CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. De Ruijterkade 5_bijlagen bij toelichting.pdf

RAAD 9 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het bestemmingsplan De Ruijterkade 5 (VN2025-010387)16.167 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Bestemmingsplan De Ruijterkade 5

Vastgesteld

Gemeente Amsterdam Ruimte en Duurzaamheid bestemmingsplan De Ruijterkade 5

Colofon

Opdrachtgever Opdrachtnemer

Ruimte en Duurzaamheid

IMRO_idn

NL.IMRO.0363.A2301BPSTD-VG01

Datum print

6 Juni 2025

Planstatus

vastgesteld

blz. 3

Inhoudsopgave bijlagen bij toelichting

5

Bijlage 1

Advies BWE

7

Bijlage 2

Behoefte onderzoek

23

Bijlage 3

Mer-beoordeling

41

Bijlage 4

Luchtkwaliteitsonderzoek

55

Bijlage 5

Externe veiligheidsonderzoek

69

Bijlage 6

Advies brandweer

343

Bijlage 7

Bodemonderzoek

347

Bijlage 8

Trillingsonderzoek

669

Bijlage 9

Verkeer- en parkeeronderzoek

703

Bijlage 10

Watertoets

745

Bijlage 11

Archeologisch onderzoek

763

Bijlage 12

Quickscan natuur

795

Bijlage 13

Stikstofdepositieonderzoek

815

Bijlage 14

Vleermuizenonderzoek

849

Bijlage 15

Hoogbouweffectrapportage

861

Bijlage 16

Nota zienswijzen

925

Bijlage 17

Toelichting in PDF

941

Gemeente Amsterdam

blz. 4

bestemmingsplan_De Ruijterkade 5 (vastgesteld)

blz. 5

bijlagen bij toelichting

Gemeente Amsterdam

blz. 6

bestemmingsplan_De Ruijterkade 5 (vastgesteld)

blz. 7

Bijlage 1

Advies BWE

Gemeente Amsterdam

Advies inzake planvorming De Ruijterkade 5 Aan Kopie aan

Wethouder Monumenten en Erfgoed Bureau Werelderfgoed, Inez Weyermans, (i.weyermans@amsterdam.nl) Hester Ombre, Herman Zonderland, Peter Schravendijk

Datum

donderdag 27 maart 2025

Van

Context Voor de locatie De Ruijterkade 5 is een nieuw bestemmingsplan in procedure. Dit bestemmingsplan maakt herontwikkeling van een nieuw kantoorgebouw op de locatie mogelijk. In het ontwerpbestemmingsplan was een volume met een maximale bouwhoogte van 35,5 meter opgenomen. Op dit volume is op 6 mei 2024 door Bureau Werelderfgoed (BWE) negatief geadviseerd. Naar aanleiding van dit advies is het beoogde volume in het bestemmingsplan aangepast. Op basis van dit aangepaste plan voor De Ruijterkade 5 is een vervolgadvies gevraagd aan Bureau Werelderfgoed (BWE). Bureau Werelderfgoed fungeert als geformaliseerd coördinatiepunt en kenniscentrum tussen gemeentelijke diensten en instellingen en stadsdelen, die een rechtstreekse betrokkenheid en/of verantwoordelijkheid hebben bij het in stand houden van de Outstanding Universal Value van de 17e-eeuwse grachtengordel als Werelderfgoedgebied. Eén van de taken van Bureau Werelderfgoed is adviseren over zaken die ongewenste ontwikkelingen en risico op aantasting van de Outstanding Universal Value van de ‘site’ kunnen zijn. Het is van belang om in dit advies ook te vermelden dat het betreffende pand gelegen is op een perceel met een zogenaamd ‘witte vlek’ voor wat betreft het bestemmingsplan.

In het nominatiedossier en bijbehorend managementplan uit 2008 staat abusievelijk dat er voor geheel stadsdeel Centrum uitgewerkte bestemmingsplannen waren. Dit is de enige uitzondering op de regel. De uitgangssituatie van dit plan is daarmee uniek; er zijn geen andere ‘witte vlekken’ in het rijksbeschermde stadsgezicht ‘Amsterdam binnen de Singelgracht’. Dat houdt in, dat dit een unieke casus is en er geen cumulatie zal optreden. In dit traject is dit het vervolgadvies dat Bureau Werelderfgoed opstelt. Voor een goede documentatie van het proces zal dit document uitgebreider zijn, aangezien het elementen van het vorige advies herhaalt. In een eerder stadium geraadpleegde documentatie en vraagstelling Gedurende het traject is eerst een advies geschreven (6 mei 2024) op basis van het volume zoals voorgesteld in het ontwerp bestemmingsplan (SIRK, 17 augustus 2022), en het daarop volgende verslag van de Integrale Commissie Advies nr. 2022-10. In juni 2023 is voor het aangepaste plan een Hoogbouw Effect Rapportage (HER) aangeleverd. Deze was geen onderdeel van de stukken op basis waarvan de SIRK in augustus 2022 tot haar reactie kwam.

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 2 van 14

De Herengracht ligt in de kernzone van het UNESCO Werelderfgoed, en een eventuele visuele impact op de zichtlijnen vanuit deze hoofdgracht moeten worden bestudeerd met behulp van visualisaties, om een weloverwogen advies te geven. Nadat in januari 2024 een extra zichtlijnenstudie werd aangeleverd door de ontwikkelde partij, met een uitbreiding van een aantal standpunten vanuit de kernzone van het werelderfgoedgebied van Amsterdam, kwam BWE tot de conclusie dat zij negatief moest adviseren, doordat het ontwerp een waarschijnlijke aantasting van de Outstanding Universal Value zou betekenen. Afbeeldingen 1, 2, 3, 4a en 4b geven de situatie weer van het eerste plan.

Afbeelding 1: luchtfoto met beoogde locatie De Ruijterkade 5

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 3 van 14

Afbeelding 2: bebouwing aan de De Ruijterkade. Het Kamer van Koophandel gebouw rechts, glazen gevel.

Afbeelding 3: Beoogd ontwerp uit 2023. Hierop is het eerdere negatieve advies van BWE gebaseerd.

Gemeente Amsterdam

Afbeelding 4 a : Bestaande zichtlijn vanaf de Herengracht ‘schoon’

Datum 27 maart 2025 Pagina 4 van 14

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 5 van 14

Afbeelding 4b: zichtlijn vanaf de Herengracht met visualisatie Ontwerp 2023. Vervolg met hernieuwd ontwerp In augustus 2024 is door de ontwikkelaar een voorstel tot aanpassing, een uitgebreide volumestudie op het bovengenoemde plan aangeleverd. Hierin zijn drie varianten van het volume uitgewerkt. Daarop heeft in oktober een gesprek plaatsgevonden met de ontwikkelende partij en diens architecten. Voor deze volumestudies is het advies en ‘ontwerpoog’ van architect Hubert Jan Henket, gespecialiseerd in de relaties tussen oud- en nieuwbouw, herbestemming, renovatie en restauratie, ingezet, in samenwerking met de Architectencie. Tijdens overleg waren vanuit de gemeente BWE, de betrokken stedenbouwkundige en vertegenwoordiging van het projectbureau aanwezig. Daar werd voor alle betrokkenen, ook de ontwikkelaar duidelijk, dat er slechts één variant bespreekbaar was, namelijk variant C (zie afbeelding 8c). Dit is de enige variant waarbij de zichtbaarheid zodanig was, dat deze als startpunt kon dienen voor een acceptabel volume, namelijk nauwelijks zichtbaar vanuit de kernzone (Herengracht). De bovenste bouwlaag (met maximale bouwhoogte van 31,5 meter) valt dan als het ware ‘voor’ de wand van het zogenaamde IJdok. Daarmee is van verlies van doorzichten/zichtlijnen beperkt sprake, omdat het IJdok reeds is gerealiseerd en gelegen is in dezelfde zichtlijn.

