3. Concept kader buurtplatformrecht
Tekst van het document
COALITIE BUURPLATFORMEN AMSTERDAM
Kader Buurtplatformrecht v5.0 1. Inleiding Amsterdam kent een traditie van sterke bewonersorganisaties. In veel buurten zijn netwerken actief in de zogenaamde doe-democratie: zij zetten zich door concrete acties en activiteiten in om hun buurt te verbeteren. De afgelopen jaren hebben deze buurtorganisaties, ook wel buurtplatformen, meerdere malen aan de bel getrokken over hun samenwerking met de gemeente: die is niet optimaal, en vaak zelfs een energie-lek. Bewonersgroepen geven aan dat veel energie van actieve bewonersgroepen verloren gaat aan processen zoals aan tafel komen, vragen over representativiteit beantwoorden, werkwijzen die door de gemeente worden opgedrongen. Ook brengt samenwerken, grote administratieve lasten met zich mee die erger zijn dan de kwaal die ze proberen te voorkomen. Met te vaak uitputting, frustratie, demotivatie en soms een participatie-burnout als gevolg waardoor deze enorme bron van verbeter-energie verloren gaat voor de stad. De oproepen vanuit verschillende bewonersorganisaties aan de gemeenteraad en het college om tot structurele samenwerking en ondersteuning te komen van buurtplatformen, heeft geleid tot de proeftuin buurtplatformrecht, die begin 2022 gestart is.
In deze proeftuin is geëxperimenteerd met het recht om een buurt vanuit een platform-rol een stem te geven, als officiële gesprekspartner en platform voor de gemeente en andere organisaties die actief zijn in de buurt en als verbindende factor tussen verschillende netwerken van bewoners en ondernemers in de buurt. Een gesprekspartner is nadrukkelijk iets anders dan een beslispartner. Besluitvorming is een taak van de gemeente, platformen willen die taak niet overnemen, wel willen ze in partnerschap samenwerken. Planvorming en uitvoering zullen beter worden als de leefwereld niet alleen incidenteel maar structureel aan tafel zit en de gelegenheid heeft zich daarvoor te organiseren op buurtniveau. Deze situatie heeft parallellen met de Overlegwet tussen huurders en verhuurorganisaties, die er bijvoorbeeld voor zorgt dat bewonerscommissies een erkende positie als gesprekspartner hebben bij veranderingen in hun huurwoningen. Een bewonerscommissie heeft op grond van de Overlegwet het recht op informatie, overleg en advies. De verhuurder is verplicht een bewonerscommissie te informeren over alle zaken die van belang zijn voor de huurders in het complex. Bij die zaken horen zeker sloop, renovatie en groot-onderhoud. De bewonerscommissie heeft ook het recht over die zaken met de verhuurder overleg te voeren. En ze heeft het recht er een schriftelijk advies over uit te brengen.
De proeftuin zegt hierover: De gemeente vraagt zich vaak af: als ik met bewoners wil praten, met wie moet ik dan praten? Praten met de per buurt georganiseerde actieve bewoners lost een belangrijk deel van dat vraagstuk op. Dat vraagt wel dat dat die bewoners voor het buurtbelang opkomen in plaats van voor het eigen belang, zo actief zijn zodat ze de verschillend belangen kennen en vooral een stem geven aan wie je te weinig hoort of ziet. Het is niet dat de gemeente alleen met dit platform spreekt. Er altijd een veelheid aan actoren en stakeholders in
een wijk. Maar men gaat er niet aan voorbij en betrekt in ieder geval het buurtplatform overal bij en steunt het in haar rol als netwerk koepel van de buurt te fungeren Deze proeftuin sloot aan bij de urgente behoefte van een aantal organisaties om aan de slag te gaan als officieel buurtplatform, maar gaf ook inzichten voor de afweging over de wenselijkheid van een werkwijze om dit recht in te vullen. In dit kader leggen we deze bevindingen vast zonder ze volledig dicht te timmeren. In de praktijk van de Proeftuin hebben we namelijk geleerd dat elk platform anders is en dat een succesvolle samenwerking afhangt van de inzet van zowel gemeente als platform om samen aan goede en passende samenwerkingsafspraken te werken. Er is niet 1 format of formule te geven voor de precieze invulling van het buurtplatformrecht in elke buurt. Op basis van de proeftuin zijn in dit kader richtlijnen geformuleerd voor de samenwerking tussen gemeente en buurtplatformen. Met dit kader committeert de gemeente zich aan deze inzet en bereidheid, zodat we samen met de platforms kunnen werken aan sterke buurten in een krachtige stad.
2. Ambitie en doelstellingen Een buurtplatform is een vanuit actieve buurtbewoners ontstaan netwerk dat zich inzet voor de verbetering van hun buurt. Het geeft de gemeenschap in een buurt een stem (die kan ook meervoudig zijn) en een structuur om samen activiteiten te ondernemen en fungeert als netwerkorganisatie van buurtbewoners en organisaties en initiatieven die willen samenwerken ter verbetering van de leefbaarheid in de buurt. Nogmaals: een stem inbrengen is niet hetzelfde als beslissen. In elke buurt zijn er initiatieven van bewoners. Het buurtplatform zorgt voor verbinding daartussen, ondersteunt die, moedigt aan, initieert en helpt mee met de uitvoering. Door bijvoorbeeld communicatie in de buurt te verzorgen zoals een buurtkrant of een website, of door regelmatig bewonersbijeenkomsten te regelen. Het buurtplatform faciliteert het contact en de samenwerking tussen de buurt en verschillende wijkpartners die actief zijn in de buurt, waaronder de gemeente, maatschappelijke dienstverleners en woningcorporaties. Het buurtplatform biedt een centraal punt in de buurt om de informatie die vanuit die organisaties komt te ordenen en bij te houden en waar nodig te organiseren dat de buurt daarop kan reageren.
