3. Bijlage 3. Schuldenmonitor Amsterdam
Tekst van het document
-
Schuldenmonitor Amsterdam Eerste verkenning van (ervaren) problematische schulden in Amsterdam Onderzoek, Informatie en Statistiek
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
2
Projectnummer: 21064 Auteru: Daan Schmitz
Ranu Sewdas
Milou Haggenburg-Mohammed
Fabian Francisco
Renske Hoedemaker
Bezoekadres: Weesperstraat 113-117
Telefoon 020 251 DS
Postbus 658, 1000 AR Amsterdam
data.amsterdam.nl
d.schmitz@amsterdam.nl
Amsterdam, augustus 2021 Foto voorzijde: Markt, Edwin van Eis.
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Inhoud
Samenvatting & conclusie
5
Inleiding
9
Onderzoek naar Amsterdammers met problematische schulden Leeswijzer
1 Problematische schulden in Amsterdam 1.1 Inleiding 1.2 Definitie (ervaren) problematische schulden 1.3 Problematische schulden in Amsterdam
2 Kenmerken Amsterdammers met problematische schulden
9 9
10 10 10 13
15
2.1 Inleiding 2.2 Demografische kenmerken 2.3 Inkomen en werk
15 15 18
3 Opeenstapeling van problemen
21
3.1 Inleiding 3.2 Amsterdammers in minder gunstige posities 3.3 Kwetsbare gezondheid 3.4 Welzijnsniveau en maatschappelijke participatie 3.5 Geluk en vertrouwen in de toekomst
21 21 22 24 26
4 Problematische schulden & de coronacrisis
27
4.1 Inleiding 4.2 Verloop problematische schulden
27 27
Bijlage 1 Literatuur
29
4
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Samenvatting & conclusie
Dit rapport gaat over de kenmerken van mensen met (ervaren) problematische schulden in Amsterdam in 2019. Het schetst een beeld van de demografische kenmerken, de werk- en inkomenssituatie, en de opeenstapeling van problemen waar (een deel van de) mensen met problematische schulden mee te maken hebben. Daarnaast geeft het rapport ook een eerste indruk van de ontwikkelingen in ervaren problematische schulden sinds de coronacrisis. We schetsen dit beeld op basis van kwantitatieve data uit verschillende bronnen: enquête-data van OIS (Regionale Enquête Beroepsbevolking en de Staat van de Stad), gemeentelijke data over mensen met (problematische) schulden en CBS-microdata. Deze Schuldenmonitor is in Amsterdam een eerste poging om de kenmerken van mensen met problematische schulden in kaart te brengen. Dit is geen gemakkelijke opgave. Het is tot nu toe niet mogelijk om toegang te krijgen tot alle bronnen waar schulden in worden geregistreerd, zoals de BKR-registraties, en een aantal bronnen waar wel toegang toe is, zijn onvoldoende actueel om te gebruiken. Toch vinden wij het belangrijk om deze poging te doen. Voornamelijk omdat het ons meer inzicht geeft in de mensen achter de schulden. Hoewel we niet alle mensen in kaart kunnen brengen, hebben we wel veel achtergrondinformatie die de problematiek laat zien die met schulden gepaard gaat.
Ten tweede, omdat we met een deze eerste analyses een basis leggen om de Schuldenmonitor verder uit te bouwen. Deze basis maakt het mogelijk om op korte termijn (het voorjaar 2022) de cijfers over 2020/2021 te publiceren. Definities In deze Schuldenmonitor werken we met twee definities bij het beschrijven van Amsterdammers met problematische schulden. Aan de ene kant hebben we het over ervaren problematische schulden: dit zijn schulden en betalingsachterstanden waarvan de bewoners zelf aangeven ze in meer of mindere mate problematisch te ervaren. Informatie over de ervaren problematische schulden komt uit twee grote Amsterdamse enquêtes, namelijk Staat van de Stad en de Regionale Enquête Beroepsbevolking. Aan de andere kant rapporteren we over mensen met geregistreerde problematische schulden: dit zijn Amsterdammers waarvan de gemeente Amsterdam weet dat ze schulden of betalingsachterstanden hebben of schuldhulpverlening krijgen. Deze mensen hebben niet altijd daadwerkelijk problematische schulden, maar deze geregistreerde problematische schulden geven ons qua registratiedata in deze eerste verkenning de meest haalbare en betrouwbare indicatie van problematische schulden. Deze data maakt het ook mogelijk om koppelingen te maken met CBS-microdata waarmee we meer achtergrondkenmerken van Amsterdammers met geregistreerde problematische schulden goed in kaart kunnen brengen.
Problematische schulden in Amsterdam Bijna een kwart (24%) van de Amsterdammers geeft in 2019 aan schulden te hebben. Het gaat hierbij vaak om studieschulden, leningen en rood staan. Vijftien procent van alle Amsterdammers ervaart hun schulden als problematisch. Een kwart daarvan heeft een schuld van €25.000 of meer. Van de mensen die hun schuld als problematisch ervaren, heeft de helft te
5
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
maken met een studieschuld. Als we de mensen met alleen een studieschuld buiten beschouwing laten, ervaart negen procent van de Amsterdammers hun schulden als problematisch. Eén op de vijf heeft (ook) een schuld bij een lening bij een bank of financier, en 16% staat rood. Bewoners van stadsdeel Zuid ervaren het minst vaak problematische schulden, terwijl in West, Noord en Zuidoost juist het meest vaak problematische schulden voorkomen. Landelijk onderzoek van het CBS, die qua registratiedata een relatief goed inzicht heeft in de omvang van de groep mensen met problematische schulden, schat het percentage Amsterdamse huishoudens met problematische schulden op 11,2% (CBS, 2019; cijfers over 2018). Op basis van de registratiedata uit de eerste verkenning gaat het om één op de twintig Amsterdammers met een geregistreerde problematische schuld. Amsterdammers met (ervaren) problematische schulden Als we naar achtergrondkenmerken kijken van mensen met problematische schulden, zien we dat jonge Amsterdammers vaker problematische schulden ervaren dan oudere. Twintig procent van de jongeren (tussen 17 en 25 jaar) geeft aan problematische schulden te hebben, terwijl dat bij 65+’ers nog maar vijf procent is.
Als we kijken naar de het opleidingsniveau, zien we dat mensen met een middelbaar opleidingsniveau (havo, vwo, mbo of een niet afgemaakte hbo/woopleiding) vaker problematische schulden ervaren dan mensen met een laag of juist een hoog opleidingsniveau. Tussen mannen en vrouwen zien we geen verschil in problematische schulden. Het hebben van een studieschuld speelt een belangrijke rol in het ervaren van problematische schulden. Het verklaart bijvoorbeeld waarom jonge Amsterdammers relatief vaak problematische schulden ervaren. Onder jongeren tot 25 jaar die problematische schulden ervaren, heeft 82% een studieschuld. Ze hebben relatief weinig andere (soorten) schulden. Inkomen en (ervaren) problematische schulden Mensen met een laag inkomen ervaren vaker problematische schulden dan mensen met een hoog inkomen. Van de Amsterdammers met een netto huishoudinkomen onder de €1.000 per maand, geeft ruim een kwart (27%) aan dat ze problematische schulden ervaren. Dat neemt niet weg dat ook bij hoge inkomens schulden voor kunnen komen. Van de Amsterdammers met een modaal inkomen (tussen de €2051 en €3200 netto per maand) ervaart 14% problematische schulden. Voor mensen met hoge inkomens is dat acht procent.
