CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Nota van beantwoording zienswijzen Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties

Tijdelijke Algemene Raadscommissie 17 juni 2026, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Amsterdam: Toevoeging van regels over horeca, darkstores en evenementenlocaties (VN2026-007113)46.438 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 6

Wat binnen horeca is toegestaan, is hiervoor reeds besproken. Voor detailhandel geldt het volgende. Binnen detailhandel is het sowieso toegestaan om niet-bereide en niet-verwarmde etenswaren en dranken te verkopen. Consumptie in de zaak niet toegestaan. Enige uitzondering daarop vormt additionele horeca. Dat is in beginsel toegestaan, maar wel binnen de beperkingen die daarvoor gelden (paragraaf 3.2.3.13 Omgevingsplan). Die beperkingen kunnen ook inhouden dat binnen bepaalde detailhandel additionele niet is toegestaan (artikel 3.59).2 Binnen detailhandel is ook toegestaan de verkoop van bereide / opgewarmde etenswaren en dranken voor consumptie elders dan in de zaak of de publieke buitenruimte.3 Nog een variant die binnen detailhandel is toegestaan is de verkoop van opgewarmde (dus niet bereide!) etenswaren en dranken voor directe consumptie in de directe omgeving van de zaak.4 Het verschil tussen bereiden en verwarmen, dat alleen relevant is voor detailhandel, is het volgende. Bij bereiden is sprake van het klaarmaken van eten. Daarbij treedt vervorming van de ingrediënten op. Bij opwarmen gaat het, zoals het woord al aangeeft, alleen om warm maken van etenswaren. Er treedt geen vervorming meer op. Verkoop voor consumptie van ter plaatse bereide etenswaren en dranken in de publieke buitenruimte is binnen detailhandel dus nooit toegestaan.

Om hierover geen enkel misverstand te laten bestaan, is aan de begripsbepaling voor detailhandel een tweede zin toegevoegd die luidt:

2

Additionele horeca binnen een winkel is wat in Stadsdeel Centrum in bestemmingsplannen wordt aangeduid als mengformule. 3 In dat geval is sprake van een traiteur. 4 Dit wordt ook wel de eetwinkel genoemd.

23

“Onder detailhandel wordt niet verstaan het bedrijfsmatig verstrekken van ter plaatse bereide etenswaren en bereide dranken voor directe consumptie in de directe omgeving van de zaak.”5 Dat is alleen toegestaan vanuit een horecazaak. Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat dit ook niet is toegestaan vanuit additionele horeca. Daartoe is in artikel 3.58 expliciet een verbod opgenomen op het verstrekken van etenswaren voor directe consumptie in de directe omgeving van de detailhandelsvestiging.

3.7 Overgangssituatie openingstijden In het Ontwerp Wijzigingsbesluit is voorzien in een overgangsregeling voor openingstijden. De openingstijden zijn gekoppeld aan zwaartecategorieën (artikel 3.82 Omgevingsplan). De nieuwe openingstijden zouden dan pas gaan gelden wanneer ergens een bestemmingsplan zou zijn vervangen. Met het oog op een gelijk speelveld is dat ongewenst. Daarom is in artikel 3.83 Omgevingsplan voorzien in een overgangsregeling waarbij de openingstijden zijn gekoppeld aan de benamingen voor vormen van horeca, zoals die in bestemmingsplannen veelal worden gebruikt om de horecatypen te definiëren: café, restaurant, etc. Dat artikel zorgt er dus voor dat de openingstijden ook gaan gelden op locaties waar het bestemmingsplan nog niet is vervangen. In het Ontwerp Wijzigingsbesluit werd een directe koppeling gelegd met de feitelijke exploitatie: is er sprake van een restaurant, terwijl op grond van het bestemmingsplan ook een café is toegestaan, dan gelden de beperktere openingstijden voor het restaurant. In de artikelsgewijze toelichting werd daarbij aangegeven dat, omdat het vrij veel voorkomt dat een bestemmingsplan op een en dezelfde locatie verschillende horecacategorieën toelaat, de verleende exploitatievergunning veelal bepalend zal zijn voor het antwoord op de vraag van welk soort horeca sprake is. Dit is om meerdere redenen onwenselijk.

Allereerst maakt dit dat het nodig is om in de exploitatievergunning na te gaan wat voor type horeca er zit. Niet in alle gevallen zal de exploitatievergunning daarin uitsluitsel geven. En omwonenden kunnen dus niet zonder die exploitatievergunning te kennen weten welke openingstijden gelden. Ten tweede zal dit kunnen leiden tot een onbedoelde tijdelijke beperking van de openingstijden. Bij het omzetten van de bestemming naar het gebruiksdoel geldt immers als uitgangspunt dat de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan worden overgenomen, waarbij in uitzonderlijke situaties van dat uitgangspunt kan worden afgeweken. Wanneer op een locatie waar feitelijk een restaurant zit, op grond van het bestemmingsplan zowel een café als een restaurant is toegestaan, dan geldt als uitgangspunt dat daar een gebruiksdoel middelzware horeca zal worden toegekend. Daarvoor geldt voor vrijdag- en zaterdagnacht een sluitingstijd van 03.00 uur. Ook als daar een restaurant wordt geëxploiteerd. Terwijl op grond van artikel 3.82 Omgevingsplan, zoals dat in het Ontwerp Wijzigingsbesluit stond, voor een restaurant dan een sluitingstijd van 02.00 uur zou gelden. Artikel 3.83 Omgevingsplan wordt aangepast. Zolang het geldende bestemmingsplan nog niet is vervangen zal voor de openingstijden niet het feitelijk gebruik bepalend zijn, maar het gebruik dat op grond van het bestemmingsplan is toegestaan. 5

Deze zin vervangt de nu nog geldende tweede zin, die luidt dat onder detailhandel niet is toegestaan een onderneming die in hoofdzaak is gericht op het ter plekke te koop aanbieden van ter plaatse bereide, voor directe consumptie bedoelde fastfoodproducten.

24

3.8 Overgangsregels openingstijden, ontheffingsmogelijkheden In een aantal zienswijzen wordt aangegeven dat men ruimere openingstijden heeft en gebruikt dan voorzien in het Ontwerp Wijzigingsbesluit, en dat om die reden een indeling in een zwaardere zwaartecategorie nodig is, terwijl geen sprake is van overlast of klachten. Hierover het volgende. Als uitgangspunt bij het omzetten van de bestemming naar het gebruiksdoel geldt dat de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan worden overgenomen, waarbij in uitzonderlijke situaties van dat uitgangspunt kan worden afgeweken (zie paragraaf 3.2 van deze nota). Zolang het bestemmingsplan nog niet is vervangen, zijn de mogelijkheden die het bestemmingsplan biedt bepalend voor de openingstijden die gaan gelden (zie paragraaf 3.7 van deze nota). In de exploitatievergunning toegestane openingstijden spelen daarbij geen rol. Die zijn immers niet in het bestemmingsplan bepaald. Er zullen op het moment van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit horecabedrijven zijn met ruimere openingstijden dan op grond van artikel 3.83 Omgevingsplan toegestaan. Bij wijze van overgangsrecht is voor alle op dat moment bestaande horecabedrijven bepaald dat gedurende drie jaar na inwerkingtreding van voorliggend wijzigingsbesluit de openingstijden zoals opgenomen in de exploitatievergunning blijven gelden (artikel 3.86 Omgevingsplan).

Dat betekent dat bestaande horecabedrijven pas na die overgangstermijn van drie jaar een beperking kunnen gaan krijgen. De mogelijkheid van beperkingen geldt met name voor restaurants die gevestigd zijn op een locatie waar op grond van het bestemmingsplan wel een restaurant maar geen café of discotheek is toegestaan, en voor fastfoodhoreca.  Voor restaurants geldt dat die op grond van de exploitatievergunning veelal openingstijden hebben van zondag tot en met donderdag van 07:00 tot 01:00 uur en vrijdag en zaterdag van 07:00 tot 03:00 uur. Als zij zitten op een locatie waar wel een restaurant is toegestaan, maar geen café of discotheek, dan zullen op grond van artikel 3.83, eerste lid, Omgevingsplan drie jaar na inwerkingtreding de openingstijden op vrijdag en zaterdag met één uur worden verkort.  Voor fastfoodbedrijven geldt veelal dat die op grond van de exploitatievergunning veelal openingstijden hebben van zondag tot en met donderdag van 07:00 uur tot 03:00 uur en vrijdag en zaterdag van 07:00 uur tot 04:00 uur. Als zij zitten op een locatie waar niet ook een discotheek is toegestaan, dan zullen die openingstijden worden beperkt. Voor fastfoodhoreca geldt de mogelijkheid een maatwerkontheffing aan te vragen (artikel 3.91 Omgevingsplan).

