3. Erasmuspark- en Robert Scottbuurt_Regels.pdf
Tekst van het document
Gebouwen
Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte. 9.2.3
Bouwwerken geen gebouwen zijnde
Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 34
Artikel 10 10.1
Maatschappelijk - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Maatschappelijk - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening, met inbegrip van geluidgevoelige bestemmingen; met bijbehorende: b. c. d. e. f. g. h. i. j. k.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; (school)pleinen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verblijfsgebied; nutsvoorzieningen; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bergingen en andere nevenruimten.
10.2
Bouwregels
10.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 10.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%, tenzij er in het betreffende bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. voor de bouw van een nieuwe kelder of souterrain gelden de volgende regels: 1. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel 25.2 van deze regels; 2.
voor gronden die niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" geldt dat een kelder of souterrain alleen mag worden gebouwd onder hoofdgebouwen, op voorwaarde dat: onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatregel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 15 m²/dag; de grondwatermaatregel ervoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan de vooren achterzijde met elkaar in contact staat; de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 35
d. het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 10.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 10.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 10.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. Ten aanzien van de op grond van 10.1 toegestane maatschappelijke dienstverlening geldt een maximum aantal van één kinderopvangvoorziening per bouwblok; b. In afwijking van het bepaalde onder a zijn twee of meer kinderopvangvoorzieningen per bouwblok toegestaan indien deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig waren gerealiseerd. c. In afwijking van het bepaalde onder a is een kinderopvangvoorziening niet toegestaan als zich in hetzelfde bouwblok reeds een school bevindt waarvan de speelplaats grenst aan de binnentuin. 10.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
10.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 10.4.2 Uitzondering vergunningvereiste Het in lid 10.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f.
bij inpandige sloopwerkzaamheden die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen. 10.4.3 Criteria voor vergunningverlening De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch
Gemeente Amsterdam
blz. 36
waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 37
Artikel 11 11.1
Maatschappelijk - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Maatschappelijk - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke dienstverlening, met uitzondering van geluidgevoelige bestemming; met bijbehorende: b. c. d. e. f. g. h. i. j.
tuinen en erven, zulks met uitzondering van horecaterrassen; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; parkeervoorzieningen; verblijfsgebied; nutsvoorzieningen; afvalinzamelingssystemen; water en waterhuishoudkundige voorzieningen; bergingen en andere nevenruimten.
11.2
Bouwregels
11.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 11.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 11.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%, tenzij er in het betreffende bestemmingsvlak een bouwvlak is aangegeven, dan geldt een maximum bebouwingspercentage van 100% van het bouwvlak; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. voor de bouw van een nieuwe kelder of souterrain gelden de volgende regels: 1. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel 25.2 van deze regels; 2.
voor gronden die niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" geldt dat een kelder of souterrain alleen mag worden gebouwd onder hoofdgebouwen, op voorwaarde dat: onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatregel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 15 m²/dag; de grondwatermaatregel ervoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan de vooren achterzijde met elkaar in contact staat; de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. d. het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt Gemeente Amsterdam
blz. 38
voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 11.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 11.3
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
11.3.1 Vergunningvereiste Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 11.3.2 Uitzondering vergunningvereiste Het in lid 11.3.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f.
bij inpandige sloopwerkzaamheden die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen. 11.3.3 Criteria voor vergunningverlening De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 39
Artikel 12 12.1
Sport
Bestemmingsomschrijving
De voor Sport aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e. f.
sporthal; sportvelden; groenvoorzieningen; parkereervoorzieningen, met bijbehorende toegangswegen; bij de sportvoorziening behorende voorzieningen zoals kleedruimten, ondergeschikte horeca, bergingen en andere nevenruimten; erven.
12.2
Bouwregels
12.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 12.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 12.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. de gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd; b. maximum bebouwingspercentage bouwvlak: 100%; c. maximum bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; d. in afwijking van het bepaalde onder c geldt dat maximaal 10% van het bouwvlak ten behoeve van installatieruimten mag worden vergroot tot een maximum bouwhoogte van 11 meter; e. voor de bouw van een nieuwe kelder of souterrain gelden de volgende regels: 1. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel 25.2 van deze regels; 2.
