3. Centrumeiland Blok 3 en 16 Toelichting
Tekst van het document
Waterparagraaf
Algemeen Het Rijk, de provincies, gemeenten en waterschappen hebben in februari 2001 de “Startovereenkomst Waterbeheer 21ste eeuw” ondertekend. Hierin is vastgelegd dat de betrokken partijen de “watertoets” toepassen op alle relevante ruimtelijke plannen met waterhuishoudkundige consequenties. In het Besluit ruimtelijke ordening is bepaald dat de betrokken waterbeheerders moeten worden geraadpleegd bij het opstellen van bestemmingsplannen en bij de voorbereiding van een omgevingsvergunning die in strijd is met het bestemmingsplan. De watertoets is een instrument om ruimtelijke plannen, zoals bestemmingsplannen en een omgevingsvergunning voor de activiteit “bouwen in strijd met het bestemmingsplan”, te toetsen op de mate waarin rekening wordt gehouden met waterhuishoudkundige aspecten. Het gaat daarbij onder meer om aspecten als waterkwaliteit en waterkwantiteit (ruimte voor water) en veiligheid (bescherming tegen overstroming). De waterparagraaf is afgestemd met Waternet als toekomstig waterbeheerder van Centrumeiland namens het waterschap Amstel, Gooi en Vecht en als uitvoerder van de gemeentelijke watertaken zoals riolering, grondwaterzorgtaak en drinkwatervoorziening. Daarnaast zorgt Waternet ook namens het waterschap voor de verwerking van het afvalwater. Hieronder volgt een beknopte samenvatting van de watertoets.
De watertoets is gericht op de ontwikkeling van heel Centrumeiland. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 3 Watertoets van deze toelichting. Waterkering Het IJmeer is aangemerkt als buitenwater. Op het eiland zijn daarom primaire waterkeringen voorzien die het plangebied beschermen tegen overstromen. Bij het ontwerp van deze waterkeringen wordt rekening gehouden met de nieuwste inzichten en ontwerpnormen. De primaire waterkering van het Centrumeiland wordt daarom ontworpen volgens de nieuwe normering en veiligheidsfilosofie die vanaf 2017 definitief van kracht is: De waterkering garandeert de waterstaatkundige veiligheid met een overstromingskans van 1/300 jaar. De faalkanseis voor de hoogte van de waterkering van Centrumeiland wordt bepaald uit de norm voor de overstromingskans van het dijktraject en bedraagt 1/833. De waterkerende hoogte is afhankelijk van de te verwachten golven en waterstanden in de maatgevende situaties, en varieert van circa NAP +1,3 tot NAP +1,7 m uitgaande dat de overige Gemeente Amsterdam
blz. 58
eilanden van IJburg 2e fase (Middeneiland en Buiteneiland) worden aangelegd, en NAP +1,3 m tot NAP +2,4 m in het geval dat deze eilanden nog niet worden aangelegd. Bij het bepalen van het profiel van de waterkering wordt rekening gehouden met de WKO-systemen die op het eiland gepland zijn. Daarnaast speelt de levensduur van de waterkering een belangrijke rol: de levensduur bedraagt 50 jaar. Voor het ontwerp moet echter 100 jaar verder worden gekeken om rekening te houden met het effect van autonome ontwikkelingen zoals klimaatverandering. Zo worden eventuele peilverhogingen in het IJmeer in de bepaling van de kruinhoogte meegenomen, wat ook als eis in het bestemmingsplan is opgenomen. Toepassing van de nieuwe normen met betrekking tot de waterkeringen maken dat aan deze eis wordt voldaan. Met de nieuwe normering verdwijnen de in de Waterwet vastgestelde dijkringen. De primaire waterkeringen worden in dijktrajecten ingedeeld. Voor IJburg worden de primaire waterkeringen rondom de bestaande (IJburg fase 1) en nieuwe eilanden (IJburg fase 2) ingedeeld in dijktraject IJburg 13a. De planning van de formele aanwijzing van het dijktraject rond Centrumeiland als primaire waterkering is thans onderwerp van gesprek tussen gemeente, provincie en waterbeheerders. Ongeacht het moment van aanwijzen wordt de waterkering rond Centrumeiland uitgevoerd conform de bovenbeschreven normering.
Alle waterkeringen krijgen een harde oeverbescherming. De waterkeringen worden dusdanig ontworpen dat ze op een reguliere wijze kunnen worden onderhouden. Het kernprofiel van de waterkering dient vrij te blijven van oneigenlijke elementen. Volledigheidshalve wordt hier opgemerkt dat dit plangebied niet binnen de grenzen van de waterkering ligt. Oppervlaktewater Binnen het plangebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Het huidige peil van het IJmeer, waarin Centrumeiland ligt, fluctueert tussen NAP -0,20 m (winter) en NAP -0,40 m (zomer). IJburg ligt in een Natura-2000 gebied en voor IJburg geldt daarom het zogenaamde "stand-still" beginsel. Dit houdt in dat door de aanleg en het gebruik van IJburg de waterkwaliteit van het IJmeer niet mag verslechteren. Het waterhuishoudkundig systeem binnen het plangebied wordt daarom zodanig ingericht dat aan de neerslag die op het eiland valt zo weinig mogelijk vervuiling uit het stedelijk gebied wordt toegevoegd. Daarnaast voorziet de inrichting van het eiland in mogelijkheden om vrijwel alle neerslag op het eiland lokaal te infiltreren. Het geïnfiltreerde hemelwater dient door de zuiverende werking van de bodempassage als schoon freatisch grondwater af te stromen naar het IJmeer.
