3. Monitor in beeld Top400 2020.pdf
Tekst van het document
Top400 in beeld Ontwikkeling en resultaten van de Aanpak Top400 2020
Met bijdragen van: Politie Eenheid Amsterdam Het Arrondissementsparket Amsterdam (OM) Reclassering Nederland (RN), het Leger des Heils (LdH) en Inforsa Geneeskundige en Gezondheidsdienst Amsterdam (GGD) Werk, Participatie en Inkomen (WPI) Openbare Orde en Veiligheid (OOV) Onderwijs Jeugd en Zorg (PIT en Bureau Leerplicht Plus) Jeugdbescherming Regio Amsterdam (JBRA) William Schrikker Stichting (WSS) Stadsdelen Amsterdam Raad voor de Kinderbescherming Amstelland-gemeenten 1
Inhoud Samenvatting en conclusie ......................................................................................... 3 Inleiding .................................................................................................................... 7 1. Achtergrondkenmerken Top400 ............................................................................ 10 2. Vermindering van criminaliteit (kwantitatief) .......................................................... 12 3. Kwalitatief onderdeel: interviews regisseurs ........................................................... 22 Bijlage 1: Achtergrondkenmerken Top400 ................................................................. 28 Bijlage 2: Methodologische verantwoording recidivecijfers .......................................... 29 Bijlage 3: recidivecijfers ............................................................................................ 32 Bijlage 4: politieregistraties ...................................................................................... 37
2
Samenvatting en conclusie
Hieronder volgt een overzicht van de belangrijkste punten van deze rapportage. Kenmerken doelgroep Sinds de start van de aanpak in 2015 hebben 692 personen op de Top400-lijst gestaan. Per augustus 2021 zitten er 172 personen in de aanpak, waarvan 7 vrouwen (4 %), met een gemiddelde leeftijd van 18 jaar. Eind 2019 en 2018 was de gemiddelde leeftijd 19 jaar. Gemiddeld zitten zij ruim een jaar in de aanpak. Begin augustus 2021 zitten 34 personen in detentie (20%). Dit aandeel ligt iets hoger dan eind 2019 (10%) en 2018 (12%). 24 Top400 personen zitten momenteel in een jeugdgroep. In 2019 zaten 51 personen in een jeugdgroep. 44% van de personen in de Top400 is minderjarig. Dit aandeel is hoger dan eind 2018 en 2019 (beiden 31%). De groep Top400-personen die zijn uitgestroomd omdat ze niet meer voldoen aan de Top400-criteria, bestaat momenteel uit 376 personen. Daarnaast zijn in totaal 144 personen doorgestroomd van de Top400 naar de Top600. Ten opzichte van 2019 is het aantal doorstromers iets afgenomen (2020: 37, 2019: 44). Personen in de Top400 stromen vaker door naar de Top600 op basis van de High Impact Crime (HIC)-criteria dan op basis van de Drugs- en Geweldsdelicten (DG)-criteria. Resultaten recidive-analyses: politieaanhoudingen, gedagvaarde zaken en politieregistraties Bij de recidive-analyses van de Top400 richten we ons allereerst op het aantal aanhoudingen.
Vervolgens kijken we naar de recidive op basis van gedagvaarde zaken en tot slot naar de politieregistraties. Recidive-analyses: politie aanhoudingen Voor de huidige Top400 is de totale recidivevermindering 18% en 53% voor HIC-delicten. Voor DG-delicten is dit 35%. Dat betekent dat Top400 personen een jaar na instroom in de aanpak 18% minder aangehouden worden. De totale recidivevermindering is nagenoeg gelijk aan 2019 (19%), maar is wel lager dan in 2018 (21%) en 2017 (34%). Het lijkt erop dat de huidige Top400 in de twee jaar voor regie iets vaker is aangehouden dan een aantal jaar geleden. Voor de handel in harddrugs is een recidivevermeerdering te zien. Van de 126 huidige Top400-personen zijn er in de twee jaar voor regie 2 personen één keer aangehouden voor handel in harddrugs. Sinds start regie gaat het om 13 aanhoudingen verdeeld over 9 personen. Dit is een stijging van gemiddeld 0,01 naar 0,06 keer per persoon per regiejaar (+651%). Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat het gaat om zeer kleine aantallen waardoor percentuele verschillen snel fluctueren. Dit is een opvallend gegeven dat nog nader onderzocht wordt. Onder de HIC-delicten varieert de recidivevermindering van 35% (moord/doodslag) tot 60% (woninginbraak).
Voor de uitgestroomde Top400 neemt de totale recidive sinds start regie af met 58%, HICdelicten: 73%, DG-delicten: 61% en overige delicten 56%. De recidivevermindering voor de uitgestroomde Top400-personen ligt hoger dan bij de huidige Top400. Dit is logisch
3
aangezien een vermindering in recidive tijdens regie de reden is dat deze personen konden uitstromen. Deze cijfers zijn vergelijkbaar met voorgaande jaren. Bij de recidive voor de doorstromers valt op dat in de 2 jaar voor regie zij gemiddeld vaker zijn aangehouden dan de huidige en uitgestroomde groep (respectievelijk: 2,8, 2,2 en 1,8 aanhoudingen gemiddeld per persoon per jaar). Dit geeft aan dat het voor de instroom in de Top400 al om een zwaardere groep gaat dan de reguliere Top400 waardoor zij vervolgens doorstromen naar de Top600.
Recidive-analyses: gedagvaarde zaken De uitstromers zijn per persoon gemiddeld minder vaak gedagvaard dan de huidige Top400, zowel in de 2 jaar voor regie als sinds start regie: dat vertaalt zich naar een daling in het aantal gedagvaarde zaken van 22% voor de huidige Top400 en 52% voor de uitstromers. De huidige Top400 laat een zeer kleine recidivedaling zien voor de DG-delicten (2%). Concreet gaat het hier om 43 dagvaardingen in de 2 jaar voor regie en 38 dagvaardingen sinds start regie. Het gaat met name om delicten in het kader van de handel in harddrugs (respectievelijk: 22 (in de 2 jaar voor regie) en 22 (sinds start regie) gedagvaarde zaken). Het gaat hier echter wel om kleine aantallen en een kleine subgroep binnen de Top400 die sinds start regie voor DG-delicten worden veroordeeld (21% huidige Top400, 9% van de uitgestroomde Top400). Zoals hierna nog zal worden vermeld zijn er in 2020 wel minder politie-registraties van drugshandel en nepdope, vanwege het stilvallen van het toerisme door de coronapandemie. Politie-registraties in 2020 Het gemiddeld aantal politieregistraties per persoon is in 2020 iets gestegen ten opzichte van 2019 (6,3 vs. 5,4), maar vergelijkbaar met 2018 (6,2). Het gaat vooral om een toename van overlastregistraties en andere type registraties die vermoedelijk gerelateerd zijn aan de coronamaatregelen.
Het aantal registraties wisselt sterk per persoon. 10% van de huidige Top400-lijst is in 2020 niet geregistreerd. De meerderheid van de Top400 (53%) is bij nul tot vijf incidenten geregistreerd. Verder valt op dat 18% van de personen op de lijst samen verantwoordelijk is voor 45% van de registraties. Oftewel, het gemiddeld aantal registraties (6,3 per persoon) wordt sterk omhoog getrokken door een kleine groep van 40 personen die vaker dan 10 keer geregistreerd zijn. Deze groep vaak geregistreerde Top400-personen lijkt niet te verschillen van de minder vaak geregistreerde personen wat betreft leeftijd of aantal jaren in de aanpak. Het aantal registraties van overlast komt het vaakst voor. Het aantal is – rekening houdend met het aantal personen op de lijst – verdubbeld ten opzichte van 2019: van 0,39 per persoon in 2019 naar 0,78 per persoon in 2020. Het overgrote deel van de overlastregistraties (89%) betreft een ‘melding overlast jeugd’. Het aantal registraties van mishandeling is ook toegenomen, maar minder sterk dan overlast: van 0,46 naar 0,55 registraties per persoon. Bij deze incidenten gaat het vooral om ‘ruzie/twist (zonder vervolg)’ en (in mindere mate) om ‘eenvoudige mishandeling’. De toename van registraties van overlast en mishandeling is in lijn met de bevinding dat voornamelijk registraties in de rol van betrokkene zijn toegenomen in 2020.
