3. BP Bijlmer Sportcentrum_toelichting_regels.pdf
Tekst van het document
blz. 35
4.1.1.2 Stedenbouwkundige - en architectonische uitgangspunten Naast ruimtelijke uitgangspunten zijn er ook architectonische uitgangspunten geformlueerd. De nieuwe gebouwen in het plangebied reageren in hun architectuur op de bestaande gebouwen: het Bijlmer Parktheater heeft door zijn iconografiche architectuur een geheel eigen karakter en levert thematische aanknopingspunten voor de programmering van de plinten en de inrichting van de openbare ruimte; het stadsdeelkantoor aan het Anton de Komplein heeft rondom hoge plinten en colonnaden aan het Anton de Komplein; het Bijlmer Sportcentrum heeft open gevelpartijen waarvan het zicht niet belemmerd mag worden en gesloten gevelpartijen die grotendeels toegankelijk moeten blijven voor expeditie en hulpdiensten; de gevels van de nieuwe en bestaande woningen die zonlicht kunnen ontvangen en in de invloedssfeer van het plan liggen, voldoen minimaal aan de lichte TNO-norm voor bezonning (zie paragraaf 13.1.2 en 13.2.1). De nieuwe bebouwing sluit aan op bestaande architectonische elementen in de omgeving. De inspringende plint van het stadsdeelkantoor komt terug in de gevels langs de route van het Anton de Komplein naar het Nelson Mandelapark en aan de kant van het Bijlmer Parktheater refereren de hoge en actieve plinten naar de gevelindeling van het winkelgebied en het blok van het stadsdeelkantoor.
De glazen gevel van het Bijlmer Sportcentrum wordt onderdeel van het nieuwe ensemble. De toren verbindt de hoger gelegen Bijlmerdreef met de groene zone die uitkomt in het Nelson Mandelapark. De nieuwe bouwvolumes integreren de bestaande gebouwen, structureren de openbare ruimte en begeleiden de routes en zichtlijnen in het gebied. De architectuur refereert naar de bouwhoogtes, de architectuurelementen en de programmering van de bestaande gebouwen in de directe omgeving van het plan. Maar het ensemble krijgt ook zijn eigen karakter door afstemming van kleur en materiaal van de nieuwe gebouwen. De buitenruimte sluit aan op het karakter van de aanliggende openbare ruimte, zodat een gevelbeeld ontstaat met subtiele verschillen. 4.1.2
Programma
Het hernieuwde plan voorziet in een bouwvolume van ca. 40.500 m2 bvo, waarvan 1.500 m2 bvo gebruikt wordt voor maatschappelijke, culturele en commerciële voorzieningen (consument verzorgende - en maatschappelijke dienstverlening) en maximaal 500 m2 bvo aan horeca. De rest wordt besteed aan de realisatie van maximaal 440 woningen. 4.1.2.1 Woningbouwprogramma De vraag naar middeldure huurwoningen is toegenomen doordat huishoudens met een middeninkomen niet meer in de sociale huursector terecht kunnen en steeds meer mensen een flxibel arbeidscontract hebben. Daarnaast zijn steeds meer huishoudens door de stijgende prijzen in de koopsector, aangewezen op een middeldure huurwoning. Sociale huurwoningen zijn woningen met een huurprijs van maximaal € 720,24 (d.d. april 2020). Middeldure huurwoningen zijn woningen met een huur tussen de € 720,24 en € 1.001,- (d.d. april 2020) . Wonen
Blok
Percentage
Aantal
Sociale huur
B en C
26%
114
Gemeente Amsterdam
blz. 36
Middensegment huur
A en B
35%
154
Middensegment koop
D en E
18%
80
Vrije sector koop
D en E
21%
92
100%
440
Totaal
Overzicht te realiseren categorieën woningen Uit bovenstaande tabel blijkt dat ruim 60% van het woningbouwprogramma bestaat uit sociale en middensegment huurwoningen. 4.1.2.2 Woonsferen Aan het Anton de Komplein en langs de route naar de Vogeltjeswei ontstaat een stedelijke woonsfeer aan het marktplein en de marktstraat. De bouwvolumes refereren aan het stedelijke karakter van het winkelgebied en het stadsdeelkantoor: een 'stedelijk woonsfeer'. De groene zone tussen de Vogeltjeswei en het plangebied sluit aan op het Nelson Mandelapark en de Bijlmerdreef. Hier ontstaat een groene woonsfeer aan de parkrand met uitzicht op het park en het groen aan de singel: 'wonen in het groen'. Het Nelson Mandelapark wordt om het Bijlmer Parktheater het gebied ingetrokken. Hieraan komt nieuwe bebouwing te staan. Deze nieuwe bebouwing krijgt een bijzondere positie als object aan het park en aan de route van het Anton de Komplein naar het Nelson Mandelapark: 'stadswonen aan het park'.
Woonsferen Stedelijke woonsfeer Het nieuwe stedenbouwkundige volume continueert de stedelijke sfeer van het stadsdeelkantoor aan twee kanten: 1. Aan het Anton de Komplein (marktplein) ontstaat een heldere publieke ruimte met voorzieningen in bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 37
de plint aan het plein. Binnen dit volume liggen loggias als buitenruimtes van de woningen. Ze liggen beschut van het plein maar hebben tegelijkertijd uitzicht op het plein en het stadse leven. Het hoogte accent legt nadruk op de route naar het Nelson Mandelapark en de entree van het Bijlmer Sportcentrum. Het publieke karakter van het plein wordt via de colonnade doorgezet in de dubbelhoge plint van het gebouw, zoals in het stadsdeelkantoor. 2. Richting de Vogeltjeswei ontstaat door spiegelen van de hoogtes en de gevelconfiuratie van het bestaande gesloten bouwblok een (markt)straat. Het pleintje aan het einde van de straat vormt de overgang naar de woonsfeer parkrand. Op de verdiepingen vormen balkons de buitenruimtes, passend bij het formele karakter van de stadsstraat. Wonen in het groen Langs de singel aan de Vogeltjeswei wordt een robuust en aantrekkelijk groengebied gemaakt, tussen het Nelson Mandelapark en de Bijlmerdreef. Er wordt gewoond met uitzicht op het buurtgroen aan de singel. Bestaande bomen en watergangen worden in dit lineaire park opgenomen. De blokken maken met hun hoogte de overgang naar de overliggende Vogeltjeswei en het gebouw bij het theater. De woonblokken staan met hun tenen in het groen. De woningen in de plint hebben een buitenruimte aan de collectieve tuin boven de parkeergarage en toegang tot de buitenruimte aan de parkrand.
De bovenliggende woningen hebben buitenruimtes aan de parkzijde in de vorm van een balkon. De parktoren staat aan de verhoogde Bijlmerdreef, in het park en aan het water. De toren verbindt het wonen in het groen met de Bijlmerdreef. Stadswonen aan het park Het Bijlmer Parktheater krijgt door de nieuwe bebouwing een bijzondere positie als object in het park en sluit aan op de route van het Anton de Komplein naar het Nelson Mandelapark. Deze route volgt de zichtlijn naar het park en wordt begeleidt door twee hoogte accenten. Het volume vormt in hoogte de overgang naar de lagere volumes van het 'wonen in het groen'. De woningen hebben grotendeels een oriëntatie op het park en daarmee uitzicht op het Nelson Mandelapark. Het complex neemt het groen van het Nelson Mandelapark in zich op in de vorm van groene dakterrassen. In de lagere verdiepingen liggen de buitenruimtes als loggia's in het volume. De plint is de plek voor voorzieningen, die samen met het theater een bruisende locatie vormen. In de publieke plint worden de activiteiten van de levendige omgeving naar binnen doorgezet. 4.1.2.3 Voorzieningen In het plangebied is behoefte aan gemengde functies en lichte bedrijvigheid, die de levendigheid in de nieuwe buurt kunnen versterken. Voor deze functies is ruimte in een aantal plinten (en aanvullende tussenverdiepingen).