Het buurtplatform ‘’vertegenwoordigt’’ daarbij niet de hele buurt maar geeft een podium voor verschillende signalen uit de buurt, waaronder ook signalen die minder gehoord worden. De proeftuin beoogt met het instellen van een buurtplatformrecht de volgende doelen te bereiken: • betere buurten, met meer eigenaarschap en zorg voor de buurt en waardevollere buurtnetwerken en activiteiten; • betere gemeentelijke plannen en uitvoering, met meer zinvolle inzichten vanuit de buurt, en een langjarige gesprekspartner in de buurt met draagvlak en daadkracht; • betere balans in de ongelijke verhouding tussen overheid en bewoners door actieve bewoners aan te moedigen als collectief samen te werken en een bijdrage te leveren aan meer onderling vertrouwen, tussen bewoners en tussen bewoners en de overheid. 3.
De legitimiteit van een buurtplatform
Buurtplatformen wordt vaak gevraagd “of ze wel representatief zijn”. Dat zou nodig zijn als ze onderdeel zouden zijn van de beslisdemocratie. Buurtplatformen houden zich echter bezig met participatieve democratie, de doe-democratie, hun doelstelling is niet representatief te zijn maar collectief actief te zijn, zoveel mogelijk samenwerking tussen de mensen die vanuit eigenaarschap de handen uit de mouwen steken om samen mens, buurt of stad te verbeteren.
De betere vraag om te stellen is dan ook “waarop stoelt de legitimiteit van een buurtplatform”. Kijk voor de legitimiteit van buurtplatformen meer naar het commons-domein, het samen eigenaarschap mogen nemen, dan naar het vertegenwoordigende domein van de representatieve democratie. Voor de buurtplatformen vormt niet representativiteit maar gemeenschapskracht de basis van legitimiteit. Buurtplatformen halen hun legitimiteit uit concrete resultaten in de buurt. Buurtplatformen zijn niet “vertegenwoordigend”, maar geven een stem, en die kan ook meervoudig zijn, aan de leefwereld, - vooral aan hen die te vaak niet gehoord worden maar wel de impact ondervinden van besluiten en uitvoeringen-, zodat de beslisdemocratie en uitvoerders beter hun taak kunnen doen. De rol van een buurtplatform is dan ook niet om representatief te zijn, maar om die stem(men) aan tafel te krijgen die nog niet of onvoldoende gehoord wordt en zoveel mogelijk mensen actief te krijgen en de samenwerking daartussen te optimaliseren. 4 Definitie van het recht om je te organiseren als buurtplatform Definitie van het buurtplatformrecht In Amsterdam heeft elke buurt recht op een buurtplatform met positie en met middelen van bestaan. Ze zijn het netwerk van samenwerkende actieve bewoners per buurt die zich inzetten voor mens, buurt en stad.
Ze geven buurtgemeenschappen een stem en een structuur om samen activiteiten in eigen buurt te ontwikkelen en te ondernemen. De proeftuin geeft aan dat buurtplatformen waarde bieden aan de stad (buurtwaarde) door het gevoel van eigenaarschap in een buurt te verhogen. Ze bieden tevens een manier om volwaardig mee te praten over initiatieven van de gemeente in die buurt. Het buurtplatformrecht geeft het platform een status richting de gemeente en de wijkpartners, als officiële gesprekspartner vanuit de buurt. Algemene kenmerken van een buurtplatform Een buurtplatform is het netwerk van samenwerkende actieve bewoners of organisaties in een buurt met door hen zelfgekozen grenzen. Ze overstijgen een wooncomplex en richten zich op het samen verbeteren van de buurt. De proeftuin geeft aan dat buurtplatformen autonoom zijn, niet opgericht om de beleidsdoelen van de overheid uit te voeren maar om vanuit de bewoners de buurtbelangen te behartigen en samenwerking te stimuleren. De precieze vorm van een buurtplatform kan per buurt verschillen; ze ontstaan van onderop vanuit initiatief van bewoners zelf en bieden maatwerk per buurt, elke groep en elke buurt is immers anders.
Voorwaarden buurtplatformrecht Het buurtplatformrecht geeft buurtplatformen het recht op A) erkenning en positie, B) een eigen manier van werken en organiseren en C) Middelen, en daarmee ook huisvesting D) toegang tot onafhankelijke ondersteuning E) Een overheid die samenwerking met en aanhaken bij het buurtplatform stimuleert. De status van buurtplatform geeft hen ook de opdracht om alle belangen in de buurt te onderzoeken en te leren kennen, samenwerking te stimuleren en als breed bewonerscollectief verantwoording daarover af te leggen aan de buurt. Van een buurtplatform wordt verwacht dat ze altijd manieren zoekt om nieuwe bewoners actief te maken voor de buurt en de samenwerking zoekt met alle partijen die actief zijn in de buurt. Behoudens uitzonderingen, zoals bij integriteitskwesties of onwerkbare verhoudingen.
