CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Monitor in beeld Top400 2020.pdf

Raadscommissie Algemene Zaken 9 december 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Meerjarige resultaten Top600 en Top400 (ZD2021-014141)14.354 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Regisseurs geven aan dat genoemde partijen, maar ook politie, JBRA/WSS, vaak al nauw betrokken zijn bij de zorg en ondersteuning in het gezin. Waar nodig nodigt de regisseur partijen uit om deel te nemen aan overleggen rondom de persoon en zijn gezin. Er wordt opgemerkt dat er niet altijd een goede informatie-uitwisseling is tussen regisseur en PIT. Soms is sprake van een zeer problematische thuissituatie waar hulpverlening dan al langer tevergeefs binnen probeert te komen, maar hulp wordt afgehouden. Dit soort complexe situaties maakt het, logischerwijs, voor de regisseur uiterst moeilijk tezamen met partners aan deze doelstelling te werken.

24

Samenwerking met de penitentiaire inrichtingen (PI) Uit de interviews komt een wisselend beeld naar voren ten aanzien van de samenwerking tussen de regisseurs en de PI’s en de gevolgen hiervan voor de persoon in de aanpak. Aan de ene kant wordt benadrukt dat het ‘zitten’ de persoon een kans kan bieden om te reflecteren op zijn eigen gedrag, meer structuur in zijn leven in te bouwen, meer te wennen aan een gezond dag/nachtritme en open te staan voor behandeling. Ook kan detentie voor de persoon aanknopingspunten bieden gezonder te gaan leven en te werken aan zijn of haar verslavingsproblematiek. Nauwe afstemming tussen regisseur en casemanager kan bijdragen aan het beter op maat inzetten van hulpverlening of maatregelen tijdens de tijd in detentie, de ervaringen van de aanpak hierin meenemend. Ook kan detentie ertoe leiden dat de regisseur makkelijker in contact komt met de persoon: de persoon is altijd op dezelfde plek en kent meer regelmaat in zijn Regisseur: ‘Het maakt uit waar iemand of haar leven. In samenwerking tussen de regisseur en geplaatst wordt na detentie. Amsterdam de PI kunnen goede afspraken gemaakt worden voor de kent veel verleidingen. Sommige periode na detentie, bijvoorbeeld ten aanzien van werk personen willen graag buiten Amsterdam (WPI) of behandeling (GGD).

Nauwe betrokkenheid van worden geplaatst maar vanwege gebrek regisseur en casemanager kan ertoe leiden dat aan regiobinding lukt het niet altijd om maatregelen en interventies voor de periode na iemand buiten de regio te plaatsen. Bij detentie, al tijdens detentie goed kunnen worden deze persoon was verandering van voorbereid. Op deze manier kan er vanuit detentie een omgeving een belangrijke factor.’ bijdrage worden geleverd aan het toekomstperspectief van de persoon in de aanpak. Ook worden aandachtspunten benoemd. Wanneer jongeren met lvb problematiek binnen de PI in aanraking komen met jongeren met vergelijkbare problematiek kan dit negatieve gevolgen hebben voor zijn of haar ontwikkeling. Sommige personen zijn enorm beïnvloedbaar voor de heftige straatmentaliteit van medegedetineerden. Dit kan leiden tot verharding en het maken van keuzes die niet bijdragen aan het plan van aanpak voor terugkeer in de samenleving. Goede contacten binnen de verschillende PI’s zijn voor de regisseurs van groot belang om nauw betrokken te blijven bij de voortgang van persoon in detentie. Regisseurs benoemen dat vaste aanspreekpunten en goede informatie-uitwisseling bijdragen aan de betrokkenheid tijdens detentie en het tot stand komen van hulp- en ondersteuningsaanbod voor de gedetineerde.

Doordat regisseurs hun persoon goed kennen, kunnen zij belangrijke informatie over wat wel en niet werkt delen met de PI. Regisseurs geven echter aan dat dit niet altijd vanzelfsprekend is. De situatie rond COVID-19 is hierbij van invloed geweest, Regisseur: ‘Detentie kan een crisis zijn bijvoorbeeld voor wat betreft de bezetting en daarmee maar ook een nieuwe kans.’ bereikbaarheid van personeel van de PI.

