3. Inspraaknota GEANOMIMISEERD.pdf
Tekst van het document
Bepalend voor die aanvaardbaarheid is dat de toekomstige bebouwing op het erf niet verder richting het oosten reikt dan de nu aanwezige bebouwing. Met de nu opgenomen bouwvlakken wordt daaraan voldaan. Van een aantasting van zichtrelaties vanuit Durgerdam richting Ransdorp en vice versa is daarmee geen sprake. Opmerking 14
22
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
In het beeldkwaliteitsplan staat dat op de woning aan de Durgerdammerdijk 138A een kap kan worden aangebracht. Inspreker stelt daarom voor de maximale bouwhoogte te verhogen van 3,5 naar 6 meter, bij een maximale goothoogte van 3 meter. Beantwoording Voor de bedoelde woning is het uitgangspunt om te voorzien in het vergunde gebouw Daarbinnen heeft de woning een kap, zij het een lage kap, en is de bouwhoogte niet meer dan 3,5 meter. Het voorstel van de inspreker wordt niet overgenomen. Opmerking 15 Inspreker vraagt of in de bestemming Wonen – 2, de bestemming voor de woning aan de Durgerdammerdijk 138A, niet het oppervlak voor het bijgebouw ontbreekt. Beantwoording Binnen deze bestemming zijn bijgebouwen alleen toegestaan binnen het bouwvlak. Dit bouwvlak is dusdanig beperkt van omvang dat daarmee de mogelijkheid voor het bouwen van bijgebouwen afdoende afgeperkt wordt. Een nadere kwantificering is daarom niet nodig. Inspreker 7 Opmerking 1 De melkveehouderij in het plangebied wordt volgens de inspreker na verplaatsing voortgezet aan de Liergouw. De beleidsintentie, uit de Beleidsvisie en Toetskader Stadsrandpolder Waterland, dat Waterland een open, recreatief aantrekkelijk landschap moet blijven met een goede recreatieve ontsluiting, belangrijke natuurwaarden (met name de weidevogels) en duidelijk zichtbare cultuurwaarden wordt daarmee niet gediend.
Ook de in de ruimte voor ruimteregeling genoemde verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het landelijk gebied wordt hierbij niet gediend. Immers, de storende, agrarische bebouwing achter het lint van Durgerdam wordt opgeruimd, maar slechts circa een kilometer verder wordt in het open veenweidegebied een nieuwe bedrijfsvestiging gebouwd, terwijl op de huidige locatie een aantal woningen wordt gerealiseerd. Beantwoording Tot het voorjaar van 2018 heeft het verplaatsen van de melkveehouderij in het plangebied naar een nieuwe locatie aan de Liergouw onderdeel uitgemaakt van het initaitief. Vanwege het wegvallen van de financiering heeft de initiatiefnemer dat deel van het plan moeten laten varen. Of en waar het bedrijf een andere plek krijgt, is nu onbekend. Voor het plangebied wordt in ieder geval ingezet op het beëindigen van de bedrijfsvoering ter plaatse. Daarmee kan ter plekke een grote kwaliteitswinst worden behaald. Een nieuwe bedrijfslocatie aan de Liergouw maakt dus geen onderdeel uit van het bestemmingsplan. Van een mogelijke aantasting van natuur- en landschapswaarden aan de Liergouw, zoals benoemd in de de Beleidsvisie en Toetskader Stadsrandpolder Waterland, is dan ook niet geen sprake. Opmerking 2 Een voorwaardelijke verplichting tot sloop van de bestaande opstallen ontbreekt in het bestemmingsplan. Als gevolg daarvan is niet voorkomen dat er sprake kan zijn
23
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
van ongewenste grondspeculatie. Het bestemmingsplan dient pas van kracht te worden na sloop van de bedrijfsbebouwing (zie de ruimte voor ruimteregeling). Beantwoording In artikel 7.4 is een voorwaardelijke verplichting opgenomen die bepaald dat het bouwen en gebruiken van de nieuwe woningen in het plangebied alleen is toegestaan als de bestaande agrarische bedrijfsbebouwing is gesloopt. In de voorwaarde, die inspreker mist, is dan ook reeds voorzien. Dat dit in kan houden dat de agrarische gebouwen nog enige tijd blijven staan, is in overeenstemming met de ruimte voor ruimteregeling. Bepalend is of een bestemmingsplan voldoende zekerstelt dat de agrarische bebouwing gesloopt wordt. Dat is met de genoemde verplichting het geval. Opmerking 3 De woningbouw in het plangebied past niet het beschermde dorpsgezicht van Durgerdam. Het dorpsgezicht wordt immers expliciet omschreven als een lint van (grotendeels) houten huizen gekoppeld aan het dijklichaam. Van een koppeling aan het dijklichaam is in het plan geen sprake. De nieuwe bebouwing verstoort het zicht vanuit Waterland op het dijklint. De bestaande bebouwing doet dat ook, maar dat is vanouds al aanwezig. Beantwoording Bij de uitwerking van het bestemmingsplan is rekening gehouden met de waarden die met de aanwijzing als beschermd stadsgezicht beschermd worden.
