CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Onderzoeksrapport Alleen ga je sneller maar samen kom je verder d.d. 11 juni 2025

Raadscommissie Stadsontwikkeling 26 november 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de raadsinformatiebrief heroriëntatie Masterplan Zuidoost met bijbehorende evaluatierapport Drie jaar Masterplan Zuidoost en onderzoeksrapport Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder (2025) (VN2025-012332)37.620 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Niet alleen actieve bewoners, maar ook representanten van verschillende alliantiepartners benoemen dat goed kunnen luisteren een vaardigheid is die past bij dienstbare instituties. Dit betekent niet dat professionals bewoners altijd gelijk of hun zin geven, maar wel dat ze moeite doen om zich in het perspectief van bewoners te verplaatsen en de tijd nemen om hen en hun leefomgeving te leren kennen. Ook oprechte betrokkenheid wordt genoemd. Je moet van Zuidoost houden om er goed te kunnen werken. Het is prettig wanneer professionals die direct met bewoners samenwerken geselecteerd worden op hun bereidheid en vermogen om op een outreachende manier vertrouwensrelaties op te bouwen. Continuïteit is een belangrijke randvoorwaarde om zo met bewoners te kunnen werken. Actieve bewoners benoemen dat ze vaak te maken krijgen met wisselende contactpersonen bij met name de gemeente, en dat dit het opbouwen van wederzijds vertrouwen belemmert. We zien in de beschrijvingen van de houding en vaardigheden die passen bij dienstbare instituties het ‘gemeenschapsgericht leiderschap’ terug dat volgens Birgit Oelkers – een Nederlandse expert op het gebied van de ABCD-methode – door instituties of organisaties in het maatschappelijk middenveld ontwikkeld zou moeten worden om effectief community based te kunnen werken (2022).

Professionals en bewoners kunnen in een ondersteunend partnerschap samenwerken, wanneer professionals bewoners faciliteren door goodwill te kweken bij betrokken instituties, door middelen of praktische hulp te bieden, door informatie over bureaucratische procedures en institutionele kaders te geven, door de bewoners in contact te brengen met andere relevante partners in het maatschappelijk middenveld en het bedrijfsleven, en door lokale leiders te ondersteunen in hun persoonlijke ontwikkeling (Jans & Vanderhulst, 2021). Institutionele partners moeten daarbij wel bereid zijn om macht en beslissingsbevoegdheid te delen met bewonersinitiatieven. Dit vraagt om een duidelijke structuur voor het betrekken van gemeenschappen, waarin helder is afgestemd waar bewoners wel en niet zeggenschap over hebben. Over de inrichting van zo’n structuur hebben onze gesprekspartners nog veel vragen. Hoe voorkom je daarbij dat er sprake is van willekeur en dat het niet vooral de luidste stemmen zijn die gehoord worden?

REPRESENTATIE EN HET BETTREKKEN VAN ONGEHOORDE STEMMEN

Verschillende van onze gesprekspartners die werkzaam zijn bij de gemeente en andere institutionele partijen vragen zich af hoe representatie gegarandeerd kan worden wanneer bewoners meer directe beslissingsbevoegdheid krijgen in de alliantie rond het Masterplan. Sommigen willen actieve bewoners liever geen formele beslissingsbevoegdheid geven in de doorbraakteams, omdat ze in hun ogen onvoldoende kunnen bepalen in hoeverre deze bewoners ook de stem van andere buurtgenoten vertegenwoordigen. Het Masterplan moet er zijn voor álle bewoners van Zuidoost, en niet voor één bepaalde wijk of doelgroep. Wie kan bepalen of het perspectief van bewoners met formele beslissingsbevoegdheid breed gedragen is? We hebben verschillende betrokkenen gesproken die bang zijn dat de groep actieve bewoners die meer zeggenschap opeist in het Masterplan vooral bestaat uit ‘usual suspects’ die ook al deelnemen aan andere inspraakmogelijkheden in het stadsdeel. Hun belangen zouden al goed vertegenwoordigd zijn, terwijl de belangen van gemeenschappen met minder institutionele connecties niet worden meegenomen. Bovendien: hoe verhoudt het actief betrekken van gemeenschappen zich tot al bestaande structuren om bewoners te raadplegen of vertegenwoordigen en met 45

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

bewoners samen te werken? Hoe verhoudt de actieve rol van bewoners in de alliantie zich bijvoorbeeld tot de gekozen stadsdeelcommissie? En hoe verhoudt het programmabureau dat samenwerkt met bewoners zich tot de gebiedsmakelaars van het stadsdeel die ook met bewoners samenwerken? Hier speelt de vraag in hoeverre specifieke bewoners of bewonersgroepen verantwoordelijkheid kunnen dragen voor het algemeen, publiek belang. We zien deze vraag ook terug in de meer kritische literatuur over de ABCDmethode. Wanneer community based methodes toegepast worden zonder expliciete aandacht voor sociale rechtvaardigheid en gelijkwaardige deelname van gemarginaliseerde groepen, ontstaat het risico dat vooral gemeenschappen versterkt worden die al sterk zijn in het behartigen van hun belangen (Ward, 2023). Niet alle bewoners kunnen of willen actief deelnemen aan praktijken van democratische samenwerking. Het risico bestaat daarom dat bewoners die al veel instantiekapitaal en een duidelijke agenda hebben zeggenschap krijgen, terwijl bewoners die weinig institutioneel vertrouwen hebben of simpelweg geen tijd en ruimte ervaren voor dit soort activiteiten niet gehoord worden. Hierdoor kan de ongelijkheid tussen luide stemmen en ongehoorde stemmen onbedoeld in stand gehouden of zelfs vergroot worden.

Juist achtergestelde gemeenschappen hebben stevige steun van de overheid nodig om hun bestaanszekerheid te waarborgen en gelijke toegang te krijgen tot publieke voorzieningen. Het is in een proces van community development nodig om steeds af te wegen wanneer gemeenschappen zelf in de lead kunnen zijn, en wanneer overheden de verantwoordelijkheid moeten nemen om de leefomstandigheden van gemeenschappen te verbeteren en daartoe de benodigde middelen aan te dragen (Matarrita-Cascante & Brennan, 2012) “Er waren vijftien mensen waarvan er tien gewoon werden ingehuurd door het stadsdeel of door het programmabureau. Ja, die hebben gewoon een belang daarin. Dat is helemaal niet erg en ik begrijp ook wel dat dat de mensen zijn waar we het mee moeten doen. Maar ik ben er niet voor om hen een soort rol te geven van, wij zijn het volk, en wij weten hoe het zit en daarom moet je naar ons luisteren. Ik vind dat geen passende oplossing voor het probleem waar we mee te maken hebben. En wat hoor je niet, die ouderen niet, de kinderen niet, de Ghanezen niet, de Nigerianen niet, de Nederlanders niet. Representativiteit is belangrijker bij beslissingsbevoegdheid. Hoe kan je mensen wel eigenaarschap geven, beslissingsbevoegdheid geven? Bij buurtbudgetten kan het wel. Maar ik vind die representativiteit inderdaad ingewikkeld als het over het grotere beleid gaat.

Dus dan kom je meer in ophalen en een beeld vormen. En je weet het nooit helemaal, wat de bredere wens is van de bewoner. Stel een bewoner wil in het doorbraakteam, en die wil daarin beslissen. Wie vertegenwoordigt die dan? Dat vind ik eigenlijk ook oneerlijk naar diegene. Die overziet misschien wel helemaal niet wat die zich op de schouders haalt, en in wat voor een beren-ingewikkelde positie die terechtkomt. Dus kunnen wij diegene ook daarin beschermen? Kunnen we dat wel waarmaken? Ik vind dat echt ingewikkeld hoor, als je daar naartoe gaat. Dus ik vind het interessant om te kijken, hoe kun je je zo goed mogelijk laten voeden en dan moet je het echt serieus nemen en uitleggen als iets niet kan. Dus je goed laten voeden, maar de beslissingsbevoegdheid niet daar neerleggen vanwege wat ik net zei. En daarnaast iets anders optuigen waarin je dus wel zegt van en hier gaan jullie over. En dat moet allemaal volgens de regels en zo, en we kunnen jullie ook ondersteunen, want het is ook nog heel erg ingewikkeld om geld goed weg te zetten.” - betrokkene stadsdeel Uit onze gesprekken is gebleken dat het voor alle stakeholders onduidelijk is hoe nieuwe, meer directe vormen van democratische samenwerking of community development zich nu precies verhouden tot de gevestigde structuren van de representatieve democratie.

