CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Klaprozenbuurt bijlagen bij regels

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 9 juni 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het gerepareerde bestemmingsplan Klaprozenbuurt Nr. VN2021-01059427.142 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende (maximale) bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluiten binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 8 meter. 3.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. b. c. d.

de bouwhoogte van vlaggenmasten mag niet meer dan 8 meter bedragen; de bouwhoogte van reclamezuilen mag niet meer dan 6 meter bedragen; de bouwhoogte van bliksempieken mag niet meer bedragen dan 25 meter; de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer dan 3 meter Gemeente Amsterdam

blz. 22

bedragen, met uitzondering ter plaatse van het elektraverdeelstation aan de Klaprozenweg 58 waar een bouwhoogte is toegestaan van 6 meter. 3.3

Specifieke gebruiksregels

3.3.1

Toegestaan gebruik

Tot een gebruik dat in overeensteming is met de bestemmingsomschrijving als bedoeld in lid 3.1 wordt in elk geval aangemerkt: a. onverminderd het bepaalde onder 3.1 onder a. zijn tevens de volgende functies toegestaan: 1. op het adres Draaierweg 1, een brood- en banketfabriek - categorie 3.2; 2. op het adres Metaalbewerkersweg 19, een garagebedrijf - categorie 3.2; 3. op het adres Metaalbewerkersweg 23, een busremise - categorie 3.2; 4. op het adres Polijsterweg 7, een autoschadeherstelbedrijf - categorie 3.2; 5. op het adres Polijsterweg 9, een drukkerij - categorie 3.2; 6. op het adres Polijsterweg 15, een smederij - categorie 3.2; 7. op het adres Slijperweg 6, een voedingsmiddelenfabriek - categorie 4.1. 8. op het adres Klaprozenweg 58, een elektraverdeelstation - categorie 4.2 3.3.2

Creatieve functies

Ten hoogste 70% van het brutovloeroppervlak van creatieve functies mag worden gebruikt ten behoeve van bij de betreffende functie behorende kantoorruimte. 3.3.3

Bedrijfswoning

Per bedrijfsvestiging is één bedrijfswoning toegestaan met uitzondering ter plaatse van detailhandel in volumineuze goederen. 3.3.4

Oppervlakte creatieve functies en dienstverlening

Voor de in 3.1 onder b., c. en d. genoemde gronden gelden de volgende regels: a. voor creatieve functies, consumentverzorgende dienstverlening en zakelijke dienstverlening geldt een maximum bruto vloeroppervlak per vestiging van 600 m²; b. het totaal maximum bruto vloeroppervlak per functie bedraagt: 1. creatieve functies: 8.000 m² bvo; 2. consumentverzorgende dienstverlening: 2.000 m² bvo; 3. zakelijke dienstverlening: 1.800 m² bvo. 3.3.5

Strijdig gebruik

Tot een gebruik dat strijdig is met de bestemmingsomschrijving wordt in elk geval aangemerkt: a. het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden en de zich daarop bevindende bebouwing ten behoeve van inrichtingen zoals aangewezen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Stb. 2010, nr. 143); b. het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden en bebouwing voor opslag van enigerlei materiaal dat direct zichtbaar is vanaf de openbare weg; c. het gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven van gronden en bebouwing voor, detailhandel en sport; d. nieuwvestiging van perifere detailhandel na het in werking treden van dit bestemmingsplan.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 23

3.4

Afwijken van de gebruiksregels

3.4.1

Algemeen

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.1 teneinde het gebruik van gronden en gebouwen toe te staan ten behoeve van een functie die: a. niet in de Staat van Inrichtingen voorkomt en niet meer milieuhinder veroorzaakt dan functies die vallen onder toegestane categorieën; b. al dan niet na uitbreiding of wijziging valt onder één categorie hoger in de Staat van Inrichtingen dan toegestaan, mits de desbetreffende functie niet meer milieuhinder veroorzaakt dan functies die vallen onder de toegestane categorieën. 3.4.2

Uitwisseling functies

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid 3.3.1 lid 1 sub a onder 3 en 8 teneinde de functies busremise en elektraverdeelstation geheel of gedeeltelijk onderling uit te wisselen mits er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f.

de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

Gemeente Amsterdam

blz. 24

Artikel 4 4.1

Gemengd

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. (zorg)woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.1 en 4.4.4; b. maatschappelijke voorzieningen, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2 en 4.4.4; c. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een passantenpension, uitsluitend vanaf de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2 en 4.4.4 d. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een school voor basisonderwijs, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'onderwijs', met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2 en 4.4.4; e. creatieve functies, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2; f. kantoor / zakelijke dienstverlening, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2; g. consumentverzorgende dienstverlening, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met in achtneming van het bepaalde in 4.4.2; h. commerciële sport, uitsluitend in de eerste en tweede bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2; i. horeca in de vorm van horeca I, horeca III of horeca IV, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 2', uitsluitend in de eerste bouwlaag en met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2; j.

horeca in de vorm van horeca III of horeca IV uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 3' en uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2; k. detailhandel in volumineuze goederen, uitsluitend in de eerste bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2; l. detailhandel, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1' en uitsluitend in de eerste en tweede bouwlaag, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.2; m. parkeervoorzieningen ten behoeve van de onder a t/m l genoemde functies, met inachtneming van het bepaalde in 4.4.5; met daarbij behorende n. o. p. q. r. s. t. u.

(dak)tuinen; terrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; verkeersareaal; geluidwerende voorzieningen; nutsvoorzieningen; ondergrondse infrastructuur.

