CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Nota van beantwoording

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 17 april 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Wijzigen van de Verordening Winkeltijden Amsterdam 2017 van de gemeente Amsterdam ten behoeve van het schrappen van het inwonerscriterium bij de ontheffing avondverkoop (VN2024-003126)2.350 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van beantwoording zienswijzen Verordening tot Wijziging Verordening Winkeltijden Amsterdam 2017 28 februari 2024

Er zijn vier zienswijzen ingediend: Zienswijze 1 van : Meester Advocaten, namens Avondwinkel A, en Avondwinkel B en enkele niet nader genoemde avondwinkels Zienswijze 2 van de heer C van Avondwinkel D Zienswijze 3 van Dhr. E van Avondwinkel F Zienswijze 4 van Dhr. G van Avondwinkel H Beantwoording Zienswijze 1 Meester Advocaten vreest dat de tegemoetkoming aan de wens van de huidige ontheffingshouders om het inwonerscriterium van één avondwinkel per 15.000 inwoners los te laten een loze tegemoetkoming is. Dit omdat hij verwacht dat er alsnog een vorm van schaarste zal ontstaan door de toetreding van vele nieuwe ontheffingshouders. Deze vrees deelt het college niet. Uit het onderzoek van het Bureau voor Economische Argumentatie blijkt dat het verdienmodel voor de meeste avondwinkels uiterst karig is. Bovendien wordt dit verdienmodel verder aangetast doordat de verkoop van tabakswaren in avondwinkels per 1-7-2024 verboden is. Het is mogelijk dat de vrijgave onder voorwaarden van de ontheffing kortstondig nieuwe winkels aantrekt. Maar dit is niet relevant omdat het doel van de Winkeltijdenverordening niet is om concurrentie te reguleren.

Mocht onverhoopt het grotere aantal avondwinkels leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat in de stad, dan is altijd het herinvoeren van het inwonerscriterium weer mogelijk en daarmee het afbouwen van het aantal ontheffingen voor avondverkoop. Daarnaast is deze mogelijkheid eerder door de zittende avondwinkeliers als ongewenst beoordeeld, onder meer omdat het de mogelijkheid inhield dat zij hun ontheffing konden verliezen ten gunste van nieuwe toetreders. Meester Advocaten vreest ook voor een situatie waarin ketengebonden bedrijven zich melden voor een substantieel aantal ontheffingen waardoor alsnog de noodzaak tot een beperking, via een schaarse ontheffing noodzakelijk wordt. Ook onder de huidige verordening konden ketengebondenbedrijven een ontheffing aanvragen, maar deden ze dit niet. Zij concentreerden hun kleine gemakssupermarkten (onder andere AH to Go, Jumbo City en Spar City) in de binnenstad en beperkten hun openingstijden tot 22.00 uur. Zij

Gemeente Amsterdam

Pagina 2 van 6

vestigen zich daarnaast meer bij of in vervoersknooppunten zoals OV-stations en tankstations, waar de het Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet ruimere openingstijden toestaat. Meester Advocaten constateert dat ketengebonden bedrijven een voordeel hebben omdat zij met schaalvoordelen kunnen inkopen. Dit is op zich een juiste constatering, maar dit is voor wat betreft de verordening niet relevant. Onder de voorgestelde verordening kunnen in de praktijk nieuwe toetreders, dus ook ketengebonden winkels, in stadsdeel Centrum geen ontheffing krijgen. Dit terwijl juist daar de meeste interesse bestaat van de ketens en van zelfstandige ondernemers om zich te vestigen als gemakssupermarkt met openingstijden na 22.00 uur. Het Omgevingsplan (het voormalige bestemmingsplan winkeldiversiteit) verbiedt daar de komst van nieuwe winkels met een avondwinkelassortiment in winkelstraten en- gebieden. Terwijl de vestiging in een winkelgebied juist een voorwaarde is voor nieuwe ontheffingshouders in de wijzigingsverordening. De wijzigingsverordening kan en wil niet ingrijpen op concurrentieverhoudingen tussen ketengebonden en zelfstandige bedrijven. Zelfstandige avondwinkels, flitsbezorgers en supermarkten die tot 22.00 uur open zijn, concurreren om de klant met de late koopbehoefte.

