CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

3. Brief beleidsopgaven Amsterdam_20221129.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 14 september 2023, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Kennisnemen van de jaarrapportage 2022 van de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) (VN2023-015874)3.338 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bezoekadres Ebbehout 31 1507 EA Zaandam EBBEHOUT 31, 1507 EA ZAANDAM

www.odnzkg.nl

Gemeente Amsterdam T.a.v. wethouders Pels en Rijxman Postbus 202 1000 AE Amsterdam

Betreft: Agenderen beleidsopgaven milieuthema’s Noordzeekanaalgebied

Geachte wethouders Pels en Rijxman, De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG) staat voor een gezonde, veilige en duurzame leefomgeving: een missie in een dynamisch gebied waar veel verschillende en soms tegenstrijdige belangen spelen. Dit doen wij in verbinding met de samenleving waarin een toenemende zorg leeft over een gezonde en veilige leefomgeving.

Contactpersoon Elâ Tomasini Ivonne Jentink E-mailadres ela.tomasini@odnzkg.nl ivonne.jentink@odnzkg.nl Bijlage(n) 1 Overzicht beleidsopgaven 2 Concept two pager Geur Datum 29 november 2022

In de praktijk lopen we als Omgevingsdienst soms tegen knelpunten in wet- en regelgeving en beleid aan die maken dat we de omgeving minder dan gewenst kunnen beschermen. Het gaat dan om beleidsopgaven op acht milieuthema’s te weten: geur, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, duurzaamheid (energiebesparing), afval en bodem. Met deze brief willen wij de beleidsopgaven op de milieuthema’s bij u agenderen. De OD NZKG heeft als belangrijke taak het beschermen van de leefomgeving. De OD NZKG verleent vergunningen en ziet erop toe dat alle partijen hun wettelijke verplichtingen nakomen op het gebied van milieu, bodem en bouw. Hierbij opereren wij binnen wet- en regelgeving en de bestaande beleidskaders. Omdat we door de aard van ons werk meldingen en zienswijzen krijgen van omwonenden én veel bij bedrijven komen, weten we wat er speelt in ons werkgebied. Met ons huidige instrumentarium spannen wij ons, samen met u, maximaal in voor een gezonde, duurzame en veilige leefomgeving. Samenhang tussen beleid en uitvoering is essentieel voor een effectieve uitvoering van onze taken. Tekorten in beleid kunnen dit in de weg staan. Wij zien het als onze verantwoordelijkheid om deze beleidsopgaven te signaleren en te agenderen bij het verantwoordelijke bevoegd gezag, zowel bij de lokale en regionale overheden als bij het Rijk of Europa.

Immers, als Omgevingsdienst werken wij binnen de beleidskaders die andere overheden en onze opdrachtgevers aan ons meegeven. Wij maken zelf geen beleid.

1 | 12

Met deze brief willen wij u informeren over de beleidsopgaven op de domeinen waar u als bestuurder verantwoordelijkheid voor draagt. Wij dragen met onze expertise graag bij aan het inlossen van deze opgaven. Afstemming met andere gemeenten dan wel provincies is daarbij belangrijk om zodoende een zo veel mogelijk uniforme Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) en daarmee een level playing field voor bedrijven te borgen. Het kan natuurlijk ook een politieke keuze zijn om op bepaalde onderdelen geen beleid te maken, die afweging is uiteraard geheel aan u. Wat verstaan wij onder beleidsopgaven? Er is sprake van beleidsopgaven als beleid onvoldoende is uitgewerkt en daardoor onze vergunningverlening, toezicht en handhaving onvoldoende of minder effectief kan bijdragen aan bescherming van de leefomgeving en realisatie van het beleid ter zake. Beleidsopgaven kunnen verschillend van aard zijn. Het kan gaan over daadwerkelijk ontbrekend beleid. Bijvoorbeeld ontbrekend geurbeleid, terwijl er wel sprake is van klachten vanuit de omgeving en de OD NZKG wordt aangesproken op handhaving. Ook kan er weliswaar sprake zijn van beleid, maar liggen er meer kansen om de beleidsdoelen te realiseren. Te denken valt aan beleidstekorten waardoor niet strenger kan worden vergund.

