CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. NvB geanonimiseerd.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 21 september 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening (VN2022-027930)29.803 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

9 alinea's met “presentatie”: 103 150 225 321 412 415 430 452 462

XXX

Gemeente Amsterdam

Nota van beantwoording zienswijzen en wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 parti­ ele herziening, ontwerp-omgevingsvergunning bouw, afwijken be­ stemmingsplan, wijzigen monument en bomenkap, en ontwerp verkeersbesluit

Colofon Opgesteld door Datum

Ruimte en duurzaamheid juli 2022

1

Inhoud Algemeen Ontvangen zienswijzen

Inhoudelijke behandeling zienswijzen ontwerpbestemmingspla

5

1.

Adressan

.

5

2.

Adressan Fietsersbond

8

3.

Adressan

12

4.

Adressan

. .

16

Inhoudelijke behandeling zienswijzen ontwerp-omgevingsvergunnin

29

5.

Adressan

.

29

6.

Adressan Fietsersbond

31

7.

Adressan

31

8.

Adressan

. .

32

Inhoudelijke behandeling zienswijzen ontwerp-verkeersbeslu

35

9.

Adressan

.

36

10.

Adressan Fietsersbond

37

11.

Adressan

37

12.

Adressan

.

39

Gewijzigde vaststelling

40

Bijlagen

42

2

Algemeen Voor de renovatie en gedeeltelijke nieuwbouw van het voormalige rechtbankgebouw aan de Parnassusweg 220 t.b.v. een museum voor hedendaagse kunst is een ontwerpbestemmingsplan opgesteld dat voorziet in het juridisch planologisch kader voor een museum. Tevens is een samenhangende aanvraag omgevingsvergunning ingediend (activiteiten bouw, afwijken bestemmingsplan, wijzigen monument en bomenkap). Voorts is een ontwerp-verkeersbesluit opgesteld voor de aanleg van algemene gehandicaptenparkeerplaatsen en laad- en losplaatsen. De voorbereiding en bekendmaking van het ontwerpbestemmingsplan, het ontwerpbesluit op de aangevraagde omgevingsvergunning en het ontwerp-verkeersbesluit vindt gecoördineerd plaats, overeenkomstig de procedure als bedoeld in paragraaf 3.6.1 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). In dit kader zijn ter inzage gelegd: þÿ% het ontwerpbestemmingsplan Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening; þÿ% de ontwerp-omgevingsvergunning; þÿ% het ontwerp-verkeersbesluit voor de aanleg van drie algemene gehandicaptenparkeerplaatsen, drie laad en losplaatsen als afzetplekken voor taxidiensten en de aanleg van twee laad en losplaatsen voor touringcars, allen ten dienste van het nieuw te realiseren museum aan de Parnassusweg 220. Hiertoe heeft op 2 februari 2022 een publicatie plaatsgevonden in het Gemeenteblad en op de website van de gemeente Amsterdam.

De ontwerpbesluiten met de daarbij behorende stukken hebben met ingang van 3 februari 2022 gedurende zes weken voor een ieder ter inzage gelegen op het Stadsloket van het stadhuis, Amstel 1 en het Stadsloket Zuid, President Kennedylaan 923 en de stukken waren digitaal raadpleegbaar via op www.odnzk.nl onder bekendmakingen en het ontwerpbestemmingsplan was tevens digitaal raadpleegbaar via www.ruimtelijkeplannen.nl.

Gedurende de periode van terinzagelegging kon eenieder een zienswijze over de ontwerpbesluiten naar voren brengen bij de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied. Er zijn vier reacties ontvangen. De zienswijzen zijn in samengevatte vorm weergegeven. De zienswijzen worden inhoudelijk beantwoord in de voorliggende nota van beantwoording, die integraal onderdeel uitmaakt van het te nemen raadsbesluit over het ontwerpbestemmingsplan en de te verlenen omgevingsvergunning door de Omgevingsdienst namens het college van Burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam (hierna: het college) en het verkeersbesluit door Stadswerken namens het college. De termijn voor het naar voren brengen van zienswijzen liep tot en met 16 maart 2022. Alle zienswijzen zijn tijdig ontvangen. De nota is beschikbaar in elektronische en analoge (papieren) vorm. In de analoge versie zijn de zienswijzen integraal opgenomen in de bijlage van de analoge nota. Vanwege de bescherming van de privacy zijn de zienswijzen niet bij de elektronische versie gevoegd en zijn de persoonlijke gegevens in de elektronische versie geanonimiseerd.

Ontvangen zienswijzen Nr.

Adressant

Adres

Datum

ontvangst

13 maart 2022

1

2

3

Fietsersbond

15 maart 2022

15 maart 2022

3

4

15 maart 2022

4

Inhoudelijke behandeling zienswijzen •

Ontwerpbestemmingsplan Zuidas-Parnas Parnassusweg 220 partiële herziening

Inleiding

De aspecten die naar voren zijn gebracht op het ontwerpbestemmingsplan worden hiernavolgend per zienswijze behandeld. Voor zover zienswijzen van adressanten (deels) gebaseerd zijn op de zienswijze van andere adressanten of indien onderdelen van zienswijzen inhoudelijk en tekstueel deels overeenkomen wordt voor de samenvatting en de reactie voor die onderdelen verwezen naar de reactie op de zienswijze van de andere adressant.

1. Adressant a.

Duidelijkheid over openbare ruimte en verkeer voor vaststelling bestemmingsplan

Adressant stelt dat er helderheid over de inrichting qua verkeer en groen beschikbaar dient te zijn voordat een definitieve beslissing over de herziening bestemmingsplan en de omgevingsvergunning genomen wordt. De procedure dient volgens adressant daarom opgeschort te worden. Reactie: De totstandkoming van het ontwerp voor de openbare ruimte betreft een proces dat volgend is op het ontwerp voor het museum en later in de tijd volgt. Dit is gebruikelijk. Daar waar de inrichting van de openbare ruimte directe relatie heeft met het functioneren van het museum zijn deze onderdelen in de basis wel nader uitgewerkt. Dit betreft de parkeerplekken voor gehandicapten en de laad- en losplekken voor taxidiensten en touringcars. Deze zijn in de vorm van een verkeersbesluit onderdeel van de stukken die ter inzage hebben gelegen. Aanvullend hierop worden in bijlage 1 van deze nota de analyse en uitgangspunten voor het ontwerp van de openbare ruimte aan de zijde Parnassusweg getoond.

Daarnaast zijn de volgende uitgangspunten basis voor het ontwerpproces: verlengde Fred Roeskestraat vergroenen en autovrij; verlengde Fred Roeskestraat krijgt een parkachtige sfeer met banken, voetgangers- en fietsverbinding en ondersteund met passende beplanting en extra bomen (onder andere als compensatie voor de door de bouw van het museum te kappen bomen); belangrijke fietsverbindingen noord-zuid en oost-west blijven behouden en worden voorzien van oversteekplaatsen voor de bezoekers van het museum; de hele openbare ruimte wordt rainproof en toekomstbestendig ingericht. Op basis van deze uitgangspunten en analyse en het feit dat de belanghebbenden nog betrokken worden bij het ontwerp van de openbare ruimte concludeert de gemeente dat de inrichting van de openbare ruimte in combinatie met het museum geen nadelige ruimtelijke effecten met zich meebrengt. Voor de toelichting hiervan wordt verwezen naar bijlage 1. Bij de totstandkoming van het ontwerp van de openbare ruimte wordt de omgeving betrokken, waarbij de verwachting is dat najaar 2022 het participatietraject start. In de ontwerpfase van de openbare ruimte worden zowel één op één gesprekken gevoerd als bredere bijeenkomsten georganiseerd om ervoor te zorgen dat de belangen van de partijen in de directe omgeving zo goed mogelijk kunnen worden meegewogen.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Wel wordt aan deze Nota van Beantwoording bijlage 1 toegevoegd, waarin de uitgangspunten voor het ontwerp van de openbare ruimte zijn opgenomen.

b. Slordigheden in het ontwerpbestemmingsplan Adressant geeft aan dat de bijlagen bij plan en ontwerpbesluit niet overeenkomen, of juist wel als dat niet gepast is, een waterparagraaf bij het Bestemmingsplan overeenkomstig de aankondiging in 14.1 ontbreekt. Er is duidelijk veel te haastig en dus onzorgvuldig gewerkt.