In het plangebied is detailhandel uitdrukkelijk uitgesloten, om de concentratie van winkels in het tegenovergelegen winkelcentrum te behouden en leegstand tegen te gaan. Ruimte wordt geboden aan gemengde functies, waarbij in dit geval wordt verstaan: kleinschalige bedrijven, maatschappelijke (incl. culturele) functies, horeca en dienstverlening. Vanwege de functiemenging met de erboven gelegen woningen zijn uitsluitend lichte vormen van (kleinschalige) bedrijvigheid en andere genoemde functies bedoeld. In dit bestemmingsplan worden deze gemengde functies gebundeld in de termen 'maatschappelijke dienstverlening': overheids-, sociale, culturele-, medische, onderwijs-, sport- (niet zijnde sportschool / fitness), religieuze en vergelijkbare maatschappelijke voorzieningen, waaronder mede begrepen Gemeente Amsterdam
blz. 38
kinderopvangvoorzieningen, met inbegrip van bijbehorende ondergeschikte horeca. Anton de Komplein In de plint en deels in de tweede bouwlaag aan het Anton de Komplein komen functies als een café of restaurant, reparatie ten behoeve van particulieren (bijvoorbeeld fietsen of speelgoed), huiswerkbegeleiding, pedicure, schoonheidssalon, dierenarts, kapper, wasserette, fysiotherapeut, yoga/pilates centrum, etc. In de plint worden geen woningen gerealiseerd. Wonen in het groen (Bijlmerdreef) De parktoren wordt volledig benut voor woningen. Stadswonen Het huidige Ouder Kind Team centrum (OKT) voor Bijlmer Centrum is momenteel niet passend gehuisvest in Hofgeest 193. Deze maatschappelijke voorziening van 650 m2 bvo is wenselijk in de plint en eerste verdieping in het stadswonen aan het park-complex. Verder kan in deze plint horeca opgenomen worden, zoals een restaurant, of culturele voorzieningen, zoals galeries en/ of ateliers, een broedplaats en/of functies die gebonden zijn aan de aanwezigheid van het Bijlmer Parktheater.
4.2
Verkeer en parkeren
Voor het aantal benodigde parkeerplaatsen voor auto's, fietsen en bromfietsen en de overige verkeersapecten, wordt verwezen naar hoofdstuk 6.
4.3
Openbare ruimte
De opgave voor een goed functionerende openbare ruimte raakt aan verschillende zaken. De ontsluiting voor de toekomstige woningen, de markt op het Anton de Komplein, het Bijlmer Sportcentrum, het Bijlmer Parktheater (het theater moet bereikbaar blijven voor laden en lossen en andere logistieke werkzaamheden) en de hoofd fietsroutes in noord-zuidelijke en in oost-westelijke richting moeten gefaciliteerd worden. De openbare ruimte is het schakelpunt tussen het Nelson Mandelapark en winkelgebied Amsterdamse Poort. Het gebied moet toegankelijk blijven voor minder validen en schoolkinderen die in bussen worden vervoerd naar het Bijlmer Sportcentrum. Het is belangrijk dat het functioneren van de bestaande voorzieningen versterkt wordt door het nieuwe ontwerp. De functie van schakelpunt heeft betekenis voor heel Zuidoost. De groene zone bij het Bijlmer Parktheater vormt het voorportaal en de entree naar het Nelson Mandelapark. Voor bezoekers komend vanuit de Amsterdamse Poort dient de route richting het park zichtbaar en herkenbaar te zijn. Tevens moet het Bijlmer Parktheater bereikbaar blijven voor laden en lossen. En daarnaast dienen piekbuien opgevangen te worden in de openbare ruimte en worden hier fietsparkeerplekken en speelplekken gerealiseerd. Dit alles komt samen in de openbare ruimte.
Het ontwerp voor de openbare ruimte reageert hierop door bij elke woonsfeer een bijpassende inrichting te bieden. Dit resulteert in drie verschillende groensferen. Het geheel wordt omrand door een natuurvriendelijke oever langs het water. De verbinding van het Anton de Komplein naar het Nelson Mandelapark krijgt een heldere route en wordt groener ingericht. Zo ontstaat een openbare ruimte die zich vormt naar het gebruik van de plek. Het project biedt op deze manier een geleidelijke overgang van het stenige gebied van de Amsterdamse Poort naar de groene omgeving van het Nelson Mandelapark.
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 39
Voor meer informatie over de oppervlakten van het aan te leggen groen en de speelvoorzieningen, de afvalinzameling en de mogelijkheden voor het opvangen van regenbuien, wordt verwezen naar paragraaf 3.4.8, 11.2.2.1 en 17.3.
Impressie openbare ruimte
Gemeente Amsterdam
blz. 40
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 41
Hoofdstuk 5
M.e.r. / mer-beoordelingsplicht
Het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) is ontwikkeld om het milieubelang een volwaardige plaats in bepaalde plan- en besluitvormingsprocessen te geven. Enerzijds maakt het opstellen van een milieueffectrapport (MER) de initiatiefnemer bewust van de milieugevolgen en anderzijds kan de overheid diverse milieugevolgen in samenhang met elkaar en op een voor de burger transparante wijze bij de besluitvorming betrekken. De regelgeving met betrekking tot de milieueffectrapportage is verankerd in de Wet milieubeheer. Voor sommige plannen of activiteiten geldt direct de verplichting om een MER op te stellen, maar er zijn ook plannen waarvoor het bevoegd gezag moet beoordelen of zij het nodig vindt om ter voorbereiding van een besluit een MER te laten maken (m.e.r.-beoordeling). In het Besluit milieueffectrapportage (verder: het Besluit mer) is bepaald dat een milieueffectbeoordeling uitgevoerd moet worden als een project belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu heeft. Het gaat dan om een project dat genoemd is in de bijlage onder D van het Besluit mer. Het realiseren van maximaal 440 woningen en 1.900 m2 bvo aan voorzieningen is te beschouwen als een "stedelijk ontwikkelingsproject" (categorie D11.2). In het Besluit mer is een drempelwaarden opgenomen. Voor projecten die boven deze drempelwaarden uit komen, geldt dat er een m.e.r. beoordeling opgesteld moet worden.
Voor projecten die onder de drempelwaarden blijven, dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld te worden. Sinds 7 juli 2017 is het Besluit m.e.r. gewijzigd. Voor elke aanvraag waarbij een vormvrije m.e.r.-beoordeling nodig is, moet de initiatiefnemer een aanmeldingsnotitie schrijven. Een aanmeldingsnotitie hoeft alleen opgesteld te worden als de initiatiefnemer niet het bevoegd gezag is van de voorgenomen activiteit. Deze aanmeldingsnotitie is vormvrij, maar heeft wel een aantal inhoudelijke voorwaarden. De aanmeldingsnotitie moet in ieder geval informatie bevatten over de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten van de activiteit op het milieu. Het bevoegd gezag bepaalt op basis van de notitie of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. De drempelwaarden het Besluit mer zijn: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. In voorgaande hoofdstukken zijn alle aspecten benoemd die terug komen in de aanmeldingsnotitie (bijlage 3). Hieruit blijkt dat de realisatie van het beoogde programma (maximaal 440 woningen en 1.900 m2 bvo aan voorzieningen) geen belangrijke nadelige gevolgen heeft voor het milieu. Er is daarmee geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapport.
Het bevoegd gezag dient een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen.
Gemeente Amsterdam
blz. 42
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 43
Hoofdstuk 6 6.1
Verkeer en parkeren
Algemeen
In deze paragraaf worden de relevante beleidsstukken genoemd, die direct aan de inrichting van het gebied ten behoeve van het verkeer ten grondslag liggen. In dit hoofdstuk wordt verder de bereikbaarheid en de ontsluiting van het gebied als gevolg van het plan globaal beschreven voor de auto, het openbaar vervoer, de fiets en de voetganger. Ook het auto- en (brom-)fietsparkeren wordt kort in beeld gebracht.
6.2
Beleid en regelgeving
6.2.1
Nota Parkeernormen Auto
Op 8 juni 2017 heeft de gemeenteraad van Amsterdam de Nota Parkeernormen Auto vastgesteld. Op 29 november 2017 zijn wijzigingen in de nota vastgesteld. Het parkeerbeleid is op 22 december 2017 gepubliceerd, waarna het in werking is getreden. In Amsterdam wordt volop gebouwd. We verwachten dat er tot 2025 zo'n vijftigduizend woningen bij komen. Daar horen twintig- tot dertigduizend auto's bij. Het is in het belang voor zowel de huidige als de toekomstige bewoners dat het verkeer in drukke delen van de stad niet vastloopt. Als we de stad bereikbaar willen houden voor voetgangers, fietsers, openbaar vervoer én auto's, blijft er minder ruimte over voor parkeren op straat. Daarom is het belangrijkste uitgangspunt van de Nota Parkeernormen dat bij nieuwbouw, bewoners en werknemers geen parkeervergunning krijgen. Parkeerplekken komen in of onder het nieuwe gebouw, of worden gereserveerd in bestaande, nabijgelegen parkeergarages. Deze nota zorgt voor eenduidige parkeernormen in de hele stad. En door het maximum en minimum aantal parkeerplekken bij nieuwbouw omlaag te brengen, houden we ook rekening met toekomstige ontwikkelingen. Voorzieningen Bij het vaststellen van parkeernormen voor voorzieningen vormen de actuele kencijfers van de CROW het uitgangspunt, gecombineerd met actuele Amsterdamse gegevens over de verkeersgeneratie van specifieke functies.