Als fastfoodhoreca nu ruimere openingstijden heeft dan toegestaan op grond van artikel 3.83 Omgevingsplan, dan kunnen zij binnen de overgangsperiode van drie jaar een maatwerkontheffing aanvragen. Dit moet uiteraard tijdig gebeuren, zodat ze een besluit op aanvraag hebben voordat de overgangstermijn is verstreken. Heeft een exploitant niet binnen de overgangstermijn een maatwerkontheffing gekregen, dan geldt vanaf het moment dat de overgangstermijn is verlopen de beperking. De maatwerkontheffing kan ook ná de overgangstermijn worden aangevraagd, en geldt telkens voor de duur van maximaal vijf jaar. De maatwerkontheffing, bedoeld in artikel 3.91 Omgevingsplan, kan alleen voor zware horeca of fastfoodhoreca worden verleend, en dus niet worden aangevraagd door exploitanten van een restaurant. Voor een aantal bestaande restaurants betekent dit dat ze na drie jaar ten opzichte van de huidige exploitatievergunning in hun exploitatiemogelijkheden worden beperkt. Voor deze 25

gevallen ligt het in de rede een verruiming van de openingstijden mogelijk te kunnen maken. Dat is echter mede a ankelijk van de wijze waarop de exploitatie plaatsvindt, en de mate waarin de exploitant zelf ook zorg draagt voor het voorkomen van overlast. Bovendien moet de ontheffingsmogelijkheid alleen gelden voor bestaande horecaexploitaties. Een locatiegerichte ontheffingsmogelijkheid ligt dan minder voor de hand. Bij een wijziging van de exploitatie of exploitant zou de ontheffing dan immers blijven bestaan. Meer voor de hand ligt daarom om een ontheffingsmogelijkheid bij maatwerkvoorschrift te bieden, die persoonsgebonden en niet overdraagbaar is. In de nieuwe leden drie tot en met vijf van artikel 3.86 Omgevingsplan wordt hierin voorzien. Aan dit maatwerkvoorschrift kunnen die voorschriften worden verbonden die nodig zijn om onaanvaardbare overlast te voorkomen. Bij gebleken onaanvaardbare overlast kan dit maatwerkvoorschrift ook worden ingetrokken. Voor restaurants die het betreft kan binnen de overgangstermijn van drie jaar deze ontheffing worden aangevraagd. Op basis van de feitelijke situatie kan worden beoordeeld of het maatwerkvoorschrift verleend kan worden. Daarbij wordt in elk geval rekening gehouden met de historie van de betreffende onderneming en informatie over overlast(meldingen).

3.9 Omgevingsvergunning van rechtswege horecaterras Legaal bestaand terras In het omgevingsplan wordt een vergunningplicht in het leven geroepen voor horecaterrassen (artikel 3.75 Omgevingsplan). Voor legaal bestaande horecaterrassen gaat een omgevingsvergunning van rechtswege gelden (artikel 3.76 Omgevingsplan). In verschillende zienswijzen wordt aangegeven dat niet alle horecaterrassen met een exploitatievergunning voor een terras ook een juridisch-planologische toestemming hebben. Terwijl dat, blijkens de artikelsgewijze toelichting, wel medebepalend is voor de vraag of sprake is van een legaal bestaand horecaterras. Hierover het volgende: Zoals ook in een deel van de zienswijzen is aangegeven, schuurt dit, des te meer omdat in de APV is bepaald dat de exploitatievergunning wordt geweigerd bij strijd met het (toen nog geldende) bestemmingsplan. Vergunninghouders mogen er in dat geval op vertrouwen dat sprake is van passendheid. Dat exploitatievergunningen zijn verleend voor locaties waar een horecaterras op grond van het bestemmingsplan niet expliciet is toegestaan, is te verklaren door het feit dat er lange tijd van werd uitgegaan dat een horecaterras passend gebruik was binnen onder andere verkeersbestemmingen. Ook wanneer dat niet expliciet werd vermeld. Na 2010 kwam daarin op grond van rechtspraak verandering.

Of een horecaterras ergens was toegestaan, moest vanaf dat moment expliciet uit de regels van het bestemmingsplan blijken. Dit leidde tot de situatie dat een horecaterras van de ene op de andere dag als niet passend binnen het bestemmingsplan beschouwd zou moeten worden. Voor bestaande terrassen is hier anders mee omgegaan. Niet alle bestemmingsplannen zijn hier sindsdien op aangepast. Dit alles werkt ook door naar de nu voorliggende vraag in welke gevallen sprake kan zijn van een omgevingsvergunning van rechtswege. Gelet op het bovenstaande is het redelijk dat die geldt voor horecaterrassen met een geldende exploitatievergunning. Artikel 3.76 Omgevingsplan zal daarom gewijzigd worden vastgesteld.

26

Voorschriften In een aantal zienswijzen wordt verzocht om de mogelijkheid op te nemen om aan de omgevingsvergunning beperkende voorschriften te verbinden. In gevallen waarin er evident sprake is van een veiligheidstekort of een ernstig veiligheidsrisico, moet kunnen worden ingegrepen. In andere zienswijzen, met name vanuit de horeca, wordt aangegeven dat dit vooral niet zou moeten kunnen. Hierover het volgende: De mogelijkheid om de voorschriften van een omgevingsvergunning te wijzigen, is bij wet geregeld. Artikel 8.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat het bevoegd gezag de voorschriften van een omgevingsvergunning kan wijzigen of een omgevingsvergunning kan intrekken op de in hoofdstuk 8 van het Besluit kwaliteit leefomgeving aangegeven gronden waarop de omgevingsvergunning voor die activiteit had kunnen worden geweigerd. Artikel 8.0a, eerste lid, van het Besluit kwaliteit leefomgeving bepaalt dat voor zover een aanvraag om een omgevingsvergunning betrekking heeft op een omgevingsplanactiviteit, de omgevingsvergunning, als het gaat om een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten, wordt verleend als de activiteit niet in strijd is met de regels die in het omgevingsplan zijn gesteld over het verlenen van de omgevingsvergunning.

Dat betekent voor een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras dat de voorschriften kunnen worden gewijzigd, of de vergunning zelfs kan worden ingetrokken, op de in artikel 3.77 Omgevingsplan opgenomen gronden. Dat geldt ook voor de omgevingsvergunning van rechtswege. Dat is uiteindelijk immers ook gewoon een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras, zij het dat die van rechtswege ontstaat.

3.10

Openingstijden horecaterras

In veel zienswijzen wordt onder verwijzing naar de geldende openingstijden voor het horecaterras aangegeven dat die niet beperkt moeten worden. Voor alle terrassen kan hierover het volgende worden opgemerkt. De openingstijden voor horecaterrassen worden in het omgevingsplan als volgt geregeld (artikel 3.74 Omgevingsplan). Hoofdregel is dat het verboden is een horecaterras voor bezoekers geopend te hebben of bezoekers op een horecaterras toe te laten op een ander tijdstip dan waarop de horecazaak waar het horecaterras bij behoort geopend mag zijn. Daarbij gelden voor het horecaterras wel voor heel Amsterdam de volgende sluitingstijden:  op zondag tot en met donderdag: 01.00 uur;  op vrijdag en zaterdag: 02.00 uur. Van 1 november tot 1 maart geldt een maximum sluitingstijd van 24.00 uur. Deze openingstijden zijn gelijk aan de openingstijden, zoals die nu nog zijn opgenomen in artikel 3.14 van de APV.

