CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. De Schoonheid van Amsterdam.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van motie 205.2023 ‘Mooi Bouwen’ van lid Boomsma (CDA). (VN2023-025168)39.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

De Schoonheid van Amsterdam Welstandsnota 2016 (technische herziening april 2021)

2

Stroomschema welstand Betreft uw bouwplan een vergunningplichtig bouwwerk en gelden er welstandscriteria?

Sommige gebieden en categorieën zijn welstandsvrij, zie hiervoor onder meer de niveaukaart.

EEN CULTUURHISTORISCH GEBOUW OF GEBIED monument ordepand beschermd gezicht

Criteria voor Erfgoed Amsterdam heeft een rijke historie. Veel panden zijn aangewezen als monument of ordepand. Een aantal gebieden is aangewezen als beschermd gezicht. Eventuele veranderingen aan deze gebouwen en gebieden vragen om een zorgvuldige aanpak. Hiervoor staan aparte regels in hoofdstuk 5

In andere gevallen EEN KLEIN PLAN aanbouw bijgebouw kozijnwijziging gevelwijziging balkon erfafscheiding dakkapel dakterras of daktuin dakuitbreiding groen dak zonnepaneel of -collector installatie dakraam

Ga verder met Criteria voor veel voorkomende bouwplannen Binnen bepaalde grenzen zijn kleine plannen vergunningvrij. Deze vergunningvrije bouwwerken worden niet preventief getoetst, maar tegen eventuele excessen kan wel achteraf worden opgetreden. Informatie over vergunningvrij bouwen kunt u onder meer verkrijgen bij het stadsdeel en de rijksoverheid. Voor vergunningplichtige bouwwerken bij en wijzigingen van bestaande panden zijn in hoofdstuk 6 ‘Standaardtoets voor veel voorkomende kleine bouwplannen’ eenvoudige criteria opgenomen, waarmee snel uitsluitsel te geven is binnen welke grenzen het plan in ieder geval aan redelijke eisen van welstand voldoet. Plannen die niet passen binnen de criteria in dit hoofdstuk zijn niet per definitie in strijd met redelijke eisen van welstand. Of ze alsnog voldoen, wordt bezien aan de hand van bijvoorbeeld de gebiedscriteria of de algemene criteria.

In andere gevallen EEN CATEGORIE Duurzaamheidsingreep, steiger of watertrap, houten huis, kaakberg, boerderij, kleine windinstallatie

Criteria voor categorieën Verspreid over de stad zijn categorieën bouwwerken met specifieke eigenschappen. Als deze aan redelijke eisen van welstand moeten voldoen, worden ze beoordeeld aan de hand van de criteria in hoofdstuk 7.

In andere gevallen EEN GROTER PLAN Een groter plan voor (ver)bouw dat past in de structuur en de architectuur van een gebied en het ruimtelijk systeem of een plan in een transformatiegebied dat past in de geplande vernieuwing.

Criteria voor ruimtelijke systemen Grotere plannen worden beoordeeld aan de hand van de criteria in hoofdstuk 8. Aan de hand van de bebouwingstypologie is de stad verdeeld in zogeheten ruimtelijke systemen. Hiervoor zijn uitgangspunten en welstandscriteria opgesteld, waarmee de ontwerper rekening moet houden. Voor ontwikkelingen in transformatiegebieden, waar het bestaande patroon en het beeld van het gebied aan veranderingen onderhevig is, worden in de regel specifiek voor de verandering geschreven criteria gehanteerd.

In andere gevallen EEN AFWIJKEND PLAN Afwijkend van de gebiedsstructuur of architectuur.

Voor plannen die de bestaande structuur doorbreken of in hun architectuur afwijken van de omgeving wordt gebruik gemaakt van de algemene welstandscriteria, die het vakmanschap omschrijven dat mag worden verwacht bij het maken van een plan dat past in zijn omgeving. Coverfoto: Nico Boink 2006

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

3

Inhoudsopgave Leeswijzer

6

Inleiding

7

1. Welstand en beleid

8

1.1 Waarom welstand?

8

Inleiding

1.2 Hoe werkt welstand?

1.3 Welstand en ruimtelijk beleid

8

9 9

1.3.1 Structuurvisie

9

1.3.2 Bestemmingsplannen

10

1.3.3 Inrichting openbare ruimte

10

1.4 Welstand en erfgoedbeleid

10

1.4.1 Erfgoedvisie

10

1.4.2 Monumentenbeleid

11

2. Amsterdamse thema's

12

Inleiding

2.1 Verdichting

12

12

2.2 Transformatie

13

2.4 Particulier opdrachtgeverschap

15

2.3 Duurzaamheid

2.5 Ruimte voor individuele keuzes

3. De welstandscriteria Inleiding

3.1 Welstandsniveaus 3.2 Criteria op maat

3.3 Algemene welstandscriteria 3.4 Excessenregeling

13

15

17 17 17

19 21

23

4. Welstandscriteria duurzame stad

24

5. Welstandscriteria voor erfgoed

28

5.1 Beschermde stads- en dorpsgezichten

28

Inleiding Inleiding

5.2 Monumenten

5.3 Waarderingskaarten en ordepanden

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

24 28 29

30

4 6. Standaardtoets veel voorkomende kleine bouwplannen Inleiding

1. Aanbouwen

2. Bijgebouwen

3. Kozijnwijzigingen 4. Gevelwijzigingen

38 38 41

45 48 54

5. Dakramen

62

7. Erfafscheidingen

67

6. Balkons

8. Dakkapellen

9. Dakterrassen en daktuinen

63 70

77

10. Dakuitbreidingen

81

12. Installaties

86

11. Zonnepanelen en -collectoren 13. Groene daken

7. Welstandscriteria categorieën Inleiding

1. Gevelreclame

2. Steigers en watertrappen 3. Houten huizen

84 88

89 89 91

97 98

4. Boerderijen

100

6. Kaakbergen

103

5. Stolpen

7. Kleine wind­installaties 8. Kiosken

8. Welstandscriteria ruimtelijke systemen Inleiding

1. Binnenstad - Inleiding

Werelderfgoed UNESCO Binnenstad (1)

2. Historische kernen, linten en fragmenten - Inleiding

101 104 105

106 106

108

111 115

119

Noordelijke linten (2a)

121

Oude dorpen (2c)

125

Zuidelijke linten (2b) Fragmenten (2d)

3. 19de-eeuwse Ring - Inleiding

123 127

129

Ingetogen blokbebouwing (3a)

132

Villa's en herenhuizen (3c)

136

Gedecoreerde blokbebouwing (3b) Stadsvernieuwingsbuurten (3d)

4. Gordel ’20-’40 - Inleiding Oost en West (4a) Plan Zuid (4b)

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

134 138

140

142 144

5 5. Tuindorpen - Inleiding

146

Tuindorpen (5)

148

Oorspronkelijke strook-, haak- en hofbebouwing (6a)

154

Open blokken (6c)

158

6. AUP en Post-AUP - Inleiding

Vernieuwde strook-, haak- en hofbebouwing (6b) Post-AUP gebieden (6d) Winkelgebieden (6e)

7. Woonerven en meanders - Inleiding Woonerven (7a)

Stadvernieuwingsbuurten (7b)

8. Woongebieden na 1985 - Inleiding

150

156 160 162

164

166 168

170

Rechte blokken en stroken (8a)

172

Gedifferentieerde woongebieden (8c)

176

Ingetogen woongebied (8b)

Thematische woongebieden (8d)

Samengestelde woonblokken (8e) Winkels en voorzieningen (8f)

9. IJ-landen - Inleiding

174 178 180 182

184

Verstedelijkt havengebied (9a)

186

Stedelijk Waterfront (9c)

190

IJburg en Zeeburgereiland (9b) 10. Kantoren en bedrijven - Inleiding Bedrijventerreinen (10a) Havens (10b)

Kantoren (10c)

Ziekenhuizen en medische centra (10d) Werk in uitvoering (10e)

11. Noordelijk buitengebied - Inleiding

188 192

195 197 198 200 201

202

Noordelijk buitengebied (11)

204

Stadsparken en begraaf-plaatsen (12a)

207

12. Groen en water - Inleiding

Sportterreinen en recreatiegebieden (12b)

13. Overige systemen - Inleiding

206

209

211

Infrastructuur (13a)