De oevers, waterkeringen en kadeconstructies op Centrumeiland worden waterdoorlatend aangelegd zodat het grondwater in het plangebied ongehinderd kan afstromen naar het oppervlaktewater. Conform het bestemmingsplan mag het water vanaf de oever niet benaderbaar zijn in verband met de bescherming van watervogels. De oeverbescherming moet daarom dusdanig worden vormgegeven dat dit inderdaad niet mogelijk zal zijn. Grondwater De gemeente heeft een wettelijke zorgplicht voor het in het openbaar gemeentelijke gebied treffen van maatregelen om structurele nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. De maaiveldhoogte van Centrumeiland varieert binnen het plangebied van NAP +5,5 m op het centrale plein tot NAP +1,9 m langs de Strandeilandlaan.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 59
Voor Centrumeiland streeft de gemeente naar een duurzaam functionerend grondwatersysteem. Het plangebied dient daarom te voldoen aan de volgende ontwateringsnormen: Op Centrumeiland mag met kruipruimte worden gebouwd (interne hoogte maximaal 0,5 m). De grondwaternorm voor bouwen met kruipruimte is een ontwateringsdiepte van minimaal 0,9 m ten opzichte van het maaiveldniveau. Deze ontwateringsdiepte mag met een herhalingskans van 1 keer per 2 jaar gedurende maximaal 5 aaneengesloten dagen overschreden worden. De met deze norm corresponderende grondwaterstand is hier benoemd als de maatgevend hoge grondwaterstand. Op het tracé waar mogelijk in de toekomst een tramverbinding wordt gerealiseerd, dient de ontwateringsdiepte ten opzichte van de maatgevend hoge grondwaterstand minimaal 1,20 m te bedragen. Deze ontwateringsdiepte is eveneens noodzakelijk op locaties met infiltrerende hemelwaterriolering (IT-riolering). Om bomen goede groeiomstandigheden te bieden dienen deze te beschikken over voldoende onverzadigd bodemvolume. De gemeentelijke ambitie voor Centrumeiland is daarom een ontwateringsdiepte van minimaal 0,90 m ten opzichte van de maatgevend hoge grondwaterstand op de locaties waar bomen worden aangeplant.
Verder wordt ter plaatse van ondergrondse infiltratievoorzieningen een minimale ontwateringsdiepte ten opzichte van de onderkant van de voorziening van 0,10 m bij een maatgevend hoge grondwaterstand gehanteerd. Voor de bovengrondse infiltratievoorzieningen (wadi's) wordt een minimale ontwateringsdiepte ten opzichte van het diepste bodemniveau van de infiltratievoorziening van 0,50 m bij een maatgevend hoge grondwaterstand gehanteerd. Uit simulaties met een grondwatermodel volgt dat het plangebied tijdens alle maatgevende ontwikkelingsstadia voldoet aan alle gestelde ontwateringsnormen. Bij de berekeningen van de maatgevende gorndwaterstanden is rekening gehouden met toekomstige ontwikkelingen als klimaatverandering, peilstijging en kelderbouw. Toepassing van drainagesystemen om de grondwaterstand te verlagen is onwenselijk en dient voorkomen te worden. Polderconstructies zijn niet toegestaan. Onder polderconstructies wordt verstaan: constructies waarbij het grondwater via een permanente bemaling lager wordt gebracht dan het oppervlaktewaterpeil. Verder dienen ondergrondse werken waterdicht te worden uitgevoerd. Op Centrumeiland mag niet dieper worden gebouwd dan NAP -1,0 m.
Dat wil zeggen dat kelders tot een diepte van maximaal NAP -1,0 m (onderkant kelderfundering exclusief palen) wel zijn toegestaan, mits deze buiten het Keurprofiel en buiten de kernzone van waterkeringen worden gebouwd. Op deze manier blijft bij aanleg van kelders tot de maximaal toegestane diepte altijd een zandpakket van minimaal 2,5 m onder de kelder gehandhaafd en ontstaan er geen nadelige grondwatereffecten, ook niet bij aaneengesloten kelderblokken. Het is niet toegestaan om verontreinigingen in de bodem of het grondwater te introduceren. Hemelwater De ambitie voor Centrumeiland is een eiland zonder hemelwaterriool. De voorkeur gaat uit naar het bovengronds (zichtbaar) laten afstromen van hemelwater en verwerking van hemelwater op het eiland zelf. Vanwege de ligging in een Natura-2000 gebied is in artikel 28.3 van het vigerende bestemmingsplan IJburg 2 bepaald dat op Centrumeiland minimaal 93% van de neerslag ter plaatse wordt geborgen of geïnfiltreerd. Voor de openbare ruimte is daarom in hoofdlijnen gekozen voor een bovengronds systeem van hemelwaterverwerking via goten en wadi's; verdiept aangelegde groenzones met als functie berging en infiltratie van hemelwater. Als aanvulling op dit systeem kan op een aantal locaties binnen de plangrens waterdoorlatende of waterpasserende verharding worden toegepast. Bij de ontstuiltingswegen langs de Gemeente Amsterdam
blz. 60
randwegen wordt de optie opengehouden om IT-hemelwaterriolering toe te passen. In het ontwerp van de openbare ruimte dient tijdig en zorgvuldig rekening te worden gehouden met de aansluitingen van particuliere hemelwaterafvoer; het water wordt immers op maaiveldniveau aangeboden. Waterbestendig bouwen, en daarbij voorbereid zijn op klimaatveranderingen, is een basisvoorwaarde voor de ontwikkelingen op Centrumeiland. Uitgangspunt is daarom dat er voldoende capaciteit in het ontwerp van het eiland aanwezig is om hemelwater op te vangen en te verwerken, ook bij extreme buien. Opvang en afvoer van regenwater bij extreme buien is onderwerp van de Rainproof strategie van de gemeente Amsterdam en Waternet/AGV. Als uitwerking van deze Rainproof strategie is als ambitie in het Gemeentelijk Rioleringsplan Amsterdam opgenomen dat de stad een extreme bui van 60 mm in één uur kan verwerken zonder schade aan huizen en vitale infrastructuur. Het maaiveldontwerp wordt periodiek getoetst op klimaatrobuustheid door simulaties uit te voeren met een neerslag-afvoermodel. Ook het ontwerp van de groenzones moet tijdens het ontwerpproces regelmatig getoetst worden op beschikbare waterberging en infiltratiecapaciteit.
