3. NvB geanonimiseerd.pdf
Tekst van het document
De Museumvereniging, als brancheorganisatie voor de Nederlandse musea, hanteert de internationale museumdefinitie, opgesteld door het International Council of Museums (ICOM). Aansluiting hierbij is niet verplicht. Voor het bestemmingsplan is van belang dat de activiteiten in het museum inderdaad geschaard kunnen worden onder de bestemming Cultuur en Ontspanning en dat het dus om een culturele instelling gaat met culturele activiteiten. Daar is in dit geval sprake van blijkens de ruimtelijke onderbouwing bij het bestemmingsplan. Het bestemmingsplan garandeert met de bestemming Cultuur en Ontspanning ook dat er uitsluitend culturele activiteiten of daarvan onderdeel uitmakende functies in het pand kunnen plaatsvin den. Indien er ander gebruik dan wat in het bestemmingsplan is opgenomen zou plaatsvinden dan is er 19
strijd met het bestemmingsplan en kan handhavend opgetreden worden tegen het gebruik.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. j. Wel sprake van nieuwe stedelijke ontwikkeling, toetsing aan provinciaal beleid Adressant meent dat er ten onrechte wordt gesteld dat hier geen sprake is van nieuwe stedelijke ontwikkeling. De functies rechtbank en 'museum' zijn in dit geval beide maatschappelijk gebruik maar aanzienlijk verschillend in omvang en gebruik. Het gebouw wordt vergroot en gebruikt voor artists in residence, foodlab, muziekevenementen, publiek toegankelijk restaurant en bistro, terrassen en dakterrassen, enzovoorts, en is totaal anders dan bij een rechtbank. De activiteiten van beide functies zijn totaal anders van aard en de openingstijden voor het publiek ook. Een toetsing aan het Provinciaal beleid moet gewoon plaatsvinden.
Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder e. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. De toelichting zal worden aangepast, waarbij ingegaan wordt op de ladder voor duurzame verstedelijking.
k. Auditorium, foodlab en muziekkelder niet in artikel 3, geen horeca 6 Adressant merkt op dat in art. 3 het auditorium en de muziekkelder met de bijbehorende bar- en geluidsinstallaties ontbreken. Deze kunnen niet opgenomen worden als onderdeel van de horeca van categorie 6, want zij zijn van een geheel andere orde. Voor in elk geval de bar zal er een exploitatie- en mogelijk een alcoholvergunning moeten worden aangevraagd. Dit geldt ook voor de bistro en het restaurant. Ook ontbreekt het Foodlab terwijl hier wel specifieke voorzieningen voor moeten worden getroffen net zoals bij de bistro en het restaurant, bijv. tegen geuroverlast in de omgeving. Hier zullen ook milieu eisen aan verbonden zijn via een activiteitenbesluit. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder c. Het auditorium is opgenomen in 1.49 van de regels. De muziekkelder is als horeca 6 opgenomen in 3.1 onder c juncto 3.3 onder c sub 3. Over het foodlab is in de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan onder 4.1.4 het volgende opgeno men: "Innovatief programmaonderdeel waar wordt nagedacht over de toekomst van voedsel, eten als een bele ving en de culturele rol van koken. Een plek voor experiment. Met een speciale focus op bewustwording rond duurzame voedselproductie en gezondheid.
Door onderwijsprogramma's en maatschappelijke veran kering zal jong talent vanuit lokale gemeenschappen bij het museuminitiatief worden betrokken en nieuwe kennis en vaardigheden worden bijgebracht. Het foodlab heeft een (deels) open, experimentele keuken waar plek is voor workshops en koks in opleiding, en daarnaast een kantine-deel voor medewerkers van het museum en het Artist-in-Residence-programma (AiR). Het foodlab is onderdeel van de culturele pro grammering van het museum en zal samenwerken met lokale maatschappelijke actoren en internationale initiatieven die op het raakvlak van kunst, duurzaamheid en voedsel opereren. Het foodlab kan worden gebruikt buiten openingstijden van het museum en zonder entreebewijs, maar uitsluitend t.b.v. de hoofd functie museum en niet als culturele horeca. Het betreft circa 400 m2, deels te gebruiken als kantine”.
De professionele keukens binnen het museum hebben op grond van de VNG-brochure ‘Bedrijven en mili euzonering’ in gemengd gebied een richtafstand van 0 meter. Het betreft een nieuwe voorziening waarvoor nieuwe installaties worden ingebouwd, met inachtneming van het Activiteitenbesluit. In dit geval is geen sprake van een bijzondere situatie die zou vragen om een grotere hinderafstand aan te nemen of dat de regels van het Activiteitenbesluit onvoldoende waarborg bieden voor een goed woon- en leefklimaat. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
l. Ondersteunende detailhandel op grond van beleid max 50 m2 Adressant merkt op dat de ondersteunende detailhandel een vloeroppervlak van 150 m2 heeft, terwijl er slechts een maximum is toegestaan van 50 m2. Hier wordt niets over vermeld, ook niet in de algemene bouwregels of algemene afwijkingsregels. Detailhandel is in dit geval niet ondergeschikt want de brutovloeroppervlakte is 150 m2 en dus groter dan het maximum van 50m2.
20
Reactie: In art. 3.3 onder f is voor de onderhavige ondergeschikte detailhandel, zijnde de museumwinkel, een maxi mum bvo opgenomen van 150 m2. In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan staat in 4.1.6. be schreven waarom in dit geval 150 m2 ondergeschikte detailhandel ruimtelijk inpasbaar wordt geacht en wordt toegestaan in plaats van het maximum van 50 m2 dat in het detailhandelsbeleid is opgenomen. In 4.1.6. is daarover het volgende opgenomen: Binnen het gemeentelijke detailhandelsbeleid wordt onder 'ondergeschikte detailhandel' verstaan een BVO van maximaal 20%, echter met een plafond van 50 m2. De onderhavige museumwinkel heeft een opper vlakte (bvo) van 150 m2 in plaats van de maximaal toegestane 50 m2 bij ondergeschikte detailhandel. Een bvo van 150 m2 wordt in dit geval ruimtelijk inpasbaar geacht vanwege:
Proportionaliteit. Met een totaal cultureel programma van 19.500 m2 gaat het hier om een museumwinkel van <1% van het BVO. Dit bljft dus heel ruim onder de grens van 20% en is daarmee overduidelijk onder geschikt, slechts de plafondwaarde van 50 m2 wordt overschreden. Monumentale status van het gebouw. Het museum maakt gebruik van de herbestemming van een monu mentaal pand. De ruimte voor de museumwinkel is een oude zittingzaal van 150 m2. Deze ruimte verder opdelen zal het monumentale karakter van de ruimte onnodig aantasten. Vergelijkbare museumwinkels. Nagenoeg alle (kunst)musea hebben een museumwinkel. Bij een museum van vergelijkbare grootte, zoals Het Stedeljk Museum, is de winkel bijvoorbeeld 375 m2. Met 150 m2 gaat het hier dus om een relatief bescheiden museumwinkel. Non-profit. De museumwinkel heeft geen winstoogmerk. De overschrijding van 50 m2 dient geen commer cieel doel. De museumwinkel zal worden geëxploiteerd door de museumstichting en alle baten zullen te rugvloeien naar deze zelfde stichting. Uitzonderingspositie. Een museumwinkel is een vrij bijzondere en niet-courante vorm van detailhandel. Een overschrijding van het plafond van 50 m2 zal daarom niet leiden tot concurrentie of aantasting van het bredere stedelijke detailhandelsbeleid van winkelstraten of clustering in winkelgebieden.