5

Reactie: Bij nadere bestudering van de stukken is naar voren gekomen dat enkele onvolkomenheden in het ontwerpbe­ stemmingsplan staan. Deze worden gecorrigeerd in de versie van het bestemmingsplan zoals dat ter vaststel­ ling zal worden aangeboden aan de raad. Deze onvolkomenheden doen geen afbreuk aan de inhoud en strek­ king van het ontwerpbestemmingsplan.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan aan te passen, waarbij een aantal van de door adressant genoemde onvolkomenheden gecorrigeerd worden.

c.

Muziek(kelder) dient als aparte categorie bestemd te worden, niet onder horeca 6, vergelijk regeling Paradiso met aanduiding Wro ontheffingszone Adressant stelt dat de algemene bestemming “Cultuur en Ontspanning” vaag is, bij de invulling van de bestemmingsregels mist “muziek” als aparte categorie. Dat dient toegevoegd te worden. Het gaat niet aan een muziekkelder van aanzienlijke omvang te bouwen met zelfs een eigen ingang en dat dan niet in de bestemmingsregels op te nemen. Nu is dat nogal vreemd ondergeschoven bij horeca 6. Dat is een omkering van het gang­ bare, zie Paradiso en de Melkweg waar deze categorie geïntroduceerd is: er moet dan een aanduiding “wro zone ontheffingsgebied” zijn en de instellingen moeten jaarlijks hun programmering voorleggen aan stadsdeel Centrum. Adressant vindt ook hier een nadere regulering op enig moment nodig. Reactie: De muziekkelder is onder horeca 6 opgenomen in artikel 3.1 onder c. horeca van categorie 6 jo. 3.3 onder c. sub 3 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan. De reden dat de muziekkelder onder horeca van cate­ gorie 6 is opgenomen in het ontwerpbestemmingsplan is dat het hier niet mag gaan om zelfstandige horeca die niet verbonden is aan een culturele instelling. Uitsluitend culturele horeca is toegestaan, dat wil zeggen een culturele functie die duidelijk ook een horeca onderdeel heeft.

In dit geval betreft de muziekkelder een ruimte gericht op de artistieke programmering rond muziek en audiokunst, gelieerd aan en als onderdeel van het museumprogramma en het culturele concept van het museum. De muziekkelder is een onderdeel van het mu­ seum voor alles wat met geluid te maken heeft en voegt een plek van samenkomst toe aan het museumprogramma. De horeca-onderdelen zijn allen ondergeschikt aan (en ondersteunend aan en onderdeel van) het museale programma, worden geëxploiteerd door het museum cq. de stichting en maken een onlosmakelijk onderdeel uit van het culturele totaalconcept. Horeca 6 is een zelfstandige vorm van horeca, gekoppeld aan een culturele functie. Als de culturele functie uit het pand vertrekt en niet door eenzelfde functie wordt vervangen, verdwijnt de horecabestemming van het pand. Op die manier kunnen de betreffende panden niet worden omgezet in reguliere horecabestemmingen. Dit is de reden dat de muziekkelder niet als aparte (horeca)categorie is bestemd maar als horeca van categorie 6 (culturele horeca).

In het bestemmingsplan ‘Zuidelijke binnenstad’ waarbinnen het perceel van Paradiso valt is de volgende regeling opgenomen in artikel 41: Artikel 41 Algemene gebiedsaanduiding wro-zone-ontheffingsgebied 41.1 Aanduidingsregel Ter plaatse waar de gebiedsaanduiding 'wro-zone-ontheffingsgebied' op de verbeelding is aangegeven, bevin­ den zich gebouwen met een culturele of museale functie die, met inachtneming van het bepaalde in artikel 41.2 in aanmerking komen voor het bj omgevingsvergunning afwjken ten behoeve van horeca 6.

41.2 Bj omgevingsvergunning afwjken ten behoeve van horeca 6 Het dagelijks bestuur is bevoegd bj omgevingsvergunning af te wijken ten behoeve van horeca 6 in gebouwen die op de verbeelding zjn aangeduid met de gebiedsaanduiding 'wi'o-zone-ontheffingsgebied' hebben, indien: a. de exploitatie van het gebouw geschiedt door een instelling met een culturele of museale doelstelling; b. de verlening van de omgevingsvergunning bijdraagt aan een mix van verschillende activiteiten binnen het gebouw, waarbij de horecacomponent ondergeschikt is en blijft aan de culturele activiteiten; c. het woon- en leefklimaat in de omgeving van het gebouw niet in onevenredige mate wordt aangetast; d. de horeca-activiteiten alleen binnen het gebouw mogen plaatsvinden; het exploiteren van een (dak)terras of het gebruik van (keur)tuinen voor horeca-activiteiten is niet toegestaan. De toestemming om ten behoeve van horeca 6 af te wjken die bij omgevingsvergunning is gegeven, vervalt van rechtswege wanneer de primair culturele of museale activiteiten geheel of gedeeltelijk worden beëindigd.

Deze regeling die onder andere voor Paradiso geldt is vergelijkbaar met de regeling zoals die is opgenomen in het onderhavige ontwerpbestemmingsplan. Echter, anders dan bij het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad gaat het in dit geval om een zogenaamd postzegelbestemmingsplan dat uitsluitend en specifiek wordt vastge­ steld voor de culturele instelling die gevestigd zal worden in het pand op de Parnassusweg 220. Het betreft 6

daarmee een heel specifiek bestemmingsplan gericht op het initiatief dat nu voorligt. Dat biedt de mogelijkheid om in het bestemmingsplan zelf en tevens in de gecoördineerde omgevingsvergunning voor de activiteit bou­ wen specifieke randvoorwaarden op te nemen. De randvoorwaarden die zijn opgenomen in artikel 41 van het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad zijn grotendeels ook verwerkt in de regeling van het onderhavige ont­ werpbestemmingsplan. In de toelichting is onderbouwd dat het gaat om de exploitatie van het gebouw door een instelling met een culturele of museale doelstelling en dat de horeca 6 bijdraagt aan een mix van verschil­ lende activiteiten binnen het gebouw, waarbij de horecacomponent ondergeschikt is en blijft aan de culturele activiteiten. Tevens is door middel van de diverse onderzoeken aangetoond dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het gebouw niet in onevenredige mate wordt aangetast door de culturele horeca. Doordat deze aspecten allemaal al meegenomen konden worden in het (ontwerp)bestemmingsplan was het niet nodig dit nog onder een nadere Wro ontheffing te brengen. Er is voor gekozen om deze afweging nu direct al in het be­ stemmingsplan en de omgevingsvergunning mee te nemen.

Anders dan in het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad is voor sommige vormen van culturele horeca in het onderhavige ontwerpbestemmingsplan wel een (dak)terras toegestaan, echter dit geldt niet voor de muziekkel­ der. De reden dat de (dak)terrassen bij de culturele horeca in het onderhavige ontwerpbestemmingsplan wel zijn toegestaan is dat er anders dan in de omgeving van het Leidseplein in de omgeving van het onderhavige museum geen sprake is van een bestaande druk op het woon- en leefklimaat als gevolg van in overvloed aan­ wezige horeca. Deze grote bestaande druk op het woon- en leefklimaat als gevolg van in overvloed aanwezige horeca is de reden geweest dat in het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad geen (dak)terrassen bij culturele horeca zijn toegestaan. In het kader van het onderhavige bestemmingsplan is een afweging gemaakt waarbij de specifieke bestaande situatie en omgeving van dit museum zijn betrokken. Dit heeft geleid tot het wel toe­ staan van (dak)terrassen bij de culturele horeca in dit bestemmingsplan. Wel is het zo dat mede naar aanleiding van de zienswijzen er nogmaals gekeken is naar het al dan niet opne­ men van aanvullende randvoorwaarden in het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning. De uitkomst hiervan is dat de entree van de muziekkelder gewijzigd zal worden.

