CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Mobiliteitsstrategie Haven-Stad.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 19 mei 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van het collegebesluit inzake het vrijgeven voor inspraak en advies Integraal Raamwerk Haven-Stad en afhandeling motie van lid Geenen ‘onderzoek naar vervolgonderwijsvoorzieningen’ (nr. 1638.17) (ZD2021-002723)17.918 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Tabel: Opgaven en maatregelen Opgave/maatregel:

Wanneer nodig:

1e stap:

1

HOV-bus station Sloterdijk - CS

2024

Verkenning 2020*

2

HOV-verbinding Amsterdam-Noord - Zaanstad

2030 (of later)

Verkenning 2020*

3

Tram 5 naar Minervahaven

2030 (of later)

Verkenning 2021

4

Metro d.m.v. sluiten Ringlijn

2030 (of later)

Verkenning 2021**

5

HOV-bus station Sloterdijk – Cornelis Douwes

2030

Verkenning 2025

6

Busverbinding tussen beide oevers over westbrug

2035

Verkenning 2030

7

Busverbinding station Sloterdijk – Coen- en Vloth.

2040

Verkenning 2031***

8

OV-verbinding Coen- en Vlothaven – A’dam-West

2040

Verkenning 2031***

9

Tram 5 Minervahaven – Coen- en Vlothaven

2040

Verkenning 2031***

* ** ***

Verkenning is al gestart Basis is VMA-onderzoek uit 2017 en MASH-onderzoek in 2019/2020 Kan in één verkenning in het kader van het Mobiliteitsplan Coen- en Vlothaven

32

7.2

Fiets en voetganger

Voorzieningen voetganger: Amsterdam heeft sinds 2016 een vastgesteld voetgangersnetwerk. Doel van dit netwerk is om voor voetgangers meer ruimte en comfort te garanderen. Net als bij het fietsnetwerk, is ook het voetgangersnetwerk onderverdeeld in categorieën: het Plusnet en het Hoofdnet. De Plusnet routes betreffen veelal straten en plekken die gekenmerkt worden door drukte, een rijke diversiteit aan functies en een hoge verblijfskwaliteit. Bij de Hoofdnet routes gaat het vaak om straten die een belangrijke functie hebben voor voetgangers, zoals routes naar OV-knooppunten. De belangrijkste randvoorwaarde voor een hoogwaardig voetgangersnetwerk is een obstakelvrij en voldoende breed trottoir. Dit is niet strikt vastgesteld maar is afhankelijk van de verwachte voetgangersdrukte. De vastgestelde minimumbreedte voor drukke routes in Haven-Stad is 3,6 meter.

Ambitie Haven-Stad wordt het domein van de fietser en voetganger. In de dagelijkse verplaatsing zijn keuzes voor deze modaliteiten vanzelfsprekend voor bewoners en bezoekers. Het netwerk voor fiets en voetganger is overal in Haven-Stad herkenbaar aan­wezig en de uitwisseling met de omliggende buurten (de bestaande stad) wordt optimaal gefaciliteerd met goede en snelle fietsverbindingen en brede voetpaden. Het bestaande fietsnetwerk in de stad van Plusnet (snel en comfortabel), Hoofdnet (basisroutes) en Groennet (tussen en in groene gebieden), wordt in Haven-Stad gefaseerd uitgebreid. Onderdeel van dat netwerk is ook de westbrug voor fietsers en voetgangers tussen de Minervahaven en NDSM. Op voet­paden langs routes met veel voorzieningen, winkels etc. is volop vrije loopruimte aanwezig. Deze voetpaden zijn onder andere in de stadsstraten van Haven-Stad te vinden en op de routes die naar de belangrijke OV-knooppunten leiden. Op deze manier wordt het aantrekkelijk om te lopen in Haven-Stad en is lopen een vanzelfsprekend onderdeel van de ketenreis van A naar B.

Vanwege de verwachte intensiteit op trottoirs in Haven-Stad, wordt uitgegaan van een obstakelvrije ruimte van 5,0 meter voor Plusnet routes en 4,0 meter voor Hoofdnet routes.

Netwerk voetganger Haven-Stad

33

Zuidoever

Hemknoop vanuit de verschillende deelgebieden van Haven-Stad en ook die vanuit de bestaande stad op orde te zijn. Dit is een belangrijke opgave waarmee vroegtijdig gestart moet worden. Ergens tussen 2030 en 2040 sluit dan ook de fietsverbinding over de westbrug (tussen Minervahaven en NDSM) aan op de Spaarndammerdijk en het gebied rondom metrostation Hemknoop.

Fietsverbindingen zuidoever Er wordt in Haven-Stad gefaseerd een gedetailleerd fietsnetwerk gerealiseerd. Hierna volgt een opsomming van de belangrijkste verbindingen op de zuidoever. Zuidflank Een belangrijke fietsverbinding voor de transformatie van de eerste deelgebieden van Haven-Stad is de verbinding tussen de Minervahaven en het Haarlemmerplein (via de Spaarndammerstraat). Deze verbinding sluit aan op de Binnenring en de doorgaande fietsroute via de Haarlemmer Houttuinen naar het Centraal Station. Een andere belangrijke verbinding voor de eerste ontwikkelingen van Haven-Stad is de bestaande fietsroute via de Spaarndammerdijk, Tasmanstraat, Van Diemenstraat en Westerdoksdijk naar het Centraal Station. Deze fietsverbinding wordt de komende 10 jaar steeds drukker en belangrijker. Voor Sloterdijk I Zuid worden de komende 10 jaar de fietsroutes langs het oude dorp Sloterdijk naar West, de fietsroutes langs de Transformatorweg en de route aan de zuidkant van Sloterdijk I Zuid (route Condensatorweg – Hatostraat) naar station Sloterdijk belangrijk. Andere belangrijke fietsroutes voor de kortere termijn zijn een nieuwe verbinding aan de noordzijde van de treinsporen tussen Contactweg en het Overbrakerpad en de verschillende fietsroutes door het Westerpark.

En met de ontwikkeling van Haven-Stad worden ook de fietsverbindingen ten westen van de A10 naar Sloterdijk 2 en Zaandam (Hempont) steeds meer gebruikt.

Coen- en Vlothaven Vanaf 2040 kan de transformatie van het laatste deelgebied, de Coen- en Vlothaven, beginnen. Vanuit dit deelgebied loopt een fietsverbinding via een nieuwe OV- en fietsbrug over de Mercuriushaven naar de Minervahaven. Daarnaast zijn twee fietsverbindingen in zuidelijke richting voorzien (waarvan één via bruggen over de Vlothaven en het spoor) die leiden naar de Kabelweg en de Contactweg en verderop aansluiten op het fietsnetwerk van Amsterdam-West. Ook twee frequente pontververbindingen met het Cornelis Douwesterrein (Keerkringpark en Toetsenbordweg) op de noordoever worden vanaf 2040 belangrijk. De functie van de Coen- en Vlothaven als knooppunt voor fietsroutes uit verschillende windrichtingen, neemt gedurende de transformatie van dit deelgebied alleen maar toe. Fietsenstallingen station Sloterdijk Mede door de transformatie van de verschillende deelgebieden van Haven-Stad, wordt het belang van station Sloterdijk in dit deel van de stad en de regio alleen maar groter. De verwachting is dat de fiets­stromen van en naar het station de komende decennia enorm gaan toenemen. Ook de behoefte aan stallingsruimte bij het station neemt hierdoor steeds meer toe. In de plannen van het deelgebied Sloterdijk Centrum is voorzien in drie grote inpandige fietsenstallingen nabij het station: aan de noordkant van het station een stalling voor ca.

6500 fietsen, aan de zuidoost kant een stalling voor ca. 6000 fietsen en aan de zuidwest kant een stalling voor ca. 4000 fietsen. Ook vanuit Haven-Stad dienen deze stallingen optimaal bereikbaar te zijn.