een kelder of souterrain mag alleen worden gebouwd onder hoofdgebouwen, op voorwaarde dat: onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatregel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 15 m²/dag; de grondwatermaatregel ervoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan de vooren achterzijde met elkaar in contact staat; de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. 12.2.3 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte lichtmasten: 18 meter; b. maximum bouwhoogte vlaggenmasten: 8 meter; c. maximum bouwhoogte sporthekken en ballenvangers: 5 meter; Gemeente Amsterdam
blz. 40
d. maximum bouwhoogte overige bouwwerken: 3 meter. 12.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 12.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. het maximum aantal parkeerplaatsen bedraagt 10.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 41
Artikel 13 13.1
Tuin
Bestemmingsomschrijving
De voor Tuin aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen; b. groenvoorzieningen; alsmede voor: c. gebouwde parkeervoorzieningen in de kelder met bijbehorende in- en uitritten, bergingen en technische ruimten ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage". 13.2
Bouwregels
13.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 13.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 13.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. uitsluitend bijbehorende bouwwerken zijn toegestaan die overeenkomstig het Besluit omgevingsrecht kunnen worden gebouwd zonder omgevingsvergunning; b. in afwijking van het bepaalde onder a zijn grotere of hogere bijbehorende bouwwerken dan bedoeld onder a toegestaan indien deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd. 13.2.3 Dakterrassen Het dak van de bijbehorende bouwwerken als bedoeld in lid 13.2.2 mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen en toegangsopbouwen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; c. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; d.
de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; f. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 13.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 42
13.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 13.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. Ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage" geldt dat bergingen, fietsenstallingen en technische ruimten onder de gronden als bedoeld in lid 13.1, 14.1 en 18.1 van deze regels slechts zijn toegestaan indien in aangegeven aanduidingsvlakken "parkeergarage" samen minimaal 141 parkeerplaatsen worden gerealiseerd danwel in stand worden gehouden. b. Als verboden gebruik als bedoeld in lid 24.2 van deze regels wordt in elk geval aangemerkt het gebruik van de in lid 13.1 genoemde gronden ten dienste van het parkeren van motorvoertuigen alsmede ten dienste van opslagdoeleinden. De gebouwde parkeervoorzieningen als bedoeld onder a zijn hier van uitgezonderd.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 43
Artikel 14 14.1
Verkeer - 1
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - 1 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersareaal; b. uitwegen van parkeerplaatsen of aangrenzende gebouwde parkeervoorzieningen; c. onderdoorgangen; d. groenvoorzieningen; e. speelvoorzieningen; f. nutsvoorzieningen; g. kunstobjecten; h. voorzieningen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie; i. stallingsvoorzieningen voor scootmobiels (scootsafes); j. voorzieningen ten behoeve van elektrisch vervoer; k. staanplaatsen; l. water; m. waterhuishoudkundige voorzieningen; n. waterbouwkundige kunstwerken; alsmede: o. voor horecaterrassen, uitsluitend waar deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan krachtens een vergunning zijn gerealiseerd; p. voor trambanen met bijbehorende voorzieningen uitsluitend waar deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn gerealiseerd; q. ter plaatse van de aanduiding "brug" (br) tevens voor verkeer overeenkomstig artikel Artikel 16 Verkeer - 3 ten behoeve van ongelijkvloers kruisend verkeer; r. voor kiosken ten behoeve van detailhandel en ten behoeve van horeca van categorie 4, uitsluitend waar deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn gerealiseerd. 14.2
Bouwregels
14.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 14.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 14.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. kiosken zoals bedoeld in lid 14.1: 1. situering: uitsluitend waar deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn gerealiseerd; 2. maximum oppervlakte: 15 m2; 3. maximum bouwhoogte: 3 meter. 14.2.3 Scootsafes Voor het bouwen van scootsafes gelden de volgende regels: a. maximum inhoud: 3 m3; b. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd op voorwaarde dat: Gemeente Amsterdam
blz. 44
1. plaatsing van de scootsafe inpandig niet mogelijk is; 2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en gebouwen. 14.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte plastieken en kunstobjecten: 6 meter; b. maximum bouwhoogte speelvoorzieningen: 8 meter; c. maximum bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 3 meter. 14.3
Specifieke gebruiksregels
Voor de in lid 14.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. Ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage" geldt dat bergingen, fietsenstallingen en technische ruimten onder de gronden als bedoeld in lid 13.1, 14.1 en 18.1 van deze regels slechts zijn toegestaan indien in aangegeven aanduidingsvlakken "parkeergarage" samen minimaal 141 parkeerplaatsen worden gerealiseerd danwel in stand worden gehouden. 14.4
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
14.4.1 Vergunningvereiste Het is verboden om orde-1 of orde-2 bouwwerken waaronder mede begrepen bruggen, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 bouwwerken waaronder mede begrepen bruggen, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. 14.4.2 Uitzondering vergunningvereiste Het in lid 14.4.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f.
