3. Bijlage 2 bij brief - Verduurzamingsrapportage over 2023
Tekst van het document
Verduurzamingsrapportage over 2023
1
Verduurzamingsrapportage over 2023 Verduurzaming gemeentelijke organisatie Herijking van de Uitvoeringsagenda Duurzame Organisatie 2020-2030
Verduurzamingsrapportage over 2023
2
Samenvatting De gemeente Amsterdam heeft 5 duurzaamheidsdoelen voor de organisatie. Dat zijn: 1. Maximale energievermindering en maximale energieopwekking 2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030 3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte 4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen)terreinen 5. Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren In de Verduurzamingsrapportage laten we de voortgang zien op deze 5 doelen. Er is al veel duurzaamheidsbeleid. Het omzetten van beleid naar de werkpraktijk blijkt nog lastig.
Maximale energievermindering en maximale energieopwekking Ons energieverbruik is gedaald. Het gasverbruik nam in 2023 af. Dat doen we door panden in de winter minder te verwarmen en in de zomer minder te koelen. We verbruiken wel meer elektriciteit, waaronder voor het laden van elektrische voertuigen. We wekken steeds meer energie op. Wel sturen we te weinig op verminderen van energie.
CO₂-neutrale bedrijfsvoering Onze organisatie lukt het om de eigen, directe uitstoot van CO₂ te verminderen. Onze indirecte CO2-uitstoot is veel groter en de vermindering gaat moeizamer. Het gaat daarbij om CO₂-uitstoot die elders ontstaat door winning, vervoer en productie van voedsel of spullen. Het grootste deel van onze uitstoot wordt veroorzaakt door de inkoop van materialen voor de openbare ruimte, software, laptops en telefoons, eten en drinken.
Circulaire bedrijfsvoering Bij 50 procent van de Europese aan bestedingen in het sociale domein, ICTdomein en bedrijfsvoeringsdomein namen we in 2023 duurzaamheidsdoelstellingen op. Ook in het fysieke domein passen we hergebruik en ‘Duurzaam, tenzij’ in veel
projecten toe. Meer aandacht is nodig voor beheer en onderhoud.
Klimaatadaptieve gebouwen We ontwikkelden een scorekaart voor de klimaatbestendigheid van al ons vastgoed. Per pand en terrein zochten we uit hoe het scoort op: hitte, wateroverlast, overstroming en droogte. De scorekaart geeft een goed beeld van de huidige klimaatscore van onze panden en terreinen op deze 4 onderdelen van klimaatadaptatie. Voor 2023 was de doelstelling om 5 groene daken aan te leggen op ons vastgoed. Er zijn 7 groene daken aangelegd. Daarmee hebben we deze doelstelling ruimschoots gehaald. We wilden als proef 10 groene gevels aanleggen. In 2023 legden we 4 groene gevels aan. Het doel is om in 2024 de rest van de gevels aan te leggen en de proef af te ronden.
Verduurzamingsrapportage over 2023
Duurzaam denken en doen We zien dat ambtenaren zich bewust worden van de omvang van het probleem van klimaatverandering. En hoe zij daar in hun werk iets aan kunnen doen. Dit noemen we duurzaam denken en doen. Steeds meer ambtenaren spreken hierover met hun collega’s, leren over het klimaatprobleem of leggen dat aan anderen uit. Een grote groep ambtenaren bereiken we nog niet.
Herijking van de Uitvoerings agenda duurzame gemeentelijke organisatie In 2023 hebben we de Uitvoeringsagenda Duurzame organisatie herijkt. Dat betekent dat we de doelstellingen duidelijker formuleerden. Waar mogelijk maakten we de doelen meetbaar. Voor doel 1 Maximale energievermindering en maximale energieopwekking stelden we tussendoelstellingen op: voor 2025 21 procent energievermindering en voor 2026 24 procent energievermindering tegenover 2018. In 2030 willen we de ‘maximale energieopwekking’ bereiken van 15 Megawattpiek (MWp). Dit gaat over de mogelijke opwekking. Voor energie opwekking hebben we als tussendoel voor 2025 om 8 MWp op te wekken.
Doel 2 CO₂-neutrale bedrijfsvoering scherpten we aan. Onze bedrijfsvoering is CO₂-neutraal wanneer alle uitstoot die wij zelf kunnen beïnvloeden tot nul is teruggebracht. En wanneer we de indirecte uitstoot maximaal verminderd of gecompenseerd hebben. In 2024 werken we aan het verder helder maken van onze indirecte uitstoot. We bepalen een streefwaarde voor het verminderen van deze uitstoot. Doel 3 Circulaire bedrijfsvoering scherpten we aan. De tussendoelstelling voor 2025 is 50 procent circulaire inkoop. In 2026 willen we al circulair kunnen werken. De totale massa van ingekochte materialen is in 2030 met 20 procent verminderd tegenover 2019. Voor doel 4 Klimaatadaptieve gebouwen en binnenterreinen ontwikkelen we in 2024 meetbare indicatoren. Voor doel 5 Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren voeren we in 2024 een nulmeting uit om te onderzoeken in hoeverre alle ambtenaren al duurzaam werken. Naast het aanscherpen van de doelen hebben we alle maatregelen herzien. Een groot aantal maatregelen was al uitgevoerd of intussen achterhaald. Voor de periode 2024-2030 zijn er nieuwe maatregelen en acties.
De 5 duurzaamheidsdoelen van de gemeentelijke organisatie zijn:
3
Verduurzamingsrapportage over 2023
Inhoudsopgave 1 Samenvatting2 2 Inleiding5 3 Voortgang op de duurzaamheidsdoelen in 2023
6
1. Maximale energievermindering én maximale energieopwekking 6 2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030
8
3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 én maximaal circulair materiaalgebruik in de o penbare ruimte
11
4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen
12
5. Duurzaam denken en doen
13
4 Herijking Uitvoeringsagenda: en nu verder
14
5 Sturing, regie en verantwoording
20
6 Bijlagen22
4
Verduurzamingsrapportage over 2023
1 Inleiding We willen in 2030 een 100 procent duurzame organisatie zijn. Om dit te bereiken zijn 5 duurzaamheidsdoelen en 29 duurzaamheidsmaatregelen vastgesteld in de Uitvoeringsagenda Naar een Duurzame Organisatie 2020-2030 (hierna te noemen: Uitvoeringsagenda). De gemeenteraad ontvangt ieder jaar een Verduurzamingsrapportage over de voortgang van de Uitvoeringsagenda. Dit jaar combineren we de rapportage over 2023 met de herijking van de Uitvoeringsagenda. Met herijking bedoelen we: het scherper formuleren van de gemeentelijke duurzaamheidsdoelen én bijwerken van de maatregelen. In de raadsbrief Onze stad van morgen staat dat voor alle besluitvorming het uitgangspunt ‘Duurzaam, tenzij’ geldt. Dat geldt voor alle investeringen in de stad, maar ook voor alles wat we doen als organisatie.
Green Office voert de regie op het duurzaam maken van de gemeentelijke organisatie. Deze regie bestaat uit: • Het in kaart brengen van de CO₂voetafdruk van onze organisatie. • Het volgen van de voortgang van de Uitvoeringsagenda: bestuurlijke informatievoorziening en verslaglegging. Signaleren van knelpunten in de voortgang, bepalen wat voorrang heeft. • Het opstellen, bijstellen en het beoordelen van de overkoepelende Uitvoeringsagenda duurzame organisatie. • In kaart brengen van het duurzame netwerk binnen de organisatie en collega’s verbinden: het aanmoedigen en sturen van de samenwerking tussen directies om de resultaten te behalen. • Collega’s oproepen om mee te werken om de organisatie duurzamer te maken. • In kaart brengen van de behoeften aan ondersteuning, informatie, kennis, organisatie en financiën van directies. • Communicatie over behaalde resultaten.
De 5 duurzaamheidsdoelen van de gemeentelijke organisatie zijn: 1. Maximale energievermindering en maximale energieopwekking 2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030 3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte 4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen 5. Duurzaam denken en doen van alle ambtenaren
5
Verduurzamingsrapportage over 2023
6
2 Voortgang op de duurzaamheidsdoelen in 2023 1. Maximale energievermindering én maximale energieopwekking
Aardgas Het energieverbruik van aardgas nam af van 167 terajoule (TJ) in 2022 naar 129 TJ in 2023. Dit is een afname van 23 procent en 1,2 miljoen m3 aardgas. Dit bereikten we door: • het beter afstellen van de klimaatinstallaties. • het aardgasvrij maken van panden. • het afstoten van de Jodenbreestraat 25. • de overstap naar warmte-koudeopslaginstallaties (WKO’s). • meer stadswarmte te gebruiken.
Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018-2023 (in TJ, gigajoule x 1.000)
718
733 644 641
639
599 452
Doel Warmte Brandstoffen
Energieverbruik gemeentelijke organisatie 2018-2023 in detail (in TJ, gigajoule x 1.000)
Aardgas Elektriciteit 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
800 700
Energievermindering In 2030 willen we 37 procent minder energie verbruiken tegenover 2018. In 2023 nam het totale energieverbruik van de gemeentelijke organisatie af met 124 TJ tegenover 2018. Dit is een afname van 16 procent.
600 500
20
20
129
178
209
400
168
Een gigajoule (GJ) is 10⁹ joule, 300 dat komt overeen met 31,6 m3 aardgas. Een terajoule (TJ) is 1012 joule, dat komt overeen met 31.600 m3 aardgas.
200
24
22
145
139
128
161
162
167
129
24
360
366
325
312
312
319
2018
2019
2020
2021
2022
2023
100 0
17 141
Warmte Brandstoffen Aardgas Elektriciteit
Verduurzamingsrapportage over 2023
Van (fossiele) brandstoffen naar elektriciteit Het energieverbruik van fossiele brandstoffen (benzine en diesel) van de bedrijfsmiddelen nam afgelopen jaar af. Het gaat daarbij om bedrijfsmiddelen zoals vrachtwagens, tractoren, bladblazers en reinigingsmachines. Het energieverbruik van het elektrisch laden van de bedrijfsmiddelen nam juist toe. Door onder andere meer elektrische bedrijfsmiddelen te gebruiken nam het brandstofverbruik in het geheel af, met een vermindering van 10 TJ tegenover 2022. Bij leasewagens, personenwagens en motorfietsen is er ook een sterke daling. We verbruikten 38 procent minder energie aan fossiele brandstoffen tegenover 2022. Dat is goed voor 1 TJ. De energievraag naar brandstoffen in totaal nam 11 TJ af. Het energieverbruik door elektrisch laden van deze voertuigen nam wel toe. Zo is nu meer dan 50 procent van de kleine bestelbussen elektrisch. En zijn de boten voor bijna 50 procent elektrisch. De veegmachines, vracht- en vuilniswagens blijven hier nog achter. Dit komt onder andere door de beschikbaarheid van uitstootvrije varianten van deze voertuigen. In december 2023 informeerden we de raad over de herijking van het Transitieplan Verduurzaming Gemeentelijk Wagenpark uit 2019. Het totale elektriciteitsverbruik van de organisatie nam toe met 7 TJ. Dit komt deels door het elektrisch maken van ons materieel. Ook het verminderde gasverbruik zorgt er
voor een deel voor dat het energieverbruik op een andere plek toeneemt. Zo nam het verbruik van stadswarmte met 2 TJ toe.
Mogelijke opwekking (in MWpiek)
Energieopwekking Over mogelijke energieopwekking en werkelijke opwekking: de piekopwekking laat zien hoeveel een zonnepaneel kan opwekken. De piekopwekking hangt af van de stand van het zonnepaneel, de capaciteit van een zonnepaneel en hoeveel er aan gesloten zijn. De werkelijke opwekking is de opbrengst van de zonnepanelen die we werkelijk gebruikt hebben of terugleveren. Deze opbrengst hangt af van onder andere weersomstandigheden, zonuren, vuil op de panelen en andere externe factoren.
12
7
14
Opwekking
Mogelijke opwekking In 2023 steeg de mogelijke opwekking naar 3,6 Megawattpiek (MWp). In de Uitvoerings agenda keken we naar de daken die geschikt konden zijn voor zonne-energie. Dat rekenden we daarna om naar de maximaal mogelijke opwekking van 15 MWp. Dat is gelijk aan 15 miljoen Wattpiek. Gezien de lijn in de grafiek Mogelijke opwekking gaan we nu het doel nog niet halen. In dit tempo halen we in 2030 een opwekking van 7 MWp.
Opwekking doel 10
Prognose 8 6 4 2 0 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Geen dak onbenut Aan het begin van 2023 lag op 26 procent van de daken van onze panden die geschikt zijn voor zonnepanelen ook daadwerkelijk panelen. Aan het eind van 2023 was dit 32 procent van de geschikte daken.
Werkelijke opwekking (in MW)
1,8 1,6 1,4 1,2
Werkelijke opwekking In 2023 was er een werkelijke opwekking van 1,6 Megawatt (MW). In 2022 was de werkelijke opwekking 1,3 MW. Dit betekent dat de werkelijke opwekking toeneemt. Dit is ook te zien in de grafiek hiernaast.
1,0 0,8 0,6 0,4 0,2 0
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
2021
2022
2023
Verduurzamingsrapportage over 2023
2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030
De 3 scopes van het Greenhouse Gas (GHG) protocol
Ons doel is om in 2030 een CO₂-neutrale bedrijfsvoering te hebben. CO₂-neutraal betekent dat we geen broeikasgassen uitstoten. Bij CO₂ is er onderscheid in 3 scopes: 1. Scope 1 is de directe uitstoot die komt door onze eigen installaties, ons gasverbruik en ons brandstofverbruik. 2. Scope 2 is indirecte uitstoot die andere organisaties tijdens het opwekken van elektriciteit, warmte en koeling veroor zaken en waar wij gebruik van maken. 3. Scope 3 is de indirecte uitstoot die leveranciers veroorzaken voor producten en diensten die wij inkopen. Scope 1 en 2 In 2023 nam onze CO₂-voetafdruk in scope 1 en 2 af tegenover voorgaande jaren en het uitgangsjaar 2018. In 2023 stootten we 6,6 kiloton CO₂-eq. uit. Dat is een vermindering van 24 procent tegenover 2022 en 75 procent tegenover 2018.
‘Eq.’ staat voor ‘equivalent’, dit is een meetmethode waarbij alle verschillende broeikasgassen worden omgerekend naar CO₂. Vanwege de leesbaarheid schrijven we meestal alleen ‘CO₂’ waar we CO₂-eq. bedoelen.
broeikasgassen CO2
SF6
N2O
scope 1 direct
CH4
HFC 2
PFCs
scope 2 indirect scope 3 indirect
Directe emissies van de eigen organisatie veroorzaakt door eigen installaties, gasverbruik en brandstofverbruik.
Indirecte emissies veroorzaakt door andere organisaties tijdens het opwekken van elektriciteit, warmte en koeling waar wij gebruik van maken.
Het totale gasverbruik nam met 1,2 miljoen m3 af tegenover 2022. Dat is een afname van 2,2 kiloton CO₂. Dat zien we ook terug in de CO₂-voetafdruk. Dit gaat onder andere over onze eigen huisvesting en sportfaciliteiten. Stadswarmte steeg voor onze huisvesting met 47 procent. Dat is 107 ton CO₂. Dit komt omdat we meer panden aansluiten op het warmtenet. Om het gasverbruik nog verder terug te dringen halen we panden van het gas af en gebruiken we warmte-koudeopslag (WKO)-installaties. Deze installaties gebruiken de aarde om warmte en koude op te slaan, via elektriciteit.
Indirecte emissies veroorzaakt door leveranciers ten behoeve van producten en diensten die de organisatie inkoopt.
Een andere grote invloed op het aardgasverbruik was het gereed maken van panden voor energielabel A. We haalden het doel om in 2023 een geregistreerd energielabel A voor 25 procent van het vastgoed te hebben. Een voorbeeld is het pand Plein ’40-’45. Dit pand heeft inmiddels energielabel A++. De uitstoot van de bedrijfsmiddelen en onze andere voertuigen daalde flink in 2023. De scooters zijn allemaal elektrisch en de personenwagens voor 88 procent.
8
Verduurzamingsrapportage over 2023
Tegenover 2022 is er bijna 2 keer zoveel CO₂-eq uitgestoten door dienstreizen per vliegtuig. Dit is een opvallende toename en klopt niet met de vermindering die we willen halen. Het aantal internationale dienstreizen met de trein steeg ook. Binnen Nederland zien we ook dat de trein vaker is gebruikt. Het aantal gedeclareerde autokilometers steeg iets. Gekeken naar het vliegen, de treinreizen en de gedeclareerde auto kilometers steeg het totale aantal zakelijke reisbewegingen (werk-werkverkeer) tegenover 2022.