Belang van de aanpak voor de eigen organisatie De aanpak leidt ertoe dat organisaties verder leren kijken dan alleen het belang van korte termijn recidivevermindering; de nauwe samenwerking stimuleert dat partners in gezamenlijkheid gaan nadenken over het bereiken van meerdere gewenste doelen, zowel voor de korte als voor de lange termijn. Men wordt gestimuleerd naar meerdere probleemgebieden tegelijkertijd te kijken, die van invloed kunnen zijn op het leven van de regiepersoon en zijn of haar gezin. Organisaties zoeken elkaar hierdoor meer op en worden uitgedaagd om juist in gezamenlijkheid te onderzoeken wat de beste maatregelen zouden zijn. Uit de interviews rijst het beeld op dat

25

organisaties kunnen leren van de volhardende en nauw betrokken werkwijze van de regisseurs die out-of-the-box denken als belangrijk onderdeel van hun werk beschouwen. Ook worden organisaties hierdoor gevoed met belangrijke nieuwe informatie op het gebied van vakontwikkeling en interventies. Regisseurs spreken van een AcVZ-werkwijze, waarbij de persoon langdurig wordt gevolgd met organisatie-overschrijdende inzet. Organisaties kunnen dankzij de aanpak gebruik maken van een nog groter netwerk waarbij verschillende regisseurs benadrukken de goede informatie-uitwisseling met de politie echt als een meerwaarde te beschouwen.

Regisseur: ‘Soms is het lastig bepalen wanneer en bij wie je door gaat met het aanbieden van hulp en bij wie niet? Bij wie is ‘tough love’ van belang en bij wie moet je er naast gaan staan? Hier helpt de aanpak want je kunt het bespreken met de andere partners. Voors en tegens bespreken en hierdoor krijg je andere invalshoeken. Je ondersteunt niet alleen die persoon maar je ondersteunt ook elkaar. Soms moet je iemand bij wijze van spreken 100 keer iets aanbieden (om bijv. naar een verslavingskliniek te gaan) en wordt de 101ste keer je hulp pas aangenomen.’

Conclusies en aanbevelingen Uit de interviews komt een beeld naar voren waarbij de aanpak op tal van fronten haar meerwaarde betoont. De interviews geven inzicht in de verschillende factoren die kunnen bijdragen aan het wel of niet slagen van de drie doelstellingen van de aanpak: Verminderen crimineel gedrag, Verbeteren toekomstperspectief en Voorkomen van instroom broertjes en zusjes. 

De aanpak leidt tot langdurige aandacht voor de regiepersonen. Dankzij de structurele samenwerking tussen verschillende organisaties vindt belangrijke informatie-uitwisseling plaats. Hierdoor worden maatregelen genomen die er toe leiden dat crimineel gedrag vermindert en het toekomstperspectief, ook voor de lange termijn, verbetert. De regisseur als centrale figuur tussen alle partners zorgt voor een langdurige relatie met de regiepersoon. Deze persoonlijke aandacht is een belangrijke voorwaarde voor alle drie de doelstellingen van de aanpak. Juist deze betrokkenheid helpt de persoon om beweging te brengen in zijn of haar vaak uiterst complexe situatie. Een belangrijke oorzaak van het succes van de aanpak is dat dankzij de structurele samenwerking tussen partijen en het maatwerk dat zij leveren tegelijkertijd en in onderlinge afstemming kan worden gewerkt aan alle drie de doelstellingen. Korte lijntjes met belangrijke partners als OM en politie leiden tot consequent en gericht straffen waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op verbetering van de problematische leefgebieden van de regiepersoon. Regisseur: ‘De persoonlijke aandacht voor personen en de samenwerking tussen de partijen zijn in mijn ogen het belangrijkste. Met de aanpak wordt jongeren een kans gegeven.’

Daarnaast doen regisseurs in de interviews enkele belangrijke aanbevelingen.  Het verhelpen van de tekorten op de gebieden van wonen en zorg zou ertoe leiden dat meer vooruitgang zou kunnen worden behaald op essentiële leefgebieden van de regiepersoon. Dit zijn grote aandachtpunten die door vrijwel alle regisseurs zijn benoemd en tegelijkertijd zijn dit grote knelpunten in de regio.