Westerpark e.o. en Hemknoop Voor Sloterdijk I Zuid en de centrale zone van Haven-Stad (het gebied rondom het toekomstige metrotracé), is met name het Overbrakerpad van belang als noord-zuid verbinding. Deze centrale fietsroute door het Westerpark sluit bij de Haarlemmerweg aan op een nieuwe fietsroute langs het Foodcenter richting het Hugo de Grootplein. Dit wordt een belangrijke schakel tussen Haven-Stad en de westelijke binnenstad. De exacte route langs het Foodcenter moet nog worden bepaald waarbij een aantal opties mogelijk lijkt. Vanaf 2030 dienen de fietsroutes naar het toekomstige metrostation

34

Noordoever

Breedte fietspaden: De fietspaden in Haven-Stad moeten mimimaal voldoen aan de eisen voor het Plusnet Fiets. Dat betekent minimaal 2,5 m. breed voor een éénrichtingsfietspad of minimaal 4,50 m. breed voor een tweerichtingenfietspad. Op fietspaden verschijnen echter steeds meer ander typen vervoer dan de traditionele fietsen. Het gaat om elektrische fietsen, speed pedelecs, bakfietsen, Canta’s, Biro’s etc. Kleine logistieke voertuigen en LEV’s (Light Electric Vehicle) zien we ook in toenemende mate op het fietspad. Het is daarom verstandig om langs de hoofdassen van Haven-Stad (Nieuwe Hemweg, Basisweg, Transformatorweg en Cornelis Douwesweg), bredere fietspaden van ca. 5,5 m. aan te leggen. Zodoende is er straks voldoende ruimte om ander type vervoer op het fietspad te faciliteren zonder dat de verkeers­veiligheid in het gedrang komt. Het merendeel van deze hoofdassen sluiten ook aan op het Vervoerscentrum en diverse logistieke bedrijven ten westen van de A10.

Fietsverbindingen noordoever Een belangrijke fietsverbinding op de noordoever is die langs de Cornelis Douwesweg richting de Noorder IJ-plas. Dit is de snelle en comfortabele fietsroute via een nieuwe OV- en fietsbrug over de A10 waar ook forenzen tussen Zaandam en Amsterdam vanaf 2030 gebruik van kunnen maken. Parallel aan deze route loopt de fietsroute over de Tt. Vasumweg die meer een lokale functie heeft voor de verschillende buurten van Haven-Stad op de noordoever een ook voor NDSM. Deze route over de Tt. Vasumweg sluit goed aan op de nieuwe westbrug tussen NDSM en Minervahaven en op de Papaverweg richting Buikersloterham en Johan van Hasseltweg. Daarnaast is er nog de Dam tot Dam fietsroute tussen Amsterdam-Noord en Zaandam (via de Noorder IJ-plas en een nieuwe brug over Zijkanaal H) die meer een recreatieve functie krijgt. Laatstgenoemde fietsverbinding is volgens planning in 2023 gereed en vervult vanaf dat moment een belangrijke functie in de ontsluiting van de eerste transformaties van de Achtersluispolder in Zaandam vanuit het oosten. Haaks op deze verschillende fietsroutes die meer oost-west georiënteerd zijn, staan verschillende noord-zuid fietsverbindingen naar bestaande buurten in Noord zoals Tuindorp-Oostzaan, Molenwijk en Oostzanerwerf (en Landsmeer).

Tabel: Opgaven en maatregelen

*

Opgave/maatregel:

Wanneer nodig:

1e stap:

10

Fietsroutes door/langs Spaarndammerbuurt

2025

Verkenning 2021

11

Fietsroutes naar/door Groot Westerpark

2025 - 2040

Verkenning 2021

12

Fietsroute Westerpark – Hugo de Grootplein

2025

Verkenning 2021

13

Fietsenstallingen bij station Sloterdijk

2025

Verkenning 2021*

14

Fietsroutes door/langs Cornelis Douwes

2030

Verkenning 2025

15

Fietsroutes naar Coen- en Vlothaven (incl. bruggen)

2040

Verkenning 2035

Onderzoek naar stallingsbehoefte is al afgerond

35

7.3 Auto (parkeren en netwerk)

Zuidoever

Ambitie In Haven-Stad wordt een uitgekiend autonetwerk voor (deel)auto’s, bussen, logistiek verkeer, taxi’s, etc. uitgevoerd. Voor de meeste straten geldt een 30 km/u regime. Met een parkeernorm van 0,2 per woning wordt het aantal geparkeerde auto’s beperkt en het parkeren zelf vindt zoveel mogelijk inpandig plaats. In de getransformeerde deelgebieden van Haven-Stad wordt het autoverkeer in de buurtstraten zoveel mogelijk ontmoedigd. Mobiliteitshubs aan de rand van de wijk of buurt vangen het bestemmingsverkeer af en sommige faciliteren in de overstap op deelmobiliteit. Het noodzakelijk autoverkeer in de nabij gelegen haven- en werkgebieden die nog niet getransformeerd zijn, wordt goed gefaciliteerd op de (hoofd)routes en plekken die daar geschikt voor zijn. Op het moment dat het autoverkeer op daarvoor bestemde routes niet goed kan worden afgewikkeld, hebben ook het OV en het langzame verkeer (fiets en voetganger) daar namelijk last van. Tussen de A10 en de binnenstad is ook in de toekomst nog steeds veel autoverkeer te verwachten, verkeer dat in principe geen relatie heeft met Haven-Stad. Ook van dit verkeer moeten de bewoners en bezoekers van Haven-Stad straks zo weinig mogelijk last ervaren.

Autonetwerk De Transformatorweg wordt versmald naar 2x1 rijstroken, en de Nieuwe Hemweg wordt juist verbreed naar 2x2 rijstroken. Daarnaast wordt de aansluiting van de Nieuwe Hemweg (S101) op de A10 compacter gemaakt zodat het verkeer hier beter kan worden afgewikkeld. Dit is rond 2035 nodig. Deze maatregel is ook nodig bij een eventuele verplaatsing van de cruiseterminal naar de Coenhaven (zie hoofdstuk 7.5). Aandachtspunt bij het compacter maken van de aansluiting is het verleggen van de havensporen ter plekke. Met al deze ingrepen wordt de Nieuwe Hemweg straks de belangrijkste ontsluitingsroute van Haven-Stad op de zuidoever én voor het verkeer tussen de A10 en de westelijke binnenstad. Binnen de Ring A10 is inmiddels een autoluw beleid ingezet en in dat kader wordt de noodzaak van het opwaarderen van de Nieuw Hemweg de komende periode periodiek gemonitord. Een ander aandachtspunt voor de doorstroming van het autoverkeer is de situatie rondom de aansluitingen van de Transformatorweg en de Basisweg (S102) op de A10. Deze komen door de verschillende ontwikkelingen aan weerszijde van de A10 onder druk te staan. Een knip bij de Hemknoop is een optie om het doorgaande verkeer tussen westelijke binnenstad en A10 over de Nieuwe Hemweg te sturen en zodoende de aansluiting van de Transformatorweg op de A10 te ontlasten.

Parkeernorm 0,2 Alleen met een lage parkeernorm van 0,2 per woning (plus 0,1 voor bezoekers) kan worden afgedwongen dat het grootste deel van de reizigers van en naar Haven-Stad gebruik maakt van een ander vervoermiddel dan de auto. Bewoners en bezoekers zijn straks met name aangewezen op OV, fiets en waarschijnlijk ook deelmobiliteit. En indien gerealiseerde parkeerplaatsen in Haven-Stad deels worden ingezet voor deelmobiliteit in plaats van enkel voor eigen voertuigen, wordt meer mobiliteit beschikbaar gesteld voor een grotere groep gebruikers. Voordeel van een lage parkeernorm is ook dat de beschikbare ruimte in Haven-Stad zoveel mogelijk wordt aangewend voor bebouwing en ruimte voor fietsers en voetgangers. Parkeerplaatsen in de openbare ruimte zijn maar zeer beperkt aanwezig en in verschillende deelgebieden is straks zelfs helemaal geen parkeren op straat mogelijk maar vindt dit enkel inpandig plaats. De lage parkeernorm heeft dus invloed op zowel de modal split (de verdeling tussen de verschillende type vervoermiddelen) als ook op het straatbeeld van Haven-Stad.

Een knip voor het autoverkeer in de Sloterdijkerweg nabij de huidige onderdoorgang van het spoor, moet ervoor zorgen dat deze route, op het moment dat de transformatie van het deelgebied Sloterdijk I Zuid van start gaat, niet meer kan worden gebruikt door sluipverkeer. Met een herinrichting van deze route wordt meer ruimte geboden voor het fietsverkeer en de voetganger.