Ook is er een toename in het aantal registraties van straatroof: van 0,19 per persoon in 2019 naar 0,32 per persoon in 2020. Straatroof is nu de vaakst voorkomende delict-categorie in de rol van verdachte. Daarnaast zijn Top400-personen vaak in de rol van verdachte geregistreerd bij overige vermogensdelicten. Opvallend is dat er in 2020 minder registraties zijn van drugshandel en nepdope: in 2019 hoorden deze delicten nog tot de vaakst voorkomende categorieën, maar dit jaar vallen ze
4
buiten de top-10 van delicten. Drugshandel is gedaald van 0,18 naar 0,06 registraties per persoon, nepdope van 0,14 naar 0,06 registraties per persoon. Ook lijkt er een daling te zijn van registraties van diefstal/inbraak woning: van 0,12 naar 0,06 registraties per persoon. Kanttekening hierbij is dat het bij drugshandel, nepdope en diefstal/inbraak woning gaat om kleine aantallen (van resp. 48, 36 en 31 incidenten in 2019 naar resp. 13, 14 en 12 incidenten in 2020), het is dan ook mogelijk dat dat de verschillen t.o.v. vorig jaar door toeval komen. Ook hier kunnen de coronamaatregelen een rol spelen: er waren minder inbraken vanwege de lockdown. Ruim 90 procent (578 registraties, 92%) van de 630 incidenten waarbij Top400-personen als verdachte zijn geregistreerd, heeft een pleeglocatie binnen Amsterdam of één van de Amstellandgemeenten. Vorig jaar was dit 88%. Buiten de Amsterdam-Amstelland gemeenten zijn er vrijwel geen gemeenten waar Top400-personen vaker als verdachte worden geregistreerd.
Interviews regisseurs over doelstellingen aanpak Uit de interviews met 21 regisseurs1 van 10 verschillende kernpartners komt een beeld naar voren waarbij de aanpak op tal van fronten haar meerwaarde betoont. Als factoren die kunnen bijdragen aan het wel of niet slagen van de drie doelstellingen van de aanpak worden genoemd: o De aanpak leidt tot langdurige aandacht voor de regiepersonen. Dankzij de structurele samenwerking tussen verschillende organisaties vindt belangrijke informatie-uitwisseling plaats. Hierdoor worden maatregelen genomen die er toe leiden dat crimineel gedrag vermindert en het toekomstperspectief, ook voor de lange termijn, verbetert. o De intensieve betrokkenheid van de regisseur helpt de persoon om beweging te brengen in zijn of haar vaak uiterst complexe situatie. De motivatie van de persoon is daarin een essentiële voorwaarde. o Een belangrijke oorzaak van het succes van de aanpak is dat dankzij de structurele samenwerking tussen partijen, de sturing daarop door de regisseur en het maatwerk dat zij leveren tegelijkertijd en in onderlinge afstemming kan worden gewerkt aan alle drie de doelstellingen. o Korte lijntjes met belangrijke partners als OM en politie leiden tot consequent en gericht straffen waarbij tegelijkertijd wordt ingezet op verbetering van de problematische leefgebieden van de regiepersoon.
Als belangrijke aanbevelingen zijn door de regisseurs benoemd: Heb aandacht voor de tekorten op de gebieden wonen en zorg, voldoende capaciteit bij politie is van groot belang voor het behalen van de doelstellingen van beide aanpakken, de terugkoppeling tussen regisseurs en hulpverleners zoals PIT en goede informatie-uitwisseling tussen casemanager van de PI en regisseur en vice versa. Met de partners wordt nog besproken op welke manier de aanbevelingen van de regisseurs de komende tijd worden meegenomen in de Aanpak Top600 en Aanpak Top400. Aandachtspunten Uit de recidive-analyses blijkt dat sprake is van een zeer kleine recidivedaling ten aanzien van dagvaardingen voor de DG-delicten (-2%). Voor de handel in harddrugs zien we daarnaast een recidivevermeerdering ten aanzien van de aanhoudingen. Hoewel het hier gaat om kleine aantallen en een kleine subgroep binnen de Top400 willen we deze analyse wel nader
1 Van de in totaal circa 100 regisseurs
5
onderzoeken. Opvallend is dat er daarentegen wel minder politie-registraties van drugshandel en nepdope zijn in 2020 in vergelijking met 2019. De DG-delicten zijn een aandachtspunt waar o.a. in de herijking van de Top400 verder op ingezet zal worden, in afstemming met het programma Weerbare Mensen, Weerbare Wijken. De huidige Top400 op de peildatum van 1 januari 2021 (218 personen) is de afgelopen 5 jaar 144 keer als verdachte aangehouden door de politie voor wapenbezit2 (betreft 90 personen). In 2020 ging het om 23 aanhoudingen betreffende 19 personen. In de meerderheid van de gevallen gaat het om bezit vuurwapen. Daarnaast zijn 18 Top400-personen de afgelopen 5 jaar 22 keer gedagvaard in het kader van de Wet wapens en munitie. Dit wordt nog nader bekeken.
2 F70 - bezit vuurwapens, F71 - handel vuurwapens, F72 - bezit overige wapens en F73 - handel overige wapens.
6
Inleiding
De Top400 is een persoonsgerichte aanpak voor jongeren en jongvolwassenen die het risico lopen in de toekomst (opnieuw) in aanraking te komen met politie voor een misdrijf. De personen worden geselecteerd op basis van informatie van onder andere politie, jeugdbescherming en leerplicht. In de Aanpak Top400 werken onder regie van het Actiecentrum Veiligheid en Zorg (AcVZ) meer dan 40 verschillende partnerorganisaties uit het veiligheidsdomein, zorgdomein en sociaal domein samen. Ieder persoon op de Top400-lijst krijgt een eigen regisseur, afkomstig van een van de 15 kernpartners van het AcVZ. Deze regisseur is ‘de smeerolie’ tussen alle organisaties, maakt een plan van aanpak en stuurt op doorbraken voor de persoon die hij of zij in regie heeft. De Aanpak Top400 is ondergebracht bij het AcVZ, het zorg- en veiligheidshuis van de regio Amsterdam-Amstelland. Drie doelstellingen staan bij de Top400-aanpak centraal: 2
1 Het verminderen van (high impact) criminaliteit
3 Het verbeteren van het perspectief
Het verminderen en voorkomen van in- en doorstroom van de broertjes en zusjes
In deze monitor wordt met name gerapporteerd over de voortgang op de eerste doelstelling. Anders dan voorgaande jaren wordt in deze monitor niet gerapporteerd over de inzet van de verschillende kernpartners om de monitor in omvang te beperken en leesbaar te houden. Wel gaan we ook in op de overige twee doelstellingen van de aanpak. Vanuit de Top400 wordt ook ingezet op de zorg en begeleiding van personen in de aanpak gericht op de verbetering van het perspectief. Zo worden Top400-personen gescreend om inzicht te krijgen in hun problematiek en om daarop aansluitend passende hulpverlening of begeleiding in te kunnen zetten. Daarnaast wordt actief ingezet op het tegengaan van verzuim op school of voortijdig schooluitval dan wel het verkrijgen van een startkwalificatie of toeleiding naar een opleiding, een geschikte dagbesteding en/of werk. Ook wordt hulp geboden bij de aanpak van schulden. Waar mogelijk wordt gestuurd op het opleggen van bijzondere voorwaarden omdat deze een belangrijke stok achter de deur vormen voor het plan van aanpak, bijvoorbeeld waar het gaat om het starten van behandeling of begeleiding. Ook tijdens detentie wordt de persoon ondersteund om de kans op een succesvolle terugkeer zo groot mogelijk te maken. Gedurende het hele traject wordt ingezet op het vergroten van de motivatie van personen tot gedragsverandering.
Ten slotte wordt ingezet op het gezin om te voorkomen dat minderjarige broertjes, zusjes en kinderen van de personen in de aanpak afglijden in de criminaliteit.
