3. Herstelonderzoek primair onderwijs Cheider.pdf
Tekst van het document
Joodse Kindergemeenschap Cheider
Herstelonderzoek
Datum vaststelling: 7 december 2021
Samenvatting
In de periode december 2019 – februari 2020 heeft de inspectie drie met elkaar samenhangende onderzoeken uitgevoerd op de scholen van de Stichting Joodse Kindergemeenschap Cheider (hierna het Cheider). Het ging om een onderzoek naar burgerschap, het herstelonderzoek sociale veiligheid en als derde een vierjaarlijks onderzoek naar het bestuur en scholen. Als onderdeel hiervan hebben we kwaliteitsonderzoeken op beide scholen uitgevoerd. Beide scholen werden toen als Onvoldoende beoordeeld, omdat de scholen tekortkomingen vertoonden in het aanbod en de sociale veiligheid voor leerlingen. Gelet op de door de Inspectie in de onderzoeken vastgestelde tekortkomingen is het besluit genomen om op 1 september 2020 de bekostiging gedeeltelijk op te schorten en in te houden.
Bestuur: Stichting Joodse Kindergemeenschap Cheider Bestuursnummer: 78457
School: Cheider primair onderwijs Totaal aantal leerlingen: 75 BRIN: 07AD
In de periode mei - juni 2021 hebben wij opnieuw onderzoek gedaan bij zowel de basisschool als de school voor voortgezet onderwijs. Dit rapport gaat over het herstelonderzoek bij de school voor primair onderwijs. De aanleiding voor dit onderzoek was de behandeling van de voorlopige voorziening betreffende de inhouding en opschorting van de bekostiging, waarin Cheider aangaf, na eerdere verbeteringen op het punt van de sociale veiligheid, nu ook het aanbod op orde te hebben. Dat betekent dat de Inspectie bij dit onderzoek specifiek heeft gekeken naar de nog openstaande herstelopdrachten en daarnaast de standaarden op schoolniveau heeft beoordeeld. Wij beoordelen de kwaliteit van het onderwijs op deze school nu als voldoende. De school laat belangrijke verbeteringen zien, maar dient ook nog een aantal belangrijke stappen te zetten opdat de kwaliteit van het onderwijs verder verbetert en geborgd wordt. Wat is verbeterd? Het Cheider voldoet nu aan de herstelopdrachten die samenhangen met de bekostigingssancties. Daarnaast beoordelen wij de onderwijskwaliteit van voldoende niveau. De aspecten van onderwijskwaliteit die wij hebben beoordeeld, zijn alle van voldoende niveau. In vergelijking met het vorig onderzoek is nu het aanbod voor de leerlingen verbeterd. Waar we tijdens het vorig onderzoek nog concludeerden dat niet alle kerndoelen werden aangeboden, is dit nu wel het geval.
Dit geldt met name het kerndoel omtrent de
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
2/23
respectvolle omgang met seksualiteit, diversiteit en seksuele diversiteit. Voor de leerlingen uit de groepen 7 en 8 is hierin nu voorzien. Deze verbetering is mede van belang voor het versterken van de sociale veiligheid van leerlingen. Om deze sociale veiligheid voor leerlingen te versterken, heeft de school een veiligheidsbeleid dat ook bekend is bij het personeel. Onderdeel hiervan is dat de school jaarlijks de veiligheidsbeleving van de leerlingen meet. De uitkomsten hiervan gebruikt de directie om het gevoel van veiligheid onder de leerlingen verder te verbeteren. Dit was tijdens het vorige onderzoek nog niet zo.
Wat kan beter? Wij hebben binnen de standaarden verschillende zaken geconstateerd die beter kunnen. Allereerst bereft dit het voorkomen van verschillen in het aanbod voor de respectvolle omgang met seksualiteit en (seksuele) diversiteit tussen jongens en meisjes. Daarnaast is het goed een doorgaande leerlijn in het aanbod van groep 7 naar groep 8 en vervolgens naar het voortgezet onderwijs te ontwikkelen. Door de in gang gezette verbetering in het aanbod goed te borgen kan vervolgens de kennis, de weerbaarheid van leerlingen tegen grensoverschrijdend gedrag, en daarmee de sociale veiligheid verder versterkt worden. De school doet er ook goed aan de vertrouwenspersonen te laten functioneren zoals beschreven in het veiligheidsbeleid van de school. De school heeft nu twee vertrouwenspersonen voor de leerlingen; één voor de jongens en één voor de meisjes. In de praktijk blijkt echter dat de vertrouwenspersoon voor de meisjes niet als zodanig functioneert en beide vertrouwenspersonen zo goed als niet worden geraadpleegd. De aansturing op de school vraagt eveneens aandacht om beter zicht te krijgen op de daadwerkelijke kwaliteit van het onderwijs. Dit kan door meer aandacht te schenken aan het proces van heldere doelen stellen en deze vervolgens te evalueren.
In het stellen van doelen speelt het bestuur een belangrijke rol door hierover afspraken te maken met de school en criteria voor kwaliteit op te stellen. Het woordenschat onderwijs is gebaat bij een verdere ontwikkeling.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
3/23
Het consequent aanbieden van woordenschat is van belang vanwege de meertaligheid van veel leerlingen. Tenslotte is het belangrijk om het zicht op de ontwikkeling van leerlingen te versterken.
Wat gaat goed? De kwaliteit van het didactisch handelen is op orde. We zien dat de uitleg door de leraren van voldoende niveau is. Bovendien is er sprake van een prettig werkklimaat voor de leerlingen.