36

Visiekaart autonetwerk (eindsituatie)

Het bestemmingsverkeer naar de volkstuinen kan nog steeds vanuit zuidelijke richting van de Sloterdijkerweg gebruik maken. Daarnaast is de ontsluiting van de Minervahaven een aandachtspunt. In de huidige situatie is de Archangelweg de enige toegang tot de Minervahaven maar een nieuwe route voor auto­verkeer vanaf de Nieuwe Hemweg moet rond 2030 de hoofdentree van dit gebied worden.

Tot slot is een verbinding nodig tussen de Nieuwe Hemweg en de Radarweg/Vervoerscentrum (zie hoofdstuk 7.6) door middel van een viaduct over het opstelterrein Westhaven. Hierdoor krijgt het vrachtverkeer tussen de A10 en het Vervoerscentrum een rechtstreekse en snelle verbinding waardoor de functie van het tunneltje Contactweg kan worden beperkt tot enkel de ontsluiting van de Alfadriehoek. Genoemd viaduct tussen de Nieuwe Hemweg en de Radarweg is pas nodig op het moment dat het Vervoerscentrum voor een groot deel is gerealiseerd en dat is naar verwachting pas rond 2035. 37

Afwikkeling gevaarlijke stoffen over de weg: De Amsterdamse haven moet de komende decennia goed bereikbaar blijven voor vervoer over de weg. Hierbij speelt ook de routering van gevaarlijke stoffen een belangrijke rol. Het juridisch kader voor dit type vervoer is in Nederland geregeld in de Wet vervoer gevaarlijke stoffen waarbij dit op vier niveaus is geregeld: het landelijke Basisnet weg voor Rijkswegen, provinciale routering, gemeentelijke routering en de ontheffing op de gemeentelijke routering. In het huidige gemeentelijke beleid is heel Westpoort (het gehele Amsterdamse havengebied) vrijgegeven voor laden en lossen van gevaarlijke stoffen.

Noordoever Autonetwerk De Cornelis Douwesweg vormt de belangrijkste ontsluitingsroute tussen de A10 en de deelgebieden van Haven-Stad op de noordoever. De transformatie van deze deelgebieden is voorzien vanaf 2030. De Tt. Vassumweg heeft meer de functie van buurtontsluitingsweg met voorzieningen, winkels en horeca. De benodigde ingrepen in het autonetwerk op de noordoever zijn beperkt omdat het huidige netwerk al goed op orde is. Een belangrijk aandachtspunt in het netwerk de aansluiting van de Verlengde Stellingweg (S118) op de A10. Dit punt moet in de toekomst het verkeer van en naar de A10 goed kunnen afwikkelen. Dit is niet alleen nodig voor verkeer van en naar Haven-Stad maar ook naar de diverse andere gebiedsontwikkelingen op de noordoever (o.a. NDSM en Buiksloterham) en niet te vergeten naar de bestaande buurten van Amsterdam-Noord. Volgens berekeningen met het verkeersmodel komt deze aansluiting vanaf 2030 door de verschillende ontwikkelingen behoorlijk onder druk te staan. Hier zijn dus maatregelen nodig voor een zo optimaal mogelijke afwikkeling van het verkeer in de toekomstige situatie.

Voor aansluiting op Rijks- en provinciale wegen zijn de Nieuwe Hemweg, Westpoortweg, Noordzeeweg en Basisweg toegewezen voor doorgaand verkeer van gevaarlijke stoffen over de weg. Daarnaast zijn de Seineweg en de Australiëhavenweg ook toegewezen voor doorgaand verkeer. Via deze wegen wordt Westpoort verbonden met de Haarlemmerweg N200. De gemeente Amsterdam heeft het voornemen de gemeentelijke routering aan te passen met als doel de A10 te ontmoedigen voor transport voor gevaarlijke stoffen. Het stedelijk gebied wordt meer ontzien en dit transport wordt meer over de A5 geleidt. Het gevolg hiervan is meer bewegingen over onder andere de Basisweg. Op basis van de uitkomsten van het verkeersmodel VMA zijn maar beperkte aanpassingen nodig bij de aansluiting Basisweg – A10 (S102) om het verkeer hier in de toekomst goed te kunnen verwerken.

Tabel: Opgaven en maatregelen Opgave/maatregel:

Wanneer nodig:

1e stap:

16

Knip Sloterdijkerweg (incl. herinrichting)

2022 (of later)

Uitwerking 2021

17

Afwaarderen Transformatorweg (naar 2x1)

2025

Verkenning 2021

18

Opwaarderen Nieuwe Hemweg (naar 2x2)

2025

Verkenning 2021*

19

Nieuwe ontsluiting Minervahaven (zuidkant)

2025

Verkenning 2021*

20

Aanpassen kruising Hemknoop

2030

Verkenning 2021*

21

Aansluiting A10 zuidoever (S102 Basisweg)

2030

Verkenning 2021*

22

Aansluiting A10 noordoever (S118 Verl. Stellingw.)

2030

Verkenning 2021**

23

Aansluiting A10 zuidoever (S101 Nieuwe Hemweg)

2035

Verkenning 2021***

24

Verbinding Nieuwe Hemweg - Radarweg

2035

Verkenning 2025

* ** ***

Optie is om deze drie samen te voegen tot één verkenning Probleemanalyse komt aan de orde in Mobiliteitsplan Noord Ontwerpnota van nieuwe aansluiting is in 2020 opgeleverd

38

7.4 Mobiliteitshubs Ambitie Mobiliteitshubs op goed gekozen locaties leveren een bijdrage aan het autoluwe karakter van de deelgebieden van Haven-Stad omdat ze de overstap op andere vervoermiddelen zoals deelmobiliteit kunnen faciliteren. Het invullen van het eerste of laatste deel van je reis van A naar B met deelmobiliteit die is ondergebracht in hubs, is straks de normaalste zaak van de wereld. Haven-Stad wordt een nieuwe stadswijk waarbij meervoudig ruimtegebruik eerder regel dan uitzondering is. In de mobiliteitshubs worden daarom waar mogelijk ook andere voorzieningen ondergebracht die een bijdrage leveren aan de kwaliteit, de beleving en de sociale veiligheid van de plek. Hierbij kan gedacht worden aan het toevoegen van ruimtes voor logistiek (zoals pakketwanden met lockers), een fietsreparatiepunt, een koffiebar of zelfs een mobiliteitswinkel waar je reisadvies kan krijgen. De mobiliteitshub kan heel goed onderdeel zijn van een groter gebouw of van de bebouwing op blokniveau. In het geval van een zelfstandig gebouw kan op het dak van de hub een sportveld of een buurttuin worden aangelegd of kan hier de energieopwekking plaatsvinden.

Netwerk en type hubs Bij het bedenken van een netwerk van mobiliteitshubs voor Haven-Stad, gaat het onder andere om het inventariseren van kansrijke locaties, het doen van schattingen van hoeveelheden plekken voor deelmobiliteit en andere vervoermiddelen en om het bepalen van governance-modellen voor de bouw en exploitatie van de hubs. Voor de eerste deelgebieden is dit netwerk al geschetst en onderdeel van het Mobiliteitsplan Zuidflank en Sloterdijk II. De gemeente heeft in 2020 de visie ‘Hubs, plek voor mobiliteitstransitie’ afgerond waarin onder andere de verschillende type hubs, hun locatie en omvang en hun bijdrage in een groter netwerk aan bod komen. Mede op basis van deze visie is het beeld ontstaan dat de volgende type mobiliteitshubs voor Haven-Stad van toegevoegde waarde kunnen zijn:

Bron: Goudappel Coffeng

39

Type hub:

Locatie:

Gebruikers:

Vervoermiddelen o.a.:

1. Hub gericht op OV

Trein- en metrostation

OV-reizigers

Deelfiets, deelscooter

2. Hub multimodaal

Nabij OV en A10

Bezoekers + bewoners

Deelfiets, (deel)auto

3. Wijkhub

Rand van de wijk

Bezoekers + bewoners

Deelfiets, (deel)auto

4. Buurthub

Centrale plek in buurt

Bewoners

(Deel)fiets, deelbakfiets

Op steeds meer plekken in Nederland wordt onderzocht welk type mobiliteitshub van betekenis kan zijn om de bereikbaarheid en leefkwaliteit van het gebied te vergroten. Afhankelijk van de locatie worden daarbij bepaalde uitgangspunten gehanteerd. Voor Haven-Stad kunnen onderstaande aantallen richting geven waarbij voor elke hub altijd nog maatwerk nodig is. n 2 deelauto's per 100 woningen n 2 deelfietsen per 100 woningen n 1 deelscooter per 100 woningen n 1 wijkhub per 3.000 woningen.

