CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. De Schoonheid van Amsterdam.pdf

Raadscommissie Ruimtelijke ordening 10 januari 2024, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de raadsinformatiebrief ter afdoening van motie 205.2023 ‘Mooi Bouwen’ van lid Boomsma (CDA). (VN2023-025168)39.917 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

De objecten moeten daarom getoetst worden aan redelijke eisen van welstand, waarbij wordt gekeken of een bouwwerk of reclameobject in zijn omgeving past en of het vakkundig is vormgegeven. Daarnaast zijn er vormen van reclame en objecten met reclame die voor bouwen niet vergunningplichtig zijn. Op basis van de Algemene Plaatselijke Verordening zijn richtlijnen opgesteld waar in dat geval aan moet worden voldaan. Om het beleid met betrekking tot alle reclamevormen in de openbare ruimte gebundeld te houden, is er voor gekozen om de welstandscriteria en de regels voor de toelaatbaarheid van reclame zoals bedoeld in de APV, op te nemen in het beleidskader Buitenreclame en de hierin opgenomen ‘Beleidsregels reclame en reclame gerelateerde objecten in de openbare ruimte’ van toepassing te verklaren als welstandskader.

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

Monumenten Is een pand aangewezen als monument, dan oordeelt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK) hoe de reclame zich verhoudt tot de cultuurhistorische waarde van het monument. Beoordeling Absolute criteria In paragraaf 2 zijn ‘absolute’ criteria opgenomen, die vooraf zo concreet mogelijk duidelijk maken wat het criterium ‘niet ontsierend voor het stadsbeeld’ inhoudt (wat kan en wat kan niet?). Er zijn absolute criteria voor: n Reclame plat op de gevel (art. 4) n Uithangbord (art. 5) n Reclame op een serre of een gebouwd terras (art. 6) n Reclame op een luifel (art. 7) n Reclame op een zonnescherm of markies (art. 8) n Menubord (art. 9) n Reclame op of onmiddellijk achter het raam (art. 10) n Vlaggen, winkelwaren en dergelijke (art. 11) n Reclame als onderdeel van het gebouwontwerp (art. 12) n Trendsetters in aaneengesloten winkelgebieden (hierbij is alleen de trendsetter afhankelijk van een gewogen oordeel) (art. 13) De absolute criteria zijn zo geformuleerd, dat de ondernemer voor wat betreft de gevels op de begane grond (of de plint), zelf uit de criteria kan afleiden wat is toegestaan. Trendsetters Bij reclame aan gebouwen met luifels, arcades of galerijen in aaneengesloten winkelgebieden (art. 13), wordt gebruik gemaakt van trendsetters. Het eerste door het reclametoezicht goedgekeurde plan geeft de norm aan voor het betreffende (deel van een) winkelgebied.

92

Hoofdstuk 7 | Gevelreclame

Gewogen oordeel op basis van relatieve criteria Advies nodig In paragraaf 3 zijn de reclame-uitingen opgenomen, waarvoor een gewogen oordeel van de CRK nodig is. De CRK is gebonden aan de in deze paragraaf opgenomen algemene (relatieve) criteria (art. 15 tot en met art. 18). n

n n

n

Reclame op hogere bouwlagen In beginsel kan bij een bedrijfsbestemming zonder publieksfunctie op de hogere bouwlagen een tekst in losse letters op basis van een oordeel van de CRK worden toegestaan (art. 16). Banieren aan musea (art. 17) Bij het afwijken van de absolute criteria Daarnaast is er een ‘hardheidsclausule’ voor gevallen waarin de CRK tot het oordeel komt, dat reclame die niet voldoet aan de standaardregels, toch kan worden toegestaan (art. 18). Bij reclame in gebieden met een bijzonder karakter In een aantal gevallen is in een gebied met een bijzonder karakter een advies van de CRK vereist (zie hieronder).