In aanvullend beleid kunnen mogelijk oplossingen gevonden worden voor een betere bescherming van de milieu gerelateerde gezondheid. Ook kan het gaan over beleidstekorten om adequaat in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Bijvoorbeeld beleid gericht op ruimtelijke ontwikkelingen zoals de energietransitie of woningbouwopgaven in transformatiegebieden. Veel nieuwe woningbouwlocaties worden gevonden in gebieden, waar wonen en bestaande bedrijvigheid meer samen worden gebracht. Vanuit gezondheid en veiligheid is het niet altijd wenselijk om de ruimte binnen de wettelijke normen maximaal voor woningbouw te benutten. Daarbij is ook tijdelijk transitieruimte nodig voor de verduurzaming van bedrijven en de bijbehorende infrastructurele projecten. Het huidige VTH-kader (wet- en regelgeving en beleid) biedt hiervoor niet altijd voldoende houvast. Beleidsopgaven zijn van alle dag en vragen om een gezamenlijke structurele aanpak, ieder vanuit de eigen rol en verantwoordelijkheid. De OD NZKG kan door het maken van analyses van beleidstekorten en beleidskansen en in de rol van adviseur – voor zover het werkprogramma dat toe laat - een bijdrage leveren aan het inzichtelijk maken van de opgaven en desgewenst aan het maken van beleid door u als bevoegd gezag.

Wat zijn de belangrijkste gesignaleerde beleidsopgaven voor de milieuthema’s? De scope van deze brief betreft de beleidsopgaven op de milieuthema’s. Voor acht milieuthema’s te weten: geur, geluid, externe veiligheid, luchtkwaliteit, duurzaamheid (energiebesparing), afval, bodem (inrichtingen, niet activiteiten) en water hebben wij eind 2021 de samenhang tussen beleid en uitvoering nader verkend. Ter illustratie is een concept van de two pager over het thema geur bijgevoegd. Dit concept is als instrument benut om de regionale dialoog over de verbinding van beleid en uitvoering te voeren. Voor alle thema’s hebben wij voor ons werkgebied meerdere regiotafels georganiseerd, waarin wij samen met adviseurs van de lokale en regionale overheden waaronder ook uw gemeente beleidsopgaven in beeld hebben gebracht. Deze zijn in de bijlage “Overzicht beleidsopgaven” opgenomen. Dit is nadrukkelijk geen volledige analyse, maar het resultaat van het gezamenlijk doorlopen proces. We benoemen de gesignaleerde knelpunten op hoofdlijnen en zijn daarin niet uitputtend. Daarbij kennen deze opgaven verschillen in de urgentie om opgelost te worden. Omgevingswet als katalysator Komende jaren legt u met uw Omgevingsplan/-verordening een belangrijke basis in de vertaling van beleid/visie naar normen voor de uitvoering.

Doordat de Omgevingswet in aanvulling op de landelijke regels meer ruimte biedt voor decentrale regelgeving en vraagt om een lokale invulling.

2 | 12

Vervolg In de bijlage hebben wij de beleidsopgaven in ons gehele werkgebied waaronder ook uw gemeente beschreven. Wij adviseren deze beleidsopgaven in te vullen en stellen daartoe graag onze expertise ter beschikking. Uiteraard zijn wij graag bereid een en ander verder toe te lichten. De gesignaleerde beleidsopgaven zullen standaard onderdeel gaan uitmaken van onze rapportages over de uitgevoerde werkzaamheden zoals vastgesteld in de Uitvoeringsovereenkomst. Tevens wordt de brief ter kennisname aangeboden aan het Algemeen Bestuur van de OD NZKG in december. Uiteraard zijn wij graag bereid een en ander nader mondeling toe te lichten. In afwachting van uw reactie.

Hoogachtend, Omgevingsdienst NZKG

Loes de Maat Algemeen directeur

3 | 12

Bijlage 1. Beleidsopgaven in beeld gebracht tijdens de regiotafels door OD NZKG in samenwerking met adviseurs van de lokale en regionale overheden. Strategische doelstellingen (op acht milieuthema’s) en de gesignaleerde opgaven zoals deze in de regiotafels zijn besproken. Het betreft dus beleid dat voor beter beschermen van de leefomgeving aangevuld zou kunnen worden en daarmee een effectievere VTH-uitvoering mogelijk maakt.