Werk maken van hubs: Omdat het onderwerp mobiliteitshubs vrij nieuw is, zijn er op dit moment nog nauwelijks goede voorbeelden voorhanden. Het gevaar is dat gemeente, ontwikkelaars en andere marktpartijen afwachten en dat er geen initiatief wordt genomen om - al dan niet gezamenlijk - stappen te zetten. Hieronder volgt een globale opsomming van mogelijke stappen die gemeente en/of marktpartijen kunnen doorlopen om tot belangrijke inzichten en concrete resultaten te komen bij de totstandkoming van hubs:

Governance mobiliteitshubs Ontwikkelaars kunnen straks in Haven-Stad mobiliteitshubs, waarin verschillende vormen van (deel)mobiliteit kunnen worden ondergebracht, bouwen en vervolgens verkopen aan exploitanten of andere partijen. Echter, ook de gemeente kan een rol pakken bij het bouwen en/of exploiteren van deze mobiliteitshubs vanuit de verantwoordelijkheid om een gebied bereikbaarheid en leefbaar te houden. Daarnaast zijn tussenvormen denkbaar zoals een gebiedsorganisatie waarbij ontwikkelaar(s) en gemeente vooraf afspraken maken over het gezamenlijk financieren en invulling geven aan een hub.

Stappen: 1. Tijdig zorgen voor ruimtelijke reservering in het gebied of reservering op kavel- of blokniveau 2. 0-meting gebied (huidige modal split, vervoerbewegingen, verhouding wonenwerken etc.) 3. Doelstellingen formuleren (modal split, vervoerbewegingen, uitstoot etc.) 4. Bepalen van de potentiële doelgroep(en) en gebruikers en hun mobiliteitsbehoefte 5. Indicatie van type (deel)mobiliteit, aantallen, aanvullende voorzieningen, benodigde vastgoed/infra etc. (mede op basis van 4.) 6. Bepalen governance (rollen gemeente, projectontwikkelaar(s), aanbieders deelmobiliteit etc.) 7. Contractvorming, realisatie en oplevering 8. Benaderen aanbieders deelmobiliteit en diensten (afhankelijk van 6. en 7.) 9. Start exploitatie 10. Monitoren en bijsturen (op basis van 3. en 4.)

Groot voordeel van een rol van de gemeente bij eigendom en/of exploitatie van de hub, is dat de gemeente regie kan uitvoeren op het aanbod en zodoende kan inspelen op een veranderende mobiliteitsvraag in de tijd. Denk hierbij aan de introductie van nieuwe deelconcepten die bij de start nog niet waren voorzien of afnemende behoefte aan het gebruik van bestaande vervoermiddelen. Dit vraagt ook om een flexibele organisatie én indeling van een mobiliteitshub waarbij na verloop van tijd aanpassingen in het gebouw gemakkelijk zijn door te voeren op basis van nieuwe inzichten.

40

Zuidoever

Wijk- en buurthubs Zowel op de zuidoever als op de noordoever verschijnen in de verschillende deelgebieden naar verwachting wijk- en buurthubs. Maar dit is uiteraard ook mede afhankelijk van de ontwikkelaars van de verschillende bouwblokken. In het geval ontwikkelaars gaan samenwerken en gezamenlijk werk maken van een mobiliteitshub op één of enkele strategische locatie(s) in de wijk, kan dat betekenen dat ze niet allemaal hun eigen kleinschalige hub hoeven te realiseren. Bij samenwerken kunnen schaalvoordelen worden behaald en kunnen oplossingen ontstaan die goed zijn voor de bereikbaarheid van een groter gebied in plaats van enkel de eigen kavel. Wijkhubs liggen bij voorkeur aan de rand van de wijk zodat autoverkeer van/naar deze hubs niet door de buurtstraten hoeft. Afhankelijk van het programma van het deelgebied is in een wijkhub in Haven-Stad plek voor rond de 1.000 (deel)auto’s en daarnaast nog verschillende vormen van deelmobiliteit. Buurthubs zijn kleiner, hebben meer een functie voor de bewoners en gebruikers van één kavel of blok en bieden plek voor met name de eigen fietsen, deelfietsen en deelbakfietsen.

Hubs gericht op OV Vooral bij de drukke OV-knooppunten kunnen deelmobiliteit en MaaS (zie ook hoofdstuk 5 en 6) een bijdrage leveren aan de ketenreis van A naar B. Voorwaarden hierbij zijn dat de gebruikskwaliteit goed is, de deelmobiliteit op herkenbare plekken wordt aangeboden en dat er voldoende aanbod is om de transfer van OV op deze andere vervoermiddelen (en omgekeerd) snel te kunnen maken. Bij station Sloterdijk en het metrostation Hemknoop kunnen mobiliteitshubs op deze manier een bijdrage leveren aan het invullen van de ‘first and last mile’ van/naar de bestemming. In deze hubs gericht op het OV, wordt deelmobiliteit aangeboden zoals deelfietsen, deelscooters en eventueel deelsteps. Deelauto’s krijgen hier bij voorkeur geen plek waardoor het maken van autoritten van/naar deze drukke stationsgebieden niet wordt gestimuleerd. Hub multimodaal Een Hub multimodaal waarbij verschillende vervoermiddelen samenkomen (OV, auto, deel­mobiliteit), is op de zuidoever voorzien nabij de toegangsroute naar de Coen- en Vlothaven. Hier is, afhankelijk van de voorzieningen en attracties in de omgeving, naar verwachting behoefte aan een hub die voor ca. 50% gebruikt wordt door bewoners en bezoekers van dit deelgebied en voor ca. 50% door bezoekers met de auto die verder reizen met het aanwezige OV (bijv. tram 5 richting Minervahaven).

De omvang van een Hub multimodaal op deze plek ligt rond de 1.500 plekken voor (deel)auto’s plus nog de verschillende vormen van deelmobiliteit. Daarnaast is op de zuidoever nabij de Contactweg een strategische reservering voor een Hub multimodaal gedacht. Van deze hub kunnen bewoners en bezoekers van nabij gelegen transformatiegebieden waar de bereikbaarheid nog niet op orde is gebruik van maken.

41

Afhankelijk van de voorzieningen en attracties in de omgeving, is de inschatting van de omvang van een dergelijke Hub multimodaal op deze plek ca. 1.500 plekken voor (deel)auto’s. Daarnaast kunnen in deze hub verschillende vormen van deelmobiliteit worden ondergebracht waar bewoners en bezoekers van de omliggende buurten van Haven-Stad gebruik van kunnen maken. Maar dit is mede afhankelijk van de ligging en omvang van de wijk- en buurthubs die gedurende de transformatie waarschijnlijk ook in deze buurten verschijnen. Het is belangrijk dat er straks ook voor de noordoever van Haven-Stad een uitgekiend netwerk van mobiliteitshubs ontstaat waarbij de verschillende type hubs elkaar zo optimaal mogelijk aanvullen wat betreft de vervoermiddelen en gebruikers.

e-Buurthubs: In Amsterdam worden in de komende jaren 15 à 20 e-Buurthubs met elektrische deelmobiliteit ontwikkeld. Het gaat hierbij om kleinschalige hubs in de openbare ruimte. Met deze e-Buurthubs in de vorm van een living lab wordt het effect van elektrische deelmobiliteit onderzocht. Bewoners en ondernemers bepalen samen hoe een e-Buurthub eruit komt te zien. De effecten en resultaten van deze e-Buurthubs zijn naar verwachting bruikbaar bij de introductie van deelmobiliteit in de eerste deelgebieden van Haven-Stad (met als kanttekening dat de ambitie voor Haven-Stad is om grotere mobiliteitshubs van de grond te krijgen). Het Europese project zet in op vermindering van CO2-uitstoot door het gebruik van slimme en schone deelmobiliteit boven de eigen auto. Het aanbieden van alternatieven voor de auto kan leiden die tot minder afhankelijkheid en gebruik van auto’s omdat de keuze voor een bepaalde type vervoer bewuster wordt gemaakt. De gemeente is onderdeel van een consortium met onder andere de TU Delft en marktpartijen om het project van de grond te krijgen.