Actuele ontwikkelingen Herijking van de Top400:pilot scholen en pilot wijkteams/stadsdelen In 2020 zijn we in het kader van de herijking van de Top400 (onderdeel van het programma ‘Positief Perspectief: weerbaar opgroeien in Amsterdam’) met de pilot scholen en de pilot wijkteams/stadsdelen gestart. 7
In de pilot scholen zijn vijf ervaren Top400-regisseurs (vanuit stadsdelen, JBRA en WSS) aanvullend opgeleid om als ‘Operationeel Team Schoolveiligheid’ (OTSV) V(S)O en MBO scholen bij de aanpak van ernstige veiligheidsproblematiek te ondersteunen. Het OTSV heeft in het schooljaar 2020-2021 zestien V(S)O en MBO scholen ondersteund. Hierbij lag de focus op het versterken van het schoolveiligheidsplan, het (beter) verbinden van de school met lokale zorg- en veiligheidspartners en deskundigheidsbevordering o.a. op het gebied van straatcultuur en grensoverschrijdend gedrag. Inmiddels heeft de evaluatie van de pilot scholen plaatsgevonden: de scholen die door het OTSV zijn ondersteund beoordelen de inzet van het OTSV positief. Volgens de scholen vervult het OTSV een waardevolle en noodzakelijke rol in het verbeteren van schoolveiligheid. In de pilot wijkteams/stadsdelen zetten we Top400-regisseurs o.a. in bij overlastgevende groepen en de zogenoemde ‘geïntegreerde werkwijze’ die in het kader van Positief Perspectief is ontwikkeld3. Hierbij richten we ons op jongeren die nog nauwelijks in aanraking zijn geweest met de politie (en dus niet in aanmerking komen voor de Top400) maar over wie wel zorgen bestaan, bijvoorbeeld omdat zij contact hebben met criminele groepen, omgaan met personen in de Top400 of Top600, of omdat ze verzuimen op school.
Top400-regisseurs delen hierbij hun netwerk, expertise en kennis op het gebied van integraal werken en complexe casuïstiek. Samenwerking met ouders Ouders hebben een belangrijke rol in de preventie van jeugdcriminaliteit en bij het wel of niet laten slagen van de Aanpak Top400. Daarom zijn we vanuit de herijking Top400 een verkenning gestart naar de vraag hoe de samenwerking met ouders (verder) kan worden verbeterd. Dit met als doel ouders meer te betrekken en te ondersteunen bij het weerbaar maken van hun kinderen en bij het voorkomen dat ze afglijden in de criminaliteit. Moeder: ‘De regisseur creëerde voor mij ook rust, ik had veel aan mijn hoofd en veel organisaties wilden met mij praten. Ik bel en app veel met de regisseur en hij legt dingen die voor mij moeilijk zijn te begrijpen goed uit, zoals informatie vanuit de rechtbank. Wat mij ook heel erg heeft geholpen is dat hij hulp heeft gezocht voor de behandeling van mijn eigen trauma’s. Verder kan ik hem bellen met de vraag wat te doen als mijn zoon niet op tijd thuis is, hij is dan een steun in de opvoeding. Ook met mijn zoon heeft de regisseur goed contact, hij bleef hem motiveren tijdens een traject bij de Bascule. Dat was belangrijk’
Drugsdelicten In de Aanpak Top400 als ook in de herijking van de Top400 zijn Drugs- en Geweldsdelicten (DG) een aandachtspunt en wordt samengewerkt met het programma Weerbare Mensen, Weerbare Wijken. Hoewel we ten aanzien van de politie-aanhoudingen voor DG-delicten in 2020 een recidivevermindering zien, is er voor de handel in harddrugs een recidivevermeerdering te zien. Weliswaar gaat het hier om kleine aantallen en een kleine subgroep binnen de Top400, toch gaan we dit nader onderzoeken. Gelet ook op de risico’s die het drugsmilieu met zich mee brengen, is de veiligheid van de professionals die werken voor de Top600 en Top400 een belangrijk aandachtspunt. Hier wordt vanuit de Aanpak Top600 en Top400 dan ook veel aandacht aan besteed.
3
Het doel van de geïntegreerde werkwijze is het doorbreken van hardnekkige patronen zoals de vatbaarheid voor
jeugdcriminaliteit en/of versnippering van inzet van professionals en middelen. Om dit te bereiken wordt de samenwerking van het netwerk rondom risicojongeren versterkt, zodat zij eerder en sneller passende hulp en begeleiding krijgen.
8
Wapendelicten In de Aanpak Top400 als ook in de herijking van deTop400, is ook aandacht voor de toenemende wapenproblematiek. Gelet op het aantal aanhoudingen van Top400-personen voor wapenbezit in 2020 (de huidige Top400 is de afgelopen 5 jaar 144 keer aangehouden voor wapenbezit) zullen we het wapenbezit onder Top400-personen nader onderzoeken. Hierin werken we samen met de Aanpak Wapens, onderdeel van WMWW. Invloed coronamaatregelen De coronamaatregelen hadden in 2020, net als in alle andere werkvelden invloed op de uitvoering van de Top400. De regisseurs moesten meer op afstand regie voeren en dat was niet altijd makkelijk. Desondanks hebben zij zich snel weten aan te passen aan de nieuwe realiteit en hebben zij de kwaliteit van regie weten hoog te houden. De coronamaatregelen hadden ook invloed op het gedrag van personen in de Top400. Zo was er bijvoorbeeld een grote percentuele stijging zichtbaar in 2020 (in vergelijking met 2019) in het aantal overlastregistraties. De toename van overlastregistraties is vermoedelijk gerelateerd aan de coronamaatregelen en zien we ook terug in de cijfers van de stad Amsterdam.
Leeswijzer De rapportage bestaat uit 3 hoofdstukken. Hoofdstuk 1 geeft een overzicht van de achtergrondkenmerken van personen in de Top400 Aanpak. Hoofdstuk 2 is kwantitatief van aard en gericht op doelstelling 1: verminderen van criminaliteit. Hier wordt gekeken naar de recidivecijfers en politie-aanhoudingen in 2020. Daarna volgt in hoofdstuk 3 een kwalitatieve rapportage gericht op alle drie de doelstellingen van de aanpak. Door middel van interviews met regisseurs is nagegaan welke resultaten zij zien op de doelstellingen, wat succesfactoren hierin zijn en welke elementen volgens hen aandacht vragen voor de toekomst. In de bijlage zijn nog verdiepende analyses en cijfers opgenomen en door de tekst heen zijn stukjes opgenomen ter illustratie van de Top400-casuïstiek.
9
1. Achtergrondkenmerken Top400
Dit hoofdstuk gaat in op de achtergrondkenmerken van de huidige Top400 en enkele kerncijfers met betrekking tot in- en uitstroom. Dit om inzichtelijk te maken hoe de groep personen in de Top400 eruit ziet. Sinds de start van de aanpak in 2015 hebben 692 personen op de Top400-lijst gestaan. De groep Top400-personen die uit de aanpak zijn gestroomd omdat ze niet meer voldoen aan de Top400criteria, bestaat momenteel uit 376 personen. Gemiddeld hebben zij twee jaar in regie gezeten (24,7 maanden). Daarnaast zijn in totaal 144 personen doorgestroomd van de Top400 naar de Top600. In het figuur hieronder is het aantal Top400-personen op de lijst te zien op verschillende peilmomenten. Figuur 1.1 Aantal Top400 personen op verschillende peilmomenten sinds start aanpak
301
231
218
213
218
185
172
105
nov. 2015
okt-16
nov. 2017 nov. 2018 nov. 2019 nov. 2020
jan-21
aug-21
Op de peildatum van deze rapportage (1 augustus 2021) staan er 172 personen op de lijst, waarvan 7 vrouwen (4%). Gemiddeld zitten zij op de peildatum ruim een jaar in de aanpak (18,7 maanden). De gemiddelde leeftijd van deze personen is 18 jaar, iets lager dan eind 2019 en 2018 (beiden een gemiddelde leeftijd van 19 jaar). De jongste persoon is momenteel 13 jaar, de oudste persoon is 25 jaar en er zijn 75 personen minderjarig (44%). Dit aandeel is hoger dan eind 2019 en 2018 (beiden 31%). Voor zover bekend zitten 24 Top400-personen in een geprioriteerde jeugdgroep.
Mark, een jongen van 20 jaar met veel schulden, liep al in reclasseringstoezicht toen hij in de Aanpak Top400 terecht kwam. Een regisseur vond hij daarom maar overbodig en hij wilde niet meewerken. Vroeger wilde Mark kok worden en daarvoor een opleiding volgen, maar zelfs dat wilde hij niet meer. De regisseur heeft uiteindelijk toch het vertrouwen van Mark gekregen door samen met Mark aan de slag te gaan met zijn financiën. Er is schuldhulpverlening ingezet, een regeling getroffen met het CJIB om zijn boetes af te betalen en een tijdelijke uitkering geregeld. De rust die dit thuis creëerde, ook in het gezin, zorgde ervoor dat Mark zich inmiddels heeft ingeschreven voor de koksopleiding en daar nu vol mee aan de slag is.