Gebiedsgerichte differentiatie Bij de reclamecriteria is het niet nodig sterk gebiedsgericht te differentiëren. Het belangrijkste gebiedsgerichte onderscheid is tussen het stadsdeel Centrum (het gebied binnen de stadsgrens van 1870) en de rest van de stad. De criteria worden aangestuurd via stuurtabellen (art. 1b). Voor zover in een stuurtabel voor een stadsdeel criteria zijn aangewezen, gelden die in het desbetreffende stadsdeel. De stuurtabel voorkomt dat in de tekst allerlei ingewikkelde afwijkingsbepalingen moeten worden opgenomen. Deze methode past ook goed in de systematiek van de digitale versie van de nota. Bij het opvragen van criteria op adresniveau worden alleen de via de tabel aangestuurde criteria in beeld gebracht. Een tweede gebiedsgericht onderscheid geldt voor de volgende gebieden met een bijzonder karakter (art.14): n Grachten, openbaar water, ruimten met een cultuurhistorische functie n Leidseplein / Kleine-Gartmanplantsoen, Rembrandtplein / Thorbeckeplein (uitgaanspleinen) n Zeedijk en zijstraten en -stegen, Geldersekade, Binnen Bantammerstraat en de Nieuwmarkt (Chinatown) n Lange Leidsedwarsstraat, Korte Leidsedwarsstraat, Leidsekruisstraat n De Zuidas n Centrumgebied Arenapoort Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

Minder strenge regels Buiten het gebied van het stadsdeel Centrum is de regeling op een aantal punten verruimd ten opzichte van de voorheen geldende afzonderlijke stadsdeelregelingen: n Vlaggen, wimpels en dergelijke die als reclame op of aan een bouwwerk zijn aangebracht zijn toegestaan op voorwaarde dat zij alleen tijdens openingstijden aanwezig zijn en dat zij niet leiden tot “ernstige strijd” met redelijke eisen van welstand (art. 11). n Hier zijn géén inhoudelijke criteria vastgesteld (art. 21). Via de stuurtabel kunnen de stadsdelen kiezen voor het toepassen van een excessenregeling: de reclame mag niet leiden tot ernstige strijd met redelijke eisen van welstand van het bouwwerk. Met deze verruiming worden de handhavingslasten verminderd. De verwachting is dat deze verruiming niet zal leiden tot een onaanvaardbare aantasting van het stadsbeeld. Wat is reclame? Onder reclame verstaan wij: het aanprijzen van of de aandacht vestigen op diensten, goederen, activiteiten, doelstellingen of namen. Bij naamborden en dergelijke kan discussie ontstaan over wanneer er nu precies sprake is van reclame. We gaan er vanuit dat niet verlichte naamborden geen reclame-uitingen zijn, indien zij gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,65 m² en geen van alle een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 m.

De zogenaamde ‘steigerreclame’ is niet in de welstandsnota opgenomen, omdat dit geen reclame op onroerende zaken in de zin van de APV is, maar reclame in de openbare ruimte. Het stadsdeel kan daarover meer informatie geven. Paragraaf 1 Algemeen 1. Stuurartikel a. Reclame is niet toegestaan indien en voor zover deze naar het oordeel van het bevoegd gezag ontsierend is voor het stadsbeeld of afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte. b. Voor zover voor een stadsdeel hierna in een stuurtabel criteria zijn aangewezen, wordt in dat stadsdeel aan de eis dat de reclame niet ontsierend is voor het stadsbeeld of afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte voldaan door toepassing van die criteria. De niet in een stuurtabel aangewezen criteria zijn gemeentebreed van toepassing.

93

Hoofdstuk 7 | Gevelreclame

2. Historische reclames Historische reclames (ouder dan vijftig jaar) behoeven niet aan de criteria te voldoen. 3. Criteria van toepassing op alle reclame-uitingen Reclame: a. heeft een functionele relatie met het in het gebouw gevestigde bedrijf b. is niet veranderlijk of bewegelijk c. heeft voorzieningen (zoals bevestigingsmateriaal, bekabeling en dergelijke) die zoveel mogelijk aan het oog zijn onttrokken d. is niet aangebracht aan bouwlagen met een woonbestemming e. is voor zover toegestaan zonder advies van de CRK, niet aangebracht op hogere bouwlagen en op bouwlagen zonder publieksfunctie. Deze eis geldt niet voor tijdelijke reclame als bedoeld in paragraaf 4 f. is overigens uitgevoerd in overeenstemming met de criteria in paragraaf 2, 3 en 4 Paragraaf 2 Toegestane en niet toegestane reclame zonder advies van de CRK n

Standaardregeling (Afdeling 1)