bij inpandige sloopwerkzaamheden die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen. 14.4.3 Criteria voor vergunningverlening De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 45
waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
Gemeente Amsterdam
blz. 46
Artikel 15 15.1
Verkeer - 2
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - 2 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. pleinen; b. voet- en fietspaden; c. groenvoorzieningen; d. speelvoorzieningen; e. nutsvoorzieningen; f. kunstobjecten; g. voorzieningen ten behoeve van het opwekken van duurzame energie; h. stallingsvoorzieningen voor scootmobiels (scootsafes); i. voorzieningen ten behoeve van elektrisch vervoer; j. staanplaatsen; k. water; l. waterhuishoudkundige voorzieningen; m. waterbouwkundige kunstwerken; alsmede: n. voor horecaterrassen, uitsluitend waar deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan krachtens een vergunning zijn gerealiseerd; o. voor kiosken ten behoeve van detailhandel en ten behoeve van horeca van categorie 4, uitsluitend waar deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn gerealiseerd; p. gebouwde parkeervoorzieningen in de kelder met bijbehorende in- en uitritten, bergingen en technische ruimten ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage". 15.2
Bouwregels
15.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 15.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 15.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: a. kiosken zoals bedoeld in lid 15.1: 1. situering: uitsluitend waar deze op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan zijn gerealiseerd; 2. maximum oppervlakte: 15 m2; 3. maximum bouwhoogte: 3 meter. b. gebouwen of delen daarvan ten behoeve van een ondergrondse parkeervoorziening als bedoeld in lid 15.1 onder p: 8 meter. 15.2.3 Scootsafes Voor het bouwen van scootsafes gelden de volgende regels: a. maximum inhoud: 3 m3; b. scootsafes mogen uitsluitend worden gebouwd op voorwaarde dat: 1. plaatsing van de scootsafe inpandig niet mogelijk is; bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 47
2. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van het straat- en bebouwingsbeeld, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en gebouwen. 15.2.4 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte plastieken en kunstobjecten: 6 meter; b. maximum bouwhoogte speelvoorzieningen: 8 meter; c. maximum bouwhoogte overige bouwwerken geen gebouwen zijnde: 3 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 48
Artikel 16 16.1
Verkeer - 3
Bestemmingsomschrijving
De voor Verkeer - 3 aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wegen met ten hoogste 2x3 doorgaande rijstroken, opritten, opstelstroken en busstroken daar niet onder begrepen; b. ter plaatse van de aanduiding "brug" (br) tevens voor verkeer overeenkomstig Artikel 14 Verkeer - 1 en Artikel 15 Verkeer - 2 ten behoeve van ongelijkvloers kruisend verkeer; c. bij de vorenstaande doeleinden behorende voorzieningen zoals bruggen, tunnels, voet- en fietspaden, nutsvoorzieningen, geluidswerende voorzieningen, groenvoorzieningen en water ten behoeve van de wateraanvoer en -afvoer en waterberging. 16.2
Bouwregels
16.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 16.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 16.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 3 meter.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 49
Artikel 17 17.1
Water
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Water' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. water; b. waterhuishoudkundige voorzieningen; c. waterbouwkundige kunstwerken; alsmede voor: d. een helofytenfilter, groenvoorzieningen en verblijfsgebied ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van water - 1". 17.2
Bouwregels
17.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 17.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 17.2.2 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. maximum bouwhoogte: 6 meter. 17.3
Specifieke gebruiksregels
Onder verboden gebruik als bedoeld in lid 24.2 van deze regels wordt in ieder geval verstaan het gebruik van het water als ligplaats voor een bedrijfsvaartuig, passagiersvaartuig of woonboot.
Gemeente Amsterdam
blz. 50
Artikel 18 18.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor Wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, al dan niet in combinatie met praktijk- of vrije beroepsuitoefening aan huis / bedrijf aan huis, in alle bouwlagen inclusief bijzondere bouwlagen; alsmede voor: b. parkeervoorzieningen in de kelder, souterrain en eerste bouwlaag, uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage"; met bijbehorende: c. tuinen en erven; d. nutsvoorzieningen; e. bergingen en andere nevenruimten. 18.2
Bouwregels
18.2.1 Algemeen Op en onder de in lid 18.1 genoemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming, met in achtneming van de volgende bepalingen. 18.2.2 Gebouwen Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende bepalingen: a. maximum bebouwingspercentage bestemmingsvlak: 100%; b. maximum goot- en bouwhoogte: de hoogte van (de te onderscheiden delen van) gebouwen zoals die op grond van een omgevingsvergunning is gerealiseerd ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan of op dat moment kan worden gerealiseerd op grond van een omgevingsvergunning, dan wel in geval een oorspronkelijk bouwwerk geamoveerd is, de in het voorgaande bestemmingsplan rechtens toegestane bouwhoogte; c. ter plaatse van de aanduiding "onderdoorgang" mogen de gronden niet worden bebouwd tot een hoogte die benodigd is voor de vrije doorgang voor het verkeer, behoudens de voor de hoger opgaande bebouwing benodigde ondersteuningsconstructies; d. voor de bouw van een nieuwe kelder of souterrain gelden de volgende regels: 1. voor gronden die zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" gelden de bepalingen zoals opgenomen in artikel Artikel 25 van deze regels; 2.