De museumwinkel dient slechts ter ondersteuning van het gebruik voor de hoofdfunctie museum. Frequentie van gebruik De museumwinkel zal alleen geopend zijn tijdens de reguliere openingstijden van het museum. Omvang De museumwinkel zal maximaal 150 m2 beslaan. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. m. Tuinen hebben op verbeelding geen bestemming groen Adressant merkt op dat tuinen niet nader zijn aangeduid op de verbeelding. Voor tuinen gelden andere regels voor gebruik en bebouwing en die komen overeen met de bestemming groen. Tuinen kunnen als bestemming Groen worden aangemerkt of als aparte bestemming Tuin met dezelfde regels als Groen. Hiermee wordt voorkomen dat alsnog deze gronden kunnen worden bebouwd. Hetzelfde geldt voor de oostzijde van het gebied met bestemming cultuur en ontspanning.
In het document 'Welstand presentatie' staat op pagina 15 een figuur met daarin aangegeven een patio aan de noordkant en een 'wild urban jungle' aan de oostkant. Worden deze wel gerealiseerd, en zo ja wanneer dan? De bestemming is dan groen of tuin om bebouwing te voorkomen.
Reactie Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder d. Tuinen worden toegestaan in 3.1 onder j (daktuin) en onder p (tuin). Er is geen aanleiding om deze tuinen op de verbeelding nader aan te duiden. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
n.
Status AiR, geen wonen, short stay, hotel, maar wat is het dan wel? Regels AiR niets over vermeld Artists in residence is geen woonruimte, geen shortstay en geen hotel. Wat is het dan wel? Er is sprake van 24/7 woon- en verblijfruimte voor een maximum van één jaar. Er zijn meer organisaties in Amsterdam die artists in residence aanbieden. Aan welke regels moet er voldaan worden om dit te mogen aanbieden? Hier wordt niets over geschreven. 21
Reactie Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 3 onder b. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
o.
Bestemming verkeersareaal onduidelijk, laden en lossen te smal voor vrachtwagens keren etc, laden en lossen en touringcar verkeersonveilig Adressant vraagt zich af wat er bedoeld wordt met de bestemming verkeersareaal? De plaats daarvan binnen het complex blijft onbekend. Met de bestemming laad- en losplaatsen wordt waarschijnlijk de inpandige logistieke functie voor aan- en afvoer van kunstobjecten bedoeld. Volgens de tekeningen is de logistieke ruimte voor vrachtwagens 10 x 5 m. Volgens de EU richtlijnen is de maximum lengte van een vrachtwagen 12 m (bij aanhangers meer). Met de hellingbaan in de Fred. Roeskestraat en de toe gangen van de nieuwe rechtbank met gedetineerden transporten zal het een hele kunst worden om een vrachtwagen achteruit in te parkeren in de logistieke ruimte, die bovendien te kort lijkt. Nog moeilijker wordt weer vertrekken. Voor keren is volgens de richtlijnen voor een vrachtwagen van 12 m een draaicirkel nodig van 22 m. Dat is breder dan de straat. Bij het demonteren van de tijdelijke rechtbank bleek al dat keren voor vrachtwagens niet mogelijk was en daar is een andere oplossing gevonden door gebruik te maken van de Fred. Roeskestraat. In dit geval is dat niet mogelijk en zeker niet als de kavels C2 en C3 ook bebouwd zijn met een parkeergarage.
Bovendien is er dan de eis van de recht bank dat te allen tijde twee van de drie toegangen vrij moeten zijn en dat zal bij de huidige plannen niet lukken, ook niet bij veel insteken en driepuntskeren of iets dergelijks.
Reactie In 1.58 is ‘verkeersareaal’ gedefinieerd als “Gronden die als verkeersruimte worden gebruikt, be staande uit rijwegen, parkeervoorzieningen, fiets- en voetpaden en bermen.” Gezien de gecoördineerd ingediende vergunningaanvraag blijkt dat het gaat om de randen van het bestemmingsvlak ‘Cultuur en Ontspanning’, waar bestaand verkeersareaal grenst aan het gebouw. Het laden en lossen met vrachtwagens vindt niet plaats aan de zijde van de Fred. Roeskestraat, maar aan de zuidzijde, zie tekeningen van de gecoördineerd ingediende vergunningaanvraag. Er is voldoende ruimte voor het keren van vrachtwagens in de openbare ruimte aan de zuidzijde van het museum. De logistieke ruimte voor de vrachtwagens die achteruit het museum inrijden is vergroot, zodat een vrachtauto volledig inpandig kan laden/lossen. Het in- en uitrijden vanaf de loadingdock in de ruimte tussen het museum en de hellingbaan is mogelijk.
Voor het overige wordt verwezen naar de reactie bij Adressant 1 onder a. Conclusie:
De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. De tekening bij de omge vingsvergunning is aangepast voor wat betreft de loadingdock.
p.
Geluidsoverlast in Fred. Roeskestraat Adressant noemt dat er wordt gestreefd naar een zekere mate van verlevendiging, niet of nauwelijks overlast, zeer beperkte overlast, toevoegen van levendigheid. Dit is een wens van de gemeente en niet van het overgrote deel van de omwonenden. De levendigheid die de gemeente voorstaat betekent overlast voor de omwonenden. Zeker gedurende avonduren als ook de geluidsbelasting van het verkeer aanzienlijk is afgenomen. De geluidskaart van Amsterdam laat zien dat het oostelijk gedeelte van de Fred. Roeskestraat geen geluidsbelasting ervaart, terwijl dit volgens de berekeningen zou veranderen naar gemiddeld 50 Db wat overeenkomt met de geluidsbelasting gedurende de spitsuren. Er zal dus wel degelijk overlast worden ervaren door de omwonenden.
En wat te denken van straatlawaai bij entree en de ingang van fietsenkelder, bistro, muziekkelder, rondhangende bezoekers, zwerffietsen. Bij evenementen kan dit zich wel eens tot laat op de avond voordoen. Een en ander ook afhankelijk van de openingstijden die nog niet bekend zijn.
Reactie Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 3 onder e. 22
Mede naar aanleiding van de zienswijzen is nogmaals gekeken naar het al dan niet opnemen van aan vullende randvoorwaarden in het bestemmingsplan en/of de omgevingsvergunning. De uitkomst hier van is dat de entree van de muziekkelder gewijzigd zal worden. Op de bouwtekeningen zoals die ter inzage hebben gelegen was er sprake van een entree inpandig via het museum zelf en daarnaast nog van een afzonderlijke entree aan de zijde van de Fred Roeskestraat. Deze afzonderlijke entree zal niet gebruikt worden t.b.v. bezoekers van de muziekkelder.
Daarnaast geldt dat enkele door adressant genoemde zaken geregeld zullen worden in de exploitatie vergunning die nog aangevraagd dient te worden voor de culturele horeca in het museum. Conclusie: De zienswijze geeft aanleiding de regeling aan te passen. Toegang naar de muziekkelder zal plaatsvinden via de hoofdentree. Dit zal in het bestemmingsplan in de regels en op de verbeelding verwerkt worden.
q.
Openingstijden Foodlab onduidelijk
Adressant noemt dat het Foodlab kan worden gebruikt buiten de openingstijden van het gebouw, en wat verderop staat, uitsluitend geopend als onderdeel van het gebouw met dezelfde openingstijden. Adressant vraagt zich af wat het nu is. Het heeft toch af en toe een restaurant functie met name ten aanzien van de bistro.
Reactie Het Foodlab is onderdeel van met museumprogramma en zal gebruikt worden tijdens de reguliere ope ningstijden van het gebouw dus ook (incidenteel) buiten openingstijden van het museum. Het gebouw behelst alle functies dus de term gebouw moet in dit verband onderscheiden worden van de term mu seum. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
r.
Afsluiting Fred. Roeskestraat Adressant noemt dat de Fred. Roeskestraat omstreeks 1984/1985 is afgesloten voor doorgaand ver keer heen en terug richting Dina Appeldoornstraat vanwege de veiligheid en de overlast van het al maar toenemende en zwaardere sluipverkeer tussen de Amstelveenseweg en de Parnassusweg. Pas eind jaren 1990 is dit deel van de straat werkelijk afgesloten voor autoverkeer en een groenstrook aangelegd. De blokkade van het viaduct van de Strawinskylaan heeft hier niets mee te maken.
