CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van Beantwoording zienswijzen Beleidskader Houtstook Amsterdam.pdf

Raadscommissie Mobiliteit, Openbare ruimte en Water 4 september 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het Beleidskader Houtstook Amsterdam (VN2025-005636)16.791 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Projectontwikkelaars en bewoners kunnen bij toekomstige nieuwbouw op tijd rekening houden met een verbod op binnenshuis hout stoken. Deze maatregel is daarom beperkt ingrijpend voor bewoners. Daarnaast kijkt het college ook naar de overlast in bestaande bouw. In het kader van de onderzoeksmaat­ regel wordt gekeken naar de mogelijkheid van een verbod op houtstook bij code rood en oranje van de Stookwijzer. Indien deze maatregel wordt ingevoerd, zal deze stads­ breed gelden. In 2026 wordt hiervoor een voorstel gedaan.

Maatregel 7 - Onderzoek naar de regulering van houtstook in 2025 De indieners die reageren op het voorstel om verder onderzoek te doen naar aanvullende regulering van houtstook, tonen overwegend steun voor deze maatregel. Zij vinden dat het goed is dat de gemeente onderzoekt of verdere beperkingen nodig zijn, vooral gezien de impact op mensen met luchtwegaandoeningen zoals astma en COPD. Sommige indieners wijzen op het voorbeeld van Utrecht, waar houtstook in de buitenlucht al strikter is gereguleerd. Zij geven aan dat Amsterdam soortgelijke stappen zou moeten zetten en onderzoeken serieus zou moeten nemen als basis voor toekomstig beleid. Tegelijkertijd wordt genoemd dat een verbod op buitenstook ook sociale gevolgen kan hebben. Zo wordt opgemerkt dat kinderen, bijvoorbeeld bij scouting­verenigingen, de ervaring van een kampvuur verliezen. Indieners vinden het daarom positief dat betrokken partijen zoals verenigingen en gemeenschappen worden meegenomen in de zoektocht naar alternatieve oplossingen.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

18

Reactie college De uitvoering van een aantal maatregelen vindt op een later moment plaats; de planning hiervan is aangepast. Zo vindt het onderzoek naar regulering in 2026 plaats in plaats van 2025. Het college neemt kennis van de zienswijzen waarin overwegend steun wordt uitgesproken voor nader onderzoek naar aanvullende regulering van houtstook. Daarbij wordt gewezen op relevante gezondheids­ risico’s, met name voor mensen met aandoeningen zoals astma en COPD. Ook wordt het voorbeeld genoemd van gemeenten zoals Utrecht, waar strengere regels voor houtstook gelden. Het college zal in het vervolgonderzoek het beleid van andere Nederlandse gemeenten meenemen en daarbij ook aandacht besteden aan sociale aspecten van houtstook, zoals het gebruik bij verenigingen en in gemeenschappelijke buitenruimtes.

2.13 Monitoring

2.14 Financiën

Er zijn geen zienswijzen ingediend over de monitoring van de voorgestelde maatregelen.

Er zijn geen zienswijzen ingediend over de financiële dekking van de voorgestelde maatregelen.

Reactie college

Reactie college

De gemeente voert de komende jaren de maatregelen uit het Beleidskader Houtstook Amsterdam stap voor stap uit. Tegelijkertijd wordt onderzocht of deze aanpak zorgt voor minder overlast door houtrook.

De maatregelen in het Beleidskader Houtstook Amsterdam helpen de gemeente Amsterdam met het verbeteren van de luchtkwaliteit en het tegengaan van overlast door houtstook. Hiervoor zijn financiële middelen beschikbaar binnen het programma Luchtkwaliteit en een aanvullende (landelijke) Specifieke Uitkering (SPUK) vanuit het landelijke Schone Lucht Akkoord. Een nadere uitwerking van de inzet van deze middelen wordt opgenomen in de financiële paragraaf van het Beleidskader Houtstook Amsterdam.

De gemeente laat dit meten door onderzoeksbureau Motivaction en kijkt ook naar het aantal meldingen van overlast via de stookwijzer. Dit gebeurt twee jaar nadat de gemeenteraad het beleidskader heeft vastgesteld. In het beleidskader staat precies hoe de gemeente dit gaat meten. Als blijkt dat de maatregelen niet genoeg effect hebben, kan het beleid worden aangepast of uitgebreid met extra maatregelen.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

19

3 Adviezen van de stadsdelen en Weesp, en de reactie van het college 3.1 Inleiding

3.2 Advies stadsdeel Centrum

Het college heeft de stadsdelen en Weesp uitgenodigd om advies te geven op het ontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam. In dit hoofdstuk worden de binnengekomen adviezen puntsgewijs samengevat, telkens gevolgd door een reactie van het college. Om herhaling te voorkomen wordt daarbij waar mogelijk verwezen naar paragrafen dan wel tekstpassages uit hoofdstuk 2.

Advies stadsdeel Het dagelijks bestuur staat positief tegenover het conceptontwerp Beleidskader Houtstook Amsterdam. Uit het Motivaction-onderzoek blijkt dat 51% van de onder­ vraagden uit centrum overlast ervaart van houtstook. Het dagelijks bestuur ziet graag dat de bewustwordings­campagne over de gezondheidsrisico’s en de overlast van houtstook (maatregel 1) en het consultatietraject met bewoners (maatregel 4) verder worden uitgevoerd in centrum. Met name in de Jordaan Noord en de westelijke Grachtengordel waar de meeste overlastmeldingen vandaan komen. Het verbod op het plaatsen van rookkanalen in nieuwbouw vanaf 2027 (maatregel 6) zal naar alle waarschijnlijkheid vooral gelden voor de toekomstige bebouwing waaronder het Marineterrein en andere (ver)nieuwbouwprojecten. Wel vraagt het dagelijks bestuur bij het onderzoeken van meer ingrijpende maatregelen in kaart te brengen hoeveel inwoners van centrum zijn aangewezen op houtstook als hoofd­ verwarming en daar rekening mee te houden. Geef daarbij specifieke aandacht aan woonbootbewoners. Door deze bewonersgroep wordt nog relatief veel houtstook toegepast als primaire bron voor verwarming. Bekijk ook welke overgangsmaatregelen relevant zijn voor deze bewoners. Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

20

Reactie college Het consultatietraject met bewoners (maatregel 4 in het aangepaste beleidskader) zal ook worden uitgevoerd in stadsdeel centrum, met name in de Jordaan Noord en de westelijke Grachtengordel, waar relatief vel overlastmeldingen vandaan komen. Het verbod op de aanleg van rookkanalen in nieuwbouw) is geschrapt en zal niet worden uitgevoerd vanwege juridische bezwaren en verwachte knelpunten in de handhaafbaarheid. In plaats daarvan wordt in het kader van maatregel 7 (genummerd als maatregel 5 in het aangepaste beleidskader) een onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om hout stoken in nieuwbouw­ projecten vanaf 1 januari 2028 te verbieden. Het college zal bij het onderzoeken van meer ingrijpende maatregelen zo goed mogelijk in kaart brengen hoeveel inwoners van Amsterdam (ook in het centrum) zijn aangewezen op houtstook als hoofdverwarming en daar rekening mee houden. Daarbij zal specifieke aandacht worden gegeven aan woonbootbewoners, want juist deze bewonersgroep past nog relatief veel houtstook toe als primaire bron voor verwarming en noodzakelijke bijverwarming.