Mobiliteitshubs; opsomming eerste ideeën grotere hubs in Haven-Stad: Mobiliteitshub Sloterdijk (oplevering rond 2025) n Doelgroep: met name OV-reizigers n Bovengronds, meerlaags en schaalbaar n Flexibel en circulair gebouw: aanpasbaar door vrij in te delen vloeren, herbruikbaar door ‘losmaakbaar bouwen’, en circulair materiaalgebruik door hergebruikt staal en beton of (delen) in houtbouw n Geen parkeerplaatsen voor (deel)auto’s n 1.500 stallingsplekken overig (o.a. deelfiets, deelscooter) + laadvoorzieningen (50% van de plekken) n 1.000 m2 overige voorzieningen (bijv. winkeltje, pakketwanden, horeca, fietsreparatie)

Noordoever Hub multimodaal Een hub die enkel gericht is op OV-reizigers is naar verwachting op de noordoever niet kansrijk. Een Hub multimodaal gericht op meerdere doelgroepen lijkt wel kansrijk in dit gebied, mede vanwege de nabijheid van de A10. Een mobiliteitshub met deelmobiliteit ergens in het gebied Melkweg (tussen Cornelis Douwesweg en de Coentunnel), kan van waarde zijn voor OV-reizigers die gebruik maken van de HOV-verbinding tussen Amsterdam-Noord en Zaanstad en de HOV-bus naar station Sloterdijk. En het is goed denkbaar dat deze Hub multimodaal ook een P+R functie voor (deel)auto’s krijgt. Daarnaast biedt de ligging van deze hub aan de fietsroute Amsterdam – Zaanstad grote kansen.

42

Mobiliteitshub Hemknoop (oplevering rond 2030) n Doelgroep: met name OV-reizigers n Ondergrondse voorziening onder plein/ openbare ruimte of geïntegreerd met aanwezig vastgoed n Geen parkeerplaatsen voor (deel)auto’s n 750 stallingsplekken overig (o.a. deelfiets, deelscooter) + laadvoorzieningen (50% van de plekken, 100% voorbereid) n 1.000 m2 overige voorzieningen (bijv. winkeltje, pakketwanden, horeca, fietsreparatie)

Mobiliteitshub Contactweg (strategische reservering periode 2025 - 2040) n Doelgroep: met name bewoners en bezoekers van nabij gelegen transformatiegebieden (waar de bereikbaarheid nog niet op orde is) en bezoekers nabij gelegen sport-, maatschappelijke- en culturele voorzieningen n Bovengronds, meerlaags en schaalbaar n Flexibel en circulair gebouw: aanpasbaar door vrij in te delen vloeren en hogere verdiepingshoogten, herbruikbaar door ‘losmaakbaar bouwen’, en circulair materiaalgebruik door hergebruikt staal en beton of (delen) in houtbouw n 750* parkeerplaatsen (deel)auto’s + laadvoorzieningen (100% van de parkeerplaatsen) n 300* parkeerplaatsen overig (o.a. deelfiets, deelscooter, deelbakfiets) + laadvoorzieningen (50% van de plekken, 100% voorbereid) n Geen overige voorzieningen

Mobiliteitshub Melkweg (oplevering rond 2030) n Doelgroep: met name P+R gebruikers van buiten, bewoners en bezoekers nabij gelegen buurten Haven-Stad en bezoekers aanwezige sportvoorzieningen en recreatiegebied Noorder IJplas n Bovengronds i.c.m. sport en/of groen en/of zonnedaken en -gevels en schaalbaar n 1.500* parkeerplaatsen (deel)auto’s + laadvoorzieningen (100% van de parkeerplaatsen) n 750* stallingsplekken overig (o.a. deelfiets, deelscooter, deelbakfiets) + laadvoorzieningen (50% van de plekken, 100% voorbereid) n 1.000 m2 overige voorzieningen (bijv. winkeltje, pakketwanden, horeca, fietsreparatie) n Circulair materiaalgebruik door hergebruikt staal en beton, of (delen) in houtbouw. n Aanvullende faciliteiten om ter plekke (of nabij) opgewekte energie op te slaan of af te nemen via accupakketten auto’s, wat hier op grotere schaal mogelijk wordt gemaakt n Mogelijk gecombineerd met nieuw onderstation Liander, locatie snelladen taxi’s en LEV’s (= Light Electric Vehicle)

Mobiliteitshub Coen- en Vlothaven (oplevering rond 2045) n Doelgroep: met name P+R gebruikers van buiten, bezoekers en bewoners Coen- en Vlothaven en bezoekers aanwezige voorzieningen n Ondergronds, geïntegreerd met aanwezig vastgoed en schaalbaar n Circulair materiaalgebruik door hergebruikt staal en beton n 1.500* parkeerplaatsen (deel)auto’s + laadvoorzieningen (100% van de parkeerplaatsen) n 750* stallingsplekken overig (o.a. deelfiets, deelscooter, deelbakfiets) + laadvoorzieningen (50% van de plekken, 100% voorbereid) n 1.000 m2 overige voorzieningen (bijv. winkeltje, pakketwanden, horeca, fietsreparatie)

Tabel: Opgaven en maatregelen Opgave/maatregel:

Wanneer nodig:

1e stap:

25

Mobiliteitshubs zuidoever (4 grotere hubs)

2025 - 2045

Verkenning 2021

26

Mobiliteitshubs noordoever (1 grotere hub)

2030

Verkenning 2025

* Maximale aantallen zodat kan worden ingespeeld op diversiteit aan functies en bestemmingen in omgeving en rekening kan worden gehouden met ‘piekbelastingen’

43

Visiekaart watergebruik

44

7.5

Verbindingen over water

Het advies en de bevindingen van de Adviescommissie Oeververbindingen zijn opgenomen in een rapportage met als titel ‘Genereus Verbonden’. Hierna een samenvatting van de belangrijkste adviezen in relatie tot Haven-Stad:

Ambitie Omdat de transformatie van Haven-Stad op beide oevers van het IJ plaatsvindt, moet vanaf een bepaald moment rekening worden gehouden met steeds meer uitwisseling tussen de deelgebieden op beide oevers. Dat moment ligt naar verwachting rond 2030 als verschillende deelgebieden die direct aan het IJ liggen in ontwikkeling zijn (of gaan). Daarnaast vormt Haven-Stad een schakel in een groter netwerk waarbij reizigers vanuit verder weg gelegen delen van de stad en regio door Haven-Stad reizen naar hun bestemming. Met name het deelgebied Coen- en Vlothaven vormt zo’n belangrijk schakelpunt waar vanaf 2040 meerdere fiets- en OV-verbindingen samenkomen en waarbij goede verbindingen naar deze plek over het IJ en de aanwezige insteekhavens van cruciaal belang zijn.

‘De commissie adviseert een toekomstvast inrichtingsplan voor het IJ met genereuze oeververbindingen en een vrije en robuuste vaarweg. Het concept-inrichtingsplan legt drie primaire oeververbindingen vast die zowel op stedelijke als regionale schaal een logische structuur voor de hoofdfietsverbindingen van Amsterdam introduceren. Twee van deze primaire verbindingen zijn nieuwe bruggen over het IJ op locaties waar een in te richten fietsbinnenring het IJ kruist (NDSM - Haparandadam en Johan van Hasseltweg - Azartplein - Rietlandpark). Deze genereuze en toekomstvaste bruggen hebben een standaard vrije hoogte van 12,50 meter boven de maatgevende hoogwaterstand op het IJ. Dit laat de veilige doorvaart van schepen met vier gestapelde lagen (lege) high-cube containers toe. Deze bruggen faciliteren ook openbaar vervoer (tram en/of bus)’.