Reactie: De zinssnede over afsluiting van de Fred Roeskestraat zal worden verwijderd uit de toelichting. Het betreft hier geen ruimtelijk relevante informatie in relatie tot de ontwikkeling die met het bestemmings plan planologisch mogelijk wordt gemaakt. Conclusie: De zienswijze geeft deels aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. De zinssnede over afsluiting van de Fred Roeskestraat zal worden verwijderd uit de toelichting.
s.
Herontwikkeling sluit niet aan bij principenota Parnas 2019 Adressant stelt dat de herontwikkeling van het complex niet aansluit bij de Principenota zoals vastgesteld op 17 december 2019. In de Principenota staat dat voor de zuidelijke zone van Parnas het hoogstedelijke karakter van Strawinsky Zuid wordt 'doorgetrokken' (met andere woorden: de lijn van WTC, 2Amsterdam en Atrium naar de nieuwe rechtbank). De ontwikkeling van de noordelijke zone van Parnas ligt in het verlengde van Strawinsky Noord (met andere woorden: de lijn van NPL, Strawinskyhuis, Freshfields, Villa Strawinsky naar herontwikkeling van de monumentale rechtbank en verder de laagbouw aan de zuidzijde van de Fred. Roeskestraat). Het karakter van de Warnersblokken en de Fred. Roeskestraat sluit hierbij aan. Van aansluiten bij de diverse hoogtes aan de noordzijde van de Fred. Roeskestraat is in de principenota in het geheel geen sprake. In de toelichting bij dit bestemmingsplan staat nu opeens een heel ander verhaal dat haaks staat op de Principenota.
23
Reactie: De adressant stelt ten onrechte dat in de Principenota Parnas staat dat het stedelijke karakter van de noordelijke zone van Parnas ruimtelijk in het verlengde ligt van de zuidzijde Fred Roeskestraat. In de toelichting van het bestemmingsplan wordt daarnaast geen specifieke relatie gelegd met de noord- en/of zuidzijde van de Fred Roeskestraat. Ook in de Principenota Parnas wordt geen specifieke ruimtelijke relatie gelegd met noord- en/of zuidzijde van de Fred Roeskestraat. In de principenota wordt in algemene zin gesteld dat binnen Parnas een overgang plaatsvindt van de hogere bebouwingsdichtheden en grotere bouwvolumes van het kerngebied van de Zuidas naar de lagere stedelijke dichtheid van de Fred. Roeskestraat. Daarnaast wordt gesteld dat het karakter van de Warnersblokken en de Fred. Roeskestraat globaal aansluiten bij de stedelijkheid van Strawinsky noord. De toelichting van het bestemmingsplan en de Principenota Parnas sluiten in dit opzicht op elkaar aan. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
t.
Waar komen alarmsirene en mobiele telefonie antennes? Adressant noemt dat de dakinstallaties inpandig worden gerealiseerd. Door het restaurant kan dat niet gelden voor de alarmsirene en de mobiele telefonie antennes. Adressant vraagt waar die naar toe gaan? Reactie: Deze zijn niet opgenomen in de huidige omgevingsvergunningaanvraag. In het bestemmingsplan zijn deze evenmin opgenomen. Antennemasten kunnen tot bepaalde hoogte vergunningvrij gerealiseerd worden op grond van art. 2 lid 15 sub b Bijlage II Besluit omgevingsrecht. Als het hier niet aan zou vol doen dan is een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen nodig. Als door de antenne-installatie bijvoorbeeld de maximale bouwhoogte zou worden overschreden dan zou er een afwijking van het be stemmingsplan nodig zijn. Op dit moment is dit nog niet aan de orde in de huidige omgevingsvergun ningaanvraag. Bestaande contracten voor de antenne installaties worden opgezegd door de Ge meente en het gebouw wordt vrij van contracten aan de initiatiefnemer opgeleverd. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
u.
Zondag vrij parkeren, parkeeroverlast in de buurt Adressant noemt dat er in de nieuwe situatie in en rond het complex geen parkeerplaatsen meer zijn. Dit heeft gevolgen voor de Spinozabuurt waar parkeerduur beperking geldt. Het is nog steeds zo dat bezoekers van de nieuwe rechtbank (en ook andere bestemmingen) in de Spinozabuurt parkeren. Het is te verwachten dat er zondags, als parkeren vrij is, de buurt zeker als parkeerplek voor bezoekers van het complex gaat dienen. Parkeren wordt van de Zuidas afgewenteld op de Prinses Irenebuurt (geen Zuidasgebied) een van de redenen waarom juist de parkeerduur beperking is ingevoerd. Reactie: In het verkeersonderzoek als bijlage behorende bij de toelichting van het bestemmingsplan is uiteen gezet dat bij de onderhavige ontwikkeling een geringe verkeersaantrekkende werking wordt verwacht vanwege onder andere de locatie van het museum (uitstekende OV bereikbaarheid) en de doelgroep (aard bezoekers) van het museum. Voor zover er in de praktijk toch sprake zou zijn van parkerende bezoekers van het museum in de wijk op zondag zal de gemeente de (ontwikkeling van) de parkeer druk op zondag in de Prinses Irenebuurt monitoren. Hiervoor wordt een onderscheid gemaakt tussen plaatsen mét parkeerduurbeperking en plaatsen zonder parkeerduurbeperking. Het te monitoren ge bied betreft zowel woonbuurten ten westen als ten oosten van de Parnassusweg.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
v.
Hemelwaterverordening eis niet opgenomen Adressant noemt dat het bestaande complex ingrijpend gerenoveerd wordt en een bouwlaag toege voegd. Er moet dan per toegevoegde m2 minimaal 60 liter water worden geborgen en binnen 60 uur afgevoerd. In de regels is over deze verplichting niets terug te vinden. Over een grondwaterneutrale 24
kelder echter wel. Reactie: De onderhavige ontwikkeling valt onder het overgangsrecht van de Hemelwaterverordening (HWV): Artikel 7. Inwerkingtreding en overgangsrecht 1. Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking. 2. Deze verordening is niet van toepassing op: a. gebouwen waarvoor vóór inwerkingtreding van deze verordening een omgevingsvergunning voor bou wen is aangevraagd; en . b. gebouwen waarvoor eerder dan zes weken na inwerkingtreding van deze verordening selectieprocedu res voor gronduitgifte, en alle overeenkomsten waaruit de intentie tot (her)ontwikkeling van een ge bouw blijkt, zijn gestart of zijn aangegaan.
In dit geval is in juni 2021, eerder dan zes weken na inwerkingtreding van de HWV, een afsprakenbrief tussen gemeente en initiatiefnemer HAF ondertekend. Overigens wordt de eis op grond van de HWV niet in de omgevingsvergunning meegenomen, omdat de HWV geen onderdeel uitmaakt van het limitatief en imperatieve toetsingskader van de Wabo, waar aan de aanvraag omgevingsvergunning getoetst wordt. De HWV geldt onverkort en daar kan toezicht en handhaving op plaatsvinden buiten het bestek van de omgevingsvergunning (en het toezicht en handhaving daarop). De initiatiefnemer heeft aangegeven dat (vrijwillig) aan de eis op grond van de HWV zal worden vol daan. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
w. Bezonningsstudie: A'damse criterium afwijkend van TNO norm en bezonningsstudie: situatie data 19/02 en 21/10 ontbreken in studie, nog toevoegen Adressant merkt op dat gemeente Amsterdam het criterium hanteert dat de zon in de periode 19 febru ari - 21 oktober tenminste 2 mogelijke bezonningsuren per dag één gevel van een woning moet kun nen bereiken, onafhankelijk van de plaats van de ramen. Dit is anders dan de TNO norm die uitgaat van andere datums en het midden van de vensterbank binnenkant raam. De bezonning op de datums 19 februari en 21 oktober zijn in de studie niet aanwezig. In de periode 21 oktober - 19 februari is de situatie voor de Warners blokken heel anders. Het restaurant neemt in die periode net het laatste reepje zon weg tussen Atrium en rechtbank, om niet spreken over de periode circa 1 december - 15 januari als de zon niet meer boven de rechtbank uit komt. Een situatie die nog zal verslechteren na de bebouwing van de kavels C2 en C3. De situatie op de datums 19 februari en 21 oktober moet aan de studie worden toegevoegd. Reactie: Er bestaan geen wettelijke normen die zien op een minimum aantal zonuren per dag in een woning, de TNO-norm kan ook niet zo worden opgevat. De wetgever heeft ervoor gekozen regulering hiervan over te laten aan bestuursorganen.1 Dit betekent dat bestuursorganen op dit onderwerp beleidsruimte heb ben.