4. Reclame plat op de gevel

Lid Centrum Overige stadsdelen

4a, b

4c

4d t/m i

X

X X

X

Reclame plat op de gevel: a. bestaat uit een tekst in losse letters (lichtbakken plat op de gevel zijn dus niet toegestaan) b. is niet aangelicht door uitwendig geplaatste lichtbronnen zoals lichtspots c. is bij voorkeur uitgevoerd in losse letters, omdat daarmee de kans op afbreuk aan het gevelbeeld kleiner is dan bij andere vormen van reclame. Lichtbakken plat op de gevel die voldoen aan onder d tot en met i genoemde criteria zijn echter ook toegestaan d. bestaat uit maximaal één tekst, woord of begrip per parcelleringseenheid (hieronder wordt mede begrepen een logo als herkenningsteken van een bedrijf bestaande uit een beeldmerk en/of letters). Ten dienste van de gebruikers van een souterrain kan een extra reclame worden toegestaan Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

e. is vlak aan de gevel geplaatst in een onderbroken lijn van reclame-uitingen; de onderbrekingen zijn gebaseerd op de differentiatie in gevelindeling en parcellering f. is beperkt in de breedte door de voorwaarde dat de zijpenanten in de gevel zijn vrijgehouden g. is beperkt in de hoogte door de voorwaarde dat de reclame geen afbreuk doet aan de bestaande geveldifferentiatie, met een maximum van 0,60 m h. is maximaal 0,10 m dik i. is geplaatst onder de bovenkant vloer van de eerste verdieping. Of, indien de plint meer bouwlagen bevat: onder de bovenkant vloer van de verdieping boven de plint. Onder plint wordt verstaan: één of meer onderste verdiepingen van een gebouw die een duidelijk afwijkende vormgeving hebben ten opzichte van de overige verdiepingen 5. Uithangbord Een uithangbord: a. heeft een maximum oppervlak van 0,65 m²; b. is loodrecht op de gevel geplaatst; c. steekt niet verder buiten het gevelvlak dan 1,00 m; d. is maximaal 1,00 m hoog; e. is maximaal 0,20 m dik; f. is geplaatst onder de bovenkant vloer van de eerste verdieping. Of, indien de plint meer bouwlagen bevat: onder de bovenkant vloer van de verdieping boven de plint. Onder plint wordt verstaan: één of meer onderste verdiepingen van een gebouw die een duidelijk afwijkende vormgeving hebben ten opzichte van de overige verdiepingen. g.

is niet lager geplaatst dan 2,20 m en niet hoger dan 5,00 m boven de straat; h. is in aantal beperkt tot maximaal één bord per parcelleringseenheid. Indien een onderneming zich uitstrekt over meer dan één pand dan zijn maximaal twee uithangborden toegestaan. 6. Reclame op een serre of gebouwd terras Reclame op een serre of gebouwd terras: a. bestaat uit een tekst in losse letters; maximaal één tekst, woord of begrip per serre of gebouwd terras b. is niet aangelicht door uitwendig geplaatste lichtbronnen, zoals lichtspots c. is geplaatst bovenop de voorgevel van de serre of het gebouwde terras d. heeft een hoogte van maximaal 0,60 m e. heeft een breedte die is beperkt door de voorwaarde dat de zijpenanten in de gevel van het gebouw waaraan de serre of het gebouwde terras is gebouwd, zijn vrijgehouden

94

Hoofdstuk 7 | Gevelreclame

f. is maximaal 0,10 m dik g. heeft tot gevolg dat daarnaast reclame plat op de gevel van het hoofdgebouw niet is toegestaan 7. R  eclame op een luifel aan een gebouw niet gelegen in een aaneengesloten winkelgebied Reclame op een luifel aan een gebouw niet gelegen in een aaneengesloten winkelgebied: a. bestaat uit een tekst in losse letters, maximaal één tekst, woord of begrip per vestiging b. is geplaatst aan de voorzijde van de luifel c. heeft een hoogte van maximaal de dikte van de luifel d. is maximaal 0,10 m dik e. is niet aangelicht door uitwendig geplaatste lichtbronnen, zoals lichtspots f. heeft tot gevolg dat daarnaast reclame plat op de gevel van het hoofdgebouw niet is toegestaan 8. Reclame op een zonwering

Lid

8a

Centrum

8b X

Overige stadsdelen

X

Reclame op een zonnescherm of markies (niet aangebracht op hogere bouwlagen en op bouwlagen zonder publieksfunctie): a. bestaat uit één logo en/of zaaknaam met een maximale hoogte van 0,40 m b. is toegestaan 9. Menuborden Een bescheiden uitgevoerd menubord of -kast voor 2 maal A4 papierformaat is toegestaan (al dan niet verlicht). 10. Reclame op of onmiddellijk achter het raam

