CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3 DEF-Plan_bijlage 1 Locatieonderzoek.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 20 juni 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van de vestiging van het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland (VN2024-008001)17.235 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

35 alinea's met “bijeenkomst”: 66 421 433 439 445 451 656 660 709 712 713 714 726 730 734 736 747 765 767 768 786 788 789 810 821 823 824 845 861 863 864 884 912 914 937

Plan voor de oprichting en bouw van het Nationaal Slavernijmuseum

bijlage 1

Locatieonderzoek

Plan voor de oprichting en bouw van een Nationaal Slavernijmuseum

bijlage 1

Locatieonderzoek

Februari 2024 Dit locatieonderzoek kwam tot stand in samenwerking tussen de directie Ruimte en Duurzaamheid van de gemeente Amsterdam en de kwartiermakers van het Nationaal Slavernijmuseum. 2

Locatieonderzoek

Inhoud

Samenvatting

7

1

Inleiding

8

1.1

Aanleiding

8

1.2

Voortraject

9

2

3

4

5

Aanpak

12

2.1

Hoofduitgangspunten voor het gebouw en de locatie

12

2.2

Actualisatie afwegingskader

13

Inhoudelijke beoordeling locaties

15

3.1

Actualisatie locaties

15

3.2

Voor- en nadelen locaties

35

Uitkomsten uit het participatietraject

36

4.1

Adviezen voor het gebouw en de locatie

36

4.2

Meest genoemde locaties

39

4.3

Nieuw aangedragen locaties

40

4.4

Samenvatting draagvlak

46

Conclusie

50

5.1

Conclusie locatieonderzoek

50

5.2

Aanbevelingen vervolgtraject

54

Appendices

4

Locatieonderzoek

Appendix 1. Overzicht bijeenkomsten

57

Appendix 2. Overzicht beoordelingsmatrix per locatie

74

Appendix 3. Overzichtsmatrix draagvlak

85

5

Samenvatting

‘Het Java-eiland is de centrale, waardige en prominente plek aan doorgaand stromend water die wij zoeken.’

In het voortraject van het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders is een advies aan het college van B&W uitgebracht over de voorwaarden waaraan de locatie van een Nationaal Slavernijmuseum moet voldoen. In dit traject werden ook negen potentiële locaties genoemd. Al deze locaties zijn besproken en aangevuld tijdens de participatiebijeenkomsten. De kwartiermakers zijn tot de conclusie gekomen dat de locatie van het Javaeiland het beste past bij (a) de uitgangspunten uit het voortraject en (b) de objectieve beoordeling van de diverse geopperde locaties en (c) de geleverde input tijdens het participatietraject. De locatie op het Java-eiland is een centrale prominente plek aan stromend water, op een bereikbare plek en met een sterke visuele relatie met het centrale deel van het IJ. Tegelijkertijd ligt het op voldoende afstand van het drukke centrum, waardoor er ruimte is voor rust en reflectie om het slavernijmuseum op je in te laten werken. Doordat het op enige afstand van het centrum ligt zorgt het er ook voor dat de gebieden met hoge toeristische druk niet verder belast worden. In de Visie bezoekerseconomie in Amsterdam 2035* wordt een toekomstbeeld geschetst van hoe Amsterdam in 2035 in beeld wil zijn voor bezoekers. Het Nationaal Slavernijmuseum op het Java-eiland sluit hierop aan en kan dit versterken.

In het participatietraject werden de eerder bepaalde uitgangspunten voor de locatie en het gebouw van het slavernijmuseum bevestigd en verrijkt. Het Java-eiland werd vaak genoemd als een geschikte plek voor het museum. De Omgevingsvisie** biedt de mogelijkheid om op het Java-eiland een museum te realiseren. Daarnaast maakt het huidige onbebouwde karakter aan de voorzijde van het eiland het mogelijk om het museum ruimtelijk goed in te passen en een bijbehorend park te realiseren. Dat laatste is een diep gekoesterde wens van velen van onze gespreksgenoten. Wij denken dat het achterste gedeelte van de kop van het Java-eiland het meest geschikt is om het gebouw op te plaatsen, de voorzijde blijft dan een open plek waar het park kan worden aangelegd. Peggy Brandon David Brandwagt John Leerdam * Visie bezoekerseconomie in Amsterdam 2035 ** Omgevingsvisie Amsterdam 2050: een menselijke metropool

7

1

Inleiding

tijdelijke programmering en het organiseren van een participatieproces over o.a. de locatie van het museum. De kwartiermakers werken gezamenlijk aan het draagvlak voor het toekomstige Nationaal Slavernijmuseum, binnen Amsterdam, het Europees en Caribisch deel van het Koninkrijk.

1.2 Voortraject In het eindrapport Met de kracht van de voorouders is in de verkenningsfase ook gekeken naar de fysieke aspecten van de museale voorziening. De regiegroep heeft geadviseerd om een (middel)groot zelfstandig museum te realiseren, op een zichtbare en prominente plek in de stad. Daarvoor is een globaal Programma van Eisen opgesteld.

1.1

Aanleiding

1 Geschiktheid als museale voorziening (ruimtelijke inpassing van het programma);

Initiatieffase

2 Bereikbaarheid (lokaal, nationaal en internationaal);

Op 20 december 2017 stemde de Gemeenteraad van Amsterdam unaniem in met het initiatiefvoorstel Een stap naar verdere verkenning van het Amsterdamse slavernijverleden van de leden Blom (GL), Duijndam (SP) en Mbarki (PvdA) en met de bestuurlijke reactie van het college. Deze reactie onderstreepte het nationale karakter van wat sindsdien een museale voorziening werd genoemd.

3 Aantrekkingskracht (uitstraling van de locatie voor een nationaal museum).

Verkenningsfase Op basis van een open call voor een Programma van Eisen voor een nationale museale voorziening werden de plannen van drie verschillende partijen gekozen, die vervolgens tot één verkenningsrapport uitgewerkt werden. Dat waren: Nationaal Instituut Nederlands Slavernijverleden en Erfenis (NiNsee), Museum zonder Muren (MzM) en IZI Solutions (IZI) – samen waren zij vertegenwoordigd in de zogenoemde regiegroep. In mei 2021 hebben zij het eindrapport Met de kracht van de voorouders overhandigd aan burgemeester Halsema en wethouders Groot Wassink (Diversiteit) en Meliani (Kunst en Cultuur). Belangrijke conclusie van de drie partijen was dat een Nationaal Slavernijmuseum vraagt om een groot, prominent en nieuw gebouw in de hoofdstad. De Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad hebben vervolgens op 1 november 2021 een advies aangeboden aan het ministerie van OCW en het College van de gemeente Amsterdam over het verkenningsrapport van de regiegroep. De raden zagen een duidelijke noodzaak voor het museum als belangrijke aanvulling op het Nederlandse museale landschap. De raden vonden met de regiegroep dat voor deze inhaalslag een nieuw, groot en iconisch gebouw nodig is.

Definitiefase In 2022 heeft het college besloten om drie kwartiermakers aan te stellen voor het vervolgtraject en in het gemeentelijk projectteam Nationaal Slavernijmuseum op te nemen. Vanaf 1 september 2022 werkten zij in de zogenaamde definitiefase op hoofdlijnen aan een museaal ondernemingsplan, het opstarten van een publieke

8

Op basis van dit Programma van Eisen is het gemeentelijk projectteam Nationaal Slavernijmuseum gestart met de zoektocht naar een locatie voor het museum. Met de directie Ruimte en Duurzaamheid en de directie Gemeentelijk Vastgoed is een brede inventarisatie gemaakt van mogelijke locaties, met als resultaat een longlist van 50 locaties (zowel bebouwd als onbebouwd) verspreid door de stad. Deze locaties zijn vervolgens door het projectteam beoordeeld aan de hand van drie criteria:

Locatieonderzoek

De locaties zijn op deze drie criteria beoordeeld als goed, redelijk of minder. Daaruit bleef een selectie over van locaties en gebouwen die in totaal als positief beoordeeld werden. De resterende locaties zijn afgestemd met zowel de regiegroep als de stuurgroep (gemeente Amsterdam, ministerie OCW en vertegenwoordigers uit netwerk en achterban). Omdat er een sterke voorkeur is voor nieuwbouw, zijn de als positief beoordeelde bestaande gebouwen afgevallen. Al met al heeft dit geresulteerd in een shortlist van negen locaties. Eind 2021 is een nader locatieonderzoek over deze negen locaties door de directie Ruimte en Duurzaamheid afgerond. Het college van B&W heeft geen besluit genomen over een voorkeurslocatie, omdat ze graag de ideeën en wensen vanuit inwoners van Amsterdam, Europees en Caribisch Nederland wilde meenemen in haar afweging. Locatie Papaverweg (nummer 8) en Tolhuistuin (nummer 9) zijn voor de start van de participatie afgevallen. Op de Papaverweg (8) was de planvorming voor een schoolgebouw en woningen inmiddels zo vergevorderd, dat de locatie niet meer beschikbaar was. De locatie Tolhuistuin (9) is op dit moment verhuurd aan een andere culturele instantie die belangrijk is voor de stad. Tijdens de participatiebijeenkomsten is dit gecommuniceerd.