De gemeente Amsterdam heeft op dit aspect geen beleidsregels vastgesteld. Wel moet de lichte TNO-norm (zie hierna) worden meegewogen als onderdeel van de totale belangenafweging, waarbij de gemeente Amsterdam een op die lichte TNO-norm gebaseerde variant als uitgangspunt hanteert 2 De TNO norm luidt als volgt: • De ‘lichte’ TNO-norm gaat uit van ten minste 2 mogelijke bezonningsuren per dag in de periode
1 Bevoegd gezag hoeft de TNO-norm niet te hanteren (uitspraak ABRS 201206051/1/R1, 28 augustus 2013). In het kader van de belangenafweging kan voorts geen doorslaggevende betekenis toekomen aan het antwoord op de vraag of wordt voldaan aan de zogeheten TNO-norm (uitspraak ABRS 201307050/1/R4 en 201403325/2/R4, 3 december 2014). De uitkomst van deze belangenafweging is afhankelijk van de omstandigheden van het geval (uitspraak ABRS 201709450/1/R6, 18 april 2018). Zo mag bevoegd gezag in aanmerking nemen dat in een stedelijke omgeving andere eisen mogen worden gesteld aan lichtinval en bezonning dan in een minder bebouwde omgeving (uitspraak 201802576/1/R6, 12 december 2018). 2 Als richtlijn wordt door de gemeente het aan de TNO ontleend criterium gehanteerd dat de nieuwbouw zodanig moet zijn gesitueerd dat de zon op de eerste dag van de lente danwel de eerste dag van de herfst tussen 10.00 en 18.00 uur tenminste twee mogelijke bezonningsuren per dag op één gevel van een woning moet kunnen bereiken.
25
van 19 februari - 21 oktober (gedurende 8 maanden) in midden van de vensterbank aan de binnen kant van het raam. (In de Nederlandse praktijk wordt alleen de lichte norm regelmatig gebruikt. Die komt erop neer dat gedurende tweederde van het jaar (de donkerste 120 dagen worden niet be schouwd) zontoetreding mogelijk is.) • De ‘strenge’ TNO-norm gaat uit van ten minste 3 mogelijke bezonningsuren per dag in de peri ode 21 januari - 22 november (gedurende 10 maanden) in midden van de vensterbank aan de binnen kant van het raam.
De bij het bestemmingsplan gevoegde bezonningsstudie toont aan dat in de periode 21 maart t/m 21 september er geen nieuwe schaduw op de bestaande woningen ontstaat. De bezonning van de zuidgevels van de woningen langs de Fred. Roeskestraat is in die periode ruimschoots meer dan 2 uur per dag en ook ruimschoots meer dan 3 uur per dag. Op 21 november (= 21 januari) is er om 10:00 uur een kleine toename van schaduw. In die maanden is echter al zonder het nieuwe bestemmingsplan geen sprake van 2 uur zonlicht per dag. Op 21 februari (= 21 oktober) is er tot en met 12:00 uur enige nieuwe schaduw op de zuidgevels van de woningen langs de Fred. Roeskestraat, maar deze gevels zijn na 14:00 uur (waarschijnlijk al eer der) vrij van schaduw zodat per dag in ieder geval 2 uur zon in de woonkamer komt. Toevoeging van een bezonningsdiagram van 2 dagen eerder (19 februari) leidt niet tot een ander re sultaat, omdat de schaduw van de extra bouwhoogte die het bestemmingsplan toelaat vanaf 14:00 uur niet valt op de woningen aan de Fred. Roeskestraat maar op het midden van de Parnassusweg.
26
Geldend 14:68bruari
Nieuw 21 ^br^^ri 14.00 uur
ConclusieDe
zienswijze geeft geen aanleidino
x.
bestemmingsplan aan te passen.
Gsohydrologisch.Ondeizoekciverseopmerknog 27
Figuur 1.2 en bijlage Design Update geven een verkeerde voorstelling van zaken wat betreft de diepe kelder waar het onderzoek over gaat. De vraag is dan direct of het onderzoek wel de juiste kelder heeft onderzocht, namelijk die van de ontwerp omgevingsvergunning. Er wordt nog gesproken van een par keerkelder die er niet komt. Conform het Afwegingskader grondwaterneutrale kelders worden er damwanden toegepast en geldt maatregel 2, stand-still kD. In tabel 3.1 op pagina 16 wordt gesteld dat de eerste twee grondlagen vóór de bouw een kh=1 hebben, ( kh is horizontale doorlatendheid in m/d) en na de bouw kh = 0 (beide zonder grindkoffer). Een kh = 1 ook na de bouw zou de standstill kD moeten opleveren bij dezelfde dikte van de grondlaag. Als uitgangspunt is genomen dat de damwanden na de bouw van de kelder blijven staan. Volgens het Geotechnisch ontwerp is dat niet zo, en is maar een deel van de damwanden permanent. Er wordt voorzien dat er hemelwater wordt opgevangen in buffers en in droge periodes wordt geïnfil treerd in dit goed doorlatend materiaal. Waar deze buffers zijn en hoe groot wordt niet genoemd. De op drachtgever heeft de oplossing op voorhand al bepaald in lijn met het Afwegingskader. Bij figuur 5.2 op blz. 25 staat dat de onderkant van de drainage 0,3 m dik (breed?) is, m.a.w.
aan de bo venkant 1 m en aan de onderkant 0,3 m breed, waar is de bovenkant en waar is de onderkant? In de conclusie wordt dan ineens zonder verdere toelichting een kD waarde van 25 m2/d genoemd. Waar is dit op gebaseerd? De oorspronkelijk k is 1 en dan is D dus 25, d.w.z. een laag van 25 m diep? Figuur en nummering boringen kloppen niet. Bijlage 3: tekeningen die inmiddels achterhaald zijn. De waarde van dit document wordt hiermee in twijfel getrokken. Reactie: De afbeeldingen in de rapportage en de bijlage zijn ter illustratie toegevoegd. Het kelderontwerp uit de omgevingsvergunning is onderzocht. De grondwaterneutrale situatie wordt bereikt door middel van een grindkoffer met kh = 25. Met alleen een kh=1 kom je niet tot een grondwaterneutrale situatie. De opmerking over de damwanden is correct. Echter heeft dat geen invloed op grondwatersituatie. De kelder sluit namelijk de ophooglaag af.. Het opgevangen hemelwater wordt opgeslagen in buffers die in de kelder van het gebouw zijn gepositio neerd. Er zijn diverse varianten doorgerekend en de meest optimale is in het rapport weergegeven. Er was geen aanleiding om alle minder optimale varianten te vermelden. Er staat een typefout in Figuur 5.2. Er is niet gerekend met een drainage van 0,3 m dikte, maar met een dikte van 4 m drainagezand (de volledige ophooglaag) rond het hele gebouw. De conclusie is daarop gebaseerd.
