3. De Schoonheid van Amsterdam.pdf
Tekst van het document
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
40
Hoofdstuk 6 | Aanbouwen
41
1. Aanbouwen Een aanbouw is een grondgebonden toevoeging van één bouwlaag aan een gebouw. Voorbeelden zijn een uitbreiding van een keuken, een serre aan een woonkamer of een garage bij eengezinswoningen. Ook kunnen deze bouwwerken als overkapping van een terras of als carport worden uitgevoerd. Uitgangspunten Aanbouwen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld of het aanzien van een binnenterrein. Uitganspunt is, dat een aanbouw in volume ondergeschikt is aan en dat de vormgeving is afgestemd op het karakter van het oorspronkelijke hoofdgebouw. Als een aanbouw niet vergunningvrij kan worden gerealiseerd, regelt het bestemmingsplan in eerste instantie de plaatsingsmogelijkheden en de grootte. Het bestemmingsplan geeft aan óf een aanbouw mogelijk is en onder welke ruimtelijk randvoorwaarden. In de gebieden met seriematige bebouwing wordt gestreefd naar herhaling van (hoofd)vormen, die passen bij het karakter van de omgeving en het zichtbaar houden van de contour van het oorspronkelijke gebouw. In de regel is bij individuele bebouwing meer onderscheid denkbaar dan in seriematige woongebieden, maar ook daar is het behoud van het karakter van de omgeving en de contour van het oorspronkelijke hoofdgebouw uitgangpunt. Ruimtelijke systemen In de Binnenstad, 19de-eeuwse Ring, Gordel ’20-’40 en de Tuindorpen is vrijwel altijd sprake van cultuurhistorisch waardevolle gebieden.
Hier moet elke ingreep zorgvuldig worden ingepast. Voor de Historische fragmenten, het Noordelijk buitengebied en het Groen en water is eveneens vaak sprake van cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Hier gelden criteria, die in beginsel afgestemd zijn op individuele bebouwing. Voor het AUP en Post-AUP, de Woonerven en Meanders en de Woongebieden na 1985 gelden criteria, die in beginsel afgestemd zijn op seriematige bebouwing. In de criteria is onderscheid gemaakt tussen gebieden geschikt voor een eenvoudige inpassing (eenvoudig en gewoon welstandsniveau) en gebieden waar een zorgvuldige inpassing op zijn plaats is (bijzonder en beschermd welstandsniveau).
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
Beoordeling Een aanbouw kan eenvoudig getoetst worden als aan de volgende standaardcriteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. De criteria zijn geschreven met als doel zo veel mogelijk zekerheid te geven over een positief resultaat van de welstandstoets en een eenvoudige vergunningsprocedure. Trendsetters Plannen die gelijk zijn aan een trendsetter voldoen in vergelijkbare situaties ook aan redelijke eisen van welstand. Een plan dat een trendsetter volgt kan op eenvoudige wijze worden getoetst en vergund. Daarmee is niet gezegd dat kleine afwijkingen van trendsetters niet mogelijk zijn. Als een afwijkend plan voldoende ‘familie’ is van de trendsetter, zal dit met grote zekerheid positief beoordeeld worden. Gewogen oordeel Initiatieven die niet passen binnen de standaardcriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen kunnen eventueel toch aan redelijke eisen van welstand voldoen. Dit vraagt echter om een gewogen oordeel door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Datzelfde geldt voor plannen in de ruimtelijke systemen waarvoor geen criteria zijn opgenomen. Hierbij worden naast de criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen de gebiedscriteria en eventuele andere criteria zoals de criteria voor erfgoed (hoofdstuk 5) gebruikt.
Monumenten, orde 1 en orde 2 Initiatieven die monumenten betreffen of bouwwerken van grote cultuurhistorische waarde (orde 1) worden niet eenvoudig getoetst, maar krijgen een gewogen oordeel door de CRK waarbij de onder erfgoed vermelde criteria worden gebruikt als richtlijn. Dit geldt ook voor ingrepen in gevels of kappen grenzend aan de openbare ruimte van panden die zijn gewaardeerd met orde 2.
Hoofdstuk 6 | Aanbouwen
1. Binnenstad 3. 19de-eeuwse Ring 4. Gordel ’20-’40 5. Tuindorpen Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Aantal en plaats n aanbouwen zijn een ondergeschikte toevoeging aan een achterkant van een hoofdgebouw n aanbouwen vormen per gevel één geheel n aanbouwen direct tegen de hoofdmassa plaatsen of een bestaande aanbouw vergroten n in beschermde gezichten geen hoekaanbouwen Vorm n één bouwlaag met een rechthoekige of afgeschuinde plattegrond n vormgeving afstemmen op oorspronkelijk pand met een bescheiden en tegelijk zorgvuldige detaillering n gevels grenzend aan openbaar gebied hebben in beginsel vensters n plat afdekken (eventueel als groen dak), voorzien van een flauw hellend serredak of een kapvorm gelijk aan het hoofdgebouw n dakvlak hoofdgebouw niet doortrekken over aanbouw n boeidelen zijn bescheiden in maat n onder de goot van het hoofdgebouw en in hoogte afstemmen op de verdiepingshoogte van de begane grond Materiaal en kleur n duurzame materialen gebruiken zoals steen, hout of glas n een aanbouw op de erfgrens heeft zijgevels, waarop belendingen kunnen aansluiten Binnenstad Voor de binnenstad geldt ook: n bij een hoofdgebouw met bijzondere stijl of detaillering deze ook in de aanbouw (vereenvoudigd) toepassen n gevelgeleding, kozijnen en ramen afstemmen op het hoofdgebouw n diepte vanuit de oorspronkelijke gevel niet meer dan 3,00 m en hoogte niet meer dan 4,00 m n
de gevelindeling van het hoofdgebouw niet onevenredig aantasten
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
42
Hoofdstuk 6 | Aanbouwen
2. Historische fragmenten 11. Noordelijk buitengebied 12. Groen en water Eenvoudig Voor alle deelgebieden geldt: n n n n n
aanbouwen zijn een ondergeschikte toevoeging aan een hoofdgebouw vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige of afgeschuinde plattegrond gevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied hebben vensters een aanbouw op de erfgrens heeft zijgevels, waarop belendingen kunnen aansluiten duurzame materialen gebruiken zoals steen, hout of glas en afstemmen op hoofdgebouw (aan een achterzijde eventueel een serre)
Zorgvuldig Voor deelgebieden met een hoog welstandsniveau en voor ordepanden geldt ook: Aantal en plaats n aanbouwen vormen per gevel één geheel n geen hoekaanbouwen n achter de voorgevellijn (met uitzondering van een eventuele erker) n aanbouwen direct tegen de hoofdmassa plaatsen (eventueel een bescheiden tussenlid) danwel een bestaande aanbouw vergroten Vorm n vormgeving afstemmen op oorspronkelijk pand met een bescheiden detaillering n aan achterkanten plat afdekken (eventueel als groen dak), voorzien van een kap vergelijkbaar aan het dak van het hoofdgebouw of een flauw hellend serredak n onder de goot van het hoofdgebouw en in hoogte afstemmen op de verdiepingshoogte van de begane grond Erfgoed Voor monumenten en beschermde gezichten geldt ook: n
