3. Nota van beantwoording Huisvestingsverordening per 2022.pdf
Tekst van het document
Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022 Nota van beantwoording inspraakreacties
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
Inhoudsopgave 1.
Inleiding
2. Woonruimteverdeling in de Huisvestingsverordening 2.1 Coöptatieruimte voor woongemeenschappen 2.1.1 Positieve reacties 2.1.2 Inkomenseis belemmert doorstroming 2.1.3 Invloed woongemeenschappen op uitzondering van de huisvestingsvergunningsplicht 2.1.4 Openbaarheid bijlage bij de Huisvestingsverordening 2.1.5 Keuze uitzonderen van woongemeenschap overlaten aan gemeente 2.2 Voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen 2.2.1 Beperking van de voorrang tot de inwoners van één stadsdeel 2.2.2 Vraag naar lijst met aangewezen projecten 2.2.3 Geen geautomatiseerde werking van de regeling in WoningNet 2.2.4 Delen van kosten bij invoeren van de regeling 2.2.5 Positieve reacties en het brede belang van voorrang 2.2.6 Uitbreiding voorrang naar volgende verhuringen, huurwoningen in de vrije sector en koopwoningen 2.2.7 Benadrukken van belang van gelijke huren 2.2.8 Regeling moet ook gelden voor (schoolgaande) kinderen 2.2.9 Kritiek op de belemmering van de sociale mobiliteit en dynamiek 2.2.10 Woning vinden bij scheiding 2.2.11 Kritiek op gebrek aan transparantie van de regeling en de kleine kans om van de regeling gebruik te maken vanwege beperkende voorwaarden 2.2.12 Goede afstemming met de eigenaar van het complex 2.2.13 Afwezigheid van huurders die voldoen aan de bindingseis 2.2.14 Controleren bindingseis
door verhuurders
4 5 5 6 7 7 8 8
8 9 9 9 10 10 10 11 11 11 12 12 13 13 13
2.3 Wijzigingen voorrangsregeling maatschappelijke beroepsgroepen 14 2.3.1 Positieve reacties, de regeling is nodig 14 2.3.2 Voorstel voor regeling zodat beroepsgroepen buiten de stad gaan wonen 14 2.3.3 Oproep om het tekort aan betaalbare woningen op de woningmarkt tegen te gaan omdat dat het onderliggende probleem is. Bijvoorbeeld door het beperken van de vrije sector verhuur 15 2.3.4 Voorstel om de woning conditioneel aan te bieden zolang het beroep wordt uitgeoefend 15 2.3.5 Negatieve reacties, discriminatie ten op zichtte van andere groepen woningzoekenden 15 2.3.6 Suggestie van het huisvesten van de doelgroep door huiseigenaren 15 2.3.7 Meer bekendheid van de regeling 16 2.3.8 Knelpunt dat werknemers te weinig verdienen voor middeldure huur 16 2.3.9 Positieve reactie op het voorstel om doorstromers uit de sociale sector toe te voegen als voorrangscategorie voor het middeldure woningaanbod met een suggestie voor de uitvoering 16
2
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.4 Wijzigingen toewijzing rolstoelwoningen 2.4.1 Rekening houden met tijdspad voor aanpassingen in WoningNet 2.4.2 Kritiek op het verlenen van voorrang aan gezinnen met een of twee kinderen op rolstoelwoningen met drie kamers 2.4.3 Focus op het realiseren van meer rolstoelwoningen in de nieuwbouw en het beschermen van de bestaande voorraad 2.4.4 Er moet ruimte zijn voor maatwerk
17 17
2.5 Wijzigingen toewijzing standplaatsen voor woonwagens 2.5.1 Verschil in behandeling voormalige woonwagenbewoners en andere voormalige bewoners in Amsterdam 2.5.2 Regeling komt niet overeen met stadsdeelvoorrang
19
2.6 Overige zienswijzen woonruimteverdeling 2.6.1 Kritiek op de verkoop van sociale huurwoningen 2.6.2 Verzoek de voorrangsregeling Van Hoog naar Laag ook open te stellen voor particuliere huurders
20 20
3. Woonruimtevoorraad in de Huisvestingsverordening 3.1 Verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur van woningen 3.1.1 Inspraak (algemeen) 3.1.2 Inspraakreactie Amsterdam Gastvrij (AGV) 3.1.3 Inspraakreactie Airbnb 3.1.4 Toeristische verhuur en wettelijke juistheid 3.1.5 Maatregelen platforms toeristische verhuur
18 18
19 19
20 21 21 22 22 24 26 26
3.2 Invoeren vrijstelling woningvormen van kamers 3.2.1 Inspraakreacties 3.2.2 Overige inspraakreacties ten aanzien van woningvormen: behoud woningkwaliteit
26 27 28
3.3 Bevoegdheid tot het maken van uitzonderingen vergunningplicht
28
3.4 Overige zienswijzen woonruimtevoorraad 3.4.1 Kamerverhuur 3.4.2 Erfpacht en verhuur 3.4.3 Opkoopbescherming
28 29 29 29
4. Bijlage 1: overzicht inspraakreacties
3
18
30
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
1. Inleiding Het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) heeft op 31 mei 2021 wijzigingen in de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (hierna: Huisvestingsverordening) vrijgegeven voor inspraak. De Huisvestingsverordening bevat regels over alle Amsterdamse woningen. Deze verordening beschermt de woningvoorraad en de leefbaarheid in de Amsterdamse buurten. Daarnaast zorgt deze verordening voor een eerlijke verdeling en toewijzing van sociale en middeldure huurwoningen. Elk jaar wordt de Huisvestingsverordening gewijzigd op bepaalde onderdelen. De wijzigingen in de Huisvestingsverordening van dit jaar betreffen onder andere verplichtingen voor platforms voor toeristische verhuur van woningen, stadsdeelvoorrang op nieuwbouwcomplexen, wijzigingen in de toewijzing voor woonwagens en coöptatieruimte voor woongemeenschappen. De inspraakperiode liep van 31 mei tot en met 11 juli 2021. Het college heeft 71 inspraakreacties ontvangen. Hiervan zijn 59 reacties afkomstig van individuen en 12 van organisaties en belangengroepen. Dit zijn: de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC), Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed (IVBN), Huurders Netwerk Amsterdam, Federatie Amsterdamse Huurderskoepel, Stichting Betaalbare Woonstad Amsterdam, Amsterdam Gastvrij en Airbnb.
Sommige reacties zien op meerdere onderwerpen en kunnen daarom hieronder dubbel worden geteld. De meeste zienswijzen zijn gegeven op de voorstellen voor stadsdeelvoorrang op nieuwbouwcomplexen. Hierop zijn 25 reacties ontvangen. De overgrote meerderheid van deze zienswijzen is positief over het voorstel, maar tegelijkertijd zetten insprekers kritische kanttekeningen bij onder andere de betaalbaarheid en beschikbaarheid van woningen in het eigen stadsdeel. Op de voorstellen ten aanzien van platforms toeristisch verhuur en verhuurverbod zijn veertien reacties binnengekomen en op het voorstel coöptatieruimte woongemeenschappen negentien. Daarnaast zijn op het voorstel voorrang voor politie negen reacties binnengekomen, op het voorstel toewijzing rolstoelwoningen twee reacties en op het voorstel toewijzing standplaatsen woonwagens twee. Ook zijn er zes reacties gekomen op het onderwerp woningvorming. Tot slot zijn er zeven reacties binnengekomen die niet direct zien op de voorstellen voor dit jaar, maar wel zien op onderwerpen uit de Huisvestingsverordening. Bijlage 1 bevat een overzicht van de binnengekomen inspraakreacties. Het college geeft in deze Nota van beantwoording aan hoe de inspraakreacties zijn betrokken bij het definitieve voorstel zoals het college dat ter besluitvorming aan de gemeenteraad voorlegt.