De genoemde kD waarde van 25 m2/d in de conclusie is een typefout. Dit had 75 m2/d moeten zijn. Boringen: de figuur in bijlage 1 komt uit het verkennend bodemonderzoek (R004-1282021TMA-V01-lhlNL, 13 augustus 2021) en niet uit het vooronderzoek. Conclusie: De zienswijze geeft deels aanleiding het bestemmingsplan aan te passen. De typefout zal worden hersteld.
y.
watertoets: waterberging compensatie voor verharding 9,72 m3 en watertoets: formele advies waternet ontbreekt Op blz. 7 staat dat nog niet bekend is welke variant gebouwd gaat worden. Op 18 november 2021, de datum van de Watertoets, was volgens adressant allang bekend dat het variant 4 wordt. Er is gebruik gemaakt van het Actueel Hoogtebestand Nederland versie 3, AHN3, terwijl er al enkele jaren AHN4 bestaat. Meest recente gegevens gebruiken. Er staat dat er 9,72 m3 waterberging gerealiseerd moet worden op basis van de verhardingsopgave. Op het gebouw komt echter ook een restaurant op een extra verdieping. Is er wel rekening gehouden met de hemelwater gevolgen van deze extra verdieping die qua vorm en bouw veel afwijkt van de bestaande verdiepingen en waarschijnlijk hemelwater snel naar andere lager gelegen plaatsen afvoert? Waar de waterberging plaatsvindt en in welke vorm staat nergens ver meld. Ook staat nergens op welke manier en waar de infiltratie in de drainage plaatsvindt en waar de overstort in de riolering. Er staat dat er afgestemd is met Zuidas en Waternet, maar bij de stukken ont breekt het formele advies van Waternet. Reactie: Om aan de veilige kant van de berekening te blijven is er gekozen om de variant met hoogste toename verharding te verwerken in het plan. Zie ook paragraaf 4.5.2. De uiteindelijk exacte variant keuze heeft 28
dan ook geen invloed op de conclusies. Dat in dit geval nog AHN3 is genoemd heeft verder geen gevolgen voor de uitkomst. Het noemen van AHN3 was ten overvloede en in dit verband niet relevant, aangezien de gemiddelde maaiveldhoogte niet verandert. Voor de berekening van de capaciteit van de waterberging is er rekening gehouden met het nieuwe ontwerp van het gebouw. De vraag over de locatie en vorm van de waterberging, de infiltratie, en de overstort is niet relevant voor deze watertoets. Dit is namelijk onderdeel van het ontwerp. Het advies van Waternet is alsnog op schrift gesteld en wordt bij de omgevingsvergunning stukken gevoegd.
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
z. Zoveel slordigheden, procedure stilleggen, herstellen
Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder b. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het bestemmingsplan aan te passen.
þÿOntwer " p-omgevingsver gunning Inleiding
De aspecten die naar voren zijn gebracht op de ontwerp-omgevingsvergunning worden hiernavolgend per zienswijze behandeld.
1. Adr essant Rapport Tauw, effecten op grondwater, positieve advies Waternet moet openbaar gemaakt Adressant stelt dat met het rapport van Tauw over de onderkeldering en voorgestelde maatregelen een te rooskleurig beeld wordt geschetst van de te verwachten effecten op de grondwaterstand. Ook staat daarover te weinig in de vergunning zelf. Een ieder kan zien dat in de strook, bestemd als Verkeer 1, tussen de nieuwe rechtbank en de oude de grond telkens kletsnat is. De maatregelen die bij de nieuwe rechtbank specifiek zijn genomen voor afwatering werken dus onvoldoende. Als dat gebiedje betegeld gaat worden zoals de zonnige plaatjes suggereren, waar blijft het water dan? Het positieve advies van Waternet van 13 januari 2022 zou bijgevoegd of in elk geval openbaar moeten zijn. a.
Reactie: Het geohydrologisch rapport is ten onrechte niet als bijlage bij de ontwerp-omgevingsvergunning ter inzage gelegd. Het rapport is wel als zodanig in het OLO-loket bij de aanvraag ingediend en maakt onderdeel uit van de omgevingsvergunning stukken. Het rapport zal alsnog bij de omgevingsvergunning gevoegd worden. Tevens is mede naar aanleiding van de zienswijzen een aanvullende memo aan de bijlagen behorende bij de omgevingsvergunning toegevoegd, waarin de mitigerende maatregel t.b.v. grondwaterneutraal bouwen exact beschreven wordt. In de omgevingsvergunning zal verwezen worden naar zowel het geohydrologisch rapport als de aanvullende memo over de mitigerende maatregel. Het rapport maakt onderdeel uit van de stukken behorende bij de omgevingsvergunning. De inhoud van het rapport wordt niet integraal opgenomen in de omgevingsvergunning zelf. Het advies van Waternet is alsnog op schrift gesteld en wordt bij de omgevingsvergunning stukken gevoegd.
Conclusie: 29
De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
b. monitoring tijdens bouw In de vergunning moet volgens adressant meer geregeld worden over monitoring tijdens en na de bouw van de effecten op de grondwaterstand. Reactie: De meetdata worden periodiek volledig beschikbaar gesteld aan instanties als gemeente en Waternet door de bouwer c.q. de bouwdirectie. Alle gemeten grondwaterstanden van Waternet zijn terug te vin den op deze website : Peilbuizen Waternet. (https://maps.waternet.nl/kaarten/peilbuizen.html) Het is vooralsnog niet bekend hoeveel en waar peilbuizen worden geplaatst. Dit wordt in een latere ontwerpfase vastgelegd in een monitoringsplan in overleg met het bevoegd gezag.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
c.
Cumulatie niet meegenomen
Adressant merkt op dat volgens de conclusie van het rapport van Tauw de grondwaterstand aan de noordkant maximaal 5 centimeter gaat stijgen. Dat is dan het zoveelste project waar dat voor voor speld wordt, cumulatief wordt het niet bekeken. Voor de Prinses Irenebuurt is elke grondwaterstand verhoging teveel, en dan moet het Zuidasdok nog komen. De wadi aan de oostkant, in de Prinses Irenestraat, kan dat niet allemaal opvangen. Reactie: Zolang de verhoging binnen de eigen perceelsgrenzen is, wordt de kelder als grondwaterneutraal gezien. In de meest recente versie is er bij de inham aan de noordkant van het gebouw een verhoging van 5 cm, maar dit blijft ruim binnen de perceelsgrenzen. Dit wordt ook expliciet genoemd in de meest recente versie van het rapport, daar staat namelijk onderstaande figuur erbij met de perceelsgrenzen, met een stukje uitleg dat het effect binnen de perceelsgrenzen blijft in alle scenario’s.
ETAUW
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
d.
Toetsing waterstrategie niet gebeurd Reactie: Het museuminitiatief is uitvoerig besproken met de wateradviseurs van de gemeente en Waternet. Het wateroverleg, waarbij ook de omgeving aansloot, bestaat niet meer. Het museuminitiatief is van latere 30
datum, dus bespreking in dit wateroverleg heeft toentertijd niet plaats kunnen vinden.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
2. Adr essant Fietser sbond a. Exacte locatie hoofdingang onduidelijk, wordt fietspad hierdoor versmald? Breedte huidige fietspad
onjuist op situatietekeningen Reactie: De huidige positie en breedte van het fietspad blijft intact. Zie beantwoording adressant 2 onder b en bijlage 1.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. Wel wordt aan deze Nota van Beantwoording bijlage 1 toegevoegd, waarin de uitgangspunten voor het ontwerp van de openbare ruimte zijn opgenomen.
3. Adr essant a.
Kavel vrijwel maximaal volgebouwd, kleiner programma mogelijk?
Adressant merkt op dat op dit moment in het beoogde ontwerp de kavel vrijwel maximaal wordt volgebouwd. In combinatie met de beoogde onderkeldering en het ruimteschip op het dak voelt het volgepropt. Is het niet beter om een iets kleiner programma op deze plek te realiseren en ruimte te maken voor de gehandicapten parkeerplaatsen en laad- en loszone op eigen terrein? Reactie: Het bouwvlak met de daarbinnen toegestane maximum bouwhoogte en volume zoals mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan is gebaseerd op het benodigde programma voor het museum en het inpassen van alle benodigde functies binnen het gebouw. Voor dit bouwvolume en programma is met de ruimtelijke onderbouwing van het bestemmingsplan aangetoond dat dit ruimtelijk inpasbaar is.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. b.