in maat, schaal, vormgeving, materiaal en kleur zorgvuldig afstemmen op de cultuurhistorische waarde van het pand en gebied
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
43
Hoofdstuk 6 | Aanbouwen
6. AUP en Post-AUP 7. Woonerven en meanders 8. Woongebied na 1985 9. IJ-landen Eenvoudig Voor alle deelgebieden geldt: n n n n n
aanbouwen zijn een ondergeschikte toevoeging aan de achterzijde van het hoofdgebouw vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige of afgeschuinde plattegrond gevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied hebben vensters een aanbouw op de erfgrens heeft zijgevels, waarop belendingen kunnen aansluiten materialen en kleuren afstemmen op hoofdgebouw (aan een achterzijde eventueel een serre)
Zorgvuldig Voor deelgebieden met een hoog welstandsniveau en voor ordepanden geldt ook: Aantal en plaats n aanbouwen vormen per gevel één geheel n aanbouwen direct tegen de hoofdmassa plaatsen (of een bestaande aanbouw vergroten) Vorm n vormgeving afstemmen op oorspronkelijk pand (bijvoorbeeld met een bescheiden boeibord) n bij seriematige woningen in hoofdvorm gelijk aan vergelijkbare aanbouwen in het blok of de buurt n plat afdekken (eventueel als groen dak) of voorzien van een flauw hellend serredak n onder de goot van het hoofdgebouw en in hoogte afstemmen op de verdiepingshoogte van de begane grond Erfgoed Voor monumenten, beschermde gezichten en AUPordes WA1 en WA2 geldt ook: n
in maat, schaal, vormgeving, materiaal en kleur zorgvuldig afstemmen op de cultuurhistorische waarde van het pand en gebied
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
44
Hoofdstuk 6 | Bijgebouwen
45
2. Bijgebouwen Een bijgebouw is een vrijstaand bouwwerk van één bouwlaag bij een woning of woongebouw, meestal bedoeld als tuinhuis of schuur. Ook kunnen deze bouwwerken als overkapping of carport worden uitgevoerd. Uitgangspunten Bijgebouwen kunnen bepalend zijn voor het straatbeeld of het aanzien van een binnenterrein. Een bijgebouw is als volume ondergeschikt aan het oorspronkelijke gebouw en de vormgeving is afgestemd op het karakter van het hoofdgebouw of op de inrichting van het erf. Als een bijgebouw niet vergunningvrij kan worden gerealiseerd, regelt het bestemmingsplan in eerste instantie de plaatsingsmogelijkheden en de grootte. Het bestemmingsplan geeft aan óf een bijgebouw mogelijk is en onder welke ruimtelijk randvoorwaarden. In de gebieden met seriematige bebouwing wordt gestreefd naar herhaling van (hoofd)vormen, die passen bij het karakter van de omgeving en het zichtbaar houden van de contour van het oorspronkelijke gebouw. In de regel is bij individuele bebouwing meer onderscheid denkbaar dan in seriematige woongebieden, maar ook daar is het behoud van het karakter van de omgeving en de contour van het oorspronkelijke gebouw uitgangpunt. Ruimtelijke systemen In de Binnenstad, 19de-eeuwse Ring, Gordel ’20-’40 en de Tuindorpen is vrijwel altijd sprake van cultuur historisch waardevolle gebieden. Hier moet elke ingreep zorgvuldig worden ingepast.
Voor de overige gebieden gelden in beginsel dezelfde criteria. Het verschil bij deze overige gebieden (de Historische fragmenten, het Noordelijk buitengebied, het Groen en water, het AUP en Post-AUP, de Woonerven en Meanders en de Woongebieden na 1985) ligt in de afstemming van de vormgeving op het individuele pand of op het seriematig karakter. Dit is in de criteria verwerkt. In de criteria is onderscheid gemaakt tussen gebieden geschikt voor een eenvoudige inpassing (eenvoudig en gewoon welstandsniveau) en gebieBijgebouwenden waar een zorgvuldige inpassing op zijn plaats is (bijzonder en beschermd welstandsniveau). Beoordeling Een bijgebouw kan eenvoudig getoetst worden als aan de volgende standaardcriteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. De criteria zijn geschreven met als Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
doel zo veel mogelijk zekerheid te geven over een positief resultaat van de welstandstoets en een eenvoudige vergunningsprocedure. Trendsetters Plannen die gelijk zijn aan een trendsetter voldoen in vergelijkbare situaties ook aan redelijke eisen van welstand. Een plan dat een trendsetter volgt kan op eenvoudige wijze worden getoetst en vergund. Daarmee is niet gezegd dat kleine afwijkingen van trendsetters niet mogelijk zijn. Als een afwijkend plan voldoende ‘familie’ is van de trendsetter, zal dit met grote zekerheid positief beoordeeld worden. Gewogen oordeel Initiatieven die niet passen binnen de standaardcriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen kunnen eventueel toch aan redelijke eisen van welstand voldoen. Dit vraagt echter om een gewogen oordeel door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Datzelfde geldt voor plannen in de ruimtelijke systemen waarvoor geen criteria zijn opgenomen. Hierbij worden naast de criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen de gebiedscriteria en eventuele andere criteria zoals de criteria voor erfgoed (hoofdstuk 5) gebruikt. Monumenten, orde 1 en orde 2 Initiatieven die monumenten betreffen of bouwwerken van grote cultuurhistorische waarde (orde 1) worden niet eenvoudig getoetst, maar krijgen een gewogen oordeel door de CRK waarbij de onder erfgoed vermelde criteria worden gebruikt als richtlijn.
Dit geldt ook voor ingrepen in gevels of kappen grenzend aan de openbare ruimte van panden die zijn gewaardeerd met orde 2.
46
Hoofdstuk 6 | Bijgebouwen
1. Binnenstad 3. 19de-eeuwse Ring 4. Gordel ’20-’40 5. Tuindorpen Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt:
Binnenstad Voor de binnenstad geldt ook:
Algemeen n bijgebouwen zijn een ondergeschikte toevoeging bij een hoofdgebouw n bijgebouw in stijl, maat, schaal en detaillering zorgvuldig afstemmen op hoofdgebouw en straatbeeld of binnengebied
n
Aantal en plaats n één of twee bijgebouwen op het gehele erf n in plaatsing, geleding en uitvoering afstemmen op hoofdgebouw n bijgebouw op minstens 2,00 m plaatsen van gevels hoofdgebouw n integreren in de erfafscheiding als het bijgebouw op de grens van openbaar toegankelijk gebied staat n geen secundaire overkapping, bijvoorbeeld aan een bestaande aan- of uitbouw Vorm n bescheiden vormgeven in één bouwlaag met een rechthoekige plattegrond of aangepast aan de vorm van het kavel n vormgeving afstemmen op het hoofdgebouw met een bescheiden detaillering n gevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied hebben in beginsel vensters n bijgebouw plat afdekken, voorzien van een licht hellend dak (eventueel uitgevoerd als groen dak) dak of voorzien van een kapvorm vergelijkbaar aan de kap van het hoofdgebouw Materiaal en kleur n duurzame materialen gelijk aan hoofdgebouw of afstemmen op het tuinkarakter zoals baksteen, hout, pannen zink of een vegetatiedak n kleuren onopvallend en afgestemd op het hoofdgebouw