10
In totaal staan 148 van de personen op de Top400-lijst ingeschreven op een adres in Amsterdam. Voor zover bekend wonen 15 van hen in een instelling en hebben 9 van hen een briefadres in Oost of West (een adres van bijvoorbeeld Werk Participatie en Inkomen (WPI) waar personen niet verblijven maar enkel hun post ontvangen). Verder wonen er 11 personen in een Amstellandgemeente en 7 buiten de regio (waarvan 3 in een instelling). Vijf personen staan ingeschreven op hun detentielocatie4 en van 1 persoon is geen adres bekend. Tot slot zitten per augustus 2021 34 personen in detentie (20%). Dit aandeel ligt iets hoger dan eind 2019 (10%) en 2018 (12%). Figuur 1.2 Kerncijfers huidige Top400-lijst, augustus 2021
4 Op de peildatum zijn 34 Top400-personen gedetineerd, vijf daarvan zijn ook op hun detentielocatie ingeschreven.
11
2. Vermindering van criminaliteit (kwantitatief)
Doelstelling 1 van de Top400 Aanpak is het voorkomen en verminderen van criminaliteit. In dit hoofdstuk wordt op verschillende manieren bekeken of deze doelstelling wordt behaald. Gezien de meer op preventie gerichte instroomcriteria voor de Top400, is de aanname dat deze groep minder vaak (dan bijvoorbeeld Top600 personen) gedagvaard zal worden voor gepleegde delicten, maar wel relatief vaak met de politie in aanraking komt5. Niet iedereen op de Top400-lijst is immers al een keer veroordeeld. Dit hoofdstuk richt zich daarom allereerst op het in kaart brengen van de ontwikkeling van het aantal aanhoudingen. Vervolgens wordt de recidive op basis van informatie afkomstig van het Openbaar Ministerie (OM) in kaart gebracht. Tot slot, wordt een beeld gegeven van de politieregistraties van personen die momenteel in de Top400 Aanpak zitten.
2.1
Aanhoudingen recidive Top400
Doel en methode In de analyse wordt er een vergelijking gemaakt tussen het gemiddeld aantal aanhoudingen in de twee jaar voor regie (voormeting) en het gemiddeld aantal aanhoudingen per jaar sinds start regie (nameting). Het moment van instroom verschilt per persoon. Afhankelijk hiervan betreft de voormeting twee jaren in de periode 2014 t/m 2019, en de nameting één t/m vier jaren in de periode 2016 t/m 2020. Doel van deze methode is inzicht te geven in de geregistreerde recidive; het is geen wetenschappelijke effectmeting. Voor de recidive wordt gekeken naar aanhoudingen en daarnaast naar gedagvaarde zaken van het OM. Zie bijlage 2 voor meer gedetailleerde informatie over de methode. In de analyse zijn alleen personen meegenomen die op de peildatum 1 januari 2021 minimaal 1 jaar in regie zijn. Daarbij wordt uitgesplitst naar personen die op dat moment in regie zijn (huidige Top400) en personen die al zijn uitgestroomd (Top400 uitstroom). De resultaten zijn uiteen gezet voor recidive op alle feiten, maar ook apart voor de twee belangrijkste delictgroepen: High Impact Crime (afgekort: HIC) en Drugs- en Geweldsdelicten (DG)6.
Huidige Top400 Op de peildatum (1 januari 2021) stonden er 218 personen op de Top400-lijst. Van hen waren 126 personen minstens een jaar in regie en daarmee de onderzoeksgroep voor deze analyse. Vanaf het moment dat de regie van start gaat, neemt de totale recidive af van gemiddeld 2,2 aanhoudingen naar gemiddeld 1,8 aanhoudingen per persoon per jaar. Dit is een afname van 18% (zie figuur 2.1). In absolute aantallen gaat dit in de twee jaar voor regie om een totaal van 555 aanhoudingen. In de vijf jaren die de nameting inmiddels beslaat, gaat dit om een totaal van 394 aanhoudingen. De afname van het gemiddeld aantal aanhoudingen – zowel in totaal als
5 Uit ‘Top600 in Beeld 2020’ blijkt dat de huidige Top600-personen van 1 januari 2021 in de 2 jaar voor regie gemiddeld 2,21 keer
worden gedagvaard per jaar. Uit deze rapportage blijkt dat de huidige Top400 op dezelfde peildatum gemiddeld 0,85 keer gedagvaard per persoon per jaar. 6 Onder HIC wordt verstaan: woninginbraak, straatroof, overval, zware mishandeling, openlijk geweld en doodslag/moord. Onder
DG wordt verstaan: drugs-, wapen- en ernstige geweldsdelicten. Zie bijlage 2 voor precieze selectie.
12
uitgesplitst naar verschillende delict-typen – is nagenoeg gelijk aan 2019. Toen was er ook een afname van het totaal aantal delicten van 2,2 naar 1,8 gemiddeld per persoon (19%). De daling is wel lager dan in 2018 (21%) en 2017 (34%). Het lijkt erop dat de huidige Top400 in de twee jaar voor regie iets vaker is aangehouden dan een aantal jaar geleden. Een verklaring is moeilijk geven, omdat deze analyse inzicht geeft in gerapporteerd recidivegedrag en geen wetenschappelijk onderzoek is. Het is theoretisch ook mogelijk dat jongeren relatief sneller worden aangehouden dan een aantal jaar geleden (zie bijlage 3). Dit gaan we nader onderzoeken. Figuur 2.1 Aanhoudingen vóór versus ná start van de regieperiode, huidige Top400, gemiddeld aantal per persoon voormeting (2 jaar voorafgaande start regie)
nameting (sinds start regie tot peildatum) 2,2
1,6
-35%
0,6
0,4
DG
-10%
-18% 1,8
1,4
-53%
0,5
0,2
HIC
overige
totaal
Hieronder de belangrijkste resultaten van verschillende deel-analyses. In bijlage 3 zijn alle ruwe aantallen en de vergelijkingen met cijfers uit 2019 t/m 2017 terug te vinden. Ook is er een analyse opgenomen waarin te zien is dat de recidivevermindering direct zichtbaar is na de start van de aanpak. - Lager aandeel dan in 2019 helemaal niet meer aangehouden. Ruim een vijfde van de huidige Top400 (21%, 27 personen) is sinds de start van de regie helemaal niet meer aangehouden. Dat is een lager aandeel dan in 2019 (33%). - Er is een recidivevermeerdering te zien voor handel in harddrugs. Van de 126 huidige Top400-personen zijn er in de twee jaar voor regie 2 personen één keer aangehouden voor handel in harddrugs. Sinds start regie gaat het om 13 aanhoudingen verdeeld over 9 personen. Dit is een stijging van gemiddeld 0,01 naar 0,06 keer per persoon per regiejaar (+651%). Daarbij is het belangrijk te realiseren dat het hierbij gaat om zeer kleine aantallen waardoor percentuele verschillen snel fluctueren. Ingezoomd op de 13 aanhoudingen sinds start regie, gaat het om 5 aanhoudingen in het 1e regiejaar, 5 in het 2e jaar en 1 in het 4e regiejaar. De delicten zijn gepleegd door 9 personen in 2019 (5 keer), 2018 (4 keer), 2020 (3 keer) en in 2017 (1 keer). De meesten zijn in 2019 in regie gekomen (4 personen ) of in 2018 (2 personen).
- Onder de HIC-delicten varieert de recidivevermindering van 35% (moord/doodslag) tot 60% (woninginbraak). Daarbij gaat het bij moord/doodslag om 7 aanhoudingen in de 2 jaar voor regie en 4 aanhoudingen sinds start regie. Bij woningbraak gaat het om 26 aanhoudingen voor regie en 9 sinds start regie. Regisseur: ‘Bij Top400-zaken op zitting is er altijd een reclasseringsadvies beschikbaar waarbij ik als regisseur ook input heb kunnen geven. Er liepen al een aantal interventies en we wilden dat die door zouden lopen. Justitie heeft enorm meegedacht. Straf die is geëist en uiteindelijk is opgelegd door de rechter hield hier rekening mee.’