Lid Centrum

10a X

12a, b, c

Centrum Oost Overige stadsdelen

12d

12e

X X X

Vlaggen en wimpels en andere dundoeken, winkelwaren of voorwerpen die als reclame op of aan een bouwwerk zijn aangebracht: a. vlaggen, wimpels en andere dundoeken, winkelwaren of voorwerpen die als reclame op of aan een bouwwerk zijn aangebracht, zijn niet toegestaan b. vlaggen van emancipatorische aard zijn toegestaan, met een maximum van één per gebruiker en per parcelleringseenheid c. twee landenvlaggen zijn toegestaan aan of op gebouwen ten dienste van hotels met een grotere gevelbreedte dan 20,00 m d. vlaggen, wimpels en andere dundoeken, winkelwaren of voorwerpen die als reclame op of aan een bouwwerk zijn aangebracht zijn toegestaan, op de voorwaarden dat zij alleen tijdens openingstijden aanwezig zijn en dat zij niet leiden tot ernstige strijd met redelijke eisen van welstand van het bouwwerk: - het bouwwerk dan wel een gezichtsbepalend deel van het bouwwerk mag niet fysiek of visueel worden afgesloten van zijn omgeving - er mag geen gebruik worden gemaakt van te opdringerige of te veelvuldig herhaalde of te grote reclames e. vlaggen, wimpels en andere dundoeken, winkelwaren of voorwerpen die als reclame op of aan een bouwwerk zijn aangebracht zijn toegestaan op voorwaarde dat zij alleen tijdens openingstijden aanwezig zijn Uitzonderingen op de standaardregeling in verband met de bijzondere architectuur (Afdeling 2)

X

Reclame op of onmiddellijk achter het raam: a. bestaat uit één onverlichte tekst in losse letters van maximaal 0,60 m hoog b. onverlichte reclame op of onmiddellijk achter het raam is toegestaan, op de voorwaarde dat een aaneengesloten deel van 75% van het raam vrij is Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

Lid

n

10b

Overige stadsdelen

11. V  laggen en wimpels en andere dundoeken, winkelwaren of voorwerpen die als reclame op of aan een bouwwerk zijn aangebracht.

12. Reclame aan gebouwen, waarbij in het ontwerp rekening is gehouden met het plaatsen van reclame-uitingen Reclame aan gebouwen, waarbij in het ontwerp rekening is gehouden met het plaatsen van een reclame-uiting, is aangebracht op de in het ontwerp aangeven plaats en is in overeenstemming met dat ontwerp.

95

Hoofdstuk 7 | Gevelreclame

13. R  eclame aan gebouwen met luifels, arcades of galerijen in aaneengesloten winkelgebieden Reclame aan gebouwen met luifels, arcades of galerijen in aaneengesloten winkelgebieden is in overeenstemming met de door het reclametoezicht aangewezen trendsetter. n

Uitzonderingen op de standaardregeling in verband met het bijzondere karakter van het gebied (Afdeling 3)

14. Reclame in gebieden met een bijzonder karakter a. Het bevoegd gezag stelt ter bescherming van bijzondere stedenbouwkundige en/of architectonische waarden in een gebied met een bijzonder karakter voor zover nodig afwijkende criteria vast. Zo nodig stelt het daarbij de eis dat over de reclame advies is ingewonnen bij de CRK. b. Als gebieden met een bijzonder karakter zijn aangemerkt: I Grachten, openbaar water, stedelijke ruimten met een cultuurhistorische functie (Binnenstad) II Leidseplein / Kleine-Gartmanplantsoen, Rembrandtplein /Thorbeckeplein (uitgaanspleinen) III Zeedijk en zijstraten en -stegen, Geldersekade, Binnen Bantammerstraat en de Nieuwmarkt (Chinatown binnenstad) IV Lange Leidsedwarsstraat, Korte Leidsedwarsstraat, Leidsekruisstraat (uitgaansstraten) V De Zuidas VI Centrumgebied Arenapoort De criteria voor deze gebieden zijn opgenomen in de bijlage van deze welstandsnota.