212

- Zuidas

213

Transformatiegebieden (13b) - Wibautstraat

- Bajes Kwartier

Colofon

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

213

214

215

220

6

Leeswijzer De welstandsnota is geschreven om te worden gebruikt. Een opsteller van een bouwplan moet erin kunnen vinden welke eisen op welke plek worden gesteld; de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) moet op basis van de beschrijvingen en criteria een onderbouwd advies kunnen geven over de plannen. Naast een praktisch gedeelte met beoordelingscriteria bevat deze nota ook algemene informatie over het hoe en waarom van welstand en over de thema’s die daarbij een rol spelen. Hoofdstuk 1 en 2 beschrijven de inpassing van de nota in het ruimtelijk beleid, en specifieker nog: in het Amsterdamse ruimtelijk beleid. In hoofdstuk 3 vindt u een beknopte uitleg van alle criteria die in Amsterdam gehanteerd worden. Een praktisch stroomschema op pagina 2 maakt inzichtelijk welke criteria gelden voor de verschillende soorten bouwplannen. De niveaukaart op pagina 18 biedt inzicht in de ambities per gebied en welke kwaliteiseisen daaraan gekoppeld zijn. Op pagina 20 is de belangrijkste pijler van het welstandsbeleid in Amsterdam te vinden: de kaart met ruimtelijke systemen. Op dit mozaïek van zones waarin de bebouwing een gelijksoortig karakter heeft, zijn de gebiedsgerichte criteria gebaseerd. Ten slotte zijn in dit hoofdstuk ook de algemene welstandscriteria beschreven: het vakmanschap dat de basis moet zijn van elk ontwerp.

In hoofdstuk 4 wordt verduidelijkt hoe duurzaamheids­ ingrepen aan de bestaande bebouwing worden beoordeeld. Dit hoofdstuk onderstreept de ambitie van Amsterdam om de CO2-uitstoot te reduceren en in het bijzonder de bestaande woningvoorraad te verduurzamen. In hoofdstuk 5 worden de criteria beschreven die bij de beoordeling van erfgoed gehanteerd worden. Onder erfgoed worden niet alleen monumenten of beschermde stads- en dorpsgezichten verstaan, maar alle gebouwen en zones die van cultuurhistorische waarde zijn, óók de niet wettelijk beschermde. In hoofdstuk 6 zijn de concrete criteria voor vele kleine ingrepen aan de bestaande bebouwing te vinden. Als bouwplannen op deze criteria danwel op standaardoplossingen gebaseerd zijn, zullen deze in

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

de regel een positief advies krijgen en snel vergund kunnen worden. Daarmee is niet gezegd dat andere, specifiekere oplossingen niet tot een positief welstandsadvies kunnen leiden. In dit hoofdstuk wordt uitgelegd hoe dat werkt. In hoofdstuk 7 zijn criteria opgenomen voor een aantal categorieën: bouwwerken die alleen in bepaalde gebieden voorkomen, bijvoorbeeld boerderijen, kaakbergen en reclames. In hoofdstuk 8 zijn de gebiedsgerichte criteria per ruimtelijk systeem beschreven. Waar nodig om recht te doen aan architectonische en stedenbouwkundige verschillen binnen een ruimtelijk systeem, is onderscheid gemaakt in deelgebieden. Voor elk van deze deelgebieden zijn een beschrijving, uitgangspunten en criteria opgenomen. Tot slot is er een bijlage met daarin onder meer een toelichting op het welstandsproces, de waarderingskaarten en een begrippenlijst.

7

Inleiding De stad Amsterdam hecht waarde aan de kwaliteit van de gebouwde omgeving; het is een publiek belang om zorgvuldig met die omgeving om te gaan. Tegelijkertijd wil de gemeente burgers niet onnodig beperken in de mogelijkheid gebouwen aan te passen aan hun wensen. Het beoordelen van bouwplannen op redelijke eisen van welstand is een manier om deze twee uitgangspunten in de praktijk te brengen. Voordat een vergunning wordt verleend voor een bouwwerk, wordt het uiterlijk van het bouwwerk op zichzelf en in relatie tot de omgeving beoordeeld; het moet letterlijk ‘wel staan’. De welstandsnota is het inhoudelijk kader voor die beoordeling. Licht, wendbaar en sterk In deze nieuwe nota staat het streven naar vereenvoudiging en deregulering voorop. Natuurlijk is in de nota vastgelegd wat behouden moet blijven, maar daarnaast is meer nadruk komen te liggen op het kunnen genereren van nieuwe waarden, zoals duurzaamheid, herbestemming en verdichting. De nieuwe nota houdt rekening met grote verschillen in de kwaliteit van gebieden en hun belang voor het aanzicht van Amsterdam. Ook wordt verschil gemaakt tussen de doorgaans kwetsbaardere ‘voorkant’ en de ‘achterkant’ waar meer individuele vrijheid mogelijk is. Het motto van de welstandsnota van 2013 luidt niet voor niets: licht en wendbaar waar mogelijk, en sterk waar nodig.

Welstand in Amsterdam Amsterdam was in 1898 de eerste gemeente in Nederland die een schoonheidscommissie instelde. Bij de beoordeling of “het uiterlijk van het bouwwerk voor zoover vanaf de weg zichtbaar zoowel op zichzelf als met betrekking tot het (...) stads- of landschaps­ beeld, voldoet aan redelijke eischen van welstand” baseerde deze commissie zich bijna een eeuw lang op de eigen kennis en ervaring. Dat veranderde toen Amsterdam in 1995 als een van de eerste gemeenten een welstandsnota vaststelde, met de titel ‘De Schoonheid van Amsterdam’. In 2004 werd de inhoud van de nota in verband met een wijziging van de woningwet verdeeld over een ‘Kadernota’ en welstandsnota’s van de stadsdelen. In 2009 volgde hierop ‘De Schoonheid van Amsterdam Digitaal’, waarbij de welstandsnota’s digitaal toegankelijk werden gemaakt. Met ‘De Schoonheid van Amsterdam 2013’ heeft Amsterdam niet alleen

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

weer één welstandsnota, maar is ook een vereenvoudiging gezocht, die aansluit bij de landelijke standaarden voor digitale ontsluiting. Doel van de welstandsnota Bouwplannen moeten voldoen aan verschillende voorwaarden; welstand is er één van. Als een bouwwerk volgens het bestemmingsplan mag worden gebouwd, kan aan de hand van de welstandscriteria worden beoordeeld of het uiterlijk ervan past in zijn omgeving. Daarbij neemt de nota het aanzien van de stad en de verdeling in ruimtelijke systemen als uitgangspunt. Doel van deze welstandsnota is de inhoudelijke gronden van het welstandstoezicht helder onder woorden te brengen en inzichtelijk te maken wat de toetsingscriteria zijn waarop het bouwplan wordt beoordeeld. Een transparant welstandsbeleid is niet alleen wenselijk voor de bouwende partijen en de gemeente, maar ook voor de omwonenden en andere gebruikers van het plangebied. Met deze nota is dit welstandsbeleid vindbaar, leesbaar en toepasbaar.

8

1. Welstand en beleid Inleiding Sinds 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) ingegaan. Hierbij zijn ruim 25 vergunningen op het gebied van bouwen, wonen, ruimte en milieu vervangen door één nieuwe vergunning: de omgevingsvergunning. In het kort komt het erop neer dat wie wil slopen, bouwen, verbouwen of aanbouwen vrijwel altijd een omgevingsvergunning nodig heeft. De aanvraag voor die vergunning wordt beoordeeld door de gemeente. Er wordt daarbij onder andere naar het bestemmings­plan en de Bouwverordening gekeken, maar ook of het plan voldoet aan redelijke eisen van welstand. Dat wil zeggen dat er kritisch wordt gekeken naar de architectonische kwaliteit van het project en de inpassing ervan in de omgeving. De stad is er immers bij gebaat dat nieuwe gebouwen de stad verrijken en zorgvuldig wordt omgegaan met erfgoed.