Daarnaast hebben Amsterdammers met een WW-, bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering vaker problematische schulden dan mensen met een inkomen uit werk, ook als het maandelijkse inkomen vergelijkbaar is. 35% van de mensen met een WW-uitkering ervaren problematische schulden; hetzelfde geldt voor 30% van de Amsterdammers met bijstand en 21% met een arbeidsongeschiktheidsuitkering. Amsterdammers in een kwetsbare positie Amsterdammers met een lage sociaal economische status (SES) ervaren vaker problematische schulden dan mensen met een midden of hoge SES. Aangezien de SES wordt bepaald op basis van opleiding én inkomen, kunnen we met deze bevinding zeggen dat de combinatie van een laag opleidingsniveau en laag inkomen de kans op problematische schulden verder verhoogt. Eén stap verder is het kijken naar kwetsbaarheid (de combinatie van vier hulpbronnen: opleidingsniveau, inkomen, het al dan niet hebben van werk en de gezondheid). We zien dan ook dat kwetsbaardere Amsterdammers, ofwel mensen met minder toegang tot belangrijke
6
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
hulpbronnen, veel vaker problematische schulden ervaren dan minder kwetsbare Amsterdammers. Ervaren problematische schulden en gezondheid Zowel uit de (inter)nationale literatuur als uit ons onderzoek blijkt dat het hebben van problematische schulden samenhangt met een slechtere ervaren gezondheid. Een derde (33%) van de Amsterdammers met ervaren problematische schulden geeft aan een langdurige aandoening of ziekte te hebben, ten opzichte van 25% van de Amsterdammers zonder problematische schulden. Daarnaast ervaren ze hun gezondheid minder vaak als (zeer) goed (66% versus 75%) en hebben ze hogere zorgkosten (zowel voor fysieke als geestelijke gezondheidszorg) dan mensen zonder (geregistreerde) problematische schulden. Het verband tussen schulden en gezondheid kan niet volledig worden verklaard door verschillen in inkomen of opleidingsniveau. Mensen met een laag inkomen blijken minder vaak een goede gezondheid rapporteren dan mensen met een hoog inkomen, maar ook binnen de groepen met een laag of gemiddeld inkomen geldt dat mensen met problematische schulden een minder goede gezondheid ervaren dan mensen een vergelijkbaar inkomen zonder schulden. Ervaren problematische schulden, welzijn en maatschappelijke participatie Het welzijnsniveau van Amsterdammers met problematische schulden ligt lager dan gemiddeld in Amsterdam.
Om het welzijnsniveau te meten, gebruiken we de Leefsituatie-index die bestaat uit verschillende domeinen, zoals om sociaal-culturele vrijetijdsactiviteiten, sociale participatie, sportbeoefening, vakantiegedrag en mobiliteit. Op al deze gebieden scoren Amsterdammers met ervaren problematische schulden lager dan gemiddeld. Van alle Amsterdammers doet 39% vrijwilligerswerk voor of via een organisatie. Mensen met ervaren problematische schulden verschillen hierin niet van Amsterdammers zonder schulden en Amsterdammers die hun schulden niet als problematisch ervaren. Amsterdammers met problematische schulden zijn wat vaker gemiddeld tot sterk sociaal geïsoleerd (41%) dan mensen zonder schulden (35%) (zie figuur 4.8). Sociale isolement wil zeggen dat ondersteunende relaties in het persoonlijke leven ontbreken, zoals persoonlijke relaties met familie, vrienden en bekenden. Gevolgen coronacrisis op (ervaren) problematische schulden Veel Amsterdammers hebben de afgelopen tijd financiële gevolgen van de coronacrisis ondervonden. In de loop van 2020, het jaar van de corona-uitbraak, daalde het aantal Amsterdammers met werk in loondienst (vooral onder Amsterdammers met een tijdelijk contract) en steeg het gebruik van de WW en de bijstand. Ondernemers hebben in deze periode veel gebruik gemaakt van Tozo-regeling.
Ook het gebruik van de Voedselbank, een directe indicator van financiële problematiek, nam in deze periode sterk toe. Desondanks zien we in 2020 nog geen toename van het aantal Amsterdammers met ervaren problematische schulden. Het blijft wel mogelijk dat de effecten van de coronacrisis op problematische schulden pas later zichtbaar worden, maar daar zijn nu nog geen tekenen voor. Conclusie Het beeld dat uit de eerste verkenning van ervaren en geregistreerde problematische schulden in Amsterdam naar voren komt, is tweeledig. Wat het meest in het oog springt is de kwetsbaarheid van Amsterdammers met (ervaren) problematische schulden. Niet alleen blijkt dat mensen met
7
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
bijvoorbeeld een lager opleidingsniveau, laag inkomen of slechte gezondheid vaker problematische schulden te hebben; in veel gevallen gaat het om een combinatie van deze factoren. Met andere woorden, hoe meer iemand zich in een kwetsbare situatie bevindt, hoe vaker dat samen gaat met (het ervaren van) problematische schulden. Aan de andere kant zien we ook dat niet alleen een kwetsbare situatie gepaard gaat met problematische schulden. Ook mensen met een hoog inkomen of jongeren met een middelbare opleiding kunnen problematische schulden ervaren, die mogelijk niet altijd in beeld zijn bij hulpverleners. Uiteindelijk laat dit onderzoek zien dat problematische schulden iedereen kunnen raken, al zijn het vooral de meest kwetsbare Amsterdammers die hiermee te maken krijgen.
8
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Inleiding
Onderzoek naar Amsterdammers met problematische schulden Dit rapport gaat over de kenmerken van mensen met problematische schulden in Amsterdam. Om wat voor mensen gaat het eigenlijk? Met welke, misschien wel complexe, problematiek hebben zij te maken? Zien we dat mensen met bepaalde kenmerken vaker problematische schulden hebben dan anderen? Dit onderzoek beantwoordt deze vragen met behulp van kwantitatieve data, dus door het combineren en analyseren van zowel databronnen van de gemeente zelf als externe bronnen. Het doel van doel van deze monitor is om beter inzicht te krijgen in de mensen achter de problematische schulden in Amsterdam en zo ook de hulp- en dienstverlening optimaal vorm te kunnen geven. We rapporteren over 2019. Gezien de coronacrisis is het momenteel relevant om ook iets te kunnen zeggen over 2020, en daarmee dus de (eerste) effecten van de coronacrisis op de problematische schulden in Amsterdam. Daarom hebben we in dit rapport een hoofdstuk opgenomen met gegevens over ervaren problematische schulden in Amsterdam tijdens het eerste jaar van de crisis. Dit gaat dus over ervaren problematische schulden in Amsterdam en geeft het een goed beeld van de eerste ontwikkeling. Deze Schuldenmonitor is in Amsterdam een eerste poging om problematische schulden en vooral de kenmerken van mensen met problematische schulden in kaart te brengen.
Dit is geen gemakkelijke opgave. Het is onmogelijk om toegang te krijgen tot alle bronnen waar schulden in worden geregistreerd, zoals de BKR-registraties, en een aantal bronnen waar wel toegang toe is, zijn onvoldoende actueel om te gebruiken. Toch vinden wij het belangrijk om deze eerste poging te doen. Voornamelijk omdat het ons meer inzicht geeft in de mensen achter de schulden. Hoewel we niet alle mensen in kaart kunnen brengen, hebben we wel veel achtergrondinformatie die de problematiek laat zien die met schulden gepaard gaat. Ten tweede, omdat we met een deze eerste analyses een basis leggen om de Schuldenmonitor later verder uit te bouwen. Deze basis maakt het mogelijk om op korte termijn (het voorjaar 2022) de cijfers over 2020/2021 te publiceren.
Leeswijzer De Schuldenmonitor begint in hoofdstuk twee met een beschrijving van de gebruikte bronnen en geeft een schatting van het percentage Amsterdammers met (ervaren) problematische schulden. Hoofdstuk drie gaat dieper in op de algemene kenmerken van deze mensen, zoals geslacht, leeftijd, opleidingsniveau, werk en inkomen. Daarna geeft hoofdstuk vier meer inzicht in de samenloop van kwetsbaarheden bij mensen met (ervaren) problematische schulden. Ervaren problematische schulden in coronatijd komt terug in hoofdstuk vijf.