Het gemeentelijk projectteam Nationaal Slavernijmuseum heeft de directie Ruimte en Duurzaamheid gevraagd om het locatieonderzoek uit 2021 te actualiseren en de uitkomsten van het participatietraject hierin te verwerken. Ook zijn er tijdens de participatiebijeenkomsten en via schriftelijke reacties nog aanvullende locaties genoemd. Op basis van de actualisatie van de eerdere objectieve criteria en het draagvlak vanuit het participatietraject is een integraal eindadvies voor de voorkeurslocatie van het Nationaal Slavernijmuseum tot stand gekomen.

9

8

9 6

1

AMSTELPARK (ZUID)

2

KOP JAVA-EILAND (OOST)

3

KOP ORANJESLUIZEN (OOST)

4

MARINETERREIN (CENTRUM)

5

NELSON MANDELAPARK (ZUIDOOST)

6

SIXHAVEN (NOORD)

7

ZUIDAS-KENNISKWARTIER (ZUID)

8

PAPAVERWEG (NOORD)

9

TOLHUISTUIN (NOORD)

2

3

4

De negen locaties (in alfabetische volgorde)

7

1

5

10

Locatieonderzoek

11

2

in het bijzonder uit naar een locatie aan het IJ. Verder mag de locatie geen plek zijn die door mensen uit de Afrikaanse diaspora wordt ervaren als ‘besmet’ door de geschiedenis.

Aanpak

Het Programma van Eisen gaat ervan uit dat uiteindelijk circa 270.000 bezoekers op jaarbasis het museum zullen bezoeken. Aangenomen wordt dat op een doordeweekse dag 60 tot 120 scholieren inclusief begeleidende docenten het museum bezoeken. Het piekmoment in de aankomst van dat bezoek is tussen 10.00 uur, wanneer het museum waarschijnlijk opengaat, en 11.30 uur. Ook wordt rekening gehouden met twee groepen bezoekers (in totaal 100 bezoekers) die ongeveer gelijktijdig zullen binnenkomen. Een goed bereikbare plek is essentieel, temeer vanwege de eerder genoemde verwachting van een paar honderdduizend bezoekers per jaar. Samengevat:

2.1

Hoofduitgangspunten voor het gebouw en de locatie Er zijn door de drie kwartiermakers en de eerdere regiegroep uitgangspunten geformuleerd voor de zoektocht naar een geschikte locatie. Het uitgangspunt is dat het museum een nog weinig gedeeld stuk geschiedenis op vernieuwende wijze reconstrueert en onderdeel maakt van het nationale verhaal van Nederland. Het museum wil bijdragen aan een samenleving die inclusiever en gelijkwaardiger moet worden. Het museum moet een plek worden waar iedereen zich welkom voelt, van elke etniciteit, godsdienst, seksuele oriëntatie, genderidentiteit of leeftijd. Als onderdeel van de verkenning is ook onderzocht hoe de visie en missie vertaald kunnen worden naar de fysieke ruimte, zowel qua gebouw als qua locatie. Op basis van de geformuleerde museale missie en visie is geconcludeerd dat een zelfstandig groot museum noodzakelijk is. Dat wil zeggen een gebouw met 6.500 m2 publieksruimte (ca. 9.000 m2 bruto vloeroppervlakte), omringd door en verbonden met een museumpark. Dat betekent ter vergelijking dat het slavernijmuseum in orde van grootte uitkomt rond het Eye Filmmuseum of Amsterdam Museum.

Het slavernijmuseum dient multifunctioneel te zijn: het grootste deel bestaat uit expositieruimte, maar daarnaast wordt ook gedacht aan werkplaats- en studioruimte, reflectieruimte, ruimte voor voorstellingen, kantoorruimte voor een onderzoeks- en kenniscentrum, winkelruimte en horeca. Omdat het slavernijmuseum een nationaal museum over een sterk onderbelicht stuk (inter)nationale geschiedenis is, pleiten de regiegroep en de kwartiermakers nadrukkelijk voor een plek die deze buitensluiting tegengaat en dit verleden krachtig in de huidige samenleving positioneert. Het moet daarom een zelfstandige, zichtbare en bereikbare voorziening worden in de hoofdstad van het land. Het gebouw moet in principe nieuwbouw zijn. Zo kan een prominent en iconisch gebouw gerealiseerd worden, waarbij het slavernijthema centraal staat in het ontwerp. Daarnaast roept nieuwbouw geen discussies op over het eventueel belaste verleden, of over de specifieke, niet-inclusieve, uitstraling van een bestaand (museum)gebouw. Een locatie nabij stromend water en in een groene omgeving heeft de voorkeur. Water en groen verwijzen naar de slavernijgeschiedenis, maar staan tegelijkertijd centraal in de spirituele kracht van de Afrikaanse diaspora. De voorkeur gaat

12

Locatieonderzoek

2.2

•

Een middelgroot, zelfstandig museumgebouw van 9.000 m2 bruto vloeroppervlak

•

Een nieuw gebouw op een prominente zichtbare plek

•

Een iconisch en/of symbolisch gebouw

•

Nabij stromend water (bij voorkeur aan het IJ)

•

Omringd door een park

•

Goed bereikbaar

•

Goed inpasbaar

Actualisatie afwegingskader In december 2021 zijn de locaties uit de shortlist nader onderzocht op de ruimtelijke inpassing. In dit eindadvies is het onderzoek geactualiseerd en op een aantal punten aangescherpt. Om de locaties op een inzichtelijke, eenduidige en transparante wijze te onderzoeken en te beoordelen is een objectief afwegingskader gemaakt, bestaande uit verschillende onderdelen met bijbehorende beoordelingscriteria. Deze beoordelingscriteria zijn opgesteld op basis van de uitgangspunten voor het gebouw en de locatie. Per criterium is aangegeven of de locatie goed (groen = +), matig (oranje = 0), of slecht (rood = -) scoort. De locaties zijn beoordeeld op basis van verschillende bronnen en informatie. De locaties zijn stedenbouwkundig onderzocht, onder andere op inpasbaarheid van het programma en de ligging ten opzichte van voorzieningen en openbaar vervoer. Daarnaast zijn er gesprekken gevoerd met betrokken ambtenaren (met name gebiedsmanagers en projectleiders in de gebiedsontwikkeling). Tot slot is gebruik gemaakt van de Omgevingsvisie Amsterdam 2050**, Visie bezoekerseconomie in Amsterdam 2035* en zijn de relevante plannen en bestemmingsplannen geraadpleegd om tot een globale inschatting te komen van de haalbaarheid van een locatie.

Belangrijk is nog hier te vermelden dat sommige relevante criteria waaronder het draagvlak (vanuit de bevolking en op de locatie zelf) buiten de scope van dit objectieve afwegingskader ligt. Deze komen wel in hoofdstuk 4 en in de conclusie aan bod. Onderstaand wordt een toelichting gegeven op de verschillende onderdelen met de bijbehorende objectieve beoordelingscriteria. In de latere tabellen staan subcriteria per onderdeel benoemd. * Visie bezoekerseconomie in Amsterdam 2035 ** Omgevingsvisie Amsterdam 2050: een menselijke metropool

13

1 RUIMTELIJKE INPASSING VAN PROGRAMMA Is er voldoende ruimte voor inpassing van het gewenste gebouwde programma (nieuwbouw) en voor de buitenruimte? Voor het gebouwde programma van 9.000 m2 bruto vloeroppervlak is uitgegaan van een footprint van ongeveer 3.000 m2 voor een vrijstaand gebouw tot 1.500 m2 voor een gebouw als onderdeel van een bouwblok. Per locatie is op de kaart een impressie gegeven van de inpasbaarheid.