3.3 Advies stadsdeel Noord Advies stadsdeel Het Dagelijks Bestuur onderstreept het belang van het reguleren van houtstook, mits een goede informatie­ voorziening richting de belanghebbenden wordt verzorgd. Hout wordt vaak gestookt voor de gezelligheid en/of als warmtebron, maar stokers zijn zich lang niet altijd bewust van de gezondheidsrisico’s, de overlast die hout stoken met zich meebrengt en de negatieve effecten ervan op natuur en klimaat. Daarom is van belang dat er voldoende voorlichting en overleg met bewoners/bewonersorganisaties plaatsvindt evenals educatie op scholen en bij de gezondheidscentra in de wijken etc. Daarnaast adviseert het Dagelijks Bestuur ook om in de bewustwordingscampagne ook expliciet te erkennen waarom mensen graag hout stoken en wat het voor hen betekent. Door de waarden te erkennen en samen met houtstokers te zoeken naar alternatieven die dezelfde behoefte vervullen, creëer je meer begrip en draagvlak voor verandering. Het Dagelijks Bestuur adviseert om in de campagne de nadruk te leggen op beperking van houtstook op ‘structureler’ privégebruik, zoals in tuinen, woningen en tuinhuisjes. En om openluchtevenementen die sporadisch plaats vinden mee te nemen als aandachtspunt.

Daarnaast adviseren we om lokale haardkachelbranche­ bedrijven uit de stadsdelen te betrekken zodat zij hun klanten bewust kunnen maken van het gevaar van houtstook en zodat zij hen gericht kunnen informeren over de houtstook richtlijnen in Amsterdam. Verder vragen wij het College om maatwerk te leveren in de vorm van overgangsregelingen/ afbouwregelingen of door maatregelen zoals het aanbieden van passende filters aan bewoners. Het Dagelijks Bestuur benadrukt het belang van goede luchtkwaliteit en ondersteunt deze maatregel die bedoeld is om de kwaliteit te verbeteren. Het Dagelijks Bestuur vraagt het College om met de aangrenzende gemeenten in gesprek te gaan over de regeling en om hierover een gezamenlijk standpunt in te nemen. Er zijn grote verschillen in de stad. In bepaalde gebieden vindt veel houtstook buiten plaats, in andere gebieden vanuit woningen. Het Dagelijks Bestuur wil het College daarom meegeven dat het zinvol is om in elk stadsdeel een luchtkwaliteitsmeting uit te voeren om in kaart te brengen welke effecten verschillende maatregelen teweegbrengen en om zo maatwerk te kunnen leveren om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Het Dagelijks Bestuur adviseert daarnaast om in de bewustwordingscampagne ook te vermelden wat er met meldingen en klachten wordt gedaan en om aandacht te besteden aan positieve voorbeelden waar buurten zelf alternatieven hebben gevonden voor buurtbarbecues door buurtactiviteiten te organiseren zonder houtstook zoals elektrische buurtbarbecues. Aandachtspunt bij elektrische barbecues is dat moet worden opgepast voor netcongestie.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

21

Reactie college Het college begrijpt dat houtstoken voor veel mensen belangrijk is. Sommigen ervaren het zelfs als onderdeel van hun leefstijl. Daarom wordt dit ook benoemd in de communicatie, om meer begrip en draagvlak te creëren voor veranderingen. In de campagne over houtstook komt meer aandacht voor het beperken van het privégebruik van houtkachels, zoals stoken in tuinen, woningen en tuinhuisjes. Ook wordt gekeken naar het gebruik van houtvuren bij openluchtevenementen. Daarnaast zal het college in de communicatiecampagne voorbeelden laten zien van buurten die al hebben gekozen voor alternatieven, zoals samen barbecueën met elektrische grills. In lijn met wat het stadsdeel voorstelt, zal ook worden gekeken of bedrijven die haarden en kachels verkopen kunnen bijdragen aan goede voorlichting. Zij kunnen bewoners bewust maken van de risico’s en de geldende regels rond houtstook in Amsterdam. Met betrekking tot Amsterdammers die (deels) afhankelijk zijn van houtstook voor verwarming – zoals bewoners van woonboten – biedt het college waar mogelijk maatwerk. Als er in de toekomst een verbod wordt ingevoerd, zal met hun situatie rekening worden gehouden. Het college zal echter geen filters aanbieden, omdat de werking daarvan niet onafhankelijk is aangetoond en controle daarop te arbeidsintensief is (zie ook paragraaf 2.5 ‘Alternatieve maatregelen’).

Het college neemt kennis van het signaal van het Dagelijks Bestuur over het uitvoeren van luchtkwaliteits­ metingen in alle stadsdelen als instrument om de effectiviteit van maatregelen inzichtelijk te maken en gericht maatwerk te kunnen leveren. Deze suggestie wordt betrokken bij de verdere beleidsontwikkeling op dit onderwerp.

3.4 Advies stadsdeel West Advies stadsdeel Het DB West onderschrijft het belang van gezonde lucht in de stad Amsterdam en vinden het ontwerp beleidskader houtstook een stap in de goede richting om de gezond­ heidsrisico’s en overlast door houtstook te verminderen. Dat het college met name in wil zetten op bewustwording in plaats van in te grijpen met verboden spreekt het Dagelijks Bestuur aan. Echter voorziet het Dagelijks Bestuur dat het vergroten van de bewustwording niet direct hoeft te leiden tot daadwerkelijke gedragsverandering. Dat in ogenschouw nemend geeft het Dagelijks Bestuur de volgende adviezen mee: • Verbreedt de bewustwordingscampagne naar de gehele stad i.p.v. enkel een campagne in de buurten waar veel overlast wordt gemeld. Niet alle bewoners weten de route te vinden om overlast te melden, waardoor het breed verspreiden van de campagne aan te raden is. Aanvullend wordt geadviseerd om naast de communicatie vanuit de officiële kanalen van de gemeente Amsterdam ook de lokale media, zoals lokale kranten te gebruiken. • Leer van ervaringen van andere gemeenten waar wel wordt gewerkt met verboden, waaronder Utrecht en Amersfoort.

Welke gecombineerde maatregelen op het spectrum van lichte impact tot zware impact hebben het beste resultaat in zowel het bevorderen van gedrags­ verandering als het verbeteren van de luchtkwaliteit door de hoeveelheid fijnstof te verminderen. • Op dit moment zijn er nog twee stadsdelen, te weten Noord en West, waar in de parken nog de mogelijkheid is om te bbq-en. Wij ontvangen graag meer informatie over de wens van het college om mogelijkheden te onderzoeken voor elektrisch bbq-en in parken en plantsoenen. Hierin zien wij graag terug wat dit betekent voor de aanleg, het onderhoud, het beheer en de handhaving. Daarnaast wijzen wij erop dat ook elektrisch bbq-en rook- en geuroverlast met zich mee kan brengen.

