CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 Magazine Digitale Stad.pdf

Raadscommissie Kunst Diversiteit en Democratisering 1 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de afdoening van de toezegging over het bezit van hardware en digitale vaardigheden onder Amsterdamse minima en de evaluatie van 'Iedereen Verbonden'. (ZD2020-013551)21.491 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Omgevingssensoren

Data Exchange

De stad leeft en dat is te merken in geluid, luchtkwaliteit en andere omgevingsfactoren. Vanuit de Gemeente Amsterdam is vooral de GGD verantwoordelijk voor het meten van de leefomgeving in de stad. Er zijn echter ook andere instanties die zich bezighouden met het meten in de stad, zoals bijvoorbeeld Waternet rond waterkwaliteit, maar ook bijvoorbeeld evenementen die geluidsoverlast meten rond festivals. Met de grote ambities rond verduurzaming en het leefbaarder maken van de stad, worden deze technische ontwikkelingen rond het meten van de leefomgeving steeds interessanter. Maar hoe betrouwbaar zijn deze metingen, en kunnen we de burger betrekken bij het verzamelen van deze data, of hoe vertalen we deze gegevens naar informatie voor de Amsterdammer?

Iedereen heeft data. Als gemeente lopen we over van de data, maar elk moment van de dag is er wel ergens een registratie waardoor meer data ontstaat. De Data Exchange of Data Marktplaats gaat over een platform waar vraag en aanbod van data bij elkaar komen. De datamarktplaats van bedrijven stelt bedrijven in staat om gegevens van elkaar te delen, te kopen en te verkopen, en de daadwerkelijke gegevensuitwisseling mogelijk te maken. Voorbeelden hiervan zijn lokale productprijzen, huizenprijzen, gegevens over ziekten, etc. Het is ook mogelijk om als Amsterdammer je eigen data aan te bieden, al dan niet tegen betaling. Welke uitdagingen zien we en wat moeten we als Digitale stad doen om ervoor te zorgen dat data eerlijk en transparant wordt uitgewisseld?

Startfase innovatie-trigger Tijd

30

31

Speerpunt

Het tegengaan van digitale ongelijkheid

Titel

Terug naar de inhoudsopgave

Digitale stad 2.0

Het tegengaan van digitale ongelijkheid

Er zit een keerzijde aan alle kansen en mogelijkheden door het internet en nieuwe technologieën; bestaande vormen van ongelijkheid kunnen erdoor worden vergroot. Om actief en bewust deel te kunnen nemen aan een (digitale) stad heb je als Amsterdammer verschillende competenties en middelen nodig. Daar willen wij, waar we kunnen, Amsterdammers mee helpen. Digitale ongelijkheid hangt nauw samen met ongelijkheid in het offline leven. Want hoe meer inkomen of kennis, hoe meer je van het internet kunt profiteren. Daarom vinden we dat kennis, informatie en educatie (digitaal) voor iedereen toegankelijk moet zijn. Daarom is er naast basisvaardigheden ook datawijsheid nodig. Een basaal begrip van wat data en technologie doet met de wereld om je heen en in je eigen dagelijkse leven. Amsterdam heeft een relatief hoog aantal kwetsbare huishoudens. Zo is 18% laaggeletterd en leeft 21% in armoede. Het zijn juist deze kwetsbare Amsterdammers waar we ons extra voor inzetten. Met de activiteiten uit de Agenda Digitale Stad richten we ons in 2020 vooral op:

34

Beeld: Priscilla du Preez

1. Het vergroten van de zelfredzaamheid van de Amsterdammer, door toegang te bieden tot kennis en vaardigheden om technologie te gebruiken en informatie te vinden, te duiden en bewust te gebruiken. 2. Het creëren van randvoorwaarden die ervoor zorgen dat alle Amsterdammers evenveel kunnen profiteren van het internet. Zoals toegang tot veilig internet en hardware. 3. Publiek maken van ethische dilemma’s bij inzet van technologie en data door samen te werken met de kunst- en cultuursector. Meedoen start met toegang. In 2019 is de gemeente Amsterdam gestart met het beschikbaar maken van publicroam (veilige wifi) op verschillende locaties in de stad. Daarnaast ondersteunen we initiatieven die zich richten op de digitale zelfredzaamheid van Amsterdammers en een leven lang leren, zoals Techconnect en Designathon Works. En tot slot, werken we o.a. samen met de OBA en Amerpodia voor meer bewustwording en datawijsheid onder Amsterdammers. Lees hier meer over al onze activiteiten in 2020.

35

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de inhoudsopgave

Digitale ongelijkheid: een nare paradox Interview Christine Dedding

Christine Dedding is associate professor Participatie & Co-creatie bij de afdeling Metamedica van het Amsterdam UMC. Een voortrekker op het gebied van participatie en co-creatie met ‘kwetsbare’ groepen in Nederland. Ze is bruggenbouwer tussen wetenschap en praktijk. Dedding begeleidt promovendi en projecten gericht op inclusie, op het gebied van armoede, welzijn en gezondheid en is onder andere auteur van het rapport Bouwstenen voor digitale inclusie. “Voor mij is digitale inclusie een groot punt van zorg, omdat ik denk dat het een uiterst onderschat en urgent probleem is voor een groep mensen die het al niet zo makkelijk heeft. De vraag is hoe deze groep straks gaat bankieren, contact heeft met de gemeente en toegang heeft tot de gezondheidszorg. Want al deze domeinen in de maatschappij digitaliseren ongelooflijk rap. Logisch, want de onlinewereld biedt ongelooflijk veel kansen, maar juist de groep die hiervan het meest van zou kunnen profiteren kan niet meekomen. Digitale ongelijkheid stapelt op andere vormen van ongelijkheid, zoals armoede, slechte gezondheid en laaggeletterdheid. Mensen in kwetsbaar makende omstandigheden moeten meer dan anderen gebruikmaken van professionele diensten. En juist die diensten zijn allemaal aan het digitaliseren, waardoor het allemaal nog moeilijker toegankelijker wordt. Een nare paradox én een enorm onderschat probleem.

We denken maar dat iedereen in Neder-

36

land toegang heeft tot internet, maar dat is niet zo. Het feit dat heel Nederland thuis internet heeft, wil nog niet zeggen dat het ook werkt. Sommige mensen kunnen de rekening gewoonweg niet betalen of er is een technisch mankement waarvan ze niet weten hoe ze het moeten oplossen, of ze weten überhaupt nog niet wat er allemaal op het internet speelt. Professionals denken dan vaak: okay, deze groep kan niet meekomen dus die gaan we trainingen geven. Nu ben ik natuurlijk niet tegen het aanbieden van trainingen, maar het probleem is zoveel complexer dan het aanleren van digitale vaardigheden. Het gaat ook om bezit: lang niet iedereen heeft werkzame apparatuur in huis. Of het is sterk verouderd. Veel mensen beschikken over een smartphone, maar dan moet je op zo’n klein schermpje werken, met weinig overzicht. Als je al niet zo vaardig bent, is dat niet handig. En hoe verzend je een sollicitatiebrief via een smartphone? Of ze hebben een goedkope tablet: daar kan ik niet eens wat op gedaan krijgen, zo’n ding schiet alle kanten op. En ja, dan geef je het op een gegeven moment op. Er wordt te vaak gezegd ‘ze zijn niet gemotiveerd’. Dat vind ik pijnlijk en veel te gemakkelijk. Het doet geen recht aan deze mensen, aan hun kennis en kunde. En vooral niet aan de realiteit waarin zij leven. We moeten veel beter luisteren wat deze groep beweegt.