Hoe verder? De kwaliteit van het onderwijs hebben wij als voldoende beoordeeld. In het najaar van 2021 voeren wij een herstelonderzoek uit bij het bestuur gericht op de bewaking en borging van de sociale veiligheid van leerlingen. Tevens gaan wij dan na in welke mate het bestuur heeft voldaan aan de nog openstaande herstelopdrachten zoals verwoord in het eerdere rapport met vaststellingsdatum 15 mei 2020. Ten slotte besteden wij aandacht aan de in dit rapport opgenomen aanbevelingen. Onderzoeksactiviteiten op schoolniveau behoren hierbij tot de mogelijkheden.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
4/23
Inhoudsopgave
1.
Opzet van het herstelonderzoek
6
2.
Hoofdconclusie en vervolg
10
3.
Resultaten herstelonderzoek
12
4.
Reactie van het bestuur
19
Bijlage: Zienswijze van het bestuur
20
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
5/23
1 . Opzet van het herstelonderzoek Toezichthistorie De inspectie heeft in de periode mei en juni 2021 een herstelonderzoek uitgevoerd op het Cheider naar aanleiding van het oordeel onvoldoende in mei 2020. Dit oordeelde volgde op een langdurig en intensief traject rondom de kwaliteit van onderwijs en sociale veiligheid van leerlingen.
Specifiek onderzoek in 2018 In de periode mei-juli 2018 heeft de Inspectie van het Onderwijs (hierna ‘de inspectie’) in opdracht van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een specifiek onderzoek uitgevoerd naar de sociale veiligheid op de school, alsook naar het handelen van het bestuur, gericht op het borgen van sociale veiligheid. De conclusie van dit specifiek onderzoek luidde dat het bestuur, ondanks goede intenties, tekort schoot in de borging daarvan. Herstelonderzoek in 2019 De inspectie is in de periode januari – juli 2019 nagegaan wat de stand van zaken was met betrekking tot de herstelopdrachten uit het rapport van 2018. Samengevat luidde de conclusie dat negen maanden na het specifieke onderzoek naar de sociale veiligheid de noodzakelijke verbeteringen op het gebied van zowel de sociale veiligheid als het bestuurlijk handelen op de scholen van het Cheider nog niet volledig waren gerealiseerd en dat de scholen op essentiële punten nog steeds niet voldeden aan de wet. Verder werd tijdens het tussentijdse onderzoek vastgesteld dat er ook nauwelijks sprake was van verbetering, dat het bestuur onnodig veel tijd nam om aan de herstelopdrachten te voldoen, dat er te weinig bereidheid was tot veranderen bij het bestuur en er onvoldoende sprake was van urgentiebesef.
Vierjaarlijks onderzoek naar bestuur en scholen In de periode december 2019-februari 2020 heeft de inspectie gelijktijdig drie onderzoeken uitgevoerd: een herstelonderzoek naar de overgebleven herstelopdrachten na het hiervoor aangehaalde tussentijdse onderzoek in 2019, een vierjaarlijks onderzoek naar bestuur en scholen en een themaonderzoek 'Burgerschapsonderwijs en het omgaan met verschil in morele opvattingen'. Onderdeel van het vierjaarlijks onderzoek betrof een kwaliteitsonderzoek bij risico's bij beide scholen van Cheider. Deze kwaliteitsonderzoeken leidden, naast de conclusies op bestuursniveau, voor beide scholen tot het eindoordeel onvoldoende, omdat de scholen in onvoldoende mate de veiligheid van de leerlingen waarborgden (zie rapport met vaststellingsdatum 15 februari 2020). Bekostigingsmaatregel Bij besluit van 1 september 2020 heeft de minister voor Basis- en Voortgezet Onderwijs en Media de bekostiging van de scholen van
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
6/23
Cheider gedeeltelijk opgeschort. Bij de beschikking van 30 november 2020 heeft de minister de bekostiging vervolgens gedeeltelijk ingehouden. Cheider heeft de voorzieningenrechter verzocht de besluiten van 1 september 2020 en 30 november 2020 te schorsen. De voorzieningenrechter was van oordeel dat het belang van Cheider bij het voorkomen van onomkeerbare gevolgen zwaarder woog. Aanleiding werd gezien het verzoek van Cheider toe te wijzen. Bij de hoorzitting bij DUO op 15 december 2020 stelde Cheider aan de herstelopdrachten te voldoen. Om vast te stellen of hiervan inderdaad sprake is, was een onderzoek door de inspectie noodzakelijk. In afwachting van de uitkomst van dit herstelonderzoek, is de beslissing op bezwaar door DUO aangehouden. De hierboven beschreven toezichthistorie laat zien dat het de directie en het bestuur veel tijd kost om noodzakelijke verbeteringen te realiseren. Daarmee heeft het bestuur langere tijd onvoldoende zorg gedragen voor de kwaliteit van het onderwijs op de school waar het gaat om het naleven van de wettelijke eisen.
Inhoud herstelonderzoek De inspectie heeft in de periode mei en juni 2021 een herstelonderzoek uitgevoerd op het Cheider naar aanleiding van de door Cheider gedane uitspraak aan alle herstelopdrachten te voldoen. Dit rapport is de conclusie hiervan op schoolniveau.