26

Daarnaast wordt door de regisseurs aanbevolen oog te houden Regisseur: ‘Woonruimte is erg voor voldoende capaciteit bij IPGA (politie). Hun lastig, vooral als er geen indicatie professionaliteit en expertise is van groot belang voor het is voor een begeleid/ beschermd behalen van de doelstellingen van de aanpak. Het is tevens van wonen traject. Met name belang aandacht te hebben voor de soms vele jongeren vallen dan tussen wal personeelswisselingen binnen alle organisaties, omdat dit de en schip. Zonder woning is er informatie-uitwisseling maar ook langdurige betrokkenheid bij geen stabiliteit. Men is aan het de regiepersoon kan belemmeren. overleven op straat, zit in een Een goede terugkoppeling naar de regisseur door hulpverleners overlevingsstand.’ zoals PIT is van belang. Hulp aan het gezin is een integraal onderdeel van het plan van aanpak en een belangrijke voorwaarde voor de doelstelling voorkomen instroom broertjes en zusjes Wanneer een regiepersoon in detentie komt te zitten, is goede informatie-uitwisseling tussen casemanager en regisseur essentieel. Te meer wanneer sprake is van lvb problematiek kunnen regiepersonen extra gevoelig zijn voor negatieve invloeden. Er is winst te behalen in verbetering van de informatie-uitwisseling tussen regisseurs en casemanagers/ PIW-ers en vice versa, bij regiepersonen in detentie.

Met de partners wordt nog besproken op welke manier de aanbevelingen van de regisseurs de komende tijd worden meegenomen in de Aanpak Top600 en Top400. De aanbevelingen die betrekking hebben op detentie worden meegenomen door het programma Detentie en Terugkeer van het AcVZ, dat doorlopend inzet op de verbetering van de samenwerking met de PI’s. Regisseur: ‘ … de kracht is de nabijheid en de benadering van de jongere in regie, gekoppeld aan dat iedereen in zijn professionele rol zit, iedereen zit bij elkaar in een uitvoerdersoverleg. Dan ontstaat er een vertrouwensband, en met de tijd had de jongen steeds meer succesverhalen om te vertellen..’

27

Bijlage 1: Achtergrondkenmerken Top400

Tabel B1.1 Woonplaats Top600-personen op huidige lijst stadsdeel totaal ingeschreven

waarvan instelling

waarvan briefadres

Amsterdam totaal

148

15

9

Noord

19

0

0

Oost

27

1

4

Zuid

5

0

0

West

18

0

5

Nieuw-West

39

5

0

Centrum

8

3

0

Westpoort

2

1

0

Zuidoost

30

5

0

totaal ingeschreven

waarvan instelling

waarvan briefadres

totaal Amstellandgemeente

11

0

0

Diemen

2

0

0

Ouder-Amstel

1

0

0

Amstelveen

4

0

0

Uithoorn

4

0

0

Amstellandgemeente

Aalsmeer

0

0

0

totaal ingeschreven

waarvan instelling

waarvan briefadres

totaal buiten de regio

13

3

0

buiten de regio

7

3

0

buiten de regio

gedetineerd

3

0

0

gedetineerd JJI

2

0

0

adres onbekend

1

0

0

28

Bijlage 2: Methodologische verantwoording recidivecijfers

Methode In de analyse worden alleen personen meegenomen die op de peildatum minimaal 1 jaar in regie zijn (geweest). Eerst is het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon per regiejaar berekend. Vervolgens is er een vergelijking gemaakt tussen het gemiddeld aantal gedagvaarde zaken in de twee jaar voor regie en de periode sinds start regie. De twee jaar voor regie wordt de voormeting genoemd en de periode sinds start regie de nameting. In de voormeting wordt iedereen uit de doelgroep meegenomen. In de nameting wordt er een gewogen gemiddelde berekend afhankelijk van het aantal jaar dat iemand in regie is (geweest). Detail hierbij is dat alleen de regiejaren die een persoon volledig heeft afgerond, worden meegenomen in de analyse. Voorbeeld: van iemand die 3,5 jaar in regie is, worden alleen de eerste 3 jaren meegenomen. Dit heeft als bijeffect dat een eventuele recidive in het nog niet afgeronde jaar niet wordt meegerekend, maar daarnaast heeft het ook als effect dat het geen onderschatting is van het jaargemiddelde wanneer de persoon in kwestie later in het jaar nog gedagvaard zou worden. Wijziging in methodiek sinds 2017 In 2017 is een aanpassing van de methode doorgevoerd. In de tabel hieronder worden de belangrijkste wijzigingen beschreven. Tabel B2.1 Vergelijking methode tot 2016 met nieuwe methode methode tot 2016