Op de bouwtekeningen zoals die ter inzage hebben gelegen was er sprake van een entree inpandig via het museum zelf en daarnaast nog van een afzon­ derlijke entree aan de zijde van de Fred Roeskestraat. Deze afzonderlijke entree zal niet gebruikt worden t.b.v. bezoekers van de muziekkelder. Deze entree blijft behouden als nooduitgang en ten behoeve van toegang tot de workshops voor kunstenaars. Toegang in de avond naar de muziekkelder zal plaatsvinden via de hoofden­ tree. Dit zal in het bestemmingsplan verwerkt worden.

Daarnaast geldt dat enkele door adressant genoemde zaken geregeld zullen worden in de exploitatievergun­ ning die nog aangevraagd dient te worden voor de culturele horeca in het museum. Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Toegang in de avond naar de muziekkelder zal plaatsvinden via de hoofdentree. Dit zal in het bestemmings­ plan in de regels en op de verbeelding verwerkt worden.

d. beeldentuin, groen toevoegen in bestemming Cultuur en Ontspanning Adressant geeft aan dat op de kaart, de verbeelding, binnen het roze vlak geen groen is aangegeven, terwijl volgens het bouwplan er een inspringing aan de noordzijde zou zijn, bij de CRK presentatie aangeduid als “eventuele beeldentuin”; dit dient volgens adressant met groen aangegeven te worden en niet te verdwijnen in Cultuur en ontspanning. Reactie: In 3.1 onder p van de regels van het ontwerpbestemmingsplan zijn in de bestemming Cultuur en ontspanning tuinen opgenomen. Het gebruik als tuinen en groen is dus toegestaan in de bestemming Cultuur en ontspan­ ning. Dit hoeft niet afzonderlijk op de verbeelding aangegeven te worden met een aparte bestemming Groen of Tuinen. De bestemming Cultuur en ontspanning biedt alle ruimte om deze strook groen in te richten.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. rechtbank en museum niet te vergelijken qua functie, wel sprake van een nieuwe stedelijke ontwikke­ ling Adressant stelt dat het onzin is om bij de toetsing aan Provinciaal beleid te stellen dat het hier slechts om een andere invulling van een maatschappelijke functie gaat omdat een rechtbank en dit museum qua publieke 7 e.

functie en in omvang “behoorlijk vergelijkbaar” zouden zijn. Het gebouw wordt aanzienlijk vergroot, de activitei­ ten die publiek trekken zijn totaal anders van aard en waarschijnlijk ook de tijdstippen waarop publiek arriveert en vertrekt. Voor een rechtbank waren geen laad-en losplaatsen voor touringcars nodig. Er is dus wel degelijk sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Reactie: Naar aanleiding van de zienswijze is alsnog heroverwogen of in casu sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Zekerheidshalve is ervoor gekozen alsnog een onderzoek te doen op grond van de ladder van duurzame verstedelij­ king. De conclusie van dit onderzoek is:

Op basis van ons onderzoek kan worden geconcludeerd dat MCA op de Zuidas een (zeer) beperkte impact heeft op bestaande voorzieningen. Doordat de behoefte aan musea groter is dan het aanbod verwachten we geen leegstand, zeker geen structurele leegstand. Ook verwachten we geen aantasting van het woon- en leefklimaat en on­ dernemersklimaat als gevolg van de invulling van de propositie aan de Parnassusweg 220. Sterker, de beoogde ont­ wikkeling draagt positief bij aan het woon- en leefklimaat van bewoners in de buurt, wijk, stad, gemeente en regio, en versterken de kunst- en cultuursector, de economie en het ondernemersklimaat. Het initiatief draagt bij aan het voornemen in te zetten op een sterke, inclusieve culturele infrastructuur. Het voegt een functie toe aan een gebied dat op ieder vlak sterk groeit en in de toekomst een zwaartepunt zal vormen van (internationaal) bezoek aan zowel Nederland als Amsterdam. Creativiteit, verbinding en inclusiviteit genieten prioriteit, waarmee het MCA een belangrijke cultureel-maatschappelijke functie kan vertolken in stadsdeel Zuid en het Amster­ dam van de toekomst.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding de regeling aan te passen. De toelichting zal worden aangepast, waarbij inge­ gaan wordt op de ladder van duurzame verstedelijking. Gelet op de conclusies ten aanzien van de ladder voor­ ziet het bestemmingsplan nog steeds in een goede ruimtelijke ordening. Er bestaat zowel kwantitatief als kwali­ tatief behoefte aan het museum.

f. wateraspecten in opdracht van initiatiefnemer opgesteld, betrokkenheid AGV onduidelijk Adressant noemt dat het wat vreemd overkomt dat watertoets en wateronderzoek in opdracht van een belang­ hebbende zijn gedaan. Onduidelijk is of de waterbeheerder(AGV) vroegtijdig in de planvorming is betrokken en wie hier nu eigenlijk verantwoording aan wie aflegt. Een verwijzing naar de waterparagraaf en specifieke plan­ nen zoals maaiveldophoging die zijn gemaakt voor het grotere bestemmingsplan Parnas ontbreekt geheel.

Reactie: Het is gebruikelijk dat ontwerpbestemmingsplannen inclusief daarvan onderdeel uitmakende onderzoeken (waaronder ook geohydrologische onderzoeken en watertoets) door externe planologische adviesbureaus wor­ den opgesteld. Ook komt het voor dat een initiatiefnemer daartoe opdracht geeft aan een dergelijk bureau. Dit laat onverlet dat het bestemmingsplan uiteindelijk wordt getoetst en vastgesteld door de raad. De raad besluit uiteindelijk over (inhoud en onderbouwing van) het bestemmingsplan. In bestemmingsplanprocedures heeft AGV/Waternet een adviserende rol. AGV/Waternet adviseert over de ruimtelijke aanvaardbaarheid als het gaat om het thema (grond)water. Dit gebeurt door toetsing van de geohy­ drologische onderzoeken en watertoets behorende bij het (ontwerp)bestemmingsplan door AGV/Waternet. AGV/Waternet brengt dan advies uit over die onderzoeken. De raad neemt deze adviezen doorgaans over, tenzij zou blijken dat de adviezen (op onderdelen) niet deugdelijk tot stand zouden zijn gekomen (dit kan bij­ voorbeeld blijken middels een contra-expertise/second opinion). Dit doet zich in de praktijk niet of nauwelijks voor. In de Watertoets (Tauw, d.d. 13 januari 2022) wordt verwezen naar de Waterparagraaf deelgebied Parnas (Ge­ meente Amsterdam, d.d. 15 augustus 2014) op pagina 12 (voetnoot 3) en pagina 21 (voetnoot 5).

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

2. Adressant Fietsersbond a. Inrichting openbare ruimte onlosmakelijk verbonden met ontwerpbestemmingsplan Adressant verzoekt om alsnog de inrichting van de openbare ruimte tegelijkertijd met de omgevingsvergunning,

ontwerpbestemmingsplan en verkeersbesluit ter inzage te leggen en de huidige procedure te stoppen totdat alle fouten en omissies zijn hersteld. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder a.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Wel wordt aan deze Nota van Beant­ woording bijlage 1 toegevoegd, waarin de uitgangspunten voor het ontwerp van de openbare ruimte zijn opge­ nomen.

b. Duidelijkheid over hoofdingang Adressant stelt dat de exacte locatie van de hoofdingang onduidelijk is en blijft. Tijdens de bewonerspresentatie van het ontwerp van OMA op 25-10-2021 lijkt het gebouw op het fietspad gebouwd te worden. Er werd toen aangegeven dat er slechts een klein voetpad overbleef naast het fietspad en het fietspad daarom zou moeten worden versmald. Navraag door adressant bij de Zuidas leverde een tekening op van de huidige en nieuwe situatie. De maten in de huidige situatie (links op de tekening) kloppen niet met de werkelijkheid (fietspad is 5.50 m) en de eerder door de Zuidas geproduceerde tekening bij de aanleg van het fietspad (fietspad 5.40 m).