Scope 3 99,6 procent van onze totale CO₂-uitstoot is uitstoot in scope 3. Dit is uitstoot waar wij niet altijd volledig controle over hebben. Maar waar we wel veel invloed op kunnen uitoefenen. Het gaat om broeikasgassen die vrijkomen: • bij de productie en transport van de goederen en diensten die we inkopen. • bij de bedrijven waarin wij investeren (onze deelnemingen). • door het energieverbruik van panden in ons bezit, maar niet door ons gebruikt. • bij de verwerking van bedrijfsafval. • bij woon-werkverkeer.
CO2-uitstoot gemeentelijke organisatie 2018-2023 Scope 1 en 2, inclusief vliegreizen (in kton CO2-eq.) 28
Doel
26 Zakelijk vervoer Warmte
21
Vliegreizen Aardgas
18
Brandstoffen Elektriciteit * Voor deze jaren zijn de streefwaarden vastgesteld in de CO2-Prestatieladder.
8,8 6,6
2018
2019
2020
2021
2022
2023
2024*
2025*
2026*
2027
2028
2029
2030
In 2023 maakten we een berekening van onze scope 3-uitstoot met gegevens over het jaar 2022. Het volledige rapport komt binnenkort beschikbaar. In 2022 was onze scope 3-uitstoot 615 kiloton CO₂-eq. De meeste uitstoot komt van alle goederen en diensten die we inkopen. De bedrijven waarin we een aandelenbelang hebben, onze deel nemingen, zorgen voor 12 procent van onze uitstoot. We waren in 2023 aandeelhouder van 24 ondernemingen, onze deelnemingen. Bij de berekening van de uitstoot van onze deelnemingen hebben we de uitstoot van afvalverbrander AEB eruit gelaten. Anders is deze uitstoot zo groot dat de resultaten dan te veel vertekend worden. Inclusief AEB zou de CO₂-uitstoot in scope 3 op 1.800 kiloton uitkomen.
9
Verduurzamingsrapportage over 2023
10
Verdeling CO2-uitstoot van ingekochte goederen en diensten per begrotingsprogramma 2023 (in kton CO2-eq.) Met de verdeling van de uitstoot van ingekochte goederen en diensten per begrotingsprogramma zien we welke type goederen en diensten de meeste CO₂uitstoot veroorzaken.
2.
6.
1.
1. Bouwen, wonen en duurzaamheid 73 6. Gezondheid, zorg, jeugd, opvang en diversiteit 65
Vermindering van scope 3-uitstoot Met de cijfers kunnen we nog weinig zeggen over de eventuele vermindering van scope 3-uitstoot in de afgelopen jaren. Het in kaart brengen van de uitstoot in scope 3 is lastig en tijdrovend, maar ook belangrijk. We voerden in 2022 een nulmeting uit van onze scope 3-uitstoot met gegevens over het jaar 2019. De voetafdruk kwam uit op 196 kiloton CO₂-eq. In 2023 dus op 615 kiloton. Het grote verschil tussen beide jaren komt doordat in de tweede meting veel meer gegevens beschikbaar waren. En we ook andere scope 3-categorieën meenamen. Daarmee zijn we bijna compleet, maar nog niet precies genoeg. Ook in deze meting gebruikten we voor een groot deel secundaire data. We werkten afgelopen jaar aan het beter en makkelijker in kaart kunnen brengen van scope 3-uitstoot, om sneller te kunnen sturen. Dit is een voortdurend proces. Tegelijkertijd werken we aan het verminderen van deze uitstoot. Maatregelen voor het terugdringen van scope 3-uitstoot uit inkoop zijn vaak dezelfde als die voor een circulaire bedrijfsvoering, waaronder inkoop. Deze staan hierna genoemd, op pagina 11-12.
2. Openbare ruimte, water, groen en vervoer 129
B. Bestuur en organisatie 37 7. Sociale zaken en armoedebestrijding 11
B.
8. Veiligheid 4
7.
5. Onderwijs 4 4. Sport 4
We spreken voortdurend met deelnemingen over het verminderen van de negatieve invloed. De Johan Cruijff Arena gaf in 2023 aan om in 2030 klimaatpositief te willen zijn. Dit gaat verder dan klimaatneutraal. De Johan Cruijff ArenA wil, samen met onder andere de gemeente, zelfs een positieve bijdrage leveren aan het klimaat. Samen met Schiphol pleiten we voor krimp van het aantal vliegbewegingen. Schiphol werkt zelf aan het terugdringen van haar eigen CO₂-uitstoot. Meer informatie over wat deelnemingen doen aan duurzaamheid staat in het Jaarverslag Deelnemingen (vooralsnog beschikbaar voor 2022).
8.
4.
5.
3. A.
3. Economie, kunst, cultuur en erfgoed 2 A. Algemene dekkingsmiddelen 1
CO2-uitstoot scope 3 (in kton CO2-eq.) 4%
2% Ingekochte (kapitaal-) goederen en diensten 471 kton CO2
5%
Deelnemingen (excl. AEB) 73 kton CO02
12%
Verhuurde panden 32 kton CO02
77%
Afval 24 kton CO02 Overig 15 kton CO02
Verduurzamingsrapportage over 2023
Scope 3-uitstoot komt ook van energie verbruik van panden die we wel bezitten, maar die we niet zelf gebruiken. En waarvan we niet de energierekening betalen. De plannen voor het duurzamer maken van ons vastgoed gaan ook over die panden. De hoeveelheid bedrijfsafval en vooral het transport naar de verwerker bepaalt de hoeveelheid CO₂-uitstoot van deze categorie. Afgelopen jaar ging een nieuw contract in met een data-gedreven platform partij. Dat maakt ophalen en verwerken van ons bedrijfsafval met zo min mogelijk vervoerskilometers en zo veel mogelijk inzicht in afvalstromen mogelijk. Afvalvermindering en afvalscheiding door medewerkers blijft een grote uitdaging.
3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 én maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte We zijn bezig om een circulaire organisatie te worden. In 2030 willen we een volledig circulaire bedrijfsvoering hebben, met circulaire inkoop, onderhoud en beheer. Ook een circulaire verwerking van producten en materialen (na gebruik) hoort daarbij. Hoe onze bedrijfsvoering er dan precies uit ziet, begint langzaam vorm te krijgen. Op dit moment kunnen we de voortgang nog niet meten in cijfers. Maar we werken aan meetbare doelen en indicatoren voor een circulaire organisatie (zie pagina 16-17).
11
We nemen circulaire criteria steeds vaker op in aanbestedingen. In 2023 namen we de duurzaamheidsdoelstellingen op als wens of eis bij 50 procent van de Europese aanbestedingen in het sociale domein, ICT-domein en bedrijfsvoeringsdomein. Hiermee zetten we stappen naar meer circulair inkopen in deze domeinen. Een voorbeeld van een circulaire aanbesteding: in onze kantoorpanden plaatsen we 270 beeldbelplekken. Deze ‘belhokjes’ zijn modulair en flexibel inzetbaar. De leverancier neemt ze ook terug aan het einde van de levensduur. Onze organisatie koopt veel materialen in voor de openbare ruimte (zie ook scope 3 voetafdruk). Het afgelopen jaar begonnen we ermee om minder materialen in te kopen of ze duurzamer in te kopen. Of het liefst allebei. ‘Duurzaam, tenzij’ is hierbij het uitgangspunt. In 2023 hebben we hiermee geoefend bij een aantal projecten. Hiervoor hebben we een checklist en een gereedschapskist ontwikkeld. Daarbij gebruiken we de milieukostenindicator en bijvoorbeeld de Amsterdamse routekaart Schoon en Emissieloos bouwen. Dit helpt om de duurzaamheidsdoelstellingen duidelijk te maken. In 2023 ging een nieuwe samenwerkingsovereenkomst voor verhardingen in (SOK 2.0). Dit contract loopt voor 4 jaar. Hierin staan duurzaamheidseisen, zoals uitstootvrij materieel. Dat zijn werkvoertuigen die geen uitlaatgassen uitstoten.
Verder is er binnen de SOK 2.0 veel aandacht voor het verminderen van materialen door de aanpak ‘Hergebruik, tenzij’.
In het kader van campagne 'opgeruimd de zomer in' moedigden we collega's aan om hun digitale bestanden op te ruimen.