1.1 Waarom welstand? Welstandszorg vindt zijn basis in de Woningwet, waarin artikel 12 voorschrijft dat bouwwerken zowel Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

wat betreft de situering als het uiterlijk niet strijdig mogen zijn met redelijke eisen van welstand. Wat die redelijke eisen van welstand zijn, is vastgesteld door de gemeenteraad en vastgelegd in deze welstandsnota. Alle bouw- of verbouwplannen in Amsterdam, met uitzondering van een klein aantal welstandsvrije zones, moeten voldoen aan de hierin beschreven criteria. Het gaat er vooral om of een bouwwerk in zijn omgeving past, of het vakkundig is vormgegeven, en of het materiaal- en kleurgebruik evenwichtig is. Het welstandsbeleid komt voort uit de overtuiging dat de (lokale) overheid zich moet inzetten voor een aantrekkelijke leefomgeving. Een aantrekkelijk en duurzaam gebouwde omgeving verhoogt niet alleen de belevingswaarde, maar ook de economische waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Een heldere welstandsnota en effectieve welstandstoetsing geven ontwikkelende en bouwende partijen, maar ook de bewoners van de stad zekerheid over de kwaliteit van hun directe omgeving. Welstand is een publiek belang, en dat is niet altijd hetzelfde als een persoonlijk belang. De welstands­ toets weegt de individuele vrijheid van de burger of ondernemer af tegen de aantrekkelijkheid van de leefomgeving als algemene waarde.

9

Hoofdstuk 1 Welstand en beleid

1.2 Hoe werkt welstand?

1.3 Welstand en ruimtelijk beleid

Door een wijziging van het Besluit Omgevingsrecht is het bevoegd gezag per 1 maart 2013 niet meer verplicht om elk bouwplan om advies voor te leggen aan een onafhankelijke welstandscommissie, maar kan het er ook voor kiezen om ambtelijk te laten toetsen of een bouwplan al dan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand. De gemeente Amsterdam heeft besloten deze ‘kan’-bepaling constructief in te vullen en afspraken te maken over welke aanvragen door een stadsdeel zelf ambtelijk zullen worden getoetst op basis van hoofdstuk 6 ‘Standaardtoets voor veel voorkomende kleine bouwplannen’ en voor welke aanvragen advies zal worden gevraagd aan de welstandscommissie.

Welstandstoezicht staat niet op zichzelf. Het is ingebed in een breder geheel van maatregelen gericht op ruimtelijke kwaliteit. Ruimtelijke kwaliteit is een onderwerp dat in veel beleidsstukken een belangrijke plaats inneemt. Er wordt aan gewerkt met een reeks samenhangende instrumenten. Sommige zijn heel concreet en themagericht zoals een bestemmingsplan en andere eerder overkoepelend, zoals een structuurvisie. Deze welstandsnota en de toetsing van bouwplannen aan deze nota is één van die instrumenten. De hele keten van instrumenten is bedoeld om de stad de gewenste kwaliteit te geven. De voorschriften voor die kwaliteit zijn niet overal dezelfde. Zo kunnen de welstandscriteria variëren, bijvoorbeeld van licht en wendbaar in sommige transformatiegebieden tot sterk en dominant waar cultureel erfgoed in het geding is.

Gaat het bij een aanvraag voor een omgevings­ vergunning om een meer ingrijpend plan, dan wordt altijd advies gevraagd aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). De commissie adviseert over de architectonische kwaliteit en inpassing van een plan in de omgeving of de gevolgen van een bouwkundige ingreep op de cultuurhistorische waarden van een monument. Zij bekijkt of het plan voldoet aan de criteria die zijn vastgelegd in deze welstandsnota en, als het om een monument gaat, ook of het plan aan de Erfgoedwet of de erfgoedverordeningen van gemeente voldoet. Het advies wordt uitgebracht aan B&W of aan bestuurscommissies, die vervolgens een besluit nemen over het al dan niet verlenen van een vergunning. Het bestuur neemt het advies in principe over. Maar als zwaarwegende belangen het noodzakelijk maken, kan besloten worden het advies niet op te volgen. De aanvraag wordt dan ‘contrair vergund’. Dit kan het geval zijn bij plannen waarbij het toepassen van de vastgestelde welstandscriteria heel nadelige effecten heeft op andere belangen. Het bestuur kan ook besluiten een plan contrair te vergunnen als de commissie aantoonbaar niet heeft getoetst op basis van de vastgestelde criteria. In de bijlage wordt dieper op het proces ingegaan onder het titel ‘Hoe werkt welstand?’.

De welstandsnota zorgt ervoor dat iedereen die in Amsterdam iets wil bouwen duidelijkheid heeft over de wijze waarop de gemeente de schoonheid van Amsterdam wil behouden en bevorderen. Ook betekent het dat iedereen die in Amsterdam woont, weet aan welke eisen een plan moet voldoen: de welstandsnota geeft bewoners een grote mate van duidelijkheid over de kwaliteit van de omgeving waarin zij wonen.

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

In de volgende paragrafen wordt op hoofdlijnen de samenhang tussen welstand en een aantal andere beleidsinstrumenten beschreven: de structuurvisie, bestemmingsplannen en de regels voor kunst en reclame in de openbare ruimte.

1.3.1 Structuurvisie Gemeenten maken structuurvisies waarin ze uitspraken doen over de gewenste ruimtelijke ontwikkeling. De Amsterdamse gemeenteraad heeft in de ‘Structuurvisie 2010-2040’ haar ruimtelijke ambities tot 2040 vastgelegd. De nadruk is gelegd op zeven opgaven, waarvan er een aantal veel te maken heeft met welstand. Amsterdam wil de komende jaren onder andere verdichten, verduurzamen en de kwaliteit van leven in de stad verhogen. Het transformeren van bedrijventerreinen tot woon- en werkgebieden en Hoofdstuk 1 | Welstand en beleid het hoogwaardig inrichten van het publieke domein hoort daarbij. De kwaliteit van de gebouwde omgeving speelt daarbij een grote rol: “De aandacht voor de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten groeit,” staat in de visie te lezen. “Schone lucht, karaktervolle panden en een mooie groene, openbare ruimte zijn allemaal aspecten waarmee de stad mensen en bedrijven aan zich kan binden.” Dat waardevolle karakter behouden en creëren is typisch iets waar welstand voor bedoeld is. Want verdichten, transformeren en verduurzamen is één, het moet ook zo gebeuren dat de kwaliteit van de stad er beter van wordt. Het welstandsbeleid is een praktisch instrument dat bijdraagt aan het verwezenlijken van die ambitie. In hoofdstuk 3 wordt dieper ingegaan op een aantal speerpunten uit de structuurvisie.

10

Hoofdstuk 1 Welstand en beleid

1.3.2 Bestemmingsplannen

1.4 Welstand en erfgoedbeleid

Zowel bestemmingsplannen als welstandsnota’s doen uitspraken over de ruimtelijke kwaliteit binnen een gemeente. Het bestemmingsplan geeft de primaire voorschriften: het regelt dat er een bouwwerk met een bepaalde functie en van een bepaalde omvang op een locatie mag komen. Aanvullend op het bestemmingsplan geeft de welstandsnota aanwijzingen voor het uiterlijk van een bouwwerk. Dit zijn de secundaire voorschriften, bijvoorbeeld voor de exacte plaats van een bouwwerk of van welke materialen iets gemaakt moet worden. Welstand mag de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan toestaat niet onmogelijk maken, maar bij de welstandsbeoordeling mag wel een relatie worden gelegd met de planologische aspecten.

Amsterdam telt, naast ruim 8000 monumenten, zes beschermde stads- of dorpsgezichten en de grachtengordel die op de UNESCO-Werelderfgoedlijst staat, ook nog een heleboel andere bouwwerken, objecten en structuren van historische waarde. Alle wettelijk beschermde en ook de (nog) niet wettelijk beschermde cultuurhistorisch waardevolle bouwwerken en gezichten samen noemen we erfgoed.

1.3.3 Inrichting openbare ruimte Een van de zeven pijlers in de ‘Structuurvisie 20102040’ is “een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte.” Er wordt steeds meer belang gehecht aan de kwaliteit van leven in de stad, en de inrichting van het publieke domein is daarvoor een belangrijk ingrediënt: “Kwaliteit van leven in de stad wordt voor een belangrijk deel bepaald door de woonomgeving en door groen, water en mooie openbare ruimte.” De inrichting en het beheer van de openbare ruimte is in principe de taak van de gemeente. Voor de meeste ingrepen ‘aan de vloer’ van de openbare ruimte is geen omgevingsvergunning en daarom ook geen welstandsadvies verplicht. Maar ook de gebouwen langs een straat hebben grote invloed op de belevingswaarde van de openbare ruimte. Welstand beoordeelt niet de openbare ruimte zelf, maar wel de gebouwen die de openbare ruimte begrenzen en de relatie van die gebouwen tot de omgeving. De kwaliteit van de openbare ruimte is onlosmakelijk verbonden aan de kwaliteit van de gevels rond die openbare ruimte. Twee elementen in de openbare ruimte die wel onder het welstandsbeleid vallen, zijn kunst en reclame aan gevels. Kunstwerken waarvoor een omgevingsvergunning activiteit bouwen nodig is, worden voorgelegd aan de CRK. Deze worden beoordeeld aan de hand van de algemene welstandscriteria. Ook reclameobjecten aan gevels vallen onder welstand.