4.2

Bouwregels

4.2.1

Gebouwen

Op en onder de in artikel 4.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met dien verstande dat: a. gebouwen uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden gebouwd; b. de bouwhoogte niet meer mag bedragen dan op de verbeelding is aangegeven; c. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 1' de hoogte van de plint minimaal 4,5 meter bedraagt; bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 25

d. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 2' een oppervlak van ten minste 250 m² wordt ingericht als tuin of als beloopbare groene daktuin; e. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 3' een oppervlak van ten minste 1.000 m² wordt ingericht als tuin of als beloopbare groene daktuin; f. ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 4' een oppervlak van ten minste 1.100 m² wordt ingericht als tuin of als beloopbare groene daktuin; g. ter plaatse van de aanduiding 'gevellijn' dienen de eerste twee bouwlagen ter plaatse van die aanduiding te worden opgericht; h. voor woningen geldt dat sprake is van minimaal één geluidsluwe zijde. 4.3

Afwijken van de bouwregels

Bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in lid: a. 4.2.1 sub a ten behoeve van het overschrijden van de op de verbeelding aangegeven bouwgrenzen, mits stedenbouwkundig en akoestisch aanvaardbaar en de afwijking niet meer bedraagt dan 3 meter; b. 4.2.1 sub c. ten behoeve van een lagere bouwhoogte voor de eerste bouwlaag dan de aangegeven minimale bouwhoogte, met dien verstande dat niet lager dan 3 meter mag worden gebouwd en mits stedenbouwkundig aanvaardbaar; c. 4.2.1 sub i ten behoeve van het realiseren van woningen zonder geluidluwe zijde indien kan worden aangetoond dat dit redelijkerwijs niet mogelijk is, één en ander conform het gemeentelijk geluidbeleid. 4.4

Specifieke gebruiksregels

4.4.1

Wonen

Voor de in 4.1 onder a. genoemde gronden gelden de volgende regels: a. het maximum aantal woningen: 600; b. het maximum bruto vloeroppervlak wonen bedraagt 57.000 m²; c. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1', is wonen niet toegestaan in de eerste bouwlaag, met uitzondering van de toegangen van woningen. 4.4.2

Niet-woonfuncties

Voor de in 4.1 onder b t/m k genoemde gronden gelden de volgende regels: a. het maximum bruto vloeroppervlak per functie bedraagt: 1. maatschappelijke voorzieningen: 600 m²; 2. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een passantenpension: 1.800 m²; 3. maatschappelijke voorzieningen in de vorm van een school: 4.000 m²; 4. creatieve functies: 1.200 m²; 5. kantoor / zakelijke dienstverlening: 600 m² 6. consumentverzorgende dienstverlening: 600 m²; 7. commerciële sport:1.200 m²; 8. horeca: 500 m² met een maximum van 310 m² per vestiging; 9. detailhandel: 1.500 m²; 10. detailhandel in volumineuze goederen: 4.000 m²; b. ter plaatse van de functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd - 1' zijn maatschappelijke voorzieningen niet toegestaan in de eerste bouwlaag, met uitzondering van de toegangen van maatschappelijke voorzieningen; c. ten hoogste 70% van het brutovloeroppervlak van creatieve functies mag worden gebruikt ten behoeve van bij de betreffende functie behorende kantoorruimte.

Gemeente Amsterdam

blz. 26

4.4.3

Besluit externe veiligheid buisleidingen

Voor zover op grond van het bepaalde in 4.1 mag worden gebouwd, is dat uitsluitend toegestaan indien: a. dit in overeenstemming is met het bepaalde in het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) en/of; b. gebruik is gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid zoals opgenomen in artikel 11.6. 4.4.4

Geluidsgevoelige objecten

Voor zover op grond van het bepaalde in 4.1 geluidsgevoelige objecten mogen worden gerealiseerd, zijn deze uitsluitend toegestaan indien: a. de geluidbelasting op de gevels van de geluidsgevoelige objecten niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder of; b. de geluidbelasting voldoet aan de door het bevoegd gezag vastgestelde hogere grenswaarden. 4.4.5

Parkeervoorzieningen

Voor parkeervoorzieningen gelden de volgende regels: a. parkeervoorzieningen uitsluitend op eigen terrein toegestaan; b. gebouwde parkeervoorzieningen zijn, behalve de in- en uitritten, niet zichtbaar vanaf openbaar gebied door afzoming met actieve functies; c. de situering van de ruimte voor het parkeren van auto's, fietsen en scooters en/of de toegangen en in-/uitritten van en naar deze ruimte mag de verkeersveiligheid en/of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet onevenredig aantasten. 4.4.6

Praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

Maximaal 40% van de bruto vloeroppervlakte van de woning mag gebruikt worden voor praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. 4.4.7

Strijdig gebruik

Tot een gebruik, strijdig met dit bestemmingsplan, wordt in ieder geval gerekend een verhouding van gebouwde vierkante meters die afwijkt van maximaal 80% woonfuncties en minimaal 20% niet-woonfuncties per bouwblok.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 27

Artikel 5 5.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.

plantsoenen; parken; groenvoorzieningen; extensief dagrecreatief gebruik; openbare ruimte ; waterlopen en waterpartijen;

met de daarbij behorende: g. h. i. j.

voet- en fietspaden; straatmeubilair; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen.