Een voorbeeld van een andere aanpak is dat we bij bruggen en kademuren de strategie ‘Anders gebruiken’ nu vaker inzetten. Dit doen we bijvoorbeeld door een brug of kade alleen toegankelijk te houden voor fietsers en voetgangers. Hierdoor hoeven we niet op te knappen of te vernieuwen. Daardoor besparen we kosten en materiaal. In 2023 namen we bij 8 van de 20 ICTaanbestedingen duurzaamheidscriteria op. We leverden een eerste versie van het Handelingskader duurzame ICT Hardware
Verduurzamingsrapportage over 2023
4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen We ontwikkelden dit jaar een scorekaart voor de klimaatbestendigheid van al ons vastgoed. Het gaat niet alleen om de eigen huisvesting, maar ook om het maatschappelijk vastgoed en de sportfaciliteiten. Per pand en terrein zochten we uit hoe het scoort op: • hitte. • wateroverlast. • overstroming. • droogte. Hierbij keken we onder andere naar: • de loopafstand tot koelte. • de gevoelstemperatuur 5 meter rondom het gebouw. • hoeveel water blijft liggen na een regenbui van 60 millimeter. • het overstromingsrisico. Bij het Marnixbad legden we een groene gevel aan.
en Software op. Met het Handelingskader kunnen we de inkopende organisatie ondersteunen. Die deelden we via een interactieve sessie met het ICT inkoopteam. In 2024 werken we er hard aan om het inkoopproces (inclusief contractmanagement) zo in te richten dat duurzaamheid daadwerkelijk een onderdeel is van alle ICT inkooptrajecten. Dit inclusief sturing tijdens de contractfase. We leverden 2 dashboards op die de uitstoot van Microsoft 365 en het Azure-platform duidelijk maken. Deze uitstoot ontstaat bij
het energieverbruik van de servers waarop de meeste van onze applicaties draaien en we onze bestanden opslaan. Daarnaast begonnen we een haalbaarheidsonderzoek voor een ICT-breed dashboard. Daarmee maken we naast de uitstoot van Microsoft ook de uitstoot van de werkplekken en van de hosting zichtbaar. In 2024 maken we een definitieve keuze voor een dashboard. In 2024 beginnen we ook met ‘1 apparaat per medewerker’. Iedere medewerker moet kiezen: óf een laptop óf een tablet.
De scorekaarten geven een aardige eerste indruk van de klimaatscore voor hitte, wateroverlast en overstromingen. Voor droogte nog niet, omdat er veel aannames over de staat van de funderingen zijn gedaan. Voor hitte is de staat van het gebouw (isolatie, al aanwezige koeling, type gebruik, evt. groen dak) niet meegenomen in deze score en daardoor kan het werkelijke risico op schade of overlast door hitte lager liggen. Voor 2023 was de doelstelling om 5 groene daken aan te leggen op ons vastgoed. Er zijn 7 groene daken aangelegd. Daarmee hebben we deze doelstelling ruimschoots gehaald.
12
Verduurzamingsrapportage over 2023
Vanwege de motie 545.21 ’10 hangende tuinen aan ons vastgoed’ van het lid A.L. Bakker c.s. leggen we als proef 10 groene gevels aan. De proef is vooral om te leren van wat er allemaal bij de aanleg komt kijken. En hoe we de interne samenwerking kunnen verbeteren. In 2023 legden we 4 groene gevels aan. Het doel is om in 2024 de rest van de gevels aan te leggen en de proef af te ronden.
5. Duurzaam denken en doen In 2023 kwam er meer beweging rond duurzaamheid. Steeds meer ambtenaren spreken zich uit en laten zien dat ze duurzaamheid belangrijk vinden. En daarvoor in actie willen komen. Zo bezochten bijvoorbeeld enkele honderden ambtenaren de organisatiebrede klimaatevents. Dit zijn plekken om duurzaam te (leren) denken door inspirerende sprekers, ruimte voor nieuwe ideeën en presentaties van wat er al gedaan is. Uit de klimaatevents ontstond weer een klimaat werkplaats. Daar komen ambtenaren bij elkaar om ideeën verder te brengen en duurzaam te doen. Het Duurzame Ambtenaren Netwerk werd afgelopen jaar bijna 4 keer zo groot en groeide naar ongeveer 300 leden.
13
De behoefte aan meer kennis over duurzaamheid groeit. Daarom groeit het opleidingsaanbod mee. Zo kwam er een e-learning voor het Facilitair Bureau met basiskennis over duurzaamheid. 200 medewerkers volgden deze e-learning in 2023. Er zijn 8 ambtenaren opgeleid tot Climate Fresk-facilitator. Zij geven binnen de organisatie workshops over de oorzaken en gevolgen van klimaatverandering. In 2023 waren er 14 Climate Fresk-workshops en volgden ongeveer 120 collega’s de workshop. Verschillende directies hebben vak inhoudelijke cursussen ontwikkeld rond de verschillende duurzaamheidsthema’s. Geregeld was er ook aandacht voor technieken voor het voeren van een goed klimaatgesprek en was er ruimte voor emoties. Daarnaast zorgen we voor meer kennis: op veel plekken in de organisatie zijn medewerkers aangenomen met duurzaamheid als belangrijkste verantwoordelijkheid. Om het uitgangspunt ‘Duurzaam, tenzij’ toe te passen, voegen we als proef op verschillende plekken een duurzaamheids paragraaf toe aan bestuurlijke stukken en projectvoorstellen.
Met Jouw huis van morgen gaan we naar bewoners toe om ze te informeren over energiebesparing in huis. Een voorbeeld van anders durven denken en doen.
Ook in de cao staan duurzame uitgangs punten, zoals een hogere reiskosten vergoeding voor lopen, fietsen en het openbaar vervoer dan voor de auto en bromfiets. Goede voorbeelden delen we zoveel mogelijk met de organisatie. Van geschreven teksten tot podcasts.
Verduurzamingsrapportage over 2023
14
3 Herijking Uitvoeringsagenda: en nu verder Het college van B en W stelde de bestuursopdracht Duurzame toekomst, stad en organisatie vast. De herijking van de Uitvoeringsagenda is onderdeel van deze opdracht. We kijken opnieuw naar de maatregelen die we in 2020 hebben opgeschreven. We kijken of ze nog actueel zijn en welke extra maatregelen nodig zijn.
In de Uitvoeringsagenda stonden in 2020 de volgende 5 duurzaamheidsdoelen: 1. Maximale energievermindering en maximale energieopwekking 2. CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030 3. Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaalgebruik in de openbare ruimte 4. Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen 5. Duurzaam denken en doen
Tijdlijn nieuwe doelen & ambities duurzame organisatie
2024
Voor de eigen organisatie
We vroegen aan alle directies en stadsdelen welke maatregelen ze (extra) treffen om de duurzaamheidsdoelen in 2030 te halen. De eerste opbrengst daarvan staat in deze rapportage.
Circulaire Economie
2025
2026
2027
• De organisatie is in staat om circulair te werken • CO2-vermindering in scope 1 en 2: 83% • Energievermindering 24% tegenover 2018 • • • •
Maximaal 50% circulaire inkoop Alle leveranciers uitstootvrij Energievermindering 21% in 2025 Energieopwekking 8 MWp
2028
2029
2030
• Energieverbruik verminderd met tenminste 37% t.o.v. 2018 • Energieopwekking min. 15 MWp • Organisatie klimaatneutraal: uitstoot scope 1 en 2 verminderd naar 0, scope 3 maximaal verminderd • Uitstootvrij wagenpark • 100% circulaire bedrijfsvoering • 100% circulaire inkoop • 20% minder materialen • Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen • Alle panden energielabel A • Alle panden aardgasvrij
Amsterdam Aardgasvrij
2040
Amsterdam Klimaatneutraal
2050
CO2-reductie in scope 3: nader te bepalen
Verduurzamingsrapportage over 2023
We hebben de 5 duurzaamheidsdoelen nu duidelijker opgesteld. En waar dit kon ook beschreven naar welke streefwaarden we toe werken. Hoe scherper we de doelen beschrijven, hoe beter we kunnen volgen of we de doelen kunnen halen. We hebben al resultaten, maar we moeten er aan blijven werken. Daarnaast werken we nog aan ontbrekende meetbare en praktische indicatoren voor de organisatie. Bijvoorbeeld voor onze circulaire en klimaatadaptieve doelstellingen. Dit doen we zoveel mogelijk met bestaande indicatoren. We meten zo veel mogelijk op dezelfde manier als andere overheidsorganisaties en bedrijven doen.
