CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van Beantwoording Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023).doc

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 1 februari 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023) (VN2022-041675)6.006 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Beantwoording adviezen stadsdelen en stadsgebied Weesp Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023)

Datum:

9 november 2022

1 Algemeen Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet (nu naar verwachting 1-7-2023) wijzigt de wettelijke grondslag voor onafhankelijke advisering over de kwaliteit van de gebouwde omgeving. De mogelijkheid voor het uitvoeren van ‘welstandstoezicht’ is tot nu toe verankerd in artikel 12 van de woningwet. Artikel 17.9 van de Omgevingswet verplicht gemeenten tot het instellen van een gemeentelijke adviescommissie. Deze adviseert in ieder geval over aanvragen voor de wijziging van een rijksmonument. In aanvulling daarop kan het aantal adviestaken worden uitgebreid met het oog op het bereiken van een goede omgevingskwaliteit en het in stand houden van erfgoed. In de Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023) wordt de in 2017 ingerichte taakstelling en samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in grote lijnen voortgezet. Dat kan omdat de verordening uit 2017 al anticipeerde op de inwerkingtreding van de Omgevingswet die in 2016 door de kamer was aangenomen. Naast de bestaande subcommissies voor de advisering op aanvragen voor een omgevingsvergunning, werd een subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (SIRK) ingericht, die, in de geest van de Omgevingswet, vroeg in het proces kan adviseren over plannen met ingrijpende gevolgen voor de fysieke leefomgeving.

De samenstelling is breder dan die van de andere subcommissies om een integrale afweging en advisering mogelijk te maken. In deze subcommissie zijn de disciplines stedenbouw, landschap, architectuur, openbare ruimte, erfgoed en monumenten vertegenwoordigd. In 2018 werd daar een adviseur ‘duurzaam bouwen’ aan toegevoegd. In 2021 zijn op verzoek van de gemeenteraad de vergaderingen openbaar geworden en worden ook de adviezen van de SIRK gepubliceerd. In de verordening Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023) wordt op basis van de ervaringen van de afgelopen vijf jaar een aantal (technische) wijzigingen voorgesteld. Deze hebben betrekking op de termijn van de benoeming, de onafhankelijkheid van de leden en de rol van ambtelijke en externe adviseurs van de commissie. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 12 juli 2022 ingestemd met de concept Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023) en het concept Reglement van Orde, behorend bij de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023). De raadscommissie RO is hiervan in de vergadering van 31 augustus 2022 op de hoogte gesteld middels een raadsinformatiebrief. Het college heeft op 12 juli 2022 tevens ingestemd met het vrijgeven voor advies voor het Dagelijks Bestuur van de bestuurscommissies van de stadsdelen en het stadsgebied Weesp.

Adviezen stadsdelen Het college heeft van alle DB’s van de stadsdelen en de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp een advies ontvangen. Doel van deze nota In deze Nota van Beantwoording Adviezen stadsdelen en stadsgebied Weesp geeft het college van burgemeester en wethouders een reactie op de binnengekomen adviezen. Conclusie De adviezen van de stadsdelen en het stadsgebied Weesp waren alle acht positief. Een aantal stadsdelen heeft in zijn advies aanbevelingen gedaan voor aanscherping van de verordening danwel het reglement van orde. Een deel daarvan is overgenomen en verwerkt. In deze nota van beantwoording wordt gemotiveerd waarom wijzigingen wel of niet zijn overgenomen.

2

2 Beantwoording advies stadsdelen en stadsgebied Weesp 2.1 Advies stadsdeel Oost (advies DB 20 september 2022) Advies stadsdeelcommissie: n.v.t. Finaal advies DB: Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost staat positief tegenover de Concept Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023) en het bijbehorende Concept Reglement van Orde (2023). Deze commissie vervangt de bestaande Commissie Ruimtelijke Kwaliteit per 1 januari 2023 vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zowel de nieuwe verordening als het nieuwe reglement zijn een continuering van de werkwijze die in 2017 is gestart. Het dagelijks bestuur van Oost onderschrijft de blijvende noodzaak van een commissie Ruimtelijke Kwaliteit/Omgevingskwaliteit. Het is belangrijk dat een onafhankelijke commissie vanuit een algemeen maatschappelijk belang kijkt naar de kwaliteit van de bouwplannen en wat betreft de kunst in de openbare ruimte naar een artistiek inhoudelijk belang. Aanwijzing monumenten Het dagelijks bestuur onderschrijft het voornemen om ambtelijke adviseurs buiten de Commissie Omgevingskwaliteit te laten, om dubbele-petten problematiek te vermijden. Het besluit of een object een monument moet worden of niet staat los van zijn omgeving.