Reactie: De entree naar het museum is bereikbaar via een verhoogde entreepartij. Bezoekers van het museum worden op een vroeg moment naar de hoofdentree geleid. Ze gebruiken de hellingbaan aan de noordkant, een trap aan de zuidkant of trappen aan de oostzijde van de entreepartij. De stoep direct ten oosten van de verhoogde entreepartij is 4,61 m breed en op het smalle deel ter hoogte van het entreegebouw 2,48 m breed. Dit smallere gedeelte is 10,39 m lang. In de huidige situatie is het 22.37 m lang, exclusief de droogloop. De breedte van de stoep voldoet aan de CROW-richtlijnen die de gemeente hanteert. Daarnaast hanteert de gemeente het Handboek Inrichting Openbare Ruimte (HIOR) (https://hior.amsterdam.nl/#/home ), waarin ver­ wezen wordt naar de leidraad CVC 2020 en de Leidraad Voetgangersruimte 2018 en het gebruiken van de Spreadsheet voetgangersruimte. Uit de toepassing van de spreadsheet is op te maken dat bij een intensiteit van 20 voetgangers per minuut de breedte van 2,48 m voldoet. De verwachting is dat de intensiteit van voet­ gangers op dit smallere gedeelte niet zal voorkomen, gezien de directe toegankelijkheid van de verhoogde en­ treepartij vanuit meerdere zijdes. Daarnaast is de ticketbalie voorzien binnen in het gebouw in het atrium en niet direct bij het entreegebouw aan de Parnassusweg.

Dit zal tot gevolg hebben dat geen rijvorming zal optre­ den in de buitenruimte. Mensen met een beperking die komen vanuit zuiden/drop-off hebben voldoende ruimte om langs het entreege­ bouw over de stoep van 2,48 m de noordelijke hellingbaan te bereiken.

Spreadsheet: https://131f4363709c46b89a6ba5bc764b38b9.objectstore.eu/hior/Documenten/Spreadsheet%20voetgangersruimte%20(2018).xlsx In bijlage 2 zijn de positie van de ingangen voor de bezoekers en verschillende loopstromen weergegeven. Uit een recente nameting is gebleken dat de breedte van het huidige fietspad 5,1 m betreft. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Wel wordt aan deze Nota van Beantwoording bijlage 2 toegevoegd, waarin de analyse van loopstromen en fietsstromen rondom MCA zijn opgenomen.

c.

Duidelijkheid over noordoostzijde groen en op-afrit fietsenstalling

Adressant merkt op dat uit de tekening tevens blijkt dat het groen aan de noordoostzijde van het nieuwe ge­ bouw verdwijnt en er een op- en afrit komt naar een fietsenstalling. Adressant verzoekt om duidelijkheid over de inrichting van dit gedeelte van de openbare ruimte. Reactie: Aan de noordoostzijde wordt het gebouw voorzien van een hellingbaan naar de entree op de begane grond en hellingbaan naar de fietsenstalling in de kelder. Er blijven twee bomen behouden en een boom wordt gekapt. 9

De reden daarvan is dat de boom midden in de hellingbaan naar de fietsenkleder zou komen te staan en deze daarom niet voldoende toegankelijk is. Ook is het technisch niet mogelijk om de boom te behouden bij aanleg van de hellingbaan naar de kelder. Een andere reden is dat de boom een vrij lage toekomstverwachting heeft. De twee bomen hiernaast hebben een hogere toekomstverwachting. Deze bomen worden geïntegreerd in het ontwerp van de hellingbaan naar de verhoogde entree. De hellingbaan is hiervoor breed genoeg en behoudt met deze 2 bomen een goede toegankelijkheid. Op de tekening in bijlage 1 is ingezoomd op dat gedeelte. De boom die gekapt zal worden wordt gecompenseerd. Meer informatie hierover staat in de omgevingsvergunningaanvraag voor de activiteit kappen en ook in de ontwerp-omgevingsvergunning voor de activiteit kappen. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

Voor goede oversteek voetgangers is meer ruimte nodig op nader te bepalen plaats i.v.m. drukte fietskruispunten Adressant merkt op dat ter plaatse van de ingang het fietspad tegelijkertijd deel uitmaakt van twee intensief bereden plusnetten fiets, zowel noord-zuid als oost-west, waarover in de ochtendspits duizenden fietsers pas­ seren. In de onmiddellijke nabijheid zijn twee zeer drukke kruispunten. De voetgangers die hier meer zullen komen hebben nu al een hele lastige oversteek. Voor een goede nieuwe oversteek is mogelijk meer ruimte nodig op een nader te bepalen plaats. d.

Reactie: De huidige situatie met twee plusnetten fiets in combinatie met voetgangers komende vanuit de Strawinskylaan die het fietspad oversteken, betreft een situatie waarvan nu reeds sprake is. De voetgangersloopstromen zul­ len naar verwachting in de nabije toekomst wijzigen als gevolg van de realisatie van de tweede passage (Brittenpassage) van Station Zuid ter hoogte van de Eduard van Beinumstraat en de aanleg van een verbeterde en volwaardige route in de openbare ruimte vanaf de bestaande Minervapassage door de Eduard van Beinum­ straat (zie artist impression). De verwachting is dat voetgangers én bezoekers van het nieuwe museum primair deze route zullen gaan gebruiken en in het verlengde van de Eduard van Beinumstraat de Parnassusweg en fietspaden reeds oversteken (zie bijlage 2). Dit zal ook middels bewegwijzering vanuit het stationsgebied wor­ den ondersteund. Dit betekent dat de primaire loopstroom van bezoekers van het museum op een rustiger en meer overzichtelijk punt het fietspad oversteekt. De huidige oversteek over de Parnassusweg ter hoogte van de Eduard van Beinumstraat zal daarbij als onderdeel van het project Zuidasdok vervangen worden door een nieuwe oversteek.

In de situatie tot opening van de Brittenpassage en ten behoeve van de resterende loop­ stroom komend vanuit de Strawinskylaan wordt als onderdeel van het nog op te stellen plan voor de openbare ruimte gedacht aan een lichte verhoging met begeleidende markering (geen zebrapad) als oversteekplek voor voetgangers over het fietspad. Deze ligt vanwege de verkeersveiligheid (voldoende zicht) op voldoende af­ stand vanaf de fietskruising bij de onderdoorgang Parnassusweg, zodat voetgangers komende vanuit de on­ derdoorgang eerst afbuigen en niet in één rechte lijn doorlopen en oversteken. De oversteek ligt tegenover de trap die naar de hoofdentree leidt. Ten behoeve van de bezoekers die gebruik maken van de parkeerplaatsen voor mensen met een beperking en die vanuit het noorden komen is eenzelfde oversteek voorzien.

10

IIIIsiI!

III

hm" reë111 i illI

.

sënni isia

4.111191

■ WlI I I11 I» ■ “ 'cm imnn

1418 iEin

11

■ l»H IIinII mg m nu K 1 ’il 1 il 1 IL B yIIIMAEII 11 E 'ji üli III ■ I 1

-

-

L07 ' 7ë

3

1' 4

252si "hm

g ë

3. OVT en flanken

Conclusie 11

De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Wel wordt aan deze Nota van Beantwoording bijlage 1 toegevoegd, waarin de uitgangspunten voor het ontwerp van de openbare ruimte zijn opgenomen.

3. Adressant Doel museum en financiering: toevoeging aan culturele landschap Amsterdam. Meefinancieren door verhuur gemeente.

a.