Voorzieningen is een zeer diverse categorie. Alles wat geen woning of kantoor is, valt onder deze categorie. Het kan gaan om commerciële functies van gebouwen (hotels, bedrijven, ziekenhuizen) of maatschappelijke functies (scholen, sportvoorzieningen, kerken en moskeeën). Voor Zuidoost wordt uitgegaan van 'zeer sterk stedelijk' en 'schil centrum'. De goede bereikbaarhed met het openbaar vervoer speelt daarbij een belangrijke rol: het plangebied ligt tegen een A-locatie (Arenapoort) aan. Als blijkt dat in Amsterdam bepaalde functies substantieel minder autoverkeer genereren dan landelijk, dan wordt dit verrekend met het kencijfer van de CROW om zo tot een actuele (lagere) parkeernorm te komen. Bij het toetsen van bouwplannen voor voorzieningen kan de gemeente de aanvrager verzoeken om een bevoorradingsplan in te dienen. Dit om te kunnen toetsen hoeveel laad- en losbewegingen een voorziening met zich meebrengt, of een voorziening bijvoorbeeld een loadingdock op eigen terrein of een voorziening op straat (een laad- en losstrook) nodig heeft, of dat er geen aparte voorzieningen nodig zijn. Hierdoor kan de gemeente tijdig anticiperen en doorstroommogelijkheden verbeteren. Grote delen van Amsterdam zijn aangemerkt als 'parkeertariefgebied' (betaald parkeren). In gebieden
Gemeente Amsterdam
blz. 44
waar geen parkeerregulering geldt, heeft de gemeente de mogelijkheid te sturen op het parkeren in de openbare ruimte in geval van nieuwe ontwikkelingen. Als door ontwikkelingen de parkeerdruk binnen een gebied tot boven de 90% stijgt, kan het nodig zijn om een vorm van parkeerregulering in te voeren. Bij de planvorming moet duidelijk zijn of de extra parkeerbehoefte op straat afgewikkeld kan worden of dat een oplossing op eigen terrein gecreëerd moet worden. Zo'n zelfde werkwijze wordt toegepast in parkeertariefgebieden, waar een ontwikkeling plaats vindt. Consequentie plangebied Het plangebied wordt aangemerkt als B-locatie. Het grootste deel van Amsterdam wordt als B-locatie geclassificeerd. Hier kiest de gemeente ervoor om naast een maximumparkeernorm ook een minimumparkeernorm te hanteren. Ontwikkelaars worden in principe verplicht om bij nieuwbouw een minimum aantal parkeerplaatsen op eigen terrein te realiseren. Die verplichting vervalt indien aan de hand van gebieds- en functiespecifiek blijkt dat de parkeervraag op straat of in bestaande parkeergarages kan worden opgevangen. Indien de parkeervraag op straat wordt opgevangen wordt aanvullend beoordeeld of de werknemers van de betreffende voorziening in aanmerking komen voor een parkeervergunning of niet.
Ligging op B-locatie (bron: Nota Parkeernormen Auto) 6.2.2
Nota parkeernormen fiets en scooter
De nota 'Parkeernormen Fiets en Scooter' is op 14 maart 2018 vastgesteld door de gemeenteraad. Het beleid is op 28 augustus 2018 gepubliceerd en met ingang van 29 augustus 2018 in werking getreden. In het beleid is bepaald dat het beleid niet van toepassing is op aanvragen die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van het beleid. Dit beleidskader geeft bindende beleidsregels voor fietsparkeervoorziening bij ruimtelijke (her-)ontwikkelingen voor niet-woonfuncties. De te ontwikkelen woningen moeten voldoen aan de regels voor fietsparkeren conform het Bouwbesluit 2012: het realiseren van een fietsenberging. Voor scooters zijn de normen voor parkeervoorzieningen niet-bindende richtlijnen. Met de nota kan bij nieuwe ontwikkelingen of herontwikkelingen worden voorkomen dat de parkeerbehoefte op de openbare ruimte wordt afgewenteld. In de nota zijn normen en richtlijnen uitgewerkt voor parkeervoorzieningen. Voor niet woonfuncties wordt het verplicht om voldoende en goede fietsparkeervoorzieningen te realiseren op eigen terrein. De normen van de nota lossen nadrukkelijk een huidig tekort aan parkeerplekken voor fietsen en scooters niet op. Voor het toepassen van de normen voor fietsparkeren is Amsterdam in drie zones verdeeld, omdat deze gebieden verschillen in intensiteit van het fietsgebruik en in fietsparkeerdruk.
Het plangebied ligt in zone bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 45
2: gemiddeld fietsgebruik. Voor een aantal hoofdgroepen geeft de nota een fietsparkeernorm.
Zone-indeling normen fietsparkeren voor niet-woonfuncties
Selectie van fiets- en scooterparkeernormen (bron: Nota parkeernormen fiets en scooter) De nota bevat niet voor alle denkbare functies een parkeernorm. In geval voor een specifieke functie geen norm is opgenomen in deze nota, dan geldt de norm van de functie die qua parkeergedrag het beste aansluit. Als deze normentabel geen vergelijkbare functie bevat, is alleen maatwerk mogelijk. Er kan afgeweken worden van de verplichting om op eigen terrein fietsparkeervoorzieningen te Gemeente Amsterdam
blz. 46
realiseren, indien voldaan wordt aan de afwijkingscriteria, welke in onderstaand schema is weergegeven.
Afwijkingscriteria parkeernorm (bron: Nota parkeernormen fiets en scooter)
6.3
Bereikbaarheid
6.3.1
Bereikbaarheid auto
Door de ligging nabij de A9 en de A2 en de goede verdere ontsluiting via de Holterbergweg, de Hoogoorddreef en de Flierbesdreef, vanuit het westen en de Gooiseweg en de Bijlmerdreef vanuit het oosten is het plangebied goed bereikbaar voor autoverkeer. De openbare parkeergarages in de directe omgeving (onder andere P23 en P24) dragen bij een voor amsterdamse begrippen goed bereikbaarheid voor autoverkeer. Plangebied In de opzet van het plan wordt het autoverkeer beperkt tot de toegang van bewoners naar de parkeergarages, pakketbezorgers en het bestemmingsverkeer richting markt, Bijlmer Sportcentrum en Bijlmer Parktheater (expeditie en minder validen parkeren). Er is niet langer een doorgaande rijroute tussen de Bijlmerdreef en de Flierbosdreef. De ontsluiting van de woningen voor automobilisten vindt plaats vanaf de Bijlmerdreef via een weg die als 30 km/uur weg is ingericht. De tijdelijke bouwweg vanaf de Flierbosdreef wordt verwijderd om ruimte te maken voor een representatieve entree naar het Nelson Mandelapark. De 30 km/uur rijbaan in het plangebied wordt conform Puccini met rode klinkers ingericht. Het trottoir wordt ingericht met de trottoirtegel 30 x 30 grijs extra. Het Anton de Komplein zelf valt buiten het bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 47
plangebied en behoud voorlopig de huidige bestrating. De verkeersstromen worden per functie gescheiden om het gebied zo min mogelijk te belasten. Voor fietsers en voetgangers is het gebied vrij toegankelijk.