Milieuthema Afval

(Landelijke) beleidsdoelen Het minimaliseren van de negatieve effecten van afval op de kwaliteit van de leefomgeving, mede door het voorkomen van het ontstaan, dan wel het hergebruik en recyclen van afval. Nederland heeft de ambitie om in 2050 volledig circulair te zijn, hiermee kan tot 40 procent van de klimaatdoelstelling bereikt worden. Het bedrijfsleven en het Rijk werken samen om dit te bereiken. De eerste mijlpaal is om in 2030 50 procent minder grondstoffen te gebruiken. Dit betekent meer hergebruik, minder vervoer van grondstoffen, minder afval en minder afvalverbranding.

Water

Schone, gezonde en veilige grond- en oppervlaktewatersystemen. Voorkomen en waar nodig beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste, in samenhang met bescherming en verbeteren van de

Beleidsopgave Transitie nodig van (deels al ingezet) uitvoering landelijk afvalbeleid (gericht op de bron) naar circulaire economie beleid (gericht op de keten, waarbij afval op den duur niet meer bestaat en gezien wordt als grondstof). Er zijn geen regionale afspraken over de beleidsvisie met betrekking tot de rol van de bedrijven bij het realiseren van de transitiedoelen in de circulaire economie waarmee in uitvoeringsbeleid richting kan worden gegeven aan VTH programmering en uitvoering. Circulariteit is een reguleringsvraagstuk (en enkel bronaanpak is onvoldoende). Daarbij is nog sprake van een beleidsopgave met betrekking tot een 1 overheidsaanpak voor de gehele keten vanuit een circulaire inzet van ‘bedrijfsafval’.

Inzet op water en in het bijzonder waterkwaliteit vanuit het VTH-domein van omgevingsdiensten is lange tijd laag geprioriteerd in de afspraken voor de uitvoeringsprogramma’s. Daarmee is onvoldoende geïnvesteerd in een robuuste uitvoering van watertaken en het ontwikkelen van uitvoeringsbeleid dat voldoende kaders biedt voor uitvoering van VTH-taken op een wijze waarop invulling wordt gegeven aan de landelijke opgave.

Kansen Bevoegd Gezag Alle deelnemers In opdracht van de provincie Noord Holland is er voor de doelgroepen bedrijven in het OD gebied een programma gemaakt. Hierin vindt de benodigde vertaalslag op hoofdlijnen naar de bedrijvigheid in het OD gebied ook plaats. De doelgroep bedrijven in relatie tot de opgave om te komen tot een circulaire economie komt niet of niet voldoende terug in de Omgevingsvisies van gemeenten. De benodigde vertaalslag naar ketenhandhaving binnen de VTH programmering voor specifieke branches zijn hierdoor niet gemaakt. Alle deelnemers Enkel de provincie Noord Holland heeft in 2021 extra formatie ingebracht om kennis en expertise in de uitvoering op te bouwen en pilots uit te voeren met het oog op het versterken van de inzet

4 | 12

chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen en vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen.

Bodem

Het huidige of toekomstige gebruik van de bodem moet afgestemd worden op de aanwezige bodemkwaliteit. De bodemkwaliteit moet geschikt zijn voor de beoogde functie.

De landelijke opgave vraagt om intensivering van de inzet op de taken in het VTH-domein en regionale afspraken over beleid dat een kader vormt voor de uitvoering van de taken die verdeeld zijn over verschillende bevoegde gezagen. Versnippering van taken zonder regionaal beleid in de uitvoering zorgt voor het ontbreken van een regio brede aanpak voor water.

Het gebruik van de bodem en ondergrond wordt steeds belangrijker door onderwerpen als de bouw- en vervangingsopgave, klimaatadaptatie, energietransitie, datatransitie en mobiliteit. Het is daarom belangrijk om het thema bodem en ondergrond in de volle breedte goed te organiseren en structureel te borgen. Er is een verschuiving van het accent op regulering van de kwaliteit van de bodem (milieu) naar het accent op regulering van gezond en gecoördineerd gebruik van de leefomgeving (omgevingsbeleid/Omgevingswet).

van het VTH instrumentarium ten behoeve van de vermindering van indirecte lozingen van zeer zorgwekkende stoffen in water. De wateropgave is bevoegd gezag overschrijdend. Dat wil zeggen dat - net als bij afval - een breed gedragen regionale beleidsvisie bij de gemeentelijke deelnemers noodzakelijk is om vanuit de VTH uitvoering met een ketenaanpak te sturen op de verbetering van de kwaliteit van het oppervlaktewater. Alle deelnemers Bij de gemeenten Haarlemmermeer, Zaanstad, Aalsmeer, Diemen, Amstelveen, Ouder-Amstel en Uithoorn