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
n
n
n
n n n
bijgebouwen en overkappingen alleen op het achtererf wanneer het hoofdgebouw een bijzondere stijl of detaillering heeft deze ook in het bijgebouw (vereenvoudigd) toepassen gevelgeleding met inbegrip van kozijnen en ramen afstemmen op die van het hoofdgebouw, minimaal 20% en maximaal 75% gevelopeningen/glasvlak overkapping: vloeroppervlak niet meer dan 20,00 m² , hoogte maximaal 2,50 m en minimaal twee zijden open tuinhuis: maximaal 3,40 m hoog, diepte van maximaal 4,25 m schuur: maximaal 2,50 m hoog en maximaal 6,00 m² in keurtuinen: - plaatsing van tuinhuis tegen de achtererfgrens - tuinhuis met een duidelijke voorgevel richten op het hoofdgebouw of de keurtuin
Hoofdstuk 6 | Bijgebouwen
Overige systemen (uitgezonderd kantoren en bedrijventerreinen) Eenvoudig Voor alle deelgebieden geldt: n n n
n
bijgebouwen zijn een ondergeschikte toevoeging bij een hoofdgebouw vormgeven in één bouwlaag met rechthoekige of afgeschuinde plattegrond duurzame materialen gelijk aan hoofdgebouw of afstemmen op het tuinkarakter zoals baksteen, hout, pannen zink of een vegetatiedak kleuren onopvallend en afgestemd op het hoofdgebouw
Zorgvuldig Voor deelgebieden met een hoog welstandsniveau geldt ook: Aantal en plaats n één of twee bijgebouwen op het gehele erf n in plaatsing, geleding en uitvoering afstemmen op hoofdgebouw n bijgebouwen op minimaal 2,00 m plaatsen van gevels hoofdgebouw n integreren in de erfafscheiding als het bijgebouw op de grens van openbaar toegankelijk gebied staat Vorm n vormgeving bescheiden en: - bij individuele bebouwing afstemmen op oorspronkelijk pand - bij seriematige bebouwing afstemmen op hoofdgebouw en ensemble n bijgebouw plat afdekken, voorzien van een licht hellend dak (eventueel uitgevoerd als groen dak) of voorzien van een kapvorm vergelijkbaar aan de kap van het hoofdgebouw n hoogte bij plaatsing in de erfgrens aan de openbare ruimte: - maximaal 3,25 m bij een plat dak - maximaal 2,70 m goothoogte en maximaal 5,00 m nokhoogte bij een hellend dak Erfgoed Voor monumenten, beschermde gezichten, AUP-ordes WA1 en WA2 geldt ook: n
in maat, schaal, vormgeving, materiaal en kleur zorgvuldig afstemmen op de cultuurhistorische waarde van het pand en gebied
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
47
Hoofdstuk 6 | Kozijnwijzigingen
48
3. Kozijnwijzigingen Van een kozijnwijziging is sprake bij het veranderen van een kozijn, kozijninvulling, rolluik, poortafsluiting, garagedeur of gevelpaneel. Als een kozijnwijziging gevolgen heeft voor de latei of de rest van de gevel, zijn ook de criteria voor gevelwijzigingen van toepassing. Uitgangspunten Kozijnen en kozijninvullingen zijn van groot belang voor het aanzicht van een gebouw en daarmee voor het straatbeeld. Als uitgangspunt geldt, dat de oorspronkelijke vormgeving in elk geval voldoet aan redelijke eisen van welstand. Belangrijke kenmerken daarbij zijn maatvoering van de negge, profilering van kozijn en raamhout in samenhang met de vormentaal van andere gevelelementen als lateien, speklagen en sluitstenen. Kozijnwijzigingen in gevels die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte, vragen om een zorgvuldige vormgeving. De wijzigingen moeten passen bij het karakter van het hoofdgebouw en in de omgeving. De samenhang en ritmiek van het pand of de straatwand mogen niet worden verstoord door incidentele wijzigingen. De nadruk ligt in seriematige gebieden en ensemblebouw op herhaling, terwijl in pandsgewijs opgebouwde straatwanden afhankelijk van het karakter van het gebied enig onderscheid mogelijk kan zijn. Ruimtelijke systemen In de Binnenstad, 19de-eeuwse Ring, Gordel ’20-’40 en de Tuindorpen is vrijwel altijd sprake van cultuur historisch waardevolle gebieden.
Hier moet elke ingreep zorgvuldig worden ingepast. Voor de Historische fragmenten, het Noordelijk buitengebied en het Groen en water is eveneens vaak sprake van cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Hier gelden criteria, die in beginsel afgestemd zijn op individuele bebouwing. Voor het AUP en Post-AUP, de Woonerven en Meanders en de Woongebieden na 1985 gelden criteria, die in beginsel afgestemd zijn op seriematige bebouwing. In de criteria is onderscheid gemaakt tussen gebieden geschikt voor een eenvoudige inpassing (eenvoudig en gewoon welstandsniveau) en gebieden waar een zorgvuldige inpassing op zijn plaats is (bijzonder en beschermd welstandsniveau).
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
Beoordeling Een kozijnwijziging kan eenvoudig getoetst worden als aan de volgende standaardcriteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. De criteria zijn geschreven met als doel zo veel mogelijk zekerheid te geven over een positief resultaat van de welstandstoets en een eenvoudige vergunningsprocedure. Trendsetters Plannen die gelijk zijn aan een trendsetter voldoen in vergelijkbare situaties ook aan redelijke eisen van welstand. Een plan dat een trendsetter volgt kan op eenvoudige wijze worden getoetst en vergund. Daarmee is niet gezegd dat kleine afwijkingen van trendsetters niet mogelijk zijn. Als een afwijkend plan voldoende ‘familie’ is van de trendsetter, zal dit met grote zekerheid positief beoordeeld worden. Gewogen oordeel Initiatieven die niet passen binnen de standaardcriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen kunnen eventueel toch aan redelijke eisen van welstand voldoen. Dit vraagt echter om een gewogen oordeel door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Datzelfde geldt voor plannen in de ruimtelijke systemen waarvoor geen criteria zijn opgenomen. Hierbij worden naast de criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen de gebiedscriteria en eventuele andere criteria zoals de criteria voor erfgoed (hoofdstuk 5) gebruikt.
Monumenten, orde 1 en orde 2 Initiatieven die monumenten betreffen of bouwwerken van grote cultuurhistorische waarde (orde 1) worden niet eenvoudig getoetst, maar krijgen een gewogen oordeel door de CRK waarbij de onder erfgoed vermelde criteria worden gebruikt als richtlijn. Dit geldt ook voor ingrepen in gevels of kappen grenzend aan de openbare ruimte van panden die zijn gewaardeerd met orde 2.