3

Inhoudelijke beoordeling locaties

2 KARAKTERISTIEKEN LOCATIE Sluit de kwaliteit van de locatie aan bij de geformuleerde locatie-eisen? De ligging van het museum is zwaarwegend bij de beoordeling. Vanwege het nationale karakter en de wens om aandacht te geven aan een onderbelicht deel van de (inter) nationale geschiedenis, dient het museum een (zeer) prominente en zichtbare plek te krijgen, bij voorkeur aan open water. Om de zichtbaarheid in beeld te brengen is zowel gekeken naar de (meer letterlijke) zichtbaarheid vanuit de omgeving als naar de stedelijkheid en naar de nabijheid van andere culturele instellingen. De aanwezigheid van andere voorzieningen in de omgeving kunnen de belangstelling voor (een bezoek aan) het slavernijmuseum vergroten. 3 BEREIKBAARHEID

In dit hoofdstuk is de informatie over de zeven overgebleven locaties uit het locatieonderzoek uit 2021 geactualiseerd. Dit hoofdstuk beschrijft de mogelijkheden per locatie en eindigt met een samenvatting. In de bijlagen is per locatie een tabel opgenomen hoe de locatie scoort op de verschillende onderdelen.

Hoe is de bereikbaarheid van de locatie? Het museum is in principe gericht op alle inwoners van Nederland; daarom moet de locatie goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, per fiets en auto/touringcar. Omdat scholieren een centrale doelgroep zijn van het museum, is ook de bereikbaarheid en nabijheid van parkeervoorzieningen voor touringcars belangrijk. Verder is bijzondere aandacht besteed aan de mogelijkheid tot het realiseren van een waterverbinding naar het museum (die onderdeel kan zijn van het museale concept). Ook internationale bezoekers uit andere landen die al dan niet in eerdere generaties te maken hebben gehad met het slavernijverleden vormen een deel van de doelgroep. 4 ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN Welke planologische mogelijkheden en kansen zijn er voor ontwikkeling van een nieuwe voorziening op deze locatie? Hiervoor is gekeken naar de aansluiting bij de huidige planvorming, zowel qua inhoud als fasering. Aanvullend is gekeken naar het eigendom van de grond en van eventuele opstallen, het huidige gebruik, en per wanneer de locatie beschikbaar is. Ten slotte is ook een globale indicatie gegeven van de financiële consequenties (met name voor de lopende grondexploitatie, eventuele verwerving en bouwrijp maken) wanneer het museum op deze locatie gerealiseerd zou worden.

Al deze punten maken inzichtelijk hoe eenvoudig of complex het is om op deze locatie een nieuw museum te realiseren. 5

RUIMTELIJKE BEPERKINGEN

Zijn er ruimtelijke beperkingen die de ontwikkeling van een museum kunnen belemmeren? Hiervoor is globaal gekeken naar milieubeperkingen en aspecten rondom externe veiligheid (o.a. vervuiling grond, milieuzone). Daarnaast is gekeken of de locatie gelegen is in de Hoofdgroenstructuur (HGS) en hoe het zich verhoudt tot de Visie bezoekerseconomie in Amsterdam 2035. Hierin staat de opgave gericht op het verminderen van de overlast en het overtoerisme en het beperken van het aantal overnachtingen centraal. Het soort bezoeker dat Amsterdam bezoekt, is ook sterk afhankelijk van het toeristische en culturele aanbod in de stad. Het realiseren van een slavernijmuseum sluit aan bij de ambitie om ons als stad te richten op de bezoeker die komt voor het unieke historische en culturele karakter van Amsterdam.

14

Locatieonderzoek

3.1

Actualisatie locaties Zoeklocatie 1: AMSTELPARK Het Amstelpark ligt in stadsdeel Zuid en is aangelegd als locatie voor de Floriade van 1972. Binnen het park is in het locatieonderzoek in 2021 gekeken naar de locatie van de stadsdeelwerf in de Zuidwesthoek. Ook enkele expositiegebouwtjes zijn als mogelijk onderkomen genoemd. Hier is echter het Programma van Eisen, zoals in hoofdstuk 2 beschreven, niet te realiseren. In het Transitieplan Werven en overslagpunten dat in 2020 is vastgesteld, is besloten dat de stadsdeelwerf blijft. Er vinden momenteel investeringen plaats om de werf optimaal te gebruiken. LOCATIEKENMERKEN Het Amstelpark is met 45 hectare een van de grotere Amsterdamse parken en ligt tussen de brede Europaboulevard en de Amstel. Onderdeel van de groene ruimte, maar niet openbaar is de 17 eeuwse buitenplaats Amstelrust, met historische bebouwing. Het Amstelpark ligt weinig centraal en relatief verborgen in de stad. De A10-Zuid en de Europaboulevard maken de aansluiting op omliggende buurten zwak. Het park wordt bovendien geheel omgeven door een brede watergang. Het park zelf kent een gevarieerde opzet, met nog veel overblijfselen van de Floriade, waaronder een aantal paviljoens. Deze gebouwen zijn te klein om als onderdak voor een slavernijmuseum dienst te doen.

15

VOORDELEN

NADELEN

Gelegen in een park en aan water

Nieuwbouw voor stadsdeelwerf al in gang

Goede bereikbaarheid met de auto

Beperkte zichtbaarheid

Meerkernige ontwikkeling

Beperkt bereikbaar per ov

De enige locatie waar een nieuw, groot gebouw met bijbehorende groenvoorziening goed inpasbaar is, is de zuidwesthoek van het Amstelpark, aan het uiterste einde van de Europaboulevard. Hier is nu een stadsdeelwerf gevestigd, en tot voor kort ook Stichting Stadshout, waar in Amsterdam gekapte bomen verwerkt en gedroogd worden. De zoeklocatie is vanaf de Europaboulevard goed zichtbaar en ligt op steenworp afstand van de historische Riekermolen, bij het standbeeld van Rembrandt, een door toeristen veel bezochte plek langs de Amstel. De omgeving is verder vooral woonwijk, met weinig publiekstrekkende stedelijke voorzieningen en passanten. Het is binnen Amsterdam geen in het oog springende plek en de zichtbaarheid, met uitzondering vanaf de Europaboulevard, is beperkt.

Ligging in Hoofdgroenstructuur

INPASBAARHEID PROGRAMMA

SAMENVATTING AMSTELPARK

Op deze locatie is het slavernijmuseum en de bijbehorende groenvoorziening ruimtelijk inpasbaar. De wens van de regiegroep en van adviserende instanties om een nationaal slavernijmuseum met een iconische uitstraling te stichten is op deze locatie echter niet goed in te vullen. ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN De grond is eigendom van de gemeente Amsterdam. In 2021 is de Stichting Stadshout vertrokken. De locatie is in gebruik als stadsdeelwerf en van groot belang voor het beheer van de parken in stadsdeel Zuid. Het verplaatsen van de stadsdeelwerf naar een locatie nabij is een lastige opgave. Momenteel vinden er werkzaamheden plaats. BEREIKBAARHEID De zoeklocatie ligt op grote afstand (1,4 km) van trein en metro (station RAI). Fietsverbindingen zijn goed. Bereikbaarheid per auto is goed. Op de Europaboulevard is bovendien volop parkeergelegenheid. Vervoer over water is in principe mogelijk over de Amstel, maar er zijn beperkingen in vaarsnelheid en de afstand tot eventuele opstapplaatsen bij ov (Station Amstel, metro Overamstel) is groot. RUIMTELIJKE BEPERKINGEN Het hele Amstelpark is onderdeel van de Hoofdgroenstructuur, inclusief de zoeklocatie. Desondanks is de zoeklocatie op dit moment voor een groot deel verhard en niet in gebruik als groene ruimte. Binnen het Luchthaven Indelingsbesluit (LIB) is de vestiging van een nieuwe museale functie op de zoeklocatie toegestaan.

Er is een bestemmingsplanwijziging nodig om de vestiging van een museum op de beoogde locatie mogelijk te maken. Met het realiseren van het Nationaal Slavernijmuseum ontstaat hier een interessant cluster aan voorzieningen dat bezoekers kan verleiden de drukke binnenstad te verlaten en zo een bijdrage kan leveren aan een betere spreiding van bezoekers over de stad.

Legenda

16

Zoeklocatie gebouwd programma

Culturele voorziening

Tramhalte

Zoeklocatie buitenruimte

Treinstation

Bushalte

Bouwopgaven

Metrohalte

Veerpont

Locatieonderzoek

P Parkeren

17

Zoeklocatie 2: JAVA-EILAND Deze zoeklocatie is gelegen in stadsdeel Oost, in de wijk Oostelijk Havengebied. De kop van het Java-eiland is het uiterste westpunt van het Java-eiland. Dit voormalig haveneiland is begin deze eeuw ontwikkeld als woongebied. Bij deze ontwikkeling is het westelijke deel van het eiland onbebouwd gebleven. De locatie is gereserveerd als openbare ruimte en als mogelijke plek voor een buitencategorie stedelijke functie. Het Oostelijk Havengebied bestaat uit een serie voormalige haveneilanden, die zijn herontwikkeld tot woongebied. Verspreid in deze nieuwe wijk zijn culturele voorzieningen en bijzondere horeca in bestaande en nieuwgebouwde monumentale panden gevestigd. In het Oostelijk Havengebied wordt ook gewerkt, maar het karakter is toch hoofdzakelijk rustig en besloten. Dit heeft niet alleen te maken met de gerealiseerde bebouwing, maar ook met de ruimtelijke opbouw van het gebied. Het bestaat uit een serie door bruggen en dammen verbonden eilanden en schiereilanden. Dit zorgt voor een zekere gefragmenteerde ruimtelijke opbouw. Het Oostelijk Havengebied ligt enigszins geïsoleerd in de stad en vormt een noordoostelijk uiteinde van het Amsterdamse centrum. De bouw van IJburg en Zeeburgereiland heeft hier geen verandering in gebracht.