A. Erkenning en positie: Zoals de overlegwet een positie geeft aan actieve bewoners per wooncomplex, zo beoogt het buurtplatformrecht positie te geven aan samenwerkende actieve bewoners per buurt. Het gaat dan met name om de positie in gemeentelijke planvorming en projecten, projecten die vanuit de gemeente (of andere wijkpartners) worden begeleid of ondersteund of planvorming die vanuit de buurt worden geïnitieerd. De proeftuin vraagt de gemeente zichzelf te verplicht om wijkpartners te stimuleren om met het buurtplatform samen te werken en geen parallelle overlegstructuren op te tuigen of te stimuleren die de positie van een buurtplatform ondermijnen. Een buurtplatform mag van de gemeente verwachten dat zij zich inspant om alle informatie beschikbaar te stellen over ingrepen in de eigen buurt. Dit geldt zowel voor buurtbeheer-achtige zaken en voor grotere projecten. Verstrekte informatie dient bij voorkeur in begrijpelijke taal te zijn verwoord. Niet alles is digitaal te vinden. Veel informatie is al openbaar beschikbaar voor burgers, dus ook voor initiatiefnemers. Wettelijk gezien is Amsterdam verplicht raadstukken, beleidsregels en vergunningen openbaar te maken. Daar is elke gemeente toe verplicht volgens de WOO (Wet Open Overheid). Niet elk buurtplatform zal de capaciteit in huis hebben om de overvloed aan gegevens en dossiers te verwerken die op hen af komt.
De gemeente zal tijdig, volledig en juist informeren en waar nodig een helpende hand bieden bij het verwerken van gegevens naar informatie of een signaal geven dat een reactie nodig is. Er is geen reageer- of adviesplicht vanuit de buurtplatformen. Een buurtplatform bepaalt zelf wanneer zij wil reageren. De proeftuin geeft aan dat buurtoverstijgende belangen géén argument zijn om buurtplatformen in welke fase van het proces dan ook te negeren. Tegelijk is het duidelijke dat er geen garantie is dat wensen van buurtplatformen prevaleren boven andere belangen. Afwegingen en uiteindelijke keuzes worden op transparante wijze gemaakt via het reguliere democratische proces van stadsdeelbestuur, B&W en gemeenteraad.
B. Eigen manier van werken en organiseren: Een buurtplatform heeft het recht haar manier van werken en organiseren zo in te richten dat ze denkt het maximale resultaat voor de buurt te bewerkstelligen. Dat kan anders zijn dan de gemeente zou doen, minder bureaucratie. Het buurtplatform zal vooral bezig zijn vanuit intrinsieke motivatie om concreet waarde aan de buurt toe te voegen, de buurtwaarde verhogen en niet als een mini-overheid te hoeven functioneren. Wel mag van een buurtplatform verwacht worden dat zij open en transparant zijn over hun werkwijze en organisatiestructuur, naar de buurt en naar wijkpartners en de gemeente. De proeftuin geeft aan dat buurtplatformen spontaner werken dan de overheid en geen gedetailleerde plannen vooraf kunnen of hoeven te schrijven. Ze zijn geen plan- en uitvoeringsfabriek, maar worden graag zoveel mogelijk in staat gesteld adaptief te werken. Inclusiviteit staat hoog in het vaandel. Buurtplatformen richten hun werkwijze zo in dat gemarginaliseerde groepen er onderdeel van zijn of worden, niet om representatief te zijn, wel omdat collectief en outreachend werken de kracht en invloed van het buurtplatform zal versterken en juist die groepen de kracht van het collectief nodig hebben.
C. Middelen, en daarmee ook huisvesting
Allereerst hebben buurtplatformen eigen middelen, vanuit buurtgemeenschappen zelf. Dit geeft de beste onafhankelijke positie. Maar om die positie duurzaam te garanderen, kunnen zij aanspraak maken op middelen vanuit de gemeente. In de gemeentebegroting zal daartoe een post buurtplatformbudget worden opgenomen. Deze middelen kunnen worden ingezet voor de volgende onderdelen:
o Een beperkt basisbudget per erkend platform. o Een budget om een aantal grotere platforms mee te co-financieren: veel platforms kunnen uit de voeten met het genoemde basisbudget. Er zijn echter ook grotere organisaties die ook een activiteitenbudget en een locatie hebben. Dat vraagt ook een groter budget, waarbij ook extra eisen worden gesteld aan de organisatiestructuur van het platform. Die financiering kan niet volledig vanuit democratisering komen. Wel kan ondersteuning worden geboden bij het vinden van financiering voor grotere platforms. Vanuit het buurtplatformbudget kan er enige cofinanciering voor beschikbaar worden gesteld. Het buurtplatformbudget is niet bedoeld om al bestaande financiering aan platforms te vervangen en ook niet om voor ieder platform een eigen locatie te financieren. Zoals genoemd kan door de gemeente wel ondersteuning worden gevonden bij het zoeken naar aanvullende middelen en eveneens (financiering voor) locaties. Het buurtplatformrecht is ook los van de financiering van belang, de samenwerking en positionering zijn ook los van financiële middelen nodig en relevant. Wel is een financiële basis van belang om de energie die de buurtplatformen leveren voor de stad ook echt voor de buurten in te kunnen zetten, en niet voor het zoeken naar middelen om te overleven. D.