27

Daarbij is bepaald dat in de verplicht geworden omgevingsvergunning voor een horecaterras een vroeger tijdstip als maximale sluitingstijd kan zijn bepaald. In geldende exploitatievergunningen kunnen eveneens meer beperkte openingstijden zijn gegeven. Voor bestaande horecaterrassen met exploitatievergunning gaat een omgevingsvergunning van rechtswege gelden (artikel 3.76 Omgevingsplan). De openingstijden zoals opgenomen in de exploitatievergunning, zoals die geldt op het moment van inwerkingtreding van het wijzigingsbesluit, gelden als vergunningvoorschrift, verbonden aan de omgevingsvergunning van rechtswege, en zijn dus toegestaan. De aangegeven openingstijden blijven dus van toepassing. In een enkele zienswijze wordt gesteld dat de openingstijden op grond van de geldende exploitatievergunning ruimer zouden zijn dan de openingstijden, opgenomen in artikel 3.74 Omgevingsplan, en dus ook ruimer dan de openingstijden, opgenomen in artikel 3.14 van de APV. Mogelijk zijn er exploitatievergunningen die ruimere openingstijden voor het terras bevatten. Dat kan zijn gedaan in het kader van een pilot (bonus-malusregeling Rembrandtplein). In het Horecabeleid 2025 staat opgenomen dat deze regeling ophoudt te bestaan. Anders dan voor de openingstijden van de horecazaken is hiervoor geen ontheffingsmogelijkheid.

Voor terrassen is er in de hele stad één duidelijke eindtijd (met een verschil tussen de zomer- en winterperiode), die niet overschreden mag worden. Om hierover geen misverstand te laten bestaan, is aan artikel 3.76 Omgevingsplan een regel toegevoegd die expliciet bepaalt dat voor zover de openingstijden van het terras die zijn opgenomen in de exploitatievergunning ruimer zijn dan de openingstijden, bedoeld in artikel 3.74 Omgevingsplan, de laatstbedoelde openingstijden gelden.

28

B. BEANTWOORDING AFZONDERLIJKE ZIENSWIJZEN 4. Adressant 1 Adressant woont tegenover het Amstelveld, een kleinschalige en levendige woonbuurt met een hoge bewonersdichtheid. De buurt kampt nu al met geluidsoverlast en verkeersbewegingen door horeca, terrassen en evenementen. Uitbreiding of verruiming van horeca- en zaalverhuurfuncties zal dit alleen verergeren. Verzocht wordt:  geen uitbreiding van terrassen toe te staan en openingstijden te beperken (weekdagen tot 22.00 uur, weekenden tot 23.00 uur);  zaalverhuur en nieuwe evenementenlocaties in dit gebied uit te stuiten;  het woonkarakter van het Amstelveld nadrukkelijk te beschermen in beleid en handhaving. Reactie: Voor wat betre terrassen wordt opgemerkt dat het voorliggend wijzigingsbesluit niet voorziet in uitbreiding van terrassen. Wel wordt in het omgevingsplan een nieuwe vergunningplicht in het leven geroepen. Die vergunningplicht is juist bedoeld om bij nieuwe ini a even (nieuwe terrassen of uitbreiding of wijziging van bestaande terrassen) de gevolgen voor het woon- en lee limaat beter te kunnen beoordelen. De vergunningplicht biedt de mogelijkheid dat de gevolgen van het concrete geval op de omgeving kunnen worden beoordeeld. Geluid is daarbij één van de te betrekken aspecten (ar kel 3.77, derde lid, onder d, Omgevingsplan).

Om onaanvaardbare overlast tegen te gaan, kunnen daarbij beperkingen worden gesteld aan bijvoorbeeld de openings jden (3.78, tweede lid). Waar (uitbreiding van) horeca- en zaalverhuurfuncties of evenementenlocaties is toegestaan, wordt bepaald door nog geldende bestemmingsplannen. Voorliggend wijzigingsbesluit voorziet niet in het vervangen daarvan. Bij het vervangen van die bestemmingsplannen wordt bekeken hoe met bestaande mogelijkheden wordt omgegaan. Uitgangspunt is daarbij wel dat bestaande rechten worden gerespecteerd, zie meer uitgebreid paragraaf 3.2 van deze nota. Voor wat betreft toezicht en handhaving wordt opgemerkt dat dit met name risicogericht plaats vindt, op basis van data, zoals overlastmeldingen en andere informatie vanuit het gebied. Dit handhavingsbeleid staat los van voorliggend wijzigingsbesluit. Met het vaststellen van het horecabeleid en de regels in het omgevingsplan verandert deze werkwijze niet.

5. Ambiorix BV Ambiorix BV is eigenaresse van het pand aan de Herengracht 88A te Amsterdam, en verhuurt de begane grond en het souterrain van het pand aan een horeca-exploitant. Op dit moment wordt dat deel van het pand geëxploiteerd als pizzeria. Mede als gevolg van de aard van de locatie (het restaurant kan ruim 200 couverts plaatsen en heeft verschillende ruimtes) hebben en hadden alle op deze locatie gevestigde restaurants gemeen dat grotere groepen een belangrijk deel van de omzet vormt/vormde. Buiten dat leent de locatie zich uitstekend voor thematische events. Dat was en is allemaal toegestaan op grond van de bestemmingsplanregels en het huidige Omgevingsplan gemeente Amsterdam. Het Ontwerp Wijzigingsbesluit lijkt daar verandering in te gaan brengen.

29

Reactie: Voorliggend wijzigingsbesluit voorziet niet in een wijziging van de bestemming van het nog geldende bestemmingsplan. Het voorziet ook niet in een beperking van groepsgrootte dat in een restaurant aanwezig mag zijn. Het maakt wel duidelijk welke activiteiten binnen een restaurant (een eetgelegenheid) zijn toegestaan, en welke niet (het is bijvoorbeeld geen dansgelegenheid). Zaalverhuur voor feesten en partijen Zaalverhuur voor feesten en partijen wordt alleen toegestaan binnen het gebruiksdoel zware horeca. Zaalverhuur voor feesten en partijen is gedefinieerd als ‘het op structurele basis bedrijfsmatig beschikbaar stellen van ruimte binnen een horecazaak ten behoeve van feesten voor grotere groepen, al dan niet besloten of tegen entreegeld.’ Dat zou betekenen dat zaalverhuur voor feesten en partijen dan niet meer zou zijn toegestaan in bijvoorbeeld restaurants en cafés. Zo moet het evenwel niet worden opgevat, aldus de plantoelichting. De bedoeling van de planwetgever komt evenwel niet overeen met de letterlijke tekst van de definitie van ‘zaalverhuur voor feesten en partijen’. Deze definitie is niet voor meerdere uitleg vatbaar, en zal overeenkomstig vaste jurisprudentie worden uitgelegd conform de letterlijke tekst.

Het vorenstaande betekent simpelweg dat zaalverhuur voor feesten en partijen op grond van het Ontwerp Wijzigingsbesluit niet is toegestaan bij onder meer de gebruiksdoelen reguliere en middelzware horeca. Reactie: De zienswijze wordt in zoverre onderschreven, dat het apart reguleren van zaalverhuur voor feesten en partijen onnodig is, leidt tot onduidelijkheid, en komt te vervallen. Dit wordt nader toegelicht in paragraaf 3.4. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Dat betekent echter niet dat een exploitatie die erop gericht is gelegenheid te bieden om op luide muziek te dansen dus is toegestaan. Dat is afhankelijk van de bestemming die er geldt, en later, na het vervangen van het bestemmingsplan, de zwaartecategorie die aan de locatie is gegeven. Overige activiteiten In het Horecabeleid 2025 is ook aangegeven dat andere activiteiten, zoals bijvoorbeeld yoga, poolen, een pubquiz of een knutselhoekje onder voorwaarden zijn toegestaan in de horeca. Dit blijkt niet uit het Ontwerp Wijzigingsbesluit. Hiermee zou de indruk kunnen worden gewekt dat dergelijke activiteiten niet langer zijn toegestaan in de horeca. Dat lijkt niet de bedoeling van de planwetgever te zijn geweest, zodat ook hierom het wijzigingsbesluit niet conform het ontwerp kan worden vastgesteld.