Adviescommissie Oeververbindingen De Adviescommissie Oeververbindingen onder leiding van de Belgische hoogleraar Alexander D'Hooghe, heeft zich in 2019 en 2020 gebogen over de mogelijkheid van vaste oeververbindingen in de stad. Dit konden bruggen en tunnels zijn. Bij deze opgave is een relatie gelegd met de functie van het IJ als doorgaande scheepsroute. Op 26 juni 2020 kwam de adviescommissie met een ‘zwaarwegend advies’. De commissie stelt voor Haven-Stad een brug voor tussen NDSM en de Minervahaven. Deze zgn. westbrug is toegankelijk voor fiets, voetganger en bus. Volgens de commissie zijn op deze westbrug op termijn dagelijks ongeveer 30.000 fietsbewegingen te verwachten. Op de noordoever sluit de brug aan op de OV- en fietsverbinding naar Zaanstad en de Johan van Hasseltweg. Op de zuidoever sluit de brug aan op fietsroutes naar het centrum, de Binnenring en station Hemknoop. Andere onderdelen van het advies zijn het verplaatsen van de Passenger Terminal Amsterdam (PTA) voor cruiseschepen naar de Coenhaven en een kabelbaan tussen Coen- en Vlothaven en de noordoever.

‘De commissie stelt voor om het IJ ten oosten van de Haparandadam af te waarderen als maritieme toegangsweg. In dit kader wordt een stappenplan voorgesteld waarbij de huidige cruiseterminal (PTA) westwaarts, naar de Coenhaven, wordt verplaatst, en het reeds bestaande plan om de Oranjewerf te sluiten wordt uitgevoerd. Ten slotte wijst de commissie het openstellen van de IJ-tunnel voor fietsverkeer af, en beschouwt de commissie een kabelbaan als een extra secundaire verbinding op een locatie nabij de Coenhaven’.

45

Bij behandeling van de Ontwikkelstrategie Haven-Stad in de Raad van 21 december 2017 is de volgende motie aangenomen (zie ook paragraaf 4.1):

Kabelbaan Het oorspronkelijke tracé van de kabelbaan loopt tussen NDSM en de Minervahaven en vandaar verder naar station Hemknoop. Stichting IJbaan, de initiatiefnemers van de kabelbaan, wil in 2025 in exploitatie gaan tijdens het 750 jarig bestaan van de stad. In 2020 is in samenwerking met de initiatiefnemers nader onderzoek gedaan naar de vervoerwaarde waarbij is onderzocht wat de precieze meerwaarde is van de kabelbaan in het OV-netwerk. Daarnaast is aandacht besteed aan de zorgvuldige inpassing van verschillende onderdelen in de Minervahaven. Met het advies van de Adviescommissie Oeververbindingen is het voornemen om het initiatief van de kabelbaan te verleggen naar een meer westelijk gelegen tracé tussen de Coen- en Vlothaven en de noordoever, en wordt daarmee in verband gebracht met de verplaatsing van de cruiseterminal naar de Coenhaven. Bij een tracé van de kabelbaan meer westelijk in Haven-Stad, is de aanlanding op de noordoever bij voorkeur in de buurt van de beoogde mobiliteitshub Melkweg (zie hoofdstuk 7.4) zodat hier een overstap kan plaatsvinden op andere modaliteiten.

Om in een nadere uitwerking van Haven-Stad, voor 1 januari 2019, de volgende verkeersopties globaal te onderzoeken: n Een vaste fietsverbinding tussen de Noorder en Zuideroever van het IJ ter hoogte van HavenStad, n Een Noord-Zuid metroverbinding tussen HavenStad (bijvoorbeeld bij Sloterdijk) en Zaanstad. In de raadsvergadering van 10 juli 2019 is een motie aangenomen waarbij B&W het volgende is verzocht: Zich in te spannen om te komen tot afspraken met de initiatiefnemers van de kabelbaan, over haalbaarheid, over taak- en kostenverdeling en over planning; Op basis hiervan een afgewogen besluit te nemen over het al dan niet sluiten van een realisatieovereenkomst.

Bron: Stichting IJbaan / UNSTUDIO

46

De volgende pontverbindingen kunnen nuttige en kansrijke schakels vormen in het netwerk: 1. Keerkringpark – Nieuwe Hemweg (vanaf 2030) 2. Toetsenbordweg – Westerhoofd (vanaf 2040) 3. Keerkringpark – Noorderhoofd (vanaf 2040)

Pontverbindingen Met name richting de latere fasen van de transformatie van Haven-Stad worden pontverbindingen steeds belangrijker. De eerste pontverbindingen lijken nodig rond 2030 als de transformatie van de centrale zone (het gebied rondom het toekomstige metrotracé) en de deelgebieden op de noordoever op gang begint te komen. Niet alleen voor Haven-Stad zijn de pontverbindingen van toegevoegde waarde. Ook de bestaande buurten van Amsterdam-Noord en het achterland (Landsmeer, Oostzaan, Zaandam) profiteren zo mee van een verbeterde (fiets)bereikbaarheid met het gebied ten westen van de binnenstad en station Sloterdijk en omgeving.

Voor de verbindingen 2 en 3 zijn naar verwachting per verbinding twee schepen nodig bij de exploitatie, voor verbinding 1 die een langere afstand kent, zijn naar verwachting drie schepen nodig. In totaal zijn er voor Haven-Stad in de eindsituatie ca. 8 schepen nodig (rekening houdend met één reserve). Dit aantal komt bovenop de benodigde ca. 20 schepen die op andere verbindingen in de stad varen.

Gelet op de a-typische vorm van verschillende woonbuurten in Haven-Stad, met soms lange en smalle pieren en verschillende insteekhavens, is de bereikbaarheid over land niet overal optimaal. Het is ook zeer de vraag of er straks OV-lijnen op (of nabij) iedere pier in Haven-Stad verschijnen. Pontverbindingen die aansluiten op het fijnmazig fietsnetwerk van Haven-Stad kunnen dus een belangrijke bijdrage leveren aan het bereikbaar maken van verder weg gelegen buurten. En als er rondom een pontplein voldoende ruimte aanwezig is kan zinvol zijn om in de nabijheid haltes voor OV aan te leggen zodat de overstap van pont op bus of tram mogelijk wordt.

Onderzoek nieuwe ponthaven: In 2020 is onderzoek gedaan naar mogelijke locaties voor een nieuwe ponthaven voor in totaal ca. 30 schepen. De huidige ponthaven in het Hamerkwartier blijft mogelijk in gebruik en wordt dan aangevuld met een nieuwe ponthaven elders in de stad, of wordt volledig vervangen door een andere locatie. Haven-Stad is één van de zoekgebieden voor de nieuwe ponthaven.

Tabel: Opgaven en maatregelen Opgave/maatregel:

Wanneer nodig:

1e stap:

27

Pontverbindingen in Haven-Stad

2030 - 2040

Verkenning 2025

28

Westbrug over IJ tussen Minervahaven en NDSM

2035

Verkenning 2025

29

Kabelbaan tussen Coen- en Vlothaven en Noord*

2040

Verkenning 2025

*

De adviescommissie Oeververbindingen heeft in haar advies een relatie gelegd tussen de kabelbaan en een nieuwe cruise terminal in de Coenhaven

47

7.6

Logistiek

Stadshubs Binnen de stadslogistiek is steeds meer interesse in stadshubs, een plek aan de rand van de stad en meestal dichtbij een snelweg waar leveranciers hun bestellingen kunnen afleveren. Met kleinere zero emissie voertuigen worden producten vervolgens gebundeld de stad ingereden, waarbij een goede samenwerking tussen de logistieke partijen een voorwaarde is. Aan deze stadshubs kunnen ook andere functies worden toegevoegd zoals oplaadvoorzieningen en ruimte voor tijdelijke opslag van goederen. Ongeveer 15% van de goederenstromen binnen de stadslogistiek kan met kleinere voertuigen zoals LEV’s worden ingevuld. Het overgrote deel van de stromen moet echter nog steeds met andere voertuigen zoals vrachtauto’s worden gedaan.

Ambitie In Haven-Stad kiest een aanzienlijk deel van de bewoners en bedrijven er straks voor om bestellingen snel en op een zelfgekozen tijdstip en locatie te ontvangen. Hierbij maken leveranciers deels gebruik van een ‘marktplaats’ waarbij verschillende type voertuigen worden ingezet. Voor de zgn. dikke stromen, zoals de bevoorrading van supermarkten, grote warenhuizen en horeca in Haven-Stad, worden nog steeds grotere voertuigen ingezet. Kleinere zendingen zoals boodschappen, pakketjes en maaltijden worden met kleinere voertuigen gedaan, waarbij met name LEV’s (= Light Electric Vehicle) worden ingezet waarvan sommige over de bredere fietspaden rijden. Het aandeel van online-aankopen stijgt elk jaar. Dit leidt tot meer vervoerbewegingen op meerdere momenten van de dag. Er zijn daarom slimme oplossingen nodig.