Verschillende stakeholders wijzen erop dat het democratische mandaat van gekozen volksvertegenwoordigers in Zuidoost beperkt is omdat juist in de wijken waar de problemen het grootst zijn de opkomstpercentages bij verkiezingen het laagst zijn. De bewoners die het meest baat zouden kunnen hebben bij de beoogde doorbraken van het Masterplan voelen zich vaak niet voldoende vertegenwoordigd in de formele gemeentepolitiek. Tegelijkertijd kent Amsterdam Zuidoost een lange geschiedenis van actieve bewoners die zich al sinds de jaren ’70 verenigen in informele, lokale initiatieven om mensen te ondersteunen en vraagstukken te adresseren die institutioneel onvoldoende aandacht krijgen. Dit heeft geleid tot een rijk landschap van lokale sociale ondernemingen, stichtingen, verenigingen en informele buurtinitiatieven, waarin veel lokale kennis aanwezig is en sterke informele netwerken. Verschillende initiatiefnemers die actief zijn in dit landschap combineren hun ervaringskennis als bewoners met professionele kennis en werken ook beroepsmatig aan maatschappelijke impact. Deze informele bewonersinitiatieven en grassroots professionals kunnen bijdragen aan de zeggenschap 46

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

van bewoners wanneer zij directer betrokken worden in de samenwerking, maar het is de vraag welke positie zij kunnen innemen in de alliantie. Om breed zicht te krijgen op wat er leeft in het stadsdeel moeten verschillende instrumenten voor invloed en zeggenschap van bewoners naast elkaar ingezet worden, vinden veel van onze gesprekspartners. Het werk van de stadsdeelraad als toezichthoudend orgaan, buurtplatformen, lokale sociaal ondernemers, andere informele bewonersinitiatieven en de doorbraakteams van het Masterplan kunnen elkaar juist versterken, maar hoe de onderlinge relatie op een effectieve, rechtmatige en transparante manier vormgegeven kan worden is nog niet duidelijk. Veel betrokkenen zouden willen verkennen of een afvaardiging van bewoners verbonden zou kunnen worden aan de doorbraakteams van het Masterplan, bestaande uit afgevaardigden van de verschillende buurtplatformen, andere informele bewonersinitiatieven, grassroots professionals en/of lokale sociaal ondernemers uit Zuidoost. Deze netwerken en bewonersinitiatieven spelen al een mediërende rol tussen bewoners, organisaties in het maatschappelijk middenveld en institutionele partijen. Buurtplatformen zijn bijvoorbeeld al formeel erkend door de gemeente en wanneer zij een breed draagvlak hebben in de wijk kunnen zij bewonersperspectieven inbrengen in de doorbraakteams.

Vertegenwoordigers van buurtplatformen, informele bewonersinitiatieven en lokale sociale ondernemingen kunnen daar het perspectief van bewoners op een directe manier inbrengen naast de meer algemeen controlerende functie van de stadsdeelcommissie. De initiatiefgroep van bewoners die betrokken is bij de heroriëntatie van het Masterplan houdt zich actief bezig met de vraag hoe verschillende vormen van zeggenschap van bewoners op elkaar aan kunnen sluiten. De meeste actieve bewoners die wij hebben gesproken zouden meer formele beslissingsbevoegdheid willen hebben in de alliantie. Ze zijn ervan overtuigd dat bewoners die actief zijn bij een initiatief op een bepaald themagebied in staat zijn om ook andere initiatieven op dat gebied te vertegenwoordigen, net zoals een woningbouwcorporaties bijvoorbeeld ook andere corporaties vertegenwoordigt in de alliantie. Alle partijen vinden dat bij het geven van meer beslissingsbevoegdheid aan bewoners ook adequate ondersteuning hoort. Bewoners kunnen alleen een gelijkwaardig partner in de alliantie zijn als zij inzicht hebben in formele kaders en procedures en goed geïnformeerd zijn over beleidsprocessen, financieringsstromen en verantwoordingsverplichtingen. Dit vereist een professionaliseringsslag bij bewonersinitiatieven die vaak nog heel informeel georganiseerd zijn.

Actieve bewoners geven aan dat zij die professionaliseringsslag graag willen maken, maar er ook voor willen waken dat zij hun eigenheid bewaren. Zij zien hun kracht vooral in het hands-on activeren en ondersteunen, leggen van verbindingen en bouwen aan vertrouwen met bewoners. Ze willen dat het opnemen van meer formele taken in de alliantie geen afbreuk doet aan hun activiteiten in de wijk. De initiatiefgroep van bewoners betrokken bij de heroriëntatie pleit daarom in haar community development plan voor een community bureau dat bewonersinitiatieven kan ondersteunen bij het invullen van een meer formele rol in de alliantie. Naast actieve bewoners vinden ook partners uit het bedrijfsleven ondersteuning van bewoners bij het opnemen van een meer formele rol in de alliantie belangrijk. Zij signaleren dat grote bedrijven die steun vaak al krijgen omdat ze op organisatorisch gebied serieuzer worden genomen. “We hebben een organisatievorm en wij bepalen dan wel een beetje ongeveer wat goed is. Op basis van de afspraak. Dat is niet uitnodigend voor die mensen uit de wijk om mee te doen. Het is per definitie ongelijkwaardig.

En mensen voelen zich ook helemaal niet uitgenodigd om hun activiteiten te gaan ontplooien, want je hebt het gevoel dat als je een activiteit ontplooit, dat die moet worden goedgekeurd door iemand anders” - betrokkene alliantiepartner We hebben gezien dat institutionele partners niet alleen zorgen hebben over de representativiteit van bewonersinitiatieven, maar soms ook over hun integriteit. Sommige actieve bewoners zijn betrokken bij de planvorming in doorbraakteams of bij het programmabureau, maar ontvangen ook subsidie voor hun eigen projecten. Dit leidt tot zorgen over cliëntalisme bij een aantal van onze gesprekspartners. In hoeverre kunnen bewonersinitiatieven op een zuivere manier omgaan met beslissingsbevoegdheid in de alliantie, als ze tegelijkertijd ook een financiële afhankelijkheidsrelatie hebben met de gemeente? Bovendien wijzen verschillende gesprekspartners erop dat er niet alleen onderlinge gevoelens van concurrentie spelen tussen institutionele partners, maar ook tussen verschillende bewonersinitiatieven die actief zijn in verschillende gemeenschappen. Een aantal van onze gesprekspartners stellen in dit kader vragen bij het vermogen van sommige bewoners om professioneel te handelen en verder te kijken dan hun eigen belang. Het vaststellen van duidelijke verwachtingen

47

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

over doelmatigheid en effectiviteit zouden voor hen aantonen dat de bewoners die het ‘t meest nodig hebben ook daadwerkelijk bereikt worden door deze initiatieven. “Het is ingewikkeld want in welk belang praat je. Praat je in het belang van de community of in je eigen belang, of gebruik je het belang van de community voor je eigen belang? Wat transparanter moet zijn is wat iedereen zijn belang is, ook zijn persoonlijk belang versus het gemeenschappelijk belang. Bij sommige actieve bewoners denk ik in welke mate spreken zij namens de community? Ik kan dat slecht bepalen. Niet dat ik dat moet bepalen, maar wie bepaalt dat? Hoe wordt dat bepaald is misschien de goede vraag. Als je je private belang zeg maar vermomt als community belang dan word ik een beetje alert. Neem bijvoorbeeld [initiatief A], die krijgt namelijk heel veel geld. Die lijkt nog eerder geld gedreven dan gemeenschap gedreven. Ik vind [initiatief B] anders dan [initiatief A]. Als je druk gaat uitoefenen op het politieke systeem dat het geld moet blijven komen in plaats van dat je zegt, goh, ik heb dit maatschappelijke vraagstuk en wat doen we. [Initiatief B] blijft praten over wat voor de mensen in die gemeenschap noodzakelijk is. En ik vind ook als [initiatief B] wat zegt, dan vind ik dat ook veel minder ingewikkeld als wanneer [initiatief A] wat zegt.