49
Hoofdstuk 6 | Kozijnwijzigingen
1. Binnenstad 3. 19de-eeuwse Ring 4. Gordel ’20-’40 5. Tuindorpen Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen n passend binnen de samenhang en ritmiek van de straatwand en het bouwblok met aandacht voor de verschillen tussen panden en ensembles onderling (afzonderlijke panden en ensembles herkenbaar houden) n bij wijziging de maatvoering, dimensionering en profilering van de oorspronkelijke kozijnen en gevelopeningen overnemen met inbegrip van de negge n kozijnen en ramen zijn in beginsel van het oorspronkelijke materiaal n ventilatievoorzieningen verdekt aanbrengen (niet in glas of kozijn) n geen suskasten aan buitenzijde gevelmetselwerk of kozijnen Winkel- en bedrijfspuien n het veranderen van een pui is geen op zichzelf staande ontwerpopgave, maar heeft relatie met de gehele gevel en indeling daarvan n winkelpuien in beginsel als winkelpuien handhaven n gevelopeningen transparant invullen (van binnenuit niet blinderen, dichtzetten of voorzien van spiegelend glas) n rolluiken, schaar- of rolhekken plaatsen aan de binnenzijde en voor minstens 75% doorzichtig uitvoeren n zie de criteria voor gevelwijzigingen voor veranderingen in de gevel waarvan de winkelpui onderdeel is Garagedeuren n garagedeuren (bij nieuwbouw in de 19de-eeuwse Ring en Gordel ’20-’40): - de garagedeur maakt een ondergeschikt onderdeel uit van het nieuwbouwontwerp - bij voldoende straatbreedte
eventueel in de voorgevelrooilijn plaatsen als onderdeel van het gevelontwerp n garagedeuren (vervanging): - karakteristiek passend in de gevel en het straatbeeld
Erfgoed Ordepanden Voor ordepanden geldt bovendien voor gevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met in beginsel de oorspronkelijke detaillering. Daarbij geldt ook: n
kozijnen, deuren, serres, veranda’s en erkers in beginsel handhaven (eventueel vernieuwen in overeenstemming met de oorspronkelijke architectuur en de bestaande gevel met aandacht voor vorm, geleding, verhoudingen en detaillering)
Vorm n bij wijziging de oorspronkelijke maatvoering kozijn en ramen inclusief negge aanhouden: - het raamhout wijkt bij plaatsing van dubbel glas maximaal 10 mm van de oorspronkelijke detaillering - bij de wisseldorpel steekt het raamhout van het onderraam maximaal 20 mm uit onder het bovenlicht - het raamhout van de onderdorpel wijkt maximaal 20 mm af van de oorspronkelijke detaillering (geen aluminiumaanslagen in het zicht) - bij orde 1 en 2 detaillering en indeling inclusief roedeverdeling gelijk aan oorspronkelijk n ventilatievoorzieningen: - bij niet geluidbelaste gevels ventilatievoorziening opnemen in de detaillering van wisseldorpel of bovendorpel gevelkozijnen, of ventileren via bestaande gevelopeningen of roosters met een beperkte afmeting - bij geluidbelaste gevels ventilatievoorziening opnemen in de detaillering van bovendorpel gevelkozijnen of integreren in gevelmateriaal - plaats, type en kleur van eventuele roosters in overleg n souterrainramen en koekoeken inpassen in het gevelbeeld van het pand, het ensemble of de straatwand n doorvalbeveiligingen plaatsen in de dagkant van het kozijn (niet in glas uitvoeren) Materiaal en kleur n materialen en kleuren gelijk aan of afgestemd op pand en belendingen n stalen kozijnen vervangen door staal en anders door aluminium met een vergelijkbaar profiel
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
Hoofdstuk 6 | Kozijnwijzigingen
Vervolg van: 1. Binnenstad 3. 19de-eeuwse Ring 4. Gordel ’20-’40 5. Tuindorpen n
kleur in beginsel handhaven afgestemd op oorspronkelijk karakteristiek
Winkel- en bedrijfspuien n indeling, detaillering en ornamenten van de historische pui handhaven en/of herstellen in overeenstemming met de oorspronkelijke karakteristiek n ingrepen in puien respecteren of versterken de parcellering n winkelpuien hebben een borstwering (geen puien volledig van glas of grotendeels/geheel te openen puien) n zie de criteria voor gevelwijzigingen voor veranderingen in de gevel waarvan de winkelpui onderdeel is Garagedeuren n bij panden in orde 1 en 2 behoud en herstel van oorspronkelijke garagedeuren Binnenstad Voor het beschermd stadsgezicht geldt ook: n n
n n
n n
een luik moet qua materiaal, kleur, maat passen bij het gevelbeeld gevelpanelen alleen toepassen als deze deel uitmaken van de architectuur van het oorspronkelijk ontwerp oorspronkelijke puibalken en puien handhaven bij panden in orde 1 en 2 geen draai- kiepramen aan de drie hoofdgrachten en aan de (Binnen) Amstel panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren doorvalbeveiliging als zelfstandighekje uitvoeren (niet in glas of kunststof)
Monumenten Voor monumenten geldt in ieder geval: n
n
restauratief herstel van alle gevels, inclusief kozijnen, deuren, serres, veranda’s en erkers (wijze van uitvoeren in overleg) panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
50
51
Hoofdstuk 6 | Kozijnwijzigingen
2. Historische fragmenten 11. Noordelijk buitengebied 12. Groen en water Eenvoudig Voor alle deelgebieden geldt: n
n
n
n n
passend binnen de samenhang en ritmiek van de straatwand en de omgeving met aandacht voor de verschillen tussen panden en ensembles onderling kozijnen en kozijnindeling lijnen aan bestaande kozijnen en samenhang in de gevel bewaren, waaronder de samenhang tussen begane grond en verdiepingen eventuele winkelpuien hebben een borstwering (geen puien volledig van glas of grotendeels dan wel geheel te openen puien) rolluiken of rolhekken plaatsen aan de binnenzijde en voor minstens 75% doorzichtig uitvoeren materialen en kleuren gelijk aan of afstemmen op het architectonisch karakter van de gevel en de omgeving
Zorgvuldig Voor deelgebieden met een hoog welstandsniveau geldt ook: n
n
n
n
n n n
samenhang in de gevel bewaren en daarbij oorspronkelijke maatvoering kozijn en ramen behouden bij wijziging de maatvoering, dimensionering en profilering van de oorspronkelijke kozijnen en gevelopeningen overnemen met inbegrip van de negge kozijnen en ramen zijn in beginsel van het oorspronkelijke materiaal (bestaande stalen kozijnen eventueel vervangen door aluminium met een vergelijkbaar profiel) het veranderen van een onderpui is geen op zichzelf staande ontwerpopgave, maar heeft relatie met het bovenliggende gevelvlak ventilatievoorzieningen verdekt aanbrengen (niet in glas of kozijn) geen suskasten aan buitenzijde gevelmetselwerk of kozijnen gevelopeningen transparant invullen (ook van binnenuit niet blinderen), met uitzondering van deuren
Historische fragmenten Voor systeem 2 geldt ook: Winkel- en bedrijfspuien n het veranderen van een pui is geen op zichzelf staande ontwerpopgave, maar heeft relatie met de gehele gevel en indeling daarvan Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
n n
n
n
winkelpuien in beginsel als winkelpuien handhaven gevelopeningen transparant invullen (van binnenuit niet blinderen, dichtzetten of voorzien van spiegelend glas) rolluiken, schaar- of rolhekken plaatsen aan de binnenzijde en voor minstens 75% doorzichtig uitvoeren zie de criteria voor gevelwijzigingen voor veranderingen in de gevel waarvan de winkelpui onderdeel is
Erfgoed Ordepanden Voor ordepanden geldt bovendien voor gevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met in beginsel de oorspronkelijke detaillering. Daarbij geldt ook: n
n n
n
kozijnen, deuren, serres, veranda’s en erkers in beginsel handhaven (eventueel vernieuwen in overeenstemming met de oorspronkelijke architectuur en de bestaande gevel met aandacht voor vorm, geleding, verhoudingen en detaillering) oorspronkelijke puibalken en puien handhaven ventilatievoorzieningen integreren in gevelmateriaal of opnemen in de detaillering van de bovendorpel van gevelkozijnen: - waar mogelijk ventileren via bestaande gevelopeningen of roosters met een beperkte afmeting - plaats, type en kleur van eventuele roosters in overleg bepalen kleur in beginsel handhaven afgestemd op de oorspronkelijk karakteristiek - in overleg zijn eventueel andere historisch verantwoorde kleuren te gebruiken
Historische fragmenten Voor systeem 2 geldt ook: Winkel- en bedrijfspuien n indeling, detaillering en ornamenten van de historische pui handhaven en/of herstellen in overeenstemming met de oorspronkelijke karakteristiek n ingrepen in puien respecteren of versterken de parcellering