Een object voldoet aan een of meer van de selectiecriteria (architectonische waarde, stedenbouwkundige waarde, cultuurhistorische waarde, gaafheid/herkenbaarheid, zeldzaamheid) of niet; waar het zich bevindt is voor aanwijzing niet van belang. Ambtenaren worden daarbij in de verordening nog wel voorzien van de mogelijkheid een toelichting te geven bij de behandeling van een plan. Kunst in de Openbare Ruimte De huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit heeft ook externe, door het college van B&W benoemde adviseurs voor Kunst in de Openbare Ruimte. In de verordening van 2023 vervalt de aparte adviseur voor Kunst in de Openbare ruimte. Deze taak wordt inmiddels waargenomen door het in 2019 ingestelde Stadscuratorium. Het is goed dat de dubbeling CRK/Stadscuratorium eruit gaat, maar vooralsnog zijn de taken en uitgangspunten niet dezelfde. Die van het Stadscuratorium zullen dus gelijktijdig moeten worden aangepast aan deze nieuwe realiteit: 1. Naar aanleiding van het onderhavig besluit zal het College m.b.t. het Stadscuratorium een nieuw besluit over een uitbreiding van de bevoegdheden moeten nemen, want tot nu toe was het advies van het Stadscuratorium niet verplicht en dat van de CRK wel in geval van de plaatsing van een permanent kunstwerk in de openbare ruimte. 2.

Ook moeten er termijnen worden vastgelegd waarbinnen het Stadscuratorium zijn advies moet uitbrengen (het Stadscuratorium is nu een stuk trager dan de CRK). 3. Ook is de integriteit van de advisering bij de huidige Stadscuratorium niet zo strak geregeld als bij de CRK, terwijl dit wel wenselijk is. Het is wenselijk dat de plannen waarbij een commissielid betrokken is, worden behandeld in afwezigheid van het bij het plan betrokken commissielid. Tot slot worden in de verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) op basis van de ervaringen van de afgelopen vijf jaar nog een aantal (technische) wijzigingen ten opzichte van de invulling van de huidige commissie Ruimtelijke Kwaliteit voorgesteld. Deze hebben betrekking op de termijn van de benoeming van de leden, de onafhankelijkheid van de leden en de rol van ambtelijke en externe

3

adviseurs van de commissie. De onderliggende beleidskaders waaraan toetsing plaatsvindt veranderen niet. Gelet op voorgaande is de impact op de taakuitvoering door de stadsdelen nihil. Stadsdeel Oost adviseert positief op de nieuwe verordening en bijbehorend reglement. 2.1.1 Reactie Het advies van stadsdeel Oost is positief en bevat drie aanbevelingen met betrekking tot de advisering over kunst in de openbare ruimte. Hieronder worden de drie punten van het stadsdeel beantwoord. Punt 1 Het Stadscuratorium neemt de adviesrol van de Commissie Omgevingskwaliteit (COK) niet over, maar die van de adviseur. Bij kunst in de openbare ruimte blijft de beoordeling in het kader van vergunningverlening dus bij de COK. Het Stadscuratorium beperkt zich tot het geven van een preadvies over de kunstwaarde van de aanvraag. Punt 2 Het bewaken van termijnen is een verantwoordelijkheid van het Stadscuratorium zelf, maar is zeker een punt van aandacht, dat zal worden opgepakt door middel van nadere werkafspraken tussen de commissie en het curatorium. Punt 3 De integriteit binnen het Stadscuratorium heeft geen betrekking op de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023). 2.1.2 Conclusie Het advies van het stadsdeel Oost leidt niet tot een wijziging van de verordening of het reglement van orde.

2.2 Advies stadsdeel Zuidoost (advies DB 4 oktober 2022) Advies stadsdeelcommissie: De stadsdeelcommissie heeft ingestemd met het advies van het dagelijks bestuur. Definitief advies DB: Het dagelijks bestuur onderschrijft in grote lijnen het belang van de voorgestelde taakstelling en samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zoals opgenomen in de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023). Het dagelijks bestuur adviseert het college van B&W daarnaast om: 1.

Naast de werkwijze waarbij ambtenaren op afroep gevraagd worden om zitting te nemen in commissievergaderingen standaard tenminste één ambtenaar bij de commissievergaderingen aan te laten sluiten. De concept verordening stelt dat er voldoende voeling gehouden moet worden met het werk van de ambtelijke diensten en hun expertise. Het dagelijks bestuur onderschrijft dit punt en adviseert - in plaats van de nu voorgestelde werkwijze waar ambtenaren desgevraagd aanschuiven - daarom standaard één ambtenaar met integrale kennis van zaken plaats te laten nemen in de commissievergadering om deze voeling te borgen in het kader van efficiënte informatieoverdracht en om daarnaast de werkwijze te hanteren waarbij ambtenaren gevraagd worden om zitting te nemen. 2. Een termijn van 4 jaar voor leden van de commissie te hanteren met een mogelijke verlenging van 2 jaar bij herbenoeming

4

De verordening stelt dat een termijn van leden van de commissie van drie jaar als kort wordt ervaren en in het geval van zes jaar bij herbenoeming wordt dit als lang ervaren. Daarom adviseert het dagelijks bestuur de periode bij aantreden te verlengen naar vier jaar conform de concept verordening en de termijn bij herbenoeming te verkorten naar twee jaar in tegenstelling tot de voorgestelde termijn van wederom vier jaar. 3. Het aantal aanwezigen bij het besluiten over uit te brengen adviezen te verhogen van 3 naar 7 leden. Het uitbrengen van adviezen van de commissie is een belangrijke taak met gevolgen voor besluitvorming. Daarom adviseert het dagelijks bestuur om het voorgestelde aantal leden waarbij een besloten wordt over een advies te verruimen van drie naar zeven leden gezien de omvang van de commissie van 20 leden. Het criterium voor adviezen omtrent rijksmonumenten waarbij minimaal twee leden met deskundigheid op het gebied van erfgoed en monumentenzorg aanwezig zijn blijft bestaan met verruiming dat minimaal zeven leden aanwezig zijn. 2.2.1 Reactie Het advies van stadsdeel Zuidoost is positief en bevat drie aanbevelingen met betrekking tot de verordening en het reglement van orde. Hieronder worden de drie punten van het stadsdeel beantwoord.