Bij een van de projecten van promovendus Nicole Goedhart, bleek bijvoorbeeld dat moeders kleding wilden leren kopen via internet. Wij dachten eerst: is dit nu echt het eerste wat je wilt leren online? Maar wat blijkt, hun kinderen komen

Christine Dedding en Nicole Goedhart roepen beleidsmakers, vrijwilligers en professionals op om meer connecties te maken, en nauwer samen te werken met mensen in kwetsbaar makende omstandigheden. Zij zoeken daarom connectie met mensen die ideeën hebben of een bijdrage kunnen leveren aan een betere samenwerking tussen de vrijwilligers en professionals, en tussen de verschillende diensten. Mail naar Nicole Goedhart: n.s.goedhart@vu.nl

Beeld: Anne Reinke

thuis en vragen om die ene broek of trui die je heel goedkoop online kunt bestellen. Of ze horen van iedereen dat het zo gemakkelijk is om kleding te bestellen, via internet. Dat maakt nieuwsgierig en biedt een ingang om samen te ontdekken en te leren. Een paradox is ook dat mensen met de grootste afstand tot de online wereld afhankelijk zijn van goedbedoelende vrijwilligers. Vrijwilligers die zelf niet altijd digitaal vaardig zijn, niet de juiste/ voldoende middelen hebben (computers, professioneel lesmateriaal) en niet aangehaakt zijn bij professionele netwerken. Vaak hebben deze burgers in hun omgeving ook geen familieleden of vrienden die digitaal vaardig zijn. Als de wifi het niet doet, voelen zij zich niet comfortabel met ‘ik probeer wel even wat.’ Dat is een comfort en een privilege wat je vanaf kinds af aan geleerd moet hebben. En als je te vaak bent vastgelopen in de bureaucratie of je hebt een boete gekregen omdat je iets te laat hebt betaald, omdat je het niet hebt begrepen: dan zijn de consequenties van ‘ik probeer wel even wat’ veel groter. Experimenteren zorgt er dan vooral voor dat je neus

kan stoten dus dan kijk je de volgende keer wel beter uit. Het lastige is dat er zo ook weer een nieuwe generatie opgroeit zonder dat comfort te hebben geleerd en die daardoor niet veel digitaal wijzer zijn dan hun ouders. Een onaangename vicieuze cirkel die we alleen in nauwe samenwerking met elkaar kunnen doorbreken. Zo zijn wij samen opgetrokken met burgers, vrijwilligers, docenten, de armoederegisseur en haar team van de gemeente Amsterdam. Door die nauwe samenwerking konden we het probleem succesvol ontrafelen én concrete actie ondernemen. Er werd bijvoorbeeld geconstateerd dat in veel van de ‘Huizen van de wijk’ nog enorm veel verouderde apparatuur stond. Ook stonden er elke maand mensen op de stoep voor het gratis wifiwachtwoord. De gemeente onderneemt hier nu actie op: er zijn nieuwe computers in de huizen en ze krijgen veilige toegang tot wifi (publicroam). Juist door die rauwe realiteit op te zoeken, te zien wat de struikelblokken precies zijn en die op te lossen met elkaar: dat is de weg voorwaarts.”

37

Terug naar de inhoudsopgave Titel

Amsterdam als platform voor en van Amsterdammers Column Ger Baron

Ger Baron (1978) is de eerste Chief Technology Officer (CTO) van Amsterdam. In die rol is hij verantwoordelijk voor innovatie en digitalisering. Het CTO Innovatieteam werkt samen met collega’s aan inhoudelijke opgaven in de stad. Hiernaast is hij lid van de Future Cities Council van het World Economic Forum en voorzitter van de Stuurgroep van Amsterdam Smart City.

De stad is eigenlijk een soort platform. Een platform van vraag en aanbod met voedsel, onderwijs, vervoer, sportfaciliteiten, culturele instellingen, supermarkten of gewoon gezellige contacten. Dit platform wordt door iedereen anders gebruikt en mensen wonen, spelen of werken er op hun eigen manier mee. Dat is al eeuwen zo. Relatief nieuw zijn digitale platformen die ervoor zorgen dat producten en diensten gemakkelijk gevonden, gekocht of afgenomen kunnen worden. Ook is het ontmoeten van mensen niet alleen meer fysiek mogelijk, maar ook digitaal. Het aantal relaties die zijn begonnen met een digitale ontmoeting neemt elk jaar toe. Zo maakt de helft van vrijgezelle Amsterdammers wel eens gebruik van een datingplatform (en vult dat ook in bij enquêtes). Talloze digitale marktplaatsen vervangen of zijn

een digitale aanvulling op de fysieke marktplaats voor goederen en diensten. Ongeveer 80% van de hotelboekingen gaat via platformen, 42% van het eten dat door Amsterdammers wordt besteld gaat via platformen en webwinkels groeien jaar in jaar uit. De stenen stad met haar pleinen, huizen, winkels en kantoren verdwijnt natuurlijk niet, maar wordt wel op een andere manier gebruikt. De rol van de mens als actor verandert: vooraf bepaalde regels worden machinaal uitgevoerd, systemen worden zelflerend en zijn gericht op optimaliseren. Filosofen als Hume, Bentham en Stuart Mill zien hun utilisme op grote schaal in de digitale praktijk. En natuurlijk heeft dat allerhande voordelen. Comfort, gemak en gunstige prijzen zijn voor iedereen interessant. Maar als het menselijke verdwijnt en de echte wereld wordt aangestuurd door het virtuele, dan vergeten we hoe complex die echte wereld is. Online iets bestellen is heel gemakkelijk, maar de logistieke stroom zorgt voor overlast. toeristen die zorgen dat de sociale cohesie in de buurt steeds minder wordt of taxichauffeurs die 14 uur per dag moeten werken om rond te komen… dat is de schaduwkant van de virtuele wereld. Dit ontstaat onder andere doordat veel platformen, hoe sympathiek ze in het begin ook lijken, een verdienmodel rondom data ontwikkelen. Neem de deelfiets als dataslurper.

De door gebruikers gegeven of gegenereerde data is ineens de kern van het bedrijf. Zonder dat zij zich dat beseffen. Of kijk naar bedrijven als Thuisbezorgd die ook financiële data kunnen verzamelen sinds de invoering van de PSD2, de Europese wet (richtlijn) voor betalingsverkeer. Het is daarom tijd voor duidelijke spelregels. En wetten. En handhaving. Om op die manier de stad Amsterdam een platform te laten zijn voor en van Amsterdammers.

Beeld: Anne Reinke

38

Terug naar de inhoudsopgave

2020-2022

Publicroam Gratis, veilig en eenvoudig In 2019 is de gemeente Amsterdam gestart met publicroam: veilige wifi voor alle Amsterdammers. Want alle Amsterdammers hebben recht op veilige toegang tot het internet. Gratis wifi op openbare locaties en in de openbare ruimte is niet altijd even veilig. Gebruikers moeten vaak onduidelijke voorwaarden accepteren over het gebruik van data om toegang te krijgen tot internet. Niet iedereen leest die voorwaarden. Met het beschikbaar stellen van publicroam krijgen Amsterdammers gratis toegang tot wifi, die zo makkelijk en veilig mogelijk wordt gemaakt. Publicroam is momenteel beschikbaar op meer dan 50 locaties in de stad: op gemeentelijke locaties, bij

Sinds november 2019 is er publicroam in Buurtwerkkamer MultiBron in Amsterdam Zuidoost. Wat vinden gebruikers ervan? André (medewerker): “Ik krijg berichten van Google met alle plekken waar ik geweest ben. Dat de gemeente Amsterdam internet aanbiedt in de vorm van publicroam is geweldig, want die stelen je gegevens niet. Voor mij is publicroam is simpel in het gebruik: binnen een paar minuten was ik eruit. We hebben A4-tjes hangen in de Buurtwerkkamer om onze bezoekers te informeren over publicroam en hen te helpen hier gebruik van te maken.” Robinah (deelnemer computercursus): “Op de school van mijn kind hier in Zuidoost kreeg ik laatst les over mediawijsheid. Dit is belangrijk, want vooral ouders maken zich zorgen over het internetgebruik van hun kinderen. Ik maak zelf geen gebruik van openbare wifi, maar ik vind het heel goed dat de gemeente dit op een veilige manier aanbiedt.”

welzijnsorganisaties, in buurtwerkkamers en in Huizen van de Wijk. In 2020 komen er meer locaties bij. Op publicroam.nl/amsterdam is een kaart te vinden waarop alle locaties te zien zijn. Hoe werkt het? De eerste keer maak je een persoonlijk account aan, gekoppeld aan je mobiele nummer. Daarna ga je voortaan automatisch online, overal waar publicroam wordt aangeboden. Publicroam voorkomt dat gebruikersnamen of dataverkeer onderschept en gebruikt kunnen worden door derden.