Reactie: Niet alle denkbare activiteiten die passend zijn hoeven per gebruiksdoel expliciet benoemd te worden, evenmin als dat alle activiteiten die niet passend zijn binnen een gebruiksdoel expliciet verboden hoeven te zijn. Dat gold overigens ook niet onder oud recht. Wat dat betreft brengt voorliggend wijzigingsbesluit geen verandering mee ten opzichte van bestemmingsplannen. Een knutselhoek voor kinderen is nog altijd passend binnen horeca. Voor het aanbieden van een pooltafel of het houden van een pubquiz geldt dat dit activiteiten zijn die passend zijn binnen een café. Het plaatsen van pooltafels en het houden van een pubquiz leidt tot een café-setting, en dat is niet passend binnen een locatie waar restaurant is toegestaan, maar geen café. Voor het aanbieden van yogalessen geldt des te meer dat het de vraag is of dat als normaal binnen horeca is te beschouwen. Wanneer dat met regelmaat plaatsvindt, kan de vraag aan de orde komen of de horecagelegenheid niet tevens als yogastudio wordt gebruikt. Veelal geldt echter dat er meer op een locatie is toegestaan dan alleen horeca. In dit geval is op grond van het nog geldende bestemmingsplan sprake van een gemengde bestemming, waarbinnen meerdere functies zijn toegestaan, waaronder bijvoorbeeld ook voorzieningen. Voor zover het aanbieden van yogalessen daarbinnen passend is, is er geen probleem. 30

6. Koninklijke Horeca Nederland A aalmogelijkheden In het wijzigingsbesluit wordt het a alen van maaltijden uitsluitend beschreven in de context van fastservice bedrijven. Daarbij is bepaald dat bij lichte en reguliere horeca enkel etenswaren mogen worden verstrekt die geen voorbereidingshandeling ter plaatse behoeven. Concreet betekent dit dat het verwarmen, garen, beleggen en ontdooien niet is toegestaan. Dit sluit niet aan bij de dagelijkse praktijk. In vrijwel alle reguliere horecabedrijven worden broodjes, salades of andere lichte maaltijden bereid en meegegeven aan gasten. Het verschil tussen een belegd en een onbelegd broodje is in de praktijk bovendien niet handhaa aar en leidt tot willekeur in de toepassing. Verzocht wordt om een ruimere en duidelijkere formulering, zodat er geen onbedoelde beperkingen ontstaan voor reguliere en lichte horeca. Het beleid zou moeten aansluiten bij de bestaande praktijk waarin het a alen van etenswaren al breed voorkomt en dit een gangbare service is voor een gemiddeld restaurant. Reactie: Uit deze en andere zienswijzen blijkt dat de regels omtrent a aalmogelijkheden onvoldoende duidelijk zijn, en daardoor onbedoeld beperkingen opleggen of in elk geval op lijken te leggen die niet zijn beoogd. De betreffende regels worden aangepast.

Daarmee wordt duidelijk dat het meegeven van bijvoorbeeld maaltijden voor consumptie thuis, wat inderdaad in de dagelijkse praktijk veel gebeurt, wel is toegestaan. Het meegeven van etenswaren voor directe consumptie in de publieke buitenruimte blijft in veel gevallen niet toegestaan. Uitzondering daarop zijn locaties waar fastfoodhoreca is toegestaan, en, en kleine etenswaren, voor zover het gaat om etenswaren die ter plaatse geen voorbereidingshandelingen, zoals gaar maken, samenstellen en beleggen. Kortheidshalve wordt voor een meer uitgebreide toelichting verwezen naar paragraaf 3.6 van deze nota. Moment van inwerkingtreding regels Uit de toelichting blijkt dat het plan niet in een keer voor de hele stad wordt vastgesteld maar stapsgewijs per gebied wordt ingevoerd. Op welk moment treden de regels van het omgevingsplan in werking, zodat een horecabedrijf kan zien of de juiste horecacategorie en eventueel terras zijn opgenomen? Wanneer kan een horecabedrijf controleren of zijn situatie correct is weergegeven in het omgevingsplan? En hoe wordt hij daar tijdig over geïnformeerd? Er is immers nog een mogelijkheid tot inspraak. Reactie: Inderdaad treden de regels die met dit wijzigingsbesluit worden toegevoegd aan het reeds bestaande Omgevingsplan gemeente Amsterdam niet allemaal overal direct in werking.

Sowieso geldt voor veel regels dat die slechts op aangegeven locaties gaan werken. Welke regels waar (gaan) gelden is, zoals ook aangegeven in de kennisgeving van terinzagelegging, te zien in de viewer Regels op de kaart. In die kennisgeving is ook per regelonderdeel aangegeven hoe de transitie van de regels over horeca plaatsvindt, en wanneer welke regels in werking gaan treden (https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2025-379359.html). Volledigheidshalve wordt daarnaar verwezen, maar op hoofdlijnen komt het op het volgende neer: De regels die zijn opgenomen in paragraaf 2.3.20 zijn rechtstreeks gekoppeld aan locaties die zijn aangewezen voor specifieke gebruiksdoelen (artikel 2.244, tweede lid, Omgevingsplan). Die regels gelden vooralsnog nergens. Ze gaan pas ergens gelden nadat ergens gronden voor één van de gebruiksdoelen zijn aangewezen. Dat gebeurt in eerste instantie bij het vervangen van bestemmingsplannen. Ook dat gaat via wijzigingsbesluiten. 31

De regels die zijn opgenomen in paragraaf 3.2.13 gelden in beginsel direct overal. Omdat het onderwerpen betreft die veelal ook in bestemmingsplannen zijn geregeld, wordt waar nodig met voorrangsbepalingen geregeld welke regels in dat geval voorgaan. Dat zijn de regels van het bestemmingsplan. Bevat het bestemmingsplan geen regels over het onderwerp, dan gelden de nieuwe regels. Voor bestaande situaties is dan voorzien in een overgangstermijn. Voor regels waarover bestemmingsplannen geen regels bevatten (zoals openingstijden) geldt dat die direct inwerkingtreden, maar ook daar is voorzien in een overgangstermijn voor bestaande situaties. Voor wat betreft het tijdig geïnformeerd raken wordt erop gewezen dat gemeenten verplicht zijn de publicaties, zoals verordeningen en kennisgevingen over vergunningen, in het Gemeenteblad te plaatsen. Bekendmakingen van het voornemen ergens het omgevingsplan te wijzigen, terinzagelegging van een Ontwerp Wijzigingsbesluit en vaststelling van een wijzigingsbesluit worden derhalve in het Gemeenteblad gedaan. In de kennisgevingen wordt aangegeven of, en zo ja, op welke wijze gereageerd kan worden. Het is aan een ieder zelf om die bekendmakingen in het Gemeenteblad in de gaten te houden. Daarbij kan men zich abonneren op een ingestelde zoekvraag.

Men ontvangt dan bericht als er nieuwe publicaties verschijnen die aan de opgegeven zoekterm(en) voldoen. Dat kan via: https://zoek.officielebekendmakingen.nl/MijnAbonnementen. Omzetten bestemmingen naar zwaartecategorieën De nieuwe zwaarte-categorieën worden opgenomen in het omgevingsplan. Hoe verhoudt dit zich tot de oude bestemmingsplannen? Onder welke categorie valt bestaande horeca? Kan het voorkomen dat er wordt afgeweken, bijvoorbeeld wanneer er lichter gebruik plaatsvindt dan nu formeel is toegestaan? Reactie: De vraag heeft betrekking op de gebiedsgewijze uitrol, de omzetting van bestemmingsplanregels naar de nieuwe systematiek en op de consequenties van de nieuwe ruimtelijke indeling voor bestaande horecabedrijven. Als uitgangspunt geldt dat de maximale mogelijkheden van het bestemmingsplan worden overgenomen. In uitzonderlijke situaties kan worden afgeweken van dat uitgangspunt. Dit vraagt een lokale afweging, die per te vervangen bestemmingsplan zal worden gemaakt. In paragraaf 3.2 van deze nota van beantwoording wordt daarop meer uitgebreid ingegaan. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Omgevingsvergunning van rechtswege voor horecaterrassen Het Horecabeleid 2025 geeft aan dat bestaande terrassen een nieuwe omgevingsvergunning van rechtswege krijgen. In dit ontwerp staat: alleen voor rechtmatige terrassen.