De welstandscriteria voor reclame zijn te vinden in hoofdstuk 7, ‘Welstandscriteria Categorieën’. Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

1.4.1 Erfgoedvisie Amsterdam is trots op haar erfgoed. “In de afgelopen 25 jaar is actief gewerkt aan het erfgoed, met als resultaat dat de stad er beter bij staat dan ooit.” Het is de eerste zin uit de erfgoedvisie die wethouder Carolien Gehrels begin 2012 presenteerde onder de titel ‘Erfgoed, spiegel van de stad’. De opgave voor de bescherming en ontwikkeling van het Amsterdamse erfgoed verloopt langs drie sporen. Allereerst is dit het stimuleren van duurzaamheid en transformatie. Behoud en herbestemming van de bestaande stad is noodzakelijk in tijden van economische crisis en duurzaamheidsdoelstellingen. Naast de culturele waarde wordt ook de waarde van het erfgoed voor de stedelijke economie benoemd. Daarom is het van belang geldstromen uit gebiedsontwikkeling in erfgoed te investeren. Tot slot is de betrokkenheid van eigenaren, bewoners en gebruikers bij erfgoed essentieel: erfgoed verbindt mensen met elkaar. Al het erfgoed valt onder het welstandsbeleid. Welstand speelt een belangrijke rol bij het omgaan met erfgoed en sluit naadloos aan op de bredere context van monumenten en cultuurhistorisch erfgoed. Naast vaste richtlijnen voor de omgang met beschermd erfgoed, kent Amsterdam al jaren waarderingskaarten voor het Centrum, de 19deeeuwse Ring en de Gordel ’20-’40, waarin de stedenbouwkundige en architectonische kwaliteiten van deze gebieden gedetailleerd zijn vastgelegd.

Recent zijn hieraan de waarderingskaarten voor de AUP gebieden (de woonwijken die tot stand kwamen op basis van het Algemeen Uitbreidingsplan van 1935) toegevoegd. Deze waarderingskaarten dienen als onderlegger bij de beoordeling van bouwplannen. Het gelaagde welstandsbeleid houdt een geleidelijk ‘aftrappende’ waardering in. Dit kan enerzijds een noodzakelijke transformatie mogelijk maken, maar anderzijds ook een manier zijn om waardevolle, onbeschermde, individuele panden (ordepanden) en de samenhangende stedenbouwkundige kwaliteit te behouden.

Hoofdstuk 1 Welstand en beleid

In hoofdstuk 5 zijn de bij de waarderingskaarten behorende criteria als onderdeel van de erfgoedcriteria opgenomen.

1.4.2 Monumentenbeleid Monumenten vormen een apart onderdeel van erfgoed vanwege de juridisch beschermende status. Welstandstoezicht en monumentenzorg zijn van oudsher nauw met elkaar verbonden. Beide zijn erop gericht de kwaliteit en identiteit van de leefomgeving te bestendigen. Een belangrijk onderdeel daarvan is het behoud van monumenten en beschermde dorpsen stadsgezichten die van cultuurhistorische waarde voor de stad zijn. Er gaat de komende jaren veel veranderen in de monumentenzorg. En veel tegelijk. Op 1 januari 2012 is de Modernisering Monumentenzorg (MoMo) in werking getreden. Deze Algemene Maatregel van Bestuur weerspiegelt een verschuiving in denken van object naar gebied en van behoud naar ontwikkeling. In de MoMo is bepaald dat cultuurhistorische belangen moeten meewegen in de ruimtelijke ordening. Het bestemmingsplan is een belangrijk instrument geworden om cultuurhistorische waarden in een

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

11 gebied te beschermen. Gemeenten moeten bij het maken van bestemmingsplannen rekening houden met cultuurhistorische waarden. Een andere belangrijke verandering is dat een aantal bouwactiviteiten aan monumenten of panden in beschermde stadsgezichten vergunningvrij zijn geworden. Tot slot is in de MoMo het herbestemmen van monumenten tot speerpunt gemaakt. Bij de uitvoering van het monumentenbeleid werkt de CRK nauw samen met Monumenten en Archeologie (M en A). M en A treedt op als adviseur van de CRK als er vergunningen worden aangevraagd waar monumenten bij betrokken zijn. Een adviesaanvraag voor een monument wordt pas door de CRK behandeld nadat M en A een rapportage heeft gemaakt waarin de gevolgen van een bouwplan voor de monumentale waarden zijn geanalyseerd. De CRK beoordeelt vervolgens of er voldoende zorgvuldig wordt omgegaan met veranderingen aan het monument. De criteria voor monumenten maken onderdeel uit van de erfgoedcriteria die zijn opgenomen in hoofdstuk 5.

12

2. Amsterdamse thema's Inleiding Na een korte uiteenzetting van het ruimtelijk beleid waarbinnen welstand opereert in hoofdstuk 1, zoomt dit hoofdstuk in op specifieke thema’s voor Amsterdam. In verschillende vastgestelde visies en nota’s zijn uitspraken gedaan over hoe Amsterdam de toekomst in wil. De belangrijkste speerpunten die raken aan het terrein van welstand komen hier aan bod.

2.1 Verdichting Dit thema is de eerste opgave die in de Amsterdamse ‘Structuurvisie 2010-2040’ genoemd wordt: “Via intensiever gebruik van de ruimte in de stad kan aan veel meer mensen en bedrijven woon- en werkruimte worden geboden. Hierdoor wordt het draagvlak voor voorzieningen vergroot, kan efficiënter worden omgegaan met energie en vervoer en hoeft het landschap niet te worden aangetast.” In de structuurvisie staat beschreven dat Amsterdam er 70.000 woningen bij krijgt, en daarbij ook nieuwe voorzieningen als scholen, winkels en Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

sportaccommodaties. Verdichting betekent dat de stad telkens verandert, door herbestemming, nieuwbouw, verbouw of transformatie. Voor veel van deze opgaven zijn de gebiedsgerichte criteria niet geschikt, want die richten zich vooral op nieuwbouw binnen de context van het bestaande. Voor de verdichtingsopgaven zullen vaak aparte welstandscriteria opgesteld worden als onderdeel van Stedenbouwkundige Programma’s van Eisen of Uitwerkingsplannen. Een van de middelen om te kunnen verdichten, is hoogbouw. In de ‘Hoogbouwvisie’, een uitwerking van de structuurvisie, staat waar hoogbouw mogelijk is, tot welke hoogte en wanneer een HER (Hoogbouw Effect Rapportage) moet worden gedaan om de impact op het stedelijk landschap te onderzoeken. De inpassing van een gebouw met een aanzienlijke hoogte heeft een onmiskenbaar effect. Niet alleen verandert de maat en schaal van de omgeving daardoor, ook de beleving van de gebouwde omgeving verandert. Een toren die al van verre te zien is, moet niet alleen een middel zijn om te verdichten, maar ook om de stad architectonisch te verrijken. Hier ligt een direct verband met welstand: de hoogbouwvisie heeft bepaald wat de relatie tussen hoogbouw en het

13

Hoofdstuk 2 Amsterdamse thema's

cultuurhistorisch karakter van een gebied is, de welstandscommissie beoordeelt hoe dit gebeurt zodat hoogbouw bijdraagt aan de schoonheid van Amsterdam.