Duurzaamheidsdoel 1: Maximale energiereductie en maximale energieopwekking Ons eerste doel is zo min mogelijk energie gebruiken en zo veel mogelijk energie opwekken. Het doel voor maximale energievermindering is volgens de Uitvoeringsagenda 37 procent energiebesparing in terajoule (TJ) tegenover 2018. De tussendoelstellingen worden voor 2025 21 procent vermindering en voor 2026 24 procent. In 2025 bekijken we opnieuw wat we nog meer aan energie kunnen besparen. Energieopwekking is het in eigen beheer opwekken van energie met hernieuwbare bronnen. In de praktijk is dit alleen zonneenergie. In 2030 willen we de ‘maximale
energieopwekking’ bereiken van 15 Megawattpiek (MWp). Dit gaat over de eerder uitgelegde mogelijke opwekking. Een tussendoelstelling voor 2025 wordt 8 MWp. In 2025 bekijken we of we meer kunnen behalen. Tegelijkertijd stellen we een doelstelling op voor de werkelijke opbrengst van het opwekken van energie door onze zonnepanelen. Wat gaan we doen in 2024 en verder? We werken aan het duurzamer maken van onze panden en de panden die we in beheer hebben. De leverancier voor het onderhoud van elektriciteits- en warmte-installaties start in 2024 voor alle 61 huisvestingslocaties met een snelle scan. Daarbij kijkt de leverancier hoe de panden duurzamer kunnen worden. We willen dat uiterlijk in het derde contractjaar (2026) voor alle panden een haalbaarheidsstudie naar duurzaamheid is uitgevoerd. We verminderen het energieverbruik en daarmee de CO₂-uitstoot van de huisvesting ook door de verlichting te vervangen door ledlampen. In 2024 doen we dit in 13 grote kantoorpanden. In de aanbesteding laten we alleen de lampen vervangen. We hergebruiken de armaturen, de metalen ombouw van de lamp. Dit heet retrofit. In de aanbesteding vragen we ook om per pand de energie- en CO₂-verbruiksdata van de huidige verlichting aan te leveren ten≈opzichte van de retrofit ledverlichting en het aanpassen van de verlichtings- en elektrische installaties.
Duurzaamheidsdoel 2: CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030 We willen een volledig CO₂-neutrale bedrijfsvoering in 2030. We zijn CO₂-neutraal als we al onze uitstoot in scope 1 en 2 vermijden of compenseren. Deze definitie is te beperkt omdat hiermee het grootste deel van onze CO₂-uitstoot buiten zicht blijft. Zo gaat dit doel niet over onze scope 3-uitstoot (zie pagina 8-11). Terwijl wij zo snel mogelijk onze bijdrage aan opwarming van de aarde moeten verminderen, net als alle andere landen, organisaties en individuen. Daarom is onze aangescherpte definitie van dit doel: Onze bedrijfsvoering is CO₂-neutraal wanneer alle uitstoot in scope 1 en 2 tot nul is teruggebracht. En wanneer de uitstoot in scope 3 maximaal verminderd of gecompenseerd is. Wat gaan we doen in 2024 en verder? Komend jaar werken we aan het verder in kaart brengen van de scope 3-uitstoot. We bepalen naar welke waarde we deze uitstoot willen verminderen. We werken hard aan het terugdringen van CO₂-uitstoot door inkoop. Meer informatie hierover staat hierna bij duurzaamheidsdoel 3 ‘Circulaire bedrijfsvoering’. Ook de interne CO₂-beprijzing voor investeringen zullen we beoordelen. Daarnaast voeren we een proef uit voor aanbesteding met een externe CO₂-prijs.
15
Verduurzamingsrapportage over 2023
We werken aan het verminderen van CO₂-uitstoot door anders en minder internationaal te reizen en duurzamer woon-werkverkeer aan te moedigen. Met deelnemingen werken we aan verder duurzaam worden. Hierbij staat de CO₂-uitstoot in scope 1, 2 en 3 van de deelnemingen op de agenda. Ook andere duurzaamheidsthema’s staan op de agenda, zoals circulariteit en minder energieverbruik.
Duurzaamheidsdoel 3: Circulaire bedrijfsvoering in 2030 en maximaal circulair materiaal gebruik in de openbare ruimte We stellen als derde doel om in 2030 een volledig circulaire bedrijfsvoering te hebben. Een circulaire bedrijfsvoering helpt zoveel mogelijk bij het opbouwen van een circulaire economie. Als tussenstap willen we al in 2026 circulair kunnen werken. Dit kunnen we als: • We weten waar in de organisatie (ontwerp, inkoop, beheer) en met welke materialen we het grootste verschil kunnen maken om circulair te werken.
• We weten wat de meest circulaire keuzes en activiteiten zijn op die plekken. Hiervoor gebruiken we de 4 strategieën voor de overgang naar een circulaire economie: - voorkomen of verminderen van materiaalgebruik - verlengen van levensduur - verwaarden door herbestemmen of recyclen - vervangen van fossiele materialen door op natuurlijke basis gemaakt materialen. • We weten wat de belemmeringen zijn om deze strategieën zo goed mogelijk toe te passen. • We weten wat er nodig is om deze belemmeringen op te lossen. • We accepteren dat we in de overgangsperiode naar een circulaire economie soms tegemoet moeten komen aan andere prestaties, zoals kwaliteit, snelheid, prijs en veiligheid. Onderdeel van de circulaire bedrijfsvoering is circulair inkopen. Bij circulair inkopen willen we in de eerste plaats minder inkopen. Daarnaast willen we hergebruikte materialen (secundaire materialen genoemd) of hernieuwbaar materiaal inkopen, zoals hout. Vervolgens werken we aan een lange levensduur. En daarna op hoogwaardige herbruikbaarheid van het product of de materialen daarin. Ons doel voor 2030 wordt dan: • 100 procent circulaire inkoop met zo min mogelijk gebruik van nieuwe materialen. • een zo lang mogelijke levensduur. • zo hoogwaardig mogelijke herbruikbaarheid van het product of de materialen daarin.
De totale massa van ingekochte materialen is in 2030 met 20 procent verminderd tegenover 2019. De tussendoelstelling voor 2025 is 50 procent circulaire inkoop. Belangrijke criteria bij inkoop worden dat materialen te repareren of los te maken zijn. Dit verlengt de levensduur van producten en maakt hergebruik gemakkelijker. Bij onderhoud en beheer wordt levensduur verlenging een belangrijke voorwaarde. Ook daardoor vermindert de inkoop. Wat gaan we doen in 2024 en verder? In 2026 kunnen we circulair werken. En dan werken we onze circulaire doelstelling verder uit. Een van de indicatoren om dit doel te volgen is de CO₂-uitstoot in scope 3. Hergebruikte en hernieuwbare materialen zorgen namelijk voor minder CO₂-uitstoot dan nieuwe materialen. Om dit blijvend te kunnen monitoren, moeten we de juiste informatie gaan bijhouden. In 2024 werken we extra aan duurzaam inkopen. We zetten meer capaciteit in voor: • duurzaam contractmanagement. • extra adviescapaciteit. • financiële coördinatie bij duurzaamheidsbeslissingen. We voeren in 2024 het plan van aanpak uit voor motie 500.23 over duurzame inkoop: Beter nu dan later! van lid Krom c.s. De motie stelt dat we opnieuw en dringend in gesprek moeten gaan met onze leveranciers om te inventariseren hoe ze direct extra duurzame maatregelen kunnen treffen.
16
Verduurzamingsrapportage over 2023
De gesprekken voeren we vanuit een shortlist van contracten die: • nog minstens 2 jaar lopen en • een grote ecologische impact hebben. We voeren in 2024 het uitgangspunt ‘Duurzaam, tenzij’ in voor alle projecten in de openbare ruimte. Ook wordt ‘Duurzaam, tenzij’ het uitgangspunt in het inkoopbeleid. Daarnaast komt er in 2024 een aanpassing van de Puccini-methode. Hierin staat beschreven welke standaardmaterialen we gebruiken in de openbare ruimte. In de nieuwe Puccini-methode ligt de nadruk meer op het hergebruik van materialen. Bij ons vastgoed komt ook meer aandacht voor circulair bouwen, onder andere door het nog in te voeren materialenpaspoort. Dit is een manier om materialen beter te kunnen behouden en hergebruiken. Een onderzoek om ICT in te zetten voor de vermindering van energieverbruik van de panden staat gepland voor 2024. Dat gebeurt nadat de netwerkovergang volledig klaar is.
