CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT

Raadscommissie Sociaal, Economische zaken en Democratisering 26 februari 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Bespreken van de Scan Arbeidsmigratie en afdoening bijbehorende toezeggingen over het betrekken van IN Amsterdam en het meenemen van de kennispositie van arbeidsmigranten (VN2025-002215)7.759 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de Metropoolregio Amsterdam - CONCEPT 22 januari 2025 In dit onderzoek brengt O&S arbeidsmigranten in beeld die mogelijk in een kwetsbare positie verkeren. Het gaat hier om inwoners die in het buitenland geboren zijn, een baan hebben of deze in de afgelopen 10 jaar hebben gehad, en onder de lage inkomensgrens vallen. Voor het eerst brengen we ook cijfers uit over arbeidsmigranten die staan ingeschreven in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI), die onder meer bedoeld is voor arbeidsmigranten die korter dan 4 maanden in Nederland verblijven.

In deze rapportage brengen we binnen de Metropoolregio Amsterdam arbeidsmigranten in beeld die op basis van hun inkomen mogelijk in een kwetsbare positie verkeren. Dit doen we door een analyse van geregistreerde informatie. Het gaat hier om 16.700 inwoners die bij de gemeenten zijn ingeschreven, waarvan 10.000 afkomstig uit de EU/EFTA. Daarnaast brengen we ook arbeidsmigranten in beeld die niet bij de gemeenten staan ingeschreven, maar zijn opgenomen in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). In heel de MRA zijn dat 16.480 personen, waarvan 13.960 uit de EU/EFTA. Of deze arbeidsmigranten zelfredzaam zijn, valt niet vast te stellen. Daarvoor zou meer informatie nodig zijn over bijvoorbeeld spaargeld, bezittingen en het sociale netwerk. Daarnaast is niet duidelijk hoe groot de groep arbeidsmigranten is die in geen enkele registratie voorkomen. Daarvoor zijn andere bronnen nodig, zoals cijfers vanuit de hulpverlening en informatie uit interviews. De informatie uit deze rapportage kan de basis vormen voor meer inzicht in het aantal kwetsbare arbeidsmigranten in de MRA en de kenmerken van deze groep.

foto: Edwin van Eis.

Samenvatting en conclusies Deze rapportage geeft inzicht in het aantal laagbetaalde EU/EFTA arbeidsmigranten in de MRA. In totaal gaat het om 10.000 personen die in de BRP zijn ingeschreven. Daarnaast werken er bijna 14.000 laagbetaalde EU/EFTA arbeidsmigranten in de MRA die in de Registratie NietIngezetenen zijn opgenomen. Dit register wordt onder meer gebruikt voor de registratie van arbeidsmigranten die korter dan vier maanden in Nederland verblijven, maar wordt niet gebruikt voor het bijhouden van statistieken over de inwoners van Nederlandse gemeenten. 1

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Personen die staan ingeschreven in de RNI worden door het CBS en de gemeentelijke statistiekafdelingen niet meegeteld bij het bepalen van het inwonertal.

Laagbetaalde EU/EFTA arbeidsmigranten in de MRA, 1-1-2023

BRP-ingeschreven, woont in MRA 10.010

RNI-ingeschreven, werkt in MRA 13.960

Amsterdam 5.880

Amsterdam

overig MRA 4.130

4.010

overig MRA 9.950 bron: CBS, bewerking O&S

Onzekerheid RNI-ingeschrevenen De genoemde aantallen RNI-ingeschreven arbeidsmigranten moeten worden gezien als een schatting. Deze cijfers kennen drie onzekerheden. Ten eerste is het aantal niet-ingezetenen onbetrouwbaar, zowel de opgegeven verblijfslocatie als de hoofdlocatie van de werkgever kunnen afwijken van de werkelijke situatie. Dat geldt met name voor de verblijfslocatie; het is in de RNI niet verplicht een adres op te geven of dat te wijzigen bij een verhuizing. Ten tweede weten we niet hoeveel arbeidsmigranten zich helemaal niet inschrijven. Ten derde geven de registraties geen inzicht in zwart werk onder zowel ingezeten als niet-ingezeten personen. Het is aannemelijk dat het werkelijke aantal laagbetaalde arbeidsmigranten hoger ligt dan in deze analyse naar voren komt. 17.000 laagbetaalde arbeidsmigranten in Amsterdam, waarvan 10.000 uit EU/EFTA Van de bijna 17.000 ingezeten arbeidsmigranten in de MRA hebben ruim 10.000 personen de nationaliteit van een EU/EFTA land. Daarvan woont zestig procent in Amsterdam: 5.880 personen. Daarnaast werken er 4.010 RNI-ingeschreven laagbetaalde EU/EFTA arbeidsmigranten in Amsterdam. Van deze groep is niet bekend waar zij wonen. Meestal jonger dan 36, in eenpersoons huishouden, en in particuliere huur De meerderheid van de laagbetaalde ingezeten arbeidsmigranten is jonger dan 36 en vormt een eenpersoonshuishouden.

In Amsterdam is het aandeel in een eenpersoonshuishouden 56 procent; iets groter dan in de rest van de MRA (51 procent). Voor Amsterdam zijn de nationaliteiten die het vaakst voorkomen onder de laagbetaalde arbeidsmigranten de Bulgaarse, Italiaanse en Spaanse nationaliteit. Voor de overige gemeenten in de MRA zijn dat de Poolse en Bulgaarse nationaliteit. Van alle laagbetaalde arbeidsmigranten in Amsterdam is ruim driekwart korter dan zes jaar in Nederland. Uit landelijk onderzoek blijkt dat de vertrekkans van arbeidsmigranten groter is naarmate hun loon lager is. De meeste laagbetaalde arbeidsmigranten die in Amsterdam staan ingeschreven wonen in de particuliere huur: 57 procent. Voor de groep werkenden met een EU/EFTA nationaliteit is dat aandeel nog hoger: 65 procent. Vaak werk bij uitzendbureaus en horeca, meestal buiten Amsterdam Niet van alle laagbetaalde arbeidsmigranten was de sector waarin ze werken bekend. Voor de helft van de Amsterdamse EU/EFTA arbeidsmigranten is die informatie wel bekend. Zij werken 2

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

het vaakst via uitzendbureaus of in de horeca. De minderheid van de laagbetaalde arbeidsmigranten werkt in Amsterdam. Kanttekening hierbij is dat de werklocatie is bepaald door de hoofdlocatie van het bedrijf. Het is niet bekend of wat de precieze werklocatie is. Ook de laagbetaalde arbeidsmigranten die in de RNI staan ingeschreven, werken vaak via uitzendbureaus, in de detailhandel en in de horeca. Relatief veel laagbetaalde EU-arbeidsmigranten in Burgwallen-Oude zijde, BurgwallenNieuwe Zijde en De Punt In Bijlmer-Oost, Bijlmer-Centrum en Osdorp-Midden wonen de meeste laagbetaalde arbeidsmigranten. Dit zijn echter ook grote wijken met veel inwoners. Voor Burgwallen-Oude zijde, Burgwallen-Nieuwe Zijde en De Punt geldt dat niet. Deze wijken hebben een relatief groot aantal laagbetaalde EU-arbeidsmigranten. Afgezet tegen de totale populatie is dat zo’n drie procent.