9
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
1 Problematische schulden in Amsterdam
Kern van dit hoofdstuk 24 procent van de Amsterdammers zegt dat ze schulden hebben. Het gaat hierbij vaak om studieschulden, leningen en rood staan. Vijftien procent van alle Amsterdammers ervaart hun schulden als problematisch; negen procent als we studieschuld niet meenemen. Een kwart van alle Amsterdammers met een ervaren problematische schuld heeft een schuld van €25.000 of meer. De beschikbare gemeentelijke data die een indicatie geven van problematische schulden (Vroeg Erop Af, wanbetalers en schuldhulpverlening), geven aan dat vijf procent van de Amsterdammers problematische schulden heeft. Dat is een onderschatting, omdat Amsterdammers schulden kunnen hebben bij instanties waar de gemeente geen zicht op heeft of omdat mensen ergens anders aankloppen voor ondersteuning bij hun schulden.
1.1 Inleiding Dit hoofdstuk gaat over de vraag hoe groot de groep is van Amsterdammers met (ervaren) problematische schulden. Om dit goed in kaart te brengen, gaat dit hoofdstuk eerst uitgebreid in op de vraag wat problematische schulden precies zijn en hoe we die kunnen meten. Er zijn namelijk verschillende bronnen om te gebruiken, maar ook veel (belangrijke) bronnen zijn niet openbaar beschikbaar. Daarnaast is er ook een verschil tussen wat cijfers laten zien aan problematische schulden en hoe mensen zelf hun schulden ervaren. Dit hoofdstuk begint met de verschillende definities die worden gebruikt als het gaat om problematische schulden, en over de definities die in deze Schuldenmonitor gebruikt zijn om de mensen met problematische schulden te beschrijven. Belangrijk om bij dit hoofdstuk in gedachten te houden, is dat deze Schuldenmonitor niet is bedoeld om de exacte omvang van de groep Amsterdammers met problematische schulden in kaart te brengen. Daarvoor zijn niet alle gegevens beschikbaar. Deze rapportage richt zich daarom vooral op het beschrijven van de mensen met (ervaren) problematische schulden. Dit hoofdstuk is vooral een inleidend hoofdstuk om de context te schetsen en uit te leggen welke mensen wel en niet in de Schuldenmonitor worden beschreven.
1.2 Definitie (ervaren) problematische schulden Schulden is een breed begrip; voorbeelden zijn de hypotheek op het huis, de studieschuld, rood staan (al dan niet kortdurend), op de pof verkregen drankjes, gokschulden, persoonlijke leningen en private-leasecontracten. Deze opsomming maakt al snel duidelijk dat het hebben van een schuld niet direct een probleem hoeft te zijn - veel mensen zullen een keertje rood staan. We spreken pas van problematische schulden als iemand redelijkerwijs niet in staat is om de schuld binnen afzienbare tijd af te lossen. Of een meer gebruikte en meer officiële definitie (van
10
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Panteia, 2015): er is sprake van problematische schulden wanneer het bedrag dat in 36 maanden kan worden afgelost op de schulden, lager is dan de totale schuldenlast. Dergelijke schulden hebben grote impact op zowel het individu en zijn/haar omgeving als de maatschappij. Het is echter erg ingewikkeld om de benodigde data te achterhalen om volgens de definitie van Panteia te kunnen berekenen wie problematische schulden heeft, want dan zouden we precies moeten weten wat de som van de geëiste maandelijkse aflossingen op schulden en betalingsachterstanden is, en hoeveel iemand zou kunnen aflossen terwijl zij voldoende overhouden om te kunnen voorzien in levensonderhoud en vaste lasten. Van deze gegevens bestaan geen integrale registraties. CBS (2019) komt met een oplossing om per soort betalingsachterstand te definiëren wanneer een huishouden een geregistreerde problematische schuld heeft. Denk daarbij aan bijvoorbeeld langdurige of hoge schulden bij de Belastingdienst, openstaande boetes of niet-betaalde zorgverzekeringen. Als minimaal één persoon uit een huishouden in één of meerdere bronnen voorkomt met een achterstand, dan is er sprake van problematische schulden. In de huidige Schuldenmonitor hebben we definitie van CBS als inspiratie gebruikt om de mensen met problematische schulden in Amsterdam te kunnen beschrijven: de geregistreerde problematische schulden.
Daarnaast hebben we deze aangevuld met ervaren problematische schulden. Hieronder beschrijven we de in dit rapport gebruikte definities. Geregistreerde problematische schulden De gemeente Amsterdam heeft drie beschikbare databronnen die een indicatie geven in hoeveel mensen problematische schulden hebben: 1) Vroeg Erop Af: Amsterdammers die een betalingsachterstand hebben van bijvoorbeeld huur, gas, water, licht en/of de zorgverzekering, worden gemeld bij de gemeente Amsterdam. Met deze meldingen kan de gemeente Amsterdam vroeg financiële problemen signaleren en ondersteuning bieden voor de problematiek zich opstapelt. 2) Wanbetalers: Amsterdammers die langer dan 6 maanden geen premie afgedragen hebben voor hun zorgverzekering en ook niet reageren op betalingsherinneringen worden door hun zorgverzekeraar aangemeld voor regeling wanbetalers bij het CAK. In plaats van het betalen van hun reguliere premie aan de zorgverzekeraar betalen personen in de wanbetalersregeling een bestuursrechtelijke premie aan het CAK. 3) Schuldhulpverlening: de gemeente Amsterdam biedt, samen met partners, schuldhulpverlening. Amsterdammers met problematische schulden kunnen aangemeld worden en, als zij voldoen aan de gestelde eisen, begeleiding krijgen in het oplossen van problemen. Dit valt onder de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wsg).
Voor deze Schuldenmonitor hebben we gebruikt gemaakt van de data uit deze bronnen over 2019, met als peildatum 1 januari. De mensen die in deze bronnen zitten hebben we gekoppeld aan de microdata van het CBS. Dat zijn koppelbare bestanden waar onderzoeksinstellingen onder strikte voorwaarden onderzoek mee mogen doen. Daarmee kunnen we verschillende kenmerken van de Amsterdammers met problematische schulden in kaart brengen, zoals algemene achtergrondkenmerken maar ook informatie over bijvoorbeeld werk en inkomen.
11
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Voor de Schuldenmonitor hebben we ‘geregistreerde problematische schulden’ gedefinieerd als Amsterdammers die in één of meerdere van deze bronnen voorkomt. Deze definitie is dus anders dan die van het CBS. Ten eerste, deze bronnen bevatten personen en dus niet, zoals het CBS, huishoudens. Ten tweede, CBS heeft toegang tot veel meer bronnen die problematische schulden kunnen indiceren. De gemeentelijke data zal dus een onderschatting zijn van het daadwerkelijke aantal mensen met problematische schulden. Ten derde, het CBS heeft per bron een definitie opgesteld wanneer iemand een problematische schuld heeft (bijvoorbeeld bij een bepaalde hoogte van de schuld), terwijl wij alle mensen meenemen die in de gemeentelijke bronnen voorkomen. Dat heeft voornamelijk te maken met het soort bronnen die de gemeente beschikbaar heeft. Mensen die schuldhulpverlening krijgen, hebben per definitie al een problematische schuld. Bij Vroeg Erop Af en wanbetalers ligt dit iets anders; dit zijn mensen die meerdere malen hun rekeningen niet betaald hebben. Dit kan zijn omdat inderdaad (problematische) schulden een rol spelen, maar kan ook andere oorzaken hebben. Toch gebruiken we deze registratiedata voor de Schuldenmonitor, omdat het op dit moment de meest haalbare en betrouwbare indicatie is voor schuldenproblematiek die we voor handen hebben.