Gemeente Amsterdam

Afbeelding 5: visualisatie hernieuwd ontwerp augustus 2024 (variant C)

Afbeelding 6: huidige situatie gezien vanaf de Herengracht

Datum 27 maart 2025 Pagina 6 van 14

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 7 van 14

Afbeelding 7: situatie met uitwerking eerste voorstel 2023 (waarop negatief is geadviseerd)

Afbeelding 8a: Herziene plan (augustus 2024) Variant A

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 8 van 14

Afbeelding 8b: Herziene plan (augustus 2024) Variant B

Afbeelding 8c: Herziene plan (augustus 2024) variant C. Vervolgadvies gaat in op deze variant. Afgesproken werd, dat Variant C verder uitgewerkt zou worden, met een eerste voorstel qua materiaal en kleurstelling zodat visueel kan worden gemaakt, dat het silhouet van variant C bijna organisch kan overgaan in het huidige dakenlandschap en zelfs als een ‘verzachting’ kan functioneren richting de huidige, vrij harde overgang naar het IJdokgebouw.

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 9 van 14

Uitwerking variant C Recentelijk (februari 2025) is de uitwerking van variant C gepresenteerd, in aanwezigheid van dezelfde vermelde partijen. Op basis van de uitwerking van deze variant C baseren we onderstaand advies. Het concretiseren van de impact van de huidige volumestudie geeft inzichten in de effectminimalisatie. Op basis van de huidige uitwerking lijkt de impact van planontwikkeling marginaal te zijn, dankzij zeer geringe zichtbaarheid. Achtergrond verantwoordelijkheden werelderfgoedstatus UNESCO hecht veel belang aan het aspect 'visual impact' (visueel effect). Hedendaagse stedelijke ontwikkelingen, zoals hoogbouw en eigentijdse architectuur, kunnen van invloed zijn op stadssilhouetten, het daklandschap, zichtlijnen of doorzichten en de authenticiteit en integriteit van het historische stedelijke landschap bedreigen. Van deze ontwikkelingen kan vooral hoogbouw een groot visueel effect op de grachtengordel hebben. UNESCO stelt dat het hoogbouwbeleid van steden uit moet gaan van de internationaal voor het Werelderfgoed geldende charters en verdragen, waaronder het Charter van Washington en het Vienna Memorandum.

In meer recente papers van het Werelderfgoed Comité en diens adviesorgaan ICOMOS over de maatschappelijke en culturele betekenis van het historische stedelijke landschap in relatie tot hedendaagse ontwikkelingen in stedenbouw en architectonisch ontwerp worden nadere richtlijnen gegeven. In essentie houdt dit voor Amsterdam in dat hoogbouw mogelijk is wanneer de uitzonderlijke universele waarde en de authenticiteit en integriteit van de grachtengordel niet in het geding komen. Concreet gaat het om de bescherming en instandhouding van bestaande zichtassen/doorzichten, stadssilhouetten en het daklandschap van de grachtengordel. Outstanding Universal Value Het Statement of Outstanding Universal Value is de omschrijving die een Werelderfgoed krijgt van UNESCO, als deze wordt ingeschreven op de Werelderfgoedlijst. De 17e-eeuwse grachtengordel van Amsterdam binnen de Singelgracht is in 2010 bijgeschreven op de lijst. Het Statement beschrijft in het kort wat deze ‘site’ zo uniek maakt. Om de procedure voor een potentieel Werelderfgoed in goede banen te leiden, heeft UNESCO 10 criteria opgesteld. Elk Werelderfgoed moet tenminste aan één van deze criteria voldoen. De Amsterdamse Grachtengordel is ingeschreven op basis van criteria i, ii en iv.

In dit advies wordt specifiek gekeken naar een eventuele aantasting van het Statement of Oustanding Universal Value (SOUV) waarin bovengenoemde criteria zijn verwoord. Naast de OUV kijken we ook naar de Authenticity and Integrity en de Visual impact, gebaseerd op de uitwerking van variant C. Op basis van de zichtlijnenstudies vanuit meerdere standpunten kan worden geconcludeerd, dat de huidige zichtlijnen vanuit de kernzone (specifiek vanaf de Herengracht/ Blauwburgwal en de Herengracht/ Leliegracht) in noordelijke richting door variant C niet worden aangetast. Er lijkt geen sprake van een visuele aantasting van de kernzone. Het ‘dakenlandschap’ richting het IJ wordt enigszins ingevuld door een gevel die alterneert, waardoor deze zich vervlecht met de huidige hoge wand van het IJdokgebouw.

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 10 van 14

Authenticity and Integrity Relevant is of deze ontwikkeling in de bufferzone de integriteit (compleetheid en het intact zijn) van de kernzone aantast. Tast de hoogbouw de attributen aan, welke de OUV uitdragen? Variant C wordt uitgewerkt met als doel om hedendaagse architectuur en stedelijke planologie te realiseren en tegelijkertijd het cultureel erfgoed en het historisch stedelijk landschap te respecteren en het gebouw hierin te integreren. Daarbij wordt aandacht besteed aan de zichtbaarheid op afstand en de inpassing in de bestaande structuur. De impact op afstand en in belangrijke zichtlijnen en assen worden zichtbaar gemaakt in een inpassingsstudie aan de hand van ingetekend relevant fotomateriaal. Met de rapportage wordt aangetoond dat de uitwerking van het plan acceptabel en verantwoord is. Doordat de daadwerkelijke ontwikkeling plaats zal vinden buiten deze grachten, blijft de structuur van hoofd- en radiaalgrachten en het patroon van straten en stegen intact, ook in schaal en maat. Daardoor wordt de authenticity van de ‘site’ niet aangetast. Bij daadwerkelijke uitwerking van variant C zal achter de aaneengesloten karakteristieke en gevarieerde gevel van de Brouwersgracht de nieuwbouw enigszins zichtbaar worden.

De huidige aanblik van de Brouwersgracht kenmerkt zich door het onderscheid aan bouwhoogte en -massa, en door materiaalgebruik van voornamelijk baksteen en natuursteen. Doordat de strakkere gevelwand van het IJdok zich daar ‘achter’ bevindt, zal de aanblik niet in het gedrang komen met de komst van de voorgestelde gevelwand van variant C. Er zal geen sprake zijn van schaalbreuk. In de uitwerking van de gevelwand van variant C wordt rekening gehouden met typologie en materiaalgebruik van de huidige gevels. Daarmee wordt ook de integrity niet aangetast. De beperkte visual impact van variant C is weergegeven in een visualisatie:

Afbeelding 9a: Visualisatie van huidige situatie. Vanaf Herengracht kijkend naar Brouwersgracht. De wand van IJdokgebouw is prominent zichtbaar.

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 11 van 14

Afbeelding 9b: Visualisatie van situatie bij uitwerking variant C

Afbeelding 10a: Fotomontage van de huidige situatie ter hoogte van de Herengracht, richting de Brouwersgracht.

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 12 van 14

Afbeelding 10b: Fotomontage van situatie met uitwerking variant C

Afbeelding 11: Variant C in relatie tot het perspectief vanuit de Herengracht Conclusie en advies De zichtlijnen dienen op basis van de criteria i en iv beschermd te worden. Omdat met het voorliggende plan door de zichtlijnenstudie wordt aangetoond dat vanaf de Herengracht deze zichtlijn nauwelijks tot niet wordt aangetast, wordt geen afbreuk gedaan aan de authenticiteit en integriteit van het historische stedelijke landschap, en daarmee dus ook niet op de Statement of

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 13 van 14

Outstanding Universal Value. Ook het daklandschap is als attribuut onderdeel van de OUV. Hiervoor geldt, dat de visuele verzachting van de overgang naar het IJdokgebouw die de uitwerking van variant C brengt, opweegt tegen de minimale aantasting van de gevellijn. Deze aantasting is alleen te zien in de technische tekening en valt weg in de fotomontage, die de werkelijke beleving veel dichter benadert. De rij van aaneengesloten karakteristieke en gevarieerde gevels, in het nominatiedossier benoemd onder authenticiteit, blijft behouden. Door een combinatie van de voorgestelde kleine beukmaat en de geschetste materiaalwisseling per beuk kan een verzachting optreden ten opzichte van de huidige situatie met het zicht op het IJdok. Nominatiedossier en Managementplan Het nominatiedossier waarmee de 17e-eeuwse Grachtengordel van Amsterdam is ingeschreven op de werelderfgoedlijst, is voorbereid door de Rijksdienst van het Cultureel Erfgoed in nauwe samenwerking met de gemeente Amsterdam. Een managementplan is onderdeel van dit nominatiedossier. Doel van managementplan is beschrijven hoe de gemeente Amsterdam invulling geeft aan het in stand houden, uitdragen en waar mogelijk en gewenst versterken van de uitzonderlijke en universele waarde van het Werelderfgoed voor huidige en toekomstige generaties.