Onafhankelijke ondersteuning In delen van de stad is al onafhankelijke ondersteuning voor platforms beschikbaar vanuit !Woon. De financiering hiervan valt buiten het budget voor de Proeftuin. Voor platforms die hier geen gebruik van kunnen maken kan het buurtplatformbudget hiervoor worden ingezet. Ondersteuning is altijd maatwerk en kan zich bijvoorbeeld richten op de ontwikkeling van kennis en vaardigheden, of bijvoorbeeld hulp bij administratieve verplichtingen. Een duidelijke opbrengst van de Proeftuin is dat het onderling verbinden van de platforms in een netwerk meerwaarde biedt. Platforms leren van elkaar, en ondersteunen elkaar op allerlei manieren. Dit vraagt een combinatie van enige ambtelijke inzet en externe inzet plus wat middelen voor communicatie. E. Een overheid die samenwerking en aanhaken bij het buurtplatform stimuleert Om effectief zijn te bevorderen, omdat collectief en outreachend werken de kracht en invloed van het buurtplatform zal versterken, zal de overheid samenwerking met en aansluiting bij het buurtplatform van buurt partijen stimuleren en zelf ook zoveel mogelijk gebruik maken van de infrastructuur die het buurtplatform biedt, bijvoorbeeld bij het organiseren van buurtbijeenkomsten, en waar mogelijk die infrastructuur helpen versterken. Tegelijk zal het partners in de wijk stimuleren hetzelfde te doen. 5 Werkwijze van het buurtplatformrecht
Verkrijgen van de status buurtplatform Elke groep van actieve bewoners kan zich bij het stadsdeel; de gebiedsmakelaar of stadsdeelbestuur melden om voor hun buurt de status van buurtplatform te verkrijgen. Als er geen ander buurtplatform in hun buurt is, en ze voldoen aan de bovengenoemde criteria, dan zullen zij die status toegewezen krijgen. Er kan maar één buurtplatform actief zijn in een buurt. Deze status duurt maximaal vier jaar, waarna opnieuw over die status moet worden besloten. Het dagelijks bestuur van het stadsdeel neemt hierover een besluit en legt dit besluit ter advisering voor aan de stadsdeelcommissie. Los van de algemene kenmerken van een buurtplatform zoals hierboven beschreven, worden er geen nadere inhoudelijke criteria vastgesteld om te bepalen of een netwerk de status van een buurtplatform kan aanvragen. Bewonersnetwerken zijn er immers in verschillen de vormen en met verschillende ontstaansgeschiedenissen. De proeftuin geeft aan dat onderstaande checkvragen kunnen helpen om binnen de lokale context te bepalen of een initiatief de erkenning verdient:
1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.
Ordenen ze informatie voor en communiceren ze die zo breed mogelijk naar de buurt? Nemen ze anderen mee, in wat er speelt en als input voor plannen /activiteiten? Werken ze ook vanuit verschillende lagen van de samenleving? Helpen ze anderen op weg om op eigen benen te staan? Staan ze open voor iedereen die wil aanhaken? Hebben ze het vermogen om verbindingen te leggen en buurt brede uitvoeringskracht te laten zien? Komen ze niet alleen op voor een smaldeel maar voor diverse groepen in de buurt? Staat het belang van de buurt voorop en niet het eigen belang? Weten ze ook zelf geld en/of support voor de buurt te mobiliseren? Is de gedrevenheid intrinsiek van onderop, in plaats van op verzoek van de gemeente?
Desgewenst kan de coalitie van buurtplatformen (zie alinea samenwerking buurtplatformen) een advies geven over of een initiatief passend is als buurtplatform. Ook kunnen zij aspirant-platformen begeleiden gedurende een proefperiode. Als meer netwerken zich bij de gemeente aanbieden om de status van buurtplatform te verwerven voor dezelfde buurt, wordt de stadsdeelcommissie gevraagd om hierover te adviseren, waarna het Dagelijks bestuur van het stadsdeel dit overneemt. Wanneer er gedurende de periode van vier jaar meerdere signalen van meerdere partijen (van binnen de gemeentelijke organisatie, van wijkpartners of vanuit de buurt) binnenkomen over dat het buurtplatform niet naar behoren en volgens het kader functioneert, wordt door het gebiedsteam, het tussenteam en het dagelijks bestuur, in samenspraak met het buurtplatform een verbeterplan opgesteld met verbeterdoelen. Het platform krijgt maximaal 12 maanden de tijd om tot een normalisering te komen. Lukt dit niet? Dan wordt men de status van buurtplatform ontnomen. Het platform wordt onderdeel van de coalitie van buurtplatformen en zijn jaarlijks verplicht tot een peer-topeer gesprek met minimaal één ander buurtplatform. Zo’n gesprek kent verder weinig eisen en is een waardevolle gelegenheid voor reflectie, ideeën en kritiek.