Daarom is een van de uitgangspunten het instandhouden van het ruimtelijke contrast tussen de woningen op de wijk en het agrarische erf aan de voet van de dijk. Hiermee wordt de huidige ruimtelijke structuur gehandhaafd. Die structuur wordt zelfs versterkt. Door dat het erf in de nieuwe situatie smaller wordt dan in de bestaande situatie, wordt de landschappelijke openheid achter de woningen op de dijk beter zichtbaar. De nieuwe woningen passen in het beschermde dorpsgezicht. Opmerking 4 In de bijlage ‘Afdoend Onderzoek’ bij het voorontwerpbestemmingsplan is het gevolg van de bedrijfsverplaatsing voor het plangebied onderzocht. Uitdrukkelijk is gesteld dat het gevolg van de verplaatsing voor het weidevogelleefgebied niet onderzocht is. De invloed van de bedrijfsverplaatsing en de herbestemming van de huidige locatie op het ecosysteem is daarmee onvoldoende onderzocht. Beantwoording Zoals bij opmerking 1 toegelicht, maakt een bedrijfsverplaatsing geen onderdeel meer uit van het planvoornemen. In dat licht is het aangehaalde onderzoek overcompleet en is het niet relevant of de gevolgen van de verplaatsing voor weidevogelleefgebied wel of niet onderzocht zijn. Voor de herbestemming van de agrarische bedrijfslocatie in het plangebied geldt dat die deels in weidevogelleefgebied ligt, dat beschermd is op grond van de Provinciale Ruimtelijke Verordening.
Negatieve effecten zijn echter niet aan de orde. Op de plekken waar de nieuwe woningen komen, voorziet het geldende bestemmingsplan reeds in (veel meer) bebouwing. Ook wordt een deel van het agrarische bouwperceel ‘teruggegeven’ aan het landschap en weer ingericht als weiland. Daarmee kan een verbetering voor weidevogels worden bereikt.
24
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
Wel is naar aanleiding van de inspraakreactie geconstateerd dat de beschrijving van de gevolgen voor het weidevogelleefgebied niet goed weergegeven zijn in de plantoelichting en het natuuronderzoek daarbij. Dit is gecorrigeerd. Opmerking 5 De redenatie, dat het bestemmingsplan niet leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, gaat om een aantal redenen niet op. De onderbouwing is op dat punt onvolledig en onjuist. Allereerst is daar de uitspraak van de Raad van State met betrekking tot de stikstofdepositie.Hangende verdere besluitvorming geldt dat voor iedere activiteit die mogelijk kan leiden tot stikstofdepositie een onderzoek noodzakelijk is. Daarnaast geldt dat de gemeente Amsterdam vooralsnog een dergelijk onderzoek verlangt. Stellen dat de nieuwe bestemming minder stikstofdepositie als gevolg heeft dan de eerdere gaat niet op omdat de nieuwe bedrijfsvestiging in de buurt van de verlaten locatie ligt. Daarnaast geldt dat de weidegronden in gebruik blijven. Voor het beweiden en bemesten is een vergunning nodig op grond van de Wet natuurbescherming. Beantwoording De punten die inspreker aandraagt, hebben geen betrekking op de luchtkwaliteit maar op de eventuele gevolgen op Natura 2000-gebieden door de depositie van stikstof. Ook voorziet het bestemmingsplan niet in een nieuwe bedrijfsvestiging.