Yasmine (stagiair): “Ik heb veel bezoekers van onze Buurtwerkkamer geholpen met het installeren van publicroam. Wij hebben een stappenplan gemaakt om hen hierbij te helpen, maar vaak hebben ze alsnog hulp nodig. Of onze bezoekers het belangrijk vinden dat ze veilig internetten? Ik denk het wel, maar de meesten zijn vooral blij dat er internet is.” Bianca (medewerker Buurtwerkkamer):”Onze bezoekers vragen vaak: is hier wifi? Nu kunnen we zeggen: ja, er is publicroam. Dat het even op een andere manier moet, is soms wel lastig. Een grote drempel is dat mensen een sms moeten sturen voordat ze publicroam kunnen gebruiken. Vaak hebben ze geen beltegoed. Openbare wifi is vaak niet betrouwbaar: je weet niet wie of wat erachter zit. Als wij onze bezoekers vertellen: dit is internet vanuit de gemeente Amsterdam, dan geeft hen dit het gevoel dat er niets fout kan gaan. Het geeft vertrouwen.”

Beelden: Hannah Verstoep

39

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de inhoudsopgave

TechConnect: inzetten op lokaal talent Het actieprogramma TechConnect introduceert meerdere initiatieven die de kansengelijkheid op de arbeidsmarkt vergroot door technische opleidingen- en banen toegankelijk te maken voor iedereen. De groei en ontwikkeling van nieuwe technologieën heeft veel impact op de stad, organisaties en Amsterdammers. Zo doet digitalisering ook steeds meer zijn intrede in traditionele beroepen, of in beroepen die niet direct als IT-functies worden bestempeld. Iedereen krijgt zo te maken met digitalisering en er zijn heel veel mensen nodig om IT-banen te vervullen. Op dit moment zijn er bijvoorbeeld in de metropoolregio Amsterdam ongeveer 9.000 onvervulde IT-vacatures. Het uitgangspunt zou moeten zijn dat technologie (weer) van en voor iedereen is. Nu is dat allerminst het geval. Het gebrek aan diversiteit in dit vakgebied is enorm met alle (aankomende) gevolgen van dien. Melinda Gates verwoordt dat treffend: “Als we het erover eens zijn dat kunstmatige intelligentie over twintig jaar onze ouderen gaat verzorgen, willen we dan dat deze geprogrammeerd is door een puber uit de VS?” Daarom gaat TechConnect, een initiatief van de Amsterdam Economic Board, de komende drie jaar 50.000 extra mensen uit ondervertegenwoordigde groepen activeren naar de tech-arbeidsmarkt.

In de praktijk betekent dit dat duizenden vrouwen, mensen uit sociaal kansarmere wijken en MKB’ers tot programmeur, data-analist, ‘growth hacker’, UX ontwerper of tech-beheerder worden opgeleid.

Kijk op techconnect.city voor meer informatie.

Deelnemer Rowenda Sabajo “Ik heb zelf twee jonge kinderen en niet zoveel tijd. Zo’n kort traject is dus heel fijn. Daarnaast voel ik mij hier erg op mijn gemak. Je hebt hier echt een mix van mensen met verschillende achtergronden.

TekkieWorden TekkieWorden is dé gids naar studeren en werken in tech! Voor elk niveau: (V)MBO, HBO en WO wordt er overzicht en inzicht in opleidingen en de baan-profielen in de technologie sector gegeven. TekkieWorden richt zich vooral op doelgroepen uit kwetsbare wijken. Deze groep wordt vaak niet bereikt door een tone-of-voice die niet aansluit, of de verkeerde distributiekanalen. TekkieWorden gaat specifiek in deze wijken de kansen van tech & IT onder de aandacht brengen van jongeren, ouders, decanen, studiebegeleiders en jongerenwerkers.

Deelnemer Rinaldo Wouterson “Ik heb heel wat uitdagingen in het leven gehad en heb verschillende studies geprobeerd maar niets afgemaakt. Ik ben erg opgelucht dat het mij hier gegund wordt om aan mijzelf te werken op een manier die bij mij past. Ik voel me hier erg veilig omdat er echt de tijd voor je wordt genomen als je bijvoorbeeld dingen niet begrijpt.”

Bekijk hier een filmpje. Meer info? tekkieworden.nl

TechMeUp TechMeUp wil de toegang tot digitale training voor kwetsbare en ondervertegenwoordigde groepen in tech vergroten door (financiële) barrières weg te halen. Zo gaat TechMeUp o.a. hun doelgroep helpen met het leren van digitale vaardigheden en private opleiders helpen om deze doelgroepen te bereiken en aan zich te binden.

Workforce pact Workforce Pact is een samenwerking van 20 organisaties in de Metropoolregio Amsterdam die zich committeren aan het opleiden van 20.000 (bestaande) medewerkers naar nieuwe tech- of data-gedreven professionals. De samenwerking heeft als doel om versnelling aan te brengen in scholing en digitale transformatie, om schaalvoordelen te behalen en ook om onderlinge mobiliteit te activeren. De gemeente Amsterdam is partner in en ambassadeur van het Workforce Pact.

TechGrounds; van kwetsbare wijk naar Tech-wijk TechGrounds biedt een uitgebreid, gratis tech-opleidingsprogramma met daarin een codeerschool, IT-opleidingen, een incubator en een plek om samen te werken. Kandidaten worden in aanloop naar afronding van hun opleiding actief gematcht met deelnemende partners. Daarmee biedt TechGrounds perspectief op een succesvolle toekomst in tech aan mensen in kwetsbare wijken en gaan deelnemende partners het tekort aan tech-talent te lijf. Samen resulteert het in meer diversiteit en inclusiviteit in het vakgebied. TechGrounds komt voort uit de succesvolle programmeerschool MolenGeek in België. Wethouder Touria Meliani opende in december 2019 de hub in de Openbare Bibliotheek aan het Osdorpplein in Amsterdam-Nieuw West. In Amsterdam zijn er twee opleidingen die de

deelnemers kunnen volgen. De eerste is een codeerschool, waar leerlingen in zes maanden worden opgeleid tot websitebouwer, zogenoemde full stack junior web developers. En er is een opleiding tot junior cloud operator van Amazon Web Services (AWS re/Start). Daarmee kunnen mensen aan de slag bij bedrijven die gebruik maken van diensten in de cloud. In het voorjaar van 2020 breidt TechGrounds uit met de opening van een tweede vestiging in Zaanstad Poelenburg, waarna Rotterdam en de rest van Nederland volgt De deelnemers Rinaldo Wouterson en Rowenda Sabajo zijn enthousiast over het programma dat zij volgen bij TechGrounds. Voor meer informatie over Techgrounds, kijk op www.techgrounds.nl

Bron: TechConnect en beelden/quotes deelnemers via NOS (Link NOS). Foto’s deelnemers: NOS

40

41

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de inhoudsopgave

Een bibliotheek is een park met een dak erop Interview Sacha van Tongeren Columniste Pauline Cornelisse merkt in de Volkskrant op: “De bibliotheek is uniek. Het is het enige gebouw in de publieke ruimte waar je geen geld hoeft uit te geven, en waar ook geen religie wordt aangeboden. Verder kost álles geld of toewijding.” In de zomer nam de Amsterdamse gemeenteraad een principebesluit voor de realisatie van een nieuwe vestiging van de OBA aan de Zuidas: OBA NEXT. Projectleider Sacha van Tongeren: “De bibliotheek is 100 jaar geleden opgericht om toegang te bieden tot kennis en informatie voor iedereen. Er is veel veranderd, maar de bibliotheek kan juist zoveel betekenen in een digitaliserende samenleving.” Wat vind je van de column van Pauline Cornelissen over de ‘bieb’? “Ik ben het natuurlijk met haar eens. De bieb is een van de weinige plekken in de stad waar iedereen naar binnen kan lopen. Onvoorwaardelijk. Je hebt geen kaartje nodig en je hoeft er niet in te checken. Als je een boek wilt lenen moet je wel lid zijn, maar verder kun je hier de hele dag naar binnen. Gewoon om te zitten, te werken, te lezen of bij te praten met iemand. Waar kan dat nog? Een bibliotheek is eigenlijk een soort park met een dak erop.” In 2025 krijgt de Zuidas een nieuwe vestiging, OBA NEXT.