4
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2. Woonruimteverdeling in de Huisvestingsverordening In totaal zijn er 59 inspraakreacties binnengekomen over de voorstellen in de Huisvestingsverordening wat betreft woonruimteverdeling. Zeven inspraakreacties zijn van de volgende organisaties afkomstig: de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC), Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed (IVBN), Huurders Netwerk Amsterdam, Federatie Amsterdamse Huurderskoepel. De overige 52 reacties zijn ingediend door burgers. De reacties zijn als volgt verdeeld over de voorstellen: • Coöptatieruimte voor woongemeenschappen: in totaal negentien reacties • Voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen: in totaal 25 reacties • Wijzigingen voorrangsregeling maatschappelijke beroepsgroepen: in totaal negen reacties • Wijzigingen toewijzing rolstoelwoningen: in totaal twee reacties • Wijzigingen toewijzing standplaatsen voor woonwagens: in totaal twee reacties • Overige zienswijzen woonruimteverdeling: in totaal twee reacties Over het algemeen zijn de insprekers positief over het voornemen om coöptatie formeel mogelijk te maken voor bestaande en toekomstige woongemeenschappen, zij het dat zij enkele kritische kanttekeningen plaatsen bij de praktische uitwerking van het voorstel.
Ook zijn vrijwel alle reacties positief over het voorstel om voorrang te verlenen aan zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen. Uit de reacties blijkt een grote behoefte aan betaalbare woningen in het eigen stadsdeel. Andere insprekers vinden de voorrang oneerlijk tegenover mensen die niet gebonden zijn aan het stadsdeel of vinden juist dat de voorrang niet ver genoeg gaat. Dezelfde trend is ook te zien in de inspraakreacties over de wijzigingen van de voorrangsregeling ten aanzien van maatschappelijke beroepsgroepen: de grondhouding is positief, maar een enkele inspreker vindt het niet eerlijk dat alleen aan bepaalde beroepsgroepen voorrang wordt gegeven. Het college reageert niet individueel op alle inspraakreacties, omdat dezelfde elementen in de reacties terugkomen. In dit hoofdstuk leest u de gebundelde reactie van het college op de inspraakreacties ten aanzien van woonruimteverdeling.
2.1
Coöptatieruimte voor woongemeenschappen
In het eindrapport van de uitwerking van het Actieplan Wooncoöperaties ‘Aan de slag met wooncoöperaties!’ zoals in het college vastgesteld op 12 mei 2020, zijn wijzigingsvoorstellen van de Huisvestingsverordening aangekondigd om de toewijzing van woningen in wooncoöperaties te regelen. Voor particuliere wooncoöperaties is hier al in voorzien bij wijziging van de Huisvestingsverordening per 1 januari 2021. Voor wooncoöperaties gevormd met zelfstandige sociale huurwoningen van corporaties wordt nu een voorstel gedaan. Belangrijk onderdeel van een dergelijke woongemeenschap is dat nieuwe bewoners kunnen worden gekozen middels coöptatie. De corporatie blijft echter de verhuurder en eigenaar van het vastgoed en voor ingebruikname van deze sociale huurwoningen bevat de Huisvestingsverordening uitgebreide toewijzingsregels. Om coöptatie voor woongemeenschappen mogelijk te maken moet in de Huisvestingsverordening ruimte worden gecreëerd. In afstemming met het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) over de mogelijkheden binnen de Huisvestingswet en met woningcorporaties over uitvoerbaarheid en bestaande situaties, is het volgende voorstel gevormd. Woongemeenschappen worden
5
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht en dus van de woonruimteverdelingsregels in de Huisvestingsverordening. Op deze manier is er alle ruimte voor een eigen inrichting van coöptatie en het aanhouden van eigen wachtlijsten. De woningen blijven evenwel deel uitmaken van de sociale woningvoorraad. De hiervoor geldende inkomenseisen uit hoofde van de Woningwet blijven onverminderd van toepassing. Woongemeenschappen zullen door corporaties bij de gemeente worden aangemeld voor de uitzondering. Daarop worden de woongemeenschappen in een bijlage bij de verordening genoemd en uitgezonderd van de huisvestingsvergunningplicht. Ouderen- en zorginitiatieven, maar ook niet nader te typeren woongemeenschappen kunnen met dit voorstel worden geaccommodeerd. In totaal zijn er negentien inspraakreacties binnengekomen over het voorstel voor de coöptatieruimte van woongemeenschappen. Op één na zijn alle reacties positief over het voornemen om woongemeenschappen uit te sluiten van de huisvestingsvergunningsplicht die van toepassing is bij de toewijzing van sociale huurwoningen, om daarmee het coöptatierecht in overeenstemming te brengen met de Huisvestingsverordening. In drie positieve reacties worden kanttekeningen gemaakt bij elementen van het wijzigingsvoorstel.
In één inspraakreactie wordt het wijzigingsvoorstel afgewezen, omdat woongemeenschappen volgens de inspreker te afhankelijk worden gemaakt van woningcorporaties. Het college ziet in de inspraakreacties geen aanleiding om wijziging aan te brengen in het voorgenomen voorstel. Het college is tevreden dat dit voorstel, na eerder uitstel op grond van toenmalige inspraakreacties, het gezamenlijke resultaat is van overleg tussen gemeente, corporaties en huurders. In aanvulling op het voorstel zal het college erop toezien dat woongemeenschappen tijdig en voldoende worden geïnformeerd over deze regeling, teneinde in staat te zijn om woningcorporaties te verzoeken hen voor uitzondering op de huisvestingsvergunningsplicht voor te dragen bij de jaarlijkse wijziging van de Huisvestingsverordening. 2.1.1 Positieve reacties De positieve inspraakreacties hebben als gezamenlijk kenmerk dat het voorstel om woongemeenschappen uit te zonderen van de huisvestingsvergunningsplicht wordt gezien als een noodzakelijke wijziging om het recht op coöptatie bij de toewijzing van sociale huurwoningen door woongemeenschappen te waarborgen. Coöptatie is van essentieel belang voor het functioneren van woongemeenschappen.
Coöptatie maakt het mogelijk voor woongemeenschappen om te investeren in nieuwe leden en woongemeenschappen bieden op grond van coöptatie een veilige woonsituatie voor bijvoorbeeld ouderen, die daardoor langer zelfstandig kunnen blijven wonen. In één inspraakreactie wordt het recht op coöptatie genoemd als “middel in de strijd tegen investeerders op de Amsterdamse woningmarkt”. Waarschijnlijk wordt daarmee bedoeld dat sociale huurwoningen betaalbaar blijven en niet worden geliberaliseerd. Reactie college Het college is verheugd door het grote aantal positieve inspraakreacties. Mede door afstemming met de AFWC en de FAH, op basis van advies van BZK, is een manier gevonden om voor alle verschijningsvormen van woongemeenschappen in zelfstandige sociale huurwoningen het recht op coöptatie duurzaam te waarborgen. Het college is van mening dat van het regelen van de toewijzing in woongemeenschappen een stimulans uitgaat om meer woongemeenschappen op te richten en bestaande woongemeenschappen te behouden.
6
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.1.2 Inkomenseis belemmert doorstroming In een inspraakreactie wordt het loslaten van de inkomenseis bepleit. Als de inkomenseis bij de toewijzing van sociale huurwoningen door woongemeenschappen wordt losgelaten, dan zal dat de doorstroming uit grote woningen (huur en koop) bevorderen, aldus de inspreker. Huishoudens zonder kinderen zullen dan kunnen doorstromen naar een kleinere woning in een woongemeenschap waartoe zij willen behoren, bijvoorbeeld om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen. Reactie college Voor het college is het belangrijk dat door het voorstel het coöptatierecht duurzaam wordt gewaarborgd. Door het uitzonderen van de huisvestingsvergunningsplicht vervallen de voorwaarden in de Huisvestingsverordening voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning. Ten aanzien van het verhuren van sociale huurwoningen blijven de corporaties verplicht om de wettelijke inkomensgrenzen toe te passen (passend toewijzen). Daarnaast houden de corporaties (mede ingegeven door de schaarste op de woningmarkt) ook rekening met de grootte van de woning in relatie tot de omvang van het huishouden. Om meer grote woningen beschikbaar te krijgen zet het college in op (bestaande) verhuisregelingen Van Groot naar Beter en Van Hoog naar Laag en stimuleert het college de bouw van grote sociale huurwoningen.