Waterdichte verharding is niet toegestaan bij speelplekken in de groenzones op Centrumeiland en sterke bodemverdichting ter plaatse van de speelplekken dient te worden voorkomen, zo nodig door (ondergronds) technische maatregelen te treffen. Het streven is om ontwikkelende partijen op Centrumeiland klimaatbestendige en waterrobuuste ontwerpen toe te laten passen. Voor de private ruimte geldt op Centrumeiland daarom het principe dat hemelwater, opgevangen op eigen kavel, ook zoveel mogelijk op eigen kavel wordt verwerkt. Deze regeling is opgenomen in de kavelregels. Daarnaast wordt in het bestemmingsplan een voorwaardelijke verplichting opgenomen. Deze luidt: Het gebruik als bedoeld is slechts toegestaan indien wordt voorzien in een minimale waterverwerkingscapaciteit van hemelwater van 60 liter per m2 kaveloppervlak door middel van waterberging, hergebruik en/of infiltratie; hieronder wordt mede verstaan het verwerken van hemelwater dat valt op het dak van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken van de betreffende kavel, waarbij: mag worden voorzien in het afvoeren van het meerdere naar openbaar gebied, en; hemelwater dat valt op het dak van het hoofdgebouw mag worden afgevoerd naar openbaar gebied tot een maximaal debiet van 1 L/m2/uur.
De gemeente ambieert om de ontwikkelaars en bewoners zoveel mogelijk te faciliteren en informeren naar de mogelijkheden om aan deze voorwaardelijke verplichting te voldoen. Bij de aanleg van ondergrondse parkeergarages of parkeervakken op maaiveld moet aandacht worden besteed aan hoe het hemelwater lokaal kan worden verwerkt. Een aandachtspunt bij ondergrondse parkeergarages onder de binnentuin of ander onverhard oppervlak is een goede afstroming van infiltrerend hemelwater boven het kelderdak. Bij parkeren op maaiveldniveau kan worden gekozen voor waterpasserende elementenverharding. In de buitenlucht mag alleen gebruik worden gemaakt van niet- uitlogende materialen, om verontreiniging van afstromend hemelwater, oppervlaktewater, grondwater en waterbodem tegen te gaan. Daarnaast mag bij het beheer geen gebruik worden gemaakt van middelen die kunnen leiden tot verontreiniging van het oppervlakte- of grondwater, zoals chemische onkruidbestrijdingsmiddelen.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 61
5.2
Archeologie en cultuurhistorie
5.2.1
Archeologie
De Erfgoedwet bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet. De Erfgoedwet omvat zowel roerend als onroerend erfgoed en is per 1 juli 2016 van kracht geworden. In de Erfgoedwet staat: hoe met erfgoed wordt omgegaan; wie welke verantwoordelijkheden daarbij heeft en hoe daar toezicht op wordt gehouden. De Erfgoedwet is een integrale wet waarin musea en collecties, monumenten en archeologie worden beschermd. Het ruimtelijk aspect van erfgoed zal worden geregeld in de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2019 in zal gaan. Daardoor is er nu sprake van overgangsrecht, waardoor bepaalde artikelen uit de Monumentenwet 1988 nog even van kracht blijven. Om archeologische resten te beschermen zijn gemeenten verplicht in bestemmingsplannen rekening te houden met bekende en verwachte archeologische waarden en verwachtingen. Op die manier wordt archeologie meegenomen in het ruimtelijke afwegingskader. Bij het verlenen van een omgevingsvergunning kan archeologie daardoor een rol spelen. De basis van deze werkwijze ligt in het uitgangspunt 'neem archeologie mee in het ruimtelijke ordening' van het Verdrag van Valletta, dat Nederland en een groot aantal andere landen in 1992 ondertekende. In 2007 heeft dit verdrag zijn beslag gekregen in de Nederland de wetgeving.