De opmerkingen geven dan ook geen aanleiding om de conclusies ten aanzien van luchtkwaliteit aan te passen. Opmerking 6 Voor de bouw van de woningen is een bodemonderzoek noodzakelijk. Het onderzoek naar en de mogelijke aanwezigheid van PFAS kan leiden tot ernstige vertraging en kostenverhoging met als gevolg dat de basis exploitatieberekening die aan het hele project ten grondslag lig zal moeten worden herzien. Beantwoording In het kader van het bestemmingsplan is verkennend bodem- en asbestonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is een bijlage bij de plantoelichting. Hiermee is de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voldoende aangetoond. Uit het onderzoek blijkt dat bodem grotendeels van voldoende kwaliteit is om de woningen te kunnen realiseren. Op enkele plekken zijn wel bodemverontreinigingen aangetroffen. Middels nader onderzoek zal dat verder onderzocht moeten worden en, zo nodig, gesaneerd. Dat zal in het kader van de sloop van de bestaande bebouwing en/of de bouw van de woningen plaatsvinden. Opmerking 7 In een bijlage bij de plantoelichting is een vergelijking gemaakt tussen de bestaande en nieuwe verkeersgeneratie. Die vergelijking is onvolledig. In de vergelijking wordt uitgegaan van 5 woningen. Dat terwijl het plan voorziet in zes woningen. Ook worden de bedrijfswoning en een voormalige noodwoning herbenoemd tot woning. Er is dus sprake van 7 à 8 woningen.
Ook missen 12 openbare parkeerplaatsen en de mogelijkheid voor kleinschalige, huisgebonden beroepsuitoefening in de berekening. Inspreker becijfert een verkeerstoename van 25 verkeersbewegingen. De vraag is
25
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
volgens inspreker of de uitrit-situatie op de Durgerdammerdijk veilig kan worden opgelost.
Beantwoording In de paragraaf over luchtkwaliteit, paragraaf 4.8, wordt vermeld dat het bestemmingsplan voorziet in zes woningen. Dat is niet echter niet correct. De genoemde paragraaf is gecorrigeerd. Het bestemmingsplan voorziet in 5 nieuwe woningen, naast het tot burgerwoning bestemmen van de bedrijfswoning en het inpassen van de bestaande woning aan de Durgerdammerdijk 138A. Die laatste twee woningen betreffen bestaande woningen en leiden daarmee niet tot meer verkeer. Bij de verdere uitwerking van het bestemmingsplan tot een ontwerpbestemmingsplan is duidelijk geworden dat de genoemde mogelijkheid voor 12 openbare parkeerplaatsen niet nodig is en niet verder ingevuld gaat worden. Die mogelijkheid is daarom komen te vervallen in het bestemmingsplan. De aangehaalde bijlage is hierop ook bijgewerkt. Die memo geeft daarmee een goed beeld van de te verwachten verkeersgeneratie. In de nieuwe situatie zal de verkeersgeneratie toenemen met 7 verkeersbewegingen per dag. De nieuwe verkeersgeneratie kan goed en voldoende veilig worden afgewikkeld via de huidige in-/uitrit op de Durgerdammerdijk. Opmerking 8 Volgens inspreker wordt gesteld dat de 12 openbare parkeerplaatsen kunnen bijdragen aan een vermindering van de parkeerdruk op de dijk. Op dit moment parkeren 30 buren op het terrein.
De nieuwe situatie geeft dus een verslechtering van 18 parkeerplaatsen ten opzichte van de bestaande situatie. Beantwoording Het gebruik van het plangebied voor het parkeren van omliggende woningen en de jachthaven in Durgerdam is niet toegestaan op grond van het geldende bestemmingsplan. Zoals eerder al toegelicht, is de mogelijkheid om 12 openbare parkeerplaatsen te maken komen te vervallen. Die keuze is mede ingegeven doordat de parkeerdruk op de bestaande en toegestane parkeervoorzieningen in Durgerdam aanvaardbaar is. In de nieuwe situatie zullen de huidige parkeerders hun auto’s elders moeten parkeren. Omdat het nu om niet-vergunde parkeerruimte gaat, is dat een logisch en aanvaardbaar gevolg.