1 Aanleiding en onderzoeksvragen Amsterdam streeft ernaar een stad te zijn waar arbeidsmigranten onder goede, veilige omstandigheden kunnen wonen en werken en waar hun arbeidspotentieel op een positieve manier wordt benut. Op dit moment is onvoldoende zicht op het aantal arbeidsmigranten dat in een kwetsbare positie verkeert en voor wie veilige woon- en werkomstandigheden niet vanzelfsprekend zijn. Dit heeft vaak grote gevolgen voor de kwetsbare groep zelf en vraagt om extra inzet van hulpverlening en zorg, bijvoorbeeld wanneer sprake is van gezondheidsproblemen of dakloosheid. De Werkgroep EU Arbeidsmigranten heeft behoefte aan goede informatie over het aantal (kwetsbare) arbeidsmigranten in Amsterdam en de regio en de invloed van de arbeidsmigratie op de stad. In de rapportage worden de volgende vragen beantwoord: Hoofdvraag: Hoe ziet de arbeidsmigratie in Amsterdam en omgeving eruit, en wat is hierin het verschil tussen laagbetaalde arbeidsmigranten uit de Europese Unie en overige laagbetaalde arbeidsmigranten? Deelvragen 1. Wat zijn de demografische kenmerken van de populatie arbeidsmigranten (leeftijd, geslacht, huishoudenstype, nationaliteit, verblijfsduur in Nederland)? 2. Wat is de werksituatie van arbeidsmigranten (sector, inkomen, locatie werkgever)? 3. Wat is de woonsituatie van arbeidsmigranten (woonplaats, eigendomssituatie)?

2 Werkwijze en definitie In deze rapportage staan kwetsbare arbeidsmigranten centraal. De groep is gedefinieerd op basis van geregistreerde informatie over het geboorteland, de baan, het inkomen en de eventuele partner. Deze werkwijze kent tekortkomingen. De belangrijkste daarvan is dat we geen zicht hebben op de groep mensen die in geen enkele registratie voorkomen. Daarnaast geven de geregistreerde gegevens geen compleet inzicht in iemand persoonlijke situatie. Om te bepalen of iemand zelfredzaam is zou ook informatie over het spaargeld, de bezittingen en het netwerk van een persoon relevant zijn. Deze informatie hebben we niet in beeld. Er is echter ook een groot voordeel aan het analyseren van geregistreerde data. De informatie is beschikbaar voor een zo groot mogelijke groep, namelijk alle geregistreerde inwoners van de 3

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Metropoolregio. Hierdoor kunnen de cijfers als basis dienen voor meer inzicht in de groep kwetsbare arbeidsmigranten.

2.1 Selectie van de populatie De populatie die we in deze analyse in beeld willen brengen bestaat uit alle arbeidsmigranten die in de Metropoolregio van Amsterdam wonen, inclusief de groep die er korter dan vier maanden verblijft. Deze laatste groep is niet verplicht zich in te schrijven bij de gemeente, maar wordt wel geregistreerd in de RNI: Registratie Niet-Ingezetenen. De selectie van deze groep niet-ingezetenen wordt in de volgende paragraaf toegelicht. In deze paragraaf lichten we toe hoe de groep arbeidsmigranten is geselecteerd die wel bij de gemeenten zijn ingeschreven (ook wel de ingezetenen genoemd). Toegepaste filters populatie ingezetenen:

bron: O&S

Voor de analyse in deze rapportage werkten we met CBS Microdata. In de eerste stap selecteerden we alle geregistreerde inwoners van de gemeenten in de MRA op 1-1-2023. Dat zijn ruim 2,5 miljoen personen. In de tweede stap selecteerden we enkel de personen die buiten Nederland geboren zijn en ergens na 1-1-2013 vanuit het buitenland naar Nederland verhuisden. Daarna verwijderden we voltijds studenten en scholieren uit de data. In een volgende stap werden personen verwijderd die als asielmigrant naar Nederland toe kwamen. De vijfde stap was het verwijderen van personen die zelf de Nederlandse nationaliteit hebben, en personen van wie de partner de Nederlandse nationaliteit heeft. In de zesde stap werden personen verwijderd die in 2023 het grootste deel van hun inkomen haalden uit studiefinanciering of pensioen. Van de overgebleven groep zijn in stap 7 alleen personen geselecteerd van wie het inkomen bekend is. In stap 8 blijven alleen personen over met lage inkomens of geen inkomen. Tot slot is in stap 9 gecontroleerd of de personen zonder inkomen in de afgelopen tien jaar tenminste één keer betaald werk hebben gehad en zijn personen verwijderd voor wie dat niet gold.

2.2 Niet-ingezetenen Bijna altijd is onderzoek van O&S gericht op inwoners van Amsterdam en de omliggende gemeenten (Metropoolregio Amsterdam, MRA). Hierbij kijken we veelal naar gegevens over alle ingeschreven burgers of sturen we enquêtes uit op basis van steekproeven. In deze rapportage is het van belang om kwetsbare bewoners in beeld te brengen. Tot deze groep behoren ook mensen die juist niet bij de gemeenten staan ingeschreven. Zij zijn tot nu toe buiten beeld gebleven en worden niet meegeteld in de bevolkingsstatistieken of aangeschreven in enquêtes. Om ook de groep arbeidsmigranten in beeld te brengen die juist niet staan ingeschreven bij de gemeenten in de MRA, gebruiken we in deze rapportage ook gegevens uit de Registratie NietIngezetenen, kortweg de RNI. De RNI is onder meer bedoeld voor arbeidsmigranten die korter 4

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

dan 4 maanden in Nederland verblijven. Zowel de analyse over de ingezetenen als die over de niet-ingezetenen (RNI) voeren we uit aan de hand van CBS Microdata. Een belangrijke kanttekening bij het gebruik van cijfers uit de RNI is dat er geen controle plaatsvindt op de juistheid van gegevens in de RNI. Zo kan een arbeidsmigrant zich inschrijven bij een RNI-loket in 19 Nederlandse gemeenten. Hierbij kan de persoon een tijdelijk verblijfadres in Nederland opgeven, maar dit is niet verplicht. Ook is het niet verplicht om eventuele wijzigingen in de inschrijving te melden. Het is niet bekend hoe betrouwbaar de adresinformatie van in de RNI ingeschreven personen is. Vanwege onbetrouwbaarheid van adresinformatie in de RNI vergelijken we de uitkomsten van onze eigen analyse met informatie uit de Migrantenmonitor 2022, uitgevoerd door het CBS.