Voorheen werd archeologie in de Monumentenwet 1988 geregeld, maar deze wet is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet, waarin het behoud en beheer van het cultureel erfgoed is vastgelegd. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2021 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Het betreft hier verordeningen, bestemmingsplannen, vergunningen en ontheffingen op het gebied van archeologie. Het projectgebied Archeologie speelde een rol bij het landmaken, in die zin dat er aandacht moest zijn voor de mogelijke aanwezigheid van scheepswrakken bij baggerwerkzaamheden. Er zijn geen archeologische sporen aangetroffen. Door de zandsuppletie zijn eventueel aanwezige archeologische sporen in de (voormalige) waterbodem van Centrumeiland dusdanig afgedekt dat bewaring in situ is gegarandeerd. In de uitwerkingsregels zijn verder geen aanvullende regelingen opgenomen voor archeologie. In het kader van het bestemmingsplan wordt dit onderwerp dan ook verder buiten beschouwing gelaten.
Gemeente Amsterdam
blz. 62
5.2.2
Cultuurhistorie
Durgerdam heeft de status van beschermd dorpsgezicht. De afstand tussen IJburg tweede fase en Durgerdam is echter zo groot dat het karakter van deze oude dijk niet verandert en de aanleg van IJburg tweede fase dus niet strijdig is met de Monumentenwet. Een zogenoemde externe werking. is hier evenmin aan de orde. De bouwhoogte op het Buiteneiland is in het moederplan om deze reden wel beperkt tot 15 meter. De cultuurhistorische eenheid van Waterland en Waterlandse dijk (Durgerdam) wordt met de aanleg van IJburg tweede fase dan ook niet aangetast. Ten aanzien van de cultuurhistorische waarden is hier in het kader van de MER onderzoek naar verricht. Op basis daarvan zijn de regels van het moederplan opgesteld. Cultuurhistorische waarden zijn op basis van de MER en het moederplan voldoende verankerd. Aangezien dit bestemmingsplan binnen de kaders van het MER blijft, zijn de cultuurhistorische waarden voldoende geborgd.
5.3
Flora en fauna en ecologie
5.3.1
Kader
Wet natuurbescherming Onder de Wnb is sinds 1 januari 2017 een reeks soorten (planten, vissen en insecten) beschermd die voorheen niet beschermd was. De Wet natuurbescherming onderscheidt bij de bescherming van soorten drie beschermingsregimes: ‘Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn’ (Wnb § 3.1), ‘Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn’ (Wnb § 3.2) en ‘Beschermingsregime andere soorten’ (Wnb § 3.3). De Provincie Noord-Holland verleent vrijstelling voor een aantal algemeen voorkomende soorten uit de laatstgenoemde categorie waardoor geen ontheffing nodig is in het kader van de Wet natuurbescherming. Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) De Vogelrichtlijn (1979) en de Habitatrichtlijn (1992) zijn beide Europese richtlijnen. Het doel van de Vogelrichtlijn is het bieden van bescherming en ontwikkelingsperspectief voor leefgebieden van zeldzame en bedreigde vogelsoorten en bescherming van alle vogelsoorten. De Habitatrichtlijn is gericht op de instandhouding van natuurlijke habitats en wilde flora en fauna. Natura 2000 Natura 2000 is het Europese netwerk van waardevolle natuurgebieden, dat er op gericht is de aanwezige natuurwaarden te behouden en te versterken. Gebieden die door de minister zijn aangewezen als Vogelrichtlijngebied en Habitatrichtlijngebied vormen samen de Natura 2000-gebieden.
Voor deze gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen geformuleerd voor soorten en habitattypen. Ruimtelijke ontwikkelingen of gebruik die een negatief effect hebben op deze doelstellingen zijn niet zonder meer toegestaan. Om schade aan de natuurwaarden waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, te voorkomen, bepaalt de wet dat projecten en plannen die de kwaliteit kunnen verslechteren of die een verstorend effect kunnen hebben op de soorten, niet mogen plaatsvinden zonder vergunning. Om vast te stellen of, en zo ja, onder welke voorwaarden een project of plan in en rondom een Natura 2000-gebied kan worden toegelaten, dient deze getoetst te worden. Indien effecten niet kunnen worden uitgesloten dient, afhankelijk van het te verwachten effect een verslechterings- en verstoringtoets dan wel een passende beoordeling te worden uitgevoerd.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 63
5.3.2
Plangebied
Natuurwaardenonderzoek, juni 2016 Door de gemeente Amsterdam is in juni 2016 een natuurwaardenonderzoek uitgevoerd op Centrumeiland. In dit onderzoek is zowel naar soorten- als naar gebiedsbescherming gekeken. De resultaten van dit onderzoek worden hieronder kort beschreven. Het volledige onderzoek is opgenomen in Bijlage 4 van deze toelichting. Soortenbescherming De rugstreeppad is niet aangetroffen tijdens de verschillende onderzoeksrondes. Tevens is gekeken naar verblijfplaatsen van vogels waarvan het nest het gehele jaar rond is beschermd en naar de nesten van algemene broedvogels. In het onderzoeksgebied zijn geen vogels waargenomen waarvan het nest het gehele jaar rond is beschermd. In het onderzoeksgebied zijn wel nesten van de oeverzwaluw, de kleine plevier, de bontbekplevier en de visdief aangetroffen. Deze nesten zijn slechts in de broedperiode (april- augustus) beschermd. Er is geen onderzoek verricht naar vissen. De oeverzone wordt namelijk slechts in de droge zone bewerkt. Zoogdieren zijn niet aangetroffen en worden hier ook niet verwacht. Verder zijn er geen beschermde plantensoorten aangetroffen. Gebiedsbescherming Het onderzoeksgebied grenst direct aan een Natura 2000 gebied en ligt in de nabijheid van de NNN (Natuur Netwerk Nederland). Hiervoor is een Milieu Effect Rapportage (MER) verricht (Plan- en besluit MER IJburg 2e fase, 2008).