Hoofdstuk 6 | Kozijnwijzigingen
Vervolg van: 2. Historische fragmenten 11. Noordelijk buitengebied 12. Groen en water Vervolg van: Erfgoed (systeem 2) n
n
winkelpuien hebben een borstwering (geen puien volledig van glas of grotendeels/geheel te openen puien) zie de criteria voor gevelwijzigingen voor veranderingen in de gevel waarvan de winkelpui onderdeel is
Beschermde gezichten Voor beschermde gezichten geldt ook: n
n
n
herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg) ventilatievoorzieningen integreren in gevelmateriaal of opnemen in de detaillering van de bovendorpel van gevelkozijnen panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren
Monumenten Voor monumenten geldt in ieder geval: n
n
restauratief herstel van alle gevels, inclusief kozijnen, deuren, serres, veranda’s en erkers (wijze van uitvoeren in overleg) panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
52
53
Hoofdstuk 6 | Kozijnwijzigingen
6. AUP en Post-AUP 7. Woonerven en meanders 8. Woongebied na 1985 9. IJ-landen Eenvoudig Voor alle deelgebieden geldt: n
n
n
n n n
passend binnen de samenhang en ritmiek van het ensemble en de omgeving met aandacht voor de verhouding tussen herhalingen en verbijzonderingen kozijnen en kozijnindeling lijnen aan bestaande kozijnen en samenhang in de gevelrij op hoofdlijnen bewaren winkelpuien hebben in beginsel een borstwering, dus geen puien volledig van glas of geheel te openen puien (eventuele uitzonderingen zijn winkelgebieden waarin een trendsetter is aangewezen) gevelopeningen in hoofdzaak transparant invullen (ook van binnenuit niet blinderen) rolluiken of rolhekken plaatsen aan de binnenzijde en voor minstens 75% doorzichtig uitvoeren materialen en kleuren gelijk aan of afstemmen op het architectonisch karakter van de gevel en het ensemble
Zorgvuldig Voor deelgebieden met een hoog welstandsniveau geldt ook: n
n
n
n n
n
n n
samenhang in de gevel bewaren en daarbij oorspronkelijke maatvoering kozijn en ramen behouden het veranderen van een onderpui is geen op zichzelf staande ontwerpopgave, maar heeft relatie met het bovenliggende gevelvlak uitvoering voor wat betreft de plaatsing, vorm, maatvoering, materiaal- gebruik en kleur in beginsel gelijk uitvoeren aan eerdere wijzigingen in dezelfde rij of hetzelfde ensemble gevelopeningen transparant invullen (oorspronkelijke gevelpanelen uitgezonderd) de dimensionering en profilering van de oorspronkelijke kozijnen en gevelopeningen overnemen met inbegrip van de negge ventilatievoorzieningen integreren in gevelmateriaal of opnemen in de detaillering van de bovendorpel van gevelkozijnen de dimensionering en profilering van de oorspronkelijke kozijnen overnemen bij het vervangen van kozijnen en ramen het materiaal in beginsel handhaven (bestaande stalen kozijnen eventueel vervangen door aluminium met een vergelijkbaar profiel)
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
Erfgoed Ordepanden Voor panden met orde WA2 en WA1 in deze systemen geldt ook: n
n
voor orde WA2: handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur of vormgeving van een vergelijkbare kwaliteit. Het gebruik van niet oorspronkelijke materialen is mogelijk mits dit gebeurt met respect voor de authenticiteit van de gevel voor orde WA1: handhaven en herstellen van de voor de vormgeving bepalende kenmerken, zoals maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. Dit moet zoveel mogelijk gebeuren in authentiek materiaal, kleur en detaillering en rekening houdend met de samenhang in het gevelbeeld
Beschermde gezichten Voor beschermde gezichten geldt ook: n
n
n
herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg) ventilatievoorzieningen integreren in gevelmateriaal of opnemen in de detaillering van de bovendorpel van gevelkozijnen: - waar mogelijk ventileren via bestaande gevelopeningen of roosters met een beperkte afmeting - plaats, type en kleur van eventuele roosters in overleg bepalen panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren
Monumenten Voor monumenten geldt in ieder geval: n
n
restauratief herstel van alle gevels, inclusief kozijnen, deuren, serres, veranda’s en erkers (wijze van uitvoeren in overleg) panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
54
4. Gevelwijzigingen Gevelwijzigingen zijn veranderingen zoals het verplaatsen van gevel- openingen, aanvullen of herstellen van metselwerk, aanpassingen aan kappen, goten of ornamenten en vergelijkbare ingrepen in het aanzicht van gebouwen. Uitgangspunten De opbouw en indeling van de gevel zijn belangrijk voor het straatbeeld en van grote invloed op de architectuur van de gevel. Een gevelwijziging aan een voorkant vraagt om een zorgvuldige vormgeving, die past bij het karakter van het hoofdgebouw en in de omgeving. Voor wijzigingen met ruimtelijke gevolgen die niet vergunningvrij kunnen worden gerealiseerd, regelt het bestemmingsplan in eerste instantie de plaatsings mogelijkheden en de grootte. Het bestemmingsplan geeft aan óf een wijziging mogelijk is en onder welke ruimtelijk randvoorwaarden. Als uitgangspunt geldt, dat de oorspronkelijke of originele vormgeving in elk geval voldoet aan redelijke eisen van welstand. Belangrijke kenmerken daarvan zijn de maatvoering van vlakken en penanten, maar ook van elementen als lateien, speklagen en sluitstenen. De samenhang en ritmiek van het pand of de straatwand mogen niet worden verstoord door incidentele wijzigingen. De nadruk ligt in seriematige gebieden en ensemblebouw op herhaling, terwijl in pandsgewijs opgebouwde straatwanden juist enig onderscheid mogelijk is.
Ruimtelijke systemen In de Binnenstad, 19de-eeuwse Ring, Gordel ’20-’40 en de Tuindorpen is vrijwel altijd sprake van cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Hier moet elke ingreep zorgvuldig worden ingepast. Voor de Historische fragmenten, het Noordelijk buitengebied en het Groen en water is eveneens vaak sprake van cultuurhistorisch waardevolle gebieden. Hier gelden criteria, die in beginsel afgestemd zijn op individuele bebouwing. Voor het AUP en Post-AUP, de Woonerven en Meanders en de Woongebieden na 1985 gelden criteria, die in beginsel afgestemd zijn op seriematige bebouwing. In de criteria is onderscheid gemaakt tussen gebieden geschikt voor een eenvoudige inpassing (eenvoudig en gewoon welstandsniveau) en gebieden waar een Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
zorgvuldige inpassing op zijn plaats is (bijzonder en beschermd welstandsniveau). Beoordeling Een gevelwijziging kan eenvoudig getoetst worden als aan de volgende standaardcriteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. De criteria zijn geschreven met als doel zo veel mogelijk zekerheid te geven over een positief resultaat van de welstandstoets en een eenvoudige vergunningsprocedure. Trendsetters Plannen die gelijk zijn aan een trendsetter voldoen in vergelijkbare situaties ook aan redelijke eisen van welstand. Een plan dat een trendsetter volgt kan op eenvoudige wijze worden getoetst en vergund. Daarmee is niet gezegd dat kleine afwijkingen van trendsetters niet mogelijk zijn. Als een afwijkend plan voldoende ‘familie’ is van de trendsetter, zal dit met grote zekerheid positief beoordeeld worden. Gewogen oordeel Initiatieven die niet passen binnen de standaardcriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen kunnen eventueel toch aan redelijke eisen van welstand voldoen. Dit vraagt echter om een gewogen oordeel door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Datzelfde geldt voor plannen in de ruimtelijke systemen waarvoor geen criteria zijn opgenomen.
Hierbij worden naast de criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen de gebiedscriteria en eventuele andere criteria zoals de criteria voor erfgoed (hoofdstuk 5) gebruikt. Monumenten, orde 1 en orde 2 Initiatieven die monumenten betreffen of bouwwerken van grote cultuurhistorische waarde (orde 1) worden niet eenvoudig getoetst, maar krijgen een gewogen oordeel door de CRK waarbij de onder erfgoed vermelde criteria worden gebruikt als richtlijn. Dit geldt ook voor ingrepen in gevels of kappen grenzend aan de openbare ruimte van panden die zijn gewaardeerd met orde 2.