Reactie college Het college voert al langere tijd een bewustwordings­ campagne in gebieden met veel overlast en wil met ingang van het beleidskader de bewustwordings­ campagne stadsbreed uitrollen. Daarnaast volgt de gemeente met belangstelling de ontwikkelingen in andere gemeenten waar gewerkt wordt met stookverboden, zoals Utrecht en Amersfoort. Daarbij wordt gekeken naar welke (eventueel gecombineerde) maatregelen het meest effectief zijn in het bevorderen van gedragsverandering en het verbeteren van de luchtkwaliteit, onder meer door het terugdringen van fijnstofuitstoot. Het college neemt kennis van de geuite zorgen over maatregel 3 uit het vrijgegeven ontwerp beleidskader (onderzoeken stroompunten voor elektrisch BBQ’en). De stadsdelen zullen nauw worden betrokken bij de uitvoering van deze maatregel. Daarbij wordt nadrukkelijk gekeken naar de aanleg van de benodigde infrastructuur, het onderhoud en beheer daarvan, en de handhaafbaarheid van het gebruik. Het college is zich er tevens van bewust dat ook elektrisch barbecueën tot rook- en geuroverlast kan leiden.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

22

3.5 Advies stadsdeel Nieuw West Advies stadsdeel Het dagelijks bestuur vindt het realistisch om te kiezen voor het scenario “gemiddelde impact”, waarbij ingezet wordt op een geleidelijke transitie naar vermindering van houtstook en zoeken naar draagvlak voor beleid en maatregelen. Ook de gerichte aanpak van overlastlocaties vindt het dagelijks bestuur een verstandige zet. Een bewustwordingscampagne kan inderdaad leiden tot meer draagvlak voor een eventueel toekomstig totaalverbod. Het dagelijks bestuur adviseert om in Nieuw-West op mooie zomerdagen barbecuërs in parken direct aan te spreken en voor te lichten. Op deze manier worden ook bewoners benaderd die via andere kanalen (brieven, website, flyers) moeilijker zijn te bereiken. Het dagelijks bestuur adviseert om via deze kanalen, zoals op de flyers, de website van de stookwijzer (https://www.atlasleefomgeving.nl/stookwijzer) te vermelden, waarop wordt aangegeven of de weersomstandigheden gunstig zijn om te stoken en waar overlast gemeld kan worden. Door deze informatie breder onder de aandacht te brengen, weten Amsterdammers wanneer ze beter niet hun houtkachel aan kunnen zetten. In paragraaf 3.2 wordt aangegeven dat de financiën voor de bewustwordingscampagne vooral ingezet worden in “buurten waar de meeste overlast wordt ervaren”.

Hoewel figuur 4 aangeeft waar meldingen zijn gedaan van overlast van houtstook, is ons niet duidelijk in welke buurten zal worden ingezet op deze bewustwordingscampagne. Het dagelijks bestuur adviseert hier duidelijkheid over te geven. Het dagelijks bestuur vindt het verstandig eerst via een pilot te onderzoeken wat de impact is van een transitie van houtskoolbarbecue naar elektrisch barbecueën. Het dagelijks bestuur adviseert met name kritisch te kijken naar draagvlak, technische mogelijkheden en de gevolgen voor de ruimtelijke verdeling van barbecuemogelijkheden.

Het dagelijks bestuur begrijpt het standpunt van het college over stookplaatsen in recreatieplekken voor kinderen en vindt het logisch en goed dat faciliterende maatregelen worden toegezegd voor een alternatieve invulling van stookplaatsen op deze plekken. Sinds 2022 is bij De Natureluur sprake van een bewonersverzoek om de stookplaatsen op die plek te verwijderen. Het beleidsstandpunt van het college geeft nu duidelijkheid in deze zaak. Het dagelijks bestuur merkt op dat de ervaren overlast op basis van meldingen in Nieuw-West relatief laag is ten opzichte van andere gebieden, terwijl er wel veel buiten wordt gebarbecued. Er wordt in het beleid gesproken over “consultatietrajecten in buurten waar veel overlast wordt ervaren”. Het dagelijks bestuur adviseert hierbij niet alleen naar meldingen te kijken, maar ook naar ervaringen vanuit de gebieden (bijvoorbeeld gebiedsteams en buurt­ conciërges) en op basis daarvan de buurten aan te wijzen die meegenomen worden in de consultatietrajecten. Tijdens de energiecrisis werd duidelijk dat voor veel huishoudens de energiekosten een grote kostenpost zijn. Voor deze bewoners kan hout stoken een betaalbaarder alternatief zijn voor het verwarmen van hun woning. Houtstook komt dus niet altijd slechts voort uit gezelligheid, maar kan eveneens een financiële grondslag hebben, zeker in Nieuw-West.

Het dagelijks bestuur is dan ook benieuwd of er wordt nagedacht over maatregelen om alternatieve manieren van verwarming te stimuleren, los van de beoogde subsidieregeling voor het verwijderen van rookkanalen.

Reactie college Het college onderschrijft het uitgangspunt om te werken vanuit het scenario ‘gemiddelde impact’, gericht op een geleidelijke vermindering van houtstook en het zoeken naar draagvlak voor beleid en maatregelen. De gerichte aanpak van overlastlocaties maakt daar onderdeel van uit. Ook wordt erkend dat een bewustwordingscampagne kan bijdragen aan het creëren van draagvlak voor eventuele toekomstige maatregelen, zoals een totaalverbod. Het college neemt daarnaast kennis van de suggestie om op zomerse dagen barbecuënde bezoekers in parken in Nieuw-West direct aan te spreken en voor te lichten. Deze suggestie wordt meegenomen bij de voorbereiding van toekomstige communicatie­ campagnes. Het college voert al langere tijd een bewustwordingscampagne in gebieden waar veel overlast wordt ervaren, en is voornemens deze met ingang van het beleidskader stadsbreed uit te rollen. De suggestie om via communicatiekanalen zoals flyers en websites expliciet te verwijzen naar de Stookwijzer wordt meegenomen. Het college ziet de meerwaarde van het breder onder de aandacht brengen van actuele stookadviezen, inclusief informatie over wanneer het beter is om niet te stoken en waar overlast kan worden gemeld. In paragraaf 3.2 van het beleidskader staat dat de bewustwordingscampagne vooral wordt ingezet in buurten waar veel overlast wordt ervaren.

Het college begrijpt de behoefte aan duidelijkheid over welke buurten dit betreft. Bij de selectie van deze buurten zal niet alleen worden gekeken naar meldingen, maar ook naar signalen vanuit de gebieden zelf, bijvoorbeeld via buurtteams en gebiedsmakelaren.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

23

Ten aanzien van de voorgestelde pilot rond elektrisch barbecueën zal bij de voorbereiding worden gekeken naar draagvlak, technische uitvoerbaarheid en de ruimtelijke gevolgen voor de verdeling van barbecue­ mogelijkheden in de openbare ruimte. De stadsdelen zullen hierin nauw worden betrokken. Het college neemt daarnaast kennis van de constatering dat het aantal meldingen van overlast in Nieuw-West relatief laag is, terwijl er wel veel buiten wordt gebarbecued. Ook hier geldt dat niet alleen op meldingen wordt gestuurd, maar dat lokale ervaringen en signalen uit de praktijk worden meegenomen in de uitvoering en bij de selectie van buurten voor consultatietrajecten. Het college zal de suggestie om per stadsdeel metingen uit te voeren nader bekijken. In reactie op de vraag van het dagelijks bestuur over het stimuleren van alternatieve vormen van verwarming merkt het college het volgende op: het college herkent het signaal dat houtstook voor sommige huishoudens een betaalbaar alternatief voor verwarming kan zijn, zeker bij hoge energielasten. Mocht in de toekomst worden besloten tot aanvullende beperkingen of een verbod, dan wordt hiermee rekening gehouden voor bewoners die afhankelijk zijn van houtstook. Tegelijkertijd blijft het college kijken naar mogelijkheden om schonere alternatieven te stimuleren en te faciliteren.