voor gronden die niet zijn voorzien van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" geldt dat een kelder of souterrain alleen mag worden gebouwd onder hoofdgebouwen, op voorwaarde dat: onder of langs de kelder of het souterrain een grondwatermaatregel wordt genomen met een doorlaatvermogen (kD-waarde) van minimaal 15 m²/dag; de grondwatermaatregel ervoor zorgt dat de bovenste (freatische) bodemlaag aan de vooren achterzijde met elkaar in contact staat; de footprint van de kelder of het souterrain maximaal 300 m2 bedraagt; de diepte van kelder of het souterrain ten opzichte van het maaiveld aan de straatzijde maximaal 4 meter bedraagt. e. het bouwen van hoofdgebouwen of bijbehorende bouwwerken is slechts toegestaan als er wordt bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 51
voorzien in de aanleg van een waterberging van ten minste 60 liter per vierkante meter (dak)oppervlak (60 mm), die vertraagd wordt geleegd met een snelheid van 2,5 mm/uur (60 mm in 24 uur). 18.2.3 Dakuitbouwen De maximum bouwhoogte als bedoeld 18.2.2 onder b mag worden overschreden door een uitbouw van de bovenste bouwlaag, met inachtneming van de volgende bepalingen: a. een dakuitbouw is niet toegestaan op orde-1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. een dakuitbouw is niet toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1" en de "specifieke bouwaanduiding - 2", met uitzondering van de dakuitbouwen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; c. een dakuitbouw mag uitsluitend direct aangrenzend aan de achterzijde (de van de openbare ruimte afgekeerde zijde) van het hoofdgebouw worden gerealiseerd; d. de afstand tot de achtergevel of dakrand minimaal gelijk is aan de hoogte van de uitbouw. e. de dakuitbouw mag uitsluitend worden gebruikt als deel van een woning; f. de maximale bouwhoogte bedraagt 3 meter, tenzij het direct bestaande aangrenzende deel (kap of dakopbouw) van het hoofdgebouw lager is, dan geldt de bouwhoogte van het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw als maximum; g.
in geval het direct aangrenzende deel van het hoofdgebouw een kap is, mag de dakuitbouw uitsluitend worden gebouwd indien deze wordt gerealiseerd op minimaal 0,5 meter onder de bestaande maximale nokhoogte van het hoofdgebouw; h. op de nieuw gerealiseerde dakuitbouw is een dakterras toegestaan, met inachtneming van het bepaalde onder 18.2.4. 18.2.4 Dakterrassen Het dak van de gebouwen mag worden ingericht en gebruikt als dakterras, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. dakterrassen niet zijn toegestaan op orde-1 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidelijke welstandskaarten; b. dakterrassen niet zijn toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de dakterrassen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd; c. dakterrassen en toegangsopbouwen alleen zijn toegestaan op daken die plat zijn afgedekt; d. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen tuinen of gemeenschappelijke binnentuinen minimaal 1,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; e. de afstand tussen dakterrassen en de dakrand die grenst aan lager gelegen openbare ruimte minimaal 2,0 meter bedraagt, met dien verstande dat dit niet geldt voor aanbouwen; f.
de totale hoogte vanaf het dakvlak tot de bovenkant van de terrasvloer maximaal 0,5 meter bedraagt; g. hekwerken zijn toegestaan van maximaal 1,20 meter, gemeten vanaf de te realiseren terrasvloer. 18.2.5 Daktoegangsgebouwen Op gebouwen zijn daktoegangen toegestaan, waarbij de maximaal toelaatbare bouwhoogte mag worden overschreden, met dien verstande dat: a. deze alleen zijn toegestaan indien een dakterras is toegestaan; b. toegangsopbouwen niet zijn toegestaan ter plaatse van de "specifieke bouwaanduiding - 1", met uitzondering van de toegangsopbouwen die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan rechtmatig zijn gerealiseerd;
Gemeente Amsterdam
blz. 52
c. toegangsopbouwen niet zijn toegestaan op orde 1 en orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten; d. een toegangsopbouw alleen is toegestaan als het dakvlak waar het dakterras mogelijk is niet bereikbaar is vanuit de bestaande hoofdbebouwing; e. de toegangsopbouw een oppervlak heeft van maximaal 6 m2 (inclusief overstekken e.d.); f. de hoogte van de toegangsopbouw niet meer is dan 2,8 meter gemeten vanaf de bestaande dakhoogte; g. de afstand van de toegangsopbouw tot de dakrand minimaal de hoogte van de toegangsopbouw bedraagt; h. dakluiken zijn toegestaan tot een maximale hoogte van 0,50 meter, gemeten vanaf het dak. 18.2.6 Bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken geen gebouwen zijnde gelden de volgende bepalingen: a. maximum bouwhoogte: 1 meter. 18.3
Afwijken van de bouwregels