methode vanaf 2017

meeteenheid

Absoluut aantal op totaalniveau

Gemiddelde per persoon per jaar

voormeting

De observatieperiode van de voormeting verschilt per persoon. De duur van de voormeting is gebaseerd op de lengte van de nameting en dus op de lengte van de regie. De voormeting is een optelsom van het totaal aantal zaken in dit tijdsbestek.

De observatieperiode van de voormeting is voor iedere persoon gelijk, namelijk twee jaar. De voormeting is een optelsom van het gemiddelde van het eerste jaar voor regie en het tweede jaar voor regie.

nameting

De observatieperiode van de nameting verschilt per persoon. De duur is gebaseerd op de duur dat iemand in regie is. De nameting is een optelsom van het totaal aantal zaken in dit tijdsbestek.

berekening recidivevermindering

Verschil tussen totaal aantal voor- en nameting.

De observatieperiode van de nameting verschilt per persoon. De nameting is het gewogen gemiddelde van alle gemiddelden per jaar, rekening houdend met de variatie in het aantal personen per regiejaar Verschil tussen (gewogen) gemiddelden voor- en nameting

Selectie strafzaken Voor de recidivemeting baseren we ons op strafzaken met een ‘geldige’ afdoening: door het OM gedagvaarde zaken. We sluiten hiermee aan bij de definities van de landelijke recidivemonitor van het WODC. Dit houdt in dat we de volgende strafzaken niet meenemen:  Strafzaken met onderstaande afdoening door het Openbaar Ministerie: o administratief beëindigd 29

o onvoorwaardelijk sepot o voorwaardelijk sepot o overdracht o politiestrafbeschikking Strafzaken met onderstaand eindvonnis, uitgesproken door een rechter: o dagvaarding nietig o OM niet ontvankelijk o ontslag van rechtsvervolging o vrijspraak o rechter niet bevoegd

Selectie HIC-delicten Bij de recidivemeting op aanhoudingen en de politieregistraties zijn de volgende Maatschappelijke klassen geselecteerd:  doodslag/moord: F540 doodslag/moord; F542 overige misdrijven tegen het leven.  geweld: F551 zware mishandeling; E10 (schietpartij zonder gevolg); E15 (steekpartij zonder gevolg). F12 openlijke geweldpleging tegen personen.  overval: B72 overval in woning; B73 overval op overige objecten; B74 overal op gelden waardetransport.  straatroof: B70 straatroof;B40 zakkenrollerij/tassenrollerij met geweld.  woninginbraak: A20 gekwalificeerde diefstal in/uit woning; A30 diefstal in/uit woning (niet gekwalificeerd); B20 gekwalificeerde diefstal met geweld in/uit woning; B30 diefstal met geweld in/uit woning (niet gekwalificeerd); Voor de recidivemeting op gedagvaarde zaken zijn de volgende zaken geselecteerd:  doodslag/moord: artikel 287 Wetboek van Strafrecht (Sr); artikel 289 Sr  geweld: artikel 302 Sr; artikel 303 Sr; artikel 141 Sr  overval: maatschappelijke classificaties: Overvallen geldinstellingen; Overvallen (op) woningen, Overvallen overige objecten; Overvallen (op) winkel; Overvallen (op) bedrijf; Overval overig.  straatroof: maatschappelijke classificaties: Straatroof (waaronder tasjesroof); Straatroof.  woninginbraak: maatschappelijke classificaties: Inbraak in woning, Diefstal in woning, Woninginbraak.