Ontsluiting plangebied Afvalinzameling, bevoorrading en nood - en hulpdiensten Afval inzamelvoertuigen, nood- en hulpdiensten en bevoorradingsverkeer van het Bijlmer Sportcentrum krijgen via de binnenstraat aan de oostzijde van het gebouw toegang tot de achterzijde. Ook de zij ingang van het Bijlmer Sportcentrum is bereikbaar via deze binnenstraat. De voertuigen verlaten de binnenstraat aan de zuidzijde van het gebouw, via de route om het Bijlmer Sportcentrum richting de Bijlmerdreef. Overige bevoorrading van het Bijlmer Sportcentrum, kan gebruik maken van de tijdelijke route op het Anton de Komplein. Hier worden ook voorzieningen getroffen voor schoolbussen en marktkooplui tijdens marktdagen. De voet- en fietsbrug richting Vogeltjeswei is voor nood- en hulpdiensten toegankelijk. Aan de zuidwestzijde van het gebied kan in geval van nood ook gebruik gemaakt worden van de toerit naar het cellencomplex en de geïntegreerde voorziening (welke tussen Flierbosdreef en Nelson Mandelapark ligt). 6.3.2
Bereikbaarheid openbaar vervoer
Het plangebied is goed bereikbaar met het openbaar vervoer. Treinstation Amsterdam Bijlmer Arena ligt hemelsbreed op nog geen 900 meter afstand. Aan de Bijlmerdreef stoppen vier lijnen van het gemeentelijk vervoersbedrijf (GVB): lijn 41: station Holendrecht - station Muiderpoort Gemeente Amsterdam
blz. 48
lijn 47: station Holendrecht - station Bijlmer Arena lijn 66: IJburg - station Bijlmer Arena lijn N87: nachtbus Amsterdam CS - station Bijlmer Arena
Openbaar vervoer in omgeving plangebied 6.3.3
Langzaam verkeer
Een plusnet fietsroute, het Gulden Kruispad (van Bijlmer Arena naar de Bijlmerweide), loopt in oostwest richting door het plangebied. Deze route blijft behouden, maar de aansluiting richting de Vogeltjeswei wordt verbeterd. Ter hoogte van het Bijlmer Parktheater maakt het fietspad een flauwe bocht naar het noorden, zodat ruimte ontstaat voor het laden en lossen van het theater. En voor de rest is het plangebied aangesloten op het bestaande fietspaden netwerk (o.a. Bijlmerdreef).
6.4
Parkeren
6.4.1
Parkeren auto
6.4.1.1 Woningen Met voorliggend bestemmingsplan worden maximaal 440 woningen toegevoegd aan de woningvoorraad. In hoofdstuk 4 zijn de verschillende te realiseren woningcategorieën benoemd. Conform de Nota Parkeernormen Auto gelden de volgende parkeernormen voor woningbouw.
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 49
Parkeernorm voor vrije sector woningen (bron: Nota Parkeernormen Auto) In onderstaande tabel een overzicht van de parkeervraag (aantal woningen x parkeernorm). Daarbij is voor 'middensegment koop' woningen een parkeernorm van 0,3 gehanteerd. Aantal woningen Parkeernorm Totale parkeervraag Middensegment koop 80 (18%)
Vrije sector koop
0,3
Waar?
24 parkeerplaatsen
nieuwe parkeergarage
92 (21%)
tot 30 m 2
0,1
30 - 60 m 2
0,3
>60 m 2
92
0,6
55 parkeerplaatsen
nieuwe parkeergarage
bezoekers
440
0,1
44 parkeerplaatsen
bestaande openbare parkeergarage
Totaal
123 parkeerplaatsen
Overzicht parkeervraag wonen Omdat voor sociale huur- en middeldure huurwoningen geen parkeerplaatsen gerealiseerd hoeven te worden, komt de parkeervraag voor de toekomstige bewoners van de woningen uit op 79 parkeerplaatsen. In de verdiepte parkeerbak bij de woningen aan het park (wonen in het groen), worden 100 parkeerplaatsen gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat er ruim voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden voor de bewoners van de te realiseren woningen. De bezoekers hebben geen toegang tot deze nieuw te realiseren parkeervoorziening. Bezoekers zijn aangewezen op de openbare parkeergarages van de Amsterdamse Poort (zie paragraaf 6.4.1.3).
Gemeente Amsterdam
blz. 50
6.4.1.2 Voorzieningen Met dit bestemmingsplan wordt tenminste 1.500 m2 bvo aan maatschappelijke dienstverlenende functie mogelijk gemaakt en maximaal 1.900 m2. De exacte invulling is nog niet bekend. Daarom moet uitgegaan worden van het scenario met de hoogste parkeervraag, waarbij de volgende uitgangspunten gehanteerd worden: plangebied ligt in 'schil centrum' en is 'zeer sterk stedelijk'; de parkeerbehoefte voor de verschillende functies wordt in de bestaande openbare parkeerplaatsen opgelost; maximaal 500 m2 bvo aan horeca III (café / bar) en/of horeca IV (restaurant / lunchroom). Het is aannemelijk dat de verdeling hierbij 50%-50% is; de parkeernorm voor een restaurant gelijk gesteld is aan de parkeernorm van een café, namelijk 4 parkeerplaatsen per 100 m2 bvo. De reden hiervoor is dat de horeca op deze locatie met name lokale bezoekers trekt. Bovendien ligt de locatie tegen een hoogstedelijk gebied aan en bevindt zich op loopafstand van een intercity-(trein-)station. er wordt een Ouder-Kind Team (OKT) gerealiseerd van 650 m2 bvo; maximaal 750 m2 bvo aan andere maatschappelijke voorzieningen mogelijk zijn. Binnen de bestemming maatschappelijke voorzieningen zijn veel verschillende functies mogelijk. De functies met de hoogste parkeernorm zijn 'huisartsenpraktijk' (1,7 parkeerplaats per behandelkamer) en 'wijkcentrum' (2,3 parkeerplaats per 100 m2 bvo).
In onderstaand overzicht wordt het resterende oppervlakte van 750 m2 bvo verdeeld over deze twee functies; 50 m2 bvo per behandelkamer voor een huisartsenpraktijk. Dit betekent maximaal 7 behandelkamers. In de praktijk zal dit aantal lager liggen, omdat er ook ruimte voor onder andere een receptie en een wachtkamer nodig is. Eenheid
Parkeernorm
Totaal
Café / bar / restaurant
500 m 2
4 per 100 m 2 bvo
20
OKT
650 m 2
1,1 per 100 m 2 bvo
7
huisartsenpraktijk
375 m 2 / 7 behandelkamers
1,7 per behandelkamer
12
wijkcentrum
375 m 2
2,3 per 100 m 2 bvo
9
Totaal
1.900 m2
48
Overzicht parkeervraag De totale parkeervraag komt uit op 48 parkeerplaatsen. Aanwezigheidspercentages Overeenkomstig de CROW-publicatie zijn de aanwezigheidspercentages toegepast. Bij de aanwezigheidspercentages van horeca is, gebaseerd op landelijke ervaringen, een aanname gedaan, omdat het CROW hiervan geen aanwezigheidspercentages geeft. Ook voor een wijkcentrum geeft de CROW geen aanwezigheidspercentages. Er is weinig ervaring opgedaan met wijkcentra elders in het land, dus daarom is voor het wijkcentrum uitgegaan van 100% aanwezigheid op alle 'toetsmomenten'. Daarmee wordt een worst-case scenario inzichtelijk.
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 51
Onderstaande tabel geeft de parkeerbehoefte van alle nieuwe functies die met dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, waarvan de parkeerbehoefte afgewikkeld wordt op de openbare (reeds aanwezige) parkeergarages.
Parkeerbalans, gebaseerd op gemeentelijke parkeernorm en aanwezigheidspercentages CROW Na toepassing van de aanwezigheidspercentages, blijkt dat de maximale parkeerbehoefte op zaterdagavond is, namelijk 66 parkeerplaatsen. 6.4.1.3 Parkeerbalans Amsterdamse Poort Het plangebied ligt tegen het winkelcentrum de Amsterdamse Poort aan. Ten behoeve van het winkelcentrum zijn verschillende parkeergarages aanwezig. De garages P21, P22, P23 en P24 zijn eigendom van de eigenaar van het winkelcentrum. In deze vier garages zijn in totaal 1.697 parkeerplaatsen aanwezig. In augustus 2020 is een parkeerbalans voor deze vier garages uitgevoerd. Hieruit is gebleken dat in de huidige situatie maximaal 1.087 parkeerplaatsen worden gebruikt. In de balans is inzichtelijk gemaakt of het aantal aanwezige parkeerplaatsen voldoende is om de parkeerdruk van alle toekomstige ontwikkelingen in de Amsterdamse Poort op te vangen.