Het plan gaat in op de beleidsmatige bescherming, de beheersmatige bescherming en het uitdragen van de waarden van het Werelderfgoed. Recentelijk (juli 2023) is een actualisatie van dit Managementplan gemaakt door de gemeente Amsterdam, en toegevoegd aan het dossier bij het Werelderfgoed centrum van UNESCO Parijs. In het Managementplan wordt het hoogbouwbeleid van de gemeente Amsterdam beschreven. Op het moment van vaststellen van het Managementplan was een nieuw hoogbouwbeleid in de maak. In de vigerende hoogbouwvisie, en ook in het nieuwe beleid wordt aangegeven dat aantasting van de zichtlijnen vanuit de kernzone van het Werelderfgoed niet toegestaan is. De Nederlandse Staat is formeel verantwoordelijk voor de Nederlandse door UNESCO op de werelderfgoedlijst opgenomen werelderfgoederen. Binnen Nederland geldt dat het management van het Werelderfgoed niet berust bij de Rijksoverheid. Voor de grachtengordel is in 2010 het siteholderschap en daarmee het sitemanagement belegd bij het dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum. Bureau Werelderfgoed is aangewezen als operationele sitemanager en voert de managementtaken uit in samenwerking het met dagelijks bestuur van stadsdeel Centrum. Geraadpleegde documenten: - Het nominatiedossier van The seventeenth century canal ring area of Amsterdam within the Singelgracht (opgesteld door de RCE, 2008).

Met extra raadpleging van beschrijving rijksbeschermd stadsgezicht van Amsterdam binnen de Singelgracht (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, 1999). - Het Managementplan (2008) en de actualisatie van het Managementplan (2023) voor The seventeenth century canal ring area of Amsterdam within the Singelgracht - Hoogbouwvisie van Amsterdam: Ten tijde van de eerste planvorming was de Hoogbouwvisie, vastgesteld in 2011, vigerend. In hoofdstuk 1 van de hoogbouwvisie staat vermeld: ‘Vanzelfsprekend is de visie op hoogbouw beschermend voor het gebied binnen de Singelgrachtzone. Rondom het Singelgrachtgebied is op de kaart om die reden een zone van 2 kilometer opgenomen. Uitgangspunt voor deze zone is dat daar waar het historisch gelaagde

Gemeente Amsterdam

Datum 27 maart 2025 Pagina 14 van 14

stadsbeeld tot een geheel vergroeid is geraakt, dit niet door nieuwe bebouwing- afwijkend in maat en schaal, mag worden aangetast‘. In hoofdstuk 2 wordt dit verder gespecificeerd: ‘Een belangrijk aspect van het hoogbouwbeleid is de bescherming van de bijzondere kwaliteiten van het UNESCO-gebied (zie hoogbouwkaart). Schaalbreuk of aantasting van weefsel of typologie zijn hier niet acceptabel. In dit gebied is maximaal middelhoogbouw toegestaan, alsmede hogere bebouwing voor zover passend binnen per heden vigerende bestemmingsplannen, e.e.a. met inachtneming van de HER procedure.‘ -Hoogbouwbeleid Amsterdam (2024): Doordat de aanloopperiode van het ontwerp tot huidig stadium een aantal jaar in beslag heeft genomen, is inmiddels het Hoogbouwbeleid, vastgesteld in het voorjaar 2024 van kracht. Deze volgt wat betreft het aspect “visual impact” de richtlijnen zoals ook beschreven in de Hoogbouwvisie. Het nieuwe beleid is wel helderder in de regels: • In beschermde stadsgezichten (waaronder UNESCO-gebied) is geen hoogbouw toegestaan; • In Amsterdam is hoogbouw in een groot deel van de stad: hoger dan 30 meter.

In een aantal buurten, zoals het beschermd stadsgezicht, is al sprake van hoogbouw wanneer gebouwen hoger zijn dan 1,25 maal de hoogte van de directe omgeving; • Voor de wanden aan de zuidelijke IJ-oever wordt een overwegende hoogte van 30 meter voorgeschreven, met her en der een hoger en steviger gebouw; • Het Havengebouw (1960), ontworpen door Willem Dudok, aan de De Ruijterkade 7 heeft een hoogte van 54,5 meter.

blz. 22

bestemmingsplan_De Ruijterkade 5 (vastgesteld)

blz. 23

Bijlage 2

Behoefte onderzoek

Gemeente Amsterdam

blz. 40

bestemmingsplan_De Ruijterkade 5 (vastgesteld)

blz. 41

Bijlage 3

Mer-beoordeling

Gemeente Amsterdam

Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling ontwikkeling De Ruijterkade 5, Amsterdam 7 augustus 2023

Kenmerk

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

Verantwoording Titel

Aanmeldingsnotitie m.e.r.-beoordeling ontwikkeling De Ruijterkade 5, Amsterdam

Opdrachtgever

Gemeente Amsterdam

Projectleider

Suzanne Swenne

Auteur(s)

Casper Bennink

Tweede lezer

Suzanne Swenne

Kenmerk

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

Aantal pagina’s

11 (exclusief bijlagen)

Datum

7 augustus 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/13

Kenmerk

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

Inhoud 1

Inleiding ..................................................................................................................................... 4

2

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? .............................................................................. 5

3

Toetsing ..................................................................................................................................... 5

3/13

Kenmerk

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

1 Inleiding De gemeente Amsterdam en ontwikkelaar werken samen aan een herontwikkeling van de kantoorlocatie De Ruijterkade 5. De planontwikkeling betreft sloop van het huidige kantoorgebouw en nieuwbouw van een duurzaam kantoorgebouw van circa 26.000 m2 BVO verdeeld over de begane grond en 7 verdiepingen met voorzieningen in de plint en inpandig parkeren (circa 90 plekken). Het uitgangspunt is dat de parkeerkelder op hetzelfde niveau komt als de huidige parkeerkelder en dat parkeren op het maaiveld naar inpandig gaat. Het bouwplan blijft binnen de contouren van de erfgrenzen, maar gaat wel buiten de grenzen van het huidige gebouw. De totale ontwikkeling is circa 26.000 m2 BVO. Daarvan is de:  Begane grond/entresol: circa 1.800 m2 BVO-kantoor, circa 900 m2 BVO horeca/bedrijven (nader te bepalen), en circa 800 m2 fiets parkeren 

Op de bovengelegen verdiepingen: kantoren

Figuur 1.1 De Ruijterkade 5 (rood omkaderd) in Amsterdam.

In figuur 1.1 is het plangebied met de beoogde herontwikkeling weergegeven. Om het milieu een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming van het bestemmingsplan, moet worden getoetst of in het kader van deze ontwikkeling een milieueffectrapportage nodig is. Uit het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) volgt dat voor deze ontwikkeling een vormvrije m.e.r.-

Kenmerk

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

beoordeling moet worden uitgevoerd. In deze aanmeldingsnotitie is de vormvrije m.e.r.beoordeling van de voorgenomen activiteit opgenomen.