Het bevoegde gezag is bevoegd af te wijken van het bepaalde in lid 18.2.5 onder b teneinde toegangsopbouwen toe te staan op orde-2 panden mits dit niet leidt tot onevenredige visuele aantasting van het pand en mits wordt voldaan aan de overige voorwaarden zoals genoemd in lid 18.2.5. 18.4
Specifieke gebruiksregels
18.4.1 Verboden gebruik Voor de in lid 18.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: 1. Als verboden gebruik zoals bedoeld in artikel 24.2 van deze regels wordt in ieder geval aangemerkt het (geheel of gedeeltelijk) gebruiken en/of in gebruik geven van de in dit artikel genoemde kelders en souterrains als zelfstandige woning. 18.4.2 Gebouwde parkeervoorzieningen Voor de in lid 18.1 genoemde gronden gelden de volgende gebruiksregels: a. Ter plaatse van de aanduiding "parkeergarage" geldt dat bergingen, fietsenstallingen en technische ruimten onder de gronden als bedoeld in lid 13.1, 14.1 en 18.1 van deze regels slechts zijn toegestaan indien in aangegeven aanduidingsvlakken "parkeergarage" samen minimaal 141 parkeerplaatsen worden gerealiseerd danwel in stand worden gehouden. 18.5
Omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk
18.5.1 Vergunningvereiste Het is verboden om orde-1 of orde-2 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten, geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning. Het is verboden om orde-3 panden, zoals bedoeld in de betreffende onderscheidenlijke welstandskaarten en voor zover op tussenwaarderingskaart C (waardering verkaveling) aangeduid als "5 punten" of "4 punten", geheel of gedeeltelijk te slopen zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 53
18.5.2 Uitzondering vergunningvereiste Het in lid 18.5.1 vervatte verbod is niet van toepassing op sloopwerkzaamheden: a. welke reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; b. waarvoor ten tijde van de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan reeds vergunning voor het slopen is verleend; c. welke voortvloeien uit bouwactiviteiten waarvoor een vergunning voor het bouwen is verleend ingevolge een aanschrijving van het bevoegde gezag; d. bij regulier onderhoud aan de gevel, zoals het vervangen van rotte kozijnen of deuren, het vervangen van voegwerk en (houten) onderdelen; e. bij wijzigingen aan de voorgevel of bouwdelen die aan de voorgevel bevestigd zijn (zoals balkons) die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen; f. bij inpandige sloopwerkzaamheden die het aanblik van de gevel aan de straatzijde niet wezenlijk veranderen. 18.5.3 Criteria voor vergunningverlening De omgevingsvergunning voor het slopen van een bouwwerk kan worden verleend indien: a. met de sloopactiviteiten de beeldbepalende c.q. kenmerkende elementen van het cultuurhistorisch waardevolle bouwwerk niet op onaanvaardbare wijze worden verstoord; b. over het verzoek om vergunning de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Amsterdam een advies heeft uitgebracht.
Gemeente Amsterdam
blz. 54
Artikel 19 19.1
Waarde - archeologie
Bestemmingsomschrijving
a. De voor Waarde - archeologie aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van archeologische waarden. b. De bestemming Waarde - archeologie is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen. 19.2
Bouwregels
19.2.1 Algemeen De aanvrager van een omgevingsvergunning voor bouwen dient een rapport te overleggen waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord in voldoende mate is vastgesteld, indien de aanvraag leidt tot grondroerende werkzaamheden: a. van 500 m² of meer en; b. dieper dan 2,50 meter onder peil. 19.2.2 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in lid 19.2.1 is niet van toepassing indien uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is. 19.3
Nadere eisen
Het bevoegd gezag kan nader eisen stellen aan bouwplannen die voorzien in grondroerende werkzaamheden. Het bevoegd gezag stelt, indien een Inventariserend veldonderzoek (IVO) daartoe aanleiding geeft, nadere eisen aan bouwplannen die kunnen strekken tot: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door het bevoegde gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 19.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 19.4.1 Verbodsregel Op en onder de in 19.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het bevoegde gezag (omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen gebouw zijnde, of van werkzaamheden) de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. het uitvoeren van grondbewerkingen over een oppervlakte van meer dan 500 m² in combinatie met werken op een diepte van 2,50 meter of meer, waartoe onder meer wordt gerekend het egaliseren, roeren en omwoelen van gronden; b. het aanbrengen van drainage op een diepte van 2,50 meter of meer; c.