2.3 Vier groepen ingezeten arbeidsmigranten Voor de analyse van de arbeidsmigranten die op reguliere wijze bij de gemeenten ingeschreven staan, delen we de totale groep van 16.700 arbeidsmigranten in vieren op. We noemen deze groep ook wel de ingezeten arbeidsmigranten. Deze groep bestaat uit migranten die na 1-12013 naar Nederland zijn gekomen, geen voltijd student zijn, geen asielmigrant zijn, niet de Nederlandse nationaliteit hebben of een partner hebben die dat heeft, en werk hebben op 1-12023 of dat ergens na 1-1-2013 gehad hebben. Vervolgens maken we onderscheid tussen arbeidsmigranten die op 1-1-2023 werk als voornaamste inkomensbron hebben, en degenen voor wie dat niet geldt. Daarnaast maken we ook onderscheid tussen arbeidsmigranten met de nationaliteit van een EU- of EFTA-land, en arbeidsmigranten met een overige nationaliteit. MRA telt 10.000 laagbetaalde EU/EFTA arbeidsmigranten Van de 16.700 arbeidsmigranten bestaat bijna de helft uit werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit. Dit zijn 7.890 personen. Vervolgens vormen werkende arbeidsmigranten met een overige nationaliteit de grootste groep: 5.020 personen. Daarna behoren ook 2.120 niet meer werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit en 1.670 niet meer werkende arbeidsmigranten met een overige nationaliteit tot de totale populatie arbeidsmigranten.

In totaal telt de MRA 10.010 laagbetaalde EU/EFTA arbeidsmigranten. Overzicht van vier groepen ingezeten arbeidsmigranten

5

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

In het vervolg van deze rapportage zullen we steeds de kenmerken van de genoemde vier groepen laten zien. De meeste aandacht gaat hierbij uit naar de grootste groep: de werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit. De aantallen die in de rapportage genoemd worden, zijn afgerond op tientallen.

3 Resultaten In totaal telt de Metropoolregio Amsterdam 1-1-2023 16.700 arbeidsmigranten met een laag inkomen. Als we dat afzetten tegen de totale populatie migranten valt op dat deze groep in de minderheid is. In deze analyse selecteerden we 10.3000 arbeidsmigranten in de MRA van wie het inkomen bekend is. Uit deze groep zijn de bijna 17.000 laagbetaalde arbeidsmigranten geselecteerd die in de verdere analyse centraal staan. Ze vallen in het niet bij de meerderheid van de werkende arbeidsmigranten in Amsterdam, die ruim 2 keer zoveel verdienen als de laagbetaalde groep. In afbeelding 1 zien we de inkomensverdeling voor alle arbeidsmigranten in de MRA, afzonderlijk arbeidsmigranten uit de EU/EFTA en daarbuiten. De 16.700 laagbetaalde arbeidsmigranten maken 16 procent uit van het totaal aantal arbeidsmigranten in de MRA. Onder de arbeidsmigranten uit de EU is het percentage met een laag inkomen het grootst. Zo behoren 10.010 EU/EFTA arbeidsmigranten in de MRA tot de groep laagbetaalden. Dat is 19 procent van de 53.000 EU/EFTA-arbeidsmigranten in de MRA. Afbeelding 1. Arbeidsmigranten naar inkomensgroep, MRA totaal en Amsterdam 100.000

80.000 58600 60.000

40.000

14370

36560

26180 32420

5550 20.000

7790

3620 5090

5890

10010

2700 6690

7840 3030 4520

17830 18730 4590 2780 5880

3250 1740 4340 totaal MRA MRA EU MRA niet-EU totaal Amsterdam EU Amsterdam Amsterdam niet-EU laagbetaald 101 tot 130% 130 tot 150% 150 tot 200% 200% of meer 16700

0

8480

10220

Van de 16.700 laagbetaalde arbeidsmigranten woont 61 procent (10.220 personen) in Amsterdam. De overige 39 procent (6.480 personen) woont in de overige gemeenten van de MRA, waarvan de meesten in Zaanstad (1.180 personen), Almere (860 personen), Haarlem (750 personen), Haarlemmermeer (510 personen) en Amstelveen (510 personen). Daarna volgen Hilversum (430 personen) en Lelystad (410 personen). Van de 16.700 arbeidsmigranten met een laag inkomen heeft 77 procent in 2023 werk als voornaamste inkomensbron (12.910 personen). Van deze groep werkenden wonen 7.900 personen in Amsterdam, 5.010 personen wonen in de overige gemeenten van de MRA. Zestig

6

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

procent van de 16.700 arbeidsmigranten heeft de nationaliteit van een EU- of EFTA-land1, dat zijn 10.010 personen. Daarvan wonen er 5.880 in Amsterdam en 4.130 in de rest van de MRA. Afbeelding 2. Arbeidsmigranten met lage inkomens in 4 groepen, Amsterdam en overig MRA 18000

16700

16000

14000 12000

10220

10000 7890

8000 6000

4000

6480 5020

4650

3250

3240

1770

2000 0

werkend, EU/EFTA

Amsterdam

1230 890

werkend, nietEU/EFTA

overig MRA

2120

niet meer werkend, EU/EFTA

1090 580

1670

niet meer werkend, niet EU/EFTA

Totaal

Totaal

bron: CBS, bewerking O&S

3.1 Demografische kenmerken ingezeten arbeidsmigranten Van alle arbeidsmigranten onder de lage inkomensgrens in de MRA is de meerderheid man. In Amsterdam is dat aandeel iets kleiner (53 procent) dan in de rest van de MRA (55 procent. Als we kijken naar de vier verschillende groepen laagbetaalde arbeidsmigranten, zien we het kleinste aandeel mannen onder de werkenden met EU/EFTA-nationaliteit in Amsterdam (49 procent). Het aandeel mannen is het grootst voor de groep niet werkenden met een overige nationaliteit in de rest van de MRA (66 procent). Afbeelding 3. Arbeidsmigranten met lage inkomens in 4 groepen, naar leeftijd, Amsterdam werkend, EU/EFTA

1520

werkend, niet-EU/EFTA

920

1600

1110

niet meer werkend, EU/EFTA

610

niet meer werkend, niet EU/EFTA

650

Totaal Amsterdam

1200

2710 0

1520

3490

2000 t/m 26

3980

4000

6000

8000

27 t/m 35

36 t/m 64

65 en ouder

10000

12000

bron: CBS, bewerking O&S

De meerderheid van de ruim 10.000 arbeidsmigranten met een laag inkomen in Amsterdam is niet ouder dan 35. Dat geldt zowel voor de werkenden met een EU/EFTA nationaliteit, als voor

1 Dit zijn alle EU-landen: België, Bulgarije, Cyprus, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Frankrijk,

Griekenland, Hongarije, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Luxemburg, Malta, Oostenrijk, Polen, Portugal, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Spanje, Tsjechië, Zweden. Daarnaast de EFTA-landen: Liechtenstein, Noorwegen. IJsland. Zwitserland.

7

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

de groep werkenden met overige nationaliteiten. Onder de niet meer werkende arbeidsmigranten is de meerderheid juist 36 jaar of ouder. In de overige gemeenten van de MRA zien we hetzelfde beeld: de meeste arbeidsmigranten zijn jonger dan 36 jaar, en onder groep niet meer werkenden zien we juist meer 36-plussers. Opvallend is het grote aandeel jonge werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit in Amsterdam. Dit zijn er 1.520, 33 procent van het totaal. Voor de overige MRA is dat aantal 730, 23 procent van het totaal.