2 Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling? In de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r. wordt onderscheid gemaakt tussen activiteiten die m.e.r. plichtig zijn (de zogenaamde bijlage C‐activiteiten) en activiteiten, die m.e.r.‐ beoordelingsplichtig zijn (de zogenaamde bijlage D‐activiteiten). M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de beslissing of de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden genomen. Bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van de m.e.r. procedure wenselijk/noodzakelijk maken. De voorgenomen activiteit is opgenomen in bijlage D categorie 11.2 (stedelijk ontwikkelingsproject) van het Besluit m.e.r., maar blijft onder de drempelwaarde. Daarom is het voor de voorgenomen activiteit noodzakelijk een vormvrije m.e.r.beoordeling uit te voeren. Dit moet op grond van artikel 2 lid 5 sub b van het Besluit m.e.r. Op grond van dat artikel dient ook voor 'overige gevallen' beoordeeld te worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen. De toetsing is gedaan aan de hand van de selectiecriteria in bijlage III, EU richtlijn 2014/52/EU. Dit betreffen 1) de kenmerken van het project, 2) de plaats van het project en 3) de kenmerken van het potentiële effect.

3 Toetsing Voor het uitvoeren van de toetsing is gebruik gemaakt van diverse onderzoeksrapporten voor de verschillende milieuthema’s. Hiervan zijn literatuurverwijzingen in de voetnoten opgenomen. Projectnaam 1)

De Ruijterkade 5, Amsterdam

Kenmerk van het project

Omvang van het project (relatie met

Het project omvat de sloop van het huidige kantoorgebouw en de

drempel D-lijst)

nieuwbouw van een duurzaam kantoorgebouw van circa 26.000 m2 BVO. Dit kan worden geclassificeerd als een stedelijk ontwikkelingsproject, waardoor het onder de D lijst, artikel 11.2, van het Besluit m.e.r. valt.

Artikel 11.2 luidt als volgt: ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.’ De volgende drempelwaarden worden hierbij gehanteerd: 1.

Een oppervlakte van 100 ha of meer

2.

Een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen

3.

Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer

De beoogde ontwikkeling heeft betrekking op een bedrijfsvloeroppervlakte van 26.000 m2. De geplande ontwikkeling blijft dus ver beneden de drempelwaarden van de m.e.r.-beoordelingsplicht.

Kenmerk

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

Projectnaam

De Ruijterkade 5, Amsterdam Voor activiteiten die op de D lijst voorkomen maar onder drempelwaarden liggen, dient wel een vormvrije m.e.r. beoordeling te worden uitgevoerd.

Cumulatie met andere projecten

Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten, omdat in de directe omgeving geen andere projecten worden uitgevoerd.

Gebruik natuurlijke hulpbronnen

De ontwikkeling van de voorziene activiteiten legt geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen.

Productie afvalstoffen

Tijdens de werkzaamheden en de gebruiksfase daarna vindt er geen productie van stoffen plaats, dat leidt tot gevaarlijke of milieubelastende afvalstoffen of tot effecten voor de bodem- en waterkwaliteit.

Voor de afvoer van huishoudelijk afval worden de reguliere procedures en processen gevolgd, waardoor geen sprake is van belangrijke (rest)effecten in relatie tot een m.e.r.-procedure. Verontreiniging en hinder

Zowel tijdens de bouw als daarna zijn de aspecten trillingen, verkeer, geluid, bodem, archeologische en cultuurhistorische waarden, water, ecologie, stikstof, luchtkwaliteit en externe veiligheid mogelijk relevant. Deze aspecten komen verder aan bod bij de beschrijving van milieueffecten.

Risico voor ongevallen

De beoogde herontwikkeling ‘De Ruijterkade 5’ zorgt niet voor een toename van risico’s voor de omgeving. Er worden geen extra gevaarlijke stoffen geproduceerd, opgeslagen of vervoerd.

Plaats van het project Bestaande grondgebruik

Het plangebied bestaat uit een perceel dat bijna geheel in beslag genomen wordt door een kantoorpand. Het huidige kantoorpand wordt gesloopt, en een nieuw groter kantoorpand komt daarvoor in de plaats. Het nieuwe kantoorpand neemt een groter oppervlak van het perceel in beslag, waardoor het bebouwd percentage grondgebruik toeneemt. Het deel wat onbebouwd is zal kleiner worden, maar dat kleinere oppervlak zal voor een groter percentage bestaan uit paden en groen.

Rijkdom aan en kwaliteit en

Niet van toepassing.

regeneratievermogen natuurlijke hulpbronnen van het gebied Opnamevermogen milieu met

Het betreft een stedelijk gebied. Hieronder wordt per thema ingegaan

aandacht voor wetlands,

op mogelijke aanwezige waarden in het plangebied.

kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, HA/

Trillingen

richtlijngebieden, gebieden waar

In opdracht van de gemeente Amsterdam heeft de combinatie Cohere

milieunormen worden overschreden,

Consultants en TAUW een trillingsonderzoek1 uitgevoerd.

gebieden met hoge

Er wordt voor het toekomstige kantoorgebouw aan De Ruijterkade 5

bevolkingsdichtheid, landschappelijk

geen overschrijding van de SBR-richtlijn deel B verwacht als gevolg

historisch cultureel of archeologische

van spoortrillingen. De gemeten trillingsniveaus in het huidige gebouw

gebieden van belang.

liggen laag en er is geen sprake van opslingering. Opslingering wordt ook niet in het toekomstige gebouw verwacht. Daarvoor geldt dat voor kantoren een streefwaarde van A2=0,6 wordt gehanteerd (voor

1

Cohere Consultants (2023). CC-REP20230701, Trillingsonderzoek Ruitjerkade 5 Amsterdam 6/13

Kenmerk

Projectnaam

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

De Ruijterkade 5, Amsterdam woningen geldt een strengere streefwaarde van 0,2). De gemeten maximale trillingsniveaus liggen allemaal onder de streefwaarde A2 voor kantoorgebouwen van 0,6. Hoewel ook in het geval met vloeropslingering wordt voldaan aan de streefwaarde van de SBR-richtlijn, valt het aan te bevelen vloeropslingering te vermijden door met de eigenfrequentie van vloeren weg te blijven van 5 Hz. Aanbevolen wordt hiermee in het ontwerp rekening te houden.

Verkeer Om de verkeerssituatie in beeld te brengen is er door de gemeente Amsterdam een Verkeers- en parkeeronderzoek2 uitgevoerd. De herontwikkeling van De Ruijterkade 5 veroorzaakt geen nieuwe knelpunten en draagt niet significant bij aan bestaande knelpunten. Het aantal parkeerplaatsen blijft gelijk, waardoor de toename van het autoverkeer beperkt blijft. De kruispuntbelasting op de kruispunten De Ruijterkade west – Droogbak, Droogbak – Nieuwe Westerdokstraat, Westerdoksdijk – Barentszplein en Houtmankade – Tasmanstraat vormen in de huidige situatie al een knelpunt. Door aanpassingen van de groentijden kan hier de doorstroming mogelijk nog worden verbeterd. Het aantal geplande autoparkeerplekken past binnen de parkeernorm. Voor fiets- en scooterparkeren dienen tenminste 818 fiets- en 67 scooterstallingsplekken te worden gerealiseerd.

Geluid (akoestisch onderzoek) De toekomstige bestemming, kantoor, is geen gevoelige bestemming vanuit de Wet geluidhinder. Ook bevinden zich geen gevoelige functies, zoals woningen of scholen, in de directe omgeving van de nieuwbouw. Eventuele effecten vanuit het kantoorgebouw op de omgeving zijn daarom eveneens niet aan de orde. Vanuit het onderdeel geluid worden zodoende geen nadelige milieueffecten verwacht.

Bodem In opdracht van de gemeente Amsterdam heeft de combinatie HB Adviesbureau en TAUW een nader onderzoek3 uitgevoerd naar de verontreiniging veroorzaakt door een voormalige vetgasfabriek aan de De Ruijterkade in Amsterdam. De aanleiding voor de uitvoering van het bodemonderzoek is de aanwezigheid van een geval van ernstige bodemverontreiniging en de wens van de gemeente Amsterdam om goed onderbouwd toe te werken naar een stabiele eindsituatie. Om het nader onderzoek richting te geven is een conceptueel model opgesteld. Hieruit volgen een aantal onzekerheden die in het bodemonderzoek zijn onderzocht.