2.2 Transformatie Amsterdam blijft groeien. Dit leidt tot verstedelijking van gebieden die tot nu toe aan de rand van de stad lagen of bij het buitengebied hoorden, maar ook tot ingrijpende veranderingen in gebieden die al tot het stedelijk gebied behoorden. Al deze gebieden behoren tot de zogenaamde transformatiegebieden. Een voorbeeld is de nieuwe woonwijk IJburg, waarbij een deel van het IJmeer is getransformeerd tot een eilandengroep om op te wonen, met een rijk scala aan stedelijke milieus. Andere gebieden die al een stedelijke functie hebben, ‘verschieten van kleur’ als gevolg van de ruimtedruk, zoals de Laan van Spartaan in stadsdeel West. Weer andere, zoals oude industrieterreinen, worden omgevormd tot een stedelijke mix van wonen, werken en meer. Denk hier bijvoorbeeld aan het Polderweggebied, het voormalige Oostergasfabriekterrein. Langs het IJ zijn er vooral industrie- en bedrijventerreinen die van karakter veranderen, zoals het NDSM-terrein. Over het herbestemmen van oude kantorenterreinen zoals Amstel III is meer te lezen in paragraaf 3.3.1. Veel vroeg naoorlogse gebieden ondergaan een metamorfose in het kader van de stedelijke vernieuwing zoals de Staalmanpleinbuurt in NieuwWest. Tot slot kunnen transformatiegebieden ook te maken hebben met herstructurering, uitbreiding en aanleg van grootschalige infrastructuur, zoals de tweede Coentunnelweg.

De welstandscriteria voor transformatiegebieden hebben in principe een tijdelijk karakter en gelden zolang de ontwikkeling duurt. Ze worden geformuleerd op basis van het vastgestelde stedenbouwkundig plan of beeldkwaliteitsplan. De criteria voor de bestaande transformatiegebieden zijn niet in deze nota opgenomen. Op de kaart ‘Ruimtelijke systemen van Amsterdam’ die onderdeel is van deze nota, is aangegeven om welke gebieden het gaat. De bijhorende documenten zijn in de bijlage opgenomen. Als de ontwikkelingsfase afgerond is, dan kunnen eventueel reguliere welstandscriteria gericht op het beheer van het gebied worden vastgesteld. De feitelijk gerealiseerde architectuur en stedenbouw vormen dan de context voor de ‘nieuwe’ criteria. De getransformeerde gebieden kunnen bij een al bestaand ruimtelijk systeem worden gevoegd als de context daar duidelijk bij aansluit. Maar de Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

getransformeerde gebieden kunnen na de ontwikkeling door hun specifieke karakter ook een nieuw ruimtelijk systeem vormen. Zo hebben de Oostelijke Havengebieden die in de jaren ’90 zijn getransformeerd tot woongebieden nu het nieuwe ruimtelijk systeem van de IJ-landen gevormd.

2.3 Duurzaamheid Herbestemming De duurzame stad vraagt om flexibel gebruik van gebouwen, waarbij ze na verloop van tijd van functie kunnen veranderen. Herbestemming maakt deel uit van de ambitie om een leefbare planeet na te laten aan toekomstige generaties. Herbestemming is van alle tijden, maar door maatschappelijke, culturele en conjuncturele ontwikkelingen staat het nu hoger dan ooit op de agenda. “Er staan veel gebouwen leeg, en tegelijk is sprake van veel onvervulde ruimtelijke behoeften” schrijft het H-team van het Nationaal Programma Herbestemming in 2011 aan de Tweede Kamer. “Herbestemming lost niet alleen deze maatschappelijke contradictie op, maar is ook een belangrijke bijdrage aan de duurzaamheid, de leefbaarheid, het historisch besef en de veiligheid van de omgeving.” Ook in Amsterdam, een stad vol mooie, bruikbare gebouwen, staat herbestemming de komende jaren volop in de aandacht. Zo worden met de herbestemming van grote industriële complexen of gebouwen buiten de binnenstad, zoals het Storkterrein aan het IJ in Noord, nieuwe impulsen gegeven aan omliggende gebieden. Maar het zijn niet alleen oude fabrieken, pakhuizen of kerken die worden omgevormd tot bijvoorbeeld culturele centra of

Hoofdstuk 2 Amsterdamse thema's

horecagelegenheden. In woonwijken ontstaan hotels in oude woon- of zorggebouwen; in het centrum verandert een voormalig hoofdpostkantoor in een modern winkelcentrum en worden oude bankgebouwen succesvol herontwikkeld, zoals The Bank op het Rembrandtplein in het voormalige hoofdkantoor van de ABN AMRO. De noodzakelijke (re)vitalisatie van het cultureel erfgoed vraagt om een strategie gericht op ‘behoud door ontwikkeling’, als aanvulling op de traditionele strategie van ‘behoud door bescherming’. Recent heeft de Pniëlkerk in West een nieuwe publieke bestemming gekregen als cultureel centrum. De impuls en meerwaarde voor het omliggende gebied daarvan is aangetoond. Een goed welstandstoezicht beschermt wat het beschermen waard is, maar onderkent ook de grote opgave van hergebruik en transformatie van bestaande gebouwen en structuren. De welstandstoets moet de balans zoeken tussen vitaliteit, ontwikkeling, behoud en kwaliteit. Een ander speerpunt op het gebied van herbestemming is de vele leegstaande kantoren. De aanpak bestaat er onder andere uit om de panden die daarvoor geschikt zijn een nieuwe functie te geven. Voorbeelden zijn het oude kantoor van Syntrus Achmea aan de Haarlemmerweg, of het GAK-gebouw in West, die worden omgevormd tot woongebouw. Steeds vaker wordt ook een tijdelijke herbestemming mogelijk gemaakt.

Amstel III is net als Sloterdijk Teleport een voorbeeld van een kantorenterrein dat om herbestemming vraagt maar waar geen bijzondere waarden benoemd zijn of behouden moeten worden. Hier zijn het vooral bestemmingsplannen, technische eisen of een ongelukkige locatie die drempels opwerpen bij de herbestemming. Hiernaar wordt met een realistisch oogpunt gekeken. Deze gebieden kunnen door het toekennen van een laag welstandsniveau of door het vaststellen van welstandsvrije gebieden zo wendbaar mogelijk worden gemaakt. In deze welstandsnota is bewust gekozen voor een genuanceerde visie op enerzijds het belang van behoud en zorgvuldige omgang met cultuurhistorische waarden, anderzijds het belang van het aanpassen aan veranderende omstandigheden, programma’s en gebruik. Verschillen in bestaande en gewenste kwaliteiten op verschillende plekken in de stad vragen ook om een gedifferentieerd welstandstoezicht op herbestemming. Energiebesparing Een tweede pijler van het Amsterdamse duurzaamheidsstreven is energiebesparing: Amsterdam moet energiezuiniger worden. Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

14 “De fossiele brandstoffen raken hoe dan ook een keer op. De stad moet worden ingericht op het post fossiele brandstoftijdperk” staat in de ‘Structuurvisie 2010-2040’. Een grote slag kan worden gemaakt met het energiezuinig maken van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast kiest Amsterdam ervoor een groot deel van haar energiebehoefte zelf op te wekken. Hierbij kan worden gedacht aan het toepassen van zonnepanelen op daken, het aanleggen van een sluitend warmtenet om restwarmte te kunnen transporteren en het plaatsen van windturbines. Tenslotte zal Amsterdam ook investeren in duurzame energieopwekking in de regio. Amsterdam is een creatieve, vitale en aantrekkelijke stad en wil dat graag blijven. Belangrijk hiervoor is het behoud en uitbreiding van schone en betaalbare energie. Dit doel is alleen te bereiken als wij – gemeente, bedrijfsleven en burgers – ons inzetten voor ‘de energietransitie’: het drastisch omgooien van ons energiegebruik van fossiele naar duurzame energie. En waarom? Fossiele energiebronnen hebben een hoge CO2-uitstoot, en zijn daarom aanjager van klimaatverandering. Amsterdam heeft zich als doel gesteld om in 2015 klimaatneutraal te zijn en in 2025 40% minder CO2 uit te stoten dan in 1990. Duurzame energie, zoals zonne- en windenergie, draagt hieraan bij omdat bij de opwekking geen CO2 vrijkomt.

Daarnaast zullen de energiekosten de komende jaren nog meer gaan stijgen. Oorzaken hiervan zijn krimpende olie- en gasvoorraden en de afhankelijkheid (lees: kwetsbaarheid) van fossiele energie-import uit dikwijls politiek instabiele regio’s. Om de stijgende energieprijzen het hoofd te bieden, wil Amsterdam energie die duurzaam is en lokaal kan worden opgewekt. Kortom: de energietransitie levert een win-winsituatie op voor de Amsterdammer, die in een klimaatvriendelijke stad woont en een redelijke prijs voor energie betaalt.”