Afbeelding 4. Arbeidsmigranten met lage inkomens in 4 groepen, naar huishoudenstype Amsterdam werkend, EU/EFTA

2650

werkend, niet-EU/EFTA

1680

niet meer werkend, EU/EFTA

790

niet meer werkend, niet EU/EFTA

610

Totaal Amsterdam

900

600

5730

0 eenouderhuishouden

470 1000

2000

eenpersoonshuishouden

1110

4000

6000

paar met kinderen

1880

8000

610 10000

paar zonder kinderen

12000 overig

Overig MRA werkend, EU/EFTA

1590

werkend, niet-EU/EFTA

780 370

660 440

niet meer werkend, EU/EFTA 490 niet meer werkend, niet EU/EFTA Totaal overig MRA 800 0 eenouderhuishouden

3170

2000

eenpersoonshuishouden

1270

4000

770

6000

paar met kinderen

8000

10000

paar zonder kinderen

12000 overig

bron: CBS, bewerking O&S

Arbeidsmigranten met lage inkomens hebben voornamelijk een eenpersoonshuishouden. In Amsterdam is dat aandeel 56 procent, groter dan in de rest van de MRA (51 procent). Een opvallend verschil tussen Amsterdam en overig MRA zie we voor het aandeel huishoudens met kinderen. In Amsterdam is dat aandeel 20 procent, in de rest van de MRA is dat 33 procent. In heel de MRA wonen 4.000 arbeidsmigranten onder de lage inkomensgrens in een huishouden met kind, waarvan 1.700 in een eenouderhuishouden. Onder de EU/EFTA arbeidsmigranten tellen we 2.300 personen in een huishouden met kind, waarvan 910 in een eenouderhuishouden. Als we kijken naar de totale populatie arbeidsmigranten met lage inkomens, valt op dat de meeste arbeidsmigranten de nationaliteit hebben van een EU- of EFTA-land. Onder de werkende arbeidsmigranten zijn de 10 meest voorkomende nationaliteiten voor Amsterdam dezelfde als voor de overige MRA-gemeenten. Er is wel een verschil in de volgorde van die nationaliteiten. Zo komen in Amsterdam de Bulgaarse, Italiaanse en Spaanse nationaliteit het vaakst voor onder de werkende EU/EFTA arbeidsmigranten. In de overige MRA komen de Poolse, Bulgaarse en Roemeense nationaliteit het vaakst voor. Voor de groep niet meer werkende arbeidsmigranten zien we exact dezelfde top drie voor Amsterdam en overig MRA, al zijn de aantallen hier een stuk kleiner.

8

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Afbeelding 5. Top 10 EU/EFTA nationaliteiten werkende arbeidsmigranten met lage inkomens Amsterdam Bulgaars

820

Italiaans

800

Spaans

630

Roemeens

400

Duits

290

Frans

270

Pools

260

Grieks

200

Portugees

200

Hongaars

120

overig

660 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

Overig MRA Pools

1020

Bulgaars

810

Roemeens

230

Italiaans

210

Spaans

210

Portugees

90

Hongaars

70

Duits 50 Frans 50 Grieks 50 overig

90 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

bron: CBS, bewerking O&S

Onder de werkende arbeidsmigranten met overige nationaliteiten zien we in Amsterdam vooral Britten, Amerikanen, Turken en Ghanezen. In de overige MRA komen de Chinese, Turkse, Britse en Braziliaanse nationaliteit het vaakst voor. Hier zijn de aantallen echter al veel kleiner dan voor Amsterdam. Als we kijken naar de groep niet meer werkende arbeidsmigranten met een niet EU- of EFTAnationaliteit, zien we voor Amsterdam dezelfde top drie nationaliteiten als bij de werkende groep. Voor de overige MRA valt op dat de Indiase nationaliteit bovenaan de lijst staat, waar dat voor de groep werkende arbeidsmigranten nog plek vijf was. Overig MRA telt 120 niet meer werkende arbeidsmigranten met de Indiase nationaliteit, waar het aantal werkende arbeidsmigranten met de Indiase nationaliteit de helft kleiner is.

9

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Afbeelding 6. Top 10 overige nationaliteiten werkende arbeidsmigranten met lage inkomens Amsterdam Brits

440

Amerikaans

280

Turks

240

Ghanees

220

Chinees

190

Indiaas

140

Marokkaans

130

Braziliaans

120

Surinaams

120

Japans

100

overig

1230 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

overig MRA Chinees

190

Turks

140

Brits

110

Braziliaans

80

Indiaas 60 Surinaams 60 Japans 40 Amerikaans 30 Ghanees 30 Marokkaans 30 overig

190 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

bron: CBS, bewerking O&S

Alle arbeidsmigranten in deze analyse verblijven op 1-1-2023 maximaal 10 jaar in Nederland. In Amsterdam is daarvan is 41 procent, 4.180 personen, korter dan 3 jaar in Nederland. Van de overige arbeidsmigranten verblijven er 3.670 drie tot zes jaar in Nederland (36 procent), en 2.370 zes tot tien jaar (23 procent). Voor overig MRA is het aandeel dat korter dan drie jaar in Nederland verblijft iets groter: 43 procent. Als we de verblijfsduur apart bekijken voor de vier groepen arbeidsmigranten in Amsterdam, valt op dat het aandeel dat korter dan drie jaar verblijft het grootst is onder de groep werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit (46 procent). Onder de groep werkenden met een overige nationaliteit is dat aandeel kleiner (38 procent). Dezelfde percentages zien we ook voor de arbeidsmigranten in de overige gemeenten van de MRA. Uit landelijk onderzoek door het CBS is gebleken dat de vertrekkans van arbeidsmigranten groter is naarmate hun loon lager is. Zo vertrok 81 procent van alle EU/EFTA arbeidsmigranten die zich tussen 2005 en 2016 in Nederland vestigden, binnen vijf jaar.

10

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Afbeelding 7. Arbeidsmigranten met lage inkomens in 4 groepen, naar verblijfsduur, Amsterdam werkend, EU/EFTA

2150

werkend, niet-EU/EFTA

1240

1510

1310

980

710

niet meer werkend, EU/EFTA

niet meer werkend, niet EU/EFTA

Totaal Amsterdam

4180 0

2000

3670 4000

0 tot 3 jaar

6000 3 tot 6 jaar

2370 8000

10000

12000

6 tot 10 jaar

Bron: CBS, bewerking O&S

3.2 Werksituatie ingezeten arbeidsmigranten Van de werkende arbeidsmigranten in Amsterdam is bekeken in welke sectoren zij werken. De bron van deze indeling is de Standaard Bedrijfsindeling (SBI), die vastgesteld is door de Kamer van Koophandel. In de SBI is vastgelegd wat de activiteit van een onderneming is. De sector zegt dus niets over de functie die de arbeidsmigrant heeft. Zo kan een arbeidsmigrant die werkt in de sector Informatie en communicatie (ICT) in dienst zijn als software ontwikkelaar, maar ook als schoonmaker. Verder moet worden opgemerkt dat de sector niet voor alle arbeidsmigranten bekend is. Zo telt Amsterdam 4.650 werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit, maar is van slechts de 2.490 de sector bekend. De sector die het vaakst voorkomt binnen deze groep is de sector ‘Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening’. Bij deze sector horen bedrijven die auto’s, vrachtwagens, computers of kleding verhuren, maar ook uitzendbureaus, reisbureaus, reserveringsbureaus, verpakkingsbedrijven, schoonmaakbedrijven, glazenwassen en callcenters behoren tot deze categorie. Het komt voor dat bedrijven meerdere activiteiten hebben. Zij runnen bijvoorbeeld zowel een uitzendbureau als een bureau dat evenementen organiseert.