Selectie DG-delicten Bij de recidivemeting op aanhoudingen en de politieregistraties zijn de volgende Maatschappelijke klassen geselecteerd:  handel harddrugs: klasse F42 handel in harddrugs.  geweldsdelicten: F12 openlijke geweldpleging tegen personen F530 bedreiging; F540 doodslag/moord; F551 zware mishandeling en alle maatschappelijke klassen beginnend met een B (vermogensdelicten met geweld).  wapenbezit: F70 bezit vuurwapens; F72 bezit overige wapens. Voor de recidivemeting zijn de volgende strafzaken geselecteerd:  drugsdelicten: artikel 2 Opiumwet  geweldsdelicten: artikel 302 Sr (zware mishandeling) of artikel 287 Sr (doodslag) of artikel 289 Sr (moord, inclusief pogingen).  wapendelicten: artikel 13 en 26 Wet Wapens en Munitie (WWM).

30

Mogelijkheden gebruik van controlegroep De enige zuiver wetenschappelijke methode die onomstotelijk het effect van de aanpak kan aantonen is een vergelijking tussen de recidivecijfers van de Top400 met de recidivecijfers van een groep die volledig vergelijkbaar is met de Top400, maar niet vanuit (of vergelijkbaar zoals) de Top400-aanpak is begeleid. Samen met analisten van diverse netwerkpartners (waaronder het WODC) wordt op dit moment gezocht naar een potentiële alternatieve controlegroep die hier het dichtst bij in de buurt komt. Mogelijkheden gebruik detentiecorrectie In de huidige recidiveberekeningen is nog geen rekening gehouden met de periode in detentie. De detentieperiode is een fase waarin de kans kleiner is dat iemand recidiveert. Begin augustus 2021 zaten 34 personen in detentie (20%). Het is vooralsnog niet gelukt om de beschikking te krijgen over betrouwbare informatie over detenties over alle perioden waarin de recidive wordt gemeten (dus voor zowel de voor- als nameting) en voor alle personen waarover de recidive wordt berekend (dus voor zowel de huidige Top400 als de groep personen die inmiddels is uitgestroomd).

31

Bijlage 3: recidivecijfers

Tabel B3.1 Aanhoudingen huidige Top400 (n=126): uitsplitsing naar type HIC- en DG-delict22 absolute aantallen gem. per persoon per regiejaar voor regie

sinds start regie

voor regie

%

sinds start regie

totaal

555

394

2,2

1,81

-18%

HIC-delicten

121

49

0,48

0,22

-53%

doodslag/moord

7

4

0,03

0,02

-34%

geweld

22

9

0,09

0,04

-53%

overval

18

10

0,07

0,05

-36%

straatroof

48

17

0,19

0,08

-59%

woninginbraak

26

9

0,1

0,04

-60%

DG-delicten

142

80

0,56

0,37

-35%

drugs

2

13

0,01

0,06

+651 %

geweld en wapens

140

67

0,56

0,31

-45%

overige delicten

391

306

1,55

1,4

-10%

Tabel B3.2 Aanhoudingen uitstromers Top400 (n=319): uitsplitsing naar type HIC- en DG-delict²² absolute aantallen gem. per persoon per regiejaar voor regie

sinds start regie voor regie

%

sinds start regie

totaal

1120

773

1,76 0,74

-58%

HIC-delicten

223

100

0,35

0,1

-73%

doodslag/moord

10

15

0,02

0,01

-8%

geweld

48

21

0,08 0,02

-73%

overval

22

10

0,03

0,01

-72%

straatroof

107

32

0,17

0,03

-82%

woninginbraak

36

22

0,06 0,02

-63%

DG-delicten

288

183

0,45 0,18

-61%

drugs

13

23

0,02 0,02

-13%

geweld en wapens

275

160

0,43

0,15

-65%

overige delicten

796

570

1,25 0,58

-54%

22

Voor regie betreft de 2 jaar voordat persoon in de aanpak stroomt (voormeting). De periode sinds start regie (nameting) gaat

over 4 jaar.