Na 22.00 uur blijven dan de flitsbezorgers en de stations- en benzinestationwinkels over als concurrentie voor de avondwinkel. De Verordening Winkeltijden is geen instrument om concurrentie binnen de branche te reguleren of om kleine zelfstandige ondernemers te beschermen. Meester Advocaten betoogt dat winkeliers buiten winkelgebieden grote schade leiden doordat hun ontheffing niet overdraagbaar is. De ontheffing blijft van kracht op het adres waarop de ontheffing is afgegeven zolang degene op wiens naam de ontheffing staat de winkel blijft exploiteren. Hierdoor is de schade door het uiteindelijke aflopen van de ontheffing dan ook gering. Enerzijds omdat uit het BEA-onderzoek blijkt dat de ontheffing vrijwel geen waarde vertegenwoordigt. Anderzijds biedt de onbeperkte tijd waarin de huidige ontheffing van kracht blijft de winkelier de ruime mogelijkheid met een nieuwe ontheffing een nieuwe vestiging van zijn avondwinkel in een winkelgebied te beginnen. Het is niet realistisch van een ondernemer om te anticiperen op eeuwigdurende regels van de gemeente. De winkelier met een ontheffing heeft daaraan niet de verwachting mogen koppelen dat de regels voor deze ontheffingen voor altijd dezelfde zullen zijn. Meester Advocaten plaatst kanttekeningen bij het uitsterfbeleid voor avondwinkels buiten winkelgebieden en stelt dat minder verstrekkende maatregelen mogelijk zijn.

De wijzigingsverordening volgt met de eis dat een ontheffingshouder in een winkelgebied gevestigd dient te zijn het Amsterdams detailhandelsbeleid. Hierin wordt een concentratie van winkels in winkelgebieden nagestreefd en de komst van geïsoleerde winkels als ongewenst gezien. Ook de potentiële overlast van avondwinkels in woonwijken is een overweging om het voorgestelde uitsterfbeleid in te voeren en af te zien van de mogelijkheid van het verstrekken van nieuwe ontheffingen buiten winkelgebieden. Vooral de verkeer aantrekkende werking van avondwinkels in woonwijken wordt als ongewenst gezien.

Gemeente Amsterdam

Pagina 3 van 6

Meester Advocaten betoogt dat stadsdelen zelf gebieden kunnen aanwijzen waar avondwinkels in de toekomst ongewenst zijn en vreest daarmee voor de positie van reeds gevestigde avondwinkels in dat gebied. Het is niet juist dat in de wijzigingsverordening de (dagelijks besturen van) de stadsdelen dergelijke gebieden kunnen aanwijzen. In het voorliggende voorstel voor de wijzigingsverordening kan alleen het college dit doen. Voorts vraagt Meester Advocaten zich af wat dat betekent voor de lopende exploitatie en wat dat betekent voor de overdraagbaarheid van de winkel en of men eventueel aanspraak kan maken op schadevergoeding. De lopende exploitatie kan bij een dergelijke aanwijzing gewoon worden voortgezet, tenzij er reden is om de ontheffing in te trekken. Dat kan bijvoorbeeld zo zijn als het nu net deze avondwinkel is die voor een groot deel debet is aan (bijvoorbeeld) de openbare orde problemen in het gebied. Meester Advocaten vreest dat de aansluiting die in de wijzigingsverordening is gezocht bij de definitie van gemakssupermarkt leidt tot mogelijke strijdigheid van de vestiging van avondwinkels met het omgevingsplan. Deze vrees is ongegrond. Ook avondwinkels dienen te voldoen aan de bepalingen in het omgevingsplan dat detailhandel uitsluitend is toegestaan in een pand waarop een dergelijke bestemming rust. Daarin verandert de wijzigingsverordening niets.

Supermarkten zijn een aparte categorie in het omgevingsplan en in het detailhandelsbeleid. Zij kennen een veel groter winkelvloeroppervlak en assortiment dan andere detailhandelsvestigingen in levensmiddelen. Ook het maximum aan winkelvloeroppervlak dat in de wijzigingsverordening wordt ingevoerd van 300 m2 houdt de scheiding tussen de avondwinkel als kleine gemakssupermarkt en de reguliere fullservice supermarkt in stand. Het verzoek van Meester Advocaten om avondwinkels als gemakswinkels aan te wijzen is zinledig. Daarnaast schept het verwarring: de gemakswinkel is een begrip uit het Nationaal Preventieakkoord, waarmee winkels worden bedoeld met een assortiment van tabakswaren, tijdschriften, wenskaarten, loten en dergelijke. Zij vallen nog niet onder het verkoopverbod van tabaks- en rookwaren dat per 1 juli 2024 geldt voor bepaalde winkels. Uit de Nota van Toelichting bij het Tabaks- en rookwarenbesluit blijkt dat de verkoop van tabak en rookwaren in levensmiddelenwinkels wordt verboden per 1 juli 2024 . Avondwinkels en minisupermarkten die in overwegende mate eet- en drinkwaren verkopen, vallen ook onder dit verbod. Het is niet mogelijk dat de gemeente ontheffingen van de Tabaks- en rookwarenwet kan afgeven. In de afrondende conclusie van Mr. R.