Gemeente Amsterdam
blz. 52
Schematische ligging plangebied ten opzichte van parkeergarages P21, P22, P23 en P24 In de parkeerbalans is een programma toe bedeeld aan Synchroon (= de ontwikkeling die mogelijk wordt gemaakt met dit bestemmingsplan), namelijk 415 woningen, 250 m2 aan commerciële ruimte en 1.500 m2 aan sociaal, culturele voorzieningen. De parkeerbalans houdt rekening met de volgende parkeerplaatsen ten behoeve van de ontwikkeling van Synchroon: 42 + 2 parkeerplaatsen ten behoeve van woningbouw; 32 parkeerplaatsen voor een sociaal cultureel programma van 1.500 m2. In de parkeerbalans is daarmee rekening gehouden met 76 parkeerplekken voor het programma van Synchroon (= Bijlmer sportcentrum).
Uitsnede parkeerbalans Amsterdamse Poort in beoogde eindsituatie Met Synchroon is afgesproken dat de beoogde oppervlakte aan commerciële voorzieningen niet meer gerealiseerd wordt en dat dit oppervlakte toebedeeld wordt aan het woonprogramma. De parkeerbehoefte van dit programma, die afgewikkeld wordt buiten het plangebied, is 66. Gezien de huidige bezetting in de garages (maximaal 1.087 parkeerplaatsen) bieden de garages ruim voldoende parkeerruimte voor de ontwikkeling van Bijlmer Sportcentrum. De planvorming van het Bijlmer Sportcentrum is bovendien in een ver gevorderde fase: het
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 53
bestemmingsplan wordt in het laatste kwartaal van 2021 vastgesteld door de gemeenteraad. Daarmee zijn dit concrete plannen. De overig plannen voor de Amsterdamse Poort staan aan het begin van de planvorming. De inhoud van deze plannen is nog aan verandering onderhevig. Tegen de tijd dat die plannen voor de Amsterdamse Poort concreet zijn, moet ook aangetoond worden dat er sprake is van een goede ruimtelijke ordening, waarbij getoetst wordt aan de dan geldende wet- en regelgeving (waaronder de parkeernormen). Het is zeer waarschijnlijk dat de parkeernormen verder naar beneden gaan, gezien de ambitie om de stad verder autoluw te maken. Voor dit bestemmingsplan kan daarom geconstateerd worden dat er ruim voldoende parkeerplaatsen in de nabij gelegen parkeergarages zijn om de bezoekers op te vangen. Aanvullend wordt gemeld dat uit een parkeeronderzoek dat voor Zuidoost is uitgevoerd blijkt dat in de aangrenzende wijken de parkeerdruk laag is. Voor meer informatie wordt verwezen naar paragraaf 6.4.1.4. 6.4.1.4 Parkeeronderzoek Zuidoost 2020 De gemeente Amsterdam heeft recent een parkeeronderzoek voor Zuidoost op laten stellen. In december 2019 en januari 2020 is een actualisatie van de parkeercapaciteit en een parkeeronderzoek uitgevoerd. Daarbij is Zuidoost in verschillende wijken opgedeeld. Het plangebied van 'Bijlmer Sportcentrum e.o.' ligt in (deel-)gebied T93e.
In dit gebied zijn alle openbare parkeerplaatsen in de garages. Buiten de garages om zijn er 20 openbare parkeerplaatsen aanwezig.
Onderzoeksgebieden parkeeronderzoek Zuidoost 2020 Het plangebied ligt tegen de deelgebieden T93d en T93j aan. In onderstaande tabel een beknopt overzicht van het aantal aanwezige openbare parkeerplaatsen op straat en het maximale bezettingspercentage in deze wijken. Aantal aanwezige Bezetting Aantal Bezetting Beschikbaar parkeerplaatsen dinsdag- en parkeerplaatsen 90% donderdag maximaal bezet middag/-avond
Gemeente Amsterdam
blz. 54
F-buurt (T93d)
558
78%
435
502
67
Vogeltjeswei (T93j)
247
68,4%
169
222
53
Aantal beschikbare parkeerplaatsen in F-buurt en Vogeltjeswei Binnen (deel-)gebied T93e is op dinsdag - en donderdagmiddag, dinsdag- en donderdagavond en zondagmiddag de parkeerdruk gemeten. Hieruit is gebleken dat de parkeerdruk het hoogst is op een doordeweekse middag en -avond. Op deze drukste momenten zijn 67 parkeerplaatsen in de F-buurt beschikbaar en 53 parkeerplaatsen in de Vogeltjeswei. Daarbij wordt uitgegaan van een maximale bezetting van 90%. Als het bezettingspercentage hoger is dan 90%, is er sprake van een hoge parkeerdruk, waardoor zoekverkeer ontstaat. 6.4.1.5 Conclusie parkeren auto De parkeervraag voor de toekomstige bewoners van de woningen komt uit op 79 parkeerplaatsen. In de gebouwde parkeervoorziening bij de woningen aan het park (wonen in het groen), worden 100 parkeerplaatsen gerealiseerd. Geconcludeerd wordt dat er ruim voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd worden voor de bewoners van de te realiseren woningen. Bezoekers van de maximaal 440 woningen leidt tot een parkeerbehoefte van 44 parkeerplaatsen. Bezoekers van de maximaal 1.900 m2 bvo aan voorzieningen leidt tot een parkeerbehoefte van 48 parkeerplaatsen. Doordat de bezoekers van de woningen over het algemeen op een ander tijdstip komen dan de bezoekers van de voorzieningen, kunnen aanwezigheidspercentages toegepast worden.
De totale parkeerbehoefte voor bezoekers komt daarmee op maximaal 66 parkeerplaatsen op een zaterdagavond. Op een doordeweekse avond bedraagt de parkeerbehoefte 64 parkeerplaatsen. De parkeerbehoefte van de bezoekers wordt afgewenteld op de reeds aanwezige openbare parkeerplaatsen in de omgeving. Uit de parkeerbalans van de Amsterdamse Poort blijkt dat er ruimte genoeg is in de parkeergarages P21, P22, P23 en P24 om de behoefte van 66 parkeerplaatsen op te vangen. Aanvullend blijkt uit het parkeeronderzoek dat voor heel Zuidoost is gedaan dat in het deelgebied T93d en T93j op een doordeweekse avond 120 openbare parkeerplaatsen beschikbaar zijn. Geconstateerd wordt dat er in de directe omgeving ruim voldoende openbare parkeerplaatsen beschikbaar zijn. 6.4.2
Parkeren fiets en scooter
Fietsvoorzieningen woningen De te ontwikkelen woningen moeten voldoen aan de regels voor fietsparkeren conform het Bouwbesluit 2012: het realiseren van een fietsenberging. Voor de woningen betekent dit dat in de plint een gezamelijke fietsenstalling gerealiseerd wordt.
