3. IJburg 2e fase - Strandeiland_Toelichtingklein.pdf
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam
blz. 100
4.3.1
Inleiding
In een MER wordt gewoonlijk gekeken naar drie situaties: de huidige situatie, de referentiesituatie en de plansituatie. De huidige situatie is dan de feitelijke situatie zoals het nu is. De referentiesituatie is de huidige situatie aangevuld met de nu bekende autonome ontwikkelingen. De plansituatie is de autonome situatie aangevuld met de voorgenomen activiteit. Voor dit MER gelden voor de referentiesituatie en de voorgenomen activiteit de volgende belangrijke uitgangspunten: De referentiesituatie is het plan IJburg 2e fase uit 2009 dat gerealiseerd kan worden op basis van het vigerende bestemmingsplan. Het landmaken voor Strandeiland is reeds vergund. Realisatie van Centrumeiland is reeds gestart. Landmaken en Centrumeiland zijn daarmee autonome ontwikkelingen en dus onderdeel van de referentiesuatie en niet van de voorgenomen activiteit. De voorgenomen activiteit is het gewijzigde (stedenbouwkundige) plan voor Strandeiland. De realisatie van de voorgenomen activiteit vindt plaats in 2 fases: fase 1 in 2034, fase 2 in 2038. Buiteneiland wordt in het nieuw vast te stellen bestemmingsplan niet meegenomen. De realisatie van Buiteneiland is wel onderdeel van IJburg 2e fase en wordt op termijn ook uitgevoerd. Daarom zijn de effecten van de realisatie van Buiteneiland wel globaal en worst case meegenomen (= maximaal programma) als onderdeel van de voorgenomen activiteiten.
Zoals uit de uitgangspunten blijkt, lopen er momenteel al enkele ontwikkelingen (landmaken, realisatie Centrumeiland) die het moeilijk maken om voor dit MER een realistische 'foto' te maken van de huidige situatie. Veel meer dan normaal zal deze foto er over een aantal weken/maanden weer heel anders uitzien op voor dit MER cruciale punten (bebouwingsdichtheid, ruimtelijke inrichting, verkeersintensiteiten, etc.). Voor dit MER is daarom gekozen voor een huidige situatie die in de toekomst ligt: de situatie zoals die is als het landmaken is afgerond en ook Centrumeiland is gerealiseerd. Dus feitelijk de autonome situatie, zonder het volledig realiseren van hetgeen mogelijk is conform het bestemmingsplan uit 2009. Omdat dit niet meer echt als 'huidige' situatie te beschouwen is, noemen we deze situatie in dit MER verder de 'autonome situatie (zonder bp 2009)'. Voor een enkel aspect geldt echter dat vanuit wet- en regelgeving een toets nodig is op de feitelijk huidige situatie. Daar waar dat van toepassing is wordt daar specifiek op ingegaan en zal dus wel de term 'huidige situatie' worden gebruikt. De referentiesituatie in de paragrafen 'MER' is vervolgens de autonome situatie waarbij de planologische situatie zoals mogelijk gemaakt in het bestemmingsplan uit 2009 óók is gerealiseerd ('autonome situatie, inclusief bp 2009').
Daar waar in de paragrafen 'MER' wordt gesproken over 'referentiesituatie' wordt dus deze autonome situatie, inclusief bp 2009 bedoeld. Samengevat komen in bij de beschouwingen in het kader van het MER dus de volgende vier situaties voor: Huidige situatie: De situatie zoals die op dit moment buiten te zien is. Deze situatie is voor natuur van belang in verband met toetsing aan wet- en regelgeving. Autonome situatie (zonder bp 2009): De huidige situatie, aangevuld met het landmaken en de realisatie van Centrumeiland. Autonome situatie, inclusief bestemmingsplan 2009 (referentiesituatie): Naast het landmaken en realisatie van Centrumeiland is nu ook het volledige programma van IJburg 2e fase gerealiseerd. Dit is de situatie waarmee de effecten van het nieuwe voornemen worden vergeleken. Plansituatie: het nieuwe voornemen voor Strandeiland zoals vastgesteld in het Stedenbouwkundige plan 2019. In navolgende paragrafen worden eerst de huidige en referentiesituatie beschreven. Vervolgens wordt het planvoornemen beschreven en het alternatief dat in het MER wordt onderzocht.
bestemmingsplan_IJburg 2e fase - Strandeiland (vastgesteld)