In dat geval zal het bedrijf waarschijnlijk onder de bredere sector ‘Verhuur van roerende goederen en overige zakelijke dienstverlening’ zijn ingedeeld, en niet onder de specifiekere sector ‘Uitzendbureaus’. Meer informatie over de SBI is hier te vinden. Ook restaurants en uitzendbureaus komen vaak voor onder de sectoren waarin EU/EFTA arbeidsmigranten werken. Voor de werkende arbeidsmigranten met overige nationaliteiten zien we ongeveer dezelfde sectoren terug. Opvallend voor deze groep is dat de sector ‘Fastfoodrestaurants, cafetaria's, ijssalons, eetkramen e.d.’ op plek vier in de top tien staat, waar dat voor de EU/EFTA arbeidsmigranten plek negen is.

11

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Afbeelding 8. Top 10 sectoren werkende EU/EFTA arbeidsmigranten met lage inkomens Amsterdam (N=2.490) Verh. roerende goederen en ov. zakel. dienstverl.

330

Restaurants

240

Uitzendbureaus

170

Hotel-restaurants

120

Informatie en communicatie

110

Groot- en detailhandel; reparatie van auto's 100

Logies-, maaltijd- en drankverstrekking

90

Beoefening van podiumkunst 80

Fastfoodrest., cafetaria's, ijssalons, eetkramen e.d.

80

Advisering, onderzoek en ov. spec. zakel. dienstverl. 60 overig

1110 0

200

400

600

800

1000

1200

Overig MRA (N=1.050) Uitzendbureaus

410

Verh. roerende goederen en ov. zakel. dienstverl.

210

Groot- en detailhandel; reparatie van auto's 100

Restaurants

90

Hotel-restaurants 50 Industrie 40 Fastfoodrest., cafetaria's, ijssalons, eetkramen e.d. Glazenwassen Schoonheidsverz., pedi- en manicures, visagie etc. Beoefening van podiumkunst overig 80 0

200

400

600

800

1000

1200

bron: CBS, bewerking O&S

Voor de overige gemeenten van de MRA ziet de top tien sectoren voor werkende EU/EFTA arbeidsmigranten er iets anders uit dan voor Amsterdam. Opvallend is dat hier de meeste arbeidsmigranten werken binnen de sector ‘Uitzendbureaus’. Dat zijn er 410, meer dan in Amsterdam (170 personen). Voor de werkende arbeidsmigranten is niet alleen de sector waarbinnen zij werken, maar ook de werklocatie in beeld gebracht. Belangrijke kanttekening hierbij is dat de precieze werklocatie niet altijd kan worden vastgesteld. Voor bedrijven met meerdere vestigingen is alleen de locatie van de hoofdvestiging bekend. Van de 4.650 in Amsterdam ingeschreven arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit werken er 1.710 in hun woonplaats. De rest werkt ofwel buiten Amsterdam, ofwel de werklocatie is onbekend (2.940 personen). Ook voor de arbeidsmigranten met een overige nationaliteit geldt dat de minderheid in Amsterdam werkt: 1.260 van de 3.260. Van de arbeidsmigranten die in de overige gemeente van de MRA wonen, werkt een klein deel binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam. Van de 3.240 werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteiten werken er 500 in Amsterdam. Van de 1.770 werkende arbeidsmigranten met een overige nationaliteit werken er 390 in Amsterdam.

12

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Afbeelding 9. Arbeidsmigranten in twee groepen, werkend in Amsterdam Woont in Amsterdam werkend, EU/EFTA

1710

werkend, niet-EU/EFTA

1260 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

1600

1800

Woont in overig MRA werkend, EU/EFTA

500

werkend, niet-EU/EFTA

390 0

200

400

600

800

1000

1200

1400

1600

1800

bron: CBS, bewerking O&S

Om ook zicht te krijgen op de groep arbeidsmigranten die iets hogere inkomens hebben dan de tot dusver gehanteerde lage inkomensgrens, zijn twee extra groepen werkende arbeidsmigranten in beeld gebracht. Deze arbeidsmigranten hebben een hoger inkomen dan de al vastgestelde groepen laagbetaalde arbeidsmigranten, maar niet meer dan 130% van deze inkomens. In de bijlage is verder toegelicht hoe wat de gebruikte inkomensgrenzen voor deze extra groepen zijn. In afbeelding 11 zijn de groepen weergegeven als arbeidsmigranten met een inkomen tot 130 procent van de inkomens onder laagbetaalde arbeidsmigranten. Het gaat hier om 2.780 arbeidsmigranten uit de EU/EFTA en 1.740 arbeidsmigranten met overige nationaliteiten. Voor deze zes groepen ingezeten arbeidsmigranten in Amsterdam is ook de sociaaleconomische positie bepaald. De werkende arbeidsmigranten kunnen ‘werknemer’ of ‘zelfstandige’ als sociaaleconomische positie hebben. Voor de niet meer werkende arbeidsmigranten geldt dat zij inkomsten kunnen hebben uit een uitkering, of geen inkomsten. Van de 4.650 laagbetaalde werkende EU-arbeidsmigranten werkt 35 procent als zelfstandige (1.610 personen). Onder de werkende arbeidsmigranten met overige nationaliteiten is dat 31 procent (1.000 personen). Verder zien we dat 15 procent (470 personen) van de 2.780 EUarbeidsmigranten met iets hogere inkomens werkt als zelfstandige.