Herstelopdrachten die geleid hebben tot de bekostigingsmaatregelen Door de Inspectie werd eerder vastgesteld dat Cheider niet (tijdig) aan drie herstelopdrachten had voldaan, waardoor de Inspectie gerechtigd was op 1 september 2020 de bekostiging op te schorten. Het ging om de volgende drie herstelopdrachten: 1. Het bestuur moet zorgen dat alle kerndoelen voor alle leerlingen volledig aan bod komen in het onderwijs, vooral wat betreft de aandacht voor de respectvolle omgang met seksualiteit en met diversiteit binnen de samenleving, waaronder seksuele diversiteit. Dat moet gebeuren door bevoegde docenten. 2. Het bestuur moet de sociale veiligheid van leerlingen waarborgen door de genoemde tekortkomingen op te heffen, en dat op duidelijke en ondubbelzinnige manier te doen. 3. Het bestuur corrigeert de omissies in het eerstvolgende jaarverslag (2019), te weten het onafhankelijk intern toezicht. In dit rapport gaan we na of en in hoeverre aan deze herstelopdrachten is voldaan. Standaarden herstelonderzoek Tijdens het kwaliteitsonderzoek naar risico's in 2020 beoordeelden wij op beide scholen de onderwijskwaliteit als Onvoldoende. Om opnieuw een eindoordeel te kunnen geven over de onderwijskwaliteit, onderzoeken we de als onvoldoende beoordeelde standaarden OP1 Aanbod en SK1 Veiligheid. We verifiëren de oordelen op de
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
7/23
kernstandaarden OP2 Zicht op ontwikkeling, OP3 Didactisch handelen en OR1 Resultaten. Wij vormen onze oordelen door de onderwijspraktijk van de school te toetsen aan de standaarden uit het onderzoekskader 2017 primair onderwijs die zijn gebaseerd op onderliggende wettelijke vereisten (de deugdelijkheidseisen).
Standaard
Onderzocht
Onderwijsproces OP1 Aanbod
●
OP2 Zicht op ontwikkeling
●
OP3 Didactisch handelen
●
Schoolklimaat ●
SK1 Veiligheid Onderwijsresultaten
●
OR1 Resultaten Kwaliteitszorg en ambitie KA1 Kwaliteitszorg
●
Overige wettelijke vereisten De deugdelijkheidseisen die niet aan een standaard in het waarderingskader zijn verbonden vatten we samen onder de noemer overige wettelijke vereisten (zie Onderzoekskader). Wij hebben de volgende vereisten onderzocht: • Aanwezigheid schoolgids art. 16, lid 2 en 3, WPO • Vrijwilligheid ouderbijdrage art. 13, lid 1 onder e, in samenhang met art. 40 WPO • Aanwezigheid meldcode kindermishandeling en huiselijk geweld art. 4b, WPO • Bevoegdheden personeel art 3 en 32 WPO • Managementstatuut en statuten t.a.v. 'halachische geschillen' artikelen 10 en 17b, eerste lid onder b en tweede lid, van de WPO • Schoolplan t.a.v. stelsel kwaliteitszorg art. 12, vierde lid, en art. 10 WPO • Klachtenregeling art. 13, eerste lid, onder f • Schoolgids t.a.v. resultaten onderwijs art. 13, eerste lid, onder a en e, WPO Onderzoeksactiviteiten Voorafgaand aan het herstelonderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs op beide scholen hebben wij op 22 april 2021 een gesprek gevoerd met de directie en een afvaardiging van het bestuur van het Cheider. In dit gesprek is beknopt gereflecteerd op de afgelopen periode en heeft de inspectie de opzet van onderhavig herstelonderzoek toegelicht.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
8/23
Legenda
Het herstelonderzoek naar de onderwijskwaliteit van de school voor primair onderwijs bestond vervolgens uit de volgende activiteiten. Wij hebben op 10 en 11 mei 2021 gesprekken gevoerd met de directie, de intern begeleider, de vertrouwenspersoon voor de jongens, enkele leraren en enkele ouders. Wij hebben een apart gesprek gevoerd met de twee leraren die de lessen seksualiteit en seksuele diversiteit hebben verzorgd. Ook hebben wij op deze dagen lessen bijgewoond. Voorafgaand aan en tijdens de bezoekdagen hebben wij ingestuurde en aangereikte documenten over onder meer het leerstofaanbod en de veiligheid bestudeerd. Op 3 juni 2021 hebben wij een gesprek bijgewoond tussen de leraren die de lessen hebben verzorgd rondom kerndoel 38, te weten seksualiteit, diversiteit en seksuele diversiteit, en de leerlingen die deze lessen hebben gekregen. Dit gesprek vond plaats zowel bij de jongens als bij de meisjes. Ter voorbereiding op dit gesprek met de leerlingen heeft op 27 mei 2021 een gesprek met het bestuur en de directie plaatsgevonden. Op 3 juni 2021 hebben wij voorafgaand aan het gesprek tussen leerlingen en leraren, een gesprek gehad met de leraren over de te bespreken onderwerpen.
Beoordelingen zoals ze in de rapportages worden weergegeven: G
Goed
V
Voldoende
O
Onvoldoende
K
Kan beter
Kwaliteitsgebieden: Onderwijsproces Schoolklimaat Onderwijsresultaten Kwaliteitszorg en ambitie
Signalen In de voorbereiding van ieder onderzoek kijken we altijd naar eventuele signalen die bij de inspectie zijn binnengekomen. Soms heeft dat gevolgen voor de uitvoering van het onderzoek. We hebben enkele signalen met het bestuur besproken. Dit heeft niet geleid tot aanvullend onderzoek. Leeswijzer In hoofdstuk 2 staan de oordelen, de conclusie en het vervolgtoezicht. Hoofdstuk 3 gaat verder in op de resultaten van het onderzoek op de onderzochte standaarden. In hoofdstuk 4 is de reactie van het bestuur op het onderzoek en het rapport opgenomen.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
9/23
2 . Hoofdconclusie en vervolg Standaarden herstelonderzoek Tijdens het herstelonderzoek sociale veiligheid en de kwaliteitsonderzoeken op de scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs in de periode december 2019 – februari 2020 zijn beide scholen als Onvoldoende beoordeeld. De standaarden Aanbod en Veiligheid werden als onvoldoende beoordeeld. Wij beoordelen de kwaliteit van het onderwijs op de po-school nu als Voldoende. De school laat belangrijke verbeteringen zien. Niettemin kan de school nog een aantal belangrijke stappen zetten om de kwaliteit van het onderwijs verder te verbeteren en te borgen. Om deze reden geven wij het bestuur enkele aanbevelingen.
