebben gevoerd kwamen we verschillende beschrijvingen tegen van de verhouding die bewoners en instituties tot elkaar zouden moeten hebben. Onze gesprekspartners zien de samenwerking rond het Masterplan als een praktijk waarin democratische verhoudingen op een nieuwe manier worden vormgegeven. In hoeverre bewoners hierin ook écht een gelijkwaardige positie kunnen innemen naast de overheid en andere institutionele partners, daar bestaan verschillende opvattingen over. Verschillende betrokkenen van de gemeente benadrukken vooral de verantwoordelijkheid die de overheid heeft om goed voor bewoners te zorgen. Daarbij zien zij zorgzaamheid ook als liefdevolle, menselijke betrokkenheid bij het welzijn van bewoners. In de zorgzame relatie tussen overheid en bewoners speelt wederzijdse afhankelijkheid mee. De overheid heeft grote invloed op

43

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

het leven van bewoners en moet in dat licht goede, weloverwogen beslissingen nemen, maar heeft ook de erkenning en waardering van diezelfde bewoners nodig. Verschillende actieve bewoners en representanten van alliantiepartners herkennen de goede bedoelingen in dit beeld van de zorgende overheid, maar zien hier een ongelijkwaardigheid in die juist in de samenwerking rond het Masterplan doorbroken zou moeten worden. Zij zien in het beeld van een overheid die zorgt voor bewoners de impliciete aanname dat bewoners niet ‘volwassen’ genoeg zouden zijn om beslissingsbevoegdheid te hebben en als gelijkwaardig partner deel te nemen aan beleidsvorming. Hierdoor worden de capaciteiten, kennis en ervaring van bewoners ondergewaardeerd. Deze gesprekspartners zien sinds het proces van heroriëntatie van het Masterplan wel een kanteling in de relatie. Bewoners laten zich niet meer zo makkelijk door de overheid vertellen wat goed is voor het stadsdeel en eisen een meer gelijkwaardige positie op in de alliantie. Ze willen serieus genomen worden, vragen om meer formele beslissingsbevoegdheid en een betere informatiepositie, en kaarten de ongelijke verhoudingen aan tussen betaalde professionals en ‘vrijwillige’ bewoners in verschillende samenwerkingsverbanden.

Voor hen is er een groot verschil tussen de wens om ‘passieve’ bewoners vooruit te willen helpen met nieuw beleid en nieuwe interventies, of ‘actieve’ bewoners te faciliteren bij het ontwikkelen van hun capaciteiten. Dit onderscheid kwam goed naar voren in één van de groepsgesprekken, waarin een representant van een alliantiepartner een afbeelding van een moeder met een kind op de arm koos, om de samenwerking in de alliantie mee aan te duiden.

“Die vrouw heeft een beetje een moeilijke blik en houdt het kind stevig vast. Het kind is het Masterplan of de community. Wij willen het Masterplan opvoeden zoals wij denken dat het goed is. Terwijl dit kindje weet zelf ook wel een beetje hoe ze opgevoed wil worden. Als je niet oppast is het een puber die straks wegloopt weet je wel.” - betrokkene alliantiepartner

44

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

We zien in dit perspectief het onderscheid tussen het vóór of mét bewoners werken, dat met name in de literatuur over de ABCD-methode wordt gemaakt. De ABCD-methode is een methode voor gemeenschapsopbouw, die bij verschillende belangenorganisaties van bewoners, welzijnsorganisaties en woningbouwcorporaties wordt ingezet. Het is een bottom-up methode, die ervan uitgaat dat de ontwikkeling van gemeenschappen niet gestuurd moet worden door de overheid, maar door gemeenschappen zelf. De ABCD-methode richt zich op het investeren in gemeenschappen als ecosystemen, waarbij er oog is voor de al aanwezige krachten en hulpbronnen van bewoners. Wanneer gemeenschappen zelf kunnen bepalen wat zij nodig hebben voor hun eigen welzijn en ontwikkeling, en gebruik kunnen maken van hun rechten om zelf diensten en voorzieningen te ontwikkelen, is er sprake van échte democratie volgens Russell, een expert op het gebied van de ABCD-methode (2020). Burgers en instituties werken dan op een gelijkwaardige manier samen, of burgers betrekken instituties in plaats van andersom. Russell stelt dat instituties zich dienstbaar zouden moeten opstellen in een proces van democratisering. Ook veel van onze gesprekspartners vinden dat een dienstbare overheid die actief samenwerkt mét bewoners beter past bij het Masterplan dan een overheid die wil zorgen vóór bewoners die als kwetsbaar of passief worden gezien.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15874317/1