Indien er meerdere stadshubs verschijnen in de nabijheid van Haven-Stad, kan een bijdrage worden geleverd aan de vermindering van de uitstoot en congestie. Zodoende wordt ook het bundelen van goederen en de overslag op kleinere en schone voertuigen bevorderd. Goede voorbeelden hiervan zijn CityHub in de Alfadriehoek, dat zich heeft gespecialiseerd in opslag en groene stadsdistributie, en Amsterdam Logistic Cityhub (ACL) die naar verwachting in 2021 een stadhub in de Petroleumhaven opent.

Stadslogistiek krijgt een prominente plek bij de inrichting van de buurten van Haven-Stad, waarbij functies die afhankelijk zijn van grotere voertuigen en volumes zoveel mogelijk een plek krijgen nabij de belangrijkste toevoerroutes. Met dynamische laaden losplekken kan de functie per dagdeel veranderen (naar bijvoorbeeld verblijfsgebied of terras). Dropzones en distributiestraten dragen bij aan een efficiënte afhandeling van goederenstromen en dit voorkomt dat voertuigen onnodig lang op straat hoeven te staan. Bevoorrading aan de randen van de dag (of zelfs ’s nachts) met stille en zero emissie voertuigen, kan een positief effect hebben op de drukte overdag. Vervoer van goederen en bouwmateriaal over water, of pakketjes met drones door de lucht, wordt steeds normaler dus het is van belang om alvast na te denken welke ruimtelijke ingrepen hiervoor nodig zijn in Haven-Stad.

Bron: ACL

48

Vervoerscentrum: Nabij Haven-Stad bestaan plannen voor een stadshub op grotere schaal. Het gaat hierbij om het Vervoerscentrum in Sloterdijk 2 Noord en het bedrijventerrein ten noorden hiervan (zie ook Hoofdstuk 4). Voor dit Vervoerscentrum zijn de gemeente en het Havenbedrijf bezig met plannen voor een overslagpunt voor goederen. Dat wordt de primaire functie van het gebied in de toekomstige situatie. Daarnaast worden ook andere functies aan deze plek toegevoegd zodat er een mix van functies kan ontstaan met meervoudig ruimtegebruik. Ook de transitie naar een circulaire economie met een voorname rol voor retourstromen kan hier een rol gaan spelen.

Logistiek over water en bouwhubs In Haven-Stad kan de nodige efficiëntie worden behaald door vervoer van goederenstromen over water. Ongeveer de helft van de deelgebieden van Haven-Stad ligt aan het water waardoor er volop kansen zijn om dit water te benutten voor stadslogistiek, bouwlogistiek en ook de afvoer van afval. Bij de hiervoor genoemde Amsterdam Logistic Cityhub (ACL) is het ook de bedoeling om het IJ en de grachten te gebruiken bij de bevoorrading van de stad. Omdat binnensteden steeds drukker worden is ook de interesse in bouwhubs aan de rand van de stad sterk toegenomen. Bij deze bouwhubs kunnen bouwmateriaal en personeel worden opgevangen en hier vandaan gebundeld naar de bouwplaatsen in de stad worden vervoerd. Dat scheelt tijd en onnodige verkeersbewegingen. Bouwhub Amsterdam in de Coen- en Vlothaven is hiervan een goed voorbeeld. Ook de bouwplaats van Booking.com op het Oosterdokseiland wordt bevoorraad over water, maar dan vanuit een andere locatie. Voor de transformatie van met name die deelgebieden van Haven-Stad die aan het water liggen, bieden bouwhubs en vervoer over water een goed alternatief voor transport over de weg.

Voor Haven-Stad bieden deze ontwikkelingen op deze plek grote kansen om een belangrijke bijdrage te leveren aan de goederenstromen van en naar Haven-Stad, de vermindering van de congestie in de verschillende deelgebieden en het vergroten van de leefbaarheid. Een stadshub in deze vorm is pas echt effectief als meerdere deelgebieden van Haven-Stad zijn getransformeerd.

Bron: MUST

49

In 2020 heeft de gemeente het ‘Uitvoeringsplan Transport over Water’ afgerond. Hierin zijn voorstellen aan de orde over hoe het vervoer over water te stimuleren, over de locaties en het gebruik van laad- en loslocaties, over de overige voorzieningen die nodig zijn en over het starten van pilots. In de komende jaren wordt het binnenwater nog vooral intensief gebruikt voor het herstel van kades en bruggen, maar op de langere termijn ziet de gemeente mogelijkheden voor deze vorm van goederentransport. Om dit te realiseren werken de gemeente, Het havenbedrijf, Waternet en TNO samen in het project ‘Amsterdam Vaart!’. Afvalpunt Toetsenbordweg: Aan de Toetsenbordweg op het Cornelis Douwesterrein, is een tijdelijk inzameling- en overslagpunt voor grof en huishoudelijk afval gevestigd. In de komende jaren wordt dit vervangen door een ‘recyclepunt nieuwe stijl’: een energie-neutraal en duurzaam gebouwd complex waar een deel van het ingezamelde afval wordt verwerkt tot grondstoffen. De aanwezige kade wordt daarbij gebruikt voor zero emissie vervoer over water. De helft van de kade is beschikbaar voor andere partijen die voor hun logistieke bewegingen stromen ook het water willen benutten. De kade is bij voorkeur zo leeg mogelijk zodat alles wat op de kade wordt afgeleverd makkelijk en snel weer afgevoerd kan worden.

Bron: Scheepswerf Bocxe

Tabel: Opgaven en maatregelen

*

Opgave/maatregel:

Wanneer nodig:

1e stap:

30

Stadshub(s) logistiek met overslagfunctie

2030 (of eerder)

Verkenning 2019*

31

Ingrepen bij vervoer/logistiek over water

2030 (of eerder)

Verkenning 2025

Verkenning naar Vervoerscentrum is in 2019 al gestart door Havenbedrijf en gemeente

50

51

8 Financiën In onderstaande tabel staan alle opgaven en maatregelen uit hoofdstuk 7, bij benadering het jaartal dat het project (of het eerste onderdeel van de opgave) gereed moet zijn en een indicatie van de projectkosten. Opgave / Maatregel:

Planning:

1.

HOV-bus station Sloterdijk - CS

2024

2.

HOV-verbinding Amsterdam-Noord - Zaanstad

2030 (of later)

3.

Tram 5 naar Minervahaven

2030 (of later)

4.

Metro d.m.v. sluiten Ringlijn

2030 (of later)

5.

HOV-bus station Sloterdijk – Cornelis Douwes

2030

6.

Busverbinding tussen beide oevers over westbrug

2035

7.

Busverbinding station Sloterdijk – Coen- en Vlothaven

2040

8.

OV-verbinding Coen- en Vlothaven – Amsterdam-West

2040

9.

Tram 5 Minervahaven – Coen- en Vlothaven

2040

10.

Fietsroutes door/langs Spaarndammerbuurt

2025

11.

Fietsroutes naar/door Groot Westerpark

2025 - 2040

12.

Fietsroute Westerpark – Hugo de Grootplein

2025

13.

Fietsenstallingen bij station Sloterdijk

2025

14.

Fietsroutes door/langs Cornelis Douwes

2030

15.

Fietsroutes door Coen- en Vlothaven (incl bruggen)

2040

16.

Knip Sloterdijkerweg (incl. herinrichting)

2022 (of later)

17.

Afwaarderen Transformatorweg (naar 2x1)

2025

18.

Opwaarderen Nieuwe Hemweg (naar 2x2)

2025

19.

Nieuwe ontsluiting Minervahaven (zuidkant)

2025

20.

Aanpassen kruising Hemknoop

2030

21.

Aansluiting A10 zuidoever (S102 Basisweg)

2030

22.

Aansluiting A10 noordoever (S118 Verlengde Stellingweg)

2030

23.

Aansluiting A10 zuidoever (S101 Nieuwe Hemweg)

2035

24.

Verbinding Nieuwe Hemweg - Radarweg

2035 (of later)

25.

Mobiliteitshubs zuidoever (4x)

2025 - 2045

26.