Duurzaamheidsdoel 4: Klimaatadaptieve gebouwen en (binnen-)terreinen Het vierde duurzaamheidsdoel is om in 2030 al onze gebouwen en (binnen-)terreinen klimaatadaptief te maken. Een klimaatadaptief gebouw blijft te gebruiken ondanks extreme weersomstandigheden en helpt een omgeving die daar beter tegen bestand is. Hitte, droogte, wateroverlast en overstroming zijn de 4 belangrijkste weersomstandigheden om rekening mee te houden. Het gebouw en het bijbehorende terrein moet bijvoorbeeld 60 mm hemelwater per uur kunnen verwerken. Rot in houten funderingen bij een laag grondwaterpeil door droogte moeten we voorkomen of verhelpen. En meer groen plaatsen kan helpen bij verkoeling bij hitteoverlast. Ook technische installaties om het binnenklimaat te beheersen moeten de extreme weersomstandigheden aankunnen. We ontwikkelen hier nog meetbare indicatoren voor en stellen een streefwaarde op voor 2025. Wat gaan we doen in 2024 en verder? In 2024 sluiten we de proef ‘10 groene gevels’ af en leggen we meer groene, waterbergende en multifunctionele daken aan. Ook de terreinen krijgen meer groen of maken we klaar voor waterberging. Verder werken we de plannen voor het klimaatadaptief maken van onze panden en terreinen verder uit. Naast onze eigen huisvesting nemen we ook de maat schappelijke panden mee in dit plan.
Een kunstgrashockeyveld waarvoor veel minder water nodig is.
Tot 2030 richten we ons op de maatregelen die schade of overlast door hitte en wateroverlast tegengaan, omdat er voor droogte onvoldoende betrouwbare data zijn om het risico goed vast te stellen en de kans op overstromingen erg klein is.
17
Verduurzamingsrapportage over 2023
Wat verwachten we van een duurzame ambtenaar? Dat is een ambtenaar die: • zich bewust is en weet van de uitdagingen voor natuur en milieu waar we als gemeente, stad en wereld voor staan. • wil helpen en meewerken aan een duurzame stad en organisatie. • kan helpen en meewerken aan een duurzame stad en organisatie. • bijdraagt aan een duurzame stad en organisatie, op en in het werk. • collega’s helpt om hetzelfde te doen. Wat gaan we doen in 2024 en verder? We gaan werken volgens het principe ‘Duurzaam, tenzij’. Dat is een nieuwe manier van werken, die veel vraagt van medewerkers.
Een tijdelijke buurttuin aan de Domenico Scarlattistraat.
Voor droogte zetten we ons verder in om inzicht te krijgen in de funderingen om de risico’s beter in kaart te brengen. We richten ons op de volgende maatregelen: groene daken, groene gevels, waterberging op het dak of aangelegen terrein en zonwering.
Duurzaamheidsdoel 5: Duurzaam denken en doen Ons vijfde duurzaamheidsdoel is duurzaam denken en doen van alle ambtenaren. Iedere medewerker maakt in het werk duurzame keuzes volgens het principe ‘Duurzaam, tenzij’. Dit zijn keuzes die helpen bij de duurzaamheidsdoelstellingen van de organisatie en van de stad. Om in 2030 een duurzame organisatie te kunnen zijn, is iedere ambtenaar een duurzame ambtenaar.
Vanwege de bestuursopdracht Duurzame toekomst stad en organisatie kwam er een netwerkteam. Daar werken ambtenaren structureel samen aan communicatie, leren en ontwikkelen en gedragsverandering. Met de huidige middelen bereiken we namelijk niet alle medewerkers. We ontwikkelen een algemeen opleidingsaanbod en richten ons daarnaast op een aantal functies en directies die veel impact hebben. Dit zijn bijvoorbeeld belangrijke rollen in het inkoopproces, of directies waar de voetafdruk groot is of organisatie onderdelen die nu achterblijven. In 2024 voeren we een nulmeting uit om het duurzaam denken en doen in de organisatie te meten. Hiermee kunnen we gerichter sturen op verdere ontwikkeling van deze doelstelling.
18
Verduurzamingsrapportage over 2023
Hernieuwd maatregelen overzicht: wat doen we tussen 2024 en 2030 om in 2030 onze duurzaamheidsdoelen te halen? In de Uitvoeringsagenda stonden 29 maatregelen. Veel van deze maatregelen en bijbehorende acties voerden we de afgelopen jaren uit. Dat meldden we in eerdere rapportages al. Een aantal maat regelen voerden we niet uit. Die komen te vervallen of passen we aan. Een overzicht van de vervallen maatregelen staat in de bijlage. In deze rapportage staan nieuwe of aanvullende maatregelen. We vroegen aan alle organisatieonderdelen wat zij in 2024 en verder gaan doen aan het duurzamer maken van de organisatie. We gaan steeds weer verder in het meetbaar maken van onze duurzaamheidsprestaties en wat het effect is van de maatregelen die we nemen. Met die informatie kijken we ieder jaar weer naar het maatregelenpakket. We vullen het aan waar dat nodig is. Het lukt ons om de CO₂-uitstoot te verminderen in scope 1 en 2. En er is in de organisatie een groeiende beweging ontstaan rond duurzaam denken en doen. Steeds meer ambtenaren zijn hierbij betrokken. Voor indirecte CO₂-uitstoot (scope 3-uitstoot) en het doel om circulair te werken moet nog veel gebeuren. We sturen nog te weinig op energievermindering. Om CO₂ in scope 3 te
verminderen, werken we hard aan duurzaam inkopen en aanbesteden. Daarnaast zien we een nieuwe blinde vlek: het beheer en onderhoud van materialen. Er is al veel aan duurzaamheidswensen en duurzaamheidsbeleid. Het omzetten van dat beleid naar de werkpraktijk van alle organisatieonderdelen is nog lastig. Het invoeren van duurzaamheid en dat zeker stellen in de werkprocessen krijgt de komende periode veel aandacht. De herijkte Uitvoeringsagenda voor 2024-2030 legt daarmee nadruk op de volgende thema’s: 1.
2.
3.
4.
5. 6.
Duurzamer maken van onze huisvesting door energieopwekking, energie besparing, panden aardgasvrij maken en klimaatadaptatief. Energiebesparing: maatregelen om ons energieverbruik te verminderen. Dit naast de energiebesparende maatregelen in onze panden die onder thema 1 staan. Wagenpark: het uitstootvrij maken van het wagenpark, het terugdringen van het aantal vervoerskilometers en duurzaam gebruik van de autopool. Dienstreizen: verminderen van de CO₂-uitstoot van het woon-werkverkeer, werk-werkverkeer, nationale reizen en internationale reizen. Minder en duurzaam inkopen van grondstoffen, materialen en producten. Duurzaam gebruik van grondstoffen, materialen en producten.
Een elektrische auto laadt op bij een laadpunt in de parkeergarage van het stadhuis.
7.
Zo duurzaam mogelijk afdanken van grondstoffen, materialen en producten, inclusief recycling, afvalvermindering en afvalmanagement. 8. Duurzaam denken en doen: bewustwording, motivatie, kennis, expertise en gedragsverandering. 9. Invoeren van duurzaamheidsbeleid en zeker stellen daarvan in de werk processen; invoeren van de norm ‘Duurzaam, tenzij’ en uitvoering geven aan diverse handelingskaders. 10. Inzicht, monitoring en sturen. In de tabel in de bijlage staat meer over de maatregelen en acties per thema.
19
Verduurzamingsrapportage over 2023
4 Sturing, regie en verantwoording Ontwikkelingen op monitoring
Nulmeting
De Uitvoeringsagenda was ingedeeld in 4 domeinen:
Vorig jaar leverden we een nulmeting op van onze milieuvoetafdruk. Deze uitgebreide voetafdruk bevatte onze directe en indirecte CO₂-uitstoot en ons grondstoffengebruik. Deze voetafdruk baseerden we op gegevens over 2019. Met de nulmeting kregen directies meer duidelijkheid over hun bijdrage aan die voetafdruk. Deze informatie gebruikten we ook als startpunt voor de herijking van de Uitvoeringsagenda.
1. medewerkers 2. bedrijfsvoering 3. gebouwen 4. openbare ruimte Het is vollediger en dus wenselijker om te gaan monitoren en rapporteren over alle activiteiten van de organisatie. Dit gaan we doen via de begrotingsprogramma’s. Daarmee komt het eigenaarschap voor de duurzame organisatie breder in de organisatie. En tegelijkertijd kunnen we hiermee in de komende jaren makkelijker aansluiten bij de andere monitors op duurzaamheid en bij de introductie van de klimaatbegroting. De ambtelijke sturing op duurzaamheid zal mee moeten ontwikkelen met de taak om sneller duurzaam te worden. Hieronder staat wat we doen om meer data en inzicht te krijgen om doeltreffender te kunnen sturen om de doelen in 2030 te halen.