Waarom daar? “De stad groeit en we hebben met elkaar afgesproken dat er voor bewoners in iedere wijk van de stad een bibliotheekvoorziening in de buurt is. De ambities voor de Zuidas zijn fors: er moeten de komende jaren 7.000 nieuwe woningen bij komen. Als je wilt dat mensen prettig kunnen wonen en verblijven, dan is het essentieel om ook in de sociale

42

en culturele infrastructuur te investeren. Bovendien wordt Station Zuid hét OV knooppunt van de regio. Bij de OBA op het Oosterdok zien we dat het Centraal Station een sterke aanzuigende werking heeft, er komen Amsterdammers uit alle wijken van de stad, maar ook mensen uit de regio.” Vanwaar de toevoeging ‘NEXT’? “NEXT gaat over digitalisering en de impact van technologie. Waar bij de oprichting van de OBA 100 jaar geleden te weinig informatie voor gewone Amsterdammers beschikbaar was, lijkt de situatie inmiddels omgekeerd. Er is te veel, en het is vaak onbetrouwbaar en onoverzichtelijk. Een bibliotheek zou daarom niet alleen een plek moeten zijn waar alle kennis en informatie in de nieuwste vormen beschikbaar is, maar vooral ook een plek waar je leert iets met die informatie te doen. Waar je leert het te lezen, te gebruiken, te interpreteren en te waarderen. Ook al blijven we ons focussen op taalachterstand en laaggeletterdheid, er is iets nieuws bijgekomen: digitale geletterdheid. Veel mensen vinden het steeds moeilijker om bij te blijven in deze digitaliserende samenleving. Daar ligt een hele mooie opdracht voor openbare bibliotheken.” Doen jullie veel inspiratie op in het buitenland? “Zeker, vooral in Scandinavië gebeurt er veel op dit gebied. Daar wordt enorm geïnvesteerd in nieuwe bibliotheken, dus daar hebben we veel contacten opgedaan en zijn we op bezoek geweest.

Niet alleen omdat het prachtige openbare gebouwen zijn, maar ook omdat ze echt hebben nagedacht wat je moet doen om die missie van kennis en informatie voor iedereen te laten slagen. En daarin door te blijven ontwikkelen vooral.”

Sluit NEXT ook aan bij de Agenda Digitale Stad? “Met OBA Next opent een grootstedelijke bibliotheek gericht op innovatie, mediawijsheid en digitale weerbaarheid. Want juist de digitale stad heeft ook fysieke plekken nodig. Fysieke plekken waar je begrip krijgt van wat digitaal doet met de wereld om ons heen. Om te kunnen duiden wat echt is en wat niet, te kunnen beleven en ontdekken wat technologie kán betekenen voor de stad en voor jou. En dit zijn precies de onderwerpen die ook in de Agenda Digitale Stad zijn geagendeerd. Samen zijn wij bezig met het opzetten van een Ontwerplab Digitale Stad. In dit Ontwerplab willen we een publieke interface creëren om de plannen vanuit de Agenda zichtbaar te maken voor een breed publiek dat ook in de OBA over de vloer komt. Door het in een lab-setting te doen, rollen we het ‘beleid’ niet uit, maar geven we er juist met elkaar vorm aan.” Hoe gaat dat er dan precies uitzien? “Dit jaar gaan we aan de slag met twee thema’s: Digitale Vrijheid, ook in het kader van 75 Jaar Vrijheid, en Datawijsheid. We zijn bezig om een tentoonstelling op te zetten die op een heel toegankelijke manier de impact van data zichtbaar maakt. Het doel is dat mensen bewuster worden van hun persoonlijke datagebruik.

Ook leren zij doorzien wat de effecten van het verzamelen van persoonlijke data zijn in relatie tot het gebruiken van (gemanipuleerde) media en hier met praktische tools, zoals de Data Detox Kit, grip op te krijgen. We starten hiermee in OBA Oosterdok en we willen dat uitbreiden tot 2025 zodat we tegen die tijd een permanente setting hebben voor deze onderwerpen. Dat nemen we dan mee naar OBA NEXT.” Zijn er al architecten in de running voor het nieuwe gebouw in 2025? “Nee nog niet. De Raad moet nog een besluit nemen over de investering en pas dan gaat er een ‘tender’ de markt op. Er is wel een soort voorverkenning gemaakt en daarop is enorm positief gereageerd door ontwikkelaars en architecten. Nu zijn we vooral bezig met de voorbereidingen daarop en te bedenken wat voor eisen we willen stellen

aan het gebouw. Het is een enorme uitdaging om zo’n publiek en openbaar gebouw op de Zuidas te realiseren.” Is die openbaarheid ook niet een grote publieke waarde die je steeds minder terugziet in de stad? “Absoluut. Misschien is dat juist wel het grote inzicht dat we hebben met z’n allen. En een reden waarom de stad hierin wil blijven investeren. Want als we daar niet heel zuinig op zijn, dan is straks alles privaat.

43

Terug naar de inhoudsopgave

Designathon Works

Cijfers en begrippen Design Thinking is een opkomende stroming om innovatie op een creatieve manier vorm te geven en/of complexe problemen op te lossen. Maker Education (Nederlands: ‘maakonderwijs’) is kortgezegd: ‘leren door te maken’. Kinderen ontwikkelen hun creatieve vermogen en technische vaardigheden en ontdekken de maker/uitvinder in zichzelf. Maakonderwijs leidt leerlingen op voor de toekomst. De Global Children’s Designathon vond plaats op 16 november 2019. Er deden 1.200 kinderen uit 39 steden mee. In totaal ontwikkelden zij 400 prototypes.

44

Een inclusieve, digitale stad. Daartoe behoort ook het vergroten van de digitale zelfredzaamheid van de Amsterdammer, waaronder kennis en vaardigheden om technologie te gebruiken. Designathon Works draagt hieraan bij door Amsterdamse basisschoolkinderen na te laten denken over creatieve en technologische oplossingen voor de toekomst. Met de Designathon onderwijsmethode ontwikkelen kinderen 21e-eeuwse vaardigheden zoals creatief en kritisch denken, communiceren, samenwerken en digitale geletterdheid. De methode combineert aspecten van Design Thinking en Maker Education (zie kader) en helpt kinderen om te gaan met de continu veranderende en steeds complexer wordende leefwereld waarin zij opgroeien. Door dit onderwijs leren zij hun toekomst zélf vorm te geven. De gemeente Amsterdam ondersteunt de jaarlijkse Global Children’s Designathon. Kinderen over de hele wereld werken tijdens deze dag aan creatieve en technologische oplossingen rondom actuele thema’s. Het thema was dit jaar ‘Voedsel en het klimaat’, één van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen die zijn vastgesteld door de Verenigde Naties. Ook vanuit Amsterdam deden kinderen van verschillende scholen mee. Een van de prototypes die in Amsterdam werd ontwikkeld, is de vriendelijke supermarkt robot.

Door het delen van feiten, tips en recepten informeert deze app kinderen en hun ouders over de voordelen van plantaardig voedsel boven dierlijke producten. De robot gebruikt licht en geluid om de gebruiker feedback te geven op zijn voedselkeuzes. Gezond, plantaardig voedsel wordt gestimuleerd door positieve feedback (groen licht) en niet-duurzame voedselkeuzes worden ontmoedigd door negatieve feedback (rood licht en een zoemer). Bekijk hier een filmpje over de robot. De innovatieve ideeën van kinderen zijn waardevol. Soms zelfs zo waardevol, dat ze door bedrijven of overheden geadopteerd worden en - in overleg met de jonge ontwerpers - uitgewerkt kunnen worden tot een product of dienst.

Beeld: Designathon Works

45

Terug naar de inhoudsopgave Titel

Digitale stad 2.0

Als de schoonheid van kunst en de kracht van technologie bij elkaar komen Interview Clayde Menso Amerpodia faciliteert een viertal cultuurhuizen in hartje Amsterdam. Samen willen zij een substantiële bijdrage leveren aan het culturele en maatschappelijke leven. De vier huizen vormen zo samen een krachtig collectief. In de Rode Hoed gaat het over politiek-maatschappelijke onderwerpen, in De Nieuwe Liefde over taal in de breedste zin van het woord. Het Compagnietheater is er voor de multidisciplinaire kunst, terwijl in Felix Meritis, dat dit jaar weer opengaat na een grote renovatie, geprogrammeerd wordt op de pijlers kunst, wetenschap, technologie en ondernemerschap Directeur Clayde Menso vertelt over het belang van toegankelijke verhalen op het snijvlak van al deze thema’s. Wat voor rol kunnen podia in de stad spelen om maatschappelijke impact te bereiken rondom een onderwerp als digitalisering? “Voor ons is technologie en de rol die het speelt bij het oplossen van de vragen van de 21e eeuw een belangrijke pijler. Om dat te benadrukken organiseren we in Felix Meritis een festival over Artificial Intelligence (AI). Het festival heet Me, Myself and AI en we gaan kijken naar het nu, naar morgen en naar de toekomst. Omdat de meeste mensen zich denk ik wel bewust zijn van AI, maar niet hoe groot de impact op hun leven is.