Voor nu wordt ingezet op de uitvoering en monitoring van het huidige maatregelenpakket. Op basis van de uitkomsten daarvan wordt bezien of het beleid moet worden aangepast of uitgebreid.

3.6 Advies stadsdeel Oost Advies stadsdeel De gemeente Amsterdam kiest voor een geleidelijke aanpak met realistische maatregelen die rekening houden met maatschappelijk draagvlak. Het DB kan zich vinden in deze aanpak en de voorgestelde maatregelen, maar heeft enkele aandachtspunten bij de uitvoering van specifieke onderdelen. 1. Het beleidskader stelt voor om een bewustwordingscampagne over de gezondheidsrisico’s en overlast van houtstook op te zetten. Het DB verzoekt het College om bedrijven in de haard- en kachelbranche en de branchevereniging te betrekken bij het gericht bereiken van houtstokers in Amsterdam ten behoeve van communicatie en voorlichting 2.

Pilot-subsidieregeling voor op IJburg Het DB heeft echter twijfels bij de effectiviteit van deze pilot op IJburg en verwacht dat een pilot in IJburg niet de gewenste informatie zal opleveren om de volgende redenen: Op IJburg is de bereidheid om meldingen van overlast te doen ‘traditioneel’ hoger dan in andere wijken; Op IJburg zijn de woningen met een rookkanaal doorgaans nieuwbouw koopwoningen, overwegend op zelfbouwkavels; Eigenaren gezien het ontwerpen van de eigenbouw-woningen niet snel geneigd zullen zijn om een rookkanaal te laten verwijderen zonder dat er noodzaak voor andere werkzaamheden is; De subsidie van € 1.500 laag is ten opzichte van de daadwerkelijke kosten van verwijdering van een rookkanaal; Het DB verzoekt het College daarom de pilot-subsidieregeling in een andere wijk uit te voeren of de gehele stad als pilot-gebied te gebruiken. Voor de situatie op IJburg stelt het DB er prijs op het volgende aanvullend aan het College mee te geven: IJburg kent veel nieuwbouw­ woningen waar bewoners een houtkachel hebben geïnstalleerd; in sommige gevallen is houtstook ook de enige warmtebron. Dit leidt tot verdeeldheid: sommige

bewoners hechten sterk aan houtstook, terwijl anderen ernstige hinder ervaren. Het stadsdeel heeft eerder ervaren dat discussies over houtstook op IJburg spanningen tussen bewoners oproepen en tot polarisatie hebben geleid. Het is daarom essentieel dat het team Uitstootvrije Mobiliteit hier rekening mee houdt. Het DB benadrukt daarom het belang van nauwe betrokkenheid van het stadsdeel bij de voorbereiding en uitvoering van de pilot in het algemeen en op IJburg in het bijzonder. Een goede opzet van de pilot en de informatieavonden en goede communicatie hierover zijn cruciaal om escalaties te voorkomen en de pilot succesvol te laten verlopen. 3. Het beleidskader stelt voor om in 2025 worden onderzocht hoe en waar het mogelijk is om te voorzien stroomaansluitingen op openbare barbecuelocaties. Het streven is om een pilot uit te voeren om de doeltreffendheid van deze stroomaansluitingen te toetsen. Het DB verzoekt het College om de pilot elektrisch barbecueën in een park in Oost te houden. 4. In buurten met veel overlast wil de gemeente vanaf 2025 een dialoog starten met bewoners om samen maatregelen te ontwikkelen. Het DB adviseert nadrukkelijk om het stadsdeel hierbij actief te betrekken. Kennis en netwerken: Het stadsdeel beschikt over waardevolle contacten binnen de buurt en kan als brug fungeren tussen de gemeente en bewoners.

Maatwerkoplossingen: Door lokale kennis in te zetten, kunnen effectievere en beter gedragen oplossingen worden ontwikkeld. 5. De effectiviteit van de maatregelen in dit beleidskader worden gemonitord aan de hand van een vervolg­ onderzoek door Motivaction en de overlastmeldingen die binnenkomen bij de GGD. Het DB benadrukt de noodzaak om de gevolgen van houtstook goed te meten en de effectiviteit van het voorgenomen beleid goed te monitoren. Hoewel het DB erkent dat dit een lastige kwestie blijft omdat er geen eenduidige meetmethode is om houtstook-emissies te meten, verzoekt het college om hier scherpere meetmethouden en indicatoren voor te ontwikkelen.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

24

Algemeen aandachtspunt: houtstook enige warmtebron Stadsdeel Oost kent veel woonboten waar houtstook de enige warmtebron is, omdat deze woonschepen niet zijn aangesloten op het gasnet of het warmtenet. Dit geldt bijvoorbeeld in het Oostelijk Havengebied en IJburg. Hoewel er in de maatregelen op dit moment geen sprake is van het geheel of gedeeltelijk verbieden van houtstook, kan dit ontwerp-beleidskader bij de bewoners wel vragen oproepen over de toekomst van hun warmtevoorziening. Het DB vraagt het college dan ook om hier in de communicatie en maatregelen nauwgezet aandacht te besteden, bij voorkeur in relatie met de voornemens rond de energietransitie. Algemene aanbeveling Het DB ondersteunt de gekozen aanpak en het voorgestelde maatregelenpakket, met de nadruk op een zorgvuldige uitvoering en monitoring van het huidige beleid. Het stadsdeel moet structureel worden betrokken bij zowel de uitvoering als de evaluatie van de maatregelen om bij te dragen aan een breed maatschappelijk draagvlak en een effectieve aanpak van overlast. Het DB van stadsdeel Oost hecht een grote waarde aan de inbreng van alle stadsdelen. Als onderdeel van ons voortdurende streven naar verbetering, willen we graag een overzicht ontvangen van alle verzamelde adviezen, inclusief een beschrijving van hoe deze zijn opgepakt en verwerkt in het beleidskader.

De verzamelde adviezen spelen een cruciale rol in het vormgeven en het optimaliseren van onze werkzaamheden. Daarom stellen wij uw terugkoppeling ten zeerste op prijs.

Reactie college Het college neemt kennis van het verzoek om bedrijven in de haard- en kachelbranche te betrekken bij de communicatie over houtstook. In lijn hiermee wordt gekeken of brancheorganisaties en bedrijven een rol kunnen spelen in het vergroten van bewustwording over de gezondheidsrisico’s en regelgeving rondom houtstook in Amsterdam.