Meester wordt gesteld dat de wijzigingsverordening in deze vorm niet noodzakelijk is en wordt gevraagd om ruime overgangstermijnen voor bestaande avondwinkels.

Gemeente Amsterdam

Pagina 4 van 6

De noodzaak voor een wijzigingsverordening is er wel degelijk. Onder de huidige verordening is er, vanwege het inwonerscriterium, sprake van schaarse ontheffingen. Op grond van de Europese dienstenrichtlijn dient de gemeente daaraan een verdeelsysteem te koppelen. Omdat uit onderzoek is gebleken dat er geen noodzaak is om dit maximumstelsel in stand te laten moet de verordening hier in overeenstemming mee worden gebracht. Daarnaast is het van belang dat er in de gemeente Amsterdam uniforme regels met betrekking tot openingstijden en voorwaarden voor een nieuwe vestiging voor avondwinkels komen. Ook hierin voorziet de wijzigingsverordening. Door de ruime overgangsregeling worden de belangen van de huidige ontheffingshouders zo min mogelijk geschaad en ontbreekt de noodzaak van compensatie van de huidige ontheffingshouders. Dit neemt niet weg dat voor alle ontheffingshouders natuurlijk de mogelijkheid open blijft een aanvraag in te dienen voor nadeelcompensatie op grond van de Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022. Zienswijze 2 Indiener C wijst op, en vraagt begrip voor, de grote concurrentie van supermarkten voor zelfstandige avondwinkels. Daarnaast heeft hij bezwaar tegen de verplichting dat huishoudelijke artikelen onderdeel uit dienen te maken van het assortiment. Hij verzoekt om een ontheffing van het verbod op de tabaksverkoop.

De reactie hierop is dat de omstandigheid dat de avondwinkels in het algemeen te maken hebben met sterke concurrentie niet relevant is. Het is niet de bedoeling van de verordening om concurrentieverhoudingen te beïnvloeden. Het belangrijkste doel is om te zorgen voor een goed woon- en leefklimaat en met dit doel is ook het oppervlaktecriterium in de verordening gesteld als bescherming ervan, niet als concurrentie regulerende maatregel. De assortimentseis voor avondwinkels is voorgesteld om tegemoet te komen aan het behoud van de huidige functie van avondwinkels, als winkel voor vergeten maar noodzakelijke boodschappen. Ook wil deze voorwaarde voorkomen dat winkels die hierin niet voorzien een ontheffing kunnen krijgen. Voor verreweg de meeste detailhandel zal geen interesse bestaan voor nachtelijke verkoop. Een aantal winkels, met name die gericht zijn op de bezoekers van de stad, hebben dit wel. Hierbij valt te denken aan stroopwafelwinkels, ijswinkels, chocolaterieën e.d. Openstelling na 22.00 uur wordt bij deze categorie bedrijven als ongewenst beschouwd. Zienswijze 3 De heer E stelt hij dat hij thans een ontheffing heeft die tot 06.00 uur in de ochtend van kracht is. Deze wordt op grond van de wijzigingsverordening beperkt tot 02.00 respectievelijk 03.00 uur.

Hij geeft in zijn zienswijze te kennen dat naar zijn mening de wijze waarop het proces heeft plaatsgevonden onzorgvuldig is geweest door de gebrekkige voorlichting en het verrassingsvoorstel. Hierdoor leidt het bedrijf in zijn ogen schade doordat investeringen niet worden terugverdiend omdat zijn omzet daalt met 40-50 %. Voorts tast de wijzigingsverordening de veiligheid in de buurt aan. Ook neemt de concurrentie voor de winkel toe, doordat andere ontheffingshouders door de wijzigingsverordening juist langer open mogen.