32

Tabel B3.3 gedetailleerd overzicht politie-aanhoudingen sinds 2017 gem. aantal delicten per persoon DG

HIC

overige

totaal

0,56

0,48

1,55

2,20

Huidige Top400-personen 2020 (n=126)

2019 (n=185)

2018 (n=125)

2017 (n=131)

gewogen gemiddelde voor gewogen gemiddelde na

0,37

0,22

1,40

1,81

verschil in %

-35%

-53%

-10%

-18%

gewogen gemiddelde voor

0,60

0,45

1,57

2,25

gewogen gemiddelde na

0,39

0,22

1,39

1,83

verschil in %

-35%

-51%

-11%

-19%

gewogen gemiddelde voor

n.v.t

0,41

n.v.t

2,41

gewogen gemiddelde na

n.v.t

0,30

n.v.t

1,89

verschil in %

n.v.t

-28%

n.v.t

-21%

gewogen gemiddelde voor

n.v.t

0,21

n.v.t

1,52

gewogen gemiddelde na

n.v.t

0,15

n.v.t

1,00

verschil in %

n.v.t

-30%

n.v.t

-34%

gewogen gemiddelde voor

0,45

0,35

1,25

1,76

gewogen gemiddelde na

0,18

0,1

0,55

0,74

verschil in %

-61%

-73%

-56%

-58%

gewogen gemiddelde voor

0,39

0,32

1,19

1,64

Uitgestroomde Top400-personen 2020 (n=319)

2019 (n=229)

2018 (n=158)

2017 (n=60)

gewogen gemiddelde na

0,18

0,12

0,5

0,7

verschil in %

-63% 0,42

-58% n.v.t

-57%

gewogen gemiddelde voor

-54% n.v.t

gewogen gemiddelde na

n.v.t

0,07

n.v.t

0,75

verschil in %

n.v.t

-85%

n.v.t

-55%

gewogen gemiddelde voor

n.v.t

0,28

n.v.t

2,32

gewogen gemiddelde na

n.v.t

0,08

n.v.t

1,13

verschil in %

n.v.t

-71%

n.v.t

-51%

1,68

Doorgestroomde Top400-personen 2020 (n=118)

2019 (n=88)

2018 (n=45)

2017 (n=29)

gewogen gemiddelde voor

0,94

0,84

1,69

2,81

gewogen gemiddelde na

0,61

0,59

1,18

2

verschil in %

-35%

-30%

-30%

-29%

gewogen gemiddelde voor

0,93

0,9

1,87

3

gewogen gemiddelde na

0,66

0,66

1,26

2,16

verschil in %

-28%

-26%

-33%

-28%

gewogen gemiddelde voor

n.v.t

1,00

n.v.t

3,67

gewogen gemiddelde na

n.v.t

0,74

n.v.t

3,11

verschil in %

n.v.t

-28%

n.v.t

-15%

gewogen gemiddelde voor

n.v.t

1,00

n.v.t

3,61

gewogen gemiddelde na

n.v.t

0,72

n.v.t

3,76

verschil in %

n.v.t

-27%

n.v.t

4%

33

Verdiepende analyse recidive aanhoudingen Huidige Top400 De daling in het aantal aanhoudingen is het sterkst is in het eerste jaar na start van de regie. Dit geldt voor alle delict-typen (zie fig. B3.4 gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon huidige Top40023). Bij HIC- en DG-delicten blijft het gemiddeld aantal aanhoudingen, na een aanvankelijke daling in het eerste jaar, ongeveer gelijk. Voor de overige delict-typen (en daarmee ook in het totaal aantal) is een lichte stijging te zien in het tweede regiejaar, hierna neemt het aantal aanhoudingen weer af. Er is hier geen duidelijke verklaring voor. Het gaat om 167 aanhoudingen in het 1e regiejaar gedeeld door 126 personen en 104 aanhoudingen in het 2e regiejaar gedeeld door 67 personen. In beide regiejaren zijn personen het vaakst aangehouden voor heling (respectievelijk: 21 en 15 aanhoudingen) en dealen van nepdope (respectievelijk: 16 en 11 aanhoudingen). Figuur B3.4 Gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon per jaar, huidige Top400 2,4

DG

2,0

HIC

overig

Totaal

2,0 1,7

1,5

1,7

1,7 1,6

1,6

1,3 1,4

1,3

0,6

0,5

0,5 0,4 -2 (n= 126 pers.)

-1 (n= 126 pers.)

0,4

0,4

0,2

0,2

0,2

2 (n= 67 pers.)

3 (n= 18 pers.)