2.1.3 Invloed woongemeenschappen op uitzondering van de huisvestingsvergunningsplicht “Het is de vraag of deze bestuursrechtelijke verankering de rechten van huurders in bestaande woongemeenschappen (beter) beschermen.” Dit citaat uit een inspraakreactie heeft betrekking op de afhankelijkheid van vooral bestaande woongemeenschappen om door ‘hun’ corporaties voor uitzondering op de huisvestingsvergunningplicht te worden aangemeld. Wat zijn de consequenties voor woongemeenschappen die niet in de bijlage terecht komen? Zijn bestaande woongemeenschappen voldoende geïnformeerd om gefundeerd met de corporaties in gesprek te gaan? De afhankelijke positie van woongemeenschappen is ook de aanleiding voor de enige negatieve reactie (zie 2.3). Reactie college De voorgenomen wijziging van de Huisvestingsverordening is bedoeld om de positie van woongemeenschappen voor de langere termijn te versterken. Deze woongemeenschappen hebben met de corporaties al sinds vele jaren geregeld dat nieuwe bewoners middels coöptatie worden gekozen. Het college legt de keuze van woongemeenschappen voor uitzondering op de huisvestingsvergunningsplicht bij de corporaties omdat de gemeente met de corporaties afspraken heeft gemaakt over het beheer van de sociale huurwoningvoorraad.
Het college vertrouwt erop dat de corporaties zorgvuldig met dat beheer omgaan en de komst van meer woongemeenschappen zullen stimuleren. Tegelijkertijd zal het college erop toezien dat (bestaande) woongemeenschappen goed worden geïnformeerd over deze wijziging van de Huisvestingsverordening, zodat zij daarover de corporatie kunnen benaderen.
7
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.1.4 Openbaarheid bijlage bij de Huisvestingsverordening In het verlengde van de vorige reactie is de opmerking gemaakt of en wanneer de ‘lijst’ van woongemeenschappen, die door de corporaties zijn aangemeld voor uitzondering op de huisvestingsvergunning, openbaar wordt gemaakt. Woongemeenschappen die niet op de lijst staan, kunnen vervolgens de corporaties vragen om dat alsnog te doen. Reactie college De bijlage bij de Huisvestingsverordening wordt openbaar na de behandeling van de Wijzigingsverordening. Amsterdam wijzigt minimaal jaarlijks de Huisvestingsverordening en biedt corporaties jaarlijks de gelegenheid om de bijlage bij de Huisvestingsverordening te actualiseren. Het college zal er op toezien dat de jaarlijkse wijziging van de Huisvestingsverordening tijdig wordt bekend gemaakt, zodat woongemeenschappen de corporaties kunnen verzoeken om hen voor uitzondering op de huisvestingsvergunningsplicht voor te dragen. 2.1.5 Keuze uitzonderen van woongemeenschap overlaten aan gemeente De enige inspreker met een negatieve reactie is van mening dat de keuze voor uitzondering van de huisvestingsvergunningplicht niet aan de corporaties moet worden overgelaten, maar dat dat de verantwoordelijkheid van de gemeente moet zijn. De reden daarvoor is dat woongemeenschappen (te) afhankelijk worden van de oncontroleerbare keuze van de corporaties.
Deze inspreker doet het voorstel om in plaats van uitzondering op de huisvestingsvergunningplicht, in de Huisvestingsverordening op te nemen dat woongemeenschappen bij de toewijzing van vrijkomende woningen voorrang krijgen bij de selectie van kandidaten (deze mogelijkheid heeft de woningmarktregio Arnhem Nijmegen in hun Huisvestingsverordening opgenomen). Reactie college Op advies van BZK is de voorgestelde wijziging de enige optie om toewijzing op grond van coöptatie door alle verschijningsvormen van woongemeenschappen duurzaam te waarborgen. Overleg met BZK om dat op een andere manier in de Huisvestingsverordening op te nemen heeft niet tot een ander resultaat geleid.
2.2 Voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen In gebieden waar er veel nieuw wordt gebouwd is het nog te vaak zo dat er bijna geen uitwisseling is tussen de bewoners van de nieuwbouwwoningen en de bewoners van de omliggende bestaande buurten (zittende bewoners). Dit geeft bij zittende bewoners het gevoel dat niet voor hen wordt gebouwd en kan leiden tot segregatie. Het college stelt daarom voor dat zittende bewoners van een stadsdeel voorrang kunnen krijgen op een deel van de woningen die worden gerealiseerd in dat stadsdeel. Het college stelt de voorrangsregeling als volgt voor. Na afstemming met de eigenaar kunnen complexen in een bijlage van de Huisvestingsverordening aangewezen worden als complex waarvoor geldt dat voor 25 procent van de woningen in het complex bij eerste verhuring zittende bewoners uit het stadsdeel voorrang hebben. De bewoners die stadsdeelvoorrang krijgen, zijn bewoners die de afgelopen tien jaar minstens zes jaar onafgebroken in het stadsdeel waarin het complex staat, wonen of hebben gewoond. Hiermee wordt aangesloten bij de definitie voor lokale maatschappelijke binding in de Huisvestingswet. De belangstellende bewoners uit het stadsdeel, moeten wel aan passendheidseisen voor het type woning voldoen om in aanmerking te komen voor de woning.
Zo moet de woning qua grootte en inkomen bijvoorbeeld passend zijn voor het huishouden. De voorrangsregeling kan komen te gelden voor complexen van marktpartijen en op den duur ook voor complexen van woningcorporaties.
8
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
Het college heeft 25 inspraakreacties ontvangen ten aanzien van het voorstel voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel. De reacties zijn overwegend positief, maar sprekers hebben ook aanpassingsvoorstellen. Een aantal individuen en de Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH) zouden de regeling graag uitbreiden en de AFWC signaleert een aantal aandachtspunten voor uitvoering van de regeling. Naar aanleiding van de inspraakreacties is het voorstel op één concreet punt aangepast, namelijk dat de voorrangsregeling eerst kon gelden voor twee stadsdelen. Het college stelt voor de voorrangsregeling te beperken tot één stadsdeel. Hieronder gaat het college in op de verschillende inspraakreacties. 2.2.1 Beperking van de voorrang tot de inwoners van één stadsdeel Hoewel de corporaties zich kunnen vinden in het invoeren van de stadsdeelvoorrang voor bepaalde nieuwbouwcomplexen, verzoekt de AFWC dringend om de voorrang te beperken tot de inwoners van één stadsdeel. Wanneer het voorrangsgebied te groot wordt, lijkt de kans op de gewenste band tussen zittende en nieuwe bewoners namelijk nauwelijks aanwezig. Reactie college In het inspraakvoorstel is opgenomen dat indien een complex op de grens van twee stadsdelen staat inwoners van beide stadsdelen in aanmerking komen voor de stadsdeelvoorrang.