13
Uitgestroomde Top400 De groep uitgestroomde Top400-personen bestaat op 1 januari 2021 uit 319 personen. Zij hebben minstens twee jaar in de aanpak gezeten (bij de Top400 is de standaard regieperiode 2 jaar) en ook voor deze groep wordt de recidive in kaart gebracht. De groep uitstromers wordt steeds groter, omdat er elk half jaar weer nieuwe personen uitstromen. Vanaf het moment dat de regie van start gaat, neemt de totale recidive af van gemiddeld 1,8 aanhoudingen naar gemiddeld 0,7 aanhoudingen per persoon per jaar. Dit is een afname van 58% (zie figuur 2.2). In absolute aantallen gaat dit in de twee jaar voor regie om een totaal van 1120 aanhoudingen. In de vijf jaren die de nameting inmiddels beslaat, gaat dit om een totaal van 773 aanhoudingen. De totale afname (58% ) is ongeveer gelijk als in 2019 (57%). Dit geldt ook voor de overige delicten (56% versus 58%). De afname van HIC- delicten lijkt iets sterker te zijn dan vorig jaar (73% versus 63%). Dit geldt ook voor de DG-delicten (61% versus 54%). Dit is vooral het gevolg van een iets hoger gemiddeld aantal aanhoudingen vóór de start van regie. Figuur 2.2 Aanhoudingen vóór versus na start van de regieperiode, uitstromers, gemiddeld aantal per persoon voormeting (2 jaar voorafgaande start regie)
nameting (sinds start regie tot peildatum) 1,8
1,2
-58%
-56%
0,7
-61%
0,5
-73%
0,3 0,2
DG
0,5
0,1 HIC
overige
totaal
Ook voor de uitgestroomde Top400 hieronder de belangrijkste resultaten van verschillende deelanalyses7: - De recidivedaling is bij de uitstromers groter dan bij huidige Top400: dit is logisch aangezien personen niet zouden zijn uitgestroomd als ze veel zouden recidiveren. Uitstromers beginnen ook met een lager aantal aanhoudingen dan de huidige Top400 vóór start regie: 1,8 gemiddeld per persoon per jaar, en dalen naar 0,7 aanhoudingen per persoon. Bij alle delicttypen is de afname bij uitstromers groter dan bij de huidige Top400. Wat wel opvalt is dat bij uitstromers óók het aantal aanhoudingen voor de overige delicten afneemt (56%), terwijl bij de huidige Top400 hier een beperkte recidive-vermindering op te zien is (10%). - Lager aandeel dan in 2019 helemaal niet meer aangehouden. Ruim een kwart van de uitgestroomde Top400-personen (27%, 85 personen) is sinds de start van de regie helemaal niet meer aangehouden. Dit is een aanzienlijk lager aandeel dan vorig jaar (52%). - Onder de ‘type’ delicten varieert de recidivevermindering van 13% (moord/doodslag en drugshandel) tot 82% (straatroof). Kijkend naar de ruwe aantallen gaat het bij moord/doodslag om 10 aanhoudingen in de twee jaar voor regie en 15 aanhoudingen in de 4 jaar die de nameting beslaat.
Bij handel in harddrugs gaat het om 13 aanhoudingen in de twee 7 In bijlage 3 zijn alle ruwe aantallen en de vergelijkingen met cijfers uit 2020 t/m 2017 terug te vinden. Ook is er analyse
opgenomen waarin te zien is dat de recidive vermindering direct zichtbaar is na de start van de aanpak.
14
jaar voor regie 23 aanhoudingen sinds start regie. Bij straatroof gaat het om 107 versus 32 aanhoudingen.
Doorstromers iets vaker aangehouden in 2 jaar voor regie Ten opzichte van 2019 is het aantal doorstromers iets afgenomen. In 2020 waren er 37 personen die vanuit de Top400 doorstroomden naar de Top600, in 2019 waren dit er 44 (zie figuur 2.3 Aandeel doorstromers Top400 in instroom Top600 per instroommoment). Uit figuur 2.3 blijkt ook dat doorstromers in 2020 vaker op basis van de Top600 HIC-criteria doorstromen dan op basis van de DG- criteria. In totaal zijn er 144 personen doorgestroomd naar de Top600. Als we kijken naar de recidive valt op dat doorstromers8 bij de voormeting gemiddeld al een hoger aantal aanhoudingen per persoon (2,81) hebben dan de huidige Top400 (gemiddeld 2,2 aanhoudingen per persoon) of uitstromers (gemiddeld 1,8 aanhoudingen per persoon). Dit geeft aan dat het bij de doorstromers voorafgaande aan instroom in de Top400 al om een zwaardere groep gaat dan de reguliere Top400. Figuur 2.3 Aantal doorstromers sinds oktober 2016 (links) en op basis van instroomvariant vanaf oktober 2019 (rechts) 910
100 40%
80 60
10
40 20
27% 13
18%
39% 22
31% 24% 10
12
21
22
33%
31%
28% 15
19
1 5
2
36%
1 2
10
4
16 16
16 11
10
0 okt. 2016¹
apr.
okt.
2017
apr.
apr.
2018²
doorstroom totaal % doorstroom van totale instroom
2.2
okt.
2019
apr.
okt.
2020
apr.
okt.
2021 gem.
2019
apr.
okt. 2020
apr. 2021
overige instroom HIC
DG
HIC/DG
Recidive gedagvaarde zaken Top400
Voor de berekening van de recidive van gedagvaarde zaken wordt dezelfde methode gehanteerd als voor de recidive op politie-aanhoudingen (zie uitleg blz.12). We maken gebruik van gedagvaarde zaken afkomstig van het OM waarbij het gaat om strafzaken met een ‘geldige’ afdoening. We sluiten hiermee aan bij de definitie van de recidivemonitor van het WODC. Werken met geregistreerde misdrijven· betekent dat het alleen de criminaliteit in kaart brengt die onder de aandacht komt van het OM. Dit wordt wel 'strafrechtelijke' recidive genoemd. Zie bijlage 2 voor details welke afdoeningen en eindvonnissen niet zijn meegenomen.
8
Gebaseerd op 118 doorstromers die minstens 1 jaar in regie zitten.
9
Het eerste moment waarop er personen van de Top400 naar de Top600 doorstroomden was oktober 2016.
10 In oktober 2018 was er geen instroom Top600 (dus ook geen doorstroom).
15
Net als bij de recidive-analyse op politie aanhoudingen zijn in deze analyse alleen personen meegenomen die op de peildatum (1 januari 2021) minimaal 1 jaar in regie zijn (huidige Top400 = 126 personen; Top400 uitstroom = 309 personen). Er is gekeken naar recidive op alle feiten, maar ook naar de recidive op twee belangrijke delictgroepen: HIC-delicten en DG -delicten. De uitgestroomde Top400 is per persoon gemiddeld minder vaak gedagvaard dan de huidige Top400, zowel in de 2 jaar voor regie als sinds start regie (zie figuur 2.4). Daarnaast is de percentuele daling op elke uitsplitsing van delictgroep groter voor de uitgestroomde Top400. Net als bij de recidive-cijfers op de aanhoudingen, is er bij de huidige Top400 een zeer kleine recidivedaling zien voor de DG-delicten (-2%). Het gaat hierbij om 43 dagvaardingen in de 2 jaar voor regie en 38 dagvaardingen sinds start regie. Ook hier komt dat doordat het aantal dagvaardingen voor drugsdelicten niet is afgenomen. Concreet gaat het bij de huidige Top400 om 22 zaken in de voormeting (betreft 16 personen) en 20 zaken in de nameting (betreft 12 personen). De meeste zaken zijn ten tijde van de regieperiode in het eerste regiejaar gepleegd (10 van de 20, 50%) en kijkend naar alle zaken het vaakst in 2019 (24 van de totaal 42 zaken, 57%).