55
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
1. Binnenstad 3. 19de-eeuwse Ring 4. Gordel ’20-’40 5. Tuindorpen Zorgvuldig Voor alle deelgebieden geldt: Algemeen n passend binnen de samenhang en ritmiek van de straatwand en het bouwblok met aandacht voor de verschillen tussen panden en ensembles onderling (afzonderlijke panden en ensembles herkenbaar houden) n zie de criteria voor kozijnwijzigingen voor wijzigingen van ramen en puien in de gevel Vorm n nieuwe gevelelementen lijnen aan bestaande elementen en samenhang in de gevel behouden n elementen ten behoeve van verticaal groen , die geen schade teweeg brengen aan de gevel, zijn toegestaan op blinde muren en achtergevels van panden, niet zijnde orde 1 en 2 n bij aanpassingen de samenhang tussen begane grond en verdiepingen behouden (wijziging van de gevelindeling van de begane grond is geen op zichzelf staande ontwerpopgave) n lateien, dorpels, raamlijsten, speklagen, rollagen, luiken, panelen en andere gevelelementen uitvoeren in overeenstemming met de vormentaal en het karakter van de gevel n oorspronkelijke maatvoering van penanten, lijsten, lateien en andere elementen behouden en eventuele nieuwe elementen daar op logische wijze aan aanpassen n aandacht schenken aan het reliëf, de ornamentiek en de materiaalverschillen in de gevelcompositie n in de Binnenstad geldt ook: - geen geheel of grotendeels open of blinde gevels - geen lantaarns, luifels of andere nieuwe
elementen toevoegen - aan de gevel te bevestigen elementen onopvallend van vorm en kleur - geen setback aan een voorkant - kap niet ‘uitzagen’ (zoals voor loggia’s) Materiaal en kleur n duurzame materialen en kleuren gelijk aan of afgestemd op het pand en belendingen (bijvoorbeeld geen kunststof luifels of lijsten) n buitengevelisolatie is op de achtergevels toegestaan als deze de oorspronkelijke karakteristiek van het pand of ensemble niet aantast en/of is afhankelijk van de staat en waarde van de achtergevels (met uitzondering van orde 1 en monumenten) Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
n
gevels in de Binnenstad niet dichtsmeren met verf, pleisterwerk of isolatie en niet bedekken met panelen, plaatmateriaal of timmerwerk
Geldautomaten n plaatsing van geldautomaten mag niet leiden tot een (vrijwel) geheel gesloten plint n Voor de Binnenstad geldt ook: - een winkelpui of andere publieksfunctie niet uitsluitend vervangen door een of meer geldautomaten - de onderste bouwlaag blijft bruikbaar voor winkels of andere publieksfuncties - perceelsbreedte minstens 5,00 m - breedte van de automaat niet meer dan een kwart van de gevelbreedte met een maximum van 8,00 m (en alleen als de rest van de gevel geen gesloten functie bevat) - op minstens 10,00 m afstand van hoeken van straten, stegen en grachten Trappen aan buitengevels n aanbrengen aan een achter- of zijgevel (zoveel mogelijk uit het zicht vanuit de openbare ruimte) n in vorm (zo compact mogelijk) en kleur aansluiten op de gevelindeling en afstemmen op de architectuur van de bestaande gevel n bij panden in orde 1 geen brand- of noodtrappen aanbrengen aan de buitengevel n in de binnenstad geldt ook: - uitvoeren met zo min mogelijk balkons en bordessen - souterraintrapjes verstoren de verhouding tussen hoofdentree en souterrain niet en zijn in geen geval breder dan de trap naar de hoofdentree
56
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
Vervolg van: 1. Binnenstad 3. 19de-eeuwse Ring 4. Gordel ’20-’40 5. Tuindorpen Erfgoed
n
Ordepanden Voor gevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied geldt bovendien: n
n
n
voor basisorde (niet in de Binnenstad): de oorspronkelijke karakteristiek vormt het uitgangspunt, afwijking van de oorspronkelijke gevelelementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur zijn denkbaar, als deze niet tot een visuele verstoring van de architectuureenheid als geheel en van het straaten/of gevelbeeld leiden voor orde 2 en 3: herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering voor orde 1: restauratief herstel (uitvoeren in overleg)
Hierbij geldt: n gevels met inbegrip van de gevelbeëindiging en oorspronkelijke architectonische elementen handhaven en herstellen in de oorspronkelijke karakteristiek, waarbij dit voor de basisorde geldt voor het totaalbeeld (voorgevels isoleren van binnenuit, buitengevelisolatie alleen te overwegen aan achtergevels) n te handhaven en herstellen elementen zijn onder meer puibalken, hijsbalken, lateien, ornamenten, natuursteen, (sier)metselwerk, lijsten, balkons, serres, veranda’s, erkers, pleisterwerk, stucwerk en betimmeringen (afwijkingen vervangen in overleg) n bouwbeeldhouwkunst, glas in lood, mozaïeken, siersmeedkunst, tegeltableaus en wandschilderingen behouden als deel van het architectonisch ontwerp en waar nodig restaureren n metselwerk inclusief voegwerk uitvoeren gelijk aan oorspronkelijk en afwijkende reparaties vervangen (bij panden in orde 1 en 2 voegwerk per architectuureenheid uitvoeren) n gevelreiniging is alleen mogelijk als dat de oorspronkelijke karakteristiek en het gevelmateriaal niet aantast (behoud van patina is daarbij een aandachtspunt) n ventilatievoorzieningen bij geluidbelaste gevels integreren in gevelmateriaal en daarbij plaats, type en kleur van eventuele roosters in overleg bepalen (of opnemen in de detaillering van gevelkozijnen) n metselwerk, natuursteen en bouwkeramiek alleen schilderen als deze oorspronkelijk geschilderd waren
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
n
n
kleur in beginsel handhaven afgestemd op de oorspronkelijk karakteristiek: - bij panden in orde 1 en 2 zijn in overleg eventueel andere historisch verantwoorde kleuren te gebruiken - bij panden in basisorde en orde 3 zijn in overleg ook eventuele afwijkende kleuren te gebruiken dak, dakranden, dakbedekking en goten in beginsel handhaven of herstellen in oorspronkelijke staat hemelwaterafvoeren handhaven en herstellen op oorspronkelijke plaats (bij panden in basisorde en orde 3 eventueel nieuw uitvoeren in oorspronkelijk materiaal)
Beschermde gezichten Voor beschermde gezichten geldt ook: n
n
herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg) panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren
Zonwering n uitvoeren als beweegbaar vlak scherm of in de vorm van een valarm/markisolette voorzien van doek ten behoeve van wering van zonlicht n boven de begane grond aanbrengen binnen de raamnegge n afstemmen op gevelgeleding n is ondergeschikt in het gevelbeeld Monumenten Voor monumenten geldt in ieder geval: n
restauratief herstel met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg)
Markiezen Monumenten Binnenstad Voor monumenten in de Binnenstad geldt met betrekking tot markiezen: n
n
als er al markiezen op monumenten aanwezig zijn, dan mogen deze worden vervangen (overgangsregeling); wanneer een markies echter is vervangen door een zonwering van het type markisolette of valarm, dan mag er niet alsnog weer een markies worden geplaatst in uitzonderlijke gevallen mogen inmiddels niet meer aanwezige markiezen aan monumenten weer
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
Vervolg van: 1. Binnenstad 3. 19de-eeuwse Ring 4. Gordel ’20-’40 5. Tuindorpen
n n
worden aangebracht wanneer de aanvrager door middel van ontwerptekeningen of historisch beeldmateriaal kan aantonen, dat markiezen onderdeel waren van het oorspronkelijk ontwerp van het pand of dat deze daar redelijk kort na oplevering van het pand alsnog aan zijn toegevoegd zonwering moet in materialisering, kleur en type identiek zijn voor het gehele pand indien zonwering wordt aangebracht dan dienen alle ramen aan de straatzijde van zonwering te worden voorzien en niet slechts een deel van de ramen; wanneer een zonwering wordt aangebracht ten behoeve van een functie in de eerste bouwlaag (bijvoorbeeld detailhandel of horeca) dan geldt deze verplichting niet