Het college is het met de AFWC eens dat het voorrangsgebied om het doel dat deze regeling te dienen niet te groot moet zijn en verwacht dat er in de praktijk weinig tot geen complexen zullen zijn die in twee stadsdelen zijn gelegen. Indien dit zich toch voordoet kan er in overleg een oplossing worden gevonden. Het college stelt voor het artikel in de Huisvestingsverordening aan te passen naar aanleiding van de zienswijze van de AFWC. 2.2.2 Vraag naar lijst met aangewezen projecten De AFWC merkt op dat de lijst met aangewezen projecten nog niet bij de conceptverordening is gevoegd. De vraag is of de gemeente deze lijst kan toesturen Reactie college Omdat de stadsdeelvoorrang voor bepaalde nieuwbouwcomplexen een relatief nieuw onderdeel is in de Huisvestingsverordening, hebben de stadsdelen gevraagd of ze dit jaar meer tijd kunnen krijgen voor het aanleveren van complexen. Om die reden was de lijst met complexen waar in 2022 voorrang zal worden gegeven aan bewoners van het stadsdeel ten tijde van de inspraak nog niet gereed. Deze Nota van beantwoording gaat vergezeld van het definitieve voorstel van het college aan de gemeenteraad. Hierin is ook de lijst met aangewezen projecten opgenomen. Omdat de regeling in 2022 nog niet operationeel zal zijn in WoningNet, zijn er in dit jaar geen complexen van corporaties opgenomen.
2.2.3 Geen geautomatiseerde werking van de regeling in WoningNet De AFWC merkt op dat de regeling niet geautomatiseerd kan worden toegepast in WoningNet als de gemeente Amsterdam ervoor kiest de definitie van lokale binding te volgen zoals deze is opgenomen in de Huisvestingswet. Reactie college Het college bedankt de AFWC voor dit signaal en treedt graag in overleg om te bespreken wat er mogelijk is per 2023 als de regeling ook voor corporatiecomplexen kan komen te gelden. Het college is wat betreft de definitie van lokale voorrang gebonden aan de Huisvestingswet. Maar een toegankelijke manier om de lokale binding te toetsen is nodig voor een goede uitvoering van de maatregel. Hier zijn digitale toepassingen voor beschikbaar.
9
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.2.4 Delen van kosten bij invoeren van de regeling De AFWC denkt dat de invoering van de stadsdeelvoorrang extra kosten met zich mee kan brengen en stelt voor dat de gemeente en de corporaties die kosten gezamenlijk voor hun rekening nemen. Reactie college Het college is het ermee eens dat het redelijk is om de extra kosten gezamenlijk op te vangen. 2.2.5 Positieve reacties en het brede belang van voorrang Een dertiental insprekers geeft aan positief te staan tegenover de voorgestelde wijziging. Veel van hen geven aan dat zij zelf nu of in de toekomst graag gebruik zouden willen maken van de regeling. Een individu benadrukt dat kinderen die zijn opgegroeid in de stad de kans moeten krijgen om in Amsterdam te blijven, een ander is het ermee eens dat jongeren voorrang moeten krijgen in de eigen buurt. Ook wordt genoemd dat het voor ouders belangrijk is in hetzelfde stadsdeel te kunnen blijven omdat hun kinderen daar op school zitten. Twee andere insprekers onderstrepen juist het belang van voorrang in de buurt voor ouderen. Hierbij wordt benoemd dat veel ouderen met medische problemen hun woning niet meer uit kunnen. Reactie college Het college is verheugd dat er zoveel mensen positief staan tegenover deze beleidswijziging.
Het valt op dat insprekers veel verschillende groepen benoemen die baat zouden kunnen hebben bij deze voorrangsregeling (jongeren, ouderen, mensen die groter of kleiner willen gaan wonen). De lokale voorrangsregeling op stadsdeelniveau kan gelden bij alle nieuwbouwcomplexen: of deze nu woningen voor jongeren, seniorenwoningen, kleinere woningen of grotere woningen bevatten. Waar het hier een voorrangsregeling betreft die voor alle typen complexen kan gelden, bestaan er ook regelingen voor specifieke doelgroepen. Zo is er bijvoorbeeld de voorrang voor Amsterdamse jongeren in jongerencomplexen en worden senioren die kleiner willen wonen geholpen door de regeling ‘Van Groot naar Beter’. 2.2.6 Uitbreiding voorrang naar volgende verhuringen, huurwoningen in de vrije sector en koopwoningen Een van de insprekers is het eens met de voorgestelde wijziging, maar vindt het wenselijk dat bewoners uit het betreffende stadsdeel niet alleen bij de eerste, maar ook bij iedere daarop volgende verhuring voorrang krijgen bij toewijzing. Een andere inspreker geeft aan dat de stadsdeelvoorrang niet alleen zou moeten gelden in het sociale en het middeldure segment, maar ook voor koopwoningen. Weer een ander merkt op dat deze regeling ook zou moeten gelden voor woningen die worden verhuurd in de vrije sector.
Reactie college Het college begrijpt de wens van mensen die al langere tijd in Amsterdam wonen om bij zo veel mogelijk toewijzingen voorrang te krijgen op woningen in het eigen stadsdeel. In de Huisvestingswet staat echter opgenomen dat er niet onbeperkt voorrang aan de eigen bewoners mag worden gegeven: er mag voor 25% van de huisvestingsvergunningen die worden verleend ‘lokale’ voorrang worden gegeven. Door alleen voorrang aan stadsdeelbewoners te geven bij een deel van de woningen bij de eerste oplevering van het complex, is duidelijk bij hoeveel woningen er voorrang wordt gegeven. Zo houden we in de gaten dat het percentage van 25% niet wordt overschreden. De Huisvestingswet gaat uit van het principe van vrije vestiging en het college vindt dat ook bewoners van buiten het stadsdeel een kans moeten hebben. Met behulp van de Huisvestingsverordening stelt het college regels voor de woningen die worden verhuurd in het sociale en in het gereguleerd middeldure segment. Het college kan in de Huisvestingsverordening geen voorrangsregels stellen voor koopwoningen.
10
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.2.7 Benadrukken van belang van gelijke huren Een van de insprekers geeft aan positief te zijn over de regeling, mits de huren van de nieuwbouwcomplexen ongeveer gelijk zijn aan de huren van de woningen in de buurt. Reactie college Het college wil er op inzetten om al in een vroegtijdig stadium afspraken te maken met de eigenaren van complexen over het geven van voorrang op stadsdeelniveau. Op die manier kunnen de wensen van de huidige bewoners meegenomen worden in het realiseren van het nieuwe complex. Zo kan er rekening worden gehouden met het soort woningen dat nodig is (seniorenwoningen, jongerenwoningen, grotere woningen, kleinere woningen) en kan ook worden meegenomen hoeveel de bestaande bewoners aan huur kunnen besteden. 2.2.8 Regeling moet ook gelden voor (schoolgaande) kinderen Een van de insprekers geeft aan dat de regeling oneerlijk voelt voor de eigen kinderen van de inspreker, omdat zij buiten het voordeel vallen. Een andere inspreker pleit voor een voorrangsregeling op stadsdeelniveau voor mensen wiens kinderen in dat stadsdeel naar school gaan. Reactie college Met deze regeling wordt er ook gedacht aan kinderen van de bestaande bewoners. Ook zij krijgen voorrang op de woningen in de aangewezen nieuwbouwcomplexen als ze al zes jaar in een stadsdeel wonen met hun ouders.
De voorrang zal gelden voor iedereen boven de achttien die in de afgelopen tien jaar tenminste zes jaar in het stadsdeel heeft gewoond. Dit betreft ook de kinderen van de bewoners. Daarnaast begrijpt het college de wens om voorrang te geven aan mensen wiens kinderen in dat stadsdeel naar school gaan, maar een dergelijke voorrangsregeling staat momenteel niet op de planning. De uitleg van ‘maatschappelijke binding’ die wordt gegeven in artikel 14 van de Huisvestingswet behelst niet het hebben van kinderen die op een bepaalde plek naar school gaan. Bij het geven van voorrang op grond van lokale binding, dient de gemeente zich te houden aan de eisen die de Huisvestingswet stelt. Om die reden kan het hebben van schoolgaande kinderen in een bepaald stadsdeel geen reden zijn om voorrang te geven. 2.2.9 Kritiek op de belemmering van de sociale mobiliteit en dynamiek Twee insprekers geven aan dat de regeling de stadsdeelbewoners teveel bevoordeelt. Eén van hen geeft aan juist meer behoefte te hebben aan dynamiek, de ander zegt dat deze regeling zorgt voor teveel overheidsinmenging in de vrije markt. Reactie college Het college onderstreept het belang van vrije vestiging voor een deel van de woningvoorraad. Om deze reden is ervoor gekozen om de voorrangsregeling op stadsdeelniveau alleen te laten gelden voor 25% van de woningen in bepaalde aangewezen nieuwbouwcomplexen.