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 55
Impressie fietsvoorzieningen woningen In de openbare ruimte moet voor bezoekers worden voorzien in 0,5 fietsparkeerplaats per woning (maximaal 220 plekken). Dubbelgebruik is hierbij mogelijk. Om lang parkeren te voorkomen worden bij voorkeur geen nietjes en rekken met aanbindmogelijkheid geplaatst. Niet-woonfuncties Zoals beschreven in paragraaf 6.2.2 is het een verplichting bij nieuwe ontwikkelingen datvoldoende en goede fietsparkeervoorzieningen op eigen terrein gerealiseerd worden. Er kan afgeweken worden van de verplichting om op eigen terrein fietsparkeervoorzieningen te realiseren, indien voldaan wordt aan de genoemde afwijkingscriteria. Daarbij wordt een onderscheid gemaakt in kort - (< 1,5 uur) en lang parkeren (> 1,5 uur). Kort park eren In geval de impact op de openbare ruimte klein is, mogen de benodigde fietsparkeervoozieningen in de openbare ruimte gerealiseerd worden. Als de impact groot is, dat kan alleen afgeweken worden in geval er op maximaal 200 meter afstand de fietsparkeerplekken gerealiseerd kunnen worden. Hiervoor dient Gemeente Amsterdam
blz. 56
een financiële vergoeding afgedragen te worden. Lang park eren In geval van lang parkeren kan uitsluitend afgeweken worden van de verplichting om op eigen terrein fietsvoorzieningen te treffen, in geval het redelijkerwijs onmogelijk is om op eigen terrein de voorzieningen te treffen. Plangebied De meeste niet woonfuncties die mogelijk worden gemaakt betreft 'kort parkeren', waarbij het maatgevende moment volgens de Nota parkeernormen fiets en scooter op werkdagen overdag. Alleen voor het horecaprogramma (maximaal 500 m2 bvo) kan sprake zijn van lang parkeerders. Het maatgevend moment voor de horeca ligt op donderdag, vrijdag en zaterdagavond tussen 18.00 en 22.00 uur. Gericht op het programma dat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt, geeft de nota alleen een fietsparkeernorm voor horeca, een gezondheidszorggebouw en een sportschool. De overige normen zijn niet van toepassing. In onderstaande tabel een overzicht van hoeveel fietsparkeerplekken (fp) er nodig zijn, uitgaande dat de gegeven parkeernormen voor het gehele programma van toepassing wordt verklaard. Functie
Oppervlakte
Fietsparkeernorm
Totaal
horeca
500 m 2
14 fp per 100 m 2 bvo
70 fp
gezondheidscentrum
1.400 m 2
1,4 fp per 100 m 2 bvo
20 fp
sportschool
1.400 m 2
5,6 fp per 100 m 2 bvo
78 fp
Fietspark eernorm Uit bovenstaande tabel blijkt dat ertussen de 90 en 148 fp nodig zijn. Gezien: de beperkte bebouwde ruimte voor het niet-woningbouwprogramma; het niet aanwezig zijn van onbebeouwde gronden voor het niet-woningbouwprogramma; is het redelijkerwijs onmogelijk om op eigen terrein fietsparkeren op te lossen. En omdat het ontwerp voor de inrichting van de openbare ruimte nog uitgewerkt gaat worden, kunnen de benodigde fietsparkeervoorzieningen goed geïntegreerd worden in de openbare ruimte. Daarbij kan gebruik gemaakt worden van dubbelgebruik, omdat het maatgevende moment voor horeca op een ander moment ligt dan het overgrote deel van de overige functies.
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 57
Hoofdstuk 7 7.1
Geluid
Algemeen
Een van de grondslagen voor de ruimtelijke afweging is de Wet geluidhinder (Wgh). De Wet geluidhinder bevat geluidsnormen en richtlijnen met betrekking tot de toelaatbaarheid van geluidniveaus als gevolg van rail- en wegverkeerslawaai, industrielawaai en luchtvaartlawaai. Op grond van de Wet geluidhinder gelden zones rond geluidbronnen met een grote geluiduitstraling, zoals (spoor)wegen en industrieterreinen. De belangrijkste bestaande geluidzones bevinden zich langs bestaande wegen en spoorwegen, rond grote bestaande industrieterreinen en rondom bestaande luchtvaartterreinen.
7.2
Beleid en regelgeving
7.2.1
Wet Geluidhinder
Wegverkeerslawaai kan de leefkwaliteit van een gebied sterk beïnvloeden. Mensen die veelvuldig worden blootgesteld aan een hoog niveau van wegverkeerslawaai kunnen hier lichamelijke en psychische klachten door oplopen. De Wet geluidhinder (Wgh) verplicht ertoe onderzoek uit te voeren naar de geluidsbelasting op geluidsgevoelige bestemmingen binnen vastgestelde onderzoeksgebieden (zones) langs wegen (art. 74-75 Wgh). Tevens stellen de Wgh en het Besluit geluidhinder regels aan de maximale geluidsbelasting op deze bestemmingen. Onder geluidsgevoelige bestemmingen wordt verstaan (Art. 1 Wgh): Woningen Onderwijsgebouwen Ziekenhuizen en verpleeghuizen Geluidsgevoelige terreinen (bij onderwijsgebouwen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en woonwagenstandplaatsen) Voor deze bestemmingen gelden voorkeursgrenswaarden. Deze voorkeursgrenswaarden worden mede bepaald door de locatie van de gevoelige bestemmingen en het type weg. Bij realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen dient de geluidsbelasting ten hoogste de voorkeursgrenswaarde te bedragen. Indien bij de realisatie van nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen niet aan de voorkeursgrenswaarde kan wordt voldaan, kan worden geconcludeerd dat de locatie niet zonder meer geschikt is voor de beoogde ontwikkeling. Onder voorwaarden kunnen hogere waarden worden vastgesteld door het bevoegd gezag tot de maximale grenswaarde uit de Wgh.
Voorwaarde is dat het toepassen van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting onvoldoende doeltreffend zijn, of overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard een rol spelen. Het toepassen van maatregelen dient in volgorde van prioriteit gericht te zijn op bronmaatregelen (geluiddempers, aanpassing wielen/spoor, aanpassing wegverharding en/of aangepaste rijsnelheden) en overdrachtsmaatregelen (geluidsschermen/geluidswallen). Wanneer sprake is van meerdere relevante geluidsbronnen, kan slechts een besluit hogere waarde worden vastgesteld voor zover de gecumuleerde geluidsbelasting niet leidt tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Verder dient, in het geval van ontheffing op de geluidsbelasting, de binnenwaarde worden gewaarborgd door het eventueel toepassen van gevelmaatregelen.
Gemeente Amsterdam
blz. 58
7.2.1.1 Wegverkeersgeluid Op grond van artikel 74 van de Wet geluidhinder bevinden zich van rechtswege langs alle wegen geluidzones waarbinnen de geluidbelasting vanwege de weg aan het gestelde in de Wet dient te worden getoetst. De breedte van de geluidzone is afhankelijk van het aantal rijstroken. Dit geldt niet voor wegen: die zijn gelegen binnen een als woonerf aangeduid gebied of; waarvoor een maximumsnelheid van 30 km per uur geldt. Ondanks dat de Wgh akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai niet verplicht stelt bij de hiervoor genoemde wegen, dient op grond van de Wet ruimtelijke ordening altijd aangetoond te worden dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Aantal rijstroken
Geluidzones stedelijk gebied
Weg met één of twee rijstroken
200 meter
Weg met drie of meer rijstroken
350 meter
Weg met drie of vier rijstroken
nvt
Weg met vijf of meer rijstroken
nvt
Breedte van geluidzones langs autowegen in stedelijk gebied (bron: artikel 74 Wet geluidhinder) In artikel 76 van de Wet geluidhinder is geregeld dat bij vaststelling of herziening van een bestemmingsplan de wettelijke voorkeursgrenswaarden (hoogste toelaatbare geluidsbelasting) in acht moeten worden genomen van de artikelen 82 (bij nieuwbouw) en 100 (in geval het bestemmingsplan voorziet in een reconstructie van een weg) van de Wet geluidhinder. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan nieuwbouw van geluidsgevoelige bestemmingen worden gerealiseerd indien de waarde niet hoger is dan de maximaal toelaatbare hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde, en mits deze hogere waarde kan worden verleend. Type geluidsgevoelige functie
Voorkeursgrenswaarde (dB)
Maximaal toelaatbare hogere waarde dan voorkeursgrenswaarde (dB) Binnenstedelijk
Buitenstedelijk
Woning
48 dB (art. 82, lid 1 Wgh
63 dB (art. 83, lid 2 53 dB Wgh)
Onderwijsgebouw
48 dB (art. 3.1, lid 1 Bgh)
63 dB (art. 3.2, lid 2, sub b Bgh)
53 dB
Ziekenhuizen en verpleeghuizen
48 dB (art. 3.1, lid 1 Bgh)
63 dB (art. 3.2, lid 2, sub b Bgh)
53 dB
Bij AMvB aangewezen ander gezondheidsgebouwen
48 dB (art. 3.1, lid 1 Bgh)
53 dB (art. 3.2, lid 1, onder c Bgh)
53 dB
Geluidhindernormen wegverkeer bij nieuwbouw
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 59
Naast bovengenoemde buitenwaarden zijn er in de Wet geluidhinder tevens maxima gesteld aan binnenwaarden (maximaal 33 d(B)). Toetsing daaraan vindt plaats in het kader van de aanvraag om een omgevingsvergunning, activiteit bouwen. 7.2.1.2 Spoorweggeluid Op grond van artikel 106b van de Wet geluidhinder bevinden zich van rechtswege langs alle spoorwegen geluidzones waarbinnen de geluidbelasting vanwege de spoorweg aan het gestelde in de Wet dient te worden getoetst. Type Geluidsgevoelig gebouw
Voorkeurs grenswaarde [dB]
Maximaal toelaatbare hogere waarde dan de voorkeursgrensaarde [dB] Binnenstedelijk
Buitenstedelijk
Woning
55 dB art. 106 d, lid 1 Wgh
68 dB art. 106 d, lid 2 Wgh
Onderwijsgebouwen
53 dB 68 art. 106 d, lid 6, onder a Wgh art. 106 d, lid 6 Wgh
Ziekenhuizen en verpleeghuizen b
53 dB 68 art. 106 d, lid 6, onder a Wgh art. 106 d, lid 6 Wgh
Bij AMvB aangewezen andere gezondheidszorggebouwen c
53 dB 68 art. 106 d, lid 6, onder a Wgh art. 106 d, lid 6 Wgh
Geluidshindernormen railverkeerslawaai bij nieuwbouw Lden 7.2.1.3 Industriegeluid Op grond van de Wet geluidhinder moet een geluidzone worden vastgesteld rond industrieterreinen waar inrichtingen zijn gevestigd die "in belangrijke mate geluidhinder kunnen veroorzaken". Dit zijn inrichtingen als aangewezen in bijlage I, onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Stb. 2010, nr. 143) , de zogenaamde "grote lawaaimakers". Dergelijke inrichtingen worden geacht zoveel lawaai te (kunnen) veroorzaken, dat de wijde omgeving ervan zeer zwaar belast wordt. 7.2.2
Amsterdams Geluidbeleid 2016. Hogere waarde Wet geluidhinder.