Versnippering van taken zonder afspraken over de beleidsstrategie vormt een risico voor een adequate aanpak. Zoals bekend gaat een deel van de provinciale bodemtaken uit de Wet bodembescherming over naar de gemeenten, maar ook grondwatertaken gaan over naar gemeenten. Daarnaast

5 | 12

wijzigt het basistakenpakket rondom bodemtaken, waarbij bodemvergunningverlening en gesloten bodemenergiesystemen basistaken worden. Gemeenten hebben tot nu toe voor het bestrijden van grondwaterverontreiniging geen aanvullend beleid geformuleerd naast het zeer beperkte rijksbeleid. Dit betekent dat wij als Omgevingsdienst NZKG geen bevoegd gezag rol kunnen invullen voor grondwaterverontreiniging onder de Omgevingswet. Dit kan o.a. leiden tot vertraging in projecten door onduidelijk beleid en beperkte afstemming; meerkosten bij toekomstige (bouw)werkzaamheden; ongecontroleerde verspreiding van verontreinigingen naar omliggende percelen waar mogelijke volksgezondheidsrisico’s kunnen ontstaan (bv. uitdamping, permeatie drinkwaterleidingen); ongecontroleerde verspreiding naar oppervlaktewater en overlast en blootstellingsrisico’s bij toekomstig graafwerk. Door de uitvoering van de taken bij wijziging van het bevoegd gezag in lijn met het bestaande takenpakket van de OD NZKG te laten, blijft het huidige kwaliteitsen kwantiteitsniveau geborgd.

Lucht

50% gezondheidswinst in 2030 ten opzichte van 2016 voor de gezondheidseffecten afkomstig van Nederlandse bronnen.

Verschuiving van brongericht naar opgavegericht beleid gericht op schone lucht. Luchtkwaliteit is een integrale opgave voor een gezonde leefomgeving (CO2, Stikstof, maar ook emissie versus immissie en depositie). Doelstellingen en beleid zijn nog niet voldoende in samenhang. Het Schone Lucht Akkoord (SLA) is bijvoorbeeld niet door alle deelnemers ondertekend en ook (nog) niet omgezet in concreet beleid. Hoewel de doelstellingen van het Schone Lucht Akkoord vragen om aanpassingen in wetgeving en beleid op

Alle deelnemers. Specifiek Provincie Noord-Holland, aangesloten bij SLA en VTH-uitvoeringsbeleid gericht op ambities uit SLA. Diemen, Zaanstad, Amstelveen en Amsterdam zijn aangesloten bij SLA maar hebben nog geen ondersteunend

6 | 12

Europees en Rijksniveau, kan ook regionaal en lokaal uitvoeringsbeleid een bijdrage leveren aan meer kaders voor de VTHuitvoering in lijn met de ambities. Ander voorbeeld is het ontbreken van regionaal beleid voor houtstook.

Geur

Externe Veiligheid

De basiskwaliteit van geuroverlast wordt bereikt wanneer er geen ernstige geurhinder meer is en het aantal geur gehinderden op basis van de wettelijke maatstaven 12% of minder bedraagt.

Het uitvoeren van een veiligheids- en risicobeleid om mens en milieu te beschermen tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s als gevolg van (grotere) incidenten met de opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines.

Er liggen meer koppelkansen met het klimaatbeleid (energietransitie en mobiliteit) en natuurherstelaanpak (Stikstof). Dit zorgt ook voor verbetering luchtkwaliteit en gezondheid (milieu gerelateerd en emissies). Geur kent geen gemeentegrenzen en vraagt om een regionale (uniforme) beleidsaanpak, gericht op het tegengaan van geurhinder. De uitdaging is om beleid te maken voor aanvaardbare geurbelasting. Daarbij biedt de wet de mogelijkheid op regionaal niveau de landelijke doelstellingen aan te scherpen. Gezien de ruimtelijke vraagstukken en leefbaarheid van de regio is aanscherping van deze doelstellingen wenselijk. Voor zover er al door deelnemers geurbeleid is opgesteld, is dit beleid vaak gericht op de bron (contouren), maar ontbreekt beleid gericht op cumulatie van geurbronnen. De Omgevingswet vraagt ook om (door)ontwikkeling van geurbeleid voor het omgaan met normen gericht op de opgave van een gezonde leefomgeving. Dit gaat over de regels in het omgevingsplan voor bedrijven, die voorheen “inrichtingen” waren met milieuregels. Doel is een gezonde en veilige leefomgeving. Introductie van systeem met aandachtsgebieden onder de Omgevingswet. Dit vraagt om sterke koppeling aan maatschappelijke opgaven om te bepalen hoe alle milieuaspecten integraal meewegen in het bereiken van de doelstelling.