Buurtplatformen leggen minimaal eenmaal per jaar op zelfgekozen wijze verantwoording af aan de buurt. Zij leggen aan het eind van de termijn van de hun toegekende status verantwoording af aan de gemeente. De manier waarop staat hen vrij. Aanspreekpunten en lokale samenwerking
Vanuit de gemeente is het primaire aanspreekpunt voor een buurtplatform, de gebiedsmakelaar en het gebiedsteam. De gebiedsteams zijn de ambassadeur, loods en facilitator van de buurtplatformen in de gemeentelijke organisatie. Gebiedsteams helpen het buurtplatform zich te versterken en verbreden en zijn ook de eerste stap in escalatie wanneer een buurtplatform vastloopt en geen positie krijgt. Soms is een buurtplatform gekoppeld aan een buurt(gebieds)ontwikkeling en is er een logische verbinding tussen het platform met een projectteam wat werkt aan de gebiedsontwikkeling. De betrokken gebiedsmakelaar zal dan samen met medewerkers uit het projectteam het aanspreekpunt zijn voor het buurtplatform. Gezamenlijk wordt afgesproken op welke manier het structurele contact wordt ingeregeld, en wie daar bij minimaal bij aanwezig moet zijn. Ook wordt er een werkwijze afgesproken hoe om te gaan bij escalaties en knelpunten. Deze werkwijze verschilt per buurt en kent geen blauwdruk, immers elk initiatief is anders en elke buurt kent een andere context. Toch is het van belang om wel zorg te dragen voor een goede overlegstructuur. De proeftuin geeft aan dat het werken met buurtplatformen draait om samenwerkingen en het begrijpen van elkaars (leef)werelden. Dat bereik je alleen door elkaar regelmatig te zien en te spreken.
In de regel is het aan te bevelen dat er minimaal 1x per maand contact is tussen de gebiedsmakelaar en/of omgevingsmanager van het project en het buurtplatform en 1x per halfjaar een knelpuntenoverleg te organiseren met het management van het stadsdeel of project. Het buurtplatform mag een gebiedsteam en projectteams aanspreken op het functioneren; hun feedback kan onderdeel zijn van de beoordelingscyclus. Andersom verrijken gebiedsteams buurtplatformen in hun functioneren, door kritisch te zijn, netwerken te delen en te attenderen op ontwikkelingen die kansen bieden voor de buurt. Nieuwe medewerkers van een gebiedsteam en projectteams hebben, indien het buurtplatform dat wenst, tijdens de aanstellingsperiode, een gesprek met het buurtplatform in de vorm van een klikgesprek. Het buurtplatform adviseert op basis van dit gesprek de gebiedsmanager of de projectmanager over de klik met de persoon in kwestie. De uiteindelijke beslissing voor aanstelling ligt bij de desbetreffende manager. Het dagelijks bestuur van een stadsdeel geeft doormiddel van een besluit legitimiteit aan de status van een buurtplatform. Het dagelijks bestuur maakt daarbij zelf de afweging hoe zij zich wil verhouden ten opzichte van de actieve buurtplatformen in het stadsdeel en op welke manier men met hen afstemming zoekt.
De proeftuin geeft aan dat mogelijke vormen voor afstemming bijvoorbeeld een jaarlijks buurtplatform-dag en/of wijkavonden kunnen zijn, waarbij de stadsdeelcommissie en de betrokken Buurtplatformen aanwezig zijn en kennis uitwisselen over de buurten. Hier zijn goede ervaringen mee in Zuidoost. Stadsdeelcommissie (en eventueel door hen ingestelde stadsdeelpanels) staan organisatorisch los van buurtplatformen, maar krijgen mogelijk wel met elkaar te maken. Onderling overleg vindt plaats hoe en wanneer beide partijen dat willen. De georganiseerde actieve bewoners fungeren vaak als ogen en oren voor de stadsdeelcommissie, want ze kennen de haarvaten van de buurt. Gebiedsplannen en andere buurtplannen gaan worden eerst met het buurtplatform afgestemd voordat ze ter advisering naar de stadsdeelcommissie gaan. Inhoudelijke verschillen van mening worden gezien als verrijking van de kwaliteit. Beslisbevoegdheid ligt uiteindelijk altijd bij de gekozen vertegenwoordigers, dus de stadsdeelcommissie en het dagelijks bestuur van het stadsdeel.
Rol tussenteam in lokale samenwerking
Bij escalaties over positie en status van het buurtplatform, die niet op te lossen zijn binnen de gebieds/stadsdeel-/projectorganisatie, kan het tussenteam buurtplatformen worden ingeschakeld. Het tussenteam bestaat uit een groep ambtenaren die de kaders van het buurtplatformrecht bewaakt en verder ontwikkelt, het register van bijhoudt en de financiering beheert. Zij staan onder directe aansturing van een GMT-lid (Gemeentelijk Management Team), zijn eerste adviseur voor het college van B&W aangaande het buurtplatformrecht en kunnen zowel op ambtelijk als op bestuurlijk niveau escaleren en vastgelopen samenwerking geforceerd vlot trekken. In de regel geldt dit alleen in het uiterste geval voor vergaande vastgelopen processen. Doel van een goed buurtplatformrecht is sterke samenwerkingsrelaties op gebiedsen projectniveau en daarbij hoort ook de houding om zoveel mogelijk problemen lokaal op te lossen. Samenwerking tussen buurtplatformen: coalitie van buurtplatformen Het werken met buurtplatformen is niet statisch geheel en vraagt voortdurende bijsturen en aanpassen. De verwachting is dat met het instellen van een buurtplatformrecht, er meer buurtplatformen gaan ontstaan en de specifieke context van deze nieuwe platforms zal inzichten geven die we gebruiken om het kader bij te stellen.