Herstelopdrachten die geleid hebben tot opschorting van de bekostiging Het bestuur kreeg drie herstelopdrachten, zoals genoemd in H1: 1. Het bestuur moet zorgen dat alle kerndoelen voor alle leerlingen volledig aan bod komen. 2. Het bestuur moet de sociale veiligheid van leerlingen waarborgen. 3. Het bestuur corrigeert de omissies in het eerstvolgende jaarverslag (2019), te weten het onafhankelijk intern toezicht. Wij oordelen nu dat het bestuur aan de eerste twee herstelopdrachten heeft voldaan. We beschrijven dit verder onder H3 bij de standaarden Aanbod, Veiligheid en Kwaliteitszorg. De derde herstelopdracht beoordelen wij tijdens het bestuursonderzoek.
Overige wettelijke vereisten Wij oordelen nu dat het bestuur aan de bovengenoemde overige wettelijke vereisten voldoet. Een toelichting hierop staat beschreven in H3.5.
Afspraken over vervolgtoezicht Op grond van onze bevindingen van dit herstelonderzoek naar de kwaliteit van het onderwijs op de po-school constateren wij dat er geen sprake is van wettelijke tekortkomingen. Wel hebben wij verschillende aanbevelingen voor het bestuur en de school. Wij zullen tijdens het herstelonderzoek naar het bestuur in het najaar 2021, bespreken in hoeverre het bestuur deze aanbevelingen oppakt. Onderzoeksactiviteiten op de school kunnen onderdeel uitmaken van het herstelonderzoek.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
10/23
Wij geven het bestuur een aantal aanbevelingen waarmee het de kwaliteit van het onderwijs en de sociale veiligheid van de leerlingen verder kan verbeteren en borgen. De toelichting hierbij staat in H3 onder de standaarden. Aanbeveling Wij geven het bestuur in overweging ervoor te zorgen dat voor alle leerlingen het aanbod met betrekking tot het project rondom de respectvolle omgang met seksualiteit en seksuele diversiteit, gelijk en compleet is. Wij geven bestuur en scholen in overweging een doorgaande leerlijn te realiseren binnen het aanbod voor kerndoel 38, seksualiteit en diversiteit, zodanig dat er differentiatie plaatsvindt en een opklimming in moeilijkheidsgraad tussen de verschillende leerjaren. Wij geven bestuur en scholen in overweging een doorgaande leerlijn te realiseren voor het aanbod woordenschat voor leerlingen. Het veiligheidsbeleid van de school voorziet in twee vertrouwenspersonen, te weten één voor de jongens en één voor de meisjes. In de praktijk blijkt dat de persoon die volgens het veiligheidsbeleid fungeert als vertrouwenspersoon voor de meisjes, niet als zodanig functioneert. Wij bevelen het bestuur aan er zorg voor te dragen dat beide vertrouwenspersonen ook als zodanig functioneren.
Wij geven het bestuur in overweging om in het kwaliteitsbeleid van de school duidelijker te maken wanneer het bestuur tevreden is over de kwaliteit van het onderwijs en de leerresultaten van de leerlingen.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
11/23
3 . Resultaten herstelonderzoek In dit hoofdstuk beschrijven wij de context van de po-school en de resultaten van het herstelonderzoek. Wij vermelden voor elke onderzochte standaard eerst de tekortkomingen die wij tijdens het kwaliteitsonderzoek constateerden. Vervolgens beschrijven wij, per standaard, de conclusie op grond van het herstelonderzoek en de bevindingen waarop deze gestoeld zijn. Ten slotte staan we stil bij de bevindingen waar het gaat om de overige wettelijke vereisten (paragraaf 3.5).
Context De Stichting Joodse Kindergemeenschap Cheider vormt het bevoegd gezag van twee scholen, één voor primair onderwijs en één voor voortgezet onderwijs, en een kinderdagverblijf. De missie van het Cheider is het aanbieden van zowel Joods-religieus als regulier bekostigd (‘profaan’) onderwijs. Het Cheider heeft enkele specifieke kenmerken, voortvloeiend uit de levensbeschouwelijke richting. Zo heeft de school een eigen schoolsynagoge waar voorafgaand aan de lesdag het ochtendgebed plaatsvindt. Er is sprake van gescheiden onderwijs voor jongens en meisjes vanaf groep 4 van de basisschool voor de profane vakken en vanaf groep 5 voor de Joodse les. Naast regulier onderwijs wordt er onderwijs gegeven in de vakken Modern en Klassiek Hebreeuws en in vakken zoals Joodse geschiedenis, Bijbelse aardrijkskunde en Joods recht (o.a. Talmoed).
3.1. Onderwijsproces
Aanbod Tijdens het kwaliteitsonderzoek in 2020 beoordeelden wij deze standaard als Onvoldoende. Dit omdat er geen sprake was van het verplichte aanbod voor het kerndoel 'seksualiteit, diversiteit en seksuele diversiteit'. Ook constateerden wij dat het aanbod voor woordenschat voor de meertalige leerlingen beter kon.
Conclusie Wij beoordelen het aanbod nu als voldoende omdat de school een verbetering laat zien in het verplichte aanbod voor het kerndoel 'seksualiteit, diversiteit en seksuele diversiteit'. Waar tijdens het vorig onderzoek helemaal geen sprake was van een aanbod op dit onderwerp omdat de identiteit dit niet zou toestaan, constateren we
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
12/23
nu dat de leerlingen daadwerkelijk lessen hierover hebben gekregen.