De jongeren waren ten tijde van het plegen van de delicten gemiddeld 18 jaar in de voormeting en 20 jaar in de nameting. Bij de uitgestroomde Top400 gaat het om 17 zaken in de twee jaar voor regie (door 11 personen) en 26 zaken in de periode sinds start regie (door 20 personen). Deze zijn met name gepleegd in 2017, 2018 en 2019 (respectievelijk: 12, 9, en 11 delicten). Zij waren gemiddeld 20 jaar ten tijde van het plegen van het delict. Samengevat neemt het gemiddelde aantal dagvaardingen voor drugsdelicten per persoon niet substantieel af wanneer de Top400 in regie komt. Dit geldt voor zowel de huidige als de uitgestroomde Top400. Hierbij is wel van belang dat het gaat om kleine aantallen en om een kleine subgroep binnen de Top400-doelgroep (hoewel groter onder de huidige Top400 (21%, 26 van de 126 personen) dan de uitgestroomde Top400-personen (9%, 28 van de 319 personen). In bijlage 3 zijn tabellen opgenomen met alle achterliggende recidivecijfers voor deze analyse. Figuur 2.4 Gemiddeld aantal gedagvaarde zaken per persoon huidige Top400 (n=126)
Uitstromers (n=319) voormeting (2 jaar voorafgaande start regie) -22%
nameting (sinds start regie tot peildatum)
1,3
-17% -45%
-2%
-52% 1,0
-49%
0,8
0,6
0,7
DG
2.3
0,3
0,2
0,2
HIC
0,4
-67%
-22% 0,4
0,2 0,2
0,1 0,1 overige
0,9
totaal
DG
0,1 HIC
overige
totaal
Recidive aan de voorkant: politieregistraties van incidenten
Dit onderdeel geeft een algemeen beeld van de criminaliteit waar Top400-personen bij betrokken zijn: de manier waarop Top400 personen in aanraking komen met de politie. Hiervoor is gekeken naar de geregistreerde incidenten van de 218 Top400-personen die op 1 januari 2021 op de Top400-lijst staan. Het gaat om een selectie van alle incidenten (inclusief pogingen) met een
16
pleegdatum in 2020 waarbij Top400-personen geregistreerd zijn als verdachte, betrokkene of slachtoffer.11
2.3.1
Algemene aantallen
Meer registraties dan in 2019, vergelijkbaar met 2018 In 2020 zijn er in totaal 1365 registraties van Top400-personen als verdachte, betrokkene of slachtoffer. Hoewel dit absolute aantal minder is dan in 2019 (1431 registraties), is rekening houdend met het aantal personen op de Top400-lijst het aantal registraties toegenomen ten opzichte van 2019.12 Het gemiddeld aantal registraties per persoon in 2020 is 6,3, in 2019 waren er gemiddeld 5,4 registraties per persoon. Het aantal registraties in 2020 is vergelijkbaar met dat in 2018 (6,2 gemiddeld per persoon). Vooral toename registraties in rol betrokkene Ten opzichte van 2020 is vooral het aantal registraties in de rol van betrokkene toegenomen. Deze incidenten vormen iets meer dan de helft van de registraties (51%), terwijl voorgaande jaren de meeste incidenten in de rol van verdachte waren. Top400-personen zijn in 2020 dus iets vaker als betrokkene geregistreerd dan als verdachte.13 Zoals vanaf pagina 18 beschreven, gaat het vooral om een toename van overlastregistraties en andere type registraties die vermoedelijk gerelateerd zijn aan de coronamaatregelen14. Het aandeel registraties in de rol van slachtoffer is zeer klein (3%) en gelijk aan voorgaande jaren. In 2020 zijn 34 Top400-personen bij één of meer incidenten als slachtoffer geregistreerd.
Deze personen zijn allemaal ook bij één of meer incidenten als verdachte of betrokkene geregistreerd.
Regisseur: ‘Ik heb iemand in regie die al enige tijd in de aanpak zit en veel in beeld kwam bij politie voor vermogens- en geweldsdelicten. Momenteel komt hij amper in beeld wat positief lijkt, maar ook zorgwekkend kan zijn. Maar we hebben wel het idee dat hij de positieve weg heeft gekozen.’
Ontwikkeling Gedurende het jaar laten de politieregistraties van Top400-personen een wat grillig verloop zien (zie figuur 2.5). Dit is vergelijkbaar met het beeld van 2019. Figuur 2.5 Aantal politieregistraties Top400 personen per maand in 2020 200 150 100 50 0 1
2
3
4
5
6
7
8
9
10 11 12
11 Top400-personen zijn in 2020 ook in andere rollen geregistreerd, zoals ‘vermist’, ‘terecht’ of ‘getuige’. De selectie op de rollen
verdachte, betrokkene en slachtoffer omvat 78% van de registraties in 2020 (1748 in totaal). 12 In 2019 stonden er aanzienlijk meer personen op de Top400-lijst (264). 13 Zie tabel 4 in de bijlage voor een overzicht van de geregistreerde incidenten per jaar. 14 Bron: CBS Dashboard overlast in de buurt 2020. Melding overlast Jeugd. Geraadpleegd op 1 september 2021. Ook in het
trendbeeld 2020 van de Politie Amsterdam-Amstelland wordt gesproken over een toename van het aantal (jeugd-) overlastmeldingen in 2020.
17
Aantal registraties wisselt aanzienlijk per persoon De registraties betreffen 197 unieke Top400-personen: 10% van de huidige Top400-lijst is in 2020 dus niet bij incidenten geregistreerd door de politie. Het aantal registraties verschilt bovendien sterk per persoon: van 0 tot maar liefst 38 incidenten. De meerderheid van de Top400 (53% van de lijst) is bij 0 t/m 5 incidenten geregistreerd, zie ook figuur 2.6. Verder valt op dat 18% van de personen op de lijst samen verantwoordelijk is voor 45% van de registraties. Oftewel, het gemiddeld aantal registraties (6,3 per persoon) wordt sterk omhoog getrokken door een kleine groep van 40 personen die vaker dan 10 keer geregistreerd zijn (zie ook tabel B4.2 en B4.3 in de bijlage 4). Deze groep vaak geregistreerde Top400-personen lijkt niet te verschillen van de minder vaak geregistreerde personen wat betreft leeftijd of aantal jaren in de aanpak. Figuur 2.6 Percentage Top400 personen naar aantal registraties in 2020 43% 36% 29% 23%
20%
16%
11% 6%
1-5 incidenten
6-10 incidenten %van hele Top400
2.3.2
11-15 incidenten
16-20 incidenten
6% 1% meer dan 20 incidenten
verantwoordelijk voor % registraties
Type delicten
Top 10 meest voorkomende registraties In de top-10 registraties is ervoor gekozen alleen de misdrijven en de voor deze doelgroep relevante APV-overtreding voor nepdope te laten zien (bij elkaar 655 registraties). Bijna de helft (48%) van de registraties betreft echter een ander type incidenten: voornamelijk registraties in de categorie maatschappelijke integriteit overig (vaak een ‘verdachte situatie’ of registraties van ‘overtreding justitiële voorwaarden’) en verkeersovertredingen (zoals ‘rijden zonder rijbewijs’).15 Overlast komt het vaakst voor, gevolgd door mishandeling. Zie figuur 2.7 waarin de tien vaakst voorkomende delict-categorieën, waarbij Top400-personen in 2020 zijn geregistreerd zijn weergegeven, onderverdeeld naar de rol waarin personen zijn geregistreerd. Hierin is ook te zien dat het bij registraties van mishandeling en overlast vaak gaat om de rol van betrokkene. Hierbij moet wel de kanttekening worden gemaakt dat bij registraties voor mishandeling de rollen ten tijde van de eerste registratie vaak nog niet duidelijk zijn.
15 In de bijlage 3 is een tabel te vinden van alle registraties naar delict-categorie, onderverdeeld naar de rollen waarin Top400-
personen zijn geregistreerd.
18
Figuur 2.7 Top-10 meest voorkomende registraties naar delict-categorie, selectie misdrijven 2.7.1 Overlast
169
1.4.5 Mishandeling
35
77
1.4.6 Straatroof
65
1.6.2 Overige vermogensdelicten
57
1.4.4 Bedreiging
23
4 27
2.2.1 Vernieling cq. zaakbeschadiging
24
24
3.1.3 Wapenhandel
19
1.2.3 Diefstal van brom-, snor-, fietsen 2.1.1 Drugs/drankoverlast 1.4.3 Openlijk geweld (persoon)
169 8
120
5 70 4 61
19
13 5 18 17
17
15 2 17
Verdachte
Betrokkene
Slachtoffer
Totaal
Toename registraties van overlast, mishandeling en straatroof Het aantal registraties van overlast is – rekening houdend met het aantal personen op de lijst – verdubbeld ten opzichte van 2019: van 0,39 per persoon in 2019 naar 0,78 per persoon in 2020. Het overgrote deel van de overlastregistraties (89%) betreft een ‘melding overlast jeugd’. Het aantal registraties van mishandeling is ook toegenomen, maar minder sterk dan overlast: van 0,46 naar 0,55 registraties per persoon. Bij deze incidenten gaat het vooral om ‘ruzie/twist (zonder vervolg)’ en (in mindere mate) om ‘eenvoudige mishandeling’. De toename van registraties van overlast en mishandeling is in lijn met de bevinding dat voornamelijk registraties in de rol van betrokkene zijn toegenomen in 2020. Ook is er een toename in het aantal registraties van straatroof: van 0,19 per persoon in 2019 naar 0,32 per persoon in 2020. Straatroof is nu de vaakst voorkomende delict-categorie in de rol van verdachte. Daarnaast zijn Top400-personen vaak in de rol van verdachte geregistreerd bij overige vermogensdelicten – in 2019 de vaakst voorkomende delict-categorie in deze rol. Hierbij gaat het voornamelijk om heling en overige (eenvoudige) diefstal.