Adressant vraagt zich af wat het museum toevoegt aan het culturele landschap in Amsterdam. Waarom wil de Gemeente een pand aankopen om vervolgens te verhuren aan een stichting? Op deze manier worden publieke gelden aangewend voor zaken waarvan het maatschappelijk nut beperkt is. Bovendien wordt een gedeelte van de nieuwbouw restaurant en een deel concertzaal. Er zijn in Amsterdam voldoende musea. Er is zelfs een prachtig museum dat nu het geen band meer heeft met Rusland dringend aan een nieuwe insteek toe is. Niet de taak van de Gemeente om verhuurder van horeca- en uitgaansgelegenheden te zijn, laat staan het meefinancieren van dit prestigeproject. Reactie: Het Museum of Contemporary Art (MCA, werktitel) heeft de ambitie om een toonaangevend internationaal museum voor hedendaagse kunst te worden. Door de mensen die kennis en kunst produceren, de faciliteiten om te experimenteren en te materialiseren, en de publieke ruimtes om te exposeren, delen en discussiëren samen te brengen onder één dak, activeert het MCA het oorspronkelijke museummodel tot een hedendaags instituut en een publiek forum. De initiatiefnemer heeft het streven om met het MCA een instituut toe te voegen aan het Amsterdamse cultuurlandschap dat het begrip 'museum' herdefinieert. Een essentieel onderdeel van dat concept is het idee dat een museum meer is dan een verzameling ruimtes met kunst aan de wand.

Het is een plek waar verschillende kunstdisciplines elkaar ontmoeten en waar een diverse creatieve gemeenschap kan samenkomen, werken, denken en elkaar kan inspireren. Het MCA zal geen eigen collectie bezitten maar bijdragen aan het opbouwen van individuele en collectieve geschiedenissen en het nationale erfgoed, door de geproduceerde werken te doneren aan de Nationale Collectie en daarmee toegankelijk te maken voor alle musea in Nederland en daarbuiten. De Amsterdamse Kunstraad heeft geadviseerd over dit nieuwe museumconcept en heeft beoordeeld dat het hier inderdaad om een nieuw concept gaat wat een wenselijke aanvulling is op de reeds bestaande musea in Amsterdam. Het museum is niet vergelijkbaar met reeds bestaande musea in Amsterdam en voegt daadwerkelijk een nieuw concept toe aan het culturele landschap in Amsterdam. In het advies van de Amsterdamse Kunstraad is onder meer opgenomen: De kunstraad is ervan overtuigd dat het initiatief van de Hartwig Art Foundation van grote toegevoegde waarde kan zjn voor de stad Amsterdam en haar culturele infrastructuur. Een instelling van deze schaal en met deze ambitie, die zich uitsluitend op hedendaagse kunst richt, ontbreekt in het Amsterdamse kunstenlandschap.

Het MCA is een welkome aanvulling op het weefsel van hedendaagse kunst in Amsterdam, dat bestaat uit makers, kunstenaarsinitiatieven, presentatie-instellingen, (post-)academische instellingen, galeries, kunstbeurzen, - manifestaties, - festivals en musea. Het initiatief kan een verr jking zijn van het aanbod voor een breed publiek en de aantrekkingskracht van Amsterdam voor (inter)nationale bezoekers vergroten. De ambitie om naast een uitdagend tentoonstellingsprogramma ook een maakplaats te z jn, waar kunstenaars, curatoren in opleiding en denkers uit diverse disciplines samen komen, belooft een verbreding van het artistieke domein naar andere sectoren, die een b jdrage kan leveren aan de maatschappel jke en inhoudelijke betekenis van kunst. De gemeente financiert dit museum op geen enkele wijze. De gemeente heeft het pand waarin het museum zal worden gevestigd gekocht van het Rijksvastgoedbedrijf. De gemeente zal het pand tegen 12

een kostendekkende huur verhuren aan de initiatiefnemer, de Hartwig Art Foundation. Het volledige aankoopbedrag zal gedurende de huurtermijn, zoals die in de huurovereenkomst wordt opgenomen, terugbetaald worden via de huurprijs. Ook zal het museum geen aanspraak maken op gemeentelijke (kunst)subsidies.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

a. Onduidelijke toekomstige invulling: oa huisvesting kunstenaars, verantwoord gelet op woningnood? Adressant geeft aan dat er nog te veel onduidelijk is over de toekomstige invulling. Bijvoorbeeld de huisvesting van kunstenaars en “vrijdenkers”. Waarom wordt in deze tijd van woningnood de beschikbare ruimte aan deze specifieke groep gegund? Kan de Gemeente dit als toekomstig verhuurder wel maken? Er mogen hier straks circa 30 mensen, op uitnodiging van een commissie, tegen onkostenvergoeding wonen.

Reactie: In 1.6 van de regels van het ontwerpbestemmingsplan is artists in residence gedefinieerd als “T,jdel,jke verbl,jfen werkruimtes, niet zjnde horeca van categorie 5, short stay of woonruimte, voor curatoren in opleiding, kun­ stenaars en denkers (zoals wetenschappers, onderzoekers en onderwijzers) die aan het museum verbonden zijn.” In paragraaf 4.1.5 van de plantoelichting wordt een nadere toelichting op het concept Artist-in-Residence-programma (AiR) gegeven en is tevens beschreven welke voorwaarden van toepassing zijn: kunstenaars en den­ kers die bij de verschillende programma's betrokken zijn, de beschikbare plekken zullen alleen ter beschikking worden gesteld aan personen die een bijdrage leveren aan (de programmering van) het museum, op uitnodi­ ging of door het doorlopen van een selectieprocedure voor het AiR-programma; geen huur voor de ruimtes, maar mogelijk slechts een onkostenvergoeding; maximale verblijfsduur 1 jaar; selectiecommissie van kunstexperts. Er worden geen woningen mogelijk gemaakt in het onderhavige bestemmingsplan. Het gaat om tijdelijke verblij­ ven (maximale verblijfsduur 1 jaar) uitsluitend bedoeld voor de doelgroep van het museum (kunstenaars, cura­ toren, hoogleraren etc.) en juist ter ondersteuning van de hoofdfunctie van het museum. Degenen die verblijven moeten een direct aandeel hebben in de activiteiten binnen het museum.

Het is voor het MCA van groot belang dat de kunstenaars en denkers (zoals wetenschappers, onderzoekers en onderwijzers met een raakvlak met het artistieke domein) die bij de verschillende programma's betrokken zijn zich 24/7 aan het instituut kunnen verbinden door er fysiek te verblijven gedurende een bepaalde periode, of ze nu een workshop komen geven van twee weken, hun werk produceren voor een aankomende tentoonstelling, samenwerken met culturele gastinstellingen in het gebouw of voor een jaar onderdeel worden van het AiR-programma. Het is van belang om deze AiR verblijfs- en werkplekken te realiseren binnen de muren van het nieuwe museum, als integraal onderdeel van de maatschappelijke culturele functie. Het betreft hier plekken met genereuze collectieve ruimtes als onderdeel van het verblijfsgedeelte van het museumgebouw. Een plek voor kunstenaars en denkers waar ze flexibel zijn om alleen of samen te werken, dag of nacht, constant gebruikmakend van de faciliteiten, inspiraties en interacties van het museum.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. b. Bovenmatige m2 horeca, programmering muziekvoorstellingen Adressant geeft aan dat er in totaal 1800m2 horeca, bistro, restaurant en verschillende terrassen wordt gecreeerd. Dat lijkt bovenmatig als het alleen bedoeld is voor museumbezoekers. Wat worden er voor muziekvoor­ stellingen geprogrammeerd straks? Hoe relateert zich dat tot het huidige aanbod van podia, die net uit een cri­ sis proberen op te krabbelen?

Reactie: De totale bruto vloeroppervlakte (bvo) m2 binnen het gebouw bedraagt maximaal 19.500 m2. Daarbinnen is in totaal maximaal 1.900 m2 aan culturele horeca toegestaan. Het gaat hier procentueel om maximaal 10% van het totale bvo dat voor culturele horeca gebruikt mag worden. Dit is een gangbaar % voor ondergeschikte func­ ties, zoals culturele horeca. Het totaal van maximaal 1.900 m2 voor culturele horeca bestaat uit: - Museumbistro op de begane grond: maximaal 400m2; - Museumrestaurant: 800m2; - Muziekkelder: 700m2.