Respectvolle omgang met seksualiteit en (seksuele) diversiteit Voor zowel de jongens als de meisjes worden deze lessen door bevoegde leraren gegeven in groep 7 en 8. Zij maken hierbij gebruik van divers bronnenmateriaal van methodes uit binnen- en buitenland. Leerlingen krijgen les over puberteit en de bijbehorende veranderingen in het lichaam, seksuele voorlichting en informatie over (seksuele) diversiteit en andersdenkenden. Wij hebben een gesprek hierover tussen de leraren en leerlingen bijgewoond waaruit bleek dat leerlingen noodzakelijke kennis hierover opdoen en hier vrijuit met elkaar en de leraren over spreken. Ook bleek hieruit dat de leerlingen leren om respectvol om te gaan met andersdenkenden. De school heeft zich, gezien de gevoeligheden voor dit onderwerp vanuit de identiteit, lang verzet tegen dit aanbod. Het huidige aanbod is vooral tot stand gekomen door de betrokken leraren die het aanbod samenstellen en de lessen verzorgen. Hiermee constateren wij ook dat er nog veel ruimte voor verdere ontwikkeling is. Het herstel is namelijk van recente datum, is leerkrachtafhankelijk en niet geborgd. Ook is het aanbod nog niet compleet (art.9 WPO). Zo krijgen jongens en meisjes alleen voorlichting over het eigen lichaam.
Ook is nog geen sprake van een doorgaande leerlijn omdat leerlingen met het huidige aanbod drie jaar achtereen dezelfde leerinhoud krijgen in groep 7, 8 en de brugklas. Wij adviseren de school daarom om het aanbod compleet aan te bieden aan alle leerlingen en tevens de aanbeveling hierin een doorgaande leerlijn aan te brengen.
Aanbod woordenschat Naast de al genoemde verbeteringen is het belangrijk om het aanbod voor woordenschat steviger neer te zetten, door alle leraren hierin te scholen en een doorgaande leerlijn te ontwikkelen. De school heeft relatief veel leerlingen die meertalig zijn en thuis geen Nederlands spreken. De school voorziet in een aanvullend aanbod om de leerlingen zich het Nederlands eigen te laten maken, en heeft dit aanbod inmiddels globaal beschreven. De school heeft echter geen doelen geformuleerd waarmee het naderhand kan vaststellen of de lessen ook het gewenste effect hebben.
Zicht op ontwikkeling Tijdens het kwaliteitsonderzoek in 2020 beoordeelden wij deze standaard als Voldoende. Wij stelden vast dat de school aan de wettelijke eisen voldeed.
Conclusie Het oordeel op deze standaard is, net als tijdens het vorig onderzoek, Voldoende. Dit omdat leraren zicht hebben op de ontwikkeling van hun leerlingen en hierop inspelen door ze op hun eigen niveau
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
13/23
instructie te geven. Om zicht te krijgen en houden op de ontwikkeling van leerlingen is het nodig dat scholen de ontwikkeling volgen, de gegevens hierover vastleggen, deze analyseren en op basis hiervan conclusies trekken voor het onderwijs aan de leerlingen. Leraren op het Cheider weten welke leerlingen extra aandacht nodig hebben middels observaties en toetsen. Maar het analyseren hiervan kan scherper. Door hier meer aandacht aan te geven wordt duidelijker wat de oorzaken zijn van eventuele tegenvallende resultaten en kan gerichter hulp worden geboden. Doordat de intern begeleider slechts zeer beperkte tijd inzetbaar is om voldoende ondersteuning te kunnen bieden voor alle leerlingen die dit nodig hebben, en omdat er tijdens het schooljaar meerdere wisselingen in het kleine team hebben plaatsgevonden, is hier meer aandacht voor nodig.
Didactisch handelen Tijdens het kwaliteitsonderzoek in 2020 beoordeelden wij ook deze standaard als Voldoende. Wij stelden vast dat de school aan de wettelijke eisen voldeed.
Conclusie Het didactisch handelen is, net als tijdens het vorig onderzoek, van voldoende niveau. Leraren hebben drie of vier jaargroepen in één klas en differentiëren in aanbod en niveau. Door de aanwezigheid van een extra leerkracht is er voldoende tijd om individueel of in kleine groepjes met leerlingen te werken. Bovendien begeleidt een externe coach de leraren om beter inzicht te krijgen in de kwaliteit van hun eigen didactisch handelen en zich hierin te verbeteren. De differentiatie vindt voornamelijk plaats tijdens de instructie en in mindere mate tijdens de verwerking. Hoewel alle leerlingen een weektaak hebben, differentieert deze voornamelijk op de jaargroep en niet daarbinnen. De lessen vinden plaats in een rustige, prettige sfeer en de leerlingen zijn veelal actief betrokken. Zij weten wat er van ze verwacht wordt en werken zelfstandig of in groepjes in de klas of op een andere plek in school.
3.2. Schoolklimaat
Veiligheid Wij concludeerden na afloop van het kwaliteitsonderzoek in 2020 dat de schoolleiding en leraren in onvoldoende mate zorgden voor een veilige omgeving voor de leerlingen. Weliswaar beschikte de school over een veiligheidsbeleid en vond monitoring van de
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
14/23
veiligheidsbeleving van de leerlingen plaats, maar schoot het veiligheidsbeleid tekort vanwege een aantal omissies. De onvoldoende sociale veiligheid zagen wij in samenhang met onder andere het ontbreken van een aanbod in seksualiteit en seksuele diversiteit, en het volledig ontbreken van een vertrouwenspersoon.