Zij van [initiatief B] krijgen mensen bij ons die wij niet meer bereiken. Dat zie ik ook beter, dat hoor ik van verschillende kanten. Zij zijn ook kritisch op de politie en ook op de gemeente, dus dat is niet erg maar wel in een veel logischere manier, zeg maar. Ik zie dat ze in verbinding zijn met het stadsdeel maar ook kritisch zijn op het stadsdeel, en niet alléén maar kritisch zijn op het stadsdeel. En ik zie dat zij netwerken hebben die wij niet bereiken. Zij geven toegang tot mensen die wij niet bereiken en dat zie ik aan de andere kant niet.” - betrokkene Stopera De manier waarop er in de alliantie rondom het Masterplan wordt samengewerkt is nieuw en het samen werken aan structurele doorbraken over twintig jaar ook. Bestaande richtlijnen voor de besteding van middelen die gebruikelijk zijn binnen de afzonderlijke gemeentelijke domeinen gaan niet altijd op voor de besteding van middelen in het kader van het Masterplan, maar alternatieven zijn volgens sommigen van onze gesprekspartners nog niet helder geformuleerd. Zij hebben zorgen dat een heldere verantwoording voor de besteding van publiek geld nog onvoldoende gewaarborgd is in de alliantie. Bewonersinitiatieven die vooral opereren in het belang van hun eigen gemeenschap zouden hier misbruik van kunnen maken, net als bedrijven met een particulier belang.

Er zijn ook gevallen bekend van de onrechtmatige besteding van middelen vanuit het Masterplan. Verschillende bewoners vertelden juist dat zij het gevoel hebben dat betrokkenen die bij de gemeente, of grotere, gevestigde alliantiepartners werken, sterk vanuit hun eigen organisatiebelang redeneren, en prioriteit verlenen aan het veiligstellen van middelen voor hun eigen doelgroep of themagebied. Zij wijzen erop dat ook verschillende grotere alliantiepartners die in de doorbraakteams zitten beslissingsbevoegdheid hebben én subsidie krijgen van de gemeente op themagebieden waar ze mede de plannen voor hebben bepaald. Wie opereert er nu vanuit eigen belang en wie vanuit het publiek belang? Daar zijn de verschillende partners het niet altijd met elkaar over eens.

CAPACITEITSOPBOUW VAN BEWONERS

Om te komen tot een inclusief proces van community development is het niet alleen belangrijk dat instituties, grotere bedrijven en organisaties in het maatschappelijk middenveld meer community based gaan werken en bereid zijn om beslissingsbevoegdheid met bewoners te delen. Het is evengoed belangrijk dat bewoners zichzelf organiseren om een gelijkwaardige plek in de alliantie in te kunnen nemen. In de literatuur over community organizing en collectieve belangenbehartiging komt naar voren dat een systematische ontwikkeling nodig is om te komen van het bijeenbrengen van een gemeenschap, of community building, tot het opkomen voor de belangen die collectief gedeeld worden binnen een gemeenschap, of community organizing. Community organizing brengt mensen uit ondergerepresenteerde groepen bij elkaar om sociale rechtvaardigheid te bevorderen, waarbij zij individuele en collectieve vaardigheden opdoen om hun stem sterker te laten horen (Staples, 2016; Speer & Han, 2018). Bij community organizing versterkt een gemeenschap haar eigen organisatorische vermogen. De gemeenschap zet dit vermogen in om een ongelijke verdeling van macht aan te kaarten in de samenwerking met andere partijen, met sociale rechtvaardigheid en het herstellen van historisch gegroeide ongelijkheden als doel.

Community organizing kan gemeenschappen helpen om hun positie ten opzichte van meer institutionele partners te versterken in de samenwerking. Kernelementen van effectieve community organizing zijn dat de gemeenschap 48

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

zelf bepaalt wat nodig is op het gebied van sociale verandering, dat er zowel binnen de gemeenschap als met partners goed wordt samengewerkt om tot collectieve actie te komen, en dat de gemeenschap haar eigen leiders kiest. In onze gesprekken hebben we een aantal voorbeelden gehoord waarin deze elementen terugkomen. Bewoners halen hier inspiratie uit voor effectieve, collectieve belangenbehartiging. Te denken valt aan de succesvolle campagne die Hart voor de K buurt samen met jongeren ondernam om de nieuwe bibliotheekvestiging OBA Next naar Kraaiennest te halen, de Walk of Education en andere activiteiten van het Ouderpanel om betere onderwijskwaliteit op een aantal basisscholen in Zuidoost af te dwingen, en de opening van het buurthuis in zelfbeheer de Meijehof in Holendrecht. Het gebeurt echter ook dat de kernelementen van community organizing niet aanwezig zijn in de samenwerking tussen bewonersinitiatieven onderling, en tussen bewonersinitiatieven en andere partners. Bijvoorbeeld wanneer instituties bepalen welke manier van werken volgens hen het meest efficiënt is en bewoners te weinig ruimte ervaren om te bepalen welke veranderingen in het stadsdeel voor hen prioriteit hebben. Wanneer bewonersinitiatieven met elkaar concurreren om erkenning en financiering van de overheid en niet tot samenwerking komen.

Of wanneer het succes van bepaalde projecten of interventies wordt geclaimd door institutionele partijen en actieve bewoners erkenning missen voor hun inzet en ideeën. We maken op uit de gesprekken die wij hebben gevoerd dat actieve bewoners graag meer aan community organizing zouden willen doen, maar hier nog niet altijd aan toekomen. Veel bewonersinitiatieven zijn druk met het organiseren van activiteiten voor hun doelgroep in de buurt, en missen ruimte om samen te werken met andere initiatieven, of zien nog niet duidelijk voor zich hoe zij hun eigen activiteiten in een breder perspectief van sociale verandering kunnen plaatsen. Actieve bewoners hebben er behoefte aan om zich op collectief, organisatorisch niveau verder te ontwikkelen. De initiatiefgroep van bewoners die betrokken is bij de heroriëntatie van het Masterplan heeft een community development plan opgesteld om hier op eigen initiatief vorm aan te geven. Ook in onze gesprekken benoemden actieve bewoners hun wens om verschillende stappen die horen bij een proces van community development samen te doorlopen, van het in kaart brengen van informele initiatieven en kleine lokale sociale ondernemingen in het stadsdeel tot capaciteitsopbouw en organisatieontwikkeling van deze initiatieven.

Bewoners hebben hier behoefte aan omdat ze zich beseffen dat ze alleen op een gelijkwaardige basis kunnen deelnemen aan de alliantie als ze gedegen inzicht hebben in formele besluitvormingsprocessen en zich goed organiseren. “Ik mis in Zuidoost gewoon vaak organisaties die goed georganiseerd zijn en weten wie ze zijn. Je missie en visie moet gewoon strak zijn zodat, stel je voor iemand eist iets, dan kan je altijd terugvallen van oké, dit past niet bij ons, dus sorry, snap je? En hoe je echt een structuur opbouwt, hoe je echt duurzaam kan groeien naar een goede organisatie. Je hebt een initiatief, maar hoe ontwikkel je zeg maar richting een sterke organisatie? Hoe komen we dan op dat punt dat wij ook als gelijkwaardige partner gezien worden?” - actieve bewoner De bewoners die wij hebben gesproken zien het serieus nemen van het organiserend vermogen van bewoners als onderdeel van wederzijdse erkenning en gelijkwaardigheid in de alliantie. Gelijkwaardigheid betekent dat aan bewonersinitiatieven dezelfde eisen worden gesteld op het gebied van transparantie, rechtmatigheid en professionaliteit, als aan andere alliantiepartners. Het betekent ook dat bewonersinitiatieven recht hebben op dezelfde informatie en erkenning van de impact die zij maken in het stadsdeel.