het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen op een diepte van 2,50 meter of meer.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 55
19.4.2 Uitzondering verbodsregel Een omgevingsvergunning als bedoeld in 19.4.1 is niet vereist voor de volgende werken en werkzaamheden: a. het normale onderhoud van wegen, water, groenvoorzieningen en tuinen; b. werken en werkzaamheden die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit plan; c. in het kader van archeologisch onderzoek en het doen van opgravingen uitgevoerd door een ter zake deskundige; d. indien uit archeologisch bureau-onderzoek blijkt dat er ter plaatse sprake is van een negatieve archeologische verwachting. 19.4.3 Weigeringsgrond omgevingsvergunning De omgevingsvergunning kan worden geweigerd indien door de werken of werkzaamheden, het belang van de archeologie onevenredig wordt geschaad. 19.4.4 Onderzoeksplicht De omgevingsvergunning kan slechts worden verleend indien een Inventariserend veldonderzoek (IVO) naar mogelijk aanwezige archeologische waarden in de betrokken gronden heeft plaatsgevonden en waarin de archeologische waarde van het terrein, die blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar oordeel van het bevoegde gezag in voldoende mate is vastgesteld. 19.4.5 Uitzondering onderzoeksplicht Het bepaalde in lid 19.4.4 is niet van toepassing indien uit aanvullend bureauonderzoek blijkt dat er een lage archeologische verwachting is en er geen nader archeologisch onderzoek nodig is.
19.4.6 Voorschriften omgevingsvergunning Aan de omgevingsvergunning kunnen in het belang van de archeologische waarden de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor de archeologische waarden in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg, die voldoet aan door Burgemeester en wethouders bij de vergunning te stellen kwalificaties.
Gemeente Amsterdam
blz. 56
Artikel 20 20.1
Waarde - hoofdgroenstructuur
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Waarde - hoofdgroenstructuur' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming en het behoud van de Hoofdgroenstructuur en de cultuurhistorische waarden van het Erasmuspark. 20.2 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 20.2.1 Vergunningsplicht Op de in 20.1 genoemde gronden is het verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning de volgende werken, geen bouwwerken zijnde en werkzaamheden uit te voeren: a. b. c. d.
het uitvoeren van grondbewerkingen, waaronder het ophogen, egaliseren en afgraven van gronden; het aanleggen, dempen, verbreden of versmallen van waterlopen; het herinrichten of anderszins wijzigingen aanbrengen in de inrichting van de openbare ruimte; het bestraten of herstraten van de bestaande profielen, in de zin van herprofilering en/of wijziging van bestratingsmateriaal, het aanbrengen, wegnemen of veranderen van stoepen, stoepranden, stoeppalen of waterpompen daaronder begrepen; e. het verwijderen of toevoegen van beplanting. 20.2.2 Uitzonderingen op de vergunningsplicht Het bepaalde in 20.2.1 is niet van toepassing op werken en werkzaamheden: a. die het normale onderhoud betreffen; b. die het aanbrengen van ondergrondse kabels, leidingen en andere infrastructurele voorzieningen in bestaande tracés betreffen; c. die reeds in uitvoering zijn op het tijdstip van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, danwel uitgevoerd mogen worden conform een aangevraagde en/of verleende vergunning. 20.2.3 Toetsingscriteria De omgevingsvergunning zoals bedoeld onder 20.2.1 kan worden verleend, indien de werken, geen bouwwerk zijnde of werkzaamheden geen aantasting van de recreatieve, cultuurhistorische, ecologische of landschappelijke waarden tot gevolg hebben. 20.3
Wijzigingsbevoegdheid
Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd, overeenkomstig artikel 3.6 lid 1 onder a van de Wet ruimtelijke ordening, het bestemmingsplan te wijzigen door: a. één of meerdere bestemmingsvlakken met de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' geheel of gedeeltelijk te verwijderen, mits de betreffende gronden niet langer zijn aangewezen als Hoofdgroenstructuur en de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover heeft geadviseerd; b. aan gronden de dubbelbestemming 'Waarde - Hoofdgroenstructuur' toe te kennen, mits de betreffende gronden worden aangewezen als Hoofdgroenstructuur en de Technische Adviescommissie Hoofdgroenstructuur hierover heeft geadviseerd.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 57
Artikel 21 21.1
Waterstaat - waterkering
Bestemmingsomschrijving
a. De voor Waterstaat - waterkering aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor de bescherming en het behoud van een waterkering; b. De bestemming Waterstaat - Waterkering is primair ten opzichte van de overige aan deze gronden toegekende bestemmingen met uitzondering van de bestemming Waarde - archeologie.