Conclusie Omdat de school nu voldoet aan de wettelijke vereisten en daarnaast het aanbod heeft verbeterd, beoordelen wij deze standaard, nu als voldoende. De school voldoet niet aan de eerder gegeven herstelopdracht om de toegankelijkheid tot de vertrouwenspersonen te garanderen. Veiligheidsbeleid De school beschikt over een veiligheidsbeleid en meet de ervaren veiligheid jaarlijks. De resultaten hiervan analyseert en gebruikt de school om eventuele verbeteringen door te voeren. Het veiligheidsplan van de school bevat zowel preventieve maatregelen als curatieve maatregelen. Hierbij gaat het bijvoorbeeld om een antipestprotocol en een aanspreekpunt in het kader van pesten voor zowel de jongens als één voor de meisjes. Leraren vertonen positief voorbeeldgedrag en benaderen de leerlingen op een prettige manier. Hiermee voldoet de school aan de vereiste basiskwaliteit. Vertrouwenspersonen School en bestuur moeten ervoor zorgen dat de vertrouwenspersonen voor alle leerlingen optimaal functioneren. Tijdens het vorig onderzoek naar sociale veiligheid zijn meerdere herstelopdrachten gegeven om deze te verbeteren. Een belangrijk onderdeel hiervan vormde de toegankelijkheid van een vertrouwenspersoon voor alle leerlingen.
Hierbij werd expliciet een vrouwelijke vertrouwenspersoon voor meisjes genoemd omdat de identiteit voorschrijft dat meisjes niet met alle vragen bij een mannelijke vertrouwenspersoon terecht kunnen. Wij constateren nu dat deze vrouwelijke vertrouwenspersoon weliswaar benoemd is, maar dat de toegankelijkheid in de praktijk, met name voor de meisjes nog altijd niet goed geregeld is. Hiermee voldoet de school niet aan de eerder gegeven herstelopdracht en het eigen veiligheidsbeleid. Wij adviseren de school ervoor te zorgen dat er een garantie van vertrouwelijkheid en geheimhouding is binnen het veiligheidsbeleid waarbij meldingen van leerlingen op een juiste manier behandeld worden. Om de sociale veiligheid van de leerlingen ook in de toekomst te waarborgen en ze voldoende weerbaar te maken tegen (seksueel) ongewenst gedrag, is het nodig dat de inmiddels ingezette verbeteringen meer structureel van aard worden. Hiermee bedoelen we dat het lesaanbod in seksualiteit en (seksuele) diversiteit een vast onderdeel moet worden van het curriculum (zoals beschreven bij de standaard Aanbod). Dit is van belang om de leerlingen voldoende kennis en verdraagzaamheid aan te leren voor mensen met een
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
15/23
andere dan de heteroseksuele geaardheid of andersdenkenden. Het is daarom nodig dat het bestuur hier alert op blijft en de in gang gezette verbeteringen verder ontwikkelt en borgt. In het herstelonderzoek op bestuursniveau, dat komend schooljaar plaatsvindt, is deze verdere ontwikkeling en borging onderdeel van het onderzoek.
3.3. Onderwijsresultaten
Resultaten Wij onthouden ons van een oordeel over de behaalde resultaten. Als gevolg van de Covid-19-crisis waren alle scholen tijdelijk gesloten en kon de landelijke eindtoets in 2020 niet worden afgenomen.
3.4. Kwaliteitszorg en ambitie
Kwaliteitszorg Wij beoordeelden na afloop van het kwaliteitsonderzoek in 2020 dat de standaard Kwaliteitszorg als Voldoende. De school voldeed hiermee aan de wettelijke vereisten.
Conclusie Wij beoordelen deze standaard nu, net als bij het vorig onderzoek, als voldoende. De school beschikt over een stelsel van kwaliteitszorg. Dit stelsel dient ervoor om de directie zicht te geven op de kwaliteit, deze te evalueren en waar nodig te verbeteren door het formuleren van nieuwe doelen. Tijdens het vorig onderzoek concludeerden we dat het stelsel maar ten dele beschreven stond in de schoolplannen, er geen toetsbare doelen geformuleerd waren en verbeteringen niet altijd doelgericht doorgevoerd werden. Inmiddels is het stelsel beter beschreven in het schoolplan en wordt er ook gericht aan verbeteringen gewerkt. Concrete doelen Echter, doelen voor de verbeterplannen zijn te globaal geformuleerd om de plannen te kunnen evalueren. Het is niet duidelijk wat het effect van de verbeteringen moet zijn. Zo ontbreken er bijvoorbeeld concrete doelen voor de onderwerpen waar de school recent aan
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
16/23
heeft gewerkt; het versterken van de woordenschat, de inzet van de externe coach en het aanbod seksualiteit (zie tekst onder Aanbod). Maar dit geldt evenzeer voor de inzet van vertrouwenspersonen om de sociale veiligheid te verbeteren (zie tekst onder Veiligheid). Onduidelijk is wanneer bestuur en school tevreden zijn, en welke resultaten hiermee behaald dienen te worden, vanuit de ambitie en de visie van bestuur en school.
Borging Ook in de borging van beleid kan tenslotte nog verbetering plaatsvinden. Hoe gaan school en bestuur ervoor zorgen dat beleid gecontinueerd wordt, verder uitgewerkt en aan de kwaliteitscriteria van het bestuur gaat voldoen. Zeker gezien de vele wisselingen in het team en een aantal leraren die nieuw en nog in opleiding zijn, is dit van belang. Aangezien het bestuur zijn informatie over de kwaliteit van het onderwijs en de leerresultaten mede baseert op de informatie die voortkomt uit het stelsel van kwaliteitszorg van de school, ligt hier een risico voor de bestuurlijke kwaliteitszorg.
3.5. Overige wettelijke vereisten De deugdelijkheidseisen die niet aan een standaard in het waarderingskader zijn verbonden, vatten we samen onder de noemer 'Overige wettelijke vereisten' (zie Onderzoekskader PO 2017). De eerder genoemde overige wettelijke vereisten beoordelen wij hier.