Ook bij het opzetten van consultatietrajecten in buurten met veel overlast ziet het college een belangrijke rol voor de stadsdelen. Lokale kennis, netwerken en signalen zijn essentieel om tot maatwerkoplossingen te komen die breed gedragen worden. Het college zal de stadsdelen actief betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van deze trajecten.

Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost heeft twijfels geuit over de pilot-subsidieregeling op IJburg. Zoals vermeld in het beleidskader is de subsidieregeling inmiddels losgekoppeld van het beleidskader en sinds april 2025 stadsbreed beschikbaar.

Wat betreft monitoring erkent het college het belang van goede metingen en indicatoren voor het bepalen van de effectiviteit van het beleid. De GGD volgt de landelijke ontwikkelingen, onder andere rond het meten van roet afkomstig van houtstook. Nieuwe inzichten worden meegenomen in de verdere beleidsontwikkeling, ook al blijft dit technisch een uitdaging.

De zorgen over mogelijke polarisatie op IJburg worden herkend; het college zal het stadsdeel nauw betrekken bij de voorbereiding en uitvoering van de communicatie en bijeenkomsten rondom het consultatietraject, met bijzondere aandacht voor de situatie op IJburg. De suggestie om de pilot rond elektrisch barbecueën in een park in Oost uit te voeren wordt meegenomen in de verdere voorbereiding. Daarbij wordt gekeken naar geschiktheid van locaties en spreiding over de stad.

Het college herkent het signaal dat houtstook voor sommige bewoners, zoals op woonboten, een noodzakelijke warmtebron is. Hoewel het beleidskader geen verbod op houtstook bevat, beseft het college dat de maatregelen vragen kunnen oproepen over de toekomst van hun warmtevoorziening. Hier zal in de communicatie zorgvuldig aandacht aan worden besteed, onder meer in relatie tot de energietransitie.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

25

3.7 Advies stadsdeel Zuid Advies stadsdeel Het DB van Zuid onderschrijft het belang van bewustwording over de negatieve gevolgen voor de luchtkwaliteit van regelmatige houtstook in de stad. Dat het college niet ingrijpt met verboden maar inzet op bewustwording spreekt het college aan. Tegelijk is het goed als het college zich realiseert dat het vergroten van de bewustwording geen garantie is voor de daadwerkelijke gedragsverandering. We geven het volgende advies: 1. Neem bij het uitvoeren van de maatregelen de omgevings­ factoren mee zoals het aantal klachten, de afstand tot woningen et cetera. Zo kan de bewustwording zich richten op de plekken waar houtstook klachten geeft zoals wijken met grondgebonden woningen en woonboten in de nabijheid van woningen. 2. We zijn niet positief over het voorstel om elektrisch of gas barbecueën in de parken in Zuid te introduceren. We behouden graag de ruimte om per park of plek een afweging te maken. Momenteel is het barbecueën in alle parken in Zuid verboden. De overlast van barbecueën wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door het verhitten van vlees en door het afval en minder door de rook van de houtskool. Het terugbrengen van de mogelijkheid om te barbecueën in het park middels het aanbieden van stroompunten voor elektrische barbecues is daarom wat ons betreft over het algemeen niet wenselijk.

Wat ons betreft blijft dit een afweging die het stadsdeel maakt. 3. Bewustwording over de gevaren van het inademen van houtrook en het stoken van nat hout bij de begeleiding van scouting en natuurrecreatie locaties is een goede maatregel. Het DB adviseert samen met de stadsdeel­ commissie negatief over de inzet op het actief verminderen van stookplaatsen voor kinderen. Deze plekken liggen (zoals bij de scouting verenigingen aan de Nieuwe Meer in Zuid) vaak verder van bewoning en

hier wordt niet vaak of intensief gestookt. Ze hebben zo minder impact op de luchtkwaliteit. We hechten aan het pedagogische belang van het leren omgaan met vuur en de in de onderzoeken in de verwijzing zien we nog geen aantrekkelijke alternatieven. 4. Met betrekking tot het voorgestelde verbod op rookkanalen in nieuwbouw: we kijken graag samen met u hoe we zo een verbod ook juridisch houdbaar en voor de vergunningverlener en toezichthouder toepasbaar kunnen nemen, waarbij ook de eventuele financiële consequenties van dit verbod in relatie tot de capaciteitsvraag in beeld moeten worden gebracht. Naar aanleiding van het advies van de stadsdeelcommissie: het DB neemt de meerderheidsadviezen van de commissie over en voegt de volgende bullets aan het definitieve advies toe: 5. We onderschrijven de aanpak, waarbij de gemeente het gebruik van houtkachels en open haarden wil ontmoedigen en wil vervangen door duurzamere alternatieven, en rookkanalen in nieuwbouw zal verbieden. 6. Daarnaast wordt de bewustwordingscampagne essentieel geacht voor het vergroten van het draagvlak voor het verbod, en wordt in het beleidskader uitgebreid beschreven hoe de campagne wordt vormgegeven. In 2026 wordt de bewustwording onder Amsterdammers weer onderzocht door Motivaction. Het DB wil graag net als de stadsdeelcommissie meer toelichting over wanneer de campagne als geslaagd gezien wordt. 7.

Tot slot geeft de stadsdeelcommissie aan dat het eerdere concept advies van het DB mbt het actief verminderen van stookplaatsen voor kinderen versterkt mag worden. Het DB heeft haar definitieve advies onder punt 3 hierop aangepast.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

26

Reactie college Het college zal bij de uitvoering van het beleidskader nadrukkelijk rekening houden met omgevingsfactoren, zoals meldingen van overlast en de ruimtelijke context. Dit helpt om communicatie en bewustwording gericht in te zetten op plekken waar de hinder het grootst is. Het college heeft kennisgenomen van de terughoudende houding van stadsdeel Zuid ten aanzien van barbecueën in parken. In Zuid is barbecueën in alle parken al verboden. Volgens het stadsdeel komt de meeste overlast van barbecueën door het bereiden van vlees en afval, en minder door rook van houtskool. Het college neemt deze punten mee in het onderzoek naar mogelijkheden voor stroompunten voor elektrische barbecues in de openbare ruimte. Het uitvoeren van dit onderzoek betekent niet dat op plekken waar momenteel een barbecue verbod is ingesteld, barbecueën weer zal worden toegestaan. Het college begrijpt dat vuur leren gebruiken belangrijk kan zijn in natuur-en scoutingactiviteiten. Tegelijkertijd waarschuwen gezondheidsinstanties, zoals de GGD, dat

kinderen extra kwetsbaar zijn voor luchtvervuiling, zoals houtrook. Daarom gaat het college in samenwerking met betrokken partijen, zoals stadsdelen, scoutinggroepen en natuurspeeltuinen verkennen welke gezondere alternatieven mogelijk zijn voor het gebruik van open vuren op kinderrecreatieplekken. Met betrekking tot het eerder voorgestelde verbod op rookkanalen in nieuwbouw geldt het volgende: Dit verbod is om juridische redenen geschrapt en maakt geen onderdeel meer uit van het beleidskader. Het college onderzoekt binnen het kader van het beleidskader wél de haalbaarheid van een binnenshuis stookverbod voor nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund. Indien dit verbod wordt ingevoerd, zijn een zorgvuldige inrichting van de vergunningverlening en het toezicht essentieel. Het college heeft kennisgenomen van de bereidheid van stadsdeel Oost om hierin mee te denken, en ziet hierin duidelijke meerwaarde. Daarnaast zullen uiteraard de financiële consequenties van een mogelijk verbod in beeld worden gebracht.