Ook de voorgenomen bouw van een oostelijke brug over het IJ zal naar verwachting weinig verandering brengen in deze situatie. Ondanks de relatieve isolatie van het Oostelijk Havengebied ligt Java-eiland op een bijzonder prominente plek in het IJ. De zoeklocatie wordt aan drie zijden omsloten door open water en ligt vol in het zicht vanaf het hele centrale deel van het IJ en de Noordoostelijke IJ-oever. Omgekeerd biedt de zoeklocatie een wijds uitzicht over het IJ richting het Stationseiland met CS, Overhoeks en het Oosterdoks- en Westerdokseiland.

SAMENVATTING JAVA-EILAND VOORDELEN

NADELEN

Ruimte voor museum en park

Redelijke bereikbaarheid per ov en auto

Gelegen aan open water

Weinig grootstedelijke voorzieningen omgeving

Goede zichtbaarheid

Op loopafstand van de zoeklocatie zijn weinig andere stedelijke en culturele voorzieningen, maar met Pakhuis De Zwijger, het Muziekgebouw aan het IJ en de ADAM-toren is juist wel een sterke visuele relatie. De landschappelijke kwaliteit van het Java-eiland wordt al lange tijd onderkend. Juist vanwege de prominente ligging en goede zichtbaarheid was deze plek in de vorige Structuurvisie benoemd als mogelijke Metropolitane Plek en staat hij in de nieuwe Omgevingsvisie als Groenblauwe Hotspot op de Visiekaart. Dat betekent dat deze zoeklocatie al langer in beeld is als plek met potentie voor intensiever gebruik en als vestigingsplek voor bijvoorbeeld een culturele trekker. Dit wordt mede ondersteund door de populariteit van de kop van het Java-eiland als locatie voor evenementen. INPASBAARHEID PROGRAMMA Op de westkant van het Java-eiland is het voorgenomen gebouwd programma en de gewenste groene buitenruimte ruimtelijk goed inpasbaar. De wens van de regiegroep en van adviserende instanties om een Nationaal Slavernijmuseum met een iconische uitstraling te stichten is op deze locatie goed in te vullen. Een gebouw zal wel gebonden zijn aan de smalle grondvorm van deze locatie en de wens om de kades als openbaar gebied te handhaven. De oppervlakte is circa 24.000 m2, waarvan circa 3.000 m2 gebruikt zal worden voor een gebouw. De rest blijft grotendeels openbaar en groen.

ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN Voor deze locatie op Java-eiland is op dit moment geen ontwikkelplan. De grond is in eigendom bij de gemeente Amsterdam en niet in erfpacht uitgegeven. De zuidelijke kade van de kop van het Java-eiland is in gebruik als aanlegplek voor riviercruises. Een deel van deze locatie was in gebruik als tijdelijke vestigingsplek voor een

18

Locatieonderzoek

Legenda Zoeklocatie gebouwd programma

Culturele voorziening

Tramhalte

Zoeklocatie buitenruimte

Treinstation

Bushalte

Bouwopgaven

Metrohalte

Veerpont

P Parkeren

19

openbare basisschool. Deze gebouwen zijn intussen door de school verlaten. Ze staan een museumontwikkeling op het Java-eiland niet in de weg. Het gebouw kent door de tijd verschillende tijdelijke invullingen waaronder de opvang van Oekraïners. De gebouwen zouden eventueel dienst kunnen doen als tijdelijk onderkomen van het slavernijmuseum. Door bewoners is in 2021 en 2022 een plan ontwikkeld voor het realiseren van een park voor deze locatie. Hierin is de Kop vrijgelaten en zagen zij ruimte voor functies aansluitend aan de bestaande bebouwing. BEREIKBAARHEID Door de enigszins geïsoleerde ligging van deze zoeklocatie is de bereikbaarheid per auto, ov en fiets niet optimaal. De afstand tot trein en metro is ca. 2 kilometer. De halte van de IJtram (lijn 26) ligt op ruim 500 meter. De enige halte op korte afstand is die van buslijn 43 tussen Amsterdam CS en Borneo-Eiland. Per fiets is de locatie goed bereikbaar, de locatie ligt op ongeveer 500 meter van de drukke doorgaande fietsroutes over de Oostelijke Handelskade en de Kattenburgerstraat. Bereikbaarheid met de auto is matig. Vooral parkeergelegenheid is een probleem. Voor touringcars is de locatie redelijk bereikbaar vanaf de Passengers Terminal Amsterdam (ca. 1 km). De locatie is over water wel snel bereikbaar, zowel vanaf Amsterdam CS als vanaf de hele Noordelijke IJ-oever.

Dit gegeven biedt mogelijkheden om groepsvervoer per touringcar op enige afstand op te lossen en voor reizigers per ov kan een veerverbinding vanaf Amsterdam CS een goede oplossing zijn. Het benaderen van het museum via water kan op positieve wijze bijdragen aan de bezoekerservaring en ook ruimte bieden voor een extra educatief moment tijdens de overtocht. RUIMTELIJKE BEPERKINGEN Binnen het bestemmingsplan geldt dit als een locatie die nader uitgewerkt moet worden. Er wordt gedacht aan “city ondersteunende functies, vooral functies in de culturele en/of recreatieve sfeer. Aanvullend wordt aan een combinatie van woningen, kantoren en bedrijven gedacht. Dit bestemmingsvlak zal na bestuurlijke besluitvorming nader worden uitgewerkt”. Zo’n uitwerking is alleen voor de zuidoostelijke driehoek van de kop van het Java-eiland gemaakt. Hier verrees in 2019 het Hotel Jakarta. Er zijn geen ruimtelijke beperkingen ten aanzien van de vestiging van publiekstrekkende functies op deze zoeklocatie. De Kop van het Java-eiland is geen onderdeel van de Hoofdgroenstructuur. Naar de staat van de kades moet nog nader onderzoek worden gedaan. Er is op de zoeklocatie geen sprake van ernstige bodemverontreiniging.

De voor vervoer van gevaarlijke stoffen bepaalde 10-6 individuele risico-contour (de kans op overlijden door een ongeluk mag niet hoger zijn dan één op de miljoen per jaar) overschrijdt bij het Java-eiland nergens de oever. Het college werd over initiatieven op de Kop van het Java-eiland geadviseerd door een onafhankelijke commissie onder voorzitterschap van Maarten Kloos. Deze taak is overgegaan naar de (sub)Commissie Integrale Ruimtelijke Kwaliteit. Javaeiland is geen onderdeel van het gebied waar overtoerisme zorgt voor verminderde leefbaarheid van buurten. Er ontstaat echter ook geen cluster aan voorzieningen dat een bijdrage kan leveren aan een afname van de druk op de binnenstad.

20

Locatieonderzoek

Zoeklocatie 3: ORANJESLUIZEN Deze zoeklocatie ligt in de ontwikkellocatie Sluisbuurt op het Zeeburgereiland in stadsdeel Oost. In de Sluisbuurt wordt tot 2035 een complete woonwijk in zeer hoge dichtheden gebouwd. Binnen de nieuwe buurt is beperkt ruimte voor werken en grootstedelijke voorzieningen. Er komt een vestiging van de Hogeschool Inholland. De precieze zoeklocatie voor het slavernijmuseum is de uiterste noordpunt van de Sluisbuurt. LOCATIEKENMERKEN Zeeburgereiland is met IJburg I en II onderdeel van een reeks nieuwe wooneilanden in het IJmeer. In veel opzichten zijn ze een voortzetting van het Oostelijk Havengebied, met veel ruimte voor wonen en beperkt voor werken en grootstedelijke voorzieningen. De wooneilanden liggen excentrisch in de stad en vormen een soort woonlob in het water, maar van aanmerkelijk minder grote omvang dan die van Nieuw-West, Zuid en Zuidoost. Het ontbreekt er aan zware regionale verbindingen en ook de metro doet de eilanden niet aan. De punt van het Zeeburgereiland is de plek waar de toekomstige hoofdstraat van de nieuwe Sluisbuurt eindigt bij de Oranjesluizen. Het is een zeer in het oog springende locatie, die vanaf een groot deel van het oostelijke IJ en de Noordelijke IJ-oevers goed zichtbaar is. Rond de locatie verrijst een aantal zeer hoge woontorens, die als extra zichtbare markering vanuit de rest van de stad zullen fungeren.