Maar: om vanuit een positie van gelijkwaardigheid met elkaar te kunnen samenwerken vragen actieve bewoners wel om extra ondersteuning bij schaalvergroting van succesvolle initiatieven. We hebben verschillende bewoners gesproken die succesvol zijn met kleine, lokale initiatieven en behoefte hebben aan advies en doorlopende financiële steun om meer bewoners te kunnen bereiken en zich te focussen op de uitvoering van activiteiten. Veel van zulke kleine projecten worden nog gefinancierd met kortlopend projectgeld, waardoor de organisatoren veel tijd kwijt zijn met het veiligstellen van hun eigen voortbestaan. De meeste actieve bewoners die we hebben gesproken ervaren hier veel stress van, waardoor ze moeilijk uit de overlevingsstand komen. Het lukt ze niet om plannen te maken om meer bewoners te bereiken of nieuwe activiteiten te ontwikkelen.

49

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

“Wat ook speelt is dat je vaak in overlevingsmodus zit. Ik ben gewoon bezig, laten we zeggen, met gewoon het werk te doen wat moet gebeuren. En als je moet kiezen tussen ik ga een visiedocument schrijven of ik ga nu die tien jongeren helpen die me nu nodig hebben, ja... Dan weet je het wel.” - actieve bewoner Veel actieve bewoners die wij hebben gesproken leggen de lat hoog omdat ze ontzettend betrokken zijn bij het stadsdeel. Ze willen laten zien dat een duurzame verbetering van het welzijn van bewoners écht mogelijk is. Wanneer een bewonersinitiatief eenmaal succesvol is willen de dragers van het initiatief aan de verwachtingen van bewoners kunnen blijven voldoen. Ze willen hen niet moeten teleurstellen wanneer er na een jaar of twee geen financiering meer is. Het vraagt doorzettingsvermogen om met beperkte middelen impact te kunnen maken. Het Masterplan kan ademruimte bieden door bewonersinitiatieven te adviseren en ondersteunen in hun organisatieontwikkeling. Verschillende actieve bewoners vertellen dat dit echt verschil kan maken. “Wij gingen in de samenwerking omdat het Masterplan budget gaf en dan kon je juist ademen. Er was voor even ademruimte om te kijken van, oké, wat kan je doen? Hoe kan je jezelf profileren? Waar kan je jezelf neerzetten? Zodat er weer een nieuwe opdracht binnenkomt, zodat je kan blijven bestaan.

En wat bij ons ook gebeurde, is dat ik dus met het Masterplan zat, en toen werd ik doorverwezen naar een andere afdeling van de gemeente. En dat zij van het programmabureau gewoon letterlijk naast me erbij gingen zitten van, oké, zij hebben dit nodig voor hun hele plan. Zij waren ook een stok achter de deur. Ze gingen erbij zitten en zeiden hoe het moest, als een verbinder. Ze gingen letterlijk naast je staan. En hielpen bij: daar moet je aanvragen, en wij zeggen dat het nodig is. Ik wacht nog steeds op het geld, daar niet van. Maar het was wel goedgekeurd.” - actieve bewoner Tegelijkertijd hebben we ook zorgen gehoord over de mate waarin bewonersinitiatieven erkenning krijgen voor hun werkwijze. Verschillende bewoners vertelden over ervaringen waarbij zij ideeën deelden met institutionele partners, en dat die ideeën vervolgens werden uitgevoerd zonder dat zij hier voldoende in werden meegenomen. Actieve bewoners willen wel ondersteuning krijgen bij hun organisatieontwikkeling, maar wensen ook autonoom te blijven. Het is daarbij zoeken naar de juiste balans. Zolang bewoners in openheid bij institutionele partners kunnen aankaarten wat zij nodig hebben, en er duidelijke afspraken worden gemaakt over verantwoordelijkheden, rollen en taakverdeling in gemeenschappelijke projecten, lukt het ook om die balans te vinden.

De actieve bewoners die wij hebben gesproken hopen dat het programmabureau van het Masterplan de capaciteitsopbouw van bewonersinitiatieven op een duurzame, structurele manier kan blijven ondersteunen. Ze hopen daarbij ook op een duidelijke samenwerking en afstemming met de stadsdeelorganisatie, die ook steeds meer inzet op ondersteuning van bewonersinitiatieven zoals de buurtplatformen. “Dat je bij wijze van spreken vanuit het stadsdeel of vanuit het Masterplan een soort van buddy krijgt om stukken door te nemen om dat weer op een begrijpbare manier te communiceren naar je achterban.” - actieve bewoner

GELEEND VERTROUWEN

Een gelijkwaardig proces van community development is gebaat bij het bouwen van een ‘keten van vertrouwen’ tussen bewoners, overheden, partijen uit het maatschappelijk middenveld en lokale ondernemers. In een alliantie met ongelijksoortige partners, die toch op basis van gelijkwaardigheid met elkaar beogen samen te werken, is het lastig om de afstand te overbruggen tussen verschillende belevingswerelden, kennisbronnen, normatieve kaders en organisatieprocessen. Het onderling vertrouwen in een democratische samenwerkingspraktijk zoals de alliantie rond het Masterplan kan geschaad worden als stakeholders elkaar beconcurreren, of het nu gaat om actieve bewoners onderling, of om professionals die in direct contact staan met bewoners, zoals medewerkers van het programmabureau en gebiedsmakelaars van het stadsdeel. Ook de ervaren afstand tussen beleidsmakers en bestuurders enerzijds, en professionals in de uitvoering, lokale ondernemers en bewoners anderzijds, kan een risico 50

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

vormen. We hebben echter ook gezien dat er veel tussenpersonen actief zijn die bijdragen aan het overwinnen van wantrouwen en het overbruggen van afstand tussen verschillende stakeholders. “Je betrekt bewoners door sleutelfiguren die echt een belangrijke rol spelen, mee te nemen. Want je probeert toch hen zoveel mogelijk te begeleiden, te faciliteren, en de juiste informatie te geven. En je ziet dan toch dat ze dat heel mooi weer kunnen overbrengen naar andere mensen, dus dat hoeven we 9 van de 10 keer niet eens zelf te doen om het maar even zo te zeggen. Ik wil jullie in je kracht zetten en sterker maken, zodat jullie gaan verbinden met elkaar en dat jullie kunnen opstaan voor deze wijk.” - betrokkene programmabureau We hebben naast actieve bewoners ook verschillende frontlinieprofessionals, zoals gebiedsmakelaars, wijkagenten, opbouwwerkers en lokale sociaal ondernemers gesproken die elke dag actief werkzaam zijn in de leefwereld van bewoners, maar ook goed thuis zijn in de logica van beleidskaders. Zij kunnen in hun dagelijks werk verschillende institutionele niveaus bij elkaar brengen en kunnen belangrijke schakels vormen in een keten van vertrouwen tussen stakeholders in de alliantie. Ze hebben een groot netwerk, kennen verschillende denkkaders en ervaringen, en werken en communiceren op een verbindende manier.