In het meest ideale geval zal de Schuldenmonitor in de toekomst ook gebruik maken van CBSdata om de problematische schulden van Amsterdammers in kaart te brengen. Dat is voor deze versie (over 2019) niet mogelijk, omdat het CBS de bronnen die zij gebruiken voor hun problematische schulden nog niet vrij geven voor externe partijen. Dit staat voor later wel op hun planning, waardoor op termijn ook de Amsterdamse Schuldenmonitor een vollediger beeld kan geven van de geregistreerde problematische schulden in Amsterdam. Schuldenmonitor: ervaren problematische schulden Problematische schulden in kaart brengen op basis van data is één ding, maar daar zitten twee nadelen aan vast. Ten eerste, mensen kunnen ook schulden hebben die niet geregistreerd staan in databestanden waar wij of het CBS bij kunnen. Bijvoorbeeld schulden bij familie of vrienden. Ten tweede, of iets een problematische schuld is, is voor een groot deel afhankelijk van hoe iemand dat ervaart. Voor de één is een studieschuld geen enkel probleem, terwijl iemand anders dezelfde schuld wél als een probleem ervaart omdat zij geen huis kan kopen. Het kan heel nuttig zijn om zicht te hebben op het aantal mensen dat een problematische schuld ervaart, om zo beter de omvang en de kenmerken van deze groep te kennen, en daar mogelijk beleid of aanpakken op te ontwikkelen.
OIS heeft twee enquêtes die de ervaren problematische schulden in kaart brengen: de Regionale Enquête Beroepsbevolking (REB) en de Staat van de Stad (SvdS). De REB wordt elk kwartaal uitgezet, de SvdS is een tweejaarlijkse enquête. Voor de REB hebben we gebruik gemaakt van alle data over 2019; de SvdS is afgenomen eind 2018. In SvdS vragen we eerst naar schulden en daarna in hoeverre mensen het als een probleem ervaren. Ook vragen we naar betalingsachterstanden. In de REB vragen we naar betalingsachterstanden en/of schulden, en is dus geen onderscheid te maken naar die twee. Net als in de SvdS vragen we in hoeverre mensen hun achterstanden en/of schulden als problematisch ervaren. In de analyse voor de Schuldenmonitor hebben we alle Amsterdammers meegenomen die hun schuld een beetje tot groot probleem vonden en/of een betalingsachterstand hadden.
12
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
1.3 Problematische schulden in Amsterdam Als we de resultaten uit de verschillende bronnen naast elkaar leggen, blijkt dat 24% van de Amsterdammers aangeeft een schuld te hebben, waarvan ruim 60% het een problematische schuld noemt (REB 60%; SvdS 64%). Dat betekent dus dat ongeveer 15 procent van alle Amsterdammers problematische schulden ervaart. De meest voorkomende schulden die deze mensen hebben zijn studieschuld, een lening bij een bank en rood staan (zie figuur 2.2). Dat zegt niet automatisch dat ze al deze schulden als problematisch ervaren; mogelijk hebben mensen meerdere schulden en ervaren ze de ene schuld meer problematisch dan de andere, of is het juist de opeenstapeling die het problematisch maakt. Als we studieschuld niet meenemen, geeft negen procent van de Amsterdammers aan een problematische schuld te hebben (REB). Van één op de vijf Amsterdammers met een problematische schuld is de schuld tussen de €1.001 en €5.000 (zie figuur 2.3). Voor een kwart geldt dat hun schuld hoger dan €25.000 is. Bewoners van stadsdeel Zuid ervaren het minst vaak problematische schulden, terwijl in West, Noord en Zuidoost juist het meest vaak problematische schulden voorkomen. Stadsdeel Nieuwwest zit daar tussenin met gemiddeld 13,5% bewoners met ervaren problematische schulden. Figuur 1.1 Aandeel Amsterdammers met ervaren problematische schulden per stadsdeel, 2018 (procenten)
bron: SvdS
Landelijk onderzoek van het CBS, die qua registratiedata een relatief goed inzicht heeft in de omvang van de groep mensen met problematische schulden, schat het percentage Amsterdamse huishoudens met problematische schulden op 11,3% (CBS, 2019). Uit het CBSonderzoek blijkt ook dat in Amsterdam in vergelijking met het Nederlandse gemiddelde relatief veel huishoudens met problematische schulden zijn. Landelijk ligt dit percentage namelijk op 8,2%. In Amsterdam ligt het percentage wel lager dan in andere grote steden zoals Den Haag (14,1%) en Rotterdam (15,8%).
13
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Het percentage Amsterdammers met geregistreerde problematische schulden ligt, zoals verwacht in dit onderzoek, met vijf procent een stuk lager dan het CBS en de ervaren problematische schulden. Het is logisch dat het percentage ervaren problematische schulden hoger is dan bij zowel het landelijke CBS-onderzoek als de gemeentelijke registratiedata, om twee redenen. Ten eerste komen niet alle schulden voor in de registraties van het CBS en de gemeente. Zo hebben bijvoorbeeld één op de vijf Amsterdammers met een ervaren problematische schuld een lening bij de bank of bij een financier, zoals een persoonlijke lening, doorlopend krediet of autofinancier), en 14% hebben een schuld bij familie, vrienden of kennissen (zie figuur 2.2). Deze schulden zien we niet terug in de registraties. Ten tweede, niet alle mensen die problematische schulden ervaren zoeken daarvoor hulp en zien we dus niet terug in de registraties van de schuldhulpverlening. Uit SvdS blijkt dat 40% van deze groep hulp zoekt, waarvan veruit het merendeel (27%) dat doet bij familie, vrienden of kennissen. Een veel kleiner deel zoekt hulp bij schuldhulpverlening/MaDi’s (6%), de gemeente in het algemeen (2%) of een klantmanager/WPI (1%). De rest van de hulpzoekende Amsterdammers gaat naar andere instanties.
Figuur 1.2 Waar hebben Amsterdammers met ervaren problematische schulden hun schuld of betalingsachterstand, 2019 (percentages) studieschuld / DUO lening bij bank of financier rood staan schuld bij Belastingdienst schuld bij familie, vrienden, kennissen achterstand betaling vaste lasten achterstand ziektekostenverzekering achterstand gemeentelijke belastingen anders, namelijk schuld bij Centraal Justitieel Incassobureau (CJI, boetes) wil ik niet zeggen/geen antwoord achterstand in terugbetalen studieschuld postorderbedrijf
51
19 16 14 14 12 12 6 6
4 3 2 2
%
0
20
40
60
bron: OIS/REB Figuur 1.3 Hoogte schuld van Amsterdammers met ervaren problematische schulden, percentages n=603
12
19
13
19
25
12 %
0
10
20
30
40
50
60
70
80
90
100
<1000 euro
1.001-5.000 euro
5.001-10.000 euro
10.000-25.000 euro
meer dan 25.000 euro
weet niet / geen antwoord
bron: OIS/REB
14
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
2 Kenmerken Amsterdammers met problematische schulden
Kern van dit hoofdstuk Jongere Amsterdammers ervaren vaker problematische schulden dan ouderen. Tussen mannen en vrouwen is geen verschil in problematische schulden. Qua opleiding zien we dat vooral middelbaar opgeleide Amsterdammers geregistreerde problematische schulden hebben. Het hebben van een studieschuld speelt een belangrijke rol in het ervaren van problematische schulden. Het verklaart bijvoorbeeld waarom jonge Amsterdammers relatief vaak problematische schulden ervaren. De hoogte van het inkomen hangt samen met hoe veel mensen problematische schulden hebben. Mensen met een laag inkomen ervaren vaker problematische schulden dan mensen met een hoog inkomen. Dat zien we ook terug in de bron van inkomsten: mensen met een WW-, bijstands- of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben vaker geregistreerde problematische schulden dan mensen met inkomen uit werk.
2.1 Inleiding Dit hoofdstuk geeft de eerste schets van Amsterdammers met problematische schulden. Het gaat allereerst om demografische kenmerken, zoals leeftijd, geslacht en opleiding. Daarna gaan we in op de inkomenspositie. Voor dit hoofdstuk zijn verschillende bronnen gebruikt, zowel de aan de microdata gekoppelde registraties van de gemeente als de enquêtes REB en SvdS. Belangrijk om bij dit hoofdstuk op te merken, is dat de algemene kenmerken niets zeggen over oorzakelijke verbanden. Het enige wat we in dit hoofdstuk kunnen zeggen, is of er een samenhang is tussen problematische schulden en leeftijd, geslacht en opleiding.