5.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 13.1 genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen worden gebouwd, met inachtneming van de volgende regels: a. de maximum bouwhoogte van speeltoestellen mag niet meer bedragen van 6 meter; b. de hoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag niet meer bedragen dan 3 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 28

Artikel 6 6.1

Horeca

Bestemmingsomschrijving

De voor Horeca aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca III of horeca IV; b. uitsluitend een zaalaccomodatie, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van horeca - 1'; met daarbij behorende: c. voorzieningen ten behoeve van deze bestemming. 6.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 6.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van devolgende regels: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan 4 meter tenzij een andere hoogte op de verbeelding is aangegeven.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 29

Artikel 7 7.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen, met inachtneming van het bepaalde in 7.4; met daarbij behorende: b. tuinen, groenvoorzieningen en erven; c. voetpaden. 7.2

Bouwregels

Op en onder de in de in lid 7.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met in achtneming van de volgende regels: 7.2.1

Hoofdgebouwen

Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende bepalingen: a. gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan op de verbeelding is aangegeven. 7.2.2

Bouwwerken, geen gebouwen zijnde

Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde geldt een maximum bouwhoogte van 6 meter. 7.3

Nadere eisen

a. Nadere eisen kunnen gesteld worden ten aanzien van situering en afmetingen van bouwwerken. b. Bij de toepassing van deze nadere eisen wordt getoetst of geen onevenredige aantasting zal plaatsvinden van: 1. de verkeerssituatie ter plaatse; 2. stedenbouwkundig profiel; 3. de bezonningssituatie op de aangrenzende percelen; 4. gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen. 7.4

Specifieke gebruiksregels

Kwetsbare functies waaronder kinderopvang, onderwijs, medische- en zorgvoorzieningen en vergelijkbare bestemmingen zijn niet toegestaan.

Gemeente Amsterdam

blz. 30

Artikel 8 8.1

Tuin

Bestemmingsomschrijving

De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen en erven ten behoeve van de aangrenzende ligplaatsen voor woonboten inclusief steigers en loopplanken; met de daarbij behorende b. c. d. e. f. 8.2

bergingen; parkeervoorzieningen; toegangspaden; water; en overige voorzieningen ten behoeve van deze bestemming. Bouwregels

Op en onder de in lid 8.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen: a. de bouwhoogte voor erfafscheidingen mag niet meer dan 2 meter bedragen; b. per tuinperceel mag een berging gebouwd worden waarbij de maximale bouwhoogte niet meer dan 3 meter mag bedragen en de maximale oppervlakte niet meer dan 30 m² mag bedragen; c. voor bouwwerken, geen gebouwen zijnde mag de maximale bouwhoogte niet meer dan 3 meter bedragen.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 31

Artikel 9 9.1

Verkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d.

straten en wegen; voet- en fietspaden; kunstwerken, zoals viaducten, tunnels, bruggen; verkooppunt voor motorbrandstoffen, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "verkooppunt motorbrandstoffen met lpg"; e. parkeervoorzieningen, met de daarbij behorende in- en uitritten; met de daarbij behorende f. taluds; g. bermen en beplanting en overige groenvoorzieningen; h. geluid- en luchtschermen; i. waterlopen; j. waterhuishoudkundige voorzieningen; k. straatmeublair; l. ondergrondse afvalcontainers; m. ondergrondse infrastructuur; n. nutsvoorzieningen; o. andere bijbehorende verkeerskundige voorzieningen;. 9.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 21.1genoemde gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. maximale bouwhoogte van reclamezuilen: 3 meter; b. maximale bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde: 3 meter.

Gemeente Amsterdam

blz. 32

Artikel 10 10.1

Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.

waterhuishoudkundige doeleinden; sloten, vijvers en daarmee gelijk te stellen waterlopen; rietkragen; landhoofden en oevervoorzieningen; ligplaatsen voor woonboten met daarbij behorende afmeerpalen en steigers ten behoeve van de bereikbaarheid van de woonboten, al dan niet met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding 'woonschepenligplaats'.

10.2

Bouwregels

Op en onder de in de in lid 10.1 genoemde gronden mogen uitsluitend gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde worden gebouwd met in achtneming van de volgende regels: 10.2.1 Woonboten Voor het bouwen van woonboten gelden de volgende regels: a. woonboten zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding 'ligplaats'; b. het aantal woonboten mag niet meer bedragen dan het bestaande aantal ten tijde van het ter inzage leggen van dit bestemmingsplan; c. de maximum maatvoeringsbepalingen ten aanzien van een woonark bedragen: lengte = 20 meter; breedte = 7 meter; hoogte = 6 meter; d. de maximum maatvoeringsbepalingen ten aanzien van een woonschip bedragen: lengte = 30 meter; breedte = 5 meter; hoogte = 6 meter; e. de onderlinge afstand tussen de voor- en achterzijden van de woonboten mag niet minder bedragen dan 2 meter, tenzij de bestaande afstand kleiner is. In dat geval geldt de kleinere afstand; f. de maximale hoogte als bedoeld onder c en d. mag, ten behoeve van voorzieningen voor het opwekken van duurzame energie, zoals zonnepanelen, zonneboilers en vergelijkbare voorzieningen worden overschreden met maximaal 1 meter; g.

in die gevallen dat woonboten die op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan reeds op een ligplaats in het plangebied liggen of lagen, mag de lengte, breedte, hoogte dan wel onderlinge afstand meer of minder bedragen dan ingevolge het bepaalde in c, d en e is voorgeschreven, met dien verstande dat de bestaande lengte, breedte, hoogte dan wel onderlinge afstand van de betreffende woonboot op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van het plan als maximaal dan wel minimaal toelaatbaar wordt aangehouden.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 33

10.3

Specifieke gebruiksregels

10.3.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik dat strijdig is met de bestemmingsomschrijving wordt in elk geval aangemerkt het gebruik van de in 10.1 genoemde gronden als ligplaats voor woonboten, bedrijfsboten, passagiersboten, stationerende vaartuigen en/of aanleg- of terrasvlonders, met uitzondering van het bepaalde onder 10.2.1.