Daarin kunnen we samen met de gemeente optrekken.” Hoe kan het festival dit duidelijk maken? “We gaan AI op een speelse en optimistische manier onderzoeken met behulp van kunstenaars en wetenschappers. Het is 2020, AI is een feit, maar hoe kun je dat op een positieve manier inzetten zonder naïef te zijn? Want natuurlijk zitten er ook kanten aan waar we met elkaar op moeten letten.

46

Neem bijvoorbeeld deep fake filmpjes. Regisseur Jordan Peele liet in 2018 al zien hoe gemakkelijk het is om een filmpje te maken waarin hij president Obama van alles laat zeggen. Op het festival kunnen bezoekers daarom zélf een deep fake filmpje maken. Waarin ze Poetin lieve woordjes laten fluisteren, of zangeres Cardi B de groeten laten doen aan hun kinderen. Het is ontzettend leuk om te doen, maar je ziet ook hoe ver deze techniek al ontwikkeld is. Daarmee is het dus ook een waarschuwing: welk nieuws is nog echt? Zorg dat je alert bent op mensen die deze technologie inzetten.” Bewustwording is één ding, maar kun je er ook voor zorgen dat mensen daadwerkelijk wijzer de deur uit gaan? Dat ze weten wanneer iets fake is? “Door met de technologie te spelen, moet je ook doorhebben hoe het werkt. Daarom organiseren we tijdens het festival een Hacking Lab. Daarin leer je hoe je ethisch kunt hacken: je leert software te herschrijven, zodat het vooroordeel- en stereotype vrij wordt. Dan moet je dus nadenken over vragen als: hoe doe je dat, maar ook: hoe is het er überhaupt in gekomen? En welke knoppen hebben we, als gelegenheidshackers, om aan te draaien? Pas als je je bewust bent van wat er kan, kun je verandering in gang zetten. Dan kun je vragen stellen aan software-ontwikkelaars, overheden, bedrijven, tech-giganten.

Vertel eens, hoe zit het met deze knoppen in jullie programma’s?” In de Rode Hoed programmeren jullie voornamelijk politiek-maatschappelijke onderwerpen. Hoe pak je een thema als digitale wijsheid daar aan? “We duiken dan vooral wat dieper het onderwerp in. Bijvoorbeeld met het programma Het

Titel

Terug naar deDigitale inhoudsopgave stad 2.0

discriminerende algoritme, onder leiding van professor neuro-informatica Sennay Ghebreab, die uitlegt hoeveel impact een algoritme kan hebben als het alleen maar door een select en eenzijdig samengestelde groep ontwikkelaars wordt vormgeven. Zijn verhalen lopen uiteen van kranen in openbare toiletten die je niet herkennen omdat je een bepaalde huidskleur hebt tot zelfrijdende auto’s die je minder snel herkennen omdat je een andere vorm hebt of een andere kleur.” Wat is een verhaal op het snijvlak van cultuur, wetenschap en technologie wat jou persoonlijk is bijgebleven? “Vorig jaar was ik met de burgemeester en City Collective Amsterdam (een open collectief van progressieve Amsterdamse makers zoals platenlabel Top Notch, kledingmerk Patta, sociëteit Sexyland en museale landingplek OSCAM), op een missie mee naar New York in het kader van internationale samenwerking en kennisuitwisseling. Ik ontmoette daar de kunstenaar/wetenschapper Tavares Strachan in zijn atelier in Manhattan. Hij vertelde dat hij geboren was op de Bahama’s en opgroeide bij zijn oma. Ze hadden het niet breed en de enige manier om het eiland te ontvluchten was via de boekenkast van zijn oma, die gevuld was met talloze encyclopedieën. Hij las álles, van voor naar achter. Later werd hij kunstenaar en vertrok hij naar Amerika. Tavares hoorde daar verhalen die niét in de encyclopedieën van zijn oma stonden.

Bijvoorbeeld het verhaal van Robert Henry Lawrence jr., de eerste Afro-Amerikaanse astronaut, die in 1967 overleed tijdens een crash met een testvlucht. Hij is helaas nooit de ruimte in geweest. Dit verhaal is onbekend bij het grote publiek, terwijl Tavares dacht: als ik dit had geweten als klein zwart jongetje op de Bahama’s, dan had mijn leven misschien wel een andere wending genomen. Hij vond het niet te verteren dat zoveel van dit soort onbekende, inspirerende verhalen, in vergetelheid raken.” Tavares ging vervolgens zelf encyclopedieën maken met daarin deze onbekende verhalen. Heb je ze gezien in zijn atelier? “Ja, hij heeft er nu vier af en hij wil er uiteindelijk negen maken. Ze zijn prachtig om door te bladeren. Ook heeft hij voor Robert Henry Lawrence jr. een

gouden buste gemaakt en deze vervolgens in een zelfgemaakte sarcofaag geplaatst. Aan Elon Musk heeft hij vervolgens gevraagd of hij de sarcofaag van Robert Henry Lawrence jr. wilde lanceren in een baan om de aarde, zodat hij toch nog zijn ruimtereis kon maken. En dat is gelukt. As we speak, cirkelt de sarcofaag in een baan om de aarde. En omdat hij ook de jeugd bij dit verhaal wilde betrekken, heeft hij in New York op verschillende scholen bakens geplaatst. Elke keer als de sarcofaag de school passeert, licht het baken op.” Dus ook kinderen leren zo dit onbekende verhaal kennen? “Ja, het is zo’n mooi voorbeeld van inclusie, van verhalen vertellen die nog geen podium hebben en natuurlijk een hele slimme manier om technologie te verbeelden. Ik was echt blown away. Je snapt dat we druk bezig zijn om hem naar Nederland te halen.” Dit verhaal overstijgt bijna het digitale, maar het maakt wel duidelijk hoe je de mogelijkheden van technologie laat zien en hoe je dat verweeft in storytelling. “Klopt. Als de schoonheid van kunst en de kracht van technologie bij elkaar komen, gebeuren er mooie dingen. Ik kan niet wachten om Amsterdam hiermee kennis te laten maken.”

47

Terug naar de inhoudsopgave

De digitale belofte Column Viktor Frölke Viktor Frölke (Eindhoven, 1967) Er zijn weinig menselijke activiteiten die Viktor Frölke, schrijver en filosoof, niet interesseren. Het dispuut, zijn vierde roman, verscheen in 2017 bij Thomas Rap. Vanuit New York schreef hij in de jaren 0 voor Het Parool een veelgelezen column over de dotcom bubbel getiteld SPAM. Sinds 2006 houdt hij een blog bij, op viktorfrolke. com.

In 1994 maakte ik mijn eerste email-adres aan in de Openbare Bibliotheek aan de Prinsengracht: frolke@dds.nl. DDS stond voor De Digitale Stad. Daarachter school een mooie belofte: gratis toegang tot informatie voor iedereen. Alle netwerken zouden worden opengebroken. Het emailadres heb ik niet meer, DDS ging op in internetprovider Xs4all (dat onlangs op het nippertje van de ondergang is gered). Wat is er verder zoal veranderd? Weinig, in een bepaald opzicht. Ik fiets en wandel nog steeds fluitend door de stad. Ik doe nog steeds boodschappen bij de supermarkt omdat ik te lui ben om lokale winkels af te gaan – ook al wil ik niet dat die verdwijnen. Kinderen gaan nog steeds naar een schoolgebouw opgetrokken uit stenen en ze leren (vooral) uit boeken. Oudere mensen blijven nog steeds vaak in hun eentje achter. Toch is er ook veel veranderd. Wie had kunnen bevroeden dat we in 2020 met één tik een taxi

regelen, een date, een huis of een baan? Dat bankfilialen verdwijnen, maar dat kranten nog bestaan? Dat ik me nooit meer hoef af te vragen hoe ik van A naar B kom? De Amsterdammer van nu hoeft haar huis niet meer uit, en als zij haar huis uitgaat, woont ze in haar mobiel. Het nieuwe straatbeeld: niemand rookt, iedereen appt. De digitalisering van de samenleving heeft het ‘leefgemak’ bevorderd, maar ook de concurrentie om aandacht en de mogelijkheden tot subtiele vormen van manipulatie. Wij worden aangestuurd door wat we prijsgeven. De stad is kleiner geworden omdat we makkelijker contact maken – en groter, omdat hij steeds meer lijkt op de rest van de wereld. Toen ik onlangs op zoek was naar een DVD van Turks Fruit, deed ik een oproep op een buurtapEen buurvrouw twee straten verderop die ik nog nooit had ontmoet, leende hem graag aan me uit. Een buurtborrel is dankzij Whatsapp zo georganiseerd. Ouderen zijn dankzij social media en talrijke entertainment-opties minder eenzaam. Er is ook maatschappelijke impact. Ademloos keek ik naar vlogster Nikkie de Jager, die uit de kast kwam als transgender. Deze reclame voor tolerant Nederland is te danken aan de democratisering van de media. Maar Nikkie had ook uit Noorwegen of Namibië kunnen komen.