Punt 1 Over het algemeen zijn opgaves verdeeld over gebiedsteams en heeft iedereen een eigen expertise, de kennis is, ook per stadsdeel, niet te verenigen in één persoon/ambtenaar met integrale kennis. De complexiteit van het werk en de uitgebreide adviestaak van de commissie maken dat wisselende expertises nodig zijn om de commissie van een ambtelijk preadvies te voorzien. De werkwijze waarbij betrokken ambtenaren de mogelijkheid hebben om in de vergadering het proces en de randvoorwaarden toe te lichten wordt dan ook gecontinueerd. Punt 2 Het voorstel om de tweede benoemingstermijn te halveren van vier naar twee jaar zou betekenen dat voor de tweede helft van de termijn van zittende leden er geen plaatsvervanger (in geval van ziekte of verhindering) meer beschikbaar is. Dat is vanwege de continuïteit in advisering en vergunningverlening niet wenselijk. Punt 3 Het advies om het aantal aanwezigen bij het uitbrengen van een advies te verhogen van minimaal drie naar zeven leden gaat uit van de veronderstelling dat vergaderd wordt met 20 leden. Dat is niet juist. De Commissie Omgevingskwaliteit is net als de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit verdeeld in gebiedsgerichte en taakgerichte subcommissies. Deze bestaan uit vier leden. Bij minimale aanwezigheid van drie leden is er dus maar één afwezige.

2.2.2 Conclusie Het advies van het stadsdeel Zuid0ost leidt niet tot een wijziging van de verordening of het reglement van orde.

2.3 Advies stadsdeel Zuid (advies DB 30 augustus 2022) Advies stadsdeelcommissie: De fractie D66 van de stadsdeelcommissie Zuid heeft op 22 september 2022 een advies uitgebracht: De D66-fractie steunt het conceptadvies van het dagelijks bestuur. Wij zijn blij te lezen dat het voorstel van het college mede inhoudt dat de onafhankelijkheid van de Commissie Omgevingskwaliteit beter gewaarborgd zal worden. Wij ondersteunen het advies van het dagelijks bestuur om verkeer en vervoer toe te voegen als een van de onderwerpen waarop de Commissie Omgevingskwaliteit kan worden

5

geadviseerd; dat is het ontbrekende puzzelstukje bij het beoordelen van de kwaliteit van de ruimtelijke omgeving. Wij ondersteunen ook het advies van het dagelijks bestuur om de positie van de stadsdelen beter te borgen. Het gaat dan om de rol van de stadsdeelambtenaren en de mogelijkheid voor stadsdeelbestuurders om zich te laten adviseren. Het dagelijks bestuur adviseert om het jaarverslag van de Commissie Omgevingskwaliteit ook aan het College en het dagelijks bestuur te laten toekomen; wij adviseren om daar de stadsdeelcommissies aan toe te voegen. Dat lijkt logisch omdat ook de Gemeenteraad het jaarverslag krijgt. Wij adviseren het dagelijks bestuur om bij de bullets in het conceptadvies onderscheid te maken in inhoudelijke en redactionele punten. Zo lijkt het punt rond de Wet Open Overheid een redactioneel punt dat niet als eerste genoemd zou moeten worden.

Definitief advies DB: De overgang van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit naar de Commissie Omgevingskwaliteit in het licht van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 is een noodzakelijke en logische nieuwe stap. Deze commissie wordt centraal stedelijk ingesteld. Middels de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt de taakstelling van de in 2017 ingerichte Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in grote lijnen voortgezet. Het dagelijks bestuur van Zuid onderschrijft de blijvende noodzaak van een commissie Ruimtelijke Kwaliteit/Omgevingskwaliteit. Het is belangrijk dat een onafhankelijke commissie vanuit een algemeen maatschappelijk belang kijkt naar de kwaliteit van de bouwplannen. In de verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt op basis van de ervaringen van de afgelopen vijf jaar een aantal (technische) wijzigingen voorgesteld. Deze hebben betrekking op de termijn van de benoeming, de onafhankelijkheid van de leden en de rol van ambtelijke en externe adviseurs van de commissie. De onderliggende beleidskaders waaraan toetsing plaatsvindt veranderen niet. Gelet op voorgaande is de impact op de taakuitvoering door de stadsdelen nihil. Stadsdeel Zuid adviseert positief op de nieuwe verordening en bijbehorend reglement. We willen het volgende inhoudelijk advies geven: 1.