Gemeente Amsterdam
blz. 58
Hoofdstuk 3 Artikel 22
Algemene regels Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 59
Artikel 23
Algemene bouwregels
Het is toegestaan de in dit plan aangegeven bouw- en/of bestemmingsgrenzen te overschrijden ten behoeve van: 1. tot ten hoogste 2 meter ten behoeve van hijsinrichtingen en andere ondergeschikte delen van gebouwen, voor zover deze de vrije doorgang van het verkeer niet belemmeren; 2. ten behoeve van stoepen, stoeptreden, koekoeken, funderingen, plinten, hekwerken van Franse balkons, pilasters, kozijnen, standleidingen voor hemelwater, gevelversieringen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 meter; 3. ten behoeve van gevel- en kroonlijsten, overstekende daken en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan maximaal 1 meter en deze werken niet lager zijn gelegen dan 4,2 meter boven een rijweg of boven een strook ter breedte van 1,5 meter langs een rijweg, 2,4 meter boven een rijwielpad en 2,2 meter boven een voetpad, voorzover dit rijwielpad of voetpad geen deel uitmaakt van bedoelde strook van 1,5 meter; 4. (wanden van) ventilatiekanalen, schoorstenen en dergelijke delen van gebouwen, mits de overschrijding niet meer bedraagt dan 0,5 meter en deze achter de voorgevel worden gerealiseerd; 5. schotelantennes met een diameter van maximaal 1 meter; 6. dakluiken, daklichtconstructies en dergelijke ondergeschikte delen van gebouwen mits de overschrijding van de bouwhoogte niet meer bedraagt dan 2 meter.
Gemeente Amsterdam
blz. 60
Artikel 24 24.1
Algemene gebruiksregels
Algemeen
Het is verboden de in het bestemmingsplan begrepen gronden en de zich daarop bevindende bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze of tot een doel, strijdig met de bestemming of de daarbij behorende regels. 24.2
Verboden gebruik
Als verboden gebruik - in de zin van gebruiken, laten gebruiken of in gebruik geven - wordt, tenzij het gebruik op basis van Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels is toegestaan, in ieder geval begrepen het gebruik van gronden en bebouwing voor een: a. b. c. d. e. f. g. h. i.
inrichting die wordt begrepen onder bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor); telefoneerinrichting of belhuis / internetcafé; automatenhal; seksinrichting; prostitutiebedrijf; geldwisselkantoor; massagesalon; opslag en/of verkooppunt van consumentenvuurwerk, professioneel vuurwerk of andere vergelijkbare ontplofbare goederen; opslag en/of stalling van kampeermiddelen, voer- of vaartuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, grond en bodemspecie, puin- en vuilstortingen, en aan hun gebruik onttrokken machines, behoudens gebruik dat strekt tot realisering van de bestemming en gebruik dat voortvloeit uit het normale dagelijkse gebruik en onderhoud dat ingevolge de bestemming is toegestaan.
24.3
Toegelaten bedrijven
Voor zover bedrijven zijn toegestaan, mogen de gronden en gebouwen worden gebruikt voor de volgende categorieën bedrijven: a. Uitsluitend bedrijven die vallen onder categorie A van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging, tenzij anders in deze regels is bepaald; b. Uitsluitend bedrijven die vallen onder categorie B en C van de bij deze regels gevoegde Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging voor zover aanwezig ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan; c. Het bevoegd gezag kan, gelet op het bepaalde in artikel 3.6, lid 1 onder c, van de Wet ruimtelijke ordening, bij een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, afwijken van het bepaalde onder a een omgevingsvergunning te verlenen, met dien verstande dat het bouwen en het gebruik van gronden en bebouwing ten behoeve van een bedrijf is toegestaan dat: 1. niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging voorkomt en in vergelijking met bedrijven die wel vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; 2.
in de Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging voorkomt en valt onder één of meer categorieën hoger dan toegelaten, mits het desbetreffende bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de toegelaten categorieën een gelijke of mindere milieuhinder veroorzaakt; 3. na uitbreiding, wijziging of aanpassing in de Staat van Bedrijfsactiviteiten - Functiemenging valt onder één of meer categorieën hoger dan toegelaten, mits de uitbreiding, wijziging of aanpassing niet tot gevolg heeft, dat het bedrijf in vergelijking met bedrijven die vallen onder de bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 61
toegelaten categorieën, meer milieuhinder veroorzaakt. 24.4
Parkeernormen auto
Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende parkeergelegenheid voor auto's moet worden gerealiseerd, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de gemeentelijke parkeernota 'Nota Parkeernormen Auto' (in werking per 1 juli 2017). Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode bij besluit (gelet op artikel 1:3, vierde lid, van de Awb) wordt gewijzigd, dan is de gewijzigde versie van toepassing. 24.5
Parkeernormen fiets
Voor parkeren geldt dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor bouwen voldoende parkeergelegenheid voor fietsen moet worden gerealiseerd, waarbij voldoende betekent dat wordt voldaan aan de normen in de beleidsregels die zijn neergelegd in de gemeentelijke nota 'Nota Parkeernormen Fiets en Scooter' (in werking per 19 maart 2018). Indien deze beleidsregel gedurende de planperiode bij besluit (gelet op artikel 1:3, vierde lid, van de Awb) wordt gewijzigd, dan is de gewijzigde versie van toepassing.