Het college wil echter ook dat er in buurten verbinding bestaat tussen oude bewoners en nieuwbouwcomplexen waar veel nieuwe bewoners hun intrede doen. Door voorrang te geven aan bewoners van de bestaande buurten, wordt de band tussen oudbouw en nieuwbouw bestendigd. Bij het geven van lokale voorrang houdt het college zich aan de criteria van de Huisvestingswet, waarin staat vastgelegd dat voor ten hoogste 25% van de uitgifte van huisvestingsvergunningen lokale voorrang mag worden gegeven.
11
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.2.10 Woning vinden bij scheiding Een inspreker geeft aan dat het bij scheiding moeilijk is om een betaalbare woning te vinden in Amsterdam, zeker als iemand te veel verdient voor de sociale sector en te weinig voor de vrije sector. Reactie college Met de ingang van het nieuwe regionale puntensysteem voor woonruimteverdeling kunnen woningzoekenden die een relatiebreuk met kinderen hebben straks situatiepunten krijgen. Zij komen daardoor sneller in aanmerking voor een sociale huurwoning. Daarnaast kan ook de voorrang bij bepaalde nieuwbouwcomplexen misschien wat soelaas bieden: als de ouders al langer dan zes jaar in een bepaald stadsdeel wonen, kunnen ze voorrang krijgen op bepaalde nieuwbouwcomplexen in het sociale en in het middeldure segment. 2.2.11 Kritiek op gebrek aan transparantie van de regeling en de kleine kans om van de regeling gebruik te maken vanwege beperkende voorwaarden De Federatie Amsterdamse Huurderskoepels (FAH) is positief over het idee om zittende bewoners voorrang te geven: zowel de bewoners als het stadsdeel profiteren hiervan. De FAH is het echter niet eens met de beperkende bepalingen van de regeling en vindt dat de regeling hierdoor niet transparant is voor (voormalige) stadsdeelbewoners.
De FAH vindt het beperkend dat het gaat om slechts 25% van de woningen in een complex, dat de eigenaar zich kan onttrekken aan de toepassing van de regeling en dat de bewoners waarvoor de regeling geldt in de afgelopen tien jaar ten minste zes jaar in het stadsdeel gewoond moeten hebben. Reactie college Het college legt graag uit waarom het de beperkende voorwaarden van de regeling nodig acht: • De reden dat de regeling slechts geldt voor 25% van de woningen in bepaalde nieuwbouwcomplexen bij eerste oplevering, is dat de gemeente Amsterdam volgens de Huisvestingswet voor maximaal 25% van de verleende huisvestingsvergunningen lokale voorrang mag geven. Andere voorrangsregelingen, zoals de voorrang voor Amsterdamse jongeren, tellen ook mee voor dit percentage. Door de voorrang slechts in bepaalde gevallen te laten gelden, zorgt de gemeente ervoor dat de 25% lokale ruimte niet wordt overschreden. Daarnaast is er op deze manier ook nog ruimte voor mensen van buiten de stadsdelen in de aangewezen complexen. • Het college gelooft in goed overleg met de eigenaren van complexen die worden aangewezen als ‘complex met stadsdeelvoorrang.’ Op die manier krijgt de eigenaar van het complex de ruimte om mee te denken over een goede invulling van de voorrang.
• De eis dat een bewoner van het stadsdeel in de afgelopen tien jaar tenminste zes jaar in een stadsdeel moet hebben gewoond, is gebaseerd op een van de criteria voor lokale binding uit artikel 14 van de Huisvestingswet. Het college heeft ervoor gekozen dit criterium te volgen wanneer bepaald wordt welke woningzoekenden voorrang krijgen.
12
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.2.12 Goede afstemming met de eigenaar van het complex De Vereniging van Institutionele Beleggers in Vastgoed Nederland (IVBN) benadrukt in de inspraakreactie het belang van goed overleg van het nieuwbouwcomplex voordat het complex wordt opgenomen op de lijst van complexen waar de stadsdeelvoorrang geldt. Reactie college Het college is het ermee eens dat goed met de eigenaren moet worden overlegd voordat hun complex op de lijst bij de Huisvestingsverordening wordt opgenomen. Het streven is om de eigenaar in een zo vroeg mogelijk stadium te laten weten dat het stadsdeel de wens heeft om een complex voor te dragen als ‘complex met stadsdeelvoorrang.’ Als de eigenaar niet wil dat een complex wordt opgenomen, dan gebeurt dat niet. 2.2.13 Afwezigheid van huurders die voldoen aan de bindingseis De IVBN geeft aan dat het geven van voorrang aan bewoners van het stadsdeel bij 25% van de woningen in het complex geen eis mag zijn als (tijdig) blijkt dat er zich voor oplevering van een nieuwbouwcomplex onvoldoende aspirant-huurders hebben gemeld die aan dit profiel voldoen. De IVBN vraagt daarom wat de periode voor oplevering is waarvoor de eis van 25% kan worden losgelaten. Reactie college Het college begrijpt dat de IVBN wil voorkomen dat de stadsdeelvoorrang onnodig leidt tot leegstand van woningen.
In de Huisvestingsverordening staat vastgelegd in welke volgorde woningzoekenden in aanmerking komen voor de 25% woningen in een complex waar de stadsdeelvoorrang geldt. De woningzoekende die voldoet aan de bindingseis en aan de passendheidscriteria komt als eerste aan de beurt voor de woning, gevolgd door de woningzoekende die alleen aan de passendheidscriteria voldoet, de woningzoekende die alleen voldoet aan de bindingseis en andere woningzoekenden. Als er bij het sluiten van de reactietermijn voor een bepaalde woning geen woningzoekenden zijn die voldoen aan de bindingseis, dan kan de woning direct worden verhuurd aan iemand die niet aan de bindingseis voldoet. 2.2.14 Controleren bindingseis door verhuurders De IVBN merkt op dat het voor verhuurders moeilijk is om te controleren of een woningzoekende in de afgelopen tien jaar voor zes jaar aaneengesloten in een bepaald stadsdeel heeft gewoond omdat verhuurders geen toegang hebben tot het bevolkingsregister. Ze vraagt zich af of de toezegging van de aspirant-huurder op dit punt volstaat. Reactie college Het college vindt niet dat een toezegging van de woningzoekende volstaat als het gaat om de bindingseis. Uit gesprekken met particuliere verhuurders zoals Amvest en Wonam is gebleken dat nagenoeg alle verhuurders nieuwe huurders een uittreksel van het bevolkingsregister vragen aan nieuwe huurders.
Het college verwacht dat dit uittreksel wordt opgevraagd door de verhuurder om te toetsen of iemand zes jaar aaneengesloten in het stadsdeel heeft gewoond.
13
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.3 Wijzigingen voorrangsregeling maatschappelijke beroepsgroepen Onderwijzers, zorgmedewerkers en politieagenten zijn van groot belang voor de stad. De overspannen woningmarkt raakt deze groepen. Daarom is in Amsterdam per 2020 een voorrangsregeling in de Huisvestingsverordening opgenomen voor werknemers in maatschappelijke sectoren waar sprake is van een groot tekort aan personeel. Op dit moment komen alleen werknemers in de onderwijs- en zorgsector die aan de voorwaarden van de regeling voldoen in aanmerking. De gemeente wil werknemers van de politie hieraan toevoegen. Uit onderzoek blijkt namelijk dat onder andere een tekort aan woonruimten in Amsterdam leidt tot een personeelstekort bij de politie. De verruiming van de regeling voor politiefunctionarissen is verbonden aan een integraal plan van de politie om het werken bij de politie te bevorderen. Daarnaast wordt de regeling in algemene zin aangepast om de toewijzing van woningen op grond van deze voorrangsregeling doelmatiger te laten verlopen. De werkwijze met de kandidatenlijsten wordt aangepast, er komt een maximum aantal weigeringen te gelden en de rangschikking tussen het soort woonprobleem wordt losgelaten. Tot slot worden per 2022 doorstromers uit de sociale sector toegevoegd als voorrangscategorie voor het middeldure woningaanbod voor de aangewezen beroepsgroepen.