Gemeente Amsterdam

blz. 34

Artikel 11 11.1

Leiding - Gas

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Gas' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse hoge druk aardgastransportleiding waarbij voor de bescherming en het beheer van de leiding een belemmerende strook van 4 meter ter weerszijde van de hartlijn van de leiding in acht moet worden genomen; a. De bestemming 'Leiding - Gas ' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, tenzij in de regels uitdrukkelijk anders is bepaald; b. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 17 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 15 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 13 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 14. 11.2

Bouwregels

In afwijking van hetgeen elders in deze regels is bepaald geldt op of in de in lid 11.1 genoemde gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de leiding(en) mogen worden gebouwd. Overige gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn niet toegestaan uit oogpunt van externe veiligheid en energieleveringszekerheid. 11.3

Afwijken van de bouwregels

Het bevoegd gezag kan bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 11.2 voor het bouwen overeenkomstig de andere daar voorkomende bestemming(en) indien de veiligheid van de betrokken leiding niet wordt geschaad en vooraf schriftelijk advies is ingewonnen bij de leidingexploitant. 11.4

Specifieke gebruiksregels

Tot een strijdig gebruik wordt in ieder geval ggerekend: het opslaan van goederen, met uitzondering het opslaan van goederen t.b.v. inspectie en onderhoud van de gastransportleiding; het wijzigen van gebruik van bestaande gebouwen, indien daardoor een kwetsbaar object wordt toegelaten. 11.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 11.5.1 Algemeen Het is verboden op of in de in lid 11.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een vergunning van ter plaatse van de in lid 11.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d. e. f.

het oprichten van enig bouwwerk; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van heiwerkzaamheden of het anderszins indringen van voorwerpen; het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het vellen of rooien van houtgewas.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 35

11.5.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: a. reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; b. het normale beheer en onderhoud ten aanzien van de leiding en belemmeringenstrook of ten aanzien van de functies van de andere voorkomende bestemming(en) betreffen; c. betrekking hebben op graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling bovengrondse en ondergrondse netten en netwerken; d. mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 11.5.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 11.5.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de belangen van de leiding. 11.5.4 Voorwaarden Alvorens omtrent het verlenen van een vergunning zoals bedoeld in artikel 11.5.1 te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de leidingbeheerder(s) omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de leiding niet onevenredig worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele schade. 11.6

Wijzigingsbevoegdheid

Het bevoegd gezag kan het plan wijzigen in die zin dat de dubbelbestemming 'Leiding - Gas' geheel of gedeeltelijk kan worden geschrapt, indien: a. uit nader onderzoek is gebleken dat ter plaatse de leiding niet meer aanwezig is dan wel verlegd wordt; b. het niet meer noodzakelijk wordt geacht dat het bestemmingsplan voorziet in bescherming van deze leiding.

Gemeente Amsterdam

blz. 36

Artikel 12 12.1

Leiding - Hoogspanning

Bestemmingsomschrijving

De voor Leiding - Hoogspanning aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor een ondergrondse 150 kv hoogspanningsverbinding waarbij voor de bescherming en het beheer van de verbinding een belemmerende strook van 3 meter ter weerszijde van de hartlijn van de leiding in acht moet worden genomen; a. De bestemming 'Leiding - Hoogspanning' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, tenzij in de regels uitdrukkelijk anders is bepaald; b. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 12 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 17 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 15 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 13 6. in de zesde plaats de bepalingen van artikel 14 12.2

Bouwregels

a. op deze gronden mogen ten behoeve van de in 12.1 genoemde bestemming uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd met een bouwhoogte van ten hoogste 3 meter. b. ten behoeve van de andere, voor deze gronden geldende bestemming(en) mag, met inachtneming van de voor de betrokken bestemming(en) geldende (bouw)regels uitsluitend worden gebouwd, indien het bouwplan betrekking heeft op vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering. 12.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 12.3.1 Verbodsregel Op en onder de in 12.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem (incl. heiwerkzaamheden); c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven alsmede door ophogen; d. het aanbrengen van gesloten verhardingen; e. het verrichten van grondroer werkzaamheden, anders dan ten behoeve van leidingen; f.

het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; g. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair. 12.3.2 Uitzondering verbodsregel Een omgevingsvergunning als bedoeld in 12.3.1 is niet vereist voor de volgende werken en werkzaamheden: a. het normale onderhoud van wegen, water, groenvoorzieningen en tuinen; b. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 37

plan; c. graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 12.3.3 Weigeringsgrond omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden, gevaar opleveren voor de ondergrondse leidingen of het goed functioneren daarvan. 12.3.4 Advies Alvorens vergunning te verlenen wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in van de beheerder van de hoogspanningsleiding, aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van het belang van de hoogspanningsleiding.