2 3

Gemeente Amsterdam (2023). O-230174, Verkeers- en parkeeronderzoek herontwikkeling De Ruijterkade 5 TAUW (2022). R001-1279638MLX-V03-mfv-NL, Nader onderzoek voormalig vetgasfabriek De Ruijterkade 5 te Amsterdam 7/13

Kenmerk

Projectnaam

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

De Ruijterkade 5, Amsterdam Middels uit uitgevoerde bodemonderzoek is duidelijk geworden dat: 

Er geen sprake is van de aanwezigheid van een zaklaag ter plaatse van de voormalige vetgasfabriek

Momenteel is er geen verspreiding van verontreiniging in concentratie groter dan de I-waarde in de deklaag richting het IJ. In het zandpakket aan de strook langs de De Ruijterkade is geen sterke verontreiniging aangetroffen. In de ondergrond (kleilaag) is nog wel in het grondwater een sterke verontreiniging aangetoond. Dit wordt gezien als een oude restverontreiniging en dit heeft geen invloed op verspreiding richting het IJ. De aanwezige damwand voorkomt uitspoeling van verontreiniging naar het IJ. Er zijn geen aanwijzingen dat er voorkeursstroming heeft plaatsgevonden via het oude spoorbed. De rol en invloed van de drain in het freatische grondwater bij de damwand op de De Ruijterkade is niet opgehelderd

Er is verontreiniging met BTEX en PAK aanwezig in het grondwater in het Pleistocene pakket. De stromingsrichting van het grondwater is westelijk tot zuidelijk. Stroomafwaarts in westelijke en zuidelijke richting overschrijden de concentraties de S-waarde

Daar waar in het diepere grondwater een hoge concentratie aan aromaten waaronder benzeen is aangetroffen, is een ondiepe peilbuis geplaatst om te verifiëren of er mogelijk onaanvaardbare humane risico’s zijn als gevolg van uitdamping. In het ondiepe grondwater overschrijden naftaleen de I-waarde, xylenen de Twaarde en benzeen de S-waarde. Er wordt geconcludeerd dat er geen sprake is van onaanvaardbare humane risico’s als gevolg van uitdamping

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt geconcludeerd dat de verontreiniging in grond en grondwater met BTEX, PAK en minerale olie afkomstig van de voormalige vetgasfabriek een geval van ernstige bodemverontreiniging betreft. De omvang van de verontreiniging in het grondwater in concentraties groter dan de I-waarde wordt geschat op circa 24.000 m3.Deze verontreiniging leidt niet tot een onaanvaardbaar humaan, ecologisch of verspreidingsrisico. Tijdens uitvoering van de werkzaamheden worden maatregelen getroffen om het kantoorgebouw te realiseren. Verontreinigde grond wordt verwijderd en afgevoerd. Hiermee zorgt de nieuwbouw voor een plaatselijke verbetering van de milieukwaliteit doordat de hoeveelheid verontreinigde grond wordt verminderd. Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan vanuit het milieuthema bodem geen belangrijke nadelige milieugevolgen kent.

8/13

Kenmerk

Projectnaam

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

De Ruijterkade 5, Amsterdam Archeologische en cultuurhistorische waarden Om de archeologische en cultuurhistorische waarde van het plangebied te bepalen, is archeologisch onderzoek4 en cultuurhistorisch onderzoek5 uitgevoerd. Het cultuurhistorisch onderzoek richt op een groter gebied dan alleen het plangebied.

Aangezien de voorgenomen graafwerkzaamheden met een diepte van circa NAP -0,30 m beperkt blijven tot de recent opgebrachte grond, leidt de bodemingreep niet tot aantasting van eventuele archeologische waarden. Het project wordt daarmee vrijgesteld van verder archeologisch onderzoek. Effecten op archeologie worden hiermee uitgesloten.

Cultuurhistorisch belangrijke waarden in het gebied waar De Ruijterkade onder valt (Westelijk Stationseiland) zijn het Havengebouw (gemeentemonument) met aanbouw en parkeerterrein. Het plangebied van de Ruijterkade 5 ligt naast het Havengebouw (Ruijterkade 7), maar er vindt geen overlap plaats. Vanuit archeologische en cultuurhistorische waarden doen zich geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor.

Water Inleiding Sinds 1 november 2003 is de watertoets wettelijk verplicht voor plannen in het kader van de Wet ruimtelijke ordening. Ruimtelijke plannen en besluiten kunnen gevolgen hebben op de waterhuishouding. Voorbeelden hiervan zijn een achteruitgaande waterkwaliteit, verdroging van natuurgebieden, et cetera. De watertoets heeft als doel deze negatieve effecten te voorkomen en mogelijke kansen voor het watersysteem te benutten. Bij de watertoets gaat het om het meenemen van water bij ruimtelijke plannen en besluiten. Voor deze plantontwikkeling is een watertoets uitgevoerd6. In deze paragraaf wordt hierop nader ingegaan.

Maaiveldhoogte en bodemopbouw Het plangebied heeft een grootte van circa 0,42 ha en betreft de vervanging van een bestaand kantoorpand. Het maaiveldniveau ligt overwegend op +2,0 m NAP en varieert binnen het plangebied van +0,5 tot +2,2 m NAP. Op basis van boringen uit eerder onderzoek ter plaatse van het plangebied volgt dat de bodemopbouw sterk heterogeen is. De bovenste 10 à 12 m -mv bestaat hoofdzakelijk uit klei, waarin echter ook zandige lagen en veenlagen worden aangetroffen. De doorlatendheid van de (zandige) toplaag is geschat

4

Gemeente Amsterdam (2019). BO 19-055, Archeologisch bureauonderzoek, Bestemmingsplangebied Technisch Centrum En Tussen De Bogen 5 Zie de paragrafen 2.1 en 5.3.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan 6 TAUW (2023). R001-1291268JTH-V03-sss-NL, Watertoets De Ruijterkade 5 te Amsterdam 9/13

Kenmerk

Projectnaam

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

De Ruijterkade 5, Amsterdam op 0,5 tot 2,0 m/dag, waardoor infiltratie van hemelwater hier mogelijk is. Daar waar klei wordt aangetroffen is de doorlatendheid (veel) lager.

Grondwater- en oppervlaktewatersituatie Op basis van informatie uit grondwatermetingen uit een eerder onderzoek en van Waternet volgt dat de grondwaterstand in het plangebied tussen de 0,7 tot 2,0 meter beneden het maaiveldniveau zit, op circa -0,2 à +0,2 m NAP (respectievelijk de ingeschatte GLG en GHG). Aangezien het maaiveldniveau in het plangebied enigszins varieert, varieert ook de ontwateringsdiepte. Oppervlaktewater is rondom het plangebied aanwezig. Ten oosten van het plangebied ligt het IJ en ten noordwesten en zuidoosten van het plangebied bevinden zich primaire watergangen. Allen hebben een jaarrond streefpeil van -0,40 m NAP. De ligging naast het IJ heeft een sterke invloed op de (stabiele) grondwaterstand in het plangebied.

Hemelwater Op basis van de aangeleverde oppervlakten is een netto afname aan verhard oppervlak bepaald (circa -0,04 ha). Op basis van een bergingseis van 60 mm volgt een bergingsopgave van 229 m3 voor de verharding (dak, wegen, paden). Uitgangspunt is dat het toekomstig dakoppervlak als groendak wordt uitgevoerd (circa 2.300 m2) en minstens 137 m3 berging kan bieden. Dit leidt tot een resterende bergingsopgave van 92 m3 voor het plangebied. Om hier in te voorzien, kunnen verschillende oplossingen of een combinatie van oplossingen worden toegepast. Daarbij kan gedacht worden aan: 

Wadi’s

Infiltratiekratten

Waterbergende fundering onder paden en/of wegen

Gezien de voor infiltratie geschikte bodem, is het realiseren van de bergingsopgave goed mogelijk.