3.8 Advies stadsdeel Zuidoost Advies stadsdeel Het DB onderschrijft nut en noodzaak van maatregelen voor de aanpak van houtstook gezien de gezondheidsrisico’s. De huidige beperkte regelgeving, het ontbreken van uitstootnormen voor het beoordelen van (de mate van) overlast door houtstook, het ontbreken van een betrouwbare meetmethode om houtstookemissies te meten, even als het niet vergunningplichtig zijn van de installatie van houtgestookte kachels, maakt handhaving momenteel vrijwel onmogelijk. Nog complexer is het handhaven van buitenshuis barbecueën op houtskool, vuur stoken in privé tuinen en balkons en ongereguleerd in de openbare ruimte, parken en plantsoenen. Zolang er geen mogelijkheid is om te handhaven, of als het draagvlak voor handhaving, vooral in privé sfeer ontbreekt, zijn andere maatregelen die effect sorteren noodzakelijk. Het DB kan zich daarom vinden in de meerjarige aanpak gericht op bewustwording, stimuleren (subsidie verlenen), faciliteren, reguleren, o.a verbod op het plaatsen van rookkanalen vanaf 2027, het monitoren van de effecten van het beleid en bijsturing indien nodig. Het DB geeft daarbij de volgende adviezen mee.

Houtstook binnenshuis Het aantal meldingen van overlast in heel Amsterdam is in de afgelopen jaren explosief gestegen. Uit de kaart van bij de GGD gemelde overlast op pagina 9 van het Ontwerp Beleidskader Houtstook, blijkt dat in Zuidoost tot dusver over 3 locaties een overlastmelding is gedaan. Momenteel kan alleen via een melding geregistreerd worden waar mogelijk sprake is van houtstook overlast. Meldingen zijn echter niet de meest betrouwbare graadmeter van de mate van overlast, de meeste bewoners zullen niet snel geneigd zijn overlast door medebewoners te melden.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

27

Het DB benadrukt dat alle juridische middelen moeten worden onderzocht om te kunnen acteren op overlast­ meldingen cq handhaving. Niets is zo frustrerend voor bewoners als een melding die geen opvolging krijgt en de overlast in dit geval met gezondheidsrisico’s voortduurt. Het is niet wenselijk om bewoners verantwoordelijk te maken voor het elkaar aanspreken op overlast en de goodwill van de veroorzaker. Wij gaan ervan uit dat in de voorgestelde consultatietrajecten (Maatregel 4) ook op buurtniveau op de plekken waar overlast wordt ervaren, gesprekken worden gearrangeerd. Voor het kunnen handhaven zou een vergunning of meldings­ plicht moeten worden ingevoerd voor het installeren van houtgestookte verwarming. Het ontbreekt in de adviesaanvraag aan informatie om te kunnen toetsen of het beeld dat uit het geringe aantal meldingen naar voren komt juist is, dat er in Zuidoost minder overlast dan wel minder houtstook binnenshuis is. Dit kan nader worden onderzocht, met gebruik van diverse bronnen zover niet strijdig met privacy wet- en regelgeving. Woningcorporaties en vve’s Bij woningcorporaties kunnen gegevens worden opgevraagd over hun woningbezit en eventuele toestemmingsverlening aan bewoners die de aanleg van een rookafvoerkanaal hebben aangevraagd. Hetzelfde geldt voor woningen en appartementen in VVE-beheer.

In het modelreglement vve’s (2006) dat veel vve’s als leidraad hanteren is in artikel 26.2 vastgelegd dat het niet is toegestaan om zonder toestemming van de vve open haard installaties aan te leggen. VvE’s hebben hier dus controle op. Uiteraard binnen de kaders van wat ikv privacywetgeving is toegestaan Brancheorganisaties. De Stichting Nederlandse Haarden- en Kachelbranche (NHK) schat het aantal houtgestookte installaties binnenshuis in Amsterdam op ongeveer 16.000 stuks. Er kan nader worden onderzocht wat de schatting is

voor het aantal haarden en houtkachels in Amsterdam Zuidoost. Behalve een inventarisatie van het probleem kunnen woningcorporaties, VvE’s en particulieren worden gestimuleerd om maatregelen te treffen die erop zijn gericht om overlast door houtstook tegen te gaan: Woningcorporaties en VvE’s kunnen geboden en verboden over houtstook in woningen opnemen in respectievelijk het huurcontract en het huishoudelijk reglement en bij aanvragen van bewoners het gebruik of de aanleg van rookafvoer­ kanalen verbieden, of eisen stellen aan het type haard of (hout)kachel. Uit de kaart Barbecueën in parken en plantsoenen (pag. 13 Beleidskader), blijkt dat in Zuidoost geen geregistreerde openbare barbecueplekken zijn, noch dat er verboden zijn ingesteld voor het barbecueën in parken en plantsoenen. Het is bekend dat in enkele parken in Zuidoost in de zomer wordt gebarbecued. Het DB adviseert om ook in Zuidoost te inventariseren waar er informele barbecue plekken zijn in parken en plantsoenen en deze plekken in de kaart op te nemen. Verder te onderzoeken waar barbecueën kan worden toegestaan, onder voorwaarde dat er draagvlak is voor instandhouding en dat er elektrisch kan worden gebarbecued.

Het onderscheid tussen toegestane en niet-toegestane barbecueplekken is van belang in het kader van handhaving en het tegengaan van overlast, niet alleen vanwege de rook die ontstaat door de verbranding van houtskool maar ook omdat barbecueplekken afval met zich meebrengen. Bij toegestane barbecueplekken kunnen meer afvalbakken worden geplaatst en waarschuwings­ borden dat gebruikers verantwoordelijk zijn voor het schoon achterlaten van de barbecueplek. Bovendien geeft duidelijkheid over waar barbecueën wel en niet mag houvast voor bewoners van Amsterdam Zuidoost die niet in de houtrook of etensgeuren willen zitten als zij willen recreëren en barbecueplekken het liefst vermijden. Het DB vraagt u ook te onderzoeken wat de situatie is in het Groengebied Amstelland zoals het Gaasperpark, waar veel Amsterdammers inclusief bewoners van Zuidoost recreëren.