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
57
58
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
2. Historische fragmenten 11. Noordelijk buitengebied 12. Groen en water Eenvoudig Voor alle deelgebieden geldt: n n n
nieuwe gevelelementen lijnen aan bestaande elementen en samenhang in de gevel behouden detaillering afstemmen op het karakter van het pand en de omgeving materialen en kleuren gelijk aan of afstemmen op het hoofdgebouw
Erfgoed Ordepanden Voor gevels grenzend aan openbaar toegankelijk gebied geldt bovendien: n
Zorgvuldig Voor deelgebieden met een hoog welstandsniveau geldt ook: n
n n
n
n
n n
n
passend binnen de samenhang en ritmiek van de straatwand en de omgeving met aandacht voor de verschillen tussen panden en ensembles onderling (afzonderlijke panden en ensembles herkenbaar houden) samenhang in de gevel bewaren elementen ten behoeve van verticaal groen , die geen schade teweeg brengen aan de gevel, zijn toegestaan op blinde muren en achtergevels van panden, niet zijnde orde 1 en 2 lateien, dorpels, raamlijsten, speklagen, rollagen en andere gevelelementen uitvoeren in overeenstemming met de vormentaal en het karakter van de gevel oorspronkelijke maatvoering van betimmeringen, penanten, lijsten, lateien en andere elementen behouden en eventuele nieuwe elementen daar op logische wijze aan aanpassen aandacht schenken aan het reliëf en de materiaalverschillen in de compositie van de gevel materialen en kleuren gelijk aan of afgestemd op het pand en op de belendingen (bijvoorbeeld geen kunststof luifels of lijsten) buitengevelisolatie is op de achtergevels toegestaan als deze de oorspronkelijke karakteristiek van het pand of ensemble niet aantast en/of is afhankelijk van de staat en waarde van de achtergevels (met uitzondering van orde 1, monumenten en in beschermde gezichten)
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
n
n
voor basisorde: de oorspronkelijke karakteristiek vormt het uitgangspunt, afwijking van de oorspronkelijke gevelelementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur zijn denkbaar, als deze niet tot een visuele verstoring van de architectuureenheid als geheel en van het straat- en/of gevelbeeld leiden voor orde 2 en 3: herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering voor orde 1: restauratief herstel (uitvoeren in overleg)
Hierbij geldt: n gevels met inbegrip van de gevelbeëindiging en oorspronkelijke architectonische elementen handhaven en herstellen in de oorspronkelijke karakteristiek, waarbij dit voor de basisorde geldt voor het totaalbeeld (voorgevels isoleren van binnenuit, buitengevelisolatie alleen te overwegen aan achtergevels) n te handhaven en herstellen elementen zijn onder meer betimmeringen, puibalken, hijsbalken, lateien, luiken, panelen, gootklossen, ornamenten, natuursteen, (sier)metselwerk, lijsten, balkons, serres, veranda’s, erkers, pleisterwerk en stucwerk (afwijkingen vervangen in overleg) n metselwerk inclusief voegwerk uitvoeren gelijk aan oorspronkelijk en afwijkende reparaties vervangen n gevelreiniging is in overleg mogelijk als dat de oorspronkelijke karakteristiek van de architectuureenheid en het gevelmateriaal niet aantast n ventilatievoorzieningen bij geluidbelaste gevels integreren in gevelmateriaal en daarbij plaats, type en kleur van eventuele roosters in overleg bepalen (of opnemen in de detaillering van gevelkozijnen) n metselwerk, natuursteen en bouwkeramiek alleen schilderen als deze oorspronkelijk geschilderd waren n kleur in beginsel handhaven afgestemd op de oorspronkelijk karakteristiek: - bij panden in orde 1 en 2 zijn in overleg eventueel andere historisch verantwoorde kleuren te gebruiken
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
Vervolg van: 2. Historische fragmenten 11. Noordelijk buitengebied 12. Groen en water
n
n
- bij panden in basisorde en orde 3 zijn in overleg ook eventuele afwijkende kleuren te gebruiken dak, dakranden, dakbedekking en goten in beginsel handhaven of herstellen in oorspronkelijke staat hemelwaterafvoeren handhaven en herstellen op oorspronkelijke plaats (bij panden in basisorde en orde 3 eventueel nieuw uitvoeren in oorspronkelijk materiaal)
Beschermde gezichten Voor beschermde gezichten in deze systemen geldt ook: n herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg) n panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren Zonwering n uitvoeren als beweegbaar vlak scherm of in de vorm van een valarm/markisolette voorzien van doek ten behoeve van wering van zonlicht n boven de begane grond aanbrengen binnen de raamnegge n afstemmen op gevelgeleding n is ondergeschikt in het gevelbeeld Monumenten Voor monumenten geldt in ieder geval: n
restauratief herstel met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg)
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
59
60
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
6. AUP en Post-AUP 7. Woonerven en meanders 8. Woongebied na 1985 9. IJ-landen Eenvoudig Voor alle deelgebieden geldt: n n
n
n
samenhang en ritmiek van straatwand en bouwblok behouden nieuwe gevelelementen inpassen in de ritmiek en samenhang van de gevels van het pand en het ensemble detaillering afstemmen op het karakter van het pand en het ensemble (met aandacht voor doorgaande gevelbanden) materialen en kleuren gelijk aan of afstemmen op het hoofdgebouw en belendingen
Zorgvuldig Voor deelgebieden met een hoog welstandsniveau geldt ook: n
n
n
n
n n n
uitvoering te wijzigen delen voor wat betreft de plaatsing, vorm, maatvoering, materiaalgebruik en kleur in beginsel gelijk uitvoeren aan eerdere wijzigingen in dezelfde rij of hetzelfde ensemble eventuele luifels slank vormgeven in overeenstemming met de karakteristiek van het pand en daarbij de hoeken of hoekpenanten vrijhouden tenzij deze deel uitmaken van een doorgaande band elementen ten behoeve van verticaal groen, die geen schade teweeg brengen aan de gevel, zijn toegestaan op blinde muren en achtergevels van panden, niet zijnde orde 1 en 2 oorspronkelijke maatvoering van betimmeringen, penanten, lijsten, lateien en andere elementen behouden en eventuele nieuwe elementen daar op logische wijze aan aanpassen aandacht schenken aan het reliëf en de materiaalverschillen in de compositie van de gevel materialen en kleuren gelijk aan of afgestemd op het pand en op de belendingen buitengevelisolatie is toegestaan als deze de oorspronkelijke karakteristiek van het pand of ensemble niet aantast (dit is afhankelijk van de staat en waarde van de gevels)
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
Erfgoed Ordepanden Voor panden met orde WA2 en WA1 in deze systemen geldt bovendien: n
n
voor orde WA2: Handhaven en herstellen van de oorspronkelijke elementen in vorm, maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur of vormgeving van een vergelijkbare kwaliteit. Het gebruik van niet oorspronkelijke materialen is mogelijk mits dit gebeurt met respect voor de authenticiteit van de gevel voor orde WA1: Handhaven en herstellen van de voor de vormgeving bepalende kenmerken, zoals maat, materiaal, detaillering, verhouding en kleur. Dit moet zoveel mogelijk gebeuren in authentiek materiaal, kleur en detaillering en rekening houdend met de samenhang in het gevelbeeld