We adviseren om een tekst op te nemen over de (externe) advisering op verkeer en vervoer, een expertise die niet opgenomen is in artikel 4 van de verordening of in artikel 2.1.3 van het reglement. We vragen u om aan te geven dat waar nodig deze expertise zal worden geraadpleegd. Hierbij kan expliciet worden gekeken naar de effecten van de keuzes op het gebied van verkeer en vervoer op de andere elementen van de fysieke leefomgeving én andersom naar de effecten van ruimtelijke keuzes op het functioneren van de verkeers- en vervoersinfrastructuur voor de verschillende vervoersmodaliteiten (lopen, (e-)fietsen, snorfietsen, bromfietsen, (e-)auto’ s, openbaar vervoer, vrachtauto’s, bestelauto’s, etc.) en voor het functioneren en de leefbaarheid van de stad. 2. De ambtenaren van de stadsdelen krijgen in de verordening en in het reglement enkel een eventuele rol bij de aanwijzing van monumenten. We adviseren u om het in de verordening en in het reglement mogelijk te maken dat naast de adviseurs van de directies ook een adviseur van het stadsdeel in alle commissies inlichtingen, een toelichting of een advies kan geven. Dit omdat juist bij de stadsdelen gebiedsgerichte kennis aanwezig is. We adviseren om in ieder geval in artikel 10, lid1 de zin toe te voegen: “en in voorkomende gevallen van een van de stadsdeelorganisaties” en om dit ook in het reglement te benoemen. 3.

We adviseren om in de toelichting in te gaan op het door de commissie adviseren van de bestuurders van de stadsdelen, zij verlenen in mandaat een groot deel van de omgevingsvergunningen in de stad en organiseren veelal de participatie bij en het opstellen van omgevingsplannen.

6

4.

5.

We adviseren u om in het reglement en de verordening ook aan te geven dat het jaarverslag naast aan de gemeenteraad ook wordt aangeboden aan het college en aan de bestuurders van de stadsdelen en het stadsgebied Weesp en aan de stadsdeelcommissies. We vragen u om te controleren of de verordening en het reglement zijn aangepast aan de WOO (Wet Open Overheid). Bijvoorbeeld hoe de tekst over de openbaarheid van de vergadering (met de beoordeling, adviezen en beraadslagingen zoals opgenomen in artikel 8.1 van de verordening) zich verhoudt tot de teksten in het reglement, bijvoorbeeld in artikel 2.4 (geheimhouding). In het reglement lijkt de in de verordening benoemde openbaarheid beperkt te worden.

2.3.1 Reactie Het advies van stadsdeel Zuid is positief en bevat vijf aanbevelingen met betrekking tot de verordening en het reglement van orde. Hieronder worden de vijf punten van het stadsdeel beantwoord. Punt 1 Het advies om een ambtelijke of externe adviseur infrastructuur en verkeer aan de commissie te verbinden wordt overgenomen. Aan de directie V&OR zal gevraagd worden een adviseur aan te wijzen die kan voorzien in de gewenste deskundigheid. Bij de selectie van leden van de subcommissie Integrale Omgevingsgkwaliteit zal worden meegenomen dat de expertise infrastructuur in relatie tot ruimtelijke ontwikkeling en stedenbouw voldoende is geborgd. Punt 2 In de huidige commisie Ruimtelijke Kwaliteit wordt veelvuldig gebruik gemaakt van expertise van ambtenaren van de stadsdelen. Dit wordt in de werkwijze van de Commissie Omgevingskwaliteit gecontinueerd. Deze werkwijze zal in de verordening en het reglement van orde nader worden benoemd. Punt 3 In de tekst van de verordening wordt alleen het college van burgemeesters en wethouders genoemd als bevoegd gezag. Dat is omdat het mandaat aan de DB’s van de stadselen is geregeld in een mandaatbesluit dat in juridische zin los staat van de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023).

In de toelichting zal daarom worden opgenomen dat de Commissie Omgevingskwaliteit adviseert aan het college en ieder ander door het college aangewezen bevoegd gezag, zoals de Omgevingsdienst de DB’s van de stasdelen en van het stadsgebied Weesp. Punt 4 In het verlengde van bovenstaande (punt 3) zal het jaarverslag van de Commissie Omgevingskwaliteit worden gedeeld met het college en met de DB’s en adviescommissies van de stadsdelen en van het stadsgebied Weesp. Dit zal worden opgenomen in het reglement van orde. Punt 5 De vraag om te controleren of de verordening en het reglement van orde zijn aangepast aan de Wet open overheid is ter harte genomen. De artikelen die betrekking hebben op openbaarheid en geheimhouding in beide stukken zijn daarop aangepast. 2.3.2 Conclusie Het advies van het stadsdeel Zuid leidt tot de volgende aanpassingen/verduidelijkingen van de verordening en van het reglement van orde: - Het advies om een ambtelijke of externe adviseur infrastructuur en verkeer aan de commissie te verbinden is verwerkt in artikel 2.8 van het reglement van orde. - Het advies om op te nemen dat ambtenaren van stadsdelen inlichtingen of een toelichting kunnen geven bij de advisering van de commissie is verwerkt in de toelichting op artikel 10.1 van de verordening en in artikel 2.8 van het reglement van orde.