Dat betekent niet dat ze blind zijn voor de verschillen tussen stakeholders of machtsongelijkheid onbenoemd laten. Het gaat om mensen die het krachtenveld in de alliantie helder analyseren en in staat zijn om verschillende stakeholders rond concrete, gedeelde opgaven bij elkaar te brengen. Daarbij maken zij het ongemak dat machtsongelijkheid met zich meebrengt juist bespreekbaar. Wanneer betrokkenen van informele bewonersinitiatieven en professionals met een outreachende functie bereid zijn elkaar in hun rol te versterken, kan dit leiden tot een stevig fundament voor de samenwerking. Waar institutionele bestuurders, beleidsmakers en bewoners elkaar soms moeilijk kunnen vinden door verschillen in machtsverhoudingen, maar ook in kennispositie, manieren van spreken en samenwerken, kunnen deze tussenpersonen een belangrijke vertaalslag maken tussen kennisbronnen, netwerken en werkwijzen. “Dit is een keten van schakels, ze moeten er allemaal zijn. Dat wil niet zeggen de één is meer gelijk dan de ander. Er is het domein van de overheid waarin iedereen gelijk is, en er is het domein van het maatschappelijk initiatief. Daarin heb je een ondernemende geest nodig. Sociaal ondernemers die verbinden. En het motortje dienend leiderschap is heel belangrijk. Zonder die vonkjes kan er energie zijn, maar dan slaat het niet aan.

Soms zit er zo’n tegendruk van het systeem om te doen wat we hier doen. Maar om het anders te organizen heb je ten eerste dat vonkje nodig, dan heb je het hout nodig. Want er is een gemeenschap die iets nodig heeft.” - actieve bewoner De bijdrage die deze tussenpersonen kunnen leveren aan ketens van vertrouwen kan meer erkend en gefaciliteerd worden. De tussenpersonen die wij hebben gesproken vertellen dat het voor hen heel belangrijk is dat er zorgvuldig omgegaan wordt met het vertrouwen dat bewoners in hen stellen. Actieve bewoners, maar ook medewerkers van het programmateam, sociaal professionals en gebiedsmakelaars maken het regelmatig mee dat bepaalde institutionele partijen bij hen komen ‘shoppen’ voor bewoners die zij willen bevragen of betrekken bij een bepaalde activiteit of project. Die projecten zijn ontworpen voor bewoners, maar niet gebaseerd op al bestaande netwerken. Tussenpersonen worden gevraagd om bewoners te betrekken, maar als de partij met wie zij samenwerken geen duurzame betrokkenheid toont, niet goed terugkoppelt, of gedane beloftes niet waarmaakt, dan schaadt dit de vertrouwensrelatie. Tussenpersonen ‘lenen’ het vertrouwen dat bewoners in hen stellen uit aan andere partijen waar zij mee samenwerken. Als deze partijen hier niet zorgvuldig mee omgaan, kan dit hun positie ondermijnen. Soms komen tussenpersonen dan in een lastig parket terecht.

Ze krijgen te maken met de frustraties van bewoners omdat hun verwachtingen niet worden ingelost. Wanneer ze vervolgens terughoudend worden met het verbinden van bewoners aan andere partijen, kunnen die gaan twijfelen aan hun vermogen om bewoners te bereiken. Met name betrokkenen van informele bewonersinitiatieven vinden het lastig wanneer zij aan bewoners uit moeten leggen waarom formele partijen op hun afspraken terugkomen. Zij willen formele procedures en beleidskaders inzichtelijk maken voor bewoners, maar willen niet de verantwoordelijkheid moeten dragen om uit te leggen aan bewoners waarom bepaalde institutionele partijen hun beloftes niet houden. We hebben verschillende voorbeelden gehoord van situaties waarin het ‘geleend vertrouwen’ van informele bewonersinitiatieven en frontlinie professionals werd geschaad door onduidelijkheid over besluitvorming vanuit 51

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

institutionele hoek, een gebrek aan opvolging, of overname van plannen/initiatieven zonder duidelijke afspraken over eigenaarschap. “Vertrouwen is heel essentieel. Een van de dingen die ervoor hebben gezorgd dat ik een leider in mijn gemeenschap ben, is niet dat ik de slimste of de knapste ben, maar dat ik de laatste 16, 17 jaar vertrouwen heb opgebouwd. Ik help mensen met hun vragen, over belastingen, over hun hypotheek, noem het maar op. En daarom geloven mensen wat ik zeg. En in de samenwerking met het Masterplan of de gemeente gaat dit soms kapot. Want andere partijen beloven dingen, en dan als puntje bij paaltje komt moet ik gaan uitleggen waarom dingen niet kunnen vanwege de juridische kant van het systeem bijvoorbeeld. Of dat er ineens toch geen financiering is. Dat zou niet mijn verantwoordelijkheid moeten zijn. En daarmee zorgen zij ervoor dat ik langzaam maar zeker gezichtsverlies lijd. Omdat zij dingen zeggen tegen bewoners en dan hun beloftes niet nakomen. En dan moet ik hún manier van werken uitleggen. Het Masterplan is hier juist gekomen omdat het hen niet lukte om zelf bewoners te bereiken en hun vertrouwen te winnen. Dus als je mij vraagt: help me om hen allemaal te bereiken, en ik zeg: wat kan ik voor je doen? En jij zegt: laten we het samen doen.

Dan verwacht ik dat we ons allebei aan onze beloftes houden.” - actieve bewoner We hebben ook betrokkenen van institutionele partners gesproken die dit probleem herkennen en vinden dat de overheid en andere instituties voorzichtig moeten zijn met wat ze beloven aan bewoners. Soms lijkt het alsof de wens om meer community based te werken wordt ingevuld door vooral bewoners hun zin te geven. Dit kan echter leiden tot het te snel maken van onrealistische beloftes. Zeker in een context zoals stadsdeel Zuidoost, waar bewoners al lang te kampen hebben met gebreken in publieke voorzieningen en infrastructuur, kan het mechanisme van ‘overpromise and underdeliver’ het broze vertrouwen van bewoners in instituties schaden. Eén van onze gesprekspartners verbindt hier de kernwaarde eerlijkheid aan. Wanneer institutionele partners eerlijk zijn over de mogelijkheden én beperkingen om aan de behoeften van bewoners tegemoet te komen, dan wordt het makkelijker om vertrouwen op te bouwen. “Dan moeten we het inderdaad wel organiseren. We zeggen we gaan de mensen bevragen, want we werken community-based. En zij vragen what’s in it for me en we zeggen, dit krijg je eruit. Vervolgens moet je met die informatie nog iets opbouwen. Dus kan je helemaal niet beloven wat je daar hebt gezegd, want je weet niet wat de uitkomst is. En dat is wat de afgelopen jaren ook heel vaak is gebeurd.

We hebben iets beloofd, we gaan ermee aan de slag en vervolgens kan je het niet waarmaken en denken de mensen, wat is dit nou voor iets.” - betrokkene Stopera “Wees realistisch en heb geen illusies, maar zorg dat je als gemeente de juiste partijen in hun kracht zet om met een duidelijk kader vanuit bewoners dingen op te pakken. Zodat bewoners ook zien dat er naar ze geluisterd wordt. Duidelijke terugkoppeling is er nodig ook, ook als het een keer niet lukt of gaat. Als je zulk soort checks and balances inbouwt dan ben ik ervan overtuigd dat het beter gaat.” - betrokkene alliantiepartner De professionals die wij hebben gesproken die als tussenpersoon opereren vragen ook om meer experimenteerruimte en het vertrouwen binnen hun eigen organisatie om vaste procedures, beleidskaders en verkokering te kunnen doorbreken. Juist de doorbraken die de alliantie van het Masterplan voor ogen heeft vragen om een nieuwe manier van werken aan taaie vraagstukken. Die nieuwe manier van werken komt alleen van de grond als betrokken professionals het vertrouwen krijgen dat ze van het gebaande pad af mogen wijken. “Wij hebben het nodig om vrijheid te krijgen om te kunnen dansen met die community. Want we moeten dansen met hen, snap je. En die vrijheid heb ik nog niet.” - betrokkene programmabureau

52

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

Tussenpersonen zouden een belangrijke rol kunnen spelen in het betrekken van bewoners bij het Masterplan en het vergroten van hun invloed. Zij kunnen namelijk niet alleen het ‘bonding’ sociaal kapitaal van bewoners versterken door ze te ondersteunen bij community building of gemeenschapsvorming, en het ‘bridging’ sociaal kapitaal door netwerkvorming tussen bewonersinitiatieven te faciliteren. Ze kunnen ook een rol spelen in het vergroten van het ‘linking’ sociaal kapitaal van bewoners. Linking sociaal kapitaal verbindt mensen via ‘verticale’ netwerken die machtsverschillen overbruggen aan overheidsinstellingen of politieke structuren. De mate waarin bewoners linking sociaal kapitaal hebben zegt iets over de invloed die zij ervaren op processen van beleidsvorming. In de wetenschappelijke literatuur komt naar voren dat respectvol contact en wederzijds vertrouwen van groot belang zijn om dit verticale, linking sociaal kapitaal tot stand te brengen. Linking sociaal kapitaal wordt ook wel beschreven als ‘collectief kapitaal’ dat niet een individuele eigenschap of verworvenheid is, maar een kenmerk van de relaties tussen groepen of gemeenschappen en de overheid.