In 2020 zijn er juist minder registraties van drugshandel en nepdope: in 2019 hoorden deze delicten nog tot de vaakst voorkomende categorieën, maar dit jaar vallen ze buiten de top-10 van registraties. Drugshandel is gedaald van 0,18 naar 0,06 registraties per persoon, nepdope van 0,14 naar 0,06 registraties per persoon. Ook lijkt er een daling te zijn van registraties van diefstal/inbraak woning: van 0,12 naar 0,06 registraties per persoon. Het aantal registraties voor woninginbraken daalde van 31 registraties in 2019 naar 13 registraties in 2020 (een daling van 61%). Landelijk nam het aantal woninginbraken in de leeftijdscategorie 12-25 jaar ook af maar minder dan bij de Top400 doelgroep namelijk met 31%. Kanttekening is dat het bij drugshandel, nepdope en diefstal/inbraak woning gaat om kleine aantallen (van resp. 48, 36 en 31 incidenten in 2019 naar resp. 13, 14 en 12 incidenten in 2020), het kan dus goed zijn dat verschillen t.o.v. vorig jaar door toeval komen.
19
Recent is in de media veel aandacht voor betrokkenheid van jongeren bij steekincidenten en toegenomen wapenbezit. Wapens worden getoond in (rap)video’s op sociale media en jongeren nemen (steek)wapens mee naar school om indruk te maken of uit angst om slachtoffer te worden van geweld. Dit roept de vraag op of het aantal wapendelicten onder jongeren is toegenomen de afgelopen tijd. Wapens worden vaak pas zichtbaar als er sprake is van het gebruik van een wapen (bijv. overval of straatroof) of wanneer er een melding is gemaakt met betrekking tot bezit. Het WODC concludeert dat het aantal jongeren dat verdacht werd van een wapenmisdrijf toenam tussen 2018 en 2020. Hierbij wordt wel de kanttekening gemaakt dat deze stijging mogelijk het gevolg kan zijn van een wijziging in de manier van registreren16. Daarnaast kan de stijging ook het gevolg zijn van extra gepleegde inspanning om deze feiten op te sporen (bijvoorbeeld regelmatige kluisjescontroles op scholen). Hierdoor is niet zonder meer te concluderen dat daadwerkelijk sprake is van een toename van wapenbezit en wapengebruik. Kijkend naar OM-zaken met betrekking tot de Wet wapens en munitie gaat het binnen Amsterdam de afgelopen jaren om enkele tientallen minderjarigen, en zo’n 100-250 jongvolwassenen (18-24) per jaar17.
De huidige Top400 is op de peildatum van 1 januari 2021 (218 personen) de afgelopen 5 jaar 144 keer als verdachte aangehouden door de politie voor wapenbezit18 (betreft 90 personen). Het vaakst in 2019 (54 aanhoudingen, 37 personen). In 2020 ging het om 23 aanhoudingen (19 personen). In de meerderheid van de gevallen gaat het om vuurwapenbezit (maatschappelijke klasse F70). Daarnaast zijn 18 Top400-personen de afgelopen 5 jaar 22 keer gedagvaard19 in kader van de Wet wapens en munitie. In de figuur hieronder is te zien hoe vaak Top400-personen de afgelopen 5 jaar zijn aangehouden en gedagvaard voor wapenbezit met een piek in 2019. Figuur 2.8 Aantal aanhoudingen en dagvaardingen betreft wapenbezit (links) en soort aanhouding naar maatschappelijke klasse (rechts), 2016 t/m 2020 54 36 23 8
23
6
4
8
2017
2018
2019
2020
aanhoudingen dagvaardingen (wwm 13 en wwm26)
2.3.3
79
2
2 2016
62
3 F70 - bezit vuurwapens
F71 - handel vuurwapens
F72 - bezit overige wapens
F73 - handel overige wapens
Pleeglocaties
Voornamelijk registraties in Amsterdam-Amstelland In totaal zijn er 630 incidenten waarbij Top400-personen als verdachte zijn geregistreerd. Bij bijna een kwart van de geregistreerde incidenten (23%) is de Top400-persoon aangehouden. Ruim 90 procent (578 registraties, 92%) van de 630 incidenten waarbij Top400 personen als verdachte zijn geregistreerd, heeft een pleeglocatie binnen Amsterdam of één van de Amstellandgemeenten. Vorig jaar was dit 88%. Buiten de Amsterdam-Amstellandgemeenten zijn er vrijwel geen 16 Monitor Zelfgerapporteerde Jeugdcriminaliteit, WODC 2020. 17 Veiligheidsmonitor Amsterdam-Amstelland 2020. 18 F70 - bezit vuurwapens, F71 - handel vuurwapens, F72 - bezit overige wapens en F73 - handel overige wapens. 19 Volgens dezelfde selectie van zaken als bij de recidive. Zie bijlage 2 welke afdoeningen niet zijn meegenomen.
20
gemeenten waar Top400-personen vaker als verdachte worden geregistreerd. In Zaanstad, Teylingen, Rotterdam en Purmerend werd drie keer een Top400-persoon als verdachte geregistreerd, in andere gemeenten minder vaak. Top400-personen plegen dus nauwelijks buiten de regio.20 Binnen de regio Amsterdam-Amstelland zijn de meeste registraties in stadsdeel Centrum, NieuwWest en Zuidoost, zie onderstaande kaart. Figuur 2.9 Pleeglocatie incidenten als verdachte binnen de Amstellandregio21 stadsdeel
n
%
Noord
38
7%
Oost
40
7%
Zuid
39
7%
West
32
6%
Nieuw-West
66
11%
Centrum
67
12%
Westpoort
1
0%
Zuidoost
57
10%
Amsterdam, postcode onbekend
175
30%
Totaal Amsterdam
515
89%
Amstellandgemeente
n
%
Diemen
12
2%
Ouder-Amstel
4
1%
Amstelveen
28
5%
Uithoorn
18
3%
Aalsmeer
1
0%
Totaal Amstellandgemeenten
63
11%
Totaal Amstellandregio
578 100%
Per 22 gebieden gemeente Amsterdam
20 Top400-personen zijn wel vaker als betrokkene geregistreerd in Almere (17 registraties), gevolgd door Zaanstad en Lelystad
(beide 5 registraties als betrokkene). 21 Kaart is o.b.v. postcode gemaakt. Voor 175 van de 515 registraties als verdachte binnen de gemeente Amsterdam is geen
postcode bekend en daarmee niet meegenomen.
21
3. Kwalitatief onderdeel: interviews regisseurs
Om inzicht te krijgen in de kwalitatieve resultaten van de Aanpak Top600 en Top400 zijn regisseurs vanuit negen verschillende organisaties geïnterviewd. Het doel van deze interviews was om inzichten over de aanpak, maar ook aandachtspunten en verbeterpunten op te halen. Vanwege hun positie door hun persoonlijk contact met personen in de aanpak en hun centrale rol te midden van alle betrokken organisaties, hebben regisseurs hier goed zicht op. Het betreft interviews met 21 Top600/Top400-regisseurs (van de in totaal circa 100 regisseurs) die zich vrijwillig hebben aangemeld. Het gaat dus om de mening van een deel van de regisseurs, waaruit we desalniettemin waardevolle inzichten, aandachtspunten en verbeterpunten voor de toekomst halen. Achtereenvolgens geven we inzicht in wat de regisseurs in de interviews hebben aangegeven ten aanzien van de drie doelstellingen van de aanpak, hun ervaringen met de penitentiaire inrichtingen (PI’s) en het belang van de aanpak voor hun eigen organisaties. We zetten de conclusies uit de interviews met regisseurs op een rijtje en ronden af met een blik op de toekomst en de aanbevelingen. De tekst in dit hoofdstuk is identiek aan de tekst over het kwalitatief deel in de monitor Top600.