Actueel kwalitatief en kwantitatief beleid op de opgaven ontbreekt vooralsnog en moet vooral lokaal worden ingevuld in Omgevingsvisie, Omgevingsveiligheidsbeleid en

uitvoeringsbeleid geformuleerd. Niet aangesloten bij SLA: Haarlemmermeer, Aalsmeer, OuderAmstel, Uithoorn.

Alle deelnemers. Specifiek: Provincie Noord-Holland kent geurbeleid, actualisatie nodig. Zaanstad kent geurbeleid, actualisatie en harmonisatie van provinciaal geurbeleid is gewenst. Amsterdam, Haarlemmermeer en de gemeenten Aalsmeer, Ouder-Amstel, Diemen, Amstelveen, Uithoorn kennen geen geurbeleid.

Alle deelnemers. Actualisatie aan Omgevingswet nodig en vertaling naar regels in omgevingsplannen. Specifiek Diemen, Haarlemmermeer, Amsterdam, Zaanstad en Provincie Noord-

7 | 12

Duurzaamheid en energiebesparing

De Rijksoverheid heeft harde normen voor het plaatsgebonden risico vastgelegd, maar geeft het lokale bevoegd gezag ook afwegingsruimte voor risico’s, effecten en maatregelen.

Omgevingsplan. Lokaal kan ook worden afgewogen of in het kader van vergunningverlening milieu extra eisen worden gesteld ten opzichte van de standaard wettelijke uitgangspunten (BBT+).

Volgens het Energieakkoord Noord-Holland: In 2023: - Voldoet 100% van de energierelevante bedrijven aan de Label-C verplichting; - Voldoet 100% van de energierelevante bedrijven aan de normstelling werk gebonden personenmobiliteit.

De brede opgave ligt voor dit thema met name op landelijk niveau, gericht op de doelstellingen uit het klimaatakkoord (Klimaat en energietransitie). Verdere verbreding van de focus op energiebesparing binnen VTH naar brede duurzaamheidsopgave in relatie tot VTH en ook de adviesrol is een ontwikkelopgave. Zeker met het oog op de beoogde versnelling binnen de ambities van de klimaatopgave. De verschuiving van taken gericht op het terugdringen van energiegebruik en benutten van bronnen van hernieuwbare energie van het VTH-basispakket naar plustaken vormt een risico voor een verdere versnippering van taken over verschillende overheden met een verschillende aanpak en daarmee onvoldoende sturing op de verduurzaming van bedrijven.

In 2025: - Voldoet 100% van de energierelevante bedrijven aan de energiebesparingsplicht; - Voldoet 100% van de energierelevante bedrijven aan de informatieplicht; - Voldoet 50% van de energierelevante bedrijven aan de EPBD III keuringsplicht

Holland kennen een eigen EV beleid. De gemeenten Aalsmeer, OuderAmstel, Amstelveen, Uithoorn kennen enkel een verouderde EV visie dat wil zeggen dat deze gemeenten defacto geen EV beleid hebben. Alle deelnemers De gemeenten die gaan deelnemen aan het regionaal energieakkoord, - te weten Amsterdam, Ouder Amstel, Haarlemmermeer, Zaanstad, Uithoorn, Diemen, Amstelveen gaan dit jaar een plan van aanpak opstellen voor energiebesparing bij bedrijven. Aalsmeer sluit niet aan waardoor de inzet van de OD NZKG voor de uitvoering van VTH taken gericht op energiebesparing bij bedrijven niet wordt geïntensiveerd.

8 | 12

Geluid

Omgevingslawaai zo nodig te voorkomen en te beperken waar het schadelijke effecten kan hebben voor de gezondheid van de mens.