2.2 Demografische kenmerken Leeftijd De kans op het hebben van schulden neemt af naarmate de leeftijd vordert (Nibud, 2016; CBS, 2020). Dit patroon zien we ook terug als we mensen vragen naar hun ervaren problematische schulden, zoals figuur 2.2 laat zien. Ook in Amsterdam zien we dat jongeren bij de gemeente relatief vaak gemeld worden bij Vroeg Eropaf (figuur 2.1). Echter, onderzoek naar mensen die bekend zijn bij het UWV laat zien dat betalingsproblemen niet meteen betekenen dat er ook sprake is van problematische schulden (UWV, 2015). Dat zou ook verklaren waarom mensen onder de 25 jaar minder vaak bij de schuldhulpverlening terecht komen, ondanks de bevinding dat jongeren relatief vaak geregistreerd zijn bij Vroeg Erop Af (figuur 2.1).
15
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Onder jongeren is de ervaren problematische schuld in vergelijking met andere leeftijden het hoogst. Dit is te verklaren doordat jongeren hun studieschuld als problematisch kunnen ervaren. Onder jongeren tot 25 jaar die problematische schulden ervaren, heeft 82% een studieschuld. Ze hebben relatief weinig andere schulden. Als we kijken naar de mensen die bij de gemeente geregistreerd zijn met een problematische schuld, dan zien we dat Amsterdammers tussen de 35 en 44 jaar met bijna zes procent het meest te maken hebben met problematische schulden, al zijn de verschillen niet zo groot (zie figuur 2.1). Wel een opvallend verschil is te zien bij mensen van 65 jaar en ouder, daar is het aantal personen met geregistreerde problematische schulden relatief laag (bijna twee procent). Mogelijk komt dit doordat deze groep een relatief stabiel inkomen heeft van AOW en eventueel aanvullend pensioen (CBS, 2020). Figuur 2.1 Aantal personen met problematische schulden in de verschillende gemeentelijke bronnen, 2019 (procenten)1 % 8 5,8
6
5 4,9
4 2,2 2
1,7
2,2
27-34
35-44
3 3,1 3,3 2,8 1,8 0,9
0,6 0
15-26
5,1
vroeg eropaf
wanbetaler
1,3 1,5
2 2
45-64
1,6
65 en ouder
0,6
schuldhulpverlening
schuld
bron: CBS/ bewerking OIS
Geslacht Uit de analyse blijkt dat er weinig verschil is tussen mannen en vrouwen wat betreft (ervaren) problematische schulden (zie figuur 2.2). Dit komt overeen met het beeld dat uit ander onderzoek naar voren komt, zoals de studie van het UWV (2015). Figuur 2.2 Aandeel Amsterdammers met ervaren problematische schulden naar geslacht en leeftijd, 2018 (procenten) 17-25
20
26-35
17
36-45
15
46-65
15
66 en ouder
5
vrouwen
15
mannen
15 0
5
10
15
% 20
25
30
bron: SvdS
1 De gemeentelijke data (gekoppeld aan CBS en bewerkt door OIS) is altijd een ondervertegenwoordiging van het
daadwerkelijke percentage mensen met problematische schulden (zie ook hoofdstuk 2). Dit figuur laat het verschil tussen de groepen zien; het gaat niet om de specifieke percentages.
16
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Opleiding Als we kijken naar de ervaren problematische schulden, zien we dat mensen met een middelbaar opleidingsniveau (havo, vwo of mbo) vaker problematische schulden ervaren dan mensen met een laag of juist een hoog opleidingsniveau. Uit de gemeentelijke registraties blijkt dat problematische schulden afnemen bij het toenemen van het opleidingsniveau (zie figuur 2.3). Dat blijkt ook landelijk (CBS, 2020; UWV, 2015). Het is natuurlijk niet het lagere opleidingsniveau die leidt tot meer schulden; een lager opleidingsniveau gaat vaker gepaard met laaggeletterdheid, slechtere gezondheid, lager inkomen en hogere werkloosheid (Jungmann et al., 2020). Met andere woorden, het gaat vaak om een clustering van kwetsbaarheden. Hier gaan we in het volgende hoofdstuk uitgebreid op in. Figuur 2.3 Percentage Amsterdammers met ervaren problematische schulden naar opleidingsniveau, 2018 (procenten)
SVDS
Gemeentelijke data
30 %
30
25
25
20
20 19
15 10
14
15 12
10
5
5
0
0 laag
middelbaar
%
hoog
13 8 laag
middelbaar
1 hoog
bron: CBS/ (bewerking) OIS
We zien dus een verschil tussen geregistreerde schulden en enquêtegegevens over ervaren problematische schulden: middelbaar opgeleide Amsterdammers blijken vaker problematische schulden te ervaren dan lager opgeleiden, terwijl de registratiedata aangeven dat juist lager opgeleiden vaker schulden hebben. De verklaring hiervoor lijkt vooral te zitten in het feit dat bij de ervaren problematische schulden de studieschuld ook wordt meegenomen. Zoals het hoofdstuk hiervoor beschreef, een studieschuld op zich is niet problematisch behalve als de persoon dit zelf als een probleem ervaart. Net iets minder dan de helft van de mensen met alleen een studieschuld ervaart dat als problematisch (46%). Met een studieschuld is het bijvoorbeeld moeilijker om een huis te kopen, maar ook heeft een deel van de mensen met een studieschuld te weinig inkomen om aan de maandelijkse verplichting van terugbetalen te voldoen (Trouw, 2017). Uit ons onderzoek kunnen we niet achterhalen waarom dit voor middelbaar opgeleiden een groter probleem zou zijn dan hoger opgeleiden. Een mogelijkheid is dat deze groep voor een deel bestaat uit mensen die na de havo/vwo zijn gestart met een hbo- of wo-opleiding, maar die niet hebben afgemaakt. Dat maakt de studieschuld namelijk hoger.
Een andere mogelijkheid is dat mensen met een middelbare opleiding (dat is tot en met MBO4) later op de arbeidsmarkt terecht komen op lager betaalde functies en daardoor meer moeite hebben met het afbetalen van hun studieschuld.
17
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
2.3 Inkomen en werk Problematische schulden hangen voor een groot deel –niet geheel onverwacht- af van het inkomen. Mensen met het laagste inkomen per maand ervaren ook het vaakst problematische schulden (figuur 2.4). Naarmate het maandinkomen stijgt, daalt het percentage mensen met ervaren problematische schulden. Dat neemt niet weg dat ook bij hoge inkomens schulden voor kunnen komen. Dit geeft het CBS ook aan (2020): problematische schulden komen ook voor bij mensen met een economisch gunstige positie. Dat zien wij ook terug in onze cijfers. Van de Amsterdammers met een modaal inkomen (tussen de €2.051 en €3.200 netto per maand) ervaart 14% problematische schulden. Voor mensen met hoge inkomens is dat acht procent. Het vóórkomen van schulden verschilt sterk tussen Amsterdammers die aangeven dat zij moeilijk rond kunnen komen (29% ervaart problematische schulden) en mensen die makkelijk rond komen (7% ervaart problematische schulden). Dit kan enerzijds betekenen dat met name de verhouding tussen inkomsten en uitgaven een rol speelt bij (het ontstaan van) problematische schulden. Anderzijds is het mogelijk dat juist de druk van problematische schulden zelf maakt dat iemand moeilijk rondkomt.