1.3 Inhoudelijke behandeling overlegreacties Provincie Noord-Holland Opmerking De provincie is verheugd te zien dat de initiatiefnemer het aantal woningen heeft teruggebracht naar vijf. De hoeveelheid bebouwing past nu goed op de locatie. Het doorzicht naar achteren is gegarandeerd en de ontsluitingsweg past goed bij het karakter van een erf. Het parkeren is goed opgelost en er is aandacht voor (inheemse) erfbeplantingen en afscheidingen. De voorgestelde opzet van de woningen past goed bij het karakter van een erf, er is geen sprake van een buurtje. De bebouwing heeft een kwalitatieve uitstraling waarbij de geschiedenis van de plek
26
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
weerspiegelt in de architectuur, zonder historiserend te zijn. Het geheel is voldoende gevisualiseerd en geeft een goede indruk van de toekomstige situatie. Beantwoording De opmerking wordt voor kennisgeving aangenomen. Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier Opmerking 1 Een gedeelte van het plangebied bevindt zich in de beschermingszone van de primaire waterkering. De (enige) ontsluiting van het plangebied is op de Durgerdammerdijk. Het hoogheemraadschap ziet hierbij met name een uitdaging in de bereikbaarheid voor de aan- en afvoer van bouwmaterieel en -materiaal over deze dijkweg door Durgerdam met zijn beperkingen. Daarnaast is de Alliantie Markermeerdijken bezig met de planvoorbereiding voor de versterking van de Durgerdammerdijk. Voor de uitvoering van dit woningbouwplan dient goede afstemming met de Alliantie plaats te vinden. Beantwoording De aan- en afvoer van bouwmaterieel en –materiaal zal inderdaad binnen de beperkingen moeten plaatsvinden die de omgeving daaraan stelt. De initiatiefnemer is zich daarvan van bewust. Daarom beziet hij momenteel nu al of het mogelijk is om zand aan te voeren over water. Ook wat ons en de initatiefnemer betreft is het daarbij logisch dat afstemming plaatsvindt met de planning voor de dijkversterking. Hierbij is de kans overigens aanwezig dat de realisatie van het project pas start als de dijkversterking al is uitgevoerd.
Opmerking 2 In de bestaande situatie ligt er achter de woningen langs de Durgerdammerdijk een waterloop met als streefpeil NAP-1,56 meter (Waterlandsboezempeil). Het agrarische gebied ten noorden van de waterloop betreft een particuliere peilafwijking met een streefpeil van circa NAP -2,70 meter (exact peil nog nader te bepalen). Deze onderbemaling heeft een pomp welke aan de oostkant van de planlocatie zijn overtollig water uitslaat op het waterlandsboezempeilgebied. In het bestemmingsplan van het nieuwe woningbouwplan is een nieuwe waterloop voorgesteld. Het hoogheemraadschap heeft sterke bedenkingen bij het creëren van een eigen peilgebied in de randsloot waarbij de bemaling middels twee pompen plaats vindt. Ten aanzien van het watersysteem gaat het hoogheemraadschap graag in nader overleg met de gemeente om te komen tot een robuust, toekomstbestendig watersysteem. Waterhuishoudkundig gezien is het ideaal plaatje dat de nieuw te graven waterloop op het waterlandsboezempeil wordt aangelegd. Gezien de huidige maaiveldhoogte zal dit wel een ophoging van het plangebied betekenen. Daarnaast dient ook noordelijk van deze nieuwe waterloop dan een kade worden aangelegd om te voorkomen dat de agrarische percelen onderlopen. Aan de westzijde zou de waterloop dan nog doorgetrokken moeten worden naar de dijksloot om een doorstromende ringsloot om het plangebied te realiseren.
Het voorgestelde tussenpeil met eigenbemaling lijkt het hoogheemraadschap geen robuuste oplossing. Dan is het beter om het tussenpeil te laten overstorten in de onderbemaling welke dan weer loost op het waterlandsboezempeil. Er dient dan nog wel een inlaat op het tussenpeil te komen om deze in droge perioden te kunnen voeden. Verder dient er een akkoord te zijn van de eigenaar van de agrarische
27
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
percelen dat deze ook de bemaling van het afstromende water van het 'stedelijk gebiedje' voor zijn rekening neemt. Blijft de bestaande onderbemalingspomp op dezelfde locatie? En is deze dan nog bereikbaar voor de agrariër/beheerder van de pomp. Mogelijk kan het tussenpeil worden aangesloten op het omringende peilgebied (5520-3) met een streefpeil van NAP-1,85 meter. Met de nieuw bestemde waterloop lijken er aan de westzijde van het plangebied 3 parallel waterlopen vlak naast elkaar te ontstaan. Maar waarschijnlijk wordt de middelste hiervan dan waarschijnlijk gedempt. De afvoer van de agrarische percelen richting de onderbemalingspomp dient echter wel in tact te blijven. Alternatief kan nog zijn om geen nieuwe waterloop aan te leggen of de waterloop op het zelfde waterpeil als de huidige onderbemaling aan te leggen. Dit voorkomt aanleg van stuwen en inlaten en zorgt voor een eenvoudiger beheerbaar watersysteem. Verder dient er bij de inrichting van het plangebied aandacht te zijn voor het tegengaan van maaivelddaling in de veenweidengebieden. Beantwoording Naar aanleiding van de vooroverlegreactie is overleg gevoerd tussen hoogheemraadschap, initiatiefnemer en gemeente. In dit kader is het beoogde watersysteem aangepast om tot een robuustere en goed beheerbare oplossing te komen.