Gemeente Amsterdam

blz. 38

Artikel 13 13.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

a. De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en behoud van archeologische waarden. b. De bestemming Waarde - Archeologie 1 is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende bestemmingen; c. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 12 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 17 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 15 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 13 6. in de zesde plaats de bepalingen van artikel 14 13.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 13.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de primaire bestemming en de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, met in achtneming van de volgende bepalingen: a. Voor zover met betrekking tot de in lid 13.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch rapport te overleggen. b. Aan de omgevingsvergunning als bedoeld onder a kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. c. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1. indien de bodemverstoring betrekking heeft op een gebied met een kleinere oppervlakte dan 100 m2 of een kleinere diepte dan 0,50 meter onder maaiveld; 2. die het normale onderhoud betreft; 3. die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 13.3

Nadere eisen

Bij omgevingsvergunning kunnen ter bescherming van de in lid 13.1 genoemde archeologische waarden nadere eisen gesteld worden aan de situering van de bouwwerken, indien uit het archeologisch rapport onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden zoals bedoeld in lid 13.1 aanwezig zijn. 13.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen uitsluitend ten dienste van de in 13.1 genoemde primaire bestemming en de overige aan de gronden toegekende bestemmingen uitgevoerd worden, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Op en onder de in lid 13.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 39

b. c. d.

e.

werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: 1. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 0,5 meter onder maaiveld, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; 2. het aanbrengen van drainage; 3. het aanleggen en verbreden van wateren; 4. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; 5. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem. De aanvrager van een vergunning zoals bedoeld onder a dient een archeologisch rapport te overleggen. De onder a genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen de archeologische waarden zoals bedoeld in lid 13.1 niet onevenredig schaden. Aan de onder a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door de bij omgevingsvergunning te stellen kwalificaties. Het bepaalde onder a en d is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1.

indien de bodemverstoring betrekking heeft op een gebied met een oppervlakte kleiner dan 100 m² of een diepte van minder dan 0,50 meter onder maaiveld; 2. die het normale onderhoud betreft; 3. die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

Gemeente Amsterdam

blz. 40

Artikel 14 14.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

a. de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor doeleinden ter bescherming en behoud van archeologische waarden; b. de bestemming Waarde - Archeologie 2 is primair ten opzichte van de andere aan deze gronden toegekende enkelbestemmingen. c. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 12 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 17 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 15 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 13 6. in de zesde plaats de bepalingen van artikel 14 14.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 14.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de primaire bestemming en de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, met in achtneming van de volgende bepalingen: a. Voor zover met betrekking tot de in lid 14.1 genoemde gronden sprake is van bodemverstoring, dient de aanvrager van een omgevingsvergunning een archeologisch rapport te overleggen; b. Aan de vergunning als bedoeld onder a kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties; c. Het bepaalde onder a en b is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1. die betrekking heeft op een gebied met een waterbodem met een kleinere oppervlakte dan 10.000 m2; 2. die het normale onderhoud betreft; 3. die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan. 14.3

Nadere eisen

Bij omgevingsvergunning kunnen ter bescherming van de in lid 14.1 genoemde archeologische waarden nadere eisen gesteld worden aan de situering van de bouwwerken, indien uit het archeologisch rapport onderzoek is gebleken dat ter plaatse archeologische waarden zoals bedoeld in lid 14.1 aanwezig zijn. 14.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden Werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen uitsluitend ten dienste van de in 14.1 genoemde primaire bestemming en de overige aan de gronden toegekende bestemmingen uitgevoerd worden, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. Op en onder de in lid 14.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden, de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 41

b. c. d.

e.

1. het uitvoeren van grondbewerkingen op een grotere diepte dan 2 meter onder maaiveld, waartoe onder meer wordt gerekend het ophogen, egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; 2. het aanbrengen van drainage; 3. het aanleggen en verbreden van wateren; 4. het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen; 5. het verrichten van heiwerkzaamheden of het op andere wijze indrijven van objecten in de bodem; De aanvrager van een vergunning zoals bedoeld onder a dient een archeologisch rapport te overleggen; De onder a genoemde werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden mogen de archeologische waarden zoals bedoeld in lid 14.1 niet onevenredig schaden; Aan de onder a genoemde vergunning kunnen de volgende voorschriften worden verbonden: 1. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; 2. de verplichting tot het doen van opgravingen; 3. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door de bij omgevingsvergunning te stellen kwalificaties; Het bepaalde onder a en d is niet van toepassing op een bodemverstoring: 1. die betrekking heeft op een waterbodem met een oppervlakte kleiner dan 10.000 m²; 2. die het normale onderhoud betreft; 3.

die reeds in uitvoering is op het tijdstip van het van kracht worden van dit plan.

Gemeente Amsterdam

blz. 42

Artikel 15 15.1

Waarde - Cultuurhistorie 1

Bestemmingsomschrijving

a. De voor Waarde - Cultuurhistorie 1 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en versterking van de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden. b. De bestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen; c. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 12 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 17 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 15 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 13 6. in de zesde plaats de bepalingen van artikel 14 15.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 15.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd met inachtneming van de volgende bepalingen. De volgende te beschermen waarden dienen in acht genomen te worden: a. b. c. d.

de typerende lintbebouwingstructuur met enkele verbindingen naar het benedendijkse land; het groene en waterrijke karakter dat gedragen wordt door het zicht op de water- en groenpartijen; hoogteverschillen met het omringende land, met de typerende doorkijkjes tussen de dijkpanden; het tracé en het profiel van de dijk.

15.3

Nadere eisen

Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering, de afmetingen, de vormgeving, de kaprichting, de kaphelling en de kapvorm van hoofden bijgebouwen; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen; c. de gevelindeling van hoofdgebouwen. 15.4

Nadere eisen

Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering en afmetingen van hoofd- en bijgebouwen en drijvende bouwwerken; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen. 15.5 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 15.5.1 Algemeen Het is verboden op of in de in lid 15.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de in lid 15.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: het oprichten van enig bouwwerk; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 43

het uitvoeren van baggerwerkzaamheden; het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; werkzaamheden die de walkant kunnen beschadigen; overige werkzaamheden die de bestaande waterstructuur negatief beïnvloeden; het veranderen van het tracé en het profiel van de Waterlandse Zeedijk. 15.5.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 15.5.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 15.5.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de cultuurhistorische waarden. 15.5.4 Voorwaarden Alvorens omtrent het verlenen van een aanlegvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele aantasting van de waarden.