Figuur 2.4 Aandeel Amsterdammers met ervaren problematische schulden naar hoogte huishoudinkomen (netto), 2018 (procenten) netto 1000 euro pm of minder netto 1001-1350 euro pm netto 1351-2050 euro pm netto 2051-3200 euro pm netto 3201-4500 euro pm netto 4501-6000 euro pm netto boven de 6001 euro pm
27 21 17 14 10 9
3
laag inkomen (tot 1350 netto) gemiddeld inkomen (1351-3200) hoog inkomen (3201 en hoger)
24
15 8
eerder moeilijk rond kunnen komen eerder gemakkelijk rond kunnen komen
29 7 0
% 10
20
30
40
50
bron: SvdS
Ervaren problematische schulden komen dus ook voor onder Amsterdammers met een gemiddeld of zelfs hoog inkomen. Daarnaast zien we dat mensen met een hoger inkomen en ervaren problematische schulden vaker een hogere schuld hebben (figuur 2.5). Echter, mensen met een hoger inkomen ervaren hun schulden, waaronder relatief hoge schulden, minder vaak als problematisch. Van de mensen met een hoog inkomen die aangeven schulden te hebben ervaart 41% hun schulden als problematisch, onder mensen met een laag inkomen en schulden is dit 74%.
18
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Figuur 2.5 Hoogte van de schuld van Amsterdammers met ervaren problematische schulden naar hoogte van het netto huishoudinkomen per maand, 2019 (procenten) laag inkomen (tot 1350, n=215)
20
gemiddeld inkomen (tussen 1351 en 3050, n=202)
40
9
30
hoog inkomen 2 (3051 en hoger, n=123) totaal (n=603)
22
29
12
15
12
31
21
33
14
7
43
19
4
25
12 %
0
<1.000 euro
20 40 1.001 - 10.000 euro
meer dan 25.000 euro
weet niet / geen antwoord
60
80 10.001 - 25.000 euro
100
bron: REB
Dat het inkomen Amsterdammers en het hebben van schulden samenhangt, is ook terug te zien als we kijken naar de belangrijkste bron van het inkomen. Daaruit blijkt dat het percentage Amsterdammers met ervaren problematische schulden het hoogst is onder mensen met een uitkering, zoals de WW en de bijstand (zie figuur 2.6 en figuur 2.7). Dat zien we ook terug in de gemeentelijke data: mensen met geregistreerde problematische schulden ontvangen relatief vaak bijstand, een arbeidsongeschiktheidsuitkering of een werkloosheidsuitkering. Ook als we het vergelijken met mensen met ongeveer hetzelfde inkomen uit werk, zien we dat mensen met uitkering vaker te maken hebben met problematische schulden. Figuur 2.6 Aandeel Amsterdammers met ervaren problematische schulden naar belangrijkste bron van inkomen, 2018 (procenten) werkloosheidsuitkering bijstand, WWB, IOAW, BBZ studiebeurs, ouderbijdrage arbeidsgeschiktheidsuitkering loon, salaris eigen bedrijf, praktijk VUT, pensioen, AOW geen inkomen anders weet niet, niet ingevuld
35 30 28 21
14 14 6 3 20 8 0
10
%
20
30
40
50
bron: SvdS 2018
19
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Schuldenmonitor Amsterdam
Figuur 2.7 Wel of niet problematische schulden naar verschillende uitkeringen, in procenten, 2019 2 % 20 15
16
12 8
9
8 4
0
4
4
4 geen AO
wel AO
geen bijstand
arbeidsongeschiktheidsuitkering
wel bijstand
geen ww
bijstand
wel ww
werkloosheidsuitkering
bron: CBS/ bewerking OIS
Onder werkenden zien we wel verschillen naar arbeidsduur en de hoogte van het inkomen. Van de mensen met werk als belangrijkste inkomensbron heeft 14% problematische schulden, maar wie minder dan 12 uur per week werkt heeft hier vaker mee te maken (28%, zie figuur 2.8) dan mensen die meer werken. Ook hebben werkenden met een laag inkomen (tot €1350 netto per maand) vaker problematische schulden (23%) dan werkenden met een gemiddeld (18%) of hoog inkomen (vanaf €3201 netto per maand, 9%). Bovenstaande figuren geven weer dat oudere mensen minder vaak problematische schulden ervaren; Amsterdammers met pensioen, AOW of VUT ervaren relatief weinig problematische schulden. Daarnaast is terug te zien dat studenten en Amsterdammers die leven van een ouderbijdrage ook relatief vaak problematische schulden ervaren (meer dan een kwart). Dat is goed te verklaren door de studieschuld die bij veel van deze Amsterdammers een rol speelt. Figuur 2.8 Aandeel Amsterdammers met ervaren problematische schulden naar betaald werk en aantal uren werk, 2018 (procenten)
wel betaald werk
14
geen betaald werk
16
41 uur of meer
13
33 tot en met 40 uur
14
25 tot en met 32 uur
12
12 tot en met 24 uur
14
1 tot en met 11 uur
28
sterk wisselend
15
niet ingevuld
17 0
5
10
15
% 20
25
30
bron: CBS/ bewerking OIS
2 De gemeentelijke data (gekoppeld aan CBS en bewerkt door OIS) is altijd een ondervertegenwoordiging van het
daadwerkelijke percentage mensen met problematische schulden (zie ook hoofdstuk 2). Dit figuur laat het verschil tussen de groepen zien; het gaat niet om de specifieke percentages.
20
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
3 Opeenstapeling van problemen
Dit hoofdstuk maakt duidelijk dat ervaren problematische schulden vaak samengaan met (een stapeling van) andere problemen. Zo hebben mensen met een lage sociaal economische status (SES) en kwetsbare personen vaker ervaren problematische schulden. Mensen met problematische schulden zijn minder gezond en maken meer gebruik van de zorg, zowel fysieke zorg als de GGZ. Daarnaast is de algemene levenstandaard van mensen met schulden op allerlei domeinen lager die van de gemiddelde Amsterdammer. Verder zijn mensen met ervaren problematische schulden minder vaak gelukkig en hebben ze minder vertrouwen in de toekomst dan mensen zonder schulden.
3.1 Inleiding Problematische schulden staan niet op zichzelf. Mensen met schulden hebben vaker dan mensen zonder schulden een kwetsbare maatschappelijke positie. De maatschappelijke positie wordt bepaald door een combinatie van factoren op het gebied van welvaart en welzijn. In dit hoofdstuk vergelijken we de maatschappelijke positie van Amsterdammers met en zonder ervaren problematische schulden met behulp van verschillende indicatoren, waaronder sociaaleconomische status (SES), kwetsbaarheid, gezondheid en maatschappelijke participatie (op basis van de Leefsituatie-Index). De resultaten laten zien dat mensen met problematische schulden er op meerdere domeinen minder gunstig voorstaan dan mensen zonder dit soort schulden.
3.2 Amsterdammers in minder gunstige posities Amsterdammers met een lage sociaal economische status (SES) hebben vaker geregistreerde problematische schulden dan mensen met een midden of hoge SES (zie figuur 3.1). De SES wordt bepaald op basis van het opleidingsniveau en het inkomen. Mensen met een laag opleidingsniveau en/of een laag inkomen (en daarmee een lage SES) hebben vaker geregistreerde problematische schulden dan mensen met een hoge SES. In het vorige hoofdstuk keken we opleidingsniveau en inkomen apart. Daar zagen we dat zowel mensen met een laag inkomen als met een laag inkomen vaker problematische schulden ervaren. Door te kijken naar de SES blijkt dus dat de combinatie van deze twee kenmerken de kans op geregistreerde problematische schulden nog verder verhoogt.