15

Hoofdstuk 2 Amsterdamse thema's

Marktpartijen, maar ook particulieren, willen hun bezit verduurzamen. Denk daarbij aan het isoleren van woningen en gebouwen, het aanleggen van groene daken of het plaatsen van zonnepanelen. Er blijkt grote behoefte te bestaan aan welstandscriteria die meer zijn toegesneden op duurzaamheidsmaatregelen. In een gezamenlijke werkgroep van stadsdelen en centrale diensten is in kaart gebracht welke belemmeringen het welstandsbeleid opwerpt bij het energiezuiniger maken van de bestaande bebouwing. Op basis daarvan is een zo concreet mogelijk inhoudelijk toetsingskader geformuleerd. Bestuurlijk is expliciet aangegeven dat de nieuwe welstandsnota twee doelen dient: schoonheid en duurzaamheid. Deze doelstellingen zijn op een genuanceerde manier in het welstandskader geïntegreerd en uitgewerkt. In hoofdstuk 4 ‘Welstandscriteria duurzame stad’ geven negen globale criteria met toelichting de ruimte aan binnen de criteria in de daarop volgende hoofdstukken om duurzaamheidsingrepen toe te passen. Het hoofdstuk is bedoeld als leeswijzer hoe duurzaamheidsingrepen in de bestaande bouw worden beoordeeld. Voor de beschermde stads- en dorpsgezichten (de binnenstad, Amsterdam-Noord, de dorpen Durgerdam, Ransdorp en Holysloot, en “Van Eesteren”) en monumenten geldt een strenger regime dan voor de overige gebieden.

2.4 Particulier opdrachtgeverschap Het college van B&W wil dat particulier opdrachtgeverschap een volwassen onderdeel van de Amsterdamse woningmarkt wordt. Het blijkt een succesvolle manier om op kleinschalige wijze de stad te blijven ontwikkelen. In Amsterdam is al ervaring opgedaan met particulier opdrachtgeverschap. Het bekendste project is waarschijnlijk de Scheepstimmermanstraat in het Oostelijk havengebied. Ook het Steigereiland op IJburg is grotendeels op deze manier ontwikkeld. De gemeente wil de komende jaren veel vrije kavels beschikbaar stellen voor particulier opdrachtgeverschap (PO) en collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO), ook voor Amsterdammers met een middeninkomen. De gemeente ziet ook veel mogelijkheden voor medeopdrachtgeverschap, een vorm waarbij een particulier niet zelf hoeft te bouwen maar wel nauw betrokken is bij het project. Deze vorm zou bijvoorbeeld ook ingezet kunnen worden om een groep mensen gezamenlijk een oud kantoor te laten transformeren.

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

De aantrekkingskracht van CPO is niet altijd bijzondere architectuur, maar ook dat programmatisch aan bijzondere, individuele wensen recht kan worden gedaan. Vrijburcht op Steigereiland onderscheidt zich qua beeld bijvoorbeeld niet van een ‘gewoon bouwblok’, maar is vooral bijzonder door het gerealiseerde programma, dat niet in standaard woningbouw te vinden is. Hier zijn in groepsverband 52 nieuwbouwwoningen van gemiddeld 100 m2 gerealiseerd tegen redelijke koopsommen. PO en CPO zijn soms welstandsvrij maar soms ook niet. De keuze tussen welstandsvrij bouwen of volgens welstandscriteria die particulier opdrachtgeverschap ook binnen de bestaande stad mogelijk maken, wordt per situatie bepaald op basis van de context.

2.5 Ruimte voor individuele keuzes Het veranderde woningbezit, maar ook de veranderende samenleving vragen om meer ruimte voor individuele keuzes. Steeds meer mensen in Amsterdam hebben een eigen huis. De eigenaren willen ten aanzien van het wonen keuzes maken die passen bij levensstijl, identiteit etc. Het gaat dan vaak om de wens de woning uit te breiden met een uitbouw of een dakkapel, of bijvoorbeeld een dakterras aan te leggen. Als gevolg van de gewijzigde wetgeving, waardoor veel ingrepen aan de achterzijde vergunningvrij zijn geworden, zijn meer individuele vrijheden ontstaan. Ook in het ruimtelijk beleid van Amsterdam, waaronder de bestemmingsplannen, wordt hier rekening mee gehouden.

Hoofdstuk 2 Amsterdamse thema's

In deze welstandsnota zijn beperkingen, vooral aan de achterzijde van gebouwen weggenomen of verduidelijkt. Aan de voorzijde is de bestaande hoge kwaliteit van de stad vaak leidend, maar ook hier kunnen meer vrijheden ontstaan door deze kwaliteit minder op exact behoud te omschrijven. Er zijn wel eisen opgenomen wanneer de bestaande kwaliteiten van de stad te sterk aangetast worden. Het ruimtelijk beleid en de welstandsnota willen een goede afweging maken tussen vitaliteit, ontwikkeling, behoud en kwaliteit van de stad enerzijds, en de individuele keuzes anderzijds. Het gaat erom een goede balans te vinden.

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

16

17

3. De welstandscriteria Inleiding Dit hoofdstuk luidt het praktische gedeelte van deze welstandsnota in, dat antwoord geeft op de volgende vraag: als ik wil bouwen in Amsterdam, aan welke redelijke eisen van welstand moet dat dan voldoen? Hieronder volgt een korte toelichting op de verschillende criteria die in Amsterdam worden gehanteerd. Het op de volgende pagina afgebeelde stroomschema biedt een handvat voor de gebruiker: hier staat welke criteria voor welke bouwwerken gelden. In de volgende hoofdstukken staat per bouwwerk of systeem uitgebreid beschreven wat die criteria inhouden en hoe ze worden toegepast. Tot slot bevat dit hoofdstuk ook de beschrijving van een aantal algemene criteria, die in sommige gevallen ook een rol kunnen spelen bij de beoordeling van bouwplannen.

niet eens met de hakken over de sloot. Het welstandsniveau is een uitdrukking van de mate van inspanning die bij het opstellen van een plan wordt verwacht ten aanzien van de omgeving en van het bouwwerk op zichzelf. Voor elk gebied is het gewenste welstandsniveau aangegeven. Het welstandsniveau sluit zoveel mogelijk aan bij het gehanteerde ruimtelijk kwaliteitsbeleid en de gewenste ontwikkelingen. De kaart met welstandniveaus is op de pagina hiernaast afgebeeld. Er gelden in Amsterdam vijf welstandsniveaus: n

Beschermd Het beschermde niveau is gereserveerd voor monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten. Hier is behoud van cultuurhistorische waarden en de daarbij behorende kwaliteiten het uitgangspunt voor de welstandstoets.

n

Bijzonder (sterk) Bijzonder zijn gebieden waar van een ontwerp mag worden verwacht, dat het een bijdrage levert aan de kwaliteit van de omgeving en aan de

3.1 Welstandsniveaus Gebieden en gebouwen verschillen in gebruik en van karakter, maar ook in hun belang voor het aanzicht en de identiteit van de stad. Een plan dat in het ene gebied goed genoeg is, komt mogelijk in het andere Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

Hoofdstuk 3 De welstandscriteria

18

19

Hoofdstuk 3 De welstandscriteria

kwaliteit van het bouwwerk op zichzelf. Dit zijn onder meer de gebieden met een groot belang voor het aanzien van de stad. Het bijzondere niveau is ook van toepassing op gebieden, die in transformatie zijn of in opbouw en waar van de ontwerper of aanvrager een grotere inspanning mag worden verwacht om de kwaliteit van het gebied te helpen opbouwen. n

Gewoon Het niveau gewoon geldt in een groot deel van de stad. Dit zijn gebieden, waar het beleid inzet op beheer van de bestaande kwaliteit. In deze gebieden speelt het aanzien van de stad als geheel een minder grote rol. Hier is het beleid gericht op het praktisch beheer en is het welstandsbeleid ondersteunend aan de gangbare kwaliteit van het gebied.

n

Eenvoudig (licht) In gebieden met het niveau eenvoudig (licht) zijn de ambities beperkt. Het welstandsbeleid is hier gericht op het voorkomen van incidenten, die de kwaliteit van het gebied of een gebouw onredelijk ver naar beneden halen. Hier is de bandbreedte ruimer, zodat zowel beheer als veranderingen een optimale wendbaarheid van het gebied mogelijk maken.

n

Vrij In welstandsvrije gebieden geldt geen toets, waarmee op grond van welstand de kwaliteit wordt bewaakt. Hier heeft de stad gekozen om het beheer van de gebiedskwaliteit op een andere wijze te regelen of om het particulier initiatief ruim baan te geven.

n

Geen preventieve toetsing Naast deze vijf niveaus is er in een aantal gebieden met een aanvullende arcering gekozen voor een terughoudende invulling van het welstandsbeleid. Hier vindt vooraf geen toetsing plaats van de veel voorkomende kleine bouwplannen of zelfs van alle soorten bouwplannen. Wie hier een plan maakt, krijgt het vertrouwen en kan zelf het initiatief nemen bij de interpretatie van redelijke eisen van welstand. Van het resultaat wordt verwacht, dat het voldoet. De onder dit regime gerealiseerde bouwwerken mogen niet in ernstige mate strijdig zijn met redelijke eisen van welstand.