13

De exacte invulling van bijvoorbeeld de programmering van muziekvoorstellingen is op dit moment nog niet duidelijk. Het dient op grond van het bestemmingsplan wel om culturele horeca te gaan. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

c. Risico vertrek initiatiefnemer HAF en stop verhuur Adressant vraagt zich af hoe de Gemeente aankijkt tegen het risico dat een huurder als de Hartwig foundation na enige tijd vertrekt uit het pand, de voorgenomen bouwplannen maken dat de Gemeente Amsterdam dan met een lastig verhuurbaar geheel achterblijft dat ongeschikt is om zonder forse investering om te vormen in iets waar de gemiddelde stadsbewoner daadwerkelijk profijt van heeft. Reactie: Het risico dat de Hartwig art foundation uit het pand vertrekt wordt als zeer gering ingeschat (mede gelet op de hoge investeringen door HAF in de verbouwing van het pand en realisatie museum). Mocht het initiatief onver­ hoopt geen doorgang vinden of mocht de initiatiefnemer na enige tijd uit het pand vertrekken dan wordt dat risico gedekt door de ontwikkelwaarde van het pand, het voormalige rechtbankgebouw. Er zou dan opnieuw gekeken worden naar een passende bestemming en functie voor het pand, waarna het pand via een openbare selectieprocedure in erfpacht kan worden uitgegeven.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

d.

Overlast door muziekkelder Adressant vraagt zich af hoe wordt omgegaan met 400 bezoekers die voor een muziekvoorstelling bin­ nen korte tijd de kelder van het gebouw binnengaan vanaf de Fred Roeskestraat? Als een concert laat op de avond eindigt, hoe gaat men voorkomen dat de uitstroom van bezoekers overlast oplevert voor de bewoners?

Reactie: De muziekkelder is integraal onderdeel van het totale programma van het museum. Deze ruimte is dan ook verbonden met alle andere ruimtes in het gebouw. Tijdens de reguliere openingstijden van het publieke deel van het museum is de muziekkelder bereikbaar van binnenuit. Ook als de muziekkelder wordt gebruikt door kunstenaars, voor repetities of andere activiteiten waar geen publiek bij aanwezig is, buiten de reguliere ope­ ningstijden van het museum, is de muziekkelder eveneens bereikbaar van binnenuit. Op de bouwtekeningen zoals die ter inzage hebben gelegen was er sprake van een entree inpandig via het museum zelf en daarnaast nog van een afzonderlijke entree aan de zijde van de Fred Roeskestraat. Deze afzonderlijke entree zal niet gebruikt worden t.b.v. bezoekers van de muziekkelder. Deze entree blijft behouden als nooduitgang en ten be­ hoeve van toegang tot de workshops voor kunstenaars. Toegang in de avond naar de muziekkelder zal plaats­ vinden via de hoofdentree. Dit zal in het bestemmingsplan verwerkt worden. (Geluids)Overlast door vertrekkende bezoekers is nooit helemaal uit te sluiten. Immers bevinden vetrekkende bezoekers zich in de openbare ruimte, nadat ze het gebouw hebben verlaten. Door preventieve maatregelen kan al veel worden voorkomen.

Denk hierbij aan de inrichting van de buitenruimte (geen pleintje/zitgelegenheid), mensen erop attenderen dat men rustig moet vertrekken en vertrekkende bezoekers aanspreken op luid­ ruchtig gedrag. Daarnaast geldt dat enkele door adressant genoemde zaken geregeld zullen worden in de exploitatievergun­ ning die nog aangevraagd dient te worden voor de culturele horeca in het museum.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Toegang in de avond naar de muziekkel­ der zal plaatsvinden via de hoofdentree. Dit zal in het bestemmingsplan in de regels en op de verbeelding ver­ werkt worden.

e.

Locatie en verkeer: geen parkeerplaatsen opgenomen, geen uitwijkmogelijkheid dus alles in de buurt, OV halte verder weg Adressant merkt op dat het pand aan de Parnassusweg ligt ingeklemd tussen een monumentale woon­ wijk, de rechtbank die bijzondere veiligheidsrisico’s met zich meebrengt, en aan zeer drukke wegen en

14

fietspaden. Met name aan de kant van de nieuwe entree is er door het verhoogde kruispunt weinig ruimte om bezoekersstromen op te vangen. Adressant merkt op dat er geen enkele parkeergelegenheid gepland is, niet voor medewerkers, voor de bewoners en ook niet voor bezoekers die toch met de auto komen. In een buurt met nu al veel overlast van foutparkeerders en laad- en losverkeer is er geen enkele uitwijkmogelijkheid voorzien. Bezoekers die met openbaar vervoer komen moeten vanaf de dichtstbij­ zijnde ov-haltes niet alleen best een stukje lopen, het zijn ook nog niet bepaald de vrolijkste stukjes Am­ sterdam, onder de ring door en vol met hekken en tochtige tunneltjes. Reactie: Opvang bezoekersstromen ter plaatse van entree: Zoals ook reeds in het verkeersonderzoek is opgenomen is de verwachting dat de doelgroepen van dit museum veelal met het OV (internationale toeristen en bezoekers van binnen en buiten Amsterdam) en per fiets (Amsterdamse bezoekers) zullen reizen. De OV-bereikbaarheid van dit museum is uitstekend te noemen. Op loopafstand bevinden zich trein, tram, metro en bushaltes. Ook zullen er voldoende fietspar­ keerplaatsen gerealiseerd worden in de kelder van het museum, waardoor ook het reizen per fiets aan­ trekkelijk wordt gemaakt.

Voor de bezoekers van het museum die er toch voor zouden kiezen om met de auto naar het museum te reizen zijn er diverse bestaande openbare parkeergarages op loopafstand van het museum.

Noemenswaardig is dat Station Zuid en de direct omliggende openbare ruimte wordt vernieuwd. De hui­ dige situatie bij Station Zuid bij de uitgang van de Parnassusweg zal dus op termijn wijzigen. Bezoekersstromen opvangen: - zie ook antwoord adressant 2 onder d. - Ter hoogte van het museum wordt de openbare ruimte zorgvuldig aangesloten op de verhoogde bui­ tenruimte van het museum. Door middel van hellingbaan en trappen wordt bezoekers van het mu­ seum de gelegenheid geboden om snel het museum te kunnen betreden. De ticketbalie is voorzien binnen het museum in het atrium. Bezoekers kunnen direct doorlopen het gebouw in, waardoor rijvorming in de buitenruimte dus niet zal optreden. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

g.

Ruimtegebruik en omgeving: voorziene buitenruimtes voegen niets toe Adressant merkt op dat de enige ruimte op het maaiveld die in het ontwerp vrij wordt gehouden, de op het noorden gelegen “tuin” niets toevoegt, er is geen verbinding met de binnenkant van het gebouw, op deze manier is er alleen hoogzomer misschien een streepje zon. Het zal een verzamelplaats worden voor zwerfvuil en hangjongeren. Hetzelfde geldt voor de streep “urban jungle” die straks ingeklemd ligt tussen de nieuwbouw en de naastgelegen kantoor/woontorens. Reactie: Initiatiefnemer en gemeente zullen er alles aan doen om tot een juiste en zorgvuldige inrichting van deze ruimte te komen.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. h.

Terrassen in strijd met bestemming culturele horeca, overlast horeca in (rustige) deel Zuidas Adressant stelt dat in de rest van de stad zeer terughoudend wordt omgegaan met openbaar toegan­ kelijke daken. In dit ontwerp worden niet één maar twee dakterrassen gecreëerd die door groepen ge­ bruikt kunnen worden. Het bovenste terras kan worden gebruikt door ca. 100 mensen die het restau­ rant bezoeken, openingstijden nog onbekend. Het andere terras behoort bij de kantine en de woon­ ruimte en is weliswaar niet openbaar maar kan dus ook niet sluiten. Het toevoegen van een terras aan bistro en restaurant is in strijd met de bestemmingsregels voor horeca behorende bij culturele instellin­ gen. Als argument wordt gebruikt dat dit levendigheid toevoegt en naast het bestaande verkeerslawaai nauwelijks geluidsoverlast oplevert. Men gaat hier ten onrechte uit van een ligging van dit plan in bestemmingsgebied Zuidas waar toevoegen van levendigheid gewenst is en horeca vooralsnog geen overlast oplevert. Dit doet geen recht aan de daadwerkelijke locatie van dit plan. Reactie: 15

Verwezen wordt naar deþÿNotitie 07859-54890-04v2 Parnassusweg 220 in Amsterdam Onderzoek stemgeluid terrassenþÿd.d. 28 oktober 2021, die als bijlage bij het ontwerpbestemmingsplan en de ontwerpomgevingsvergunning ter inzage heeft gelegen.