Op basis van de MER zijn maatregelen vastgesteld. Deze worden gerespecteerd. Het onderzoeksgebied bevindt zich niet in de Hoofdgroenstructuur; Het onderzoeksgebied bevindt zich eveneens niet in de Ecologische structuur van Amsterdam. Aanvullende schouwen 2018 tot en met 2021 In 2018 en 2021 zijn er een aantal schouwen uitgevoerd naar beschermde soorten met betrekking tot ecologische begeleiding in het projectgebied "Centrumeiland IJburg". Tijdens deze schouwen is de rugstreeppad en de oeverzwaluw aangetroffen. In bijlage 5 en 6 ishet logboek en het werkprotocol van deze schouwen opgenomen en zijn de genomen maatregelen, uitgevoerde schouwen en bijzonderheden opgenomen en bijgehouden. Ringslang In ontstane vegetatiestructuren en langs de oevers kan de ringslang voorkomen. Tussen 2018 en 2021 zijn er twee waarnemingen gedaan van juveniele ringslangen, welke via groenstructuren de zuidoevers richting het noordoosten zijn gevolgd. Migratie en foerageeractiviteit vindt reeds plaats, in een later stadium van de realisatie van het eiland kan ook vestiging plaatsvinden. Broeihopen of permanente vestigingsplaatsen voor de ringslang zijn niet aanwezig op Centrumeiland. Rugstreeppad In laagtes die kunnen ontstaan bij de werkzaamheden kunnen plassen ontstaan welke een geschikt voortplantingsbiotoop voor de rugstreeppad kunnen vormen.
Visloze ondiepe poelen warmen snel op en vormen een optimaal voortplantingsbiotoop voor de rugstreeppad. Oeverzwaluw Bij vergravingen of afkalving en uitspoeling van terreinen kunnen steile taluds en kuilen ontstaan waarin oeverzwaluwen een geschikte nestlocatie kunnen vinden. In steile taluds worden nestgangen gegraven door de oeverzwaluw, waarin zij aan het eind van de gang een nestkamer creëren om in te broeden. Gemeente Amsterdam
blz. 64
Algemene broedvogels Het projectgebied biedt geschikt broedbiotoop voor algemene broedvogels zoals de houtduif, kleine plevier, meerkoet, scholekster, witte kwikstaart en zwarte kraai. Algemene vissoorten De oeverzones hebben voornamelijk een zandbodem en zijn veelal ondiep. Delen van de oevers bevatten structuurrijke zones en bieden geschikt habitat voor algemene vissoorten, zoals de oevers met stortstenen. Mosselbanken Ter compensatie van verloren mosselbanken, zijn enkele nieuwe mosselbanken aangelegd in de omgeving van het werkgebied. De mosselbanken dienen als voedsel voor onder andere duikeenden, welke voor het Natura 2000-gebied zijn aangewezen als prioritaire soorten. Dit betreft de brilduiker, kuifeend, meerkoet, tafeleend en de topper. Bij de werkzaamheden kan mogelijk verslibbing van de mosselbanken optreden. Dit dient te worden voorkomen. Conclusie Er is geen aanleiding om te verwachten dat er nog (andere) beschermde soorten op Centrumeiland aanwezig zullen zijn. Mede doordat na het vrijgeven van het bouwterrein op Centrumeiland, naar aanleiding van het natuurwaardenonderzoek 2016, het plangebied alleen maar verder bouwrijp is gemaakt en reeds bebouwd wordt. Stikstof Het stikstofonderzoek (Bijlage 11) heeft uitgewezen dat in de gebruiksfase de drempelwaarde van 0,00 mol N/ha/jaar niet wordt overschreden.