KHN Amsterdam heeft al eerder geconstateerd, en dit is door de gemeente Amsterdam ook als zodanig erkend, dat de administratie van alle terrassen binnen de gemeente zelf niet goed op orde is. Een bestaand probleem is ook dat er soms wel een exploitatievergunning is voor een terras, maar dit niet ruimtelijk is geregeld. Ook dit is voor bedrijven allemaal heel lastig te checken. Horecaondernemers moeten niet de dupe worden van onvolkomenheden in de fouten in de administratie van de gemeente en dat bestaande exploitatievormen en terrassen (bestaande rechten) op een juiste manier worden opgenomen in het omgevingsplan. Dit geldt ook in de gevallen waarin een ondernemer feitelijk een bedrijf in een lichtere horecacategorie exploiteert maar een zwaardere categorie is toegestaan. In het laatste geval moet het omgezet worden in de zwaardere categorie. Reactie: In het Ontwerp Wijzigingsbesluit werd voor de omgevingsvergunning van rechtswege als uitgangspunt aangegeven dat sprake moet zijn van zowel een juridisch-planologische toestemming, als een exploitatievergunning. Mede naar aanleiding van de zienswijzen wordt dit aangepast. Anders dan in 32

het ontwerp van het wijzigingsbesluit werd aangegeven, is een redelijk uitgangspunt dat de omgevingsvergunning van rechtswege geldt voor horecaterrassen met een geldende exploitatievergunning. Artikel 3.75 Omgevingsplan zal daarop gewijzigd worden vastgesteld. Voor een meer uitgebreide toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 3.9 van deze nota. Voor wat betreft de omzetting naar zwaartecategorieën wordt verwezen naar de beantwoording hiervoor. De mogelijkheden van het bestemmingsplan zijn uitgangspunt, niet wat er feitelijk zit. Zalenverhuur Er is altijd aangegeven dat bestaande horecabedrijven alle huidige activiteiten kunnen blijven doen. Zalenverhuur is echter alleen bij de zwaarste horecacategorie opgenomen. Ook bijvoorbeeld bij cafés, restaurants en hotels komt het regelmatig voor dat er een (aparte) zaal/ruimte wordt verhuurd ten behoeve van een verenigingsactiviteit, verjaardag of (bedrijfs)feest. Dergelijke activiteiten komen feitelijk neer op zaalverhuur en volgens het wijzigingsbesluit mag dit alleen nog plaatsvinden in de zwaarste horeca-categorie. Uit de toelichting bij dit wijzigingsbesluit blijkt dat dit mag als onderdeel van “de normale bedrijfsvoering”. Dit is dus tegenstrijdig en komt erop neer dat horecabedrijven niet hun bestaande activiteiten kunnen blijven uitvoeren, en dat druist in tegen het rechtszekerheidsbeginsel.

Reactie: Die zienswijze wordt onderschreven. Het apart reguleren van de activiteit zaalverhuur voor feesten en partijen zoals dat was gedefinieerd in het ontwerpbesluit, vervalt. Een en ander wordt nader toegelicht in paragraaf 3.4. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Borging voortzetting bestaande activiteiten Er is altijd aangegeven dat horecabedrijven hun huidige activiteiten kunnen blijven doen maar is dit wel voldoende geborgd? Reactie: In paragraaf 3.1 van deze nota wordt nader ingegaan op de vermeende toezeggingen. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen. Ontheffing sluitingstijden De ontheffing van sluitingstijden is nu enkel voorbehouden aan fastfoodbedrijven en niet aan de reguliere categorie, zoals restaurants. Dit sluit niet aan bij de praktijk, waarin er al concepten bestaan die langer geopend zijn, aantoonbaar voorzien in een behoefte en functioneren zonder overlast. Daarnaast belemmert deze beperking de ontwikkeling van nieuwe en innovatieve horecaconcepten in het reguliere segment. Hoe garandeert de gemeente dat dit mogelijk blijft voor bedrijven die vallen in de reguliere horeca-categorie? Reactie: In de zienswijze wordt gedoeld op de maatwerkontheffing voor zware horeca en fastfoodhoreca zoals opgenomen in artikel 3.91 Omgevingsplan. Die mogelijkheid staat inderdaad niet open voor restaurants en cafés.

Met vaststelling van het Horecabeleid 2025 is gekozen voor meer differentiatie in openingstijden, en daarmee voor een beperking van openingstijden binnen reguliere horeca. Voor de onderbouwing daarvan wordt verwezen naar het betreffende beleid. De zienswijze geeft geen aanleiding dat nu weer los te laten. Dat betekent echter niet dat er geen mogelijkheden zijn om van de standaard openingstijden af te wijken. Voor horeca op een locatie voor lichte en reguliere horeca geldt dat op grond van het omgevingsplan vijf keer per jaar de openingstijden mogen worden overschreden (artikel 3.82, zevende lid, Omgevingsplan), en voor horeca op een locatie voor middelzware en zware horeca geldt 33

dat dit twaalf keer per jaar mag (artikel 3.82, achtste lid, Omgevingsplan). Voor de periode dat het bestemmingsplan nog niet is vervangen, is voorzien in gelijke mogelijkheden (artikel 3.83, tweede en derde lid, Omgevingsplan). Op grond van de APV dient hiervoor wel een ontheffing van de openingstijden aangevraagd te worden (artikel 3.15, tweede lid, onder b, APV). Dansvloer In de categorie “Zware horeca” is het toegestaan om (een deel van) de ruimte als dansvloer in te richten. Tegelijkertijd beschikken er nu ook horecabedrijven in de categorie regulier of middelzwaar over de mogelijkheid om een dansvloer te realiseren, zij het beperkt tot maximaal 20% van de vloeroppervlakte. Deze regeling geldt echter slechts in een beperkt aantal stadsdelen. Hoe wordt bij een neutrale overzetting naar het omgevingsplan gegarandeerd dat deze bestaande rechten voor betreffende horecabedrijven behouden blijven? Reactie: Er zijn bestemmingsplannen waarin de mogelijkheid wordt geboden om in bijvoorbeeld een café of restaurant binnen bepaalde voorwaarden gelegenheid te bieden tot dansen. De regels in het Ontwerp Wijzigingsbesluit boden onvoldoende ruimte voor dergelijk maatwerk. Kortheidshalve wordt verwezen naar paragraaf 3.3. Geluidsniveau achtergrondmuziek De bestaande regels uit het activiteitenbesluit milieubeheer zijn als bruidsschat opgenomen in het tijdelijk omgevingsplan Amsterdam.

Daarin geldt dat achtergrondmuziek tot 80 dB(A) binnen is toegestaan. Door in het wijzigingsbesluit nu een lagere norm van 75 dB(A) op te nemen, wordt zonder noodzaak afgeweken van de bestaande regels en ontstaat een beperking voor horecaondernemers. Dit is onnodig, omdat de bestaande geluidsnormen al voldoende bescherming bieden tegen geluidsoverlast. Het terugbrengen naar 75 dB(A) creëert rechtsonzekerheid en tast bestaande rechten aan. Verzocht wordt aan te sluiten bij de bestaande norm van 80 dB(A). Reactie: Anders dan Koninklijke Horeca Nederland veronderstelt, bevatten de regels over milieubelastende activiteiten geen normen over muziekgeluid waarbinnen het draaien van muziek zou zijn toegestaan. De daar gestelde regels houden slechts een onderzoeksplicht in boven een bepaald niveau, en strekken tot bescherming van het geluidsniveau binnen aangrenzende panden. Dat dient een ander doel dan de regels waarin met voorliggend wijzigingsbesluit wordt voorzien. Overigens wordt de grens voor achtergrondmuziek wel bijgesteld naar 77 dB(A). Voor een meer uitgebreide toelichting wordt kortheidshalve verwezen naar paragraaf 3.5 van deze nota van toelichting. Bruto vloeroppervlakte fastfood Het wijzigingsbesluit bevat voor fastfood horeca een maximum bruto vloeroppervlakte.

In hoeverre kan dat een knelpunt zijn, bijvoorbeeld als een bedrijf groter is dan dat maximum? Reactie: De vraag welke locatiespecifieke beperkingen zoals deze op een locatie nodig zijn, komt eerst aan de orde bij het wijzigingsbesluit waarmee het nog geldende bestemmingsplan wordt vervangen. Dat is nu niet het geval. De zienswijze wordt op dit punt voor kennisgeving aangenomen. Wanneer een wijzigingsbesluit in werking is getreden, en er geldt ergens een maximum bvo, en de exploitant houdt zich niet aan dat maximum, dan kan daartegen handhavend worden opgetreden. Dat is niet anders dan dat het was onder oud recht.