In een aantal gevallen hebben bouwwerken op zich een niveau, dat kan afwijken van het gebied waar ze deel van uitmaken. Tenzij anders vermeld, wordt in deze gevallen het hogere niveau gehanteerd. Voorbeelden zijn monumentale gebouwen in gewone welstandsgebieden. Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

3.2 Criteria op maat Er zijn allerlei soorten plannen, die afhankelijk van hun maat en omgeving op een andere manier moeten worden bekeken. De beoordelingscriteria zijn in grote lijnen geordend naar de mate waarin een plan van invloed is op zijn omgeving. De criteria kennen een getrapte opbouw: ze zijn gerelateerd aan de cultuurhistorische waarde van panden en aan de schaal van een ingreep. In de praktijk kan het best eerst worden bekeken onder welke beschrijving en criteria het plan valt. Het stroomschema op pagina 2 kan daarbij helpen. Duurzaamheidscriteria De duurzaamheidscriteria in hoofdstuk 4 verschillen van de overige criteria, in die zin dat ze niet op zichzelf staan. Ze zijn onderdeel van de criteria in alle volgende hoofdstukken, maar worden hier ter verduidelijking nog eens op een rij gezet. Amsterdam moet energiezuiniger worden. Met dit hoofdstuk wordt het belang dat de stad hecht aan dit onderwerp expliciet onderstreept. Voor beschermde stads- en dorpsgezichten en voor monumenten gelden deze uitgangspunten in de regel niet. Duurzaamheids­ ingrepen zijn (tenzij anders vermeld) bij monumenten en beschermde gezichten altijd maatwerk. Erfgoedcriteria Voor het vele erfgoed dat Amsterdam rijk is, gelden speciale criteria.

Wie bouwplannen heeft voor gebouwen of gebieden met een grote cultuurhistorische waarde, vindt in hoofdstuk 5 ‘Welstandscriteria erfgoed’ het beoordelingskader dat hierop van toepassing is. Veel voorkomende kleine bouwplannen Voor het realiseren van kleine plannen als aanbouwen en uitbouwen aan woningen of gevelwijzigingen aan bestaande panden bieden vereenvoudigde criteria veelal voldoende houvast. Wie hoofdstuk 6 ‘Standaardtoets voor veel voorkomende kleine bouwplannen’ ter hand neemt en daar bij het opstellen van het plan rekening mee weet te houden of het plan gelijk maakt aan een trendsetter, zal wat betreft welstand in de regel tot een passend resultaat komen. Plannen die niet passen binnen de criteria in dit hoofdstuk zijn niet per definitie in strijd met redelijke eisen van welstand. Of ze alsnog voldoen, wordt bezien aan de hand van bijvoorbeeld de gebiedscriteria of de algemene criteria. Categorieën Categorieën zijn bouwwerken, die voldoende op zichzelf staan om apart te kunnen worden beschreven en niet per se aan één ruimtelijk systeem gekoppeld zijn. Reclames bijvoorbeeld komen verspreid over de

Hoofdstuk 3 De welstandscriteria

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

20

Hoofdstuk 3 De welstandscriteria

hele stad voor en moeten in grote lijnen aan dezelfde regels voldoen. Dit geldt ook voor bouwwerken of wijzigingen aan gebouwen die met energiebesparing te maken hebben, zoals windmolens of isolatie van gevels en daken. Ook voor dit soort plannen kan de stad gebruik maken van trendsetters, waarmee plannen in gelijke situaties makkelijk te beoordelen zijn. Wel geldt voor beschermde stads- en dorpsgezichten een strenger regime dan voor de overige gebieden. In hoofdstuk 7 worden de criteria voor categorieën beschreven. Ruimtelijke systemen In de welstandsbeoordeling wordt niet alleen het bouwwerk op zichzelf bekeken, maar ook aandacht geschonken aan de relatie met de omgeving. Voor de beoordeling van bouwwerken die niet onder de ‘veel voorkomende kleine bouwplannen’ of ‘categorieën’ vallen, is het hoofdstuk ‘Welstandscriteria ruimtelijke systemen’ geschreven. De stad is verdeeld in een aantal zones, waarin de bebouwing een gelijksoortig karakter heeft. Deze zogeheten ruimtelijke systemen zijn onderverdeeld in groepen gebieden met ieder een eigen beschrijving. De uitgangspunten en criteria voor beoordeling zijn per groep geschreven. Aan de hand van de beschrijvingen, uitgangspunten en criteria zijn bouwplannen te beoordelen, die passen in het karakter van het systeem en de buurt.

Een kaart met de ruimtelijke systemen en een aanduiding van de deelgebieden is te vinden op de volgende pagina. Afwijkende plannen Voor ontwikkelingen in transformatiegebieden, waar het bestaande patroon en het beeld van het gebied aan veranderingen onderhevig zijn, worden in de regel speciale welstandscriteria opgenomen in een Stedenbouwkundig Programma van Eisen of Uitwerkingsplan. Als dit er niet is, of als er sprake is van geheel nieuwe invullingen en afwijkende typologieën gelden meer abstracte criteria, die voldoende houvast bieden om tot een beoordeling te komen zonder de ontwikkelmogelijkheden te frustreren. Dit zijn de zogenoemde ‘algemene welstandscriteria’, die de aspecten omschrijven die in de beoordeling worden betrokken. De inhoud en toepassing van deze algemene welstandscriteria wordt beschreven in paragraaf 3.3. In paragraaf 3.4 is een beoordelingskader opgenomen voor excessen; alle bouwwerken moeten volgens de Woningwet aan minimale welstandseisen voldoen, ook de gebouwen die vergunningvrij worden opgericht. De gemeente kan bouwwerken die in ernstige mate in strijd zijn met deze minimale eisen door de eigenaar laten verwijderen of aanpassen. Trendsetters Een trendsetter is een plan, dat in vergelijkbare situaties als uitgangspunt gehanteerd kan worden, dus Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

21 voor een bouwblok, ensemble of een buurt met een vergelijkbare architectuur. Voorbeelden zijn gestandaardiseerde reclames in een winkelcentrum en uitbreidingen aan rijwoningen. Wie zijn plan gelijk uitvoert aan een trendsetter kan er in de regel vanuit gaan aan redelijke eisen van welstand te voldoen. Niet ieder bouwwerk is automatisch een trendsetter. Een eerder op dezelfde woning of hetzelfde bouwblok goedgekeurd plan is dit in de regel wel. Ook een goedgekeurde nieuwbouwoptie voldoet op deze gronden aan redelijke eisen van welstand. Trendsetters gelden in de regel niet voor de hele stad. Ze zijn van toepassing voor gelijke gevallen en dus voor een type bouwwerk of een gebied waar herhaling gewenst is. Informatie over trendsetters is op te vragen bij het stadsdeel. Transformatiegebieden Amsterdam kent veel gebieden die aan verandering onderhevig zijn. Op de kaart met ruimtelijke systemen zijn deze aangeduid als transforamtiegebieden. Binnen de gebieden met deze aanduiding is een verandering gewenst of gaande, waarvoor de beheerscriteria van het ruimtelijk systeem geen passend kader vormen. Plannen die passen in de transformatie worden beoordeeld aan de hand van de criteria op maat, die deel uitmaken van een stedenbouwkundig kader of beeldkwaliteitsplan (zie hiervoor ook de toelichting op de transformatiegebieden in de bijlage).