Gemeente Amsterdam

Pagina 5 van 6

Ten slotte stelt de ontheffingshouder dat de gemeente onvoldoende rekening heeft gehouden met het verbod op de verkoop van tabaksartikelen voor onder meer avondwinkels per 1 juli 2024. Dat de ontheffing van dit bedrijf aangepast ging worden was al in maart 2022 bij de heer E bekend. De verlenging van de ontheffing is toe, in afwachting van de wijzigingsverordening, door het stadsdeel Zuid aangehouden. In januari 2023 is op een voorlichtingsbijeenkomst in de OBA aan alle ontheffingshouders meegedeeld dat in de wijzigingsverordening een uniforme sluitingstijd voor avondwinkels zou worden opgenomen. Het voorstel was om de maximale sluitingstijd te stellen op 02.00 uur. Op verzoek van de avondwinkeliers is dit heroverwogen en in de voorlichtingsbijeenkomst van juni 2023 is meegedeeld dat in het weekend de sluitingstijd zou worden verlaat naar maximaal 03.00 uur. Het bedrijf heeft op tijd maatregelen kunnen nemen om de gevolgen van de wijzigingsverordening op te vangen. De heer E maakt niet aannemelijk dat juist in de uren tussen 03.00 en 06.00 uur de piek in de omzet wordt gehaald. De gemeente kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor de gevolgen van de Tabaks- en rookwarenwet voor deze ondernemer en andere ondernemers die de verkoop van tabak op 1 juli 2024 dienen te staken.

Deze nationale wetgeving staat los van de Verordening Winkeltijden en is geen reden om de volgens haar noodzakelijke wijzigingen in de Verordening Winkeltijden niet door te voeren. Aan het verzoek van de heer E om een ontheffing van de gemeente te verkrijgen voor tabaksverkoop kan niet worden voldaan. De Tabaks- en rookwarenwet voorziet niet in dergelijke ontheffingen. Het voor avondwinkels ingrijpende verbod voor de verkoop van tabak is onherroepelijk van kracht per 1 juli 2024.

De heer E geeft al aan een beperkt assortiment te voeren aan huishoudelijke artikelen. Dit is voldoende om aan de eis te voldoen en uitbreiding wordt niet verlangd. Met het assortiment wordt met name beoogd dat zaken waaraan men urgent behoefte kan hebben zoals toiletpapier, tampons, tandpasta e.d. aangeboden worden, niet zozeer apparaten en keukenattributen of een breed assortiment aan schoonmaakartikelen. Zienswijze 4 De heer G heeft bezwaar tegen het laten vallen van het inwonercriterium. Naar zijn mening is er geen schaarste aan ontheffingen en daarom geen reden de Verordening te wijzigen. Met het loslaten van het inwonerscriterium verliest zijn winkel zijn waarde. Het al dan niet hanteren van het inwonerscriterium heeft beleidsmatig geen relatie met de waarde van de ontheffing voor een avondwinkel. Dit argument werd eerder door avondwinkels gebruikt bij de bezwaren tegen het reguleringsvoorstel om bij een beperkt aantal ontheffingen en een groter aantal aanvragen tot loting over te gaan. De waarde van een avondwinkel in een winkelgebied zit niet zozeer in de ontheffing die de winkel heeft maar in de klantenkring die een winkel weet op te bouwen en te behouden. Hierin verschilt de avondwinkel niet met een andere branche in de detailhandel.

Daarnaast is het verkrijgen van een ontheffing bij de start van de winkel ook geen investering geweest die terugverdiend dan wel doorverkocht kan worden maar een vrijwel kosteloze

Gemeente Amsterdam

Pagina 6 van 6

ontheffing die door de gemeente werd verstrekt om een ongewenst groot aantal avondwinkels te reguleren in een tijd dat winkels gebonden waren aan zeer stringente openings- en sluitingstijden. De heer G betwist dat de verkoop van tabak door avondwinkels per 1 juli 2024 wordt verboden. Al eerder , bij zienswijze 3, is hier betoogd dat dit geen zaak is van de gemeente. Omdat het wel een grote impact heeft op de bedrijfsvoering en mede een onderbouwing is voor het vrijgeven van de ontheffing omdat door het verbod het zakelijk gezien veel minder interessant is om een avondwinkel te starten, is de reikwijdte van dit verbod wel in opdracht van de gemeente onderzocht door het Bureau voor Economische Argumentatie. Er bestaat geen twijfel dat het verbod ook voor avondwinkels van toepassing is. Conclusie De zienswijzen hebben niet geleid tot inhoudelijke wijziging in de concept wijzigingsverordening. In de concept wijzigingsverordening is het begrip bestemmingsplan(nen) vervangen door omgevingsplan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14012712/2