34

Bijlage X: huidige (ruimere) avondzaaktijden Als onderdeel van het wijzigingsbesluit is in Bijlage X een lijst opgenomen van bedrijven die nu verruimde openingstijden hebben (de “avondzaaktijden”), en die die verruimde openingstijden houden. In hoeverre is dubbel gecheckt dat deze lijst volledig en juist is? En hoe gaat de gemeente ermee om als een bedrijf onterecht niet op deze lijst blijkt te staan? Reactie: Ten opzichte van het Ontwerp Wijzigingsbesluit is bijlage X aangepast. Onduidelijk was wat het gevolg was van een naamsverandering van de onderneming of beperkte wijzigingen in het horecaconcept. De kolom met de naam van de onderneming is daarom geschrapt. De verruimde openingstijden zijn locatiegericht. De bijlage is met de grootst mogelijke zorgvuldigheid tot stand gebracht. Van exploitanten die het betreft mag worden verwacht dat zij nagaan of zij zijn opgenomen. Mocht een locatie niet in de bijlage zijn opgenomen, en de exploitant vindt dat dit wel moet, dan kan men een wijziging van het omgevingsplan aanvragen. Verlengde openingstijden fastfoodzaken De gemeenteraad heeft een motie aangenomen die stelt dat fastfoodzaken, met zitgelegenheid, die zich binnen een straal van 150 meter van een discotheek/club bevinden, verlengde openingstijden mogen krijgen.

In hoeverre is deze motie verwerkt in dit wijzigingsbesluit? Reactie: De motie vraagt om fastfoodhoreca gelegen binnen een straal van 150 meter van zware horeca verlengde openingstijden te geven (één uur na sluitingstijd van zware horeca). Er is voor gekozen het initiatief hiertoe bij de fastfoodhoreca zélf neer te leggen. En dit niet op voorhand voor deze horecazaken te regelen. Op deze manier kan het beste maatwerk geleverd worden. Het kan zijn dat de zware horeca ook een ontheffing heeft gekregen en dus langer open kan dan de standaardtijden voor deze categorie. Als het nabijgelegen fastfoodbedrijf dit wil, heeft hij dus ook de mogelijkheid om een sluitingstijd aan te vragen die later is dan de in de motie genoemde tijden. Er kan dan per geval beoordeeld worden of dit aanvaardbaar is op deze locatie. Experimenteerbepaling Nieuw in de APV is de experimenteer-bepaling, die volstrekt onduidelijk is. Wat is het idee hierachter, wat wil de gemeente hier nu mee bereiken, en hoe vindt de evaluatie plaats? Kennelijk kan er gedurende 1 jaar worden “geëxperimenteerd”, welke impact kan dat hebben op de bestaande horeca? Reactie: De experimenteerbepaling (artikel 1.11 APV) staat al sinds 17 februari 2016 in de APV. Mede vanwege het schrappen van artikel 3.12 en 3.13 uit de APV wordt het tweede lid redactioneel gewijzigd.

De artikelsgewijze toelichting (opgenomen in Bijlage 1A bij het Wijzigingsbesluit) bevat een uitgebreide toelichting op de werking ervan. Kortheidshalve wordt daarnaar verwezen.

7. Adressant 4 Adressant geeft aan op [locatie in Centrum] te zijn gaan wonen toen wonen boven winkels werd gestimuleerd. Inmiddels is de woonbuurt veranderd in uitgaansgebied met alle overlast en druk op de leefomgeving van dien. Adressant heeft grote zorgen over de lee aarheid van het gebied Prinsengracht/Amstelveld/Utrechtsestraat.

35

Woonbuurt is veranderd in uitgaansgebied De problemen zijn in 2016 begonnen met het vergunnen van het brugvleugel terras aan Café Bouwman. Het zou een goede toevoeging zijn voor de buurtbewoners, maar het café en de terrassen hebben al voor veel overlast gezorgd. Het rustige buurtcafé Marcella is 3 jaar geleden getransformeerd tot hotspot met late sluitingstijden. De vorige eigenaar hanteerde vroege sluitingstijden, was gericht op de buurt en er was nooit overlast. Ook café De Ooievaar is aan het veranderen, het is veel luidruchtiger dan voorheen. Er is nu een vergunning aangevraagd voor het verplaatsen van het verscholen terrasje naar de plek waar nu de bloemenstal staat. Dit zou een heel andere impact op de buurt hebben dan de huidige plek. Dit betekent op beide brugvleugels een terras! Dit gaat absoluut nog meer stemgeluid opleveren, dit moet meegewogen worden. De bewoners komen niet aan een normale nachtrust toe. De 3 cafés meten samen meer dan 150m2 terrassen op geringe afstand van elkaar. Het lawaai van stemgeluid en het komen en gaan in de nachtelijke uren is onacceptabel. Overdag zijn terrassen een toevoeging voor de buurt, in de avond/nacht een overlast. Binnenkort krijgt Brasserie Nel een nieuwe uitbater. Naar verwachting zal ook deze horeca met een megagroot terras maximaal benut gaan worden. De terrassen van de cafés zijn vaak groter dan de binnenruimten.

Dit is zo dicht bij elkaar te massaal in een woonbuurt. De openingstijden en regels van het Omgevingsplan moeten middels maatwerk aangepast worden aan de lee aarheid voor de bewoners die behoren bij een woonbuurt. Reactie: Voorliggend besluit heeft geen betrekking op de afweging die is gemaakt bij in het verleden verleende vergunningen voor een horecaterras. Het voorziet ook niet in uitbreiding van terrassen. Wel wordt in het omgevingsplan een nieuwe vergunningplicht in het leven geroepen. Die vergunningplicht is juist bedoeld om bij nieuwe initiatieven (nieuwe terrassen of uitbreiding van bestaande terrassen) de gevolgen voor het woon- en lee limaat beter te kunnen beoordelen. Wanneer er een concreet initiatief is voor een nieuw terras of een wijziging van een bestaand terras, dient daarvoor een vergunning te worden aangevraagd. Dat biedt de mogelijkheid dat de gevolgen van het concrete geval op de gevolgen voor de omgeving kunnen worden beoordeeld. Geluid is daarbij één van de te betrekken aspecten (artikel 3.77, derde lid, onder d, Omgevingsplan). Om onaanvaardbare overlast tegen te gaan, kunnen voorschriften worden gesteld, waaronder beperkingen aan de openingstijden (3.78, tweede lid).

Het belang van tijdige handhaving Middels het volgende voorbeeld wijst adressant op het belang van tijdige handhaving: Café Bouwman is verworden tot feestcafé met luide muziek tot diep in de nacht. Jarenlang heeft de exploitant zich verscholen achter het feit dat er een limiter was, dus zij was niet in overtreding. Vele malen is tevergeefs melding bij Handhaving gedaan. Uiteindelijk is er in april 2023 midden in de nacht door Handhaving een geluidsmeting in de woning gedaan en bleek dat de muzieknorm ruim werd overschreden. Er is die avond geconstateerd dat er op de limiter een illegale knop zat waarmee de limiter werd omzeild. Adressant is jarenlang misleid, en het heeft jaren van slapeloosheid en ergernis gekost. Als Handhaving de limiter eerder had gecontroleerd was het geen feestcafé geworden. De bewijslast wordt te veel bij de buurtbewoners die overlast ervaren gelegd. Cafés met limiters in woonbuurten waar muziekoverlast in woningen wordt ervaren zouden proactief gecontroleerd moeten worden. Vermoed wordt dat bij Handhaving de capaciteit hiervoor zal ontbreken. Reactie: Horecatoezicht in Amsterdam gebeurt risicogericht. Een overlastmelding van een bewoner kan aanleiding zijn voor een gesprek of een controle door toezichthouders. Maar ook andere informatie uit de wijk. Om over te kunnen gaan tot handhaving, is het nodig dat er een overtreding van wet- en 36