Gemeente Amsterdam

blz. 44

Artikel 16 16.1

Waarde - Cultuurhistorie 2

Bestemmingsomschrijving

a. De voor Waarde - Cultuurhistorie 2 aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het behoud, herstel en versterking van de met het beschermde stadsgezicht verbonden cultuurhistorische en architectonische waarden. b. De bestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 16.2

Bouwregels

Op en onder de in lid 16.1 genoemde gronden geldt dat bij het bouwen ten behoeve van de overige bestemmingen dient de bestaande waterstructuur van Zijkanaal I te worden behouden. 16.3

Nadere eisen

Ten behoeve van de instandhouding en versterking van de cultuurhistorische waarden kunnen nadere eisen gesteld worden aan: a. de situering en afmetingen van hoofd- en bijgebouwen en drijvende bouwwerken; b. de situering en afmetingen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde zoals erfafscheidingen. 16.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 16.4.1 Algemeen Het is verboden op of in de in lid 16.1 bedoelde gronden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning ter plaatse van de in lid 16.1 bedoelde gronden, de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: het oprichten van enig bouwwerk; het uitvoeren van graafwerkzaamheden; het uitvoeren van baggerwerkzaamheden; het aanbrengen van diepwortelende beplanting of bomen; werkzaamheden die de walkant kunnen beschadigen; overige werkzaamheden die de bestaande waterstructuur negatief beïnvloeden. 16.4.2 Uitzonderingen Het verbod is niet van toepassing op werken en/of werkzaamheden die: reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van het van kracht worden van het plan; mogen worden uitgevoerd krachtens een reeds verleende vergunning. 16.4.3 Omgevingsvergunning De omgevingsvergunning als bedoeld in lid 16.4.1 kan worden verleend indien en voor zover dit niet strijdig is met de cultuurhistorische waarden.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 45

16.4.4 Voorwaarden Alvorens omtrent het verlenen van een aanlegvergunning te beslissen, wint het bevoegd gezag schriftelijk advies in bij de afdeling Monumenten en Archeologie van de gemeente omtrent de vraag of door de voorgenomen werken of werkzaamheden de belangen in verband met de cultuurhistorische waarden niet worden geschaad en welke voorwaarden dienen te worden gesteld ter voorkoming van eventuele aantasting van de waarden.

Gemeente Amsterdam

blz. 46

Artikel 17 17.1

Waterstaat - Waterkering

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming, het in stand houden en het onderhoud van de waterkering met daarbij behorende voorzieningen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. a. De bestemming 'Waterstaat - Waterkering' is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen, tenzij in de regels uitdrukkelijk anders is bepaald. b. Daar waar dubbelbestemmingen geheel of gedeeltelijk samenvallen gelden: 1. in de eerste plaats de bepalingen van artikel 11; 2. in de tweede plaats de bepalingen van artikel 12; 3. in de derde plaats de bepalingen van artikel 17; 4. in de vierde plaats de bepalingen van artikel 15; 5. in de vijfde plaats de bepalingen van artikel 13; 6. in de zesde plaats de bepalingen van artikel 14.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 47

Hoofdstuk 3 Artikel 18

Algemene regels Anti-dubbeltelregel

Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

Gemeente Amsterdam

blz. 48

Artikel 19 19.1

Algemene bouwregels

Ondergeschikte bouwdelen

Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, koekoeken, liftschachten, gevel- en kroonlijsten, luifels, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 0,3 meter bedraagt. 19.2

Ondergrondse bouwwerken

Ondergrondse bouwwerken zijn binnen het bouwvlak toegestaan tot een bouwdiepte van 3,5 meter. 19.2.1 Afwijkingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen door middel van een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 19.2 voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken, waaronder begrepen parkeervoorzieningen en fietsenstallingen, tot een ondergrondse bouwdiepte van maximaal 10,00 m. 19.2.2 Voorwaarde voor afwijken Afwijken als bedoeld in 19.2.1 is alleen mogelijk indien geen onevenredige aantasting plaatvindt van: a. de waterhuishouding; b. de stedenbouwkundige inpassing en beeldkwaliteit; c. de verkeersveiligheid.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 49

Artikel 20 20.1

Algemene gebruiksregels

Algemeen

a. Voor zover voor dit bestemmingsplan een vrijstelling, ontheffing of vergunning zoals bedoeld in de Flora- en faunawet noodzakelijk is, vindt verwezenlijking van enig planonderdeel niet eerder plaats dan nadat deze in werking is getreden; b. Als verboden gebruik - in de zin van gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven - wordt in ieder geval begrepen: 1. telefoneerinrichting of belhuis, automatenhal, prostitutiebedrijf, seksinrichting, geldwisselkantoor, smartshop; 2. de opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan. 20.2

Parkeren, laden en lossen

a. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het veranderen van het gebruik van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte wordt aangebracht voor het op eigen terrein parkeren van auto's overeenkomstig het vigerende parkeerbeleid; b. Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen en/of voor het veranderen van het gebruik van gebouwen wordt slechts verleend indien bij de aanvraag om omgevingsvergunning wordt aangetoond dat in voldoende mate ruimte wordt aangebracht op eigen terrein voor het parkeren van fietsen en scooters overeenkomstig het vigerende fiets- en scooterparkeerbeleid; c. Indien de bestemming van een gebouw aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen, moet in deze behoefte in voldoende mate zijn voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw hoort. d. Ruimte voor het parkeren van auto's, scooters en fietsen en voor het laden of lossen van goederen, voor zover de aanwezigheid van deze ruimte krachtens dit lid is geëist, dient te allen tijde voor dit doel beschikbaar te blijven. Ander gebruik wordt aangemerkt als strijdig gebruik. 20.3

Afwijken van de gebruiksregels

Het college kan met een omgevingsvergunning afwijken van: a. het bepaalde in lid 20.2 onder a. en b. overeenkomstig de voorwaarden zoals gesteld in het vigerende parkeerbeleid; b. het bepaalde in lid 20.2 onder c. voor zover op een andere wijze in laad- of losruimte wordt voorzien; c. het bepaalde in lid 20.2 onder d. voor zover geen onaanvaardbare aantasting van de verkeer- en parkeersituatie optreedt.