1 (n= 126 pers.)

voor regie

0,3

0,3

0,0 4 (n= 7 pers.)

vanaf start regie

Top400 uitstroom De daling in het aantal aanhoudingen is het sterkst in het eerste jaar na start van de regie. Dit geldt voor alle delict-typen (zie figuur B3.5, gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon per regiejaar, uitstromers Top400). In het tweede, derde en vierde jaar neemt het aantal aanhoudingen in totaal en voor overige delicten verder af, maar minder snel dan in het eerste jaar. De aanhoudingen voor HIC-delicten blijven gelijk, voor DG-delicten is een heel lichte toename te zien in het derde regiejaar. In het vijfde jaar na de start van de regie is een stijging te zien van het gemiddeld aantal delicten per persoon. Daarbij moet worden opgemerkt dat dit aantal gebaseerd is op een zeer kleine groep (vier personen) en dus goed toevallig kan zijn.

23 De gemiddelden zijn als volgt berekend. Totaal aantal aanhoudingen in een betreffend jaar ( bijv. jaar 1, het eerste

regiejaar) gedeeld door het aantal personen dat 1 regiejaar volledig heeft afgerond (in jaar 1 zijn dit 126 personen). De gemiddelden in jaar 2 zijn als volgt berekend: het totaal aantal aanhoudingen in het tweede regiejaar gedeeld door de groep personen die 2 volledige regiejaren hebben afgerond (67 personen), etc.

34

Figuur B3.5 Gemiddeld aantal aanhoudingen per persoon per jaar, uitstromers Top400. DG

1,8

HIC

overig

Totaal

1,7 1,4 1,3 1,1 0,8

0,7

0,6

0,6

0,5

0,4

0,5 0,2

0,4

0,2

0,1

-1 (n= 319 pers.)

0,1 1 (n=319 pers.)

0,1 2 (n= 319 pers.)

0,3 -2 (n= 319 pers.)

0,7

voor regie

0,8 0,6 0,5

0,4

0,3

0,2 0,1

0,1 3 (n= 234 pers.)

4 (n= 167 pers.)

5 (n= 4 pers.)

vanaf start regie

Tabel B3.6 Gedagvaarde zaken huidige Top400 (n=126): uitsplitsing naar type HIC- en DG-delict24 abs. Aantallen gem. per persoon per regiejaar voor regie

sinds start regie

voor regie

%

sinds start regie

totaal

324

220

1,29 1,01

-22%

HIC-delicten

90

43

0,36 0,20

-45%

doodslag_moord

4

4

0,02 0,02

16%

geweld

17

6

0,07

0,03

-59%

overval

15

8

0,06 0,04

-38%

straatroof

43

14

0,17 0,06

-62%

woninginbraak

11

11

0,04

0,05

16%

DG-delicten

43

38

0,17 0,17

2%

drugs

22

20

0,09 0,09

geweld

11

6

0,04

0,03

-37%

wapens

10

12

0,04 0,06

39%

overige delicten

202

145

0,80 0,67

-17%

24

5%

Voor regie betreft de 2 jaar voordat persoon in de aanpak stroomt (voormeting). De periode sinds start regie (nameting) gaat

over 4 jaar.

35

Tabel B3.7 Gedagvaarde zaken uitstromers Top400 (n=319): uitsplitsing naar type HIC- en DG-delict25 abs. Aantallen gem. per persoon per regiejaar voor regie

sinds start regie

voor regie

%

sinds start regie

totaal

550

434

0,86 0,42

-52%

HIC-delicten

135

72

0,21 0,07

-67%

doodslag_moord

6

5

0,01 0,00

-49%

geweld

34

27

0,05

0,03

-51%

overval

10

7

0,02

0,01

-57%

straatroof

72

25

0,11 0,02

-79%

woninginbraak

13

8

0,02

0,01

-62%

DG-delicten

52

66

0,08 0,06

-22%

drugs

17

26

0,03 0,02

-6%

geweld

18

19

0,03 0,02

-35%

wapens

17

21

0,03 0,02

-24%

overige delicten

381

315

0,60 0,30

-49%

25

Voor regie betreft de 2 jaar voordat persoon in de aanpak stroomt (voormeting). De periode sinds start regie (nameting) gaat

over 4 jaar.