regelgeving wordt geconstateerd. Toezichthouders verzamelen de bewijslast. In sommige gevallen is het daarvoor nodig om het geluidsniveau te meten in woningen. In het geval van bovenstaand café zijn verschillende overtredingen geconstateerd waarop is gehandhaafd. Ook zijn er aanvullende voorschriften van toepassing verklaard op de exploitatievergunning. De handhavingsstrategie van de gemeente is zo opgesteld dat herhaalde overtredingen uiteindelijk kunnen leiden tot intrekking van de exploitatievergunning. Meeste overlast wordt nu veroorzaakt door de terrassen De terrassen zijn zo drukbezocht dat inmiddels het cumulatieve stemgeluid en het komen en gaan van bezoekers in de nachtelijke uren de grootste overlast veroorzaken. De nu geldende openingstijden passen niet in een overwegend dichtbevolkte woonbuurt. De leefomgeving staat enorm onder druk door de uitbreiding van de horeca en de vergunde openingstijden. De terrassen beslaan een groter oppervlak dan de binnenruimten van de cafés, hierdoor verplaatst het horecagebruik zich maximaal in de woonomgeving. De terrassen worden aangegeven met piket punten, deze worden in de meeste gevallen overschreden, om zoveel mogelijk zitplaatsen te creëren. Het zou beter zijn om aan het vergunde aantal vierkante meter terras een maximum aan zitplaatsen toe te wijzen, dat schept meer duidelijkheid.

Reactie: Voor nieuwe horecaterrassen, of een wijziging van een bestaand horecaterras, is straks een omgevingsvergunning nodig. Bij de beoordeling van de aanvaardbaarheid daarvan, wordt gekeken naar de aanvaardbaarheid van het te verwachten stemgeluid op de omgeving. Aan die omgevingsvergunning worden tevens voorschriften verbonden om dat stemgeluid aanvaardbaar te houden. Dat kan gaan om voorschriften over het aantal stoelen dat op een terras aanwezig mag zijn, openingstijden, en dergelijke. Daarnaast heeft ook de exploitant een verantwoordelijkheid jegens omwonenden. Een terras dat bij normaal gebruik aanvaardbaar is, kan bij niet-normaal gebruik onaanvaardbaar zijn. Bijvoorbeeld door luid geschreeuw. Op de exploitant rust dan een zorgplicht om daartegen op te treden. Ten opzichte van het ontwerp wijzigingsbesluit wordt de regeling uitgebreid met een specifieke zorgplicht (artikel 3.54 Omgevingsplan). Die specifieke zorgplicht houdt in dat een exploitant verplicht is alle maatregelen te treffen die redelijkerwijs kunnen worden gevraagd om nadelige gevolgen voor het woon- en lee limaat te voorkomen, of, voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Als die gevolgen onvoldoende kunnen worden beperkt dient de activiteit achterwege te worden gelaten voor zover dat redelijkerwijs van diegene kan worden gevraagd.

Gebeurt dat niet, dan kan een beperkend maatwerkvoorschrift worden gesteld. Daartoe is ten opzichte van het Ontwerp Wijzigingsbesluit een nieuw artikel toegevoegd (artikel 3.55 Omgevingsplan). Daarin is bepaald dat indien de uitoefening van een horeca-activiteit in ernstige mate a reuk doet aan een aanvaardbaar woon- en lee limaat, een maatwerkvoorschrift wordt gesteld om de nadelige gevolgen te beperken.

8. Voordestad Amsterdam In zijn algemeenheid lijken de toegevoegde regels in overeenstemming te zijn met het vastgestelde Horecabeleid 2025, dat in grote lijnen wordt onderschreven. De zienswijze beperkt zich tot de omgevingsvergunning van rechtswege voor bestaande horecaterrassen en het ontbreken van maatwerkbepalingen die het mogelijk maken om bepaalde terrassen te verkleinen. Verlening van een omgevingsvergunning van rechtswege leidt tot inflexibiliteit en beperking van de beleidsruimte van de gemeente. Het moet mogelijk worden gemaakt om de oppervlakte van een bestaand terras 37

op grond van een zwaarwegend algemeen belang alsnog te beperken. Het is aannemelijk, dat er bestaande terrassen zijn die niet voldoen aan de normen van dit moment, zoals de norm dat een terras geen gevaar mag opleveren voor de bruikbaarheid van de openbare ruimte of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan. Er wordt niet voor gepleit dat bestaande terrassen alsnog generiek aan de 2 meter-norm moeten voldoen en evenmin dat de omgevingsvergunning van rechtswege ongedaan wordt gemaakt. Wel is het noodzakelijk dat er regels worden toegevoegd die bestuur in staat stellen om in te grijpen in gevallen waarin er evident sprake is van een veiligheidstekort of een ernstig veiligheidsrisico, moet kunnen worden ingegrepen. Reactie: In het Horecabeleid 2025 was reeds aangegeven dat als een bestaand terras, waarvoor een omgevingsvergunning van rechtswege geldt, in ernstige mate a reuk doet aan een aanvaardbaar woon- en lee limaat, aan de omgevingsplanvergunning van rechtswege voorschriften kunnen worden verbonden om die gevolgen tot een aanvaardbaar niveau terug te brengen. De grondslag daarvoor staat reeds in de wet, namelijk in artikel 8.97 van het Besluit kwaliteit leefomgeving. Zie meer uitgebreid paragraaf 3.9 van deze nota.

9. Yellow House BV en Morgan en Mees Amsterdam BV Door Hemwood is namens Yellow House BV (hierna Yellow House) en Morgan en Mees Amsterdam BV (hierna: Morgan en Mees) een zienswijze ingediend. Beide zienswijzen hebben grotendeels gelijkluidende onderdelen. Kortheidshalve wordt de beantwoording integraal gegeven. Verzoek bevestiging: regels inzake horecaterrassen niet van toepassing Yellow House Amsterdam (Danzigerbocht 45R) beschikt over een terras dat niet op openbaar gebied of grenzend aan de weg/stoep is gelegen, maar op gronden die deel uitmaken van de ‘bedrijfscampus’ Imagewharf. Het terras is op één van de ‘plateaus’ gelegen en ingeklemd tussen de bedrijfsbebouwing van de ‘campus’. Morgan en Mees Amsterdam (Tweede Hugo de Grootstraat 2-6) beschikt over twee terrassen: één terras op de openbare weg en één binnenterras binnen haar eigen ‘muren’, op haar eigen terrein. Laatstgenoemde binnenterras ligt binnen de besloten ruimte van haar horecazaak, ligt ten dele onder een vaste overkapping en is voor het overige van bovenaf afsluitbaar door middel van een luifel. In beide gevallen is het terras aan te merken als een besloten ruimte en geen horecaterras in de zin van het Omgevingsplan.

Een horecaterras is immers gedefinieerd als “buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecazaak dat als zodanig herkenbaar is als een gelegenheid waar bedrijfsmatig dranken worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras.” Verzocht wordt te bevestigen dat subparagraaf 3.2.13.5 (horecaterrassen) niet van toepassing is op het terras. Dit is voor beide gevallen relevant, omdat de regels in het Ontwerp Wijzigingsbesluit niet aansluiten bij het huidige gebruik van het binnenterras. Zo wordt er op het terras van Yellow House op reguliere basis gekookt, worden er exposities gehouden, etc. Op het binnenterras van Morgan en Mees wordt altijd achtergrondmuziek vanuit kleine speakers ten gehore gebracht, en vinden aanvullende activiteiten plaats, zoals kleinschalige events, bruiloften, borrels, etc., en wordt dit terras vanuit de gevel en van onder de luifel verwarmd.