Hiervoor wordt een coalitie van buurtplatformen ingericht waarin alle platformen vertegenwoordigd zijn en waar samen met het ambtelijke tussenteam wordt gewerkt aan het uitwisselen van kennis en informatie en het versterken van het buurtplatformrecht. Ook geldt deze coalitie als kweekvijver voor nieuwe platformen. Bijlage: Vragen en antwoorden over het buurtplatformrecht (opgesteld door de proeftuin buurtplatformrecht)
A. Een wijk heeft al actieve bewonersnetwerken, zoals vele huurderscommissies. Hoe verhouden die zich tot elkaar? Actieve bewoners bestaan inderdaad ook op kleinere schaal: huurderscommissies of Verenigingen van Eigenaren (VVE) per wooncomplex. Ook hier zijn het bewoners die naar voren stappen om zich in te zetten voor het algemeen belang naast het directe woonbelang. Een belangrijk verschil is hier het geografische niveau. Buurtplatformen ondersteunen de hele buurt en bemoeien zich in beginsel niet met individuele woonblokken, maar kunnen wel stimuleren dat er per wooncomplex actieve bewoners naar voren treden.
B. Moeten bewoners(groepen) of maatschappelijke organisaties zich aansluiten bij een buurtplatform voor contact met een project of gemeente? Nee, vrijheid voor iedereen staat voorop. Verplichte samenwerking werkt in de praktijk niet. De gemeente kan wel verbindingen leggen, maar legt geen verbindingen op. Samenwerking in een buurtplatform moet van onderop tot stand komen en kan iemands positie uiteraard verstevigen en communicatie makkelijker maken. Die afweging maakt ieder echter voor zich.
C. Moet een buurtplatform een rechtspersoon zijn? Nee, dat hoeft niet. Het mag uiteraard wel, desnoods in een later stadium. Hoe dan ook moet een buurtplatform zich bij de gemeente aanmelden met duidelijke contactpersonen. De gemeentelijke gebiedsmakelaar is hierin de meest voor de hand liggende schakel, maar andere arrangementen zijn mogelijk. De gemeente houdt een register bij van aangemelde en erkende buurtplatformen.
D. Mogen buurtplatformen eigen belangen van deelnemende partijen faciliteren? Ja, vrije gesprekken kunnen over alles gaan. Wel moeten buurtplatformen die vooral persoonlijke belangen van een klein deel van de buurt najagen zich realiseren dat dat tot tegenspraak kan leiden bij andere partijen.
De gemeente luistert naar deelbelangen, maar zal bij uiteindelijke keuzes altijd kijken naar het hele palet aan belangen.
E. Waar moeten buurtplatformen allemaal bij betrokken worden? In principe bij alles wat de gemeente en wijkpartners in de betreffende buurt doen, dat een merkbare invloed heeft op die buurt. De bewijslast om ze bij sommige zaken niet te betrekken, ligt bij de gemeente en/of de wijkpartners. Buurtplatformen hebben het recht om vanaf de start van een proces betrokken te worden, en ook bij reguliere wijkoverleggen. Of ze daar daadwerkelijk aan deelnemen, bepalen ze zelf. Ook hebben ze het recht om opgenomen te worden in de standaard verzendlijsten van periodieke briefings of verslagen van projectgroepen of gebiedsoverleggen.
F. Wat kan een buurtplatform doen als een ambtenaar hen passeert? Het beste is om informeel contact te zoeken met de ambtenaar, waarna het beoogde contact er normaliter alsnog snel komt. Als dat om welke reden dan ook niet werkt, dan kan een buurtplatform zich wenden tot het ‘tussenteam’, een groep ambtenaren die zich inspant om vastgelopen samenwerking vlot te trekken. Als dit onverhoopt niet lukt, meldt het tussenteam de kwestie bij management of bestuur.
G. Mogen buurtplatformen ook zelf initiatieven in hun buurt nemen? Uiteraard. De gemeentelijke grondhouding naar initiatieven vanuit de samenleving is positief, maar medewerking is niet vooraf gegarandeerd. Het draagvlak van een buurtplatform komt niet van en via plannen maken maar van de concrete verbeteringen in de buurt.
H. Mogen buurtplatformen commerciële doelen nastreven? In principe niet. Wel kunnen ze als onderneming-zonder-winstoogmerk functioneren, bijvoorbeeld door opdrachten te aanvaarden. Het behaalde resultaat komt toe aan de buurtgemeenschap, niet aan individuele personen. Sowieso is het niet de bedoeling dat deelnemers van een buurtplatform winst kunnen nemen uit de organisatiebegroting. Betalingen aan mensen die zich inzetten, gaan op basis van maatschappelijke tarieven zoals de buurtstaffel http://www.bit.ly/buurtstaffel
I. Moet de gemeente wensen van een buurtplatform honoreren? Nee. De gemeente kijkt bij besluiten altijd naar wet- en regelgeving en besluitvorming vindt plaats door het dagelijks bestuur van het stadsdeel, college van B&W en de gemeenteraad. Als een buurtplatform voor wensen uit de buurt zelf draagvlak in de buurt organiseert, verhoogt dat meedenken en honorering vanuit de gemeente aanzienlijk. Als wensen niet worden ingewilligd, gebeurt dat altijd openlijk en met argumenten. In die zin stelt het buurtplatformrecht niet alleen eisen aan de gemeente, maar ook aan buurtplatformen.