21
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Schuldenmonitor Amsterdam
Figuur 3.1 Percentage personen met geregistreerde problematische schulden naar SES, 20193 %
15 12 9
9
6
5
3 0
laag
1
midden
hoog
bron: CBS/ bewerking OIS
Naast sociaaleconomische status kunnen we de schuldenproblematiek ook bekijken vanuit het perspectief van kwetsbaarheid. Met kwetsbaarheid bedoelen we in hoeverre mensen toegang hebben tot vier hulpbronnen die een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van leven: opleidingsniveau, inkomen, het al dan niet hebben van werk, en de gezondheid. Wij meten dus kwetsbaarheid als een bredere indicator dan sociaaleconomische status, waarin alleen opleiding en inkomen worden meegenomen. Toegang tot de verschillende hulpbronnen hangt vaak met elkaar samen, zo heeft een iemand met een laag opleidingsniveau vaker een laag inkomen, minder vaak werk en minder lang een goede gezondheid dan hoger opgeleiden (CBS, 2015). We zien dan ook dat kwetsbaardere Amsterdammers, ofwel mensen met minder toegang tot belangrijke hulpbronnen, vaker geregistreerde problematische schulden hebben dan minder kwetsbare Amsterdammers (zie figuur 3.2). Figuur 3.2 Percentage personen met problematische schulden naar kwetsbaarheid, 2018 (procenten) % 15 12 9
10
6
7 5
3
0
2
niet kwetsbaar
nauwelijks kwetsbaar
enigzins kwetsbaar
kwetsbaar
bron: CBS/ bewerking OIS
3.3 Kwetsbare gezondheid De kwetsbaarheid van mensen met problematische schulden uit zich ook in de gezondheid. Uit zowel nationale als internationale literatuur blijkt dat mensen met schulden vaak ook een slechtere gezondheid hebben. Zo blijkt uit internationale studies dat hoe meer schulden mensen hebben, hoe meer gezondheidsproblemen ze ervaren (Richardson et al., 2013). Mensen met schulden hebben zowel meer psychische als meer fysieke gezondheidsklachten (Turunen & 3 De gemeentelijke data (gekoppeld aan CBS en bewerkt door OIS) is altijd een ondervertegenwoordiging van het
daadwerkelijke percentage mensen met problematische schulden (zie ook hoofdstuk 2). Dit figuur laat het verschil tussen de groepen zien; het gaat niet om de specifieke percentages.
22
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Schuldenmonitor Amsterdam
Hiilamo, 2014). Dat is vergelijkbaar met onderzoek in Nederland dat liet zien dat mensen met risicovolle schulden een ongezondere leefstijl, meer psychosociale klachten en een slechtere gezondheid hebben dan mensen zonder risicovolle schulden (Rijnsoever et al., 2015). Onze analyses schetsen een vergelijkbaar beeld. Zo blijkt uit de Staat van de Stad dat het ervaren van problematische schulden sterk samenhangt met gezondheid. Van de Amsterdammers zonder ervaren problematische schulden beoordeelt 76% de eigen gezondheid als (zeer) goed; onder mensen met ervaren problematische schulden ligt dit percentage lager: 66%. Daarnaast hebben Amsterdammers met ervaren problematische schulden vaker te maken met langdurige ziekten of aandoeningen (33%) dan mensen zonder problematische schulden (25%, zie figuur 3.3). Figuur 3.3 Ervaren gezondheid en langdurige ziekten onder Amsterdammers met en zonder problematische schulden, 2019 66
(zeer) goede ervaren gezondheid
76 33
één of meer langdurige ziekten
25 0
20
% 40
60
wel prob. schuld (n=618)
80
100
geen prob. schuld (n=3.563)
bron: SvdS)
Gemeentelijke registratiedata en CBS-data laten zien dat mensen met hoge zorgkosten vaker geregistreerde problematische schulden hebben dan mensen zonder hoge zorgkosten (zie figuur 3.4). Ook komen problematische schulden vaker voor bij mensen die gebruik maken van geestelijke gezondheidszorg (figuur 4.4). Figuur 3.4 Percentage problematische schulden naar gebruik GGZ en zorgkosten, 2019 (procenten) 4 15
%
12 9 6 3 0
7
7
5
4 geen GGZ
wel GGZ GGZ
zorgkosten lager dan €20.000
zorgkosten hoger dan €20.000
zorgkosten
Bron: CBS/ bewerking OIS Het verband tussen schulden en gezondheid kan niet volledig worden verklaard door verschillen in inkomen of opleidingsniveau. Mensen met een laag inkomen blijken minder vaak een goede gezondheid te rapporteren dan mensen met een hoog inkomen (zie figuur 3.5), maar ook binnen 4 De gemeentelijke data (gekoppeld aan CBS en bewerkt door OIS) is altijd een ondervertegenwoordiging van het
daadwerkelijke percentage mensen met problematische schulden (zie ook hoofdstuk 2). Dit figuur laat het verschil tussen de groepen zien; het gaat niet om de specifieke percentages.
23
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
de groepen met een laag of gemiddeld inkomen geldt dat mensen met problematische schulden een minder goede gezondheid ervaren dan mensen in dezelfde inkomenscategorie zonder schulden. Figuur 3.5 Aandeel Amsterdammers met een zelf gerapporteerde ‘(erg) goede gezondheid’ naar netto
gemiddeld inkomen hoog inkomen (tussen 1351 en laag inkomen (tot 1350) 3050) (3051 en hoger)
maandinkomen van het huishouden en wel/geen ervaren problematische schulden, 2018 netto geen schulden (n=712)
65
wel schulden (n=215)
50
geen schulden (n=938)
76
wel schulden (n=202)
70
geen schulden (n=1.302)
88
wel schulden (n=123)
91 %
0
20
40
60
80
100
bron: REB
3.4 Welzijnsniveau en maatschappelijke participatie De Leefsituatie-index is een maat voor het welzijnsniveau. Naast gezondheid en economische indicatoren als de woonsituatie en het bezit van consumptiegoederen worden bij de berekening van de index ook verschillende domeinen op het gebied van maatschappelijke participatie meegenomen. Het gaat hierbij om sociaal-culturele vrijetijdsactiviteiten (bijvoorbeeld cultuurparticipatie en hobby’s), sociale participatie (bijvoorbeeld vrijwilligerswerk en sociaal isolement), sportbeoefening, vakantiegedrag en mobiliteit (auto en openbaar vervoer)5. In totaal en op alle afzonderlijke domeinen hebben Amsterdammers met ervaren problematische schulden een minder gunstige leefsituatie, ofwel een lager welzijnsniveau, dan mensen zonder ervaren problematische schulden (zie figuur 3.6).
5 De leefsituatie (totaal en op de domeinen) wordt berekend als een indexcijfer. In 2004 is de index ingesteld op
gemiddeld 100. Op basis van enquêtegegevens is voor elke respondent een persoonlijke leefsituatie-indexscore berekend en afgezet tegen het gemiddelde. Een score boven de 100 betekent gunstiger dan gemiddeld in 2004 een score onder de 100 minder gunstig dan gemiddelde in dat jaar.