Afvalwater Op basis van de beoogde toename aan vloeroppervlak naar circa 23.700 m2 BVO is de toekomstige afvalwaterproductie geschat op maximaal 7,1 m3/uur. Er is aangenomen dat mogelijk groter waterverbruik van het commercieel oppervlak (1.200 m2 BVO) binnen deze maximale schatting valt. Het afvalwater wordt afzonderlijk van het hemelwater verzameld en verwerkt, en sluit aan op de bestaande riolering in De Ruijterkade.

Visie Waterschap AGV Waterschap AGV geeft het advies om een minimale aanleghoogte van +2,0 m NAP aan te houden voor het plangebied, om te voorkomen dat er schade ontstaat bij hoog water en overstromingen.

10/13

Kenmerk

Projectnaam

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

De Ruijterkade 5, Amsterdam Vanuit het oogpunt van de waterhuishouding zijn er dan ook geen belangrijke nadelige milieugevolgen.

Ecologie Om de ecologische waarde van het plangebied te bepalen, is een QuickScan natuur uitgevoerd7.

Gebiedsbescherming Door de voorgenomen ontwikkeling binnen het plangebied treden geen negatieve effecten op met betrekking tot de gebiedsbescherming in het kader van het provinciaal en regionaal natuurbeleid van gemeente Amsterdam.

Soortenbescherming De verspreidingsgegevens en het oriënterend veldbezoek geven een voldoende duidelijk beeld van het (mogelijk) voorkomen van vaatplanten, grondgebonden zoogdieren, broedvogels met jaarrond beschermde nesten, reptielen, amfibieën, vissen en ongewervelde diersoorten. Er is geen aanleiding tot het uitvoeren van een soortgericht onderzoek om het voorkomen van bovengenoemde soorten en soortgroepen en/of hun verblijfplaatsen nader vast te stellen.

Wel vindt nog onderzoek plaats naar het voorkomen van vleermuizen. Als daaruit blijkt dat sprake is van een vaste verblijfplaats, worden maatregelen getroffen om die niet verloren te laten gaan, dan wel wordt een vervangende locatie gerealiseerd. Vanuit natuurwaarden doen zich geen belangrijke nadelige milieugevolgen voor.

Stikstof Om de stikstofdepositie te onderzoeken, is een stikstofdepositieonderzoek8 uitgevoerd. Uit dit onderzoek blijkt dat er voor wat betreft de aanlegfase geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie. Ook in de gebruiksfase is de stikstofdepositie op de stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden niet hoger dan 0,00 mol N/ha/jaar. Daarmee zijn er voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden ten gevolge van het plan. Het aspect stikstofdepositie levert daarmee geen belangrijke nadelige milieugevolgen op.

7 8

Idverde Advies (2023). AI 2019-0671 P1-108, QuickScan natuur, De Ruijterkade 5, Amsterdam De Roever Omgevingsadvies (2023). 20230978.v02, Stikstofdepositieonderzoek De Ruijterkade 5 Amsterdam. 11/13

Kenmerk

Projectnaam

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

De Ruijterkade 5, Amsterdam Luchtkwaliteit Het uitvoeren van een luchtkwaliteitsonderzoek9 is niet noodzakelijk voor dit plangebied, omdat de beoogde bouw van het nieuwe kantoorpand van 26.000 m2 BVO ‘niet in betekende mate’ mag worden beschouwd. Voor kantoren geldt namelijk een NIBM-grens van; maximaal 100.000 m2 BVO met één ontsluitingsweg, of maximaal 200.000 m2 BVO-kantoren met twee ontsluitingswegen.

Voor de volledigheid is aanvullend een berekening uitgevoerd met de NIBM-tool. De uitkomst is berekend voor jaartal 2028, het verwachte realisatiejaar van het kantoorpand, met worst-case rekenparameters. Deze worst-case berekening tonen aan dat de bijdragen aan de concentraties NO2 en PM10 niet in betekende mate bijdragen (niet meer dan 1,2 μg/m3 voor NO2 en PM10) aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer maximaal 0,15 μg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,03 μg/m3 bijdragen. Aanvullend is gekeken naar de achtergrondconcentraties in het plangebied. Voor het jaartal 2022 bedragen de totale concentratie NO2 en PM10, 25,7 µg/m3 en 19,2 µg/m3 respectievelijk. Wanneer het planeffect hierboven wordt opgeteld worden de totale concentraties voor NO2 en PM10 respectievelijk 25,9 μg/m3 en 19,2 μg/m3. Deze concentraties voldoen aan de grenswaarden van 40 μg/m3. Gezien de bijdrage PM10 (waar de fractie PM2.5 in is opgenomen) ten gevolge van het plan 0,03 μg/m3 bedraagt, is te verwachten dat de PM2.5 niet hoger zal zijn dan 10,8 μg/m3. De concentratie PM2.5 voldoet aan de grenswaarde van 25 μg/m3. Er wordt tevens voldaan aan de advieswaarden van de WHO.

Daarmee wordt geconcludeerd dat het plan vanuit het milieuthema luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige milieugevolgen kent.

Externe veiligheid Om de externe veiligheid te waarborgen, is er een onderzoek effecten externe veiligheid10 uitgevoerd. De locatie van de beoogde nieuwbouw is gelegen binnen het invloedsgebied van transportroutes van gevaarlijke stoffen over het spoor Duivendrecht – Amsterdam Singelgracht en het water (Het IJ). Beoordeeld is of er vanuit externe veiligheid belemmeringen en/of risico’s zijn voor de invulling van het plangebied als kantoorgebouw nabij deze transportroutes.

Wat betreft het plaatsgebonden risico: Er is voor de vaarroute Het IJ geen sprake van een 10-6-contour die buiten de vaarweg zelf ligt. Het plaatsgebonden risico vormt dus geen belemmering voor de

9

TAUW (2023). R003-1291268CAB-V01-agv-NL, Luchtkwaliteitsonderzoek ontwikkeling De Ruijterkade 5, Amsterdam TAUW (2023). R002-1291268LCL-V01-efm-NL, Onderzoek effecten Externe Veiligheid, De Ruijterkade 5 te Amsterdam

10

12/13

Kenmerk

R004-1291268CAB-V01-kzo-NL

Projectnaam

De Ruijterkade 5, Amsterdam planlocatie. Ten aanzien van het groepsrisico is vastgesteld dat deze als gevolg van het vervoer van gevaarlijke stoffen over Het IJ ruimschoots lager ligt dan de oriëntatiewaarde. Daarnaast wordt geconcludeerd dat 10 % van de oriëntatiewaarde eveneens niet wordt overschreden. Het groepsrisico vormt geen belemmering voor de planlocatie. Ook is er gekeken naar het plaatsgebonden- en groepsrisico van vervoer van gevaarlijke stoffen over de spoorweg. De PR 10‐6‐ risicocontour van het vervoer van gevaarlijke stoffen over het spoor Duivendrecht – Amsterdam Singelgracht is niet buiten de spoorweg gelegen. Het plaatsgebonden risico van deze route vormt dan ook geen belemmering voor de planlocatie. Wat betreft het groepsrisico, is er sprake van een overschrijding van de oriëntatiewaarde, daarom is een uitgebreide verantwoording vereist. Aangezien het beoogde plangebied gelegen is binnen het invloedsgebied van een transportroute van toxische en brandbare stoffen dient voor deze scenario’s ook in te worden gegaan op artikel 7 van het Bevt. Bij ontwikkeling van het gebouw wordt rekening gehouden met de eisen en richtlijnen die de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland hiervoor opneemt. Door het treffen van deze maatregelen wordt geconcludeerd dat er vanuit het milieuthema externe veiligheid geen belangrijke nadelige milieugevolgen zijn.

2)

Kenmerken van het potentiële effect

Bereik van het effect (geografisch en

Er zijn geen effecten te verwachten die uit te drukken zijn in

grootte getroffen bevolking)

geografische zone en/of grootte van de getroffen bevolking.

Grensoverschrijdend karakter

De verstoringseffecten vanuit het plangebied hebben geen grensoverschrijdend karakter.