Centrum

X

Overige stadsdelen

X

Lid

16a

16b

Centrum

X

Overige stadsdelen

X

X

a. Toelaatbaar is reclame aangebracht op hogere bouwlagen en bouwlagen zonder publieksfunctie in de vorm van één tekst in losse letters plat op de gevel. Per gebouw is meer dan één tekst toelaatbaar, waarbij in beginsel de voorwaarde geldt dat vanaf een punt in de openbare ruimte slechts één tekst zichtbaar mag zijn, ook al is in een gebouw meer dan één bedrijf gevestigd. b. Dakreclame in plaats van losse letters op de gevel is slechts toelaatbaar voor zover: n het plaatsen van losse letters plat op de gevel leidt tot een verstoring van het gevelbeeld of een slechter beeld oplevert dan dakreclame n de reclame niet ontsierend is voor het stadsbeeld of afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte

Lid

15. Door de CRK te hanteren criteria

15a, b, c

16. Reclame aan een bouwlaag zonder publieksfunctie

17. Banieren aan musea

Paragraaf 3 Toelaatbare reclame op grond van een advies van de CRK

Lid

b. De reclame geeft blijk van eerbied voor de architectonische elementen van het bouwwerk waaraan de reclame is bevestigd (zoals de textuur van de materialen, afmetingen en het gebruik van kleuren en licht). c. De reclame doet geen afbreuk aan de karakteristiek van de openbare ruimte. d. De reclame geeft blijk van eerbied voor het historische stadsbeeld en daklandschap.

Centrum Overige stadsdelen

15d X

De CRK baseert haar advies op de algemene criteria. Dit betekent dat de reclame in ieder geval moet voldoen aan de volgende eisen: a. De reclame houdt rekening met de maten en verhoudingen van ruimten, volumen, vlakverdelingen en details van het bouwwerk waaraan de reclame is bevestigd. Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

17 X n.v.t.

Toegestaan zijn banieren in overeenstemming met de beleidsregels “banieren aan musea”. De CRK baseert haar advies op de volgende criteria: a. Eén banier n is slechts toelaatbaar bij een met een publieke taak belaste instelling die gericht is op het tonen van cultuurgoederen aan het algemene publiek, naar de definitie van de International Council of Museums n bevindt zich aan een pand met ten minste drie vensterassen

96

Hoofdstuk 7 | Gevelreclame

is gesitueerd op de erfgrens, indien van toepassing naast de entree n is haaks op de gevel geplaatst n is los van de gevel en de uitstekende ornamenten aangebracht n heeft een uitsteekmaat van maximaal 0,60 meter n heeft een lengte van maximaal anderhalve bouwlaag n is geplaatst op een door de CRK aan te geven hoogte, niet lager dan de bovendorpel of het kalf van de voordeur. n is oprolbaar n is uitgevoerd in één - door de musea onderling te bepalen - uniforme vormgeving in maximaal één (bij de gevel passende) basiskleur en één tekstkleur. Gebruik van symbolen is daarbij mogelijk; n is niet verlicht of indirect aangelicht b. Maximaal één banier is toelaatbaar. In afwijking hiervan kunnen op bredere (dubbel)panden maximaal twee banieren worden toegelaten, indien de symmetrie en aanzicht van de gevel voldoende worden gerespecteerd. De banieren zijn in dat geval maximaal één bouwlaag hoog, en aangebracht aan de beletage of de eerste verdieping. Overigens zijn de criteria onder a van toepassing. c. In afwijking van a en b is ook een banier toegestaan op panden van twee vensterassen breed. Afmeting en plaatsing zijn ter beoordeling aan de CMW. Overigens zijn de criteria onder a van toepassing. d. Wanneer een museum geen gebruik wil maken van de banierenregeling, dan valt het museum onder de reguliere reclamevoorschriften. n

18. Gewogen oordeel Toelaatbaar is reclame die weliswaar niet voldoet aan de criteria in paragraaf 2, maar die toch niet ontsierend is voor het stadsbeeld en geen afbreuk doet aan de kwaliteit van de openbare ruimte, nadat hierover advies is ingewonnen bij de CRK.