Het barbecueën en het gebruik van vuurkorven in privé tuinen heeft mogelijk sinds covid een grote vlucht genomen. Dit tot ergernis van buren die rook- en stank overlast ervaren, wat regelmatig leidt tot conflicten tussen buren. Ook deze vorm van overlast is moeilijk te handhaven en het melden leidt zelden of nooit tot een interventie. Het DB adviseert ook deze vorm van overlast in de consultatie­ gesprekken mee te nemen en bewoners die overlast ervaren, de mogelijkheid te bieden om bijvoorbeeld via mediation met hun buren in gesprek te gaan. Op veel grote openlucht evenementen, festivals e.d. worden barbecue maaltijden en snacks aangeboden. Ondanks dat er veelal, maar niet altijd, elektrisch wordt gebarbecued is er vaak sprake van grote rookontwikkeling en stankoverlast. Het DB adviseert om voor de afgifte van vergunningen aan deze standhouders striktere regels op te leggen, om bij het prepareren van gerechten de rook- en stank ontwikkeling te beperken. Het moet ons inziens mogelijk zijn om tijdens de evenementen te handhaven als er duidelijk zichtbare rookontwikkeling is. Uit de beschikbare cijfers blijkt dat klachten over overlast door houtstook via open haarden, houtkachels, vuurkorven of BBQ’s vooral betrekking hebben op het zuidoostelijk deel van Gein. Waar dit mee te maken heeft wordt in het beleidskader niet toegelicht.

Dit vergt nadere uitwerking inclusief een overzicht van te nemen maatregelen om overlast tegen te gaan. Het DB adviseert om bij communicatie en voorlichting over houtstook maatwerk te betrachten i.e. doelgroepgericht, laagdrempelig, rekening houden met laag-geletterdheid en anderstaligen. Maak gebruik van lokale media met een groot bereik onder bewoners, ondernemers en andere belang­ hebbenden en toegespitst op hun behoeften. Gebruik van sociale media, buurtplatforms en fysieke middelen zoals flyers en posters zorgen ervoor dat alle bewoners bereikt worden. Daarnaast kunnen bijeenkomsten en workshops worden georganiseerd midden in de wijk waar bewoners vragen kunnen stellen en praktische alternatieven leren kennen.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

28

Het DB adviseert zo mogelijk verdergaande maatregelen te nemen om de luchtkwaliteit te verbeteren en overlast door houtstook tegen te gaan. Het verbeteren van de luchtkwaliteit is niet alleen een kwestie van beleid, maar ook van rechtvaardigheid. Zuidoost verdient bijzondere aandacht bij de uitvoering van dit beleidskader, zodat de bewoners niet langer worden getroffen door de schadelijke effecten van houtrook.

Reactie college Het college heeft kennis genomen van de uitgebreide reactie van stadsdeel Zuidoost. De suggesties van het stadsdeel zijn genoteerd en zullen nader worden bekeken door het college en waar mogelijk uitgevoerd.

besteden en kijken of bemiddeling kan helpen. Bij grote evenementen kan zelfs elektrisch barbecueën zorgen voor rook of geur. Dit is een bekend signaal en zal nader worden bekeken door het college.

Het college erkent dat handhaven op houtstook lastig is, zowel in tuinen als in de openbare ruimte. Er zijn bijvoor­ beeld geen duidelijke uitstootnormen, goede meet­ methoden of vergunningsregels voor kachels en haarden. Daarom blijft het verbeteren van de mogelijkheden om te handhaven een belangrijk punt in gesprekken met de landelijke overheid.

Het aantal overlastmeldingen in Gein is het college niet onopgemerkt gebleven. In het kader van maatregel 4: het consultatietraject, zal eerst een probleemanalyse plaatsvinden om de aard van de overlast in kaart te brengen. Voor de monitoring van het beleidskader zal ook worden gekeken naar de ervaren overlast. Wellicht kan gebiedsgericht naar overlast worden gekeken. Het college zal voorlopig echter geen aanvullende maatregelen voorstellen, los van wat er nu wordt voorgesteld. Een gevolg van het consultatietraject kan wel een wijkgerichte maatregel zijn.

Hoewel het aantal meldingen van overlast in Zuidoost beperkt is, is het college zich ervan bewust dat dit niet het volledige beeld geeft. Het college betrekt daarom ook andere signalen om beter zicht te krijgen op de ervaren overlast per stadsdeel. Daarnaast wordt het consultatietraject, zoals voorgesteld in het beleidskader, benut om de situatie in Zuidoost nader te verkennen. De meldingen uit Zuidoost over overlast door vuurkorven en barbecues in tuinen komen bekend voor. Bij de eerder­ genoemde gesprekken (maatregel 4: het consultatie­ traject) met bewoners gaat het college hier aandacht aan

De gemeente vindt goede communicatie belangrijk. Daarom wordt gezorgd voor duidelijke, laagdrempelige informatie via verschillende kanalen zoals lokale media, flyers en andere locaties. Bij ingang van het beleidskader wordt de bewustwordingscampagne geïntensiveerd en dan zal extra worden gekeken naar hoe de communicatie inclusiever kan.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

29

3.9 Advies Weesp Advies Weesp In zijn algemeenheid geeft het Stadsgebied graag het aandachtspunt mee dat communicatie en participatie van groot belang zijn. Het instrument van voorlichting en stimulering heeft daarbij vanuit Weesp de voorkeur boven stringentere regelgeving, bovenop landelijke wetgeving op dit punt. Handhaving is daarbij ook een punt van zorg. De bewustwordingscampagne, vindt Weesp een positieve stap die ook goed over de gehele gemeente uitgerold zou kunnen worden. De landelijke Stookwijzer kan daarbij als een nuttig instrument onder de aandacht gebracht worden. Subsidie, op basis van vrijwilligheid kan op instemming rekenen vanuit Weesp. Als deze pilot goed verloopt, zou het goed zijn dit ook voor de gehele gemeente te organiseren. Elektrisch barbecueën, logische stap, waarbij het wel de vraag is hoe dit praktisch te organiseren is, ook met misbruik, vandalisme etc. Hoe is het dagelijks onderhoud en beheer hier beoogd? Inzetten op vervangen van stookplaatsen in recreatieplekken voor kinderen is niet van toepassing in Stadsgebied Weesp aangezien dit type plekken niet bestaan. Consultatietraject met bewoners, met name zorgvuldige en tijdige communicatie met alle bewoners, maar ook organisaties en ondernemers is hierin van belang.

Verbod op het plaatsen van rookkanalen in nieuwbouw: Stadsgebied Weesp ziet graag dat dit zorgvuldig onderzocht wordt en heeft hier vragen over de praktische uitvoerbaarheid, maar vindt het ook van belang dit helder en zorgvuldig te communiceren naar ontwikkelaars en toekomstige bewoners. De vraag is bijvoorbeeld hoeveel woningen daadwerkelijk een rookkanaal zouden krijgen. Dit geldt voornamelijk voor grondgebonden woningen, welke veel in Weesp (Weespersluis) gebouwd worden. Handhaving is hierbij een punt van zorg. Daarbij is het ook de vraag in hoeverre dan niet achteraf gemonteerde rookkanalen gerealiseerd zullen worden. Kan dit tegengegaan worden? Hoe werkt dit verbod bij de vergunningen voor lopende projecten die pas na 2027

worden aangevraagd? Is dit dan onderdeel van een lopend project of niet? Kunnen kopers nu al bij nieuwbouw aangeven dat ze een openhaard willen of een rookkanaal? Maatregel onderzoek naar de regulering van houtstook: hier geldt ook, net als bij woningen, hoe is dit te reguleren? De ongezondheid is onderbouwd, maar hoe is handhaving georganiseerd? Vanuit Stadsgebied Weesp geeft de bestuurscommissie in ieder geval graag mee dat participatie en communicatie hierover van groot belang zijn.