Daarnaast stellen Szreter en Woolcock (2004) dat de ontwikkeling van gedeelde sociale normen nodig is om linking sociaal kapitaal tot stand te brengen, zodat er begrip kan ontstaan in de onderlinge omgang tussen groepen burgers en de overheid in de verticale relatie die ze met elkaar aangaan. Vanuit wederzijds begrip en gedeelde normen kan er dan gewerkt worden aan gezamenlijke doelen waar zowel de groepen burgers als de betrokken overheidsinstellingen zich in kunnen vinden. Een belangrijke voorwaarde om tot gezamenlijke doelen te komen is een gedeeld gevoel van rechtvaardigheid. In het geval van de samenwerking in de alliantie rond het Masterplan zien we dat bewoners nog maar beperkt invloed ervaren, omdat nog niet aan alle randvoorwaarden is voldaan om tot linking sociaal kapitaal te komen. We zien echter ook dat het met name in de doorbraakteams steeds vaker lukt vanuit wederzijds begrip samen te werken en met elkaar gedeelde normen en gezamenlijke doelen op te stellen. Daarbij worden oude vormen van ‘normdenken’ die leiden tot stigmatisering en uitsluiting doorbroken. Ook zien we dat er steeds vaker gesprekken worden gevoerd over de verschillende betekenis die het thema rechtvaardigheid heeft voor verschillende stakeholders.

Dit is een ontwikkeling die zowel kan bijdragen aan de invloed van bewoners op het Masterplan, als aan de samenwerking tussen de verschillende stakeholders in de alliantie.

53

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

CONCLUSIE “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder.” Dat zegt een actieve bewoner met trots en enthousiasme tijdens een bijeenkomst over de heroriëntatie van het Masterplan in januari 2025. De zaal zit vol met een mix van ambtenaren, alliantiepartners en actieve bewoners. Na een jaar is nog lang niet alles duidelijk over de nieuwe governance structuur, maar het tijdelijke doorbraakteam Inclusie en Participatie presenteert zichzelf met veel animo. Het team bestaat uit een aantal actieve bewoners, vertegenwoordigers van partijen uit het maatschappelijk middenveld, medewerkers van het programmabureau en ambtenaren van het stadsdeel. Bewoners zijn evenredig vertegenwoordigd in het team naast het programmabureau en het stadsdeel. Het team werkt nieuwe plannen uit om de zeggenschap van bewoners in de alliantie te verstevigen en de leden zijn blij met hun samenwerking. Het proces van heroriëntatie duurt misschien lang, maar er is een beweging gaande naar een nieuwe manier van samenwerken. Partners nemen meer tijd om elkaar te leren kennen en institutionele partijen delen beslissingsbevoegdheid met bewoners in een aantal doorbraakteams en het kernteam van de alliantie. Bewoners ervaren dat hun netwerk en kennis serieuzer wordt genomen.

Medewerkers van het stadsdeel en het programmabureau ervaren dat er verbinding wordt gezocht tussen verschillende gebiedsgerichte en opgavegerichte trajecten, en dat er minder langs elkaar heen wordt gewerkt. Dit betekent niet dat er geen wrijving is, of dat het partners geen moeite kost om elkaars perspectief en ervaringen te begrijpen. De geschiedenis van het koloniaal en slavernijverleden en de daaruit voortgekomen machtsongelijkheid hebben nog steeds invloed op het onderling vertrouwen, maar deze patronen worden nu vaker direct geadresseerd dan voorheen. Het van origine Afrikaanse spreekwoord “Alleen ga je sneller, maar samen kom je verder” past bij de beweging die in gang is gezet. Het ontwikkelen van een inclusieve, duurzame samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en transparantie vraagt om geduld, veel afstemming en het verduren van ongemak en onverwachte ontwikkelingen. Tegelijkertijd ontstaat er ook ruimte om de opgaven én werkwijzen van het Masterplan beter aan te laten sluiten bij de ervaringen en behoeften van bewoners. Uiteindelijk moet het Masterplan immers leiden tot een structurele verbetering van hun welzijn, veiligheid en kansengelijkheid.

Dit vraagt bereidheid van alle partijen om beslissingsbevoegdheid te delen en te accepteren dat het proces soms minder snel en efficiënt verloopt, maar de uitkomst wel breder gedragen is en passend bij de lokale context. De eerste stappen zijn gezet richting het verankeren van de principes van community development in de langetermijn beleidsontwikkeling van het Masterplan. In deze conclusie bespreken we inzichten en aanbevelingen die zouden kunnen bijdragen aan het verder ontwikkelen van een gelijkwaardige praktijk van democratische samenwerking tussen bewoners, overheden, partijen uit het maatschappelijk middenveld en lokale ondernemers.

EEN MEERVOUDIG PERSPECTIEF

We hebben in dit onderzoek veel verschillende - en regelmatig tegengestelde - perspectieven gezien op de samenwerking rond het Masterplan. Betrokkenen hadden verschillende ideeën over de afspraken die ze met elkaar hadden gemaakt, over de onderlinge verhoudingen en over de bedoeling van de samenwerking. We hoorden ook regelmatig tegengestelde interpretaties van eenzelfde ontmoeting of project. Zo ontstond een gefragmenteerd beeld, dat ook rijk en veelkleurig is, en waar verschillende patronen in vallen te ontwaren. Zodra we een beetje bewegen en op een andere manier naar het beeld kijken, verandert het, en komt er weer een nieuw patroon tevoorschijn. Precies zoals wanneer je door een caleidoscoop kijkt. De verschillende perspectieven lijken moeilijk samen te brengen, en we hebben tijdens dit onderzoek dan ook veel gehoord over onderling wantrouwen, botsende belangen en frustraties over de moeite om verschillende werkwijzen op elkaar af te stemmen. We hebben echter ook veel gehoord over de wens om samen het verschil te maken voor de bewoners van Zuidoost en te experimenteren met nieuwe werkwijzen om ongelijkheid en onrecht structureel aan te pakken. De verschillende stakeholders die wij hebben gesproken zijn eensgezind in hun wens om duurzame doorbraken te realiseren in het stadsdeel. Maar hoe doe je dat in een alliantie van partijen die zo veel van elkaar verschillen?

54

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

De samenwerking in de alliantie rond het Masterplan is een voorbeeld van emerging governance, of collaborative governance. Verschillende stakeholders werken met elkaar samen aan beleid over de grenzen van overheden, publieke instituties, maatschappelijke organisaties, bedrijven en bewonersinitiatieven heen. Dit is per definitie een proces waarin ongelijksoortige partijen in een context van machtsverschillen toch gedeelde ambities beogen te formuleren. Het Masterplan is ontstaan om historisch gegroeide ongelijkheden te doorbreken, terwijl dezelfde ongelijke verhoudingen ook invloed hebben op de onderlinge samenwerking. De caleidoscoop van verschillende perspectieven kan daarom niet zomaar vervangen worden door een eenduidig beeld van wat het stadsdeel nodig heeft. Pogingen om tot zo’n eenduidig beeld te komen leiden tot normdenken, waarbij dominante normatieve opvattingen over stedelijke ontwikkeling overheersen en gemarginaliseerde stemmen en ervaringen onderbelicht blijven. Dan bepalen de stakeholders met de meeste macht en invloed wat nodig is voor diegenen die de minste macht en invloed hebben, terwijl het Masterplan voor die laatsten is bedoeld.