Orde van grootte en complexiteit effect

Effecten zijn verwaarloosbaar of middels maatregelen mitigeerbaar en lokaal van aard.

Waarschijnlijkheid effect

Het optreden van een aantal geringe effecten is waarschijnlijk. Echter door het nemen van maatregelen kunnen deze effecten goed voorkomen en/of teniet worden gedaan.

Duur, frequentie en omkeerbaarheid

Omdat uiteindelijk (na mitigatie/compensatie) geen effecten worden

effect

verwacht, is dit niet van toepassing.

Conclusie

De toetsing aan de selectiecriteria in bijlage III (EU richtlijn 2014/52/EU) maakt duidelijk dat er geen sprake is van belangrijke nadelige effecten op het milieu die het opstellen van een MER noodzakelijk maken.

13/13

blz. 55

Bijlage 4

Luchtkwaliteitsonderzoek

Gemeente Amsterdam

Luchtkwaliteitonderzoek ontwikkeling De Ruijterkade 5, Amsterdam 1 augustus 2023

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Verantwoording Titel

Luchtkwaliteitonderzoek De Ruijterkade 5, Amsterdam

Opdrachtgever

Gemeente Amsterdam

Projectleider

Suzanne Swenne

Auteur(s)

Casper Bennink

Tweede lezer

Suzanne Swenne

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Aantal pagina’s

10 (exclusief bijlage)

Datum

1 augustus 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv Australiëlaan 5 Postbus 3015 3502 GA Utrecht T +31 30 28 24 82 4 E info.utrecht@tauw.com

2/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Inhoud 1

Aanleiding .................................................................................................................................. 4

2

Werkwijze .................................................................................................................................. 5

3

Resultaten ................................................................................................................................. 5

4

3.1

NIBM-toetsing aan wettelijke normen................................................................................. 5

3.2

NIBM-toetsing aan WHO-advieswaarden .......................................................................... 7

Conclusie ................................................................................................................................. 10

Bijlage 1

Wettelijk kader

3/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

1 Aanleiding De gemeente Amsterdam en ontwikkelaar werken samen aan een herontwikkeling van de kantoorlocatie De Ruijterkade 5. De planontwikkeling betreft sloop van het huidige kantoorgebouw en nieuwbouw van een duurzaam kantoorgebouw van circa 26.000 m2 BVO verdeeld over de begane grond en 7 verdiepingen met voorzieningen in de plint en inpandig parkeren (circa 90 plekken). Het uitgangspunt is dat de parkeerkelder op hetzelfde niveau komt als de huidige parkeerkelder en dat parkeren op het maaiveld naar inpandig gaat. Het bouwplan blijft binnen de contouren van de erfgrenzen, maar gaat wel buiten de grenzen van het huidige gebouw. De totale ontwikkeling is ca. 26.000 m2 BVO. Daarvan is de:  Begane grond/entresol: circa 1.800 m2 BVO kantoor, circa 900 m2 BVO 

horeca/commercieel/retail (nader te bepalen), en circa 800 m2 fiets parkeren Op de bovengelegen verdiepingen: kantoren

Figuur 1.1 De Ruijterkade 5 (rood omkaderd) in Amsterdam

Om te bepalen wat het effect is van het nieuwe kantoorpand op de luchtkwaliteit is een ‘niet in betekenende mate’-toets uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet luchtkwaliteit. In bijlage 1 is het wettelijk kader opgenomen. In deze notitie wordt de werkwijze van het onderzoek uiteengezet in hoofdstuk 2. Vervolgens komen de resultaten van de toetsing aan bod in hoofdstuk 3, gevolgd door een conclusie van het onderzoek.

4/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

2 Werkwijze De effecten op de luchtkwaliteit worden inzichtelijk gemaakt met de NIBM-tool (‘niet in betekenende mate’) en het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK). Met de NIBMtool, versie april 2022, wordt een ‘worst-case’ berekening gedaan van het extra effect van de verkeersaantrekkende werking op de concentraties NO2 en PM10 (voor luchtkwaliteit relevante componenten) door de beoogde ontwikkeling. Met het CIMLK ontstaat inzicht in de luchtkwaliteit in de nabijheid van het plangebied voor verschillende referentiejaren. Daarbij wordt inzicht gegeven in de ‘achtergrondconcentraties’ en het effect van het bestaande verkeer. Voor NO2 en PM10 geldt een grenswaarde van 40 μg/m3. Per 1 januari 2015 moet ook voldaan worden aan de PM2.5 grenswaarde van 25 μg/m3 jaargemiddeld. Door deze werkwijze te hanteren kan worden vastgesteld of wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Tevens wordt inzicht gegeven of er wel of geen sprake is van een niet in betekende mate bijdrage door de ontwikkeling. De verkeersaantrekkende werking is vastgesteld met behulp van gegevens uit het rapport ‘Verkeers- en parkeeronderzoek herontwikkeling De Ruijterkade 5’ van de gemeente Amsterdam. In dit onderzoek is de verkeersgeneratie van het nieuwbouw kantoorgebouw berekend met de verkeersgeneratiespreadsheet van VMA4.5.

Tussen de plansituatie en de autonome situatie is een toename van de verkeersgeneratie door de herontwikkeling van De Ruijterkade 5 berekend van 170 motorvoertuigen (mvt) per etmaal. Aangenomen is dat van dit totaal aantal motorvoertuigen 95% licht verkeer betreft (personenauto’s van werknemers/personeel en bezoekers) en 5% zwaar vrachtverkeer (vrachtwagens ter bevoorrading of voor het ophalen van vuilnis). De totale verkeersgeneratie ten gevolge van het plan bedraagt dus 170 mvt/etmaal * 0,95 = 162 lichte voertuigbewegingen per etmaal en 170 mvt/etmaal * 0,05 = 9 zware voertuigbewegingen per etmaal. Ander verkeer zal niet gegenereerd worden door het onderliggende plan.

3 Resultaten In het resultatenhoofdstuk wordt eerst gekeken naar de resultaten van de NIBM-toetsing aan wettelijke normen. Vervolgens wordt gekeken naar de resultaten van de NIBM-toetsing aan WHOadvieswaarden.

3.1

NIBM-toetsing aan wettelijke normen

De regeling NIBM kent gevallen wanneer sprake is van een NIBM ontwikkeling. Voor kantoren geldt een NIBM grens van:  Maximaal 100.000 m2 BVO met één ontsluitingsweg  Of maximaal 200.000 m2 BVO kantoren met twee ontsluitingswegen Hier voldoet de voorziene ontwikkeling, met een BVO van 26.000 m2 ruimschoots aan.

5/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Voor de volledigheid is aanvullend een berekening uitgevoerd met de NIBM-tool. De uitkomst is berekend voor jaartal 2028, het verwachte realisatiejaar van het kantoorpand, met worst-case rekenparameters. Deze worst-case berekening tonen aan dat de bijdragen aan de concentraties NO2 en PM10 niet in betekende mate bijdragen (niet meer dan 1,2 μg/m3 voor NO2 en PM10) aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. De berekening laat zien dat het extra verkeer maximaal 0,15 μg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,03 μg/m3 bijdragen.

Figuur 3.1 Worst-case berekening van de NIBM-tool voor het jaar 2028

Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van het CIMLK. Het beschouwde receptorpunt is 34366966_1093436 en geeft de totale concentraties in de nabije omgeving van het plangebied. In figuur 3.2 wordt de ligging van het receptorpunt in het CIMLK weergegeven. Voor het jaartal 2022 bedraagt de totale concentratie NO2 25,7 μg/m3 en voor PM10 19,2 μg/m3. Wanneer het planeffect hierboven wordt opgeteld worden de totale concentraties voor NO2 en PM10 respectievelijk 25,9 μg/m3 en 19,2 μg/m3. Deze concentraties voldoen aan de grenswaarden van 40 μg/m3.