- Het advies om in de verordening op te nemen dat de commissie adviseert aan het college en ieder ander door het college aangewezen bevoegd gezag, zoals de Omgevingsdienst, DB’s van de 7

-

-

stadsdelen en van het stadsgebied Weesp is opgenomen in de toelichting op artikel 2 van de verordening. Het advies om het jaarverslag van de commissie actief te delen met het college, de DB’s en de adviescommissies van de stadsdelen en van stadsgebied Weesp is verwerkt in artikel 3.1 van het reglement van orde. Het advies om de tekst van de verordening en het reglement van orde in overeenstemming te brengen met de inhoud van de Wet open overheid heeft geleid tot een aanpassing van artikel 8.1 van de verordening en artikel 2.4 van het reglement van orde.

2.4 Advies stadsdeel Centrum (advies DB 12 september 2022) Advies stadsdeelcommissie: Vanwege de technische aard van de voorgestelde wijzigingen heeft de agendacommissie afgezien van de mogelijkheid om het (concept) advies van het dagelijks bestuur te bespreken in haar commissievergadering. Het concept advies is ter kennis name naar de stadsdeelcommissie gestuurd. Definitief advies DB: Het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum staat positief tegenover de Concept Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023) en het bijbehorende Concept Reglement van Orde (2023) en kan zich vinden in de wijzigingen die worden voorgesteld ten opzichte van de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. In artikel 2.8, lid2 van het Reglement van orde is opgenomen dat de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam zich bij haar advisering kan laten bijstaan door ambtelijke adviseurs (Monumenten en Archeologie, Ruimte en Duurzaamheid, Grond en Ontwikkeling, Verkeer en Openbare Ruimte). Graag de mogelijkheid opnemen dat ook ambtelijke adviseurs van stadsdelen de commissie kunnen bijstaan bij advisering. 2.4.1 Reactie In de huidige commisie Ruimtelijke Kwaliteit wordt veelvuldig gebruik gemaakt van expertise van ambtenaren van de stadsdelen. Dit wordt in de werkwijze van de Commissie Omgevingskwaliteit gecontinueerd.

Deze werkwijze zal in de verordening en het reglement van orde nader worden benoemd. 2.4.1 Conclusie Het advies van het stadsdeel Centrum leidt tot de volgende aanpassing/verduidelijking van de verordening en van het reglement van orde, namelijk: - Het advies om op te nemen dat ambtenaren van stadsdelen inlichtingen of een toelichting kunnen geven bij de advisering van de commissie is verwerkt in de toelichting op artikel 10.1 van de verordening en in artikel 2.8 van het reglement van orde.

2.5 Advies Stadsgebied Weesp (advies DB 13 sepember 2022) Advies stadsdeelcommissie: n.v.t. Definitief advies DB: De overgang van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit naar de Commissie Omgevingskwaliteit in het licht van de inwerkingtreding van de Omgevingswet per 1 januari 2023 is een noodzakelijke en logische nieuwe stap. Deze commissie wordt centraal stedelijk ingesteld. 8

Middels de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt de taakstelling van de in 2017 ingerichte Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in grote lijnen voortgezet. De bestuurscommissie van stadsgebied Weesp onderschrijft de blijvende noodzaak van een commissie Ruimtelijke Kwaliteit/ Omgevingskwaliteit. Het is belangrijk dat een onafhankelijke commissie vanuit een algemeen maatschappelijk belang kijkt naar de kwaliteit van de bouwplannen. In de verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt op basis van de ervaringen van de afgelopen vijf jaar een aantal (technische) wijzigingen ten opzichte van de invulling van de huidige Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voorgesteld. Deze hebben betrekking op de termijn van de benoeming van de leden, de onafhankelijkheid van de leden en de rol van ambtelijke en externe adviseurs van de commissie. De bestuurscommissie van stadsgebied Weesp kan instemmen met deze technische en procedurele wijzigingen. 2.5.1 Reactie Het advies van stadsgebied Weesp is positief en bevat geen aanbevelingen met betrekking tot de verordening en het reglement van orde. 2.5.2 Conclusie Het advies van het stadsgebied Weesp leidt niet tot een wijziging van de verordening of het reglement van orde.

2.6 Advies Stadsdeel Noord (advies DB 4 oktober 2022) Advies stadsdeelcommissie: De commissie heeft kennis genomen van de Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit en het concept advies van het DB. De commissie onderstreept het advies van het DB dat er aandacht wordt gevraagd voor de adviesrol die de commissie Omgevingskwaliteit zou kunnen spelen bij te maken keuze over de kwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling in Noord. Er wordt in Noord een nieuwe stad in een bestaande stad verder gebouwd en daarbij moet niet alleen gelet worden op de nieuwbouw, maar ook naar de samenhang met bestaande wijken in Noord. Het benoemen van adviseurs van de stadsdelen in artikel 2.8, tweede lid) is daarbij een goede suggestie. Daarbij willen wij nog meegeven aan het DB om dit ook verder te organiseren, wanneer dit nog niet gedaan is en dit ook expliciet naar buiten toe te benoemen. Bekijk daarom goed of in de subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (de Integrale commissie) dit voldoende geborgd is. Wij zien alleen de volgende disciplines in de Integrale commissie: stedenbouw, landschap, architectuur, openbare ruimte, erfgoed, monumenten en duurzaam bouwen (de laatste is toegevoegd in 2018). Denk hierbij bijvoorbeeld aan een discipline ‘kwalitatieve samenleving’. En zorg dat de adviseurs uit de stadsdelen hierbij aansluiten.