Het Amsterdams geluidbeleid wordt toegepast bij de ontwikkeling van woningen en andere geluidgevoelige objecten op locaties met een hoge(re) geluidbelasting. Naar aanleiding van een wijziging in de Wet geluidhinder is het Amsterdams beleid 'Vaststelling hogere grenswaarden Wet geluidhinder' vastgesteld in 2007. Naast dat beleid worden in de uitvoeringspraktijk verschillende regels en afspraken 1 toegepast. Gebleken is dat het beleid en de uitvoeringsafspraken niet altijd voldoende duidelijk waren, zodat er discussie kon ontstaan over de interpretatie van regelgeving. Daarnaast bood het beleid niet (expliciet) de mogelijkheid om rekening te houden met situaties die niet strikt in het beleid passen maar wel kunnen voldoen aan de doelstelling van het beleid, namelijk het realiseren van een akoestisch aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Op 5 maart 2019 heeft het college van B&W het geluidbeleid gewijzigd vastgesteld. Stille zijde
Gemeente Amsterdam
blz. 60
Uitgangspunt van het Amsterdams geluidbeleid is dus dat iedere woning een stille zijde heeft. Dit uitgangspunt geldt alleen voor een woonfunctie, niet voor andere functies. Een stille of geluidluwe zijde (de termen zijn synoniem) is een (deel van een) gevel waar de geluidbelasting gelijk is aan de voorkeursgrenswaarde (48 dB) of lager. Woningen waarvoor hogere waarden worden vastgesteld dienen in principe te beschikken over een stille zijde. Van dit principe mag slechts worden afgeweken als het realiseren van een stille zijde overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard (criteria opgenomen in artikel 110a, vijfde lid, Wgh). Een woning die moet worden uitgevoerd met een dove gevel (kort gezegd, een gevel zonder te openen ramen en deuren) dient te allen tijde te zijn voorzien van een stille zijde (behoudens uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld in een tijdelijke situatie). In het beleid zijn mogelijke maatregelen (maatregelen aan de bron, overdrachtsaatregelen en maatregelen bij de ontvanger) beschreven die kunnen worden genomen om een aanvaardbaar woon- en leefklimaat te bereiken. Deze maatregelen zijn niet uitputtend bedoeld. Andere oplossingen zijn mogelijk mits aangetoond wordt dat het doel, rustig slapen met open raam, wordt behaald.
Bevoegdheid Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. Voor zover een besluit tot het vaststellen van een hogere waarde dan de voorkeursgrenswaarde (tot ten hoogste de maximaal toegestane ontheffingswaarde) hoort bij een ruimtelijk besluit waar de bevoegdheid gemandateerd is aan het Dagelijks Bestuur ligt ook de bevoegdheid tot vaststellen van hogere waarden bij het Dagelijks Bestuur. Voordat hogere waarden worden vastgesteld is het conceptbesluit hogere waarden ter advisering voorgelegd aan het Technisch Ambtelijk Vooroverleg Geluid Amsterdam (TAVGA). Het advies van het TAVGA wordt betrokken bij de besluitvorming en genoemd in het besluit. Het bevoegd gezag kan slechts hogere waarde vaststellen als de gecumuleerde geluidbelastingen (na correctie volgens de Wgh) niet leiden tot een naar hun oordeel onaanvaardbare geluidbelasting. De wet geeft geen maximale waarde bij cumulatie van geluidbelastingen. Er treedt een onaanvaardbare geluidbelasting op als de gecumuleerde waarde meer dan 3 dB hoger is dan de hoogste van de maximaal toegestane ontheffingswaarden; 3 dB komt overeen met een verhoging van de geluidbelasting die als significant hoger wordt ervaren. In die gevallen kan of niet gebouwd worden of er worden oplossingen gezocht met dove gevels. Naar verwachting is dit een situatie die zich in de praktijk zelden zal voordoen.
7.3
Plangebied
Binnen het plangebied worden geluidsgevoelige functies mogelijk gemaakt. Het plangebied ligt binnen de wettelijke onderzoekszones van de volgende wegen: 7.3.1 1. 2. 3. 4.
Wegverkeerslawaai
Gooiseweg (buitenstedelijk) Bijlmerdreef (binnenstedelijk) Flierbosdreef (binnenstedelijk) Hoogoorddreef (binnenstedelijk)
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 61
Daarmee is er een verplichting tot het doen van akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai. Dit onderzoek is in bijlage 4 toegevoegd. Opgemerkt wordt dat dit onderzoek rekening houdt met een verouderd ontwerp van het 'stadswonen aan het park'. Omdat het nieuwe ontwerp een kleinere voetprint heeft, waarmee de gevels op tenminste dezelfde afstand en deels verder van de wegen af liggen, zijn de resultaten ook toepasbaar op het aangepaste ontwerp. Hoogste geluidsbelasting Gooiseweg
52 dB
Bijlmerdreef
62 dB
Flierbosdreef
51 dB
Hoogoorddreef
44 dB
Maximale gevelbelastingen Voor drie van de vier wegen wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschreden. De maximaal vast te stellen ontheffingswaarde (van 53 en 63 dB) wordt niet overschreden.
Gemeente Amsterdam
blz. 62
Overzicht overschrijding voorkeursgrenswaarde en aanwezige geluidsluwe gevels Cumulatie wegverkeerslawaai De gecumuleerde geluidbelasting LVL,cum bedraagt ten hoogste 62 dB. De op het wegverkeerslawaai afgestemde grenswaarde van LVL,cum = 66 dB (63+3) wordt niet overschreden. Op basis van de gecumuleerde geluidbelastingen zijn geen extra maatregelen benodigd.
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 63
7.3.2
Spoorweglawaai
Het spoortracé Amsterdam-Utrecht is het meest nabijgelegen spoortracé. De zonebreedte langs een spoorweg wordt conform het Besluit geluidhinder bepaald door de waarden van de geluidproductieplafonds. De zonebreedte langs het spoor bedraagt 600 meter. Het project is op een afstand van circa 700 m van het spoor gelegen. Het project is buiten de zone langs het spoor gelegen. Spoorweglawaai hoeft daarom niet onderzocht te worden. 7.3.3
Industrielawaai
De planlocatie is niet gelegen binnen de geluidzone rond een industrieterrein. Industrielawaai hoeft niet onderzocht te worden.