Verminderen crimineel gedrag Nauwe samenwerking, langdurige aandacht en sturing door de regisseur Doelstelling 1 van de Aanpak Top600/Top400 is het voorkomen en verminderen van criminaliteit. Uit de interviews komen hierover de volgende punten naar voren. De regisseurs geven aan dat de nauwe samenwerking tussen verschillende partners leidt tot intensievere aandacht voor de persoon in de aanpak en een betere uitwisseling van informatie. Uit de interviews komt voorts het beeld naar voren dat personen in de aanpak juist door deze nauwe samenwerking en continue aandacht van hun regisseur en de partners meer het gevoel hebben in de gaten te worden gehouden. Dit leidt ertoe dat zij minder ruimte voelen om delicten te plegen. De regisseur is hierin van belang als verbindende figuur tussen de partners en als stabiele, langdurige factor in het leven van de persoon. Juist het hebben van een zogenoemde lange adem is van belang, vooral als er sprake is van een vrijwillig kader. De regisseur heeft een belangrijke rol in het uitdagen van partijen om tot out-of-the-box maatregelen te komen. Niet alleen is de eindverantwoordelijkheid van de aanpak voor alle partners op deze manier duidelijk belegd bij de regisseur, hij of zij zorgt er ook voor dat de aandacht niet verslapt en afspraken worden nagekomen.
Dit leidt vaak tot maatwerkoplossingen die beter aansluiten op de specifieke Regisseur: ‘de inzet van en vaak uiterst complexe situatie van de persoon. Door de korte lijnen straatcoaches was ook tussen de partners kan hierin ook worden doorgepakt en snel worden belangrijk. Zodat de persoon gehandeld. Een goede regisseur maakt dat de Aanpak Top600/Top400 op in de aanpak het idee had dat deze wijze daadwerkelijk meer is dan slechts de som der afzonderlijke er op hem werd gelet. delen. Uit de interviews komt het beeld naar voren dat juist deze We hebben samen om tafel integraliteit en aansturing een belangrijke bijdrage kan leveren aan het gezeten met SAOA en andere verminderen van crimineel gedrag bij personen die in de aanpak zitten. partners, de taken verdeeld en één gezamenlijke koers bepaald’.
22
Omstandigheden rondom de persoon Omstandigheden rondom de persoon zelf, bepalen eveneens voor een groot deel of het criminele gedrag vermindert. Niet alleen is het vertrouwen dat de persoon in de regisseur heeft van belang, de mate waarin hij of zij zich gehoord voelt door hulpverleners, zich gesteund voelt door familie en persoonlijk gemotiveerd is om niet te recidiveren zijn eveneens relevante factoren. Uit de interviews rijst het beeld dat afzonderlijke onderdelen juist in combinatie met elkaar tot resultaten kunnen leiden. Zo kunnen korte lijntjes met het OM en goede informatie-uitwisseling met politie leiden tot snelle en consequente straffen die van grote invloed kunnen zijn op vermindering van het crimineel gedrag. Daar waar dit gecombineerd wordt met maatwerkoplossingen binnen de zorg en persoonlijke leefomgeving van de persoon wordt, aldus verschillende regisseurs, de kans op recidivevermindering vergroot. Regisseurs beschouwen de politie als een van de belangrijkste partners, wiens professionaliteit en expertise mede het succes van de aanpak bepalen. Het op peil houden van de capaciteit is daarom punt van aandacht, ook om te voorkomen dat er minder onderzoeken worden opgestart en de doelstelling lik-op-stuk in de knel komt.
Daarnaast geldt dat veel personeelswisselingen, binnen alle partners, de informatie-uitwisseling maar ook de continuïteit van de aanpak (waarvoor langdurige betrokkenheid nodig is) kunnen bemoeilijken. Verbeteren toekomstperspectief Motivatie, verstandelijke beperking, omgeving van personen De interviews geven ook inzicht in de verschillende Regisseur: ‘Ik heb een jongen in regie met een factoren die kunnen bijdragen aan het wel of niet trauma doordat zijn broer was overleden. Hij slagen van de tweede doelstelling; het heeft toen bij de Waag rouwverwerkingstoekomstperspectief van de persoon in de aanpak te therapie gehad. Ik zie nu dat de jongen meer verbeteren. De persoonlijke motivatie van de zichzelf is. Hij is in staat om conflicten uit te persoon wordt veelvuldig genoemd als essentiële spreken, loopt niet meer gelijk boos weg. ‘ voorwaarde. Onder andere worden genoemd de persoonlijke wil om het anders te willen doen in het leven, motivatie om een opleiding af te ronden en karaktereigenschappen als doorzettingsvermogen en discipline wanneer het even tegenzit. De regisseurs schetsen een beeld dat het hier factoren betreft die niet altijd even makkelijk positief zijn te beïnvloeden, ondanks alle pogingen daartoe. Dit geldt evenzeer voor andere, meer verstandelijke, psychische en/ of systemische factoren.
De (licht) verstandelijke beperking (lvb) bij veel personen in de aanpak (meer dan de helft) wordt door verschillende regisseurs genoemd als factor die het verbeteren van het toekomstperspectief in de weg kan staan. Niet alleen kan sprake zijn van een beperkt zelfinzicht en beperkt vermogen de lange termijn gevolgen van hun keuzes in te zien, ook kan lvb problematiek het afronden van een opleiding en/of het vinden van een geschikte baan bemoeilijken. Dit schetst een beeld van een, ook door regisseurs, moeilijk te doorbreken vicieuze cirkel: het criminele pad behoudt een sterke aantrekkingskracht door het ‘grote geld’ dat het voor hen in het vooruitzicht heeft. Lvb en andere persoonlijke problematiek kan ervoor zorgen dat personen geen lange termijn inzicht krijgen in de gevolgen van hun daden en in alternatieve mogelijkheden die ze door de regisseur en andere hulpverleners worden aangereikt. Daarnaast bieden de thuissituatie en vrienden van de persoon vaak niet de positieve en stabiele omgeving die voor deze doelgroep juist zo van belang is.
23
Systemische factoren Meer systemische factoren die genoemd worden door de regisseurs bij het al dan niet slagen van het verbeteren van het perspectief zijn de vaak lange wachttijden voor GGZ trajecten die de personen hierbij zouden moeten ondersteunen of de omstandigheid dat benodigde interventies niet zijn ingekocht door de gemeente. Regisseurs geven daarnaast aan dat het vaak lastig is een passende werkplek, dagbesteding of ander geschikt traject voor deze vaak complexe doelgroep te vinden. Het vinden van een passende en stabiele woonomgeving is meestal een vurige wens van betrokkene en wordt dikwijls beschouwd als een belangrijke voorwaarde voor perspectiefverbetering. Ook dit is echter vaak een knelpunt door de grote wachtlijsten die hier voor bestaan. Zorg en dagbesteding/werk Toch rijst uit de interviews een beeld op waarin juist de nauwe samenwerking tussen alle partners en het snel een compleet beeld van een persoon krijgen, er toe kan leiden relevante zaken in beweging te krijgen. Ook kan de regisseur echt een bijdrage leveren aan het creëren van de juiste randvoorwaarden om die beweging, zoals de zoektocht naar een baan, de juiste kant op te begeleiden. Meerdere regisseurs geven aan veel te hebben aan de samenwerking met de kernpartners WPI en GGD.
De screening wordt gezien als een belangrijk onderdeel om te komen tot een juiste inschatting van de problematiek en de GGD denkt vaak proactief mee om personen naar de juiste (zorg)instanties door te verwijzen. Ook helpen korte lijntjes met WPI om de mogelijkheden op het gebied van het Regisseur: ‘Ik heb een jongen in regie gehad bij wie aanvragen van een uitkering, het zoeken van het schoolverzuim is afgenomen. Dit was met behulp werk of het anderszins inzetten van van een IFA-coach die ervoor gezorgd heeft dat de participatietrajecten te onderzoeken. jongere wel weer naar school ging. Samen hebben we Regisseurs beschouwen dit als belangrijke bekeken hoe we de jongere het beste konden factoren die kunnen helpen het perspectief ondersteunen. te verbeteren. Voorkomen van instroom broertjes en zusjes De (minderjarige) broers en zussen (en eventuele kinderen) van Top600/Top400-personen lopen een hoger risico zelf met de politie in aanraking te komen. Uit de interviews met regisseurs komt het beeld naar voren dat er meestal sprake is van een goede samenwerking met de partners om het gezin van de persoon in de aanpak te ondersteunen en te voorkomen dat broertjes en zusjes van persoon eveneens afglijden in de criminaliteit. Het preventief interventieteam (PIT) en GGD worden voor deze doelstelling als de twee belangrijkste partners beschouwd.