Zorg over gekleurde verlichting
Adressant stelt dat op zorgen van de buren over gekleurde verlichting van de transparante delen geen adequaat antwoord komt. Reactie: Op dit moment is een dergelijke verlichting niet voorzien. Mocht dat ooit wijzigen dan zal dat moeten voldoen aan de dan geldende regelgeving. Verwezen wordt naar het advies van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit d.d. 12 januari 2022.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. c.
Overlast als gevolg van horeca in dit (rustige) deel van de Zuidas Reactie:
Verwezen wordt naar de reactie bij het onderdeel Ontwerpbestemmingsplan bij Adressant 3 onder h. 31
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. d. Architectuur: gemeentelijk monument: groot deel zichtbare structuur van het gebouw verloren, vrijstaande volumes verdwijnen in nieuwe opzet
Adressant stelt dat een groot deel van de zichtbare structuur van het gebouw en daarmee het originele karakter verloren gaat door het maximeren van het nieuwe volume en het als nauwsluitende deken om de bestaande delen heen te leggen. Er is geen verspringing in gevel of dakhoogte waardoor de nu vrijstaande volumes van de westelijk gelegen zittingszalen verdwijnen in de nieuwe opzet. Het idee van een nieuw doorzichtig blok als entree lijkt leuk gevonden maar wordt in praktijk een loze gimmick die de aantasting van de rest van het geheel niet goedmaakt. Er is geen relatie tussen de architectuur van het bestaande gebouw en het zwart-witte blok met kleuraccenten. Niet in vormentaal, niet in materialen, niet in kleurgebruik, op geen enkele manier gaan de delen met elkaar een relatie aan. De volledig doel- en richtingloze hekwerken op het dak maken het alleen maar erger. Waar de architectuur van het bestaande gebouw gekenmerkt wordt door een verfijnde structuur, sober kleuren en materialen en een herhaling van vormen is het nieuwe deel kraak nog smaak, een kiloknaller van een gebouw dat alleen de binnenruimte maximaliseert maar op geen enkel wijze aansluit bij het prachtige ontwerp van Loerakker of enig ander gebouw in de omgeving. De beoogde nieuwbouw verkwanselt het monumentale pand. Reactie:
Verwezen wordt naar het advies van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit d.d. 12 januari 2022. Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
4. Adr essant a.
Op blz. 11 wordt verwezen naar een document van de gemeente Haarlemmermeer, gaat om vergissing?
Reactie: Deze passage is ten onrechte in de ontwerp-omgevingsvergunning opgenomen en zal worden verwijderd. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. b.
Aanpassingen aan monumentale deel gebouw niet passend
Adressant meent dat de aanpassingen aan het monumentale deel van het complex niet passend zijn. De nieuwe entree en de hele noordoost hoek verstoort de samenhang van het gebouw en de doorgang en het zicht voor voetgangers op de Parnassusweg. Het zicht op de hoogbouw van de oostgevel wordt ontsierd door de toevoeging van het restaurant, de lift aan de buitenkant en de nieuwe entree. Zij passen niet bij het gebouw. De figuren op respectievelijk pagina 63, 82 en 84 van het document 'Welstand presentatie' maken dit direct duidelijk. Komen er lichteffecten in de glazen nieuwe entree? Wat wordt de situatie als aan de voorwaarden van de commissie op blz. 11 niet wordt voldaan? Hetzelfde geldt voor de monumentale aspecten genoemd op blz. 12. Reactie: Verwezen wordt naar het advies van de Commissie Ruimtelijke kwaliteit d.d. 12 januari 2022. Het bestemmingsplan maakt het bouwplan planologisch mogelijk. De aanvraag omgevingsvergunning geeft aan wat het exacte ontwerp is en wat er gebouwd zal worden. Deze aanvraag omgevingsvergunning wordt door de CRK getoetst aan welstandseisen. Op dit moment is verlichting in de glazen entree niet voorzien. Mocht dat ooit wijzigen dan zal dat moeten voldoen aan de dan geldende regelgeving.
De aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften vormen de waarborg dat het project alleen wordt uitgevoerd conform de eisen met betrekking tot welstand en monumentenzorg. Die voorschriften worden 32
aangevuld in die zin dat pas met de uitvoering van (het betreffende deel van) het project mag worden ge start als hiervoor namens het college van B&W een akkoord is gegeven. Het niet voldoen aan de voor schriften is aan te merken als handelen in strijd met de omgevingsvergunning, waarop kan worden ge handhaafd. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
c.
Openstaande vragen CRK
Op blz. 4 staan vier openstaande vragen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Wat wordt de situatie als deze commissie vindt dat de vragen onvoldoende en / of te laat worden beantwoord?
Reactie: De aan de omgevingsvergunning verbonden voorschriften vormen de waarborg dat het project alleen wordt uitgevoerd conform de eisen met betrekking tot welstand en monumentenzorg. Die voorschriften worden aangevuld in die zin dat pas met de uitvoering van (het betreffende deel van) het project mag worden ge start als hiervoor namens het college van B&W een akkoord is gegeven. Het niet voldoen aan de voor schriften is aan te merken als bouwen in afwijking van de omgevingsvergunning, waarop kan worden ge handhaafd. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
d.
Detailhandel meer dan max 50 m2, niets in omgevingsvergunning over opgenomen
Reactie: De aanvraag omgevingsvergunning wordt aan het (ontwerp)bestemmingsplan getoetst. Zodra dit bestemmingsplan 150 m2 toestaat dan past de aanvraag in het (ontwerp)bestemmingsplan. Voor de toe lichting waarom er in het onderhavige (ontwerp)bestemmingsplan 150 m2 is opgenomen voor onderge schikte detailhandel wordt verwezen naar de reactie bij het onderdeel Ontwerpbestemmingsplan bij Adres sant 4 onder l. Conclusie:
De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. e.
In omgevingsvergunning niets vermeld over eis berging hemelwater
Reactie:
Verwezen wordt naar de reactie bij het onderdeel Ontwerpbestemmingsplan bij Adressant 4 onder v. Conclusie:
De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
f.
kap bomen 2 bomen: 4 bomen herplant
Adressant merkt op dat 2 bomen worden gekapt, maar er wordt een herplantplicht opgelegd voor 4 nieuwe bomen op het perceel. Tenzij de op de verbeelding aangegeven strook groen tot het perceel behoort is er op het perceel geen ruimte voor bomen. En dan is er ook nog de grindkoffer van 1 m breed. Hoe is her plant dan mogelijk? Herplant moet plaatsvinden vóór 1 april 2024. Het is de vraag of dit gaat lukken gezien de bouwwerkzaamheden die de komende jaren voor dit complex, maar ook de kavels C2 en C3 moeten worden uitgevoerd. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij het onderdeel Ontwerpbestemmingsplan bij Adressant 4 onder f. Conclusie: 33
De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. De datum waarvoor her plant dient plaats te vinden wordt wel aangepast in de omgevingsvergunning. De datum van herplant in de omgevingsvergunning wordt 31 december 2025. g.
Trillingshinder,bouwkundig onderzoek ivm trillingswerkzaamheden bij Warners blokken op zijn plaats
Adressant merkt op dat er sprake is van damwanden die ingetrild moeten worden (Geotechnisch ontwerp). Omwonenden hebben daar ervaring mee en een bouwkundig onderzoek voor en na deze trillingswerk zaamheden bij de Warners blokken is op zijn plaats. Bij de bouw van de tijdelijke en de nieuwe rechtbank zijn in verband hiermee zulke onderzoeken uitgevoerd. Reactie: Er zal door de aannemer van initiatiefnemer HAF een opname (zogenaamde nulmeting) van de belendin gen worden verricht voorafgaand aan de werkzaamheden. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen. h.