Verder vraagt de commissie aan het DB om het jaarverslag van de commissie Omgevingskwaliteit met ons ieder jaar actief te delen.

Definitief advies DB: Stadsdeel Noord heeft kennisgenomen van de adviesstukken over verordening op de Commissie Omgevings-kwaliteit en bijbehorend conceptreglement van orde en geven u daar de volgende opmerkingen over mee.

9

Wij kunnen ons goed voorstellen dat de bestaande verordening met de invoering van de Omgevingswet per 1 januari 2023 in zicht, moet worden aangepast. In de nieuwe verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt op basis van de ervaringen van de afgelopen vijf jaar een aantal (technische) wijzigingen voorgesteld. Deze hebben betrekking op de termijn van de benoeming, de onafhankelijkheid van de leden en de rol van ambtelijke en externe adviseurs van de commissie. De onderliggende beleidskaders waaraan toetsing plaatsvindt veranderen niet. De impact op de VTHtaakuitvoering door de stadsdelen lijkt ons nihil. Uit de raadinformatiebrief begrijpen wij dat de bezetting van de Commissie en haar subcommissies overwegend zal bestaan uit extern deskundigen, mede vanwege de overal in de stad ingestelde ambtelijke integrale adviestafels. Zo blijven de onderscheiden rollen bij advisering over ruimtelijke ontwikkeling in de stad helder en is een onafhankelijk advies over ruimtelijke kwaliteit gewaarborgd, is de gedachte. Maar wij vinden het daarbij wel van belang dat de rollen van de COK en de integrale adviestafels goed op elkaar aansluiten.

Dat lijkt wel het geval voor Stedenbouw op de schaal voor een project, maar niet voor: - de voor Noord zo belangrijke ‘Landschap’/groenstructuren binnen en buiten de ring / op projectschaal of op de schaal van Noord (kernopgaven Integrale Landschapskaart Noord); - de integrale, project overstijgende ruimtelijke opgaven/structuren (conform Integrale Opgavenkaart Noord en de daaraan ten grondslag liggende Kansen-en-verbindingen-atlas). 1.

Het lijkt dus op zichzelf prima dat externen zitting nemen met oog op onafhankelijk advies. Zij zullen echter niet met dezelfde, op gebiedskennis gebaseerde focus werken die bestuur en ambtelijke organisatie steeds voor ogen hebben bij het vormgeven aan de complexe Noordse opgave. In de meegestuurde stukken wordt gesproken over “Ambtelijke adviseurs van de commissie”. Het zou daarom wat ons betreft goed zijn als ambtelijk specialisten die hieraan werken, zonder iets af te doen aan het onafhankelijk advies, deze focus blijven inbrengen. Zowel de nieuwe verordening als het nieuwe reglement zijn een continuering van de werkwijze die in 2017 is gestart. In de nieuwe verordening en het bijbehorend reglement wordt onder meer voorzien in een subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit. Zo kunnen stad en stadsdelen werken aan de beoogde integraliteit van de Omgevingswet en invulling geven aan gebiedsgericht- en opgavegericht werken in Amsterdam. Om gebiedsgerichte kennis te kunnen inbrengen bij de aanwijzing van monumenten vraagt Stadsdeel Noord om ook te voorzien in de mogelijkheid tot het geven van inlichtingen, toelichting en advies door een adviseur van het stadsdeel. Benoem adviseurs van de stadsdelen ook in de opsomming met adviseurs (artikel 2.8, tweede lid).

2. Onafhankelijke en deskundige advisering vinden wij ook belangrijk omdat de Omgevingswet veel ruimte laat aan particulier initiatief bij de stedelijke ontwikkeling. De wet sluit daarmee aan op een belangrijke trend in de samenleving in de afgelopen tien jaar. En dat is goed, maar het betekent wel dat de gemeente alle initiatieven, ontwikkelingen en ruimteclaims moet kunnen wegen tegen de achtergrond van de totale, kwalitatieve ontwikkeling van de stad en dat zij zich daar door extern- en intern deskundigen over kan laten adviseren. Dat is zeker van belang in stadsdeel Noord, waar de impact van de ruimtelijke ontwikkeling enorm is, zowel in de transformatiegebieden als op de bestaande wijken. Dat vraagt wat ons betreft dan ook om een stevige regie op ruimtelijke kwaliteit in delen van de stad die zich snel ontwikkelen. In het vorige coalitieakkoord 18_22 was het volgende voornemen opgenomen: “Om in nieuwe buurten te zorgen voor een goede samenhang tussen bouwkwaliteit, leefbaarheid, openbare ruimte en sociale voorzieningen, vervult een stadsbouwmeester een coördinerende rol.” 3. Een stadsbouwmeester is er niet gekomen. Aan het voornemen is invulling gegeven door de toen net geïnstalleerde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, die nu wordt herdoopt tot Commissie 10