Hierbij geldt: n gevels met inbegrip van de gevelbeëindiging en oorspronkelijke architectonische elementen handhaven en herstellen in de oorspronkelijke karakteristiek n te handhaven en herstellen elementen zijn onder meer penanten, lateien, panelen, ornamenten, (sier)metselwerk, lijsten en balkons (afwijkingen vervangen in overleg) n metselwerk inclusief voegwerk uitvoeren gelijk aan oorspronkelijk en afwijkende reparaties vervangen n gevelreiniging is in overleg mogelijk als dat de oorspronkelijke karakteristiek van de architectuureenheid en het gevelmateriaal niet aantast n ventilatievoorzieningen bij geluidbelaste gevels integreren in gevelmateriaal en daarbij plaats, type en kleur van eventuele roosters in overleg bepalen (of opnemen in de detaillering van gevelkozijnen) n kleur in beginsel handhaven afgestemd op de oorspronkelijk karakteristiek n dak, dakranden, dakbedekking en goten in beginsel handhaven of herstellen in oorspronkelijke staat n hemelwaterafvoeren handhaven en herstellen op oorspronkelijke plaats n geen buitengevelisolatie bij panden orde WA1 (isoleren van binnenuit)
Hoofdstuk 6 | Gevelwijzigingen
Vervolg van: 6. AUP en Post-AUP 7. Woonerven en meanders 8. Woongebied na 1985 9. IJ-landen Beschermde gezichten Voor beschermde gezichten in deze systemen geldt voor alle gevels ook: n
n
herstel in of naar de oorspronkelijke karakteristiek met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg). panden in overleg restaureren naar oorspronkelijke kleuren
Zonwering n uitvoeren als beweegbaar vlak scherm of in de vorm van een valarm/markisolette voorzien van doek ten behoeve van wering van zonlicht n boven de begane grond aanbrengen binnen de raamnegge n afstemmen op gevelgeleding n is ondergeschikt in het gevelbeeld Monumenten Voor monumenten geldt in ieder geval: n
restauratief herstel met gebruik van oorspronkelijke materialen en detaillering (wijze van uitvoeren in overleg)
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
61
62
Hoofdstuk 6 | Dakramen
5. Dakramen Dakramen zijn toevoegingen aan een dakvlak, die in het straatbeeld niet snel zullen storen en die mede daarom in veel gevallen vergunningvrij zijn. Ze kunnen zo worden aangebracht, dat de hoofdvorm van het dak behouden blijft en dakbedekking rondom aanwezig is. Vanwege de bijzondere kapvorm en cultuurhistorische waarde gelden deze criteria niet voor stolpboerderijen. Uitgangspunten Voldoende afstand tot de goot en nok is nodig om het dakvlak als eenheid te respecteren. Voor cultuurhistorisch waardevolle gebieden is het nodig te zoeken naar (hoofd)vormen, die passen bij het karakter van de straat en de contour van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar houden. De nadruk per pand of ensemble ligt hierbij eveneens op herhaling, terwijl in pandsgewijze bebouwing meer onderscheid mogelijk is. Mede vanwege de mogelijkheden om vergunningvrij een dakraam te plaatsen is geen onderscheid gemaakt tussen gebieden. Beoordeling Een dakraam kan eenvoudig getoetst worden als aan de volgende standaardcriteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. De criteria zijn geschreven met als doel zo veel mogelijk zekerheid te geven over een positief resultaat van de welstandstoets en een eenvoudige vergunningsprocedure.
Trendsetters Plannen die gelijk zijn aan een trendsetter voldoen in vergelijkbare situaties ook aan redelijke eisen van welstand. Een plan dat een trendsetter volgt kan op eenvoudige wijze worden getoetst en vergund. Daarmee is niet gezegd dat kleine afwijkingen van trendsetters niet mogelijk zijn. Als een afwijkend plan voldoende ‘familie’ is van de trendsetter, zal dit met grote zekerheid positief beoordeeld worden. Gewogen oordeel Initiatieven die niet passen binnen de standaardcriteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen kunnen eventueel toch aan redelijke eisen van welstand voldoen. Dit vraagt echter om een gewogen oordeel door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (CRK). Datzelfde geldt voor plannen in de ruimtelijke systemen waarvoor geen criteria zijn opgenomen. Hierbij worden naast de criteria voor veel voorkomende kleine bouwplannen de gebiedscriteria en eventuele andere criteria zoals de criteria voor erfgoed (hoofdstuk 5) gebruikt.
Welstandsnota 2016 technische herziening april 2021
Monumenten, orde 1 en orde 2 Initiatieven die monumenten betreffen of bouwwerken van grote cultuurhistorische waarde (orde 1) worden niet eenvoudig getoetst, maar krijgen een gewogen oordeel door de CRK waarbij de onder erfgoed vermelde criteria worden gebruikt als richtlijn. Dit geldt ook voor ingrepen in gevels of kappen grenzend aan de openbare ruimte van panden die zijn gewaardeerd met orde 2. Criteria Algemeen n dakramen zijn ondergeschikt aan het dakvlak, voldoende afstand houden tot goot, nok en andere elementen in het dakvlak n vormgeving dakramen passend bij de karakteristiek van het pand n op schuine daken vlak aanbrengen met een hellingshoek gelijk aan die van het dak n meerdere exemplaren regelmatig rangschikken op horizontale lijn (ook met andere elementen als dakkapellen in het dakvlak) n terughoudend detailleren n kleuren komen overeen met het achterliggende dakvlak of zijn donker n in de binnenstad bij panden met orde 1 niet boven vlieringniveau plaatsen Erfgoed Voor monumenten en beschermde gezichten geldt ook: n n n
n
n
geen dakramen in het voordakvlak dakramen in dwarskappen minstens 1,50 m uit de voor- en achtergevellijn plaatsen op een positie niet zichtbaar vanuit de openbare ruimte en met inachtneming van de monumentale waarden dakkapellen, dakramen en andere toegevoegde elementen hebben opgeteld een breedte van niet meer dan 30% van de breedte van de kap dakramen verstoren het aanzien van het daklandschap niet
Hoofdstuk 6 | Balkons
63
6. Balkons Balkons zijn beloopbare vlakken met een balustrade of borstwering toegevoegd aan de buitenkant van een gevel. Balkons kunnen van grote invloed zijn op het gevelbeeld. Loggia’s in gevels en daken zijn veranderingen van het bouwvolume en vragen vanwege hun ingrijpende aard om een gewogen oordeel. Uitgangspunten Balkons maken deel uit van de gevel en zijn daarmee een belangrijk onderdeel van de architectuur van het gebouw en het straatbeeld. Balkons die zichtbaar zijn vanuit de openbare ruimte vragen om een zorgvuldige vormgeving, die past bij het karakter van het pand en de omgeving. De samenhang en ritmiek van het pand of de gevelwand mogen niet worden verstoord door incidenten.
In de criteria is onderscheid gemaakt tussen gebieden geschikt voor een eenvoudige inpassing (eenvoudig en gewoon welstandsniveau) en gebieden waar een zorgvuldige inpassing op zijn plaats is (bijzonder en beschermd welstandsniveau). Beoordeling Een balkon kan eenvoudig getoetst worden als aan de volgende standaardcriteria wordt voldaan, waarbij kleine afwijkingen denkbaar zijn om herhalingsplannen mogelijk te maken. De criteria zijn geschreven met als doel zo veel mogelijk zekerheid te geven over een positief resultaat van de welstandstoets en een eenvoudige vergunningsprocedure.
Als een balkon niet vergunningvrij kan worden gerealiseerd, regelt het bestemmingsplan in eerste instantie de plaatsingsmogelijkheden en de grootte. Het bestemmingsplan geeft aan óf een balkon mogelijk is en onder welke ruimtelijke randvoorwaarden.
Trendsetters Plannen die gelijk zijn aan een trendsetter voldoen in vergelijkbare situaties ook aan redelijke eisen van welstand. Een plan dat een trendsetter volgt kan op eenvoudige wijze worden getoetst en vergund. Daarmee is niet gezegd dat kleine afwijkingen van trendsetters niet mogelijk zijn. Als een afwijkend plan voldoende ‘familie’ is van de trendsetter, zal dit met grote zekerheid positief beoordeeld worden.
Voor gebieden met individuele bebouwing is het uitgangspunt, dat (hoofd)vormen passen bij het karakter van de straat en de contour van het oorspronkelijke gebouw zichtbaar blijft. Voor seriematige bebouwing is het uitgangspunt herhaling van vergelijkbare exemplaren, die passen bij de gevelgeleding en het karakter van de straat. Bij samenhangende gevelwanden en ensembles is behoud of herstel van de oorspronkelijke karakteristiek en verhoudingen uitgangspunt. Bij renovatie van ensembles of (appartementen)blokken kan een nieuwe gevelinvulling met andere balkons op zijn plaats zijn.