Paragraaf 4 Tijdelijke reclame 19. R  eclame voor sociale, culturele en educatieve voorstellingen en eenmalige tentoonstellingen

Lid

20a

Centrum

20b

20c

X

X

Overige stadsdelen

X

X

a. Niet-verlichte opschriften en aankondigingen op afficheborden van maximaal 1,30 m² of dundoeken, plat tegen de gevel, betrekking hebbend op sociale, culturele en educatieve voorstellingen en eenmalige tentoonstellingen, zijn slechts toelaatbaar voor zolang zij feitelijke betekenis hebben en nadat hierover advies is ingewonnen bij de CRK. In afwijking hiervan is verlichte reclame toegestaan op gebouwen waarin de voorstelling of de tentoonstelling plaatsvindt. b. Niet-verlichte opschriften en aankondigingen op afficheborden van maximaal 1,30 m² of dundoeken, plat tegen de gevel, betrekking hebbend op sociale, culturele en educatieve voorstellingen en eenmalige tentoonstellingen, zijn toelaatbaar voor zolang zij feitelijke betekenis hebben. In afwijking hiervan is verlichte reclame toegestaan op gebouwen waarin de voorstelling of de tentoonstelling plaatsvindt. c. De eis dat de reclame een functionele relatie heeft met het in het gebouw gevestigde bedrijf is op deze reclame niet van toepassing. 20. Bouwborden Toegestaan zijn niet-verlichte bouwborden voor zolang zij feitelijke betekenis hebben. 21. Makelaarsborden

Lid Centrum Overige stadsdelen

22a

22b X X

a. Toegestaan zijn niet-verlichte makelaarsborden voor zolang zij feitelijke betekenis hebben, mits deze gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan 0,65 m² en geen van alle een grotere afmeting in één richting hebben dan 1,00 m; b. Toegestaan zijn niet-verlichte makelaarsborden voor zolang zij feitelijke betekenis hebben.

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

Hoofdstuk 7 | Steigers en watertrappen

2. Steigers en watertrappen Een steiger is een bouwwerk dat middels palen aan de grond is gekoppeld en de verbinding vormt met de oever. Steigers en terrassen kunnen, afhankelijk van de plaatsing, van invloed zijn op de ruimtelijke kwaliteit. Watertrappen zijn in de kademuur aangebrachte trappen al dan niet met een houten plank als beëindiging boven het water. Uitgangspunten Het streven is het voorkomen van een rommelige indruk door een te grote verscheidenheid aan watertrappen, steigers en terrassen boven het water of drijvend op het water. Steigers zijn gewone welstandsobjecten. De criteria van het betreffende gebied zijn aanvullend van toepassing. Criteria Steigers en watertrappen worden in samenhang met de beschrijving beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Steigers en terrassen n plaatsen aan de oever van tuinen en erven van een woning n hoogstens 0,30 m boven de waterlijn n in beginsel vormgeven als een plateau op palen of een drijvend plateau tussen palen n bij voorkeur hout of ander natuurlijk en niet snel verwerend materiaal n uitwerking en kleurgebruik zijn sober Watertrappen n minimaal ruimtebeslag op of boven het water n uitvoeren in steenachtig materiaal, eventueel met houten of metalen treden n trapleuning open uitvoeren in hout of metaal n kleuren zijn sober

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

97

Hoofdstuk 7 | Houten huizen

3. Houten huizen Houten huizen zijn traditionele woonhuizen al dan niet met een bedrijfsruimte met een houten constructie en bijbehorende houten gevels. Ook enkele stolpboerderijen zijn op deze wijze uitgevoerd. Vaak zijn in de loop der tijd één of meer gevels door steen vervangen (wie rijk was liet een stenen voorgevel metselen). De oudste houten huizen hebben gevels met gepotdekselde houten delen of verticale eiken delen die met messing en groef in elkaar sluiten. Later werden ook rabatdelen toegepast. De topgevel is veelal uitgevoerd in een verticale beplanking, de overige wanden in een horizontale. Hout en baksteen zijn op diverse manieren gecombineerd in de gevels. De houten dijkwoningen in Durgerdam staan bijvoorbeeld op een stenen onderhuis, dat alleen aan de achterzijde zichtbaar is. Andere woningen hebben een bakstenen plint of begane grondlaag, waarboven de uitkragende houten gevel zowel in horizontale als in verticale beplanking kan zijn uitgevoerd. Karakteristiek is de individuele verschijningsvorm, met name als gevolg van verschillen in materialen en kleuren in de voorgevels. In de regel heeft een houten huis één bouwlaag met een kap met de nok haaks op de weg. De top heeft vaak een overstek ten opzichte van de onderliggende gevel. Deze wordt geaccentueerd door een horizontale lijst of een andere decoratie zoals een windveer.