Naar aanleiding van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat dit plan niet in strijd is met de geldende natuurwetgeving en niet zorgt voor negatieve effecten op zowel flora en fauna als beschermde natuurgebieden. Omdat tijdelijke emissies van bouwprojecten zijn vrijgesteld voor het onderdeel stikstofdepositie in de wetgeving voor natuur, zijn hiermee alle mogelijke effecten van de planontwikkeling op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden uitgesloten. Naar aanleiding van de Porthos-uitspraak op 2 november 2022 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State besloten de bouwvrijstelling in strijd is met Europese wetgeving. Nieuw onderzoek heeft dan ook plaatsgevonden alvorens dit plan ter vaststelling aan de raad is aangeboden. Dit nieuwe onderzoek ziet zowel op de bouw/aanlegfase als op de gebruiksfase. Uit de berekeningen blijkt dat de ontwikkeling van blok 3 en 16 niet zorgt voor een stikstofdepositie die groter is dan 0,00 mol/ha/jaar. 5.3.3
Conclusie
Naar aanleiding van de uitgevoerde onderzoeken blijkt dat dit plan niet in strijd is met de geldende natuurwetgeving en niet zorgt voor negatieve effecten op zowel flora en fauna als beschermde natuurgebieden.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 65
Hoofdstuk 6 6.1
Juridische planbeschrijving
Algemeen
Waar de overige paragrafen van deze plantoelichting de achtergronden van het bestemmingsplan belichten, geeft deze paragraaf een toelichting op de planregels. Uitgelegd wordt wat de bedoeling en strekking is van de verschillende onderdelen van de regels. Daartoe worden in deze paragraaf de regels per artikel toegelicht. Het (juridisch deel van het) bestemmingsplan bestaat uit een verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding heeft een functie van visualisering van de bestemmingen. De verbeelding vormt samen met de regels het voor de burgers bindende deel van het bestemmingsplan. De regels bevatten het juridisch instrumentarium voor het regelen van het gebruik van de gronden, bepalingen omtrent de toegelaten bebouwing, regelingen betreffende het gebruik van aanwezige en/of op te richten bouwwerken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken. Per hoofdstuk zullen de diverse regels artikelsgewijs worden besproken. De toelichting heeft geen bindende werking en maakt juridisch geen onderdeel uit van het bestemmingsplan maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het plan en ook bij de uitleg van de bestemmingen en overige regels. In de toelichting wordt ook een relatie met het relevante beleid gelegd en een gebiedsbeschrijving gegeven.
Op basis van het beleid en de gebiedsbeschrijving zijn vervolgens de uitgangspunten voor het bestemmingsplan geformuleerd.
6.2
De bestemmingen
Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen In dit artikel worden de verschillende begrippen uitgelegd die in de planregels gebruikt worden. Artikel 2 Wijze van meten In dit artikel wordt bepaald op welke wijze er gemeten dient te worden in dit bestemmingsplan. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In de bestemmingsregels zijn de artikelen opgenomen waaruit blijkt welke functies in het plan zijn toegestaan, aangevuld met diverse bouw- en gebruiksregels. Artikel 3 Groen - 1 De groene gebieden in de openbare ruimte zijn aangewezen voor waterberging. Deze gronden kunnen ook gebruikt worden voor ander gebruik zoals bijvoorbeeld een speelplaats of een trapveldje. Op basis van de waterparagraaf moeten deze gronden primair worden aangewezen als waterberging. Het gebruik als speelterrein is mogelijk, maar verharding is niet toegestaan. Dit is opgenomen vanwege de rainproof-opgave die Centrumeiland heeft. Door middel van een omgevingsvergunningstelsel dat in deze bestemming is opgenomen is het onder voorwaarden wellicht mogelijk om verharding aan te leggen. Het benodigde wadi-oppervlak is afhankelijk van de inrichting van de openbare ruimte. Om die reden is er geen directe oppervlakte of inhoudsmaat gegeven van de hoeveelheid waterberging die nodig is als gevolg van het toevoegen van verharding. Hiervoor zal voor iedere situatie een berekening door de
Gemeente Amsterdam
blz. 66
waterbeheerder (Waternet) moeten worden gemaakt, die aantoont of er wordt voldaan aan de rainproof-opgave. Artikel 4 Tuin Binnen de bestemming Tuin zijn enkel tuinen toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding parkeren zijn ook parkeervoorzieningen toegestaan. Qua bouwregels is alleen bepaald dat bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zijn toegestaan. Dit houdt ook in dat voor het overige alleen vergunningvrij gebouwd kan worden op grond van het Besluit omgevingsrecht (Bor) bijlage II artikel 2. Deze beperkingen zijn opgenomen om te voorkomen dat tuinen volledig bebouwd kunnen worden, wat nadelig is voor de waterbergingsopgave in het kader van rainproof (zie hieronder de alinea over de regels met betrekking tot rainproof). Vergunningvrij bouwen op grond van artikel 3 bijlage II Bor is niet toegestaan. Artikel 5 Verkeer De (erf)toegangswegen in het plangebied hebben de bestemming Verkeer gekregen. Gebouwen, waaronder ook parkeergebouwen, zijn binnen deze bestemming niet toegestaan. Bouwwerken geen gebouwen zijnde, zoals palen en masten zijn wel toegestaan. Artikel 6 Wonen Binnen de bestemming Wonen zijn de woningen toegestaan. Het bouwvlak mag volledig worden bebouwd en de parkeeropgave van de woningen dient binnen deze bestemming en de bestemming tuin opgelost te worden. Voor de diverse kavels is enkel een maximum bouwhoogte opgenomen.
Binnen deze bestemming zijn enkele aanvullende bouwregels opgenomen voor de eerstelijns bebouwing aan de Pampuslaan. Ook is met functieaanduidingen aangegeven waar niet-woonvoorzieningen zijn toegestaan. De regels voorzien in een maximaal toegestaan aantal woningen. In aanvulling daarop zijn ook onzelfstandige woningen toegestaan. Dit onder voorwaarde dat de één onzelfstandige woning gerekend mag worden als 0,5 zelfstandige woning. Voorwaarde daarbij is ook dat een onzelfstandige woning niet groter mag zijn dan 40 m2. Deze oppervlaktemaat heeft te maken met de onderverdeling van parkeernormen. Door te kiezen voor de kleinste oppervlakte zoals die voor woningen in de Nota parkeernormen wordt genoemd, wordt er rekening mee gehouden dat de verkeers- en parkeerbelasting niet groter wordt door het toeveogen van onzelfstandige woningen. Rainproof-opgave Op basis van het bestemmingsplan IJburg twee is het verplicht om minimaal 93% van het regenwater te verwerken op Centrumeiland. In het stedenbouwkundig ontwerp is dit een groot punt van aandacht geweest. Het principe is dat regenwater, opgevangen op eigen kavel, op eigen kavel wordt verwerkt. Allen in uitzonderlijke gevallen mag worden geloosd op openbaar gebied. Deze regeling is opgenomen in de kavelregels (de regels die de gemeente Amsterdam stelt aan gronduitgifte).