Adressant verwijst met strijd met de bestemmingsregels voor horeca behorende bij culturele instellingen vermoedelijk naar het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad. Anders dan in het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad is voor sommige vormen van culturele horeca in het onderhavige ontwerpbestemmingsplan wel een (dak)terras toegestaan. De reden dat de (dak)terrassen bij de culturele horeca in het onderhavige ontwerpbestemmingsplan wel zijn toegestaan is dat er anders dan in de omgeving van het Leidseplein in de omgeving van het onderhavige museum geen sprake is van een bestaande druk op het woon- en leefklimaat als gevolg van in overvloed aanwezige horeca. Deze grote bestaande druk op het woon- en leefklimaat als gevolg van in overvloed aanwezige horeca is de reden geweest dat in het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad geen (dak)terrassen bij culturele horeca zijn toegestaan. In het kader van het onderhavige bestemmingsplan is n afweging gemaakt waarbij de specifieke bestaande situatie en omgeving van dit museum zijn betrokken. Dit heeft geleid tot het wel toestaan van (dak)terrassen bij de culturele horeca in dit bestemmingsplan.

De omgeving van het museum en de bestaande horecavestigingen in deze directe omgeving van het museum zijn niet te vergelijken met de omgeving van het Leidseplein, waar het bestemmingsplan Zuidelijke Binnenstad geldt en waar Paradiso en de Melkweg gevestigd zijn. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is het volgende opgenomen over waarom in dit geval een terrasfunctie bij de culturele horeca wel inpasbaar wordt geacht: Een terrasfunctie bj de bistro en bj het museumrestaurant wordt op deze locatie en gelet op de - kenmerken van de omgeving inpasbaar geacht gelet op: Publieksfunctie. De terrassen behoren tot het museumrestaurant: de bistro op de begane grond en het restaurant bovenin de toren. De mogeljkheid om een buitenruimte b j deze functies te betrekken zal de beleving van de bezoekers van het museum verr jken en levendigheid toevoegen aan deze publieksfunctie op de Zuidas. - Buitenterras op eigen grond. Beide museumterrassen z^jn gesitueerd binnen de kavelgrens en hebben een 'gebouwd' karakter. Het terras van de museumbistro op de begane grond wordt duidel jk ingekaderd. Het buitenterras van het museumrestaurant is gepositioneerd op het bestaande dak van de monumentale toren, op de 8e verdieping. - Overlast. De overlast zal zeer beperkt z n.

Het terras van de museumbistro is gesitueerd aan de z jde van het verhoogde viaduct van de Parnassusweg, in de zuidoosthoek van de kavel, niet grenzend aan woningen. Het terras bovenin de toren is gepositioneerd op grote hoogte en op >50m van de dichtstb jz jnde woningen. Bovendien op een locatie met veel achtergrondgeluid (verkeer/snelweg). Er is een geluidsonderzoek uitgevoerd naar het stemgeluid van het terras en daaruit bl jkt dat er sprake is van een aanvaardbaar woon-en leefklimaat. - Gebiedsspecifieke aanpak. Het primaire doel van het gemeentelijke terrassenbeleid is het voorkomen van overlast. Op de Zuidas is in tegenstelling tot de locaties in Stadsdeel Centrum waar culturele horeca mogel jk is gemaakt niet of nauwel jks overlast als gevolg van horeca en hier op de Zuidas zullen de publiekstoegankelijke terrassen een positieve b jdrage leveren door het activeren van de stedelijke ruimte en het toevoegen van levendigheid. Wel is het zo dat mede naar aanleiding van de zienswijzen er nogmaals gekeken is naar het al dan niet opnemen van aanvullende randvoorwaarden in het bestemmingsplan m.b.t. de terrassen. Dit heeft ertoe geleid dat in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan de locatie van de terrassen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan exact aangegeven zullen worden. De terrassen zijn daarmee dan uitsluitend op die locatie toegestaan.

Conclusie De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. In de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan zal de locatie van de terrassen die mogelijk worden gemaakt in het bestemmingsplan exact aangegeven worden.

4. Adressant Omgeving is niet vroegtijdig betrokken, eind augustus 2021 initiatief pas bekend Pas eind augustus 2021 werd algemeen bekend dat de Hartwig Art Foundation de voormalige rechtbank zou mogen gaan herontwikkelen tot wat zij een museum noemt. Op 8 september 2021 is de gunning voor het eerst in de commissie RO van de gemeenteraad besproken. Toen was er veel kritiek op het zo laat

a.

aanbieden van deze gunning en de voorafgaande geheimhouding. In de gemeenteraad van 15 september 2021 dezelfde klachten. Het bestuur van de Vereniging Irenebuurt Amsterdam (VIA) is 13 oktober 2021 geïnformeerd over de inhoud van de herontwikkeling, de buurtbewoners pas op 25 oktober 2021.

Reactie: De reden dat pas in het derde kwartaal van 2021 gecommuniceerd is over het initiatief is dat het initiatief eerder nog te onzeker was. In september 2021 is door de raad besloten om tot aankoop van het pand over te gaan. Daarna is de communicatie over het initiatief gestart. Pas na de besluitvorming door de gemeente­ raad in september 2021 was duidelijk dat uitwerking van het initiatief doorgang kon vinden en is vervolgens direct de buurt geïnformeerd. De gemeente en HAF hebben in het kader van zorgvuldigheid gewacht tot aan het raadsbesluit en dus tot het moment waarop duidelijk was dat het plan inderdaad doorgang kon vinden en de uitwerking van het plan kon starten. Bij het besluit door de raad in september 2021 zat geen uitgewerkt plan voor het museuminitiatief. Die uit­ werking was er in die fase niet.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de regeling aan te passen.

Onvolkomenheden bestemmingsplan, o.a. twee verschillende versies bijlagen bij toelichting OBP op ruimtelijke plannen en site OD Het hele traject heeft ongeveer 6 maanden in beslag genomen en heeft 64 documenten opgeleverd bij de bekendmaking. Dat is allemaal wel heel erg snel en dat is aan de stukken te merken. Er zijn nog veel za­ ken die uitgezocht moeten worden, nader geanalyseerd in een volgende fase, verder uitgewerkt, verwijzingen naar figuren die niet kloppen, verschillen tussen documenten over het zelfde onderwerp, vragen die nog openstaan, buiten beschouwing laten van de openbare ruimte, enzovoorts. Het is een schande dat er twee verschillende versies van de bijlagen bij de toelichting bij het ontwerp bestemmingsplan zijn. De versies zoals gepubliceerd bij de bekendmaking op de website odnzkg.nl wijken af van die gepubliceerd op de website ruimtelijkeplannen.nl .. Dit alleen is al een aanleiding om de procedure op te schorten wegens informatief verkeerde en beperkte voorstelling van zaken. b.

Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder b. Er staan inderdaad enkele onvolkomenheden, zoals ook benoemd door adressant, in het ontwerpbestem­ mingsplan. Deze worden gecorrigeerd in de versie van het bestemmingsplan zoals dat ter vaststelling zal worden aangeboden aan de raad. Deze onvolkomenheden doen geen afbreuk aan de inhoud en strekking van het ontwerpbestemmingsplan. Helaas zijn er inderdaad ten onrechte twee verschillende versies gepubliceerd op ruimtelijke plannen en op de site van de Omgevingsdienst (OD). De juiste (meest actuele) versie van december 2021 staat op de site van de OD. Deze versie zal ook na vaststelling van het bestemmingsplan op ruimtelijkeplannen geplaatst worden als bijlage bij de toelichting van het bestemmingsplan. Het gaat om inhoudelijk ondergeschikte wij­ zigingen die in de laatste versie zijn aangebracht. De juiste versie was bovendien te raadplegen via de site van de Omgevingsdienst. Daarmee zijn derden niet in hun belangen geschaad, doordat men kennis kon nemen van de juiste versie en doordat de twee versies inhoudelijk niet wezenlijk verschillen.