De gemeente zag onder de huidige categorieën spoedzoekers weinig animo voor middeldure woningen terwijl er wel aanbod is voor de beroepsgroepen in dit segment en op basis van onderzoek wel bekend is dat er werknemers zijn die op zoek zijn naar een middeldure huurwoning. Er zijn in totaal negen inspraakreacties binnengekomen over het voorstel voor de wijzigingen ten aanzien van de voorrangsregeling maatschappelijke beroepen. Vijf van de negen reacties zijn positief op het voorstel voor de wijzigingen van de regeling voorrang voor beroepsgroepen. Men gaat voornamelijk in op het voorrang geven aan maatschappelijke beroepsgroepen in het algemeen, daarnaast reageert men ook op het voorstel om de politie toe te voegen. Negatieve reacties geven aan dat zonder krapte op de woningmarkt deze regeling niet nodig was, deze insprekers zien de regeling als een soort symptoombestrijding, en een aantal insprekers is geen voorstander van positieve discriminatie. Ook vindt men dat andere beroepsgroepen ook recht zouden moeten hebben op voorrang. Er is één reactie op het voorstel om de voorrang uit te breiden naar doorstromers uit sociale huurwoningen. Er zijn geen reacties op de voorgestelde wijzigingen om de uitvoering van de regeling doelmatiger te maken. De inspraakreacties geven voor het college geen aanleiding om het voorstel aan te passen.
Het college benadrukt dat deze inspraak geen mogelijkheid biedt voor het aanmelden voor de regeling, hiervoor verwijst het college naar de website van Amsterdam en het Servicecentrum Onderwijs en Zorg. Zie hiervoor: https://www.amsterdam.nl/sociaaldomein/servicecentrum-onderwijs/voorrang-huurwoningenamsterdams/. 2.3.1 Positieve reacties, de regeling is nodig Het college leest waardering en instemming uit de positieve reacties. Hieruit blijkt dat de beroepsgroepen het inderdaad moeilijk woonruimte vinden in Amsterdam en dat dit ook geldt voor werknemers bij de politie van Amsterdam. 2.3.2 Voorstel voor regeling zodat beroepsgroepen buiten de stad gaan wonen Een inspreker stelt voor de beroepsgroepen voorrang te geven op woningen buiten de stad zodat in de stad ruimte is voor jonge mensen die zo graag in Amsterdam willen wonen. Reactie college Het college is van mening dat Amsterdam een stad is voor iedereen, ook voor de lage- en middeninkomens. Daarnaast kampt Amsterdam met een tekort aan personeel in belangrijke maatschappelijke beroepsgroepen. Werknemers in deze sectoren moeten ook een plek kunnen krijgen in de stad en het college wil ze hiermee ook behouden voor het onderwijs, zorginstellingen en de politie in de stad.
Bovendien is voor het beoefenen van deze beroepen soms bijzonder wenselijk om nabij het werk te wonen, denk bijvoorbeeld aan de zorgmedewerker die oproepbaar moet zijn of de agent met nachtdienst.
14
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.3.3 Oproep om het tekort aan betaalbare woningen op de woningmarkt tegen te gaan omdat dat het onderliggende probleem is. Bijvoorbeeld door het beperken van de vrije sector verhuur Een aantal insprekers brengt in dat zonder krapte op de woningmarkt deze regeling niet nodig was, zij zien de regeling als een soort symptoombestrijding en roepen op tot beleid om het aanbod betaalbare woningen te vergroten. Reactie college De gemeente Amsterdam zet verschillende maatregelen in voor een toegankelijke en betaalbare woningmarkt. Er ligt een omvangrijke bouwopgave aan sociale en middeldure huur en met de corporaties zijn afspraken gemaakt over een toename van sociale huurwoningen. Het college gaat ook excessen tegen in de vrije sector huur. Ondanks alle inspanningen is de Amsterdamse woningmarkt zeer overspannen, woningen blijven schaars, en dit zal de komende jaren blijven. Om deze reden zijn er nu regelingen nodig om bepaalde groepen voorrang te geven. 2.3.4 Voorstel om de woning conditioneel aan te bieden zolang het beroep wordt uitgeoefend Om misbruik te voorkomen suggereert een inspreker om alleen recht te geven om een gereguleerde woning zolang iemand daadwerkelijk een beroep in één van de aangewezen maatschappelijke sectoren uitoefent.
Reactie college Het is niet mogelijk om een huisvestingsvergunning conditioneel te verlenen of om op grond hiervan een huurcontract te beëindigen. Er worden wel andere eisen gesteld om de woningen bij de personen terecht te laten komen die substantieel bijdragen aan het tekort in de maatschappelijke sectoren: zoals een vast contract en een aanstelling van minimaal achtentwintig uur. 2.3.5 Negatieve reacties, discriminatie ten op zichtte van andere groepen woningzoekenden Een inspreker geeft aan het discriminatie te vinden dat alleen bepaalde beroepen voorrang krijgen op woningen. De inspreker vraagt waarom geen voorrang wordt gegeven aan alle mensen met een economische of sociale binding met de stad. Reactie college Het college beaamt dat ook andere groepen belangrijk zijn voor de stad maar de keuze om werknemers in het onderwijs, de zorg en bij de politie voorrang te geven op bepaalde woningen is weloverwogen. Onderzoek in de sectoren onderwijs, zorg en politie toont aan dat de woningschaarste in Amsterdam invloed heeft op de keuzes die werknemers maken om in de stad te gaan werken en er is een groot tekort aan personeel in deze sectoren in Amsterdam. Het college acht het daarom nodig en gerechtvaardigd om op een klein deel van het woningaanbod voorrang te geven aan woningzoekenden die in deze beroepsgroepen werkzaam zijn.
2.3.6 Suggestie van het huisvesten van de doelgroep door huiseigenaren Een inspreker doet de suggestie om mensen die een maatschappelijk beroep uitoefenen te laten huisvesten door huiseigenaren. Reactie college Het staat individuele particuliere huiseigenaren vrij om de beroepsgroepen te huisvesten buiten de woningen waarover de gemeente afspraken heeft gemaakt. In de praktijk worden ook onderwijzers en zorgpersoneel door particuliere huiseigenaren gehuisvest. De gemeente heeft met de vertegenwoordigers van private beleggers en investeerders IVBN en Vastgoed Belang in een intentieovereenkomst afspraken gemaakt over het structureel aanbieden van deze woningen aan de doelgroep. Daarbij moet de balans bewaakt worden om de positie van andere woningzoekenden niet te schaden. 15
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.3.7 Meer bekendheid van de regeling De AFWC vraagt om meer ruchtbaarheid te geven aan de regeling omdat zij geluiden horen dat niet alle beroepsgroepen die in aanmerking komen voor de regeling ermee bekend zijn. Reactie college Het college dankt de AFWC voor dit signaal en zal zich onverminderd inzetten op communicatie over deze regeling onder de beroepsgroepen. Dat doet de gemeente Amsterdam met een website over de regeling, via de werkgeverorganisaties en er zijn verschillende campagnes via de media. Dit heeft resultaat gehad gezien het grote aantal aanmeldingen, maar de gemeente blijft zich hiervoor inzetten. 2.3.8 Knelpunt dat werknemers te weinig verdienen voor middeldure huur De IVBN geeft aan dat er een oplossing gevonden moet worden wanneer mensen met sleutelberoepen niet in aanmerking komen voor een middeldure huurwoning omdat hun inkomen ontoereikend is. Zij stellen hiervoor voor dat college in gesprek gaat over een woonvergoeding met de werkgevers. Reactie college Op basis van de inkomens- en huishoudsamenstelling van de goedgekeurde kandidaten blijkt dat er een grote behoefte is aan sociale huurwoningen en meerkamerwoningen. Voor meer vergoedingen en of een hogere salariëring, zijn werkgevers primair aan zet.