38

Reactie: In de begripsbepaling voor horecaterras wordt inderdaad aangegeven dat het gaat om een ‘buiten de besloten ruimte liggend deel van een horecazaak’. Het begrip ‘besloten ruimte’ wordt ook in het Besluit bouwwerken leefomgeving gebruikt. Hoewel het daarin niet is gedefinieerd, wordt hieronder begrepen een ruimte omgeven door wanden, een vloer en een dak. Die uitleg, die niet afwijkt van de uitleg die er in de APV wordt gegeven, moet ook hier aan het begrip worden gegeven. Dit brengt mee dat ook de terrassen van Yellow House en Morgan en Mees kwalificeren als een horecaterras, bedoeld in de nieuwe regels. Daarvoor gelden dus ook de algemene regels, en ook de vergunningplicht voor een omgevingsplanactiviteit horecaterras. Dat is ook beoogd, omdat de vergunningplicht met name bedoeld is om initiatieven te kunnen beoordelen op de gevolgen voor de omgeving. Het gaat daarbij onder meer om overlast vanwege stemgeluid. Die overlast kan zich ook voordoen bij een terras op een locatie die niet ligt op of grenst aan openbaar gebied. Het is wel zo dat bepaalde algemene regels niet van toepassing hoeven te zijn op een horecaterras als dat zich niet in openbaar toegankelijk gebied bevindt. Zoals hieronder aangegeven, wordt daarom een aantal regels aangepast.

Artikel 3.71 Omgevingsplan: onduidelijke verwijzing Namens Yellow House wordt naar voren gebracht dat in artikel 3.71, vierde lid, Omgevingsplan de zinsnede ‘en de daarop betrekking hebbende regels’ wordt gebruikt. Vermoedelijk wordt met deze verwijzing in ieder geval gedoeld op artikelen 3.72-3.74 Omgevingsplan. Het zou duidelijker zijn indien dit expliciet wordt uitgeschreven. Reactie: Artikel 3.71, vierde lid, Omgevingsplan zoals dat in het Ontwerp Wijzigingsbesluit was opgenomen luidde als volgt: “Op locaties, bedoeld in het eerste tot en met derde lid, zijn de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.75, en de daarop betrekking hebbende regels onverkort van toepassing.” De zinsnede ‘en de daarop betrekking hebbende regels’ slaat terug op het er direct voorstaande ‘de vergunningplicht, bedoeld in artikel 3.75’. Met de daarop betrekking hebbende regels wordt dus gedoeld op de regels die betrekking hebben op de vergunningplicht. Om dit nog duidelijker tot uitdrukking te brengen, is de zinsnede vervangen door ‘en de op die vergunningplicht betrekking hebbende regels’. Artikel 3.72 Omgevingsplan: activiteiten op een horecaterras Namens zowel Yellow House als Morgan en Mees wordt het volgende naar voren gebracht.

In artikel 3.72, lid 1, Omgevingsplan is het reguliere gebruik van een horecaterras - voor zover relevant beperkt tot het schenken van dranken en verstrekken van etenswaren voor directe consumptie. Op grond van lid 3 is het tweemaal per jaar toegestaan andere activiteiten op terrassen te ontplooien. Deze inperking is nieuw en geldt op dit moment niet voor de terrassen van Yellow House en Morgan en Mees. Het levert een inperking op van de thans toegestane én aanwezige situatie. Zo wordt er op het terras van Yellow House op reguliere basis gekookt, worden er exposities gehouden, etc. Het terras van Morgan en Mees wordt ook gebruikt voor kleinschalige events, huwelijken, borrels, etc. Voor sommige van die events worden de tafels en stoelen weggehaald en komen er statafels op het terras te staan. Ook wordt op het terras muziek vanuit speakers ten gehore gebracht. Niet duidelijk is of en zo ja wanneer dergelijke activiteiten wel of niet zijn toegestaan. De uitzondering zoals opgenomen in lid 3 is niet toereikend. Het is ook niet wenselijk het ‘niet-reguliere’ gebruik van het terras via een x-aantal uitzonderingen toe te staan. Die inperking geldt op dit moment immers ook niet. Er is geen aanleiding de huidige gebruiksmogelijkheden en het huidige gebruik in te perken, c.q. niet meer toe te staan.

Verzocht wordt de beperkingen uit artikel 3.72 Omgevingsplan (met uitzondering van lid 2) niet van toepassing te laten zijn op het binnenterras.

39

Reactie: Wanneer de betreffende gronden worden gebruikt als horecaterras, gelden daarvoor de bepalingen die van toepassing zijn op het gebruik van een horecaterras. Artikel 3.72, eerste lid, Omgevingsplan bepaalt dat, voor zover verband houdend met de exploitatie van een horecaterras, op een horecaterras uitsluitend bedrijfsmatig dranken mogen worden geschonken of etenswaren en/of waterpijpen worden verstrekt voor directe consumptie op het horecaterras. Andere activiteiten die verband houden met de exploitatie van de horecazaak waar het horecaterras bij hoort, zijn niet toegestaan. Die regels zijn gesteld om onaanvaardbare gevolgen op de woon- en leefomgeving te voorkomen. Daarbij maakt het in beginsel niet uit of het horecaterras op eigen terrein wordt geëxploiteerd of niet. Het gaat immers om de gevolgen voor de omgeving. Wel is het zo dat er voor terrassen in de publieke buitenruimte veelal alleen een ‘openbare ruimte’-bestemming of gebruiksdoel zal gelden, terwijl op eigen terrein veelal een andere bestemming (gebruiksdoel) zal gelden dan een ‘openbare ruimte’bestemming of gebruiksdoel. De andere activiteiten zijn dan weliswaar niet toegestaan binnen de regels over de omgevingsplanactiviteit horecaterras, maar kunnen zijn toegestaan op grond van andere regels over gebruik, zoals die nu nog in het bestemmingsplan staan.

Dat hangt helemaal af van de bestemming die er nu nog geldt, of het gebruiksdoel dat er na vervanging van het bestemmingsplan gaat gelden. Zo geldt op de locatie Danzigerbocht 45R dat ook creatieve functies zijn toegestaan die vallen onder de bij het bestemmingsplan behorende Lijst van creatieve functies. Dat geeft dan meer gebruiksmogelijkheden. Het eigen terrein mag dan overeenkomstig die bestemming of dat gebruiksdoel worden gebruikt. Dat volgt uit artikel 2.3 jo. Artikel 3.5 van de hoofdregeling, zoals die nu reeds geldt. Voorliggend wijzigingsbesluit verandert daarin niets. Voor wat betreft de activiteiten die namens Yellow House naar voren worden gebracht wordt opgemerkt dat het houden van exposities in zijn algemeenheid geen normaal gebruik van een horecaterras is, en dat dit dus alleen is toegestaan voor zover dat in overeenstemming is met de nog geldende bestemming. Voorliggend wijzigingsbesluit verandert daarin niets. De vraag of op grond van het nog geldende bestemmingsplan sprake is van legaal gebruik, is nu niet aan de orde. Voor zover een exploitant daarover twijfelt, kan contact worden opgenomen met het stadsdeel. Koken binnen de exploitatie van een terras is reeds op grond van de geldende exploitatievergunning expliciet verboden.

Daarin is immers een voorschrift opgenomen dat bepaalt dat het verboden is etenswaren en/of dranken op het terras op te slaan of te bereiden. Yellow House komt ook wat dat betreft dus niet in een nadeliger positie. Voor wat betreft de activiteiten die namens Morgan en Mees naar voren worden gebracht, wordt opgemerkt dat bij een event als een bruiloft of borrel uiteraard eten en drinken geserveerd mag worden. Maar het bedrijfsmatig afspelen van muziek binnen de exploitatie van het horecaterras was en is niet toegestaan. Dat moet voorkomen dat (onaanvaardbare) overlast wordt ervaren van muziek. Artikel 3.73 Omgevingsplan: objecten op een terras Namens zowel Yellow House als Morgan en Mees wordt het volgende naar voren gebracht. In artikel 3.73 Omgevingsplan is een aantal beperkingen opgenomen met betrekking tot te plaatsen objecten op het terras. Deze beperkingen zijn begrijpelijk voor zover het gaat om terrassen die zich op de openbare weg bevinden. Deze beperkingen kunnen evenwel niet bedoeld zijn voor de binnenterrassen van Yellow House en Morgan en Mees. Op grond van artikel 3.73, lid 2, Omgevingsplan is geen verwarming op een terras toegestaan, anders dan aan de gevel. Het betreft een nieuw verbod ten opzichte van de huidige situatie en beperkt daarmee de huidige gebruiksmogelijkheden.

Bovendien is voor Yellow House verwarming op grond van de - nog steeds geldende exploitatievergunning – wel toegestaan. Uit de plantoelichting volgt niet waarom dit verbod noodzakelijk wordt geacht en hoe hierbij rekening is 40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/17061307/1