Geotechnisch bouwput en fundering
Adressant heeft diverse opmerkingen op het geotechnisch onderzoek: Conform de afspraken in het z.g. Wateroverleg tussen Zuidas, Waternet en VIA, moeten metingen bij Waternet worden bewaard conform de Archiefwet en via de klantenservice van Waternet in de toekomst opgevraagd kunnen wor den. Omwonenden moeten de beschikking over directe toegang tot de metingen van de geplaatste peilbuizen via een link of app krijgen. Waar en hoeveel peilbuizen worden er geplaatst? Overleg met de watergroep VIA is op zijn plaats. De kh waarde is onduidelijk. Er is onderzoek nodig naar de moge lijke effecten van de verlaging van de grondwaterstand binnen de bouwput voor de omgeving. De War ners blokken staan op houten palen en droogvallen van deze palen moet voorkomen worden.
De ruimte op en rond het complex en binnen het perceel is onvoldoende voor bouwverkeer en bouw terrein. In overleg met de omwonenden zal er een oplossing gevonden moeten worden en de omwo nenden moeten nauw betrokken worden bij het op te stellen BLVC kader.
Waar is de watervergunning voor dit complex? Het opgepompte grondwater wordt voor minimaal 50% geretourneerd in een injectieveld. Waar blijft het overige opgepompte grondwater? Wordt het zo nodig gezuiverd? De uitgangspunten voor de bouwplannen bij de analyses van Tauw komen niet geheel overeen met het VO-ontwerp van de nieuwbouw. Reactie: De meetdata worden periodiek volledig beschikbaar gesteld aan instanties als gemeente en Waternet door de bouwer c.q. de bouwdirectie. De meetdata worden periodiek volledig beschikbaar gesteld aan instanties als gemeente en Waternet door de bouwer c.q. de bouwdirectie. Alle gemeten grondwater standen van Waternet zijn terug te vinden op deze website : Peilbuizen Waternet (https://maps.waternet.nl/kaarten/peilbuizen.html) Het is vooralsnog niet bekend hoeveel en waar peilbuizen worden geplaatst. Dit wordt in een latere ontwerpfase vastgelegd in een monitoringsplan in overleg met bevoegd gezag. kD heeft vanzelfsprekend alleen betrekking op zandlagen, dus in dit geval de deklaag. De in de tabel gepresenteerde waarden zijn de verwachtingswaarden die zijn gebaseerd op de uitgevoerde pompproef (praktijkproef) bij het naburige project NACH. Dit wordt voor deze fase als een betrouwbare aan name beschouwd.
Zoals beschreven in de rapportage wordt er op locatie nog een aanvullende pompproef uitgevoerd op basis waarvan de geohydrologische parameters worden geverifieerd.
Het trillend inbrengen en trekken van damwanden vindt alleen plaats op trajecten waar dit niet leidt tot risico voor schade of onaanvaardbare hinder voor de omgeving, dat wil zeggen voor de bestaande bebouwing, belendingen en kabels en leidingen. Dit wordt per traject nader onderzocht in de volgende ontwerpfase.
34
Bovendien vindt er monitoring plaats in de uitvoeringsfase om risico’s te kunnen beheersen. In hoofd stuk 4 van de geotechnische rapportage wordt uitvoerig ingegaan op de bemaling en de beheersing van de risico’s voor beïnvloeding van de omgeving. Dit wordt in de volgende ontwerpfase nader uitge werkt. Hierbij is het van belang om te vermelden dat de oppervlakkige grondwaterstand in de omge ving in zeer beperkte mate wordt beïnvloed omdat er overwegend met een gesloten bouwput wordt gewerkt. De bemaling in de diepere lagen, de zogenoemde spanningsbemaling, heeft geen effect op de belendingen. Ook in verband met de bemalingen vindt er een zorgvuldige monitoring plaats om ri sico’s te kunnen beheersen. Wat hier wordt bedoeld is de mogelijke bovenbelasting op het maaiveld op een relatief smalle strook langs de grondkeringen. In de ontwerpfase wordt hier een aanname voor gedaan. Deze wordt in de uitvoeringsfase nog geverifieerd op basis van het uitvoeringsplan van de aannemer. E.e.a. zal ook nog in respectievelijk de volgende ontwerpfase en uitvoeringsfase in een BLVC plan worden vastgelegd.
Er wordt in een latere fase nog een watervergunning aangevraagd. Lozing vindt in overleg met be voegd gezag. Zo nodig vindt er een zuivering plaats; zoals ook beschreven in paragraaf 4.5.
De in november 2021 door Tauw uitgevoerde analyse is volledig en juist verwerkt in hoofdstuk 8 van de geotechnische rapportage. Conclusie:
De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
i.
Bomenkap overige 6 bomen
Adressant merkt op dat er oorspronkelijk nog 6 bomen zouden worden gekapt aan de zuidoostzijde langs de Parnassusweg. In een andere document staat dat dit misschien in een later stadium toch nog gaat gebeuren. In het document Onderbouwing te verwijderen bomen pagina 4 staat de situatie vóór en na deze bomenkap aangegeven. Omdat deze bomenkap nu niet doorgaat wat betekent dit dan voor de situatie zoals aangegeven na de bomenkap? Reactie: Deze 6 bomen maken nu geen onderdeel uit van de aanvraag omgevingsvergunning activiteit kap. Mocht in een later stadium van de uitvoering blijken dat deze bomen toch niet behouden zouden kun nen blijven dan zal hier alsnog een aanvraag kapvergunning voor ingediend moeten worden. Op dit moment is daar nog geen sprake van. Onderdeel van het plan openbare ruimte is ook de locatie waar de 6 bomen zich nu bevinden. Uit het uitgevoerde boomonderzoek blijkt dat deze bomen geen hoge levensverwachting en hoge beeldkwaliteit hebben. De verwachting is daarom dat in het plan openbare ruimte uitgekomen zal worden op kap van deze bomen. De kap van deze bomen is echter ten behoeve van de realisatie van het museum niet noodzakelijk. Het just-in-time-principe van het kappen van bo men wordt hier gehanteerd, waarbij kap plaats zal vinden op het moment dat dit nodig is vanuit een onderliggend plan, in dit geval het plan openbare ruimte.
In het geval er voor kap wordt gekozen, zal hier ook de bijbehorende boomcompensatie voor moeten gaan plaatsvinden.
Conclusie De zienswijze geeft geen aanleiding de omgevingsvergunning niet te verlenen.
• Ontwerp-verkeersbesluit Inleiding
De aspecten die naar voren zijn gebracht op het ontwerp-verkeersbesluit voor de aanleg van drie algemene gehandicaptenparkeerplaatsen, drie laad en losplaatsen als afzetplekken voor taxidiensten en de aanleg van twee laad en losplaatsen voor touringcars worden hiernavol gend per zienswijze behandeld.
35
1. Adr essant a.
Gevaarlijke plek voor laad-en losplaatsen, taxi's en touringcars Het verkeersbesluit om drie laad- en losplaatsen voor autoþÿs en twee voor touringcars aan te wijzen pal naast de al levensgevaarlijke voetgangersoversteek van de Rechtbank naar het Atrium vindt adressant onaanvaardbaar. Fietsers krijgen straks te maken met overstekende toeristen en bezoekers die totaal onbekend zijn met het Nederlandse fietsgevaar. Automobilisten moeten drie keer meer opletten: tijdens optrekken bij het stoplicht inhouden voor van links inschuivende autoþÿs, opletten voor naar rechts willende parkerende autoþÿs en bussen, opletten voor van west naar oost overstekende voetgangers die men niet kan zien - en zij de automobilisten niet-omdat zij vanachter een touringcar opduiken. Adressant begrijpt niet waarom bussen en bezoekers niet, zeker voor de eerstkomende 15 jaar, achter het Uitvaartcentrum aan de Fred. Roeskestraat afgezet kunnen worden, een loopje van niks naar het museum, ruimte genoeg.