Voor de overige nationaliteiten met hogere iets inkomens is dat 16 procent (270 personen). Afbeelding 10. Arbeidsmigranten in 6 groepen, naar sociaaleconomische positie, Amsterdam werkend, EU/EFTA

3040

werkend, niet-EU/EFTA

1610

2260

niet meer werkend, EU/EFTA niet meer werkend, niet EU/EFTA

510

480

470

440 180

1000

240

EU/werkend/100%-130%

2350

niet-EU/werkend/100%130%

1470 0

430 270

1000 werknemer

zelfstandige

2000 uitkering

3000

4000

overig zonder inkomen

5000 onbekend

bron: CBS, bewerking O&S

13

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

3.3 Woonsituatie ingezeten arbeidsmigranten Voor Amsterdam is gekeken in welke 20 wijken de laagbetaalde arbeidsmigranten het vaakst wonen. De wijken in afbeelding 11 zijn die waar de meeste laagbetaalde werkende arbeidsmigranten met een EU/EFTA nationaliteit wonen. Hierbij is de wijkindeling gebruikt die het CBS gedurende het jaar 2022 hanteerde. De wijken met de meeste laagbetaalde arbeidsmigranten zijn logischerwijs vaak de wijken met de meeste inwoners. In Bijlmer-Oost en Bijlmer-Centrum wonen de meeste laagbetaalde arbeidsmigranten, maar is ook het inwonertal het grootst van alle wijken. Enkele wijken vallen op omdat ze wel in de top 20 met veel laagbetaalde arbeidsmigranten staan, maar niet in de top 20 met veel inwoners. Dit zijn Burgwallen-Oude zijde, Burgwallen-Nieuwe Zijde en De Punt. Hier is zo’n drie procent van het totale aantal een inwoners laagbetaalde migrant uit de EU/EFTA. Ook Slotermeer-Noordoost, Buikslotermeer en Westlandgracht vallen op. Dit zijn niet de wijken in de stad met de meeste inwoners, maar het aantal laagbetaalde EU-migranten is er relatief groot. Verder valt op dat in Bijlmer-Oost, Bijlmer-Centrum en Holendrecht/Reigersbos het aantal laagbetaalde arbeidsmigranten uit de EU kleiner is dan het aantal laagbetaalde arbeidsmigranten met overige nationaliteiten.

In sommige wijken is het aandeel recente immigranten op de totale populatie klein, maar zien we wel dat de groep laagbetaalde arbeidsmigranten een relatief groot deel daarvan uitmaakt. Zo telt De Punt 490 recente immigranten, waarvan 210 laagbetaald. Daarvan komen 130 personen uit de EU. Deze laagbetaalde EU-arbeidsmigranten maken een derde deel uit van de totale groep recente migranten in De Punt. In Geuzenveld is dat 26 procent (160 personen), en in Slotermeer-Noordoost 23 procent (90 personen). Wijken die wel veel inwoners tellen, maar niet voorkomen in de lijst waar veel laagbetaalde arbeidsmigranten wonen zijn Oostelijk Havengebied (M33), IJburg-West (M35), Middenmeer (M56) en Scheldebuurt (K52). Afbeelding 11. Top 20 wijken arbeidsmigranten met lage inkomens in 4 groepen, Amsterdam T94 Bijlmer-Oost (E,G,K) T93 Bijlmer-Centrum (D,F,H) F82 Osdorp-Midden F77 Slotermeer-Zuidwest F78 Geuzenveld F81 Osdorp-Oost F83 De Punt A00 Burgwallen-Oude Zijde F87 Westlandgracht E37 Landlust A06 Jordaan A01 Burgwallen-Nieuwe Zijde F76 Slotermeer-Noordoost F84 Middelveldsche Akerpolder N70 Banne Buiksloot N69 Buikslotermeer N68 Waterlandpleinbuurt K24 Oude Pijp T96 Holendrecht/Reigersbos F86 Overtoomse Veld

190 60 230 50 180 40 190 40 170 40 80 20 170 30 80 30 160 30 70 20 150 30 60 130 30 40 110 30 40 20 110 60 20 100 30 60 20 100 30 70 40 90 30 40 20 90 20 30 20 90 20 40 20 90 20 50 Laagbetaald/EU/werkend 80 30 60 Laagbetaald/EU/niet-werkend 80 20 60 20 Laagbetaald/niet-EU/werkend 80 30 60 20 80 20 110 20 Laagbetaald/niet-EU/niet-werkend 70 20 40 20 0

100

200

300

400

500

600

bron: CBS, bewerking O&S

De meeste arbeidsmigranten die in Amsterdam staan ingeschreven wonen in de particuliere huur. Voor Amsterdam is dat aandeel 57 procent, voor de overige MRA is dat 51 procent. Als we maar de vier groepen afzonderlijk kijken, valt op dat in Amsterdam het aandeel 14

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

arbeidsmigranten in de particuliere huur het hoogst is voor de groep werkenden met een EU/EFTA nationaliteit: 65 procent. Dit zijn 2.830 personen. Het aandeel dat in de corporatieverhuur woont is het grootst voor de groep niet meer werkenden met overige nationaliteit dan EU of EFTA. Van de 940 personen in deze groep woont een derde (310 personen) in de corporatieverhuur. Afbeelding 12. Arbeidsmigranten in vier groepen naar eigendomssituatie woning, Amsterdam werkend, EU/EFTA 650 820

werkend, niet-EU/EFTA

900 620

niet meer werkend, EU/EFTA

630

niet meer werkend, niet EU/EFTA

380

Totaal Amsterdam

2830

1470

2070 0

1940 2000

Corporatieverhuur

5310 4000

Eigen woning

6000

8000

Particuliere verhuur

10000 onbekend

bron: CBS, bewerking O&S

3.4 Niet-ingezeten arbeidsmigranten (RNI) Om tot de juiste selectie te komen van arbeidsmigranten in de RNI hebben we in de CBS Microdata eerst alle personen geselecteerd die tussen 1-1-2022 en 1-1-2023 inkomen hadden uit werk of een eigen bedrijf. Vervolgens is gekeken welke van deze personen in dezelfde periode voorkomen in de RNI. Het is mogelijk dat personen die zich in de loop van 2022 in de RNI lieten registreren, op 1-1-2023 alsnog als ingezetene bij een gemeente zijn ingeschreven. Deze personen zijn in de analyse van niet-ingezetenen verwijderd, omdat ze in de reguliere analyse al in beeld waren. Om te komen tot de populatie niet-ingezeten arbeidsmigranten met een laag inkomen, zijn verschillende selecties toegepast. Personen geboren in Nederland en personen die jonger dan 18 waren bij aanvang van de inschrijving in de RNI zijn verwijderd. Ook scholieren en studenten zijn niet meegenomen in de verdere analyse. Vervolgens zijn de overgebleven personen geselecteerd op basis van hun inkomen. Zij verdienen volgens de polisadministratie op jaarbasis maximaal 23.841 euro . Na deze selectie blijven 19.340 arbeidsmigranten over die in de RNI zijn geregistreerd met een verblijfsadres in de MRA.

Daarvan hebben de meesten een verblijfadres in Amsterdam (9.730 personen), gevolgd door Almere (1.700 personen), Zaanstad (1.010 personen), Haarlemmermeer (970 personen) en Haarlem (960 personen). Van alle 19.340 personen laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA heeft een opvallend groot aantal de Nederlandse nationaliteit. Het gaat om 14.610 personen. Daarnaast hebben 2.240 personen de nationaliteit van een EU- of EFTA-land. De overige 2.490 personen hebben de nationaliteit van een overig land.