24
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Schuldenmonitor Amsterdam
Figuur 3.6 Gemiddelde leefsituatie-index op domeinen, van Amsterdammers met en zonder problematische schulden, 2018 (indexcijfers, gemiddeld 100 in 2004) 108 106
105
106
105
104
102
102
102
103 102
104
104
103
103
102 101
101
101
100
100
99 98
98 96 94
geen prob schuld (n=3.563)
wel prob schuld (n=618)
bron: SvdS
Een aantal domeinen van de leefsituatie-index geeft ook een beeld van de maatschappelijke participatie. Het gaat daarbij om de thema’s: vrijetijdsactiviteiten, sociale participatie en vakantie. Als we kijken naar vrijetijdsactiviteiten zien we een relatief klein verschil tussen mensen met en zonder ervaren problematische schulden. Zo zijn Amsterdammers met ervaren problematische schulden ongeveer even vaak lid van een de bibliotheek of een vereniging als mensen zonder deze schulden en hebben ze even vaak hobby’s (zie figuur 3.7). Echter, als we kijken naar het domein vakantie is het verschil groter: mensen zonder ervaren problematische schulden zijn het afgelopen jaar (in 2018) vaker tenminste één keer op vakantie geweest dan mensen met problematische schulden. Ook gaan mensen met ervaren problematische schulden minder vaak op vakantie naar het buitenland. Figuur 3.7 Vrijetijdsactiviteiten en vakantie van Amsterdammers met en zonder problematische schulden, 2018 (procenten) 100 80 60 40 20 0
% 72 25
24
lid bibliotheek
33
78
74
65
30
lid vereniging (min. 1x pm actief) geen prob. schuld (n=3.563)
hobby's
afgelopen jaar min. 1x met vakantie geweest
wel prob. schuld (n=618)
bron: SvdS
Van alle Amsterdammers doet 39% vrijwilligerswerk voor of via een organisatie. Mensen met problematische schulden verschillen hierin niet van Amsterdammers zonder schulden of van
25
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Amsterdammers die hun schuld niet als problematisch ervaren. Op het gebied van sociale participatie zien we wel een verschil in de mate van sociale isolement. Amsterdammers met problematische schulden zijn wat vaker gemiddeld tot sterk sociaal geïsoleerd (41%) dan mensen zonder dit soort schulden (35%) (zie figuur 3.8). Sociale isolement wil zeggen dat ondersteunende relaties in het persoonlijke leven ontbreken, zoals persoonlijke relaties met familie, vrienden en bekenden.6 Figuur 3.8 Mate van sociale isolatie van Amsterdammers met en zonder problematische schulden, 2018 (procenten)
wel prob. schuld (n=544)
15
geen prob. schuld (n=3.056)
13
51
35
47
0
20
sterk sociaal geisoleerd
41
40
60
gemiddeld geisoleerd
%
80
100
niet geisoleerd bron: SvdS
3.5 Geluk en vertrouwen in de toekomst Uit analyse van de SvdS-enquête blijkt dat mensen met ervaren problematische schulden zich minder vaak gelukkig voelen. Twee derde van de mensen met ervaren problematische schulden noemt zichzelf (erg) gelukkig tegenover ruim drie kwart van de mensen zonder problematische schulden. Dit verschil kan niet volledig worden verklaard door verschillen in inkomen. Voor Amsterdammers met én zonder ervaren problematische schulden geldt dat mensen met een hoger inkomen vaker aangeven een gelukkig mens te zijn dan mensen met een lager inkomen. Echter, binnen de groepen met een laag (tot 1.350 euro netto per maand) en gemiddeld inkomen (1.351-3.050 euro netto per maand) zien we dat mensen met schulden minder vaak gelukkig zijn dan mensen in dezelfde inkomenscategorie zonder schulden. Naast dat ze minder gelukkig zijn, hebben mensen met problematische schulden minder vaak vertrouwen in de toekomst (78% versus 72%). Dit blijkt ook uit internationaal onderzoek waarbij mensen met (ernstige) schulden minder positief dachten over hun toekomst dan mensen zonder schulden, al dachten ze wel vaak dat ze in de toekomst het beter zouden krijgen (maar minder positief dan mensen zonder schulden) (Ferreira et al., 2021).
Figuur 3.9 Aandeel Amsterdammers dat zich (erg) gelukkig voelt of (veel) vertrouwen heeft in de toekomst, onder mensen met en zonder problematische schulden, 2018 (procenten) (veel) vertrouwen in de toekomst (erg) gelukkig 0
20
40
wel prob. schuld (n=618)
60
80
% 100
geen prob. schuld (n=3.563)
bron: SvdS 6 Dit wordt gemeten met behulp de Sociale-Isolatie-Index in enquêtes. De index bestaat uit zes stellingen, zoals ‘Ik
maak deel uit van een groep vrienden’ en ‘Mijn sociale contacten zijn oppervlakkig.’
26
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
4 Problematische schulden & de coronacrisis
De coronacrisis heeft voor veel Amsterdammers financiële gevolgen gehad. Zowel landelijk als in Amsterdam zien we in 2020 geen toename in het aandeel personen met problematische schulden. We verwachten dat, mocht een effect optreden, we dat pas later terug kunnen zien.
4.1 Inleiding Veel Amsterdammers ondervinden financiële gevolgen van de coronacrisis. In de loop van 2020, het jaar van de corona-uitbraak, daalde het aantal Amsterdammers met werk in loondienst (vooral onder tijdelijke contracten) en steeg het gebruik van de WW en de bijstand. Veel zelfstandigen maakten gebruik van de beschikbare steunmaatregelen van de overheid (OIS, 2021) Ook het gebruik van de Voedselbank, een directe indicator van financiële problematiek, nam in deze periode sterk toe. Desondanks zien we in 2020 nog geen toename van het aantal Amsterdammers met problematische schulden.
4.2 Verloop problematische schulden In 2018 gaf 15% van de Amsterdammers aan dat zij te maken hadden met problematische schulden. In 2020 was dit in totaal 16% (zie figuur 4.2). Ook wanneer we de enquêtegegevens uitsplitsen naar kwartaal (zie figuur 4.1) zien we in 2020 geen duidelijke ontwikkeling in het aandeel Amsterdammers met ervaren problematische schulden. Ook landelijk is er in 2020 (gemeten tot en met oktober) nog geen verergering van de schuldenproblematiek zichtbaar maar juist een daling (CBS, 2021) Op landelijk niveau is het aantal aanmeldingen voor schuldhulp bij gemeenten vooralsnog niet gestegen. Wel geeft een deel van de gemeenten aan dat de ondersteuningsvragen verandert. Zo kregen zij meer aanmeldingen van zelfstandigen en maken aanmelders zich meer zorgen over hun financiële situatie als gevolg van de coronacrisis (OIS, 2021). Gemiddeld wachten mensen met betaalproblemen vijf jaar voordat zij hulp zoeken (Nibud, 2019); bovendien hebben de lockdownmaatregelen de drempel om contact op te nemen met instanties mogelijk verhoogd. Daarnaast hebben overheden en andere schuldeisers zich tijdens de coronacrisis milder opgesteld ten opzichte van personen met schulden. In combinatie met de beschikbaarheid van steunmaatregelen verlaagt dit mogelijk het gevoel van urgentie bij mensen met (beginnende) schulden (Platform 31, 2020).
Over het algemeen wordt daarom verwacht dat een verergering van schuldenproblematiek als gevolg van de coronacrisis pas later zichtbaar wordt.
27
|
Onderzoek, Informatie en Statistiek
Schuldenmonitor Amsterdam
Figuur 4.1 Aandeel Amsterdamse huishoudens met ervaren problematische schulden, 2019-2020 % 30 25 20 15 10 5 0
15
15
kwartaal 1
kwartaal 2
14
13
12
kwartaal 3
kwartaal 4
kwartaal 1
2019
14
12
kwartaal 2
kwartaal 3
14
kwartaal 4
2020
bron: REB / OIS
Figuur 4.2 Aandeel Amsterdammers met (ervaren problematische) schulden en betalingsachterstand, 2018 en 2020 (procenten)
30
%
25
20
15
10
15
16
5
0
2018 (n=4.181)
2020 (n=5.777) bron: SvdS
28
Onderzoek, Informatie en Statistiek
|
Schuldenmonitor Amsterdam
Bijlage 1 Literatuur
CBS (2015). Hoger opgeleiden leven langer in goede gezondheid. CBS (2019). Schuldenproblematiek in beeld. CBS (2019). Verkenning problematische schulden. CBS (2021). Schuldenproblematiek in beeld Ferreira M.B., de Almeida F., Soro J.C., Herter M.M., Pinto D.C, Silva C.S (2021). On the Relation Between Over-Indebtedness and Well-Being: An Analysis of the Mechanisms Influencing Health, Sleep, Life Satisfaction, and Emotional Well-Being. Nibud (2019). Veel schuldenaren weten schuldhulp slecht te vinden. NVVK & Divosa (2020). Monitor schuldhulpverlening in coronatijd. OIS (2021). Ontwikkeling armoede in coronatijd. Panteia (2015). Huishoudens in rode cijfers. Platform 31 (2020). Armoede en schulden na corona. Richardson T, Elliott P, Roberts R. The relationship between personal unsecured debt and mental and physical health: a systematic review and meta-analysis. Rijnsoever MP van, Tromp E, Waterlander WE, Schütz FM, Steenhuis IHM. Verschillen in leefstijl en gezondheid tussen mensen met en zonder schulden. Turunen E, Hiilamo H. Health effects of indebtedness: a systematic review. BMC Public Health. 2014 May 22;14:489. doi: 10.1186/1471-2458-14-489.
29