Gemeente Amsterdam

blz. 50

Artikel 21 21.1

Algemene aanduidingsregels

Veiligheidszone - lpg

Ter plaatse van de aanduiding 'veiligheidszone - lpg' aangewezen gronden zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare functies als bedoeld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BEVI) niet toegestaan. 21.2

Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1 t/m 4

Ten aanzien van de functies in het gehele plangebied gezamenlijk gelden de volgende maximale oppervlakten bruto vloeroppervlak per functie: a. b. c. d. e. f. g. h. i. j.

wonen: 150.000 m2; bedrijven: 11.900 m2; creatieve functies: 5.800 m2 maatschappelijke voorzieningen: 6.050 m2 horeca III en horeca IV: 1.500 m2 detailhandel: 700 m2 detailhandel supermarkt: 3.300 m2 detailhandel in volumineuze goederen: 2.600 m2 consumentverzorgende dienstverlening: 1.400 m2 kantoor / zakelijke dienstverlening; 1.800 m2

21.3

Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1

Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Gemengd' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. binnen de Wetgevingszone - wijzigingsgebied - 1 geldt dat: 1. uitsluitend de in de tabel genoemde functies zijn toegestaan; 2. per functie het maximum bruto vloeroppervlakte niet hoger mag zijn dan in de tabel is opgenomen:

Functie

maximum BVO

Wonen

55.000

Bedrijven

3.200

Creatieve functies

1.000

Horeca III of IV

600

Detailhandel

700

Detailhandel supermarkt

3.300

Consumentverzorgende dienstverlening

1.400

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 51

Kantoor / Zakelijke dienstverlening

600

b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 550; c. naast de in de tabel genoemde functies mogen gronden worden ingericht ten behoeve van groen, water, nutsvoorzieningen en verkeer. 21.3.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in 21.3 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid op; b. wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); c. aan de hand van specifieke onderzoeken aan wordt getoond dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; d. de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet onevenredig worden geschaad; e. het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; f. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het de verkavelingsprincipes op blokniveau van het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: g. h. i. j. k. l.

de woonsituatie; het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

21.4

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2

Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Gemengd' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. binnen de Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2 geldt dat: 1. uitsluitend de in de tabel genoemde functies zijn toegestaan; 2. per functie het maximum bruto vloeroppervlakte niet hoger mag zijn dan in de tabel is opgenomen:

Functie

maximum BVO

Wonen

34.000

Bedrijven

5.200

Creatieve functies

3.800

Gemeente Amsterdam

blz. 52

Detailhandel in volumineuze goederen

2.600

Kantoor / Zakelijke dienstverlening

1.200

Horeca van categorie III of IV

650

Maatschappelijke voorzieningen

4.000

b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 350; c. naast de in de tabel genoemde functies mogen gronden worden ingericht ten behoeve van groen, water, nutsvoorzieningen en verkeer. 21.4.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in Wetgevingszone - wijzigingsgebied 2 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); c. aan de hand van specifieke onderzoeken aan wordt getoond dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; d. de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet onevenredig worden geschaad; e. het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; f. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het de verkavelingsprincipes op blokniveau van het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020; g. de maximale bouwhoogtes en bouwgrenzen worden aangehouden zoals aangegeven op de kaart die als Bijlage 3 bij de regels is opgenomen; en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: h. de woonsituatie; i. het straat- en bebouwingsbeeld; j. de verkeersveiligheid; k. de sociale veiligheid; l. de milieusituatie; m. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 21.5

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3

Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding 'Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Gemengd' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. binnen de Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3 geldt dat: 1. uitsluitend de in de tabel genoemde functies zijn toegestaan; 2. per functie het maximum bruto vloeroppervlakte niet hoger mag zijn dan in de tabel is opgenomen:

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 53

Functie

maximum BVO

Wonen

58.300

Creatieve functies

1.000

Bedrijven

3.500

Maatschappelijke voorzieningen

2.050

Horeca III of IV

150

b. het aantal woningen mag niet meer bedragen dan 600; c. naast de in de tabel genoemde functies mogen gronden worden ingericht ten behoeve van groen, water, nutsvoorzieningen en verkeer. 21.5.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in Wetgevingszone - wijzigingsgebied 3 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; b. wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); c. aan de hand van specifieke onderzoeken aan wordt getoond dat sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat; d. de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet onevenredig worden geschaad; e. het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; f. de oppervlakte ten behoeve van bedrijven (nutsvoorziening) niet meer bedraagt dan 300 m2' g. de horeca in de plaats komt van de bestemming Horeca zoals opgenomen in artikel 6 onder a.; h. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het de verkavelingsprincipes op blokniveau van het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: i. de woonsituatie; j. het straat- en bebouwingsbeeld; k. de verkeersveiligheid; l. de sociale veiligheid; m. de milieusituatie; n.