Bovendien wordt door de werkgevers ook gekeken naar bijvoorbeeld arbeidsvoorwaarden, bereikbaarheidsproblemen en opleidings- en doorgroeimogelijkheden. De gemeente vult haar rol in waar dat kan. Het college kent in 2021 voor het tweede jaar de Amsterdam toelage aan leraren toe, als onderdeel van de afspraken ‘Noodplan lerarentekort’. Alle leraren op een Amsterdamse school ontvangen een basistoelage van € 925 (bij fulltime dienstverband) en leraren op scholen met een hoog schoolgewicht een hogere toelage van € 2.310. Het Ministerie van Onderwijs Cultuur en Wetenschap heeft in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs aangekondigd dat leraren op ruim 1.300 scholen met de grootste corona-achterstanden (15% van alle scholen) de komende twee schooljaren een toelage van gemiddeld ruim 8% van hun loon ontvangen. De maatschappelijke beroepsgroepen zijn nodig voor de stad, met een betaalbare woning kunnen zij zich hier vestigen. 2.3.9 Positieve reactie op het voorstel om doorstromers uit de sociale sector toe te voegen als voorrangscategorie voor het middeldure woningaanbod met een suggestie voor de uitvoering De IVBN geeft aan graag mee te werken aan het voorstel om doorstromers uit de sociale sector toe te voegen als voorrangscategorie voor het middeldure woningaanbod. Dit om onnodige leegstand te voorkomen waarbij ze een efficiënte handelswijze wensen.
IVBN vraagt zich af of hoe verhuurders kunnen controleren of een aspirant-huurder inderdaad een sociale huurwoning leeg achterlaat, voorstel van de IVBN is dat de betreffende woningcorporatie hier een gewaarmerkte verklaring over afgeeft. Reactie college Het college begrijpt deze behoefte en is hier over in overleg met de betrokken partijen. De gemeente toetst in ieder geval op voorhand of de kandidaat een sociale huurwoning bewoont.
16
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.4
Wijzigingen toewijzing rolstoelwoningen
Amsterdammers die afhankelijk zijn van een rolstoel kunnen niet of moeilijk in een normale woning wonen. Voor deze mensen zijn er speciale woningen gebouwd die aangepast zijn aan het gebruik van een rolstoel: de rolstoelwoningen. Er wachten veel rolstoelgebruikers op een rolstoelwoning, maar helaas komen deze woningen weinig beschikbaar. De gemeente Amsterdam heeft daarom in de Huisvestingsverordening een afwijkende selectievolgorde opgenomen voor rolstoelwoningen om deze woningen eerlijk te verdelen onder diegenen die afhankelijk zijn van een rolstoel. De selectievolgorde sluit op drie onderdelen niet aan bij de praktijk of bij de wens van het college om rolstoelwoningen op een eerlijke wijze te verdelen. Het voorstel wijzigingen toewijzing rolstoelwoningen ziet daarom op de volgende drie punten: • Rolstoelgebruikers met een ‘acuut’ of ‘dringend’ woonprobleem krijgen al voorrang op andere rolstoelgebruikers die nog geen rolstoelwoning hebben. Aanvullend komt nu te gelden dat rolstoelgebruikers die al in een rolstoelwoning wonen, maar naar een andere rolstoelwoning willen verhuizen als laatste in aanmerking voor een rolstoelwoning, omdat zij al in een rolstoelwoning wonen. • In het geval van driekamerrolstoelwoningen krijgen huishoudens met één of twee minderjarige kinderen voorrang op andere huishoudens.
Daarna komen huishoudens die enkel bestaan uit één of twee volwassenen aan de beurt. Overige woningzoekenden met een indicatie voor een rolstoelgeschikte woning komen in aanmerking na deze twee voorrangsgroepen. • Op rolstoelwoningen met vier kamers of meer komen gezinnen met drie of meer kinderen als eerste in aanmerking, gevolgd door gezinnen met twee kinderen en gezinnen met één kind. Voorheen kregen gezinnen met drie kinderen of meer alleen voorrang op rolstoelwoningen met vijf of meer kamers, maar dit was vanwege het schaarse aanbod van dergelijke woningen niet effectief. In totaal zijn er twee inspraakreacties binnengekomen over het voorstel wijzigingen toewijzing rolstoelwoningen. Eén inspraakreactie is van de Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties (AFWC) en de andere inspraakreactie is van een burger. Het college ziet in de inspraakreacties geen aanleiding om een wijziging aan te brengen in het voorgenomen voorstel. Het college gaat hieronder in op de inspraakreacties. 2.4.1 Rekening houden met tijdspad voor aanpassingen in WoningNet De Amsterdamse Federatie van Woningcorporaties geeft aan dat de nieuwe koppeling van kameraantal en huishoudgrootte aanpassingen vraagt in het systeem van WoningNet. De Federatie geeft aan niet op voorhand te kunnen aangeven hoe snel deze wijzigen kunnen worden doorgevoerd.
Reactie college Gezien de schaarste aan grote rolstoelwoningen is het van belang dat de invoering van deze wijziging zo spoedig mogelijk als realistisch is, ingaat. De corporaties hebben in het voorjaar 2021 toegezegd dat invoering in WoningNet kan worden ingeregeld per 1 juli 2022. Het college gaat er van uit dat deze toezegging wordt nagekomen.
17
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.4.2 Kritiek op het verlenen van voorrang aan gezinnen met een of twee kinderen op rolstoelwoningen met drie kamers Een inspreker geeft aan dat een rolstoelwoning met twee of drie kamers alleen geschikt is voor huishoudens met één of twee personen. Mensen moeten volgens de inspreker niet worden geforceerd om in te kleine woningen te wonen. Reactie college Het college begrijpt de zorg dat huishoudens worden gedwongen om te kleine rolstoelwoningen te betrekken. Helaas dwingt de extreme schaarste aan woningen tot het maken van moeilijke keuzes. In de huidige woningmarkt is het niet mogelijk om elk huishouden van een ruime woning te voorzien. Door schaarste aan rolstoelwoningen en de lange wachttijd voor een rolstoelwoning, willen we huishoudens die bereid zijn om kleiner te wonen, deze kans bieden. Het college kiest daarom voor twee mogelijkheden waarvan huishoudens gebruik kunnen maken. Allereerst kan een huishouden zelf besluiten om of kleiner te gaan wonen, maar daardoor meer kans hebben om sneller te verhuizen of te wachten tot een voor het huishouden passende woning met meer kamers beschikbaar komt. Daarnaast maken huishoudens met één of twee kinderen ook nog kans op rolstoelwoningen met vier kamers. Hier komen ze in de volgordebepaling aan de beurt na huishoudens met drie kinderen.
Omdat vierkamerwoningen erg schaars zijn, kunnen niet alle huishoudens die dat willen een rolstoelwoning met vier kamers krijgen. 2.4.3 Focus op het realiseren van meer rolstoelwoningen in de nieuwbouw en het beschermen van de bestaande voorraad Een inspreker geeft aan dat er meer aandacht moet zijn voor het realiseren van meer rolstoelwoningen in de nieuwbouw. Daarnaast moeten corporaties stoppen met het verkopen van woningen die geschikt kunnen worden gemaakt voor minder validen. Reactie college Het college is het ermee eens dat de voorraad rolstoelwoningen moeten worden vergroot. Daarom zijn er in de samenwerkingsafspraken met de woningcorporaties en de huurderskoepels afspraken gemaakt over rolstoelwoningen. Er is afgesproken dat rolstoelwoningen alleen verkocht kunnen worden als deze gecompenseerd worden door een nieuwe rolstoelwoning te realiseren met evenveel kamers in bij voorkeur hetzelfde stadsdeel. Daarnaast is met de woningcorporaties afgesproken om rolstoelwoningen in nieuwbouw te realiseren. Gezamenlijk is afgesproken dat de komende 8 jaar jaarlijks 26 rolstoelwoningen in nieuwbouw worden gerealiseerd waarvan 25% met vier of vijf kamers. Tot slot zet het college in op het realiseren van rolstoelwoningen door reguliere woningen te verbouwen.