Reactie: De inpassing van de drop-off is besproken in de centrale verkeerscommissie (CVC) (bijlage 3) besproken en akkoord bevonden. De CVC is hét centrale, door het College ingestelde, onafhankelijke stedelijke toets en adviesorgaan op het gebied van plannen en maatregelen betreffende alle voorgestelde wijzigingen aan de infrastructuur met betrekking tot alle wegen gelegen binnen de gemeente Amsterdam. De vaste leden van de CVC zijn deskundigen van V&OR, R&D, MET, GVB en Politie. Brandweer Amsterdam is agenda lid. Daarnaast kent de CVC vaste adviseurs van de Fietsersbond en Cliëntenbelang Amsterdam. Als adviseur van de CVC hebben zij geen stemrecht. De CVC adviseert - gevraagd n ongevraagd - het gemeentebestuur. Deze advisering geschiedt via wethouder verkeer en/of via de bestuurlijke voordrachten van het desbetreffende project, in welke voordrachten het eindadvies van de CVC integraal dient te zijn opgenomen. De inpassing wordt als voldoende veilig beschouwd gezien de breedte van de laad & losplaatsen van 2,75m en de breedte van een touringcar. De stoep naast de laad- en losplaatsen is 2,45m breed en is voldoende breed conform de richtlijnen. Zie bijlage 1. In het CVC verslag is opgenomen: De plaatsen voor de touringcars hebben een minimaal benodigde breedte en de uitstapstrook is voldoende breed om uit te stappen. Het betreft bezoekers van het museum zonder koffers.
De naastliggende r baan heeft een breedte voor twee r jstroken van 6,40 m breedte en dat is voldoende. De laaden losplaats dient wel op voldoende afstand te liggen van de voetgangersoversteek in verband met afdekzicht.
De afstand ten opzichte van de voetgangersoversteek betreft 18 meter en wordt als voldoende beschouwd. De samenkomst van in- en uitvoegend verkeer én een voetgangersoversteek komt in een stedelijke omgeving vaker voor en leidt in de voorliggende situatie niet tot een onacceptabele verkeerssituatie. Een laad en losplaats voor touringcars aan de Parnassusweg heeft de voorkeur gezien het extra belasten van de Fred Roeskestraat, waarin meerdere scholen gevestigd zijn, onwenselijk is.
Verwezen wordt naar het advies van Goudappel d.d. 30 juni 2022, waarin onderbouwd wordt geconcludeerd dat de inpassing als voldoende veilig wordt beschouwd.
Voor wat betreft de voetgangersoversteekplaats wordt verwezen naar de reactie bij het onderdeel Ontwerpbestemmingsplan bij Adressant 2 onder d. Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het verkeersbesluit niet te nemen.
b.
Drie gehandicaptenparkeerplaatsen zouden in Zuidas moeten komen, niet in Zuid Het aanwijzen van drie gehandicaptenparkeerplaatsen naast elkaar, de laad-en losmogelijkheid voor Bagels en Beans en andere winkels daar beperkend, en nogal veel volgens adressant, hoort niet hier maar op de Zuidas te geschieden. Achter de rechtbank dus. 36
Reactie: Omdat het hier gaat om de toegankelijkheid voor gehandicapten dient een oplossing binnen 100 meter van de ingang van het museum gevonden te worden. Parkeerplaatsen buiten die afstand zijn in dit geval geen oplossing. De gehandicaptenparkeerplaatsen in het ontwerpverkeersbesluit zijn de enige locatie waar geschikte parkeerplaatsen aanwezig zijn. Aan de Parnassusweg zouden deze parkeerplaatsen tussen een druk fietspad n de rijbaan van de Parnassusweg liggen, wat geen geschikte uitstapmogelijkheid betreft. Er is derhalve geen andere locatie die geschikt is. Bovendien is de parkeerdruk in de Prinses Irenebuurt dusdanig laag dat het geven van een andere invulling aan deze plaatsen niet zal leiden tot parkeeroverlast. De prinses Irenebuurt bestaat uit twee OIS buurten. In de OIS buurt waar de rechtbank (K23a) ligt is de parkeerdrukþÿs middags 71%. In de naastliggende buurt K59a is de parkeerdruk dan 33%. Parkeerdruk in buurten in Amsterdam is terug te vinden op maps.amsterdam: https://maps.amsterdam.nl/parkeerdruk/?LANG=nl
Overigens heeft de aanwijzing tot grootstedelijk gebied Zuidas niet tot gevolg dat er een verplichting zou ontstaan om gehandicaptenparkeerplaatsen die nodig zijn voor een bepaalde ontwikkeling binnen Zuidas ook binnen datzelfde grootstedelijk gebied te realiseren. Het is wel noodzakelijk dat de plaatsen binnen 100 meter van de ingang van het museum worden gerealiseerd, ongeacht in welk stadsdeel of welk (al dan niet grootstedelijk) gebied de plaatsen zouden vallen. Er is overleg geweest met de Stichting Onbeperkt Zuid. In het CVC verslag is het volgende opgenomen: De voorgestelde locatie voor de gehandicaptenparkeerplekken is de Dina Appeldoornstraat. HierbJ zullen aan de zuidoostzjde van de straat vier reguliere parkeerplekken opgeheven worden ten behoeve van drie gehandicaptenparkeerplekken. De afstand tot de hoofdingang van het MCA is 90,5 meter en dit ligt binnen de 100 meter afstand die vereist is b j gehandicaptenparkeerplekken. Parkeeronderzoek (Parkeeronderzoek Amsterdam-Zuid 2020) w^jst uit dat de parkeerdruk in deze buurt laag is (minder dan 60% bezettingsgraad). Er zjn binnen de afstand van 100 meter van de hoofdingang geen andere passende mogelijkheden om de parkeerplekken te realiseren. Naar aanleiding van vooroverleg met Stichting Onbeperkt Zuid wordt de inpassing van een AOV-halteplek nader onderzocht.
Cliëntenbelang Amsterdam: Akkoord met de ligging van de halte. Gehandicaptenparkeerplaatsen moeten 3 m breed en 6 m diep zijn. Het aantal van drie parkeerplaatsen voor gehandicapten is in lijn met de richtlijn hiervoor. De richtlijn betreft de CROW-publicatie 381þÿtoekomstbestendig parkeren Deze stelt dat 5% van het aantal parkeerplaatsen bij de functie moet als gehandicaptenplek worden ingericht. Het parkeerkencijfer voor een museum in zeer sterk stedelijk gebied (centrum) is 0,3 parkeerplaats per 100 m2 bruto vloeroppervlak. Het aantal parkeerplaatsen voor een museum van 18.661 m2 bvo komt dan uit op 18.661/100 * 0.3 = 56 parkeerplaatsen. wanneer je rekent dat hiervan 5% geschikt moet zijn voor minder valide kom je uit op 2,8. Dit komt afgerond neer op 3 gehandicaptenparkeerplekken
Conclusie: De zienswijze geeft geen aanleiding het verkeersbesluit niet te nemen.
2. Adr essant Fietser sbond Geen zienswijze (onderdelen) over concept verkeersbesluit.
3. Adr essant a. Plaatsen touringcar ongelukkig gekozen, drukke plek verkeer Adressant stelt dat de beoogde parkeerplaats voor touringcars zeer ongelukkig is gekozen. Het kruispunt is druk en er wordt vaak hard gereden. Op deze plek gaat de rijbaan van twee naar één rijstrook n in de spits staan er vaak lange rijen autoþÿs. Dit is moeilijk te verenigen met in n uitvoegende bussen. Op dit moment worden de stoep en de grasstrook ter plekke al misbruikt door de koeriers die de rechtbank willen bereiken. Meer verkeer toevoegen op deze plek is geen goed idee. Verder zullen uitstappende passagiers een smalle trap af moeten en vervolgens een zeer druk en 37
onoverzichtelijk fietspad moeten oversteken. Zeker als hier groepen schoolkinderen of toeristen komen lijken regelmatige botsingen niet te voorkomen. Het voorgenomen entreegebouw maakt het gebied nog smaller en onoverzichtelijker met de wanden en tunneltjes naast het verhoogde kruispunt. Reactie: Verwezen wordt naar de reactie bij Adressant 1 onder a.