Omgevingskwaliteit. Wij krijgen uit de jaarverslagen van deze commissie en haar subcommissies de indruk dat zij adviseert over een selectie van afzonderlijke projecten, maar vrij weinig over stedelijke verdichting in de context van de bestaande stad. Ons advies is daarom dat de Commissie Omgevingskwaliteit (en met name de Subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit, SOK) in sterk ontwikkelende delen van de stad nadrukkelijker, zichtbaarder en meer systematisch deze adviesrol op zich neemt. Dit in de geest van de passage uit het vorige coalitieakkoord over instelling van een coördinerende stadsbouwmeester. Of ook: in de geest van de vroegere Amsterdamse Raad voor de Stadsontwikkeling. 4. Wij vragen aandacht voor de adviesrol die de Commissie Omgevingskwaliteit zou kunnen spelen bij te maken keuzes over de kwaliteit van de ruimtelijke ontwikkeling in Noord. Een Integrale Ruimtelijke Opgavekaart Noord (2021) helpt bij het in beeld brengen van ruimteclaims die samenhangen met de stedelijke ontwikkeling van Noord. Maar wij zoeken in aanvulling daarop naar onafhankelijk advies over te maken bestuurlijke keuzes over ‘samenhang tussen bouwkwaliteit, leefbaarheid, openbare ruimte en sociale voorzieningen’. Het gaat hierbij dus niet alleen om de kwaliteit van op zichzelf staande nieuwbouw, maar vooral ook in relatie tot de kwaliteit van bestaande wijken.

De Omgevingswet, de Omgevingsvisie Amsterdam en ook het MRA Verstedelijkingsconcept benadrukken zo’n integrale benadering van verstedelijking, met oog voor kwaliteit, menselijke maat en kansen voor iedereen. Wij adviseren daarom om dit goed te borgen in de expertise binnen de Subcommissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit (SIRK). Wij zien alleen de volgende disciplines in de subcommissie: stedenbouw, landschap, architectuur, openbare ruimte, erfgoed, monumenten en duurzaam bouwen. Het zou goed zijn als de subcommissie, loskomend van deze vakdisciplines, een brede integrale blik stimuleert door toevoeging van een discipline ‘kwalitatieve leefomgeving’. En zorg dat de adviseurs uit de stadsdelen hierbij aansluiten. Kern van ons advies is dat de hierboven aangegeven adviesrol over de gebouwde omgeving in bredere stedelijke context, duidelijk wordt benoemd in de Verordening. Daarbij gebruikmakend van de gebiedsgerichte kennis van adviseurs van de stadsdelen. Dit door benoeming van adviseurs van de stadsdelen op te nemen in de opsomming met adviseurs (artikel 2.8, tweede lid). 2.6.1 Reactie Het advies van stadsdeel Noord is positief en bevat vier aanbevelingen met betrekking tot de verordening en het reglement van orde. Hieronder worden de vier punten van het stadsdeel beantwoord.

Punt 1 In de huidige commisie Ruimtelijke Kwaliteit wordt veelvuldig gebruik gemaakt van expertise van ambtenaren van de stadsdelen. Dit wordt in de werkwijze van de Commissie Omgevingskwaliteit gecontinueerd. Deze werkwijze zal in de verordening en het reglement van orde nader worden benoemd. Punt 2 en 3 Het advies om de Commissie Omgevingskwaliteit (en met name de subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit, in sterk ontwikkelende delen van de stad nadrukkelijker, zichtbaarder en meer systematisch een adviesrol te laten nemen wordt onderschreven. Deze mogelijkheid tot brede advisering (gevraagd/ ongevraagd) is al voldoende geborgd in de voorliggende Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023). Welke ruimtelijke ontwikkelingen in welk stadium worden voorgelegd moet in een nadere uitwerking op basis van ervaringen van de afgelopen jaren worden geregeld. Daarbij wordt opgemerkt dat het de DB’s van de stadsdelen vrij staat om de subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit in ieder stadium van ruimtelijke planvorming om advies te vragen. Punt 4 Het streven naar een goede omgevingskwaliteit (‘kwalitatieve leefomgeving’) is een van de kernbegrippen uit de Omgevingswet en hangt als overkoepelend thema boven de COK als geheel. De

11

commissie heeft daarbij een open oog voor de sociaal-maatschappelijke kant van haar advieswerk,maar beperkt zich bewust tot de fysieke, tastbare gevolgen van ruimtelijke ingrepen. De adviseurs uit de stadsdelen hebben de mogelijkheid hierbij hun kennis in te brengen. Zij worden in de opsomming van adviseurs van de commissie (artikel 2.8) op advies van meerdere stadsdelen opgenomen. 2.6.2 Conclusie Het advies van het stadsdeel Noord leidt tot de volgende aanpassing/verduidelijking van de verordening en van het reglement van orde, namelijk: - Het advies om op te nemen dat ambtenaren van stadsdelen inlichtingen of een toelichting kunnen geven bij de advisering van de commissie is verwerkt in de toelichting op artikel 10.1 van de verordening en in artikel 2.8 van het reglement van orde.