Sluisbuurt wordt overwegend een woonbuurt, maar de ambitie is uitdrukkelijk een levendig stuk stad te maken. Publieksvoorzieningen passen daarbij. De precieze locatie bij de Oranjesluizen is pas tijdens dit locatieonderzoek bepaald. De eerste gedachte ging uit naar het onbebouwde terrein direct naast de Oranjesluizen. Deze grond is echter van Rijkswaterstaat, die hier een nieuw bedieningscentrum voor haar sluizen langs het Amsterdam-Rijnkanaal gaat bouwen, met daarnaast een opleidings-, expertiseen educatiecentrum met horeca. Daarnaast is geen ruimte om ook het Programma van Eisen van het slavernijmuseum in te passen. Wel is er een kavel direct naast dit terrein beschikbaar, gelegen in het meest noordwestelijke bouwblok langs de hoofdstraat. Deze plek is ook gelegen aan het open water, maar wel lager en meer achter de dijk. De ligging achter de dijk, als onderdeel van een bouwblok dat gedomineerd wordt door hoogbouw maakt deze locatie aanmerkelijk minder zichtbaar en iconisch dan de eerder voorgestelde plek direct naast de Oranjesluizen. INPASBAARHEID PROGRAMMA Op de beoogde locatie in het bouwblok is het gebouwde programma inpasbaar. Het museum wordt onderdeel van een gesloten bouwblok, waarin ook een zeer hoge woontoren verrijst.

Het slavernijmuseum moet in die stedenbouwkundige structuur passen en zou een gebouw worden met een relatief kleine footprint en meerdere verdiepingen. De wens van de regiegroep en van adviserende instanties om een Nationaal Slavernijmuseum met een iconische uitstraling te stichten is op deze locatie niet goed in te vullen. Er is in het blok geen ruimte voor groene buitenruimte. Groene buitenruimte zou misschien op het Rijkswaterstaatterrein bij de Oranjesluizen gerealiseerd kunnen worden. Dat is dus niet direct naast het museum gelegen, maar aan de overzijde van de hoofdstraat, waarbij aangetekend wordt dat deze hoofdstraat geen zware verkeersfunctie zal krijgen, maar vooral de centrale openbare ruimte van de Sluisbuurt wordt. Deze groene ruimte zou maximaal ongeveer 3.500 m2 groot zijn. Gebruik en inrichting zijn gebonden aan de regels die gelden voor waterkeringen.

21

ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN

SAMENVATTING KOP ORANJESLUIZEN VOORDELEN

NADELEN

Gelegen aan open water

Geen eigen gebouw en beperkt park mogelijk

De zoeklocatie is onbebouwd en in gemeente-eigendom. Bebouwing is volgens de fasering van de Sluisbuurt pas voorzien in 2035. Omdat het hele blok op een gedeelde ondergrondse parkeervoorziening gebouwd wordt, is een bebouwing van één van de kavels, vooruitlopend op de ontwikkeling van de rest, niet mogelijk. In de directe omgeving is eventueel ruimte voor een tijdelijk onderkomen.

Geen centrale locatie

BEREIKBAARHEID

Beperkte bereikbaarheid per ov en auto Weinig grootstedelijke voorzieningen omgeving

De bereikbaarheid van deze zoeklocatie is niet optimaal. Dat geldt voor zowel ov, fiets als de auto. Voor het openbaar vervoer ligt de halte op grote afstand (ruim 800 meter), terwijl de capaciteit van tram en bus hier beperkt is. Door de excentrische ligging van het Zeeburgereiland zijn fietsafstanden vanuit de rest van de stad en de agglomeratie groot. Fietsers moeten om de Sluisbuurt te bereiken bovendien gebruik maken van de steile Amsterdamsebrug of Schellingwoudebrug, of van een toekomstige veerpont vanaf Borneo-Sporenburg. Sluisbuurt wordt een autoluwe wijk, met zeer weinig parkeergelegenheid. De afritten van de A10 richting Zeeburg zijn al zwaar belast. Parkeren moet inpandig opgelost worden. RUIMTELIJKE BEPERKINGEN Er zijn geen ruimtelijke beperkingen. Er is wel een bestemmingsplanwijziging nodig om de vestiging van een museum op de beoogde locatie mogelijk te maken. Eventuele bodemverontreinigingen in de Sluisbuurt worden gereinigd, in verband met het bouwen van ondergrondse parkeergarages. Het groepsrisico als gevolg van de scheepvaart over het Amsterdam-Rijnkanaal is geen aandachtspunt. De Sluisbuurt is geen onderdeel van het centrum waar overtoerisme zorgt voor verminderde leefbaarheid van buurten. Er ontstaat echter ook geen cluster aan voorzieningen die een bijdrage kunnen levert aan een afname van de druk op de binnenstad.

Legenda

22

Zoeklocatie gebouwd programma

Culturele voorziening

Tramhalte

Zoeklocatie buitenruimte

Treinstation

Bushalte

Bouwopgaven

Metrohalte

Veerpont

Locatieonderzoek

P Parkeren

23

Zoeklocatie 4: MARINETERREIN De zoeklocatie ligt op het Marine-etablissement, aan het Oosterdok in stadsdeel Centrum en is onderdeel van het projectgebied Marineterrein, waar gemeente Amsterdam samen met het Rijk een ontwikkeling tot kenniskwartier met werken, onderwijs en wonen onderzoekt. LOCATIEKENMERKEN De precieze zoeklocatie is de westrand van het Marineterrein, direct aan het Oosterdok. Hier staat nu een drietal gebouwen, waarvan er twee in de planvorming behouden zullen blijven. De afgelopen jaren is met de ontwikkeling van het Oosterdokseiland en de bouw van de OBA het bezoekersgebied bij CS in oostelijke richting gegroeid. Daarmee is ook het Marineterrein meer op het netvlies gekomen van zowel Amsterdammers als bezoekers. Het Marineterrein zelf was tot 2015 volledig afgesloten als militair terrein. Sindsdien zijn de historische Voorwerf, de binnenhaven en het gebied direct aan het Oosterdok opengesteld. In korte tijd is het Marineterrein uitgegroeid tot geliefde plek om te zwemmen, te zonnen en als uitgaansgebied. De westpunt van het Marineterrein ligt goed zichtbaar ten opzichte van de Prins Hendrikkade, Nemo op de IJtunnelmond, Centraal Station en het Oosterdokseiland. De reuring van de binnenstad en andere culturele voorzieningen zijn dichtbij.

Als het Marineterrein volgens de huidige Nota van Uitgangspunten wordt ontwikkeld ontstaat hier een levendige, autovrije stadsbuurt met stedelijke voorzieningen. De westpunt van het Marineterrein is gereserveerd voor een stadspark aan het open water. Het slavernijmuseum zou daar ingepast moeten worden.

SAMENVATTING MARINETERREIN VOORDELEN

NADELEN

Goede zichtbaarheid

Bestaand pand in combinatie met nieuwbouw

Gelegen aan water

Geen eigendom van gemeente Amsterdam

In de buurt van veel grootstedelijke voorzieningen

Niet direct beschikbaar In druk gebied waar leefbaarheid onder druk staat Gevolgen voor in ontwikkeling zijnde plannen

INPASBAARHEID PROGRAMMA Op het Marineterrein is het voorgenomen gebouwd programma en de gewenste groene buitenruimte ruimtelijk goed inpasbaar. De wens van de regiegroep en van adviserende instanties om een Nationaal Slavernijmuseum met een iconische uitstraling te stichten is op deze locatie ook goed in te vullen. Wel zullen de bestaande ‘gebouwen op pootjes’ aan het Oosterdok onderdeel van het museumgebouw moeten worden. Dat betekent dat een geheel nieuw pand niet tot de mogelijkheden behoort. De achtergelegen hal wordt wel gesloopt en aan een nieuw park aan het water toegevoegd. Het museum zou dan deels gebruik moeten maken van de bestaande gebouwen en deels in het geplande park gebouwd kunnen worden. Het park zelf kan deels dienstdoen als groene buitenruimte van het museum. Dit heeft wel gevolgen voor de openbaarheid en de gebruiksmogelijkheden van dit park. ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN De nieuwe kazerne van Defensie is op zijn vroegst in 2027 gereed. Op dat moment kan begonnen worden met nieuwbouw op het Marineterrein, waarna de huidige gebruikers van de gebouwen aan het Oosterdok doorschuiven. Dat betekent dat de locatie waarschijnlijk niet voor 2030 beschikbaar is. Op dit moment is het hele Marineterrein nog eigendom van het Rijk.