Na oplevering zijn de beheerscriteria van het ruimtelijk systeem weer van toepassing. De aanduiding op de kaart geeft dus aan, dat er in een gebied meerdere beoordelingskaders tegelijk gelden.

3.3 Algemene welstandscriteria Veruit de meeste aanvragen zullen afhankelijk van de aard, omvang, impact of locatie worden beoordeeld

22

Hoofdstuk 3 De welstandscriteria

aan de hand van de onder 3.2 besproken erfgoedcriteria, de criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen, de criteria voor categorieën en de gebiedscriteria voor grotere plannen. Toch zijn er ook nog een aantal algemene criteria die als een vangnet onder alle andere genoemde criteria liggen en in die zin ook een rol spelen bij de beoordeling van bouwplannen. Dit zijn de ‘algemene welstandscriteria’. Ze zijn overkoepelend van aard en dienen vijf doelen: n

Vangnet In de eerste plaats zijn ze een vangnet voor gevallen die niet in de overige categorieën van criteria passen, of in hun interpretatie van de criteria onder de maat blijven.

n

Scharnierpunten In de tweede plaats kunnen ze van toepassing zijn op ‘scharnierpunten’: locaties op het raakvlak van verschillende gebiedstypen met betekenis op een hoger schaalniveau, bijvoorbeeld een entree naar de stad. Hier kan het voorkomen dat de gebiedscriteria slechts ten dele van toepassing zijn, of er tegelijkertijd overwegingen vanuit de aangrenzende gebieden nodig zijn. Bij een beoordeling zijn de algemene criteria hier vanwege hun abstractere toon geschikter dan de meer specifieke gebiedscriteria.

n

Kunst in de openbare ruimte In de derde plaats worden de algemene criteria gebruikt bij de beoordeling van kunstwerken in de openbare ruimte waarvoor een omgevingsvergunning activiteit bouwen nodig is.

n

n

Onverwachte interpretatie Ten vierde dienen de algemene criteria als onderbouwing bij een onverwachte interpretatie van de bestaande stedenbouwkundige structuur of het architectonische karakter van de omgeving waarin de overige criteria niet in voorzien. Bijzondere schoonheid En tot slot kunnen ze fungeren als motivering waarom een bouwplan dat de karakteristieken van de omliggende bebouwing niet volgt, bijvoorbeeld door zijn bijzondere schoonheid toch aan redelijke eisen van welstand voldoet.

Deze algemene welstandscriteria zijn overigens niet minder strikt dan de overige, meer in detail tredende criteria; naarmate een bouwwerk zich sterker van de omgeving onderscheidt, wordt er juist met een scherper oog naar gekeken. Ook bij een juridisch geschil tussen vergunningaanvrager en –verstrekker

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

spelen de algemene criteria een belangrijke rol; hierbij wordt vaak teruggegrepen op de basisprincipes van welstand, die in deze criteria verwoord zijn. Zes algemene criteria voor heel Amsterdam De algemene welstandscriteria richten zich op de zeggingskracht en het vakmanschap van het architectonisch ontwerp en zijn terug te voeren op vrij universele architectonische kwaliteitsprincipes. Ze zijn gebaseerd op de notitie ‘Architectonische kwaliteit, een notitie over architectuurbeleid’ die prof. ir. Tjeerd Dijkstra schreef als rijksbouwmeester in 1985. Ruim 25 jaar later zijn de opvattingen over welstand enigszins veranderd. Tegenwoordig denken we vrijer over wat architectonisch toelaatbaar is en worden minder strikte stijloordelen geveld. De interpretatie van de algemene criteria is in de loop der tijd aangepast aan de opvattingen van deze tijd. De gemene deler van de zes onderstaande criteria is zorgvuldigheid. In het ontwerp moet zorgvuldig worden omgegaan met stijlen, materialen, verhoudingen, licht, kleur en detaillering. En er moet minstens zo zorgvuldig worden omgegaan met alles wat beïnvloed wordt door het gebouw: de gebruiker, de omgeving en de sociaal-culturele context. Pas als de zorgvuldigheid er op al deze vlakken aan af te lezen is, voldoet het ontwerp aan redelijke eisen van welstand. De zes algemene criteria zijn: A.

Relatie tussen vorm, gebruik en constructie Van een bouwwerk wordt verwacht dat de verschijningsvorm een relatie heeft met het gebruik ervan en de wijze waarop het gemaakt is, terwijl de vormgeving daarnaast ook zijn eigen samenhang en logica heeft. B. Relatie tussen bouwwerk en omgeving Van een bouwwerk wordt verwacht dat het een positieve bijdrage levert aan de kwaliteit van de openbare (stedelijke of landschappelijke) ruimte. Daarbij worden hogere eisen gesteld naarmate de openbare betekenis van het bouwwerk of van de omgeving groter is. C. Betekenissen van vormen in sociaal-culturele context Van een bouwwerk wordt verwacht dat verwijzingen en associaties zorgvuldig worden gebruikt en uitgewerkt, zodat er concepten en vormen ontstaan die bruikbaar zijn in de bestaande maatschappelijke realiteit. D. Evenwicht tussen helderheid en complexiteit Van een bouwwerk wordt verwacht dat er structuur is aangebracht in het beeld, zonder dat de aantrekkingskracht door simpelheid verloren gaat.

23

Hoofdstuk 3 De welstandscriteria

E. Schaal en maatverhoudingen Van een bouwwerk wordt verwacht dat het een samenhangend stelsel van maatverhoudingen heeft dat beheerst wordt toegepast in ruimtes, volumes en vlakverdelingen. F. Materiaal, textuur, kleur en licht Van een bouwwerk wordt verwacht dat materiaal, textuur, kleur en licht het karakter van het bouwwerk zelf ondersteunen en de ruimtelijke samenhang met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan duidelijk maken.

n n

gebruik wordt gemaakt van te opdringerige of te veelvuldig herhaalde of te grote reclames en de huisstijl de gevels dominieert;

n

specifieke aanvulling voor de ruimtelijke systemen Binnenstad, 19de-eeuwse Ring, Gordel ‘20-‘40 en Tuindorpen: specifieke en/of waardevolle kenmerken van de (oorspronkelijke) gevel of kozijnen zodanig zijn aangetast, genegeerd of onzichtbaar gemaakt, dat de samenhang van de architectuureenheid in ernstige mate verloren is gegaan.

Een toelichting op deze algemene criteria is te vinden in de bijlage.

3.4 Excessenregeling Ook zaken die zonder vergunning mogen worden gebouwd of zijn gebouwd, moeten aan een aantal eisen voldoen. Alle bouwwerken moeten volgens de Woningwet aan minimale welstandseisen voldoen: bouwwerken waarvoor een vergunning wordt aangevraagd en bestaande bouwwerken, al dan niet vergunningvrij opgericht. Ze mogen “niet in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand”. Als dit wel het geval is, is sprake van een ‘exces’. Conform artikel 12a van de Woningwet geeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) dan aan dat er sprake is van ernstig bezwaar. Een eigenaar van een al bestaand gebouw dat wordt beschouwd als exces, kan door de gemeente worden aangeschreven om het bouwwerk te verwijderen of aan te passen. Er is sprake van ernstige mate van strijd als: n

het bouwwerk een te grove inbreuk maakt op wat in de omgeving gebruikelijk is (zie daarvoor de welstandscriteria bij de ruimtelijke systemen);

n

architectonische bijzonderheden worden ontkend of vernietigd bij aanpassing of uitbreiding van een bouwwerk (bijvoorbeeld door pleisteren van bakstenen gevels of het op onevenwichtige wijze aantasten van een aanwezige monumentaliteit of spiegelsymmetrie);

n

een bouwwerk dan wel een gezichtsbepalend deel van een bouwwerk fysiek of visueel wordt afgesloten van zijn omgeving;

n

sprake is van armoedig materiaalgebruik, waaronder ook gebruik van materialen waarvan bekend is dat die onevenredig ‘lelijk’ verouderen of die tot een groot contrast binnen de

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

architectuureenheid leiden dan wel onevenredig afbreuk doen aan de visuele kwaliteit van de omgeving; sterk contrasterende kleuren worden toegepast;

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13622139/1