2.7 Advies stadsdeel West (advies DB 4 oktober 2022) Advies stadsdeelcommissie: De stadsdeelcommissie heeft unaniem ingestemd met het advies van het DB. Definitief advies DB: De nieuwe verordening voorziet in voortzetting van de huidige werkwijze van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit onder de Omgevingswet. Het dagelijks bestuur adviseert daarom positief op de Concept Verordening Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023). 2.7.1 Reactie Het advies van stadsdeel West is positief en bevat geen aanbevelingen met betrekking tot de verordening en het reglement van orde. 2.7.2 Conclusie Het advies van het stadsdeel West leidt niet tot een wijziging van de verordening of van het reglement van orde.

2.8 Advies stadsdeel Nieuw West (advies DB 4 oktober 2022) Advies stadsdeelcommissie: n.v.t. Definitief advies DB: Het dagelijks bestuur van stadsdeel Nieuw West staat positief tegenover de Concept Verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit Amsterdam (2023) en het bijbehorende Concept Reglement van Orde (2023). Deze commissie vervangt de bestaande Commissie Ruimtelijke Kwaliteit per 1 januari 2023 vanwege de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Zowel de nieuwe verordening als het nieuwe reglement zijn een continuering van de werkwijze die in 2017 is gestart. In de nieuwe verordening en het bijbehorend reglement wordt onder meer voorzien in een subcommissie Integrale Omgevingskwaliteit. Zo kunnen stad en stadsdelen werken aan de beoogde integraliteit van de Omgevingswet en invulling geven aan gebiedsgericht- en opgavegericht werken in Amsterdam. Om gebiedsgerichte kennis te kunnen inbrengen bij de aanwijzing van monumenten wordt verzocht om ook te voorzien in de mogelijkheid tot het geven van inlichtingen, toelichting en advies door een adviseur van het stadsdeel. Benoem adviseurs van de stadsdelen ook in de opsomming met adviseurs (artikel 2.8, tweede lid).

12

In de verordening op de Commissie Omgevingskwaliteit (2023) wordt op basis van de ervaringen van de afgelopen vijf jaar een aantal (technische) wijzigingen voorgesteld. Deze hebben betrekking op de termijn van de benoeming, de onafhankelijkheid van de leden en de rol van ambtelijke en externe adviseurs van de commissie. De onderliggende beleidskaders waaraan toetsing plaatsvindt veranderen niet. Gelet op voorgaande is de impact op de VTH-taakuitvoering door de stadsdelen nihil. Stadsdeel NieuwWest adviseert positief op de nieuwe verordening en bijbehorend reglement. 2.8.1 Reactie Het advies van stadsdeel Nieuw West is positief en bevat de aanbeveling om in de opsomming van adviseurs ook ambtelijk adviseurs van de stadsdelen en van het stadsgebied Weesp op te nemen. 2.8.2 Conclusie Het advies van het stadsdeel Nieuw West leidt tot de volgende aanpassing/verduidelijking van de verordening en het reglement van orde, namelijk: - Het advies om op te nemen dat ambtenaren van stadsdelen inlichtingen of een toelichting kunnen geven bij de advisering van de commissie is verwerkt in de toelichting op artikel 10.1 van de verordening en in artikel 2.8 van het reglement van orde.

3 Conclusie: wijzigingen naar aanleiding van adviezen stadsdelen en stadsgebied Weesp Naar aanleiding van de adviezen van de stadsdelen en stadsgebied Weesp worden in de verordening respectievelijk het reglement van orde de volgende aanpassingen gedaan: -

-

-

-

Het advies van stadsdelen Zuid, Centrum, Noord en Nieuw-West om op te nemen dat ambtenaren van stadsdelen inlichtingen of een toelichting kunnen geven bij de advisering van de commissie is verwerkt in de toelichting op artikel 10.1 van de verordening en in artikel 2.8 van het reglement van orde. Het advies van stadsdeel Zuid om een ambtelijke of externe adviseur infrastructuur en verkeer aan de commissie te verbinden is verwerkt in artikel 2.8 van het reglement van orde. Het advies van stadsdeel Zuid om in de verordening op te nemen dat de commissie adviseert aan het college en ieder ander door het college aangewezen bevoegd gezag, zoals de Omgevingsdienst, DB’s van de stadsdelen en de bestuurscommissie van het stadsgebied Weesp is opgenomen in de toelichting op artikel 2 van de verordening. Het advies van stadsdeel Zuid om het jaarverslag van de commissie actief te delen met het college, de DB’s en de bestuurscommissies van de stadsdelen en van stadsgebied Weesp is verwerkt in artikel 3.1 van het reglement van orde. Het advies van stadseel Zuid om de tekst van de verordening en het reglement van orde in overeenstemming te brengen met de inhoud van de Wet open overheid heeft geleid tot een aanpassing van artikel 8.1 van de verordening en artikel 2.4 van het reglement van orde.

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12323307/1