Verder in kaart brengen scope 3-uitstoot In 2023 voerden we een vervolgmeting van onze milieuvoetafdruk uit, met gegevens over 2022. (zie voor de resultaten pagina 10). Hierin kwamen meer categorieën voor dan in de nulmeting. Dit keer beschreven we bijvoorbeeld ook de voetafdruk van de ingekochte diensten. En van de meeste investeringen (de gemeentelijke deelnemingen). Vorig jaar wilden we 6 emissiecategorieën van de scope 3-uitstoot duidelijk krijgen. Dat is gelukt. We namen 9 categorieën mee in de vervolgmeting. De beschikbaarheid en kwaliteit van data is nog niet voor alle categorieën goed genoeg. Dit geldt vooral voor de categorie ‘ingekochte goederen en diensten’.
Voor 2024 blijven we werken aan het organiseren van goede gegevensverzameling en het verbeteren van de datakwaliteit. Zodat onze inzichten betrouwbaar genoeg zijn om op te sturen. Deze verbeterslag en uitbreiding naar scope 3 is ook onderdeel van onze ambitie om verder te klimmen op de CO₂-Prestatieladder.
CO₂-Prestatieladder Onze organisatie is in december 2023 ge-audit voor de CO₂-Prestatieladder trede 3. We kregen op 14 maart 2024 het officiële certificaat. De CO₂-Prestatieladder is een instrument dat wordt gebruikt als CO₂-managementsysteem. We beschrijven de CO₂-uitstoot nauwkeurig en richten de organisatie zo in dat we goed kunnen sturen op het halen van de gestelde doelen. Trede 3 toont aan dat we grip hebben op onze directe CO₂-uitstoot (dat is de uitstoot in scope 1 en 2). Wij vragen het certificaat vaak uit bij andere partijen in onze aanbestedingen. We willen het goede voorbeeld geven en zelf ook doen wat we van onze leveranciers verwachten. We hebben een aantal verbeterpunten voor ons managementsysteem, waar we dit jaar aan werken. Daarna bereiden we ons voor op certificering op trede 4 en 5. Daarbij wordt ook de indirecte CO₂-uitstoot meegenomen (scope 3-uitstoot).
20
Verduurzamingsrapportage over 2023
In 2024 beginnen we met het voorbereiden op de uitbreiding van ons certificaat. We willen in 2025 trede 4 of zelfs al trede 5 halen.
Deelnemingen We waren in 2023 aandeelhouder van 24 ondernemingen, onze deelnemingen. Deze bedrijven werken in het publiek belang van de stad. Daarmee hebben zij een voorbeeldfunctie bij maatschappelijk verantwoord ondernemen. Om actief aandeelhouderschap te tonen werken we samen met onze deelnemingen aan verder duurzaam worden, waaronder verminderen van CO₂-uitstoot. De CO₂-uitstoot van deelnemingen telt mee in onze totale klimaatvoetafdruk, naar verhouding van ons aandelenbelang. Wij krijgen nu alleen nog duidelijkheid van deelnemingen over hun duurzaamheids prestaties en -doelstellingen voor CO₂-uitstoot in scope 1 en 2.
Intensiveringsmiddelen Green Office Green Office coördineert en versnelt het duurzaam worden van onze organisatie. Dit doen we door in de organisatie te meten en te volgen, te adviseren en duurzaam denken en doen te stimuleren. Green Office heeft ook investeringsmiddelen waarmee we de organisatie financiële steun bieden bij de benodigde versnelling. In 2023 werkten we mee aan een onderzoek naar het duurzamer maken van het Marnixbad.
Een zonnepanelenbloem bij kinderboerderij en speeltuin Diereneiland in de Molenwijk in stadsdeel Noord.
Bij de GGD voerden we een onderzoek uit om de voetafdruk duidelijk te krijgen. Ook Gemeentelijk Vastgoed onderzocht en beschreef hoe groot de eigen voetafdruk is. Dit kan een gerichter plan opleveren om de negatieve impact te verkleinen. Daarnaast hebben we geholpen bij een Programma van Eisen voor de Elisabeth Wolffstraat 2. Het is een voormalig schoolgebouw uit 1920, dat in 2010 is omgevormd naar een kantoor voor eigen huisvesting.
In 2024 ondersteunen we de volgende activiteiten financieel vanuit de intensiveringsmiddelen: • onderzoek naar de CO₂-impact van het duurzaam maken van de Stadspas. • invoeren van de norm ‘Duurzaam, tenzij’ bij meerdere directies in het fysieke domein. • hulp bij het toepassen van de CO₂-prijs bij investeringen, onder meer door casussen uit te laten werken.
21
Verduurzamingsrapportage over 2023
Bijlagen 1. Tabel maatregelenoverzicht herijkte Uitvoeringsagenda duurzame organisatie 2024-2030 2. Overzicht vervallen maatregelen uit de Uitvoeringsagenda
22
Verduurzamingsrapportage over 2023
23
Bijlage 1. Tabel maatregelenoverzicht herijkte Uitvoeringsagenda naar een duurzame organisatie Thema 1. Gemeentelijke huisvesting Maatregelen en acties
Looptijd
Directie
Ambitie om de gebouwen die uiteindelijk bij gemeentelijk vastgoed in beheer komen nog duurzamer te realiseren. Onderzoek: nieuwbouw energieneutraal (i.p.v. landelijke BENGnorm) vooruitlopend op naderende wetgeving.
2024-2030
Maatschappelijk Vastgoed en Gemeentelijk Vastgoed
Uitvoeren plan van aanpak Verduurzamingsprogramma Gemeentelijk Vastgoed. Ambitie is 55% CO₂-reductie door integrale verduurzamingsprojecten, waarbij energiereducerende maatregelen indien mogelijk worden gecombineerd met circulaire en klimaatadaptatieve maatregelen.
2024-2030
Gemeentelijk Vastgoed
Huisvesting - Implementatie ledverlichting: vanaf 2024 vervangen we in 13 grote kantoorpanden verlichting door led. De aanbesteding bestaat uit het reviseren van armaturen, het per pand aanleveren van energie- en CO₂-verbruik van de huidige verlichting t.o.v. de retrofit ledverlichting en het aanpassen van de verlichtings- en elektrische installaties.
2024
Facilitair Bureau
Huisvesting - Afstoten locaties: vanwege de besparingsopgave op huisvesting sluit de locatie Weesperstraat 113. Dit bespaart ook energie.
2024
Facilitair Bureau
Huisvesting - Verduurzaming huisvesting: Leverancier onderhoud E + W-installaties begint in 2024 voor alle 61 huisvestingslocaties met een snelle scan voor verduurzaming. Het uitgangspunt is dat uiterlijk in het derde contractjaar (2026) voor alle panden een eerste fase van een haalbaarheidsstudie duurzaamheid is opgesteld.
2024-2026
Facilitair Bureau
Huisvesting - Verduurzaming huisvesting: ook in 2024 blijven we koelen naar maximaal 23 graden in de zomer. Het instellen van de thermostaat op 19 graden zorgt er niet automatisch voor dat ook op alle plekken in een pand daadwerkelijk 19 graden is. I.p.v. thermostaat standaard op 19 graden stellen we deze waar nodig zo in dat de binnentemperatuur overal in de betrokken panden minimaal 19 graden is.
2024
Facilitair Bureau
Gemeentelijke parkeerlocatie Van Beuningenplein en huurlocatie P6 ombouwen naar led. Aansluitend zullen in 2024/2025 ook Hof & Werf nog volgen.
2024-2025
Parkeren
Sporthal De Pijp en Wethouder Verheijhal verduurzamen (i.s.m. Vastgoed).
-
Sport en Bos
Energiebesparende maatregelen in de panden
Verduurzamingsrapportage over 2023
Maatregelen en acties
Looptijd
Directie
Sporthallen - Nieuwbouw. Bij de aanleg van (tijdelijke) sporthallen vragen we om energiezuinige installaties.
-
Sport en Bos/ Maatschappelijk Vastgoed
Het De Mirandabad wordt voorzien van een warmtepomp en wordt gerenoveerd voor betere isolatie. Het gebouw wordt energieneutraal voor het gebouwgebonden energiegebruik (excl. zwemwater).
-
Sport en Bos/ Maatschappelijk Vastgoed
Zwembaden - Nieuwe zwembaden zijn zo duurzaam mogelijk in energiegebruik.
-
Sport en Bos/ Maatschappelijk Vastgoed
De stedelijke ambitie is om panden aardgasvrij te maken voor 2040 - Voor eigenhuisvestingspanden streven we aardgasvrij in 2030 na.
2024-2030
Gemeentelijk Vastgoed
Nieuwe ijshal Jaap Eden gasloos.
-
Sport en Bos/ Maatschappelijk Vastgoed
De zwembaden worden van het gas gehaald op het natuurlijke moment (volgens mjop).