Wij concluderen daarom dat een duurzame samenwerkingspraktijk rond het Masterplan niet gebaat is bij het zoeken naar één eenduidig perspectief, maar bij het leren omgaan met een verscheidenheid aan perspectieven, kennisbronnen en ervaringen. Wanneer onderlinge verschillen in de alliantie benoemd, erkend en onderzocht kunnen worden, wordt het mogelijk om de opgaven in het stadsdeel vanuit een meervoudig perspectief te bekijken. Dit vraagt van alle partijen transparantie over de eigen positie, belangen en kwetsbaarheden en bereidheid om open te luisteren naar het perspectief van anderen, zonder het eigen oordeel voorop te stellen. Machtsongelijkheid is niet zomaar te doorbreken, hoe welwillend alle betrokkenen ook zijn. Een meer gelijkwaardige samenwerking die kan leiden tot meer rechtvaardig beleid begint bij het benoemen en analyseren van de patronen die tot deze machtsongelijkheid hebben geleid en het uitnodigen van een gezamenlijke zoektocht naar nieuwe verhoudingen. Bij deze gezamenlijke zoektocht naar nieuwe verhoudingen past geen bestuur dat ‘top down’ wordt gearrangeerd, maar verbindend leiderschap en gedeelde beslissingsbevoegdheid.

Verbindend leiderschap zorgt voor vertrouwen in de samenwerking door te investeren in het leren kennen van elkaars positie en perspectief, en te investeren in open communicatie, ook over blinde vlekken, ingesleten patronen, valkuilen en kwetsbaarheden. Vanuit die openheid kunnen generaliserende aannames over andere partijen of een eenzijdig normerende manier van denken over wat nodig is in het stadsdeel doorbroken worden. Dit vraagt continue aandacht voor het relationele aspect van de samenwerking, en continue afstemming over de verschillende manieren waarop betrokkenen opgaven, uitkomsten en doelen interpreteren. Het vraagt ook alertheid op de doorwerking van maatschappelijke mechanismen van uitsluiting, discriminatie en racisme in de samenwerking, en daadkracht van mensen in een leiderschapsrol om daar een einde aan te maken. Gedeelde beslissingsbevoegdheid zorgt ervoor dat het meervoudig perspectief op de opgaven ook wordt doorvertaald naar de formele governance van de alliantie. Wanneer bewoners, lokale ondernemers en partijen uit het maatschappelijk middenveld samen met 55

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

institutionele partners besluiten nemen kunnen de context-specifieke cultuur, kennis en netwerken van gemeenschappen in Zuidoost effectiever geïntegreerd worden in beleid.

GEDEELDE KERNWAARDEN EN EEN GEDEELD VISIE OP IMPACT

Om vanuit meervoudig perspectief samen te kunnen werken hebben partners in de alliantie wel gedeelde kernwaarden, een gedeelde taal en een gedeelde visie op de beoogde impact van het Masterplan nodig. Zeker in een ongelijksoortig samenwerkingsverband leggen gedeelde kernwaarden en –concepten een basis voor duidelijke samenwerkingsafspraken en een gedeelde langetermijn visie. De gedeelde kernwaarden gelijkwaardigheid, wederkerigheid, empathie, betrouwbaarheid, transparantie en dienstbaarheid aan de opgaven zijn veelvuldig genoemd in dit onderzoek. Partners kunnen nog duidelijker met elkaar vaststellen hoe deze kernwaarden zich vertalen naar concrete werkafspraken en onderlinge bejegening, en hoe zij toezien op het naleven van deze afspraken. Zo kunnen zij er samen voor zorgen dat de manier waarop in de alliantie samengewerkt wordt congruent is aan de langetermijndoelen die de partners met elkaar voor ogen hebben. Zoals één van onze gesprekspartners het zei: de weg naar equity moet ook langs equity lopen. Dit houdt in dat in het proces van samenwerking dezelfde invulling van gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid terug moeten komen als in de langetermijndoelen van het Masterplan.

Als het Masterplan moet leiden tot de emancipatie van bewoners en het behouden en vergroten van sociale en economische waarden in de wijk, dan moet ook binnen de alliantie geïnvesteerd worden in de capaciteitsopbouw van actieve bewoners en lokale ondernemers. En als het Masterplan moet leiden tot beleid dat minder ver afstaat van gemeenschappen in het stadsdeel, dan kan het proces om daar te komen niet alleen bepaald worden door betrokkenen bij het Rijk en de Stopera. De overheid neemt een bijzondere plek in als partner in de alliantie. Zowel het Rijk als de gemeente wil op een vernieuwende, meer gelijkwaardige wijze samenwerken met andere partijen om complexe problematiek te doorbreken in Zuidoost. Er zijn extra investeringen nodig om specifieke vormen van maatschappelijke achterstelling in het stadsdeel recht te zetten en maatwerk om tegemoet te komen aan de behoeften van lokale gemeenschappen, passend bij hun eigen processen van betekenisgeving. Tegelijkertijd moet de overheid ook toezien op het algemeen publiek belang: de gelijke toegang tot voorzieningen en een rechtmatige besteding van publieke middelen. Alle bewoners moeten erop kunnen rekenen dat hun rechtspositie wordt beschermd ongeacht hun achtergrond.

Bewoners die het langst te maken hebben gehad met institutionele verwaarlozing hebben extra ondersteuning nodig om tot een gelijkwaardig welzijnsniveau en een waardig bestaansminimum te komen. Dit vraagt om ongelijk investeren voor gelijke kansen. In de opdracht die de overheid aan zichzelf stelt botst het gelijkheidsbeginsel in de praktijk soms met het streven naar rechtvaardigheid. Dit is het geval wanneer procedures voor de toekenning en verantwoording van publieke middelen zijn gebaseerd op het gelijkheidsbeginsel (bijv. wanneer lokale partijen geen voorrang mogen krijgen bij een publieke aanbesteding), terwijl de beoogde uitkomsten bij zouden moeten dragen aan meer rechtvaardigheid (bijv. het stimuleren van lokaal ondernemerschap zodat er meer economische waarde gaat circuleren in het stadsdeel, die ten goede komt aan de bestaanszekerheid van achtergestelde groepen). Het gelijkheidsbeginsel vereist dat gelijke gevallen gelijk behandeld worden, maar ook ongelijke behandeling wordt aangepakt. Concreet betekent dit dat om gelijke toegang tot voorzieningen te garanderen, zoals huisvesting, sociale zekerheid en gezondheidszorg, de overheid extra maatregelen moet nemen om achtergestelde groepen te beschermen.

We concluderen dat het streven naar rechtvaardigheid in uitkomsten alleen kan slagen wanneer beleidskaders en procedures voor de toekenning van publieke middelen ruimte bieden voor gerichte extra investeringen en andere, nieuwe manieren van (samen)werken. Generiek beleid en bestaande procedures zijn immers niet toereikend gebleken om historisch gegroeide achterstelling te herstellen. Die achterstelling van bepaalde groepen moet juist eerst hersteld worden om vervolgens recht te kunnen doen aan de belofte van generiek beleid; gelijke toegang tot voorzieningen, bestaanszekerheid en rechtsbescherming voor iedereen. Om gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid te realiseren moet de overheid dus zowel gelijke behandeling als uitgangspunt nemen, als durven inzetten op een specifieke, gerichte aanpak. Dit vraagt van de overheid om actief maatregelen te nemen om discriminatie tegen te gaan en garant te staan voor de daarvoor benodigde compensatie. Maatwerk daar waar gelijke behandeling nog niet vanzelfsprekend is, is randvoorwaardelijk voor generiek beleid dat gelijke toegang tot voorzieningen en een waardig bestaansminimum voor iedereen kan 56

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

waarborgen. We zien dat deze volgordelijkheid nog niet altijd expliciet wordt gemaakt, waardoor partijen in de alliantie soms vastlopen in het proces om tot rechtvaardige uitkomsten te komen. Soms bepaalt de overheid nog te veel vooraf wat nodig is, zonder de mensen om wie het gaat te betrekken. Het is belangrijk om juist ook partners zoals lokale ondernemers, partijen uit het maatschappelijk middenveld en bewoners te betrekken bij het vormgeven van nieuwe beleidskaders. Zowel erkenning van de kennis, cultuur en netwerken van lokale partners in Zuidoost, als overheidsgestuurde herverdeling van kansen en middelen zullen uiteindelijk bijdragen aan rechtvaardigheid.