Managementstatuut In het kwaliteitsonderzoek in 2020 constateerden wij dat in onder meer het managementstatuut van de school een tekst is opgenomen waaruit blijkt dat bij 'halachische geschillen' niet het bestuur maar de schoolrabbijn een beslissende stem heeft in religieuze kwesties. Wij constateren nu dat het managementstatuut van de school is aangepast en aangeeft dat de schoolrabbijn enkel een adviserende rol heeft in religieuze kwesties. Hiermee is aan deze herstelopdracht voldaan. Schoolplan Na het kwaliteitsonderzoek in 2020 heeft het bestuur het schoolplan aangepast. Het schoolplan beschrijft, zij het summier, het professionaliseringsbeleid. In het schoolplan is eveneens nu het stelsel van kwaliteitszorg beschreven. Ook meldden wij dat er geen toetsbare doelen waren geformuleerd en verbeteringen niet altijd doelgericht werden doorgevoerd. Als het gaat om dit laatste, dan schrijven wij hierover bij de standaard KA1 Kwaliteitszorg. Voor de beschrijving van het stelsel van kwaliteitszorg in het schoolplan geldt dat het schoolplan afdoende informatie over het stelsel van kwaliteitszorg bevat. In de beschrijving wordt verder verwezen naar een kwaliteitsbeleidsplan dat dieper ingaat op het stelsel van kwaliteitszorg. Hierbij merken wij wel op dat de beschrijving vooral
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
17/23
theoretisch van aard is en daarmee weinig schoolspecifiek.
Schoolgids De klachtenregeling in de schoolgids vermeldt nu duidelijk dat personen zich kunnen wenden tot een onafhankelijke klachtencommissie, desgewenst zonder eerst verschillende stappen binnen de school te doorlopen. De contactgegevens van de klachtencommissie zijn opgenomen in de schoolgids. Ook vermeldt de schoolgids nu wat de resultaten van het onderwijs zijn en dat de ouderbijdrage vrijwillig is. Wat betreft de resultaten van het onderwijs kan dit nog verbeteren door hierbij ook te vermelden in hoeverre de school tevreden is met de behaalde resultaten.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
18/23
4 . Reactie van het bestuur Allereerst is het bestuur verheugd te mogen vernemen dat - na een lange periode - de inspectie heeft geoordeeld dat de school aan meerdere herstelopdrachten heeft voldaan en mede daardoor ook de onderwijskwaliteit weer van voldoende niveau is. Daarmee constateert het bestuur ook dat de inspectie nu meer oog heeft gekregen voor de voortgang, de ontwikkelingen en het voldoen (ook naar de mening van de inspectie) aan de herstelopdrachten. Aan alle herstelopdrachten voor het primair onderwijs is voldaan. In het conceptrapport worden enkele aanbevelingen (‘wat kan beter’) gedaan. Deze aanbevelingen zal het bestuur ter harte nemen. Het bestuur zal onderzoeken waarom in de praktijk geen klachten binnenkomen bij de vrouwelijke vertrouwenspersoon. Daarbij maakt het bestuur wel de opmerking dat het bestuur zelf heeft aangegeven een vrouwelijke vertrouwenspersoon voor de school te prefereren gezien de identiteit van de school , hoewel (ook) een vrouwelijke vertrouwenspersoon geen wettelijk vereiste is.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
19/23
Bijlage: Zienswijze van het bestuur Het bestuur heeft de definitieve tekst van het rapport d.d. 7 december 2021 ontvangen en maakt graag gebruik van het aanbod haar zienswijze te geven. Het bestuur verzoekt de onderhavige zienswijze thans integraal als bijlage op te nemen als onderdeel van het rapport. Zoals al in de beleidsreactie is gemeld is het bestuur verheugd te mogen vernemen dat de inspectie - na een lange periode - heeft geoordeeld dat de school aan meerdere herstelopdrachten heeft voldaan en dat mede daardoor ook de onderwijskwaliteit weer van voldoende niveau is bevonden. Om een goed beeld te schetsen waarom het bestuur verheugd is met dit nieuwe inzicht van de zijde van de inspectie, hecht het bestuur eraan hier eerst kort toe te lichten hoe het laatste deel van deze periode is verlopen. In het inspectierapport van mei 2020 (reguliere vierjaarlijks onderzoek) werden negen herstelopdrachten geformuleerd.
In het inhoudingsbesluit van 30 november 2020 werd reeds namens de minister bevestigd dat het bestuur inmiddels aan zeven van deze negen herstelopdrachten had voldaan, te weten: herstelopdracht 3) aanpassen statuten en managementstatuut, herstelopdracht 4) aanpassing schoolplan (opnemen volledige beschrijving stelsel kwaliteitszorg), herstelopdracht 5) aanpassing schoolplan (opnemen volledige beschrijving taalbeleid en professionaliseringsbeleid), herstelopdracht 6) aanpassen klachtenregeling, herstelopdracht 7) aanpassen schoolgids (verduidelijken resultaten en vrijwillige ouderbijdrage), herstelopdracht 8) herstellen tekortkomingen jaarverslag en herstelopdracht 9) instemming MR aanpassing examenreglement. Vanwege de invulling die de inspectie geeft aan de in het onderzoek betrokken kerndoelen en twee mede daarmee verband houdende herstelopdrachten, het opschortingsbesluit van 1 september 2020, het inhoudingsbesluit van 30 november 2020, is het bestuur helaas in een juridisch proces met de inspectie verwikkeld geraakt. Dat is ook spijtig, omdat het bestuur liever alle tijd en geld steekt in de kwaliteit en continuïteit van het onderwijs. In januari 2021 heeft het bestuur de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht het opschortingsbesluit en het inhoudingsbesluit te schorsen.