7.4
Conclusie
1. De voorkeurswaarde voor wegverkeerslawaai wordt op verschillende punten overschreden door verkeer op de Gooiseweg, de Flierbosdreef en de Bijlmerdreef. 2. De gecumuleerde geluidbelasting LVL,cum bedraagt ten hoogste 62 dB. Er wordt voldaan aan de in het Amsterdams geluidbeleid gestelde grenswaarde (hier: 63+3 = 66 dB). Op basis van de beoordeling van de gecumuleerde geluidbelastingen zijn geen aanvullende maatregelen benodigd. 3. Het merendeel van het project beschikt direct over een geluidluwe zijde. Voor woningen die niet aan deze geluidsluwe zijden zijn gesitueerd zijn aanvullende gebouwmaatregelen benodigd, bijvoorbeeld in de vorm van verglaasde balkons. Het bevoegd gezag kan hogere waarden vaststellen wanneer is vastgesteld dat maatregelen onvoldoende doelmatig zijn. Daartoe eist de Wet geluidhinder de volgende onderzoeken: Allereerst dient te worden nagegaan welke maatregelen noodzakelijk zijn om de geluidbelasting te reduceren tot maximaal de voorkeursgrenswaarde. Tevens dient beoordeeld te worden of deze maatregelen al dan niet doelmatig zijn. Indien deze maatregelen niet doelmatig zijn, dient te worden nagegaan welke maatregelen wel doelmatig zijn om de geluidbelasting zo ver mogelijk te reduceren. Voor de geluidbelastingen boven de voorkeursgrenswaarden kunnen dan hogere waarden worden aangevraagd.
Indien er geen maatregelen denkbaar zijn die als doelmatig kunnen worden aangemerkt kunnen hogere waarden worden aangevraagd voor de geluidbelastingen zonder maatregelen. Bij het bepalen van maatregelen voor het reduceren van de geluidsbelasting wordt onderscheid gemaakt in: 1. maatregelen aan de bron; 2. maatregelen in het overdrachtsgebied; 3. maatregelen aan de ontvangzijde. Andere maatregelen om de gevelbelastingen terug te dringen naar 48 dB zijn niet mogelijk: deze zijn of financieel niet rendabel of stedenbouwkundig niet gewenst. Het toepassen van geluidschermen aan de gevels heeft dusdanig veel consequenties voor de ventilatie- en brandveiligheidscondities, dat de ontwerpvrijheden van de woningen sterk wordt ingeperkt. Omdat een gebouwgebonden geluidscherm ook relatief veel kosten met zich meebrengt, is het reëler om de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde toe te staan en de overschrijding door een goede gevelwering op te lossen. Geadviseerd wordt om voor de woningen de volgende hogere waarden aan te vragen: Gooiseweg: 52 dB. Bijlmerdreef: 62 dB. Gemeente Amsterdam
blz. 64
Flierbosdreef: 51 dB. Het besluit voor het vaststellen van de hogere waarden is als bijlage 5 toegevoegd. In de regels is een voorwaardelijke verplichting opgenomen, waarmee geregeld wordt dat de woningen waarvoor een hogere waarde wordt vastgesteld pas in gebruik genomen mogen worden nadat aangetoond is dat er een 'geluidsluwe zijde' is gerealiseerd en in stand wordt gehouden.
bestemmingsplan_Bijlmer Sportcentrum e.o. (vastgesteld)
blz. 65
Hoofdstuk 8 8.1
Luchtkwaliteit
Algemeen
In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient bij het opstellen van een bestemmingsplan uit oogpunt van de bescherming van de volksgezondheid rekening te worden gehouden met luchtkwaliteit. Vanuit een oogpunt van goede ruimtelijke ordening kunnen belemmeringen bestaan om een project te realiseren op een locatie waar de luchtkwaliteit slecht is. Ook een verslechtering van de luchtkwaliteit op bestaande locaties kan bezwaarlijk zijn.
8.2
Beleid en regelgeving
8.2.1 Europese richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa Sinds mei 2008 is de nieuwe Europese richtlijn 2008/50/EG betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa, van kracht. Deze nieuwe richtlijn vervangt de huidige EU-richtlijnen betreffende de luchtkwaliteit, met uitzondering van de vierde dochterrichtlijn. De richtlijn heeft onder meer ten doel om bepaalde waarden vast te stellen teneinde schadelijke gevolgen voor de gezondheid van de mens en voor het milieu in zijn geheel te vermijden, te voorkomen of te verminderen, alsmede ervoor te zorgen dat de concentraties van de betreffende stoffen in de lidstaten op basis van gemeenschappelijke methoden en criteria worden beoordeeld. De richtlijn bevat onder meer grenswaarden, overschrijdingsmarges en alarmdrempels voor de verschillende stoffen. De richtlijn geeft lidstaten de mogelijkheid om later te voldoen aan grenswaarden voor PM10 en NO2 als de betreffende lidstaten voldoende inspanning laten zien om de luchtkwaliteit te verbeteren. Om voor deze derogatie in aanmerking te komen moeten de lidstaten een luchtkwaliteitsplan indienen bij de Europese Commissie. Met dit plan moet een lidstaat laten zien op welke manier alsnog, binnen de derogatietermijnen, aan de normen zal worden voldaan.
Nederland heeft om derogatie verzocht op basis van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Mede op grond van het NSL heeft de Europese Commissie op 7 april 2009 derogatie verleend en Nederland daarmee langer de tijd gegeven om overal aan de grenswaarden te voldoen. Dit betekent dat de norm voor stikstofdioxide uiterlijk 1 januari 2015 gehaald moet zijn en de norm voor fijnstof uiterlijk 11 juni 2011. In de richtlijn zijn verder nieuwe normen en streefdata geïntroduceerd voor de fijnere fractie van fijnstof (PM2.5). Verder bevat de richtlijn expliciet de mogelijkheid tot aftrek van fijnstof afkomstig van natuurlijke bronnen bij het vaststellen van overschrijdingssituaties. De werkingssfeer van de richtlijn wordt beperkt door te bepalen dat de richtlijn niet van toepassing is op plaatsen waartoe leden van het publiek gewoonlijk geen toegang hebben. Hiermee samenhangend is de richtlijn (bijlage III) nu ook heel expliciet over locaties waar de luchtkwaliteit niet beoordeeld wordt. De lidstaten zijn ingevolge de richtlijn verplicht om de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat de grenswaarden worden nageleefd. Wanneer de concentraties hoger zijn dan de overschrijdingsmarges dient een plan of programma opgesteld en uitgevoerd te worden dat ertoe leidt dat binnen de daarvoor gestelde termijnen aan de grenswaarden wordt voldaan.
Gemeente Amsterdam
blz. 66
8.2.2
Wet luchtkwaliteit
Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. Ingevolge de wet is een specifiek op luchtkwaliteit betrekking hebbende titel 5.2 in de Wet milieubeheer (hierna: Wm) opgenomen. De wet voorziet onder meer het rijksprogramma het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL), het begrip "in betekenende mate" (ibm) en gebiedssaldering. De kern van de wet wordt gevormd door een programmatische aanpak om de grenswaarden zo snel als redelijkerwijs mogelijk is, te halen en door de introductie van het begrip "in betekenende mate". Wet luchtkwaliteit De Wet luchtkwaliteit (artikel 5.16, eerste lid, Wm) stelt dat een ruimtelijke plan of project doorgang kan vinden indien: a. een project niet tot het overschrijden van een grenswaarde leidt; b. de luchtkwaliteit tengevolge van het project (per saldo) verbetert of ten minste gelijk blijft; c. een project “niet in betekenende mate” (NIBM) bijdraagt aan de concentratie van relevante stoffen in de buitenlucht (De NIBM bijdrage is gedefinieerd als een toename van de concentraties van zowel fijn stof (PM10) als stikstofdioxide (NO2) met minder dan 3% van de grenswaarde (1,2 µg/m3 PM10 of NO2 en 0,75 µg/m3 PM2.5 jaargemiddeld); d. een project is opgenomen of past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Lucht (NSL).
(Het programma bevat een pakket maatregelen dat erop gericht is om grote ruimtelijke projecten tijdig aan de grenswaarden te laten voldoen.)
Grenswaarden Wet luchtkwaliteit Regeling NIBM De Ministeriële Regeling NIBM geeft een uitwerking aan het Besluit NIBM en een getalsmatige invulling van de NIBM-grens. Voor een aantal categorieën van projecten kan met zekerheid worden gesteld dat de 3%-grens niet zal worden overschreden. Het betreft onder andere het onderstaande geval, waarbij een luchtkwaliteitonderzoek niet meer nodig is: 1. woningbouw = 1500 woningen (netto) bij minimaal 1 ontsluitingsweg, en 2. woningbouw = 3000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Uit de NIBM-tool blijkt dat bij meer dan 1.280 motorvoertuigen per dag extra, in betekenende mate wordt bijgedragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In de overige gevallen, die niet in het Besluit NIBM genoemd worden, zal op een andere manier bijvoorbeeld door middel van berekeningen aannemelijk gemaakt moeten worden dat de bijdrage niet in betekenende mate is of dat de grenswaarden niet worden overschreden.