Gemeente Amsterdam
blz. 62
Artikel 25 25.1
Algemene aanduidingsregels
Geluidszones
25.1.1 Westpoort a. Ter plaatse van de aanduiding 'Geluidszone - industrie' zijn de gronden, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor het tegengaan van een te hoge geluidsbelasting vanwege het industrieterrein “Westpoort” op geluidsgevoelige bestemmingen. b. In afwijking van het bepaalde bij de andere voor die gronden aangewezen bestemmingen geldt ter plaatse van de aanduiding 'Geluidszone - industrie' de volgende regel: 1. een op grond van de andere aangewezen bestemmingen toelaatbaar gebouw, of de uitbreiding daarvan, welk aangemerkt kan worden als een geluidsgevoelige bestemming, mag slechts worden gebouwd indien de geluidsbelasting vanwege het Industrieterrein “Westpoort” op de gevels van dit gebouw niet hoger zal zijn dan de daarvoor geldende voorkeursgrenswaarde of een verkregen hogere grenswaarde. 25.2
Grondwateraandachtsgebied
Ter plaatse van de gebiedsaanduiding "milieuzone - grondwateraandachtsgebied" mag een kelder of souterrain alleen worden gebouwd of uitgebreid onder hoofdgebouwen indien: a. met een geohydrologisch onderzoek op basis van lokale grondboringen en peilbuizen wordt aangetoond dat er geen sprake is van verstoring van de bestaande grondwaterstromingen en -standen en in de nieuwe situatie de bestaande grondwaterstromingen en -standen behouden blijven; en b. een positief advies over de aanvraag is afgegeven door de grondwaterbeheerder. 25.3
Wijzigingsbevoegdheid grondwateraandachtsgebied
Het bevoegde gezag is bevoegd om de begrenzing van de gebiedsaanduiding "milieuzone grondwateraandachtsgebied" zoals bedoeld in lid 25.2 te wijzigen indien dit nodig is gelet op de ter plaatse al dan niet gewijzigde waterhuishoudkundige situatie, waarbij het bevoegde gezag voor vaststelling van het wijzigingsplan advies inwint bij de waterbeheerder.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 63
Artikel 26
Algemene afwijkingsregels
1. Indien niet op grond van een andere bepaling van deze regels ontheffing kan worden verleend, dan kan het bevoegd gezag bij het verlenen van een omgevingsvergunning afwijken van de desbetreffende regels van dit bestemmingsplan, ten behoeve van: a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen en elektriciteitsvoorzieningen met een maximale bouwhoogte van 6 meter, en een maximale inhoud van 50 m3; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals gedenktekens, plastieken, straatmeubilair, vrijstaande muren, keermuren, trapconstructies, bebouwing ten behoeve van al dan niet ondergrondse afvalopslag, geluidwerende voorzieningen, steigers, duikers en andere waterstaatkundige werken; c. geringe afwijkingen worden toegestaan welke in het belang zijn van een ruimtelijke en/of technisch beter verantwoorde plaatsing van bouwwerken, wegen en anderszins, of welke noodzakelijk zijn in verband met de werkelijke toestand van het terrein, mits de afwijking in situering niet meer bedraagt dan 1 meter; d.
het overschrijden van de maximum bouwhoogte zoals genoemd in de regels ten behoeve van: lift- en trappenhuizen met ten hoogste 4 meter, met dien verstande dat deze bouwwerken niet zijn toegestaan op éénlaagse uitbouwen; dakopbouwen ten behoeve centrale verwarmingsinstallaties en andere technische ruimten met ten hoogste 4 meter, met dien verstande dat deze bouwwerken niet zijn toegestaan op éénlaagse uitbouwen; schoorstenen, ventilatie-inrichtingen, antennes en zendmasten ten behoeve van mobiele telefonie met ten hoogste 1 meter; e. de in het plan aangegeven bestemmings- of bouwgrenzen met ten hoogste 2 meter mag worden overschreden ten behoeve van uitkragingen, bordessen, buitentrappen, galerijen, luifels, erkers, balkons, lift- en trappenhuizen en andere ondergeschikte onderdelen van gebouwen.
Gemeente Amsterdam
blz. 64
Hoofdstuk 4 Artikel 27 27.1
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht
Overgangsrecht bouwwerken
1. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. 2. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. 3. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 27.2
Overgangsrecht gebruik
1. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. 2. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. 3. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. 4. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
bestemmingsplan_Erasmuspark- en Robert Scottbuurt (onherroepelijk)
blz. 65
Artikel 28
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Erasmuspark- en Robert Scottbuurt. Aldus vastgesteld in de vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Amsterdam. De voorzitter, De griffier,
Gemeente Amsterdam