2.4.4 Er moet ruimte zijn voor maatwerk De Federatie Amsterdamse Huurderskoepel merkt op dat er uitzonderingen op de koppeling tussen kameraantal en huishoudgrootte mogelijk moeten zijn voor huishoudens die zich in een zeer schrijnende situatie bevinden. Reactie college Het college is het ermee eens dat er ruimte moet zijn voor maatwerk, maar vindt niet dat schrijnende situaties een reden zijn om af te wijken van de koppeling tussen kameraantal en huishoudgrootte. Sinds 1 juli 2021 worden huishoudens met een indicatie voor een rolstoelgeschikte woning ingedeeld in categorieën, waarbij huishoudens in een ‘dringende’ of ‘acute’ situatie voorrang krijgen op andere huishoudens die zoeken naar een rolstoelwoning. De koppeling huishoudgrootte en kameraantal gaat in WoningNet voor op de indeling naar de ernst van de situatie van de woningzoekende. Op deze manier krijgen huishoudens in een schrijnende situatie voorrang, maar voorkomen we dat kleine huishoudens in een te grote rolstoelwoning terecht komen.
18
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.5
Wijzigingen toewijzing standplaatsen voor woonwagens
Starters behouden hun plek op de Amsterdamse wachtlijst voor woonwagens als ze tijdelijk in een andere gemeente wonen en studeren. Ook als ze een aangeboden standplaats met een huurwoonwagen accepteren op een andere locatie dan waar ze met hun ouders of verzorgers woonden. Spijtoptanten zijn oud-bewoners van een woonwagenlocatie die nu elders wonen maar graag terug willen naar een woonwagenlocatie in Amsterdam. Om hun positie te verbeteren, stelt het college voor om de huidige termijn van drie jaar die ze maximaal weg mogen zijn, te laten vervallen. Voormalige woonwagenbewoners die aan Amsterdam gebonden zijn, behouden hun status als spijtoptant. Tot slot stelt het college voor om op nieuwe woonwagenlocaties één standplaats te reserveren voor een spijtoptant. Ten aanzien van de wijzigingen in de toewijzing van standplaatsen voor woonwagens zijn twee reacties binnengekomen. Een inspreker begrijpt de noodzaak van een regeling specifiek voor woonwagenbewoners niet. De Federatie Amsterdamse Huurderkoepel vraagt zich af waarom de toewijzing aan van standplaatsen van woonwagenbewoners niet meer overeenkomt met de voorrangsregeling voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen in dat stadsdeel. De inspraakreacties hebben niet geleid tot wijzigingen in het voorstel. Hieronder gaat het college in op de twee inspraakreacties.
2.5.1 Verschil in behandeling voormalige woonwagenbewoners en andere voormalige bewoners in Amsterdam Een inspreker vraag zich af waarom er andere regels zouden moeten gelden voor iemand die woonwagenbewoner was ten opzichte van iemand die ook graag wil terugkeren naar Amsterdam nadat deze persoon buiten Amsterdam heeft gewoond. Reactie college De regels zijn niet wezenlijk anders dan voor andere Amsterdammers omdat alle regels in de Huisvestingsverordening gebaseerd zijn op de Huisvestingswet. Net als voor andere Amsterdamse jongeren wordt de terugkeer gekoppeld aan het feit dat de persoon in kwestie in de afgelopen tien jaar minimaal zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest in Amsterdam. Op deze manier wordt de mogelijkheid behouden voor álle jongeren om bijvoorbeeld in een andere stad te studeren of medische zorg te ontvangen. 2.5.2 Regeling komt niet overeen met stadsdeelvoorrang De Federatie Amsterdamse Huurderskoepel vindt het vreemd dat de voorgestelde wijziging niet meer overeenkomen met de voorrangsregeling voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouw- of transformatiecomplexen in dat stadsdeel. Reactie college De voorrangsregels bij de toewijzing van woonwagenstandplaatsen zijn stadsdeel overschrijdend, maar veronderstellen wel een binding met specifieke woonwagenlocaties waar men woont of met ouders/ verzorgers woonachtig is geweest.
In die zin is de toewijzingssystematiek voor standplaatsen reeds in lijn met de voorgestelde voorrang voor zittende bewoners van een stadsdeel op bepaalde nieuwbouwof transformatiecomplexen. Namelijk een zittende bewoner en zijn/haar kinderen hebben een hogere positie bij toewijzing van een vrijgekomen standplaats op hun eigen woonwagenlocatie dan overige standplaatszoekenden.
19
Nota van beantwoording inspraakreacties Wijziging Huisvestingsverordening Amsterdam per 2022
2.6
Overige zienswijzen woonruimteverdeling
Naast de inspraakreacties over de voorstellen zijn er ook twee inspraakreacties binnengekomen over woonruimteverdeling die niet direct zien op de voorstellen in de wijzigingsverordening. Het gaat om een inspraakreactie die betrekking heeft op de verkoop van sociale huurwoningen en een inspraakreactie die in gaat op de voorrangsregeling Van Hoog naar Laag. Het college gaat hieronder op elke reactie in. 2.6.1 Kritiek op de verkoop van sociale huurwoningen Het Huurders Netwerk Amsterdam merkt in haar reactie op dat er in Amsterdam nog steeds teveel sociale huurwoningen worden verkocht. Ook een andere inspreker benoemt dat er naast het geven van lokale voorrang vooral voor moet worden gezorgd dat de bestaande voorraad sociale huurwoningen in Amsterdam wordt beschermd. Reactie college Het college is het ermee eens dat er niet te veel sociale huurwoningen verkocht moeten worden. De verkoop van sociale huurwoningen levert de Amsterdamse woningcorporaties echter ook geld op waarmee ze vervolgens weer nieuwe sociale huurwoningen kunnen realiseren en woningcorporaties werden tot op heden ook door de verhuurderheffing gedwongen woningen te verkopen.
In de Samenwerkingsafspraken 2020-2023 tussen de gemeente Amsterdam en de Amsterdamse woningcorporaties is afgesproken dat de corporaties sociale huurwoningen alleen zullen verkopen als nodig is om te kunnen investeren in de groei van gemiddeld 750 sociale huurwoningen per jaar en in bepaalde gebieden worden geen sociale huurwoningen meer verkocht. 2.6.2 Verzoek de voorrangsregeling Van Hoog naar Laag ook open te stellen voor particuliere huurders Een inspreker brengt in als particuliere huurder graag gebruik te willen maken van de regeling Van Hoog naar Laag. Dit is een regeling voor ouderen die in een hooggelegen moeilijke bereikbare sociale huurwoning wonen. Zij kunnen met voorrang verhuizen naar een laaggelegen woning tegen dezelfde nettohuur (dat laatste is alleen niet van toepassing op nieuwbouwwoningen). Reactie college Het college begrijpt de wens om de regeling Van Hoog naar Laag open te stellen voor ouderen in een hooggelegen sociale huurwoning van een particuliere verhuurder. Een belangrijke voorwaarde voor het college is dat de huurwoning die vrijkomt als een oudere met van Hoog naar Laag verhuist weer wordt verhuurd als betaalbare woning. Met de woningcorporaties heeft de gemeente dit vastgelegd in afspraken. Die afspraken worden gecontroleerd. Het college onderzoekt of er voor ouderen in de particuliere sector iets mogelijk is.