36

Bijlage 4: politieregistraties

Tabel B4.1 Incidenten per jaar, naar rol betrokkene 2020 2019 2018

slachtoffer

verdachte

totaal

694

41

630

1365

51%

3%

46%

626

41

764

44%

3%

53%

694

51

1107

37%

3%

60%

1431 1852

Tabel B4.2 Verdeling registraties per persoon Aantal personen %van hele Top400 verantwoordelijk voor N incidenten

in %

1-5 incidenten

94

43%

269

20%

6-10 incidenten

63

29%

486

36%

11-15 incidenten

25

11%

315

23%

16-20 incidenten

12

6%

213

16%

meer dan 20 incidenten

3

1%

82

6%

197

90%

1365

100%

Total Tabel B4.3 Registraties per persoon Aantal registraties per persoon

minimum

maximum

gemiddelde

Als verdachte

0

20

3,2

Als betrokkene

0

16

3,5

Als slachtoffer

0

3

0,2

Tabel B4.4 Registraties naar delict-categorie en naar rol, met onderscheid wel/niet misdrijf aangegeven (wel = grijze arcering, niet = geen arcering) Totaal 3.7.3 Maatschappelijke integriteit overig

Verdachte

Betrokkene

232

83

3.5.5 Weg overig

172

2.7.1 Overlast

169

1.4.5 Mishandeling 1.4.6 Straatroof

Slachtoffer

149

0

109

63

0

0

169

0

120

35

77

8

70

65

0

5

1.6.2 Overige vermogensdelicten

61

57

0

4

4.5.2 Hulpverlening aan instanties

56

0

56

0

2.7.3 Leefbaarheid overig

47

0

47

0

APV-overtredingen (excl nepdope)

35

23

12

0

2.4.1 Burengerucht (relatieproblemen)

29

0

29

0

1.4.4 Bedreiging

27

23

0

4

2.2.1 Vernieling cq. zaakbeschadiging

24

24

0

0

37

Tabel B4.4 Registraties naar delict-categorie en naar rol, met onderscheid wel/niet misdrijf aangegeven (wel = grijze arcering, niet = geen arcering) (vervolg) Totaal

Verdachte

Betrokkene

Slachtoffer

2.6.6 Geluid

24

2

22

0

4.5.1 Hulpverlening aan personen

22

0

22

0

1.3.1 Ongevallen (weg)

20

2

15

3

3.9.1 Horizontale fraude

20

17

0

3

3.1.3 Wapenhandel

19

19

0

0

1.2.3 Diefstal van brom-, snor-, fietsen

18

13

0

5

1.4.3 Openlijk geweld (persoon)

17

15

0

2

2.1.1 Drugs/drankoverlast

17

0

17

0

2.5.1 Diefstal/inbraak bedrijven en instellingen

14

14

0

0

NEPDOPE (APV ASD)

14

12

2

0

3.1.1 Drugshandel

13

13

0

0

3.6.4 Aantasting openbare orde

13

13

0

0

1.1.1 Diefstal/inbraak woning

12

11

0

1

1.4.2 Moord, doodslag

11

8

0

3

1.2.1 Diefstal uit/vanaf motorvoertuigen

10

10

0

0

3.5.2 Onder invloed (weg)

10

8

2

0

1.1.2 Diefstal/inbraak box/garage/schuur/tuinhuis

8

8

0

0

1.4.7 Overval

8

8

0

0

2.5.2 Winkeldiefstal

8

8

0

0

4.6.1 Dienstverlening goederen

8

1

6

1

1.2.2 Diefstal van motorvoertuigen

6

6

0

0

1.2.5 Diefstal af/uit/van overige voertuigen

4

4

0

0

1.4.1 Zedenmisdrijf

4

3

1

0

1.6.1 Brand/ontploffing

4

3

0

1

2.7.2 Bijzondere wetten

4

4

0

0

2.6.9 Vuurwerk

2

0

2

0

3.5.1 Snelheid (weg)

2

2

0

0

3.9.3 Overige fraude

2

1

0

1

4.6.3 Maatregelen

2

0

2

0

1.2.4 Zakkenrollerij

1

1

0

0

1.6.3 Veiligheid overig

1

1

0

0

2.4.2 Huisvredebreuk

1

1

0

0

2.6.13 Dieren

1

1

0

0

3.7.1 Discriminatie

1

1

0

0

3.8.5 Spoor overig

1

1

0

0

4.2.2 Preventiecontrole

1

0

1

0

1365

630

694

41

Totaal

38

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10846240/1