Helaas kunnen we nog steeds niet met onze mobiel stemmen en wordt er op het digitale dorpsplein een hoop vuil gestort, maar er zijn ook hoopvolle toepassingen: Ping if you care, waarmee fietsers gevaarlijke knooppunten in de stad signaleren, en Klup, een soort Tinder voor ouderen op zoek naar gezelschap en activiteiten. In 25 jaar tijd is Amsterdam digitaal volwassen geworden. We moeten niet blind zijn voor de valkuilen van onze schermverslaving, maar de aloude vooruitgangsdenker Spinoza zou denk ik, mits we ons kritisch vermogen behouden, niet ontevreden zijn.

Beeld: Anne Reinke

48

Beeld: Christian Fregnan

49

Speerpunt

Toegankelijk maken van de dienstverlening

Titel

Terug naar de inhoudsopgave

Digitale stad 2.0

Toegankelijk maken van de dienstverlening Voor vrijwel elke ambitie van de gemeente Amsterdam is de inzet van data of technologie noodzakelijk: bijvoorbeeld om de stad schoon en bereikbaar te houden of te zorgen voor goede en passende zorg. Anno 2020 willen Amsterdammers ook buiten kantooruren bij ons terecht kunnen en online mee praten over de thema’s die voor hen belangrijk zijn. Daarom werken wij ook vanuit de Agenda Digitale Stad aan diensten passend bij de tijdsgeest. Via onze eigen online dienstverlening willen we dat Amsterdammers makkelijker hun weg kunnen vinden. Bijvoorbeeld door de ontwikkeling van een persoonlijke digitale omgeving voor alle Amsterdammers – Mijn Amsterdam – geeft de gemeente inzicht in de gegevens waar wij over beschikken en kunnen we inwoners voorzieningen voorleggen die passen bij de persoonlijke situatie. We zijn er voor alle Amsterdammers. Dat betekent dat we dat we geen uitzonderingen (willen) creëren. Al onze diensten moeten toegankelijk zijn, anders duperen we (kwetsbare) Amsterdammers. Om te zorgen voor duidelijke en simpele communicatie leren we van mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Zij helpen ons om begrijpelijke taal te gebruiken. Uiteraard houden we in onze dienstverlening rekening met mensen die niet digitaal vaardig zijn of extra hulp wensen of nodig hebben.

52

Digitalisering heeft een grote impact op de manier van werken en de diensten die worden verleend door de gemeente Amsterdam en door andere publieke voorzieningen in de stad. De gemeente zal stapsgewijs de manier waarop de organisatie werkt op een nieuwe manier vormgeven, waarbij data en technologie wordt ingezet voor het verbeteren van de dienstverlening in brede zin aan de Amsterdammer. Bijvoorbeeld om meer Amsterdammers te kunnen begeleiden naar werk of om de stad schoon te houden. Met publieke voorzieningen in de stad werken wij samen om ook daar de toegankelijkheid te vergroten. Een mooi voorbeeld is de samenwerking met Art Up om de culturele sector inclusiever te maken met behulp van innovatie. Met de activiteiten uit de Agenda Digitale Stad richten we ons in 2020 vooral op het ontwikkelen van toegankelijke dienstverlening voor iedereen. Zowel online als offline. Deze activiteiten zijn bijvoorbeeld het verder ontwikkelen van Mijn Amsterdam, de ontwikkeling van een digitale identiteit, de inzet van technologie en data om onze eigen dienstverlening in brede zin te verbeteren en die van andere publieke partners door kennis uitwisseling.

Lees hier meer over al onze activiteiten in 2020.

53

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de inhoudsopgave

2019

Mijn Amsterdam

Interview met Programmamanager Kim Westerweel en User Researcher Marloes Meerburg-Versteegen

Digitalisering biedt de kans om gemeente lijke diensten beter af te stemmen op de Amsterdammer. Om effectiever te ondersteunen met onze eigen online dienstverlening, is voor iedere Amsterdammer een persoonlijke digitale omgeving ontwikkeld: Mijn Amsterdam. Programmamanager Kim: “Amsterdammers kunnen nu op één centrale plek 24/7 terecht voor inzage in hun persoonlijke gegevens. Amsterdammers met een bijstandsuitkering kunnen bijvoorbeeld de status van hun aanvraag volgen. Met Mijn Amsterdam bieden we de Amsterdammer overzicht en inzicht over de producten en diensten die zij afnemen bij de gemeente. Op dit moment hebben we de basisversie klaar. Er worden steeds meer nieuwe producten, diensten en informatie toegevoegd. Door gebruik te maken van de verschillende informatie die we van de Amsterdammer hebben, ontvang je in Mijn Amsterdam relevante tips op basis van je persoonlijke situatie. Bijvoorbeeld de suggestie aan een Amsterdammer met Stadspas om een gratis laptop aan te vragen voor een schoolgaand

54

kind. Daarnaast wordt er in Mijn Buurt informatie over de buurt getoond op een persoonlijke kaart, zoals vergunningsaanvragen, afvalcontainers en evenementen. Mijn Amsterdam is toegankelijk en transparant: Amsterdammers begrijpen hoe het werkt, welke data wordt gebruikt en welke kaders en spelregels daarbij horen. Want data mag niet discrimineren of gelijke kansen in de weg staan. Daarnaast is het veilig en wordt zorgvuldig rekening gehouden met de privacy van de Amsterdammer: men kan alleen de eigen gegevens inzien door in te loggen met DigiD. Een inclusieve dienstverlening staat voorop. Mijn Amsterdam is dan ook een extra kanaal voor de Amsterdammer naast de gebruikelijke kanalen van de gemeente zoals de website amsterdam.nl, telefoonnummer 14020 en brieven.” Ontwikkeld voor en met de Amsterdammer Marloes, User Researcher: “Mijn Amsterdam wordt voor en met Amsterdammers ontwikkeld. We voeren gebruikersonderzoeken uit met Amsterdammers van allerlei leeftijden, met verschillende achtergronden, digitale vaardigheden en (fysieke)

2020

ond

er n

em

er s

2021 e.v.

De basis

Raadplegen

Statusmeldingen

Nieuw ontwerp Mijn Buurt Mijn Tips

Persoonsgegevens Erfpacht Zorgvoorzieningen

Bijstandsuitkering Stadspas

Groei

Raadplegen

Statusmeldingen

Basis ondernemers Digitale identiteit Meer buurt Meer tips

Saldo Stadspas Bijzondere Bijstand Armoedevoorzieningen Paspoort, rijbewijs Digitale aktes Klachten

Belastingen Erfpacht Vergunningen Parkeren Verhuizen

Steeds meer informatie Jeugdhulp Subsidies Kredietbank Schuldhulp Bezwaren

ond

er n

em

Afspraakinformatie Contacthistorie Inloggen als gemachtigde en nog veel meer...

er s

Mijn Amsterdam wordt stap voor stap ontwikkeld.

beperkingen. Zo krijgen we een goed beeld van wat ‘de Amsterdammer’ van het portaal vindt. We krijgen enthousiaste reacties. Men vindt het logisch dat je ook bij de gemeente een persoonlijke omgeving hebt en dat je in de toekomst alles op één plek kunt vinden. Amsterdammers zijn positief over het gebruik van DigiD; voor de meesten is dat een garantie op herkenning en veiligheid. Mijn Buurt vindt men handig: hier kunnen ze afvalinformatie zien en wanneer er evenementen in de buurt plaatsvinden.” Uit de gebruikersonderzoeken komen ook wensen naar voren. “Een inclusieve vormgeving die alle Amsterdammers prettig vinden is een uitda-

ging. Over het algemeen vindt men foto’s fijner dan pictogrammen, maar voor mensen met een visuele beperking geldt juist het omgekeerde. Verder zou men graag een sociale kaart terugzien in Mijn Buurt, waarop ze bijvoorbeeld kunnen zien waar hun Stadspas geldig is of waar ontmoetingsplekken zijn waar ze terecht kunnen. Sommige zaken hebben we door gebruikerstesten direct veranderd. Zoals het icoon voor Werk en Inkomen. Het handje met een munt werd door sommigen ervaren als symbool voor bedelen. Daarom hebben we dit opnieuw ontworpen en is het een portemonnee geworden.”Zo werken we steeds samen met en voor alle Amsterdammers.”