Het gebiedsconcept dat Rijk en gemeente gezamenlijk ontwikkelen voor het gebied is leidend bij de ontwikkeling en vormt met een programmatische invulling de basis voor een eventuele aankoop door de gemeente. Een slavernijmuseum is niet gemakkelijk in te passen in dit gebiedsconcept en het gebouwde programma, waar innovatie en bedrijvigheid centraal staan. Een museum zou een grote hap nemen uit het totale gebouwprogramma, wat ten koste gaat van ruimte voor kennisinstellingen en bedrijvigheid.

24

Locatieonderzoek

Legenda Zoeklocatie gebouwd programma

Culturele voorziening

Tramhalte

Zoeklocatie buitenruimte

Treinstation

Bushalte

Bouwopgaven

Metrohalte

Veerpont

P Parkeren

25

BEREIKBAARHEID

Zoeklocatie 5: NELSON MANDELAPARK

De zoeklocatie is gelegen in de buurt van het Centraal Station op circa 15 minuten lopen en is hierdoor relatief goed bereikbaar voor veel bezoekers. De afstand tot direct openbaar vervoer (tram en bus) is echter wel vrij groot aangezien de locatie aan de rand van het Marineterrein ligt, dat zelf niet door openbaar vervoer wordt ontsloten. Bereikbaarheid per fiets is goed. Met de auto is de locatie niet bereikbaar en dat blijft ook na ontwikkeling van het Marineterrein zo. Parkeren is straks op het Marineterrein niet mogelijk. De zoeklocatie is wel goed bereikbaar over water, ook vanaf Centraal Station.

De zoeklocatie betreft een strook langs de Gooiseweg. De planvorming van dit project, waarin 700 woningen en een school worden gerealiseerd, is al vergevorderd. De investeringsnota, stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan worden eind 2023 aan de gemeenteraad voorgelegd.

RUIMTELIJKE BEPERKINGEN Voor het Marineterrein is geen bestemmingsplan. Er zijn geen milieutechnische beperkingen. Het Marineterrein ligt in het drukke deel van Amsterdam dat jaarlijks bezocht wordt door miljoenen bezoekers. De clustering aan functies op loopafstand van de locatie is positief, omdat het de belangstelling voor het slavernijmuseum kan vergroten. De hoeveelheid voorzieningen legt echter een grote druk op de leefbaarheid in het gebied, dat direct grenst aan de reeds zwaar belaste binnenstad. De Visie bezoekerseconomie schetst een toekomstbeeld waarin nieuwe functies die veel bezoekers aantrekken beter een plek vinden buiten de reeds druk belaste gebieden.

LOCATIEKENMERKEN Het Nelson Mandelapark ligt midden in de Bijlmermeer en centraal in stadsdeel Zuidoost. Het park is als onderdeel van de stedelijke vernieuwing in Zuidoost heringericht. De eerste locatie die in beeld was, ligt dichtbij het winkelcentrum Amsterdamse Poort en ook meer prominent en in het zicht. De tweede ontwikkellocatie is aanmerkelijk minder centraal gelegen, tussen het park en de Gooiseweg, die hier de vorm van een verhoogde stadssnelweg heeft. Op lange termijn (na 2040) is een transformatie van de Gooiseweg voorzien tot stadslaan op maaiveld en met begeleidende bebouwing en groene openbare ruimte. Op dat moment wijzigt ook de relatieve ligging van de ontwikkelkavel. INPASBAARHEID PROGRAMMA De wens van de regiegroep en van adviserende instanties om een Nationaal Slavernijmuseum met een iconische uitstraling te stichten is op deze locatie niet goed in te vullen. Op de zoeklocatie zijn een slavernijmuseum en de bijbehorende groenvoorziening wel goed inpasbaar. De groenvoorziening zal in het Nelson Mandelapark komen te liggen. Dit heeft wel gevolgen voor de openbaarheid en de gebruiksmogelijkheden van dit deel van het park. ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN Voor locatie langs de Gooiseweg is de investeringsnota in de afrondende fase. Hier zijn ca. 700 woningen en een school gepland. Een slavernijmuseum zal ten koste gaan van deze voorgenomen ontwikkeling.

Binnen het bestemmingplan is geen ruimte voor een andere functie dan wonen. BEREIKBAARHEID De zoeklocatie is gelegen op grote afstand van trein en metro. Bereikbaarheid per fiets is goed. Met de auto is de locatie via de Gooiseweg snel te bereiken, maar parkeren in de omgeving is niet mogelijk. RUIMTELIJKE BEPERKINGEN Op de locatie langs de Gooiseweg zijn geen beperkingen. Er is een bestemmingsplanwijziging nodig om de ontwikkeling hier mogelijk te maken. Met het realiseren van het Nationaal Slavernijmuseum kan hier een interessant cluster aan voorzieningen ontstaan dat bezoekers kan verleiden uit de drukke binnenstad te gaan en zo een bijdrage kan leveren aan een betere spreiding van de bezoekers over de stad.

26

Locatieonderzoek

27

Zoeklocatie 6: SIXHAVEN

SAMENVATTING NELSON MANDELAPARK

De Sixhaven ligt in stadsdeel Noord aan het Noordhollandsch Kanaal. De precieze zoeklocatie ligt pal aan de IJ-oever.

VOORDELEN

NADELEN

Gelegen aan park met redelijke zichtbaarheid

Niet gelegen aan water

Meerkernige ontwikkeling

Redelijke bereikbaarheid met ov

LOCATIEKENMERKEN

Gevolgen voor woningbouwontwikkeling

De Sixhaven is een door twee landtongen beschutte jachthaven recht tegenover Centraal Station, naast het monumentale sluizencomplex (een rijksmonument) in het Noordhollandsch Kanaal. Direct achter deze jachthaven ligt een groengebied, dat een tijd lang in beeld was om ontwikkeld te worden tot kantorenlocatie, gekoppeld aan de bouw van een metrostation Sixhaven. De planvorming van het metrostation is on hold gezet en in de Omgevingsvisie is het groengebied aangewezen als toekomstig stadspark onder de naam Sixtuinen. Rond 1920 werd het terrein naast de sluizen als jachthaven ingericht. De naam dankt de haven aan de toenmalige voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Roei- en Zeilverenging, Baron von Six. De Sixhaven is een belangrijke passanten- en jachthaven. Jaarlijks overnacht hier het gros van de bezoekende pleziervaart (ongeveer 23.000 watersporters) aan Amsterdam. De jachthaven wordt uitgebaat door Watersport Vereniging Dok en Scheepbouw (WVDS). In de jachthaven liggen naast pleziervaartuigen ook vier woonarken. De landtong waarin de Sixhaven ligt is net als het naastgelegen Overhoeks één van de meest prominente en zichtbare plekken in Amsterdam. Maar waar Overhoeks tegenwoordig een druk bezoekersgebied is, blijft de Sixhaven een verborgen plek, waar de meeste Amsterdammers zelfs nog nooit geweest zijn.

De punt van de landtong ligt recht tegenover het Centraal Station en is vanaf een groot deel van de zuidelijke IJ-oevers goed zichtbaar. Samen met de Tolhuistuin is dit de meest prominent gelegen zoeklocatie. INPASBAARHEID PROGRAMMA De wens van de regiegroep en van adviserende instanties om een Nationaal Slavernijmuseum met een iconische uitstraling te stichten is op deze locatie goed in te vullen. Het museum en de groene buitenruimte zijn inpasbaar op de locatie. Uitdrukkelijke vraag is wel hoe dit zich verhoudt tot de jachthaven. Indien de haven zelf als groengebied aan het bestaande zoekgebied wordt toegevoegd, ontstaat er een nieuw, centraal op de noordelijke IJ-oevers gelegen stadspark van ongeveer 5,5 hectare. Het museum zou als icoon van dit park op de punt langs het water liggen. Een combinatie van het museum en een deel van de huidige jachthaven is ook mogelijk, maar vraagt om een andere oplossing van het groenprogramma. Daarvoor zou dan deels het bestaande groengebied gebruikt moeten worden, dat op enige afstand (280m) van de punt ligt. ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN De locatie en de huidige bebouwing zijn in gemeente-eigendom. Het inpassen of verplaatsen van de jachthaven en de hier gelegen woonarken is een complicerende factor bij de realisatie van het slavernijmuseum. Op de landtong staat ook nog het voormalige kantoor van de havenmeester uit 1818.

Dit huisje is een gemeentelijk monument en wordt onder de naam Mandelahuisje verhuurd als overnachtingslocatie. Het kan bij de ontwikkeling van een slavernijmuseum gehandhaafd blijven.