Net als bij geur gaat het hier om een beleving van overlast, die niet in dezelfde mate door de omgeving ervaren wordt. De Omgevingswet vraagt om omgang met normen gericht op de opgave gezonde leefomgeving. Op dit moment is door normopvulling de maximale wettelijke norm feitelijk de minimumnorm. Deze norm wijkt sterk af van de WHO advieswaarden met het oog op een gezonde leefomgeving. De veranderingen in het wettelijke stelsel onder Omgevingswet biedt kansen voor gebiedsgericht beleid om het aantal geluidgehinderden in de regio te verminderen in plaats van toe te laten nemen. Voor geluid ontbreekt echter over het algemeen een gedeelde visie en ambitie met aandacht voor een lokale normstelling over hoe om te gaan met bandbreedtes in de wet. Dit kan gezien worden als een beleidstekort. Geen beleid of grote diversiteit van beleid in de regio vormt een knelpunt voor een effectieve uitvoering van de VTH-taken waarbij het principe van gelijke gevallen gelijke behandeling onvoldoende is geborgd. De toenemende bedrijvigheid in woongebieden vormt een risico op een verhoogd aantal (gezondheids-) klachten wanneer de beleidsnormen niet worden aangescherpt.

Alle deelnemers Door aanscherping van het lokale geluidbeleid kan worden voorkomen dat het aantal geluidgehinderden in de regio komende jaren sterk toeneemt. Zeker wanneer alle opgaven met een geluid impact op de ruimte, zoals verzwaring van het elektriciteitsnet met en windmolens, worden gerealiseerd.

9 | 12

10 | 12

11 | 12

Geur

Prioritaire ontwikkelopgaven

Inhoudelijk proces

Geur kent geen gemeentegrenzen en vraagt om een regionale (uniforme) beleidsaanpak, gericht op tegengaan van geurhinder. De uitdaging is om beleid te maken voor aanvaardbare geurbelasting. Aanvaarbaarheid (beleving) is in de praktijk niet altijd makkelijk te kwalificeren. Verder is geurbeleid is nog vaak gericht op de bron (contouren), maar ontbreekt beleid gericht op cumulatie. De Omgevingswet vraagt ook om (door)ontwikkeling van geurbeleid voor het omgaan met normen gericht op de opgave van gezonde leefomgeving. Dit gaat over de regels in het omgevingsplan voor bedrijven, die voorheen “inrichtingen” waren met milieuregels.

Sturingsproces

Op basis van beleid dient een sturingsproces te worden ingericht. Hierbij kan gedacht worden aan concretiseren omgevingswaarden voor de geurbelasting en de geuremissie, contouren van bedrijven en scherper vergunnen. Gebiedsgerichte aanpak cumulatie in relatie tot aandachtsgebieden (OW). Een concreet toetsingskader voor toezicht en handhaving. Een protocol voor registratie van meldingen geuroverlast. Een protocol voor toezicht naar aanleiding van meldingen.

Informatieproces

Informatieproces moet opgavegericht worden ingericht. Keuze binnen inhoudelijke en sturingsproces zijn hierin leidend. Maar in ieder geval van brongericht naar ook gebiedsgericht. Informatie over cumulatie, preventie (dreigende overschrijding op basis van omgevingswaarden) kunnen hier onderdeel van uit maken. Voorspelbaarheid van hinder onderdeel maken van preventie aanpak. Denk aan weersomstandigheden (hitte en droogte -preventieve indicatoren om geurrondes uit te voeren), maar ook monitoring van klachten middels postcodes om afstanden tot bron te meten.

Relatie met

Gezond woon- en leefklimaat: Geurhinder kan stress gerelateerde klachten geven die gevolgen

maatschappelijke

kunnen hebben voor de gezondheid. Het terugdringen van geurbelasting geeft een verbetering

opgaven

van de volksgezondheid. Nadelige gevolgen van zowel biomassa, hout- en afvalverbranding om energie en warmte te produceren maar ook een ophoping van afvalstromen in afwachting van een circulaire inzet en de verhoging van aantal inwoners vanuit de realisatie van nieuwe woningen die steeds dichterbij de geur bronnen komen liggen zal dit problematiek in de toekomst alleen maar verergeren.

Relatie met landelijke

Milieucriminaliteit: Opsporing XTC labs/ wiet plantages. Geur emissies als gevolg van de

prioriteiten

productie van XTC maar ook wiet plantages hebben een bepaalde kenmerk- Het bewust worden van de inwoners hierop kan een rol spelen bij het opsporen van illegale activiteiten.

12 | 12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13090681/1