Aan zijgevels vormt een houten bakgoot de overgang tussen begane grond en de kap met gebakken pannen. De nadruk ligt mede op de voorgevel doordat de planken van de zijgevel hier koud tegenaan gezet zijn. Houten huizen hebben staande vensters, die plat in het gevelvlak liggen. De meeste houten huizen hebben een sobere uitvoering waarbij de aanwezige decoratie zich concentreert in de voorgevel en ondergeschikt is aan het pand als geheel. Het rijkst uitgevoerd zijn de oudere huizen in Nieuwendam met gedecoreerde klassieke friezen, windveren en makelaars tussen pui en topgevel. De houten huizen zijn geschilderd in kleuren van het ‘Waterlands palet’, dat bestaat uit groen, wit en geel met alle varianten daartussenin (zoals Bentheimer), grijs, blauw en roodbruin.

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

98 Elk dorp heeft qua kleur een andere nadruk. Durgerdam heeft overwegend lichte en heldere kleuren, Ransdorp veel donkergroene rabatdelen met witte groef. Kozijnen, windveren, makelaar en lijstwerk zijn uitgevoerd in (gebroken) wit of crème. Ramen en roeden hebben de kleur van het gevelvlak of zijn (gebroken) wit. Het lijnenspel van de witgeschilderde windveren is van veraf zichtbaar. Uitgangspunten In Amsterdam-Noord staan 150 houten huizen en enkele boerderijen op de monumentenlijst. Daarnaast zijn Ransdorp, Holysloot en Durgerdam beschermde dorpsgezichten. Behoud van de oorspronkelijke eigenschappen is uitgangspunt. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan de mate van afwisseling en individualiteit in de massa in combinatie met een terughoudende vormgeving en traditioneel gebruik van materialen en gevarieerde kleuren. Uitgangspunt voor nieuwe houten huizen is de karakteristiek van het oorspronkelijke bouwtype. Als er sprake is van historiseren, moet dit consequent worden doorgevoerd. Houten huizen zijn bijzondere welstandsobjecten. De criteria van het betreffende gebied zijn aanvullend van toepassing.

Criteria Traditionele houten huizen worden in samenhang met de beschrijving beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Plaatsing n hoofdgebouw aan de straatzijde of op kruinhoogte van een dijk, bijgebouwen in ondergeschikte positie n rooilijnen van hoofdmassa’s volgen de weg en verspringen ten opzichte van elkaar n de bebouwing met de voorgevel op de weg of dijk richten met behoud van doorzichten naar het landschap Massa n de bouwmassa is evenwichtig en afgestemd op oorspronkelijke bebouwingskenmerken (hoofdvorm, dakhelling en nokrichting) n gebouwen zijn individueel en afwisselend n woongebouwen hebben in het straatbeeld bij voorkeur één laag met kap n uitbreidingen waaronder op- en aanbouwen zoals dakkapellen vormgeven als toegevoegd, ondergeschikt element

Hoofdstuk 7 | Houten huizen

Architectonische uitwerking n de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig, sober, evenwichtig en variëren per pand n de architectuur volgt het beeld van kleinschalige houten bebouwing met nadruk op de voorgevel n begane grond en kapverdieping zijn te onderscheiden door een overstek of verschil in vormgeving n elementen in de gevel in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen n kozijnen, dakgoten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren n kroonlijst vormgeven als zelfstandig element n wijziging en toevoeging in stijl en afwerking afstemmen op hoofdvolume Materiaal en kleur n gevels, ramen en deuren zijn van hout, de stenen delen zijn van roodbruine of rode baksteen n elementen als windveren en goten uitvoeren in hout n kleuren zijn traditioneel, terughoudend, kleuren schilderwerk passen in het ‘Waterlands palet’

Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

99

Hoofdstuk 7 | Boerderijen

4. Boerderijen De traditionele boerderijen van het langgerekte hallehuistype zijn te vinden in het Hollands-Utrechts veenweidegebied onder het IJ. Het zijn in de regel langgerekte gebouwen met een woning aan de voorzijde en een stal aan de achterzijde omgeven door een functioneel erf, waarop bijgebouwen en soms een zomerhuis te vinden zijn. De boerderijen staan in de regel vrijwel direct aan de weg met een formele voorgevel. De gebouwen staan evenwijdig aan de verkavelingsrichting van het landschap, waarbij de rooilijnen van de hoofdgebouwen ten opzichte van de weg verspringen. De meeste boerderijen zijn omgeven door opgaand groen zoals lei- en fruitbomen. Op het erf staat een hoofdgebouw met een langgerekte massa van één laag met een flinke (samengestelde) kap, waaronder aan de voorzijde de woning te vinden is en daarachter de stal. Meer naar achteren op het erf staan vrijwel altijd bijgebouwen, waaronder schuren en hooibergen. Meestal zijn woon- en werkdeel in de architectuur onderscheiden. De veelal representatieve kop- of langsgevel van het woondeel is vaak symmetrisch met hoge ramen, die veelal zijn geflankeerd door luiken. Aan de achterzijde zijn de ramen veel kleiner met een regelmatige rangschikking, die terug te voeren is op het stallen van koeien. In de achtergevel is meestal een grote deur te vinden. In de dakvlakken zitten tegenwoordig vaak dakramen.

De traditionele boerderijen hebben een zorgvuldige detaillering met rijke details zoals versierde omlijstingen om de grote ramen en een windveer langs de dakrand voor. De gevels zijn veelal opgebouwd uit bruinrode baksteen en een enkele keer gepleisterd. De plint is meestal van een ander materiaal of andere kleur. Daken zijn merendeels gedekt met keramische pannen of riet. De overwegend houten kozijnen zijn meestal geschilderd in een lichte kleur, evenals de meeste andere houten elementen als de windveer. Het raamhout is vaak juist in een donkere kleur geschilderd. De bijgebouwen zoals de stallen en schuren hebben een met het hoofdgebouw vergelijkbaar hoofdvolume, maar zijn in architectuur en detaillering soberder. Uitgangspunten Behoud van de oorspronkelijke eigenschappen is bij traditionele boerderijen uitgangspunt. Bij de advisering zal onder meer aandacht geschonken worden aan behoud en versterking van de hoofdkarakteristiek van een kloeke bouwmassa met rechthoekige begane Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021

100 grond en een lange kap, de gevelindeling, het representatieve verschil tussen woonhuisgedeelte en stallen en elementen die verwijzen naar de agrarische geschiedenis van het bouwwerk zoals staldeuren. Ook de inrichting van het erf is een aandachtspunt. De traditionele boerderijen zijn bijzondere welstandsobjecten. De criteria van het betreffende gebied zijn aanvullend van toepassing. Criteria Boerderijen worden in samenhang met de beschrijving beoordeeld aan de hand van onderstaande criteria: Plaatsing n per erf of kavel is er één hoofdmassa evenwijdig aan het verkavelingspatroon met de voorgevel gericht naar de belangrijkste weg n bijgebouwen staan in beginsel achter de hoofd­ woning en uit de perceelsgrens of de slootkant n doorzichten op het achterliggende landschap behouden en waar mogelijk versterken n de erfinrichting is sober met weinig verharding en biedt zonodig parkeergelegenheid op het achtererf Massa n hoofdgebouwen zijn individueel en langgerekt n uitgangspunt is één of anderhalve bouwlaag met een steil zadeldak of samengestelde kap n aanbouwen en bijgebouwen zijn ondergeschikt aan het hoofdvolume Architectonische uitwerking n de architectonische uitwerking en detaillering zijn zorgvuldig en evenwichtig afgestemd op het oorspronkelijk agrarisch karakter n bijgebouwen zoals schuren en stallen eenvoudiger maar net zo zorgvuldig detailleren als de hoofdmassa n

wijzigingen en toevoegingen in stijl, maat en schaal afstemmen op het hoofdvolume n voordeuren, staldeuren, kozijnen, dakgoten, windveren en dergelijke zorgvuldig detailleren n elementen in de gevel in een logische verhouding tot elkaar en de gevel als geheel plaatsen n traditioneel Hollandse houten kozijnen en profileringen zijn uitgangspunt Materiaal en kleur n materialen en kleuren zijn traditioneel en afgestemd op de omgeving n gevels zijn in beginsel van bruinrode baksteen, hellende daken dekken met pannen of riet n bij restauratie of verbouwing materialen afstemmen op oorspronkelijke materialen (hout, betimmeringen, deuren, ramen, kozijnen, metselwerk, voegspecie en gevelstenen)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13622139/1