Legenda

28

Zoeklocatie gebouwd programma

Culturele voorziening

Tramhalte

Zoeklocatie buitenruimte

Treinstation

Bushalte

Bouwopgaven

Metrohalte

Veerpont

Locatieonderzoek

P Parkeren

BEREIKBAARHEID De Sixhaven ligt centraal in de stad, maar geïsoleerd ten opzichte van openbaar vervoer, fiets- en autoroutes. Een voorgenomen ondergrondse voetgangersverbinding tussen CS en de Noordelijke IJ-oevers kan dit verbeteren.

29

Voor fietsers vanaf het Buiksloterwegveer moet het sluizencomplex overgestoken worden. Vanaf het IJpleinveer is de route relatief eenvoudig. Met de auto is de locatie niet gemakkelijk bereikbaar en parkeren is in de directe omgeving niet mogelijk. Vervoer over water is naar de Sixhaven wel gemakkelijk te organiseren. Dit maakt ook parkeren op afstand mogelijk.

SAMENVATTING SIXHAVEN VOORDELEN

NADELEN

Gelegen aan open water en ruimte voor park

Zeer complexe ontwikkeling

Goede zichtbaarheid

Hoge ontwikkelkosten

RUIMTELIJKE BEPERKINGEN Het gebied is geen onderdeel van de Hoofdgroenstructuur. Binnen het bestemmingsplan Sixhaven heeft de landtong wel de bestemming groen. De Sixhaven is onderdeel van het Rijksbeschermd stadsgezicht Amsterdam Noord. Dit vertaalt zich in een conserverend bestemmingsplan voor het gebied. Voor de bouw van een slavernijmuseum is dus een bestemmingswijziging nodig en bij nieuwe ontwikkelingen zijn bestaande erfgoedwaarden het uitgangspunt.

In de buurt van grootstedelijke voorzieningen

Aandacht vraagt de veiligheid langs de vaarweg over het IJ. Bebouwing langs vaarroutes kan zichtlijnen voor scheepvaart belemmeren. Langs het Noordzeekanaal en het IJ bevinden zich walradars, die schepen via radarsignalen kunnen monitoren. Bebouwing langs het IJ mag deze radars niet verstoren. Nieuwe bebouwing langs de oever dient ook beschermd te worden tegen scheepvaart die uit de koers kan raken. Dit vraagt om nader onderzoek. Er is plaatselijk matige verontreiniging aangetroffen. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen moet, indien nodig, de bodem gesaneerd worden. Het naastgelegen Overhoeks is een door bezoekers drukbezocht gebied waar het slavernijmuseum op kan aansluiten. Gezien de nabijheid van het centrum versterkt dit de gewenste meerkernige bezoekerseconomie niet.

Legenda

30

Zoeklocatie gebouwd programma

Culturele voorziening

Tramhalte

Zoeklocatie buitenruimte

Treinstation

Bushalte

Bouwopgaven

Metrohalte

Veerpont

Locatieonderzoek

P Parkeren

31

Zoeklocatie 7: ZUIDAS-KENNISKWARTIER Deze zoeklocatie ligt in stadsdeel Zuid, in het deelgebied Kenniskwartier in Zuidas. In dit ontwikkelgebied, tussen het Amsterdam UMC, de VU-campus en het centrumgebied van de Zuidas bij Station Zuid, wordt een gemengde buurt gebouwd, met veel ruimte voor kennis, cultuur en werken. De precieze locatie is een nog onbebouwde kavel aan de Mahlerlaan, tegen de A10 en naast het kantoor van Deloitte.

SAMENVATTING ZUIDAS-KENNISKWARTIER VOORDELEN

NADELEN

Heel goede bereikbaarheid met ov en per auto

Geen eigen gebouw en beperkt park mogelijk

Meerkernige ontwikkeling

Niet gelegen aan water

LOCATIEKENMERKEN

Beperkte zichtbaarheid

Zuidas is één van de grootste ontwikkelgebieden in Amsterdam. Op de sportvelden tussen Buitenveldert en Plan Zuid, rondom de stations Zuid en RAI, ontstaat een nieuwe stadswijk met een stevige focus op werken in hoge dichtheden. Binnen Zuidas is in verspreide woongebouwen en enkele wat meer besloten buurten ook ruimte voor wonen. Twee andere ankers in het gebied zijn de RAI en de Vrije Universiteit. Als onderdeel van de uitgroei van Zuidas tot een compleet stedelijk centrum is ook ruimte voor culturele voorzieningen. Verbeterde kwaliteit van de openbare ruimte en ontwikkelingen langs de hoofdroutes door het gebied (Parnassusweg, Beethovenstraat, Europaboulevard, De Boelelaan, Amstelveenseweg) zorgen ervoor dat Zuidas steeds meer verankerd raakt in de omliggende stad en ook voor inwoners van omliggende stadsdelen een grotere betekenis krijgt. De Zuidas, die toch lang bekend stond als kantorenlocatie waar in de avonden en weekenden weinig reuring was, verandert daarmee daadwerkelijk in een stedelijk centrum, dat net als de binnenstad een functie voor de hele stad heeft.

Gevolgen voor woningbouwontwikkeling

De zoeklocatie ligt in het toekomstige Kenniskwartier Zuidas, een hoogstedelijke buurt waar straks gewoond, gewerkt en gestudeerd wordt. Het Kenniskwartier Zuidas wordt gefaseerd tot ontwikkeling gebracht. De enige kavel in Kenniskwartier, die binnen de planning ruimte kan bieden aan het slavernijmuseum, is het Westelijk Ontwikkelveld, gelegen tussen de Mahlerlaan en de A10-Zuid. Deze kavel is deels goed zichtbaar vanaf de A10 en de spoor- en metrolijn. Zuidas bestaat voor het grootste deel uit dichtbebouwde, hoogstedelijke buurten. Van een wijds uitzicht of een zichtlocatie is hier geen sprake. Hoewel er in Kenniskwartier ook een watersysteem van grachten wordt aangelegd, is dit vanwege de peilverschillen niet toegankelijk voor vaartuigen. Een relatie met water en zeker open water is op deze zoeklocatie niet mogelijk. Samen met de naastgelegen VU-campus vormt dit deelgebied een onderscheidende toevoeging aan het centrum van de Zuidas. INPASBAARHEID PROGRAMMA Op de zoeklocatie is het gebouwde programma voor het slavernijmuseum ruimtelijk inpasbaar. De wens van de regiegroep en van adviserende instanties om een Nationaal Slavernijmuseum met een iconische uitstraling te stichten is op deze locatie niet goed in te vullen. Het gebouw wordt onderdeel van een U-vormig bouwblok, waar wonen en werken in hoge dichtheden een plek krijgen.

Het slavernijmuseum moet in die stedenbouwkundige structuur passen en zou daarmee een gebouw worden met een relatief kleine footprint en meerdere verdiepingen. Het realiseren van groene buitenruimte is op deze locatie lastig. De binnenruimte van het bouwblok zou benut kunnen worden, maar deze beslaat slechts 1.500-2.000 m2 en ligt straks (deels) op een ondergrondse parkeergarage. De bouwvelden in de directe omgeving worden allen nagenoeg geheel bebouwd, eveneens in hoge dichtheden. Het dak van Zuidasdok biedt ook geen mogelijkheden, aangezien de snelwegtunnel pas voorbij de zoeklocatie begint.

32

Locatieonderzoek

Legenda Zoeklocatie gebouwd programma

Culturele voorziening

Tramhalte

Zoeklocatie buitenruimte

Treinstation

Bushalte

Bouwopgaven

Metrohalte

Veerpont

P Parkeren

33

ONTWIKKELMOGELIJKHEDEN De zoeklocatie is onbebouwd, in gemeente-eigendom en redelijk snel bouwrijp te maken. De ontwikkellocatie is echter onderdeel van de grondexploitatie van het Kenniskwartier en een culturele functie zal de opbrengsten van deze kavel aanzienlijk drukken. In de directe omgeving is eventueel ruimte voor een tijdelijk onderkomen.

3.2

Voor- en nadelen locaties

In onderstaande tabel staan de belangrijkste voor- en nadelen van de zeven locaties.

SAMENVATTING ALLE LOCATIES

BEREIKBAARHEID De bereikbaarheid van de zoeklocatie is uitstekend. Station Zuid, met haltes van metro en bus, ligt op iets meer dan 500 meter afstand. De looproutes zijn, als het gebied uitontwikkeld is, van een hoge kwaliteit. Zuidas ligt relatief centraal in Amsterdam en ten opzichte van Amstelveen, Nieuw-West en Zuidoost. Per fiets zijn er goede en veilige routes naar de meeste delen van de stad en de agglomeratie. De zoeklocatie is ook per auto en touringcar eenvoudig bereikbaar. Wel is parkeren een opgave. Dit zal inpandig opgelost moeten worden, of op afstand georganiseerd. Vervoer van bezoekers over water is als gezegd niet mogelijk.