de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 21.6

Wetgevingszone - wijzigingsgebied 4

Burgemeester en wethouders zijn overeenkomstig artikel 3.6 van de Wet ruimtelijke ordening bevoegd om ter plaatse van de aanduiding Wetgevingszone - wijzigingsgebied 4' het plan zodanig te wijzigen dat de bestemming van de gronden wordt gewijzigd in de bestemming 'Groen', 'Water', 'Tuin' en 'Verkeer' met in achtneming van de volgende wijzigingsregels: a. de gronden zijn bestemd voor: Gemeente Amsterdam

blz. 54

1. de aanleg en het in stand houden van een park, plantsoenen, groenvoorzieningen, verkeer, extensief dagrecreatief gebruik, openbare ruimte, waterlopen en waterpartijen, oevers, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, bruggen en andere kunstwerken; 2. het verwijderen van één liglaats, inclusief de daarbij behorende tuinen en ontsluitingen ten behoeve van de aansluiting van het park aan het water van Zijkanaal I; 3. nutsvoorzieningen met een oppervlakte van maximaal 300 m2. 21.6.1 Voorwaarden Van de wijzigingsbevoegdheid als bedoeld in Wetgevingszone - wijzigingsgebied 4 wordt alleen gebruik gemaakt indien: a. b. c. d.

wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid; wordt voldaan aan de Wet geluidhinder (Wgh); de belangen van de netbeheerders van de aanwezige nutsvoorzieningen niet worden geschaad; het verhaal van de kosten over de grondexploitatie van de in het plan begrepen gronden is zeker gesteld; e. het wijzigingsplan in overeenstemming is met het stedenbouwkundig plan dat als onderdeel van de Investeringsnota Klaprozenbuurt is vastgesteld door de gemeenteraad op 22 januari 2020. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: f. g. h. i. j.

het straat- en bebouwingsbeeld; de verkeersveiligheid; de sociale veiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden.

bestemmingsplan_Klaprozenbuurt (vastgesteld)

blz. 55

Artikel 22

Algemene afwijkingsregels

Indien niet op grond van een andere bepaling van deze planregels een omgevingsvergunning voor het afwijken van de bouwregels en/of gebruiksregels kan worden verleend, kan bij omgevingsvergunning worden afgeweken van de desbetreffende regels van het plan zodat; a. in het plangebied de volgende bebouwing wordt toegestaan: 1. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen, met een maximum bouwhoogte van 6 meter en een maximum vloeroppervlak van 25 m2, met dien verstande dat slechts mag worden gebouwd in de openbare ruimte indien is aangetoond dat situering van nutsvoorzieningen in bestaande bebouwing niet mogelijk is, alsmede 2. waterbergbezinkbassins, alsmede 3. gebouwen ten behoeve van algemene nutsvoorzieningen, met een maximum bouwhoogte van 5 meter en een maximum vloeroppervlak van 25 m2, alsmede 4. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, vrijstaande muren, erfafscheidingen, straatmeubilair, geluidwerende voorzieningen, bruggen, steigers, duikers en andere waterbouwkundige constructies; b. geringe afwijkingen welke in het belang zijn van een ruimtelijk of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, worden toegestaan, mits de afwijking in situering niet meer dan 2 meter bedraagt; c.

de in de planregels toegestane maximale bouwhoogten in geringe mate worden overschreden, doch de betrokken bouwhoogte met niet meer dan 1 meter wordt vergroot; d. de in de planregels toegestane maximale bouwhoogten, anders dan bedoeld in c, met ten hoogste 3 meter worden overschreden ten behoeve van lift- en trappenhuizen en technische ruimten, zoals centrale verwarminginstallaties of koelinstallaties, en ten hoogste 5 meter ten behoeve van schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, antennes en voorzieningen voor de opwekking van duurzame energie zoals zonnepanelen en windmolens; e. de bebouwingsgrenzen en/of bestemmingsgrenzen worden overschreden tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van balkons, bordessen, galerijen, luifels, buitentrappen en lift- en trappenhuizen, geluidwerende vliezen en andere ondergeschikte delen van gebouwen.

Gemeente Amsterdam

blz. 56

Artikel 23 23.1

Algemene wijzigingsregels

Algemeen

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd om het bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat: a. bestemmingsgrenzen worden overschreden, voor zover dit van belang is voor een technisch betere realisering van bestemmingen of bouwwerken dan wel voor zover dit noodzakelijk is in verband met de werkelijke toestand van het terrein. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; b. bestemmingsgrenzen worden overschreden voor zover dit van belang is voor het beloop van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate ten behoeve van de verkeersveiligheid en/of –intensiteit. De overschrijding mag echter niet meer bedragen dan 3 meter en het bestemmingsvlak mag met niet meer dan 10% worden vergroot; c. de Staat van bedrijfsactiviteiten zoals opgenomen in de bijlage bij deze regels wordt gewijzigd, ten behoeve van het toevoegen en schrappen van soorten bedrijven en het veranderen van de categorie-indeling van bedrijven, indien technologische ontwikkelingen of vernieuwde inzichten ten aanzien van de milieugevolgen van soorten bedrijven hiertoe aanleiding geven; d.

de bepalingen in de voorafgaande artikelen worden aangepast, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen, indien deze wettelijke regelingen na het tijdstip van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan worden gewijzigd. 23.2

Detailhandel

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door een of meerdere aanduidingsvlakken 'detailhandel' te verplaatsen binnen het plangebied, met dien verstande dat: a. het totale bruto vloeroppervlak van bestaande detailhandel binnen het bestemmingsplan gelijk blijft; b. de verplaatsing alleen is toegestaan naar de bestemmingen 'Gemengd' of binnen wijzigingsgebied I en II. en geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: c. d. e. f. g. h. i.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10194095/1