55

Terug naar de inhoudsopgave

Technologie voor een schone, hele en veilige stad Interview Sander Siegmann en Naim Aarras Bij Stadswerken is Sander Siegmann programmamanager innovatie. Naim Aarras is service medewerker bij de afdeling Infra & Service. Samen vertellen zij over hun ervaringen met een nieuwe manier van werken bij Stadswerken. “Bij Stadswerken kijken wij continu hoe wij slimmer kunnen werken: door bijvoorbeeld grootschaliger in te kopen maar ook door in het werk meer gebruik te maken van data en technologie. We vinden dit natuurlijk niet alleen uit, maar werken hierbij samen met onze collega’s uit het openbare ruimte domein, zoals van de afvalinzameling, handhaving en verkeer. En ook met de verschillende organisaties waar kennis beschikbaar is over data, innovatie en informatie. We werken samen aan meer waarde halen uit data en technologie.”

werken elke melding die een burger of collega doet binnen een paar minuten op een tablet binnen. Naim: “Het systeem categoriseert automatisch of het bijvoorbeeld gaat om zwerfvuil, grofvuil of een beschadiging. Daardoor zie je precies wat waar moet gebeuren en welke materialen je daarvoor mee moet nemen. De onderlinge communicatie verbetert erdoor, net als de samenwerking met andere directies.” Het is niet verrassend dat hiermee een flinke efficiëntieslag is gemaakt. Het systeem geeft ook aan hoe lang de melding al open staat. “Op dag één kleurt de melding groen, dag twee wordt hij oranje en op de derde dag rood, want een melding moet binnen drie dagen zijn opgelost”, vult Sander aan, “en op deze manier lukt dat goed.”

Printje Stadswerken is verantwoordelijk voor het dagelijks beheer van de openbare ruimte in de stad. “Van Civiele constructies, Groen tot Reiniging, Infra & Service en Markten”, vervolgt Sander. Als er iets moet worden opgeruimd, schoongemaakt hersteld of beheerd, doen wij dat.” Voorheen werd overal gewerkt met een grote papierwinkel met veel schakels. Werkinstructies werden op papier doorgegeven. Dat was niet bepaald efficiënt en doordat papieren door elkaar- of zoekraakten, verliep ook lang niet alles zoals gewenst. Overzicht krijgen was lastig. “Als er ergens een tegel loszat of iemand was tegen een paaltje op gereden en dat stond daarna scheef, kwamen meldingen daarover bij ons terecht via een printje”, legt Naim Aarras uit. “Vervolgens bekeken we welke route we het beste konden rijden. Maar we liepen ook wel achter de feiten aan. Of hadden net niet de juiste spullen bij ons.”

Hoogste cijfers “Met behulp van data zoals bijvoorbeeld over drukte, evenementen, metingen en inspecties kunnen wij steeds scherper plannen. Zo kunnen we ervoor zorgen dat we daar werken waar dat het meest nodig is.” Een effect hiervan is dat de afhandeltermijnen van meldingen zo zijn verkort dat bewoners de afdeling van Naim veel hogere cijfers zijn geven over hoe een melding is afgehandeld.” Naim voegt toe dat deze manier van werken ook een stuk plezieriger is. “Het is nu altijd meteen duidelijk wat je moet doen, er zitten niet allemaal extra schakels tussen. Het heeft ons werk makkelijker gemaakt.” Even wennen Zit er dan helemaal geen keerzijde aan deze nieuwe manier van werken? “Eigenlijk niet”, lacht Naim. “Sommige collega’s moeten even wennen aan digitaal werken, zeker als ze geen ervaring hebben met een tablet en daardoor bang zijn dat ze het niet kunnen. Maar het is zo makkelijk te leren, je moet alleen even een drempel over. En leren dat het niets geeft als je af en toe een foutje maakt.”

Digitaal werken Nu komt bij de servicemedewerkers van Stads-

Voorspellen In de nabije toekomst zal deze efficiënte manier

Beeld: Roos Trommelen

van werken alleen maar toenemen. Sander: “We krijgen steeds beter zicht op wat er in de stad te doen is. Daardoor zullen we steeds beter worden in het voorspellen waar we wanneer nodig zijn.” Ook zal in de nabije toekomst nog meer gebruik gemaakt gaan worden van data van slimme apparaten zoals sensoren. Met het innovatieteam van de gemeente Amsterdam is een samenwerking gestart om verder op zoek te gaan naar hoe nog meer gebruik gemaakt kan worden van data en technologie. Sander: “In 2019 is geëxperimenteerd met een ontwikkelteam wat een aantal producten heeft gemaakt waarmee in de toekomst de uitvoering beter door kan worden ondersteund. Dit team heeft gewerkt aan onder andere objectherkenning van afval en een alternatief voor whatsapp voor onderlinge communicatie.” Deze manier van samenwerking heeft zoveel vertrouwen gegeven dat er vanaf het voorjaar een ontwikkelteam voor de openbare ruimte start. “Dit team zal innovatieve oplossingen ontwikkelen voor het gehele openbare ruimte domein om samen de stad nog leefbaarder te maken. En zichtbaar te maken wat een werk al wordt verzet door al onze collega’s. ” aldus Sander. Nieuwsgierig? Wil je weten hoe we de stad elke dag schoon en veilig houden? Bekijk de visualisatie ‘Wake up Amsterdam’ van AMS Institute en de gemeente Amsterdam. U vindt het filmpje hier. Bron: Sociaal jaarverslag Gemeente Amsterdam

56

Informatiedomein gemeente Amsterdam Bij een Digitale Stad hoort ook een overheid die goed begrijpt hoe ze gebruik kan maken van de mogelijkheden die data en technologie bieden, maar er ook voor zorgt dat ze dit op een verantwoorde, open, betrouwbare en transparantie manier doet. De afgelopen jaren heeft de gemeente Amsterdam een flink aantal stappen gezet in haar online dienstverlening en het gebruik van data. Nu is het tijd voor een volgende stap. Het College van Burgemeesters en Wethouders heeft daarom een bestuursopdracht opgesteld waarin ze concreet vragen om een koers, een organisatie en de randvoorwaarden die ervoor nodig zijn om de gemeente Amsterdam de goede basis te geven om digitale oplossingen in te kunnen zetten voor de opgaven van de stad. Dat betekent dat we onze data-competenties gaan versterken, de applicaties die nu nog in de kelder van Amstel 1 draaien verhuizen naar een modernere omgeving en minder versnipperd diensten gaan verlenen. Daarmee nemen we beperkingen in organisatie en technologie weg en kunnen we nog beter en effectiever werken aan Amsterdam. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in de sourcingstrategie.

57

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de inhoudsopgave

Een digitale identiteit voor alle Amsterdammers Interview Mark Fonds Het ophalen van een pakketje bij het postkantoor, het kopen van alcohol of je verhuizing doorgeven aan de gemeente. Allemaal zaken waarvoor je je dient te identificeren. Nu doe je dat nog met je identiteitsbewijs of paspoort maar als het aan Amsterdam ligt gaan inwoners dat digitaal met hun telefoon doen. Samen met andere partners werkt Amsterdam aan het invoeren van een Digitale Identiteit. De plastic kaartjes die we nu nog bij ons dragen, gaan op den duur verdwijnen. Wat voor gevolgen heeft dat voor onze relatie met onze inwoners? Hoe zorgen we er voor dat de nieuwe manier om je te identificeren en in te loggen makkelijk en veilig is? Een van de activiteiten binnen de Agenda Digitale Stad is het ontwikkelen van een Digitale Identiteit. We interviewen Mark Fonds, projectleider digitale identiteit bij OIS datapunt, de afdeling van de gemeente Amsterdam die zich bezighoudt met het inzichtelijk en nuttig maken van data voor alle inwoners en gebruikers. Waar hebben jullie afgelopen jaar aan gewerkt? In 2019 heeft het team Digitale identiteit, samen met hulp van inwoners, het gebruiksgemak van de applicatie IRMA, waarmee je je identiteit op je

58

mobieltje kunt zetten verbeterd. We maken, ontwerpen en testen met allerlei Amsterdammers. Als zij het snappen is het goed. Wat ze niet begrijpen verbeteren we. Over het algemeen zijn mensen enthousiast en vooral erg gemotiveerd om te helpen. Ze vinden het leuk en spannend. Waarom is het belangrijk dat we hier als stad aan werken? Onze diensten worden steeds meer digitaal. Dat is handig want dan kan iedereen op zijn of haar eigen moment alles met de gemeente regelen. Het past binnen onze ambitie als stad om 24/7 diensten aan te bieden en om zo min mogelijk data te vragen of gebruiken. Zo is het niet nodig om iemands BSN nummer te vragen als we alleen willen weten of iemand ouder is dan 18 jaar. Je gaat op een heel andere manier naar het verzamelen van gegevens kijken. Betekent dit dat je straks alleen nog maar via je telefoon diensten kan afnemen? We proberen deze applicatie zo gebruiksvriendelijk als mogelijk te maken. Maar er blijft altijd een groep voor wie het te lastig is of zaken liever offline regelt. Voor hen blijft er uiteraard het stadsloket waar we iedereen te woord staan en helpen.