AANBEVELINGEN

•

GEDEELDE VISIE OP IMPACT: Het opstellen van een Theory of Change kan partners in de alliantie helpen om samen opgaven, activiteiten en gewenste impact te definiëren. Een Theory of Change per doorbraakteam biedt een gedeelde visie op de gewenste langetermijnimpact van het Masterplan, en een helder overzicht van de stappen die nodig zijn om die impact te realiseren. Vanuit de opgestelde langetermijndoelen kunnen betrokkenen samen terugredeneren welke uitkomsten of resultaten nodig zijn om deze doelen te behalen, en welke kortetermijn activiteiten tot die uitkomsten of resultaten kunnen leiden. Op basis van de Theory of Change kunnen partijen de voortgang monitoren en waar nodig elkaar in het kernteam van de alliantie ter verantwoording roepen. Een gedeelde Theory of Change maakt het makkelijker om niet het belang en de positie van de eigen organisatie of gemeenschap centraal te stellen, maar de opgaven in het stadsdeel. Dan kunnen institutionele governance structuren en verantwoordingsmechanismen ook minder ervaren worden als een doel op zich, en meer als een middel om de impact van beleid zichtbaar te maken voor de bewoner om wie het uiteindelijk gaat. Wees daarbij alert op een afrekencultuur in de bestuurlijke hiërarchie en nodig reflectie op het eigen handelen uit, ook bij partners die een sterke machtspositie hebben zoals de gemeente.

•

DOORWERKING KOLONIAAL EN SLAVERNIJVERLEDEN: Zet in op erkenning van de doorwerking van het koloniaal en slavernijverleden in het heden als essentiële voorwaarde voor het herstellen van historisch gegroeide ongelijkheden. Doorbreek een ‘liefdadigheidslogica’ waarbij de overheid, andere instituties of bedrijven bepalen wat het stadsdeel nodig heeft zonder lokale kennis, behoeften en culturele krachtbronnen van bewoners mee te nemen. Zorg ervoor dat de formulering van zowel de opgaven als de gewenste impact van het Masterplan recht doen aan de manier waarop verschillende gemeenschappen betekenis geven aan wat van waarde is in het stadsdeel. Voorkom incidenteel bezoek van grote bedrijven en institutionele partners, maar betrek ze bij duurzame capaciteitsopbouw van bewonersgemeenschappen. Investeer ook in het herstellen van de intergenerationele overdracht van trauma en institutioneel wantrouwen dat te herleiden is tot de koloniale geschiedenis. Erken dat partners met meer macht ook meer verantwoordelijkheid dragen voor het realiseren van zelfreflectie en gelijkwaardigheid in de samenwerking. Dit vraagt om het nemen van verantwoordelijkheid voor het doorbreken van sociale onveiligheid en racisme boven in de bestuurlijke hiërarchie bij de overheid, institutionele partners en grote bedrijven.

•

GEDEELDE BESLISSINGSBEVOEGDHEID: Zorg voor een afvaardiging van bewoners in alle geledingen van het Masterplan, in het kernteam van de alliantie en in de doorbraakteams. Bepaal daarbij samen hoe bestaande structuren voor representatieve democratie en nieuwe praktijken van directe democratie zich tot elkaar verhouden en elkaar aanvullen. Bijvoorbeeld wat de rol is van leden van de stadsdeelcommissie in de alliantie en van vertegenwoordigers van verschillende buurtplatformen, bewonersinitiatieven en grassroots professionals. Om recht te doen aan de verschillende posities en perspectieven die aanwezig zijn in de alliantie zou gekozen kunnen worden voor gedeeld voorzitterschap van verschillende gremia van de alliantie. Een criterium zou kunnen zijn dat elk doorbraakteam en het kernteam van de alliantie voorgezeten worden door een representant van een institutionele partij én een partij uit het maatschappelijk middenveld of een informeel bewonersinitiatief. Zet in op verbindend leiderschap vanuit de voorzittersrol bij alle gremia van de alliantie: voorzitters zien erop toe dat niet één perspectief van één bepaalde partner de samenwerking of het gesprek overheerst, maar dat steeds een meervoud aan perspectieven aan bod komt en meegewogen wordt in beslissingen.

•

VERHOUDING PROGRAMMABUREAU EN STADSDEEL: De ervaren concurrentie tussen het stadsdeel en het programmabureau van het Masterplan heeft in de eerste jaren belemmerend gewerkt. Meer samenwerking en 57

RAPPORTAGE: ALLEEN GA JE SNELLER, MAAR SAMEN KOM JE VERDER

afstemming tussen het programmabureau en het stadsdeel is nodig. We hebben gezien dat het programmabureau gebaat is bij gedegen inzicht in ambtelijke processen en dat de stadsdeelorganisatie gebaat is bij aansluiting bij de netwerkrelaties met bewoners die het programmabureau heeft opgebouwd. Door expertise, werkwijzen en contacten met elkaar te delen wordt het Masterplan versterkt en breder gedragen. De onafhankelijke positie van het programmabureau blijft echter belangrijk. De gemeente heeft een regierol waar het gaat om de verantwoording van de besteding van publieke middelen en het waarborgen van het publiek belang, maar is ook één van de partners in een multistakeholder alliantie die wil samenwerken op basis van gelijkwaardigheid. Met name de zeggenschap van bewoners, bedrijven en kleine partners uit het maatschappelijk middenveld kan onder druk komen te staan als de regierol van de gemeente te overheersend wordt. Het programmabureau en de stadsdeelorganisatie kunnen alleen samengaan als gewaarborgd wordt dat plannen niet eerste zonder deze partijen worden vormgegeven om hen pas later te betrekken. Aangezien het programmabureau er voor de hele alliantie is en niet alleen voor de gemeente, is het belangrijk om de tijd te nemen voor het ontwikkelen van een nieuwe, gemeenschappelijke werkwijze waarin verschillende belangen en perspectieven tot hun recht kunnen komen.

Bestaande routes en processen binnen de gemeentelijke organisatie lenen zich hier (nog) niet altijd voor. Zowel de opgaven, als de activiteiten en de gewenste impact van het Masterplan moeten met alle partners worden afgestemd. Dit kan alleen als zowel het programmabureau als de stadsdeelorganisatie opgavegericht werken en een faciliterende, in plaats van voorschrijvende rol spelen in de alliantie. •

BOTTOM UP BESTUURLIJKE BESLUITVORMING: Samenwerkingspraktijken van collaborative governance zijn gebaat bij experimenteerruimte. De doorbraken die het Masterplan beoogt mogelijk te maken bevinden zich per definitie buiten de geijkte kaders, procedures en werkwijzen van betrokken partijen. Bovendien moeten partijen over de grenzen van beleidsdomeinen heen samenwerken om systemische doorbraken te kunnen realiseren. Het integraal samenwerken rond gebiedsgerichte opgaven die met bewoners, in aansluiting op hun behoeften, zijn geformuleerd, lukt regelmatig al goed op uitvoeringsniveau. Van opbouwwerkers tot lokale sociaal ondernemers en van gebiedsmakelaars tot wijkagenten, professionals die op een outreachende manier direct met bewoners samenwerken weten goed welke ruimte binnen en tussen beleidskaders nodig is om concreet verschil te kunnen maken. Onderzoek hoe bestuurlijke besluitvorming voorbereid kan worden met hun kennis en expertise als vertrekpunt, in plaats van dat bestuurlijke besluitvorming stuurt wat er wel en niet mogelijk is in de uitvoering.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16230383/1