Mobiliteitshub noordoever (1x)

2030

27.

Pontverbindingen in Haven-Stad

2030 - 2040

28.

Westbrug over IJ tussen Minervahaven en NDSM

2035

29.

Kabelbaan tussen Coen- en Vlothaven en Noord

2040

30.

Stadshub(s) logistiek met overslagfunctie

2030 (of eerder)

31.

Ingrepen bij vervoer/logistiek over water

2030 (of eerder)

52

Kosten (indicatie):

nvt

Overzicht opgaven en maatregelen mobiliteit Haven-Stad HUBS Gedrags beinvloeding

26 30

ks ra St Zero emmissie

en noe

n vep 0-3 haoo es vakn uw n eerm s Do have n i H eli rca

Co

9

Stadshub

C ijk uid rd Z te jk 1 lo erdi

Sl S o

HOV

4

AUTO

Mobiliteitshub Zuidoever (4)

rn ine M

3

6 7

Mobility as a Service

Mobiliteitshub Noordoever (1)

25

M

C

HOV

ven tha Vlo

t

17 18

1 2 5

8

21 22

A10

Nu 16

Ringlijn

Autonoom rijden

Aanlsluiting A10 Noord/ Zuidovever 23

24

Minerva

Bereikbaarheid Haven-Stad

20

19

Deel mobiliteit

Hemknoop

10 11 12

Mobiliteitshubs 27

13

Pont verbindingen

Fietsroutes

Fietsenstalling Sloterdijk

Bouwhubs

14

Fietsroutes

28

Westbrug 31

Smart Logistics

15

Ingrepen bij vervoer/logistiek

29

Focus op de fiets

N

Fietsroutes Kabelbaan

Smart Grids

TR E N D S E

WATER en LOGISTIEK

53

N

T ON

KK WI

IN EL

G

E

FIETS

9 Aanpak vervolg In dit hoofdstuk volgt een uitleg op hoofdlijnen over het oppakken van de monitoring van de maatregelen en de invulling van het programmamanagement.

Modal split: Om de bereikbaarheid te kunnen garanderen, moet het aandeel van de auto in de modal-split omlaag. Uit de onderzoeken in het kader van de MER is naar voren gekomen dat een auto-aandeel van maximaal 21% voldoet. In de Ontwikkelstrategie Haven-Stad uit 2017 is ingezet op een lager aandeel, en onderstaande modal split is opgenomen als ambitie:

Monitoring Eind 2018 is het Monitoringsplan Haven-Stad vastgesteld door B&W. Sindsdien is er gewerkt aan het opzetten van een monitoringssysteem. Dit in het verlengde van de MER en de Ontwikkelstrategie uit 2017 waarin onder andere is vastgelegd dat per ontwikkeling in Haven-Stad moet worden aangetoond dat de modal split wordt gehaald. Cruciaal hierbij is het aandeel van de auto in de dagelijkse verplaatsingen dat conform de gestelde doelen en ambities in de MER niet hoger dan 19% mag zijn. Omdat het een adaptieve MER betreft dient gedurende de transformatie van Haven-Stad periodieke monitoring plaats te vinden om te bepalen of de gestelde doelen en ambities gehaald worden of dat bijsturing van de maatregelen nodig is.

Auto OV Fiets Voetganger

15% 30% 30%, 25%

Op basis van nauwkeurig onderzoek met het verkeersmodel van de gemeente (VMA) in de afgelopen periode, kan inmiddels worden geconcludeerd dat deze geambieerde modal split niet haalbaar is. Een auto-aandeel van 15% is niet realistisch gebleken, zelfs niet bij relatief strenge maatregelen als een parkeernorm van 0,2 in combinatie met een maximale inzet op uiteen­lopende alternatieven. Vandaar het voorstel om de hiervoor genoemde modal split uit 2017 te herijken naar de volgende verdeling:

Aan de hand van tellingen en het afnemen van enquêtes wordt gedurende de transformatie van Haven-Stad jaarlijks getracht om een goed beeld van de voorkeursmodaliteiten en daarmee de modal split te verkrijgen (inclusief daaraan gerelateerde indicatoren). De exacte model split kan in principe alleen modelmatig worden bepaald maar een goed beeld van het mobiliteitsgedrag van getransformeerde deelgebieden kan zo wel worden verkregen. Aan de hand van dit beeld kan vervolgens worden bepaald welke vervoerwijzen qua gebruik dienen te worden gestimuleerd. Gedurende de transformatie verandert het mobiliteitsgedrag en de modal split telkens en die verandering kan aanzienlijk zijn bij oplevering van omvangrijke ingrepen in het netwerk. Een voorbeeld hiervan is het sluiten van de Ringlijn. Op het moment dat de metro wordt opgeleverd is de verwachting dat het aandeel van het OV-gebruik in de dagelijkse verplaatsingen fors stijgt (ten opzichte van andere vervoerwijzen).

Auto OV Fiets Voetganger

20% 25% 35% 20%

Deze verdeling voor heel Haven-Stad op basis van VMA-onderzoek, komt redelijk overeen met de onlangs uitgevoerde berekeningen voor het deelgebied Sloterdijk 1 Zuid na transformatie. De modal split is echter een gemiddelde waarbij sommige deelgebieden bijvoorbeeld een iets hoger auto-aandeel in de verplaatsingen zullen hebben en andere weer een iets lager. Maar deze verdeling is een goede inschatting op basis waarvan gemonitord kan worden gedurende de transformatie.

54

Met een aangepaste modal split hoeven de eerder voorgestelde maatregelen uit de MER en de Ontwikkelstrategie niet te veranderen. De maatregelen in deze Mobiliteitsstrategie hebben namelijk nog steeds als basis het pakket aan maatregelen uit de MER en de Ontwikkelstrategie 2017, waarbij de inzet is om het autobezit en -gebruik te beperken en de focus te leggen op de alternatieven. Dat is dus niet veranderd. Wel is anders dat met de onlangs uitgevoerde VMA-berekeningen de modal split nu uitkomst is van berekeningen met het verkeersmodel in plaats van een gestelde ambitie.

Invulling: De verschillende vervolgacties, opgaven en maatregelen worden gecoördineerd door een programmamanager. De onderlinge afstemming en de bewaking van de samenhang en de voortgang van de maatregelen, wordt door de programmanager in samenwerking met een ondersteunend team gedaan. Er wordt periodiek gerapporteerd over alle opgaven en maatregelen in één voortgangsrapportage. Hierbij kan dan tevens periodiek de relatie worden gelegd met de monitoring en de in de MER gestelde doelen en ambities, en de eventuele noodzaak tot bijsturing van de maatregelen.

Er is inmiddels goed zicht op alle verkeersintensiteiten in de verschillende fasen van Haven-Stad. Ten aanzien van het in deze Mobiliteitsstrategie voorgestelde netwerk voor OV, fiets, voetganger en auto, kan de conclusie worden getrokken dat dit netwerk, samen met de andere voorgestelde maatregelen, het programma voor wonen en werken in de verschillende fasen van transformatie van Haven-Stad tot en met de eindsituatie kan ‘dragen’.

Over de precieze invulling van de werkzaamheden behorend bij het programmamanagement wordt een Programmaplan Mobiliteit Haven-Stad opgesteld.

Programmamanagement Op basis van de vastgestelde Mobiliteitsstrategie worden door V&OR Startdocumenten opgesteld per ingreep waarin de aanpak van het vervolg wordt beschreven. Na besluitvorming over zo’n Startdocument kan het vervolg ter hand worden genomen. Dat kan een verkenning zijn of al een uitwerking van een maatregel. Het overgrote deel van de opgaven en maatregelen zoals beschreven in hoofdstuk 7, wordt niet door het programmateam Haven-Stad maar door één van de directies van de gemeente opgepakt. Daarnaast zijn er maatregelen waarvan het trekkerschap niet bij de gemeente ligt maar bij een andere overheid. Voorbeeld hiervan zijn de ingrepen aan de aansluitingen van de A10 die, na overeenstemming over de noodzaak van deze maatregelen en de dekking van de kosten, door RWS als wegbeheerder worden opgepakt. Een ander voorbeeld is de HOV-verbinding op de noordoever die inmiddels al door de Vervoerregio en de provincie is opgepakt.

55

LAS21013

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10105348/1