2024-2030
Sport en Bos
De sporthallen worden van het gas gehaald op het natuurlijke moment (volgens mjop).
2024-2030
Sport en Bos
Beheerkantoren gaan van het gas af op het natuurlijke moment (volgens mjop).
2024-2030
Sport en Bos
Zonnepanelen op gemeentelijke daken: coöperatief
2024-2025
Gemeentelijk Vastgoed
Zonnepanelen op gemeentelijke daken: eigen investering/cadeau
2024-2030
Gemeentelijk Vastgoed
Zwembaden - We plaatsen zonnepanelen bij op de daken die nog niet 100% vol liggen en waar het kan.
-
Sport en Bos
Sporthallen - We plaatsen zonnepanelen bij op de daken die nog niet 100% vol liggen.
-
Sport en Bos
Sportpark beheerkantoren - We plaatsen zonnepanelen bij op de daken die nog niet 100% vol liggen.
-
Sport en Bos
We voorzien Van Hogendorphal van zonnepanelen (2024 of 2025).
2024-2025
Sport en Bos
We onderzoeken welke parkeerplaatsen geschikt zijn voor solar carports
-
Sport en Bos
Aardgasvrij maken van onze panden
Duurzame energie opwekken
24
Verduurzamingsrapportage over 2023
Maatregelen en acties
Looptijd
Directie
Voor de nieuwe Noorder onderzoeken we het plaatsen van zonnepanelen op het dak van de aula en op termijn de aanschaf van een elektrische oven.
-
Begraafplaatsen
Eigen huisvesting klimaatadaptief maken.
2024-2030
Gemeentelijk Vastgoed
Aanleg groene, waterbergende, multifunctionele daken.
2024-2030
Gemeentelijk Vastgoed
Pilot 10 groene gevels (motie Hangende tuinen).
2024
Gemeentelijk Vastgoed
Vergroenen/waterbergende terreinen.
2024-2030
Gemeentelijk Vastgoed
Pilot met minerall ingevulde kunstgrasvelden i.p.v. kurk/olijfpit infill. Minder kg kunstgras klein laagje zand i.p.v. infill dat ook helpt om hittestress tegen te gaan in combi met shockpad.
-
Sport en Bos
Er worden shockpads toegepast onder kunstgrasvelden die waterbergen en de hittestress tegengaan.
-
Sport en Bos
We passen de inrichting en beheer van onze sportparken aan zodat elk sportpark een voldoende scoort volgens de NL Green Label methodiek.
-
Sport en Bos
Klimaatadaptieve beplanting toepassen op de complexen.
-
Sport en Bos
We richten de buitenruimte in volgens de ecologische inrichtings- en beheerprincipes.
-
Sport en Bos
De projecten Jaap Edenbaan en het De Mirandabad hebben vanuit duurzaamheidsmiddelen specials extra nog nader in te vullen budget voor klimaatadaptatie.
-
Sport en Bos/ Maatschappelijk Vastgoed
2024-2025
Gemeentelijk Vastgoed
Klimaatadapatieve panden en (binnen-)terreinen
Experimenten en innovatie Pilot met opslag zonne-energie/Tweede van der Helststraat 72 zelfvoorzienend.
25
Verduurzamingsrapportage over 2023
26
Thema 2. Energiebesparing Maatregelen en acties
Looptijd
Directie
2024
Verkeer en Openbare Ruimte
In 2027 hebben alle sportvelden led-veldverlichting.
2027
Sport en Bos
Het buitenbad van De Mirandabad, Brediusbad en het Flevoparkbad (bij de renovatie) krijgen een afdekdeken, om zo de warmte vast te houden. Voor het Sloterparkbad en Bijlmer Sportcentrum hebben we energieadviezen laten maken, en we starten in 2024 met de uitvoering van de aanbevelingen, zoals lichtgewicht zonnepanelen en de laatste lampen vervangen door led.
-
Sport en Bos (en deels Maatschappelijk Vastgoed)
We onderzoeken tot hoe ver we de temperatuur van de buitenzwembaden kunnen verlagen (minimaal blijft 18).
-
Sport en Bos
We passen start en einde van het buitenseizoen aan aan het weer (zwembaden).
-
Sport en Bos
Onderzoeken in hoeverre AI ingezet kan worden om het energiegebruik naar beneden te brengen (sporthallen/zwembaden).
-
Sport en Bos
Sporthallen - naar beneden bijstellen van de douchetemperatuur.
-
Sport en Bos
We onderzoeken tot hoe ver we de temperatuur van de binnenzwembaden kunnen verlagen.
-
Sport en Bos
Reduceren persoonlijke data door optimale inzet MS365.
-
Digitale Voorzieningen
Duurzame optimalisatie Cloud door enablen klanten.
-
Digitale Voorzieningen
Uitfaseren applicaties.
-
Digitale Voorzieningen
Leidraad Datavermindering.
-
Digitalisering, Innovatie en Informatie
Reduceren energieverbruik in de openbare ruimte V&OR voert pilot uit openbare verlichting op passende momenten/plaatsen te doven t.b.v. energiebesparing en biodiversiteit. (1 uur openbare verlichting doven per dag zorgt voor een besparing van circa 2 mln kWh p/j). Reduceren energieverbruik op sportvelden, in de zwembaden en de sporthallen
Reduceren energie van ons datagebruik door
Verduurzamingsrapportage over 2023
Maatregelen en acties
Looptijd
Directie
Programma Datavermindering.
-
Digitalisering, Innovatie en Informatie
Programma Energievermindering: energievermindering door slimme inzet van bestaande IT infra en het verlagen van de energie footprint van de IT infra.
Digitalisering, Innovatie en Informatie
Experimenten en innovatie Proef 'energieopwekkende kademuur' (TEO) in samenwerking met AMS; onderzoek of dit in de toekomst een rol kan spelen in ons energiesysteem.
2024-?
Programma Bruggen en Kademuren/ Gemeentelijk Vastgoed
Onderzoek naar de optimale inrichting van de e-infrastructuur op sportparken (zie ook maatregel 2023). Dit onderzoek loopt 5 jaar.
2023-2028
Sport en Bos
We onderzoeken hoe we onze zwembaden kunnen inzetten als energiebuffer in de stad.
-
Sport en Bos
In onze aanbesteding voor kunstgrasvelden vragen we ook om het opwekken van energie d.m.v. het veld.
2024-2034
Sport en Bos
Onze Energiecoördinator houdt actief ons energiegebruik bij en adviseert en grijpt in bij afwijkingen.
-
Sport en Bos
Looptijd
Directie
In 2023 vond de herijking van het transitieplan uit 2019 plaats. De uitvoerende directies hebben de opdracht om uitvoeringsplannen op te stellen om het wagenpark duurzamer te maken voor de zomer van 2024. Voertuigen worden vervangen volgens de uitvoeringsplannen per directie.
2024
alle uitvoerende directies
Voor FB ligt de focus vooral op de voorzieningen voor duurzame voertuigen, zoals de laadsystemen en netcongestie.
2024
Facilitair Bureau
2024 e.v.
Facilitair Bureau
Thema 3. Wagenpark en materieel Maatregelen en acties Verduurzamen van het wagenpark: afstoten, delen, elektrificeren
Kleinere autopool en bezettingsgraad autopool verhogen Gemeentebreed efficiënter gebruik van autopool.
27
Verduurzamingsrapportage over 2023
Maatregelen en acties
Looptijd
Directie
Bij de aanleg of renovatie van nieuwe velden en het beheer van velden stimuleren we de inzet van elektrisch materieel.
-
Sport en Bos
Ontwikkeling emissieloze bouwplaatsen versnellen. Vervolg geven aan pilots zoals die van Dura Vermeer: dieselaggregaten op bouwplaatsen vervangen door elektrische auto’s.
-
Programma Bruggen en Kademuren/Verkeer en Openbare Ruimte
Uitrol Amsterdams tijdpad Schoon en Emissieloos Bouwen (SEB).
2024
Ingenieursbureau/ Ruimte en Duurzaamheid
Elektrificeren waar mogelijk, en onderzoek naar elektrische alternatieven voor zwaar materieel dat er nog niet is.
-
Sport en Bos
Looptijd
Directie
Duurzame mobiliteit: actualiseren beleid dienstreizen.
2024
Personeel en Organisatie
Afwegingskader voor directie EZC wanneer vliegen en wanneer met de trein (mogelijk aanvullen met opties reizen 1e klas en extra vrije dag).
-
Economische Zaken en Cultuur
Duurzame mobiliteit: ontwikkelen middelen op het gebied van internationale dienstreizen.