LOCATIE

VOORDELEN

NADELEN

Amstelpark

• • •

Gelegen in park en aan water Goede bereikbaarheid met de auto Meerkernige ontwikkeling

•

• • •

Ruimte voor museum en park Gelegen aan open water Goede zichtbaarheid

•

•

Gelegen aan open water

•

Java-eiland

RUIMTELIJKE BEPERKINGEN Er zijn geen ruimtelijke beperkingen. De bodem in het plangebied is onderzocht op vervuiling en is op enkele lichte, natuurlijke verontreinigingen na schoon. Het bestemmingsplan Kenniskwartier staat op de zoeklocatie een culturele bestemming, waaronder een museum, toe. Er ligt geen druk op het gebied door hoge aantallen bezoekers. Hier zou het slavernijmuseum een bijdrage kunnen leveren aan het versterken van de gewenste meerkernige bezoekerseconomie.

Kop Oranjesluizen

• • •

•

• • •

Marineterrein

• Goede zichtbaarheid • Gelegen aan water • In de buurt van veel grootstedelijke voorzieningen

• • • • •

Locatieonderzoek

Redelijke bereikbaarheid per ov en auto Weinig grootstedelijke voorzieningen in de omgeving Geen eigen gebouw en beperkt park mogelijk Geen centrale locatie Beperkte bereikbaarheid per ov en auto Weinig grootstedelijke voorzieningen omgeving Bestaand pand in combinatie met nieuwbouw Geen eigendom van gemeente Amsterdam Niet direct beschikbaar In druk gebied waar leefbaarheid onder druk staat Gevolgen voor in ontwikkeling zijnde plannen

Nelson Mandelapark

•

Gelegen aan een park met redelijke zichtbaarheid • Meerkernige ontwikkeling

• • •

Sixhaven

•

Gelegen aan open water en ruimte voor een park • Goede zichtbaarheid • In de buurt van veel grootstedelijke voorzieningen

• Zeer complexe ontwikkeling • Hoge ontwikkelkosten

Zuidas

•

•

•

34

Nieuwbouw voor stadsdeelwerf al in gang Beperkte zichtbaarheid Beperkte bereikbaarheid per ov Ligging in Hoofdgroenstructuur

Heel goede bereikbaarheid met ov en per auto Meerkernige ontwikkeling

• • •

Niet gelegen aan water Redelijke bereikbaarheid met ov Gevolgen voor woningbouwontwikkeling

Geen eigen gebouw en beperkt park mogelijk Niet gelegen aan water Beperkte zichtbaarheid Gevolgen voor woningbouwontwikkeling 35

4

Uitkomsten uit het participatietraject

noodzakelijk. Tegelijkertijd verlangt het verhaal dat het museum wil vertellen een bepaalde rust en ruimte voor beschouwing en reflectie. Een ingesloten ligging te midden van hoogbouw of van veel hectiek en drukte is daarom niet aan te bevelen. Een dergelijke ligging zou overigens ook lastig te combineren zijn met een ander leidend principe: een park met ruimte voor groen en rust.

Een iconisch, nieuw gebouw gebaseerd op authentieke elementen Het gebouw moet een iconisch gebouw worden. Een nieuw, kenmerkend gebouw dat straks door iedereen wordt herkend – dat anders is dan alle andere musea die we kennen. Uiteindelijk moet men niet om het gebouw heen kunnen. Tegelijkertijd betekent ‘nieuwbouw en modern’ niet dat het een geijkt ‘westers – wit en strak’ gebouw moet worden. Architectonische elementen en kenmerken van de betrokken culturen/ volkeren kunnen tot uiting komen in het ontwerp en de uitvoering. Denk hierbij aan vorm en kleur, maar ook aan de gebruikte materialen. Herkenbaarheid vanuit de verschillende culturen/ volkeren staat hierbij voorop.

Ligging aan doorgaand water

Het college van B&W hecht in de totstandkoming van een Nationaal Slavernijmuseum veel waarde aan de inbreng uit de samenleving, omdat het een herkenbare en toegankelijke plek moet zijn voor iedereen. Daarom heeft er een uitgebreid participatietraject plaatsgevonden, waarvan de uitkomsten in dit hoofdstuk zijn beschreven. 4.1

Adviezen voor het gebouw en de locatie Tijdens de verschillende bijeenkomsten is aan de aanwezigen gevraagd welke ideeën, suggesties, aanbevelingen en wensen zij hebben ten aanzien van zowel het gebouw als de uiteindelijke omgeving hiervan en locatie hiervoor. Deze zijn voor alle bijeenkomsten opgenomen in de tabellen en gebundeld en gecategoriseerd. Uit deze verzameling zijn uiteindelijk de onderstaande adviezen voor het gebouw en de locatie gedestilleerd.

Centrale, waardige, prominente ligging maar niet midden in de drukte De locatie van het museum moet een plek met allure zijn – een prominente, bijzondere plek. Niet alleen van het gebouw moeten de monden van de bezoekers open vallen, ook de locatie waar het gebouw geplaatst is moet de bezoekers beroeren. Ligging aan het water draagt hieraan bij. De locatie moet ook recht doen aan de gewenste waardigheid – passend bij het onderwerp en de bedoeling van het museum. Daarnaast moet het ook een ‘topplek’ zijn. Een zichtbare plek waardoor wordt voorkomen dat als gevolg van de locatiekeuze het museum een nichemuseum zou kunnen worden – enkel bereikbaar of in het vizier van een beperkte groep. Het moet een ‘nationaal’ museum worden, dat een breed publiek en hoge bezoekersaantallen verdient. Een enigszins centrale ligging is hiervoor

36

Locatieonderzoek

Ligging aan doorgaand water, bij voorkeur aan het IJ, is een belangrijk element – mede vanwege de historische relatie van de slavernij en de slavenhandel met water. Aankomst middels een vaartuig wordt regelmatig aangegeven als een mogelijk onderdeel van de museumervaring. Daarnaast straalt een dergelijke ligging ook grandeur en rust uit.

Een parkachtige omgeving, met ruimte voor groen, rust, bezinning en ontmoeting Idealiter ligt het museum te midden van een aantrekkelijk, mooi park dat uitnodigt tot contemplatie maar ook tot ontspanning en gesprek. In het park moet men de indrukken van het museum individueel – dat wil zeggen in stilte en rust – maar ook samen met anderen kunnen verwerken. Natuur en groen zijn noodzakelijk voor zo’n beleving.

Goede bereikbaarheid Het museum moet voor iedereen goed bereikbaar zijn. Dat wil zeggen dat het museum goed te bereiken moet zijn met het ov, maar ook met de auto/ busvervoer, en dat er in de buurt voldoende parkeergelegenheid dient te zijn. Ook bereikbaarheid via water wordt vaak genoemd. Daarnaast wordt er ook aandacht gevraagd voor de bereikbaarheid en toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

Een ‘open’ gebouw met een overduidelijk, herkenbaar verhaal Aan de buitenkant van het gebouw moet je kunnen zien wat het verhaal van de binnenkant is. Transparant in zijn bedoeling. De buitenkant reflecteert dan zogezegd hetgeen dat binnen gebeurt of kan gebeuren: het verhaal van de slavernij, de mogelijkheden tot recuperatie en dialoog. Laat het verleden zien in het ontwerp, evenals de kracht van zwarte mensen. Het zwarte perspectief moet centraal staan. Bezoekers ervaren idealiter erkenning voor hun geschiedenis via het gebouw. Nadrukkelijk vanuit het idee van overleving in plaats van slachtofferschap.

37

Toegankelijk en laagdrempelig Toegankelijk en laagdrempelig zijn op verschillende niveaus belangrijk. Toegankelijk als in fysiek bereikbaar en beschikbaar voor iedereen – ook voor mensen met een beperking en kinderen. Maar zeker ook toegankelijk als in aantrekkelijk, uitnodigend, verwelkomend – voor iedereen, voor mensen uit alle lagen van de bevolking en uit alle gemeenschappen die onze samenleving, maar ook de buitenlandse, kenmerkt. Verbinding is hierbij een sleutelwoord. Locatie, omgeving en gebouw dienen qua uitstraling voor iedereen de deur open te zetten. Iedereen moet zich er welkom – gewenst – voelen. Het liefs niet eenmalig maar herhaaldelijk. Het liefs ook niet enkel voor het museum maar ook voor de andere faciliteiten zoals het kenniscentrum, de horeca, het kunst- en cultuuraanbod, de bezinnings- en dialoogfaciliteiten en de ontspanningsmogelijkheden, zowel in het gebouw als in het omliggende park.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14252138/1