15

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Afbeelding 13. Niet-ingezeten laagbetaalde arbeidsmigranten naar nationaliteit, MRA totaal, N=19.340 16.000 14.000 12.000 10.000 8.000 6.000 4.000 2.000 0

14610

2240

2490

EU_EFTA

niet EU/EFTA

Nederlands

bron: CBS, bewerking O&S

Omdat het voor een inschrijving in de RNI niet verplicht is een verblijfsadres in Nederland op te geven, geeft een analyse op basis van deze adressen geen betrouwbaar beeld. Een andere werkwijze voor het inschatten van het aantal arbeidsmigranten in de RNI is een analyse op basis van de locatie van de werkgever. Deze analyse wordt jaarlijks door het CBS uitgevoerd in de Migrantenmonitor. In deze rapportage vergelijken we de CBS-cijfers met die uit onze eigen analyse. Kanttekeningen bij gebruik gegevens over gemeente van de werkgever De locatie van de werkgever is in principe voor alle werkgevers bekend. Een belangrijke kanttekening hierbij is echter dat werkgevers meerdere vestigingen kunnen hebben. Van werknemers is niet bekend bij welke vestiging zij precies werken. De locatie van de werkgever is vastgesteld op basis van de hoofdvestiging van het bedrijf. Werkende arbeidsmigranten in de RNI, verschillen O&S en CBS

Kenmerk Gemeente Peildatum Herkomst Inkomen Selectie

O&S Op basis van verblijfsadres (niet verplicht) Heel 2022 Nationaliteit Max inkomen uit werk 23.841 per jaar Exclusief <18, scholieren en studenten

CBS Op basis van hoofdvestiging werkgever December 2022 Geboorteland Max 130% wettelijk minimumloon Inclusief <18, scholieren en studenten indien werkend

In de Migrantenmonitor 2022 brengt CBS alle RNI-ingeschreven arbeidsmigranten in beeld die voorkomen in de hele maand december 2022. De CBS onderzoeksperiode is daarmee korter dan de O&S onderzoeksperiode (heel het jaar 2022). Verder maakt CBS gebruik van geboorteland in plaats van nationaliteit, en wordt in de CBS analyse gebruik gemaakt van een ander inkomensbegrip. De laagbetaalde arbeidsmigrant wordt in de CBS Migrantenmonitor gedefinieerd als een jaarinkomen van 130 procent van het wettelijk minimumloon. Tot slot worden in de CBS-analyse personen jonger dan 18, scholieren en studenten niet verwijderd zolang ze tegelijkertijd inkomen uit werk hebben.

16

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Afbeelding 14. Werkende EU/EFTA arbeidsmigranten in de RNI, CBS Migrantenmonitor 30000 25000

24560

24200

20000

15000

13677

13960

10000

7200 4330

4010

5000 0

9100

8300

Nederland (x10)

MRA

Amsterdam EU/EFTA

Rotterdam

5290 2600 Den Haag

1530

Utrecht

met laag inkomen

bron: CBS, bewerking O&S

Op 31-12-2022 stonden er 245.600 werkende arbeidsmigranten ingeschreven in de Registratie Niet-Ingezetenen die buiten Nederland geboren zijn, in een EU- of EFTA-land. Daarvan had ruim de helft, 56 procent, een laag inkomen. Het gaat hier om een 136.770 personen die minder dan 130 procent van het wettelijk minimum loon verdienden. Van alle werkende EU/EFTA arbeidsmigranten in de RNI staan ingeschreven, werkt zo’n tien procent in de MRA (inclusief Amsterdam). Ook in de MRA heeft ruim de helft van de werkende EU/EFTA arbeidsmigranten die in de RNI staan een laag inkomen. Het gaat om 13.960 van de 24.200 personen, 58 procent. In Amsterdam is dat aandeel iets lager. Daar werken 8.300 RNIingeschreven EU/EFTA arbeidsmigranten, waarvan 48 procent met een laag inkomen. De meeste werkende RNI-ingeschreven EU/EFTA arbeidsmigranten zien we in Rotterdam: 9.100 personen. Ook hier is het aandeel met een laag inkomen 48 procent. Van de vier grote steden is dat aandeel in Den Haag het groots. Daar werken 7.200 RNI-ingeschreven EU/EFTA arbeidsmigranten, waarvan 5.290 een laag inkomen hebben. Dat is een aandeel van 73 procent. Het aantal RNI-ingeschreven EU/EFTA arbeidsmigranten dat in Utrecht werkt bedraagt 2.600. Daarvan heeft 59 procent een laag inkomen.

Vergelijking RNI arbeidsmigranten volgens O&S en CBS De werkwijze die in deze rapportage gevolgd is voor het selecteren van arbeidsmigranten in de RNI, verschilt iets van de werkwijze die het CBS hanteert in de Migrantenmonitor. Het belangrijkste verschil is dat O&S uitgaat van het opgegeven verblijfsadres, hoewel dit voor een inschrijving in de RNI geen vereiste is. Het CBS brengt RNI-ingeschreven arbeidsmigranten juist inbeeld door te kijken naar we locatie van de werkgever. In onze eigen analyse komen we tot een aantal van 2.240 laagbetaalde RNI-ingeschreven arbeidsmigranten in de hele MRA. Dit is gebaseerd op het verblijfadres dat arbeidsmigranten bij inschrijving hebben opgegeven. In de Migrantenmonitor van het CBS komt het totaal aantal laagbetaalde RNI-ingeschreven arbeidsmigranten uit op 13.960 personen die werkzaam zijn in de MRA. Daarvan werkt 29 procent, 4.110 personen, in Amsterdam. Van alle 14.000 RNIingeschreven laagbetaalde arbeidsmigranten die in de MRA werken, werken zeven op de tien personen buiten Amsterdam.

17

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

De gemeenten waar de meeste van deze arbeidsmigranten werken zijn Haarlemmermeer, Haarlem, Aalsmeer en Zaanstad. Afbeelding 15. Werkende laagbetaalde EU/EFTA arbeidsmigranten in de RNI, CBS Migrantenmonitor Amsterdam Haarlemmermeer Haarlem 1300 Aalsmeer 930 7% Zaanstad 850 6% Lelystad 680 5% Amstelveen 620 4% Almere 560 4% Diemen 500 4% Uithoorn 330 2% Velsen 290 2% Purmerend 280 2% Hilversum 250 2% 0

500

1000

4110

29%

2850 9%

1500

20%

2000

2500

3000

3500

4000

4500

bron: CBS, bewerking O&S

18

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Bijlage: Definities Definitie van lage inkomens in dit onderzoek In dit onderzoek is de definitie van lage inkomens gebaseerd op de vastgestelde inkomensgrenzen zoals gehanteerd door de gemeente Amsterdam. Deze grenzen worden gebruikt om te bepalen welke huishoudens in aanmerking komen voor gemeentelijke regelingen gericht op financiële ondersteuning, zoals beschreven op de website van de gemeente Amsterdam. De inkomensgrenzen variëren afhankelijk van het type huishouden en zijn bedoeld om een ondergrens te definiëren waarbij huishoudens met een lager inkomen dan deze grens als financieel kwetsbaar worden beschouwd. Het hanteren van deze grenzen in het onderzoek zorgt ervoor dat de selectie van lage inkomens aansluit bij het gemeentelijk beleid en de praktijk van inkomensondersteuning. Dit biedt een gestandaardiseerde en beleidsrelevante manier om deze groep te definiëren. Voorbeelden van regelingen die aan deze inkomensgrenzen zijn gekoppeld, zijn onder andere tegemoetkomingen in zorgkosten, energiekosten en andere vormen van financiële hulp. De specifieke inkomensbedragen per huishoudenstype, zoals gehanteerd in 2023, zijn gebruikt als basis voor de analyse. Hierdoor kunnen de resultaten van het onderzoek direct bijdragen aan het inzicht in de situatie van financieel kwetsbare groepen arbeidsmigranten binnen de gemeente Amsterdam.