Hierbij was een spoedeisend belang, omdat het Cheider door die besluiten in een actuele financiële noodsituatie was komen te verkeren, waarbij zowel de continuïteit als de kwaliteit van het onderwijs in het geding was. De voorzieningenrechter heeft op 21 januari 2021 het verzoek van het Cheider gehonoreerd en beide besluiten geschorst. Tijdens de
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
20/23
hoorzittingen van 15 december 2020 en 23 maart 2021 heeft het bestuur er ook bij de inspectie op aangedrongen te beoordelen of aan de herstelopdrachten is voldaan aangezien de inspectie in haar stukken telkens aangaf dat het Cheider niet aan de twee resterende herstelopdrachten had voldaan. Dit terwijl het laatste bezoek van de inspectie aan de school in januari 2020 was. De verregaande sanctiebesluiten waren volgens het bestuur dan ook niet in lijn met de werkelijkheid. Na de uitspraak van de voorzieningenrechter en de hoorzitting van 23 maart 2021 heeft de inspectie gelukkig gehoor gegeven aan het meermaals herhaalde verzoek om de scholen opnieuw te bezoeken en te beoordelen. Dit bezoek heeft plaatsgevonden in mei 2021 en de conceptrapporten voor zowel de school voor primair onderwijs als de school voor voortgezet onderwijs zijn op 9 september 2021 ontvangen. In het onderhavige rapport van 7 december 2021 concludeert de inspectie dat de onderwijskwaliteit van voldoende niveau is en de veiligheid van leerlingen in voldoende mate wordt geborgd. Hieruit leidt het bestuur af dat de inspectie nu meer oog heeft gekregen voor de voortgang, de ontwikkelingen en het voldoen (ook naar de mening van de inspectie) aan de herstelopdrachten.
De inspectie concludeert reeds in het conceptrapport van 9 september 2021 dat Cheider voldoet aan de herstelopdrachten die samenhangen met de bekostigingssancties. Het juridisch gevolg hiervan is dat de opgeschorte bedragen uitbetaald moeten worden. Tijdens een overleg van 13 september 2021 meldde de inspectie echter dat overgegaan zou worden tot uitbetaling van de opgeschorte bedragen indien het bestuur alle procedures zou intrekken. Op die toezegging is de inspectie met mail d.d. 3 oktober 2021 om onbegrijpelijke redenen teruggekomen. Daartegen heeft het bestuur van het Cheider geprotesteerd. Het bestuur is daarom verheugd dat de inspectie in haar brief van 7 december 2021 aan het Cheider meldt: ‘’nu beide scholen de basiskwaliteit in voldoende mate borgen, geven wij in het rapport aan dat er momenteel geen aanleiding is om de bekostiging nog langer op te schorten [..] Voornoemde betekent voor u dat de eerder opgeschorte bedragen aan u zullen worden uitbetaald.’’ Het bestuur kan zich echter niet vinden in de mededeling dat het ingehouden bedrag niet kan worden terugbetaald, omdat een juridische basis hiervoor ontbreekt. De rechtmatigheid van de besluiten staat immers nog steeds ter discussie in de lopende procedures. Het bestuur verzoekt de inspectie om nogmaals te bezien of het ingehouden bedrag kan worden uitbetaald.
Het bestuur wenst effectief en voortvarend aan de slag te kunnen met de uitkomsten van onderhavig herstelonderzoek waarbij de tijd en kosten rechtstreeks ten goede komen van de onderwijskwaliteit. Wij merken verder op in het onderhavige rapport dat de herstelopdracht uit het rapport van mei 2020 ter zake het jaarverslag
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
21/23
bij het komende bestuursonderzoek zal worden beoordeeld. Het bestuur wil de inspectie eraan herinneren dat in het inhoudingsbesluit van 30 november 2020 en in de beslissing op bezwaar inzake opschortingsbesluit van 2 maart 2021 reeds door de inspectie is geoordeeld dat aan deze herstelopdracht is voldaan. Dit behoeft dus niet nogmaals te worden beoordeeld. De inspectie concludeert dat aan alle herstelopdrachten die samenhangen met de bekostigingssancties is voldaan. Het bestuur vraagt zich dan ook waarom de inspectie meent in de conclusie van het rapport te vermelden: ‘’de school voldoet niet aan de eerder gegeven herstelopdracht om de toegankelijkheid te garanderen”. Reeds in de beslissing van 30 november 2020 en opnieuw in de beslissing van 2 maart 2021 is vast komen te staan dat aan de herstelopdracht ter zake de vertrouwenspersoon is voldaan. In het rapport worden voorts enkele aanbevelingen gedaan (‘wat kan beter’). Deze aanbevelingen zal het bestuur, zoals gemeld in de beleidsreactie, ter harte nemen, al kan het bestuur zich niet vinden in de opmerking in de brief van 7 december 2021, die onderdeel is van het rapport van bevindingen van het herstelonderzoek d.d. 7 december 2021, dat ‘’het oppakken van de aanbevelingen noodzakelijk is voor een volledig herstel’’. Het op deze wijze stellen van voorwaarden maken de aanbevelingen zelf tot herstelopdrachten.
Het bestuur meent dat voor deze opvatting een wettelijke grondslag ontbreekt. Over de aanbeveling betreffende de vertrouwenspersoon is bij de inspectie reeds bekend dat het bestuur doende is te onderzoeken waarom in de praktijk geen klachten binnenkomen bij de vrouwelijke vertrouwenspersoon. Daarbij maakt het bestuur wel de opmerking dat het bestuur zelf heeft aangegeven een vrouwelijke vertrouwenspersoon voor de school te prefereren gezien de identiteit van de school, hoewel (ook) een vrouwelijke vertrouwenspersoon geen wettelijk vereiste is.
INSPECTIE VAN HET ONDERWIJS - HERSTELONDERZOEK
22/23
Inspectie van het Onderwijs Postbus 2730, 3500 GS Utrecht T-algemeen 088 6696000 T-loket (voor vragen) 088 6696060