6/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Figuur 3.2 Ligging van receptorpunt 34366966_1093436 aan de Ruijterkade

De NIBM-tool rekent met de voor luchtkwaliteit relevante stoffen NO2 en PM10. Per 1 januari 2015 moet ook worden voldaan aan de PM2.5 grenswaarde van 25 μg/m3 jaargemiddeld. De totale concentratie PM2.5 die is opgenomen in het CIMLK is 10,7 μg/m3. Gezien de PM10 bijdrage (waar de fractie PM2.5 in is opgenomen) ten gevolge van het plan 0,03 μg/m3 bedraagt is te verwachten dat de PM2.5 niet hoger zal zijn dan 10,8 μg/m3. De concentratie PM2.5 voldoet aan de grenswaarde van 25 μg/m3.

3.2

NIBM-toetsing aan WHO-advieswaarden

Naast de wettelijke grenswaarden zijn door de World Health Organization (WHO) advieswaarden voor luchtkwaliteit geformuleerd. De advieswaarden voor met name fijnstof, PM10 en PM2.5, zijn hier relevant en zijn lager dan de wettelijke normen die worden gehanteerd: een jaargemiddelde concentratie van 20 μg/m3 voor PM10 en 10 μg/m3 voor PM2.5. De gemeente Amsterdam heeft in haar “Actieplan Schone Lucht” de ambitie uitgesproken om zo snel mogelijk, maar uiterlijk in 2030, te voldoen aan de WHO-advieswaarden. Om bovenstaande reden heeft voor 2030 eveneens toetsing plaatsgevonden aan de WHOadvieswaarden. Hierbij is de achtergrondconcentratie van 2030 bepaald op basis van de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN) van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM).

7/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

In figuur 3.3 is een uitsnede genomen van de GCN-viewer van het RIVM. Hier is te zien dat de ontwikkellocatie op een locatie ligt met een concentratie PM10 tussen 16 μg/m3 en 18 μg/m3. De exacte waarde van de grid waarin De Ruijterkade ligt is 16,22 PM10 μg/m3.

Figuur 3.3 Uitsnede GCN viewer, PM10 concentratie ter hoogte van De Ruijterkade in 2030

In figuur 3.4 is een tweede uitsnede genomen van de GCN-viewer van het RIVM. Hier is te zien de ontwikkellocatie op een locatie ligt met een concentratie PM2.5 tussen 6 μg/m3 en 8 μg/m3. De exacte waarde van de grid waarin De Ruijterkade ligt is 7,86 PM2.5 μg/m3.

8/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Figuur 3.4 Uitsnede GCN viewer, PM2.5 concentratie ter hoogte van De Ruijterkade in 2030

In figuur 3.5 is het resultaat weergegeven van de NIBM-tool voor 2030. Hieruit wordt geconcludeerd dat de bijdrage PM10 0,03 μg/m3 betreft. Wanneer we hier de jaargemiddelde concentraties vanuit de GCN-viewer bij optellen bedragen de verwachte concentraties PM10 en PM2.5 respectievelijk 16,3 μg/m3 en 7,9 μg/m3. Hiermee wordt voldaan aan de advieswaarden van de WHO.

Figuur 3.5 Worst-case berekening van de NIBM-tool voor het jaar 2030

9/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

4 Conclusie In dit onderzoek is gekeken of de realisatie van het kantoorpand aan De Ruijterkade 5 in Amsterdam in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit in de omgeving. Het effect voor het project draagt minder dan 1,2 μg/m3 bij aan de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit wordt daarmee beschouwd als niet ‘niet in betekende mate’ en is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit wettelijk inpasbaar op basis van artikel 5.16 lid 1c van de Wet milieubeheer. Aanvullend heeft toetsing aan de WHO-advieswaarden plaatsgevonden. Ook hier is vastgesteld dat het effect van de voorziene ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Hiermee past het project binnen de ambitie die de gemeente Amsterdam heeft gesteld in het Actieplan Schone Lucht.

10/10

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Bijlage 1

Wettelijk kader

Bestuursorganen nemen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit kunnen hebben, de regelgeving omtrent luchtkwaliteit in acht. Vanaf 15 november 2007 is de ‘Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)’ van kracht, in dit stuk verder de ‘wet luchtkwaliteit’ genoemd. Uit de wet luchtkwaliteit volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is, indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. 2.

Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo een verbetering

3. 4.

van de luchtkwaliteit plaats door compenserende maatregelen De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)

De ontwikkeling is niet opgenomen in het NSL, waardoor alleen de eerste drie voorwaarden gronden zijn waarop een bestuursorgaan kan besluiten dat de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Ad 1. Geen overschrijding van grenswaarden Een voornemen is inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit indien in de situatie met planontwikkeling nu en in de toekomst geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden overschreden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met onlosmakelijk met het plan verbonden maatregelen. Onderstaande tabel vat de meest relevante grenswaarden voor de luchtkwaliteit samen. Het betreft grenswaarden voor de concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Tabel B1.1 Meest relevante grenswaarden uit de Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer Stof

Criterium

Grenswaarde

NO2

Jaargemiddelde concentratie

40 μg/m3

Aantal overschrijdingen van uurgemiddelde grenswaarde van 200

18 keer per jaar

Jaargemiddelde concentratie

40 μg/m3

Aantal overschrijdingen van daggemiddelde grenswaarde van 50

35 keer per jaar

Jaargemiddelde concentratie

25 μg/m3

PM10

PM2,5

Ad 2. De luchtkwaliteit verslechtert niet Indien de ontwikkeling van een project, inclusief de daarmee samenhangende maatregelen, nergens leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, of de luchtkwaliteit verbetert ten gevolge van de planontwikkeling, is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Dit geldt ook in gebieden waar grenswaarden worden overschreden.

Kenmerk

R003-1291268CAB-V01-agv-NL

Daarnaast is het toegestaan een geringe verslechtering van de luchtkwaliteit te compenseren met behulp van compenserende maatregelen (saldobenadering), zodat de luchtkwaliteit per saldo niet verslechtert. Ook in dat geval is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. In de Regeling projectsaldering is vastgelegd op welke wijze saldering plaats dient te vinden. Ad 3. Projecten die niet in betekenende mate bijdragen Projecten die niet ‘in betekenende mate’ (NIBM) een bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging, hoeven op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer niet individueel getoetst te worden aan de genoemde grenswaarden. Het is in dat geval voldoende om aan te tonen dat een voorgenomen ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ is.

blz. 68

bestemmingsplan_De Ruijterkade 5 (vastgesteld)

blz. 69

Bijlage 5

Externe veiligheidsonderzoek

Gemeente Amsterdam

Onderzoek effecten Externe Veiligheid De Ruijterkade 5 te Amsterdam 1 juni 2023

Kenmerk

R002-1291268LCL-V01-efm-NL

Verantwoording Titel

Onderzoek effecten Externe Veiligheid

Opdrachtgever

Gemeente Amsterdam

Projectleider

Suzanne Swenne

Auteur(s)

Lara Clerici

Tweede lezer

Arjan Poelen

Kenmerk

R002-1291268LCL-V01-efm-NL

Aantal pagina’s

27 (exclusief bijlagen)

Datum

1 juni 2023

Handtekening

Ontbreekt in verband met digitale verwerking. Dit rapport is aantoonbaar vrijgegeven.

Colofon TAUW bv W.A. Scholtenstraat 3a Postbus 722 9400 AS Assen T +31 59 23 91 30 0 E info.assen@tauw.com

2/27

Kenmerk

R002-1291268LCL-V01-efm-NL

Inhoud 1

2

Inleiding ..................................................................................................................................... 5 1.1

Aanleiding .......................................................................................................................... 5

1.2

Doelstelling ......................................................................................................................... 6

1.3

Leeswijzer .......................................................................................................................... 6

Juridisch kader externe veiligheid ............................................................................................. 6 2.1

2.1.1

Wet vervoer gevaarlijke stoffen (Wvgs) ...................................................................... 6

2.1.2

Regeling basisnet........................................................................................................ 6

2.1.3

Beleidsregels EV-beoordeling tracébesluiten ............................................................. 7

2.1.4

Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi)............................................................... 7

2.1.5

Besluit risico’s zware ongevallen (Brzo)...................................................................... 7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16072433/1