Conclusie De zienswijze geeft deels aanleiding de regeling aan te passen.

c.

Impact op openbare ruimte, voetgangers, fietsers, terras B&B, entree fietskelder en muziekkelder, shared space fietsers en voetgangers

Adressant stelt dat de impact op de openbare ruimte groot is. Voetgangers moeten om de nieuwe entree heen lopen en hebben minder ruimte. Onduidelijk is ook wat hier de gevolgen zijn voor het drukke fietspad en het drukbezochte terras van Bagel&Beans op tegenoverliggende hoek. Hetzelfde geldt voor de entree van de fietskelder en muziekkelder. De impact van de herontwikkeling van de monumentale rechtbank op de openbare ruimte in de directe omgeving is enorm en gaat zelfs verder dan alleen maar het huidige plangebied. Het ontwerp van de openbare ruimte rondom het gebouw kan niet losgekoppeld wor­ den van de herontwikkeling van het gebouw en naar een later tijdstip verschoven. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 2 onder a.

Conclusie

17

De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. d. restaurant met terras, privacy en geluid, noodzaak gebruiksregels bijv geen foto's, films, verrekijkers Adressant stelt dat het restaurant en het terras gevolgen hebben op het gebied van privacy en geluid voor de omgeving. Reactie: Het is vanwege het ontbreken van ruimtelijke relevantie niet mogelijk om zaken als een verbod op het ma­ ken van foto’s en films en gebruiken van verrekijkers op te nemen in een bestemmingsplan. Uiteraard zal wel altijd voldaan moeten worden aan de bepalingen uit het Burgerlijk Wetboek (BW) bijvoorbeeld als het gaat om burenrecht. Zo is in artikel 5:50 van het BW bepaald: Tenzj de eigenaar van het naburige erf daartoe toestemming heeft gegeven, is het niet geoorloofd binnen twee meter van de grenslijn van dit erf vensters of andere muuropeningen, dan wel balkons of soortgelijke werken te hebben, voor zover deze op dit erf uitzicht geven. Er dient een minimale afstand van 2 meter te worden aangehouden zodra er vanaf een perceel recht­ streeks zicht is op naburige percelen en indien die afstand wordt overschreden dan dienen er bijvoorbeeld privacyschermen geplaatst te worden. De afstand tussen de 8ste en 9de verdieping van het museum en de bewoners van de woonblokken ten noorden van het gebouw bedraagt minimaal 65 meter.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. e.

Ontwerp OR kan niet losgekoppeld van herontwikkeling gebouw (o.a. door logistieke functie, toegan­ gen NACH, parkeergarage C2/C3, grindkoffer)

Reactie:

Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder a. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Wel wordt aan deze Nota van Beantwoording bijlage 1 toegevoegd, waarin de uitgangspunten voor het ontwerp van de openbare ruimte zijn opgenomen. f.

Geen ruimte voor herplant compensatie bomenkap

Adressant noemt dat a an de noordkant twee bomen gekapt moeten worden, waarvoor een herplantplicht geldt voor vier bomen van eerste grootte vóór 1 april 2024 op het perceel. Wat hier precies met perceel wordt bedoeld is onduidelijk wat adressant betreft, maar plek is er gewoon niet. Reactie: Verwezen wordt naar de memo ‘Aanvullende onderbouwing boomcompensatie kapaanvraag Parnassusweg 220 Amsterdam’ d.d. 19 januari 2022 over boomcompensatie inclusief een kaart met daarop het ‘Zoekgebied openbare ruimte omgeving inclusief projectie bouwplan voormalige rechtbankgebouw’. Deze memo was ook als bijlage nr. 40 (OVV - Memo-onderbouwing-boomcompensatie-kapaanvraag-Pweg220) bij de ontwerp omgevingsvergunning (activiteit kap) gevoegd bij de stukken die gepubliceerd zijn op de site van de OD. In deze memo is tevens opgenomen: "De ambitie is om minimaal 7 bomen van de 1e orde en 5 bomen van de 2e/3e orde aan te planten. Op basis van het zoekgebied kan gesteld worden dat deze ambitie haalbaar is” en “In het aangegeven zoekgebied is voldoende ruimte aanwezig voor vergroening en aanplant van nieuwe bomen, mede ter compensatie van de te kappen bomen 8 en 63. Afhankelijk van de overige boven- en ondergrondse voorzieningen zal de exacte locatie van deze nieuw te planten bomen worden bepaald”.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. g.

Courtyard groen niet als zodanig bestemd in bestemmingsplan

Adressant stelt dat de status van de patio of courtyard onduidelijk is. Hier wordt ook gezinspeeld op groen 18

maar komt onterecht niet voor in bestemmingsplan en verbeelding. Wat de gevolgen zijn van de toegang tot de muziekkelder wat betreft rondhangen van mensen en fietsen tot mogelijk 's avonds laat met alle overlast van dien blijft onduidelijk. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder d. Tevens wordt hier nog opgemerkt dat mede naar aanleiding van de zienswijzen er nogmaals gekeken is naar het al dan niet opnemen van aanvullende randvoorwaarden in het bestemmingsplan en/of de omge­ vingsvergunning. De uitkomst hiervan is dat de entree van de muziekkelder gewijzigd zal worden. Op de bouwtekeningen zoals die bij de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage hebben gelegen was er sprake van een entree inpandig via het museum zelf en daarnaast nog van een afzonderlijke entree aan de zijde van de Fred Roeskestraat. Deze afzonderlijke entree zal niet gebruikt worden t.b.v. bezoekers van de mu­ ziekkelder. De entree blijft behouden als nooduitgang en ten behoeve van toegang tot de workshops voor kunstenaars. Toegang naar de muziekkelder zal plaatsvinden via de hoofdentree. Dit zal in het bestem­ mingsplan verwerkt worden.

Conclusie De zienswijze geeft deels aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. Toegang naar de muziekkelder zal plaatsvinden vanuit de hoofdentree. Dit zal in het bestemmingsplan in de regels en op de verbeelding verwerkt worden. h.

Bureau Van Riezen heeft in opdracht van initiatiefnemer het bestemmingsplan opgesteld

Adressant benoemt dat in de inleiding van de Watertoets van het bureau Tauw staat dat het bureau Van Riezen & Partners in opdracht van de Hartwig Art Foundation (HAF) werkt aan een nieuw bestemmings­ plan voor de locatie Parnassusweg 220 te Amsterdam. Hoe is het mogelijk dat de toekomstige gebruiker van de locatie zelf het bestemmingsplan schrijft (of laat schrijven). Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder f.

Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.

i.

Activiteiten museum die niet passen in definitie van ICOM en bestemming C&O zonder volledige op­ somming activiteiten geeft vrijbrief

Adressant merkt op dat er steeds wordt gesproken over een museum met de werknaam Museum of Con­ temporary Art, afgekort MCA. Dit is een onjuiste aanduiding die een beeld creëert dat niet overeenkomt met de werkelijkheid. Er is sprake van een cultureel evenementen centrum of instituut met verblijf-, werk-, en tentoonstellings- en voorstellingsruimten voor allerlei verschillende kunstvormen. De onvolledige op­ somming in art. 3 van de bestemmingsregels maakt direct duidelijk dat er allerlei activiteiten worden ont­ plooid die niet verenigbaar zijn met een museum zoals in de definitie van de International Council Of Muse­ ums (ICOM). Bijvoorbeeld Artists in Residence, Foodlab, muziekevenementen in de kelder en het restau­ rant. Bovendien is er geen eigen collectie en is deze niet permanent. Door bijna het hele plangebied de bestemming Cultuur en Ontspanning te geven zonder een volledige opsomming van activiteiten wordt er volgens adressant een vrijbrief afgegeven om in de toekomst naar eigen goeddunken door de gebruiker aanpassingen, wijzigingen en bebouwingen toe te passen zonder daar toestemming voor te vragen via een wijziging bestemmingsplan. Dat is een ongewenste situatie. Gemeente en omwonenden worden hierdoor buitenspel gezet. Reactie:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11802162/1