Dit is zodanig gedaan dat enerzijds te grote ophogingen van het plangebied niet nodig zijn en anderzijds dat toekomstige peilverhogingen niet onmogelijk worden gemaakt (in het gebied met het peil van 2,70 onder NAP). De uiteindelijke oplossing is dat de ‘ringsloot’ rond het plangebied hetzelfde peil krijgt als het noordoostelijk gelegen gebied: 1,85 onder NAP. Deze sloot wordt gevoed met een inlaat vanaf de sloot langs de Durgerdammerdijk. Deze inlaat was eerst niet voorzien en maakt het mogelijk dat het water kan circuleren in de nieuwe sloot. De bestaande twee sloten ten westen van de geplande sloten worden gedempt. In de noordoostelijke hoek loopt de ‘ringsloot’ over in de bestaande sloot langs de noordoostgrens van het plangebied, die een peil heeft van 2,70 meter onder NAP. Het peilverschil wordt hier gehandhaafd en overbrugt met een nieuwe stuw. De bestaande sloot sluit ter hoogte van de bestaande woning op nummer 138 aan op de sloot langs de Durgerdammerdijk. Het peilverschil wordt daar overbrugt met de al aanwezige (onderbemalings)pomp. De genoemde inlaat en de nieuwe stuw komen in beheer bij het hoogheemraadschap. De pomp blijft in beheer van de eigenaar.
Met dit beschreven systeem, op het kruispunt van drie verschillende waterpeilen, is een oplossing gevonden die robuust en toekomstbestendig is en die het mogelijk maakt dat de nieuwe woonpercelen, in aansluiting op de aanwezige, ruimtelijke kwaliteiten, lager liggen dan de woonpercelen op en aan de Durgerdammerdijk. Opmerking 3 Gezien de onzekerheid over de waterloop adviseert het hoogheemraadschap om de bestemming 'water' niet op de verbeelding aan te geven maar water mogelijk maken binnen de andere bestemming 'wonen' en 'agrarisch' om zo meer flexibiliteit te hebben voor de toekomstige waterinrichting. Beantwoording Naar aanleiding van het gevoerde overleg, zie opmerking 2, is de onzekerheid over de loop van de nieuwe watergang niet aan de orde. Dit maakt het ook mogelijk om de te nieuwe watergang ook specifiek te bestemmen en zo de beoogde ruimtelijke
28
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
structuur te borgen in het bestemmingsplan. De nieuwe watergang houdt dan ook een ‘eigen’ bestemming in het bestemmingsplan. Opmerking 4 Voor nieuwe ontwikkelingen heeft het hoogheemraadschap vanuit toekomstbestendigheid het uitgangspunt dat woningbouw niet in een bestaande onderbemaling wordt gerealiseerd. Bij een te laag vloerpeil is er eerder kans op wateroverlast/inundatie van de woningen in geval van extreme neerslagsituaties of bijvoorbeeld kadebreuk (van de particuliere onderbemaling). Het hoogheemraadschap adviseert het vloerpeil van de woningen dus met voldoende drooglegging ten opzichte van het waterlandsboezempeil NAP-1,56 meter te ontwerpen. Beantwoording Zoals uit opmerking 2 volgt, wordt voor het plangebied uitgegaan van een peil van 1,85 meter onder peil. Met dit peil is het mogelijk de woningen met voldoende drooglegging te kunnen realiseren. Opmerking 5 In de toelichting wordt gesteld dat de nieuwe waterloop tevens benodigd is voor de watercompensatie. Echter, door de afname van verharding is er geen verplichting tot watercompensatie op deze locatie. Wel dient de genoemde demping van 140 m² te worden gecompenseerd. Afhankelijk van de keuze van het waterpeil in de aan te leggen waterloop is verrekening met de verharding en wateroppervlak met de nieuwe agrarische woonkavel mogelijk.