De inkomensbedragen worden vergeleken met het gezamenlijk inkomen, dit is het inkomen van een specifieke metropoolbewoner inclusief het inkomen van een mogelijke partner. Dit is anders dan het huishoudinkomen, waarbij het inkomen van andere huishoudleden (zoals bijvoorbeeld thuiswonende kinderen) ook wordt meegenomen. Op deze manier wordt een persoon met een laag inkomen wiens partner wel een hoog inkomen heeft, niet meegenomen in dit onderzoek. Naast de groep met een laag inkomen, zoals gedefinieerd door de gemeentelijke inkomensgrenzen, wordt in dit onderzoek ook gekeken naar huishoudens met een inkomen tussen 100% en 130% van deze grenzen. Deze groep valt net buiten de officiële definitie van een laag inkomen, maar bevindt zich wel op het randje van financiële kwetsbaarheid. Het onderzoeken van deze "randgroep" is relevant omdat zij vaak te maken hebben met vergelijkbare uitdagingen als huishoudens met een laag inkomen, maar mogelijk niet in aanmerking komen voor de regelingen en ondersteuning die zijn gekoppeld aan de officiële inkomensgrenzen. Hierdoor lopen zij het risico tussen wal en schip te vallen, zeker in tijden van economische onzekerheid of stijgende kosten van levensonderhoud. Door deze inkomensgroep mee te nemen in de analyse, biedt het onderzoek inzicht in de bredere context van financiële kwetsbaarheid en de effecten van gemeentelijk beleid.

Dit kan bijdragen aan een completer beeld van de sociale en economische positie van huishoudens in Amsterdam en helpen om lacunes in de ondersteuning te identificeren. Huishoudenstype

Eenpersoonshuishouden Eenouderhuishouden Paar met kinderen Paar zonder kinderen Overig huishoudenstype

Lage inkomensgrens 2023 voor het individueel of gezamenlijk inkomen € 24.700,€ 30.330,€ 33.700,€ 33.700,€ 24.700,-

Lage inkomensgrens 2023 (130% van het grensbedrag) € 32.110,€ 39.430,€ 43.810,€ 43.810,€ 32.110,-

19

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Definitie van EU-arbeidsmigranten met een laag inkomen Dit onderzoek richt zich specifiek op EU-arbeidsmigranten met een laag inkomen. EU-burgers hebben op basis van het recht op vrij verkeer van personen en arbeid de mogelijkheid om in Amsterdam te wonen en te werken. Dit vrije verkeer is een fundamenteel onderdeel van het EU-verdrag en geeft burgers van EU-lidstaten de vrijheid om zich binnen de Unie te verplaatsen. Tegelijkertijd heeft de gemeente Amsterdam een bepaalde (financiële) verantwoordelijkheid naar deze groep arbeidsmigranten, bijvoorbeeld via de eerder genoemde inkomensafhankelijke regelingen. Om het EU-aspect in dit onderzoek vast te stellen, wordt gekeken naar de nationaliteit van de betrokken personen. De nationaliteit vormt immers de basis voor het recht op vrij verkeer. Naast burgers van EU-lidstaten worden ook personen uit EFTA-landen meegenomen in de analyse. Dit betreft IJsland, Liechtenstein, Noorwegen en Zwitserland, omdat deze landen vergelijkbare rechten hebben in het kader van vrij verkeer van personen en arbeid. Het Verenigd Koninkrijk wordt echter niet meegenomen in deze analyse. Sinds 1 januari 2021, na de Brexit, heeft het Verenigd Koninkrijk geen recht meer op vrij verkeer van personen binnen de EU. Hierdoor vallen Britse staatsburgers buiten de hoofdgroep, die zich exclusief richt op EUarbeidsmigranten en EFTA-burgers.

Deze afbakening zorgt ervoor dat het onderzoek zich richt op de groepen waarvoor het vrij verkeer van personen nog steeds van toepassing is en die onder de relevante gemeentelijke verantwoordelijkheden vallen. Naast EU-arbeidsmigranten wordt in dit onderzoek ook gekeken naar personen met overige nationaliteiten. Hoewel deze groepen niet vallen onder het recht op vrij verkeer van personen en arbeid binnen de EU, is het relevant om hen als vergelijkingsgroep mee te nemen. Dit biedt inzicht in hoe de sociaaleconomische situatie van EU-arbeidsmigranten zich verhoudt tot die van migranten met een andere herkomst. Naast het onderscheid tussen EU/EFTA en niet-EU/EFTA migranten, worden de groepen in dit onderzoek verder ingedeeld op basis van hun arbeidsstatus: werkend, hieronder vallen zowel werknemers als zelfstandigen, of niet-werkend: hieronder vallen personen met een uitkering, geen inkomen of een onbekend inkomen. Voor deze groep geldt wel de voorwaarde dat zij in de afgelopen 10 jaar minimaal één keer de status werknemer of zelfstandige hebben gehad. Op basis van deze criteria ontstaan er vier groepen arbeidsmigranten: werkenden binnen de lage inkomensgrenzen (EU/EFTA en niet-EU/EFTA) en niet-werkenden binnen de lage inkomensgrenzen (EU/EFTA en niet-EU/EFTA).

Daarnaast worden er twee extra groepen gedefinieerd: werkenden met een inkomen tussen 100% en 130% van de lage inkomensgrenzen (EU/EFTA en niet-EU/EFTA). Voor de inkomenscategorie van 100%-130% bestaan er geen groepen niet-werkenden, omdat een inkomen vereist is om tot deze categorie te behoren. In totaal worden er dus zes groepen arbeidsmigranten geanalyseerd. Deze indeling biedt een gedetailleerd beeld van de inkomens- en arbeidssituatie van migranten en maakt het mogelijk om verschillen en overeenkomsten tussen de groepen inzichtelijk te maken.

20

Gemeente Amsterdam Onderzoek en Statistiek

Laagbetaalde arbeidsmigranten in de MRA CONCEPT 22-1-‘25

Bijlage: Wijkindeling Amsterdam op 1-1-2022

Auteurs Najib el Moussaoui: n.elmoussaoui@amsterdam.nl Annika Smits: a.smits@amsterdam.nl Mersiha Tepic: m.tepic@amsterdam.nl Lotje Cohen: l.cohen@amsterdam.nl

Colofon Opdrachtgever werkgroep Arbeidsmigranten

Onderzoek en Statistiek onderzoek.amsterdam.nl

Janet Vloothuis j.vloothuis@amsterdam.nl

President Kennedylaan 923 1079 MZ Amsterdam Postbus 658 1000 AR Amsterdam T 020 251 0333

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15173471/1