J. Moet een buurtplatform aantonen dat zij representatief is voor de buurt? Nee, dat zou een onmogelijke opgave zijn en is een doel dat meer hoort bij de (mee-)beslis democratie dan bij de doe-democratie waar de buurtplatformen onderdeel van uitmaken. Bovendien is de gemeenteraad ook geen perfecte afspiegeling van de Amsterdammers. Een buurtplatform is niet representatief, maar collectief. Het is een actief netwerk waar een buurt zich in herkent. Een diverse samenstelling is wel altijd een goed streven. Draagvlak organiseren en oog hebben voor de stem van minderheden zijn belangrijk bij de vraag of acties en pleidooien van buurtplatformen de eindstreep halen of niet.
K. Moet een buurtplatform iedere belangstellende vanuit de buurt opnemen? Ja, de gedachte is zelfs dat dit niet een ‘’verplichting’’ zal worden gevoeld, maar het buurtplatform er blij mee zal zijn. Iedereen is welkom die wil bijdragen en fijn kan en wil samenwerken. Van een buurtplatform mag worden verwacht dat ze altijd manieren zoekt om nieuwe bewoners actief te maken voor de buurt, behoudens uitzonderingen, zoals bij integriteitskwesties of onwerkbare verhoudingen.
L. Wat als zich een groep bewoners meldt die zich niet gerepresenteerd voelt door het platform? Als er andere/ tegengestelde geluiden komen uit de buurt dan die het platform verwoordt? Samenwerking is het primaire doel van het buurtplatformrecht, representatie/vertegenwoordiging van alle belangen in de buurt is dat niet. Er kunnen afwijkende meningen zijn die soms tegenovergesteld zijn aan die vanuit het buurtplatform worden geuit. Van een buurtplatform mag verwacht worden (zie hierboven, artikel K) dat zij altijd de samenwerking zoekt en alle geluiden probeert te horen. Lukt dit niet, dan schiet de stadsdeelorganisatie ter hulp en zal bemiddelen, eerst ambtelijk maar in escalaties ook bestuurlijk.
M. Mag een buurtplatform zich ook bemoeien met zaken in andere buurten? Ja, maar naarmate het directe belang van een buurtplatform afneemt, neemt ook haar positie in het krachtenveld af. Een buurtplatform geeft bij haar aanmelding aan namens welke buurt zij opereert. De buurtgrenzen bepaalt zij zelf, maar mogen in beginsel niet overlappen met begrenzingen van andere buurtplatformen. De gemeente heeft een openbaar register waarin staat in welke buurt welk platform actief is.
N. Moeten alle buurtplatformen aan dezelfde eisen voldoen? Nee. Er is ruimte voor lokale invulling, dat is juist mooi. Wel valt elk buurtplatform onder dezelfde algemene richtlijnen uit dit document. Samenwerken en als breed bewonerscollectief verantwoording afleggen aan de buurt hoort daarbij. Op welke manier ze dat doen, kan verschillen. Het vormen van een buurtplatform is vaak een groeiproces. Beginners hebben ruimte en vrijheid nodig om zich te ontwikkelen en om te veranderen. Een buurtplatform mag echter niet worden gedomineerd/gerepresenteerd door een professionele, nietlokale organisatie, hoe goed hun intentie om de buurt te verbeteren ook is. Het buurtplatform is altijd een bundeling van de samenwerkende actieve bewoners van een buurt die zelf het voortouw nemen.
O. Worden budgetten voor buurtplatformen in de praktijk wel goed besteed? Dat is uiteraard de bedoeling, maar - zoals bij bijna alles in het leven - geen garantie. Budgetten die buurtplatformen zelf hebben verworven, kunnen vrij worden besteed. Budgetten die van de gemeente komen, zijn gebaseerd op een globale begroting. Over die budgetten leggen buurtplatformen zoveel mogelijk en ten minste eenmaal per jaar op eigen wijze verantwoording af aan zowel buurt en aan de gemeente op de manier zoals met de gemeente wordt overeengekomen.
P. Wie bepaalt de buurtgrenzen van een buurtplatform? Het buurtplatform zelf. De formele grenzen van stadsdelen, postcodes of wat dan ook mogen worden gevolgd, maar dat hoeft niet. Het gebied moet wel wooncomplex-overstijgend zijn, want anders wordt het meer een huurdersvereniging of VVE. Verder is van belang dat een buurtplatform z’n grenzen bekend maakt, ook in het gemeentelijk register. Dan weet iedereen waar we het over hebben.