Het bestemmingsplan bevat een gelijkwaardige regeling voor kavels. In overleg met het ingenieursbureau Amsterdam is daarnaast voorzien in een specifieke regeling voor de gronden in openbaar gebied die zijn aangewezen voor waterverwerking. Om aan de eis van 93 % te kunnen voldoen is in de regels opgenomen dat in de bestemming Groen - 1 geen verharding is toegestaan, waardoor deze gebieden primair de opvang van water kunnen regelen.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 67
Daarnaast is er bepaald hoe groot het waterbergend vermogen van de tuinen dienen te zijn. Uit berekeningen is gebleken dat het noodzakelijk is dat gronden een minimale waterverwerkingscapaciteit van 60 liter per m2 erfoppervlak in één uur door middel van waterberging, hergebruik en/of infiltratie moeten hebben. Daarbij geldt dat hemelwater dat valt op het dak van het hoofdgebouw mag worden afgevoerd naar openbaar gebied tot een maximaal debiet van 1 liter/m2/uur. Door middel van deze regels is het mogelijk om aan de rainproof-opgave te voldoen. Voor het overige is de bestemming wonen in lijn gebracht met het gemeentelijke beleid omtrent het al dan niet toestaan van bed & breakfast. Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Deze bepaling is opgenomen om te voorkomen dat een stuk grond dat al eens was betrokken bij het verlenen van een omgevingsvergunning bij de beoordeling van latere bouwplannen nogmaals wordt betrokken. Artikel 8 Algemene bouwregels Ten aanzien van parkeren gelden de regels zoals die zijn opgenomen in de eerste partiele herziening van Centrumeiland. Deze regels zijn hier onverkort overgenomen. Hiermee is dit bestemmingsplan in lijn met het geldende beleid ten aanzien van parkeren.
Artikel 9 Algemene gebruiksregels In dit artikel zijn specifieke vormen van gebruik die onwenselijk worden geacht verboden en zijn nadere regels over rainproof en bedrijvigheid opgenomen. Artikel 10 Algemene afwijkingsregels Geringe afwijkingen zijn in dit artikel nader beschreven en middels een binnenplanse vergunning kan van deze regels gebruik gemaakt worden. Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het Besluit ruimtelijke ordening (in werking 1 juli 2008) is overgangsrecht opgenomen dat in elk bestemmingsplan moet worden overgenomen. Indien de in het plan opgenomen regels. voor wat betreft gebruik of bebouwing, afwijken van een bestaande legale situatie, dan zijn daarop de overgangsbepalingen van toepassing. De overgangsbepaling heeft tot doel bestaande belangen te respecteren totdat realisering van de nieuwe regels plaatsvindt. Voor het gebruik dat onder het overgangsrecht valt, is bepaald dat dat gebruik mag worden voortgezet. Het gebruik mag eveneens worden gewijzigd, voor zover de afwijking ten opzichte van het toegestane gebruik niet vergroot wordt. Artikel 12 Slotregel In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven.
Gemeente Amsterdam
blz. 68
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 69
Hoofdstuk 7
Economische uitvoerbaarheid
Financiële uitvoerbaarheid De grondexploitatie Centrumeiland kent een positief resultaat. De belangrijkste investeringen die moeten worden gedaan zijn het maken van land met de waterkeringen, de maaiveldinrichting, civieltechnische kunstwerken, de hoofdinfrastructuur en technische voorzieningen in het buitenwater. Voor de genoemde investeringen zijn uitvoeringsramingen opgesteld. De investeringen worden gedekt uit de opbrengsten door gronduitgiften. Daarnaast is er sprake van aanvullende afspraken met andere overheden: De aanleg van (de 2e en 3e fase van) de oostelijke ontsluitingsweg naar IJburg heeft geen invloed op het resultaat van de grondexploitatie. Uit hoofde van de Wet Brede Doel Uitkering (BDU) heeft de Stadsregio Amsterdam hiervoor een financiële bijdrage verstrekt. De aanleg van de IJtram tweede fase (vanaf IJburg eerste fase naar de eindhalte op het Strandeiland) wordt grotendeels gedekt door een subsidie van de Stadsregio Amsterdam. Kostenverhaal Voor een bestemmingsplan geldt geen exploitatieplanplicht (art. 6.12 Wet ruimtelijke ordening (Wro)). Het moederplan, bestemmingsplan IJburg 2, is vastgesteld zonder exploitatieplan omdat de gemeente Amsterdam volledig eigenaar zou worden van de gronden van IJburg 2. De gemeente heeft inmiddels volledig eigendom verkregen, ontwikkelt de locatie en geeft bouwrijpe grond uit in erfpacht.