Reactie college Het college heeft de reactie van stadsgebied Weesp met aandacht gelezen en is het eens met het belang van goede communicatie en betrokkenheid van bewoners. Het is positief dat Weesp de bewustwordingscampagne, de vrijwillige subsidie en het overleg met bewoners ondersteunt. Dit past goed bij de aanpak die de gemeente voor ogen heeft. De subsidie voor het verwijderen of onbruikbaar maken van rookkanalen is sinds april 2025 beschikbaar voor heel Amsterdam. Daarom maakt deze subsidie geen onderdeel meer uit van het beleidskader dat later dit jaar aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. De kanttekeningen bij de beoogde stroompunten in parken zullen zijn onderdeel van het voorgestelde onderzoek. In dat onderzoek zal ook worden gekeken naar het beheer van de stroompunten en eventuele misbruik. Het verbod op de aanleg van rookkanalen in nieuwbouw) is geschrapt en zal niet worden uitgevoerd vanwege

juridische bezwaren en verwachte knelpunten in de handhaafbaarheid. In plaats daarvan wordt in het kader van maatregel 7 (genummerd als maatregel 5 in het aangepaste beleidskader) een onderzoek gedaan naar de mogelijkheid om hout stoken in nieuwbouw­projecten vanaf 1 januari 2028 te verbieden. Indien dit verbod wordt ingevoerd, heeft dit betrekking op het gebruik van houtgestookte installaties binnenshuis, niet op de aanleg van rookkanalen. Naar aanleiding van de zorgen over de handhaafbaarheid van houtstookregulering, erkent het college dat hier inderdaad uitdagingen liggen. Dit zijn signalen die ook zichtbaar zijn in andere gemeenten en die worden meegenomen in de verdere verkenning. Daarnaast maakt dit onderwerp onderdeel uit van de gemeentelijke inzet richting het Rijk, onder andere voor het ontwikkelen van duidelijke uitstootnormen die handhaving mogelijk maken. Tegelijkertijd blijft het college inzetten op participatie en bewustwording als onmisbare onderdelen van de aanpak.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

30

4 Overzicht aanpassingen Beleidskader Houtstook Amsterdam De ingediende zienswijzen en de adviezen van de stadsdelen en Weesp hebben het college ertoe gebracht om het beleidskader op sommige punten aan te passen. Het gaat hierbij om de volgende aanpassingen: Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen en de uitgebrachte adviezen van de stadsdelen en Weesp, heeft het college een aantal aanpassingen doorgevoerd in het beleidskader Houtstook Amsterdam. Deze aanpassingen zijn gericht op het versterken van de effectiviteit, uitvoerbaarheid en draagvlak van het beleid, en houden rekening met signalen uit de stad. Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste wijzigingen:

1. Meer de aandacht voor de gezondheidsrisico’s in de bewustwordingscampagne (maatregel 1) Meerdere indieners wezen op de gezondheidsrisico’s van houtstook, niet alleen voor omwonenden maar ook voor de stokers zelf. Naar aanleiding hiervan is de boodschap over gezondheid explicieter opgenomen in maatregel 1. De bewustwordingscampagne zal zich nadrukkelijker richten op het vergroten van kennis over de schadelijke effecten van houtrook. 2. De subsidie is geen onderdeel meer van het beleidskader en is stadsbreed beschikbaar gesteld De subsidieregeling die in het ontwerp beleidskader werd aangekondigd – bedoeld voor het onbruikbaar laten maken of laten verwijderen van rookkanalen – is inmiddels gerealiseerd via een apart bestuurlijk traject. Sinds april 2025 kunnen Amsterdammers deze subsidie aanvragen. Op verzoek van stadsdelen en bewoners is de regeling stadsbreed beschikbaar gesteld, en dus niet beperkt tot IJburg zoals aanvankelijk voorgesteld. Vanwege het aparte bestuurlijke traject maakt de subsidie geen deel uit van het nieuwe, aangepaste concept beleidskader dat later dit jaar aan de raad wordt voorgelegd ter vaststelling.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

31

3. Toevoeging van onderzoek naar een stookverbod bij code rood en oranje van de stookwijzer In reactie op de zienswijzen waarin wordt opgeroepen tot een stookverbod en de ervaren rookoverlast, zal in het kader van maatregel 5 (maatregel 7 in het eerder ter inspraak vrijgegeven ontwerp beleidskader) expliciet worden gekeken naar de mogelijkheid van een binnenshuis stookverbod bij code rood en oranje van de Stookwijzer. In 2026 wordt hiervoor een voorstel uitgewerkt. 4. Maatregel over rookkanalen in nieuwbouw (maatregel 6) gaat niet door De oorspronkelijk voorgestelde maatregel 6, waarin het voornemen was opgenomen om de aanleg van rookkanalen in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2027 worden vergund te verbieden, is komen te vervallen. Aanleiding hiervoor zijn juridische bezwaren en verwachte knelpunten in de handhaafbaarheid van de maatregel. In plaats daarvan wordt in het kader van maatregel 5 – genummerd als maatregel 7 in het eerder vrijgegeven ontwerp beleidskader – gekeken naar de juridische en praktische haalbaarheid van een binnenshuis stookverbod in nieuwbouwprojecten die vanaf 1 januari 2028 worden vergund. Indien dit verbod wordt ingevoerd, heeft dit betrekking op het gebruik van houtgestookte installaties binnenshuis, niet op de aanleg van rookkanalen.

5. Aangepaste planning van een aantal maatregelen Voor een deel van de maatregelen geldt dat de uitvoering pas op een later moment plaatsvindt dan eerder gecommuniceerd in het ontwerp beleidskader. De planning is hierop aangepast. De meeste maatregelen vinden plaats vanaf 2026. Dit geldt niet voor de subsidie die onderdeel was van het ter inspraak vrijgegeven ontwerp beleidskader; deze subsidie is sinds april 2025 aan te vragen. Hetzelfde geldt voor de bewust­ wordingscampagne (maatregel 1). De gemeente is al enkele jaren bezig met het vergroten van de bewustwording van de negatieve gevolgen van houtstook. 6. De stadsdelen en het stadsgebied zullen nauwer worden betrokken bij de uitvoering van maatregel 2 (elektrisch barbecueën) Bij maatregel 2, die zich richt op het onderzoeken van de mogelijkheden omtrent de aanleg van stroompunten in parken en plantsoenen voor elektrisch barbecueën, hebben stadsdelen zowel enthousiasme als zorgen geuit. Zij wezen op mogelijke belemmeringen rond beheer, kosten en sociale veiligheid. Naar aanleiding hiervan is besloten de stadsdelen nauwer te betrekken bij de uitwerking en uitvoering van deze maatregel. Deze aanpassingen zijn verwerkt in het bijgaande Beleidskader Houtstook Amsterdam. Het college zal dit ter vaststelling aanbieden aan de gemeenteraad.

Beleidskader Houtstook Amsterdam – Nota van Beantwoording

32

Colofon Deze Nota van Beantwoording is een uitgave van de Gemeente Amsterdam. Ruimte en Duurzaamheid, Team Uitstootvrije Mobiliteit.

amsterdam.nl

ONT2025107

2025, Amsterdam

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15875755/1