Q. Kan er meer dan één buurtplatform zijn per buurt? Nee. Uiteraard kunnen er meerdere buurtnetwerken zijn, maar er kan maar één netwerkorganisatie per buurt de gemeentelijke status van buurtplatform hebben. Als meer netwerken zich bij de gemeente aanbieden om de status van buurtplatform te verwerven, wordt de stadsdeelcommissie om een oordeel en een keuze gevraagd, waarna het Dagelijks bestuur van het stadsdeel dit overneemt.
R. Moet elk buurtplatform ook ‘buurtplatform’ in de naam voeren? Nee. Het kan elke naam hebben, dat bepaalt het buurtplatform zelf. ‘Buurtplatform’ is alleen een status die aan een netwerk van samenwerkende actieve bewoners wordt toegekend.
S. Kan een wijkcentrum een buurtplatform zijn? Niet letterlijk. Een wijkcentrum is een gebouw, een maatschappelijke instelling met een bepaalde opdracht voor een buurt. Wel kan een wijkcentrum de uitvalsbasis en de huisvesting van een buurtplatform zijn. Ook kan een buurtplatform het wijkcentrum onder beheer hebben en runnen als een van hun activiteiten.
T. Hoe voorkom je dat zich buurtbaronnen/burgemeesters vormen? Door de status van een buurtplatform niet eeuwigdurend te maken. Met een vierjarige termijn wordt voorkomen dat zich platforms vormen die nog slechts bestaan uit een oudgediende die alles bij zichzelf houdt. De status van een buurtplatform moet daarom om de vier jaar opnieuw worden toegekend door het Dagelijks bestuur van het stadsdeel. Daarnaast zijn buurtplatformen jaarlijks verplicht tot een peer-to-peer gesprek met minimaal één ander buurtplatform. Zo’n gesprek kent verder weinig eisen, maar alleen al zo’n gesprek is een waardevolle gelegenheid voor reflectie, ideeën en kritiek. Ook nemen ze deel aan de coalitie van buurten Amsterdam, versterken ze die en verrijken ze zichzelf met de interactie daarmee.
U. Is een buurtplatform niet een extra administratieve tussenlaag die het leven lastiger maakt? Nee. Veel buurten hebben al een (latent) netwerk van actieve bewoners dat afstemt en communiceert met de gemeente. Ook keren buurtgroepen zich vaak achteraf tegen gemeentelijke initiatieven, omdat ze eerder in het proces geen positie daartoe hadden. Het buurtplatformrecht verstevigt en verduidelijkt alleen maar hun positie en kan de complexiteit zo bekeken dus zelfs reduceren. Buurtplatformen kunnen dienstverlenend zijn voor projectleiders en gebiedsmakelaars: ze bieden een netwerk waar zij hun plannen in één keer kunnen bespreken, in plaats van zelf een avond te organiseren.
V. Hoe verhouden ‘bewonerscollectieven’ of ‘maatschappelijke initiatieven’ en ‘buurtplatformen’ zich? Een buurtplatform is altijd een maatschappelijk initiatief van bewoners, maar niet ieder maatschappelijk initiatief is een buurtplatform. Er kunnen in een buurt vele maatschappelijke initiatieven en organisaties zijn. Op educatief vlak, kerken of moskee, voor kinder activiteiten, senioren of educatie etc. De samenwerking daartussen, en met de bewoners en -complexen van de buurt is juist het buurtplatform. Het buurtplatform is het bewonerscollectief dat een stem wil geven aan bewoners buurtbreed en een structuur voor samenwerking en communicatie buurtbreed. In alle gevallen geniet een buurtplatform bij de gemeente een bepaalde geregistreerde status en de andere genoemde collectieven niet (per se).
W. Moeten buurtplatformen werken zoals de overheid zelf werkt of graag ziet dat ze zouden werken? Nee. De overheid kenmerkt zich door een hoog gehalte aan focus op hoe het proces doorlopen wordt en overleggen, de ‘’bijeenkomst’’ staat vaak centraal als instrument terwijl in een buurt afstemming een continue proces is en concrete resultaat en verbeteringen leveren het voornaamste doel is. Het voordeel van het buurtplatform als bewonerscollectief stoelt op een aantal zaken zoals: • korte lijnen • Wendbaarheid en adaptief werken • Probleemeigenaar zijn • Integraal leven en daarmee denken en doen • doelen kunnen stapelen • proberen wat werkt en bijsturen in plaats van praten over wat zou kunnen werken • intrinsieke motivatie • resultaat gedreven zijn in plaats van proces gedreven zijn Het is juist vanwege de inherent integrale insteek en werkwijze dat buurtplatformen heel aanvullend zijn op wat de overheid (en andere wijkpartners) doet. Het buurtplatformrecht beschermt deze autonomie en zorgt dat buurtplatformen wel worden afgerekend op resultaat maar er geen sturing op proces of plannen zal plaatsvinden.
X. Moeten buurtplatformen overheidsbeleid uitvoeren en/of kunnen ze in opdracht werken van de overheid? Buurtplatformen hoeven niet het overheidsbeleid uit te voeren. Ze kunnen zelfs helpen een stem daartegen te formuleren en kunnen en worden geacht een belangrijke luis-in-de-pels functie te vervullen. Het staat buurtplatformen vrij om opdrachten aan te nemen, bijvoorbeeld met betrekking tot buurt communicatie en informatiedeling, ook tegen betaling, maar het is hun eigen keuze dit wel of niet te doen.