Het kostenverhaal, zoals bedoeld in de Wro, is verzekerd via het erfpachtstelsel. Planschade Redelijkerwijs te verwachten en te honoreren planschadeclaims dienen bij de beoordeling van de economische uitvoerbaarheid meegewogen te worden. Voor het uitwerkingsplan van tranche 1 is een onderzoek uitgevoerd naar de kans op planschadeclaims. Hieruit is naar voren gekomen dat de kans op planschade als gevolg van dat uitwerkingsplan nihil is. De conclusies uit dat onderzoek zijn ook van toepassing op het voorliggende bestemmingsplan.
Gemeente Amsterdam
blz. 70
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)
blz. 71
Hoofdstuk 8 8.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Bestuurlijk voortraject
In het traject van totstandkoming van het investeringsbelsuit, het SP en dit bestemmingsplan is met veel partijen overleg gevoerd: Rijkswaterstaat, Waternet, Stadsdeel Oost, Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, commissie voor ruimtelijke kwaliteit en de commissie winkelplanning. Daarbij zijn diverse afspraken gemaakt en verwerkt in het SP en dit bestemmingsplan. Specifiek voor dit bestemmingsplan wordt opgemerkt dat Waternet in het gehele planproces nauw betrokken geweest. De waterparagraaf is opgesteld met medewerking, en instemming, van Waternet.Voor zover het gaat om waterveiligheid heeft de Minister van Infrastructuur en Milieu bij brief van 16 december 2016 aangegeven dat Centrumeiland is vrijgesteld van de vergunningplicht in paragraaf 6, hoofdstuk 6 van het Waterbesluit. Dit houdt in dat voor de woningbouw op Centrumeiland geen Watervergunning noodzakelijk meer is, hangende de overgang van het beheer naar Waternet. De daarvoor benodigde wetswijziging is met ingang van 1 juli 2017 in werking getreden. De eigendom van de gronden van Centrumeiland is inmiddels geheel overgegaan naar de gemeente Amsterdam.
8.2
DB stadsdeel Oost
Het dagelijks bestuur van stadsdeel Oost is positief over het ontwerpbestemmingsplan. Het volledige advies is opgenomen in bijlage 13 van deze toelichting. Het dagelijks bestuur wijst op een aantal onderdelen in de planvorming ten behoeve van de vervolgprocedure van het plan. Zo adviseert het dagelijks bestuur om de woningbouwverdeling op te nemen in het bestemmingsplan. De woningbouwverdeling is opgenomen in de toelichting van het bestemmingsplan. Daarnaast dringt het dagelijks bestuur erop aan dat de tuinen zo veel mogelijk als tuinen dienen te worden gebruikt waarbij de mogelijkheden voor (vergunningsvrij) bouwen tot een maximum wordt beperkt. Het bestemmingsplan voorziet reeds in een regeling om tuinen zo groen mogelijk te houden. Daarnaast vraagt het dagelijks bestuur aandacht voor de juridische houdbaarheid ten aanzien van het ontbreken van een definitie van 'wonen'. Het begrip 'wonen' is toegevoegd aan de regels van dit plan. Tot slot vraagt het dagelijks bestuur aandacht voor welke woningen voorzien moeten worden van een dove gevel. Uit onderzoek is gebleken dat er geen dove gevels noodzakelijk zijn. De aanduiding is op de verbeelding verwijderd.
8.3
Vooroverleg
Het concept ontwerpbestemmingsplan is in het kader van het bestuurlijke overleg ex artikel 3.1.1. Besluit ruimtelijk ordening (Bro) voorgelegd aan: Waternet AGV; Provincie Noord-Holland;
Waternet AGV Waternet heeft verzocht een foutieve vermelding van het peil van het Markermeer aan te passen. Deze aanpassing is conform de reactie doorgevoerd. Ook hoeft er in dit bestemmingsplan geen tekst te worden opgenomen over grondwaterneutrale kelders, aangezien het paraplu-bestemmingsplan voor kelders niet geldt op IJburg. De tekst is zodoende verwijderd uit het bestemmingsplan. Gemeente Amsterdam
blz. 72
Provincie Noord-Holland De provincie heeft laten weten dat dit plan goed aansluit op de omgevingsvisie NH2050. Daarin wordt gestreefd naar het zoveel mogelijk binnenstedelijk opvangen van de woningvraag om zodoende het omliggende landelijke gebied te ontzien. Volgens de provincie zijn ter plaatse van het plangebied geen (voor nu relevante) werkingsgebieden van de provincie van toepassing. De genoemde Natura 2000 bufferzone zorgt niet voor belemmeringen bij dit bouwplan. De provincie Noord-Holland heeft zodoende geen bezwaren op dit voorontwerp bestemmingsplan.
8.4
Zienswijzen
Het bestemmingsplan heeft van 26 mei tot 7 juli 2022 als ontwerp ter inzage gelegen. Gedurende deze periode zijn geen zienswijzen ingediend. De provincie heeft in een ambtshalve reactie aangegeven dat het plan niet in strijd is met provinciale belangen.
8.5
Ambtshalve wijzigingen
Er zijn geen ambtshalve wijzigingen doorgevoerd. Het bestemmingsplan wordt ongewijzigd vastgesteld.
bestemmingsplan_Centrumeiland Blok 3 en 16 (vastgesteld)