Beantwoording Naar aanleiding van de opmerking, is de benogde watercompensatie opnieuw bepaald. Alleen de demping van twee sloten ter hoogte van de zuidwestelijke plangrens, van in totaal 140 m² dient gecompenseerd te worden. Dit wordt gedaan door de nieuwe ‘ringsloot’ rond de nieuwe woonpercelen. Omdat de benodigde compensatie kleiner is dan waarvan eerst werd uitgegaan, is deze nieuwe sloot versmald tot een breedte die gangbaar is in de omgeving: 3 meter. De waterbestemming is hierop overeenkomstig aangepast. Met deze smallere breedte wordt nog steeds ruimschoots voorzien in de benodigde watercompensatie. Opmerking 6 Hoe blijft de toekomstige bereikbaarheid van de agrarische percelen geborgd? Via het plangebied of via de nieuwe locatie van de betreffende agrariër? De groenstrook langs de dijksloot dient op voldoende afstand van de dijksloot te blijven zodat onderhoud van de dijksloot vanaf de oever mogelijk blijft. Het onderhoud van de waterlopen in het plangebied ligt namelijk bij de aangrenzend eigenaren.
Beantwoording De agrarische percelen blijven via het plangebied bereikbaar. In de huidige situatie wordt de dijksloot handmatig onderhouden. Dat is in de praktijk goed te doen. Deze wijze van onderhoud wordt in de nieuwe situatie voortgezet. Dit maakt het ook mogelijk dat de nieuwe groenstrook direct naast de dijksloot komt te liggen.
29
Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid
Inspraak- en overlegnota
Opmerking 7 Zoals aangegeven in de waterparagraaf dient het afstromende regenwater zoveel mogelijk (vertraagd) richting het oppervlaktewater af te stromen. Het huishoudelijk afvalwater dient aangesloten te worden op het gemeentelijk rioolstelsel welke aanwezig is langs de Durgerdammerdijk.
Beantwoording Deze opmerkingen sluiten geheel aan bij de uitgangspunten die voor het bestemmingsplan zijn gehanteerd.
Opmerking 8 In de toelichting van het bestemmingsplan dient bij het beleidskader de Keur 2016 en het waterprogramma 2016-2021 worden opgenomen. En tevens de beleidsnota waterkeringen 2012-2017 nog opnemen.
Beantwoording Aan de toelichting is een beschrijving van de genoemde beleidsdocumenten toegevoegd. Opmerking 9 Binnen artikel 7 Wonen -1 worden onder 7.1.b ook steigers toegestaan. Terwijl binnen artikel 6 Water onder 6.3.b juist geen terrasvlonders zijn toegestaan. Het hoogheemraadschap adviseert om steigers boven water in beiden bestemmingen niet toe te staan. Vlonders boven land zouden wel kunnen binnen artikel 7 Wonen-1. Binnen artikel 10 Waterstaat – Waterkering nog toevoegen dat er voor werkzaamheden binnen deze dubbel bestemming altijd schriftelijk advies ingewonnen dient te worden bij de waterkeringbeheerder.
Beantwoording Uit de aangehaalde bepaling in de bestemming Wonen – 1 zijn ‘steigers’ verwijderd en aan de waterbestemming is ter verduidelijking toegevoegd dat steigers niet zijn toegestaan. Hiermee worden steigers boven oppervlaktewater voorkomen. Met de bestemming Waterstaat – Waterkering wordt de waterhuishoudkundige functie van de Durgerdammerdijk beschermd. De voorwaarden en plichten die daarbij horen volgen al uit de keur van de hoogheemraadschap. In het bestemmingsplan worden daarvoor dan ook een geen verdere eisen gesteld, zoals een vergunningplicht voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden. Brandweer Amsterdam-Amstelland Opmerking 1 Voor Brandweer Amsterdam-Amstelland is er geen aanleiding om in het kader van externe veiligheid inhoudelijk te reageren.
Beantwoording De reactie wordt voor kennisgeving aangenomen.
30