Beeld: Anne Reinke

Met wie werken we samen? Het afgelopen jaar hebben we vooral intensief samengewerkt met Haarlem, Leiden, Almere en Nijmegen. Andere gemeenten die betrokken zijn, zijn Drechtsteden, Groningen en Emmen. Komend jaar trekken we ook weer gezamenlijk op en gaan we in iedere stad op een andere manier werken aan het toepassen van deze applicatie middels proeven. Het ministerie van binnenlandse zaken en de Vereniging van Nederlandse gemeenten zijn ook nauw betrokken. Wat zijn de belangrijkste plannen en ontwikkelingen in 2020? Via de Wet digitale overheid die dit jaar in de kamer wordt behandeld ontstaat er een manier om de digitale identiteit die wij hebben helpen mee-ontwikkelen, te gebruiken. Dit jaar willen we een aantal eerste toepassingen maken. Daar leren we dan weer van hoe we het verder moeten aanpassen en uitbreiden. Uiteindelijk wordt het gebruik net zo normaal als nu je ID kaart of je rijbewijs. Onder de noemer Goed ID willen we mensen bewust maken van het nut en de noodzaak om

zorgvuldig om te gaan met hun persoonsgegevens. We hebben gemerkt dat privacy best moeilijk uit te leggen is en dat je het vooral moet toepassen in de manier waarop je diensten maakt. Dat noemen we ‘privacy by design’. In Amsterdam willen we het in eerste instantie toepassen bij diensten waarbij je je als inwoner moet authenticeren. Zoals het inloggen op Mijn Amsterdam of het machtigen van iemand anders. Maar ook voor het doen van meldingen of het makkelijker te maken om aan te tonen dat je recht hebt op een aparte parkeerplek of korting op basis van je persoonlijke omstandigheden.

Mark heeft een achtergrond in design en psychologie. In 1996 begon hij als ontwerper bij een aantal startups in San Francisco tijdens de eerste golf van internet diensten. Mark gelooft in het betrekken van inwoners en eindgebruikers bij het maken/ontwerpen van diensten, zodat het eindresultaat naast nuttig ook gebruiksvriendelijk is. Meer weten? E-mail: mark.fonds@amsterdam.nl

59

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de inhoudsopgave

Amsterdammers betrekken bij het vormgeven van onze dienstverlening Interview met John Roozemond

Het vormgeven van de (online) dienstverlening van de gemeente gebeurt zoveel mogelijk samen met Amsterdammers. Partners, waaronder Cordaan, helpen ons een diverse groep Amsterdammers te betrekken. We spreken met John Roozemond. Zijn team van ervaringsdeskundigen met een licht verstandelijke beperking (lvb) geeft trainingen die inzicht geven in het leven van mensen met een lvb en hoe je met deze groep en andere kwetsbare Amsterdammers om kunt gaan. John, kun je meer vertellen over je team? Het team van ervaringsdeskundigen bestaat uit een diverse groep mensen die zijn opgeleid om hun ervaringen in te zetten. Zij hebben allemaal een licht verstandelijke beperking, dit geldt overigens voor 1 op de 6 Amsterdammers. Naast de inzichtendie dit onze klanten oplevert, geeft het hen erkenning. Het is belangrijk dat er niet vóór en over hen wordt gedacht, maar mét hen. Zodat zij als volwaardig burger mee kunnen doen in deze maatschappij.” Wat voor trainingen geeft het team binnen de gemeente Amsterdam? “De training wordt gegeven aan de medewer-

60

kers van de Stadsloketten en het Contact Center Amsterdam (CCA) en alle andere medewerkers van Dienstverlening. Medewerkers zijn heel enthousiast over de training.” Hoe wordt er gereageerd op de trainingen? “Het beeld over mensen met een licht verstandelijke beperking verschuift enorm. Er zijn veel vooronderstellingen over deze groep. Als je mensen vraagt naar de eigenschappen van iemand met een lvb, worden vaak specifieke, negatieve eigenschappen genoemd zoals ‘agressief’. Na een training is het beeld algemener en positiever. Er is vaak bewondering voor waar deze groep mee moet dealen. We horen vaak: “Wauw, iemand met zo’n verhaal. Ik weet niet of ik het zover had geschopt als ik in hun schoenen had gestaan.” Hoe is het voor jouw team om dit te doen? “Dat er op een andere manier naar ze wordt gekeken, doet iets met hun zelfbeeld. Ook vinden zij het waardevol hun verhaal te vertellen: dit helpt voor de verwerking en de acceptatie van wie ze zijn. Je ziet hen groeien. Ze leren hun grenzen aan te geven en worden steeds assertiever. Bijvoorbeeld door in te grijpen als er aannames worden gedaan die niet kloppen.”

Beeld: Hannah Verstoep John Roozemond - projectleider Ervaringsdeskundigen van Cordaan

Wat heeft de Amsterdammer aan de trainingen? “Medewerkers van de gemeente krijgen een beter beeld van hoe om te gaan met deze grote groep ‘kwetsbare Amsterdammers’. Medewerkers die Amsterdammers te woord staan hebben na het volgen van de training meer begrip en geduld. En de online dienstverlening van de gemeente is door onze adviezen beter afgestemd op alle Amsterdammers.” Tot slot: wat wil je de lezer meegeven? Ik hoop dat we eraan kunnen bijdragen de scepsis rondom mensen met een licht verstandelijke beperking weg te nemen. Dat er vaker wordt gezien wat zij wél kunnen, in plaats van wat niet.”

In dit filmpje stellen de ervaringswerkers van Cordaan zich voor. In opdracht van de gemeente Amsterdam werden voor de kick-off van Taal voor Allemaal twee filmpjes gemaakt waaraan mensen met een licht verstandelijke beperking meewerkten. Waar lopen zij tegenaan in het dagelijks leven? Filmpje 1 Filmpje 2

61

Terug naar de inhoudsopgave

Terug naar de inhoudsopgave

Art-ups zorgen voor een inclusieve cultuursector Als er één vakgebied is dat de impact van digitalisering voor het grote publiek inzichtelijk kan maken, dan is het de kunst- en cultuursector wel. Kunst en cultuur zijn krachtige middelen om mensen met elkaar in verbinding te brengen, te laten nadenken over de veranderende wereld en wat dit voor hen betekent. Maar de sector zelf heeft ook een uitdaging om te innoveren. Mensen komen op een andere manier dan vroeger aan informatie, organiseren zich anders en ze besteden hun vrije tijd op een andere manier. Dat heeft allemaal invloed op de manier waarop ze kijken naar kunst en cultuur, beaamt ook Jon Heemsbergen, een van de oprichters van Art-up “Cultuurinstellingen omarmen natuurlijk ook steeds meer de mogelijkheden van augmented reality (AR) en virtual reality (VR), maar dat is niet het antwoord op alles wat er nu speelt, zo simpel is het ook weer niet.” Digitalisering verandert ook kunst en cultuur Art-up is de eerste incubator in Nederland die zich specifiek richt op culturele organisaties. Daarmee helpen ze vooral de zakelijke kant van de sector vooruit. “Er zijn veel initiatieven die op een innovatieve manier een breed publiek proberen te bereiken, maar die moeizaam van de grond komen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10449841/1